Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 80, item 6

6 Informele Europese top d.d. 9 mei 2019

Aan de orde is het debat over de informele Europese top d.d. 9 mei 2019.

De voorzitter:

Aan de orde is het debat over de informele Europese top van 9 mei 2019. Ik heet de minister-president van harte welkom en geef de heer Asscher namens de PvdA als eerste spreker het woord.

De heer Asscher (PvdA):

Voorzitter. Waar willen we naartoe met Europa? Die vraag is vandaag aan de orde voor de informele top, maar ook voor de Europese verkiezingen die eraan komen. Het is goed dat we ons die vraag stellen en ons niet laten beperken, na drie jaar "to brexit or not to brexit", tot de vraag of je de Unie moet verlaten of moet houden zoals ze nu is. De vraag moet natuurlijk zijn: hoe willen we dat de Europese Unie verandert?

Er zijn heel veel economische argumenten voor samenwerking in Europa. Toch is dat niet de kern, want onze welvaart is verbonden met onze waarden: vrijheid, gelijkheid en broederschap. Dat is meer dan alleen maar geld verdienen. De kwaliteit van ons bestaan en van onze samenleving is ook meer dan ons bruto nationaal product. Het hangt samen met de behoefte je beschermd te weten tegen de dreigingen van deze tijd, en met de behoefte te weten dat er solidariteit is als je een keer ziek bent of werkloos raakt, en te weten dat de manier van leven die wij zelf kiezen, die vrijheid, beschermd blijft. Als we willen dat dat in de toekomst gegarandeerd blijft, hebben we daar de Europese Unie voor nodig en die Europese Unie zal moeten veranderen, juist op het punt van de waarden. Dat is meer dan economie, want je kunt economisch reuze succesvol zijn zonder die waarden te eerbiedigen. Kijk maar eens hoe vrij men is in China of hoeveel solidariteit er is in de Verenigde Staten.

Op vrijheid zou Europa de ambitie moeten hebben de leider van de vrije wereld te zijn. Dat wil zeggen: streng zijn tegen aantasting van de vrijheid door eigen lidstaten. Dat wil zeggen: het Europees model als voorwaarde stellen. En dus bij handelsakkoorden eisen dat bescherming van dierenwelzijn, werknemersrecht en milieu de standaard is. Dat wil zeggen: opkomen voor die vrijheid, ook in andere landen. Niet alleen irreguliere migratie tegenhouden, maar stabiliteit exporteren in plaats van instabiliteit importeren.

Op gelijkheid zou Europa veel meer moeten durven kiezen voor een socialer Europa. Het moet een Europese ambitie zijn om kinderarmoede en jeugdwerkloosheid te bestrijden. Het businessmodel van arbeidsmigratie, waarbij geconcurreerd wordt op loonkosten tussen Europeanen, moet worden opgedoekt. Het is tijd om af te rekenen met de constructies die worden gebruikt om werknemers tegen elkaar op te zetten, met lagere loonkosten en aantasting van de solidariteit in de landen als gevolg.

Op broederschap en solidariteit zien we dat de ondermijning die plaatsvindt door grote ondernemingen, Europees moet worden aangepakt. Het feit dat multinationale bedrijven de Europese markt gebruiken om zo min mogelijk belasting te betalen, maar wel te profiteren van die ene grote markt, moet worden bestreden. We zien dat belastingconcurrentie meer kapotmaakt dan het oplevert, ook vanuit Nederlands perspectief. We zijn een beetje klaar met de argumenten als "we moeten wel, want anders gaan die bedrijven naar een Europees buurland". Het is dus tijd om ook in Europa, als je broederschap voor de toekomst wilt garanderen, naar minimumtarieven te gaan voor de winstbelasting. Ik wil graag een reactie van de minister-president hierop.

Het is ook tijd om in Europa — we hebben hiervoor vanochtend een voorstel gelanceerd — belasting te gaan heffen over de omzet van de gigantische digitale bedrijven die er inmiddels zijn. Die belasting is nodig om te kunnen zorgen dat we de dijken, de krijgsmacht, de zorg en het onderwijs voor iedereen financieren. Het is ook nodig om kapitaal meer te belasten zodat arbeid en loon minder belast kunnen worden en de lonen weer kunnen gaan stijgen, iets waar heel veel Europeanen naar snakken.

De Europese Unie moet meer zijn dan een unie van economieën en moet niet de ambitie hebben goedkoper te zijn dan China of flexibeler dan de Verenigde Staten, maar beter dan beide. En dat kan als we durven te kiezen voor een veranderende unie waar de waarden vooropstaan, zodat alle mensen in Europa er zeker van zijn dat ze beschermd worden tegen de grote bedreigingen van deze tijd, dat ze zichzelf kunnen zijn en hun eigen manier van leven kunnen kiezen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Mevrouw Leijten heeft een vraag.

Mevrouw Leijten (SP):

Ik vind het altijd een genot om naar de heer Asscher te luisteren, maar als ik dan hoor wat hij eigenlijk zegt, vraag ik me wel af waar de vrijheid voor landen om ook te kiezen voor hun eigen beleid, gebleven is bij de Partij van de Arbeid.

De heer Asscher (PvdA):

Heel erg bedankt voor die aardige inleiding — volkomen wederzijds.

Die vrijheid blijft heel groot. Bij digitale belastingen bijvoorbeeld is het eigenlijk zonde dat Nederland nu een eigen digitale belasting moet gaan invoeren. We stellen dat voor en hopen op uw steun, maar het zou beter zijn als in heel Europa die enorme bedrijven een percentage over hun omzet zouden betalen en dat geld dan weer aan de landen te geven, zodat wij er, na een politiek debat, keuzen in kunnen maken. De een zal dan zeggen: wij verlagen de belasting hier. Wij zeggen dan: meer geld voor de leraren. Dus die vrijheid is heel groot. Juist bij die grootste vraagstukken zoals veiligheid en omgaan met migratie en klimaatverandering, heb je die samenwerking met de andere Europese landen heel erg nodig.

Mevrouw Leijten (SP):

Samenwerken met andere Europese landen is denk ik een groot goed, maar niet als we eigenlijk op heel veel terreinen Brussel de baas laten spelen. Het klinkt zo mooi om overal de jeugdwerkloosheid te bestrijden, maar hoe ziet u dat voor zich? Moeten we dat dan weer via Brussel doen? Of kunnen we onze eigen besluiten nemen? Sterker nog, moeten de wethouders die daar veel dichterbij staan dat niet doen? Wat ik nou juist zie, is dat de trein van de Europese Unie wethouders en lokale bestuurders minder ruimte geeft om hun beleid te maken, omdat de interne markt van Leiden naar Lissabon en van Bratislava naar Breda één moet zijn en daar mogen we niet aankomen.

De voorzitter:

En de vraag?

Mevrouw Leijten (SP):

Dus is de Partij van de Arbeid bereid om, als ze voor de vrijheid van lidstaten is, ook te pleiten dat je dan kan zeggen: we doen even niet meer mee aan die interne markt, want het gaat in tegen onze democratie?

De voorzitter:

Dit is een hele lange interruptie.

De heer Asscher (PvdA):

Maar ook een hele goede vraag. Ik denk dat we het veel meer eens zijn dan de vraagsteller lijkt te suggereren. De kern van uw betoog is: er moet toch meer zijn dan markt. Dat was ook mijn inleiding. Ik zou het juist heel goed vinden en ik denk dat Brussel daarbij kan helpen, juist lokaal. Lokaal de jeugdwerkloosheid aanpakken? Graag! Laat daar Europese middelen voor beschikbaar komen. Meer betaalbare woningen bouwen? Het zou toch prachtig zijn als, in plaats van dat vanuit het marktdenken de ruimte beperkt wordt om betaalbare woningen te bouwen, vanuit Europa gemeenten worden ondersteund die extra betaalbare woningen bouwen, zoals de SP nu doet in Amsterdam. Dit probleem speelt in alle landen en daar kan Europa juist bescherming bieden aan de Europeanen. Het is dus helemaal andersom. Je moet niet zeggen: de markt gaat voor. Natuurlijk, Europa is veel meer dan markt. Het gaat over waarden, het gaat over vrijheid. Juist om nationaal de ruimte te houden moet je Europa veranderen.

De voorzitter:

En dit was ook een heel lang antwoord.

De heer Asscher (PvdA):

Ik probeer te spiegelen wat mevrouw Leijten doet. Het lukt niet altijd.

Mevrouw Leijten (SP):

In het stemgedrag van de Partij van de Arbeid zie ik eigenlijk het tegendeel. Als we voorstellen om het gewoon nationaal te regelen, wat we goed kunnen, met respect voor verschillen tussen landen en dan samen te werken, maar Brussel niet de baas te laten spelen, dan stemt de Partij van de Arbeid eigenlijk consequent tegen. Ik ga straks een motie indienen die verzoekt dat landen de vrijheid moeten krijgen om ook te kunnen zeggen: nee, we leggen die markt even stil, want wij willen de lokale en nationale democratie voor de belangen van de markt laten gaan. Ik hoop dat de heer Asscher die medeondertekent.

De heer Asscher (PvdA):

Ik ga die motie natuurlijk heel goed bekijken. Er zit inderdaad een verschil tussen de SP en de Partij van de Arbeid. Wij zijn heel erg voor zo'n Europese belasting op die techbedrijven. Wij denken dat dat makkelijker en beter is en geld zal kunnen opleveren voor onze samenleving. De SP was daartegen. Dat vond ik onwijs jammer. Dat leidde tot een gele kaart, zoals dat dan heet in de voetbaltermen die we hier hebben geïntroduceerd. Dat vind ik jammer, maar dat maakt niet uit. Uiteindelijk streven we denk ik in Nederland voor een groot deel naar dezelfde doelen. Wij denken dat Europa daarbij kan helpen en dat je het nodig hebt, juist om onze waarden te beschermen. De SP ziet dat anders, maar ik verheug me nu op die motie.

Mevrouw Leijten (SP):

Dat Europese voorstel voor die digitale belasting was gewoon niet goed genoeg. Dan moet je er zeker niet voor zijn. Toen hebben wij voorgesteld om het nationaal te regelen. Toen stemde de Partij van de Arbeid tegen. Als iets wat uit Brussel komt niet goed is, moet je dat kunnen zeggen en nationaal beter kunnen doen. Die vrijheid moet je hebben. Dan ben je niet tegen het belasten van techbedrijven. Nee, daar zijn we voor. Precies uw voorstel dat u vanochtend heeft ingediend, hebben wij al twee keer met een motie in stemming gehad.

De heer Asscher (PvdA):

Nou, hartstikke goed.

De voorzitter:

Ik dacht: vandaag doet meneer Verhoeven niet mee, dus het zal waarschijnlijk wat rustiger gaan tussen mevrouw Leijten ...

De heer Asscher (PvdA):

Ik heb de heer Verhoeven nog nooit zo rustig zien zitten, dus gaat u hem nou niet uitdagen, voorzitter!

De voorzitter:

Hij doet niet mee. De heer Jetten?

De heer Jetten (D66):

Collega Verhoeven geniet vandaag van zijn verjaardag, dus ...

De voorzitter:

Ja, dat weet ik. Van harte gefeliciteerd!

De heer Jetten (D66):

Een compliment aan de heer Asscher voor een sterk en bevlogen pleidooi voor een sterk Europa, een Europa van waarden dat ook werkt voor alle inwoners van ons continent. Dat ben ik helemaal met hem eens. Tegelijkertijd zien we dat in heel veel lidstaten de steun voor de Europese Unie niet altijd even hoog is, omdat Europa, Brussel soms te bureaucratisch werkt of onvoldoende transparant is. Een van de punten waar heel veel mensen, ook in Nederland, zich aan ergeren, is het verhuiscircus tussen Brussel en Straatsburg. In haar verkiezingsprogramma is de Partij van de Arbeid daar heel helder over: stop met dat verhuizen en laat het Europees Parlement vergaderen in Brussel. Maar de lijsttrekker van de Partij van de Arbeid in Europa, de heer Timmermans, heeft onlangs gezegd: nee, laten we vooral wel blijven vergaderen in Straatsburg. Mijn vraag aan de heer Asscher is: wat is nu het standpunt van de PvdA?

De heer Asscher (PvdA):

Nogmaals, ook nu dank voor de aardige inleiding van de heer Jetten. Je ziet vaak dat alles wat achter de "maar" komt wat minder aardig wordt.

Maar de vraag is terecht. De Partij van de Arbeid vindt dat dat verhuiscircus moet stoppen en dat vindt Frans Timmermans ook. In het debat waar de heer Jetten aan refereert heeft hij wel gezegd: het is een beetje gratuit om daarvoor te pleiten als de regeringsleiders niet datzelfde betoog gaan houden, en dat durven ze meestal niet te doen tegen Frankrijk. Ik zou de vraag dus terug willen kaatsen: laten wij samen, meneer Jetten, D66 en Partij van de Arbeid, Mark Rutte opleggen om voor het stoppen van het verhuiscircus te gaan pleiten in Brussel. Dan gebeurt er wat, anders is het een beetje gratuit. Ik ben het honderd procent met u eens dat dat moet stoppen: het is onzin, het kost geld en het is bureaucratisch. Maar we kunnen het veranderen door onze regeringsleider hier — meer de uwe dan de mijne — op dit punt samen wat mee te geven en te dwingen zich uit te spreken tegen dat verhuiscircus.

De heer Jetten (D66):

Ik denk dat deze Tweede Kamer zich al heel vaak heeft uitgesproken tegen dat verhuiscircus. Dat wil ik best vandaag nog een keer doen. Ik hoor straks graag van de premier of hij daar nogmaals voor wil pleiten. Maar toch bekruipt mij een beetje het gevoel ...

