8 Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Op verzoek van de aanvrager stel ik voor het dertigledendebat over het bezoek van het kabinet aan de Palestijnse gebieden en Israël van de lijst af te voeren.

Op verzoek van de PvdA-fractie benoem ik in de commissie voor de Rijksuitgaven het lid Cegerek tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Marcouch en in de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid het lid Otwin van Dijk tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature.

Op verzoek van het lid Thieme stel ik voor, haar motie op stuk nr. 140 (31389) opnieuw aan te houden. Dat betekent dat de in artikel 69, tweede lid, van het Reglement van Orde genoemde termijn van twee maanden voor deze motie opnieuw gaat lopen. Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda:

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Van Klaveren van de PVV.

De heer Van Klaveren (PVV):

Voorzitter. Afgelopen donderdag was in een reportage te zien dat de islamitische Gülenbeweging meer dan 100 studiehuizen heeft waar leerlingen worden geïndoctrineerd met de islamitische ideologie. Er werd zelfs gesteld dat leerlingen geslagen worden als zij niet meebidden. Bovendien wordt hun antiwesters lesmateriaal voorgeschoteld. De minister van SZW voert momenteel een onderzoek uit naar parallelle gemeenschappen, maar neemt deze foute club daarin expliciet niet mee. De PVV heeft al vaker gewezen op het gevaar van Gülen en wil dat deze club nu eindelijk wordt aangepakt. Vandaar dat wij een debat aanvragen.

De voorzitter:

De heer Klaveren verzoekt om steun voor het voeren van een debat.

De heer Segers (ChristenUnie):

Het zou goed zijn om meer informatie te krijgen, een reactie in een brief. Er vindt echter ook een onderzoek plaats naar parallelle gemeenschappen. Wat mij betreft wachten wij op dat rapport en betrekken wij die informatie bij een debat daarover.

De voorzitter:

Op dit moment verleent u dus geen steun voor het debat. Begrijp ik dat goed?

De heer Segers (ChristenUnie):

Nee, op termijn wel, maar dan willen wij het betrekken bij het onderzoek naar de parallelle samenleving.

De voorzitter:

Op dit moment dus niet.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Dat lijkt mij een goede route, maar wij zouden wel graag een brief krijgen met een reactie hierop om te bezien hoe de stand van zaken is. Dan kunnen wij alsnog beslissen om het debat te steunen. Op dit moment verlenen wij dus geen steun.

De voorzitter:

Op dit moment verleent u dus geen steun, maar u ontvangt wel graag een brief met nadere uitleg.

Mevrouw Karabulut (SP):

Ik heb geen behoefte aan alweer een onderzoek. Dit zijn weer nieuwe feiten. Er wordt al jaren weggekeken. Ik zou heel graag willen dat de minister de schriftelijke vragen die ik inmiddels heb gesteld, beantwoordt en dat wij dan inderdaad een debat voeren.

De voorzitter:

Steun voor het debat dus.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Mijn fractie verleent geen steun voor dit verzoek. Er loopt al onderzoek naar de parallelle samenleving. Dat kan hier prima bij betrokken worden.

De heer Azmani (VVD):

Volgens mij is er sowieso wel steun voor een dertigledendebat. Mijns inziens moet er wel een gefundeerd verslag zijn voor een echt debat op dit punt. Ik heb zelf ook schriftelijke vragen gesteld naar aanleiding van die uitzending. Laten wij dit punt meenemen in de procedurevergadering. Laten wij daar bekijken wat het juiste moment, de juiste timing, is om dit debat daadwerkelijk constructief met elkaar te kunnen voeren. Op dit moment geen steun voor dit debat dus.

De heer Van Weyenberg (D66):

Ook de fractie van D66 verleent geen steun. Ik sluit mij aan bij de woorden van de heren Segers en Heerma.

Mevrouw Yücel (PvdA):

Wij krijgen continu berichten uit de media dat er allerlei studentenhuizen zijn. De zorgen van de PVV delen wij dus. Wij vinden ook dat het tijd is voor een debat, alleen de timing is net iets te vroeg, denk ik. Nu moeten wij dat debat voeren op basis van mediaberichten, terwijl er ook onderzoeken lopen. Ik denk dat het voorstel van de VVD goed is. Laten wij in de procedurevergadering even goed bekijken wat er ligt aan informatie vanuit het ministerie en dan het debat plannen.

De voorzitter:

Mijnheer Van Klaveren, u hebt niet de steun van de meerderheid. Oh, sorry, mijnheer Bontes.

De heer Bontes (Bontes):

Graag help ik de heer Van Klaveren aan een dertigledendebat, want hij heeft er nu maar 29. Het is een urgent onderwerp. Er zijn nieuwe feiten. Ik steun dus zijn verzoek om een debat.

De voorzitter:

Mijnheer Van Klaveren, u hebt niet de steun van de meerderheid voor het houden van een meerderheidsdebat. U hebt wel de steun, zoals de heer Bontes zojuist heeft uitgesproken, van ten minste 30 leden voor het houden van een dertigledendebat over dit onderwerp.

De heer Van Klaveren (PVV):

Dan hebben wij in ieder geval een dertigledendebat. Dat is mooi. Daarbij wil ik mijn collega's meegeven dat het onderzoek naar parallelle gemeenschappen, zoals ik net ook al aangaf, juist niet gaat over de Gülenbeweging. Het heeft dus weinig zin om dat onderzoek af te wachten op dit punt. Maar boek het dertigledendebat zo snel mogelijk in, voorzitter.

