Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-2008nr. 76, pagina 5296-5298

Vragen van het lid Blok aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht dat de leeftijd voor keuring voor de Wajong verschoven zal worden naar 27 jaar.

De heer Blok (VVD):

Voorzitter. De VVD zou de minister graag prijzen omdat hij met concrete voorstellen komt over belangrijke onderwerpen. Het leek daar ook even op toen ik vorige week de krant las, want daarin stond dat de minister een aantal uitspraken had gedaan over de Wajong, de regeling waarmee jonge gehandicapten als het ongewijzigd doorgaat met honderdduizenden tegelijk langdurig langs de kant geparkeerd zullen worden. Helaas kan ik de minister nog niet prijzen, want het enige wat ik gezien heb, zijn krantenberichten over een congres in Groningen. Daar heeft de minister naar verluidt twee dingen gezegd. Ten eerste zou hij gezegd hebben dat hij de keuringsleeftijd op wil schuiven van 18 naar 27 jaar en ten tweede dat hij een toename verwacht tot maar liefst 500.000 mensen. Het is eigenlijk onacceptabel dat de Kamer dit in een klein krantenberichtje moet lezen, want de Kamer en de VVD-fractie vragen de minister al maanden om concrete plannen voor dit belangrijke onderwerp.

Als de minister op een congres in Groningen concrete dingen kan zeggen, waar blijft dan zijn plan? Waarom presenteert hij dat niet in de Kamer in plaats van op een congres? Als het plan van de minister inderdaad neerkomt op het opschuiven van de keuringsleeftijd naar 27 jaar, behalve voor diegenen van wie op 18-jarige leeftijd vastgesteld moet worden dat er sprake is van duurzame en volledige arbeidsongeschiktheid, waarin wijkt dit plan dan af van het voorstel dat ik in november namens de VVD-fractie heb ingediend? De minister vond dat toen overigens nog geen verstandig voorstel.

Tijdens het overleg in november sprak de minister nog over een verwachte toename tot 375.000 mensen in de Wajong. Dat is al erg genoeg, maar vorige week sprak hij zelfs over 500.000 mensen. Klopt dat getal en vanwaar die verschrikkelijke toename? Uit eerdere krantenberichten blijkt dat de minister extra geld heeft gevraagd voor de komende begroting vanwege de tegenvallers bij de Wajong. Kloppen deze berichten en, zo ja, hoe verhoudt zich dat dan tot de nog door hem te nemen maatregelen?

Minister Donner:

Voorzitter. Het is waar dat ik vorige week in Groningen heb gesproken over de toename van het aantal personen dat gebruikmaakt van de Wajong-regeling. Ik heb daar inderdaad gesproken over de notitie die ik voorbereid. Zoals bekend is per motie gevraagd om deze notitie op 1 mei naar de Kamer te sturen. Ik probeer, zoals ik steeds heb aangegeven, om die datum zo goed mogelijk in acht te nemen. Ter voorbereiding van deze notitie leg ik een groot aantal werkbezoeken af en neem ik deel aan symposia en conferenties. Daar breng ik elementen van het onderwerp in publiek debat, waaronder de gedachte dat wij niet op 18-jarige leeftijd een definitief oordeel moeten vellen en dat dit moment naar achteren moeten schuiven.

De heer Blok vraagt mij waarom ik de zaken die ik op een congres naar buiten heb gebracht, niet eerst in de Kamer heb gemeld. Ik wijs hem erop dat ik deze elementen respectievelijk september en december vorig jaar aan de Kamer heb gemeld. In september heb ik geschreven dat een oplossing zal moeten bestaan uit het naar achteren schuiven van de keuring. Verder staat de leeftijd van 27 jaar in de brief van 6 december 2007. Deze elementen zijn dus al aan de orde gekomen. Ik heb ze in Groningen slechts herhaald.

Het zal de heer Blok vreugde doen dat ik in Groningen heb voortgeborduurd op zijn suggestie om op 18-jarige leeftijd een onderscheid te maken tussen mensen die duurzaam geen perspectief hebben en mensen die wel perspectief hebben. Ik heb dat gedaan, omdat dit één van de elementen is op basis waarvan ik een oplossing probeer te vinden voor de groei.

Het is juist dat wij in een eerder overleg hebben gesproken over 350.000 mensen tegen 2040. Vanwege de instroom vorig jaar zijn de ramingen bijgesteld. Overigens is de Kamer dat eerder meegedeeld in antwoord op vragen van de heer Van Hijum. In die beantwoording sprak ik over 450.000 mensen in 2050. Als je de instroom van vorig jaar, 15.000, neemt en daarbij uitgaat van instroom op 18-jarige leeftijd en uitstroom op 65-jarige leeftijd, komen wij bij gelijkblijvende uitstroom zelfs boven de 700.000 uit. Bij alles speculeren wij dus ook over de verwachte uitstroom. Dat wij hieraan iets moeten doen, ben ik met de heer Blok eens.

