Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-2014nr. 43, item 8

8 Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Op verzoek van de aanvrager stel ik voor om het debat over het bericht dat VION in Boxtel wel met vlees fraudeerde van de lijst af te voeren.

Op verzoek van een aantal leden stel ik voor, enkele door hen ingediende moties opnieuw aan te houden. Dit betekent dat de in artikel 69, tweede lid, van het Reglement van Orde genoemde termijn van twee maanden voor de volgende moties opnieuw gaat lopen: 30175, nr. 169; 30175, nr.174; 33750-VIII, nr. 30; 33750-VIII, nr. 32; 33750-VIII, nr. 35; 32847, nr. 102.

Dan wil ik nu het woord geven aan de heer Van Ojik van GroenLinks, maar als ik het goed begrijp, wordt hij vervangen door mevrouw Van Tongeren.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Voorzitter. Dat klopt. De heer Van Ojik is helaas naar een begrafenis. Ik wil namens mijn fractievoorzitter graag een hoofdlijnendebat aanvragen met de ministers van Economische Zaken en Financiën over de toekomst van de gaswinning, onze energieproductie en de gevolgen van de verminderde gasopbrengst voor de schatkist. We begrijpen dat dit voorafgegaan kan worden door een technische briefing, een hoorzitting en eventueel een gedetailleerd debat met de energiewoordvoerders. Maar de gevolgen voor de schatkist zijn groot. Daarom stellen wij voor om een hoofdlijnendebat te houden, wellicht met de fractievoorzitters.

De voorzitter:

Een verzoek om steun voor het houden van een debat over de toekomst van de energieproductie. Als eerste bij de microfoon zag ik de heer Leegte staan.

De heer Leegte (VVD):

Tijdens de procedurevergadering hebben wij inderdaad afgesproken dat wij de volgende week een technische briefing zouden krijgen en dat we u zouden verzoeken, het debat op verzoek van de heer Vos in de week erna te plannen, zodat we Groningen zo snel mogelijk duidelijkheid kunnen geven. Het verzoek van mevrouw Van Tongeren is in die zin een "Adam-en-Evadebat", zoals al werd gezegd, en wellicht kan dit aan de orde komen bij de behandeling van de Voorjaarsnota. Wij geven niet meteen steun aan dat deel, maar wel aan het verzoek om zo snel mogelijk het aardgasdebat te voeren en dan het liefst over twee weken, zoals de heer Vos van de PvdA dat heeft aangevraagd.

De voorzitter:

Ik begrijp dus dat u dit aparte verzoek niet steunt.

De heer Leegte (VVD):

Niet per se.

De voorzitter:

Niet per se? Dat is dus nee.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Steun voor het verzoek van GroenLinks. Ook wij willen deze discussie loskoppelen van het debat over de aardgaswinning in Groningen en het besluit van minister Kamp, dat wij op korte termijn zullen voeren. Dat zijn wat ons betreft echt twee aparte debatten. Het lijkt ons echter wel goed om op de lange termijn te kijken hoe wij hiermee in ons land omgaan.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Steun voor het verzoek om het debat te houden, zij het niet op heel korte termijn. Ik zou het loskoppelen van de situatie in Groningen, want daarover moeten we snel beslissen. Het is goed om dat debat een keer te voeren.

De heer Paulus Jansen (SP):

Ook de SP-fractie steunt het verzoek. Dit debat is echter wat minder urgent dan het debat over de acute bodemproblematiek. Wij verzoeken de heer Van Ojik om te kijken of wij voor een goede voorbereiding nog een paar stappen moeten zetten, bijvoorbeeld door een feitelijkevragenronde et cetera.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Volgende week hebben wij een ronde tafel in Groningen en is er een technische hoorzitting. Ik hoop dat de daaropvolgende week het debat met de energiewoordvoerders kan worden ingepland. Dat moet snel gebeuren, zodat er snel duidelijkheid is voor de Groningers. Om daarna een debat voeren op het niveau van fractievoorzitters vinden wij prima. Dat kunnen wij steunen, maar inderdaad losgekoppeld van het debat met de energiewoordvoerders, dat op heel korte termijn moet plaatsvinden.

