Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-2018nr. 102, item 12

12 Sportbeleid

Aan de orde is het VAO Sportbeleid (AO d.d. 28/6).

De voorzitter:

Aan de orde is het VAO Sportbeleid. Een hartelijk woord van welkom aan de minister, die nog even een hand komt geven. Dat waarderen wij altijd enorm, staatsrechtelijk gezien. Wij hebben drie sprekers van de zijde van de Kamer. De eerste spreker staat reeds in de startblokken om het maar even in sporttermen te gieten. Dat is de heer Rudmer Heerema van de fractie van de VVD. Als de vorige minister haar gesprek wil beëindigen en de heer Paternotte wil gaan zitten, dan gaan wij luisteren naar de heer Rudmer Heerema van de VVD. Hij heeft zoals alle deelnemers drie minuten spreektijd. Herstel, twee. Het woord is aan hem.

De heer Rudmer Heerema (VVD):

Voorzitter, dank u wel. We hebben een goed algemeen overleg Sport gehad. Naar aanleiding van het algemeen overleg heb ik een motie, die ik graag aan de Kamer en de minister wil voorleggen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland steeds mooiere en grotere sportevenementen met positief resultaat organiseert, zoals het WK beachvolleybal, het EK atletiek, het WK hockey en een aantal andere;

constaterende dat in het regeerakkoord structureel 5 miljoen euro extra wordt vrijgemaakt voor de organisatie van sportevenementen;

overwegende dat om in aanmerking te komen voor de organisatie van grotere topsportevenementen, zoals bijvoorbeeld het WK volleybal, het WK atletiek en het WK zwemmen, de mogelijkheden van het beleidskader topsportevenementen onvoldoende toereikend is;

verzoekt de minister om het beleidskader topsportevenementen te verruimen zodat Nederland bij het aandienen van de mogelijkheid tot organisatie van in ieder geval het WK volleybal, het WK atletiek en het WK zwemmen een serieuze kans maakt het bid te winnen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Rudmer Heerema, Diertens en Bruins Slot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 187 (30234).

Dan mevrouw Diertens van D66.

Mevrouw Diertens (D66):

Voorzitter, dank u wel. Ik dank de minister voor zijn antwoorden in de tweede termijn en ik ben blij dat hij heeft toegezegd een brief te sturen over de samenhang tussen het preventieakkoord en het sportakkoord en de concrete acties. Het is heel belangrijk dat deze twee akkoorden goed op elkaar gaan aansluiten. Bij de verdere uitwerking van het sportakkoord wordt aangesloten op bestaande structuren. Dat is precies de goede aanpak. Het is ook goed dat de minister in gesprek is met zorgverzekeraars over betere protheses voor opgroeiende kinderen. Qua protheses is er in mijn ogen ook een rol weggelegd voor gemeenten, ook in relatie tot het sportakkoord. Daarom heb ik de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat op dit moment jonge kinderen met een beperking, omdat ze snel groeien, vaak een goedkope en "logge" prothese krijgen aangemeten;

overwegende dat bewegen voor kinderen met een beperking lastiger is dan voor kinderen zonder beperking;

overwegende dat daardoor het risico op een bewegingsachterstand en de kans op overgewicht toenemen;

overwegende dat een goede, lichte prothese kinderen met een beperking kan helpen om beter te bewegen;

verzoekt de minister in het kader van de uitwerking van het sportakkoord met gemeenten in gesprek te gaan over protheses voor kinderen, met als doel het beschikbaar stellen van sportprotheses voor opgroeiende kinderen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Diertens. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 188 (30234).

Dan mevrouw Westerveld van de fractie van GroenLinks.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Voorzitter, dank. We hebben inderdaad een mooi debat gehad over het sportakkoord, maar over een paar dingen zijn we nog niet helemaal tevreden en daar wil ik een aantal moties over indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat mensen moeten kunnen sporten in een veilige omgeving;

constaterende dat slechts 44% van de sportverenigingen een aed heeft;

overwegende dat een aed van levensbelang kan zijn bij calamiteiten;

verzoekt de regering een plan op te stellen zodat bij alle sportverenigingen een aed aanwezig is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Westerveld. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 189 (30234).

