Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-2008nr. 97, pagina 6827-6833

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Ik stel voor, hedenmiddag ook te stemmen over de aangehouden motie-Thieme (31472, nr. 14).

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Op verzoek van de CDA-fractie benoem ik in de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken het lid Spies tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Van Toorenburg.

Op verzoek van de PvdA-fractie benoem ik:

  • - in de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid het lid Tichelaar in plaats van het lid Hamer;

  • - in de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport het lid Tichelaar tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Hamer;

  • - in de algemene commissie voor Jeugd en Gezin het lid Tichelaar tot lid in plaats van het lid Hamer.

Voordat ik het woord geef aan de leden in de regeling van werkzaamheden, wil ik u meegeven dat er in de laatste drie weken voor het zomerreces eigenlijk geen ruimte meer is, tijdens de reguliere vergaderuren, voor het houden van spoeddebatten. De enige ruimte die ik nog heb, is volgende week donderdagavond vanaf ongeveer 20.45 uur. Mij is geworden dat er dan en halve finale van het EK voetbal is, maar ik geef het u gewoon maar mee. Ik verzoek u om in uw overwegingen de mogelijkheid van het houden van een spoed-algemeen overleg mee te nemen. Voorts stel ik voor om tot het zomerreces bij de VAO's het zogenaamde kerstregime te hanteren.

Het woord is aan de heer Bosma.

De heer Bosma (PVV):

Voorzitter. Met deze temperaturen is mijn eerste associatie niet bepaald kerst. Mijn fractie is hoogstongelukkig met het kerstregime.

De voorzitter:

Ik ook.

De heer Bosma (PVV):

Dat betekent dat wij alleen moties kunnen indienen en in ontvangst nemen en dat is een beetje een aanfluiting voor het huis van de democratie. Mijn fractie zou graag over die maatregel stemmen.

De voorzitter:

Deze week staan veertien VAO's op de agenda en voor volgende week zijn er ongeveer tien aangemeld. Er zijn ook leden die graag tijd hebben om debatten te voeren, maar wij regelen met alle plezier een stemming. Zoals de Kamer weet, heb ik alle tijd van de wereld. Ik stel voor, die stemming aan de andere stemmingen toe te voegen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Als één fractie over een dergelijk voorstel wil stemmen, gaat dat dan meteen door? Mijn fractie is ook geen voorstander van uw voorstel, maar zal er wel voor stemmen. Dat kan immers niet anders, want u hebt geconstateerd dat het nodig is om het kerstregime te hanteren. Niemand in de Kamer kan daarmee gelukkig zijn, maar er is geen andere optie.

De voorzitter:

Met die woorden reageert u op het ordevoorstel van de heer Bosma. Dat mag u doen.

De heer Van der Ham (D66):

Ook mijn fractie staat open voor suggesties van de heer Bosma om het op een andere manier te doen. Dan kunnen wij daarover stemmen of discussiëren.

De voorzitter:

Ik stel voor om daaraan niet te veel tijd te besteden.

De heer Van der Ham (D66):

Misschien heeft de heer Bosma een suggestie. Ik ben zeer benieuwd.

De voorzitter:

Ik geef de heer Bosma de gelegenheid om een korte suggestie te doen.

De heer Bosma (PVV):

Laten wij voor de verandering een keer op maandag of vrijdag vergaderen. Als het zo druk is, moeten wij dat maar doen.

De voorzitter:

Als dat het alternatief is, zal dat de Kamer helpen om haar standpunt te bepalen.

Ik geef het woord aan mevrouw Smeets als voorzitter van de vaste commissie voor VWS.

Mevrouw Smeets (PvdA):

Voorzitter. Namens de vaste commissie voor VWS verzoek ik u, voor het zomerreces een hoofdlijnendebat te plannen over de toegestuurde stukken AWBZ met de titel Zeker van zorg, nu en straks en het pakket maatregelen AWBZ 2009. Wij willen graag een spreektijd van 8 minuten per fractie. Wij zouden het debat graag een week voor het reces willen voeren.

De voorzitter:

Ik dank mevrouw Smeets voor haar verzoek en stel voor om het hoofdlijnendebat voor het zomerreces te plannen.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Dames en heren, ik moet uw aandacht vragen voor een "mededeling". Wij hebben aangekondigd dat wij een keer een oefening doen.