De heer Klein (50PLUS):

Wat mij betreft, kan het allemaal in een keer, maar dat komt omdat ik beide functies heb. Wat mij betreft steun voor dit verzoek.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

D66 vindt het van belang om eerst zo snel mogelijk helderheid voor Groningen te krijgen. Een debat over het meer algemene vraagstuk ten aanzien van aardgas kunnen we wat mij betreft daarna houden. Steun dus daarvoor, maar wel graag los van het debat over het pakket voor Groningen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De debatten over de huidige situatie gaan inderdaad voor. Daarover hebben we afspraken gemaakt in de procedurevergadering. Daarnaast zou ik het verzoek van GroenLinks van harte willen ondersteunen.

De heer Jan Vos (PvdA):

De PvdA heeft reeds geruime tijd geleden een debat aangevraagd over de toegenomen aardbevingen in Groningen en de gevolgen daarvan voor de gaswinning. Nu alle stukken er zijn, wil ik aandringen op het zo spoedig mogelijk laten plaatsvinden van het debat, maar dan wel na de technische briefing. Wellicht kunnen we nog praten over verruiming van de spreektijden, gezien het onderwerp. In die zin zit ik op de lijn van D66, CU en VVD.

De voorzitter:

En steunt u het verzoek voor dit debat, ja of nee? Ik begrijp dat u geen steun geeft voor het hoofdlijnendebat.

Mevrouw Klever (PVV):

Steun voor een spoedige inplanning van het debat dat al staat.

De voorzitter:

Ik constateer op dit moment geen steun van de meerderheid voor het houden van een hoofdlijnendebat. Wel is er een brede behoefte om het debat over de gaswinning in Groningen zo snel mogelijk te plannen, maar niet voordat de technische briefing is geweest. Dat zou betekenen dat we het niet voor de volgende week plannen — dat had wat mij betreft ook gekund — maar een week later. Volgens mij is daar brede steun voor. Dat zeg ik dus bij dezen toe. De behoefte aan langere spreektijden die de heer Vos heeft geuit, wordt mijns inziens veel breder gevoeld. Dat kan ik mij ook heel goed voorstellen, gezien de aard van het debat. Ik stel daarom voor om bij het debat dat over twee weken wordt gehouden zes minuten spreektijd te hanteren.

Mevrouw Van Tongeren, wat wilt u met betrekking tot het hoofdlijnendebat?

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik wacht af of het eerste debat voldoende soelaas biedt. Ik denk echter dat vragen onbeantwoord blijven, maar dan komen wij ongetwijfeld terug met een vraag om een hoofdlijnendebat. Het ligt namelijk breder dan alleen de problematiek in Groningen.

De voorzitter:

Daar zullen we te zijner tijd opnieuw over komen te spreken.

Het woord is aan de heer Jasper van Dijk.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Voorzitter. 15% loonsverhoging voor bestuurders in het onderwijs; leraren op de nullijn. 5% extra bij een tijdelijke aanstelling en een bonus voor bestuurders van grote scholen. Dit alles is mogelijk doordat bestuurders in het onderwijs hun eigen cao hebben vastgesteld, los van leraren. Het extra geld voor onderwijs dreigt zo in de zakken van bestuurders te belanden. Daarom vraag ik een debat aan met de staatssecretaris van Onderwijs.

De voorzitter:

Een verzoek om steun voor het houden van een debat over de salarissen van schoolbestuurders.

De heer Beertema (PVV):

Steun voor het voorstel.

De heer Van Meenen (D66):

Nog geen steun; ik zou graag vooraf een brief van de minister willen ontvangen, waarin alle feiten rond dit artikel en het artikel in de Volkskrant van de dag daarop worden gemeld en waarin antwoord wordt gegeven op de vragen die de collega van het CDA inmiddels heeft gesteld.

De heer Duisenberg (VVD):

Ik sluit mij aan bij het voorstel van collega Van Meenen: wel een brief, geen debat.

De heer Mohandis (PvdA):

Wij hadden mondelinge vragen aangemeld. Er is veel ruis over het bericht dat wij afgelopen vrijdag hebben kunnen lezen en ook over het bericht dat daarna is gekomen. Ik wil alle feiten op een rij, dus graag een brief. Dan kunnen wij daarna bepalen of een debat op zijn plaats is.

