Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-2018nr. 102, item 10

10 Vliegveiligheid

Aan de orde is het VAO Vliegveiligheid (AO d.d. 3/7).

De voorzitter:

Als het bezoek afscheid wil nemen, gaan we in één vloeiende beweging door naar het VAO Vliegveiligheid. De volgende minister is aanwezig, dus niets weerhoudt ons ervan om door te gaan. Aan de orde is het VAO Vliegveiligheid. Een hartelijk woord van welkom aan de minister, die al plaats heeft genomen, zie ik. Er zijn negen deelnemers aan dit debat. De eerste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Laçin van de fractie van de SP. Hij heeft zoals iedereen twee minuten spreektijd. Ik geef graag het woord aan hem.

De heer Laçin (SP):

Voorzitter, ik zal het kort houden. De OVV was duidelijk in zijn rapport: er moet een principiële discussie over de toekomst van Schiphol plaatsvinden voordat een besluit over verdere groei genomen kan worden. Dat is helder. Daarom ben ik ook blij dat de minister gisteren uitsprak dat veiligheid het belangrijkst is, dat die voor groei gaat en dat wij de OVV-aanbevelingen eerst goed moeten implementeren voordat we overgaan tot de discussie over groei. Daarom ben ik blij dat er halfjaarlijks aan ons gerapporteerd zal worden over de vooruitgang met betrekking tot de OVV-aanbevelingen, en dat in de roadmap safety ook de grondafhandeling meegenomen zal worden.

Ook hebben we de toezegging gekregen dat de minister in gesprek gaat met de VNV over de bevindingen uit het onderzoek. Maar ik wil vooral dat de piloten, de ervaringsdeskundigen, de eindverantwoordelijken, toch vaker aan tafel komen zitten, ook als het gaat om de structurele discussie over de veiligheid. Daarom heb ik één motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit onderzoek van de VNV blijkt dat 62% van de piloten achteraf aangeeft weleens gevlogen te hebben terwijl het beter was geweest om niet te vliegen;

constaterende dat negen op de tien piloten aangeven dat de werkdruk de afgelopen jaren is toegenomen;

constaterende dat de London School of Economics en de Universiteit van Gent aangeven dat bij low-cost carriers piloten zich vaak geremd voelen in het naar voren brengen van zorgen over veiligheid;

overwegende dat piloten een onmisbare schakel zijn in het waarborgen van de vliegveiligheid;

verzoekt de regering vertegenwoordigende organisaties van piloten te blijven betrekken bij plannen over het verbeteren van de vliegveiligheid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Laçin en Paternotte. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 335 (29665).

De heer Laçin (SP):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dat was uw bijdrage? Heel goed. Dan de heer Paternotte van de fractie van D66.

De heer Paternotte (D66):

Voorzitter. We hebben een goed algemeen overleg gehad. Daarin heeft de minister heel duidelijk gemaakt dat veiligheid vooropstaat en voorwaardelijk is voor al het andere wat we met luchtvaart doen en dat we dat ook in de toekomst zullen besluiten over de groei van Schiphol na 2020. Daarvoor geldt dat de aanbevelingen van de OVV uitgevoerd moeten zijn, zodat we kunnen zeggen dat Schiphol veilig is. Dat is belangrijk.

We hebben het ook gehad over Amstelveen. Die gemeente heeft toevallig gisteren bekendgemaakt met een studentenhotel een creatieve invulling te willen geven aan de mogelijkheden binnen LIB 4. Wij wachten dat af.

We hebben het ook gehad over drones en het probleem dat we steeds vaker zien dat recreatieve drones terechtkomen op plekken waar ze niet terecht moeten komen, bijvoorbeeld in Frankrijk tegen een kerncentrale. De heer Dijkstra noemde het voorbeeld van het Medisch Centrum Leeuwarden. Daarover de volgende motie.

