Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 80, item 19

19 Circulaire economie

Aan de orde is het VAO Circulaire economie (AO d.d. 11/04).

De voorzitter:

Aan de orde is het VAO Circulaire economie. Ik heet de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, de Kamerleden en de eventuele kijkers thuis van harte welkom. Er hebben zich behoorlijk wat sprekers aangemeld. Ik geef allereerst het woord aan de heer Wassenberg van de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.

De heer Wassenberg (PvdD):

Dank, voorzitter. Ik heb vier korte moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het verbod op (wegwerp)plastic verpakkingen kan leiden tot een toename van papieren en kartonnen verpakkingen en dat uit het impact assessment van de Europese Commissie volgt dat dit kan leiden tot een toename van landgebruik;

verzoekt de regering om te voorkomen dat er een waterbedeffect ontstaat, waarbij de onduurzame wegwerpplastics vervangen worden door onduurzame alternatieven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Wassenberg en Kröger. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 79 (32852).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het duurzaamheidskader voor biomassa op zijn vroegst in 2020 komt en de routekaart nationale biomassa pas zes maanden daarna;

overwegende dat het risico bestaat dat in de tussentijd biomassa sterk overvraagd wordt en dat er subsidie wordt verstrekt aan biomassa die niet aan de duurzaamheidseisen voldoet;

verzoekt de regering om de ontwikkeling van het duurzaamheidskader zo veel mogelijk te versnellen en de routekaart nationale biomassa eerder vast te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Wassenberg en Kröger. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 80 (32852).

De heer Wassenberg (PvdD):

Voorzitter. Bij deze tweede motie wil ik nog even benadrukken dat ik mij realiseer dat de staatssecretaris hierbij afhankelijk is van andere partijen. Dat is ook de reden dat ik in die motie geen tijdpad heb genoemd. Want dat zou de staatssecretaris in een onmogelijke positie brengen, en dat is niet het doel van deze motie.

Dan de derde motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er jaarlijks 100 tot 160 miljoen blikjes in het milieu terechtkomen;

overwegende dat een verschuiving van plastic flesjes naar blik zeer onwenselijk is;

verzoekt de regering om een wetsvoorstel voor te bereiden voor de invoering van statiegeld op blikjes,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Wassenberg, Kröger, Laçin en Van Brenk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 81 (32852).

De heer Wassenberg (PvdD):

Mijn vierde en laatste motie, voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat FloraHolland in het kader van de producentenverantwoordelijkheid verplicht is alleen verpakkingen op de markt te brengen die zodanig zijn ontworpen dat hergebruik of recycling mogelijk is, maar desondanks kiest voor wegwerptrays en daarmee jaarlijks 23 miljoen kilo plastic afval produceert;

constaterende dat FloraHolland reeds beschikt over goede retoursystemen voor trays;

overwegende dat FloraHolland zich weliswaar heeft aangesloten bij het Plastic Pact, maar dat dit Plastic Pact geen verplichtend karakter heeft;

verzoekt de regering FloraHolland te verplichten om over te stappen op herbruikbare trays,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 82 (32852).

De heer Wassenberg (PvdD):

Dank u wel, voorzitter. Ik had zelfs een seconde over!

De voorzitter:

Precies. Dat is heel goed. Ik geef u een compliment.

Dan geef ik het woord aan mevrouw Kröger van GroenLinks. Gaat uw gang.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Voorzitter. Ik heb een drietal moties, dus ik begin snel.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Kamer de staatssecretaris heeft opgeroepen om met een actieplan en een reductiepercentage voor blik in zwerfafval te komen;

constaterende dat er voor blik nog geen reductiedoelstelling door het ministerie is geformuleerd;

verzoekt de regering om een reductiedoelstelling voor blik in 2020 vast te stellen en de Kamer hierover uiterlijk in kwartaal drie van 2019 te informeren;

verzoekt de regering tevens om uitbreiding van statiegeld op blik alvast op te nemen in de aanstaande wijziging van het Besluit beheer verpakkingen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger, Laçin en Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 83 (32852).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat rubbergranulaat en plastic infill uit kunstgrasvelden enorm schadelijk zijn voor het milieu en de gezondheid;

constaterende dat de European Chemicals Agency (ECHA) nu ook een verbod op zowel rubbergranulaat als plastic infill bepleit;

overwegende dat deze kunststoffen goed te vervangen zijn door natuurlijke materialen;

verzoekt de regering om met gemeenten en sportverenigingen af te spreken hoe rubbergranulaat en plastic infill vervangen kunnen worden door milieuvriendelijke alternatieven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger en Westerveld. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 84 (32852).