De voorzitter:

De mondelinge vragen waren niet toegekend omdat de heer Rog hierover al schriftelijke vragen had gesteld.

De heer Rog (CDA):

Zo is dat, voorzitter. Er zijn schriftelijke vragen gesteld en ik kan mij voorstellen dat er nog meer vragen zijn. Mijn voorstel is dat wij eerst een schriftelijke vragenronde houden en dan op basis van de antwoorden bekijken of wij een debat met de staatssecretaris nodig achten.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Voor mij is een brief of een vragenronde niet nodig. Het is voor mij glashelder wat er aan de hand is. Maar goed, als de Kamer een brief wenst, is dat prima. Ik stel dan wel voor dat wij de antwoorden morgen voor 12.00 uur krijgen. Dan sta ik hier opnieuw in de regeling van werkzaamheden om alsnog een debat aan te vragen.

De voorzitter:

Een vragenronde moet u via de procedurevergadering van de commissie regelen. Dan zie ik u wel weer terug zodra u daartoe behoefte hebt.

Ik zal het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is wederom aan mevrouw Van Tongeren.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Voorzitter. De minister heeft bekendgemaakt dat er voor schrijnende gevallen geld komt. Ik heb in het weekend over een aantal van deze echt schrijnende gevallen gehoord. Het gaat om gezinnen die al tijden lang in grote financiële en ook emotionele nood zitten. Zij kunnen niet nog twee, drie of vier weken wachten. Ik zou heel graag willen dat wij een kort debat voeren met de minister over de vraag hoe — het liefst vanaf morgen — deze problematiek voor deze gezinnen kan worden opgelost. Hoe kan de provincie Groningen snel bij de toegezegde gelden van het Rijk om de problematiek voor 20 à 25 gezinnen die echt acuut in de problemen zitten, nu op te lossen?

De voorzitter:

Voor de volledigheid, voor degenen die niet precies weten waar het over gaat: het gaat om schrijnende gevallen van mensen die in financiële problemen zitten als gevolg van de aardbevingen in Groningen. Wij hebben het over een verzoek om steun voor het houden van een debat daarover.

De heer Paulus Jansen (SP):

Ik ga ervan uit dat de minister en de provincie Groningen nu al bezig zijn met het waarmaken van hun belofte en dat het dus gewoon gaat gebeuren. Wij hebben zojuist een groot debat gepland, over twee weken, waarin wij het integraal gaan hebben over alle problemen rond de bodemdaling. Dan gaan wij de meer algemene kant van de problemen van de mensen met gescheurde huizen uitgebreid bespreken. Ik zou mevrouw Van Tongeren willen vragen om haar debat daarbij te betrekken.

Mevrouw Klever (PVV):

De PVV pleit al van het begin af aan voor een uitkoopregeling voor mensen die weg willen en voor schrijnende gevallen, dus van harte steun voor dit verzoek.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

D66 maakt zich met veel partijen in de Kamer zorgen over de schrijnende gevallen. Ik denk dat er het snelst duidelijkheid komt via een brief, waarin de minister kan aangeven hoe hij met de bestaande situatie omgaat. Dan kunnen wij die brief ook betrekken bij het debat over twee weken.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Steun voor de brief. We hebben tijdens het begrotingsdebat over energie ook al gepleit voor snelle actie van de minister voor de schrijnende gevallen. Laat hij daar nu met spoed voorrang aan geven. De brief lijkt mij een goede start; dan kunnen we het daar verder over hebben tijdens het debat over twee weken.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

De ChristenUnie herkent de schrijnende situaties. Ik heb erover gehoord en ze gezien en ik zie het in mijn mailbox terug. Ik vind het heel belangrijk dat het kabinet in een brief aangeeft wat de actuele stand van zaken is en dat die situaties voortvarend worden aangepakt. Dan kunnen we over twee weken het debat daarover voeren.