De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat Nederland op basis van de EU-verordening inzake geluidsgerelateerde exploitatiebeperkingen de ruimte heeft om bepaalde zogenaamde hoofdstuk 3 ... Pardon, ik heb de verkeerde motie voor mijn neus, voor een ander VAO.

De voorzitter:

Ze kwam me al bekend voor. Die heeft u zeker vorig jaar ingediend.

De heer Paternotte (D66):

Nee, dat niet. Ik ga haar straks indienen.

De voorzitter:

Hoe gaat u dit oplossen?

De heer Paternotte (D66):

Er wordt hier bijgesprongen. Heel veel dank! Ik ben u buitengewoon erkentelijk.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat recreatieve dronegebruikers door de nieuwe Europese regelgeving samen met ROC-light houders in de "open categorie" terechtkomen;

constaterende dat onder de EU regelgeving dronevliegers in de open categorie aan kenniseisen moeten voldoen, waarmee de maximale vlieghoogte 120 meter is;

overwegende dat voor de ROC-light houders een harmonieuze overgang naar de EU-regelgeving moet zijn geborgd;

overwegende dat er op dit moment in Nederland een onredelijk onderscheid is tussen recreatieve dronegebruikers en de ROC-light houders;

verzoekt de regering om op korte termijn, in het licht van de aanstaande EU-regelgeving, de maximale vlieghoogte voor ROC-light houders te verhogen naar 120 meter, door aanpassing van de Nederlandse regelgeving;

verzoekt de regering tevens bij de implementatie van de nieuwe EU-regelgeving de Kamer te informeren hoe er uitvoering wordt gegeven aan de verplichte kenniseisen voor alle dronepiloten en hierbij toetsing van de kenniseisen te betrekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Paternotte en Remco Dijkstra. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 336 (29665).

De heer Paternotte (D66):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dan de heer Van Raan van de Partij voor de Dieren.

De heer Van Raan (PvdD):

Voorzitter, dank u wel. Dank voor het debat en de beantwoording van de vragen. Ik heb drie moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een groei van de luchtvaart afbreuk doet aan de brede welvaart van toekomstige generaties;

constaterende dat vliegtuigbouwkundig ingenieur Paul Peeters beredeneerde dat Schiphol zou moeten krimpen naar ruwweg 300.000 vliegbewegingen per jaar om een goed uitgangspunt te hebben om klimaatdoelstellingen te halen;

verzoekt de regering een scenario van 300.000 vliegbewegingen per jaar op Schiphol in 2030 mee te nemen in de Luchtvaartnota als een van de scenario's,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Raan. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 337 (29665).

De heer Van Raan (PvdD):

Want vanaf morgen zou een beetje snel zijn, zullen we maar zeggen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in de afgelopen jaren rondom Schiphol tienduizenden ganzen zijn gedood om de kans op vogelaanvaringen te verminderen;

constaterende dat de ganzenpopulatie hierdoor niet significant is afgenomen en dat het beleid hierdoor niet doeltreffend is geweest;

constaterende dat er diervriendelijke alternatieven zijn om ganzen weg te houden bij vliegvelden en dat de minister die ook al toepast;

verzoekt de regering te stoppen met het doden van ganzen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Raan en Van Kooten-Arissen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 338 (29665).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de MER Lelystad Airport conform de geldende procedure is goedgekeurd in afwachting van nog aanvullend onderzoek, waaronder onderzoek naar vogelaanvaringen;

constaterende dat het nagezonden onderzoek naar vogelaanvaringen enkel kijkt naar het risico op vogelaanvaringen, maar daarbij geen rekening houdt met de mogelijke verschillen in de ernst van het ongeval op verschillende vlieghoogtes;

constaterende dat de Commissie voor de m.e.r. conform de geldende procedure geen inhoudelijk oordeel velt over het aanvullende onderzoek naar vogelaanvaringen;

constaterende dat de minister nog geen zekerheid kon bieden over de vraag of het verschil in de ernst van vogelaanvaringen op verschillende vlieghoogtes significant is;

verzoekt de regering deze lacune te dichten door het onderzoek naar vogelaanvaringen onafhankelijk te laten toetsen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Raan. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 339 (29665).