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

We hebben het vorig jaar in een debat al gehad over het belang van aed's. Toen vertelde de minister dat hij aan de gang wilde gaan om vrijwilligers te trainen. Daar hebben we nou weer naar gevraagd en daar is bijna geen reactie op gekomen, of de reactie was eigenlijk: ik moet dit nog opzoeken. Inmiddels krijgen we iedere keer opnieuw berichten te horen over mensen die in elkaar zakken. Vandaar dat we deze motie hebben ingediend.

Dan mijn tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat agressie in het amateurvoetval een groot probleem is;

constaterende dat de laatste jaren veel aandacht is voor omgangsvormen en gedrag, maar onduidelijk is wat de resultaten zijn;

constaterende dat veel incidenten op en langs sportvelden niet officieel worden gemeld en hierdoor geen helder beeld is van het aantal incidenten;

verzoekt de regering om te onderzoeken wat het aantal daadwerkelijke incidenten is en, als dat nodig blijkt, met de KNVB maatregelen voor te stellen om de meldingsbereidheid te verhogen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Westerveld. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 190 (30234).

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Dan de laatste motie, voorzitter, die over veiligheid en grensoverschrijdend gedrag in de sport gaat.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een op de drie sporters met een beperking en een op de vier Ihbtq-sporters seksueel grensoverschrijdend gedrag hebben ervaren;

overwegende dat deze groepen een groter risico lopen dan andere sporters;

constaterende dat voor sporters met een beperking en lhbtq-sporters geen beleid is opgesteld door NOC*NSF en door het ministerie;

constaterende dat de Kamer jaarlijks wordt bijgepraat over het prevalentieonderzoek;

verzoekt de regering om in dit onderzoek specifiek in te gaan op sporters met een beperking en Ihbtq-sporters,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld en Özütok. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 191 (30234).

De voorzitter:

Dank u wel. Zal ik een paar minuutjes schorsen zodat de minister naar de moties kan kijken? Nee? Hij heeft goed geluisterd. Dat siert hem. Het woord is aan de minister.

Minister Bruins:

Voorzitter. Vijf moties. Ik loop ze graag even langs. De eerste motie komt van de zijde van de VVD-fractie, van de heer Heerema. Deze motie verzoekt de minister om het beleidskader topsportevenementen te verruimen zodat Nederland bij het aandienen van de mogelijkheid tot organisatie van in ieder geval drie WK's een serieuze kans maakt om de bid te winnen. Het huidige beleidskader loopt dit jaar af en wordt geëvalueerd. Het nieuwe beleidskader moet per 1 januari starten. Als ik het dictum zo mag lezen dat ik bij de evaluatie van het bestaande beleid kan kijken hoe ik dit probleem kan oplossen, zodat ik de verruimingsmogelijkheden kan zoeken, ben ik graag bereid om dat te doen en laat ik het oordeel aan de Kamer. Ik vind het wel netjes dat ik eerst die evaluatie doe. Die verwacht ik in september. Dat is op tijd om de bid in te dienen voor de WK's waarnaar de indiener verwijst.

De heer Rudmer Heerema (VVD):

Ik kan mij goed voorstellen dat als de evaluatie binnen is en deze motie "oordeel Kamer" krijgt, de minister bij de evaluatie denkt: o, wacht even, er is ook nog een motie aangenomen door de Kamer, laat ik die ergens in elkaar proberen te schuiven. Ik denk dat dat een goede oplossing is. Prima dus.

Minister Bruins:

Dat was "oordeel Kamer" voor de motie op stuk nr. 187. Dan de motie die door de D66-fractie is ingediend over een betere prothese voor kinderen. Die verzoekt de minister in het kader van de uitwerking van het sportakkoord met gemeenten in gesprek te gaan over protheses voor kinderen, met als doel het beschikbaar stellen van sportprotheses voor opgroeiende kinderen. Ook deze motie wil ik van "oordeel Kamer" voorzien. Gemeenten zijn een logische partij. We hebben het erover gehad in het AO. De ene gemeente doet dat al echt heel goed, maar er zijn ook gemeenten die in hun rol niet zo erg de prothese voor ogen hebben, maar bijvoorbeeld de rolstoel. Ik vind dit een hele logische vraag en kan me er goed in vinden. Daarom "oordeel Kamer".

