19 Campussen

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 17 februari 2011 over campussen.

De heer Dijsselbloem (PvdA):

Voorzitter. Opnieuw mijn complimenten voor uw strakke leiding.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de campussen een belangrijke voorziening vormen om jongeren die dreigen te ontsporen, een laatste kans te bieden;

overwegende dat het bereiken van de doelgroep van groot belang is en verbetering behoeft;

overwegende dat in de voorgenomen stelselwijziging jeugdzorg de gemeenten bevoegdheden en budgetten krijgen om op lokaal niveau integraal adequate voorzieningen te kunnen treffen voor probleemjongeren en risicojongeren en dat vooruitlopend op deze wetgeving experimenten hiermee gewenst zijn;

overwegende dat de campus De Uitdaging al vele jaren ervaring heeft met het succesvol weer op de rails krijgen van jongeren die in reguliere voorzieningen niet meer pasten;

overwegende dat De Uitdaging zou kunnen worden voortgezet in het kader van experimenten vooruitlopend op de stelselwijziging jeugdzorg;

verzoekt de regering, in overleg te treden met de gemeente Amsterdam om de voortzetting van de campus De Uitdaging mogelijk te maken en zo mogelijk deze aanpak ook voor het behoud van meerdere campussen in te zetten, en de Kamer hierover nader te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dijsselbloem. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 103 (31001).

Staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner:

Voorzitter. De motie gaat over campus De Uitdaging. De overwegingen zoals ze hier zijn geformuleerd, deel ik niet, want er is geëxperimenteerd, met de bekende resultaten. Ik zie geen noodzaak voor nieuwe overwegingen. Maar zoals ik vanmorgen in het debat al heb toegezegd, ga ik graag met Amsterdam in gesprek. Dat heb ik zelfs al aangekaart bij de betreffende wethouder, maar op dit moment is het primair aan de gemeente om voorzieningen te ontwikkelen. Ik heb daar geen middelen voor op mijn begroting. Bovendien valt het op dit moment onder Defensie. Binnen die context zal ik in ieder geval doen wat ik beloofd heb. Daarmee laat ik de motie aan het oordeel van de Kamer.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Er is al gebeld voor het volgende VAO, dat gaat over het pgb, waar ook deze staatssecretaris bij is. Zij mag er gezellig bij blijven zitten.

Naar boven