De heer Van Raan (PvdD):

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:

Dan de heer Dijkstra van de VVD.

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Voorzitter, dank u wel. Ik dank de minister en mijn collega's voor het goede overleg dat we met elkaar hebben gehad over luchtvaart en in dit geval specifiek over vliegveiligheid. Ik heb één motie, waar ik gisteren al aan heb gerefereerd.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er steeds vaker incidenten zijn waarbij recreatieve drones voor gevaarlijke situaties kunnen zorgen;

van mening dat op korte termijn moet worden ingezet om risicovolle situaties waarbij recreatieve drones betrokken raken te beperken en dat effectieve handhaving hieraan een bijdrage kan leveren;

overwegende dat voor de handhaving van drones het noodzakelijk is dat objectief kan worden vastgesteld of sprake is van een overtreding;

overwegende dat opsporingsambtenaren geholpen zijn met een kaart met de regels voor drones en real-time-informatie;

overwegende dat deze informatie via een app of website ook kan bijdragen aan voorlichting voor legaal en veilig gebruik door recreatieve dronegebruikers;

verzoekt de regering om, samen met de politie, ten behoeve van verbetering van de handhavingsmogelijkheden voor opsporingsambtenaren de huidige statische kaart door te ontwikkelen naar een digitale kaart met real-time- en dynamische informatie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Remco Dijkstra, Amhaouch, Gijs van Dijk en Paternotte. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 340 (29665).

Dan mevrouw Van Brenk van de fractie van 50PLUS.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Voorzitter. Ik heb geen moties. Ik heb met belangstelling de toezeggingen van de minister gehoord en zie dat zij de motie van 50PLUS om veiligheid als eerste prioriteit te nemen zeer serieus neemt. Wij hebben dan ook hoge verwachtingen van de veiligheidsafspraken die de minister gemaakt heeft en verwachten dat zij de aanbevelingen uit het OVV-rapport allemaal gaat implementeren. Ook de aanbevelingen van to70 en de NLR en die van VNV en de FNV worden door haar serieus meegenomen. Fijn ook dat de minister in gesprek gaat met de verkeersvliegers en met het grondpersoneel dat dagelijks op die platforms staat. Het aantal gemelde incidenten dat gisteren gerapporteerd is over het eerste halfjaar geeft daar ook echt wel reden toe. We zien dan ook uit naar de halfjaarlijkse veiligheidsrapportage van het ministerie en vooral naar de Staat van de Veiligheid van de Inspectie Leefomgeving en Transport aan het eind van dit jaar. Mochten er tussendoor bijzonderheden zijn, dan vertrouwen wij erop dat de minister ons die zal rapporteren. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan mevrouw Kröger van GroenLinks.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Voorzitter, dank u wel. Twee moties van mijn kant. Ik zie alleen dat ook ik de verkeerde moties voor mijn neus heb.

De voorzitter:

Wat is er aan de hand met jullie? Een beetje druistig vanwege het reces of zo? De vakantiezenuwen? De derde persoon die dit overkomt, moet trakteren. Het woord is aan de heer Graus.

De heer Graus (PVV):

Mevrouw de voorzitter ... Sorry, meneer de voorzitter. Ik ben ook aan reces toe.

De voorzitter:

Man, man, man. Hoe lang kennen we elkaar nou al?

De heer Graus (PVV):

Voorzitter. Ik zou graag sommige collega's willen trakteren op tickets voor K3.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. De goede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het in 1990 afgesproken wettelijk acceptabele risico op overlijden voor de omwonenden van vliegvelden tien keer hoger is dan bijvoorbeeld bij industrie of verkeer;

overwegende dat alle burgers gelijk zijn voor de wet;

overwegende dat onder andere door verbeterde technieken de luchtvaart veiliger wordt;

verzoekt de regering om deze vermindering op het ongevalsrisico ten goede te laten komen aan de omwonenden van vliegvelden en een praktische realisatie van dezelfde veiligheidsnormen na te streven als geldt voor de omgeving van bijvoorbeeld industrie of verkeer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger, Laçin, Van Raan en Gijs van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 341 (29665).

