Tweede Kamer der Staten-Generaal

36 360 IV Jaarverslag en slotwet Koninkrijksrelaties en het BES-fonds 2022

Nr. 1 JAARVERSLAG KONINKRIJKSRELATIES EN HET BES-FONDS

Ontvangen 17 mei 2023

Vergaderjaar 2022–2023

GEREALISEERDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Koninkrijksrelaties

Figuur 1 Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal €.374.961.000,-

Figuur 2 Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 104.028.000,-

BES-fonds

Figuur 3 Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 67.092.000,-

Figuur 4 Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 67.092.000,-

A. ALGEMEEN

1 1. Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening

AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik het jaarverslag met betrekking tot de begroting van Koninkrijksrelaties (IV) over het jaar 2022 aan, alsmede het jaarverslag met betrekking tot de begroting van het BES-fonds (H) over het jaar 2022.

Onder verwijzing naar de artikelen 2.37 en 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties decharge te verlenen over het in het jaar 2022 gevoerde financiële beheer.

Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 7.14 van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt op grond van artikel 7.15 van de Comptabiliteitswet 2016 door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer over:

  • 1. het gevoerde begrotingsbeheer, financieel beheer, materiële bedrijfsvoering en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk;

  • 2. de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het Ministerie van Financiën;

  • 3. de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • 4. de totstandkoming van de niet-financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • 5. de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk.

Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:

  • 1. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2022;

  • 2. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • 3. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • 4. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2022 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten over 2022, alsmede over de saldibalans over 2022 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,H.G.J.Bruins Slot

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

2. Leeswijzer

Algemeen

Voor u ligt het jaarverslag 2022 van Koninkrijksrelaties en het BES-fonds. Deze begrotingshoofdstukken vallen onder het regime voor «kleine begrotingen».

Het jaarverslag van het BES-fonds maakt onderdeel uit van de financiële verantwoording van het Rijk, maar heeft daarbinnen een bijzonder karakter. Het jaarverslag van het BES-fonds kent in tegenstelling tot een departementaal jaarverslag slechts één beleidsartikel: het BES-fonds. Het beleid dat wordt gevoerd ter realisatie van de algemene beleidsdoelstelling is direct verbonden met dit ene beleidsartikel. De apparaatsuitgaven/-ontvangsten voor de uitvoering van het BES-fonds zijn opgenomen in de apparaatskosten van begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Het jaarverslag 2022 is als volgt opgebouwd:

  • Een algemeen deel met de dechargeverlening;

  • Het beleidsverslag 2022 Koninkrijksrelaties met de beleidsprioriteiten, de (niet-)beleidsartikelen en de bedrijfsvoeringsparagraaf;

  • Het beleidsverslag 2022 BES-fonds met de beleidsprioriteiten, het beleidsartikel en de bedrijfsvoeringsparagraaf;

  • De jaarrekening Koninkrijksrelaties 2022;

  • De jaarrekening BES-fonds 2022; en

  • De bijlagen.

Grondslagen voor de vastlegging en de waardering

De verslaggevingsregels en waarderingsgrondslagen die van toepassing zijn op de in dit jaarverslag opgenomen financiële overzichten zijn ontleend aan de Comptabiliteitswet 2016 en de daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2023. Voor de begrotingsadministratie wordt het verplichtingen-kasstelsel toegepast.

Groeiparagraaf

Sinds de ontwerpbegroting 2021 wordt op verzoek van de afdeling Advisering van de Raad van State (RvS) en het Interdepartementale beleidsonderzoek Koninkrijksrelaties het jaarlijkse overzicht van rijksuitgaven Caribisch Nederland (bijlage 2) opgenomen. Dit overzicht vergroot het inzicht in de totale rijksuitgaven aan Caribisch Nederland.

Focusonderwerp

De Tweede Kamer heeft voor de verantwoording over 2022 de terugkeer naar een regulier en voorspelbaar begrotingsproces als focusonderwerp aangewezen. Hiertoe is als bijlage van dit jaarverslag een tabel met toelichting opgenomen van de incidentele suppletoire begrotingen waarop beroep is gedaan conform artikel 2.27, tweede lid, Comptabiliteitswet.

Toelichting op financiële instrumenten

In de toelichting op de financiële instrumenten wordt aangegeven waarvoor de financiële overdracht in het begrotingsjaar is aangewend. Verschillen tussen de budgettaire raming en de realisatie in het verslagjaar worden toegelicht, hierbij wordt indien van toepassing verwezen naar de eerste, tweede suppletoire en incidentele begrotingswetten of de slotwet.

De beleidsmatige verschillen en technische verschillen, die groter dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) 2023 zijn opgenomen, worden toegelicht. In het kader van transparantie of anderszins kan het voorkomen dat verschillen beneden deze ondergrenzen ook worden toegelicht.

Tabel 1 Overzicht ondergrens beleidsmatige en technische verschillen (stand ontwerpbegroting 2022)

Begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € mln.)

Technische mutaties (ondergrens in € mln.)

1. Versterken rechtsstaat

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln. Ontvangsten: 2 mln.

4. Bevorderen sociaaleconomische structuur

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln. Ontvangsten: 2 mln.

5. Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen

Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln. Ontvangsten: 2 mln.

8. Wederopbouw Bovenwindse Eilanden

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.

6. Apparaat

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.

7. Nog onverdeeld

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.

1. BES-fonds

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.

Het jaarverslag Koninkrijksrelaties 2022

Beleidsprioriteiten

In de paragraaf «Beleidsprioriteiten» wordt verslag gedaan van de beleidsprioriteiten die zijn opgenomen in de begroting 2022. Zoals gebruikelijk is ook dit jaar een tabel opgenomen met daarin de realisatie van de beleidsdoorlichtingen.

Beleidsartikelen

In de paragraaf «Beleidsartikelen» wordt meer in detail ingegaan op de verantwoording over de verschillende onderwerpen. De paragraaf kent per beleidsartikel de volgende opzet:

  • Algemene doelstelling;

  • Rol en verantwoordelijkheid;

  • Beleidsconclusies;

  • Tabel Budgettaire gevolgen van beleid;

  • Toelichting op de financiële instrumenten.

De paragraaf «Niet-beleidsartikelen» kent per artikel een andere indeling, te weten:

  • Tabel Budgettaire gevolgen;

  • Toelichting op de financiële instrumenten.

Voor de omschrijving van de rol en verantwoordelijkheid bij de beleidsartikelen is de begroting 2022 als basis gebruikt.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

Het jaarverslag Koninkrijksrelaties 2022 bevat ook een bedrijfsvoeringparagraaf. Hierin wordt verslag gedaan over specifieke punten van de bedrijfsvoering voor Koninkrijksrelaties (IV). Voor het verslag over de bedrijfsvoering in algemene zin wordt verwezen naar het jaarverslag van het begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

De jaarrekening 2022

In de jaarrekening treft u de verantwoordingsstaat voor de begroting van Koninkrijksrelaties en de saldibalans met toelichting aan. De slotwet wordt als een apart Kamerstuk gepubliceerd.

De bijlagen

In de bijlagen is een overzicht opgenomen met afgerond evaluatie- en overig onderzoek. het overzicht moties en toezeggingen en het overzicht rijksuitgaven Caribisch Nederland.

Externe inhuur

De externe inhuur van Koninkrijksrelaties wordt verantwoord in het overzicht inhuur externen in het jaarverslag van het begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Wet Normering Topinkomens (WNT) verantwoording

De WNT-verantwoording van Koninkrijksrelaties is opgenomen in het jaarverslag van het begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Het jaarverslag BES-fonds 2022

Beleidsprioriteiten

In de paragraaf «Beleidsprioriteiten» wordt verslag gedaan van de beleidsprioriteiten die zijn opgenomen in de begroting 2022.

Beleidsartikel

In de paragraaf «Beleidsartikel» wordt meer in detail ingegaan op de verantwoording over de verschillende onderwerpen. De paragraaf kent de volgende opzet:

  • Algemene doelstelling;

  • Rol en verantwoordelijkheid;

  • Beleidsconclusies;

  • Tabel Budgettaire gevolgen van beleid;

  • Toelichting op de financiële instrumenten.

Voor de omschrijving van de rol en verantwoordelijkheid bij de beleidsartikelen is de begroting 2022 als basis gebruikt.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

Het jaarverslag BES-fonds 2022 bevat ook een bedrijfsvoeringsparagraaf. Hierin wordt verslag gedaan over specifieke punten van de bedrijfsvoering voor het BES-fonds (H). Voor het verslag over de bedrijfsvoering in algemene zin wordt verwezen naar het jaarverslag van het begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

De jaarrekening 2022

In de jaarrekening treft u de verantwoordingsstaat voor de begroting van het BES-fonds en de saldibalans met toelichting. De slotwet wordt als een apart Kamerstuk gepubliceerd.

B. BELEIDSVERSLAG KONINKRIJKSRELATIES

3. Beleidsprioriteiten

Een betere toekomst voor het hele Koninkrijk

In het Koninkrijk delen we een verleden én een toekomst. Na ruim tien jaar economische stagnatie en de klappen van orkanen, een pandemie en andere crises wil Nederland op voet van gelijkwaardigheid, wederkerigheid en wederzijds vertrouwen zich inspannen voor een betere, hoopvolle toekomst voor het gehele Koninkrijk.

De inzet in 2022 was dan ook gericht op het streven naar een gelijkwaardig voorzieningenniveau voor Caribisch Nederland. In 2022 zijn met inzet van structurele middelen van € 30 mln. vanuit het Coalitieakkoord, belangrijke stappen gezet om de verschillen in (sociale) voorzieningen met Europees Nederland te verkleinen. Om de levenstandaard van de inwoners van Bonaire, Sint Eustatius en Saba te verbeteren, kunnen en moeten de overheden beter presteren. Dat geldt voor de rijksoverheid zelf (in Caribisch Nederland én Den Haag), de openbare lichamen en voor de samenwerking tussen rijksoverheid en openbare lichamen. Een belangrijke rol hierin spelen de bestuurlijke afspraken die in 2022 zijn gemaakt met de bestuurscolleges.

Voor heel Caribisch Nederland zijn er belangrijke stappen gezet met de inkomensmaatregelen van 1 januari 2023, zoals een verhoging van het minimumloon en de algemene ouderdomsverzekering (AOV). Ook zijn er subsidies verstrekt door het ministerie van IenW om de kosten van drinkwater te verlagen en door het ministerie van EZK om de kosten van een abonnement voor vast internet omlaag te brengen. In het Saba Package 2.0 is vastgelegd dat er een taskforce wordt ingericht om te werken aan een aantal langlopende knelpunten in Caribisch Nederland die verdere economische ontwikkeling in de weg staan. Deze taskforce is in oktober 2022 gestart. Hiermee worden knelpunten, zoals processen rondom de bancaire en notariële dienstverlening gezamenlijk aangepakt. Deze afspraken zijn terug te vinden in de bestuurlijke afspraken.

In 2022 was de inzet ook gericht op de drie autonome Landen. Onderdeel van de inzet van het kabinet is om de samenwerking met en tussen de drie Landen op de langere termijn te bevorderen. Hiertoe streeft het kabinet ernaar uitvoering te geven aan de motie van Raak c.s. (Kamerstukken II 2018/19, 35099, nr. 23) en in gezamenlijk overleg tot een nadere invulling te komen van de verantwoordelijkheden van de landen afzonderlijk en het koninkrijk als geheel. Uitgangspunt blijft uiteraard dat de drie landen staatkundig autonoom zijn en een eigen verantwoordelijkheid hebben. In lijn met het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden kunnen de landen rekenen op hulp en bijstand, wanneer daarom verzocht en passend binnen de kaders van gemaakte afspraken. Een voorbeeld van huidige samenwerking is te vinden bij de landspakketten.

Caribisch Nederland (CN)

Coordinerende verantwoordelijkheid bij eilandelijke aanpak

Conform de individuele ministeriële verantwoordelijkheid is elk departement verantwoordelijk voor de inzet op het eigen beleidsterrein. De uitdagingen op de BES-eilanden zijn echter vaak complex van aard, beslaan meerdere beleidsterreinen en verschillen per eiland. Dit maakt dat per eiland gekeken moet worden naar opgaven en aanpak.

Coalitieakkoord en CN-enveloppe van € 30 mln.

De ambities van het kabinet, de hoofdlijnenbrief, de prioriteiten zoals opgesteld door de bestuurders van Bonaire, Saba en Sint Eustatius, en de verdeling van de CN-enveloppe, zijn uitgewerkt in gerichte en concrete afspraken. In juni 2022 zijn de bestuurlijke afspraken door de staatssecretaris van BZK en de vertegenwoordigers van Saba, Sint Eustatius en Bonaire ondertekend. Naast de middelen die ter beschikking zijn gekomen in het Regeerakkoord (23 miljoen euro in 2022, 30 miljoen euro structureel), dragen departementen ook zelf bij in het kader van comply or explain. Dit geldt ook voor het openstellen van fondsen voor Caribisch Nederland, zoals het Nationaal Groeifonds, waarvoor een op maat gesneden aanpak voor Caribisch Nederland wordt ontwikkeld.

Bestuurlijke Afspraken

Het kabinet heeft in juni 2022 bestuurlijke afspraken vastgelegd met Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Kamerstukken II 2021/22, 35 925 IV, nr. 69). Doel hiervan is te komen tot een integrale en rijksbrede aanpak voor het beleid ten aanzien van Caribisch Nederland. Zo zijn er afspraken en maatregelen vastgelegd over de invulling van de investeringen uit het coalitieakkoord (CN-envelop), de versterking van de uitvoeringskracht en over de uitvoering van gezamenlijke prioriteiten. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt over de samenwerking en de wijze van monitoring van de afspraken.

Bestuurlijke werkafspraken Bonaire (2022-2023)Het Bestuurscollege en de staatssecretaris van BZK hebben drie prioriteiten aangewezen in de bestuurlijke werkafspraken. Dat zijn de sociale agenda, organisatieontwikkeling & dienstverlening en ruimtelijke ontwikkeling & economie.

Een belangrijk en zichtbaar onderdeel van de acties op de sociale agenda was het organiseren van het symposium ‘Samen tegen armoede’. Een breed gedragen initiatief met betrokkenheid van veel (lokale) ketenpartners. Sentro Akseso, de centrale toegang voor onder andere maatschappelijke ondersteuning, is inmiddels verzelfstandigd en werkt aan de doorontwikkeling van de organisatie. In 2022 heeft de Eilandsraad van Bonaire het grondbeleid vastgesteld. Dit is een belangrijk onderdeel van een duurzame ruimtelijke ontwikkeling op Bonaire. De eerste fase van het Natuur en Milieubeleidsplan 2020 ‒ 2024 en de uitvoeringsagenda NMBP Bonaire kunnen in uitvoering gaan zodra de nodige projectleiders zijn gevonden en aangesteld. Als onderdeel van de bestuurlijke werkafspraken werkt Bonaire verder aan het uitvoeren van het Deelverbeterplan (DVP) van de directie R&O. In november 2022 is er daarom ook een verbeterplan voor de Directie Toezicht en Handhaving (T&H) uitgewerkt. Om te komen tot een integrale, samenhangende aanpak voor de verbeterplannen in beide directies, is door het Bestuurscollege van Bonaire besloten tot het instellen van een gemeenschappelijke stuurgroep R&O/T&H die op 26 januari voor het eerst bijeengekomen is en waar ook de ministeries van BZK en IenW in vertegenwoordigd zijn

Afsprakenakkoord Sint Eustatius (2022-2023)Het Afsprakenakkoord Sint Eustatius beslaat de thema’s welzijn, welvaart, circulariteit en goed bestuur. Deze thema’s zijn afkomstig uit het Meerjaren Uitvoerings- en Actieplan voor 2022-2026 van Sint Eustatius.

Met inzet van de Sint Eustatius Health Care Foundation is het gelukt om een gynaecoloog en tevens medisch adviseur aan te trekken. Momenteel worden de protocollen opgezet om te bezien welke gynaecologische zorg geleverd kan worden op Sint Eustatius. Verder is er gewerkt aan het wegenplan waarmee drie belangrijke wegen gerealiseerd zullen worden. Middels deze wegen wordt de toegankelijkheid voor onder andere hulpdiensten van zowel het Golden Rock Resort, de luchthaven en de haven verbeterd. Daarnaast is de Statia Housing Foundation gestart met het renoveren van de eerste twintig bestaande sociale huurwoningen, waarvan er al zes in de tweede helft van 2022 zijn opgeleverd. Een andere actie uit het Afsprakenakkoord betreft het beschermen van het nationaal erfgoed, waar ook het uitvoeren van de aanbevelingen van de Sint Eustatius Heritage Commission wordt genoemd.

Saba Package 2.0 (2022-2025)De thema’s uit de Saba Package 2.0 zijn gebaseerd op de Saba Vision 2030 en de Hoofdlijnenbrief Koninkrijksrelaties en bestaan uit het verbeteren van de bestaanszekerheid, economische & ruimtelijke ontwikkeling, klimaat & natuur en goed bestuur.

De eilandsraad van Saba heeft in de laatste vergadering van 2022 de verordening vastgesteld, waarmee taakuitvoering van de bijzondere onderstand aan het openbaar lichaam kan worden overgedragen. Daarnaast is het nieuwe cultuurbeleidsdocument afgerond en zal het door de gedeputeerde besproken worden met de eilandsraad en het bestuurscollege. Het Toerisme Masterplan is in 2022 afgerond, net als het meerjarige onderhoudsprogramma voor de luchthaven. Het Bestuurscollege heeft besloten om de duurzame energieproductie op het eiland te vergroten met een extra zonnepark, fase 1, en twee kleine windturbines, fase 2.

Versterken bestuurs- en uitvoeringskracht

Het versterken van de bestuurs- en uitvoeringskracht op de openbare lichamen was ook het afgelopen jaar een speerpunt voor BZK. Zo is er in 2022 geïnvesteerd in capaciteitsopbouw, het delen van kennis en kunde en het opleiden van bestuurders, raadsleden en ambtenaren. Dit ook als onderdeel van het Bestuursakkoord Bonaire 2018-2022 (Kamerstukken II 2018/19, 31 568, nr. 207), Saba Package 2019-2022 (Kamerstukken II 2018/19, 35000 IV, nr. 66) en de Wet Herstel Voorzieningen Sint-Eustatius. Daarin wordt op onderdelen ook samen opgetrokken met andere departementen. Deze afspraken kregen in 2022 een vervolg met de Bestuurlijke Werkafspraken Bonaire 2022-2023 (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 69), het Afsprakenakkoord Sint Eustatius 2022-2023 en de Saba Package 2.0 2022-2025 (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 69).

In samenwerking met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) is een pilot voor een uitwisselingsnetwerk tussen Europees Nederlandse gemeenten en Caribisch Nederland opgezet. Het uitwisselingsnetwerk biedt één duidelijk aanspreekpunt voor verzoeken om gemeentelijke vaktechnische assistentie en uitwisseling vanuit de openbare lichamen. De VNG matcht deze verzoeken vervolgens met relevante expertise uit het gemeentelijk netwerk. Ook worden stages voor ambtenaren van de openbare lichamen bij Nederlandse gemeenten, provincies of het Rijk gefaciliteerd als onderdeel van het uitwisselingsnetwerk. De pilot loopt door tot eind 2023.

Op Bonaire zijn nieuwe trainees en lokale ambtenaren begonnen met het tweejarige leer- en ontwikkeltraject van het Talent Ontwikkel Programma (TOP). Dit programma heeft een structureel karakter. Daarmee is de verdere uitbreiding van de lokale expertise en versterking van de uitvoeringskracht de komende jaren geborgd. Op Saba is een pilot TOP Saba van start gegaan om het ambtelijk apparaat op Saba te versterken, onder meer op thema’s als samenwerken, integriteit en time-management. De pilot loopt tot medio 2023. Op Sint Eustatius is er vanuit de bestuurlijke ingreep geïnvesteerd in het opzetten van de Statia Academy: een online leerplatform waar ambtenaren cursussen en trainingen kunnen volgen.

Het opleidingstraject voor bestuurs- en eilandsraadsleden werd in 2022 voortgezet. Tevens is de uitwerking van een trainingsprogramma BEST-23 (BES Trainingsprogramma 2023) van start gegaan, gericht op het versterken van het bestuurlijk apparaat van de openbare lichamen door middel van trainingen aan de eilandsraadsleden en gedeputeerden die na de eilandraadsverkiezingen in maart 2023 aan zullen treden.

‘Comply or explain’

Bij nieuwe wet- en regelgeving en aanpassing van bestaande wet- en regelgeving in Europees-Nederland, moet steeds worden bezien of en hoe deze wetgeving van toepassing kan worden verklaard in Caribisch Nederland én of differentiatie nodig en wenselijk is. Het gaat dus hierbij zowel om differentiatie tussen Caribisch Nederland en Europees Nederland als differentiatie tussen de eilanden onderling. Hierbij wordt het principe van comply or explain van toepassing verklaard, waarbij de op te stellen criteria een belangrijk hulpmiddel zullen zijn. De legislatieve terughoudendheid is hierbij niet meer het uitgangspunt.

Met ‘comply or explain’ wordt in feite het nieuwe normatieve uitgangspunt bedoeld dat nieuwe Europees-Nederlandse beleidsdoelen of beleidsintensiveringen, waaronder ook bijbehorende nieuwe wetgeving, ook toepasselijk dienen te zijn op Caribisch Nederland, tenzij er redenen zijn om dat niet te doen. Redenen zijn bijvoorbeeld de beperkte uitvoeringskracht en het insulaire karakter.

Ook in 2022 is verder invulling gegeven aan de uitvoering van het principe van ‘comply or explain’. Het projectteam ‘comply or explain’ heeft niet alleen de totstandkoming van het wetgevingsoverzicht gecoördineerd, maar zorgt er tevens voor dat de toepassing van het principe blijvend onder de aandacht bij de departementen en de openbare lichamen (ambtelijk en bestuurlijk) wordt gebracht. Op verzoek biedt het projectteam bij de departementen en de openbare lichamen ondersteuning bij de vragen die spelen rondom de toepassing van het principe van ‘comply or explain’. Tot slot zijn enkele aanpassingen van onder meer het Draaiboek voor de regelgeving en de Aanwijzingen voor de regelgeving (wetgevingsproces) doorgevoerd.

Eind 2022 is het zogenoemde wetgevingsoverzicht met daarin opgenomen de meest prioritaire (kader)wetgeving ten behoeve van Caribisch Nederland naar de Tweede Kamer gezonden (Kamerstukken II, 2022/23, 36200 IV, nr 44).

WolBES en FinBES

De Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (WolBES) en Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (FinBES) vormen sinds 2010 belangrijke pijlers waarlangs de bestuurlijke en financiële verhoudingen tussen Europees Nederland en Caribisch Nederland zijn vormgegeven.

Naar aanleiding van de Voorlichting van de Raad van State/Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO), met het advies om tot een herziening te komen van de wetgeving, is in 2019 een kabinetsreactie opgesteld. De kabinetsreactie heeft geleid tot een concept-wetsvoorstel WolBes/FinBES plus bijbehorende memorie van toelichting, dat in februari 2023 in consultatie gaat.

Op 15 december 2022 is een brief naar de Tweede Kamer gezonden met daarin een weergave van de hoofdlijnen van het wetsvoorstel. De belangrijkste wijzigingen van de WolBES/FinBES hebben betrekking op het vervallen van de functie van de Rijksvertegenwoordiger, het (gefaseerd) verhogen van het aantal eilandsraad- en bestuurscollegeleden, de modernisering van het interbestuurlijk toezicht en de introductie van getrapte toezichtmodellen binnen de Wet financiën openbare lichamen BES.

Doel van de wetswijzingen is het verbeteren van de verhoudingen tussen de openbare lichamen en de rijksoverheid.

Financieel toezicht en financieel beheer

Het College financieel toezicht Bonaire, St. Eustatius en Saba adviseert de minister van BZK over de financiën van Bonaire en Saba. Onder de Tijdelijke wet taakverwaarlozing Sint Eustatius was Sint Eustatius sinds 2018 uitgezonderd van het toezicht dat normaal door het College financieel toezicht BES wordt uitgeoefend. De toezichthoudende rol voor Sint Eustatius is in 2022 al deels hervat. Ook voor de BES was het herstel van het toerisme terug te lezen in de ontwikkeling van de overheidsfinanciën. Conform de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba behoeven de begrotingen van de openbare lichamen de goedkeuring van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Die werd eind 2022 voor alle drie de eilanden gegeven voor de begrotingen 2023.

Het ministerie van BZK ziet erop toe dat de openbare lichamen het financieel beheer op een goed niveau brengen en vervolgens houden. Uit de meting van de Monitor Financieel Beheer in 2022 bleek dat alle drie de openbare lichamen iets minder goed scoorden op tijdigheid en met name Bonaire en Sint Eustatius ook lager op realisatie van de begroting. Deze eilanden werken met verbeterplannen aan het op orde brengen van het financieel beheer, maar het gebrek aan uitvoeringscapaciteit speelt een rol bij de lange aanloop naar bestendige verbeteringen. Op andere onderdelen van de monitor, zoals begrotingsevenwicht en tijdigheid van uitvoeringsrapportages en de jaarrekening, bleven de scores ongewijzigd .