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

En tot slot.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de komst van het Plastic Pact NL een bijdrage zal leveren aan het tegengaan van de plasticsoep;

overwegende dat de industrie nog niet volledig is vertegenwoordigd in het Plastic Pact NL en maar een deel van het verpakkend bedrijfsleven bevat;

verzoekt de regering in kaart te brengen hoe het deel van het bedrijfsleven dat achterblijft, tot betere prestaties kan komen, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger en Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 85 (32852).

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Mulder van het CDA.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Voorzitter, dank u wel. Bij de bouw en renovatie van gebouwen wordt nog te veel materiaal gebruikt dat niet circulair kan worden hergebruikt. Zo schuiven we problemen naar achteren, terwijl het wat ons betreft beter is om daar bij het ontwerp rekening mee te houden en zo problemen te voorkomen.

Tijdens het debat dat wij met elkaar hadden in commissieverband kreeg ik een interruptie van collega Ziengs. Dat debat ging over circulair bouwen en de energie- en klimaattransitie. Natuurlijk willen we meters maken op het gebied van klimaat en energie, maar we moeten ook niet het paard achter de wagen spannen. Ik citeer mijn collega. "Ik noemde dat heel bewust omdat je prachtige projecten ziet die gericht zijn op het energieneutraal maken van panden. Mooie verbouwde boerderijtjes worden voorzien van beplating en daar wordt lijm en kit tussen aangebracht. Ik begrijp van de recyclebranche dat als ze dat uiteindelijk opnieuw moeten recyclen, ze erachter komen dat de hele bende verbrand moet worden, terwijl ze vroeger gewoon konden recyclen." Ja, zo nuchter is het natuurlijk.

Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat bij de bouw en renovatie van gebouwen 10% tot 15% nieuw materiaal wordt weggegooid;

overwegende dat bouw en renovatie idealiter zouden moeten gebeuren met materiaal dat recyclebaar is;

verzoekt de regering in overleg met de bouwsector en de recyclebranche te onderzoeken op welke wijze bij bouwen en renoveren van gebouwen maximaal kan worden ingezet op recyclebaar bouwen, en de resultaten daarvan aan de Kamer te melden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Agnes Mulder, Ziengs, Van Eijs en Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 86 (32852).

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Dank.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Van Brenk van 50PLUS.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Dank, voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de circulaire economie ook risico's met zich meebrengt van meer gevaarlijke stoffen in de circulatie;

overwegende dat herhaaldelijk aandacht is gevraagd voor zeer zorgwekkende stoffen, zowel in de REACH-verordening als in de CLP-verordening;

van mening dat hier uiterst waakzaam moet worden gehandeld voor mens, dier en milieu;

verzoekt de regering zich in te zetten om risico's tot een minimum te beperken en alles op alles te zetten om strenge regelgeving en controle te realiseren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Brenk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 87 (32852).

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

De Kamer heeft een petitie ontvangen van de voertuigdemontagebranche. Naar aanleiding van die petitie heb ik een motie gemaakt. Ik ben heel benieuwd naar de reactie van de staatssecretaris daarop.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de gecertificeerde voertuigdemontagebranche goed werk verricht bij het hergebruik van originele gebruikte onderdelen van auto's ter stimulering van de circulaire economie;

overwegende dat voor een groot deel van de importauto's geen recyclingbijdrage wordt betaald;

van mening dat niet alleen nieuwe auto's, maar ook importauto's een recyclingbijdrage opgelegd moeten krijgen;

verzoekt de regering actie te ondernemen, zodat ook voor importauto's een recyclingbijdrage wordt betaald,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Brenk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 88 (32852).

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Laçin van de SP.

De heer Laçin (SP):

Dank, voorzitter. We hebben het tijdens het AO voornamelijk gehad over statiegeld op kleine plastic flesjes en het Besluit beheer verpakkingen, waarvan nu een wijziging voorligt. Wij vinden het een gemiste kans dat in ieder geval de blikjes daar niet in worden opgenomen. Daarom hebben we ook de motie van GroenLinks, van mevrouw Kröger, ondertekend. Een ander punt dat er wat ons betreft ook in had gemoeten, is een innameplicht voor verkooppunten van kleine flesjes. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de staatssecretaris bezig is met het wijzigen van het Besluit beheer verpakkingen om statiegeld op kleine flesjes mogelijk te maken;

constaterende dat een innameplicht voor verkooppunten ontbreekt;

overwegende dat een innameplicht voor verkooppunten de kans vergroot dat kleine flesjes terug worden gebracht;

verzoekt de regering om een innameplicht voor verkooppunten van kleine flesjes op te nemen in het Besluit beheer verpakkingen met uitzondering van kleine winkels waar dit fysiek niet mogelijk is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Laçin, Wassenberg en Kröger. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 89 (32852).