De voorzitter:

Ik zal mijn best doen om het zo snel mogelijk te agenderen. Ik zal het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet voor de gevraagde reactie. De spreektijd zal drie minuten per fractie bedragen.

Ik geef nu het woord aan de heer De Roon.

De heer De Roon (PVV):

Voorzitter. De bestuursvoorzitter van de vliegtuigfabrikant Lockheed Martin heeft ons vorige week laten weten dat Nederland voor 1 tot 3 miljard dollar minder aan tegenorders moet verwachten voor het JSF-project. Daar komt nog bij dat er aanwijzingen zijn dat een aantal landen onderling een deal zou hebben gesloten om elkaar zo veel mogelijk van die tegenorders toe te spelen, elkaar dus de bal toe te spelen. Genoemd worden: het Verenigd Koninkrijk, Italië en Noorwegen. Daardoor zal Nederland bij die tegenorders achter het net vissen. Gelet op de grote economische belangen voor Nederland — ik zei het al: 1 miljard tot 3 miljard dollar — lijkt het mij zinnig om hierover in deze zaal een debat te voeren met de minister van Economische Zaken en de minister van Defensie.

De voorzitter:

Een verzoek om steun voor het houden van een debat met de ministers van Economische Zaken en van Defensie over tegenvallende tegenorders voor de JSF.

Mevrouw Hachchi (D66):

Er zijn meer vragen te stellen over de JSF. De werkgelegenheid is een van de vele wankele beloften. De fractie van D66 heeft ook behoefte aan een debat. U hebt dat ook gemerkt, voorzitter. Ik stel de heer De Roon voor om er één debat van te maken, het JSF-debat, waarin werkgelegenheid maar ook andere beloften aan bod kunnen komen. Dan steunt mijn fractie zijn verzoek.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Ik ben het eens met het voorstel van mevrouw Hachchi: zowel de technische gebreken als de werkgelegenheid als de vele andere problemen graag in één debat.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Geen steun voor een debat, wel voor de vraag om een brief om helderheid te verkrijgen.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

De fractie van GroenLinks denkt dat het een heel goed idee is om nog eens de gelegenheid aan te grijpen om te kijken of het kabinet op zijn schreden zou willen terugkeren. Dan zou inderdaad behalve de minister van Economische Zaken ook de minister van Defensie bij het debat aanwezig moeten zijn. Ik sluit dus aan bij de inbreng van mevrouw Hachchi van D66.

De heer Vuijk (VVD):

Ik heb kennisgenomen van dat interview. Ik heb gezien dat zowel het bedrijfsleven als de minister van Economische Zaken afstand heeft genomen van wat daarin is gezegd. De VVD-fractie heeft daarom geen behoefte aan een debat noch aan een brief.

Mevrouw Eijsink (PvdA):

De Kamer heeft afgelopen woensdag naar aanleiding van een verzoek van de fractie van D66 een brief gevraagd over een rapport dat vorige week maandag is uitgekomen. De Kamer heeft gevraagd, die brief binnen twee weken te ontvangen. Ik wil die brief afwachten. Daarom steun ik het verzoek van de heer De Roon niet. Ik wil de uitkomst van de afspraak van vorige week afwachten. Dat verzoek heeft betrekking op een rapport dat jaarlijks naar de Kamer gaat. Dan is de Kamer weer aan zet.

De voorzitter:

Mijnheer De Roon, u hebt op dit moment geen steun van een meerderheid voor het houden van een debat, u hebt wel voldoende steun van ten minste dertig leden op voorwaarde dat er tijdens dat debat over meer onderwerpen wordt gesproken dan alleen het onderwerp dat u hebt geagendeerd.

De heer De Roon (PVV):

Ja, voorzitter. Het is duidelijk en heel begrijpelijk dat de regeringspartijen aan het verzoek om hierover in deze zaal te debatteren, geen steun verlenen, want het is een slechtnieuwsbericht voor het kabinet en voor de coalitie. Ik ben blij met de steun van een aantal oppositiepartijen voor mijn voorstel. Ik zet mijn verzoek om een debat dan ook graag om in een verzoek om een dertigledendebat. Ik wil dat uitbreiden met de onderwerpen die mevrouw Hachchi vorige week al aan de orde heeft gesteld, zoals de technische problemen met de JSF. Op die manier komen wij er wel uit.

De voorzitter:

Ik zal dit debat toevoegen aan de lijst en ik zal proberen het zo snel mogelijk te agenderen met spreektijden van drie minuten per fractie. Omdat er daarnaast om een brief is gevraagd, zal ik het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet.

Ik geef het woord aan mevrouw Kooiman van de SP.

Mevrouw Kooiman (SP):

Voorzitter. Stichting Het Vergeten Kind heeft afgelopen week terecht actie gevoerd omdat er nog steeds 32.000 kinderen in vaak kille en koude klinische opvangcentra zitten. Zij zitten vaak ook te lang in de crisisopvang en zij krijgen helaas niet altijd de begeleiding die zij nodig hebben. Soms komen zij in de daklozenopvang terecht, waar kinderen gewoonweg niet thuishoren.

Vorig jaar is hier ook al aandacht aan besteed. Het kabinet beloofde beterschap, maar wij zijn nu een jaar verder en nog steeds is er te weinig tot niets gebeurd. Er staat een bezuiniging van een half miljard op de jeugdzorg voor de deur. Het is dus tijd voor een debat met de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opdat nu eens werkelijk actie wordt ondernomen.

