Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Ik stel voor, hedenmiddag ook te stemmen over de brief van het Presidium over de evaluatie van de regeling van het burgerinitiatief (30140, nr. 14).

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Op verzoek van de fractie van GroenLinks benoem ik in de vaste commissie voor Defensie het lid Vendrik tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Halsema.

Het woord is aan de heer Remkes.

De heer Remkes (VVD):

Mevrouw de voorzitter. Vorige week werden wij verblijd met het bericht dat de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties overeenstemming heeft bereikt met de Nederlandse Antillen en dat er 1,5 mld. kan worden overgemaakt. Ook is er overeenstemming bereikt over het financieel toezicht en over de politieorganisatie. Die afspraken zullen worden bezegeld op 15 december onder voorzitterschap van de minister-president. Als dat gebeurt, dan heeft de Tweede Kamer dus over die onderwerpen het nakijken. Bij de begrotingsbehandeling in deze Kamer werd echter brede twijfel uitgesproken over de positie van Sint-Maarten. Ook had de staatssecretaris ons een toezegging gedaan om in november nog een rapport met bevindingen over corruptie toe te zenden.

De voorzitter:

Wat is uw voorstel, mijnheer Remkes?

De heer Remkes (VVD):

Mede namens de heer Van Raak van de SP-fractie doe ik het voorstel om uiterlijk volgende week in deze Kamer hierover een debat te voeren in aanwezigheid van de minister-president en de staatssecretaris.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

Ik vind het ook belangrijk om hierover te spreken, maar volgens mij hebben wij volgende week een algemeen overleg waarin wij uitstekend over dit onderwerp kunnen spreken op basis van de informatie die wij dan van het kabinet hebben gekregen.

De heer Van Bochove (CDA):

Ik sluit mij bij de opmerkingen van mevrouw Van Gent aan. Dat overleg was al afgesproken. Als de heer Remkes de minister-president voor dat algemeen overleg wil uitnodigen, dan zal ik mij daar niet tegen verzetten. Misschien kan de heer Remkes echter wat nadrukkelijker motiveren waarom dat laatste eigenlijk nodig is.

De heer Leerdam (PvdA):

Ik heb er helemaal niets op tegen om dit onderwerp op de agenda te zetten, maar ik stel voor om de minister-president te laten aanschuiven bij het algemeen overleg dat voor volgende week gepland staat. Dan kunnen wij gezamenlijk met de staatssecretaris inhoudelijk goed onderbouwd over dit punt discussiëren.

De heer Brinkman (PVV):

Wij moeten geen cent naar die corrupte eilanden overmaken. Laat dat duidelijk zijn.

Waarom heeft de heer Remkes eigenlijk niet vorige week tijdens de procedurevergadering kenbaar gemaakt dat hij hier een debat over wil voeren? Dit nieuws was bekend. Wij wisten allemaal dat de staatssecretaris naar de eilanden zou gaan en welke cadeautjes zij zou meenemen. Dus dit kan geen nieuws zijn.

De voorzitter:

Houdt u het kort, mijnheer Brinkman.

De heer Brinkman (PVV):

Dat wilde ik even verduidelijken, voorzitter. U heeft net ook heel veel tijd gegeven aan de heer Remkes.

Waarom heeft de heer Remkes deze wens vorige week niet kenbaar gemaakt? Ik heb mij helemaal voorbereid op een algemeen overleg volgende week en zo wil ik het graag houden.

De heer Remkes (VVD):

Mevrouw de voorzitter. Ik begin met het laatste. Vorige week was dit bericht nog niet bekend. Dat bereikte ons vorige week donderdag en toen was ik niet in de gelegenheid om dat verzoek te doen. Ik wil het debat hier voeren, gelet op het belang van het onderwerp. Het gaat om grote bedragen en om een belangrijk onderwerp van rechtshandhaving.

De voorzitter:

Mijnheer Remkes, ik vind het boeiend, maar het duurt mij echt te lang. U moet het korter houden. Volgens mij kunt u allang een conclusie trekken. U kunt later ook nog met de heer Brinkman praten. Ik wil dat u nu een conclusie trekt. Volgens mij heeft u geen steun voor een debat.