Er is een groot gaslek ontstaan op de Hofplaats. Op advies van de brandweercommandant worden de plenaire zaal en de omgeving ontruimd. Iedereen wordt verzocht, zo snel mogelijk naar de Statenpassage te gaan. Dat geldt ook voor bezoekers op de publieke tribune. Ik druk nu de alarmknop in.

De vergadering wordt van 15.30 uur tot 16.00 uur geschorst.

De voorzitter:

Dames en heren, als u allemaal snel gaat zitten, dan kunnen wij de geoefende tijd voor deze ontruimingsoefening ook weer snel inhalen. U hebt vast allemaal heel interessante waarnemingen gedaan, waarvan u denkt: daar moeten ze bij een volgende keer, als het echt is, ook op letten. Hebt u, leden, maar ook de mensen op de tribune, dingen gezien of gehoord of hebt u gedacht: dit is een leuke, informele manier om de leden van dichtbij te zien, dan kunt u al uw ideeën, klachten, adviezen en grappen naar h.bakkertweedekamer.nl mailen. Henk, een fijn reces!

Dit was nuttig en nodig in mijn ogen. Wij moeten dit een keer doen. Ik heb u wel door de manier waarop ik het aankondigde, laten merken dat er gelukkig niet echt een groot gaslek op de Hofplaats was. Het kan een keer wel het geval zijn dat wij rap het pand moeten verlaten. Dan zult u dat ongetwijfeld aan mijn gezicht zien. Mijn eigen eerste leermoment is dat witte papiertjes in dit geheel wat verloren gaan, dus ik stel voor dat men mij in het vervolg een rood papiertje aanreikt als er zoiets gebeurt.

Wij gaan nu door met de regeling van werkzaamheden. Het woord is aan de heer Teeven, die maar liefst drie verzoeken heeft.

De heer Teeven (VVD):

Voorzitter. Als je nooit een verzoek doet, doe je het af en toe eens.

Ik verzoek als eerste om een brief van de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met een overzicht van de instroom van strafzaken op het terrein van oorlogsmisdrijven en misdaden tegen de menselijkheid vanaf eind 2006 tot op heden en dan in aantallen waar het team mee bezig is, hoeveel zaken er binnen zijn gekomen en hoeveel zaken er zijn afgedaan. De ambities van de bewindslieden op Justitie zijn groot, dus daarom moeten wij die ook een beetje in de gaten houden.

De voorzitter:

Wij zullen dit onder de aandacht van het kabinet brengen.

Uw tweede verzoek.

De heer Teeven (VVD):

Voorzitter. Mijn tweede verzoek dien ik mede namens collega Heerts van de fractie van de Partij van de Arbeid in. Wij verzoeken om een brief van de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het aantal minderjarigen van wie profielen in de databank zijn opgenomen, voor welke misdrijven dat is gebeurd en de leeftijd waarop die opname in de DNA-bank is gedaan.

De heer De Wit (SP):

Voorzitter. Afgezien van de vraag dat ik niet weet wat de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hiermee te maken heeft, steun ik het verzoek. Ik heb gisteren over dezelfde kwestie schriftelijke vragen ingediend. Willen de bewindslieden het antwoord daarop meenemen in die brief aan de Kamer?

De voorzitter:

Dat lijkt mij een goed voorstel. Wij zullen het stenogram onder de aandacht van het kabinet brengen.

Het derde verzoek.

De heer Teeven (VVD):

Voorzitter. De VVD-fractie heeft vernomen dat de minister van Justitie ervoor heeft gekozen om de brief over de cartoonist, waar vorige week tijdens de regeling van werkzaamheden om is gevraagd, niet te sturen. Dat betekent volgens mij dat wij meer tijd nodig zullen hebben om de discussie netjes af te ronden. Ik had begrepen dat u dacht aan twee minuten spreektijd voor de tweede termijn, maar aangezien de brief niet werd gestuurd, omdat daar geen meerderheid in deze Kamer voor was, verzoek ik om vier minuten spreektijd.

De voorzitter:

Ik was eigenlijk van plan om u maar één minuut te geven en helemaal niet twee minuten, want dat is een derde van de spreektijd in eerste termijn en ik heb net uw begrip gevraagd voor de volle agenda. Ik stel voor dat wij drie minuten doen. Volgens mij moet u dan ontzettend tevreden zijn. Mijnheer Van der Ham, vindt u ook niet?