De voorzitter:

Een verzoek om steun voor het houden van een debat over de sobere opvangcentra voor kinderen.

Mevrouw Bergkamp (D66):

Vorige week was de Dag van het Kind. Wij hebben toen een petitie ondertekend, volgens mij Kamerbreed. Er zijn vijf wensen waarvan er nu één door mevrouw Kooiman is genoemd. Ik stel voor dat het kabinet de Kamer een brief stuurt waarin wordt ingegaan op alle vijf wensen van de Dag van het Kind. Op basis daarvan kunnen wij bezien of wij in een algemeen overleg of in een breed debat daarover met elkaar kunnen spreken. Ik geef dus in ieder geval steun aan het verzoek om het debat, maar dan wel met toevoeging van de vier andere onderwerpen.

De voorzitter:

Steun voor het debat dus.

Mevrouw Keijzer (CDA):

Namens het CDA heb ik die verklaring ook ondertekend. Ook van de CDA-fractie van harte steun voor het debat, waarbij ik de woorden van mevrouw Bergkamp onderschrijf om van het kabinet te horen hoe een en ander zich verhoudt tot het beleid.

Mevrouw Ypma (PvdA):

Het is natuurlijk heel triest dat er nog steeds 32.000 kinderen zijn die niet thuis kunnen opgroeien. Het is een heel belangrijk onderwerp, waar ook de PvdA zich heel erg zorgen over maakt. Wij willen graag dat kinderen in huis worden geplaatst. Dit onderwerp is uitgebreid besproken tijdens het debat over de jeugdzorg en het zal ook in het komende AO over de jeugdzorg weer aan bod komen. Daar is het op zijn plaats. Dus een debat is wat ons betreft niet nodig.

De voorzitter:

Geen steun dus.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Als 32.000 kinderen die niet thuis kunnen opgroeien al geen reden meer is om een debat te houden, wat dan wel? Dus van harte steun van GroenLinks.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Wij hebben inderdaad vorige week een petitie gehad waarin duidelijk is gemaakt dat wij dit met elkaar moeten oplossen. Dat betekent niet dat wij hier alleen in de politiek een debat over voeren. Bovendien zit het op verschillende portefeuilles. Dus geen steun voor dit debat op dit moment.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik kan onderschrijven wat de regeringspartijen zeggen: het is allemaal heel erg belangrijk. De Partij voor de Dieren zou daar echter ook de consequentie aan willen verbinden dat wij hierover spreken met het kabinet. Van harte steun voor het verzoek van de SP.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Steun voor het verzoek om een debat, maar bij voorkeur voorafgegaan door een brief met het standpunt van het kabinet.

De voorzitter:

Mevrouw Kooiman, u hebt niet de steun van een meerderheid voor het houden van een debat. U hebt wel de steun van ten minste 30 leden voor het houden van een dertigledendebat.

Mevrouw Kooiman (SP):

Dit kabinet heeft een jaar de tijd gehad om de vijf wensen daadwerkelijk uit te voeren en wat krijgen we hier vandaag? De Partij van de Arbeid en de VVD zeggen: nee, laten we het maar wegstoppen in een ander debat. Ze hebben een jaar de tijd gehad. Er staat een half miljard aan bezuinigingen voor de deur. Ik vind het jammer dat ze vandaag geen kleur bekennen door te zeggen dat zij daar uitgebreid over willen spreken. Dan maar een dertigledendebat. Ik vind het zeer jammer dat daar, met zulke grondige bezuinigingen voor de deur, vandaag geen aandacht aan besteed wordt.

De voorzitter:

Ik zal het debat toevoegen aan de agenda en zo snel mogelijk proberen in te plannen. Ik zal het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet voor de gevraagde reactie. Ik zou het bijna vergeten vast te stellen, maar de spreektijden zijn drie minuten per fractie.

Dan geef ik het woord aan de heer Ulenbelt.

De heer Ulenbelt (SP):

Voorzitter. Mijn verzoek is om de stemmingen onder de punten 3 en 4 van de stemmingslijst over de rechtspositie van ambtenaren uit te stellen en het debat te heropenen. De reden daarvoor is de volgende.

De initiatiefnemers en de minister van Binnenlandse Zaken hebben steeds gezegd dat ambtenaren gelijk behandeld zouden worden aan andere werknemers. Daarbij verwijzen ze naar de nieuwe wetgeving over ontslagrecht van de minister van Sociale Zaken. Wat schrijft die minister? Het lijkt hem voor de hand lijkt liggen dat mensen die bij de overheid om bedrijfseconomische redenen ontslagen worden, anders behandeld zullen worden door de rechter dan normale werknemers. Het kabinet hoort met één mond te spreken. Ik wil dus graag opheldering van het kabinet over deze tegenstrijdigheid. Daarvoor lijkt mij heropening van het debat het juiste middel.

De voorzitter:

Een verzoek tot het heropenen van het debat over de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren.

De heer Van der Linde (VVD):

Geen steun. Wij hebben in drie termijnen gesproken over het wetsvoorstel. Het komt mij voor dat de heer Ulenbelt zijn discussie kan voeren in het kader van de Wet werk en zekerheid.

