6 Inholland

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 28 juni 2011 over Inholland.

De voorzitter:

Zoals bekend, gaat het alleen om het indienen van moties.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Voorzitter. Dit debat vindt plaats naar aanleiding van het algemeen overleg over Inholland en de onterechte declaraties door bestuurders. Ik heb vier moties om dit onaanvaardbare gebeuren te stoppen. Ik steun de staatssecretaris volledig ...

De voorzitter:

Nee, nee. U gaat uw moties voorlezen.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Eén zin. Ik steun de staatssecretaris volledig in zijn strijd om die declaraties terug te vorderen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat voormalige bestuurders van Hogeschool Inholland voor minstens 3,5 ton onterecht hebben gedeclareerd;

constaterende dat de regering zich inspant om dit geld terug te vorderen bij de betreffende personen, maar dat leden van de Raad van Toezicht dit trachten te belemmeren;

constaterende dat, indien men er niet in slaagt om dit geld te verhalen op betrokken personen, het onderwijsbudget van de hogeschool wordt gekort;

van mening dat de regering verschillende instrumenten heeft om op te treden tegen falende bestuurders;

verzoekt de regering, geen instrument te schuwen indien dat ertoe bijdraagt om dit geld op betrokken personen te verhalen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Jasper van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 184 (31288).

De heer Jasper van Dijk (SP):

Ik vraag de staatssecretaris of hij al een formeel verzoek heeft gedaan aan de hogeschool om dit geld op die personen te verhalen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er aanwijzingen zijn dat leden van de raad van toezicht van Hogeschool Inholland zich verzetten tegen de terugvordering van onterechte declaraties bij oud-bestuurders;

van mening dat dit gedrag ronduit verwerpelijk is;

verzoekt de regering, hiernaar grondig onderzoek te doen en zo nodig passende maatregelen te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Jasper van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 185 (31288).

De heer Jasper van Dijk (SP):

De derde motie gaat over de zogenaamde recycling van bestuurders.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat het onaanvaardbaar is dat falende onderwijsbestuurders na hun vertrek opnieuw bij een andere onderwijsinstelling worden aangesteld;

van mening dat het onderwijs gevrijwaard dient te worden van de "recycling" van falende bestuurders;

verzoekt de regering, ervoor zorg te dragen dat falende bestuurders niet opnieuw elders in vergelijkbare functies worden aangesteld,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Jasper van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 186 (31288).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat oud-bestuurders van Inholland voor minstens 3,5 ton onterecht hebben gedeclareerd;

constaterende dat hogescholen in 2012 een reglement moeten maken met voorschriften rond declaraties;

van mening dat een dergelijk reglement geen lege huls mag zijn;

verzoekt de regering, deze reglementen ter behandeling voor te leggen aan de Tweede Kamer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Jasper van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 187 (31288).

De heer Beertema (PVV):

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat beloningen van bestuurders in het onderwijs steeds minder onder de onderwijs-cao vallen en dat de BBRA-schalen zoals die voor leraren en onderwijsondersteunend personeel gelden, steeds minder van toepassing zijn op de beloning van managers en bestuurders;

overwegende dat zogenaamde marktconforme salarissen bestuurders aantrekken die in hun professionele handelen bedrijfseconomische motieven laten prevaleren boven onderwijskundige motieven;

constaterende dat zich te vaak misstanden voordoen op het gebied van beloning die niet door de raden van toezicht worden gesignaleerd of die onterecht door die raden worden gelegitimeerd;

verzoekt de regering om de BBRA-schalen voor te schrijven voor bestuur en management in het hele onderwijs,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Beertema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 188 (31288).

Mevrouw Jadnanansing (PvdA):

Voorzitter. Ik heb twee moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Stenden Hogescholen als bekostigde hogeronderwijsinstelling in belangrijke mate ook (niet-bekostigde) onderwijsactiviteiten in het buitenland onderneemt en hier ook investeringen op pleegt;

van mening dat, mits juridisch en financieel correct en vooral risicovrij gescheiden, buitenlandse activiteiten niet op voorhand ongewenst zijn;

van mening dat helderheid ontbreekt over de mate waarin bekostigde onderwijsinstellingen, zoals Stenden Hogescholen, financiële risico's nemen die hun verantwoordelijkheden naar studenten en personeel onder druk kunnen zetten;

van mening dat op korte termijn ook duidelijkheid gewenst is over de vraag onder welke voorwaarden aan studenten, die geheel of gedeeltelijk een opleiding buiten Nederlands grondgebied hebben gevolgd, toch een door de WHW erkende graad en getuigschrift kan worden uitgereikt;