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Dan de volgende.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de luchtvaart veilig moet zijn voor zowel de luchtvaart zelf als voor de omgeving van luchthavens;

constaterende dat de OVV ferme kritiek had op de manier waarop nu het plaatsgebonden- en groepsrisico van de luchtvaart wordt meegewogen in het beleid;

verzoekt de regering om het plaatsgebonden- en groepsrisico met voorrang mee te nemen in de roadmap voor een betere vliegveiligheid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger, Van Raan en Gijs van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 342 (29665).

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Tot slot mijn dank voor de toezegging in het debat dat we een stevige agenda krijgen waarin alle aanbevelingen van de OVV worden opgevolgd om de veiligheid te borgen, nu en in de toekomst. Met name het "nu" is wat ons betreft van groot belang. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan de heer Graus van de fractie van de Partij voor de Vrijheid.

De heer Graus (PVV):

Dank u wel, mijnheer de voorzitter. De indiening van twee moties is mij eigenlijk ontnomen omdat de minister ook gisteren tijdens het algemeen overleg goede toezeggingen heeft gedaan. Er blijft nog één motie over en dat is de volgende.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering onderzoek in te stellen naar de mogelijkheden en haalbaarheid van een nieuw te bouwen luchtverkeersleidingstoren op Schiphol op een centraler gelegen deel van de luchthaven waardoor de vliegveiligheid beter wordt gewaarborgd, een tweede toren overbodig zal zijn en mogelijk kosten kunnen worden bespaard,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 343 (29665).

De heer Graus (PVV):

Mijnheer de voorzitter, een motie moet altijd eenvoudig zijn. Er staat boven "gehoord de beraadslaging", want de huidige toren die er staat wordt voor heel veel miljoenen aangepast. Het is absoluut geen veilige toren voor de mensen die erin zitten in verband met vluchtroutes bij brand en dergelijke. Een nieuwe bouwen, meteen op de goede plek zodat er nog maar één toren nodig is, is veel goedkoper. Die moet dan ergens komen te staan tussen de twee huidige torens in. Ik kan hem zo aanwijzen aan de minister, maar ik kan dat niet in een motie uitleggen. Vandaar dat ik dat onderzoek wil laten doen. Dank u wel, mijnheer de voorzitter.

De voorzitter:

Prachtig. De heer Gijs van Dijk van de Partij van de Arbeid, de laatste spreker van de zijde van de Kamer.

De heer Gijs van Dijk (PvdA):

Dank u wel, voorzitter. We hebben een goed overleg gehad over de vliegveiligheid voor nu en de toekomst. In mijn inbreng heb ik aandacht gevraagd voor de sector, die verantwoordelijkheid moet nemen en oppakken om de vliegveiligheid te verbeteren. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in de Roadmap Safety lmprovement Schiphol belangrijke maatregelen komen te staan ter bevordering van de veiligheid;

van mening dat voortgang van de uitvoering van de aanbevelingen van belang is voor de vliegveiligheid, nu en in de toekomst;

overwegende dat de OVV signaleert dat vooral de sector en Schiphol maatregelen moeten nemen om de vliegveiligheid te vergroten en dat deze maatregelen vorm moeten krijgen in de roadmap;

verzoekt de regering vanuit haar regierol voor veiligheid erop toe te zien dat de sector, in navolging van het recent gesloten convenant, voortvarend overgaat tot het vastleggen en uitvoeren van een concreet pakket maatregelen ter bevordering van de veiligheid in de vorm van de geplande roadmap en hierover de Kamer uiterlijk in oktober te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Gijs van Dijk, Paternotte, Kröger en Remco Dijkstra. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 344 (29665).