De heer Schouw (D66):

Ik ben ontzettend blij met de opmerking van de heer Ulenbelt dat gelijke behandeling ook voor hem een punt van zorg is. Dat is, denk ik, winst. De punten die de heer Ulenbelt noemt, kunnen uitstekend geadresseerd worden bij de Wet werk en zekerheid en dus niet meer bij deze wet. Wij steunen het verzoek om heropening dus niet.

De heer Bisschop (SGP):

Dat er onduidelijkheid is, wil nog niet zeggen dat je het debat moet heropenen. Wat mij betreft gaan de stemmingen voor. Bovendien heb ik er zo hunkerend naar uitgezien om eindelijk tegen deze wet te kunnen stemmen, dat ik dat echt wil doen vandaag.

De voorzitter:

Geen steun voor de heropening dus.

De heer Kerstens (PvdA):

Ook van de PvdA-fractie geen steun voor het verzoek van de heer Ulenbelt. De bestuursrechter houdt nu ook rekening met de omstandigheden die in de brief van de minister van Sociale Zaken staan. Dat zal hij straks ook doen. Er is dus geen verschil ten opzichte van de huidige situatie. Sterker nog, ik denk dat ambtenaren bij een bedrijf werken dat niet failliet kan gaan, in tegenstelling tot gewone werknemers. Ik denk dus dat een ambtenaar vaker een vergoeding zal krijgen bij ontslag dan een gewone werknemer. Geen steun voor het debat. De discussie kan worden gevoerd bij de behandeling van de Wet werk en zekerheid.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Alle argumenten zijn gewisseld. Geen steun voor heropening van het debat.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Bij een initiatiefwetsvoorstel wil je de indieners altijd zo veel mogelijk ruimte geven om dat goed af te ronden, maar als een van de fracties nog behoefte heeft aan een korte heropening — ik neem aan dat het de SP daarom gaat — vind ik dat je de collega daartoe ook de gelegenheid moet geven. De Partij voor de Dieren steunt het verzoek dus.

De voorzitter:

Mijnheer Ulenbelt, u hebt geen steun van een meerderheid voor uw verzoek om over te gaan tot heropening van dit debat.

De heer Ulenbelt (SP):

Dat merk ik, maar met uw toestemming zou ik dan een brief willen vragen van de minister van BZK, al was het maar om de uitleg die de minister van Sociale Zaken hier geeft, in de wetsgeschiedenis vast te leggen.

De voorzitter:

Ik zal het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet voor de gevraagde reactie.

Het woord is aan mevrouw Van Tongeren.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Voorzitter. Wij hebben woensdag het debat over de gaswinning in Groningen. Dat gaat onder andere over grote financiële belangen. Nu dacht ik dat ik moeiteloos uit de jaarrekening van de NAM, Shell of ExxonMobil kon halen wat zij zoal verdienen aan die gaswinning uit het Groninger veld, maar die cijfers zijn in het geheel niet beschikbaar. Bij het mailen aan alle public relations officers kreeg ik terug dat deze informatie niet beschikbaar is. Ik zou graag een globaal overzicht willen van minister Kamp — dat hoeft niet tot op de laatste euro — wat de NAM zoal heeft verdiend aan de gaswinning in Groningen, het liefst vanaf het begin, maar als die cijfers niet toegankelijk zijn, voor de laatste tien jaar.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

De CDA-fractie steunt dit verzoek van GroenLinks. Daarnaast heb ik ook nog een rappel voor de minister van Financiën.

De voorzitter:

Dat ga ik even loskoppelen van elkaar, want anders is het te ingewikkeld. Hierna mag u dat rappel doen.

De heer Leegte (VVD):

De NAM is een privaat bedrijf, maar als mevrouw Van Tongeren behoefte heeft aan de cijfers, kan zij gaan naar www.NAM.nl, waar alle jaarverslagen staan. Bovendien staat in de Miljoenennota altijd wat de Staat verdient. Dat is niet wat de NAM oplevert, anders dan winstbelasting, maar wat de maatschap Groningen zou moeten opleveren. Mijn suggestie is om beide dingen te combineren en dat beide dames gaan zoeken op het internet.

Mevrouw Klever (PVV):

Steun voor het verzoek van mevrouw Van Tongeren.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Dit verzoek om informatie kan de ChristenUnie zeker steunen.

De heer Klein (50PLUS):

Ik heb ook gezocht en niet alles kunnen vinden, dus ik steun het verzoek.

De voorzitter:

Je kunt zoeken, maar je kunt ook een brief vragen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik vind het een beetje flauw dat een regeringspartij opnieuw een simpel informatieverzoek afwijst. Volgens mij heeft de heer Leegte zich zojuist gediskwalificeerd als minister van welk departement dan ook in de toekomst. Laten we het gewoon aan de minister vragen en als het inderdaad op internet te vinden is, dan stuurt hij ons heus de URL wel.

De heer Paulus Jansen (SP):

Ik dacht dat het een goed gebruik was dat als een lid om een brief vraagt, die wordt toegestaan. Dat lijkt mij in dit geval ook heel redelijk.

De heer Jan Vos (PvdA):

De Partij van de Arbeid steunt het verzoek om informatie.

De voorzitter:

Mijnheer Jansen, u hebt helemaal gelijk. Daarom maakte ik ook de opmerking dat het ook via een informatieverzoek aan de regering kan. Ik zal het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet. Ik voeg eraan toe dat die brief morgen voor 12.00 uur binnen moet zijn, zodat men in de regeling kan rappelleren, als deze niet goed genoeg zou zijn.

