Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-2013nr. 12, item 7

7 Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Ik benoem in de commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten de leden Mark Rutte, Samsom, Wilders, Roemer, Van Haersma Buma, Pechtold, Slob, Van Ojik, Van der Staaij, Thieme en Krol.

Op verzoek van de PvdA-fractie benoem ik:

  • - in de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het lid Wolbert tot lid in plaats van het lid Yücel, het lid Yücel tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Maij en het lid Otwin van Dijk tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Van Dekken;

  • - in de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport het lid Eijsink tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Van Dam;

  • - in de vaste commissie voor Europese Zaken het lid Eijsink tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature.

Ik stel voor, toestemming te verlenen tot het houden van wetgevings- c.q. notaoverleg met stenografisch verslag op:

  • - maandag 29 oktober van 10.00 uur tot 19.00 uur en op maandag 5 november van 10.00 uur tot 19.00 uur van de vaste commissie voor Financiën over het Belastingplan 2013 c.a.;

  • - maandag 19 november van 10.00 uur tot 20.00 uur van de vaste commissie voor Defensie over het onderdeel Materieel en het onderdeel Personeel van de begroting van het ministerie van Defensie voor 2013 (33400-X);

  • - maandag 19 november van 11.00 uur tot 16.00 uur van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu over de Vervoersconcessie Hoofdrailnet.

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda van heden, inclusief stemmingen:

  • - het VAO Raad Buitenlandse Zaken, met als eerste spreker het lid Voordewind.

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda:

  • - het VSO inzake tuchtrecht voor de beroepsbeoefenaren in de individuele gezondheidszorg, met als eerste spreker het lid Leijten;

  • - het VSO inzake het ontwerpbesluit houdende wijzigingen van lijst 2 behorende bij de Opiumwet, met als eerste spreker het lid Bergkamp;

  • - het VAO uitwerking extramuraliseren lichte zorgzwaartepakketen, met als eerste spreker het lid Agema;

  • - het VAO gewasbeschermingsmiddelen, met als eerste spreker het lid Van Gerven.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Gesthuizen.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Voorzitter. Ik wil graag rappelleren in verband met schriftelijke vragen die ik meer dan drie weken geleden heb ingediend en die zijn gesteld aan de staatssecretaris van Sociale Zaken. Deze vragen betreffen de aanpassing van de Wet werk en bijstand waarin rekening zou moeten worden gehouden met de vrijstelling in verband met de compensatie van slachtoffers van misbruik in de rooms-katholieke kerk. Ik wil graag zo snel mogelijk antwoord ontvangen.

De voorzitter:

Ik stel voor om het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Van Bommel.

De heer Van Bommel (SP):

Mevrouw de voorzitter. Uit de media vernemen wij dat de onderhandelende partijen een akkoord hebben bereikt op belangrijke onderdelen op het gebied van de zorg, het onderwijs en de weigerambtenaren. Via u verzoek ik om een brief van de informateurs om helderheid te krijgen over wat op die onderdelen de inhoud van het akkoord is. De media hebben erover bericht. Die hebben kennelijk wel die informatie en de Kamer niet. Ik vind dat de Kamer er ook over moet kunnen beschikken zodat we er met elkaar over kunnen spreken.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. Normaal zou ik wat terughoudend zijn bij zo'n verzoek, maar aangezien een van de onderhandelaars, de heer Samsom, op Twitter heel duidelijk uit wat wel op tafel komt en wat niet op tafel komt, is er mijns inziens alle reden om precies te weten wat er op die tafel komt en wat die tafel nooit bereikt heeft.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Voorzitter. De VVD-fractie heeft geen enkele behoefte om voortdurend tussenrapportages en brieven te ontvangen. Dus geen steun voor het verzoek.

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. Steun voor het verzoek. Er is inderdaad zelfs over getwitterd en er is royaal over gesproken. Volgens mij is het ook heel bewust in de media gebracht en dus kan ook deze Kamer geïnformeerd worden. Nu er toch een brief gevraagd wordt, is mijn verzoek om daarin dan tevens aan te geven of er ook ten aanzien van Europa een deelakkoord ligt.

De heer Klaver (GroenLinks):

Steun voor het verzoek en ook voor het verzoek dat de heer Omtzigt eraan toevoegde.

De heer Krol (50PLUS):

Ook steun voor het verzoek.

De voorzitter:

Ik stel vast dat er steun is voor het verzoek. Er is geen meerderheid, maar bij een verzoek om een brief is het gebruikelijk dat wij het verzoek doorgeleiden. Mijnheer Van Bommel, voor wanneer moet de brief er komen?