Herstel van verhoudingen op St. Eustatius

Onder de Tijdelijke wet taakverwaarlozing was er geen rol weggelegd voor het College financieel toezicht Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Het volledig herstel van democratische verhoudingen in Sint Eustatius komt steeds meer in zicht. Sinds de ingreep in 2018 is door de regering veel geïnvesteerd in de ontwikkeling van het eiland en het openbaar lichaam. In 2022 zijn volgende stappen gezet naar herstel van reguliere democratische verhoudingen op Sint Eustatius. De regeringscommis­saris heeft in het kader van de motie Wuite samen met de eilandsraad de route-tijdtabel in 2022 bijgesteld (Kamerstukken II 2021/22, 35 925 IV, nr. 55). Hieruit zijn afspraken voortgevloeid over de inwerkingtreding van de volgende fasen in het proces van teruggave van de democratische bevoegdheden. Begin oktober is de tweede fase van de Wet herstel voorzieningen Sint Eustatius inwerking getreden waarna op 4 oktober 2022 gedeputeerden zijn benoemd. Dit is een belangrijke stap in het herstel van de democratie. In december is aangekondigd dat de voorhangprocedure voor de subfasen 2.1 en 2.2 in februari 2023 zal beginnen. Voor fase 2.1 – waarin de rechtspositionele bevoegdheden worden teruggegeven – zal dit op de dag van de verkiezingen plaatsvinden. Voor fase 2.2 – waarin de financiële bevoegdheden worden teruggegeven – zijn afspraken gemaakt met de huidige eilandsraad en het bestuurscollege. Afgesproken is dat fase 2.2 zo spoedig mogelijk na de eilandsraadsverkiezingen in werking zal treden. Voorwaarden zijn dat de verbeterstappen die vóór de verkiezingen moeten zijn afgerond, zijn gerealiseerd en dat de nieuwgekozen gedeputeerden en eilandsraadsleden zich committeren aan de afspraken met betrekking tot de verbeterstappen die nog gezet moeten worden na de verkiezingen.

Landen

Overheidsfinanciën, financieel beheer en financieel toezicht

In 2022 toonden de overheidsfinanciën -in zowel de landen als Caribisch Nederland- herstel van de financiële gevolgen van de Covid-pandemie. Met de terugkeer van de toeristen, kwamen de toeristische sector en de bredere economische ontwikkeling weer op gang en namen ook de overheidsinkomsten weer toe.

Het College Aruba financieel toezicht en het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten adviseren de Rijksministerraad (RMR) over de overheidsfinanciën van de landen, gericht op het bewerkstelligen van duurzame houdbare overheidsfinanciën en goed financieel beheer. Door het economisch herstel kon voor de landen de periode van liquiditeitssteun worden beëindigd. De landen zijn weer in staat om zonder extra ondersteuning van Nederland aan hun financiële verplichtingen te voldoen. De liquiditeitsleningen die in de eerste twee pandemiejaren werden verstrekt, zijn in april 2022 voor een periode van anderhalf jaar renteloos geherfinancierd zodat de rentelasten van leningen niet op de nog kwetsbare begrotingen van de landen drukken. Zodoende kon het herstel van de overheidsfinanciën worden afgewacht. Het eindbeeld was in april 2022 niet helder. Het jaar 2022 laat zich kenschetsen als een overgangsjaar tussen een door de pandemie gedomineerd jaar en een jaar waarin de landen weer terugkeren naar een regulier begrotingsregime waarin in principe weer kan worden voldaan aan de wettelijke begrotingsnormen. Zo kregen de landen in 2022 nog wel toestemming om te mogen afwijken van de normen, maar bleek het herstel steviger dan verwacht en hoefde er door meevallers een veel kleiner beroep op Nederland te worden gedaan dan aanvankelijk werd verwacht. Diezelfde gunstige ontwikkeling zorgde er uiteindelijk voor dat Aruba binnen de afspraken over de maximale afwijking van de begrotingsnormen kon blijven en de RMR de Arubaanse regering geen aanwijzing hoefde te geven.

Hervormingen en ontwikkeling in de Caribische Landen van het Koninkrijk na COVID-19

De Tijdelijke Werkorganisatie (TWO) van het directoraat-generaal Koninkrijksrelaties heeft in 2022 de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten verder ondersteund bij de uitvoering van de hervormingen en maatregelen uit de zogeheten Landspakketten (Kamerstukken II 2019/20, 35420, nr. 96). De Landspakketten hebben als doel om de sociaaleconomische structuur van de Landen te bevorderen en de veerkracht van de economieën te versterken. Samen met de Caribische Landen in het Koninkrijk is het ministerie van BZK gekomen tot een hoofdlijnenakkoord over de verdere uitvoering van de Landspakketten, waarin gelijkwaardigheid en eigenaarschap nadrukkelijk de aandacht krijgen.

In 2022 is gewerkt aan de verschillende maatregelen in het Landspakket, die liggen op het terrein van de thema’s financieel beheer, kosten en effectiviteit publieke sector, belastingen, financiële sector, economische hervormingen, zorg, onderwijs en de versterking van de rechtstaat. Een van de prioriteiten is ook het bevorderen van de uitvoeringskracht in de Landen. In alle drie de Landen zijn stappen gezet om het financieel beheer van de overheid te verbeteren, waaronder het verbeteren van het begrotingsproces en het verkorten van het traject voor het controleren van de jaarrekening. Ook los van het financieel beheer wordt onderzocht welke aanpassingen in de overheidsorganisatie nodig zijn om de effectiviteit en doelmatigheid van de publieke sector te verhogen. Digitalisering is één van de instrumenten die daarbij nadrukkelijk wordt meegenomen.

Aan de inkomstenkant is het onderwerp belastingen van belang om publieke dienstverlening te kunnen betalen. Daarnaast worden de fiscale stelsels hervormd, zodat iedereen op een eerlijke manier gaat bijdragen. In Aruba is een aantal wijzigingen doorgevoerd aan het belastingstelsel, een goede eerste stap richting een eerlijker en eenvoudiger stelsel. In Sint Maarten is het plan voor de nieuwe ICT-huishouding van de belastingdienst afgerond en wordt de aanbesteding hiervoor voorbereid. Met dit systeem wordt het voor de inwoners van Sint Maarten mogelijk om online belastingaangifte te doen.

Verder heeft de kwaliteit en betaalbaarheid van de zorgstelsels in de Landen de aandacht. In Sint Maarten is hiertoe verder gewerkt aan de invoering van een General Health Insurance. In Curaçao is het plan van aanpak verduurzaming Curaçao Medical Center (CMC) in uitvoering gebracht. Als onderdeel daarvan heeft de Nederlandse Zorgautoriteit aanbevelingen gedaan over de precaire financiële situatie van het CMC, waar in 2023 opvolging aan wordt gegeven. In Aruba worden verschillende acties uitgevoerd voor het versterken van de eerstelijns zorg, zijn preventieprogramma’s van start gegaan en is onderzoek gedaan naar de ‘cost drivers’ in de geneesmiddelen. In Sint Maarten zijn de eerste maatregelen voor het tegengaan van illegale tewerkstelling ingevoerd. In Curaçao is in 2022 een onderzoek (knelpuntenanalyse) naar het bijstandsstelsel afgerond, naar aanleiding waarvan in 2023 een implementatieagenda wordt opgesteld.

Daarnaast zijn de processen van het ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn verbeterd. Beiden moeten gaan resulteren in verbeterde diensteverlening aan de inwoners van Curaçao. De doorlichtingen van het onderwijsstelsel die het afgelopen jaar zijn uitgevoerd in de drie landen geven een goede basis voor de doorontwikkeling van het onderwijs, die de komende jaren ter hand zal worden genomen. In Curaçao is in 2022 reeds gestart met het groot achterstallig onderhoud aan scholen. Daarnaast is in 2022 door middel van individuele bedrijfssteun vanuit BZK geïnvesteerd in behoud van werkgelegenheid in Curaçao.

Versterken van de rechtstaat op Aruba, Curaçao en Sint Maarten

Het versterken van de rechtsstaat en de rechtshandhaving is een autonome aangelegenheid van de Caribische landen. Ondersteuning vanuit Nederland gebeurt op basis van artikel 36 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, waarin is bepaald dat de landen binnen het Koninkrijk elkaar hulp en bijstand verlenen. In 2022 heeft het ministerie van BZK in nauwe afstemming met het ministerie van Defensie, het ministerie van Justitie en Veiligheid en het ministerie van Financiën de landen waar mogelijk ondersteund om de aanzienlijke uitdagingen op het gebied van onder andere drugshandel en financieel economische criminaliteit het hoofd te bieden. De ligging van de landen maakte dat zij ook in 2022 te kampen hadden met grensoverschrijdende criminaliteit. Daarnaast vormde de verwevenheid tussen de boven- en onderwereld een serieuze bedreiging voor het goed functioneren van de democratische rechtsstaat.

Aanpak van ondermijnende criminaliteit

Het Recherche Samenwerkingsteam (RST), Parket Procureur-Generaal (PPG) en Gemeenschappelijk Hof van Justitie (Hof) zijn net als de afgelopen jaren gefinancierd met als doel capaciteit in te zetten op de duurzame aanpak van ondermijning op Curaçao en Sint Maarten. Vanaf 2022 ontvangen het RST, PPG en het Hof extra gelden die zijn vrijgekomen naar aanleiding van het sluiten van de landspakketten (Kamerstukken II 2019/20, 35420, nr. 177 en nr. 186). Daarnaast is de duurzame ondermijningsaanpak uitgebreid naar Aruba. Omdat het land Aruba geen onderdeel uitmaakt van de Rijkswet openbare ministeries, is een losse onderlinge regeling tussen Nederland en Aruba overeengekomen.

Om de verwevenheid tussen bovenwereld en onderwereld aan te pakken hebben de vier landen van het Koninkrijk afspraken gemaakt over het ontwikkelen van bestuurlijke mogelijkheden om ondermijnende criminaliteit aan te pakken, zoals screening bij vergunningaanvragen of gronduitgifte. Aruba, Curaçao en Sint Maarten hebben in nauwe samenwerking met het ministerie van BZK een plan van aanpak geschreven en in 2022 zijn de eerste gelden hiervoor verstrekt aan de landen. Dit gaat onder andere om het opstellen van ondermijningsbeelden, het ontwikkelen van een bewustwordingscampagne en de inhuur van wetgevingscapaciteit.

Versterking grenstoezicht

De landen van het Koninkrijk zijn in 2022 gestart met de versterking van grenstoezicht. Op kosten van het ministerie van BZK is personeel van Douane Nederland en de Koninklijke Marechaussee uitgezonden naar Aruba, Curaçao en Sint Maarten om daar kennis over te dragen en te ondersteunen waar nodig. In navolging van Aruba en Curaçao is dit jaar ook het plan van aanpak van Sint Maarten versterking grenstoezicht ondertekend door de staatssecretaris van BZK en de minister van Justitie van Sint Maarten.

De uitvoering van de plannen van aanpak is gestart in Aruba en Curaçao. De Nederlandse diensten kijken met tevredenheid terug op het eerste jaar van de uitvoering en in het bijzonder op de warme ontvangst door de lokale diensten. De nodige afstemming en opstartproblemen leidde wel tot vertraging in de uitvoering. De betrokken diensten zetten zich in om deze vertraging zoveel mogelijk in te lopen.

Detentie Sint Maarten

In 2018 heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) geoordeeld in de zaak Corallo vs. Koninkrijk der Nederlanden dat sprake was van schending van artikel 3 (verbod op onmenselijke of vernederende behandeling) van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Met het overeenkomen van de derde tranche van de liquiditeitssteun met Sint Maarten in 2020 heeft het kabinet éénmalig € 30 mln. vrijgemaakt voor het verbeteren van het gevangeniswezen van Sint Maarten. Om hieraan uitvoering te geven is eind 2022 een overeenkomst gesloten met de United Nations Office for Project Services (UNOPS) voor het ontwerp van een nieuwe gevangenis op Sint Maarten. Dit is een belangrijke stap richting de uiteindelijke bouw van een nieuwe gevangenis, dat onderdeel uitmaakt van het Plan van Aanpak detentie Sint Maarten. Dit Plan van Aanpak ligt ten grondslag aan de Samenwerkingsregeling Waarborging Plannen Van Aanpak Landstaken Curaçao en Sint Maarten.

Naast de overeenkomst met UNOPS is er vanuit het ministerie van BZK ook een programmateam uitgezonden, bestaande uit een programmamanager, een adviseur facilitair, een HR-manager en een opleider gedetacheerd vanuit het opleidingsinstituut Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). Het programmateam heeft stappen gezet om de immateriële en materiele omstandigheden van de huidige Point Blanche gevangenis te verbeteren (Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 10) zoals het aanbrengen bouwkundige verbeteringen en het verzorgen van opleidingen voor het gevangenispersoneel. Door de overeenkomst met UNOPS en de inzet van het programmateam wordt er gewerkt aan duurzame verbetering van het gevangeniswezen in Sint Maarten, richting een situatie waarin mensenrechten kunnen worden gewaarborgd en die in lijn is met het EVRM.

Venezuela-claim uit de voorjaarsnota 2019

In het kader van de situatie in Venezuela en een mogelijke grote migratiestroom is in 2019 door het kabinet besloten (Kamerstukken II 2018/19, 29653, nr. 58) om bijstand te bieden. In dit kader heeft het ministerie van BZK afgelopen jaren een financiële bijdrage geleverd aan de uitbreiding en verbouwing van de vreemdelingenbewaring op Curaçao. In 2022 zijn hier de laatste middelen voor uitgekeerd aan Curaçao. Op Aruba zijn met hulp van het ministerie van BZK afgelopen jaren verscheidene projecten ter voorbereiding op een migratiestroom opgeleverd, onder meer op het vlak van opvangcapaciteit voor slachtoffers van mensenhandel, scholingsmogelijkheden en ten behoeve van coronavaccins voor deze doelgroep. In 2022 zijn 7 projecten afgerond (incl. verantwoording en vaststelling) en is gestart met de renovatie van de mannenopvang.

Wederopbouw

Nederland ondersteunt Sint Maarten financieel bij de wederopbouw met de inzet van de Wereldbank via een trustfonds en met technische assistentie. De looptijd van het trustfonds is in 2022 verlengd tot eind 2028. De wederopbouwactiviteiten op Sint Eustatius en Saba zijn in middels afgerond.

In totaal zijn er momenteel elf wederopbouwprojecten in uitvoering (waarvan 1 project is afgerond) en drie projecten in voorbereiding met een totale omvang van USD 378 mln. In 2022 zijn wederom duurzame en zichtbare resultaten geboekt voor Sint Maarten en haar bewoners. Zo zijn 425 van de in totaal 511 huizen gerepareerd, inclusief 269 huizen in de sociale sector, zijn 139 scheepswrakken geruimd en is ruim 10 km aan kustlijn schoongemaakt. Wat betreft de afvalberg zijn er belangrijke stappen genomen om te kunnen voldoen aan de sociale- en milieu standaarden van de Wereldbank. Daarnaast is in september 2022 de herhuisvesting van de bewoners in de directe omgeving van de afvalberg gestart. Ten aanzien van het vliegveldproject is de terminal ontmanteld en zijn de permanente werken gestart. Ook zijn er 140 leningen aan het MKB verstrekt via vier banken, zijn er 36 giften verstrekt aan lokale maatschappelijke organisaties op Sint Maarten en wordt het nieuwe ziekenhuis gebouwd.

Realisatie periodieke rapportages/beleidsdoorlichtingen

Tabel 2 Realisatie beleidsdoorlichtingen

SEA thema

Artikel

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Een Koningkrijk met wederzijdse betrokkenheid

1

 

X

    

X

4.1

 

X

     

4.2

       

5.1

 

X

     

5.1

       

8

      

X

Voor het meest recente overzicht van de programmering van periodieke rapportages/beleidsdoorlichtingen, zie het overzicht Ingepland en uitgevoerd onderzoek op rijksfinancien.nl.

Voor de realisatie van deze en andere grote (evaluatie)onderzoeken, zie de bijlage ''Afgerond evaluatie- en overig onderzoek''.

Overzicht risicoregelingen Koninkrijksrelaties

Tabel 3 Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande garanties 2021

Verleend 2022

Vervallen 2022

Uitstaande garanties 2022

Garantie- plafond

Totaal plafond

Totaalstand risicovoorziening

Artikel 5 Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen

9e Europees Ontwikkelingsfonds verlenging

1.877

0

1.877

0

0

0

0

Totaal

 

1.877

0

1.877

0

0

0

0

Toelichting

De garantie (circa € 1,9 mln.) ten behoeve van de voorschotten verstrekt door de Europese Commissie voor het Bonaire riolerings- en waterzuiveringsprogramma is conform verwachting in 2022 afgerond en komt daarmee te vervallen. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar de saldibalans.

Tabel 4 Overzicht verstrekte leningen (bedragen x 1.000) per 31 december 2022

Art.

Omschrijving

Uitstaande lening (in andere valuta)

Uitstaande lening (in €)

Looptijd lening

Totaalstand risicovoorziening 2021 (in €)

Totaalstand mutatie volume risicovoorziening 2022 en 2021 (in €)

Totaal verstrekte leningen

2.624.730

 

0

0

       

Artikel 5 Schuldsanering/ lopende inschrijving/ leningen

2.586.151

 

0

0

       

Totaal leningen Curaçao

 

1.506.993

 

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 2,75%

ANG 139.735

55.720

15 jaar (2010-2025)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 2,875

ANG 370.000

147.540

20 jaar (2010-2030)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 3,0%

ANG 474.900

189.369

25 jaar (2010-2035)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 3,125%

ANG 582.391

232.231

30 jaar (2010-2040)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 2,75%

ANG 62.604

25.226

30 jaar (2013-2043)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 2,45%

ANG 247.036

103.186

30 jaar (2014-2044)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 1,6%

ANG 188.181

100.241

30 jaar (2015-2045)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 1,62%

ANG 33.296

17.997

30 jaar (2015-2045)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 1,0%

ANG 59.050

29.702

30 jaar (2016-2046)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 1,24%

ANG 60.000

28.448

30 jaar (2017-2047)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 0,92%

ANG 69.100

34.167

30 jaar (2019-2049)

 

Onderhandse lineaire lening 0,00%

ANG 82.000

41.132

15 jaar (2020-2035)

 

Lening ter afwikkeling Giro Bank

ANG 121.670

53.716

16 jaar (2021-2037)

 

Liquiditeitslening Curaçao 0,00%

ANG 911.000

448.318

1,5 jaar (2022-2023)

       

Totaal leningen Sint Maarten

 

373.701

 

0

0

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 2,625%

ANG 73.500

29.461

15 jaar (2010-2025)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 2,75 %

ANG 78.571

31.494

20 jaar (2010-2030)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 2,875%

ANG 50.000

20.042

25 jaar (2010-2035)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 3,0%

ANG 50.000

20.042

30 jaar (2010-2040)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 2,25%

ANG 58.652

24.765

15 jaar (2014-2029)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 2,375%

ANG 44.818

18.739

20 jaar (2014-2034)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 2,45%

ANG 39.526

16.510

30 jaar (2014-2044)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 1,8%

ANG 22.199

9.793

30 jaar (2014-2044)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 0,83%

ANG 14.470

6.698

25 jaar (2017-2032)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 0,74%

ANG 30.621

15.324

30 jaar (2019-2049)

  
 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 0,5%

ANG 5.0200

2.592

7 jaar (2016-2023)

 

Onderhandse lineaire lening Sint Maarten 0,00%

ANG 49.875

22.985

15 jaar (2020-2035)

 

Liquiditeitslening Sint Maarten 0%

ANG 292.400

141.624

1,5 jaar (2022-2023)

 

Liquiditeitslening Sint Maarten 0%

ANG 24.000

13.632

1,5 jaar (2022-2023)

       

Totaal leningen Aruba

 

705.457

 

 

Lening Ontwikkelingsbank Nederlandse Antillen

1.341

29 jaar (2001-2030)

 

Maatregel Tussenbalans begrotingslening Aruba 2,5%

0

30 jaar (1991-2021)

 

Maatregel Tussenbalans begrotingslening Aruba 2,5%

14

30 jaar (1992-2022)

 

Maatregel Tussenbalans begrotingslening Aruba 2,5%

247

30 jaar (1993-2023)

 

Maatregel Tussenbalans begrotingslening Aruba 2,5%

188

30 jaar (1994-2024)

 

Maatregel Tussenbalans begrotingslening Aruba 2,5%

44

30 jaar (1995-2025)

 

Water en Energiebedrijf Aruba 2,5%

AWG 4.770

2.242

30 jaar (1995-2025)

 

Rentelastverlichting 2021 Aruba 2,64 %

AWG 177.100

83.826

7 jaar (2021-2028)

 

Rentelastverlichting 2022 Aruba 2,64 %

AWG 346.000

175.371

7 jaar (2022-2029)

  
 

Liquiditeitslening Aruba 0%

AWG 915.500

442.184

1,5 jaar (2022-2023)

  
       

Artikel 8 Wederopbouw Bovenwindse Eilanden

38.579

   
       

Totaal leningen Sint Maarten

 

38.579

 

 

Liquiditeitssteun Sint Maarten 0%

ANG 50.000

22.790

30 jaar (2018-2048)

 

Liquiditeitssteun Sint Maarten 0%

ANG 32.600

15.789

30 jaar (2018-2048)

Toelichting

De leningen aan de landen worden meestal afgesloten in Antilliaanse guldens (ANG) en Arubaanse florin (AWG) en vastgelegd in de begroting in euro's. Deze vastlegging gebeurt op basis van de geldende koers op het moment van aangaan van de lening (historische waarde).

Lopende inschrijving Sint Maarten

Ten behoeve van de lening lopende inschrijving van Sint Maarten van 2019 was een begrotingsreserve van 3% op de Aanvullende Post van het Ministerie van Financiën gereserveerd. Deze begrotingsreserve is vervallen met de laatste overboeking naar het trustfund eind 2021.

Liquiditeitsleningen Aruba, Curaçao en Sint Maarten

Vanwege de aanhoudende pandemie heeft de Staat der Nederlanden net als in 2020 de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten liquiditeitssteun gegeven op basis van artikel 36 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden.

In 2021 is na besluitvorming in de Rijksministerraad (RMR) in vier tranches € 405 mln. aan liquiditeitssteun verstrekt via ‘zachte’ leningen (aflossingsvrije leningen tegen 0% rente en met een looptijd tot 10 april 2022). De RMR heeft dit gedaan op basis van de adviezen van het College Aruba financieel toezicht (CAft) en het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (Cft).

Hierdoor konden de landen de noodzakelijke overheidstaken uitvoeren, steun geven aan dat deel van de bevolking dat het zwaarst getroffen was en bedrijven financieel ondersteunen. Aan deze tranches was als voorwaarde verbonden dat de landen voldeden aan de gestelde voorwaarden bij de eerder verstrekte tranches en voldoende voortgang boekten op het uitvoeren van de in 2020 overeengekomen landspakketten met structurele hervormingen. Door deze hervormingen zullen de landen in de toekomst beter in staat zijn om externe schokken zelfstandig op te vangen. Conform het advies van het C(A)ft bestaat de mogelijkheid om in 2022 de liquiditeitssteun te herfinancieren.

Lening ter afwikkeling Girobank Curaçao

Nederland heeft Curaçao een lening van ANG 170 mln. (€ 80,3 mln.) verstrekt om het land de problemen met de Girobank op te laten lossen. De lening heeft een rentepercentage van 0% en een looptijd van 16 jaar. Hierdoor konden met name de kleine en middelgrote schuldeisers (particuliere spaarders en MKB-ondernemingen) schadeloos worden gesteld.

Rentelastverlichting Aruba

Nederland heeft de buitenlandse schuldverplichtingen van Aruba voor 2021 en 2022 geherfinancierd middels een lening met een rentepercentage van 2,64% met een looptijd van zeven jaar. Dit leverde Aruba een rentevoordeel op van minimaal € 39 mln. Dit rentevoordeel was afgesproken in de landspakketten.

Implementatie van mensenrechtenverdragen

Naar aanleiding van een advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken uit 2018 heeft de Rijksministerraad toegezegd de Staten-Generaal jaarlijks via de memorie van toelichting van de ontwerpbegroting te informeren over de voortgang van de uitvoering van mensenrechtenverdragen in het Koninkrijk (Kamerstukken II 2018/19, 33826, nr. 29). Aangezien het jaarverslag een afspiegeling is van de ontwerpbegroting, wordt hier ook in het jaarverslag aandacht aan besteed.

Ten aanzien van deze implementatie vindt samenwerking plaats in een commissie bestaande uit vertegenwoordigers van de vier landen van het Koninkrijk. De betreffende commissie werkt met een lijst waarop zeven mensenrechtenverdragen zijn opgenomen die in een of meer (ei)landen van het Caribische deel van het Koninkrijk wachten op uitvoering. Deze lijst is bij de begrotingsbehandeling over de Ontwerpbegroting 2023 met de Tweede Kamer gedeeld. Volledigheidshalve wordt deze lijst hieronder nog een keer weergegeven.

Van deze mensenrechtenverdragen is één verdrag het afgelopen parlementaire jaar voor een Caribisch deel van het Koninkrijk bekrachtigd en in werking getreden: te weten, het Facultatief Protocol inzake de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en kinderpornografie bij het Verdrag inzake de rechten van het kind voor Curaçao (op 20 september 2022). Dit verdrag is eerder reeds bekrachtigd en in werking getreden voor het Europese en Caribische deel van Nederland en voor Aruba. In het begrotingsjaar 2024 hopen de landen concrete vorderingen te kunnen boeken met de implementatie van enkele andere mensenrechtenverdragen van de werklijst.

