Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-2009nr. 61, pagina 4890-4892

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Ik zie dat de heer Van der Ham al klaarstaat. Dat vind ik erg leuk, maar ik zou toch eerst het woord aan mevrouw Koşer Kaya willen geven. Ik begrijp nu dat u haar vervangt.

De heer Van der Ham (D66):

Ik zal het in ieder geval proberen, voorzitter. Namens het lid Koşer Kaya wil ik vragen om een brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met daarin een reactie op het bericht "iedereen een ontslagvergoeding". Ik wil deze brief graag ontvangen voor het hoofdlijnendebat over een wijziging van het Burgerlijk Wetboek; limiteren van de hoogte van de vergoeding bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Daarnaast verzoek ik om het verslag van het algemeen overleg over de modernisering van de AWBZ op de agenda te plaatsen.

De voorzitter:

Ik stel voor om ten aanzien van het eerste punt het stenogram door te geleiden naar het kabinet. Verder zullen wij het VAO op de agenda plaatsen.

Overeenkomstig het voorstel van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Elias.

De heer Elias (VVD):

Voorzitter. Ik wil vragen om uitstel van de stemmingen over de Dienstenwet (31579). De minister van Economische Zaken heeft een motie ontraden waarin werd verzocht, een toetsmodel in te voeren om te kunnen controleren of de overheid in helder Nederlands met burgers en bedrijven communiceert. De minister van EZ wil dat kennelijk niet. Volgens mijn fractie kan het niet zo. De staatssecretaris van BZK is belast met betere overheidscommunicatie en begrijpelijke taal. Mijn fractie ziet de overheid als een service-instituut. Mensen ergeren zich dood als zij weer eens een brief of een antwoord krijgen vol ingewikkelde taal.

De voorzitter:

Mijnheer Elias, u bent nog niet zo lang Kamerlid, maar dit is een regeling van werkzaamheden. Dat betekent dat u een voorstel moet doen.

De heer Elias (VVD):

Ik wil graag binnen een week een brief ontvangen van de twee bewindslieden over het hanteren van het model van taalkundige Renkema, dat ik ook noem in mijn motie. Dan kan er volgende week over de wet worden gestemd.

De heer Van der Ham (D66):

Voorzitter. Ik vind dat wij gewoon vandaag over de moties, behalve die van de heer Elias, de amendementen en de wet kunnen stemmen. Dan stemmen wij nog niet over de motie-Elias, maar vragen wij een brief. Vervolgens kunnen wij, voor mijn part volgende week, stemmen over de motie-Elias, als wij de brief in handen hebben. Dat lijkt mij veel beter.

De heer Jan Jacob van Dijk (CDA):

Dat verbaast mij. Wij hebben vorige week een derde termijn gehad over dit onderwerp. Toen had de heer Elias dit kunnen meenemen. Daar heeft hij niet voor gekozen. Dat is prima, dat moet hij zelf weten, maar dan vind ik het een beetje flauw om nu alsnog om uitstel van de stemming te vragen.

De voorzitter:

U steunt het verzoek dus niet.

Mijnheer Elias, de heer Van der Ham heeft een plausibel voorstel gedaan, namelijk om de stemming over de motie uit te stellen.

De heer Elias (VVD):

Dat is prima. Wij hebben vandaag een groot boek gekregen over de relatie tussen de politiek en de burger. Dit hoort daarbij. Laten wij dus eens kijken of de staatssecretaris de burger ook serieus neemt. Dan stemmen wij volgende week alleen over die ene motie.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Elias stel ik voor, zijn motie (31579, nr. 10) van de agenda af te voeren.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Kant.

Mevrouw Kant (SP):

Voorzitter. Ik verzoek om heropening van het debat over de mogelijke verlaging van de pensioenen, en dus ook om uitstel van stemmingen over de ingediende moties. De reden is dat er nieuwe informatie is die leidt tot nieuwe inzichten, namelijk de reactie van de vakbond FNV, dat het besluit van de Kamer dat vandaag genomen zou worden, een sta-in-de-weg is voor een sociaal akkoord, en de reactie van de pensioenbond van de metaalsector, die de noodklok luidt als de regeling doorgaat zoals die er nu ligt. De heropening heeft wel spoed, omdat de minister van SZW gemeend heeft de regeling al te moeten laten ingaan voordat de Kamer zich erover uitspreekt.

De heer Omtzigt (CDA):

Zoals mevrouw Kant memoreert, is de regeling geaccordeerd door een Kamermeerderheid. Die heeft ook in de spreektekst duidelijk gemaakt dat ze de regeling steunt. Daarmee is de conclusie bereikt van het spoeddebat. De CDA-fractie heeft geen behoefte aan heropening van dit spoeddebat.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Voor de Partij voor de Vrijheid was het spoeddebat ook zeer onbevredigend. De ouderen betalen nu de rekening van de crisis.

De voorzitter:

Nee, u gaat nu naar de inhoud.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Wij zijn het daarom helemaal eens met een heropening.

De heer Tichelaar (PvdA):

Ik sluit mij aan bij de opmerking van de heer Omtzigt van de CDA-fractie.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Ik sluit mij aan bij de woorden van de heer Tichelaar.

De heer Blok (VVD):

Ik heb het verzoek om een spoeddebat gesteund, maar een heropening vind ik niet nodig.

De voorzitter:

Mevrouw Kant, u weet dat u voor een heropening een Kamermeerderheid nodig hebt. Die hebt u niet.

