Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-2008nr. 97, pagina 6838-6839

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 11 juni 2008 over een overbruggingsregeling voor de REA.

Mevrouw Leijten (SP):

Voorzitter. Er is een spoedoverleg geweest over EEGA, een scholingsinstituut voor jongeren met een beperking die het niet redden op het roc. Het ontaardde een beetje in een welles-nietesspelletje bij de vraag of de regionale opleidingscentra de begeleiding aan deze specifieke groep kunnen bieden. Afgelopen weekend ontvingen wij een brief van het roc Aventus, dat zegt dat het heel belangrijk is dat dit vangnet blijft bestaan.

De SP-fractie is van mening dat geen oude schoenen weggegooid moeten worden voordat wij nieuwe hebben. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Eega in de afgelopen 25 jaar veel expertise en infrastructuur heeft opgebouwd als het gaat om scholing en opvang van jonggehandicapten in het reguliere onderwijs;

constaterende dat het programma Regular Plus een parel is van de ESF-subsidies;

van mening dat de investeringen in Regular Plus niet moeten wegvallen;

van mening dat Eega een maatschappelijk belang dient, met name voor de opleiding en begeleiding van jonggehandicapten, en niet eenvoudig door andere instellingen en instituten te vervangen is;

verzoekt de regering, voor Eega een reële overbruggingsfinanciering te verzorgen en bij de begroting voor 2009 met concrete plannen te komen om de methodiek van Regular Plus duurzaam te verankeren in het onderwijs,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Leijten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 27(31224).

Staatssecretaris Van Bijsterveldt-Vliegenthart:

Voorzitter. Wij hebben inderdaad een pittig debat gevoerd bij het AO over deze kwestie. Daarin heb ik uiteengezet dat OCW in december jongstleden, zonder daartoe verplicht te zijn, 0,5 mln. aan de regio Twente heeft gegeven om de expertise van EEGA en het Regular Plusprogramma zo veel mogelijk te borgen. Ik moet vaststellen dat de partners in Twente een plan van aanpak hebben opgesteld waarin zij dit bedrag hebben opgenomen, met instemming van EEGA. Er is uiteindelijk € 385.000 bij terechtgekomen. Het gaat over in totaal 65 behandelingen van jonge mensen. Vorige week was er sprake van 42 behandelingen. Inmiddels zijn al 47 mensen in behandeling. Ik heb naar aanleiding van het algemeen overleg gemeend om de periode waarbinnen het budget uitgegeven kan worden te verlengen van 1 augustus tot 1 december. Dat heb ik inmiddels gedaan. Ik ga ervan uit dat daarmee alle mensen door EEGA behandeld kunnen worden waarmee in het plan van aanpak rekening was gehouden. Daarmee heb ik het geld optimaal ingezet.

Voorzitter. Ik moet de motie ontraden omdat ik in de begroting geen ruimte heb om dit te kunnen borgen en wij al een ruime inhoudelijke discussie hebben gehad over de vraag waarom dat zo is.

Mevrouw Leijten (SP):

Voorzitter. Ik vind het spijtig dat de staatssecretaris deze motie ontraadt. In december wisten wij dat wij 1,5 mln. nodig zouden hebben om Regular Plus een jaar langer in de benen te houden. Destijds is ervoor gekozen om 1 mei aan te houden omdat er dan een nieuwe financieringssystematiek zou komen voor andere REA-instellingen. Die nieuwe systematiek is bedroevend te noemen en wij gaan daar nog een hartig woordje over wisselen met minister Donner. Ik vind het echt heel zonde dat blijkbaar Sociale Zaken en Onderwijs gezamenlijk niet tot een goede regeling kunnen komen voor deze specifiek moeilijke groep jongeren. Ik moet dan ook constateren dat dit kabinet de mond vol heeft van het goed doen voor jongeren met een arbeids- of scholingsbeperking, maar geen boter bij de vis levert en dat is echt treurig voor deze groep.

Staatssecretaris Van Bijsterveldt-Vliegenthart:

Voorzitter. In het AO heb ik uitgebreid aangegeven welke inspanningen ik heb gepleegd. Daarnaast zal in de regio er vraag naar deze expertise moeten zijn, want uiteindelijk zal deze organisatie zichzelf in de benen moeten kunnen houden. Meer kan ik er niet aan toevoegen. Nogmaals, ik ontraad de motie.

De voorzitter:

Ik dank de staatssecretaris voor haar antwoorden.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

De stemming over de motie zal, zoals gebruikelijk, volgende week dinsdag plaatsvinden.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.