De heer Asscher (PvdA):

Hij heeft daar nog nooit voor gepleit in de Europese Raad.

De heer Jetten (D66):

Dan gaan we hem daar nu nog een extra duwtje voor in de rug geven.

De heer Asscher (PvdA):

Precies.

De heer Jetten (D66):

Mij bekruipt toch een beetje het gevoel dat lijsttrekkers die Spitzenkandidat zijn voor de sociaaldemocraten in Europa het toch moeilijk vinden om gewoon een eerlijk verhaal te vertellen over wat ze vinden van dat verhuiscircus, om maar iedereen in Europa te pleasen voor het volgende baantje in Brussel. Dat is een van de redenen waarom de steun voor Europa in een lidstaat als Nederland soms achterblijft. Dus ik zou het heel mooi vinden als de heer Asscher zijn lijsttrekker in Europa nogmaals wijst op het verkiezingsprogramma van de PvdA.

De heer Asscher (PvdA):

Nu sluipt er in de inleiding van de heer Jetten toch een beetje on-D66-achtige populistische franje. "Een baantje in Europa", dat is een beetje naar en ook onder het niveau dat ik bij de heer Jetten, die ik zeer hoog acht, per definitie verwacht. Wat is er aan de hand? De lijsttrekker van de Partij van de Arbeid in Europa en in Nederland heeft aangegeven, voorstander te zijn van het stoppen van het verhuiscircus. Maar hij heeft daarbij opgemerkt dat het heel makkelijk praten is, als de regeringsleiders het er in Europa niet eens over durven te hebben. Ik denk dat die kritiek terecht is. We kunnen het allemaal makkelijk zeggen, maar we weten ook dat de minister-president — hij gaat straks antwoorden — andere dingen wil bereiken en er daarom niet over gaat beginnen tegen Macron. Dát is er aan de hand en dat kunnen we hier beïnvloeden. Ik vind het prachtig dat de heer Jetten zich daarover zo duidelijk heeft uitgesproken: we gaan samen de minister-president dwingen dit punt volgende week op te brengen in de Europese Raad.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Leijten, namens de SP.

Mevrouw Leijten (SP):

Voorzitter. Het kan niet symbolischer: op 9 mei, de Dag van Europa, komen de hoge heren en dames van de Europese elite samen in een pittoresk dorpje in Roemenië, het meest corrupte land van de Europese Unie, dat op dit moment haar wetten aan het veranderen is, waardoor voor fraude en corruptie veroordeelde politici toch vrijuit gaan. Een goede plek om eens met de benen op tafel te praten over de toekomst van de Europese Unie. Het kan niet symbolischer, maar het kan ook niet cynischer. En er gebeurt hier iets geks. Want precies twee weken later zijn de verkiezingen voor het Europees Parlement. Dan spreken de mensen zich uit over welke toekomst zij willen voor de Europese samenwerking. Erkent de minister-president dat het bizar is dat de toekomst wordt voorgekookt voordat de bevolking kan aangeven waarnaar zij eigenlijk toe wil?

En als je nadenkt over de toekomst, moet je ook stilstaan bij hoe het er nu uitziet en ook kijken naar het verleden. Is de Europese Unie, zoals deze nu functioneert, goed voor mens, dier en milieu? Of draait het enkel om economie, handel en macht? Is dit een samenwerkingsverband dat goed is voor de stabiliteit in landen die lid zijn? Wie profiteert en wie levert in? En dan niet op geldelijk gewin, maar vooral op de samenhang in samenlevingen, op fundamentele zaken als de rechtsstaat, de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van pers en de vrijheid van organisatie. Geeft deze Europese Unie vrijheid aan de mensen die werken in de zorg, op het gemeentehuis, aan volksvertegenwoordigers in dit nationale parlement? Als ik deze vragen beantwoord, scoort de Europese Unie een dikke onvoldoende. We zien voor het eerst dat een land uit deze samenwerking stapt, als het tenminste lukt om uit de kluwen van de Europese Unie te komen. Maar we zien ook dat dieren door de hele Europese Unie getransporteerd worden op een manier waarvan iedereen de tranen in de ogen schieten, maar niemand blijkt bij machte daar iets aan te doen. Landen als Letland, Litouwen en Roemenië willen hun jeugd terug, die als goedkope arbeidswaar hier te werk wordt gesteld. En westelijke landen vragen zich af waarom de lonen toch zo laag blijven. In de jeugdzorg en de thuiszorg geldt nu de korte termijn, door de aanbestedingen, en niet de langdurige relatie, die juist zo belangrijk is. De zorg wordt vermarkt. Men kan de grond niet beschermen tegen beleggers die de woningmarkt verzieken. Het dogma van de vrijheid van het kapitaal belet lokale vertegenwoordigers en bestuurders om de omgeving te beschermen. Onze hoofdstad Amsterdam trekt ten strijde tegen de bemoeienis die Brussel voorkookt en waarvan deze regering zegt: die willen we juist wel. Diensten van publiek belang, zoals openbaar vervoer en energie, worden naar de markt gebracht, want van Bratislava tot Breda en van Leiden tot Lissabon moet alles één grote interne markt zijn.

De gedachte dat de Europese Unie één markt is en dat er ook zoiets als één volk is, doet ons tekort. Het negeert de mooie verschillen die er zijn tussen de landen: verschillen in geschiedenis, taal en cultuur. Als wij respect hebben voor ieders geschiedenis, taal en cultuur, dan moeten we die gedwongen eenheid van ons afschudden, want mensen voelen zich door die gedwongen eenheid verloren en verweesd. Ze denken dat de macht in Brussel niet te breken is, maar dat is schijn. We kunnen wel degelijk kiezen voor een Europese samenwerking met respect voor elkaars verschillen. De SP wil graag dat mogelijk wordt gemaakt dat landen ervoor kunnen kiezen om niet of niet meer mee te doen aan eerder gemaakte Europese afspraken en om de interne markt te beperken als die de lokale democratie schaadt. Is de minister-president bereid om dat in te brengen?

Ik kom nog even terug op Sibiu, dat pittoreske dorpje in Roemenië. Wat is daar nou precies de bedoeling? De top heeft als doel: de strategische agenda bepalen voor de komende vijf jaar. Alle plannen die er liggen, van de arbeidsmarkt tot op militair niveau en van de eurozone tot het klimaat, hebben maar één richting: meer Europese verdieping, en meer regie en macht in Brussel. Er komt een slotverklaring, met intenties die op de volgende toppen moeten worden ingevuld. Die heten altijd "richtsnoeren" en "leidraden", maar we weten allemaal dat zo'n slotverklaring grote betekenis heeft. Wie stelt die slotverklaring eigenlijk op? Is dat Roemenië? Is dat de Europese Commissie? Wat gaat Nederland inbrengen? En nog belangrijker: gaat Nederland tekenen bij het kruisje? Of zeggen wij: we laten die slotverklaring even voor wat die is, want we gaan eerst luisteren naar de bevolking?

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Leijten. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Ojik namens GroenLinks.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Om een koers te kunnen bepalen — dat is wat de regeringsleiders straks gaan doen — moet eerst je doel duidelijk zijn. Voor de Europese Unie is dat het waarborgen van de vrijheid, de rechten en de bestaanszekerheid van burgers. De Europese Unie is er niet voor politici of bedrijven, maar voor burgers. Dat moet centraal staan in Sibiu. Een solide rechtsstaat is het fundament voor de vrijheid van burgers. Maar die rechtsstaat komt er in het rijtje met Nederlandse prioriteiten nogal bekaaid af.

We willen wel de Europese waarden in het buitenland veiligstellen — ik neem aan dat daarmee bedoeld wordt: buiten de Europese Unie — maar dat er binnen de EU van alles mis is, blijft ietwat onderbelicht. Dat is jammer, zeker nu Roemenië het gastland is. Er zijn aanhoudende zorgen over de corruptie en de onafhankelijkheid van rechters in dat land.

Ik maak me ook zorgen over Hongarije. Slechts negen andere lidstaten pleiten met ons voor een hoorzitting met Hongarije, de volgende stap in de artikel 7-procedure. Dat zegt iets over de opkomst van een verkeerd soort solidariteit. Dat is eigenlijk net zo schadelijk als het verkeerd soort populisme waar de minister-president zich nog weleens zorgen over maakt. Men houdt elkaar uit de wind en men dekt elkaars wangedrag toe. Dat is slecht voor de burgers in de betrokken landen en voor de geloofwaardigheid van de Europese Unie. Mijn vraag aan de minister-president is wat hij gaat ondernemen om onze vrienden in de Europese Unie op andere gedachten te brengen. En horen democratie en rechtsstaat in de Europese Unie niet gewoon thuis in het rijtje van Nederlandse prioriteiten voor de strategische agenda, die straks in juni wordt opgesteld?

De burgers van de Europese Unie moeten niet alleen beschermd worden tegen de willekeur van hun overheid maar ook tegen de grillen van de markt: een sociaal Europa — de heer Asscher sprak er net uitgebreid over. Het is een thema dat überhaupt niet vaak voorkomt in de speeches die de premier hield in Berlijn, in Straatsburg, in Zürich. Waarom niet, zo vraag ik hem. Vindt hij het niet belangrijk? Een van de vijf prioriteiten van Nederland is namelijk wel een sterke en duurzame economie, die bescherming biedt. Hoe ziet de minister-president die bescherming?

Nederland richt zich nu, zo lijkt het, vooral op het vervolmaken van de interne markt, vooral door de verdere liberalisering van het dienstenverkeer. Maar daar zitten, en dat zal de minister-president met mij eens zijn, toch ook negatieve kanten aan. Bij een sterke en duurzame economie die bescherming biedt, hoort ook een sociale agenda: gelijk loon voor gelijk werk, afspraken over minimumloon, uitkeringen, een eerlijk belastingsysteem. Bij zo'n sterke economie hoort ook dat we ons meer dan nu voorbereiden op de nieuwe industriële revolutie, waarbij de VS en China mijlenver op de Europese Unie voorlopen. Duitsland en Frankrijk hebben samen een manifest opgesteld voor een Europese industriepolitiek die daar verandering in moet brengen. Nederland ondertekende een veel vagere Finse brief, die blijft steken in algemeenheden over het versterken van de interne markt. Wat vindt het kabinet van de Frans-Duitse voorstellen?

Bij een sterke en duurzame economie hoort ten slotte ook dat we voor onze energie minder afhankelijk worden van landen als Rusland en Saudi-Arabië. We hadden het net al even over de Spitzenkandidaat van de Europese sociaaldemocraten, maar ik vond het opmerkelijk dat de Spitzenkandidaat van de Europese christendemocraten, Manfred Weber, deze week beloofde om, als hij voorzitter van de Commissie wordt, er alles aan te doen om Nord Stream 2 te blokkeren. Dat is nogal wat. Wil de minister-president hier eens op reageren?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Ojik. Dan geef ik nu het woord aan de heer Jetten namens D66.

De heer Jetten (D66):

Voorzitter. De Europese eenwording is een geweldig succes, want dankzij de Europese Unie leven we al decennia in vrede en veiligheid met een enorme welvaart. Maar om de uitdagingen van de wereld van nu aan te pakken, moeten we de Unie sterker en beter maken. Mei is een belangrijke maand. We kiezen dan een nieuw Europees Parlement en in Sibiu, Roemenië, bespreken regeringsleiders hun prioriteiten voor de toekomst van de Europese Unie. Wat D66 betreft liggen er vijf prioriteiten op tafel.

De eerste prioriteit is klimaat en natuur. In 2050 moet de hele EU op schone en CO2-vrije energie draaien. En al veel eerder moeten we op Europees niveau een CO2-belasting gaan heffen. Als ik aan klimaat denk, denk ik ook aan natuur. Het ontbreekt nu nog aan bindende afspraken om het uitsterven van planten en dieren een halt toe te roepen. We zien juist dat die bindende afspraken de kracht zijn van het Parijsakkoord. Volgend jaar vindt in Beijing, China, de VN-top over natuur plaats. Is de premier bereid om zich vanuit de Europese prioriteit van een schonere wereld in te zetten voor een succesvolle top in Beijing? Is hij ook bereid om van Beijing het Parijs van de natuur te maken?

De tweede prioriteit is migratie. D66 wil een humaan Europees asielbeleid dat een toevluchtsoord biedt voor mensen die oorlog ontvluchten. Daarbij horen een goede bescherming van onze buitengrenzen, een eerlijke verdeling van vluchtelingen over alle lidstaten en gezamenlijke maatregelen voor legale arbeidsmigratie.

Als derde wil ik een Europa met een sterke geopolitieke positie. De premier sprak daarover al mooie woorden tijdens zijn speech in Zürich. Maar dat is niet genoeg. Want tussen een weifelend Amerika en een assertief Rusland moet de EU daadkrachtig kunnen opereren op het wereldtoneel. Dat betekent dat we ook een Europese krijgsmacht nodig hebben.

Ten vierde moet Europa vooroplopen in de digitale innovatie. De VS en China zijn ons al flink vooruit. D66 vindt het daarom van belang dat de EU ruim baan geeft aan technische start-ups. Tegelijkertijd moeten we koploper blijven als het gaat om het beschermen van onze privacy en moeten we de techreuzen harder aanpakken. Voorzitter. Ten vijfde wil ik dat alle lidstaten binnen de Unie de democratie, de rechtsstaat en onze grondrechten, zoals de vrijheid van meningsuiting, respecteren. Ik hoor graag van de premier hoe hij zich wil gaan inzetten voor deze vijf prioriteiten.

De heer Asscher (PvdA):

Mooi betoog. Is de heer Jetten het bij het aanpakken van die techreuzen met de Partij van de Arbeid eens dat het tijd is dat ze belasting gaan betalen? Dat is helaas nu niet gelukt in Europees verband, maar is het niet tijd om daar in Nederland samen in op te trekken?