De heer Remkes (VVD):

Nu kan ik twee dingen doen. Ik kan mijn verzoek omzetten in een verzoek om een spoeddebat...

De voorzitter:

Maar zo bent u niet.

De heer Remkes (VVD):

...maar dat lijkt mij niet goed. Als wij met elkaar kunnen afspreken dat de minister-president wordt uitgenodigd in een wat uitgebreider AO, dan zou ik mij daarin schikken.

De voorzitter:

Dat lijkt mij een goed besluit. Aldus besloten.

Het woord is aan de heer Aptroot.

De heer Aptroot (VVD):

Voorzitter. Mijn verzoek is om het verslag van het algemeen overleg over innovatie op de plenaire agenda te plaatsen.

De voorzitter:

Ik stel voor, dit VAO toe te voegen aan de agenda van volgende week.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Agema.

Mevrouw Agema (PVV):

Voorzitter. Wat de IJsselmeerziekenhuizen betreft, kan de vlag uit in de gemeente Lelystad. Dat is mooi, maar de problemen met de ziekenhuiszorg in Emmeloord zijn nog niet opgelost en de gemeente Noordoostpolder weigert om geld te steken in de ziekenhuizen. Ook is nog steeds onduidelijk wat het sluiten van de operatiekamers tot nu toe heeft gekost en wat daarbij de rol is geweest van de inspectie. Daarom wil ik een spoeddebat aanvragen met de minister van VWS.

Mevrouw Griffith (VVD):

Wij hebben in de Kamer verschillende spoeddebatten gehad over de IJsselmeerziekenhuizen. De VVD-fractie zou het op prijs stellen om na het reces, grondig en in alle rust, een gewoon debat te voeren.

Mevrouw Kant (SP):

Volgens mij is er ook een VAO gepland, maar ik heb eerst behoefte aan meer informatie. Ik weet nog niet exact welke deal is gemaakt, wat de plannen zijn en wat er precies gaat gebeuren met de ziekenhuizen. Ik steun het verzoek om hierover nog voor het reces een debat te hebben, maar ik wil ook met spoed informatie van de minister aan de Kamer, zodat wij dan kunnen bekijken in welke vorm wij dat debat gaan houden.

De heer Van der Veen (PvdA):

Ook wij hebben geen behoefte aan een spoeddebat. Ik sluit mij aan bij mevrouw Griffith: ook wij hebben behoefte aan een fundamenteel debat na het reces.

Mevrouw Smilde (CDA):

Daar sluit ik mij bij aan. Wij hebben vorige week een brief gehad van de minister. Wij hebben morgen een procedurevergadering en volgens mij kunnen wij dan heel goed bespreken hoe wij verdergaan.

Mevrouw Sap (GroenLinks):

Ook wij hebben geen behoefte aan een spoeddebat, maar wel aan nadere informatie. Wat mij betreft, spreken wij er nog voor het reces over.

De heer Van der Vlies (SGP):

Dat geldt ook voor de SGP-fractie.

Mevrouw Agema (PVV):

De brief van vorige week is door de actualiteit ingehaald. Er zal in ieder geval een nieuwe brief moeten komen met de stand van zaken met het oog op wellicht nog een debat voor het reces.

Mevrouw Kant (SP):

Ik hoor een aantal fracties vragen om een debat na het reces. Als zij in de procedurevergadering het verzoek tegenhouden om dat voor het reces te doen, staan wij hier van de week weer. Ik wil dus graag de toezegging dat dit debat voor het reces plaatsvindt, zodat wij de plenaire agenda niet hoeven te belasten.

De voorzitter:

Ik heb nog geen meerderheid voor een debat. Omwille van de tijd stel ik voor dat u de brief afwacht en dan terugkomt om eventueel een debat af te spreken. Ik heb u goed gehoord.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het stenogram wordt doorgeleid naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Sap.

Mevrouw Sap (GroenLinks):

Voorzitter. Wij verzoeken om het debat over de kredietcrisis met een week uit te stellen, omdat de cijfers van het Centraal Planbureau pas aanstaande maandag 8 december bekend zullen zijn, dus om dat debat volgende week te houden.