Mevrouw Mulder heeft een aanvullend rappel. Dat staat niet op de lijst, maar dat heeft ook te maken met het debat morgen. Ik geef haar daartoe de gelegenheid.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Hartelijk dank, voorzitter. Het gaat om een verzoek dat wij hebben gedaan aan de minister van Financiën, om de aflopende gasbaten in de oorspronkelijke planning en na het besluit van de regering over de toekomstige gaswinning aan de Kamer te doen toekomen, voor het debat. Dat zouden we ook heel graag morgen voor 12.00 uur willen ontvangen.

De voorzitter:

Ik zal ook het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (SP):

Voorzitter. Ik was in de veronderstelling dat ik u had laten weten dat mijn verzoek kan vervallen. We hebben de desbetreffende brief namelijk binnen.

De voorzitter:

Dat hoor ik graag.

Het woord is aan mevrouw Voortman van GroenLinks.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Voorzitter. Gisteren hebben wij een herzien voorstel aangaande de Wet werk en bijstand en enkele andere wetten ontvangen. Het gaat om honderdduizenden mensen: mensen met een Wajong-uitkering, mensen die afhankelijk zijn van een uitkering. Wij hebben nog heel veel vragen, met name over de dekking. In het kader van de zorgvuldigheid van de wetgeving wil ik u vragen om het debat, dat voor morgen staat gepland, uit te stellen.

De voorzitter:

Het verzoek is om dit debat van morgen uit te stellen.

De heer De Graaf (PVV):

De regering en ook die gedoogpartijen hebben ruim de tijd genomen om hiermee aan de slag te gaan, de gemeenten krijgen straks een halfjaar uitstel om alles in te voeren en wij als Kamer krijgen de brieven en moeten in één dag de stukken lezen. In het kader van de zorgvuldigheid mijn steun voor het verzoek van mevrouw Voortman.

De heer Pieter Heerma (CDA):

In de procedurevergadering over deze wet is herhaaldelijk gesproken over de noodzaak van zorgvuldigheid. De enige reden waarom er druk op deze wet is gezet, is dat deze per 1 juli zou ingaan. Met het akkoord, waarover wekenlang is onderhandeld, is gisteren de hele wet omgegooid. Bovendien is de samenhang met de Participatiewet verder vergroot. Het zou echt heel onzorgvuldig zijn als wij, als wetgever, dit er nu even deze week doorheen zouden jassen. Ik hoop dus dat er ruimte is voor uitstel; niet voor lang uitstel, maar voor voldoende uitstel om deze wet zorgvuldig door de Kamer te kunnen laten behandelen.

De heer Potters (VVD):

We zijn dit debat eind vorig jaar gestart, dus we kunnen morgen verdergaan. We hebben alle schriftelijke rondes gehad. We zijn nu klaar om er echt mee aan de slag te gaan. Geen steun voor dit verzoek.

De heer Kerstens (PvdA):

Ook van mijn kant geen steun voor het verzoek. Het is niet zo dat deze wet helemaal is omgegooid. Er zijn gisteren afspraken gemaakt die onderwerpen betreffen waarvoor een aantal partijen regelmatig hebben gepleit, waaronder die van mij. Morgen en overmorgen hebben we ingepland voor dit debat, dus twee hele dagen. Elke vraag kan dan worden gesteld en beantwoord.

Mevrouw Karabulut (SP):

Je zou haast zeggen: met zo'n constructieve oppositie heb je bijna geen coalitie meer nodig. Er zijn absoluut nog vragen, onder andere over het volgende. De twee coalitiepartijen, de Partij van de Arbeid en de VVD, leggen de wet nogal verschillend uit. De VVD spreekt over ...

De voorzitter:

Mevrouw Karabulut, de vraag ...

Mevrouw Karabulut (SP):

Ik kom tot mijn vraag. De VVD zegt: het is voorbij met ...

De voorzitter:

Mevrouw Karabulut, er is een vraag aan u gesteld, namelijk of u uitstel van het debat wilt of niet.

Mevrouw Karabulut (SP):

Jazeker, en daarbij wil ik een reactie van de staatssecretaris op het meningsverschil tussen de Partij van de Arbeid en de VVD: is de tegenprestatie nu wel of niet verplicht?

De heer Klein (50PLUS):

Volstrekt helder. Gisteravond hebben we nog een laatste nota gekregen. Het lijkt mij meer dan verstandig om even de tijd te nemen voor een zorgvuldige wetgeving, voordat wij dit met elkaar bespreken. We hebben ook donderdagmorgen nog in de planning staan. Wat mij betreft, beginnen we donderdagmorgen.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Dit debat zijn we al in december gestart. Er is al heel veel over gesproken. Er zijn twee dagen voor het debat ingepland. Volgens ons geeft dat voldoende tijd voor een goed debat waarin alle vragen die er nog zijn, kunnen worden gesteld. Geen steun dus.

De voorzitter:

Ik ben de tel kwijt, maar ik geef gewoon het woord aan de heer Bontes.

De heer Bontes (Bontes):

Gisteren een akkoord en morgen alweer een debat. Dat is kort dag, dat is niet zorgvuldig, het proces is niet goed verlopen, dus steun.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Als er een akkoord is, wordt er meestal een debat over dat akkoord aangevraagd. Welnu, dat debat hoeft niet te worden aangevraagd want we hadden dat al gepland; we kunnen er gelijk morgen over spreken. Dat lijkt me een heel goede zaak. Als er verder vragen zijn die opheldering behoeven, kunnen we na de tweede termijn een derde, vierde of vijfde termijn hebben. Dat is in de Kamer allemaal vrij, dus laten we vooral morgen beginnen.