stelt vast dat richtlijnen hiertoe nog niet nader en duidelijk zijn uitgewerkt in een eerder aangekondigde Algemene Maatregel van Bestuur;

draagt de regering op om uiterlijk in het najaar van 2011 in gesprek te treden met de Kamer over de wenselijkheid, voorwaarden en risicobeperking van (commerciële) buitenlandse onderwijsactiviteiten door bekostigde hogeronderwijsinstellingen en hierbij ook de genoemde AMvB voor te leggen aan de Kamer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Jadnanansing. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 189 (31288).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er bij Hogeschool Inholland op onrechtmatige, maar ook op onverantwoorde wijze met declaratiemogelijkheden is omgesprongen;

stelt vast dat in deze tijden van harde bezuinigingen onverantwoord gebruik van declaratiemogelijkheden tot publieke verontwaardiging leidt;

van mening dat er zorgvuldig omgesprongen moet worden met publieke middelen en dat het voor bestuurders bij onderwijsinstellingen primair om het onderwijs moet gaan;

stelt vast dat excessen rond declaratiegedrag in de toekomst voorkomen moeten worden en dat de regering hiertoe nadere regels zal opstellen voor de verantwoording en controle op declaraties;

draagt de regering op om bij het opstellen van verdere maatregelen ook het instellen van een declaratieplafond voor onderwijsbestuurders mee te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Jadnanansing. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 190 (31288).

Staatssecretaris Zijlstra:

Voorzitter. De heer Van Dijk doet in zijn eerste motie een aantal constateringen. Daar ligt mijn probleem. In de motie is sprake van verschillende instrumenten. De regering heeft eigenlijk maar één instrument, namelijk het terugvorderen van geld. De indruk dat ik meer mogelijkheden heb, klopt helaas niet. Ik ben het eens met zijn verzoek aan de regering om geen instrument te schuwen om het geld bij de betrokken personen terug te halen. Ook de constatering in de motie dat leden van de raden van toezicht een en ander trachten te beletten klopt niet. Ik heb in het AO gezegd dat ik een paar dingen heb gezien die deze schijn wekken. Hier wordt het geconstateerd als feit. Dat kan ik niet voor mijn rekening nemen. Ik ben het eens met de vraag om alle beschikbare middelen te hanteren om het geld terug te krijgen. Wij zijn daarmee ook bezig. Dat heb ik ook in de brief aan de Kamer geschreven. De constateringen in de motie maken echter dat ik die moet ontraden. Ik zou zeggen: maak de motie korter en dan komen wij nog ergens.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Ik zal mij daarover beraden.

Staatssecretaris Zijlstra:

Dan de tweede motie van de heer Van Dijk, waarin de regering wordt verzocht om grondig onderzoek te doen naar de aanwijzingen dat leden van de raad van toezicht van hogeschool Inholland zich verzetten tegen terugvordering. Er is door de inspectie onderzoek gedaan naar de situatie bij Inholland. Ik heb tijdens het algemeen overleg aangegeven dat het helder is dat de zaken die een groot dagblad heeft gemeld niet aan de orde zijn geweest in de officiële vergaderingen van de raad van toezicht met het huidige college van bestuur van Inholland.

Voor mij is leidend dat Inholland de afspraken nakomt en dat blijkt het geval te zijn. Ik zie ook geen redenen om hiernaar onderzoek te doen, nog los van het feit dat ik hiervoor helemaal geen middelen heb. Het is niet officieel gecommuniceerd. Het dagblad in kwestie zou ons de bewijsmiddelen moeten overhandigen en die kans is nihil. Wij hebben geen andere bron dan de voorpagina van een krant en dat is te weinig om een onderzoek op te funderen.

Het is heel simpel. Ik heb met Inholland afgesproken dat het alle juridische middelen zal aanwenden om de bedragen terug te vorderen bij de individuele bestuurders. Ik zeg de Kamer nogmaals toe dat ik Inholland aan die afspraak zal houden. Men kan niet met een juridisch advies komen dat als een soort schaamlap wordt gebruikt. Het moet een deugdelijk advies zijn, waaruit duidelijk blijkt dat men alles in het werk heeft gesteld. Inholland heeft dat aangegeven en ik heb geen reden om daaraan te twijfelen. Ik ontraad de motie.

In de motie op stuk nr. 186 van de heer Jasper van Dijk wordt een soort zwarte lijst voorgesteld. Als dit in de gehele maatschappij wordt toegepast, wordt iemand na zijn veroordeling levenslang opgesloten. Hij krijgt nooit meer een tweede kans. Dat wil ik niet in het onderwijs introduceren. Als bestuurders worden aangesteld, moet worden gekeken naar hun verleden. Dat is de taak van de benoemingscommissie. Ik ben van mening dat wij niet mensen op voorhand moeten uitsluiten vanwege zaken die eventueel in het verleden zijn gebeurd. Ik ontraad deze motie.