Dan de moties die zijn ingediend van de zijde van de GroenLinksfractie, door mevrouw Westerveld. De motie over aed's bij sportverenigingen wil ik ontraden, omdat ik van mening ben dat per sportaccommodatie of per sportpark een aed mij veel logischer lijkt dan per sportvereniging. In het verlengde van die opmerking zijn het de gemeenten die aan zet zijn om een aed-plan voor de verschillende locaties op te stellen. Vandaar het ontraden van deze motie.

Zal ik maar even doorgaan, voorzitter?

De voorzitter:

Ja, doet u ze allemaal maar even achter elkaar, dat scheelt ook weer tijd.

Minister Bruins:

Dan de motie op stuk nr. 190. Hierin wordt de regering verzocht om te onderzoeken wat het aantal daadwerkelijke incidenten is en, als dat nodig blijkt, met de KNVB maatregelen voor te stellen om de meldingsbereidheid te verhogen. Deze gaat over de aanpak van agressie in amateurvoetbal. Wat mij betreft moet de focus op preventieve maatregelen liggen en niet op het zo helder mogelijk krijgen van het aantal gemelde of niet-gemelde incidenten. De melding is een middel en geen doel op zich. Als ik de motie zo mag lezen dat het inderdaad gaat om het onderzoeken hoe de meldingsbereidheid als middel kan worden vergroot, vind ik dat een sympathiek idee. Als ik die lezing mag hanteren, geef ik de motie "oordeel Kamer".

Tot slot de motie op stuk nr. 191 waarin aandacht wordt gevraagd voor sporters met een beperking en lhbtq-sporters in het prevalentieonderzoek. Die motie ontraad ik. Bij de registratie van dergelijke meldingen wordt geen rekening gehouden met specifieke doelgroepen. Datzelfde geldt voor onderzoek onder sporters. Bovendien denk ik dat het ongepast is om naar iemands seksuele geaardheid en/of beperkingen te vragen als iemand melding maakt van grensoverschrijdend gedrag. Ik vind het verzoek dat in de motie is besloten onwenselijk en onuitvoerbaar. Ik sta een beleid voor waarin we inclusief willen werken en denken. De motie op stuk nr. 191 ontraad ik dus.

De voorzitter:

Dank u wel. Tot zover dit debat. Een korte vraag nog van mevrouw Westerveld.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Ja, over twee moties, als u mij toestaat, voorzitter. De eerste motie gaat over aed's op sportverenigingen. Ik wil de minister nogmaals meedelen dat een aed levens kan redden en dat er regelmatig berichten in het nieuws komen. Zo'n twee maanden geleden nog heeft degene waarover het ging het overleefd omdat de sportvereniging een aed had. Dit is de minister voor Medische Zorg, dus ik wil hem vragen om nog even goed naar de motie te kijken.

Minister Bruins:

Ik heb gekeken, gelezen. Dat heb ik goed gedaan. Ik vind het idee om aandacht te vragen voor het gebruik van de aed natuurlijk sympathiek. Ik wil NOC*NSF in een gesprek best vragen om hier samen met de sportbonden of de Hartstichting meer informatie over te geven. Dat is alleen niet het dictum van de motie.

De voorzitter:

Prima. Dat lijkt me helder.

Mevrouw Westerveld, afrondend, kort, puntig?

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Mijn laatste motie verzoekt om in het onderzoek specifiek in te gaan op kwetsbare groepen. De commissie-De Vries heeft dat gedaan en constateert dat er een aantal heel kwetsbare groepen zijn. Maar liefst één op de drie mensen met een beperking geeft aan in zijn sportcarrière te maken te hebben gehad met grensoverschrijdend gedrag. Dat is nogal wat! Het enige wat wij via die motie vragen is om ons in het onderzoek, dat toch al wordt gedaan, een update over deze groep te geven, zoals de commissie-De Vries ook al doet.

Minister Bruins:

Dit is een herhaling van de vraag. Ik geef ook hetzelfde antwoord. Ik vind het ongepast om naar iemands seksuele geaardheid of beperking te vragen als iemand melding maakt van grensoverschrijdend gedrag. Ik wil daar dus geen aparte categorie in het onderzoek van maken.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Morgen stemmen wij over deze moties. Tot zover dit debat. We gaan meteen door met het VAO Pakketbeheer.