De heer Laçin (SP):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Even kijken. Dan hebben we mevrouw Eijs van D66 nog over voor haar inbreng. Mevrouw Dik-Faber is wel aanwezig, maar zij heeft afgezien van het leveren van een bijdrage.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Dank u wel, voorzitter. Tijdens het algemeen overleg heb ik me naast alle andere onderwerpen vooral gefocust op textiel en op circulair bouwen. Daarom heb ik ook twee moties in die gedachte. De eerste motie luidt als volgt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de productie van textiel een enorm effect heeft op milieu, een groot waterverbruik en flinke bijdrage aan onze klimaatbelasting;

overwegende dat in de transitieagenda bewustwording bij consumenten als een deel van het sectorplan textiel wordt genoemd;

overwegende dat het voor consumenten in de winkel niet duidelijk is wat de milieu- en klimaatbelasting van kleding en andere textielproducten is, door het ontbreken van een duidelijk keurmerk op alle prijskaartjes;

verzoekt de regering om te onderzoeken hoe een labelsysteem voor kleding over de milieu-impact tijdens de verkoop laagdrempelig een bijdrage kan leveren aan de circulaire economie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Eijs en Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 90 (32852).

Mevrouw Van Eijs (D66):

Mijn tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat meerdere enthousiaste start-ups als nieuw bouwbedrijf een bijdrage leveren aan het circulaire bouwen en in het bijzonder aan woningen in Nederland;

overwegende dat zij hierbij nog tegen veel hobbels aanlopen, bijvoorbeeld bij deelname aan garantie-instituten voor de woningbouw zoals Woningborg en Bouwgarant, waarbij hoge eisen worden gesteld aan bedrijven (ten minste drie jaar bestaan en 2,5 miljoen euro eigen vermogen);

overwegende dat bij nieuwbouw vaak deelname aan garantie-instituten vereist wordt door hypotheekverstrekkers;

verzoekt de regering om te onderzoeken hoe ook kleine innovatieve startende bouwbedrijven die actief zijn op het terrein van circulair bouwen, in staat kunnen worden gesteld om deel te nemen aan garantieregelingen zoals Woningborg en Bouwgarant,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Eijs en Agnes Mulder. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 91 (32852).

De staatssecretaris heeft aangegeven dat ze ongeveer vijf minuten nodig heeft om straks haar appreciatie te geven. Ik schors de vergadering voor vijf minuten.

De vergadering wordt van 20.31 uur tot 20.36 uur geschorst.

De voorzitter:

De staatssecretaris is zover om haar appreciatie te geven over de dertien moties. Omdat het er heel veel zijn, wil ik vragen om daar alleen als dat hoogst noodzakelijk is een vraag over te stellen. Het zijn er namelijk wel erg veel. Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Voorzitter. De motie op stuk nr. 79 verzoekt de regering om te voorkomen dat er een verschuiving ontstaat van plastic naar papier. De SUP-richtlijn verbiedt een aantal plastic producten, omdat er duurzame alternatieven zijn. Ik snap dat de heer Wassenberg zegt: laten we ervoor zorgen dat we "reduce" niet uit het oog verliezen. Dat doen we niet. Dat is ook een onderdeel in de context van het programma Circulaire Economie. Er zitten te veel haken en ogen aan de motie zoals die nu geformuleerd is. Die ontraad ik dus. Laten we in de context van het CE-programma ook blijven kijken naar reduce. Ik denk dat dit een punt is waar de heer Wassenberg gerust op kan zijn. Het zit ook in het Plastic Pact.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 79 wordt ontraden. Dat roept een vraag op bij de heer Wassenberg. Gaat uw gang.