De heer Van Bommel (SP):

Ja, dat is wel relevant. We gaan met reces, maar ik denk dat dit wel een dringende kwestie is. Volgens mij moet de brief voor komende dinsdag bij de Kamer kunnen zijn.

De voorzitter:

Ik stel voor om het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar de informateurs.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Schouw.

De heer Schouw (D66):

Mevrouw de voorzitter. De fractie van D66 zou graag een debat willen hebben met staatssecretaris Bleker over de lakse aanpak van de megastallen. We hebben gisteravond in Nieuwsuur gezien dat er onduidelijkheid is over het beleid van de staatssecretaris. Dat is een beetje gek, want in 2011 is de motie-Thieme/Jacobi hier aangenomen. In die motie wordt de regering namelijk verzocht om een voorbereidingsbesluit te nemen voor een moratorium op megastallen. Dat is dus niet gebeurd. Daarover zou mijn fractie graag het debat aangaan met de staatssecretaris.

De voorzitter:

Er wordt verzocht om een debat met de staatssecretaris van EL&I.

Mevrouw Lodders (VVD):

Dit verzoek wordt niet gesteund door de VVD-fractie. Ik wil dat graag toelichten.

De voorzitter:

Eerlijk gezegd is dat niet de bedoeling.

Mevrouw Lodders (VVD):

Het voeren van dit debat lijkt mij op dit moment prematuur, omdat er nog geen wettelijke eisen zijn gesteld aan de megastallen met betrekking tot het wettelijke aantal dieren.

De heer Geurts (CDA):

Ook de CDA-fractie geeft geen steun aan het verzoek. Wij wachten eerst het rapport van de Gezondheidsraad af.

De heer Van Gerven (SP):

De SP-fractie vindt het een uitstekend plan om een debat te voeren om dat moratorium echt af te dwingen, want die trein dendert maar door.

De heer Van Dekken (PvdA):

Van harte steun voor het verzoek om een debat, al was het maar omdat de naam "Jacobi" onder die zeer belangrijke motie staat.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Steun voor het verzoek om een debat. Het zou goed zijn als de staatssecretaris een brief stuurt waarin hij uiteenzet hoever hij is gekomen met de door hem aangekondigde voorbereidingen en waarin hij ook ingaat op de uitspraken van de hoogleraar agrarisch recht de heer Bruil, die wij gisteren hoorden zeggen dat zowel het kabinet als de provincies en de gemeenten wel degelijk nu al instrumenten in handen hebben om in te grijpen. Zo'n analyse zou ik erg op prijs stellen.

De heer Graus (PVV):

We hebben het moratorium destijds gesteund, maar we willen het rapport van de Gezondheidsraad er wel bij hebben, zodat wij een fatsoenlijk debat kunnen voeren. Ik hoop dus dat de heer Schouw wil wachten totdat wij alles bij de hand hebben.

De voorzitter:

Als hij daar niet op wil wachten, geeft u dus geen steun aan het verzoek.

De heer Graus (PVV):

Ik denk dat het dan een tussendebat wordt en daar hebben wij er al te veel van. Ik heb liever één fatsoenlijk debat, met alle dossiers aan boord.

De heer Klaver (GroenLinks):

Steun voor het verzoek om een debat. In de commissie is ook reeds gevraagd om een brief over het overtreden van de Blekernorm met betrekking tot de grootte van de stallen. Ik zou graag willen dat die brief voor het debat naar de Kamer wordt gestuurd.

De voorzitter:

Mijnheer Schouw, ik stel vast dat u geen steun hebt voor een debat.

De heer Schouw (D66):

Mag ik nog iets zeggen?

De voorzitter:

Heel kort.

De heer Schouw (D66):

Ik doe een dringend beroep op de heer Graus. Hij heeft de motie voor een moratorium gesteund. Die motie is niet uitgevoerd door de staatssecretaris. Ik doe echt een dringend beroep op de heer Graus om mijn verzoek om een debat te steunen, ook al is dat maar een tussendebat. Als wij het laten lopen dat de regering door de Kamer aangenomen moties niet uitvoert, zijn wij straks geen knip voor de neus meer waard. Ik vraag de heer Graus dus graag om steun voor een tussendebat.

De heer Graus (PVV):

We zijn al een hele tijd moties aan het indienen en die worden niet uitgevoerd. Dat gaat ook na een tussendebat niet gebeuren. Laten wij dus één fatsoenlijk debat voeren. Let wel: wij hebben ons ook altijd verzet tegen de bouw van megastallen en daar verandert niets aan. Ik wil wel een fatsoenlijk debat. Ik wil ook de dossiers binnenboord hebben. Wij moeten geen tussendebatjes willen. De heer Schouw gaat zijn zin niet krijgen van de regering. Dat weet hij zelf ook.