Mevrouw Kant (SP):

Uitstel is op zichzelf prima, als er dan ook informatie van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is over de werktijdverkorting. Ik heb begrepen dat is toegezegd dat deze donderdag komt, maar wij moeten voor het debat informatie hebben over de stand van zaken. Ik heb ook een verzoek over de spreektijd. Ik begreep dat het weer een debat wordt met spreektijden van vijf minuten. Willen wij echt eens wat langer stilstaan bij de oorzaken en de gevolgen van de kredietcrisis, dan vind ik dat toch wat mager.

De heer Rutte (VVD):

Ik steun het verzoek om uitstel en het verzoek van mevrouw Kant om wat ruimere spreektijden, zodat wij iets fundamenteler over deze zaak kunnen spreken.

De heer Pechtold (D66):

Steun aan beide plannen.

De heer Wilders (PVV):

Ook steun voor het verzoek om uitstel, want wij hebben deze informatie hard nodig voor het debat. Vijf minuten spreektijd is wat ons betreft meer dan genoeg.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Ik steun het voorstel van mevrouw Sap.

Mevrouw Verdonk (Verdonk):

Ik steun het voorstel van de heer Rutte, met dien verstande dat ik het wel eens ben met de spreektijden. Vijf minuten lijken mij voldoende, als de ministers heel concreet antwoorden.

De voorzitter:

Maar daar let u op.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Steun voor het voorstel van mevrouw Sap.

De heer Tang (PvdA):

De PvdA-fractie geeft ook steun aan het voorstel van mevrouw Sap.

De voorzitter:

Mevrouw Sap, wij gaan het volgens mij zo doen. Aldus besloten.

Mevrouw Kant (SP):

Ik had nog het verzoek gedaan over de spreektijden. Er wordt nogal vaak kritiek geuit op het feit dat fractievoorzitters te weinig uitvoerig analytisch debatteren met de minister-president. Nu komt er weer een debat over zoiets belangrijks als de kredietcrisis, de oorzaken en de maatregelen van het kabinet en vervolgens moeten wij het weer met vijf minuten doen!

De voorzitter:

Ik ga kijken wat ik voor u kan doen.

Mevrouw Kant (SP):

Maar u had er nog niet op geantwoord!

De voorzitter:

Nee, maar u had zo veel steun en u weet dat ik daar goed naar luister.

Mevrouw Sap (GroenLinks):

Ik wil het verzoek om de spreektijd uit te breiden nog even van harte steunen.

De voorzitter:

Nogmaals, ik luister heel goed.

Het woord is aan mevrouw Snijder-Hazelhoff.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD):

Voorzitter. Ik zou graag het verslag van het algemeen overleg over de eerste voortgangsrapportage van het groot project ecologische hoofdstructuur op de plenaire agenda gezet zien, graag nog deze week. Het mag donderdag, want dan is de minister al hier.

De voorzitter:

Als het mogelijk is, zullen wij het toevoegen aan de agenda van deze week. Ik zal daar in ieder geval mijn best voor doen.

Het woord is aan de heer Voordewind.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik zou graag het verslag van het algemeen overleg over de Razeb op de plenaire agenda plaatsen, het liefst aansluitend op dat AO op donderdagmiddag.

De voorzitter:

Ik begreep dat dit ook stemmingen inhoudt?

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Ja!

De voorzitter:

Dat is voor de leden zo ongeveer de meest relevante informatie die ze nu kunnen krijgen.

Wij zullen het VAO toevoegen aan de agenda van donderdag. Natuurlijk onder voorbehoud, maar ik hoop dat dit al duidelijk was.

Het woord is aan mevrouw Kant.

Mevrouw Kant (SP):

Voorzitter. In 1996, al zo lang terug, onder het paarse kabinet is de Algemene nabestaandenwet enorm uitgekleed. Dit kabinet vindt het nodig om deze belangrijke voorziening de laatste doodssteek te geven. Gisteren deed staatssecretaris Aboutaleb de uitspraak dat hij de duur van de uitkering aan nabestaanden wil beperken tot twee jaar. Wij vinden dat zodanig onacceptabel dat ik de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hierover zou willen interpelleren.