De heer Jetten (D66):

Ik denk dat het inderdaad tijd is voor zo'n digitaks, het liefst op Europees niveau, zodat die grote techreuzen niet de lidstaten tegen elkaar kunnen uitspelen in de zin van: wel of geen belasting of hoe hoog is die belasting? Maar als het niet lukt op Europees niveau de komende jaren, dan denk ik dat het verstandig is als Nederland, misschien samen met een paar andere EU-lidstaten, aan zo'n digitaks gaat werken.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Ik vind het ook een mooi lijstje. Het initiatief van D66 om zo'n Europees natuurbeleid straks in China te gaan uitdragen, lijkt me hartstikke goed. Mijn vraag gaat over de eerlijke verdeling van vluchtelingen. Migratie is inderdaad een prioriteit, ook voor het kabinet. Maar je ziet de laatste jaren dat steeds het omgekeerde gebeurt en dat ook Nederland bepaald niet vooroploopt als het gaat om een eerlijke verdeling van vluchtelingen. Sterker nog, vaak zeggen we: daar doen we niet aan mee. Het was eens maar nooit weer, toen we het wel een keer deden. Hoe kwalificeert de heer Jetten het beleid van Nederland ten opzichte van wat hij eigenlijk graag zou willen?

De heer Jetten (D66):

Ik denk dat we de afgelopen paar jaren een aantal goede stappen hebben gezet, zoals samenwerking met Turkije. Wij waren heel kritisch op die deal, maar je ziet uiteindelijk dat allerlei verschrikkelijke routes over de Middellandse Zee daar in ieder geval zijn afgeremd. We zien ook voor de Libische kust een flinke afname van gammele bootjes en mensensmokkelaars. Dat hebben we daar door internationale samenwerking beter kunnen aanpakken.

Ik ben het met de heer Van Ojik eens dat, zodra mensen daadwerkelijk het Europese continent bereiken, de verdeling van vluchtelingen nog altijd niet goed is. In sommige lidstaten moet men eindeloos wachten totdat de asielprocedure een keer start. Vaak weet men dan ook niet waar men aan toe is. Dat moet de komende jaren veel beter. Ik vind ook dat we nog te weinig hebben geleerd van de laatste vluchtelingencrisis. Als er nu weer een nieuwe vluchtelingenstroom op gang komt, vraag ik me bijvoorbeeld af hoe snel Frontex, die onze buitengrenzen bewaakt, kan ingrijpen en of Brussel weer eerst alle lidstaten moet gaan afbellen met de vraag: mogen we alsjeblieft meer middelen of mensen? Op dit soort onderwerpen zou ik zeggen: geef de Europese Commissie meer flexibiliteit en meer zeggenschap om de buitengrenzen beter te kunnen beschermen en sneller te kunnen ingrijpen als we zo'n vluchtelingencrisis niet goed kunnen managen.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Ik vraag dit ook omdat het soms makkelijk is — en ik zeg absoluut niet dat de heer Jetten dat doet — om te zeggen: dat moet op Europees niveau geregeld worden. Als het bijvoorbeeld gaat om het opnemen van vluchtelingen die op schepen ronddobberen op de Middellandse Zee, hebben lidstaten een eigen verantwoordelijkheid. Nederland, België en Duitsland kunnen zeggen: wij willen een evenredig deel van die vluchtelingen opnemen. Wachten tot er door de Europese Commissie met draagvlak in Europa iets Europa-breed is afgesproken, is wachten tot je een ons weegt. Vandaar mijn vraag. Moeten we soms niet gewoon als Nederland zeggen: wij nemen een deel van die verantwoordelijkheid op ons, ongeacht de vraag of het lukt om in Brussel een verdeelsleutel af te spreken?

De heer Jetten (D66):

Als de heer Van Ojik mij vraagt of Nederland het goede voorbeeld moet geven, is mijn antwoord volmondig ja.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Jetten (D66):

Voorzitter. Ik heb net de vijf prioriteiten genoemd die voor D66 van belang zijn voor de komende vijf jaar in Europa. Ik hoor graag de reactie van de minister-president daarop.

Het lijkt me ook goed als de minister-president een gesprek gaat voeren met onze minister van Financiën over de houding die het kabinet uitdraagt in Europa. De minister van Financiën heeft de laatste tijd een beetje de neiging om bij alle voorstellen die op tafel liggen op de rem te trappen. Een weinig constructieve manier om de Nederlandse onderhandelingspositie in Brussel in te zetten. Kritisch zijn is natuurlijk goed, maar halsstarrig zijn is dat niet. Minister Hoekstra staat op de rem bij de Europese begroting, terwijl het kabinet toch heel grote plannen heeft voor de Unie. Dat lezen we in de Staat van de Unie, die we hier onlangs hebben besproken. Om die ambities te kunnen realiseren, moet het EU-budget voldoende toereikend zijn, moet de Commissie dat flexibel kunnen inzetten en moeten we gaan hervormen. Dat kun je niet doen met een zevenjarige begroting die in beton is gegoten, een begroting waarbij het geld nog te veel gaat naar de ouderwetse economie zoals landbouwfondsen, en te weinig naar innovatie.

Het is mooi om te zien dat de premier zich met het enthousiasme van een bekeerling inzet voor een sterk Europa, maar dan moeten we ook echt het volledige verhaal vertellen. Als we met Europa iets willen bereiken, dan zullen we daarin moeten investeren. Dan zullen we af en toe ook bereid moeten zijn om in die Europese samenwerking stappen vooruit te zetten. Alleen maar nee zeggen in Brussel helpt daarbij niet.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

De heer Jetten heeft het over kritisch zijn: dat mag. Hij heeft het ook over halsstarrig zijn: dat mag niet. Daargelaten wat het nuanceverschil is: vindt hij niet dat onze minister van Financiën mag opkomen voor de belangen van Nederland en onze burgers als het gaat over de vraag of er een eurozonebegroting moet komen naast de meerjarenbegroting? De Fransen en de Duitsers willen dat nog steeds. Het gaat op de top in juni ook aan de orde komen. Vindt u dat de minister van Financiën onze belangen niet mag verdedigen? Natuurlijk, Europa is er. Wij zijn daar lid van en dat moeten we ook blijven. Maar vindt u niet dat onze minister een signaal mag geven aan grote landen die proberen om die eurozonebegroting er weer in te fietsen, terwijl de premier in december nog het standpunt innam van "geen eurozonebegroting buiten de meerjarenbegroting"? Vindt u het dan niet logisch dat onze minister van Financiën als een soort voorbokser de premier helpt om dat standpunt straks vol te houden?

De heer Jetten (D66):

Het is natuurlijk de taak van alle ministers die naar Brussel afreizen om de Nederlandse belangen daar te vertegenwoordigen. Als een land als Italië bijvoorbeeld alle begrotingsregels aan zijn laars lapt, dan moet Nederland zich daar ook stevig over uitspreken. Maar het gaat mij er meer om met welke houding je het grootste effect bereikt. Volgens mij waarschuwde Clingendael, toch een van de meest toonaangevende instituten op het gebied van internationale vraagstukken, ons vorige week nog dat als je elke keer met een "nee, nee, nee"-houding naar Brussel afreist en op een gegeven moment voorzitter van de nee-groep wordt, je dan ook geen impact meer hebt. Parijs en Berlijn denderen voort richting een eurozonebegroting. Zij denderen voort richting een groter budget. Als we daar als Nederland invloed op willen uitoefenen en als we als Nederland mede willen bepalen waar die middelen naartoe gaan, dan moeten we een constructieve houding aannemen. Dan moeten we ervoor zorgen dat we als Nederland tussen Parijs en Berlijn in zitten, zeker als de Britten straks uit de Unie zijn. De huidige, hele negatieve, halsstarrige houding helpt daarbij niet.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Dat brengt mij toch tot de prangende vraag aan de heer Jetten of hij vindt dat de eurozonebegroting buiten de meerjarenbegroting moet komen — wat niet het standpunt is van het Nederlandse kabinet. Of vindt hij dat die begroting er wel binnen kan, en dat die klein als een muis kan beginnen maar later een olifant kan worden, terwijl onze minister van Financiën die olifant als een muis in de meerjarenbegroting heeft gekregen? Wat is uw standpunt? Komt er een eurozonebegroting buiten de meerjarenbegroting, zoals Frankrijk en Duitsland willen, ja of nee?

De heer Jetten (D66):

De gesprekken over hoe je dat het beste vorm kunt geven zullen de komende tijd nog gevoerd gaan worden. De Tweede Kamer heeft een duidelijke opdracht aan het kabinet meegegeven, maar mijn pleidooi richting het kabinet is: met de huidige halsstarrige houding ben je de Nederlandse belangen niet aan het vertegenwoordigen, want de grote lidstaten denderen voort en wij staan aan de zijlijn.

De voorzitter:

De heer Van Rooijen. Dit is uw tweede interruptie.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Ik stel de vraag nogmaals. Kunt u antwoorden met ja of nee op de vraag of u een eurozonebegroting wilt hebben buiten de meerjarenbegroting?

De heer Jetten (D66):

Ik denk dat we moeten beginnen binnen de meerjarenbegroting. Maar het is belangrijk dat de Europese Unie bij een volgende economische crisis sneller kan acteren en ervoor kan zorgen dat zo'n crisis veel minder impact heeft, en dat we de eurozone verder versterken.

De heer Drost (ChristenUnie):

Ik ga toch naar een iets groter perspectief. Ik ondersteun de eerste zin die de heer Jetten hier uitsprak in het geheel. Als het gaat om vrede en veiligheid hebben wij veel te danken aan de Europese Unie. Maar hij constateerde in een interruptievraag aan de heer Asscher ook al dat het draagvlak voor de Europese Unie in veel landen begint te verbrokkelen. In mijn beleving zijn mensen zoals Guy Verhofstadt, die een steeds uitdijende Europese Unie bepleiten, bijna een groter gevaar voor het draagvlak in veel landen dan mensen die in veel landen bijvoorbeeld enige vorm van exit bepleiten. Een simpele vraag aan de heer Jetten is dan: aan wiens zijde staat u? Is dat de zijde van de heer Verhofstadt of de zijde van toch wel een heel groot deel van Nederland, dat er juist voor pleit om een pas op de plaats te maken?

De heer Jetten (D66):

Ik zie die tegenstelling niet helemaal. Volgens mij werd vandaag nog duidelijk dat echt een hele grote meerderheid van de Nederlanders volledig achter het lidmaatschap van de Europese Unie staat. Dat zie je in andere landen ook enorm toenemen de laatste tijd. Volgens mij willen we wel allemaal dat Europa gewoon beter gaat functioneren. Als ik naar Brussel kijk, dan denk ik: het zou goed zijn als we bijvoorbeeld individuele Eurocommissarissen naar huis zouden kunnen sturen als ze hun werk niet goed doen. De heer Mulder en ik hebben daar bij een eerder debat nog een motie over ingediend. We kunnen het Europees Parlement meer zeggenschap geven, zodat het de Europese Commissie sterker en daadkrachtiger kan controleren. Ik denk dat dat soort verbeteringen van de Europese Unie helpen om het draagvlak onder de inwoners van Europa te vergroten.

De heer Drost (ChristenUnie):

Dan heb ik die tegenstelling misschien niet goed uitgelegd. Wat veel Nederlanders niet willen, is het verder overdragen van de soevereiniteit. Wij zijn blij met de samenwerking die er nu in Europa is. Op het moment dat D66 bijvoorbeeld, zoals onlangs gebeurde, komt met een voorstel over een federale politie, een Europese FBI, of met de oproep dat wij moeten nadenken over een Europees leger of een extra begroting, moeten wij het ontegenzeggelijk ook hebben over de soevereiniteit van onze Staat. Daar gaat mijn vraag over.

De heer Jetten (D66):

Dit is eigenlijk het belangrijkste niveau om de discussie over Europa te voeren in deze maand van Europese verkiezingen. Ik geloof erin dat je de nationale soevereiniteit juist versterkt met betere Europese samenwerking. Criminaliteit stopt niet bij de grenzen. Klimaatverandering stopt niet bij de grenzen. Vluchtelingen laten zich niet tegenhouden door een Middellandse Zee. Dat kunnen wij als klein land niet alleen aan. Als je de soevereiniteit van Nederland wil versterken, heb je daar op sommige terreinen een intensievere Europese samenwerking voor nodig.

De heer Asscher (PvdA):

De heer Jetten zegt hier net dat de minister van Financiën door zijn houding de onderhandelingspositie van Nederland schaadt. Het gaat hier om zijn eigen minister van Financiën in deze coalitie. Dat los je niet op door tegen de premier te zeggen: ga eens met hem praten. Die twee praten permanent met elkaar. Wij mogen ervan uitgaan dat de minister van Financiën dat namens de premier doet. Wat moet er nu exact veranderen in de houding van de minister van Financiën?

De heer Jetten (D66):

Dat zou wat mij betreft zijn: constructief-kritisch, dus niet bij voorbaat met een nee beginnen, maar komen met constructieve voorstellen over hoe je het dan wel wil. Ik doe hier die oproep aan de premier. Hij zal daar zo meteen vast wel op reflecteren. Bij andere debatten bevragen wij natuurlijk ook de minister van Financiën kritisch.

De heer Asscher (PvdA):

Dat vind ik een beetje makkelijk als je zo'n grote broek aantrekt. Als je zegt dat de minister van Financiën de onderhandelingspositie van Nederland beschadigt, als je in dat verband rapporten aanhaalt en stelt dat het anders moet, dan kun je niet zeggen: ik ben benieuwd wat de premier daarvan vindt en met de minister van Financiën praten wij wel bij andere debatten. Nee, dan moet je voor ogen hebben wat er dan anders moet. Anders is het heel vreemd als je je eigen minister van Financiën op die manier hier aanschiet en hem gemankeerd naar Europa stuurt. Wat moet er anders? Of waren de door de heer Jetten gebruikte woorden achteraf bezien misschien wat te groot?