De heer Wassenberg (PvdD):

Het gevaar bestaat dat als plastic dadelijk op grote schaal wordt vervangen door papier en karton, we even ver van huis zijn. Dat is namelijk ook weinig duurzaam. Dat is ook wat de Europese Commissie met zoveel woorden zegt. De bedoeling van de motie is eigenlijk om dat waterbedeffect, of die verschuiving, te voorkomen. Heel veel kan duurzaam worden genoemd, maar als je dadelijk bossen moet gaan kappen om papier en karton te maken, ben je nog verder van huis.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

De motie zegt eigenlijk te algemeen dat elk waterbedeffect voorkomen moet worden, terwijl de SUP-richtlijn nou juist zegt: we verbieden deze dingen, omdat er prima alternatieven zijn. Daarmee zegt de richtlijn dat rekening wordt gehouden met enige verschuiving. De heer Wassenberg zegt dat we moeten oppassen dat het niet een nieuwe trend wordt. Laten we dat allemaal in ons hoofd houden. Ik vind dat er te veel haken en ogen zitten aan de motie zoals die nu is. Ik blijf dus bij het oordeel.

Dan de motie op stuk nr. 80 van de Partij voor de Dieren, over het versnellen van het duurzaamheidskader. We doen dit al zo snel mogelijk. Versnellen kan niet, dus ik ontraad de motie. Het moet namelijk ook zorgvuldig zijn. We zijn afhankelijk van andere partijen. Dat heeft de heer Wassenberg ook al gezegd. Ik blijf hier dus bij. Overigens hebben we bijvoorbeeld ook aangegeven dat we subsidies voor biobrandstoffen niet zullen verstrekken zolang we die helderheid of dat kader niet hebben. Zo nemen we voorzichtigheid in acht.

Dan de motie op stuk nr. 81, over het voorbereiden van een wetsvoorstel over statiegeld op blik. Best veel van de dertien moties hebben te maken met het statiegeldsysteem. Waar het moties zijn die gaan over een heel ander wetsvoorstel, zal ik daarop ingaan. Waar het moties zijn die ingaan op de inhoud van het wetsvoorstel zoals dat er ligt, zal ik daar niet op ingaan. We hebben namelijk nog een VSO. Wat betreft de vraag om een ander wetsvoorstel te maken over statiegeld op blik: daar hebben we eerder uitgebreid over gesproken. Ik ontraad de motie.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 80 en die op stuk nr. 81 worden dus ontraden.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Wat in de motie op stuk nr. 82 van de heer Wassenberg staat, hebben we in het AO gewisseld. Toen heb ik aan de heer Wassenberg de toezegging gedaan dat de Kamer voor de zomer wordt geïnformeerd over de voortgang van het recyclen van de plastic trays bij FloraHolland. Dat was mijn toezegging. Ik ga deze trays in de tussentijd niet verplichten. Ik ontraad dus de motie op stuk nr. 82.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 82 wordt ontraden. Dat roept een vraag op bij de heer Wassenberg.

De heer Wassenberg (PvdD):

Is het een optie dat ik de motie aanhoud en even afwacht wat de uitkomsten van die gesprekken zijn?

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Aanhouden is altijd een optie, maar dat is aan de Kamer.

De heer Wassenberg (PvdD):

Uiteraard. Ik wil gewoon even weten of de staatssecretaris duidelijk gaat maken wat de uitkomst van die gesprekken is. En kan ik de motie dan alsnog in stemming laten brengen?

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Voor de zomer zal de Kamer worden geïnformeerd over de voortgang. Dat is de toezegging die ik aan de Kamer heb gedaan. Dus ja, dat doe ik. Deze motie gaat meteen naar een verplichting. Als u die nu voor stemming zou indienen, zou ik haar ontraden. Als u haar aanhoudt, kunt u mij te zijner tijd eventueel opnieuw om een oordeel vragen. Voorlopig ben ik gewoon met FloraHolland in gesprek en zie ik geen noodzaak tot verplichting, omdat ze allerlei dingen hebben toegezegd. Ik zal u over de voortgang informeren. U kunt dan zelf zien of u de motie nog in stemming wilt brengen.

De heer Wassenberg (PvdD):

Dan houd ik de motie tot dat moment aan.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Wassenberg stel ik voor zijn motie (32852, nr. 82) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 83, die vraagt om alvast een reductiedoelstelling en statiegeld op te nemen. Dit is een uitbreiding van het wetsvoorstel zoals dat er ligt. Daarom ontraden. Dat hebben we al uitgebreid gewisseld.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 83 wordt ontraden.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Dat de staatssecretaris het tweede verzoek ontraadt, verbaast mij niet, gezien het debat dat we gevoerd hebben. Ik ben wel heel benieuwd hoe zij tegenover het eerste verzoek staat, namelijk om echt een reductiedoelstelling voor blik vast te stellen.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Er is eerder een motie van de Kamer aangenomen over een reductiedoelstelling. Ik ben bezig om die motie uit te voeren, dus ik zie geen noodzaak tot een aanvullende motie. Daarom blijf ik bij ontraden.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Dus er komt een reductiedoelstelling in Q3?