De heer Van der Ham (D66):

Voorzitter. Ik ben blij dat wij in tweede termijn inderdaad meer spreektijd hebben, maar ik ben wel erg teleurgesteld dat het kabinet die brief niet heeft gestuurd. Dat levert dit tijdverlies op.

De voorzitter:

Nu gaat u op de inhoud in, terwijl dat niet de bedoeling van deze procedure is.

De heer Van der Ham (D66):

Ik wilde nogmaals om die brief vragen. Die kunnen wij kennelijk niet verwachten, dus hoef ik daar straks ook niet meer om te verzoeken. Dat is weer tijdwinst.

De voorzitter:

Dank u wel.

De heer Teeven (VVD):

Voorzitter. Ik ben buitengewoon dankbaar. Dat zag u al aan mijn gezicht.

De voorzitter:

Ja. U straalde helemaal.

Het woord is aan de heer Van Gerven.

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Ik zie het VAO over de overheveling van de geneeskundige ggz naar de Zvw van 12 juni jongstleden graag op de plenaire agenda geplaatst.

De voorzitter:

Wij zullen het VAO toevoegen aan de agenda.

Het woord is aan de heer Jasper van Dijk.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Voorzitter. Ik wil graag dat het verslag van het algemeen overleg over het actieplan LeerKracht op de plenaire agenda wordt geplaatst.

De voorzitter:

Wij zullen dit punt toevoegen aan de agenda.

Het woord is aan mevrouw Agema.

Mevrouw Agema (PVV):

Voorzitter. Ik wil graag een spoed-AO aanvragen.

De voorzitter:

U moet daarvoor eigenlijk bij de desbetreffende commissie zijn.

Ik begrijp dat u dit vraagt, omdat ik dat heb gezegd.

Mevrouw Agema (PVV):

Ja. Het ging mij eerst om een spoeddebat.

De voorzitter:

Nee, het ging om een verzoek om een spoeddebat. U en de andere leden hebben mijn verzoek gehoord. Ik hoop dat u steun zult vinden voor het houden van zo'n algemeen overleg.

Mevrouw Agema (PVV):

Mag ik nu dan geen verzoek meer doen?

De voorzitter:

U kunt mij vragen om een spoeddebat, maar niet om een spoed-AO. Daarover ga ik namelijk niet. Om een algemeen overleg aan te vragen, moet u bij de commissie zijn.

Mevrouw Agema (PVV):

Ik snap het dilemma dat nu wordt geschetst. Ik wil best naar de commissie gaan en zal mij moeten neerleggen bij het feit dat ik nu zelfs het verzoek om een spoed-AO niet kan doen.

De voorzitter:

De leden hebben uw verzoek gehoord. Laat ik nu met u meedenken dat dit in de commissie goed zal gaan. Deze uitspraak is een experiment.

Het woord is aan de heer De Roon.

De heer De Roon (PVV):

Voorzitter. Ik wil graag een brief ontvangen van de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Defensie over het bericht dat EU-soldaten onder vuur zijn komen te liggen in Tsjaad. Ik wil verder vragen om in deze brief in het bijzonder in te gaan op het volgende. Tot nu toe is steeds de indruk gewekt dat de mensen van de EU-missie in Tsjaad te midden van ongeregelde bandieten zaten. Nu blijkt echter dat er sprake is van rebellen tegen het regime in Ndjamena. Ik wil dus weten of er sprake is van een veranderde veiligheidssituatie. Ook wil ik weten of de Nederlandse militairen een rol hebben gespeeld in dit vuurgevecht en of zij hun verkennende rol hebben uitgevoerd om deze rebellen te detecteren.

Mevrouw Van Gennip (CDA):

Voorzitter. Mijn fractie heeft hierover al schriftelijke vragen gesteld. Ik wil vragen of de antwoorden op deze vragen in de brief kunnen worden meegenomen. Verder doe ik de heer De Roon de suggestie om deze vragen voortaan ook gewoon schriftelijk te stellen. Dat kan volgens mij best.

De heer Boekestijn (VVD):

Voorzitter. Tegen een brief van het kabinet heb ik geen enkel bezwaar. Overigens bestaan EU-soldaten niet. Er zijn wel Nederlandse soldaten onder EUFOR-commando.