De heer Jetten (D66):

Nee, dit debat gaat over de prioriteiten van Europa voor de komende jaren. Dat is waar de binnenkort te houden top in Sibiu over gaat. Ik heb een aantal heel grote thema's genoemd. De heer Asscher heeft die zelf ook genoemd in zijn pleidooi. Wij zien allebei een opdracht voor Europa om grote onderwerpen als klimaat, veiligheid en een sociaal Europa aan te pakken. Daar heb je als Nederlandse regering een rol in te vervullen. Wij zijn vaak kritisch en zitten vaak niet helemaal op één lijn met wat er in Parijs en Berlijn wordt bedacht. Mijn oproep aan het kabinet is, zeker als dadelijk de brexit een feit is, dat wij daar, als cruciale schakel tussen Noord- en Zuid-Europa, constructief-kritisch in moeten zitten en dat wij voorstellen moeten doen over hoe wij die invulling zien.

Laat ik één voorbeeld geven. In de discussies rond de begroting van Europa roepen wij heel hard: nee, die begroting mag absoluut niet omhoog. Maar wij hebben wel een enorme lijst met ambities voor Europa. En ondertussen is de rest van Europa met elkaar aan het praten over hoe die begroting wordt ingevuld en wat er wordt uitgegeven, omdat wij aan de zijlijn nee staan te roepen. Ik wil dat Nederland aan die tafel zit, meepraat en ervoor zorgt dat het geld in de begroting naar de juiste onderwerpen gaat en niet naar die eeuwenoude landbouwsubsidies.

De heer Asscher (PvdA):

Voorzitter, voor de laatste keer. Over de vraag of Nederland altijd constructief moet zijn, zijn wij het volgens mij eens. Ik reageer echter op de kritiek die de heer Jetten hier uit op zijn eigen minister van Financiën, de minister van zijn eigen coalitie, van zijn eigen kabinet. De heer Jetten zegt dat de minister van Financiën de positie van Nederland schaadt door zich te halsstarrig op te stellen. Volgens mij is het dan van tweeën één: of je dwingt af dat er anders gehandeld wordt — dat kan, daar kunnen wij een Kamermeerderheid voor bedenken — of je vindt blijkbaar dat de minister niet goed is, dat hij niet geschikt is voor zijn werk en blijkbaar een minder diplomatiek onderhandelaar is. Anders stelt het allemaal niet zo veel voor. Mijn vraag is dus wat er nu concreet moet veranderen in de houding, de opvattingen en het stemgedrag van het door D66 gesteunde kabinet. Anders vind ik het heel goedkoop om hier kritiek te uiten die eigenlijk niets om het lijf heeft.

De heer Jetten (D66):

Ik vind het eerlijk gezegd zelf een beetje flauw dat de heer Asscher er nu allemaal waardeoordelen over de minister van Financiën aan plakt. In mijn spreektekst en in mijn beantwoording aan de heer Asscher heb ik alleen gezegd dat de houding constructiever kan en dat je daarmee in mijn beleving meer bereikt voor Nederland. Dat is een oproep die ik doe aan de minister-president en aan de minister van Financiën. Dat doen wij niet alleen in dit debat, dat doen wij in elk debat waar de Nederlandse inzet in Brussel wordt besproken.

De heer Anne Mulder (VVD):

We kennen D66 volgens mij als een eurofiele partij. De heer Jetten vindt het ook niet erg als hij "eurofiel" wordt genoemd, maar is wat hij nu voorstelt verstandig? Als je kijkt naar onderzoek, laatst nog van het Sociaal en Cultureel Planbureau, zie je dat de Nederlander de Europese Unie best steunt en onvermijdelijk vindt, maar dat hij daar niet te veel voor wil betalen. Draagt het pleidooi van de heer Jetten om de begroting nu maar weer te verhogen, bij aan draagvlak voor de EU in Nederland?

De heer Jetten (D66):

Ik denk dat we de Europese Unie bij heel veel onderwerpen niet nodig hebben, maar het versterken van onze economie, het aanpakken van de klimaatverandering en het aanpakken van de migratiecrisis kunnen we als Nederland niet alleen. Heel veel Nederlandse burgers vinden dat ook. Zij kijken naar de wereld en zien een agressief Rusland. Zij zien dat China een enorme economische invloed aan het krijgen is en dat Trump weifelt over hoe hij moet omgaan met de NAVO. Heel veel Nederlanders vinden dat, als we onze soevereiniteit willen behouden en versterken, dat alleen kan met intensieve Europese samenwerking. Als je grote ambities hebt, die het kabinet ook heeft neergelegd in de Staat van de Unie, moet je dus ook bereid zijn om daarin te investeren. En laten we wel wezen: als je de meerjarenbegroting van de Europese Unie vergelijkt met de Nederlandse begroting, is het echt geen enorm bedrag. Zeker na het vertrek van de Britten kunnen we met een beetje extra geld die ambities voor een sociaal en rechtvaardig Europa waarmaken met elkaar.

De heer Anne Mulder (VVD):

Het was eigenlijk een retorische vraag, want het helpt het draagvlak niet. Wat betreft de vraag of Nederland effectief is: dit rapport, dat wij als Kamer hebben gevraagd en dat ik mocht begeleiden met collega Leijten, zegt dat Nederland weinig empathisch is, maar wel effectief. Als de kop zou zijn geweest "Nederland wel sympathiek, maar niet effectief", hadden we hier toch de poppen aan het dansen? Nederland moet toch zo doorgaan?

De heer Jetten (D66):

Sympathiek hoef je ook zeker niet te zijn, maar er zitten wel duidelijke waarschuwingen in: we moeten als Nederland niet voorzitter van de nee-groep in Europa worden en we moeten die constructief-kritische houding juist vasthouden. Dat is een waarschuwing die ik het kabinet heb mee willen geven.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik hoorde de heer Jetten van D66 steeds zeggen dat je Europa nodig hebt om de klimaatverandering tegen te gaan en de natuur te beschermen. Op zichzelf vind ik het voorstel om te komen tot strengere internationale afspraken voor de natuur goed, maar dit Europa sluit handelsdeals die rechtstreeks tegen alle klimaatdoelen ingaan. Dan zegt D66: dat vinden wij een goed plan van de Europese Commissie. De Europese Commissie zegt: laat glyfosaat maar over alle Europese akkers vloeien. Dan zegt D66: dat steunen wij. Ik steun de gedachte om meer voor natuur te doen, want dat is een ondergeschoven kindje in de discussie over de toekomst van de aarde, maar wat doet D66 daar dan werkelijk voor, anders dan zeggen dat we in 2030 een keer ergens afspraken moeten hebben in internationaal verband?

De heer Jetten (D66):

Mevrouw Ouwehand weet dat ook D66 ontzettend kritisch is over de inzet van glyfosaat. Juist bij een aantal vrijhandelsverdragen die nu worden besproken, zoals het verdrag met Canada, zijn de standaarden ook op het gebied van milieu, natuur en dierenwelzijn al hoger dan in andere handelsverdragen. Is het al goed genoeg? Nee, vast niet, maar het gaat wel de goede kant op. Mijn pleidooi voor een internationaal verdrag voor het beschermen van natuur kan ontzettend helpen bij de aanpak van plasticsoep, bij de herplant van bossen in Europa en daarbuiten, en ook bij het voorkomen van het verlies van allerlei planten- en dierensoorten. Daarin kunnen we als Nederland het goede voorbeeld geven in eigen land en we kunnen met de Europese lidstaten samenwerken aan die bescherming in Europa, maar we moeten ook bindende afspraken maken met de rest van de wereld, zodat we grote andere landen ook kunnen aanspreken op hun verantwoordelijkheid.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Hier doet D66 twee dingen. Er zijn al internationale afspraken over natuur. Dat is het Biodiversiteitsverdrag in VN-verband. In 2010 zou de achteruitgang van planten- en dierensoorten zijn gestopt. Dat is niet gehaald.

De heer Jetten (D66):

Dat klopt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Wat doet de politiek dan? Dan neemt ze een nieuw doel: 2020. Dat wordt ook niet gehaald. Wat doet D66 nu? 2030. In de tussentijd stemt D66 in met al die slechte voorstellen van de Europese Commissie: nog tien jaar glyfosaat en een verdrag met Canada, dat maakt dat een aangenomen motie van deze Kamer om de import door Europa van teerzandolie, de meest vervuilende brandstof op de wereld, te stoppen, niet kan worden uitgevoerd omdat de Europese Commissie dat gewoon overrulet. Dat is slecht voor het klimaat en slecht voor de natuur.

De voorzitter:

En de vraag is?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

D66 verleent daar steun aan. Wat verandert er dan bij D66 als D66 het meent dat we de natuur en het klimaat beter moeten beschermen?

De heer Jetten (D66):

Het is de bedoeling is om het Biodiversiteitsverdrag, waarnaar mevrouw Ouwehand verwees, in Beijing bij een volgende VN-top weer verder te helpen. Tot nu toe zijn het steeds vrijblijvende afspraken. De landen hoeven er eigenlijk niet over te rapporteren en ze worden er ook niet op aangesproken als ze te weinig doen. Het mooie van het Parijsakkoord, het akkoord voor het klimaat, is dat we daarin wel bindende afspraken hebben gemaakt. Laten we nou daarvan leren en voor natuur en biodiversiteit eenzelfde afsprakenpakket met elkaar maken, zodat we andere landen kunnen aanspreken op hun verantwoordelijkheid en wij er ook op kunnen worden afgerekend als Nederland zelf of de Europese Unie zelf achterblijft.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Toch nog even over dat Clingendaelrapport. Ik heb dat ook gelezen. Dat gaat eigenlijk niet zozeer over de inhoud van de Nederlandse positie, als wel over de strategie om je zin te krijgen. Nou heb ik de volgende vraag aan de heer Jetten. Hij refereerde aan dat rapport. Betreft zijn kritiek nou vooral de Nederlandse strategie — niet aan de zijlijn nee roepen, maar constructief aan tafel — of betreft zijn kritiek de inhoud van de Nederlandse positie? Want dan sluit ik graag aan bij de vraag van de heer Asscher. Dan gaat het wel degelijk ook om iets fundamenteel inhoudelijks, waar D66 natuurlijk zelf medeverantwoordelijk voor is. Ik had het idee dat die twee, de inhoud en de strategie, misschien in de eerste bijdrage van de heer Jetten een beetje door elkaar liepen.

De heer Jetten (D66):

Door deze vraag van de heer Van Ojik denk ik dat ik zonet misschien de vraag van de heer Asscher verkeerd begrepen heb. Het gaat mij inderdaad om de strategie. Wat betreft de inhoud geldt dat wij hier in de Tweede Kamer bepalen welke opdrachten we het kabinet meegeven bij de inzet voor Europese toppen. Vervolgens is het aan het kabinet om een strategie te bedenken om die Nederlandse belangen zo goed mogelijk te behartigen en te verdedigen. Mijn oproep aan het kabinet is: kies een wat constructievere houding, om zo de inhoudelijke voorstellen van Nederland beter voor elkaar te krijgen.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Dat is verhelderend, maar dat laat onverlet dat er over de inhoudelijke punten, zoals de omvang van de EU-begroting, de vraag of er eigen begrotingsmiddelen zijn, migratie en klimaatbeleid, ook hier verschillend wordt gedacht. Zegt de heer Jetten nu dat de lijn die het kabinet in Brussel bepleit, de lijn is waarin hij zich inhoudelijk heel goed kan vinden?

De heer Jetten (D66):

Deels. Wij hebben natuurlijk afspraken met elkaar gemaakt, ook in het coalitieakkoord, over de inzet van Nederland richting Europa. Die is al veel pro-Europeser dan die van het vorige kabinet. Dat is dus een stap in de goede richting. Maar ik ben natuurlijk lid van de meest pro-Europese partij van Nederland en ik zou graag verder willen gaan. Ik zou graag verder gaan op Europese defensiesamenwerking. Wij pleiten voor een Europese FBI die internationale criminaliteit harder kan aanpakken. Ik realiseer me heel goed dat daar in deze Kamer niet altijd een meerderheid voor is, maar dat weerhoudt mij er niet van om te blijven pleiten voor die sterke Europese samenwerking. Dan komt er vanzelf een moment dat wij daarvoor samen in deze Kamer een meerderheid gaan vinden.

Mevrouw Leijten (SP):

Al dat gepleit voor meer Europese samenwerking komt op mij vaak over als: weg met onszelf. De vraag die ik wil stellen, is eigenlijk een beetje een onderzoek: waar staat de D van D66 nu nog voor? De Amsterdamse gemeenteraad heeft unaniem — inclusief de D van D66 — een motie aangenomen waarin de raad zich verweert tegen nog meer bemoeienis van de Europese Commissie met zijn besluitvorming, omdat die de interne markt zou schaden. Die zou de belangen schaden van bedrijven, die overigens de Europese partij van D66 rijkelijk sponsoren. Wat zegt D66 dan hier? Staat u aan de zijde van Amsterdam? Vindt u dat zij inderdaad regels mogen stellen aan die interne markt, omdat dat goed is voor hun bevolking? Of staat u aan de kant van de regering, die zegt: alles voor de interne markt; de lokale democratie doet er niet meer toe?