De voorzitter:

Opnieuw geen steun van de PVV voor het verzoek.

De heer Schouw (D66):

Dan zet ik het om in een verzoek voor een dertigledendebat. Volgens mij is er ook voldoende steun voor een brief, waarin de staatssecretaris moet aangeven waarom hij de motie van de Kamer niet heeft uitgevoerd.

De voorzitter:

Ik stel voor om het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. Het dertigledendebat komt onderaan de lijst te staan, met spreektijden van drie minuten.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Karabulut.

Mevrouw Karabulut (SP):

Voorzitter. Ik wil graag een debat met de staatssecretaris van Sociale Zaken over het bericht dat ons gisteren bereikte dat het SW-bedrijf BaanStede, waar mensen uit de Zaanstreek-Waterland voor werken, wil stoppen als werkgever voor mensen met een arbeidsbeperking. Dat is ernstig. Ik wil dan ook niet alleen een debat aanvragen, maar voorafgaande daaraan een brief van de staatssecretaris met zijn reactie. Deze gemeenten lopen immers vooruit op een wet, en voeren die feitelijk ook uit, die de Kamer controversieel heeft verklaard. Ik wil graag van de staatssecretaris weten wat hij ervan vindt. Ik wil ook graag een uitspraak van de staatssecretaris over wat hij hieraan gaat doen.

De voorzitter:

Is het een idee om eerst deze brief te vragen en daarna te bekijken of er naar aanleiding van die brief steun is voor een debat? U hebt heel specifieke vragen gesteld. Ik neem aan dat u de antwoorden op die vragen wilt weten alvorens met de staatssecretaris in debat te gaan.

Mevrouw Karabulut (SP):

Zeker. Ik weet echter nu ook al dat ik heel graag in debat wil over deze kwestie. Het zou mooi zijn als de staatssecretaris ons voorafgaand wat antwoorden kan geven, zodat wij het debat nog gerichter kunnen voeren. Ik ben bang dat als ik het nu niet aanvraag, het debat veel te lang op zich zal laten wachten.

De voorzitter:

U handhaaft uw verzoek tot een debat.

De heer Azmani (VVD):

Voorzitter. Geen steun voor een debat. Overigens is het een koerswijziging in plaats van een sluiting. Ik verzet mij niet tegen een brief. Daarin wil ik mevrouw Karabulut tegemoetkomen. Vorige week is overigens al een algemeen overleg gepland over het onderwerp Wajong en SW. Ik zou zeggen: betrek de brief gewoon bij dat AO.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Voorzitter. Steun voor de brief. Wat ons betreft kan die meegenomen worden bij al geplande debatten.

De heer Kerstens (PvdA):

Voorzitter. Steun voor de brief, met het verzoek aan de staatssecretaris om daarin werk te maken van de vorige week gedane toezegging. Hij zou de Kamer een overzicht verstrekken van de aanvragen die indertijd zijn ingediend in het kader van de herstructureringfaciliteit van de Wet werken naar vermogen. Die stukken zijn al in het bezit van het ministerie sinds het voorjaar. Ik steun ook een debat.

De heer Heerma (CDA):

Voorzitter. Steun voor een brief. Wat ons betreft kan die betrokken worden bij het AO.

De heer Klaver (GroenLinks):

Voorzitter. Steun voor de brief. Graag betrekken bij het AO. Dat is de snelste manier om dit onderwerp bespreekbaar te maken. Dat moet snel gebeuren.

De heer Van Vliet (PVV):

Voorzitter. Steun voor de brief en een AO.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Voorzitter. Idem. Steun voor de brief en die betrekken bij het AO.

De voorzitter:

U hebt geen steun voor een debat. U hebt wel steun voor een brief.

Mevrouw Karabulut (SP):

Dat realiseer ik mij.

De voorzitter:

En steun voor een AO.

Mevrouw Karabulut (SP):

Ik heb wel steun voor een dertigledendebat. Ik weet niet of er voor het AO al een datum is gepland. Als ik van de collega's de toezegging krijg dat zij mij steunen, ben ik bereid het te laten bij een brief. Dan spreken wij het in de procedurevergadering verder af. Dan kan er snel een AO gepland worden. Dan lossen wij het zo op.

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Knops.