De voorzitter:

Ik heb er behoefte aan om hierop te reageren, maar dat doe ik maar niet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Zal ik dat voor u doen, voorzitter? De ervaring leert dat een verzoek om heropening van een debat, om een derde of vierde termijn, niet altijd wordt gesteund door de coalitiepartijen. Ik zou dus zeggen: laten we verstandig zijn, even wachten, iedereen de gelegenheid geven om de stukken te lezen en het debat pas beginnen als er een zorgvuldige voorbereiding is geweest. Steun dus voor dit verzoek.

De heer Van Weyenberg (D66):

Inderdaad zijn we dit debat in december begonnen. Op een aantal punten waarover toen al van gedachten is gewisseld, zijn nu door de drie partijen forse verbeteringen aangebracht. Ik dank de collega's die dat hebben genoemd, maar wat mij betreft is er geen enkele reden om niet morgen te beginnen. De heer Dijkgraaf zei terecht dat zo'n debat altijd een vervolg kan krijgen.

De voorzitter:

Mevrouw Karabulut heeft nog een aanvullend verzoek.

Mevrouw Karabulut (SP):

Voorzitter. Ik doe toch een beroep op de collega's van alle partijen. Het is waar dat dit debat al heel lang loopt, maar dat er gisteren een nieuw akkoord is gesloten met verstrekkende gevolgen voor honderdduizenden mensen is ook een feit. Dat roept bij ons vragen op. Voor een zorgvuldige behandeling van de wet is het voor het parlement noodzakelijk om ruimte te krijgen om die aanvullende vragen eerst te stellen alvorens over te gaan tot behandeling. We zijn al zo lang bezig, maar laten we het zorgvuldig afmaken. Dus alstublieft collega's — ik kijk ook naar de heer Pechtold — laat de democratie haar werk doen!

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ik wil mij hier heel graag bij aansluiten. We hebben telkens discussie over de zorgvuldigheid van deze wet gevoerd. Het enige argument voor tijdsdruk is altijd geweest dat die wet op 1 juli zou ingaan. Dat is inmiddels niet meer zo. Er is geen enkele reden om op deze manier deze wet door de Kamer heen te jassen. Dit is echt niet zorgvuldig. Ik sluit mij dus aan bij het beroep tot heroverweging om ieder geval de oppositie kort de tijd te gunnen om datgene waarover weken is onderhandeld ook zorgvuldig te bestuderen.

De voorzitter:

Ik neem aan, mijnheer De Graaf, dat u deze oproep wilt ondersteunen?

De heer De Graaf (PVV):

Ja, wij steunen die oproep.

De voorzitter:

Mevrouw Voortman, u hebt niet de steun van de meerderheid voor uw verzoek. Ik wil wel een voorstel aan de Kamer doen, want ik snap heel goed dat dit verzoek is gedaan. Ik stel voor dat u zo snel mogelijk na de stemmingen een extra procedurevergadering met elkaar afspreekt en dat daarin de mogelijkheid wordt geboden om aanvullende vragen, waarvan mevrouw Karabulut zei dat zij gesteld moeten worden, te stellen voor de aanvang van het debat, zodat de antwoorden daarop dan ook naar de Kamer toe komen. We proberen op die manier zo veel mogelijk aan het verzoek tegemoet te komen. Ik kan niet de meerderheid dwingen om iets te doen wat zij niet wil, maar ik kan dit wel namens u inbrengen in de discussie.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Dat kan ik elk geval, maar dan hebben wij het wel over nu inbreng leveren en morgen om 10.00 uur het hele debat voeren. Het gaat hier om een miljardenbezuiniging op kwetsbare mensen die gewoon is blijven staan. Er wordt gesproken van verbeteringen, maar waar die dan uit betaald worden, is volstrekt onduidelijk. Ik had toch eigenlijk verwacht dat een redelijk verzoek om dit zorgvuldig te behandelen wel zou worden gesteund. Dat is een oppositiebreed verzoek. Kennelijk is dat niet mogelijk. Dat vind ik wel heel erg jammer.

De voorzitter:

Ik hoop dat het nog lukt om een snelle vragenronde in te plannen. Dan komen wij in ieder geval een beetje tegemoet aan uw behoefte aan informatie.

Het woord is aan mevrouw Klever.

Mevrouw Klever (PVV):

Voorzitter. Er staat ruim 1 miljard euro open aan niet-betaalde zorgpremies en 120.000 hardnekkige wanbetalers betalen jarenlang hun zorgpremie niet, weigeren mee te werken aan enige vorm van schuldhulpverlening maar ontvangen wel alle zorg. Daar komt bij dat volgens het CBS niet-westerse allochtonen drie keer vaker wanbetaler zijn dan autochtonen.

Met het wagenwijd openzetten van onze grenzen wordt dit probleem in de toekomst alleen maar groter. Ik wil daarom graag hierover een debat met de minister van Volksgezondheid. Ik reken op steun van de Partij van de Arbeid.

De voorzitter:

We gaan het gewoon vragen aan al deze partijen. Het verzoek van de PVV is een verzoek om steun voor het houden van een debat over wanbetalers.