Tabel 5 Schematisch overzicht mensenrechtenverdragen

Verdrag

Titel Nederlands

Totstandkoming

In werking

Koninkrijk

Ratificatie

In werking

Medegelding wenselijk

Uitvoeringswetgeving

000692

Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen

25-10-1980

1-12-1983

Aruba

  

Ja

Nodig

Curaçao

  

Ja

Nodig

Sint Maarten

  

Ja

Nodig

Nederland (Caribisch

18-10-2010

1-1-2011

  

Nederland (in Europa)

12-6-1990

1-9-2011

  

009290

Facultatief Protocol inzake de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en kinderpornografie bij het Verdrag inzake de rechten van het kind

25-5-2000

18-1-2002

Aruba

17-10-2006

17-10-2006

  

Curaçao

20-9-2022

20-9-2022

  

Sint Maarten

  

Ja

Nodig

Nederland (Caribisch

11-10-2010

10-10-2010

  

Nederland (in Europa)

23-8-2005

23-9-2005

  

009949

Facultatief Protocol bij het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing

18-12-2002

22-6-2006

Aruba

  

Ja

Nodig

Curaçao

  

Ja

Nodig

Sint Maarten

  

Ja

Nodig

Nederland (Caribisch

  

Status onbekend

 

Nederland (in Europa)

28-9-2010

28-10-2010

  

011298

Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel

16-5-2005

1-2-2008

Aruba

23-1-2015

1-5-2015

  

Curaçao

  

Ja

Nodig

Sint Maarten

  

Ja

Nodig

Nederland (Caribisch

  

Status onbekend

 

Nederland (in Europa)

22-4-2010

1-8-2010

  

011595

Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap

13-12-2006

3-5-2008

Aruba

  

Beraden

 

Curaçao

  

Beraden

 

Sint Maarten

  

Beraden

 

Nederland (Caribisch

  

Ja

Nodig

Nederland (in Europa)

14-6-2016

14-7-2016

  

011563

Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning

20-12-2006

23-12-2010

Aruba

21-12-2017

21-12-2017

  

Curaçao

  

Ja

Nodig

Sint Maarten

  

Ja

Nodig

Nederland (Caribisch

23-3-2011

22-4-2011

  

Nederland (in Europa)

23-3-2011

22-4-2011

  

012294

Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld

11-5-2011

1-8-2014

Aruba

  

Ja

Nodig

Curaçao

  

Ja

Nodig

Sint Maarten

  

Ja

Nodig

Nederland (Caribisch

  

Ja

Nodig

Nederland (in Europa)

18-11-2015

1-3-2016

  

Overzicht coronasteunmaatregelen

Het afgelopen jaar is voor een belangrijk deel getekend door de coronapandemie. Het kabinet heeft diverse (nood)maatregelen genomen om de pandemie het hoofd te bieden. Deze paragraaf geeft een overzicht van de maatregelen die op de begroting van Koninkrijksrelaties en het BES-Fonds (H) zijn genomen. Een uitgebreid overzicht is te vinden op www.rijksfinancien.nl/overheidsfinancien-coronatijd.

Koninkrijksrelaties

Tabel 6 Overzicht realisatie coronamaatregelen Koninkrijksrelaties (bedragen x € 1 mln.)

Artikel

Naam maatregel/regeling

Bedrag verplichtingen

Bedrag uitgaven

Bedrag ontvangsten

Kamerstuk

4

Inkomstenderving Bonaire International Airport

  

2,2

Vierde incidentele suppletoire begroting inzake voedselhulp en compensatie inkomstenderving Caribisch Nederland (Kamerstukken II 2019/20, 35545, nr. 1)

 

Wijziging van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2021 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (Kamerstukken II 2020/21, 35850 IV, nr. 5)

Steun- en herstelpakket Caribisch Nederland (noodpakket 5.0) (Kamerstukken II 2020/21, 35420, nr. 326)

4

Noodpakketten Rode Kruis

  

1,6

Dit betreffen ontvangsten vanuit verschillende tranches: Vierde incidentele suppletoire begroting over 2020 (Kamerstukken II 2019/20, 35545, nr. 1), Eerste incidentele suppletoire begroting over 2021 (Kamerstukken II 2020/21, 35712, nr. 1), Tweede incidentele suppletoire begroting over 2021 (Kamerstukken II 2020/21, 35793, nr. 1) en tweede nota van wijziging op eerste suppletoire begroting over 2021 (Kamerstukken II 2020/21, 35850 IV, nr. 5).

5

Reservering liquiditeitslening Aruba 2022

6,1

6,1

 

Nota van wijziging op Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 32)

5

Reservering liquiditeitslening Sint Maarten 2022

13,6

13,6

 

Nota van wijziging op Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 32)

 

Totaal

19,7

19,7

3,8

 

Toelichting

Inkomstenderving Bonaire International Airport

In lijn met besluitvorming voor Europees Nederlandse gemeenten ontvingen de openbare lichamen compensatie ten behoeve van inkomstenderving over 2020 en 2021, waarbij ook de inkomsten uit luchtvaart zijn betrokken. Voor Bonaire kwamen deze inkomsten direct binnen bij Bonaire International Airport. In 2022 zijn de door Bonaire International Airport niet bestede middelen terugbetaald aan het ministerie.

Noodpakketten Rode Kruis

Door het wegvallen van het toerisme en de lockdowns zijn de inkomsten van veel burgers in het Caribisch deel van het Koninkrijk weggevallen. Het kabinet heeft daarom middelen ter beschikking gesteld om de kwetsbare groepen in het Caribisch deel van het Koninkrijk te voorzien van voedselpakketten. In 2022 heeft het Rode Kruis de niet bestede middelen terugbetaald aan het ministerie.

Liquiditeitssteun

De landen Aruba, Sint Maarten en Curaçao hebben op grond van artikel 36 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden een beroep gedaan op de solidariteit binnen het Koninkrijk. De Rijksministerraad (RMR) heeft op basis van de adviezen van het College Aruba financieel toezicht (CAft) en het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (Cft) besloten om liquiditeitssteun beschikbaar te stellen aan Aruba en Sint Maarten, die ten goede kwam aan dat deel van de bevolking dat het zwaarst getroffen wordt.

BES-Fonds

In 2022 zijn bij het BES-Fonds geen coronasteunmaatregelen meer verleend.

4. Beleidsartikelen Koninkrijksrelaties

4.1 Artikel 1. Versterken rechtsstaat

A. Algemene doelstelling

Het bevorderen van goed bestuur door een bijdrage te leveren aan het versterken van de rechtsstaat van de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Dit krijgt vorm door samenwerking op het gebied van veiligheid, rechtshandhaving en grensbewaking en door ondersteuning van de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor:

Stimuleren

Rechtshandhaving en veiligheid zijn aangelegenheden van de landen van het Koninkrijk. De minister is verantwoordelijk voor het stimuleren van de versterking van de rechtsstaat in Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Dit doet de minister door de landen in brede zin te ondersteunen en door invulling en uitvoering te geven aan samenwerkingsregelingen en rijkswetten. Daarbij werkt de minister nauw samen met de betrokken bewindspersonen van Justitie en Veiligheid, van Defensie en van Financiën die kennis en capaciteit voor de ondersteuning en versterking leveren.

Deze ondersteuning komt voort uit artikel 36 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden waarin is bepaald dat de landen binnen het Koninkrijk elkaar hulp en bijstand verlenen, en komt tot stand door het treffen van onderlinge regelingen op grond van artikel 38, eerste lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden.

C. Beleidsconclusies

Bestrijding ondermijning

Vanaf 2022 ontvangen het recherchesamenwerkingsteam (RST), Parket Procureur-Generaal van Curacao, St. Maarten, Bonaire, St. Eustatius en Saba (PPG) en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (Hof) extra gelden die zijn vrijgekomen naar aanleiding van het sluiten van de landspakketten (Kamerstukken II 2019/20, 35420, nr. 177 en nr. 186). Met deze gelden komen er middelen en capaciteit beschikbaar voor de duurzame aanpak van ondermijning in de Caribische landen. Daarnaast is de duurzame ondermijningsaanpak in 2022 uitgebreid naar Aruba met het beschikbaar stellen van gelden voor OM Aruba. Hiervoor is een separate onderlinge regeling opgesteld.

Om ondermijning preventief aan te pakken is door het Justitieel Vierpartijen Overleg (JVO) de werkgroep Bestuurlijke Aanpak van Ondermijning ingesteld. Jaarlijks stelt het ministerie van BZK hiervoor € 1 mln. ter beschikking. In 2022 is er minder uitgegeven omdat de landen nog niet de capaciteit ter beschikking hadden om plannen uit te voeren.

Grenstoezicht

Om uitvoering te geven aan het protocol inzake de versterking grenstoezicht in de Caribische landen hebben de landen plannen van aanpak opgesteld. In navolging van Aruba en Curaçao, rondde Sint Maarten het plan van aanpak in 2022 af. Personeel van de Douane levert sinds dit jaar hun bijdrage in Aruba, Curaçao en Sint Maarten. De capaciteit van de Koninklijke Marechaussee (KMar) aan de grenzen in de landen werd in 2022 met 30 fte (van de in totaal toegezegde 71 fte over meerdere jaren) uitgebreid. Afgelopen jaar is er door de verschillende partijen ingezet op multidisciplinaire samenwerking om de grenzen te versterken. Door een incidentele bijdrage van het ministerie van BZK konden ook lokale diensten worden versterkt. Door de benodigde afstemming lopen de bestedingen achter op de planning. De diensten zijn in 2022 begonnen met inlopen op deze planning.

Detentie Sint Maarten

Eind 2022 is met de United Nations Office for Project Services (UNOPS) een overeenkomst gesloten voor het ontwerp van een nieuwe gevangenis op Sint Maarten. Hiermee is een belangrijke stap gezet richting de uiteindelijke bouw van de gevangenis en hiermee structurele verbetering van het gevangeniswezen op Sint Maarten, zoals afgesproken in het Plan van Aanpak detentie Sint Maarten. Daarnaast zijn middelen vrij gemaakt om de immateriële en materiële omstandigheden van de huidige Point Blanche-gevangenis te verbeteren. Zo is vanuit het ministerie van BZK een programmateam uitgezonden, zijn er via DJI goederen voor de inrichting aangeschaft en worden trainingen aan het gevangenispersoneel verzorgd vanuit het DJI Opleidingsinstituut (Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr 10).

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 7 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1. Versterken rechtsstaat (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2018

2019

2020

2021

2022

2022

2022

Verplichtingen

27.795

40.107

12.966

20.321

32.741

80.415

‒ 47.674

        

Uitgaven

45.772

40.422

12.836

20.187

32.418

80.415

‒ 47.997

        

Versterken rechtsstaat

45.772

40.422

12.836

20.187

32.418

80.415

‒ 47.997

Subsidies (regelingen)

       

Detentie - Algemeen

0

0

0

0

1.000

0

1.000

Opdrachten

       

Detentie - Algemeen

0

0

0

0

107

1.522

‒ 1.415

Diverse opdrachten

0

0

0

36

168

0

168

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

       

Recherchecapaciteit (Nationale Politie)

34.703

29.456

1.858

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

       

Overige bijstand aan de landen

0

15

0

8.000

14.300

7.881

6.419

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

       

Detentie - Vastgoed

0

0

0

0

3.741

20.000

‒ 16.259

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

       

Grensbewaking (Defensie)

6.100

6.209

6.339

6.467

6.673

24.767

‒ 18.094

Recherchecapaciteit (JenV)

0

0

0

0

0

11.093

‒ 11.093

Rechterlijke macht (JenV)

4.969

4.742

4.639

5.684

6.429

10.552

‒ 4.123

Douane (Financiën)

0

0

0

0

0

4.600

‒ 4.600

        

Ontvangsten

3.952

4.253

1.311

0

4.000

0

4.000

E. Toelichting op de instrumenten

Uitgaven

Subsidies (regelingen)

Detentie - Algemeen

Voor het verder doorontwikkelen van het gevangeniswezen van Sint Maarten is er aan het ministerie van Justitie van Sint Maarten een subsidie ter beschikking gesteld tot en met het eerste kwartaal van 2023 ter waarde van € 1 mln. voor materiële en immateriële aspecten van het gevangeniswezen. Het bedrag is bij de 2e suppletoire begroting 2022 gerealloceerd van opdracht naar subsidie.

Opdrachten

Detentie - Algemeen

Voor het verder ontwikkelen van het detentiewezen heeft BZK een programmateam uitgezonden. Daarnaast zijn er personeelskosten voor het programmateam (via H7) bekostigd. Ook zijn er goederen ingekocht voor de verdere inrichting van de gevangenis (Kamerstuk II 2022/23, 36200 IV, nr 10). Het instrument is bij de 2e suppletoire begroting 2022 gewisseld, van opdracht naar subsidie, waarbij een bedrag van € 1 mln. is gerealloceerd naar subsidie.

Diverse opdrachten

In het kader van de beleidsdoorlichting artikel 1 zijn er evaluaties uitgevoerd.

Bijdrage aan medeoverheden

Overige bijstand aan de landen

BZK stelde in 2022 in totaal incidenteel € 8 mln. beschikbaar voor de (materiële) toerusting van de lokale diensten van de Caribische landen ter versterking van het grenstoezicht op basis van de plannen van aanpak. Daarnaast zijn er op deze post ook middelen overgemaakt aan de landen ten behoeve van de bestuurlijke aanpak van ondermijning (€ 0,5 mln.) en is een teruggekomen bedrag uit 2021 ten behoeve van grenstoezicht van € 4 mln. opnieuw overgemaakt.

Bijdrage aan internationale organisaties

Detentie - Vastgoed

Eind 2022 is een overeenkomst gesloten met de United Nations Office for Project Services (UNOPS), gefinancierd door Nederland voor € 4 mln. In 2023 start UNOPS de eerste fase van het project om tot een ontwerp komen van tijdelijke en lange termijn detentiefaciliteiten en de benodigde aanbestedingsprocedures uitzetten voor de bouw (Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr 10). Bij de 2e suppletoire begroting 2022 is van het begrote bedrag € 16 mln. overgeboekt naar 2023.

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Grensbewaking (Defensie)

BZK financierde in 2022 de inzet van 43 fte van de KMar in de Caribische landen ter versterking van het grenstoezicht. Deze inzet vindt plaats onder het zogenaamde Protocol inzake de inzet van personeel vanuit de flexibel inzetbare pool Koninklijke Marechaussee.

Naar aanleiding van afspraken in het protocol inzake grenstoezicht wordt door de KMar en Douane extra personeel (71 fte KMar en 16 fte Douane verspreid over meerdere jaren) beschikbaar gesteld. In 2022 hebben de eerste uitzendingen plaatsgevonden en zijn er voorbereidingen getroffen voor de toegroei van de uitzending van het volledige aantal fte in 2023. De uitzendingen vonden later plaats om twee redenen: de benodigde voorbereidingen namen meer tijd in beslag en het plan van aanpak versterking grenstoezicht Sint Maarten werd pas later vastgesteld. Hierdoor is in 2022 minder uitgegeven dan was begroot.

Recherchecapaciteit (JenV)

Zoals vastgelegd in de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en het Protocol inzake gespecialiseerde Recherchesamenwerking heeft het Recherche Samenwerkingsteam (RST) in 2022 uitvoering gegeven aan de bestrijding van zware, georganiseerde en grensoverschrijdende criminaliteit. Daarnaast heeft het RST de afhandeling van internationale rechtshulpverzoeken op dit gebied verricht. In het Convenant Financieringssystematiek recherchesamenwerkingsteam is opgenomen dat het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de politieke verantwoordelijkheid voor het beschikbaar stellen van de middelen behoudt. De financiële middelen worden per eerste suppletoire begroting 2022 overgeboekt naar het Ministerie van Justitie en Veiligheid; dit verklaart tevens het verschil tussen de vastgestelde begroting en de realisatie. Voor de realisatie en financiële verantwoording wordt verwezen naar het jaarverslag van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

Rechterlijke macht (JenV)

In de vastgestelde begroting voor 2022 was € 10,5 mln. begroot voor de rechterlijke macht. Het verschil tussen de vastgestelde begroting en realisatie wordt verklaard door twee factoren. Ten eerste is € 3 mln. per eerste suppletoire begroting 2022 overgeboekt naar de begroting van het Ministerie van JenV voor het Parket Procureur Generaal (PPG), OM Aruba en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie in het kader van de ondermijningsaanpak. Voor de realisatie en financiële verant woording wordt verwezen naar het jaarverslag van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Verder is bij de Ontwerpbegroting 2023 € 1 mln. voor subsidies in het kader van de bestuurlijke aanpak gerealloceerd van bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken naar Overige bijstand aan de landen.

Vanaf 2022 zijn de extra middelen die zijn toegekend in de landspakketten (Kamerstukken II 2019/20, 35420 nr. 177 en nr. 186) toegevoegd aan de bestaande middelen voor de rechterlijke macht als investering voor de duurzame ondermijningsaanpak.

Douane (Financiën)

In 2022 startte de uitzendingen van de Douane. De middelen voor de douane worden overgeboekt aan het Ministerie van Financiën en worden daarom niet als uitgave geregistreerd.

Ontvangsten

In 2022 is een betaling van € 4 mln. teruggekomen die was bedoeld voor grenstoezicht Aruba in 2021. In 2022 is dit bedrag opnieuw overgemaakt naar Aruba.

4.2 Artikel 4. Bevorderen sociaaleconomische structuur

A. Algemene doelstelling

Het bewerkstelligen van een merkbare positieve verandering in het leven van de burgers in de Caribische delen van het Koninkrijk door te ondersteunen bij het creëren van een betrouwbare en goed functionerende overheid bij het creëren van een betrouwbare en goed functionerende overheid, het verbeteren van de arbeidsmarkt, het versterken van de bestaanszekerheid, de zorg en de rechtsstaat. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) draagt daaraan bij middels het versterken van de uitvoeringskracht, het inzetten van kennis en expertise en het coördineren van de inzet van het Rijk.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor:

Stimuleren

  • De minister ondersteunt waar gewenst en mogelijk de Caribische delen van het Koninkrijk bij de uitvoering van taken door middel van technische assistentie en het delen van kennis.

  • De minister ondersteunt waar gewenst en mogelijk de Caribische delen van het Koninkrijk bij de uitvoering van taken door middel van praktische samenwerking en het opzetten van samenwerkingsovereenkomsten.

  • De minister ondersteunt via de Tijdelijke Werkorganisatie (TWO) maatregelen op diverse gebieden met betrekking tot de sociaal economische structuur, zoals de kwaliteit en kosteneffectiviteit van de overheid, de arbeidsmarkt, zorg, onderwijs, en veiligheid.

Regisseren

  • De minister coördineert de rijksbrede inzet in Caribisch Nederland en bevordert de integrale samenwerking.

  • De minister is verantwoordelijk voor het bevorderen van goed bestuur in Caribisch Nederland.

  • De minister geeft invulling aan zijn taken zoals omschreven in de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (Rft), Landsverordening Aruba financieel toezicht (LAft), het protocol Afspraken tussen de regeringen van Aruba en Nederland over de openbare financiën van Aruba en het protocol Aruba-Nederland 2019-2021.

  • De minister houdt financieel toezicht op de openbare lichamen op basis van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (FinBES).

  • De minister monitort de uitvoering van de hervormingen en ontwikke lingen uit de landspakketten via de uitvoeringsagenda's en voortgangs rapportages die periodiek door de Tijdelijke Werkorganisatie (TWO) en de landen worden opgesteld.

C. Beleidsconclusies

In 2022 zijn op Sint Eustatius belangrijke stappen gezet voor de terugkeer naar reguliere democratische verhoudingen. Zo is er in het voorjaar gewerkt aan de onderlinge relatie tussen de eilandsraad en de regeringscommissaris. De uitkomsten van het daarvoor opgezette mediation-traject hebben geleid tot afspraken over het bereiken van fase 2.0 en 2.1 uit de Memorie van Toelichting van de Wet herstel voorzieningen Sint Eustatius. Het tezamen overeengekomen tijdspad werd stapsgewijs gevolgd en deze geeft geleid tot het benoemen van nieuwe eilandgedeputeerden op 4 oktober 2022. Daarmee is fase 2.0 ingetreden. Zoals benoemd in de Tiende Voortgangsrapportage Sint Eustatius d.d. 16 december 2022, zal na de eilandsraadsverkiezingen van maart 2023 fase 2.1 (en waar mogelijk kort daarna 2.2) inwerkingtreden. Daarmee worden de rechtspositionele bevoegdheden teruggegeven aan het eilandbestuur. Voor fase 2.2 is dat het budgetrecht. Tegelijkertijd zijn de Rijksvertegenwoordiger en de eilandsraad tezamen gestart met de voorbereidingen voor de procedure voor het benoemen van een gezaghebber.

Caribisch orgaan voor hervorming en ontwikkeling (COHO) en Tijdelijke Werkorganisatie (TWO) In 2022 is de staatssecretaris van BZK met de Landen in gesprek gegaan over het vervolg van de concept consensusrijkswet COHO en de huidige onderlinge regeling. Deze gesprekken hebben in januari 2023 geresulteerd in een hoofdlijnenakkoord met de Landen. In dit akkoord is afgesproken dat de Landspakketten onverminderd blijven gelden als basis voor de noodzakelijk hervormingen. De verdere samenwerking om deze hervormingen te realiseren is vastgelegd in een nieuwe onderlinge regeling. Vanuit BZK blijft de Tijdelijke Werkorganisatie (TWO) in plaats van het eerder voorziene COHO belast met de ondersteuning van de Landen bij het realiseren van de hervormingen uit de Landspakketten.

UnicefUnicef heeft in 2022 in opdracht van BZK de openbare lichamen ondersteund bij onder andere kinderrechteneducatie, participatie en hulp bij de uitwerking van de aanbevelingen uit het onderzoek dat UNICEF heeft uitgevoerd in Caribisch Nederland: De Situation Analysis (Kamerstukken II 2019/20, 31839, nr. 695). Het programma zou oorspronkelijk lopen tot juli 2022, maar vanwege de gevolgen van de corona pandemie, heeft Unicef verlenging tot december 2022 aangevraagd om zo goed mogelijk gebruik te maken van het resterende budget binnen het programma. Op de dag van ‘world day of play’ is Unicef gestart met de campagne ‘Quality Time’ om het belang van tijd spenderen tussen ouders/verzorgers en hun kinderen te stimuleren voor de ontwikkeling van het kind. Unicef heeft mini-documentaires gemaakt en de campagne is afgesloten met op ieder eiland een interactieve theatershow.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4. Bevorderen sociaaleconomische structuur (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting1

Verschil

 

2018

2019

2020

2021

2022

2022

2022

Verplichtingen

49.787

27.316

57.677

51.920

81.410

74.575

6.835

        

Uitgaven

43.677

28.880

56.995

53.280

76.265

74.575

1.690

        

4.1 Curaçao, Sint Maarten en Aruba

5.797

6.535

45.365

39.249

57.089

67.579

‒ 10.490

Subsidies (regelingen)

       

Diverse subsidies

0

268

0

574

0

0

0

Noodpakketten

0

0

39.700

29.897

2.138

0

2.138

COHO/ National Recovery Program Bureau

0

0

0

1.063

0

0

0

COHO

0

0

0

0

52

0

52

Opdrachten

       

Opdrachten landen

241

160

457

657

129

1.593

‒ 1.464

COHO

0

0

0

0

3.686

0

3.686

Inkomensoverdrachten

       

Toeslagen op pensioenen NA

2.545

2.992

1.718

1.450

1.016

1.950

‒ 934

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

       

Tijdelijke Werkorganisatie (TWO)

0

0

0

0

0

24.693

‒ 24.693

Bijdrage aan medeoverheden

       

Bijdrage aan landen

2.847

2.944

3.380

5.487

23.129

20.000

3.129

Onderwijshuisvesting Curaçao

0

0

0

0

9.956

10.000

‒ 44

Tijdelijke Werkorganisatie (TWO)

0

0

0

0

16.862

9.218

7.644

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

       

Diverse bijdragen

164

171

110

121

121

125

‒ 4

        

4.2 Caribisch Nederland

37.880

22.345

11.630

14.031

19.176

6.996

12.180

Subsidies (regelingen)

       

Subsidies Caribisch Nederland

459

693

454

507

2.090

500

1.590

Bonaire International Airport

0

0

3.400

3.051

0

0

0

Opdrachten

       

Versterken bestuurs- en uitvoeringskracht

558

807

478

786

612

1.397

‒ 785

Opdrachten Caribisch Nederland

0

29

0

0

0

0

0

Inkomensoverdrachten

       

Pensioenen en uitkeringen politieke ambtsdragers

26.501

3.017

2.263

2.138

3.135

2.149

986

Bijdrage aan medeoverheden

       

Sociaaleconomische initiatieven

6.974

7.733

486

0

0

0

0

Versterken bestuurs- en uitvoeringskracht

3.042

10.066

4.549

7.549

13.339

2.950

10.389

Bijdrage aan agentschappen

       

Onderzoek, Kennisoverdracht en Communicatie

336

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

       

Onderzoek, Kennisoverdracht en Communicatie

10

0

0

0

0

0

0

        

Ontvangsten

6.563

0

11

804

8.336

0

8.336

X Noot
1

Stand inclusief de nota van wijziging op de ontwerpbegroting (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 32).

E. Toelichting op de instrumenten

Uitgaven

4.1 Curaçao, Sint Maarten en Aruba

Subsidies (regelingen)

Noodpakketten

In 2022 is aan Aruba een subsidie verstrekt van bijna € 1,5 mln. voor het voedselhulpprogramma voor de maanden juli, augustus en september 2021. Doordat de subsidieaanvraag eind november 2021 is gedaan, was het niet meer mogelijk het geld in 2021 uit te keren. Aan Curacao is een resterend subsidiebedrag van bijna € 0,5 mln. uitgekeerd voor het voedselhulpprogramma in 2021 op basis van afgelegde verantwoording en vaststelling van subsidie. Met name deze twee mutaties verklaren het verschil tussen realisatie en begroting. Tot slot is voor bankdiensten een bedrag van € 0,3 mln. aan koersverschillen betaald.

COHO

Op dit instrument worden subsidies die vanuit de Tijdelijke Werkorganisatie worden verstrekt verantwoord. Het gaat hierbij om een subsidie die is verstrekt aan de VU voor «community service learning Curaçao» en een subsidie aan Aruba ter ondersteuning van de kansspelsector.

Opdrachten

Opdrachten landen

In 2022 zijn enkele kleine opdrachten voor activiteiten in de Landen gefinancierd uit dit budget. Het verschil tussen realisatie en vastgestelde begroting wordt verklaard door diverse reallocaties die hebben plaatsgevonden bij eerste en tweede suppletoire begroting.

COHOIn 2022 is circa € 3,7 mln. besteed aan opdrachten voor de Landspakketten. Dit is grotendeels besteed aan onderzoeken en doorlichtingen die dienen als nulmetingen en probleemanalyses. Deze vormen belangrijke input voor de specifieke invulling van de maatregelen en hervormingen uit de Landspakketten. Te denken valt bijvoorbeeld aan onderzoeken naar de inrichting van het financieel beheer van de overheidsorganisaties, sociale zekerheid en arbeidsmarkt in alle drie de Landen, en doorlichtingen van de overheidsbedrijven van Aruba en Sint Maarten.