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. Wij hebben alleen iets gehoord van de heer Aboutaleb via een persbericht, maar er is geen enkele brief van het kabinet daarover naar de Kamer gestuurd. Het is dus gewoon een proefballonnetje van een staatssecretaris die over drie weken weg is. De CDA-fractie heeft er behoefte aan dat er een gedegen brief van het kabinet komt met daarin aangegeven of en, zo ja, wat het van plan is met de Algemene nabestaandenwet. Wij kunnen alsdan beslissen of wij een interpellatiedebat of een ander debat gaan houden. Wij wilden dit bij de procedurevergadering voorstellen, maar doen het nu maar omdat mevrouw Kant dit interpellatiedebat vraagt.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Voorzitter. Wij hebben een beetje genoeg van al die proefballonnetjes en steunen het verzoek van mevrouw Kant dan ook van ganser harte.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

Voorzitter. Ook wij vonden het echt een te ruig voorstel van de staatssecretaris, maar de heer Omtzigt heeft wel een punt. Ook ik zou graag eerst een kabinetsreactie krijgen. Misschien is het echt een luchtballon van een vertrekkend staatssecretaris en dan zouden wij ons daar niet zo druk om moeten maken. Dat moeten wij pas doen als het een kabinetsstandpunt is.

De heer Blok (VVD):

De VVD steunt het verzoek van de SP, want de nabestaandenwet is inderdaad een belangrijke wet. Het is mooi als er dan een brief ter verduidelijking is, maar de uitspraak is gedaan en dus moet het debat voor opheldering zorgen.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Voorzitter. Ik neem aan dat staatssecretaris Aboutaleb het proefballonnetje in het kabinet heeft besproken. Dus eerst een brief naar de Kamer. Voor het overige uiteraard steun voor het verzoek van mevrouw Kant.

De heer Van der Vlies (SGP):

Mevrouw de voorzitter. Het is wel een staatssecretaris die dit ballonnetje heeft opgelaten. Je moet dus aannemen dat het een kabinetslijn is die hij heeft uitgedragen. Daarom is het een uiterst relevant thema. Ik heb evenwel begrip voor degenen die eerst om informatie vragen, want een krantenbericht of een persbericht is niet voldoende om een goed debat hierover te voeren. Ik ben dus voor een debat hierover.

De voorzitter:

Mevrouw Kant...

Mevrouw Kant (SP):

Mag ik misschien eerst even reageren op de gestelde vragen?

De voorzitter:

Mevrouw Kant, u hebt steun voor een interpellatie, dus die discussie hoeven wij verder niet te voeren. Er zijn ook leden die om een brief vragen, wat ik mij goed kan voorstellen. Er is echter alleen deze week tijd voor een debat. Dat komt doordat het debat over de kredietcrisis van de agenda van deze week af is. Deze interpellatie moeten wij dus echt donderdag houden. Laten wij proberen om de staatssecretaris voor die tijd met een kabinetsreactie te laten komen.

Mevrouw Kant (SP):

Wat de staatssecretaris van plan is, stond gistermiddag al op de website van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hij komt met een wetsvoorstel op dit punt. Daar is geen woord Spaans bij! Degenen die graag informatie van het kabinet willen, kunnen dat lezen. Dan kunnen wij donderdag gewoon de interpellatie houden.

De voorzitter:

Het stenogram van dit gedeelte van de vergadering zal worden doorgeleid naar het kabinet. Wij houden donderdag de interpellatie.

Het woord is aan mevrouw Langkamp.

Mevrouw Langkamp (SP):

Voorzitter. De SP-fractie wil graag een interpellatiedebat aanvragen met de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het feit dat de gespecialiseerde verpleegkundige kinderdagverblijven in ons land zich op dit moment genoodzaakt zien, om financiële redenen hun deuren te sluiten. Ondanks de toezegging van de staatssecretaris dat er een oplossing zou komen, is gisteren bij het eerste kinderdagverblijf, KIDDION in Den Haag, definitief het doek gevallen. Dit is schandalig. Er moet alsnog snel een oplossing komen voor alle gespecialiseerde verpleegkundige kinderdagverblijven in Nederland. Vandaar dit interpellatieverzoek.