De heer Rutte (VVD):

Geen steun voor het verzoek om hierover een apart debat te houden. Het wetsvoorstel inzake verbetering wanbetalersmaatregelen ligt klaar voor behandeling. Daarbij kunnen wij dit allemaal betrekken. Het zou wellicht wel goed zijn als wij van de minister een reactie krijgen op het bericht over die 120.000 mensen die helemaal geen premie betalen. Dan kunnen wij dat bij het debat betrekken.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Ik sluit mij aan bij de vorige spreker.

De heer Van Gerven (SP):

Het kan bij de wetsbehandeling worden betrokken. Even nog ter herinnering: wij hebben pas al uitgebreid over deze kwestie in de Kamer gesproken. Een nieuw debat lijkt mij overbodig, maar wel kunnen wij dit betrekken bij de wetsbehandeling, die aanstaande is.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Ik sluit mij aan bij de woorden van de heer Van Gerven.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik sluit mij ook aan bij de woorden van de VVD en de SP.

Mevrouw Bouwmeester (PvdA):

Ik sluit mij aan bij de mensen die hebben gezegd dat er al een debat komt, maar wij hebben wel een aantal extra vragen naar aanleiding van de RTL-uitzending van afgelopen zaterdag. Die heb ik aangemeld als mondelinge vragen. Die gingen niet door. Daarom liggen ze nu als schriftelijke vragen bij de minister. Die vragen willen wij beantwoord hebben en dan willen wij snel het debat.

De voorzitter:

Mevrouw Klever, u hebt niet de steun van de Kamer voor het houden van een debat. Het is inderdaad zo dat er een wetsvoorstel klaarligt voor behandeling. Wat ik u kan toezeggen, is dat ik zal proberen om de behandeling daarvan zo snel mogelijk in te plannen.

Mevrouw Klever (PVV):

Met dat wetsvoorstel wordt juist helemaal niets gedaan aan de aanpak van die groep hardnekkige wanbetalers. De woordvoerders hier weten dat ook. Ik ben echt teleurgesteld dat mevrouw Bouwmeester wel op televisie zegt dat zij de minister gaat oproepen om met oplossingen te komen, maar dat zij er geen debat over wil voeren.

De voorzitter:

Ik wil geen debat in de regeling van werkzaamheden.

Mevrouw Bouwmeester (PvdA):

Dit is een persoonlijk feit, voorzitter. Ik maak mij hier zorgen over en daarom heb ik de minister schriftelijke vragen gesteld. De minister beantwoordt die vragen. Ik heb op de televisie gezegd dat ik haar vragen zou stellen en dat heb ik dus ook gedaan. Er komt een plenair debat. Tegen mevrouw Klever zeg ik: u zou zich daarbij kunnen aansluiten, in plaats van hier te lopen schreeuwen.

Mevrouw Klever (PVV):

Voorzitter ...

De voorzitter:

U hebt iets gezegd en mevrouw Bouwmeester heeft iets gezegd. Ik denk dat de regeling van werkzaamheden bedoeld is om te vragen of een debat wel of niet op de agenda moet komen. Ik ga mij er tot het uiterste voor inspannen om het debat over het wetsvoorstel zo snel mogelijk op de agenda te zetten. Daarbij kunt u alles aan de orde stellen wat u van belang vindt. Ik zal het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet. Ik zal ervoor zorgen dat de reactie zo snel mogelijk binnen is. Ik zal het kabinet ook verzoeken om de schriftelijke vragen die al zijn gesteld, te beantwoorden voordat het debat wordt ingepland. Ik ga mij ervoor inspannen om dit volgende week op de agenda te plaatsen.

Het woord is aan mevrouw Lodders.

Mevrouw Lodders (VVD):

Voorzitter. Aanstaande donderdag staat er een VSO gepland over gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw. Mevrouw Ouwehand is aanvrager van dit VSO. De staatssecretaris heeft begin februari nog een aantal stukken toegezegd. Deze zijn er nog niet. Daarom vraag ik, met een schuine blik naar mevrouw Ouwehand, of dit VSO tot de ontvangst van de stukken mag worden uitgesteld.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De Partij voor de Dieren heeft zelf geen behoefte aan deze stukken, maar als een fractie deze stukken bij het VSO wil betrekken, maak ik geen bezwaar tegen uitstel. Het zou wel goed zijn als de staatssecretaris haar toezegging zou nakomen en die stukken deze week bij de Kamer bezorgt.

Mevrouw Jacobi (PvdA):

De Partij van de Arbeid is het eens met het voorstel van de VVD.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ook de ChristenUnie steunt het voorstel.

De heer Van Gerven (SP):

Ik val van mijn stoel. Hier wordt een voorstel gedaan om het VSO uit te stellen omdat een paar stukken nog moeten komen. Wij hebben zojuist een discussie gehad over de Wet werk en bijstand, een onderwerp dat duizendmaal groter en belangrijker is. In dat geval kan er ineens geen uitstel plaatsvinden. Ik constateer dat hier met twee maten wordt gemeten.

De voorzitter:

Waarvan akte. Wat ik wilde zeggen, is: ik heb gehoord dat mevrouw Ouwehand een rappel op voorhand deed. Ik zal het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet, als geheugensteuntje. Ik zal het VSO over gewasbescherming van de agenda afvoeren. U zult een nieuw schema toegestuurd krijgen.