Inkomensoverdrachten

Toeslagen op pensioenen NA

Conform de regeling vaste verrekenkoers pensioeninkomen voormalig Nederlands-Antilliaans (NA) en Arubaanse pensioengerechtigden, zijn koersverschillen tussen de Nederlands-Antilliaanse gulden (ANG) en Arubaanse florin(AWG) enerzijds en de Euro (€) anderzijds gecompenseerd. Het verschil tussen de realisatie en het budget is toegevoegd aan de wisselkoersreserve op artikel 7.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Tijdelijke Werkorganisatie (TWO)

In de begroting 2022 was het budget van TWO geraamd op het instrument bijdrage aan ZBO’s/RWT’s. Bij eerste suppletoire begroting 2022 is dit budget verdeeld over de instrumenten opdrachten, subsidies, bijdragen aan medeoverheden en het apparaatsartikel van de begroting van BZK.

Bijdrage aan medeoverheden

Bijdragen aan landen

Nederland heeft in het kader van het Landspakket Curaçao € 20 mln. beschikbaar gesteld aan de overheid van Curaçao voor individuele bedrijfssteun. De overheid van Curaçao heeft het volledige bedrag aangewend voor investeringen in de scheepswerf die in het bezit is van CDM Holding NV. Met dit bedrag wordt de infrastructuur van het droogdok verbeterd, worden schulden afgelost, wordt de concurrentiepositie van de werf verbeterd en wordt werkgelegenheid behouden. De noodzakelijke stappen uit het afwegingskader individuele bedrijfssteun zijn doorlopen voordat deze bijdrage aan Curaçao werd verstrekt.

Daarnaast heeft Nederland voor de uitbreiding en verbouwing van de vreemdelingenbewaring in Curaçao in 2022 € 348.000 bijgedragen. Ook zijn op Aruba zeven bijstandsprojecten opgeleverd en vastgesteld. Deze bijdragen kwam van de gereserveerde middelen voor ondersteuning van Aruba en Curaçao als gevolg van de situatie in Venezuela (Kamerstukken II 2018/19, 29653, nr. 58).

Onderwijshuisvesting CuraçaoIn het kader van het landspakket heeft Nederland in totaal meerjarig € 30 mln. toegezegd voor onderhoud aan schoolgebouwen op Curaçao. In totaal is hiervan nu € 10,5 mln. beschikbaar gesteld, waarvan circa € 10 mln. in 2022. De onderhoudswerkzaamheden aan de eerste scholen zijn reeds gestart.

Tijdelijke Werkorganisatie (TWO)Voor de uitvoering van de maatregelen en hervormingen in de Landspakketten is aan Aruba, Curaçao en Sint Maarten circa € 16,8 mln. beschikbaar gesteld. Voorbeelden hiervan zijn een investering in de transformatie van de belastingdienst van Sint Maarten ($ 9 mln.), een investering in een Enterprise Resource Planning (ERP) systeem van de overheid van Sint Maarten (€ 2,8 mln.) een investering in de modernisering van de belastingdienst van Aruba (€ 1,5 mln.) en bijdragen voor het verbeteren van de wetgevingsfunctie en het programma verbeteren functie overheid aan Curaçao (€ 0,6 mln). Het verschil tussen tussen realisatie en vastgestelde begroting wordt verklaard door diverse reallocaties die binnen het artikel hebben plaatsgevonden bij eerste en tweede suppletoire begroting.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Diverse bijdragen

Dit betreft het kleinprojectenfonds van de vertegenwoordiging van Nederland op Curaçao, Aruba en Sint Maarten. Hiermee zijn kleine projecten op de eilanden bekostigd.

4.2 Caribisch Nederland

Subsidies

Subsidies Caribisch Nederland

Aan VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) International is een subsidie toegekend voor een pilot voor een uitwisselingsnetwerk tussen Europees Nederlandse gemeenten en het Caribisch deel van het Koninkrijk (looptijd van 1 juli 2022 tot en met 31 december 2023). Daarvoor is in 2022 circa € 1,6 mln. beschikbaar gesteld voor Caribisch Nederland en circa € 0,1 mln. voor de Landen. Het uitwisselingsnetwerk biedt één duidelijk aanspreekpunt voor verzoeken om gemeentelijke vaktechnische assistentie en uitwisseling vanuit de openbare lichamen. De VNG matcht deze verzoeken vervolgens met relevante expertise uit het gemeentelijk netwerk. Ook worden stages voor ambtenaren van de openbare lichamen bij Nederlandse gemeenten, provincies of het Rijk gefaciliteerd als onderdeel van het uitwisselingsnetwerk.

Het ministerie van BZK heeft daarnaast een financiële bijdrage geleverd van ruim € 0,1 mln. aan Stichting WeConnect voor het ondersteunen bij het werven van de trainees voor het Talent Ontwikkel Programma Bonaire (TOP), het bevorderen dat studenten die uit het Caribisch deel van het Koninkrijk afkomstig zijn hun studie in Europees Nederland naar behoren kunnen afronden en te bevorderen dat personen die uit het Caribisch deel van het Koninkrijk afkomstig zijn aldaar deel zullen nemen aan de arbeidsmarkt.

De subsidie van circa € 0,1 mln. is verstrekt om gedurende een jaar (om en nabij) zeven dialoogsessies te organiseren tussen de eilandsraad, gedeputeerden, de regeringscommissaris en haar plaatsvervanger. De sessies hebben als doel om de samenwerking tussen de betrokkenen te verbeteren.

Het verschil tussen realisatie en begroting wordt verklaard door diverse reallocaties vanaf andere instrumenten het instrument Subsidies .

Opdrachten

Versterken bestuus- en uitvoeringskracht

De uitgaven op artikel 4 hangen nauw samen met de in juni 2022 gemaakte bestuurlijke afspraken met de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Enerzijds gaat het om middelen voor eilandelijke achterstanden uit het Regeerakkoord, waarvoor in 2022 in totaal € 4 mln. beschikbaar is gesteld; het aandeel van Bonaire en Sint Eustatius hierin is via dit artikel als bijzondere uitkering verstrekt (de middelen voor Saba zijn verstrekt via het BES-fonds). Anderzijds zijn vanuit de eigen begroting van Koninkrijksrelaties extra middelen vrijgemaakt voor het verbeteren van de uitvoeringskracht. Het gaat om een bedrag van € 2 mln. per eiland. Voor Bonaire en Sint Eustatius zijn deze middelen via dit artikel als bijzondere uitkering verstrekt (voor Saba zijn deze middelen eveneens verstrekt via de vrije uitkering).

Inkomensoverdrachten

Pensioenen en uitkeringen politieke ambtsdragers

Dit betreft de bijdragen die worden geleverd ten behoeve van pensioenen en wachtgelduitkeringen voor oud politici van Caribisch Nederland, en de herstelpremie ten behoeve van het Pensioenfonds Caribisch Nederland. Het verschil tussen de realisatie en de begrotig is te verklaren door een wisselkoerstegenvaller.

Bijdrage aan medeoverheden

Versterken bestuurs- en uitvoeringskracht

De ambities van het kabinet, de hoofdlijnenbrief, de prioriteiten zoals opgesteld door de bestuurders van Bonaire, Saba en Sint Eustatius en de verdeling van de CN-envelop zijn uitgewerkt in gerichte en concrete afspraken. In juni 2022 heeft de staatssecretaris van BZK deze bestuurlijke afspraken met Saba, Sint Eustatius en Bonaire ondertekend.

Onderdeel van deze afspraken zijn het ter beschikking stellen van de middelen uit de CN-envelop. Naast verhoging van de vrije uitkering, is € 10 mln. incidenteel ter beschikking over de periode 2022-2024; voor 2022 gaat het om een bedrag van € 4 mln. Daarnaast stelt BZK eigen middelen beschikbaar waarover afspraken zijn gemaakt in de bestuurlijke afspraken: structureel € 2 mln. voor de uitvoeringskracht (€ 677.000 per eiland), incidenteel € 3 mln. voor de uitvoeringskracht (€ 1 mln. per eiland), en structureel € 1 mln. verhoging van de Vrije Uitkering van Saba (motie van der Berg). Voor Saba zijn de hiervoor genoemde bedragen verstrekt via de vrije uitkering van het BES-fonds. De voor Bonaire en Sint Eustatius bestemde bedragen zijn uit dit begrotingsartikel ter beschikking gesteld op basis van door beide openbare lichamen ingediende aanvragen.

Ontvangsten

De ontvangsten bestaan voor het grootste gedeelte uit een bedrag van circa € 3,7 mln. van het Rode Kruis inzake de noodhulp aan het Curacao, Aruba en Sint Maarten. Daarnaast is ruim € 1,9 mln. terug ontvangen van Bonaire International Airport. Tijdens de pandemie heeft Bonaire International Airport gelden ontvangen ter ondersteuning van de operationele activiteiten. Het restant bleek niet meer nodig en wordt daarom teruggegeven aan het generale beeld. Ook is ruim € 1,5 mln. terug ontvangen vanuit Bonaire inzake voedselhulp. Het gaat hier om COVID-middelen die zijn teruggegeven aan het generale beeld, omdat de COVID-maatregelen waren afgelopen. Tot slot is er sprake van een teruggekomen betaling van circa € 0,9 mln. voor het pensioenfonds Caribisch Nederland. Deze is in 2022 opnieuw verstrekt.

4.3 Artikel 5. Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen

A. Algemene doelstelling

Het ondersteunen van de houdbaarheid van de overheidsfinanciën van Curaçao en Sint Maarten door ten eerste de kwijtschelding van een deel van de schulden van Curaçao en Sint Maarten (in 2010) en ten tweede door het aanbieden van de mogelijkheid van een lopende inschrijving door Nederland tegen het actuele rendement op Nederlandse staatsleningen van de desbetreffende looptijd.

B. Rol en verantwoordelijkheid

Gelet op de autonomie hebben de landen hun eigen verantwoordelijkheid voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. Het financieel toezicht op Curaçao en Sint Maarten wordt op grond van de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (Rft) uitgeoefend door de Rijksministerraad.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor:

Financieren

De minister financiert de kosten die voortkomen uit de schuldsanering en heeft een lopende inschrijving op leningen van Curaçao en Sint Maarten via de begroting van Koninkrijksrelaties. Dit is terug te voeren op de bestuurlijke afspraken die zijn gemaakt in de aanloop naar de nieuwe staatkundige verhoudingen per 10 oktober 2010. Daarbij heeft Nederland een oplossing geboden voor de toenmalige schuldenproblematiek, door de verplichting op zich te nemen een belangrijk deel van de schulden van Curaçao en Sint Maarten over te nemen.

Uitvoeren

Afspraken over het financieel beheer van Curaçao en Sint Maarten zijn geformaliseerd in de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (Rft). Op basis van deze wet begeleidt de minister de adviezen van het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (Cft) naar de Rijksministerraad. Tevens is in de Rft bepaald dat Nederland een lopende inschrijving aanbiedt voor leningen aan Curaçao en Sint Maarten, tegen het actuele rendement op Nederlandse staatsleningen van de desbetreffende looptijd.

Op basis van artikel 36 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden kunnen de landen binnen het Koninkrijk eventueel in aanmerking komen voor hulp en bijstand van Nederland.

C. Beleidsconclusies

Liquiditeitssteun aan Sint Maarten, Curaçao en Aruba

Vanwege de aanhoudende gevolgen van de pandemie heeft de Staat der Nederlanden net als in 2020 en 2021 de landen Aruba en Sint Maarten liquiditeitssteun gegeven op basis van artikel 36 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden.

In 2022 is na besluitvorming in de Rijksministerraad (RMR) in 3 tranches € 19,7 mln. aan liquiditeitssteun verstrekt via ‘zachte’ leningen (aflossingsvrije leningen tegen 0% rente en met een looptijd tot 10 oktober 2023). Hierdoor konden de landen de noodzakelijke overheidstaken blijven uitvoeren. Aan deze tranches was als voorwaarde verbonden dat de landen voldeden aan de gestelde voorwaarden bij de eerder verstrekte tranches en voldoende voortgang boekten op het uitvoeren van de in 2020 overeengekomen landspakketten met structurele hervormingen. Door deze hervormingen zullen de landen in de toekomst beter in staat zijn om externe schokken zelfstandig op te vangen. In 2022 is vooral gewerkt aan de voorbereidingen van de hervormingen die de komende jaren zullen worden uitgevoerd. De Tweede Kamer wordt hierover geïnformeerd middels uitvoeringsagenda’s en – rapportages.

Op 10 april verliep de looptijd van de liquiditeitsleningen die vanaf april 2020 tot dat moment aan de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten waren verstrekt. Omdat de landen niet in staat waren de liquiditeitsleningen af te lossen en de gevolgen van de pandemie nog niet voorbij waren, zijn de toen aflopende leningen onder dezelfde voorwaarden (renteloos en aflossingsvrij) voor 1,5 jaar geherfinancierd. In totaal is voor € 1.032,1 mln. geherfinancierd, € 442,2 mln. voor Aruba (inclusief de eerste tranche liquiditeitssteun 2022 á € 6,1 mln.), € 448,3 mln. voor Curaçao en € 141,6 mln. voor Sint Maarten.

In totaal heeft Nederland vanaf 2020 € 1.032,1 mln. aan liquiditeitsleningen verstrekt met een looptijd tot 10 oktober 2023.

Tabel 9 Overzicht corona leningen ACS (Bedragen in mln.)
 

AWG/ANG

EURO

Aruba

915,5

442,2

Curaçao

911,0

448,3

Sint Maarten

316,4

141,6

   

Totaal

2142,9

1032,1

Herfinanciering buitenlandse schuldverplichtingen Aruba

Naast de liquiditeitssteun heeft Nederland voor € 175,4 mln aan buitenlandse schuldverplichtingen van Aruba voor 2022 (in 2021 € 83,8 mln.) geherfinancierd middels een laagrentende lening met een looptijd van zeven jaar. De herfinanciering leverde Aruba in totaal een rentevoordeel op van minimaal € 39 mln. Dit rentevoordeel was afgesproken als onderdeel van de afspraken over het landspakket Aruba.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 10 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 5. Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting1

Verschil

 

2018

2019

2020

2021

2022

2022

2022

Verplichtingen

0

50.396

621.056

733.075

31.129

41.000

‒ 9.871

        

Uitgaven

172.432

79.143

649.573

597.611

223.627

239.017

‒ 15.390

        

5.1 Schuldsanering Curaçao en Sint Maarten

172.432

28.517

28.517

28.517

28.517

28.517

0

Leningen

       

Schuldsanering

172.432

28.517

28.517

28.517

28.517

28.517

0

        

5.2 Leningen/ garanties landen Curaçao, Sint Maarten en Aruba

0

50.626

621.056

569.094

195.110

210.500

‒ 15.390

Leningen

       

Leningen aan Aruba

0

0

204.327

315.577

181.478

192.500

‒ 11.022

Lopende inschrijving en leningen Curaçao en Sint Maarten

0

50.626

416.729

253.517

13.632

18.000

‒ 4.368

        

Ontvangsten

40.380

49.495

47.056

44.232

81.583

34.588

46.995

X Noot
1

Stand inclusief de nota van wijziging op de ontwerpbegroting (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 32).

E. Toelichting op de instrumenten

Uitgaven

5.1 Schuldsanering Curaçao en Sint Maarten

Leningen

Schuldsanering

In de Slotverklaring van 2 november 2006 heeft Nederland zich met het oog op een gezonde financiële positie bij de start van de nieuwe staatkundige verhoudingen bereid verklaard om de schulden van (de collectieve sector van) de Nederlandse Antillen en de eilandgebieden Curaçao en Sint Maarten grotendeels te saneren of te herfinancieren. Dit betreft de sanering van de schuldomvang van het Land en de eilandgebieden Curaçao en Sint Maarten. De schuldomvang is van 31 december 2005, die bestaat uit openbare en onderhandse geldleningen die zijn aangegaan jegens derden buiten de desbetreffende collectieve sector (inclusief de leningen die jegens Nederland zijn aangegaan). Deze leningen zijn, voor zover zij in omvang boven de rentelastnorm van dat jaar uitgaan, door Nederland gesaneerd.

5.2 Leningen/ garanties landen Curaçao en Sint Maarten en Aruba

Leningen aan Aruba

In het eerste kwartaal van 2022 is na besluitvorming in de Rijksministerraad (RMR) € 6,1 mln. (AWG 12 mln.) liquiditeitssteun aan het land Aruba toegekend, in de vorm van een renteloze bulletlening met een looptijd tot 10 april 2022. Hierbij zijn financieel-economische voorwaarden gesteld. Op 10 april zijn alle uitstaande liquiditeitsleningen van Aruba geherfinancierd tot 10 oktober 2023.

Daarnaast is een lening aan Aruba verstrekt van € 175,4 mln. (AWG 346 mln.) ten behoeve van de afspraken uit het landspakket om Aruba een rentevoordeel te schenken.

Het verschil tussen de realisatie en het budget van de tweede suppletoire begroting 2022 wordt veroorzaakt door wisselkoerstegenvallers. Aan de andere kant was er een meevaller omdat € 23 mln. gereserveerd voor liquiditeitssteun aan Aruba terwijl € 6,1 mln. (AWG 12 mln.) volstond.

Lopende inschrijvingen en leningen Curaçao en Sint Maarten

In 2022 is na besluitvorming in de Rijksministerraad (RMR) liquiditeitssteun aan het land Sint Maarten in de vorm van renteloze bulletleningen verstrekt, in twee tranches van in totaal € 13,6 mln. (ANG 24,0 mln.). Hierbij zijn tevens politieke en financieel-economische voorwaarden gesteld.

Het verschil tussen de realisatie en het budget van de tweede suppletoire begroting wordt veroorzaakt door wisselkoersverschillen tussen de begrotingskoers en de gerealiseerde wisselkoers. Uiteindelijk zijn er minder leningen toegekend, omdat de landen minder steun nodig hadden dan verwacht.

Nederland heeft in 2022 via de lopende inschrijving geen leningen aan de landen Curaçao en Sint Maarten voor investeringen (kapitaaldienst) verstrekt.

Ontvangsten

De reguliere rente en aflossingen op leningen aan Aruba, Curaçao en Sint Maarten worden hier verantwoord. De ontvangsten zijn onder andere hoger dan geraamd vanwege de extra aflossingen van Curaçao ten behoeve van de lening Girobank. Dit bedroeg € 26,6 mln. (ANG 48,3 mln). Daarnaast is er € 8,9 mln. meer rente ontvangen door een wisselkoersmeevaller. De rest van het verschil tussen de vastgestelde begroting en de realisatie wordt verklaard doordat aflossingen op de leningen vanaf de tweede suppletoire begroting 2022 ook op de ontvangsten van dit artikel worden verantwoord.

 

4.4 Artikel 8. Wederopbouw Bovenwindse Eilanden

A. Algemene doelstelling

Het bevorderen dat de basisvoorzieningen (inclusief infrastructuur) voor de burgers in Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba weer op het niveau van voor de orkanen Irma en Maria komen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) coördineert het beschikbaar stellen van de middelen vanuit Nederland en het toezicht op de besteding daarvan.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor:

Financieren

  • De minister financiert een deel van de wederopbouw van Sint Maarten. Tot 2021 zijn er middelen beschikbaar waarmee het trustfonds bij de Wereldbank wordt gevuld. De einddatum van dit trustfonds is in 2022 budgetneutraal verlengd met 36 maanden en blijft tot en met 2028 operationeel. Deze bijdrage is verbonden aan de politieke voorwaarden waarmee Sint Maarten akkoord is gegaan, waaronder de reeds ingestelde integriteitskamer en het versterken van het grenstoezicht waarover nadere afspraken zijn gemaakt (Stcrt. 2014, 72542 en Landsverordening Integriteitskamer). Nederland zal gedurende de wederopbouw toezien op de naleving van de voorwaarden.

  • De minister levert naast het trustfonds directe steun voor de wederopbouw van Sint Maarten. Het gaat hier bijvoorbeeld om kosten op het gebied van rechtshandhaving of technische assistentie op gebied van financieel beheer.

Regisseren

  • De minister regisseert de rijksbrede aanpak van de wederopbouwfase op de eilanden Saba en Sint Eustatius.

  • De minister is vertegenwoordigd in de stuurgroep van het Sint Maarten Reconstruction, Recovery and Resilience trustfund waarin ook Sint Maarten zitting heeft. Prioriteiten voor Nederland zijn economische ontwikkeling en bereikbaarheid, de afvalproblematiek en goed bestuur.

Ook de ministeries van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW), Economische Zaken en Klimaat (EZK) en Infrastructuur en Waterstaat (IenW) zijn betrokken bij de wederopbouw voor onder andere het herstel van schoolgebouwen en infrastructuur. De middelen voor deze projecten staan op de begrotingen van de betreffende ministeries.

C. Beleidsconclusies

In 2022 zijn wederom duurzame en zichtbare resultaten geboekt voor Sint Maarten en haar bewoners. Zo zijn 425 van de in totaal 511 huizen gerepareerd, inclusief 269 huizen in de sociale sector, zijn 139 scheepswrakken geruimd, is ruim 10 km aan kustlijn schoongemaakt, zijn er inmiddels 62 aanvragen van MKB-bedrijven goedgekeurd voor financiering (Enterprise Support Project) en zijn er 24 subsidies verleend aan lokale niet-gouvermentele organisaties (NGO's) die bijdragen aan de weerbaarheid van de samenleving (Resources for Community Resilience project)t. Wat betreft de afvalberg zijn er belangrijke stappen genomen om te kunnen voldoen aan de sociale- en milieu standaarden van de Wereldbank. Ook de aanbesteding voor het herstel van de luchthaven is afgerond en de werkzaamheden kunnen nu daadwerkelijk beginnen.In september 2022 is de herhuisvesting van de bewoners in de directe omgeving van de afvalberg gestart.

Bij het vliegveldproject is de terminal inmiddels ontmanteld en de permanente werken zijn gestart. Ook wordt het nieuwe ziekenhuis gebouwd, zijn er 140 leningen aan het MKB verstrekt via vier banken en zijn er 36 giften verstrekt aan lokale maatschappelijke organisaties op Sint Maarten.

In totaal zijn elf projecten in uitvoering (waarvan 1 project is afgerond) en drie projecten in voorbereiding met een totale omvang van USD 378 mln. Hiervan is in totaal USD 17,2 mln. uitgekeerd aan projecten door het trustfonds (Kamerstukken II 2021/22, 34773 nr. 27), op basis van de halfjaarrapportage 2022. Een update over heel 2022 wordt de eerste helft van 2023 verwacht.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 11 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 8. Wederopbouw Bovenwindse Eilanden (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2018

2019

2020

2021

2022

2022

2022

Verplichtingen

331.958

24.362

100.802

92.602

6.984

4.933

2.051

        

Uitgaven

338.226

21.299

102.682

91.485

8.456

4.933

3.523

        

8.1 Wederopbouw

319.304

21.299

102.682

91.485

8.456

4.933

3.523

Subsidies (regelingen)

       

Diverse subsidies

0

1.230

0

1.854

762

0

762

Leningen

       

Liquiditeitssteun Sint Maarten

38.579

0

0

0

0

0

0

Overbruggingskrediet luchthaven Sint Maarten

0

13.322

0

0

0

0

0

Opdrachten

       

Wederopbouw op Sint Maarten

134

491

1.298

999

694

3.933

‒ 3.239

Bijdrage aan medeoverheden

       

KPSM

3.358

300

6.039

0

0

0

0

Wederopbouw op Saba

3.861

0

0

0

0

0

0

Grenstoezicht Sint Maarten

910

0

0

0

0

0

0

Wederopbouw op Sint Eustatius

3.463

5.823

3.345

2.517

0

0

0

Wederopbouw op Sint Maarten

250

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

       

Wederopbouw op Sint Maarten

6.748

133

2.000

0

7.000

1.000

6.000

Wereldbank

262.001

0

90.000

86.115

0

0

0

        

8.2 Noodhulp

18.922

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

       

Noodhulp

425

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

       

Noodhulp op Sint Maarten

33

0

0

0

0

0

0

Noodhulp op Sint Eustatius en Saba

1.584

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

       

Ministerie van I&W

0

0

0

0

0

0

0

Ministerie van Defensie

16.837

0

0

0

0

0

0

Ministerie van JenV

43

0

0

0

0

0

0

        

Ontvangsten

1.467

0

14.036

0

0

0

0

E. Toelichting op de instrumenten

Uitgaven

8.1 Wederopbouw

Subsidies (regelingen)

Diverse subsidies

In 2022 heeft Nederland een voorschot van ruim € 0,7 mln. verstrekt ten behoeve van de extra capaciteit die National Recovery Program Bureau levert aan het ministerie van VROMI (Ministerie op St. Maarten voor onder andere milieu) inzake het afvalproject op Sint Maarten.

Opdrachten

Wederopbouw op Sint Maarten

De Royal Schiphol Group heeft circa € 0,5 mln. aan operationele bijstand voor de luchthaven Sint Maarten (PJIA) geleverd. Hiervoor was circa € 1,2 mln. begroot. Vanwege vertragingen van technische aard, wordt het restant doorgeschoven naar 2023. Daarnaast is ruim € 0,1 mln. aan de uitvoering van de beleidsdoorlichting van artikel 8 (Wederopbouw Bovenwindse Eilanden) uitgegeven. In het kader van de stormwaterpompen is er een bedrag van € 2,3 mln. doorgeschoven naar 2023 omdat de aanschaf van de pompen in 2023 voorzien is. Het resterende bedrag van circa € 0,4 mln. betreft een overheveling naar Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor de begeleiding en technisch advies bij de aanschaf van de stormwaterpompen.

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Wederopbouw op Sint Maarten

In 2022 is een bijzondere uitkering gedaan aan het trustfonds ten behoeve van het ziekenhuisproject op Sint Maarten. Het ziekenhuisproject op Sint Maarten heeft een tekort in haar budget als gevolg van de wereldwijde inflatie-en value chain crisis. Nederland heeft eenmalig een bijdrage gedaan aan het trustfonds wederopbouw Sint Maarten bij de Wereldbank voor de financiering van de nieuwbouw van het ziekenhuis. Er is een akkoord bereikt tussen de grote financiers van het ziekenhuis ter dekking van het tekort en daartoe is vanuit de begroting van Koninkrijkrelaties € 7 mln. gerealloceerd ten gunste van het trustfonds.

Ontvangsten

Op artikel 8 zijn geen ontvangsten geweest.