De heer Knops (CDA):

Voorzitter. In de hoedanigheid van fungerend voorzitter van de vaste Kamercommissie Europese Zaken, waarin vanochtend gesproken is over de behandeling van de procedure rondom de Raad Algemene Zaken van volgende week dinsdag en de komende brief van Van Rompuy, deel ik namens de commissie mee dat niet uitgesloten kan worden dat er volgende week een algemeen overleg gaat plaatsvinden met aansluitend stemmingen. Ik doe dus een vooraankondiging van een VAO. Omdat het herfstreces is, is het passend om dat op dit moment te doen.

De voorzitter:

De vooraankondiging van een VAO in een reces is niet gebruikelijk. De commissie kan, als zij dat wil, in het reces een algemeen overleg houden. Na afloop van dat overleg kan de commissie vervolgens besluiten tot een VAO. Maar wij gaan niet nu al, ook niet middels een vooraankondiging, besluiten dat dit VAO er komt. Dat is ongebruikelijk en dat gaan wij dus ook niet doen.

De heer Knops (CDA):

Voorzitter. De commissie heeft daartoe unaniem besloten en het lijkt mij niet meer dan wijs dat ik op deze wijze de Kamer daarover informeer. U zou het de commissie ook kwalijk hebben genomen als wij het niet hadden gemeld. Als er een VAO komt, moet de Kamer immers wel terugkomen van reces. Ik deel mee wat ons besluit is en ik vraag u en de Kamer om een oordeel daarover.

De voorzitter:

Het staat u natuurlijk vrij om de leden te waarschuwen. Ik geef de leden echter wel mee dat er vandaag niet besloten is tot een VAO. Dat besluit kan pas worden genomen na afloop van het algemeen overleg, als dat al in het reces wordt gehouden.

De heer Pechtold (D66):

U bent er als voorzitter toch ook bij gebaat om de leden enigszins proactief mee te nemen in wat er boven de markt hangt? We weten allemaal wat er in de wandelgangen gebeurt en het lijkt erop dat PvdA en VVD het nu al niet nodig vinden. De commissie was zojuist helder en ik ben heel blij dat de voorzitter van de commissie onze opvatting heeft verwoord. U moet als voorzitter of de PvdA en de VVD uitlokken om te vertellen dat ze bij voorbaat vinden dat er geen overleg nodig is of besluiten om toch maar wat te plannen.

De heer Dijkhoff (VVD):

De VVD was vanochtend al duidelijk. Wij achten de kans erg klein dat wij een algemeen overleg willen. In de procedurevergadering is toen gezegd dat zo'n aankondiging moet. De strekking van wat er vanochtend is besproken, is dat wij niet uitsluiten dat de wens leeft om een algemeen overleg te organiseren. Wij vinden dat dit overleg er moet komen als een meerderheid van de Kamer dat, na ommekomst van de stukken van het kabinet, dan nog steeds nodig vindt. Hoe het procedureel vormgegeven moet worden, laat ik in het midden, want daarin ben ik geen expert. Wat ik u nu zeg, is de strekking van de afspraak en ik zou graag zien dat die afspraak gestand wordt gedaan.

De heer Omtzigt (CDA):

De heer Van Rompuy komt vrijdag met vergaande plannen, onder andere plannen voor een politieke unie. Daarop moet gereageerd worden door het kabinet. De commissie heeft dan ook besloten dat er voor maandag een kabinetsbrief moet liggen. Dan is het toch zeker duidelijk dat het een zodanig belangrijke brief is voor de toekomst van Nederland en Europa dat wij er mogelijk in een algemeen overleg over willen spreken? Als ik nu al van de PvdA en de VVD zou horen dat ze dat niet willen, geven deze partijen daarmee aan wat zij wel willen, namelijk een blanco cheque. En als dat zo is, dan maakt het ook niet uit om vanmiddag het debat over Europa maar af te maken.

De voorzitter:

Mijnheer Omtzigt, de regeling is niet bedoeld voor inhoudelijke discussie. U weet dat heel erg goed en ik sta dit de volgende keer dan ook zeker niet meer toe!

De heer Madlener (PVV):

Voorzitter. Het is juist heel collegiaal om de collega's te waarschuwen dat de kans op een algemeen overleg met een plenaire afronding heel groot is. Ik snap dan ook niet waarom u de voorzitter van de commissie Europese Zaken zegt dat hij dit niet hoeft te doen. Ik zou hem willen prijzen voor het feit dat hij het wel doet.

De heer Servaes (PvdA):

Ik ga niet inhoudelijk in op de argumenten. Er zijn goede afspraken gemaakt over het al dan niet doorgaan van het algemeen overleg. Verder sluit ik mij aan bij wat de voorzitter over het VAO zei.