De heer Jetten (D66):

Ik kom zelf voort uit de lokale democratie. Ik ben jarenlang gemeenteraadslid geweest. Het is wat mij betreft een van de belangrijkste bestuurlijke niveaus, een overheid die dicht bij de mensen staat. Je moet gemeentes dus ook zo veel mogelijk bevoegdheden geven om daar goed op te kunnen handelen, zeker op een hele krappe woningmarkt. Ik ken het voorbeeld van Amsterdam dat mevrouw Leijten aanhaalt, niet goed genoeg om specifiek daarop te antwoorden. Ik ga dat zo meteen even opzoeken. Maar ik denk wel dat mevrouw Leijten een van de belangrijke uitdagingen voor de komende paar jaar aanstipt. Want die interne markt waar de SP altijd enorm tegen tekeergaat, heeft ons heel veel welvaart gebracht. Die moeten we dus niet bij het grofvuil zetten. Ik denk wel dat we de interne markt ook een beetje van zichzelf moeten redden. Marktwerking is geen doel op zich, maar een middel om ervoor te zorgen dat bedrijven concurreren, dat start-ups de kans hebben om ertussen te komen en dat we de welvaart voor ons allemaal kunnen vergroten. Als die marktwerking is doorgeslagen, als die af en toe niet meer werkt voor de mensen, als we in Europa heel veel mensen zien die achterblijven en als de economische groei nu niet wordt gemerkt in de portemonnee bij mensen thuis, moeten we met elkaar het debat voeren. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat die interne markt af en toe ook een beetje wordt ingeperkt, zodat die wel werkt voor de mensen?

Mevrouw Leijten (SP):

Dat is precies het debat dat ik met u voer. Dat is precies de motie die ik zo meteen ga indienen, namelijk dat wij in Europa het debat moeten aangaan over dat die interne markt de lokale democratie schaadt. Want waar gaat die motie over? Die gaat erover dat Amsterdam zelf wil gaan over de inrichting van zijn stad. Amsterdam wil zelf bepalen of de volgende Nutellawinkel wordt geopend voor de toeristen, of dat er gewoon een slager of bakker mag blijven zitten. Grote bedrijven weten die interne marktregels te gebruiken om hele binnensteden, niet alleen de woningmarkt maar zelfs de inrichting van de winkelstraat, helemaal kapot te vechten bij het Europees Hof. En wat doet deze Nederlandse regering? Die steunt een voorstel waardoor dat nog sterker het geval zal zijn, waardoor de lokale democratie zich niet meer kan verweren ...

De voorzitter:

En uw vraag is?

Mevrouw Leijten (SP):

... tegen grote bedrijven die de gemeenschap kapotmaken. Dan zou ik toch graag zien dat D66 aan de zijde staat van Amsterdam, in plaats van aan de zijde van de grote bedrijven. Wat zegt D66 dan?

De heer Jetten (D66):

Ik zal de motie van mevrouw Leijten zo meteen serieus bekijken.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Drost namens de ChristenUnie.

De heer Drost (ChristenUnie):

Dank u wel, voorzitter. "De identiteit van het nieuwe Europa kan en mag geen economische en technische onderneming blijven. Het heeft een ziel nodig, een bewustzijn van historische affiniteiten en verantwoordelijkheden in het heden en in de toekomst, en een politieke wil ten dienste van hetzelfde menselijke ideaal." Dit zijn de woorden van Robert Schuman, geestelijk vader van Europa.

Voorzitter. In de afgelopen jaren, het tijdperk van de eengemaakte markt en de snelle uitbreiding naar het Oosten, lijkt het soms juist alsof Europa die ziel verloren is, alsof Europa wel alleen maar een economische en technische onderneming is. Bij de komende ontmoetingen op de Europese top gaat er gesproken en besloten worden over de vraag hoe het nu verder moet met de Europese Unie na het vertrek van de Britten. Als we het over die toekomst hebben, is het hard nodig dat Europa die ziel terugvindt, dat onze samenwerking weer primair wordt vormgegeven op de onderliggende waarden die daarvan het fundament vormen: vrijheid, gelijkheid, solidariteit en vrede. Maar die waarden staan onder druk. Het duidelijkst is dat zichtbaar in die lidstaten waar de rechtsstaat zelfs aangetast wordt. Het verdedigen en uitdragen van die waarden gaat daarom wat de ChristenUnie betreft nog vooraf aan de vijf prioriteiten die het kabinet heeft geformuleerd. Is de premier dat met ons eens?

Bij de crisis rond Griekenland en de euro zijn drastische maatregelen genomen om onze gemeenschappelijke munt te redden. Moet het redden van onze gemeenschappelijke waarden niet dezelfde prioriteit hebben? Als de premier het daarmee eens is, wat is volgens hem dan de effectiefste manier om de rechtsstaat in Europa te beschermen en te herstellen?

Voorzitter. De ziel van Europa kan zichtbaar gemaakt worden bij het organiseren van de interne markt. Hoe interpreteren we vrijheid en solidariteit? Allereerst wil ik weten wat er eigenlijk wordt bedoeld met verdieping en versterking van de eengemaakte markt. Het kabinet heeft eerder bijvoorbeeld al het probleem benoemd van de belemmeringen bij de inkoop van zorg door de Europese aanbestedingsregels. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat gemeenten zorg die ze dichtbij nodig hebben Europees moeten aanbesteden? Zijn er dergelijke regels die het kabinet beter gehandhaafd en geïmplementeerd wil zien worden door de nieuwe Commissie? Ik hoor hier graag de visie van de premier op. Is dit de interne dienstenmarkt die het kabinet voor ogen staat? Moeten de Europese regels echt zo rigide toegepast worden, of is er ruimte voor eigen afwegingen? Hoe staan vrijheid en solidariteit hier in verhouding tot elkaar?

Dan de verenigde arbeidsmarkt. Die leidt nu tot verdringing van Nederlanders en uitbuiting van met name Oost-Europeanen. Voor werkgevers zijn zij door allerlei constructies nog altijd voordeliger dan Nederlandse werknemers. Hoe verhoudt dit zich tot het principe van eerlijke concurrentie tussen arbeidskrachten? Is dit de interne markt die we willen?

Dan het eurozonebudget. Minister Hoekstra heeft onlangs gezegd dat Nederland niet meedoet aan de eurozonebegroting als die niet aan de afgesproken voorwaarden voldoet. En terecht, want dat is wat we hebben afgesproken in het regeerakkoord: geen verdere stappen in de richting van een transferunie. Die stappen dreigen nu wel te worden gezet. Ik vraag de premier dus: gaan we alleen dreigen om niet mee te doen aan een dergelijk eurozonebudget, of gaan we er ook echt niet aan meedoen?

Voorzitter. De aanslagen op Sri Lanka hebben weer eens laten zien dat christenen een specifiek doelwit zijn van geweld en vervolging. Het laat ook het belang zien van de eerbiediging van godsdienstvrijheid, wereldwijd. De ChristenUnie ziet op dat punt een rol voor Europa weggelegd. Wij zijn zeer benieuwd naar de uitvoering van de motie die de regering opriep zich in te zetten voor de verlenging van het mandaat van de speciale EU-gezant voor godsdienstvrijheid. Heeft de premier daar al zicht op?

Tot slot, voorzitter. Vrijheid, gelijkheid, solidariteit en vrede zijn de waarden die het fundament vormen voor onze Europese Unie. Het zijn van oorsprong ook christelijke waarden, waarbij de ChristenUnie zich thuis voelt. Nederland was een van de eerste zes landen die aan de basis stonden van de huidige Europese Unie. Ik roep de premier op om deze waarden bij de komende informele top ook weer bij zijn collega's in herinnering te roepen als er gesproken wordt over de toekomst van onze Unie.

Dank u.

De voorzitter:

Dank. Mevrouw Maeijer heeft een vraag.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Ik hoor meneer Drost aan het begin van zijn betoog zeggen dat er de komende toppen besloten zal worden over de toekomst van de Unie, dus over onze toekomst. Bent u het dan met mij eens dat het heel raar is en totaal niet wenselijk dat er op de top over twee weken een verklaring zal worden aangenomen, een handtekening zal worden gezet of in ieder geval steun zal worden uitgesproken namens Nederland voor een stuk dat gaat over onze toekomst, zonder dat wij daar in de Kamer überhaupt kennis van hebben kunnen nemen?

De heer Drost (ChristenUnie):

Dat zou geen goede zaak zijn. Ik denk ook niet dat dit de situatie is. Over een aantal weken, op 9 mei, de Dag van Europa, is er een informele top, waar informeel, met de benen op tafel zoals iemand het heeft genoemd, wordt gesproken over allerlei zaken die Europa aangaan. Hier en nu spreken wij er in de Tweede Kamer over met elkaar, namens alle Nederlanders. Daarna komt de premier terug. In juni staat een nieuwe top gepland, de formele top. Daartussenin zullen wij ons met elkaar moeten buigen over dat wat er in Sibiu besproken is. We zullen dan ook spreken over hoe het verder moet in juni en daarna. Tussendoor hebben we overigens nog de Europese verkiezingen. Wellicht zal het nog invloed hebben op de stemmen.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Dat klopt. Alleen vergeet u volgens mij een belangrijke stap, namelijk dat er op de top in Sibiu, zoals ook in de geannoteerde agenda staat, een verklaring zal worden opgesteld, mede namens Nederland, neem ik zomaar aan. Dus nogmaals mijn vraag: vindt u dat een goede zaak? Wij hebben er geen kennis van kunnen nemen. Ik verwacht ook niet dat we die verklaring vandaag tijdens het debat nog gaan inzien. We gaan die dus gewoon niet zien. Na afloop komt de premier dus terug met een verklaring namens Nederland over de toekomst van de Unie, over onze toekomst, nota bene nog voor de Europese verkiezingen zijn geweest.

De heer Drost (ChristenUnie):

Misschien is het goed als de premier zo meteen zelf ingaat op de waarde van die verklaring op 9 mei. Wij hebben zojuist onze inzet te kennen gegeven. Als dat allemaal breed in die brief staat uitgemeten, zullen wij waarschijnlijk tevreden zijn.

De voorzitter:

Dank u wel.

De heer Drost (ChristenUnie):

Dank u.

De voorzitter:

Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Rooijen namens 50PLUS.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Voorzitter. Eindelijk eens een top zonder brexit, een top waarbij de minister-president en zijn collega's een blik kunnen werpen op een toekomst die verder ligt dan een deadline van twee weken. De bijeenkomst op 9 mei in Sibiu heeft weer het stempel "informele top" gekregen, omdat er geen besluiten worden genomen. Maar reken maar dat er piketpalen worden geslagen; palen, geen paaltjes. Dus zal de fractie van 50PLUS in dit debat ook palen slaan, ook in de aanloop naar de Europese verkiezingen in mei.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen met een vraag aan de minister-president: staat op 9 mei en later op 20 en 21 juni, misschien met een extra informele top in juni, ook de uitbreiding van de Europese Unie op het programma? Dat lijkt me nogal logisch als het om de toekomst van de Unie gaat. 50PLUS vindt een Europese Unie met de huidige lidstaten voorlopig genoeg. Het mag niet meer voorkomen dat landen die nog niet klaar zijn voor het lidmaatschap toch worden toegelaten in de hoop dat ze gaandeweg aan alle criteria gaan voldoen. Dit klemt temeer omdat EU-landen ook het recht hebben om lid te worden van de euro, als aan de toelatingscriteria daarvoor wordt voldaan.

Voorzitter. Ik heb het hier namens 50PLUS al vaker gezegd: de Europese Unie is in haar huidige omvang als organisatie niet klaar voor verdere uitbreiding. Het onvoldoende functioneren van de Europese Unie wordt steeds weer duidelijk als Europees moet worden opgetreden, bijvoorbeeld bij de aanpak van immigratiestromen en financiële crisissituaties, of bij maatregelen tegen lidstaten die het niet zo nauw nemen met de rechtsstaat en onze waarden. Pas als de EU snel en uniform namens alle lidstaten kan optreden, kan er wat ons betreft over verdere uitbreiding met solide, stabiele en democratische landen worden nagedacht. Wat ons betreft komt er dus tijdens de komende vijf jaar geen uitbreiding en worden lopende gesprekken met kandidaat-landen opgeschort. Is de minister-president bereid zich daar de komende weken voor in te zetten? Graag een duidelijk antwoord.

In juni wordt de strategische agenda 2019-2024 formeel vastgesteld. Deze vormt een belangrijk richtsnoer voor de nieuw te vormen Europese Commissie. Die Commissie krijgt te maken met een Europa waar in 2025 volgens Eurostat ruim een vijfde van de bevolking ouder is dan 65 en meer dan de helft ouder is dan 50, dus 50-plus. Daarom pleit 50PLUS ervoor dat er in de nieuw te vormen Europese Commissie een speciale commissaris voor de vergrijzingsproblematiek komt. Deze moet alle Europese wetgeving en andere vormen van beleid toetsen op de consequenties van en voor de vergrijzing, nu en in de toekomst. Is de minister-president bereid zich daarvoor in te zetten, zo vraag ik hem. Daarmee kan het kabinet duidelijk maken dat het in de Europese Unie moet gaan om mensen en niet alleen om markt en munt. Dat sluit aan bij het uitgangspunt van het kabinet dat de Unie zich moet richten op het leveren van concrete resultaten voor burgers op onderwerpen die zij belangrijk vinden. Dat is een mooi uitgangspunt, maar de effecten daarvan moeten volgens 50PLUS nog veel duidelijker worden in het beleid. De Nederlanders moeten daadwerkelijk ervaren dat de Unie er in de eerste plaats voor hen is en niet alleen om het bedrijven makkelijker te maken om zaken te doen.