5. Niet-beleidsartikelen

5.1 Artikel 6. Apparaat

A. Budgettaire gevolgen

Tabel 12 Apparaatsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2018

2019

2020

2021

2022

2022

2022

Verplichtingen

24.918

26.365

30.779

31.652

34.526

21.665

12.861

        

Uitgaven

24.972

26.696

29.879

30.335

34.195

21.665

12.530

        

Personele uitgaven

       

Eigen personeel

11.908

13.814

14.294

15.264

16.543

11.594

4.949

Inhuur externen

1.184

2.450

2.323

2.813

1.384

448

936

        

Materiële uitgaven

       

Overige materiële uitgaven

11.880

10.432

13.262

12.258

16.268

9.623

6.645

        

Ontvangsten

1.452

1.992

1.063

7.073

10.109

0

10.109

B. Toelichting op de financiële instrumenten

Uitgaven

Dit betreft de uitgaven van de Shared Service Organisatie Caribisch Nederland (SSO CN), de Colleges Financieel Toezicht (Cft), Rijksvertegenwoordiger, de Tijdelijke Werkorganisatie (TWO) en de Vertegenwoordiging van Nederland in Aruba, Curaçao en Sint Maarten (VN-ACS).

Bij de beantwoording van de Kamervragen over de tweede suppletoire begroting is een toezegging gedaan om ook de loonkosten die op het begrotingshoofdstuk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) inzichtelijk te maken. Op artikel 6 van begrotingshoofdstuk 4 (Koninkrijksrelaties, apparaat) is in 2022 in totaal voor € 1,2 mln. aan apparaatskosten gemaakt voor de Tijdelijke Werkorganisatie (TWO). Dit betreffen onder andere kosten voor inbestedingen, externe inhuur en reiskosten. Daarnaast is op artikel 11 van begrotingshoofdstuk 7 (Binnenlandse zaken, Centraal Apparaat) voor zo’n € 2,4 mln. aan kosten gemaakt. Dit betreffen kosten voor fte’s die bij de TWO in dienst zijn. Verder hebben er voor in totaal € 2 mln. budgetoverhevelingen naar andere begrotingshoofdstukken plaatsgevonden voor de inzet van andere departementen voor de uitvoering van de Landspakketten.

Personele uitgaven

Eigen personeel

Dit betreffen de uitgaven aan het eigen personeel van de SSO CN, Rijksvertegenwoordiger, Cft, TWO en het lokaal personeel van de VN-ACS. De stijging van de uitgaven aan eigen personeel wordt voornamelijk verklaard door toename van personele kosten bij SSO CN.

Inhuur externen

In 2022 loopt bij SSO CN het langdurige ICT-project Netwerk op Orde. Dit project is bedoeld om het huidige netwerk te vervangen en toe te werken naar een stabieler, betrouwbaarder en toekomstbestendiger netwerk. Per 1 januari 2022 werkt SSO CN met SAP. Het verschil tussen begroting en realisatie wordt met name verklaard door extra kosten voor opleiding van medewerkers en andere functionaliteiten binnen SAP die nog moesten worden ingericht.

Materiële uitgaven

Overige materiële uitgaven

Dit betreffen de uitgaven voor overige materiële posten van SSO CN, Cft, Rijksvertegenwoordiger, TWO en de VN-ACS. Hieronder vallen onder andere huisvestingskosten, ICT-kosten en communicatiekosten. Het verschil tussen realisatie en begroting wordt met name verklaard door aanvullende operationele activiteiten gedurende het jaar.

Ontvangsten

Dit betreft ontvangsten van SSO CN over 2022 uit de verrekening met de andere departementen. Verrekening vindt plaats op basis van toe- of afname van de basisdienstverlening en de specifieke dienstverlening van SSO CN. Daarnaast is bij SSO CN een wisselkoersmeevaller (circa € 4,4 mln.) gerealiseerd. Dit is toegevoegd aan de wisselkoersreserve.

5.2 Artikel 7. Nog onverdeeld

A. Budgettaire gevolgen

Tabel 13 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2018

2019

2020

2021

2022

2022

2022

Verplichtingen

0

0

0

0

0

2.411

‒ 2.411

        

Uitgaven

0

0

0

0

0

2.411

‒ 2.411

        

Onvoorzien

0

0

0

0

0

1.866

‒ 1.866

Wisselkoersreserve

0

0

0

0

0

545

‒ 545

        

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

B. Toelichting op de financiële instrumenten

Onvoorzien

Vanuit dit artikel is eenmalig € 0,9 mln. aangewend ter dekking van het ziekenhuis op Sint Maarten. Dit is gerealloceerd bij de tweede suppletoire begroting naar artikel 8. Ook is er bij tweede suppletoire begroting € 0,4 mln. gerealloceerd naar artikel 6 ten behoeve van apparaatsgelden voor de ondersteuning van de Regeringscommisaris gedurende de looptijd van de Wet Herstel voorzieningen op Sint Eustatius. Daarnaast is er vanuit dit artikel circa € 0,6 mln. gerealloceerd naar het BES-fonds (H64) ter dekking van de negatieve loon- en prijsontwikkeling.

Wisselkoersreserve

Voor het meerjarig opvangen van valutaschommelingen is voor begrotingshoofdstuk Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) een wisselkoersreserve ingesteld.

Bij slotwet 2022 is de daadwerkelijke wisselkoersimpact berekend en zijn de verschillen met de compensatie bij Miljoenennota 2022 gecorrigeerd. De wisselkoersreserve in 2023 bedraagt circa € 10,1 mln. ten opzichte van € 14,1 mln. per eerste suppletoire begroting 2022.

6. Bedrijfsvoeringsparagraaf Koninkrijksrelaties

Paragraaf 1 - uitzonderingsrapportage voor vier verplichte onderwerpen

Rechtmatigheid

Tabel 14 Overzicht overschrijdingen rapporteringstoleranties fouten en onzekerheden

(1) Rapporterings-tolerantie

(2) Verantwoord bedrag in € (omvangsbasis)

(3) Rapporterings-tolerantie voor fouten en onzekerheden in €

(4) Bedrag aan fouten in €

(5) Bedrag aan onzekerheden in €

(6) Bedrag aan fouten en onzekerheden in €

(7) Percentage aan fouten en onzekerheden t.o.v. verantwoord bedrag = (6)/(2)*100%

Artikel 6. Apparaat verplichtingen

€ 34.526.252

€ 3.452.626

€ 3.889.534

€ -

€ 3.889.534

11,3%

Artikel 6. Apparaat verplichtingen

Het bedrag aan fouten en onzekerheden op artikel 6 apparaat verplichtingen is € 3,9 mln. en daarmee wordt de rapporteringstolerantie overschreden. Er is een overschrijding van circa € 2,7 mln. van de budgettaire ruimte ten opzichte van wat aan de Tweede Kamer gemeld is. Met de invoering van een nieuw financieel systeem in 2022 is het voor SSO CN mogelijk om ook de verplichtingen op een goede manier te administreren en worden ook meerjarige verplichtingen vastgelegd. Hier was geen rekening mee gehouden. Dit leidde tot een overschrijding van circa € 2 mln. Daarnaast is op artikel 6 € 0,7 mln. meer aan verplichtingen gerealiseerd dan aan de Tweede Kamer was gemeld. Tot slot is door SSO CN voor circa € 1,1 mln. aan onrechtmatige inkoopverplichtingen aangegaan. Deze inkoopfouten zijn bij SSO CN onder andere ontstaan door het hanteren van verkeerde inkoopprocedures en het niet tijdig afsluiten van nieuwe overeenkomsten.

Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Begrotingsbeheer, financieel beheer en materiële bedrijfsvoering

Voor het begrotingsbeheer, het financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Voor de overige aspecten van de bedrijfsvoering wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Paragraaf 2 - Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

Voor de rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Paragraaf 3 - Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

Voor de belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

C. BELEIDSVERSLAG BES-FONDS

7. Beleidsprioriteiten

Het BES-fonds is een beleidsarm fonds waaruit aan de eilanden van Caribisch Nederland een vrije uitkering wordt verstrekt. Deze uitkering moet de eilanden in staat stellen hun taken uit te voeren.

8. Beleidsartikel BES-fonds

8.1 Artikel 1. BES-fonds

A. Algemene doelstelling

Via het BES-fonds wordt bewerkstelligd dat de Openbare Lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba middelen krijgen toebedeeld om de tussen het Rijk en de eilanden overeengekomen taakverdeling van de eilanden naar behoren uit te voeren.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De openbare lichamen mogen zelf bepalen welke taken en activiteiten zij bekostigen uit de algemene middelen van de vrije uitkering. Dit uitgangspunt laat onverlet dat de openbare lichamen bepaalde wettelijke taken en activiteiten dienen uit te voeren waarbij zij voor de bekostiging mede op de algemene middelen zijn aangewezen.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor:

Financieren

De minister is verantwoordelijk voor de bestuurlijke en financiële verhouding met de eilanden en in die hoedanigheid financiert de minister het BES-fonds

C. Beleidsconclusies

Er zijn in 2022 geen beleidswijzigingen geweest binnen het BES-fonds.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 15 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1. BES-fonds (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2018

2019

2020

2021

2022

2022

2022

Verplichtingen

38.619

43.176

51.304

51.708

67.092

42.390

24.702

        

Uitgaven

39.047

44.316

51.304

51.708

67.092

42.390

24.702

        

Bijdrage aan medeoverheden

       

Vrije uitkering

39.047

44.316

51.304

51.708

67.092

42.390

24.702

        

Ontvangsten

39.047

44.316

51.304

51.708

67.092

42.390

24.702

E. Toelichting op de instrumenten

Uitgaven

Bijdragen aan medeoverheden

Vrije uitkering

De vrije uitkering omvat de vrij besteedbare middelen voor de Openbare Lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba waarmee zij publieke taken financieren. De hoogte van de vrije uitkering wordt vastgesteld in US dollars.

In de loop van 2022 is de vrije uitkering bijgesteld met de jaarlijkse loon- en prijsbijstelling voor een bedrag van € 1,5 mln. Hiervan heeft € 0,5 mln. betrekking op de structurele dekking van de negatieve prijsbijstelling uit 2021. Deze negatieve prijsbijstelling was ontstaan door de tijdelijke subsidie op nutsvoorzieningen in verband met de pandemie. Doorbelasting hiervan zou leiden tot een ongewenste verlaging van de vrije uitkering. In 2021 is deze negatieve prijsbijstelling incidenteel gedekt. Vanaf 2022 is voorzien in structurele dekking.

Vanuit de CN-envelop hebben de Openbare Lichamen in 2022 € 4,1 mln. ontvangen voor de verhoging van de vrije uitkering (Bonaire € 2,3 mln., Sint Eustatius € 1,0 mln. en Saba € 0,8 mln.). Dit bedrag loopt de komende jaren op tot € 10 mln. structureel. Het Openbaar Lichaam Saba heeft daarnaast de middelen uit de CN-envelop – voor het versterken van de uitvoeringskracht en het wegwerken van eilandelijke achterstanden – en de middelen ter uitvoering van de motie Van den Berg en Kuiken via de vrije uitkering ontvangen (€ 3,4 mln. waarvan € 1,7 mln. incidenteel). De voor Bonaire en Sint Eustatius bestemde middelen zijn door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekt via een vrije uitkering.

Vanuit het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) hebben de Openbare Lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba middelen ontvangen in het kader van de uitvoering van het Natuur en Milieubeleidsplan Caribisch Nederland 2020-2030. Bonaire (€ 5,7 mln.) en Saba (€ 2,6 mln.) hebben deze middelen via de vrije uitkering ontvangen. De middelen voor Sint Eustatius (€ 2,6 mln.) zijn verstrekt via een bijzondere uitkering. Hier is door LNV voor gekozen om nauwe samenwerking en sturing op de inzet van de middelen beter mogelijk te maken, en daarmee de doelmatige en doeltreffende besteding van de middelen beter te kunnen waarborgen.

Vanuit het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) ontvangt het openbaar lichaam Saba circa € 0,4 mln. via de vrije uitkering voor de uitvoering van het Caribisch Sport- en Preventieakkoord en naschoolse activiteiten op Saba.

Tot slot heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in 2022 middelen ter gesteld aan de openbare lichamen om de toegankelijkheid van de verkiezingen van 2023 te bevorderen. Dit conform de Verkiezingsagenda 2030.

Bij de uitbetaling van de vrije uitkering zijn de aflossingen van de renteloze leningen aan de openbare lichamen verrekend. Conform artikel 89 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: Wet FinBES) mogen de openbare lichamen een renteloze lening aangaan voor investeringen ten behoeve van het uitoefenen van een publieke taak, bijvoorbeeld onderwijshuisvesting. In 2022 bedroeg de inhouding voor deze leningen € 0,9 mln. voor Bonaire, € 0,2 mln. voor Sint Eustatius en € 0,4 mln. voor Saba. Bijlage 9 bij de begroting Koninkrijksrelaties (IV) geeft een overzicht van deze renteloze leningen en bijbehorende aflossingsbedragen in dollars (Kamerstukken II 2021/22, 35925-IV, nr. 2).

Ontvangsten

Artikel 88, derde lid, van de Wet FinBES regelt dat bij (begrotings-)wet voor ieder uitkeringsjaar middelen van het Rijk worden afgezonderd ten behoeve van het BES-fonds. De uitgaven en de afgezonderde inkomsten over ieder uitkeringsjaar zijn aan elkaar gelijk. Gelet hierop is ten behoeve van de dekking van de uitgaven ten laste van het BES-fonds een post ontvangsten opgenomen.

9. Bedrijfsvoeringsparagraaf BES-fonds

Paragraaf 1. Uitzonderingsrapportage voor de volgende vier verplichte onderdelen

Rechtmatigheid

Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiele bedrijfsvoering

Voor het financieel- en materieel beheer wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Voor overige aspecten van de bedrijfsvoering wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Paragraaf 2. Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

Voor de rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringparagraaf van het jaarverslag in begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Paragraaf 3. Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

Voor de belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

D. JAARREKENING KONINKRIJKSRELATIES

10. Verantwoordingsstaat Koninkrijksrelaties

Tabel 16 Verantwoordingsstaat 2022 van Koninkrijksrelaties (IV) (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Vastgestelde begroting (1)1

Realisatie (2)

Verschil (3)=(2)-(1)

  

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

Totaal

224.999

423.016

34.588

186.790

374.961

104.028

‒ 38.209

‒ 48.055

69.440

           
 

Beleidsartikelen

         

1

Versterken rechtsstaat

80.415

80.415

0

32.741

32.418

4.000

‒ 47.674

‒ 47.997

4.000

4

Bevorderen sociaaleconomische structuur

74.575

74.575

0

81.410

76.265

8.336

6.835

1.690

8.336

5

Schuldsanering/lopende inschrijving/ leningen

41.000

239.017

34.588

31.129

223.627

81.583

‒ 9.871

‒ 15.390

46.995

8

Noodhulp en wederopbouw Bovenwindse eilanden

4.933

4.933

0

6.984

8.456

0

2.051

3.523

0

           
 

Niet-beleidsartikelen

         

6

Apparaat

21.665

21.665

0

34.526

34.195

10.109

12.861

12.530

10.109

7

Nog onverdeeld

2.411

2.411

0

0

0

0

‒ 2.411

‒ 2.411

0

X Noot
1

Stand inclusief de nota van wijziging op de ontwerpbegroting (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 32).

11. Saldibalans

Tabel 17 Saldibalans per 31 december 2022 van Koninkrijksrelaties (IV) (bedragen x € 1.000)

Activa

31-12-2022

 

31-12-2021

 

Passiva

31-12-2022

 

31-12-2021

          

Intra-comptabele posten

Intra-comptabele posten

1)

Uitgaven ten laste van de begroting

374.961

 

792.898

2)

Ontvangsten ten gunste van de begroting

104.028

 

52.109

3)

Liquide middelen

157.780

 

89.629

     

4)

Rekening-courant RHB1

0

 

0

4a)

Rekening-courant RHB

421.861

 

829.883

5)

Rekening-courant RHB Begrotingsreserve

0

 

0

5a)

Begrotingsreserves

0

 

0

6)

Vorderingen buiten begrotingsverband

5.174

 

2.076

7)

Schulden buiten begrotingsverband

12.026

 

2.611

8)

Kas-transverschillen

0

 

0

     
          

Subtotaal intra-comptabel

537.915

 

884.603

Subtotaal intra-comptabel

537.915

 

884.603

          

Extra-comptabele posten

Extra-comptabele posten

9)

Openstaande rechten

0

 

0

9a)

Tegenrekening openstaande rechten

0

 

0

10)

Vorderingen

2.625.241

 

2.468.115

10a)

Tegenrekening vorderingen

2.625.241

 

2.468.115

11a)

Tegenrekening schulden

0

 

0

11)

Schulden

0

 

0

12)

Voorschotten

646.194

 

624.035

12a)

Tegenrekening voorschotten

646.194

 

624.035

13a)

Tegenrekening garantieverplichtingen

0

 

1.877

13)

Garantieverplichtingen

0

 

1.877

14a)

Tegenrekening andere verplichtingen

225.373

 

402.944

14)

Andere verplichtingen

225.373

 

402.944

15)

Deelnemingen

0

 

0

15a)

Tegenrekening deelnemingen

0

 

0

          

Subtotaal extra-comptabel

3.496.808

 

3.496.971

Subtotaal extra-comptabel

3.496.808

 

3.496.971

          

Totaal

4.034.723

 

4.381.574

Totaal

4.034.723

 

4.381.574

X Noot
1

Rijkshoofdboekhouding

Ad 1. en 2. Uitgaven en ontvangsten

Bij de begrotingsuitgaven en -ontvangsten zijn de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten opgenomen met betrekking tot het jaar 2022 waarvoor de Rijksrekening nog niet door de Tweede Kamer is goedgekeurd.

Ad 3. Liquide middelen

De liquide middelen worden op balansdatum niet gewaardeerd tegen de dagkoers. De liquide middelen worden gedurende het jaar per boeking tegen de geldende wisselkoers (ANG/ AWG/ USD) van de valutadatum op het bankafschrift in euro’s gewaardeerd. Aan het einde van het jaar wordt vervolgens het Eurosaldo vanuit de financiële administratie verantwoord in plaats van het saldo van het laatste bankafschrift tegen de geldende wisselkoers per 31 december 2022. De post liquide middelen is opgebouwd uit het saldo bij de banken en de contante gelden aanwezig in de kluis van de kasbeheerders. Het bedrag is als volgt opgebouwd:

Tabel 18 Overzicht liquide middelen (bedragen in €)

Liquide middelen

Saldo

a) Vertegenwoordiging van Nederland in Aruba, Curaçao en Sint Maarten

1.137.940

b) College Financieel Toezicht

283.859

c) Rijksdienst Caribisch Nederland

65.763.888

d) Bank lopende inschrijving

90.593.900

  

Totaal

157.779.587

Ad a t/m c)

De mutaties van de liquide middelen maandverantwoording VNACS, CFT en RCN van december 2022 zijn in de verslagperiode verwerkt.

Ad d) bank lopende inschrijving

Deze post wordt bepaald door een storting op de Maduro Curiel’s Bank N.V. voor betalingen in de komende perioden voor deze kasbeheerder.

Ad 4a. Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

Op de rekening‑courant met de Rijkshoofdboekhouding (RHB) is de financiële verhouding met het Ministerie van Financiën weergegeven. Opgenomen zijn de bedragen conform Rekening-courant afschriften en het saldobiljet van genoemd departement. De volgende Rekening-courantverhoudingen zijn opgenomen in de balans:

Tabel 19 Overzicht rekening-courant Rijkshoofdboekhouding (bedragen in €)

Rekening-courant

Saldo

a) Rekening-courant FIN/RHB

364.743.840

b) Rekening-courant FIN/RHB Bevoorschotting BES/RCN

57.116.178

  

Totaal

421.860.018

Ad 6. Vorderingen buiten begrotingsverband

Het bedrag aan vorderingen buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

Tabel 20 Overzicht vorderingen buiten begrotingsverband (bedragen in €)

Type vorderingen

Saldo

a) Vorderingen Kasbeheerders Rijksdiensten

3.558.576

b) Intra-comptabele voorschotten

228.316

c) Intra-comptabele debiteuren

6.366

d) Intra-comptabele overig

1.380.456

Totaal

5.173.714

Ad a) Vorderingen kasbeheerders rijksdiensten

De vorderingen van de Vertegenwoordiging van Nederland op Aruba, Curaçao en Sint Maarten (VNACS), College Financieel Toezicht (CFT) en de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) bestaan uit diverse vorderingen op ministeries en derden.

Ad b) Intra-comptabele voorschotten

Het saldo heeft betrekking op voorschotten salaris, verhuis- en studiekosten verstrekt aan personeel. De posten worden verrekend met het te betalen salaris voor zover dit nog mogelijk is.

Ad c) Intra-comptabele debiteuren

Dit betreft vorderingen personeel uit dienst.

Ad d) Intra-comptabele overig

Het saldo heeft betrekking op de nog door te belasten intercompany posten tussen H4 en H7.

Ad 7. Schulden buiten begrotingsverband

Het bedrag aan schulden buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

Tabel 21 Overzicht schulden buiten begrotingsverband (bedragen in €)

Schulden

Saldo

a) Schulden Kasbeheerders Rijksdiensten

12.018.390

b) Nog af te dragen loonheffing en Sociale premies

6.988

c) Overige intra-comptabele schulden

261

  

Totaal

12.025.640

Ad a) Schulden kasbeheerders rijksdiensten

De schulden van de Vertegenwoordiging van Nederland op Aruba, Curaçao en St. Maarten en de RCN bestaan voor namelijk uit nog te betalen aan derden, diverse te verrekenen salarissen.

Ad b) Nog af te dragen loonheffing en Sociale premies

Dit betreft nog af te dragen loonheffing en sociale premies.

Ad c) Overige intra-comptabele schulden

Dit betreft nog een te verrekenen post met UBR.

Ad 10. Vorderingen

Ad 10a. Tegenrekening vorderingen

Het saldo per 31 december 2022 kan als volgt worden gespecificeerd:

Tabel 22 Overzicht vorderingen per artikel per 31 december 2022 (bedragen in €)

Art.

Omschrijving

Saldo

1

Versterken rechtsstaat

0

4

Bevorderen sociaaleconomische structuur

104.304

5

Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen

2.586.151.683

6

Apparaat

405.794

8

Noodhulp en wederopbouw Bovenwindse Eilanden

38.579.186

   

Totaal

 

2.625.240.966

Tabel 23 Overzicht vorderingen naar ontstaansjaar per 31 december 2022 (bedragen in €)

Ontstaansjaar

Saldo

t/m 2017

1.113.872.778

2018

38.579.186

2019

49.490.720

2020

64.117.022

2021

137.587.430

2022

1.221.593.831

  

Totaal excl. toeslagen

2.625.240.966

Tabel 24 Overzicht vorderingen naar de mate van opeisbaarheid per 31 december 2022 (bedragen in €)

Type vordering

Direct opeisbaar

Op termijn opeisbaar

Totaalbedrag

a) Algemeen

510.098

0

510.098

b) Leningen artikel 5 en Noodhulp artikel 8

0

2.624.730.869

2.624.730.869

    

Totaal

510.098

2.624.730.869

2.625.240.966

Toelichting

Artikel 4: Bevorderen sociaaleconomische structuur

Dit betreft verschillende vorderingen die openstaan bij derden. Het gaat hier om de afrekening van tickets en voedselhulp voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel 5: Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen

Tabel 25 Overzicht leningen artikel 5 Schuldsanering/ lopende inschrijving/ leningen per 31 december 2022 (bedragen in €)
 

Gehanteerde koersen

Valuta

Euro

a) Lening OBNA

in €

 

1.340.105

b) Maatregel Tussenbalans

in €

 

492.983

c) Water- en Energiebedrijf (akte 263-JZ/1995)

AWG 0,47

4.769.858

2.241.833

d) Leningen lopende inschrijving Curaçao

in €

 

1.004.959.606

e) Leningen lopende inschrijving Sint Maarten

in €

 

218.445.993

f) Liquiditeitssteun Curaçao

in €

 

448.317.692

g) Liquiditeitssteun Aruba

in €

 

442.184.471

h) Liquiditeitssteun St Maarten

in €

 

155.255.880

i) Rentelastverlichting Aruba

in €

 

259.196.972

j) Lening ter afwikkeling Girobank

in €

 

53.716.148

Totaal

  

2.586.151.683

Ad a) Lening OBNA

De Ontwikkelingsbank van de Nederlandse Antillen (OBNA) heeft in 2001 een aanvullende lening ontvangen ten behoeve van de financiering van een krediettranche inzake de ontwikkelingssamenwerking tussen Nederland en de Nederlandse Antillen. De lening heeft een looptijd van 30 jaar en eindigt op 31 december 2030.

Ad b) Maatregel Tussenbalans

In het kader van de maatregel Tussenbalans zijn gedurende de periode 1991 tot en met 1995 diverse begrotingsleningen verstrekt aan Aruba ter financiering van projecten, waarvan een bepaald rendement verwacht mag worden. De leningen hebben een looptijd van 30 jaar, waarvan de eerste acht jaar vrij van aflossing zijn. Het jaarlijkse rentepercentage is 2,5%. In 2025 zullen de laatste aflossingen plaatsvinden.

Ad c) Water- en Energiebedrijf Aruba (akte 263-JZ/1995)

Het betreft een begrotingslening ten behoeve van het Water- en Energiebedrijf NV gevestigd te Aruba. De lening is in 2009 verstrekt voor het aldaar verrichten van een groot aantal investeringen voor de renovatie en uitbreiding van het Water- en Energiebedrijf. Deze leningsovereenkomst is opgesteld in Arubaanse florin ad AWG 28 mln. (€ 10,9 mln.). De lening heeft een looptijd tot 30 juni 2026 waarvan de eerste acht jaar vrij van aflossing zijn. Het jaarlijkse rentepercentage is 2,5%.

Ad d) Leningen lopende inschrijving Curaçao

Nederland heeft twaalf leningen verstrekt aan Curaçao. In 2022 zijn er geen lopende inschrijvingen aan Curaçao verstrekt. De Rijkshoofdboekhouding van het Ministerie van Financiën voert het beheer over deze leningen, de belasting vindt evenwel plaats op het begrotingshoofdstuk Koninkrijksrelaties (IV).