De heer Irrgang (SP):

Voorzitter. Ook ik steun het verzoek. Ik wil vragen of hierbij bijzondere aandacht kan worden besteed aan de rol van de Nederlandse troepen in Goz Beida en aan de berichten over eventuele gevechtscontacten.

De voorzitter:

Wij zullen het stenogram onder de aandacht brengen van het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Van Velzen. Zij heeft drie verzoeken.

Mevrouw Van Velzen (SP):

Voorzitter. De algemene commissie voor Jeugd en Gezin en de vaste commissie voor Justitie hebben morgen een algemeen overleg over de Glen Mills School en een aantal andere punten. Wij hebben ruim voor het voorjaarsreces een feitelijke vragenronde of inbreng gehad. Er zijn echter nog geen antwoorden van het kabinet binnen. Dit maakt het debat van morgen lastig. Daarom wil ik vragen of wij de antwoorden op vragen over de Glen Mills School nog vandaag voor 18.00 uur mogen ontvangen.

De voorzitter:

Wij zullen dit snel onder de aandacht van de regering brengen.

Mevrouw Van Velzen (SP):

Voorzitter. Ik heb verder een maand geleden mondelinge vragen gesteld aan staatssecretaris Albayrak van Justitie over de toestanden in de tbs-kliniek Oldenkotte. Zij heeft een maand geleden aangekondigd dat er binnen drie weken een onderzoek zou worden afgerond. Inmiddels heeft de Kamer besloten om een spoeddebat over Oldenkotte te voeren. Het is echter duidelijk dat de resultaten van het onderzoek nog niet naar de Kamer kunnen komen. Het is zelfs nog niet goedgekeurd door de or en de andere lagen van de kliniek. Het kabinet heeft aangekondigd dat de onderzoeksresultaten volgende week wel beschikbaar kunnen zijn. Daarom wil ik verzoeken om het spoeddebat uit te stellen, zodat wij het op basis van de resultaten van het onderzoek kunnen voeren.

De voorzitter:

Kunnen wij daarbij misschien ook kiezen voor een spoedoverleg, gezien de druk op de agenda?

Mevrouw Van Velzen (SP):

Aangezien ik niet de aanvrager ben van het spoeddebat, kan ik daarover mijns inziens ook geen besluit nemen.

De voorzitter:

Daar heeft u een punt.

De heer De Roon (PVV):

Voorzitter. Ik voel helemaal niets voor uitstel van het spoeddebat tot volgende week. In Oldenkotte hebben de tbs'ers het op dit moment eigenlijk voor het zeggen. Het personeel is voor de eigen veiligheid afhankelijk van het gedogen van de tbs'ers. Dit moet echt geen dag langer duren. Daarom wil ik dat hierover deze week een spoeddebat wordt gevoerd, zodat er ook deze week nog maatregelen kunnen worden genomen om dit tegen te gaan.

De heer Teeven (VVD):

Voorzitter. Ik sluit mij aan bij het standpunt van de heer De Roon.

Mevrouw Azough (GroenLinks):

Voorzitter. Ik sluit mij aan bij het standpunt van mevrouw Van Velzen en ben voor uitstel van het spoeddebat tot volgende week. Het debat hoeft wat mij betreft ook niet per se in de plenaire zaal te worden gevoerd.

Mevrouw Bouwmeester (PvdA):

Wij willen graag eerst informatie ontvangen en dan een inhoudelijk debat houden. Wij willen niet een debat voeren dat is gebaseerd op vooroordelen. Ik steun het verzoek van mevrouw Van Velzen en zou het debat dan willen voeren in de vorm van een spoed-AO.

De voorzitter:

Maar wij hebben gehoord wat de aanvrager van het debat hierover heeft gezegd. Hij heeft nog steeds steun van 30 leden, dus wij handhaven het voorstel zoals het is gedaan.

Mevrouw Van Velzen (SP):

Mag ik dan mijn verzoek in die zin veranderen dat ik bij dezen het kabinet wil oproepen om wel degelijk voor het debat met het onderzoek te komen en wat druk te leggen op de kliniek om er sneller een handtekening onder te zetten en aan te geven wat men gaat doen?

De voorzitter:

Wij zullen het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Mevrouw Van Velzen (SP):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dan uw derde verzoek.