Tot slot. Vanavond om 18.00 uur geeft de Franse president Macron een uitgebreide persconferentie. Volgens welingelichte kringen gaat hij daarin onder meer aankondigen — nu komt 'ie — dat de pensioenen in Frankrijk weer geïndexeerd zullen worden: réindication, dus herindexatie. En dat in een land met een tekort van meer dan 3%! Het gaat om een indexatie van de pensioenen tot €24.000 per jaar. Dat is tweemaal onze AOW. Misschien kan onze premier aan Macron uitleggen waarom er in ons land, in ons financieel veel sterkere land, pensioenkortingen dreigen voor 5 tot 10 miljoen deelnemers, jong en oud, tot wel 10%; geen verlaging van belasting, maar verlaging van pensioenen.

Macron heeft ook in december de verhoging van de belasting op pensioenen teruggetrokken onder het verzet van de gele hesjes. Hij zal zich vanavond ongetwijfeld beroepen op sterk leiderschap. Hier zou het van sterk leiderschap van onze premier getuigen als hij zich hard maakte om de pensioenkortingen van tafel te krijgen. Gaat hij dat ook doen, zo vraag ik de premier.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Rooijen. Dan geef ik nu het woord aan de heer Bisschop namens de SGP.

De heer Bisschop (SGP):

Voorzitter, dank u zeer. Over de toekomst van Europa is de laatste jaren intensief nagedacht. De Europese Commissie kwam met een routekaart voor een "meer verenigde, sterkere en meer democratische Unie" — ik citeer maar een kwalificatie — waarin uiteraard de Unie centraal stond. In verschillende lidstaten en door veel politieke partijen zijn ook serieuze plannen gepresenteerd met betrekking tot de toekomst van de Europese Unie. Daarin staat dan vaak echter niet een uitdijende Unie centraal, maar staan de lidstaten centraal. De SGP heeft zich in die rij gevoegd. De lidstaten zijn er niet voor de Unie, maar de Unie is er voor de lidstaten. Wij hebben dat ook vastgelegd in een initiatiefnota, waarvan ook de premier kennis heeft kunnen nemen. Daarin hebben we een aantal fundamentele weeffouten blootgelegd, waaronder de zinsnede "an ever closer Union" in het Verdrag betreffende de Europese Unie en in het werkingsverdrag.

Mede op basis van die zin werd de integratie de afgelopen jaren steeds verdiept, versterkt en versneld, terwijl talloze burgers binnen de Europese Unie zich hier niet bij thuis voelden en het gevoel hadden ervan te vervreemden. Het gevaar is dat deze integratiedruk feitelijke breuklijnen binnen de Europese Unie niet lijmt, maar juist versterkt. Mijn eerste vraag aan de minister-president is daarom: is hij bereid om de Raad een voorstel voor te leggen tot herziening van de verdragen en tot het schrappen van die zinsnede "een steeds hechter Verbond" uit het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie? Ik zie zeer uit naar het antwoord van de minister-president en ik overweeg een motie op dit punt.

Voorzitter. Dan wil ik inzoomen op één ander punt nog, ook gezien de tijd, namelijk het klimaatbeleid en annex daaraan de landbouw. Het kabinet zet in Brussel in op nul CO2-emissie in 2050 en 55% reductie in 2030, met in onze waarneming oogkleppen voor alle vraagstukken rondom het klimaatakkoord.

Is de haalbaarheid en de betaalbaarheid daarvan voor onze samenleving in beeld? Een torenhoge ambitie zonder dit inzicht zorgt voor hakken in het zand en dat helpt echt niet. Nú achterlopen als het gaat om een duurzame energieproductie, tegelijkertijd de Europese lat hoger gaan leggen en dán ook nog eens Europees koploper willen zijn: dat loopt spaak. Daarom pleiten wij op dat punt echt voor meer realisme, ook in relatie tot de inzet van de Verenigde Staten en China op dit punt. Graag een reactie van de premier.

Ik heb trouwens nog steeds een wat wrange nasmaak in de mond vanwege het voorgenomen verbod op de pulskorvisserij. Hoe is het mogelijk, vraag je in gemoede af, dat Brussel met de ene hand fossiele brandstoffen wegstreept en met de andere hand een pulskorvrijstelling verscheurt? Dat is toch niet te geloven? De Kamer heeft gevraagd om inzet van de minister-president ten behoeve van die pulskorvrijstelling. Mijn vraag is: wat heeft de minister-president precies gedaan ten behoeve van die pulskorvrijstelling en wat gáát hij nog doen?

Tot slot, een van de Europese prioriteiten is het verduurzamen van de landbouw. Een grote bedreiging daarbij is het ondermijnen van het speelveld door het sluiten van handelsakkoorden met landen waar veel minder duurzaamheideisen gelden. Mijn vraag aan de minister-president: is hij bereid op dit punt een kritisch signaal af te geven op de informele top? Dat is ook een beetje in lijn met wat mevrouw Leijten op dit punt ten aanzien van die handelsverdragen heeft benoemd.

Voorzitter, ik wil het graag hierbij laten. Dank u zeer.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Bisschop. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Maeijer namens de PVV.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Voorzitter. Het verkiezingsreces van het Europees Parlement is begonnen en dat is goed nieuws, want nadat de geachte afgevaardigden in de laatste zittingsweken nog even de Nederlandse pulsvisserij de nek om hebben gedraaid, is er nu even géén bemoeienis van EU-politici met defensie, migratie en ons sociaal beleid. Wél werden we tijdens de laatste sessie met veel gevoel voor symboliek en vertoon door een EP-lid nog getrakteerd op zijn uitvoering van het officieuze EU-volkslied, gespeeld op zijn mondharmonica.

Op 9 mei aanstaande is het óók zo'n symbolische dag: Europadag. Sommigen in het Europees Parlement, ook Nederlandse partijen, zouden daar graag een heuse feestdag van maken. En uitgerekend op die dag, dat is natuurlijk geen toeval, vindt er ook een Europese top plaats in Roemenië. Op de valreep voor de verkiezingen van het nieuwe Europees Parlement bekonkelen de regeringsleiders daar nog snel wat over de toekomst van de Europese Unie, over ónze toekomst. De Europese Commissie noemt deze top "een cruciaal moment", waar de regeringsleiders "een nieuwe dageraad zullen inluiden", waar ze het pad zullen effenen voor een sterker, meer verenigd democratisch Europa.

Voorzitter. Dat kattebelletje van nog geen A4'tje, dat over deze top naar de Kamer is gestuurd, wekt de suggestie dat het vooral een veredelde citytrip met een goede lunch wordt. Voor welke top bent u bent u eigenlijk uitgenodigd, vraag ik de premier.

Alle gekheid op een stokje, voorzitter, het is weer vaagheid alom, want deze bijeenkomst moet volgens de Commissie het sluitstuk zijn van een zogenaamd reflectieproces op de toekomst van de Unie. Dat was naar aanleiding van het referendum over de brexit, met een heuse, door diezelfde Commissie in het leven geroepen #EUroadtoSibiu, die natuurlijk helemaal niemand kent. Een proces waarvan de uitkomst eigenlijk bij voorbaat al vaststond, want reflectie of bezinning is aan de eurofielen niet besteed. Arrogantie daarentegen wel. Geen pas op de plaats, maar voorstellen voor het opgeven van vetorechten, uitbreiding van bevoegdheden van het Europees Openbaar Ministerie en een nog omvangrijkere meerjarenbegroting om hun expansiedrift mee te financieren.

En recent deed ook Macron weer een duit in het zakje door te pleiten voor een Europese klimaatbank, een Europese gezondheidsautoriteit en een Europees sociaal vangnet. D66 stond erbij te juichen en de VVD weigerde principieel tegen te zijn.

Voorzitter. Er staat dus een hoop op het spel, want dit ondermijnende proces is al jaren aan de gang. Met onder andere een eigen vlag, munt, volkslied en Europees Openbaar Ministerie heeft het er alles van weg dat we steeds meer opschuiven richting een Verenigde Staten van Europa, waarin Nederland niets meer zal zijn dan een provincie. Ongetwijfeld — ongetwijfeld! — gaan we zo dadelijk horen van de premier dat het slechts een informele top is, zonder besluitvorming, en dat er nog geen stukken zijn. We kunnen dus allemaal lekker met reces straks. En dan, na afloop, ligt er weer een verklaring, met de handtekening en de goedkeuring van de premier eronder, over de toekomst van de Unie, over onze toekomst, die ons tot in lengte van dagen achtervolgt, want met elke handtekening zijn we zo ongeveer weer een stukje soevereiniteit kwijt. Dat moeten we niet willen.

De voorzitter:

Laatste interruptie, de heer Asscher. De heer Omtzigt moet nog komen en de heer Anne Mulder moet nog komen ...

Mevrouw Maeijer (PVV):

U nodigt ze allemaal uit, voorzitter?

De heer Asscher (PvdA):

Het schijnt dat u de heer Mulder heeft beledigd, als ik hem zo hoor.

De voorzitter:

Nee, hoor.

De heer Asscher (PvdA):

Ik weet ook niet wat er gebeurde.

Voorzitter. Mevrouw Maeijer heeft het over arrogantie en over wat er allemaal niet deugt. Volgens mij is het haar partij die voorstelt om een nexit te gaan doen. Nu is 86% van de Nederlanders daartegen. Is het niet een beetje arrogant van de PVV om al die banen op het spel te zetten, om maar te blijven volhouden dat dat nou zo'n geweldig idee is, terwijl je over Het Kanaal kan zien hoe het zit? En de Nederlanders willen het niet.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Zeker. Ik heb het over arrogantie, over Brusselse arrogantie. Want zo'n drie jaar geleden is er een referendum geweest over een brexit, waar de meerderheid van de Britse bevolking voorstemde. En in plaats van een pas op de plaats en in plaats van enige reflectie of enige bezinning, zijn er alleen maar voorstellen gedaan voor meer Europese Unie. Ik bedoel, u heeft het hier allemaal over draagvlak, maar volgens mij zijn de eurofielen zelf het grootste probleem voor dat draagvlak dat ze graag willen hebben. Dus zeker arrogantie, absoluut.

De heer Asscher (PvdA):

Mevrouw Maeijer gaat niet in op mijn vraag. Het is de PVV die, samen met Forum, dat er nooit is, voorstelt om een nexit te gaan doen in Nederland; tenminste, Forum A versus Forum B ... Hier zijn ze voor een nexit. We weten nu a dat het ongelofelijk veel banen kost, b dat het veel moeilijker blijkt te zijn dan werd beweerd door de brexiteers, en c dat 86% van de Nederlanders het niet wil. Mijn vraag aan de PVV is: bent u nu bereid te luisteren naar wat de gewone Nederlanders willen, namelijk een andere, betere Europese Unie, en niet die nexit?

Mevrouw Maeijer (PVV):

De PVV is voor een nexit, en ik zie ook dat daar op dit moment geen meerderheid voor is, maar misschien komt die er in de toekomst wel. Het doet niet af aan het standpunt dat mijn partij heeft over die nexit. Wij zullen daar gewoon voor blijven pleiten.

De voorzitter:

Gaat u verder.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Voorzitter. De vraag is dus met welke insteek premier Rutte nu eigenlijk naar die top gaat. De PVV heeft wel wat suggesties voor hem. De minister-president zou erheen kunnen gaan met de boodschap dat Nederland niet meewerkt aan het opgeven van welk vetorecht dan ook, en dat we ons zullen verzetten tegen iedere verdere stap in het optuigen van de Europese superstaat. Of om met de vuist op tafel te slaan voor onze vissers: Nederland accepteert geen verbod. Of met de boodschap dat onze afdracht omlaag moet. Of de premier zou alvast een voorschot kunnen nemen op de uitbreidingsdiscussie, het al dan niet openen van de toetredingsonderhandelingen met landen als Albanië en Macedonië, en zeggen dat Nederland niet instemt met welke stap in die richting dan ook. Of hij zou erheen kunnen gaan met de insteek zich niet aan te sluiten bij en geen handtekening te zetten onder een verklaring over onze toekomst, die de Kamer nota bene niet eens heeft gezien. Of, nog beter, met de boodschap dat we de Unie verlaten. Ik hoor het graag.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Ouwehand namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter, dank u wel. We hebben één aarde, en daar moeten we het mee doen. Ik kan zomaar voorspellen dat alle mensen op deze wereld eigenlijk wel willen dat die aarde leefbaar blijft voor mens en dier. We kunnen ook wel aannemen dat mensen het fijn vinden als ze zelf iets te zeggen hebben in de besluitvorming over de manier waarop hun samenleving wordt ingericht. Als je naar de twee belangrijke wensen kijkt van mensen nu en in de toekomst, moeten we concluderen dat Europa op alle twee punten diep in de min staat, een 3,5 zou ik zeggen. Het agressieve handelsbeleid van de Europese Commissie is op geen enkele manier te verenigen met welk klimaatdoel dan ook. Dus als het gaat over de toekomst van Europa, vraag ik de minister-president te pleiten voor een handelspauze. Als je mensen op straat vraagt wat nou het grootste probleem van deze tijd is, dan zegt er nooit iemand: er is te weinig handel. Nee, mensen maken zich zorgen over de klimaatverandering. Als je deals blijft sluiten met Brazilië en Canada waardoor er allerlei zwaar vervuilende producten de Europese markt op mogen komen, weet je dat die klimaatplannen van Europa gewoon het loodje leggen tegen onze agressieve handelspolitiek.

Voorzitter. Een Europa dat officieel in het Verdrag van Lissabon — dat is die grondwet van Europa — productieverhoging als enig doel van het landbouwbeleid heeft, gaat het niet goed doen met de eigen klimaatdoelen. Er wordt op dit moment gesproken over een nieuw gemeenschappelijk landbouwbeleid voor de periode 2021-2027 en als je dat niet koppelt aan de doelen om de opwarming van de aarde tegen te gaan en de natuur te beschermen, worden we op 1 januari 2028 wakker met enorm veel klimaatschade, want er gaat heel veel subsidie naar de melkveehouder, een van de grootste opwarmers van de aarde, en veroorzaker van enorm veel natuurschade. Dan heb je nog maar twee jaartjes de tijd om de doelen voor klimaat en natuur in 2030 te halen. Dat is gewoon niet verstandig. Dus geen 365 miljard naar dat gemeenschappelijke landbouwbeleid — sowieso niet — en al helemaal niet als je niet eerst hebt getoetst hoe we met dit beleid kunnen zorgen dat de opwarming van de aarde stopt en de natuur wordt beschermd.