De motie op stuk nr. 187 van de heer Jasper van Dijk gaat over reglementen. Het zijn echter interne reglementen en er is geen enkele basis om ze de Kamer voor te leggen. Als ze zijn opgestuurd, ben ik uiteraard bereid ze ter informatie aan de Kamer voor te leggen. Het zijn echter interne reglementen die door de scholen worden vastgesteld volgens het protocol dat op basis van accountantsvoorschriften wordt gehanteerd. Er is geen enkele juridische noemer om ze aan de Kamer ter behandeling voor te leggen. Als wij alle interne documenten van alle scholen moeten bespreken, vrees ik dat wij het dan wel heel druk krijgen. Ik ontraad deze motie.

De motie op stuk nr. 188 van de heer Beertema ontraad ik eveneens. De Kamer is net begonnen met de behandeling van de Wet normering topinkomens. Wij hebben een kader en heldere richtlijnen over beperking van topsalarissen bij publieke organen. Ik vind het dan ongewenst dat wij in het onderwijs een andere systematiek gaan hanteren. Wij doen al wat de heer Beertema vraagt. Er worden topsalarissen bepaald per sector en binnen die sector vindt een onderverdeling plaats naar bepaalde omstandigheden. Een grote school zal een hoger toptarief hebben dan een kleine school. Daarmee voldoen wij aan de geest van de motie van de heer Beertema. Wij moeten voor het onderwijs niet iets specifieks opstellen. Laten wij aansluiten bij hetgeen in de Wet normering topinkomens door de minister van Binnenlandse Zaken is neergelegd. Ik ontraad deze motie.

De motie op stuk nr. 189 van mevrouw Jadnanansing gaat over Stenden Hogescholen en de publieke en private activiteiten. Het is helder dat het kabinet van mening is dat publieke en private activiteiten moeten worden gescheiden. Er moet een zogenaamde Chinese muur tussen staan en er mag geen kruisbestuiving plaatsvinden. Dat was wel het geval bij Stenden en dat wordt nu gecorrigeerd. Daarover zijn wij het eens. Het uitwerken ervan in een AMvB vergt het nodige werk. Ik heb aangegeven dat het volgend voorjaar naar de Kamer zal komen, dan zullen we daarover de discussie kunnen voeren. Ik zie geen mogelijkheden om dit in het najaar van 2011 te doen, anders had ik dat wel toegezegd. De discussie over de wenselijkheid, voorwaarden en risicobeperking is gevoerd bij de Wet versterking besturing, die twee jaar geleden door de Kamer is vastgesteld. Ik ga ervan uit dat de Kamer nog steeds achter de besluitvorming van destijds staat. Zo niet, dan zullen we daarover ongetwijfeld het nodige uitwisselen bij de bespreking van de AMvB. Maar uit het oogpunt van de consistentie van het beleid en de betrouwbaarheid van de overheid zou je toch willen dat hetgeen de Kamer op voordracht van mijn ambtsvoorganger op dit gebied heeft vastgesteld, nog steeds leidend blijft. Ik ontraad dus ook deze motie.

Het declaratieplafond voor onderwijsbestuurders in de motie-Jadnanansing op stuk nr. 190 ontraad ik ook. Het lijkt een beetje de trend van de week, maar plafonds vind ik geen goed middel. Declaraties zijn namelijk niets verkeerds, het gaat erom dat helder moet zijn waartoe declaraties dienen. Daarom ook hebben wij aangekondigd dat alle declaraties van onderwijsbestuurders moeten worden gepubliceerd; ze moeten transparant worden, zodat iedereen weet waartoe ze hebben gediend. Als een declaratie terecht is, moet je die niet kunnen verbieden omdat een plafond is bereikt. Het gaat om de inhoud van de declaratie en daarom moet de zaak transparant worden. Naar de mening past een plafond daar niet in. Transparantie is het middel, niet het plafond.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Voorzitter. Ik had nog een vraag gesteld, namelijk of de staatssecretaris al een verzoek aan Inholland heeft gestuurd om het geld terug te vorderen op de persoon. Voor volgende week.

Staatssecretaris Zijlstra:

Voor volgende week.

De voorzitter:

Dat was, op de valreep nog, het laatste in het VAO over Inholland.

De beraadslaging wordt gesloten.

De vergadering wordt van 12.00 uur tot 12.30 uur geschorst.

Voorzitter: Bosma

Naar boven