Het woord is aan mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. De Partij voor de Dieren vraagt al sinds oktober om een kabinetsinzet over de toelatingen van genetisch gemodificeerde gewassen in Europa. Wij hebben een motie ingediend over een van de toelatingen die nu spelen, waarover Europa uiterlijk 12 februari, volgende week, beslist. Het kabinet heeft gezegd dat het zich onthoudt van stemming. De Kamer krijgt de inzet van het kabinet vóór 20 februari, maar dan is het Europese besluit al genomen. Morgen hebben wij een debat met de minister van Buitenlandse Zaken, waarbij dit onderwerp op de agenda staat. Hij zal dit namens Nederland bespreken. Ik wil alsnog een inhoudelijk gemotiveerde reactie op de ingediende motie en geen flutbriefje in de trant van: we onthouden ons van stemming. Daarmee gaat het kabinet het voorstel van de Europese Commissie aan een meerderheid helpen. Daarom wil ik graag alsnog een inhoudelijke reactie op de ingediende motie, voor het algemeen overleg van morgen.

Ik wil ook voor dat algemeen overleg al een vooraankondiging doen voor een VAO deze week, inclusief stemmingen.

De heer Van Gerven (SP):

Steun voor het verzoek. Ik zou wel willen vragen of het kabinet vandaag wil reageren, zodat we het debat van morgen goed kunnen voorbereiden.

De heer De Liefde (VVD):

Geen bezwaar tegen een verzoek om informatie. Laten we het kabinet horen met zijn standpunten. Het standpunt van de Partij voor de Dieren is helder, maar ik hoop dat het kabinet zijn eigen standpunt in de brief helder verwoordt.

Mevrouw Maij (PvdA):

Steun voor het verzoek om informatie.

De heer Schouw (D66):

Steun.

De heer Geurts (CDA):

Steun.

De heer Klaver (GroenLinks):

Steun voor het verzoek en ik zou willen vragen of de staatssecretaris in de reactie ook kan ingaan op de motie-Klaver die is aangenomen en waarin het kabinet wordt gevraagd om niet in te stemmen, mits daarvoor vooraf uitdrukkelijk toestemming is verleend door de Kamer.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Steun voor het verzoek.

De voorzitter:

Mevrouw Ouwehand, u hebt brede steun voor uw verzoek. Ik zit even naar een deadline te zoeken. Ik weet dat het algemeen overleg morgen om 16.00 uur begint. U wilde een inhoudelijke brief; daarvoor moeten we dus ook even gelegenheid bieden. Ik wil voorstellen dat die brief er morgen voor 12.00 uur moet zijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Daar kan ik mee instemmen, maar het kabinet weet dit al sinds eind oktober. Het heeft dus tijd genoeg gehad om een inhoudelijke reactie voor te bereiden.

De voorzitter:

Ik zal het stenogram van dit gedeelte van de vergadering, inclusief deze laatste opmerking, doorgeleiden naar het kabinet. Ik heb ook de vooraankondiging gehoord dat de leden er rekening mee moeten houden dat er donderdag een VAO met stemmingen op de agenda komt te staan. Ook daarvoor zal het schema worden herzien.

Dan geef ik als laatste spreker in de regeling van werkzaamheden, niet aangekondigd, maar met het oog op de agenda van vanavond, het woord aan mevrouw Keijzer van het CDA. Ik wil graag dat u uw verzoek vanaf het spreekgestoelte doet, mevrouw Keijzer.

Mevrouw Keijzer (CDA):

Voorzitter. Ik dacht dat het wel vanaf de interruptiemicrofoon kon, maar als ik uitgenodigd word om hier te staan, doe ik het uiteraard vanaf hier.

Na beraad met mevrouw Agema is het voorstel om het debat dat donderdagavond op de agenda staat over het rapport van het Centraal Planbureau "Decentralisaties in het sociaal domein" samen te voegen met het debat van vanavond over het nee van de VNG tegen de plannen van dit kabinet, omdat beide onderwerpen veel raakvlakken met elkaar hebben, en om de spreektijden uit te breiden naar vijf minuten. Ik hoop dat dit op steun mag rekenen.

De voorzitter:

Ik zie in ieder geval de aanvrager van het dertigledendebat, mevrouw Agema, instemmend knikken. Ik zie anderen ook instemmend knikken. Dat gaat wel zo snel. Ik zal de debatten samenvoegen. De spreektijden worden uitgebreid naar vijf minuten voor vanavond. Ik waarschuw er vast voor dat het gat dat ontstaan is in de agenda van donderdagavond, doordat het debat over de stapeling van de financiële risico's bij decentralisaties van de agenda af is gehaald, gevuld zal worden. We zullen op dat tijdstip een ander dertigledendebat inplannen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik verzoek de leden die dat nog niet hebben gedaan, de presentielijst te tekenen. Ik stel vast dat niemand wijzigingen in de stemmingslijst wil doorgeven.

Ik verzoek de mensen die nog staan of geknield zitten, hun plaats in te nemen. Mevrouw Ypma, ik wil graag met de stemmingen beginnen. Dank u wel. Het zou fijn zijn als de leden een beetje stil zijn, want dan kunnen wij de stemmingen snel afwerken. We zijn al heel lang bezig deze middag.

Voor de stemmingen over het Voorstel van wet van de leden Van Weyenberg en Van Hijum tot wijziging van de Ambtenarenwet heeft de fractie van de ChristenUnie verzocht om eerst te stemmen over de motie op stuk nr. 55 alvorens te stemmen over het wetsvoorstel,

Naar boven