4 Mensenhandel

Aan de orde is het VAO Mensenhandel (AO d.d. 16/02). 

De heer Van Nispen (SP):

Voorzitter. Het gaat niet goed met de bestrijding van mensenhandel. Dat heeft allerlei oorzaken, maar het is wel een groot probleem. Ik heb daarvoor twee moties opgesteld. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de aandacht voor de bestrijding van mensenhandel afneemt doordat meer capaciteit is ingezet op terrorismebestrijding, radicalisering en mensensmokkel; 

overwegende dat politie en OM hebben gewaarschuwd voor het wegzakken van de aandacht voor mensenhandel, de Nationaal Rapporteur Mensenhandel hierover aan de bel trekt en ook het Strategisch Overleg Mensenhandel waarschuwt dat de extra 1 miljoen euro onvoldoende is om achterstanden weg te werken en de groeiende problematiek van mensenhandel effectief te kunnen bestrijden; 

van mening dat deze ontwikkelingen moeten leiden tot het voortschrijdend inzicht dat extra inzet nodig is; 

verzoekt de regering, in overleg te gaan met de nationale politie, het OM, de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en het Strategisch Overleg Mensenhandel om te bespreken wat nodig is om ervoor te zorgen dat mensenhandel effectiever kan worden bestreden en dat dit een prioriteit blijft; 

verzoekt de regering voorts, de Kamer hierover binnen een maand te informeren en daarbij tevens concreet aan te geven op welke wijze het extra toegezegde geld wordt ingezet om onder andere de capaciteit voor de bestrijding van mensenhandel uit te breiden, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Nispen en Volp. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 153 (28638). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat potentiële slachtoffers van mensenhandel in de praktijk vaker kiezen voor een aanvraag asiel in plaats van, of parallel aan, een aanvraag verblijfsregeling mensenhandel omdat zij daarmee betere rechtsbescherming krijgen; 

overwegende dat er hierdoor minder aangiftes dan mogelijk worden gedaan en de verblijfsregeling mensenhandel daarmee te weinig voldoet aan de gestelde doelstellingen, namelijk slachtoffers beschermen en daders vervolgen; 

verzoekt de regering, in het kader van een effectieve aanpak van mensenhandel te bezien of er een betere invulling van de B8/3-procedure mogelijk is om dezelfde rechtsbescherming die de asielregeling biedt aan slachtoffers van mensenhandel te bewerkstelligen, waardoor aangiftebereidheid als onderdeel daarvan wordt vergroot, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Nispen en Volp. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 154 (28638). 

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Voorzitter. Dat we het eerste debat op de laatste dag van deze Kameragenda kunnen hebben over een onderwerp dat u ook zo aan het hart gaat, is toch wel mooi. We hebben een goed overleg gehad over de aanpak van mensenhandel, waarin we onze zorgen hebben uitgesproken over het feit dat we toch zien dat er heel veel niet boven water komt aan meldingen en aangiftes. We hebben ook uitvoerig gesproken over de Nationaal Rapporteur Mensenhandel, die aangeeft dat ze eigenlijk wel wat meer zicht zou willen hebben op de mensenhandel die soms overgaat in mensensmokkel, en andersom. Wij hebben het de lange arm van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel genoemd, die wij haar zouden willen geven. Daarover gaat de volgende motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de Nationaal Rapporteur Mensenhandel in navolging van rapporten van de International Organization for Migration (IOM) en de Inspectie Veiligheid en Justitie heeft aangegeven dat onvoldoende signalen worden verzameld over mensenhandel in de migratie- en vluchtelingenstroom; 

overwegende dat daarom door de Nationaal Rapporteur aan de regering is aanbevolen maatregelen te treffen waardoor het herkennen van signalen van mensenhandel binnen de migratie- en vluchtelingenstroom beter kan worden gewaarborgd; 

verzoekt de regering, hiertoe in overleg te gaan met de Nationaal Rapporteur Mensenhandel, in het bijzonder over de rol die de rapporteur hierin kan vervullen, en de Kamer te berichten over de te nemen maatregelen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Toorenburg en Van Nispen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 155 (28638). 