De heer Jan Vos (PvdA):

Ik denk dat Kamerbreed erkend wordt dat er schrijnende situaties zijn in Groningen. Daarvoor hoeven we niet iedere keer weer naar de microfoon te lopen. Ik vind het belangrijk dat de brief er nu echt binnen 24 uur komt, zodat we hier kunnen beoordelen wat er aan de hand is. Ik neem aan dat die brief over twee weken besproken kan worden. Nogmaals, ik ontvang de brief graag binnen 24 uur, want als er echt iets aan de hand is, moeten we daarop actie kunnen ondernemen.

De heer Leegte (VVD):

Geen steun voor dit verzoek, wel steun voor een brief die we dan kunnen betrekken bij het debat over twee weken.

De voorzitter:

Maar wat u betreft, hoeft die brief er niet binnen 24 uur te zijn?

De heer Leegte (VVD):

Zo snel mogelijk.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Volgens mij onderschrijven we allemaal de problematiek die mevrouw Van Tongeren hier aansnijdt. Ook de Partij voor de Dieren denkt dat er het snelst helderheid komt als we binnen 24 uur een brief krijgen en binnen twee weken het debat daarover kunnen voeren. Dat zou de door ons gekozen route zijn.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Steun voor een snelle brief. Voor de rest zou ik zeggen: betrekken bij het debat dat al gepland is.

De heer Klein (50PLUS):

Ook 50PLUS wil snel de brief en daarna het debat in het totaaldebat.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik ben heel tevreden met een snelle brief en ik hoop dan ook dat daar onmiddellijk soelaas in zit voor deze families in de problemen in Groningen.

De voorzitter:

Ik zal het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet.

Dan geef ik het woord aan mevrouw Keijzer van het CDA.

Mevrouw Keijzer (CDA):

Voorzitter. Ik stond hier vorige week nadat duidelijk werd dat twee derde van de gemeenten niet instemt met het akkoord dat bereikt was over de decentralisatie van de zorgtaken. Inmiddels is duidelijk dat ook het VNG-bestuur daarachter gaat staan. Mevrouw Jorritsma zei afgelopen vrijdag: "het ontbreekt aan regie bij het kabinet over decentralisaties en het voorwaardenpakket dat er nu ligt, is onverantwoord". Ik neem aan dat er nu wel aanleiding is om dit debat te houden en vraag dus om het dertigledendebat om te zetten in een spoedig debat, het liefst deze week nog.

De voorzitter:

Een verzoek voor het omzetten van een dertigledendebat in een meerderheidsdebat.

Mevrouw Leijten (SP):

Vorige week hebben wij het verzoek om een debat ook gesteund. Ik wil eigenlijk een verzoek aan u doen, voorzitter. We hebben eerder de situatie gehad dat er een zorgakkoord was. Toen hebben wij 's middags besloten dat we die avond twee zorgdebatten inruilden om over dat akkoord te spreken. Dat vonden wij belangrijk. Dat vond de coalitie toen ook belangrijk. Nu hebben we donderdagavond twee zorgdebatten gepland staan, waaronder één aangevraagd door mevrouw Keijzer. Kunnen we die twee inruilen om dit debat te kunnen voeren? Het is actueel en de brede oppositie wil het. Wellicht kunt u daar in uw wijsheid om dertigledendebatten in te plannen, naar kijken, voorzitter. Het lijkt mij heel erg wenselijk dat de wens van een ruime oppositie gehoord wordt om hier snel over te spreken.

De voorzitter:

Vooralsnog is het verzoek om een dertigledendebat om te zetten in een meerderheidsdebat, maar dank voor uw creatieve suggestie.

Mevrouw Bergkamp (D66):

Als degenen die de Wmo moeten uitvoeren, zeggen dat ze de wet in deze vorm niet kunnen uitvoeren, dan is dat reden voor een debat. Ik wil wel vragen om een uitvoerige reactie van de staatssecretaris. Als het debat eerder wordt gepland, is mijn verzoek om die reactie tijdig te hebben.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

De ChristenUnie steunt het verzoek voor dit debat. Het is ontzettend belangrijk dat wij dit debat met elkaar gaan voeren, maar ik vind het wel belangrijk dat we even de tijd geven aan het kabinet om met een standpunt te komen. Dat standpunt zullen we toch moeten hebben voordat we dat debat voeren. Steun voor het debat dus, maar graag eerst een reactie van het kabinet.