De heer Merkies (SP):

Ik sluit mij aan bij degenen die zeiden dat het goed is om nu al duidelijkheid te geven. Dat algemeen overleg komt er waarschijnlijk en, zo ja, dan zeker met onze steun. Je kunt een VAO dan pas regelen, maar voor de Kamer is het natuurlijk wel heel fijn om snel te weten of het er nu wel of niet komt.

De heer Segers (ChristenUnie):

Wellicht ten overvloede benadruk ik dat de heer Knops ook namens de ChristenUnie heeft gesproken. Dat geldt ook voor de vooraankondiging.

De voorzitter:

Ik heb de voorzitter van de commissie zeker niet willen beledigen. Ik heb de hele Kamer alleen maar duidelijk willen maken welke procedures er zijn voor het bijeenroepen van de Kamer tijdens een reces. Ik waardeer het verder zeer – dat geldt ook voor mijn 149 collega's en de medewerkers – dat deze vooraankondiging is gedaan. Het betekent echter niet dat er vandaag besloten is om het zo te gaan doen. Dat besluit wordt pas genomen na afloop van het eventueel te houden algemeen overleg. En of dat algemeen overleg er wel of niet komt, beslis ik niet. Daar neemt de commissie zelf een besluit over. Dank u wel voor de vooraankondiging.

De heer Graus (PVV):

Ik merk graag nog even het volgende op, naar aanleiding van het verzoek van de heer Schouw. Ik heb duidelijk gezegd dat ik het verzoek om een debat steun. Ik heb ook de motie over een moratorium op de megastallen gesteund. Ik wil alleen dat het dossier van de Gezondheidsraad wordt bijgevoegd. Nu werd geconcludeerd dat er onvoldoende steun is. Er is voldoende steun, maar het rapport moet wel snel komen zodat het erbij betrokken kan worden. Ik neem aan dat u het debat pas over enkele weken inplant.

De voorzitter:

Ik heb geen zicht op het tijdstip waarop het rapport van de Gezondheidsraad er komt. Ik heb ook geen invloed op het tijdstip waarop het rapport van de Gezondheidsraad komt. Dit debat is aangevraagd terwijl het rapport er niet is. Het is gebruikelijk dat een rapport van een adviescommissie op de agenda komt te staan. Het staat u geheel vrij om op dat moment het debat met elkaar aan te gaan. Er werd verzocht om op korte termijn een debat te voeren. De heer Schouw wilde ook echt niet wachten. Sterker nog, hij heeft u opgeroepen om steun te geven aan zijn verzoek zonder dat het rapport er is. U hebt daarop duidelijk geantwoord: ik ben niet van plan om een tussendebatje te houden, ik wil een debat houden aan het einde. Om die reden trok ik de conclusie die ik formuleerde.

De heer Graus (PVV):

Dat klopt. De debatten die nu worden aangevraagd, vinden echter waarschijnlijk pas over een paar weken plaats. Het rapport van de Gezondheidsraad moet er dan zijn. Mogelijk kunt u, als herder van de Kamerschapen, vragen om een snelle komst van dat rapport. We zitten er al maanden op te wachten. Mogelijk kunt u op dit punt uw werk als voorzitter doen. Dan kunnen wij spoedig, over enkele weken, een debat voeren. Ik steun dat verzoek dan van harte.

De voorzitter:

Ik richt mij op het verzoek van de heer Schouw. Ik heb gehoord dat de heer Schouw dat debat wil, ook als dat rapport er nog niet is. Hij heeft de Kamer gevraagd om het verzoek om een debat te steunen ook als het rapport er nog niet zou zijn. Het staat alle leden vrij om bij de verschijning van het rapport alsnog te besluiten om een debat te houden. Ik ben blij dat u mij zoveel macht toedicht, maar ik heb geen zeggenschap over rapporten van adviescommissies. Ik heb daarover echt geen zeggenschap.

De heer Schouw (D66):

Voorzitter. Wij gaan even na wanneer dat rapport beschikbaar komt. Over anderhalve week staan wij hier weer en dan weten wij precies wanneer het debat gehouden kan worden. U kunt er alvast op rekenen dat er brede steun zal zijn voor dat debat.

De heer Graus (PVV):

Ik ben het daarmee eens. Het rapport is echter toegezegd voor november. Dan zal mogelijk ook het debat plaatsvinden. Ik wil dat van harte steunen.

De voorzitter:

Dat is precies wat de heer Schouw heeft gezegd. Ik maakte ook op uit de bijdragen van de leden dat zij vinden dat die weg moet worden gevolgd. Ik denk dat u hier dan weer staat om een mooi groot debat naar aanleiding van een advies van de Gezondheidsraad te houden.