Mevrouw Volp (PvdA):

Voorzitter. We hebben dit belangrijke onderwerp in de afgelopen drieënhalf jaar waarin ik in de Kamer zat, altijd Kamerbreed besproken en we hebben hierin samen opgetrokken. Ik dien één motie in, omdat de Partij van de Arbeid zich zorgen maakt over de kennis en expertise inzake de uitbuiting van minderjarigen in de criminaliteit. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat uitbuiting van minderjarigen in de criminaliteit net als andere vormen van mensenhandel een zwaar vergrijp is; 

constaterende dat kennis en expertise over uitbuiting van minderjarigen in de criminaliteit nog beperkt aanwezig zijn bij professionals die met deze vorm van uitbuiting in aanraking kunnen komen, en signalering daarom achterwege blijft; 

overwegende dat het genereren van bredere bekendheid van het fenomeen criminele uitbuiting een eerste stap moet zijn in het verder brengen van de signalering en aanpak ervan; 

constaterende dat de kennis en expertise die nu beperkt aanwezig zijn, meer ingebed moeten worden binnen organisaties en bij professionals, en de ervaringen uit het opsporingsonderzoek en de integrale aanpak van 13 Oceans daar een bijdrage aan kunnen leveren; 

verzoekt de regering, binnen een maand de Kamer te informeren op welke wijze kennis en expertise over uitbuiting van minderjarigen in de criminaliteit door samenwerking met gemeentes en andere partners wordt geborgd en specifiek hoe de werkende aanpak van 13 Oceans daarbij wordt gebruikt; 

verzoekt de regering tevens, de Kamer te informeren op welke wijze het extra toegezegde geld wordt ingezet in de strijd tegen uitbuiting van minderjarigen in de criminaliteit, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Volp en Van Nispen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 156 (28638). 

De voorzitter:

We wachten heel even totdat de minister ook de laatste motie heeft ontvangen. 

Minister Blok:

Voorzitter. In de motie-Van Nispen/Volp op stuk nr. 153 wordt de regering verzocht om in overleg te gaan met alle betrokken partijen om te bespreken wat nodig is om ervoor te zorgen dat mensenhandel effectiever kan worden bestreden en een prioriteit blijft. De regering wordt tevens verzocht om de Kamer hierover binnen een maand te informeren en daarbij concreet aan te geven op welke wijze het extra toegezegde geld kan worden ingezet om onder andere de capaciteit voor de bestrijding van mensenhandel uit te breiden. Ik kan deze motie eigenlijk op twee manieren lezen. Als ik de motie zo mag lezen dat het extra beschikbare geld dat bij de begroting is toegekend, door mij wordt voorzien van een toelichting richting de Kamer over de wijze waarop dit zal worden ingevuld, kan ik het oordeel aan de Kamer laten. Maar als ik de motie zo moet lezen dat er om extra geld wordt gevraagd bovenop datgene wat al is toegekend bij de begroting, moet ik haar als ongedekt ontraden. Misschien kan daar een toelichting op volgen. 

De heer Van Nispen (SP):

In de motie staat niet voor niets het verzoek om in overleg te treden met alle betrokken partijen. Zij hebben van tevoren, voor het algemeen overleg, aangegeven dat die 1 miljoen onvoldoende is om de achterstanden in te halen, laat staan om van de bestrijding van mensenhandel een prioriteit te maken. Zij zeggen nu al: er is extra capaciteit nodig. We kunnen hier niet zomaar de capaciteit uitbreiden, dus wat mij betreft kan de minister de motie als volgt lezen. Hij treedt in overleg met de partijen en hij komt binnen een maand met een eerlijke terugkoppeling van wat er uit dat overleg is gekomen. Het moet niet per definitie binnen de bestaande capaciteit, want er is ook zoiets als voortschrijdend inzicht. Op die manier kan de minister wat mij betreft de motie lezen. 

Minister Blok:

Dat maakt het moeilijk. Nogmaals, ik ben graag bereid om te rapporteren over hoe we het ingezette extra geld beschikbaar stellen. Ik kan echter niet, ook niet op grond van overleg, net doen alsof ik kan treden buiten de ruimte die de begroting mij biedt. Ik vrees dat ik met deze toelichting de motie moet ontraden. Maar, nogmaals, ik ben graag bereid om, zoals mij ook in een andere motie wordt gevraagd, de Kamer te informeren over wat we precies gaan doen met het extra geld. Maar ik vrees dat ik deze motie moet ontraden. Ik had gehoopt de heer Van Nispen en mevrouw Volp tegemoet te komen. 

In de motie op stuk nr. 154 wordt de regering verzocht om in het kader van een effectieve aanpak van mensenhandel te bezien of er een betere invulling van de B8/3-procedure mogelijk is om dezelfde rechtsbescherming die de asielregeling biedt aan slachtoffers van mensenhandel te bewerkstelligen, waardoor de aangiftebereidheid als onderdeel daarvan wordt vergroot. Het is staand beleid dat er bij afwijzing van een asielverzoek ambtshalve een toets op mensenhandel plaatsvindt en dat zo nodig de mogelijkheid wordt geboden om in afwachting van het oordeel daarover in Nederland te verblijven. Het vermengen van een verblijfsstatus op basis van asiel en een verblijfsstatus gekoppeld aan mensenhandel vind ik echter onwenselijk. Ook in de Europese regelgeving wordt een heel duidelijk onderscheid gemaakt tussen een verblijfsstatus op basis van asiel en een verblijfsstatus op andere gronden. Ik vrees dus dat ik per saldo deze motie moet ontraden. 