De minister-president heeft alle Nederlanders opgeroepen — dat was eigenlijk wel heel schattig — om, als je een tuintje of balkonnetje hebt, wat bloemetjes te zaaien voor vlinders en bijen.

Minister Rutte:

Zaaien is zoemen!

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

"Zaaien is zoemen". Hartstikke goed, dat moeten we allemaal doen. Maar het is natuurlijk wel een beetje gek als dit kabinet tegelijkertijd de Europese Commissie steunt die zegt: we laten in heel Europa dat supergiftige Roundup van Bayer Monsanto over de akkers vloeien. Er was nota bene een burgerinitiatief. Meer dan een miljoen Europese burgers hebben de Europese Commissie gesmeekt om te stoppen met dit gif. Wat zegt de Europese Commissie? Nee hoor, daar vegen wij onze Brusselse billen mee af. Wat deed het kabinet? Die steunde de Europese Commissie, met steun van D66 én Forum voor Democratie. Forum voor Democratie steunde Bayer Monsanto en de toelating van glyfosaat en D66 doet hetzelfde. Waar zijn jullie ideeën voor een meer democratisch Europa? Ik snap dat niet.

Voorzitter. Dan de Oekraïnedeal, ook zo'n mooie grap. De Partij voor de Dieren waarschuwde dat het associatieverdrag met Oekraïne ervoor zou zorgen dat legbatterijeieren en plofkippen onder Europese standaarden de Europese markt zouden overspoelen. Nee hoor, we werden weggehoond. Wat gebeurde er? We worden overspoeld met legbatterijeieren en plofkippen uit Oekraïne. Nu is iedereen boos. De Europese Commissie ging heronderhandelen, omdat ze behalve het sluiten van die deal ook nog de fout had gemaakt om een hele categorie volledig vrij te laten, waardoor slimme jongens natuurlijk zeiden: o, ik laat een stukje vleugel aan het borstbeen zitten en dan kan ik het ongelimiteerd naar Europa exporteren. De Partij voor de Dieren heeft het kabinet opgeroepen om te zorgen voor een vermindering van de import. Minister Kaag zei toen dat dat niet nodig is en de ingediende motie is verworpen. Het voorlopige akkoord is gesloten en nu lezen we in de krant dat de minister van Landbouw woest is over dat akkoord. Dat kan ik me voorstellen, maar dan moet je wel van tevoren tegen de Europese Commissie zeggen: wij stemmen hier niet mee in. Gaat de minister-president alsnog op de informele top of op welke manier dan ook, de boodschap verkondigen dat Nederland zich niet in dit akkoord kan vinden en dat dit akkoord van tafel moet?

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dan geef ik nu het woord aan de heer Omtzigt namens het CDA.

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. Op 9 mei, Europadag, is er een top over de toekomst van Europa: symbolisch erg sterk, maar inhoudelijk is het allemaal erg beperkt. De onenigheid binnen de Europese Unie is groter dan ooit sinds de declaratie van Schuman. Ik vind het ook een beetje ironisch dat nota bene Roemenië een debat entameert. Roemenië, dat echt nul actie tegen corruptie genomen heeft tijdens zijn hele voorzitterschap en dat geen bruggen geslagen heeft tussen Oost en West. De brexitcrisis is niet opgelost en de budgettaire crisis met Italië suddert voort. Wat is de inzet van Nederland in die verklaring, waar we inderdaad nog geen concept van gezien hebben?

Mag ik het eerste voorstel doen? Transparantie. Samen met onder anderen co-rapporteur mevrouw Leijten zet ik me hier al twee jaar in Europa voor in. Twintig Europese parlementen hebben gezegd dat dat proces een stuk transparanter moet. Er zijn nu wetsteksten die we niet zien. En als we ze zien, zijn ze aangenomen en dan hebben ze een rechtstreekse werking in Nederland. Dat past niet bij de elementaire beginselen van democratie. De premier lacht hierom — of om zijn sms'jes, maar die sms'jes wobben we later wel een keertje boven tafel, want dat kan nu weer — maar mag ik de garantie dat dat transparantie-initiatief als een van de prioriteiten van de Unie in de verklaring van Sibiu of in de verklaring in juni komt? Wat gaan we doen met de verdragen, vraag ik met de heer Bisschop. Gaan we die allemaal openen of krijgen we weer een spaghetti van Europese passerelleregels, gedelegeerde handelingen en inlegvelletjes?

Voorzitter. Dan de brexit. Ruimhartig uitstel is prima, maar er ligt een rapport in het Europees Parlement waarin staat dat de Britse Europarlementariërs niet gedwongen kunnen worden om terug te treden als Groot-Brittannië uit de Unie stapt in een harde brexit. Maar dan hebben we wel een megaprobleem. Want dan denken wij dat wij drie nieuwe Europarlementariërs kunnen benoemen, en de Britten gaan niet weg. Dan vindt er dus feitelijk geen besluitvorming plaats in het Europees Parlement. Ik wil graag klip-en-klaar hebben dat als er een harde brexit komt, al die Britse Europarlementariërs op dat moment opstappen en, als dat niet zo is, wat voor gevolgen dat heeft voor de Nederlandse wet. Straks hebben we een Europese verkiezing en weten we niet hoe we de uitslag moeten interpreteren. Dat zou buitengewoon onhandig zijn.

En zijn de voorbereidingen voor de brexit nog wel goed en gaan die gewoon door? Want alles was voorbereid, maar de marechaussee kon Schiphol met Pasen niet aan en de NVWA, met het ICT-systeem dat niet blijkt te werken, kon het de afgelopen weken al niet aan zonder de brexit. Hadden ze het met de brexit wel aangekund? Dit is een serieuze vraag: hoe is de brexitvoorbereiding?

De ECB heeft in 2003 voor het laatst het beleid geëvalueerd. Dat is heel lang geleden. De Amerikaanse centrale bank, de Canadese centrale bank, allemaal evalueren ze wat er met de crisis gebeurd is en wat ze zelf gedaan hebben. Het is ook aan de banken zelf om dat te doen. Is de premier, ook naar aanleiding van het advies van voormalig directeur van De Nederlandsche Bank Hoogduin, bereid om op de Europese agenda te zetten dat de ECB zijn eigen beleid eens gaat evalueren om te kijken welke lessen daar geleerd kunnen worden? Dus niet dat wij dat doen, maar dat ze dat zelf doen?

Voorzitter. Bij het klimaatbeleid moeten we dit jaar een nationale energie- en klimaatstrategie inleveren. Gaat die nu uit van 49% zoals het concept of van 40% van de Europese regels, of van 55% als het Nederland lukt om dat omhoog te krijgen? Wanneer wordt dat besluit genomen? Ik zou graag een tijdlijn zien van wanneer we dit besluiten. Als we een bepaald percentage indienen, dan zitten we aan dat percentage vast. In die tijdlijn wil ik ook graag zien wanneer de publieke consultatie is — die is volgens de richtlijn verplicht — en hoe wordt omgegaan met energiearmoede. Want daarover moet een paragraaf zijn opgenomen. Graag een reactie wanneer we die plannen krijgen en welk percentage we gaan kiezen.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

O.

De heer Omtzigt (CDA):

Zo!

De voorzitter:

Even kijken!

De heer Omtzigt (CDA):

Jee, zeg.

De voorzitter:

Wat heeft u allemaal gezegd?

De heer Omtzigt (CDA):

Nou, voorzitter, u heeft deze vergadering voorgezeten! Dus ...

De heer Van Ojik (GroenLinks):

En wat heeft de heer Omtzigt niet gezegd? Dat is misschien minstens zo interessant. GroenLinks is altijd heel kritisch geweest over Nord Stream. We werden deze week ingehaald door de Spitzenkandidaat van de Europese christendemocraten, die zei: als ik voorzitter van de Europese Commissie word, gaan we Nord Stream blokkeren. Ik was benieuwd wat het CDA daarvan vindt.

De heer Omtzigt (CDA):

Ik ga toch maar een keer de wildcard pakken, voorzitter. Ik heb me op de Nord Stream-vraag niet goed voorbereid en ik ga u in tweede termijn antwoord geven, in plaats van hier nu een heel betoog te houden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De heer Omtzigt weet heel goed dat je in de Europese besluitvorming steeds vraagt, vraagt, vraagt, waarop je het antwoord krijgt: wacht nou maar even, dit is voorbarig en dan ben je te laat. Dus het verbaast me een beetje dat het CDA dit debat niet gebruikt om de minister-president op te roepen om zich te verzetten tegen het voorlopige akkoord over de Oekraïens export van kippenvlees. Want we hebben in de media gelezen dat in elk geval één lid van het kabinet er boos over is. Dat is op zich al raar, want wij hadden het kabinet opgeroepen om zich vóór de besluitvorming te verzetten tegen die deal, wat toen niet nodig was. Maar goed, als het CDA daar zorgen over heeft, zou ik zeggen: pak nu het moment en roep de minister-president op om zich daartegen te verzetten.

De heer Omtzigt (CDA):

Het lijkt me een goede vraag om te weten wat de regering van plan is. Dan zal ik in tweede termijn reageren op wat de regering van plan is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dan wachten we de tweede termijn af.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Een vraag waar de heer Omtzigt zich ongetwijfeld wél op heeft voorbereid is de volgende. 41 CDA-prominenten hebben gisteren in een manifest gezegd dat zij eigenlijk voor een eurozonebegroting zijn en ook voor een schokfonds, een stabilisatiefonds daarbinnen. Ik wil graag van de heer Omtzigt van het CDA horen of het CDA de minister van Financiën van het CDA en het kabinet steunt en blijft steunen. En wat vindt hij van dat manifest van die 41 prominenten, die een heel andere koers willen?

De heer Omtzigt (CDA):

Ik steun het kabinet en in het bijzonder de heer Hoekstra, minister van Financiën, in dezen volledig en roep hem op om niet constructiever te zijn, zoals iemand anders hier gedaan heeft.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Vindt de heer Omtzigt dat de premier zich op 9 mei kan aansluiten bij een verklaring die wij nog niet hebben ingezien over onze toekomst?

De heer Omtzigt (CDA):

Dat hangt af van de verklaring. Ik vond dat een zeer terechte vraag en daarom ben ik ook zeer benieuwd naar die verklaring. Er werd verwezen naar de Verklaring van Rome, die in maart/april 2017 is opgesteld. Bij het eerste deel van die verklaring, als dat zo'n verklaring is, kan ik me van alles voorstellen: we zijn bij elkaar geweest en we vinden de Unie belangrijk. Dat vinden wij ook en u zult dat niet vinden. Maar ik wil wel graag weten of er ook wezenlijke dingen in die verklaring komen te staan. Ik zou graag van de premier willen horen binnen welke bandbreedte hij denkt zo'n verklaring te kunnen ondertekenen.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Nog iets scherper: het eerste deel van die verklaring waarnaar u net zelf verwees, de Verklaring van Rome, bevat inderdaad een hoop wollige teksten. Dan worden in anderhalve A4 enkele beloftes gedaan. In de geannoteerde agenda wordt expliciet verwezen naar de Verklaring van Rome: het zou eenzelfde soort symbolische verklaring worden. Ik vond het overigens wel apart om te zien dat die geannoteerde agenda nog niet eens een A4 is, en die symbolische verklaring bijna vier A4's. Zo kort en bondig is het dus allemaal niet. Maar als we dan op die verklaring reflecteren, vindt u dat dan een goed idee? Want ik heb niet de indruk dat wij die verklaring van volgende week vandaag nog gaan zien.

De heer Omtzigt (CDA):

Zolang die verklaring blijft verklaren wat we altijd al verklaard hebben, namelijk dat de eurozone beter moet functioneren en dat het migratiebeleid moet kloppen, dan kan dat. Maar ik wil wel weten of daar nieuwe zaken aan toegevoegd worden. Het enige waar ik zelf om gevraagd heb, is om transparantie toe te voegen. Daarom vind ik het van belang dat de premier aangeeft hoe we die verklaring zouden kunnen zien, zodat we er nog iets van kunnen vinden voordat die door de premier ondertekend wordt.

De voorzitter:

Het spijt me, mevrouw Leijten. U heeft al uw interrupties opgemaakt. Dat vindt u heel erg hè, meneer Omtzigt?

De heer Omtzigt (CDA):

Ja. Ze mag die van mij wel hebben?

De voorzitter:

Nee, nee, nee. Dank u wel, meneer Omtzigt. Nee, mevrouw Leijten. Anders moet ik iedereen dezelfde ruimte geven. Dank u wel, meneer Omtzigt. Nee, mevrouw Leijten. Het spijt me. Nee, echt niet. Dat is de afspraak die we met elkaar hebben gemaakt.

Mevrouw Leijten (SP):

Ik heb een vraag gesteld bij de heer Asscher en de heer Jetten.

De voorzitter:

Ja. Het wordt keurig bijgehouden. Dat geldt voor iedereen. Dan geef ik nu het woord aan de heer Anne Mulder namens de VVD.