Tot zover de termijn van de Kamer. Ik schors vijf minuten en dan gaan we luisteren naar de minister die de moties gaat becommentariëren.

De vergadering wordt van 18.02 uur tot 18.06 uur geschorst.

De voorzitter:

Het woord is aan de minister.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:

Dank u wel, voorzitter. Ik dank ook de leden nogmaals voor het plezierige overleg dat we in een heel constructieve sfeer hebben gehad. Daar was ik ook blij mee.

De moties, een voor een. De eerste motie staat op stuk nr. 335 en is van de heer Laçin. Hij verzoekt de regering om vertegenwoordigende organisaties van piloten te blijven betrekken bij plannen voor het verbeteren van de vliegveiligheid. Ik vind dat een mooie opdracht, dus daar kan ik "oordeel Kamer" op geven.

De motie van de heer Paternotte op stuk nr. 336 verzoekt de regering om de Kamer bij de implementatie van nieuwe EU-regelgeving te informeren over de verplichte kenniseisen voor dronepiloten en in het licht van aanstaande EU-regelgeving de maximale vlieghoogte voor houders van een ROC-light te verhogen naar 120 meter. Dan gaan we er dus voor zorgen dat we nog iets eerder zijn dan de Europese regelgeving. Daar heb ik geen bezwaar tegen, dus daar kan ik "oordeel Kamer" op geven.

De motie-Van Raan op stuk nr. 337 betreft eigenlijk een geval dat we eerder aan de orde hebben gehad. De heer Van Raan verzoekt om een scenario van 300.000 vliegbewegingen mee te nemen. Wij gaan een dergelijk krimpscenario niet meenemen, dus deze motie ontraad ik.

Met zijn motie op stuk nr. 338 verzoekt de heer Van Raan de regering om te stoppen met het doden van ganzen. Dat zou ik best sympathiek vinden, maar het is helaas toch nodig, dus ook die motie moet ik ontraden.

De heer Van Raan verzoekt de regering via zijn motie op stuk nr. 339 om een lacune in het onderzoek naar vogelaanvaringen onafhankelijk te laten toetsen. De kans of het risico op een botsing of aanvaring lijkt niet hoger te zijn dan op andere luchthavens, zoals ik eerder heb gezegd. Er wordt nu al een nulmeting uitgevoerd. Als de uitkomsten bekend zijn ga ik bepalen of er andere beheersmaatregelen nodig zijn. Op dit moment wil ik de motie ontraden.

De motie op stuk nr. 340 van de heer Dijkstra verzoekt de regering om samen met de politie ten behoeve van de verbetering van handhavingsmogelijkheden voor opsporingsambtenaren de huidige statische kaart door te ontwikkelen naar een kaart met realtime dynamische informatie. Dat vind ik een mooie uitdaging. Het lijkt mij goed om dat te doen, dus "oordeel Kamer". Dit zou inderdaad kunnen bijdragen aan de veiligheid.

De motie van mevrouw Kröger op stuk nr. 341 verzoekt de regering om de vermindering van het ongevalsrisico ten goede te laten komen aan omwonenden van vliegvelden en om een praktische realisatie van veiligheidsnormen na te streven die conform zijn aan die voor de industrie of het verkeer. Deze motie wil ik ontraden, want de normen zijn in overleg met de Kamer vastgesteld. De sector blijft ver onder de norm. Derhalve is er geen reden om die norm aan te passen.

De motie van mevrouw Kröger op stuk nr. 342 wil ik ook ontraden, want die verzoekt de regering om het plaatsgebonden risico en groepsrisico met voorrang mee te nemen in de roadmap voor een betere vliegveiligheid. De roadmap is echt van de sector, terwijl externe veiligheid juist een dossier is wat wij als IenW samen met gemeenten gaan oppakken. Deze motie zal ik dus ook ontraden.