Mevrouw Kant (SP):

Het is toch wel een novum dat de CDA-fractie hier een nieuwe vorm van democratie uitvindt, namelijk dat spreekteksten besluiten zijn van de Kamer. Dat is voor mij nieuw. Misschien voor u ook, voorzitter. Ik dacht dat stemmingen besluiten waren van de Kamer, en wij moeten vandaag nog stemmen over de tijdens dat debat ingediende moties.

De voorzitter:

Dat punt hebt u gemaakt.

Mevrouw Kant (SP):

Een van de moties verzoekt om niet-invoering van de regeling. De minister van SZW heeft gemeend ...

De voorzitter:

Mevrouw Kant, u gaat echt te veel naar de inhoud nu.

Mevrouw Kant (SP):

... om die regeling wel te moeten invoeren. Ik heb twee argumenten aangevoerd waarom ik denk dat heropening van het debat nodig is, namelijk de reacties ...

De voorzitter:

Mevrouw Kant, u moet nu echt stoppen.

Mevrouw Kant (SP):

... van de vakbond en van de metaalbond. Ik wil ook tijdens dat debat een nieuwe motie indienen om de minister tot iets anders te bewegen, gelet op de nieuwe inzichten.

De voorzitter:

Dank u wel. De conclusie hadden wij al getrokken. U had geen meerderheid voor een heropening.

Mevrouw Kant (SP):

Dat is heel vervelend, omdat er nieuwe ontwikkelingen zijn. In dat geval moet ik nu, en ik vind het heel vervelend om het zo te moeten doen, om een spoeddebat vragen over de nieuwe ontwikkelingen rondom de mogelijke verlaging van de pensioenen.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ook dat verzoek steunen wij.

De voorzitter:

Dan heeft mevrouw Kant voldoende steun voor een spoeddebat.

Mevrouw Kant (SP):

Wij kunnen wel gewoon stemmen over de moties. Mochten de moties aangenomen worden, dan kan het spoeddebat vervallen, want dan wordt de minister opgeroepen om de regeling alsnog in te trekken. Daar gaan wij echter niet van uit, gelet op de reacties van de andere fracties.

De voorzitter:

Ik zal het spoeddebat plannen met een spreektijd van drie minuten per fractie.

Het woord is aan de heer Van Haersma Buma.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Voorzitter. Er is vanochtend nog door de staatssecretaris van Justitie een brief naar de Kamer gezonden ter voorbereiding van het debat van vanmiddag ...

De voorzitter:

Het zijn uw eigen fractiegenoten die u met gepraat onderbreken.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ja, en de secretaris gaat over de orde. Dat is nog het ergste!

De voorzitter:

Ik doe het even namens u. Wilt u allen een beetje rustig doen?

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Je bent nog niet weg of achter je rug beginnen ze!

Maar ik wilde het volgende vragen. Er is vanochtend door de staatssecretaris een brief gestuurd met het oog op de interpellatie die voor vanmiddag door de heer Rutte is aangevraagd. Mijn vraag is of de staatssecretaris bij die interpellatie aanwezig kan zijn.

De voorzitter:

Ik hoor hier dat de staatssecretaris voor dit debat is uitgenodigd.

Het woord is aan de heer Omtzigt.

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. Op 27 februari hebben collega De Pater-van der Meer en ik aan de ministers van Binnenlandse Zaken en van Financiën vragen gesteld over cross border leasing door overheidsbedrijven en overheden. De vragen betroffen dus ook de energiebedrijven. De nummer twee is expliciet genoemd. Met het oog op het spoeddebat over Essent en Nuon willen wij graag alle vragen voor 12.00 uur beantwoord hebben en anders in ieder geval die vragen die betrekking hebben op de energiebedrijven.

De voorzitter:

Wij zullen het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan de heer Zijlstra.

De heer Zijlstra (VVD):

Voorzitter. Naar aanleiding van het mondelinge vragenuur wil de VVD mede namens het CDA en de PvdA een spoeddebat aanvragen over de zout- en gaswinning in Noordwest-Friesland. Aan ruim een minuut spreektijd hebben wij genoeg.

De voorzitter:

U hebt voor het houden van dit spoeddebat de steun van de meerderheid van de Kamer. Ik zal het debat plannen voor een nader te bepalen tijdstip. Ik kan nu niet overzien hoe de agenda er gaat uitzien.

De heer Zijlstra (VVD):

Het debat heeft wel enige spoed. Wij willen graag de minister van Economische Zaken verzoeken om in ieder geval niet tot vergunningverlening over te gaan totdat dit debat heeft plaatsgevonden.

De voorzitter:

Wij zullen het stenogram doorgeleiden naar het kabinet. Ik heb voor het debat dus één minuut spreektijd per fractie genoteerd. Daar ga ik u ook aan houden.

Hiermee zijn wij gekomen aan het eind van de regeling van werkzaamheden. Ik zie dat de heer Van Bommel nog iets wil vragen.

De heer Van Bommel (SP):

Voorzitter. Ik verkeerde in de veronderstelling dat mijn verzoek was aangemeld voor de regeling.

De voorzitter:

Niet bij mij, maar zegt u het maar.

De heer Van Bommel (SP):

Ik wil het kabinet vragen om een brief over de instemming die de minister van Buitenlandse Zaken, de heer Verhagen, heeft gegeven naar aanleiding van het verzoek van zijn Amerikaanse ambtgenoot om in Nederland een conferentie te organiseren over de toekomst van Afghanistan.

De voorzitter:

Brieven worden in de commissies gevraagd. Daarom stond uw verzoek waarschijnlijk niet op de lijst.

Dan kunnen wij nu gaan stemmen. Ik vind het fijn dat de staatssecretaris van Defensie hierbij aanwezig is.