Mevrouw Agema (PVV):

Steun voor het verzoek van mevrouw Keijzer en voor de toevoegingen van mevrouw Leijten. Als aanvrager van het tweede debat op donderdagavond zeg ik ook mijn medewerking toe.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Ook steun van GroenLinks. Het lijkt mij een heel goed idee om het debat op donderdagavond te houden. Ik ga ervan uit dat ook het kabinet ervan doordrongen is dat er heel snel duidelijkheid moet komen. Het moet dus wel lukken om de brief hier voor donderdag te hebben.

Mevrouw Baay-Timmerman (50PLUS):

Ook steun van 50PLUS voor het debat.

De heer Van 't Wout (VVD):

Mij lijkt dat wij een dergelijk debat sowieso niet kunnen voeren zonder dat wij de kabinetsreactie hebben. De staatssecretaris heeft aangekondigd daar snel mee te komen. Zodra wij die reactie hebben, zal de VVD bepalen op welke manier en waar een debat nodig is. Op dit moment willen wij dus geen debat. Het lijkt mij ook niet zinnig om een debat te voeren voordat wij de reactie van de staatssecretaris hebben, dus ook geen dertigledendebat deze week.

De heer Van der Staaij (SGP):

Ook de SGP-fractie steunt het verzoek om een debat. Wel vinden wij dat wij eerst over een goed kabinetsstandpunt hierover moeten beschikken. Het debat hoeft dus niet onmiddellijk plaats te vinden.

De heer Otwin van Dijk (PvdA):

Op zich kan de PvdA zich iets voorstellen bij het verzoek van mevrouw Keijzer, maar het lijkt mij verstandig dat wij eerst de reactie van het kabinet afwachten, omdat wij dan kunnen beoordelen wat de aard van het debat wordt. Daarna kunnen wij beoordelen wanneer en hoe dat debat kan worden ingepland. Ik neem aan dat mevrouw Keijzer de weg naar de regeling dan weer weet te vinden. Eerst willen wij dus een reactie van het kabinet. Dan kunnen wij pas beoordelen of een debat nodig is.

De voorzitter:

Mevrouw Keijzer, ik stel vast dat u niet de steun van de meerderheid hebt voor het omzetten van een dertigledendebat in een meerderheidsdebat.

Mevrouw Keijzer (CDA):

Dat hoor ik. Ik hoor ook de vertegenwoordiger van de VVD zeggen dat de VVD gaat bepalen wanneer het debat er komt als er een reactie van de staatssecretaris is. Ik neem aan dat dit dan voor de VVD-fractie geldt en niet voor de hele Kamer. Is het wellicht een oplossing als wij de staatssecretaris vragen wanneer hij met die reactie kan komen? Als ik alle oppositiepartijen inclusief de gedoogpartijen zo hoor, vinden zij dat het heel erg snel moet. De staatssecretaris kan dan dus alles op alles zetten om die reactie donderdag voor 12.00 uur hier te hebben. Het voorstel van mevrouw Leijten om donderdagavond een debat te hebben, vind ik heel goed.

De voorzitter:

Ik heb de PvdA-woordvoerder ook horen zeggen dat de PvdA de steun voor het houden van een meerderheidsdebat wil laten afhangen van de inhoud van de brief. U stelt mij nu eigenlijk twee vragen. Ik denk dat het handig is als ik even snel informeer of die brief er snel kan zijn. Morgen kunnen wij dan in de regeling besluiten op welke manier wij het doen. Dan hebben wij de meeste informatie en doen wij het meeste recht aan wat alle partijen vandaag in de regeling hebben gezegd. Ik heb iedereen horen zeggen dat er behoefte is om hier snel over te praten. De discussie gaat over de vraag of wij het nu snel in een dertigledendebat doen, waarbij ik zelf kan besluiten dat er genoeg steun is om het te doen, of in een meerderheidsdebat. In dat laatste geval hebt u allen iets meer tijd en kan er een iets bredere brief aan het debat ten grondslag liggen.

Zullen wij dus morgen verder praten?