De heer Anne Mulder (VVD):

Voorzitter, dank. Op 9 mei is er een informele top in Sibiu, in Roemenië. Dat is al gezegd. Die top gaat over de strategische agenda van de nieuwe Europese Commissie voor 2019-2024. Er worden nu geen besluiten genomen, maar er komt blijkbaar wel een verklaring. Ik ben benieuwd hoe dat zit. Klopt het dat er nu geen besluiten worden genomen, maar dat dat wel gebeurt op de Europese top van 20 en 21 mei? Ik hoor dat het juni moet zijn. Ik heb me vergist. Het gaat om 20 en 21 juni — voor de Handelingen. Dan is die Europese top en dan worden er volgens mij besluiten genomen over de toekomst van de Europese Unie.

Voorzitter. De Europese Unie is belangrijk voor onze welvaart en voor onze veiligheid. Die moeten we behouden en verbeteren. Zeker in een instabiele wereld met China, het Midden-Oosten, Poetin en, op zijn manier, president Trump van Amerika is het belangrijk dat we met z'n allen een blok vormen. Je ziet dat de steun voor de Europese Unie in Nederland groot is. De heer Asscher haalde dat al aan. Nederlanders willen geen nexit. Ze willen erin blijven. Nederlanders zien dat het onvermijdelijk is en dat we ervan profiteren. Maar het enthousiasme is ook weer niet heel groot. Men slaapt niet in een blauwe pyjama met twaalf gouden sterren erop en al helemaal niet, zo zeg ik tegen de heer Jetten, als we meer moeten betalen. Dus houd dat draagvlak in de gaten.

We hebben het hier al eerder gehad over de Nederlandse prioriteiten voor de komende jaren. Dat hebben we gedaan bij het debat over de Staat van de Unie. Het kabinet heeft toen zijn prioriteiten neergelegd: een effectief migratiebeleid en klimaatbeleid, en ervoor zorgen dat we de interne markt verbeteren, want daardoor verdienen we in Nederland heel veel geld, zo'n beetje een maandsalaris. Dat vinden we vanzelfsprekend, maar zo vanzelfsprekend is dat niet. Dus laten we de interne markt verbeteren, zodat we met z'n allen weer meer kunnen verdienen en ook meer kunnen verdelen.

Het is ook belangrijk dat we de instituties op orde hebben. Ik heb daarover in het debat over de Staat van de Unie een motie ingediend. Die motie ging over de handhavende taken van de Europese Commissie. De Europese Commissie opereert politiek en zegt bijvoorbeeld als het gaat om het Stabiliteits- en Groeipact, dat over de euro gaat: Frankrijk is Frankrijk en dat land komt weg met het overtreden. Maar nu hebben we Italië gezien, dus kortom: die handhavende taken moeten weg bij de Commissie. Hoe gaat het kabinet zich daarvoor inzetten? Gaat de premier dit ook inbrengen op de top in Sibiu?

We weten wat we wel willen, maar zijn er misschien ook dingen die we niet willen? Mijn fractie ziet op een aantal onderwerpen toch een sluipende verdere Europese integratie. QMV, meerderheidsbesluitvorming, wordt ingevoerd voor steeds meer terreinen, misschien ook op het gebied van de sociale zekerheid. Ziet de premier dat gebeuren? De VVD zit niet te wachten op Europese WW-uitkeringen. Graag een reactie.

Hoe ben je nou effectief in de Europese Unie? Daar hebben we al over gesproken met de heer Jetten. Het Clingendaelrapport laat zien dat we het goed doen; misschien niet empathisch maar wel goed. We doen mee. We wachten niet af, maar we nemen het initiatief, bijvoorbeeld als het gaat om de Turkijedeal en de euro. Dat staat in dat rapport van Clingendael. Maar nu gaan de Britten weg. Wij kunnen niet meer comfortabel in die driehoek Frankrijk, Duitsland, Verenigd Koninkrijk zitten. Misschien moeten wij zelf meer aan de bak, er meer bovenop zitten. Kan de minister-president daar eens op ingaan, gegeven dat Clingendaelrapport, dat overigens ook positief is over de minister-president zelf? We moeten er niet aan denken dat premier Rutte weggaat, want dan neemt de invloed van Nederland af. Tot zover de complimenten. Maar wat betekent dat nou? Kunnen wij op de huidige weg doorgaan? Of moeten wij op een andere manier toch de rol van de Britten, remmers in vaste dienst, zien over te nemen?

Dank u, mevrouw de voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Anne Mulder. Mevrouw Ouwehand heeft een vraag. Even kijken hoe dat zit, want anders krijg ik ook met u te maken. Ja, mevrouw Ouwehand, u heeft nog een interruptie.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter, dank u wel. De heer Mulder heeft zich kunnen voorbereiden, want dezelfde vraag die ik aan het CDA stelde, wil ik graag aan de VVD stellen. De VVD zegt de hele tijd dat het zo'n schande is dat die kipproducten uit de Oekraïne op de Nederlandse markt komen. Maar intussen heeft het kabinet gewoon ingestemd met dat akkoord. Nu ligt er een voorlopig akkoord. Ik begrijp dat de VVD boos is. Roept de VVD de minister-president op om te zeggen: we vonden het toch niet zo'n goed idee; we willen van dat akkoord af?

De heer Anne Mulder (VVD):

Ik zou dat niet snel zeggen. Als je een akkoord hebt, moet je je daaraan houden. Maar als er gekke dingen gebeuren door dat akkoord, kan dat een reden zijn om er wat van te zeggen. Maar je moet je wel aan je afspraken houden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dat klopt. Ik denk dat de heer Mulder het niet weet, maar toch mijn vraag. De Partij voor de Dieren heeft op tijd aan het kabinet gevraagd: hé, dit akkoord zit eraan te komen en het is niet zo'n goed idee, dus laten we het niet doen. De VVD heeft daartegen gestemd. Met andere woorden, door het mandaat dat er lag, werd het gewoon, en we zagen het al aankomen: die import blijft bestaan. Waarom is de VVD dan na afloop alsnog boos in de media? Is dat om de boeren te paaien? Want als je boos bent moet je toch op tijd zeggen: we willen dit niet?

De heer Anne Mulder (VVD):

Dat moet je zeker doen. Maar we moeten ons ook aan de afspraken houden die toen zijn gemaakt. Maar ik ben benieuwd hoe de premier hier zo meteen op gaat reageren. En of wij mensen willen paaien? Dat weet ik niet.

Mevrouw Maeijer (PVV):

De heer Mulder noemde de heer Jetten net een eurofiel. We hebben eurokritisch en eurofiel. Waar schaart de heer Mulder zichzelf en de VVD nu eigenlijk onder?

De heer Anne Mulder (VVD):

Je hebt eigenlijk twee type partijen die het draagvlak onder de Europese Unie weg kunnen halen. Dat zijn allereerst de partijen die voor een nexit zijn. Eentje is hier aanwezig, de andere niet. Daar heb je niks aan. Ik heb net al verteld hoe enorm wij profiteren van de Europese Unie, dus daar moet je zeker niet uitstappen. Dat kost je al gewoon een maandsalaris. De tweede club, die op een andere manier het draagvlak kan ondermijnen, is de club die maar door wil gaan met die trein door de begroting te verhogen. Ik heb net al gezegd wat het Sociaal en Cultureel Planbureau stelt: de Nederlander wil er wel in blijven, maar het is niet dat men zo enthousiast is. Daar zit de VVD precies tussen: tussen de partijen die er gewoon uit willen stappen, met alle consequenties van dien, en de partijen die maar door willen gaan met meer en meer Europese integratie. Pragmatisch, Europa moet de grote grensoverschrijdende problemen oplossen, en we moeten de hand op de knip houden: daar staat de VVD.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Dat brengt me toch een beetje in verwarring. Hoe verklaart u dan het stemgedrag van uw eigen VVD in de Kamer? Ik heb hier een motie tegen de uitbreiding van het mandaat van het Europees Openbaar Ministerie. Wie zijn daartegen? D66 en de VVD. Dan hebben we een motie die verzoekt om op geen enkel terrein in te stemmen met het opgeven van vetorechten. Tegen: D66 en de VVD. Zo kan ik er nog wel wat meer noemen. De noodremprocedure: de VVD tegen, D66 tegen. Het tegenhouden van de invoering van welk nieuw eigen middel dan ook: de VVD tegen, D66 tegen. Dus u schaart zichzelf ergens in het midden tussen eurokritisch en eurofiel, maar u stemt volslagen eurofiel. Ik begrijp er dus werkelijk helemaal niets van.

De heer Anne Mulder (VVD):

Nou doet mevrouw Maeijer zichzelf ontzettend tekort. Vorig jaar in oktober, november heeft zij een motie ingediend om vast te houden aan de unanimiteit over de belastingen en de sociale zekerheid. Die heeft de VVD van harte gesteund. Ik begrijp niet waarom mevrouw Maeijer mij nu zo graag richting andere partijen wil drukken, terwijl wij wel degelijk haar moties steunen. Zij doet zichzelf een beetje onrecht, vind ik.

De voorzitter:

Tot slot.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Dat is dan één motie waar de VVD voor heeft gestemd.

De heer Anne Mulder (VVD):

Maar wel een heel belangrijke.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Nou, dat is inderdaad een heel belangrijke. Applaus voor de VVD, absoluut.

De heer Anne Mulder (VVD):

Ik geef een compliment.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Ik had er nog twee. De ene betrof in zijn algemeenheid het opgeven van het vetorecht. Daar stemt de VVD dan tegen. En de VVD stemt ook tegen de motie over het tegengaan van het opgeven van het vetorecht op buitenlands beleid. U stemt volslagen eurofiel. Het is volkomen onterecht dat u zich ergens in het midden plaatst tussen eurokritisch en eurofiel. De VVD is gewoon eurofiel en als dat niet zo is, meneer Mulder, moet u uw stemgedrag aanpassen.

De heer Anne Mulder (VVD):

Blijkbaar wil mevrouw Maeijer niet dat ik haar motie steun, want dan kan ze dat niet meer tegen me gebruiken. We hebben dat toch gedaan: we hebben haar motie gesteund. Ik kan het niet helpen, maar het is zo. De moties van mevrouw Maeijer zijn typisch voor een partij die eruit wil: gewoon alles tegen, tegen, tegen, veto, veto, veto en that's it. Nee, je moet daar tussenin zitten. We hebben heel veel aan de Europese Unie te danken. We moeten die zien te verbeteren. Dan plaats je jezelf buiten elke discussie door op alles maar, precies zoals zij zegt, in algemene zin een veto te gebruiken. Bijvoorbeeld het buitenlands beleid. Het kan handig zijn, als je tegen een groot land sancties wilt nemen, dat niet één land in de Europese Unie dat kan blokkeren. Dan hebben we een sterk buitenlands beleid en hebben we met zijn allen een blok.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Ik vond het een goede vraag van mevrouw Maeijer. Waar staat de VVD? Maar ik begrijp nu dat de VVD van twee walletjes wil eten. De heer Mulder zegt: wij zijn ervoor dat we de grote, grensoverschrijdende problemen waar de wereld voor staat, aanpakken, maar met de hand op de knip. Ja, zo kan ik het ook. Dat gaat niet samen. Het kost geld als je die grote, grensoverschrijdende problemen in Europa wilt aanpakken. Ik zou graag horen hoe de VVD dat denkt te gaan realiseren.

De heer Anne Mulder (VVD):

In de Europese begroting, in zeven jaar zo'n 1.000 miljard, gaat een groot deel van het geld nog steeds naar landbouw en cohesie. Het is echt een agenda uit de jaren tachtig. Daar moet je het geld weghalen. Dus niet de begroting verhogen, maar betere prioriteiten stellen. Het valt mij in de Europese Unie zo tegen dat het altijd en-en-en is, terwijl de Nederlandse inzet is: daar minder en dan kun je aan die grote, grensoverschrijdende problemen iets doen. Het hoeft niet eens zo veel te kosten. Wij staan daar netjes in het midden. Niet zwart-wit — Europa is fantastisch of we moeten eruit — maar precies in het midden.

De voorzitter:

Dat hebt u gezegd.

De heer Anne Mulder (VVD):

Grote, grensoverschrijdende problemen oplossen en de hand op de knip. En als je ergens extra wilt uitgeven, moet je elders bezuinigen.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Ik sluit aan op de vraag waar D66 en de VVD staan, want daar gaat het een beetje over. Kunt u antwoorden op mijn vraag of u het standpunt van de minister van Financiën bij de eurozonebegroting steunt, of u dat niet halsstarrig noemt en of u daarmee duidelijkheid schept binnen de coalitie over waar CDA en ook VVD staan?

De heer Anne Mulder (VVD):

Ik denk dat de minister van Financiën, minister Hoekstra, het goed doet. Hij is in Europa druk op pad. Hij heeft een coalitie gecreëerd. Hij begint niet gelijk nee, nee, nee te zeggen, maar hij zoekt medestanders. Ik denk dat het een heel goede aanpak is om medestanders te zoeken om je standpunt te verwezenlijken. We gaan volgens mij deze Hanzeliga ook in de Tweede Kamer uitnodigen, de parlementen van die landen. Dat lijken me heel goede initiatieven. Coalities bouwen maakt je effectief.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Kort en duidelijk. U steunt dus de minister van Financiën.

De heer Anne Mulder (VVD):

Zeker.

De voorzitter:

Dank u wel.

De heer Anne Mulder (VVD):

Dat zeg ik ook als neutrale voorzitter van de Kamercommissie Financiën.

De voorzitter:

Goed. Een aardig detail. Dank u wel, meneer Anne Mulder. Hiermee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de Kamer.

De beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:

De minister-president heeft aangegeven dat hij tien minuten schorsing nodig heeft.

Minister Rutte:

Een kwartiertje.

De voorzitter:

Een kwartier. Dan kunnen we daarna gelijk doorgaan. Ik hoor protest! Ik zie het al; er is behoefte aan ietsje langer. Dan stel ik voor om een halfuur te schorsen.

De vergadering wordt van 13.23 uur tot 13.57 uur geschorst.