De voorzitter:

Mevrouw Kröger, kort, puntig.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

De eerste motie die u ontried roept niet op tot het veranderen van de norm, maar tot het nastreven van de norm die qua industrie en verkeer voor de rest van Nederland geldt.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:

Daar zie ik dus op dit moment geen aanleiding toe. Ik ontraad de motie nog steeds.

De voorzitter:

Helder.

Kort?

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Waarom zouden mensen rond vliegvelden meer risico mogen lopen dan mensen rond chemische fabrieken?

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:

Wat ik u gisteren ook al heb meegegeven: er zijn bepaalde historisch gegroeide situaties. We hebben die verschillende normen met elkaar op verschillende vlakken vastgesteld in de Kamer. Ik zie hierin geen aanleiding tot het wijzigen van het hele stelsel.

De voorzitter:

Helder. De volgende motie.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:

In de motie op stuk nr. 343 verzoekt de heer Graus om de luchtverkeersleidingstoren op Schiphol op een andere plek neer te zetten. Die wil ik ook ontraden, want de huidige toren is veilig en het verbouwen gaat ook op een veilige manier plaatsvinden.

De heer Graus (PVV):

Ik weet dat lezen een grote kunst is. Dat staat er helemaal niet. Ik vraag om een onderzoek. Ze gaan de toren voor ik weet niet hoeveel miljoenen verbouwen, terwijl die toren volledig achterhaald is, ook qua veiligheid. De jongens moeten abseilen als er wat gebeurt. Ze moeten dan met touwen en alles naar buiten. Het is te gek voor woorden als je dat anno 2018 ziet. Die toren staat ook verkeerd. Er is maar één toren nodig als hij iets verplaatst wordt. Ik vraag alleen om een onderzoek. Meer is het niet.

De voorzitter:

Helder. De minister.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:

Het is goed dat de heer Graus het nog een keer expliciteert, maar het verandert mijn oordeel helaas niet. Ik zie geen aanleiding om dat onderzoek te starten, omdat LVNL zelf ook aangeeft dat het aan alle veiligheidseisen voldoet. We hebben gisteren in het debat ook al aandacht gehad voor de vraag of tijdens het proces van de verbouwing de veiligheid ook op orde is. Ze geven aan dat ze dat keurig op orde hebben.

De heer Graus (PVV):

Mijn laatste dan. Ik wil dan wel inzicht hebben in de kosten. Het bouwen van één nieuwe toren schijnt volgens deskundigen die de toren moeten bouwen goedkoper te zijn dan die andere en deze nu te gaan opknappen. Je kunt beter in één keer een nieuwe in het midden zetten. Helemaal in het midden kan niet, maar iets verplaatsen. Ik wil dan toch een onderzoek, want wij bewaken het publieke geld. Ik wil weten wat het kost om een nieuwe te bouwen en wat het kost om op te knappen. Daar hebben we als Kamerleden inzage in nodig.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:

Ik wil best nog een keer bij LVNL navragen hoe deze keuze tot stand is gekomen. LVNL heeft ook te maken met een fatsoenlijke omgang met de eigen budgetten. Als het op een andere manier heel veel goedkoper had gekund, ga ik ervan uit dat ze daarvoor gekozen hadden. Dat hebben ze niet gedaan. Ik wil dus best nog een keer voor u navragen hoe ze tot die keus gekomen zijn, maar ik ga ervan uit dat ze daar gewoon een goed verhaal bij hebben.

Tot slot kom ik bij de motie op stuk nr. 344 van Gijs van Dijk. Daarin wordt extra aandacht gevraagd, in navolging van het recent gesloten convenant, voor het voortvarend overgaan tot het vastleggen en uitvoeren van een concreet pakket aan maatregelen. Gevraagd wordt of ik er echt op wil toezien dat ze daar werk van maken. Dat lijkt mij ook belangrijk en in de geest van het debat zoals we dat gisteren met elkaar hebben gevoerd. Hierbij kan ik het oordeel aan de Kamer laten.

De voorzitter:

Prima. Tot zover dit debat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Morgen stemmen we over de moties.