De voorstellen hoop ik, conform de toezeggingen, in de loop van mei bij de Kamer te kunnen brengen. Maar inmiddels is de zaak wel voorwerp van publiek debat, waarbij ik inderdaad de urgentie probeer te onderstrepen dat wij maatregelen treffen.

De heer Blok (VVD):

Wij zijn het met elkaar eens dat er sprake is van urgentie, maar de minister handelt niet juist door steeds losse uitspraken te doen. Als hij echt vindt dat er sprake is van urgentie, dan moet hij snel met concrete maatregelen komen. Dat speculeren wordt natuurlijk alleen maar gevoed wanneer er steeds weer losse stukjes naar buiten komen. Een vraag die zich nu meteen al voordoet is wat er gebeurt tussen de leeftijd van 18 en 27 jaar. Is er dan geen uitkering? Is er een gedeeltelijke uitkering? Daartoe heb ik zelf een voorstel gedaan. Maar als de minister zo'n half voorstel naar buiten brengt, dan zijn er natuurlijk honderdduizenden mensen in Nederland heel erg ongerust, terecht of onterecht, omdat de minister dit naar buiten brengt. Dus mijn verzoek aan de minister blijft om na A, ook B te zeggen en op zeer korte termijn met een concreet voorstel te komen om een einde te maken aan de onzekerheid bij die honderdduizenden mensen.

Minister Donner:

Zoals ik heb aangegeven, gaat het niet om losse stukjes, maar om elementen die ook al aan de Kamer waren gemeld. U wees er zelf al op dat daarover in de Kamer is gediscussieerd. Ik heb steeds aangegeven dat het al een grote inspanning vergt om die notitie rond de gewenste datum naar de Kamer te sturen, juist vanwege alle aspecten die daaraan kleven. Ik hoop dan inderdaad de Kamer een uitgebreid voorstel te kunnen doen om dit aan te pakken. Ik ben mij er echter niet van bewust dat ik nu andere elementen in de discussie breng, dan waarover al eerder in debatten in de Kamer van gedachten is gewisseld.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

Er gaat natuurlijk niets boven Groningen, maar het is natuurlijk ook wel zo dat deze minister een soort broedende kip is als het gaat om de Wajong. Wat mij betreft worden de mensen die gebruik maken van de Wajong-regeling niet te jong afgeschreven. Deze groep moet ook scholing kunnen krijgen, werk kunnen krijgen en een fatsoenlijk inkomen op grond van aanwezige capaciteiten. De minister legt in mei zijn ei, zou je kunnen zeggen, en ik ga ervan uit dat de minister dan met deze elementen aan mensen in de Wajong-regeling een toekomst gaat bieden. Wij moeten wel een beetje oppassen met losse flodders, want mensen moeten het nog wel kunnen volgen. Ik hoop dat u met een sociaal goed onderbouwd voorstel komt. Daar zou ik graag een reactie op willen.

Minister Donner:

Het is niet alleen in Groningen dat ik hierover heb gesproken; een week eerder heb ik dezelfde elementen ook in Dordrecht gesproken en de week daarvoor in Utrecht. Ik probeer inderdaad zoveel mogelijk door discussie boven tafel te krijgen welke oplossingen mogelijk zouden zijn. Bij de betrokkenen beluister ik met name de wens om niet op achttienjarige leeftijd al in een situatie te worden gebracht waarin men met een uitkering terzijde van het maatschappelijk proces wordt gezet, maar vooral de mogelijkheid te krijgen om te worden ingeschakeld in het arbeidsproces. Alle elementen die daarvoor dienstig zijn, zullen een plaats vinden in de notitie die ik aan de Kamer zal doen toekomen en in de voorstellen die ik parallel daaraan probeer uit te werken.

De heer Ulenbelt (SP):

De minister herhaalt permanent het uitstel van de keuringsdatum. Iedere keer weer worden heel veel mensen daardoor ongerust, met name ouders van jonggehandicapten. Zij denken dat u bezig bent met een operatie à la de afbraak van de WAO indertijd. Ik heb nu een vraag aan minister, met het antwoord waarop hij heel veel mensen gerust kan stellen: kunnen jonggehandicapten, wanneer zij geen opleiding volgen of werk kunnen vinden, blijven rekenen op een uitkering? Kunt u de onrust op dat punt bij de mensen wegnemen?

Minister Donner:

Ik probeer steeds duidelijk te maken dat het mij gaat om de instroom van mensen die nu nog niet in de Wajong zitten. De geruststelling is, dat de situatie van mensen die nu in de Wajong zitten, niet verandert. Ook als men pas op 27-jarige leeftijd wordt gekeurd, gaat het om jongeren van wie moet worden vastgesteld dat zij niet op eigen kracht een baan zullen kunnen vinden, maar daarbij geholpen moeten worden. Aan de ene kant houdt dit in dat wij primair de ondersteuning moeten richten op het krijgen van de baan, maar aan de andere kant houdt het zonder meer ook in dat, als die baan onvoldoende inkomen oplevert, een inkomensvoorziening nog steeds nodig zal zijn.