Ad e) Leningen lopende inschrijving Sint Maarten

Nederland heeft twaalf leningen verstrekt aan Sint Maarten. In 2022 zijn er geen lopende inschrijvingen aan Sint Maarten verstrekt. De Rijkshoofdboekhouding van het Ministerie van Financiën voert het beheer over deze leningen, de belasting vindt evenwel plaats op het begrotingshoofdstuk Koninkrijksrelaties (IV).

Ad f) Liquiditeitssteun Curaçao

In de periode 2020-2021 zijn door Nederland liquiditeitsleningen verstrekt aan Curaçao vanwege de invloed van de Covid-19 pandemie. Deze liquiditeitsleningen zijn op 10 april 2022 geherfinancierd middels een lening van € 448,3 mln. met een looptijd tot 10 oktober 2023 en een rentepercentage van 0%. Curaçao heeft voor 2022 geen extra liquiditeitssteun aangevraagd en ontvangen.

Ad g) Liquiditeitssteun Aruba

In 2022 is door Nederland een liquiditeitslening verstrekt aan Aruba vanwege de invloed van de pandemie (€6,1 mln.) met, net als de in 2020 en 2021 verstrekte liquiditeitsleningen, een looptijd tot 10 april 2022 en een rente van 0%. Op 10 april 2022 zijn alle door Nederland verstrekte liquiditeitsleningen geherfinancierd middels een lening van € 442,2 mln. met een looptijd tot 10 oktober 2023 en een rentepercentage van 0%.

Ad h) Liquiditeitssteun Sint Maarten

Op 10 april 2022 zijn de in de periode 2020-2021 door Nederland verstrekte liquiditeitsleningen aan Sint Maarten vanwege de invloed van de Covid-19 pandemie, geherfinancierd middels een lening van € 141,6 mln. met een looptijd tot 10 oktober 2023 en een rentepercentage van 0%. In het najaar 2022 heeft Sint Maarten nog 2 liquiditeitsleningen ontvangen vanwege de naweeën van gevolgen van de pandemie (€ 13,6 mln.). Ook deze liquiditeitsleningen hebben een looptijd tot 10 oktober 2023 en een rentepercentage van 0%

Ad i) Rentelastverlichting Aruba

Nederland heeft de buitenlandse schuldverplichting van Aruba voor 2022 geherfinancierd middels een lening á € 175,4 mln. tegen een rente van 2,64% met een looptijd van zeven jaar. Deze telt samen met de lening verstrekt in 2021 á € 83,8 mln. op tot € 259,2 mln.

Ad j) Lening ter afwikkeling Girobank

Nederland heeft voor de afwikkeling van de Girobank aan Curaçao een lening verstrekt. De lening zal maximaal de hoogte hebben van de waarde van de leningenportefeuille van de Girobank te weten ANG 170 mln. (€ 80,3 mln.). De looptijd van de lening is tot augustus 2037. De rente voor de lening is gebaseerd op de rente die de Nederlandse Staat verschuldigd zou zijn voor een Dutch State Loan met een looptijd van 15 jaar, en bedraagt 0%. In 2022 is een aflossing van €26,6 mln. ontvangen na afwikkeling van een deel van de Girobank middelen. De resterende lening bedraagt €53,7 mln.

Artikel 6: Apparaat

Dit betreft de aan derden gefactureerde bedragen door Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) per jaareinde 2022. De afwikkeling wordt bezien in 2023.

Artikel 8: Wederopbouw Bovenwindse Eilanden

Tabel 26 Overzicht artikel 8 Wederopbouw Bovenwindse Eilanden per 31 december 2022 (bedragen in €)
 

Gehanteerde koersen

Valuta

Euro

k) Liquiditeitshulp St. Maarten

in €

 

38.579.186

Totaal

  

38.579.186

Ad k) Liquiditeitshulp Sint Maarten

In het kader van de wederopbouw heeft de Nederlandse Staat in 2018 twee leningen verstrekt als liquiditeitssteun voor Sint Maarten. De eerste renteloze lening (€ 22,8 mln.) heeft een looptijd van 30 jaar met jaarlijkse aflossingen van vanaf januari 2023. De tweede renteloze lening (€ 15,8 mln.) heeft een looptijd van 30 jaar met jaarlijkse aflossing vanaf januari 2023.

De Rijkshoofdboekhouding van het Ministerie van Financiën voert het beheer over deze leningen. De belasting vindt evenwel plaats op het begrotingshoofdstuk Koninkrijksrelaties (IV)

Tabel 27 Totaaloverzicht leningen per 31 december 2022 (bedragen in €)
 

Gehanteerde koersen

Valuta

Euro

1) Artikel 5 Schuldsanering/ lopende inschrijving/ leningen

in €

 

2.586.151.683

2) Artikel 8 Wederopbouw Bovenwindse Eilanden

in €

 

38.579.186

Totaal

  

2.624.730.869

Ad 12. Voorschotten

Ad. 12a. Tegenrekening voorschotten

De saldi van de per 31 december 2022 openstaande voorschotten en van de in 2022 afgerekende voorschotten worden hieronder per jaar gespecificeerd:

Tabel 28 Overzicht openstaande voorschotten per artikel per 31 december 2022 (bedragen in €)

Art.

Omschrijving artikel

Saldo

1

Versterken rechtsstaat

20.785.403

4

Bevorderen sociaaleconomische structuur

114.674.289

6

Apparaat

34.470.139

8

Noodhulp en wederopbouw Bovenwindse Eilanden

476.264.130

 

Totaal openstaande voorschotten

646.193.961

Tabel 29 Overzicht afgerekende voorschotten naar ontstaansjaar per 31 december 2022 (bedragen in €)

Ontstaansjaar

Stand 01-01-2022

verstrekt 2022

afgerekend 2022

stand 31-12-2022

t/m 2017

13.423.191

 

3.970.569

9.452.623

2018

282.755.957

 

438.425

282.317.532

2019

49.416.218

 

30.583.934

18.832.283

2020

106.683.253

1.263.251

3.867.547

104.078.957

2021

171.756.166

 

30.753.207

141.002.959

2022

0

90.553.175

43.568

90.509.607

Totaal

624.034.785

91.816.426

69.657.250

646.193.961

Toelichting

Artikel 1: Versterken rechtsstaat

Nederland ondersteunt de versterking van de grenzen van de Caribische landen van het Koninkrijk financieel. Hiervoor hebben de landen plannen van aanpak opgeleverd. De landen gaan nu pas de eerste financiële verplichtingen aan. Daarom is de afspraak om na 2022 een verantwoording met accountsverklaring op te leveren niet zinvol. Voorstel is de landen pas na de looptijd van het plan van aanpak (3 jaar) een verantwoording met accountantsverklaring op te laten stellen. Het gaat hier om Curaçao, Aruba en Sint Maarten (€ 16 mln.). Daarnaast heeft Sint Maarten voorschotten ontvangen voor ontwikkeling van het gevangeniswezen en de bijdrage UNOPS (circa € 4, 3 mln.).

Artikel 4: Bevorderen sociaaleconomische structuur

Een deel van de openstaande voorschotten (€ circa 19 mln.) heeft betrekking op verschillende bijzondere uitkeringen aan Sint Eustatius (zoals financieel beheer, BEST4Kids, naschoolse opvang, thuiszorg en herstel schade orkaan Irma). Aan Curaçao is een bijdrage van € 20 mln. verstrekt in het kader van «earmarked fund’ in samenwerking met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Daarnaast zijn voor circa € 14 mln. aan voorschotten vertrekt aan Curaçao voor o.a. de 2e tranche onderwijshuisvesting en vreemdelingenbewaring. Voorts staan voorschotten open van verschillende bijzondere uitkeringen (circa € 8 mln.) aan Saba (zoals financieel beheer, kinderrechten, social work en huishoudelijk geweld) en verschillende bijdragen aan Bonaire (€ circa 16 mln.) Het gaat hier o.a. bestuurlijke werkafspraken 2022-2023 en BES 4 kids, Ook Sint Maarten heeft bijdragen ontvangen voor circa € 17 mln. Het gaat hier o.a. om bijdragen ICT (ERP en het systeem Belastingdienst) en bijdragen voor de capaciteit financiële functie. Tot slot is circa € 1,7 mln. bijgedragen aan VNG International ten behoeve van het uitwisselingsnetwerk.

Artikel 6: Apparaat

De door RCN betaalde pensioenpremies zijn opgenomen als voorschot. Deze bedragen voor 2022 € 34 mln.

Artikel 8: Noodhulp en Wederopbouw Bovenwindse Eilanden

Dit betreft grotendeels voorschotten voor de eerste tranche (€ 112 mln.), de tweede tranche (€ 150 mln.), de derde tranche (€ 90 mln.) en de vierde tranche (€ 86 mln.) aan het Trustfonds van de Wereldbank ten behoeve van de wederopbouw van Sint Maarten

Ad 13. Garantieverplichtingen

Ad 13a. Tegenrekening garantieverplichtingen

De stand van de garantieverplichtingen is als volgt opgebouwd:

Tabel 30 Overzicht stand garantieverplichtingen (bedragen in €)

Verplichtingen per 1/1

1.876.239

 

Aangegane verplichtingen in het verslagjaar

0

+/+

 

1.876.239

 

Tot betaling gekomen in 2022

0

-/-

Negatieve bijstellingen verplichtingen uit eerdere begrotingsjaren

1.876.239

-/-

   

Totaal

0

 

Toelichting

De garantie (€ 1,9 mln.) ten behoeve van de voorschotten verstrekt door de Europese Commissie voor het Bonaire riolerings- en waterzuiveringsprogramma is conform verwachting in 2022 afgerond. Met de verantwoording van het riolerings- en waterzuiveringsprogramma richting de Europese Commissie is deze garantie komen te vervallen.

Ad 14. Andere verplichtingen

Ad 14. Andere verplichtingen

Ad 14a. Tegenrekening andere verplichtingen

De opbouw van de stand van de openstaande verplichtingen binnen begrotingsverband (BiBV) is als volgt opgebouwd:

Tabel 31 Overzicht opbouw stand van de openstaande verplichtingen BiBV (bedragen in €)

Verplichtingen per 1/1

402.742.361

 

Aangegane verplichtingen in het verslagjaar

188.662.547

+/+

 

591.404.909

 
   

Tot betaling gekomen in 2022

374.961.000

-/-

Negatieve bijstellingen uit voorgaande jaren

1.872.547

-/-

   

Totaal

214.571.361

 

Toelichting

De toelichting heeft betrekking op de negatieve bijstellingen die per saldo een omvang hebben van meer dan 10% en of meer dan € 0,1 mln. ten opzichte van de verplichtingenstand per 31-12-2021.

Artikel 4: Bevorderen sociaaleconomische structuur

De verplichting voor voedselhulp aan Curaçao is vanaf een ander instrument voldaan. Hierdoor is de verplichting op het instrument subsidies met circa € 0,6 mln. verlaagd.

Artikel 6: Apparaat

Een detachering bij TWO is eerder afgelopen dan werd verwacht, dus is de verplichting voor de detachering gedeeltelijk afgeboekt. Daarnaast stond een verplichting voor SSO CN ten onrechte bij TWO geboekt. Tot slot is de verplichting voor Landspakket maatregel G1.1 ingetrokken maar later voor een ander bedrag weer aangemaakt. Tot slot zijn werkafspraken tussen TWO en FIN via een budgetoverheveling verrekend in plaats van betaald via een factuur. In totaal gaat het om circa € 1,1 mln. aan bijgestelde verplichtingen.

De opbouw van de stand van de openstaande verplichtingen buiten begrotingsverband (BuBV) is als volgt opgebouwd:

Tabel 32 Overzicht opbouw stand van de openstaande verplichtingen BuBV (bedragen in €)

Verplichtingen per 1/1

202.315

 

Aangegane verplichtingen in het verslagjaar

22.380.400

+/+

 

22.785.914

 
   

Tot betaling gekomen in 2022

11.750.177

-/-

Negatieve bijstellingen uit voorgaande jaren

30.709

-/-

   

Totaal

10.801.828

 

Toelichting

De openstaande verplichtingen buiten begrotingsverband bestaan uit verplichtingen van de kasbeheerder Rijksdienst Caribisch Nederland.

Tabel 33 Overzicht recapitulatie balanspost (bedragen in €)

Verplichtingen binnen begrotingsverband

214.571.361

 

Verplichtingen buiten begrotingsverband

10.801.828

+/+

   

Totaal

225.373.189

 

Ad 15. Deelnemingen

Deze balansregel geeft de deelnemingen in besloten en naamloze vennootschappen en internationale instellingen weer.

Tabel 34 Specificatie deelnemingen (bedragen x € 1.000)

Deelnemingen

Saldo

a) Saba Statia Cable System BV (SSCS)

0

  

Totaal

0

Het aandelenkapitaal van Saba Statia Cable System BV (SSCS) bedraagt USD 10. Het deelnemingspercentage is 100% en is om niet verkregen. SSCS is statutair gevestigd op Bonaire en is op 17 september 2012 opgericht. De primaire activiteiten van SSCS liggen op het gebied van aanleg, beheer, onderhoud, reparatie en exploitatie van een onderzeese glasvezelkabel die de eilanden Saba, Sint Eustatius, Sint Maarten, Saints Kitts, en Saint-Barthélémy met elkaar verbindt.

E. JAARREKENING BES-FONDS

12. Verantwoordingsstaat BES-fonds

Tabel 35 Verantwoordingsstaat 2022 van het BES-fonds (H) (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil (3) = (2) - (1)

  

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

Totaal

42.390

42.390

42.390

67.092

67.092

67.092

24.702

24.702

24.702

           

1

BES-fonds

42.390

42.390

42.390

67.092

67.092

67.092

24.702

24.702

24.702

13. Saldibalans

Tabel 36 Saldibalans per 31 december 2022 van het BES-fonds (H) (bedragen x € 1.000)

Activa

31-12-2022

 

31-12-2021

 

Passiva

31-12-2022

 

31-12-2021

          

Intra-comptabele posten

   

Intra-comptabele posten

   

1)

Uitgaven ten laste van de begroting

67.092

 

51.708

2a)

Ontvangsten ten gunste van de begroting

67.092

 

51.708

3)

Liquide middelen

0

 

0

    

0

4)

Rekening-courant RHB1

0

 

0

4a)

Rekening-courant RHB

0

 

0

5)

Rekening-courant RHB Begrotingsreserve

0

 

0

5a)

Begrotingsreserves

0

 

0

6)

Vorderingen buiten begrotingsverband

0

 

0

7)

Schulden buiten begrotingsverband

0

 

0

8)

Kas-transverschillen

0

 

0

     
          

Subtotaal intra-comptabel

67.092

 

51.708

Subtotaal intra-comptabel

67.092

 

51.708

          

Extra-comptabele posten

   

Extra-comptabele posten

   

9)

Openstaande rechten

0

 

0

9a)

Tegenrekening openstaande rechten

0

 

0

10)

Vorderingen

0

 

0

10a)

Tegenrekening vorderingen

0

 

0

11a)

Tegenrekening schulden

0

 

0

11)

Schulden

0

 

0

12)

Voorschotten

67.092

 

51.708

12a)

Tegenrekening voorschotten

67.092

 

51.708

13a)

Tegenrekening garantieverplichtingen

0

 

0

13)

Garantieverplichtingen

0

 

0

14a)

Tegenrekening andere verplichtingen

0

 

0

14)

Andere verplichtingen

0

 

0

15)

Deelnemingen

0

 

0

15a)

Tegenrekening deelnemingen

0

 

0

          

Subtotaal extra-comptabel

67.092

 

51.708

Subtotaal extra-comptabel

67.092

 

51.708

          

Totaal

134.184

 

103.416

Totaal

134.184

 

103.416

X Noot
1

Rijkshoofdboekhouding

Ad 1. en 2. Uitgaven en ontvangsten

Bij de begrotingsuitgaven en -ontvangsten zijn de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten opgenomen met betrekking tot het jaar 2022 waarvoor de Rijksrekening nog niet door de Tweede Kamer is goedgekeurd.

Ad 4a. Rekening‑courant Rijkshoofdboekhouding

Op de Rekening‑courant met de Rijkshoofdboekhouding (RHB) is de financiële verhouding met het ministerie van Financiën weergegeven. Opgenomen zijn de bedragen conform Rekening-courant afschriften en het saldobiljet van genoemd departement.

Tabel 37 Overzicht Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding (bedragen in €)

Rekening-courant

Saldo

a) Rekening-courant FIN/RHB

0

  

Totaal

0

Ad 12. Voorschotten

Ad. 12a. Tegenrekening voorschotten

De saldi van de per 31 december 2022 openstaande voorschotten en van de in 2022 afgerekende voorschotten worden hieronder per jaar gespecificeerd:

Tabel 38 Overzicht openstaande voorschotten per ontstaansjaar per 31 december 2022 (bedragen in €)

Ontstaansjaar

stand 31-12-2021

verstrekt 2022

afgerekend 2022

stand 31-12-2022

2017

0

 

0

0

2018

0

 

0

0

2019

0

 

0

0

2020

0

 

0

0

2021

51.707.535

0

51.707.535

0

2022

0

67.091.209

0

67.091.209

Totaal

51.707.535

67.091.209

51.707.535

67.091.209

Tabel 39 Overzicht openstaande voorschotten per 31 december 2022 (bedragen in €)

Art.

Omschrijving artikel

Saldo

1

BES-fonds

67.091.209

   
 

Totaal openstaande voorschotten

67.091.209

Toelichting

Het BES-fonds is een begrotingsfonds. De openbare lichamen ontvangen deze middelen van het Rijk om de overeengekomen taken uit te voeren (vergelijkbaar met het gemeentefonds). Het openstaand saldo heeft voor het grootste deel betrekking op in 2022 verstrekte voorschotten aan Bonaire (circa € 37 mln.), Sint-Eustatius (circa € 12 mln.) en Saba (circa € 18 mln.) inzake de vrije uitkeringen. Deze worden begin 2023 vastgesteld.

Ad 14. Andere verplichtingen

Ad 14a. Tegenrekening andere verplichtingen

De opbouw van de stand van de openstaande verplichtingen binnen begrotingsverband (BiBV) is als volgt opgebouwd:

Tabel 40 Overzicht opbouw stand openstaande verplichtingen BiBV (bedragen in €)

Verplichtingen per 1/1

0

 

Aangegane verplichtingen in het verslagjaar

67.091.209

+/+

 

67.091.209

 
   

Tot betaling gekomen in 2022

67.091.209

-/-

Negatieve bijstellingen uit voorgaande jaren

0

-/-

   

Totaal

0

 

D. BIJLAGEN

Bijlage 1: Afgerond evaluatie- en overig onderzoek

Tabel 41 Opbrengsten Strategische Evaluatieagenda (SEA)

Thema

Subthema

Onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Een Koningkrijk met wederzijdse betrokkenheid

Versterken rechtsstaat

Beleidsdoorlichting artikel 1 Versterken rechtsstaat

Beleidsdoorlichting

2022

Lopend

1

Bevorderen sociaaleconomische structuur

Evaluatie Rijkswet financieel toezicht 2021

Ex-durante

2022

Afgerond

4

Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen

Evaluatie van de liquiditeitsleningen aan Aruba, Curaçao en Sint Maarten

Ex-post

2022

Afgerond

5

Wederopbouw Bovenwindse Eilanden

Beleidsdoorlichting artikel 8 Wederopbouw Bovenwindse Eilanden

Beleidsdoorlichting

2022

Lopend

8

In lijn met de derde voortgangsrapportage Inzicht in Kwaliteit (Kamerstukken II 2019/20, 31865, nr. 168) zijn in de begroting van 2022 verdere stappen gezet richting een strategische evaluatieagenda (SEA). De uitwerking van de SEA is verder uitgewerkt in bijlage 5: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda.

Bijlage 2: Moties en toezeggingen

Tabel 42 Door de Staten-Generaal aanvaarde moties

Omschrijving van de motie

Vindplaats

Stand van zaken

De motie van het lid Van Raan c.s.; Verzoekt de regering om in gesprek met het openbaar lichaam Bonaire ervoor te zorgen dat er geen onomkeerbare stappen worden genomen voor wat betreft bouwen op Plantage Bolivia totdat het ontwikkelingsprogramma is vastgesteld.

Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 22

In behandeling. De Tweede Kamer wordt in voorjaar 2023 geïnformeerd.

De motie van de leden Van Raan en Sylvana Simons; Verzoekt de regering in overleg te gaan met instituties, zoals Centraal Bureau voor de Statistiek en Centraal Planbureau, om afspraken te maken over het verbeteren van data ten behoeve van beleidsvorming.

Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 21

In behandeling. De Tweede Kamer wordt medio 2023 geïnformeerd.

De motie van het lid Rösenmöller; Spreekt uit dat het nieuwe kabinet een hogere prioriteit dient te geven aan de Koninkrijksrelaties door op bovengenoemde terreinen de Nederlandse inzet te intensiveren om zo de banden concreet en duurzaam te verbeteren.

Kamerstukken I 2020/21, 35570 IV, nr. L

In behandeling. De Eerste Kamer wordt in het eerste kwartaal 2023 geïnformeerd.

De motie van de leden Wuite en Van Raan; Roept de regering op in overleg te treden met de Caribische eilanden om in 2023 een Koninkrijksconferentie te organiseren met onderwerpen zoals het Statuut, het Unierecht in relatie tot het Koninkrijk, mensenrechten, klimaatverandering, economische versterking en regionale/ internationale samenwerking.

Kamerstukken II 2021/22, 36100 IV, nr. 17 (tvv. nr. 11)

In behandeling. De Tweede Kamer wordt in februari 2023 geïnformeerd.

De motie van de leden Van Raak en Bosman; Verzoekt de regering, samen met Sint-Eustatius en de Verenigde Staten voorbereidingen te treffen voor een viering op 16 november 2026 op Fort Oranje, liefst in aanwezigheid van onze beide staatshoofden.

Kamerstukken II 2018/19, 35000 IV, nr. 19

In behandeling. De Tweede Kamer wordt voor het einde van 2023 geïnformeerd.

De motie van het lid Wuite c.s.; Verzoekt de regering om bij elke Kamerbrief waarin nieuw beleid wordt aangekondigd, standaard een passage op te nemen over Caribisch Nederland met een uitleg waarom het beleid wel of niet van toepassing is; Verzoekt de regering de Tweede Kamer in het eerste kwartaal van 2023 te informeren over de vorderingen van het projectteam «comply or explain» en hoe zij vertegenwoordigers en burgers van Caribisch Nederland betrekken en informeren.

Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 13

In behandeling. De Tweede Kamer wordt in eerste kwartaal 2023 geïnformeerd.

De motie van het lid Sylvana Simons c.s.; Verzoekt de regering te onderzoeken hoe zij desgevraagd en op maat gesneden technische assistentie, ervaringen en expertise in kan zetten om de andere autonome landen te assisteren bij de aanpak van de bovenstaande problematiek, en om het gesprek aan te gaan met de regeringen van de autonome landen over de rol die ngo's hierbij kunnen spelen, in het bijzonder mensenrechtenorganisaties.

Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 25

In behandeling. De Tweede Kamer wordt medio 2023 geïnformeerd.

De motie van de leden Van der Berg en Ceder; Verzoekt de regering, voorstellen te doen voor een sterkere coördinerende rol voor de bewindspersoon belast met Koninkrijksrelaties, te onderzoeken hoe de vrije uitkering in het BES-fonds in overeenstemming kan worden gebracht met de demografische ontwikkelingen, en meerjarige incidentele uitgaven te bundelen en onder te brengen in structurele bijdragen.

Kamerstukken II 2020/21, 35830 IV, nr. 8

In behandeling. De Tweede Kamer wordt eerste kwartaal 2023 geïnformeerd.

De motie van de leden Aukje de Vries en Van de Berg; Verzoekt de regering ervoor te zorgen dat het financieel beheer op Bonaire en Sint-Eustatius, waaronder de jaarrekening, zo snel mogelijk (maar uiterlijk 2024) op orde wordt gebracht en daarvoor de noodzakelijke ondersteuning te leveren.

Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 11

In behandeling. De Tweede Kamer wordt voor einde jaar 2024 geïnformeerd.

De motie van het lid Wuite c.s.; Verzoekt de regering te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om de woningbouwcorporaties dan wel het Openbaar Lichaam te voorzien van een renteloze lening voor de bouw van betaalbare huur- en/of koopwoningen, en de Tweede Kamer hierover schriftelijk te informeren voorafgaand aan de behandeling van de Voorjaarsnota 2022.

Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 56 (tvv nr. 44)

In behandeling. De Tweede Kamer wordt voorjaar 2023 geïnformeerd.

De motie van leden Sylvana Simons; Verzoekt de regering voor het commissiedebat over de hoofdlijnenbrief constitutionele toetsing de Kamer een overzicht te doen toekomen van de mogelijkheden van constitutionele toetsing voor inwoners op Bonaire, Statia en Saba.

Kamerstukken II 2022/23, 36200 VII, nr. 44

In behandeling. De Tweede Kamer wordt begin 2023 geïnformeerd.

De motie van het lid Bosman; Verzoekt de regering, om voor 1 oktober 2020 met een voorstel te komen om heldere, duidelijke en werkbare verhoudingen en verantwoordelijkheden vast te leggen binnen het Koninkrijk

Kamerstukken II 2019/20, 35300 IV, nr. 18)

In behandeling. Op het bestuurlijk vierlandenoverleg in Sint Maarten (12-13 januari jl.) is het voornemen uitgesproken een Koninkrijksconferentie (deels) te wijden aan de thematiek die centraal staat in de motie Van Raak c.s. (35 099 (R2114)). Uitvoering van de motie Bosman wordt daarom nog steeds prematuur geacht.

Tabel 43 Afgedane moties

Omschrijving van de motie

Vindplaats

Stand van zaken

De motie van het lid Wuite c.s.; Verzoekt de regering het proces van herstel van de democratie op Sint-Eustatius te versnellen, en de Kamer te informeren over de uitkomst van de mediation met een meetbare routetijdtabel, inclusief de specificatie van de fasen, criteria en middelen; Verzoekt de regering als uitgangspunt te hanteren dat na de eilandraadsverkiezingen in maart 2023 minimaal de bevoegdheden voor de eilandsraad conform fase 2 zijn hersteld, tenzij er redenen zijn die dit verhinderen, waarover de Tweede Kamer dan tijdig zal worden geïnformeerd.

Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 55 (tvv nr. 43)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 29 juni 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 67).

De motie van de leden Ceder en Wuite; Verzoekt de regering om samen met de lokale besturen, Rijkswaterstaat en de deltacommissaris in kaart te brengen wat er nodig is aan klimaatadaptatieve maatregelen voor de BES-eilanden en over deze thematiek ook met de landen in gesprek te gaan.

Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 18

Afgedaan. De uitvoering van de motie is aan het ministerie van I&W.

De motie van het lid Wuite c.s.; Verzoekt de regering om het bestrijden van klimaatverandering en de gevolgen hiervan onderwerp van gesprek te maken tijdens het premiers-overleg en de samenwerking hierop te verstevigen.

Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 14

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 oktober 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 4).

De motie van de leden Van den Berg en Kuiken; Verzoekt de regering te borgen dat de vrije uitkering voor Saba met ingang van begrotingsjaar 2022 op niveau wordt gebracht door structureel 1,5 miljoen toe te voegen vanuit de gelden die op basis van de Caribisch Nederland Envelop in het coalitieakkoord beschikbaar komen opdat ook Saba een structureel sluitende begroting krijgt.

Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 58 (tvv nr. 46)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 1 juli 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 69).

De motie van het lid Ceder; Verzoekt de regering in aanloop naar de herziening van dat memorandum of understanding samen met de eilanden een verkenning te doen naar de mogelijkheid, bereidheid en benodigdheden om te komen tot een gezamenlijke bestrijding van mensenhandel in het Caribisch deel van het Koninkrijk en verbetering van de opvang van slachtoffers, en naar de wijze waarop Europees Nederland hierin kan ondersteunen.

Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 30 (tvv nr. 20)

Afgedaan. De uitvoering van de motie is overgedragen aan het ministerie van JenV.

De motie van de leden Kamminga en Wuite; Verzoekt de regering om bij die verduurzaming er zorg voor te dragen dat dit bijdraagt aan het structureel verlagen van de kosten voor de nutsvoorzieningen van de inwoners; Verzoekt de regering voorts om te bezien op welke wijze de verduurzamingsslag kan bijdragen aan het vergroten van de werkgelegenheid voor de bewoners en het mkb, en de Tweede Kamer daarover te informeren.

Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 47

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 28 september 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 32813, nr. 1116).

De motie van het lid Koekoek c.s.; Verzoekt de regering om binnen twee maanden een schriftelijke reactie op de bevindingen uit het rapport aan de Kamer te sturen, waarbij in het bijzonder aandacht wordt besteed aan de aanbevelingen, verzoekt de regering om deze schriftelijke reactie te bespreken met de landen van het Koninkrijk in het eerstvolgende periodieke overleg van de mensenrechtenverdragencommissie, en de uitkomsten van dit overleg met de Tweede Kamer te delen.

Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 22

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 6 januari 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II, 2021/22, 35925 IV, nr. 39).

De motie van het lid Van Raan c.s.; Spreekt uit dat Gezaghebbers bij het verlenen van vergunningen en het wijzigen van bestemmingsplannen daadwerkelijk een neutrale rol dienen te vervullen.

Kamerstukken II 2021/22, 36100 IV, nr. 18 (t.v.v. nr. 13)

Afgedaan. Dit betreft een spreekt uit-motie. Er is geen actie vanuit BZK noodzakelijk.

De motie van het lid Den Haan c.s.; Verzoekt de regering Caribisch Nederland mee te nemen in de opdracht aan de Staatscommissie Demografische ontwikkelingen 2050.

Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 23

Afgedaan. De uitvoering van de motie is overgedragen aan het ministerie van SZW.

De motie van de leden Van den Berg en Kamminga; Verzoekt de regering, in overleg met de BES-eilanden, Wageningen University & Research het land- en tuinbouwbeleid te laten onderzoeken en aanbevelingen te doen voor de korte en middellange termijn, en de Tweede Kamer daarover voor april 2023 te informeren.

Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 15

Afgedaan. De uitvoering van de motie is overgedragen aan het ministerie van LNV.

De motie van het lid Sylvana Simons c.s.; Verzoekt de regering om, in navolging van het breed ingestoken onderzoek van het Instituut voor Milieuvraagstukken, onderzoeken naar de gevolgen van de klimaatcrisis voor Bonaire, Statia en Saba zo snel mogelijk te (laten) uitvoeren, en daarin ook de gevolgen mee te nemen voor de cultuur, het cultureel erfgoed, de volksgezondheid, de leefomgevingen en de economie; Verzoekt de regering om te onderzoeken hoe Nederland Aruba, Curaçao en Sint-Maarten kan ondersteunen in het uitvoeren van soortgelijke onderzoeken en beleid.

Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 26

Afgedaan. De uitvoering van de motie is aan het ministerie van I&W.

De motie van de leden Ceder en Kuiken; Verzoekt de regering voor de behandeling van het commissiedebat Sociaal minimum BES inzichtelijk te maken hoe te verwachten uitvoeringskosten en te verwachten inkomsten van de kinderopvangvergoeding in Caribisch Nederland zich tot elkaar verhouden.

Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 19

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 10 november 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 36200 XV, nr. 9).

De motie van het lid Wuite c.s.; Verzoekt de regering om de herijking van het sociaal minimum van Caribisch Nederland mee te nemen in de al lopende Commissie voor de herijking van het sociaal minimum in Europees Nederland of een nieuwe commissie hiervoor in te stellen, om zo te onderzoeken of het sociaal minimum in Caribisch Nederland niet eerder herijkt moet worden, en de Kamer voor het begrotingsdebat Koninkrijksrelaties 2024 te informeren over de onderzoeksresultaten.

Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 12

Afgedaan. De uitvoering van de motie is overgedragen aan het ministerie van SZW.

De motie van het lid Den Haan c.s.; Verzoekt de regering te onderzoeken in hoeverre een regionaal netwerk van social workers aan meer ondersteuning zou kunnen bijdragen en, zo ja, hoe dit dan vorm moet krijgen en hoeveel capaciteit qua menskracht dan nodig is.

Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 24

Afgedaan. De uitvoering van de motie is overgedragen aan het ministerie van VWS.

De motie van het lid Ceder; Verzoekt de regering bij de reactie op het rapport van de Dialooggroep Slavernijverleden en het 18 oktober aangeboden delegatieverslag nadrukkelijk de vraag te betrekken hoe samen met de eilanden gezamenlijke symbolen, narratieven en instituten kunnen worden gevonden om deze gezamenlijkheid ook in de toekomst te behouden.

Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 17

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 december 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 36200 VII, nr. 140).

De motie van de leden Van den Berg en Kuiken; Verzoekt de regering te borgen dat de voorstellen voor de besteding van de gelden die op basis van de Caribisch Nederland Envelop in het coalitieakkoord beschikbaar komen, worden vormgegeven als integraal plan onder regie van BZK, om op die wijze de samenhang te borgen en zorg te dragen dat ze aanvullend zijn op lopende projecten en gesteund worden door de BES-eilanden zelf.

Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 57 (tvv nr. 45)

Afgedaan. Afgedaan. De Tweede Kamer is op 1 juli 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 69).

De motie van de leden Ceder en Kuiken; Spreekt uit dat niet de datum van december 2022 maar de daadwerkelijke resultaten bepalend moeten zijn om over te gaan naar de volgende fase in het herstel van voorzieningen op Sint-Eustatius;

Kamerstukken II 2020/21, 35420, nr. 338

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 16 december 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 40).

Verzoekt de regering, de gevraagde capaciteit, hulp en opleiding te bieden om dit proces te bespoedigen.

De motie van het lid Ceder c.s.; Verzoekt de regering in gesprek te gaan met de openbaar lichamen om te komen tot een beter inzicht en beleid op de eilanden ten aanzien van mensen die te maken hebben met armoedeproblematiek, bijvoorbeeld door de (bijzondere) onderstand via de openbaar lichamen te laten lopen.

Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 53

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 oktober 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 7).

De motie van het lid Aukje de Vries c.s.; Verzoekt de regering als er incidenteel wordt geïnvesteerd op de BES-eilanden, altijd nadrukkelijk de daaruit voortvloeiende structurele uitgaven mee te nemen en af te wegen, en uiterlijk 1 april 2022 aan te geven in de richting van de Tweede Kamer hoe hier invulling aan wordt gegeven.

Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 10

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 8 april 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 60).

De motie van de leden Wuite en Van Raan; Verzoekt de regering te onderzoeken hoe de culturele samenwerking tussen de landen van het Koninkrijk versterkt kan worden, bijvoorbeeld door een cultureel attaché aan te stellen bij de vertegenwoordiging op Curaçao, Aruba en Sint-Maarten, die een helpdeskfunctie kan vervullen en bijvoorbeeld de haalbaarheid verkent voor een cultureel erfgoedfonds en een stimuleringsregeling voor samenwerking en creatieve vernieuwing tussen kunstenaars en culturele instellingen; en de Kamer uiterlijk voor 1 februari 2023, te informeren over de werkzaamheden én kansen voor samenwerking.

Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 14

Afgedaan. De uitvoering van de motie is overgedragen aan het ministerie van OCW.

Tabel 44 Door de bewindslieden gedane toezegginen

Omschrijving van de toezegging

Toegezegd in

Stand van zaken

De staatssecretaris komt schriftelijk terug op de plek van de klimaatadaptatie in de hervormingsagenda, en gaat kijken of we iets kunnen doen voor het Caribisch gebied vanwege de geopolitieke ontwikkelingen en de nutsvoorzieningen. Welke zaken kunnen wij daar voor de BES-eilanden doen? En zijn er misschien dingen waarin we ook voor de CAS-landen wat kunnen betekenen?

Commissiedebat Landspakketten en hervormingen CAS d.d. 10 maart 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 35420, nr. 476)

In behandeling. De Tweede Kamer wordt medio 2023 geïnformeerd.

Op 11 oktober jl. heeft de Eilandsraad van Bonaire debat gevoerd over (bestuurlijke) integriteit. M.b.t. aangenomen motie: Roept op tot een onafhankelijk onderzoek naar het handelen van de gezaghebber van Bonaire. De gezaghebber heeft aangegeven in functie te blijven, en op het moment dat een integriteitsonderzoek start vakantie op te nemen. Het is de bevoegdheid van de Eilandsraad en de lokale bestuurders om uitvoering aan deze moties te geven. De staatssecretaris volgt de situatie uiteraard nauwgezet. De staatssecretaris zal de Tweede Kamer informeren over de uitkomsten van het onderzoek en over het vervolgproces.

Kamerbrief Ontwikkelingen Bonaire d.d.18 oktober 2022 (Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 9)

In behandeling. De Tweede Kamer wordt voor einde jaar 2023 geïnformeerd.

De staatsecretaris zegt toe om in de Kamerbrief over de uitvoering van de Koninkrijksconferentie in te gaan op welke wijze betrokkenheid van burgers wordt vormgegeven in de voorbereiding en uitvoering van de Koninkrijksconferentie. (toezegging aan het lid Wuite) (TZ202210-177).

Plenair debat Begroting Koninkrijksrelaties Voortzetting d.d. 20 oktober 2022 (Handelingen II 2022/23, nr. 15, item 2)

In behandeling. De Tweede Kamer wordt in voorjaar 2023 geïnformeerd.

De staatssecretaris komt schriftelijk terug op de aanpak van praktische basisvoorzieningen zoals postcodes, bancaire voorzieningen, digitalisering, BSN en andere zaken.

Commissiedebat Verzamel-commissiedebat Koninkrijksrelaties d.d. 23 maart 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 59)

In behandeling. De Tweede Kamer wordt voor maart 2023 nader geïnformeerd.

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rosenmöller (GroenLinks), toe zich ervoor in te spannen om de Caribische landen van het Koninkrijk, op basis van aanbevelingen in het AIV-rapport, getiteld «Fundamentele rechten in het Koninkrijk: eenheid in bescherming», aan te spreken op de implementatie van een aantal internationale verdragen, waaronder het EVRM-proof uitwerken van de vluchtelingenprocedure op Curaçao (T03272).

Plenair debat Beleidsdebat Koninkrijksrelaties d.d. 6 april 2021 (Handelingen I 2020/21, nr. 33, item 7)

In behandeling. De Eerste Kamer wordt in februari 2023 geïnformeerd.

De staatssecretaris van BZK en de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen zullen ten behoeve van de discussie over het ijkpunt sociaal minimum in het kader van het onderzoek van de onafhankelijke commissie in kaart laten brengen wat de resultaten en/of de te verwachten resultaten zijn van de genomen en te nemen maatregelen om de kosten van levensonderhoud te verlagen en informeren de Kamer daarover. (n.a.v. vragen van het lid Kamminga) (TZ202211-168).

Commissiedebat Sociaal domein en bestuursakkoorden BES d.d. 15 november 2022 (Kamerstukken II 2022/23, 6200 IV, nr. 37)

In behandeling De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling SZW geïnformeerd.

De staatssecretaris van BZK zal de Tweede Kamer informeren over haar bezoek aan Bonaire en de te nemen maatregelen in verband met de huidige wateroverlast. (n.a.v. vragen van het lid Van den Berg) (TZ202211-170).

Commissiedebat Sociaal domein en bestuursakkoorden BES d.d. 15 november 2022 (Kamerstukken II 2022/23, 6200 IV, nr. 37)

In behandeling. De Tweede Kamer wordt voor het einde van het eerste kwartaal geïnformeerd.

De staatsecretaris zegt de Tweede Kamer toe om in de loop van 2023 met een plan te komen voor industrieën (economische sectoren) met potentie op de eilanden. (toezegging aan het lid Kamminga) (TZ202210-175).

Plenair debat Begroting Koninkrijksrelaties Voortzetting d.d. 20 oktober 2022 (Handelingen II 2022/23, nr. 15, item 2)

In behandeling. De Tweede Kamer wordt voor einde 2023 geïnformeerd.

De staatssecretaris zegt toe de Eerste en Tweede Kamer te informeren over de resultaten van de evaluatie van de ferry-verbinding.

Kamerbrief 9de Voortgangsrapportage over de bestuurlijke ingreep Sint Eustatius d.d. 29 juni 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 67)

In behandeling. De Tweede Kamer wordt in voorjaar 2023 geïnformeerd.

De staatssecretaris zegt toe dat de voortgang van de bestuurlijke afspraken aan het begin van 2023 wordt opgemaakt en met de Tweede Kamer zal worden gedeeld.

Kamerbrief Reisverslagen, uitwerking hoofdlijnenbrief, bestuurlijke afspraken Caribisch Nederland en CN-envelop en overige thema's d.d. 1 juli 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 69)

In behandeling.De Tweede Kamer wordt begin 2023 geïnformeerd.

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Dittrich (D66), toe met de Caribische landen van het Koninkrijk te bespreken dat in het Caribisch deel van het Koninkrijk de mogelijkheid wordt geboden tot het aangaan van een huwelijk tussen partners van gelijk geslacht en de Eerste Kamer daarover te informeren (T03273).

Plenair debat Beleidsdebat Koninkrijksrelaties d.d. 6 april 2021 (Handelingen I 2020/21, nr. 33, item 7)

In behandeling. De Eerste Kamer wordt in voorjaar 2023 geïnformeerd.

De Staatssecretaris zegt de Eerste Kamer toe, naar aanleiding van een vraag van het lid Laurier (GroenLinks), de voortgangsrapportages over de uitvoering van de plannen van aanpak inzake de AMvRB «Waarborging plannen van aanpak landstaken Curaçao en Sint-Maarten» tweemaal per jaar aan de Eerste Kamer te doen toekomen (T01222).

Plenair debat Behandeling van het wetsvoorstel Regeling van de inrichting, de organisatie en het beheer van de openbare ministeries van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba d.d. 6 juli 2020 (Handelingen I 2009/10, nr. 36, pagina 1583-1587).

In behandeling. De Eerste Kamer wordt voor einde jaar 2023 geïnformeerd.

De staatssecretaris gaat in nauwe samenspraak met de bestuurscolleges en departementen onafhankelijk onderzoek laten doen naar de eilandelijke middelen. In dit onderzoek zal ook worden gekeken naar hoe de vrije uitkering in overeenstemming kan worden gebracht met de demografische ontwikkelingen zoals verzocht door de leden Van der Berg en Ceder (Kamerstukken II 2020/21, 35830-IV, nr. 8). De staatssecretaris verwacht de Tweede Kamer begin 2023 te informeren over de uitkomsten van dit onderzoek en te komen met een kabinetsstandpunt.

Kamerbrief Stand van zaken uitvoering kabinetsreactie Raad van State/IBO d.d. 8 april 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 60)

In behandeling. De Tweede Kamer wordt in derde kwartaal 2023 geïnformeerd.

De staatssecretaris zegt toe de Tweede Kamer het rapport van de beleidsdoorlichtingen van artikel 5 (Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen) van begrotingshoofdstuk IV Koninkrijksrelaties voor het einde van 2023 toe te sturen.

Kamerbrief Opzet en vraagstelling beleidsdoorlichting artikel 5 Koninkrijksrelaties d.d. 12 september 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 30985, nr. 59)

In behandeling. De Tweede Kamer wordt voor einde 2023 geïnformeerd.

De staatssecretaris zegt toe de Tweede Kamer het rapport van de beleidsdoorlichting van artikel 4 (Bevorderen sociaaleconomische structuur) van begrotingshoofdstuk IV Koninkrijksrelaties voor het einde van 2023 toe te sturen.

Kamerbrief Opzet en vraagstelling beleidsdoorlichting artikel 5 Koninkrijksrelaties d.d. 12 september 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 30985, nr. 59)

In behandeling. De Tweede Kamer wordt voor einde 2023 geïnformeerd.

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van het lid Kok (PVV) toe, de discussie over autonomie in Caribisch Nederland en wat de Commissie van Wijzen daarover in haar rapport heeft geschreven, te willen voeren maar niet voor de zomer van 2018 (T02536).

Plenair debat Tijdelijke wet taakverwaarlozing Sint Eustatius (34.877) d.d. 6 februari 2018 (Handelingen II, 2017/18, nr. 18, item 5)

In behandeling. De Eerste Kamer wordt voor einde jaar 2023 geïnformeerd.

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van diverse leden toe, de Raad van State op korte termijn om voorlichting te vragen over de wijze waarop de Nederlandse regering met Caribisch Nederland omgaat (inclusief de rol van de gezaghebber, het Cft en de Rijksvertegenwoordiger in relatie tot de bewindspersoon) en over de coördinerende rol van de staatssecretaris van BZK ten aanzien van Caribisch Nederland. De voorlichtingsaanvraag zal met de Kamer worden gedeeld (T02533).

Plenair debat Tijdelijke wet taakverwaarlozing Sint Eustatius (34.877) d.d. 6 februari 2018 (Handelingen II, 2017/18, nr. 18, item 5)

In behandeling. De Eerste Kamer wordt in najaar 2023 geïnformeerd.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Ten Horn (SP), toe om een Koninklijk Besluit dat ziet op het vervallen van de rijkswet financieel toezicht ook voor te hangen bij de Eerste Kamer (T01220).

Plenair debat Consensus rijkswetsvoorstellen (32017 t/m 320020, 32026, 32041, 32178 en 32179, 32186, 32213) d.d. 6 juli 2010 (Handelingen II, 2009/10, nr. 36, 1594-1611 en 1566-1582)

In behandeling. De Eerste Kamer wordt medio 2025 geïnformeerd.

De staatssecretaris zegt toe, naar aanleiding van de motie Van Raak en Bosman (35570-IV, nr. 11), de Tweede Kamer te informeren over de wijze waarop een onderzoek naar de besluitvorming rondom de nieuwe staatkundige verhoudingen ("10-10-10") gedaan kan worden, ook in relatie met de eerdere motie Van Raak over dit onderwerp.

Plenair debat Begrotingsbehandeling Koninkrijksrelaties d.d. 6 oktober 2020 (Handelingen II 2020/21, nr. 10, item 14)

In behandeling. Er is nog geen actie ondernomen mbt deze toezegging vanwege allerlei andere lopende trajecten, die hieraan raken.

De staatsecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Gerkens (SP), toe in gesprek te treden met de Caribische Landen van het Koninkrijk over de uitvoering van de Eerste Kamermotie-De Graaf en de Tweede Kamermotie-Van Raak inzake de verantwoordelijkheidsverdeling binnen het Koninkrijk der Nederlanden (T03275).

Plenair debat Beleidsdebat Koninkrijksrelaties d.d. 6 april 2021 (Handelingen I 2020/21, nr. 33, item 7)

In behandeling. De Eerste Kamer wordt eerste kwartaal 2023 geïnformeerd.

De staatssecretaris informeert de Eerste en Kamer voor de zomer over de mogelijke oplossingsrichtingen en de voortgang van de besprekingen met de landen met betrekking tot hoe de landen democratisch versterkt kunnen worden.

Kamerbrief Hoofdlijnenbrief Koninkrijksrelaties d.d. 7 maart 2022 (Kamerstukken I 2021/22, 35925 IV, nr. K)

In behandeling. Het democratisch tekort is aan de orde geweest tijdens een bestuurlijk overleg op 12-13 januari tussen de vier landen in Sint Maarten. Het belang van dit onderwerp werd tijdens dit overleg breed onderkend. De betrokken bestuurders zijn daarom voornemens een Koninkrijksconferentie te organiseren over – onder meer – het thema van een democratisch tekort. Er wordt, in het licht hiervan, vooralsnog van afgezien de Kamers te informeren over mogelijke oplossingsrichtingen.

Wanneer er bij de uitwerking van de onderlinge regeling iets fundamenteels wijzigt, dan informeert de staatssecretaris de Tweede Kamer daarover. (n.a.v. vragen van het lid Kamminga) (TZ202301-026).

Commissiedebat Landspakketten en hervormingen CAS d.d. 25 januari 2023

In behandeling. De Tweede Kamer wordt medio 2023 geïnformeerd.

De staatssecretaris gaat in gesprek met de minister van Onderwijs van Curaçao over de signalen die er zijn over het onderzoek naar de staat van het onderwijs en informeert de Tweede Kamer daar zo snel mogelijk over. (n.a.v. vragen van het lid Van den Berg) (TZ202301-027).

Commissiedebat Landspakketten en hervormingen CAS d.d. 25 januari 2023

In behandeling. De Tweede Kamer wordt medio 2023 geïnformeerd.

Het ministerie van JenV heeft tot 2026 jaarlijks 0,3 miljoen euro gereserveerd voor brede, laagdrempelige eerstelijns juridische bijstand op de BES en beoogt hiervoor na 2026 op de JenV begroting structurele middelen vrij te maken. De minister zal de Tweede Kamer voor zomer 2023 over de concrete uitwerking berichten. (De budgettaire inpassing vindt bij voorjaarsnota plaats.)

Kamerbrief Verkenning naar de invoering van de gelijkebehandelingswetgeving op Bonaire, Saba en Sint Eustatius d.d. 23 januari 2023

In behandeling. De Tweede Kamer wordt voor zomer 2023 geïnformeerd.

De minister zegt toe dit jaar de verkenning omtrent gelijkebehandelingswetgeving in Caribisch Nederland naar de Tweede Kamer te sturen.

Algemeen overleg Discriminatie d.d. 14 februari 2019 (Kamerstukken II 2018/19, 30950, nr. 162)

In behandeling De verkenning wordt medio januari 2023 aan de Kamers gezonden.

Tabel 45 Afgedane toezeggingen

Omschrijving van de toezegging

Toegezegd in

Stand van zaken

Als de inventarisatie (monitor brede welvaart Caribisch Nederland) door het CBS is afgerond zal het kabinet de voorliggende opties voor het monitoren van indicatoren beoordelen. Het kabinet en het CBS streven ernaar dit voor het herfstreces te realiseren. De staatssecretaris zegt toe de Tweede Kamer hier nader over te informeren.

Kamerbrief CBS monitor brede welvaart Caribisch Nederland/Caribische Landen d.d. 29 juli 2021 (Kamerstukken I 2020/21, 34298, nr. 33)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 31 januari 2022 per brief geïnformeerd (Kamertukken II 2021/22,34298, nr. 35).

De vierde tranche is in december 2021 overgemaakt en is nodig om bestaande en nieuwe verplichtingen te dekken. Een update hierover zal de staatssecretaris aan de Tweede Kamer sturen bij de jaarlijkse update van de stand van zaken van de wederopbouw Sint Maarten die zij in de eerste helft van 2022 verwacht.

Kamerbrief Beantwoording schriftelijke Kamervragen lid Simons over Nederlands hulpgeld voor de wederopbouw van Sint Maarten nog steeds niet is uitgekeerd aan Sint Maarten d.d. 9 februari 2022 (Handelingen II 2021/22, nr. 1636)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 10 juni 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2021/22, 34773, nr. 26).

Het kabinet ziet het belang van integraal werken en het tegengaan van verkokering. Het kabinet maakt om deze reden, in opvolging van de lopende bestuursakkoorden, in juni 2022 nieuwe bestuurlijke afspraken met Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De gesprekken met de bestuurders van de openbare lichamen zijn op dit moment gaande. De staatssecretaris informeert de Tweede Kamer voor de zomer over de resultaten en voortgang.

Kamerbrief Stand van zaken uitvoering kabinetsreactie Raad van State/IBO d.d. 8 april 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 60)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 1 juli 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 69).

De staatssecretaris zegt toe dat voor de zomer het kabinet de Eerste en Tweede Kamer informeert over de uitwerking van de aanpak op basis van bestuurlijke afspraken met Bonaire, Saba en Sint Eustatius. Daarin zullen de doelen, maatregelen en investeringen (besluitvorming bij Voorjaarsnota) om de basisvoorzieningen en de levensstandaard van de inwoners van Caribisch Nederland te verbeteren beschreven worden.

Kamerbrief Hoofdlijnenbrief Koninkrijksrelaties d.d. 7 maart 2022 (Kamerstukken I 2021/22, 35925 IV, nr. K)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 1 juli 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 69).