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Ik zal niet ingaan op de specifieke formulering van die motie, maar er ligt al wel een motie van de Kamer die mij vraagt om ook naar blik te kijken. Ik ben bezig met het uitvoeren van die motie, die vast net anders geformuleerd zal zijn dan deze van mevrouw Kröger. Die motie ben ik aan het uitvoeren, dus ik ontraad een aanvullende motie op dit punt.

De voorzitter:

Dank u wel. De motie op stuk nr. 83 wordt ontraden.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Dan de motie van mevrouw Kröger op stuk nr. 84, over een alternatief voor rubbergranulaat. De minister voor Medische Zorg en Sport is bezig met een subsidieregeling waarin voorwaarden worden opgenomen voor duurzame aanbesteding. Ik zal deze motie onder de aandacht brengen van de minister voor Medische Zorg en Sport en vraag mevrouw Kröger de motie tot die tijd aan te houden. Zij zal hierover worden geïnformeerd. Anders zou ik haar op dit moment moeten ontraden, maar de collega is ermee bezig.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Dan houd ik inderdaad de motie aan. Kan de staatssecretaris reageren, niet hier maar wellicht schriftelijk, op de oproep van de ECHA? Dat is nieuwe informatie en een stap in het debat. Kan zij daar wellicht op reageren?

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Ik wil daar inderdaad even naar kijken. In een volgende brief die we aan de Kamer sturen over circulaire economie zullen we op dit punt op het advies ingaan.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Kröger stel ik voor haar motie (32852, nr. 84) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Voorzitter. Dan de motie-Kröger/Dik-Faber op stuk nr. 85: in kaart te brengen hoe achterblijvend bedrijfsleven kan worden gestimuleerd. Wij doen een aantal dingen. We hebben Europese wetgeving, je zou bijna kunnen zeggen als een soort bezemwagen, want daar moet heel Europa aan voldoen. Dan hebben we nog nationale wetgeving. Op een aantal punten hebben we hele ambitieuze doelstellingen. Voor de koplopers hebben we het Plastic Pact, dat is echt de plus op alle wetgevende punten die we hebben. Dus voor de achterblijvers is er de wetgeving en daar moeten zij aan voldoen. Voor de koplopers is er dat Plastic Pact en er is altijd een uitnodiging voor allerlei partijen om daaraan mee te doen. Het staat open. Er zijn zelfs andere sectoren die ons hebben benaderd: kunnen we met u kijken hoe we al die partijen in de sector bij elkaar kunnen brengen?

Ik vind dat ik hiermee genoeg instrumenten heb en daarom ga ik er niet eentje aan toevoegen, zoals mevrouw Kröger die noemt. Ik ontraad deze motie.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 85 wordt ontraden.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Voorzitter. De motie op stuk nr. 86 vraagt de regering in overleg te gaan met de bouwsector en de recyclebranche. Deze motie is van mevrouw Mulder, de heer Ziengs, mevrouw Van Eijs en mevrouw Dik-Faber. Dit punt is inderdaad opgekomen tijdens het algemeen overleg en het legt een link met verdere verduurzaming. Ik vind dit een goed punt. Het zat nog niet op deze manier in de toezegging die ik had gedaan om met een bouwbrief te komen. Ik zal graag in overleg treden met de minister van BZK om samen te kijken hoe we, ook gezien haar verantwoordelijkheid voor de verduurzamingsslag, op dit punt een dubbelslag kunnen maken in plaats van dat we straks een enkelslag blijken te hebben gemaakt. Dus, ik laat het oordeel van deze motie over aan de Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 86 krijgt oordeel Kamer.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Voorzitter. Dan de motie van mevrouw Van Brenk op stuk nr. 87. Mevrouw Van Brenk vraagt aandacht voor een belangrijk punt: als je aan circulaire economie doet, moet je ook alert zijn op de stoffen die je circuleert. Dat is een rode draad in wat we met elkaar doen, in het rijksbrede programma Circulaire Economie, maar ook bijvoorbeeld in de discussie die we in Brussel hebben. Tegelijkertijd gaat het er juist om om in die regelgeving goed te kijken naar waar je extra voorzichtig moet zijn en waar het een onnodige belemmering is. Ik vind de motie van mevrouw Van Brenk iets te kort door de bocht om er oordeel Kamer aan te geven. Wij hebben allebei wel door dat dit een belangrijk punt is. U zult ook in de verschillende debatten en de terugkoppeling van de Raden onder andere zien dat we op deze manier alert zijn op dit vraagstuk, want daar heeft mevrouw Van Brenk gelijk in. Ik ontraad de motie.