Mevrouw Keijzer (CDA):

Dat is goed.

De voorzitter:

Dank u. Ik zal het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorsturen naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Klever.

Mevrouw Klever (PVV):

Voorzitter. Henk en Ingrid liggen krom om hun zorgpremie en hun hoog eigen risico van maar liefst €360 te betalen, terwijl buitenlandse werknemers voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. Zij profiteren van een goedkope zorgpolis met nul eigen risico tegen een afbraakprijs. Deze superzorgpolis is niet beschikbaar voor Nederlanders. Dit is dus pure discriminatie van Nederlanders. Daarom wil ik hierover graag een debat met de minister van Volksgezondheid.

De voorzitter:

Mevrouw Klever verzoekt om steun voor het houden van een debat over goedkope zorgverzekeringen voor buitenlandse werknemers.

Mevrouw Leijten (SP):

De gedachte is dat je mensen die weinig ziek zijn, een goedkope zorgverzekering kunt geven omdat je hun weinig hoeft te betalen. Dat heet risicoselectie. Daarover heb ik vorige week ook een debat aangevraagd, maar ik steun dit verzoek ook van harte. Mogelijk kunnen wij de debatten in elkaar schuiven. Ik ben vooral heel benieuwd naar de mening van de PvdA, want die heeft hierover mondelinge vragen aangemeld, maar wilde er vorige week niet over debatteren.

De voorzitter:

Mevrouw Bouwmeester meldt zich nu bij de interruptiemicrofoon, dus wij gaan het horen.

Mevrouw Bouwmeester (PvdA):

Fijn dat ik het podium krijg. Het ging om een nieuwsuitzending van RTL Nieuws van afgelopen donderdag. Ik kon er dus vorige week dinsdag nog niet over debatteren, omdat de uitzending pas op donderdag plaatsvond.

De schijn wordt gewekt van risicoselectie in de basisverzekering door middel van de aanvullende verzekering. Het komt erop neer dat het ongewenst is dat bepaalde groepen mensen stiekem korting krijgen op de basisverzekering terwijl andere groepen mensen dat niet krijgen. Wij willen graag eerst een inhoudelijke reactie van de minister horen, zodat wij op basis van feiten kunnen debatteren. Wij weten dan ook wat de Kamer eraan kan doen.

De voorzitter:

Op dit moment dus geen steun voor een debat.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Steun voor een debat.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Het lijkt mij belangrijk dat wij het erover hebben dat risicoselectie in de basiszorg niet mag. Graag ontvang ik een brief van de minister. In principe geven wij steun aan het verzoek om een debat.

De heer Rutte (VVD):

Nog niet zo lang geleden was iedereen boos omdat Oost-Europeanen onverzekerd bij ziekenhuizen kwamen. Nu blijken veel Oost-Europeanen zich wel te verzekeren. Dat is een goede zaak. Voor zover er sprake is van risicoselectie: wij hebben al een dertigledendebat over risicoselectie staan, waar dit onderwerp, inclusief een bijpassende reactie van het kabinet, bijgevoegd zou kunnen worden.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

De ChristenUnie-fractie heeft bij het AO Zorgverzekeringswet ook aandacht gevraagd voor risicoselectie. Ik vind het belangrijk dat wij het debat daarover voeren. Er is verzocht om een brief van de minister. Ook ik wil die brief graag ontvangen. Op basis van die brief kunnen wij het debat voeren. Wij steunen dus het verzoek om een debat.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Vorige week hebben wij het verzoek van mevrouw Leijten om een debat over risicoselectie gesteund. Ook het verzoek om het nu gevraagde debat kunnen wij steunen. Hij lijkt mij wel logisch om die twee verzoeken samen te voegen.

De heer Van der Staaij (SGP):

Ook de SGP heeft contact gehad met Henk en Ingrid. Zij konden namelijk plaatselijk niet op de PVV stemmen, dus zij zijn naar ons uitgeweken. Dit even terzijde. Wij steunen het verzoek om een brief. Aan de hand van die brief zullen wij bezien of moet worden verzocht om een debat met het kabinet.