De staatssecretaris is in gesprek met de landen over de gevolgen van de salariskortingen en zal de Tweede Kamer informeren over de uitkomsten.

Commissiedebat Landspakketten en hervormingen CAS d.d. 10 maart 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 35420, nr. 476)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 24 juni 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2021/22, 35420, nr. 493).

De staatssecretaris zal de Tweede Kamer schriftelijk informeren als er stappen worden gezet in de terugkeer naar democratie in Sint Eustatius.

Commissiedebat Verzamel-commissiedebat Koninkrijksrelaties d.d. 23 maart 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 59)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 29 juni 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 67).

De staatssecretaris informeert de Tweede Kamer nader over de ervaringen met de Caribische trainees in Nederland en vice versa.

Commissiedebat Governance Caribisch Nederland d.d. 14 april 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 64)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 1 juli 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 69).

Bij de voorjaarsnota ontvangt de Tweede Kamer een overzicht van de middelen vanuit het kabinet op de verschillende terreinen en inclusief de verdeling over de eilanden. In deze brief wordt de Kamer ook geïnformeerd over een regeling voor Caribisch Nederland voor toegang tot het Nationaal Groeifonds.

Commissiedebat Verzamel-commissiedebat Koninkrijksrelaties d.d. 23 maart 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 59)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 28 september 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 32813, nr. 1116).

De staatssecretaris zal de Tweede Kamer in september informeren over de uitkomsten van de sociale dialoog (Centraal Dialoog).

Commissiedebat Verzamel-commissiedebat Koninkrijksrelaties d.d. 23 maart 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 59)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 oktober 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 7).

Het kabinet stelt (samen met de openbare lichamen) per eiland een concreet actieplan voor verduurzaming op. Het plan is gericht het plan is gericht op substantiële verduurzaming op de korte termijn en het perspectief van duurzame klimaat-neutrale eilanden op de lange termijn. Ook de betekenis voor energietarieven en bestaanszekerheid maken deel uit van dit plan. Op korte termijn informeren de staatssecretaris en de minister voor Energie en Klimaat de Eerste en Tweede Kamer hierover.

Kamerbrief Hoofdlijnenbrief Koninkrijksrelaties d.d. 7 maart 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. K)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 28 september 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 32813, nr. 1116).

De staatssecretaris zegt toe de Tweede Kamer te informeren over een analyse van de effecten van huursubsidie op de huurprijzen in CN in de praktijk, omdat er berichten zijn dat die juist prijsopdrijvend werkt in plaats van verlagend. Toezegging om hierover te berichten in de volgende Voortgangsrapportage ijkpunt bestaanszekerheid Caribisch Nederland.

Commissiedebat IJkpunt bestaanszekerheid d.d. 16 juni 2021 (Kamerstukken II 2020/21, 35570 IV, nr. 52)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 oktober 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 7).

De staatssecretaris zegt de Tweede Kamer toe in de volgende voortgangsrapportage ook te rapporteren over de voortgang van de bootverbinding tussen de bovenwindse eilanden.

Commissiedebat IJkpunt bestaanszekerheid d.d. 16 juni 2021 (Kamerstukken II 2020/21, 35570 IV, nr. 52)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 1 juli 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2021/22, 3592 IV, nr. 69).

De staatssecretaris zal de Tweede Kamer voor het meireces informeren over het wel of niet versnellen van de invoering van de dubbele kinderbijslag.

Commissiedebat Verzamel-commissiedebat Koninkrijksrelaties d.d. 23 maart 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 59)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 oktober 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 7).

De staatssecretaris zegt toe dat de Kamer voor april 2022 een overzicht van het kabinet ontvangt van de verschillende uitkeringen en de huidige financiering van de sociale zekerheid en nutsvoorzieningen.

Kamerbrief Antwoorden op vragen gesteld tijdens de

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 oktober 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 7).

begrotingsbehandeling Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) d.d. 14 oktober 2021 (Handelingen II 2021/22, nr. 12, item 14)

De staatssecretaris zegt toe voor de zomer de Eerste en Tweede Kamer te informeren over het ijkpunt sociaal minimum.

Kamerbrief Hoofdlijnenbrief Koninkrijksrelaties d.d. 7 maart 2022 (Kamerstukken I 2021/22, 35925 IV, nr. K)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 oktober 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 7).

De staatssecretaris stuurt de Tweede Kamer een tussenrapportage over het oplossen van de onvolkomenheden van de ICT bij RCN.

Wetgevingsoverleg over het jaarverslag en slotwet 2021 (Koninkrijksrelaties) d.d. 4 juli 2021 (Kamerstukken II 2021/22, 36100 IV, nr. 20)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 oktober 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 8).

De staatssecretaris zegt toe dat bij het jaarverslag plus de begroting KR een totaaloverzicht komt van de inzet van de andere ministeries in Caribisch Nederland. Het totaaloverzicht ziet dan op de incidentele bijdrages en bijzondere uitkeringen.

Wetgevingsoverleg over het jaarverslag en slotwet 2021 (Koninkrijksrelaties) d.d. 4 juli 2021 (Kamerstukken II 2021/22, 36100 IV, nr. 20)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 28 september 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 36200w IV, nr. 4).

De staatssecretaris informeert de Tweede Kamer over de uitkomsten van overleg met de landen over hun deelname aan internationale handelsmissies (staand beleid), over hun ervaringen en wensen op dit gebied, eventueel resulterend in een overleg met de minister voor BHOS.

Wetgevingsoverleg over het jaarverslag en slotwet 2021 (Koninkrijksrelaties) d.d. 4 juli 2021 (Kamerstukken II 2021/22, 36100 IV, nr. 20)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 oktober 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 8).

De staatssecretaris komt schriftelijk terug op vragen over het bepalen van het ijkpunt sociaal minimum, welke indicatoren worden meegenomen en hoe verhoudt zich dat tot het sociaal minimum in Europees Nederland. Het onderzoek van de Consumentenbond van de BES-eilanden wordt hierin betrokken. De Tweede Kamer ontvangt deze informatie bij de voortgangsrapportage die na de zomer komt.

Wetgevingsoverleg over het jaarverslag en slotwet 2021 (Koninkrijksrelaties) d.d. 4 juli 2021 (Kamerstukken II 2021/22, 36100 IV, nr. 20)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 oktober 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 36200-IV, nr. 7).

De staatssecretaris zal in kaart brengen wat de obstakels in wet- en regelgeving zijn voor toegang van het Caribisch gebied van het Koninkrijk tot subsidies en fondsen, zoals bijvoorbeeld het Groeifonds, en informeert de Tweede Kamer daar zo snel mogelijk over.

Commissiedebat Landspakketten en hervormingen CAS d.d. 10 maart 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 35420, nr. 476)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 28 september 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 32813, nr. 1116).

De staatssecretaris zegt toe de Tweede Kamer te informeren zodra in de RMR besluitvorming heeft plaats gevonden over het CAft-advies met betrekking tot de artikel 11-procedure.

Kamerbrief Beantwoording Kamervragen leden Kamminga (VVD) en Van den Berg (CDA) over het bericht ‘Aruba heeft geen boodschap aan RMR en Cft: Geld vliegt de deur uit’ (ingezonden 2 juni 2022), met kenmerk 2022Z10996 d.d. 6 juli 2022 (Aanhangsel Handelingen II 2021/22, nr. 3419)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 21 oktober 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 28).

De staatssecretaris zegt toe voor het einde van het jaar 2022 de Eerste en Tweede Kamer te informeren over de streefdata voor het bereiken van fase 2.2 en de daaropvolgende fasen uit de Wet herstel voorzieningen Sint Eustatius.

Kamerbrief 9de Voortgangsrapportage over de bestuurlijke ingreep Sint Eustatius d.d. 29 juni 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 67)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 22 december 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 40).

De staatssecretaris zegt toe in de volgende voortgangsrapportage de Eerste en Tweede Kamer te informeren over de eerste resultaten van het Water Drainage-project.

Kamerbrief 9de Voortgangsrapportage over de bestuurlijke ingreep Sint Eustatius d.d. 29 juni 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 67)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 22 december 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 40).

De staatssecretaris zegt toe de Eerste en Tweede Kamer in de volgende voortgangsrapportage te informeren over de voortgang van het notarieel protocol voor Bonaire, Saba en Sint Eustatius.

Kamerbrief 9de Voortgangsrapportage over de bestuurlijke ingreep Sint Eustatius d.d. 29 juni 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 67)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 22 december 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 40).

De staatssecretaris hoopt de Eerste en Tweede Kamer in de volgende voortgangsrapportage nader te informeren over de uitvoering van de maatregelen naar aanleiding van het onderzoek van de Statia Heritage Committee (SHRC).

Kamerbrief 9de Voortgangsrapportage over de bestuurlijke ingreep Sint Eustatius d.d. 29 juni 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 67)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 22 december 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 40).

De staatssecretaris informeert de Tweede Kamer over relevante ontwikkelingen rondom GTI Statia en de stand van zaken op dat moment voor de begrotingsbehandeling in het najaar.

Wetgevingsoverleg over het jaarverslag en slotwet 2021 (Koninkrijksrelaties) d.d. 4 juli 2021 (Kamerstukken II 2021/22, 36100 IV, nr. 20)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 oktober 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 4).

De staatssecretaris zegt toe dat zij het voorstel in de motie van Simons en Van Raan (36100 IV, nr. 9) over een jaarlijkse meerdaagse conferentie zal meenemen in het overleggen met de minister van BZK over de kabinetsreactie op het rapport van het Adviescollege dialooggroep Slavernijverleden.

Wetgevingsoverleg over het jaarverslag en slotwet 2021 (Koninkrijksrelaties) d.d. 4 juli 2021 (Kamerstukken II 2021/22, 36100 IV, nr. 20)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 december 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 36200 VII, nr. 140).

De staatssecretaris verwacht de Eerste en Tweede Kamer in de tweede helft van 2022 nader te informeren over het ziekenhuisproject en andere trustfonds projecten, na ommekomst van de halfjaarrapportage 2022.

Kamerbrief Aanbieding jaarrapportage 2021 wederopbouw Sint Maarten, risicoreserve liquiditeitssteun en afschrift antwoordbrief aan Babs d.d. 10 juni 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 34773, nr. 26)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 15 december 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 34773, nr. 27).

De staatssecretaris informeert de Tweede Kamer in de brief over de herziening van de WolBES en FinBES die voor de zomer naar de Kamer komt tevens over de positie van de Rijksvertegenwoordiger en het eventueel elders beleggen van diens taken.

Commissiedebat Governance Caribisch Nederland d.d. 14 april 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 64)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 15 december 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 38).

De staatssecretaris zegt toe dat volgend jaar de Tweede Kamer wederom geïnformeerd zal worden met betrekking tot de voortgang van de uitvoering van de verbeterplannen financieel beheer CN en aanvullend ook over de uitkomsten van de indicatoren begrotings- en financieel beheer voor het begrotingsjaar 2021. Het streven is om dat uiterlijk oktober 2022 te doen. De jaarlijkse informatievoorziening sluit dan ook beter aan bij de begrotingsbehandeling in de Kamer.

Kamerbrief Informatievoorziening financieel- en begrotingsbeheer CN 2021 d.d. 6 december 2021 (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 33)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 22 december 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 41).

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van diverse leden toe, de Kamer ieder kwartaal te informeren over de voorzieningen die bij de Tijdelijke wet taakverwaarlozing Sint Eustatius zijn en worden getroffen. De eerste kwartaalrapportage zal uiterlijk 1 juni 2018 met de Kamer worden gedeeld (in het kader van toezegging T02531). Daarbij gaat het onder andere over de voortgang in de criteria en indicatoren die zijn ontwikkeld om de afbouw van het bijzondere regime mogelijk te maken. De resultaten op bestuurlijk vlak, de infrastructuur en op sociaal-economisch terrein, waaronder de bestrijding van armoede. En om de stappen die de regeringscommissaris, de staatssecretaris en het bewindspersonenoverleg Caribisch Nederland zetten of mogelijk maken (T02532).

Plenair debat Tijdelijke wet taakverwaarlozing Sint Eustatius (34.877) d.d. 6 februari 2018 (Handelingen II, 2017/18, nr. 18, item 5)

Afgedaan. De Eerste Kamer heeft op 13 december 2022 besloten de toezegging als voldaan te beschouwen.

Gedurende het jaar zal per kwartaal, op basis van een Cft-advies over de liquiditeitsbehoefte voor dat kwartaal, liquiditeitssteun worden verstrekt, indien het desbetreffende land voldoet aan de aan die tranche gekoppelde voorwaarden. In oktober/november 2021 zal worden bezien of de raming 2021 geactualiseerd dient te worden, bijvoorbeeld omdat de economische omstandigheden in 2021 anders waren dan in februari was voorzien. Ook dan zal de staatssecretaris de Tweede Kamer nader informeren.

Kamerbrief Beantwoording schriftelijke vragen akkoord Curaçao en Nederland inzake voorwaarden liquiditeitssteun d.d. 22 december 2020 (Kamerstukken II 2020/21, 35420, nr. 205)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 4 en 19 april 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2021/22, 35420, nr. 477 en nr. 484).

De staatssecretaris zal de Tweede Kamer regelmatig updaten over het in kaart brengen van achterstanden op het gebied van wetgeving en verwacht dit overzicht eind van het jaar compleet te hebben.

Commissiedebat Governance Caribisch Nederland d.d. 14 april 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 64)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 22 december 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 44).

De staatsecretaris zegt toe de Tweede Kamer per brief te informeren over de toegankelijkheid voor de individuele ondernemer van de middelen die beschikbaar zijn gesteld voor het versterken van landbouw op de eilanden. (toezegging aan het lid Van den Berg) (TZ202210-176).

Plenair debat Begroting Koninkrijksrelaties Voortzetting d.d. 20 oktober 2022 (Handelingen II 2022/23, nr. 15, item 2)

Afgedaan. De uitvoering van de motie is overgedragen aan het ministerie van LNV.

De staatsecretaris zegt toe de Tweede Kamer per brief te informeren over het mogelijk versnellen van de afschaffing van de Krankzinnigenwet. (toezegging aan het lid Van de Berg) (TZ202210-178).

Plenair debat Begroting Koninkrijksrelaties Voortzetting d.d. 20 oktober 2022 (Handelingen II 2022/23, nr. 15, item 2)

Afgedaan. De uitvoering van de toezegging is overgedragen aan het ministerie van VWS.

De staatsecretaris zegt toe de Tweede Kamer per brief te informeren over hoe de National Focal Points in de Small Island Developing States kunnen worden meegenomen in het verzoek aan de regering om te onderzoeken hoe Nederland Aruba, Curaçao en Sint-Maarten kan ondersteunen bij onderzoeken en beleid rondom het thema van klimaat. (toezegging aan het lid Wuite) (TZ202210-179).

Plenair debat Begroting Koninkrijksrelaties Voortzetting d.d. 20 oktober 2022 (Handelingen II 2022/23, nr. 15, item 2)

Afgedaan. De uitvoering van de toezegging is overgedragen aan het ministerie van I&W.

De staatsecretaris zegt toe om de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te verzoeken om de Tweede Kamer te informeren over hoe er onderzoek wordt gedaan naar de impact van klimaatverandering in het Natuur- en milieubeleidsplan. (toezegging aan het lid Simons) (TZ202210-180).

Plenair debat Begroting Koninkrijksrelaties Voortzetting d.d. 20 oktober 2022 (Handelingen II 2022/23, nr. 15, item 2)

Afgedaan. De uitvoering van de motie is overgedragen aan het ministerie van LNV.

De staatssecretaris van BZK gaat uitzoeken of het CBS ook informatie verzamelt op de eilanden over vertrouwen in de politiek en instituties en informeert de Kamer daar voor eind februari over. (n.a.v. vragen van het lid Wuite) (TZ202211-167).

Commissiedebat Sociaal domein en bestuursakkoorden BES d.d. 15 november 2022 (Kamerstukken II 2022/23, 6200 IV, nr. 37)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 23 december 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 36200 IV, nr. 42).

De staatssecretaris zegt toe dat zij het voorstel in de motie van Simons en Van Raan (36100 IV, nr. 10), over een in te stellen commissie van experts voor opbouw van kennis en advisering over het koloniale en slavernijverleden, zal meenemen in de bredere reflectie op de aanbevelingen van het Adviescollege dialooggroep slavernijverleden.

Wetgevingsoverleg over het jaarverslag en slotwet 2021 (Koninkrijksrelaties) d.d. 4 juli 2021 (Kamerstukken II 2021/22, 36100 IV, nr. 20)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 14 december 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 36200 VII, nr. 140).

De staatssecretaris zegt toe de Eerste en Tweede Kamer te informeren over de resultaten van de activiteiten van het trustfonds wederopbouw Sint Maarten.

Kamerbrief Aanbieding halfjaarrappotage update wederopbouw Sint Maarten na orkaan Irma d.d. 15 december 2022

Afgedaan. De toezegging is onderdeel van staand beleid.

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Recourt (PvdA), toe de Kamer te informeren over de exacte invulling van de dialoogtafels in het kader van het Adviescollege dialooggroep slavernijverleden (T03274).

Plenair debat Beleidsdebat Koninkrijksrelaties d.d. 6 april 2021 (Handelingen I 2020/21, nr. 33, item 7)

Afgedaan. De Eerste Kamer is op 18 oktober 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken I 2022/23, 36200 IV, B).

Bijlage 3: Overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland

Op verzoek van de motie Hachchi c.s. (Kamerstukken II 2011/12, 33000 IV, nr. 28) wordt jaarlijks een overzicht van alle rijksuitgaven aan Caribisch Nederland (met uitzondering van de vrije uitkering ofwel het BES-fonds) toegevoegd aan de begroting van Koninkrijksrelaties.

Naar aanleiding van de voorlichting van de Afdeling Advisering van de Raad van State (RvS) en het Interdepartementale Beleidsonderzoek Koninkrijksrelaties (IBO) volgt het kabinet de aanbeveling op om het overzicht Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland uit te breiden (Kamerstukken II 2019/20, 35300 IV, nr. 11). Doel hiervan is om de rol van het Ministerie van BZK te verstevigen en een meer integrale afweging van de Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland te bevorderen.

Onderstaand is eerst een totaal overzicht te vinden met alle Rijksuitgaven die voor Caribisch Nederland op de (departementale) begrotingen staan.

In de kabinetsreactie is aangekondigd dat naast deze toelichting ook een toelichting gegeven zou worden op de wijze van financiering welke gekoppeld aan de beoogde beleidsdoelen (Kamerstukken II 2019/20, 35300 IV, nr. 11). Zoals in de ontwerpbegroting van 2021 aangekondigd, is vanaf dit jaar deze uitbreiding inclusief de uitsplitsing per instrument in de bijlage van de betreffende (departementale) begrotingen terug te vinden en hieronder alleen voor de begroting Koninkrijksrelaties.

Tabel 46 Totaaloverzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland (bedragen x € 1.000)

Begroting

Realisatie

  

2018

2019

2020

2021

2022

       
 

Totaal Rijksuitgaven

369.244

402.644

532.424

568.705

539.474

IIB

Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad

0

0

339

365

404

IV

Koninkrijksrelaties

45.204

28.168

14.975

16.548

19.175

VI

Justitie en Veiligheid

39.681

39.720

41.651

44.885

51.375

VII

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

2.248

3.366

3.411

5.382

12.169

VIII

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

48.807

56.915

59.432

67.027

85.501

IX

Financiën en Nationale Schuld

16.191

17.308

14.808

18.068

18.323

X

Defensie1

XII

Infrastructuur en Waterstaat

34.515

67.545

61.327

36.489

29.266

XIII

Economische Zaken en Klimaat

6.658

8.915

30.080

62.177

40.147

XIV

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

1.391

3.555

3.002

4.065

3.212

XV

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

32.886

38.024

80.863

68.484

79.194

XVI

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

141.663

139.128

222.536

245.215

200.708

X Noot
1

De taken die bij het Ministerie van Defensie zijn belegd, zijn Koninkrijkstaken. Het deel dat ten goede komt aan Caribisch Nederland is daarom niet te bepalen.

Toelichting

Begroting Koninkrijksrelaties

Hieronder zijn de Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland voor de begroting Koninkrijksrelaties afzonderlijk weergegeven, uitgesplitst per instrument. In het overzicht en de bijbehorende toelichtingen wordt aangegeven of het uitgaven zijn ten behoeve van eilandelijke taken of rijkstaken, of er sprake is van incidentele of structurele bekostiging en wordt een toelichting gegeven op de wijze van financiering welke gekoppeld is aan de beoogde beleidsdoelen.

Tabel 47 Overzicht rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk Koninkrijksrelaties (IV) (bedragen x € 1.000)

Artikel/ instrument

Taak

Bijdrage

Realisatie

   

2018

2019

2020

2021

2022

Totaal uitgaven

  

45.204

28.168

14.975

16.548

19.175

        

Artikel 4 Bevorderen sociaaleconomische structuur

     

Subsidies (regelingen)

R

I

459

693

3.854

3.558

2.090

Opdrachten

E

I

558

836

478

786

612

Inkomensoverdrachten

R

S

26.501

3.017

2.263

2.138

3.135

Bijdrage aan medeoverheden

E

I

10.016

17.799

5.035

7.549

13.338

Bijdrage aan agentschappen

E

I

336

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

R

I

10

Artikel 8 Wederopbouw Sint Maarten

       

Bijdrage aan medeoverheden

E

I

7.324

5.823

3.345

2.517

Toelichting

Artikel 4 Bevorderen sociaaleconomische structuur

Subsidies (regelingen)

In 2022 is er voor € 1,73 mln. een subsidie verstrekt aan Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) Internationaal voor het uitwisselingsnetwerk Cariben. Daarnaast zijn er incidentele subsidies verstrekt aan WeConnect. Ook is er een subsidie verstrekt voor het opleidingsprogramma voor de Statiaanse Eilandsraad. Subsidies betreffen voornamelijk rijksraken.

Opdrachten

Er zijn incidentele opdrachten verstrekt met als doel om de kwaliteit en slagkracht van het openbaar bestuur te vergroten en de bestuurlijke kaders in CN te versterken. In 2022 ging het onder ander om de herziening van de WolBES/FinBES. Daarnaast zijn er in 2022 opdrachten verstrekt voor het trainen van de ambtelijke lokale apparaten en het gericht ondersteunen met kennis en expertise op het terrein van goed bestuur en gezonde overheidsfinanciën, onder meer voor het Talent Ontwikkel Programma (TOP) Bonaire. Dit zijn eilandelijke taken.

Inkomensoverdrachten

Uit deze middelen zijn de pensioenen van gewezen politieke gezagdragers van het land Nederlandse Antillen (bewindspersonen, statenleden en gezaghebbers) afkomstig van Bonaire, Sint Eustatius en Saba gefinancierd. Met het opheffen van het land Nederlandse Antillen in 2010 is bepaald dat deze pensioenen ten laste van Nederland komen (Stcrt. 2010, nr. 14723). Daarmee is dit een structurele rijkstaak.

Bijdrage aan medeoverheden

In afstemming met het lokaal bestuur in CN zijn incidentele bijzondere uitkeringen verleend om gerichte initiatieven te kunnen ondersteunen op het gebied van het ontwikkelen van goed openbaar bestuur en versterken van het financieel beheer. Zo is er € 3,9 mln. verstrekt aan het Openbaar Lichaam Bonaire in het kader van de bestuurlijke afspraken. Aan het Openbaar Lichaam Sint Eustatius (OLE) is het volgende verstrekt (mede vanwege de Wet herstel voorzieningen Sint Eustatius); € 3,96 mln. voor het Afsprakenakkoord Sint Eustatius 2022-2023, € 1,7 mln. om het OLE in staat te stellen om grond te kopen van olieterminal GTI , € 0,75 mln. voor de transitie- en organisatiekosten OLE, € 0,3 mln. voor het de uitvoering van het strategisch communicatie plan en € 0,57 mln. voor de salarissen van de (plv) regeringscommissaris incluis ondersteuning.

De middelen afkomstig uit de CN-envelop voor Saba zijn via de Vrije Uitkering verstrekt.

Artikel 8 Wederopbouw Sint Maarten

Bijdrage aan medeoverheden

Voor de wederopbouw zijn er in 2022 geen gelden meer verstrekt aan Saba en/of Sint Eustatius.

Bijlage 4: Focusonderwerp 2022, beroep op art. 2.27, tweede lid, CW

Tabel 48 Focusonderwerp 2022 Koninksrijksrelaties (IV)

Nr

Begrotingsstuk

Onderwerp

Beroep art. 2.27, tweede lid, CW (ja/nee)

Verplichtingen aangegaan voor autorisatie EK (ja/nee)

Uitgaven voor autorisatie EK (ja/nee)

Indieningsdatum

Aangenomen door EK (datum)

1

NvW op OW 2022, Kamerstukken II 2021/21, 35 925 IV, nr. 32

Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2022

nee

nee

nee

3-12-2021

21-12-2021

Toelichting

In de verantwoording over 2022 is het focusonderwerp de terugkeer naar een regulier en voorspelbaar begrotingsproces. Er wordt ingegaan op de volgende aspecten:

  • De gemaakte afwegingen bij het indienen van spoedeisende begrotingsvoorstellen;

  • de gemaakte afwegingen bij het modaliteiten die daarvoor bestaan en

  • de gemaakte afwegingen bij een beroep op de artikelen 2.25, tweede lid en 2.27, tweede lid van de Comptabiliteitswet. Indien hier geen beroep op is gedaan wordt dit niet verder toegelicht bij een Nota van Wijziging.

Nota van Wijziging op Ontwerp Wet 2022, Kamerstukken II 2021/21, 35 925 IV nr. 32

In de Nota van Wijziging wordt een meerjarige donatie verwerkt ten behoeve van het versterken van de financiële kolom en de modernisering van de Belastingdienst van Sint Maarten. Tevens bevat het een verlaging van het rentevoordeel voor Aruba en in verband met COVID-19 is er een reservering liquiditeitslening voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten toegevoegd.

Dit betrof een mutatie op de begrotingsstand van 2022. De Kamerbehandeling van de ontwerpbegroting had nog niet plaats gevonden. Om deze reden is gekozen voor een Nota van Wijziging op de ontwerpbegroting 2022.

Naar boven