Dan de tweede motie van mevrouw Van Brenk, die op stuk nr. 88, over de recyclingbijdrage van importauto's. Dat moet ik even onderzoeken. Ik kan hier nu niks over zeggen, omdat ik het niet precies weet. Ik zeg mevrouw Van Brenk graag toe dat ik dit zal onderzoeken. Ik kom dan nog met een nadere reactie op de motie. Ik wil haar vragen haar tot dat moment aan te houden.

De voorzitter:

Ik kijk even naar mevrouw Van Brenk. Motie aanhouden? Ja. Dank u wel.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Van Brenk stel ik voor haar motie (32852, nr. 88) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

De heer Laçin heeft een motie op stuk nr. 89 ingediend die ingaat op de inhoud van een wetsvoorstel waarover nog een verslag van een schriftelijk overleg loopt. Ik wil daar niet op vooruitlopen en vraag hem om de motie aan te houden. Anders zou ik haar nu moeten ontraden, omdat ze daarop vooruitloopt.

De heer Laçin (SP):

Ik houd de motie aan.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Laçin stel ik voor zijn motie (32852, nr. 89) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Dan is er een motie op stuk nr. 90 van mevrouw Van Eijs en mevrouw Dik-Faber, over een labelsysteem voor kleding met informatie over de milieu-impact. We willen allemaal transparantie, zodat mensen die in de winkel staan weten waarvoor ze kunnen kiezen. Ik zal me inspannen om dit te agenderen bij de nieuwe Europese Commissie en ik zal ook de sector vragen om hieraan expliciet aandacht te besteden. Als ik het mag lezen als een inspanningsverplichting om te kijken wat we hiermee kunnen doen, laat ik het oordeel aan de Kamer. Ik wil wel de waarschuwing geven dat dit niet morgen geregeld zal zijn. Textiel is een ingewikkeld en internationaal speelveld. Dit is wel een richting waarin we kunnen proberen wat inspanningsstappen te zetten. Ik zie de leden die de motie hebben ingediend, knikken.

De voorzitter:

Ik kijk even naar mevrouw Van Eijs. Deelt u de interpretatie van de staatssecretaris?

Mevrouw Van Eijs (D66):

Ja. Het lijkt me goed om dat in Europees verband op te pakken, maar ik zou de staatssecretaris willen aanmoedigen om ook te kijken naar wat we nationaal kunnen doen aan het transparanter maken van die textielbranche.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Uiteindelijk willen we dat het in de Nederlandse winkel transparanter wordt voor de Nederlandse klant. We kijken dus wat we kunnen doen, maar omdat het een internationale markt is, geef ik een waarschuwing af. Je wilt dat het geen extra belemmeringen oplevert voor de interne markt, voor het Nederlandse bedrijfsleven. Ik moet echt even kijken wat er gedaan kan worden. Ik snap het punt en ga ernaar kijken, maar het is een inspanningsverplichting.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 90 krijgt oordeel Kamer.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Dan de motie op stuk nr. 91. Dat is ook weer zo'n punt dat op het snijvlak ligt van onze verantwoordelijkheid voor circulariteit en de verantwoordelijkheid van BZK voor bouwen. Ik zal mijn collega van BZK vragen wat hier kan en zal samen met haar in de brief hierop terugkomen. Als ik de motie zo mag lezen, kan ik het oordeel overlaten aan de Kamer.

De voorzitter:

Ik kijk even naar mevrouw Van Eijs. Ze knikt. De motie op stuk nr. 91 krijgt oordeel Kamer.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Daarmee ben ik aan het einde van mijn beantwoording.

De voorzitter:

Dan dank ik de staatssecretaris voor dit VAO.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Stemming over de ingediende moties vindt plaats op 14 mei 2019, na het meireces. Ik schors de vergadering voor een enkel moment en daarna gaan we van start met het dertigledendebat over de marktwerking in het streekvervoer.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.