De voorzitter:

Mevrouw Klever, u hebt geen meerderheid voor het houden van een debat over dit onderwerp. Wel ligt er een verzoek om een reactie van het kabinet.

Mevrouw Klever (PVV):

Ik heb wel steun voor een dertigledendebat. Ik zal mijn verzoek dus omzetten in een verzoek inzake het voeren van een dertigledendebat. In het bijzonder ben ik teleurgesteld in de reactie van de PvdA-fractie, gelet op de grote verontwaardiging hierover op de televisie en de aankondiging van vragen voor het vragenuur. De PvdA-fractie geeft nu geen steun aan het verzoek tot het voeren van een debat over dit onderwerp, maar in elk geval krijgen wij nu een dertigledendebat. Dan zullen wij er tijdens een dertigledendebat over praten.

De voorzitter:

Mevrouw Bouwmeester voelt zich persoonlijk aangesproken. U wilt een persoonlijk feit maken, mevrouw Bouwmeester? Wij gaan hierover geen discussie meer voeren.

Mevrouw Bouwmeester (PvdA):

Wij debatteren in de Kamer graag op basis van feiten. Op die manier kunnen wij iets oplossen. Anders roepen wij dingen tegen elkaar zonder dat daaraan feiten ten grondslag liggen. Wij kiezen de juiste volgorde. Wij zijn zeer voor een debat, maar horen graag eerst de feiten.

De voorzitter:

Dit is genoteerd in de Handelingen. Ik zal het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet. Voor het aangevraagde dertigledendebat geldt een spreektijd van drie minuten per fractie.

Ik geef het woord aan de heer Bontes.

De heer Bontes (Bontes):

Voorzitter. Het aantal gevallen van internetfraude is explosief gestegen, van 9.000 in 2012 naar 28.000 in 2013. De Fraudehelpdesk klaagt erover dat de opsporingsdiensten er weinig tot niets mee doen. Het gaat om een ernstig probleem, dus ik wil daar graag een debat over voeren.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Het is goed dat de heer Bontes dit hier aan de orde stelt. Ik wil zijn verzoek in principe steunen. Ik heb echter een ander voorstel. Er komt een fraudedebat aan. Dat is een breed debat over fraude. Is het een idee om een schriftelijke reactie te vragen op dit nieuws, die wij kunnen betrekken bij het nog te plannen, heel brede fraudedebat?

De voorzitter:

Dit betekent dat u geen steun geeft aan een apart debat hierover.

De heer Schouw (D66):

Mijn fractie steunt de lijn van mevrouw Gesthuizen van de SP.

Mevrouw Helder (PVV):

Wij geven geen steun aan het verzoek van de heer Bontes. Dit onderwerp kan prima betrokken worden bij het al aangevraagde debat over fraude.

De heer Recourt (PvdA):

Ik sluit mij daarbij aan.

De heer Van Oosten (VVD):

Wij steunen de lijn van mevrouw Gesthuizen.

De heer Oskam (CDA):

Ik ook.

De voorzitter:

Mijnheer Bontes, er is behoefte aan een reactie van het kabinet over dit onderwerp. De suggestie is om die reactie van het kabinet te betrekken bij het debat over het al geplande debat over fraude.

De heer Bontes (Bontes):

Er is een groot debat over fraude gepland. Dit is een heel specifiek geval van fraude — wij kunnen alles wel onder fraude scharen — maar ik begrijp dat er voor mijn verzoek geen meerderheid is. De meerderheid wil dit onderwerp betrekken bij het grote debat over fraude. Laten wij het dan zo doen. Wij zullen wachten op de brief en dit onderwerp scharen onder het grote fraudedebat.

De voorzitter:

Ik zal het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet.

Heeft iedereen de presentielijst getekend? Als iemand dat vergeten is, dan kan hij of zij dat nu nog even snel doen zodat wij zo snel mogelijk kunnen gaan stemmen. Ik verzoek de leden om hun plaatsen in te nemen. De heer Omtzigt maakt nog een opmerking over de stemmingslijst.

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. Bij de stemmingen over de fraude met toeslagen zou ik motie 17050, nr. 453 over de GBA graag aanhouden.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Omtzigt stel ik voor, zijn motie (17050, nr. 453) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.