De heer Van Nispen (SP):

In dit geval vraag ik me wederom af of de minister de tekst van de motie precies zo leest als het er staat. Er staat namelijk: "te bezien" op welke wijze ervoor gezorgd kan worden dat aangifte wordt gedaan, dat de aangiftebereidheid wordt vergroot, dat niet alleen de slachtoffers worden beschermd maar ook de daders worden opgespoord. Het gaat om het verzoek om dat te bezien, om de problematiek te onderkennen en om met een oplossing daarvoor te komen. 

Minister Blok:

Ik deel de ambitie om te komen tot een grotere aangiftebereidheid. Ik lees hier echter in het dictum van de motie: "een betere invulling van de B8/3-procedure mogelijk is om dezelfde rechtsbescherming die de asielregeling biedt aan slachtoffers van mensenhandel te bewerkstelligen". Dan heeft het dus wel degelijk betrekking op het verblijfsrecht. Die vermenging vind ik onwenselijk. 

In de motie van mevrouw Van Toorenburg en de heer Van Nispen op stuk nr. 155 wordt de regering verzocht om in overleg te gaan met de Nationaal Rapporteur Mensenhandel, in het bijzonder over de rol die de Rapporteur hierin kan vervullen, en de Kamer te berichten over de te nemen maatregelen Ik ben sowieso van plan om een afspraak te maken met de Nationaal Rapporteur. Volgens mij staat dat zelfs al in de agenda. Ook hierbij luistert het nauw. Ik ben gebonden aan de bestaande begroting. Ik kan op grond van dit overleg geen toezeggingen doen die niet binnen de begroting passen. Als ik het zo mag uitleggen, dan laat ik het oordeel over deze motie aan de Kamer. Als hierachter de wens zou zitten om de begroting op te rekken, dan moet ik de motie ontraden. 

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Terecht geeft de minister dat aan. Het past hem om dat te doen. Ik vind het belangrijk dat we daarover bericht krijgen. Dan kan de Kamer de keuzes maken die mogelijk moeten worden gemaakt. Dat zou ik zeer ondersteunen. Het gaat ons erom dat er specifiek wordt gesproken over de behoefte om een lange arm te hebben om daarin te kunnen optreden. Dat hoor ik graag van de minister. In dit kader wil ik nog één vraag stellen. Ik weet van de Nationaal Rapporteur dat zij zich — net zoals de heer Van Nispen en mevrouw Volp in hun motie — echt zorgen maakt over het feit dat kwetsbare mensen vrij automatisch het asielcircuit in worden geduwd omdat advocaten daar ook meer in thuis zijn. Wil de minister ook over dit punt spreken? Dat is eigenlijk ook de reden waarom de heer Van Nispen en mevrouw Volp die motie hebben ingediend. Dat maakt die motie voor het CDA ook zo sympathiek, want daar zit de pijn. Men komt bijna niet bij die bescherming op grond van het zijn van slachtoffer omdat advocaten eigenlijk iemand het asieltraject in trekken. 

Minister Blok:

In die bespreking zal ik dit onderwerp graag meenemen. Ik neem trouwens aan dat mevrouw Dettmeijer daar zelf ook over zal beginnen. Ik begrijp dat ik deze motie zo mag uitleggen dat ik binnen de begrotingsregels dat gesprek inga en daarover de Kamer rapporteer. Dan laat ik het oordeel erover aan de Kamer. 

Ik kom op de motie op stuk nr. 156, van mevrouw Volp en de heer Van Nispen. Daarin wordt de regering verzocht, de Kamer binnen een maand te informeren over de wijze waarop kennis en expertise over uitbuiting van minderjarigen in de criminaliteit door samenwerking met gemeentes en andere partners worden geborgd, en specifiek over de manier waarop de werkende aanpak van 13 Oceans daarbij wordt gebruikt. De indieners verzoeken de regering tevens, de Kamer te informeren over de wijze waarop het extra toegezegde geld wordt ingezet in de strijd tegen de uitbuiting van minderjarigen in de criminaliteit. Naar dat laatste dictum verwees ik zonet al. Hoe gaan we het geld inzetten dat we nu extra beschikbaar hebben? Daarover informeer ik de Kamer graag. Ook het andere verzoek willig ik graag in. Deze motie laat ik dus aan het oordeel van de Kamer. 

Voorzitter, hiermee hoop ik op alle moties te hebben gereageerd. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het eind gekomen van dit VAO. Over de ingediende moties zullen we vandaag aan het eind van de dag stemmen. 

Naar boven