Mevrouw Agema (PVV):

Wij steunen dit verzoek om een interpellatie. Als wij verpleegkundige kinderdagverblijven in ons land niet meer kunnen openhouden, dan is het einde toch echt zoek.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD):

Een aantal weken geleden is er namens de medische kinderdagverblijven een petitie aangeboden aan de Tweede Kamer. De commissie heeft toen op mijn initiatief een brief met een reactie van het kabinet gevraagd. Ik steun het verzoek om een debat, maar ik wil ook dat die brief waar wij een paar weken geleden al om hebben gevraagd, donderdag voor 12.00 uur bij de Kamer is. Op basis daarvan kunnen wij besluiten wat voor type debat het moet worden.

De voorzitter:

Het woord is aan de voorzitter van de commissie, mevrouw Smeets.

Mevrouw Smeets (PvdA):

Als voorzitter van de commissie VWS wijs ik mevrouw Langkamp erop dat wij – zij was daar niet bij, maar een SP-collega wel – op 11 november een petitie in ontvangst hebben genomen en de minister om een reactie hebben gevraagd. Ik ga ervan uit dat de commissie dat antwoord binnen afzienbare tijd ontvangt. De commissie heeft dus al alles in gang gezet.

Mevrouw Kraneveldt-van der Veen (PvdA):

Ik weet niet of het helpt, maar komende donderdag is er een algemeen overleg over kinderopvang. Wellicht kan het daarin worden meegenomen, dat spaart weer tijd.

De voorzitter:

Mevrouw Langkamp, ik ga het samenvatten. U hebt steun voor een interpellatie. De agenda van deze week biedt daarvoor ruimte, die van volgende week niet. Ik stel daarom voor, de interpellatie deze week te houden en de staatssecretaris in overweging te geven om de Kamer voor het debat de gevraagde brief te sturen.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD):

Eerlijk gezegd, kan ik niet leven met dat voorstel. Er is verzocht om een interpellatiedebat, maar er ligt al wekenlang een verzoek van de commissie om te reageren op deze problematiek. Wellicht heeft de VVD-fractie naar aanleiding van die brief niet zozeer behoefte aan een interpellatie maar aan een gewoon debat of een spoeddebat, als daarvoor meer steun is. Ik begrijp de agendaproblemen, maar ik vraag u om gewoon vast te houden aan de procedure zoals u die normaal voorstelt: laten wij eerst een brief vragen en dan bekijken hoe wij het verder afhandelen.

De voorzitter:

Ik volg de procedure door te tellen. Mevrouw Langkamp heeft de steun van 30 leden.

Mevrouw Langkamp (SP):

Mevrouw Van Miltenburg heeft terecht aandacht gevraagd voor dit onderwerp. Er heeft zich inmiddels echter een nieuw feit voorgedaan: KIDDION heeft gisteren aangekondigd per 1 januari definitief dicht te gaan. Daarover moet snel worden gedebatteerd. Ik stel voor dat morgen voor 12.00 uur de brief er ligt waar eerder om is gevraagd, met daarbij een reactie op dit nieuw ontstane feit. Dan kunnen wij morgen bij de regeling definitief besluiten in welke vorm wij het debat gaan voeren.

De voorzitter:

Dank u zeer. Dankzij de reactie van mevrouw Langkamp is iedereen gelukkig. Aldus besloten. Het stenogram van dit gedeelte van de vergadering zullen wij doorgeleiden naar het kabinet.

Hiermee zijn wij gekomen aan het einde van de regeling van werkzaamheden. Ik heb nog wel twee mededelingen te doen. Ik heb zojuist vernomen dat mevrouw Ouwehand ziek is. Daarom zal zij deze week niet aanwezig zijn.

Verder heb ik een heugelijke mededeling: het initiatiefwetsvoorstel van mevrouw Halsema inzake een constitutioneel hof is zojuist door de Eerste Kamer aangenomen met 37 stemmen voor en 36 stemmen tegen.

(applaus)

De voorzitter:

Wij gaan stemmen. Ik ga ervan uit dat u allen de presentielijst hebt getekend. Op dinsdag gebeurt dat meestal wel.

Naar boven