Mevrouw Van Velzen (SP):

Ik zou graag een brief willen ontvangen van de ministers van Defensie en van Buitenlandse Zaken. Het ANP en een aantal internationale media hebben namelijk bericht dat de strijders van de Taliban in Afghanistan een aantal dorpen ten noorden van Kandahar hebben ingenomen. Dit heeft implicaties voor de bereikbaarheid van de Nederlandse troepen in Uruzgan. Ik zou in deze brief graag een reactie willen hebben op de militaire en politieke gevolgen van de inname van dit gebied. Graag ontvang ik deze brief op korte termijn.

Mevrouw Van Gennip (CDA):

Ook hierover hebben wij al schriftelijke vragen gesteld, dus ik stel voor dat wij deze vragen en antwoorden meenemen in de brief en dat wij deze brief krijgen voor het algemeen overleg van, naar ik meen, 2 juli.

De heer Boekestijn (VVD):

Ik heb dezelfde mening.

De voorzitter:

Wij zullen het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan de heer De Wit.

De heer De Wit (SP):

Voorzitter. Ik heb op 29 april vragen ingediend over het onderzoek van professor Groenendijk onder vreemdelingenrechters, die kritiek hadden op de Raad van State. De termijn is al lang en breed verstreken en ik zou nu per ommegaande antwoord willen hebben.

De voorzitter:

Wij zullen het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan de heer Rutte.

De heer Rutte (VVD):

Voorzitter. Mede namens mevrouw Halsema van de fractie van GroenLinks het volgende. Het kabinet heeft toegezegd, een brief te zullen sturen met het nieuwe kabinetsstandpunt over embryoselectie. Ik zou dit kabinetsstandpunt graag uiterlijk 1 juli in de Kamer hebben, zodat het mogelijk is hierover nog voor het zomerreces te vergaderen. Wat mij betreft, mogen wij de betrokkenen niet nog langer in onzekerheid laten. Ik zeg erbij dat ik niet zal aarzelen om, als de brief van het kabinet niet op tijd komt, zo nodig de Kamer terug te roepen van reces.

De voorzitter:

Wij zullen het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan de heer Weekers.

De heer Weekers (VVD):

Voorzitter. Afgelopen vrijdagavond is de premier warm ontvangen in de kleedkamer van het Nederlands elftal. Hij heeft daar nog een belangwekkend advies meegekregen van doelman Van der Sar, namelijk: belastingen omlaag! De premier heeft na afloop gezegd: ik zal dit eens in het kabinet gaan bespreken. Mijn fractie is zeer benieuwd naar de uitkomst van het kabinetsberaad. Ik wil dus, via u, de premier en de minister van Financiën het verzoek doen om op schrift te zetten wat de uitslag is van dit kabinetsberaad en op welke wijze en wanneer de premier zijn boodschap gaat terugverkopen aan het Nederlands elftal.

De voorzitter:

Dus u wilt graag voor de halve finale het antwoord hebben?

De heer Weekers (VVD):

Zeker, zodat wij het nog bij de Voorjaarsnota kunnen betrekken, dat zult u begrijpen.

De voorzitter:

Nee, dan is het mij helemaal duidelijk. Wij zullen het stenogram per ommegaande doorzenden naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Gerkens, die geheel in stijl gekleed is.

Mevrouw Gerkens (SP):

Voorzitter. Wacht u maar wat ik aantrek als wij in de finale staan, en daar komen wij!

Aan het begin van de middag ontving ik het bericht dat de bouw van het ICT-systeem voor de WIA is stilgelegd. Ik zou graag voor morgen 12.00 uur van de minister hierover een brief willen, met het oog op een mogelijk spoeddebat, afhankelijk van de inhoud van de brief.

De voorzitter:

Wij zullen het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan de heer Graus.

De heer Graus (PVV):

Voorzitter. Ik heb ervan afgezien om nog een spoeddebat aan te vragen, maar ik krijg wel graag een reactie in de vorm van een brief van de ministers van LNV en Verkeer en Waterstaat naar aanleiding van een artikel dat dierenambulances geen noodhulp meer mogen bieden aan zwaargewonde dieren langs de snelwegen. Graag zie ik daarin tevens beantwoord hoe zij, buiten het onnodige dierenleed, staan tegenover het feit dat de verkeersveiligheid in gevaar komt. Ook verneem ik graag waarom de motie-Graus (28286, nr. 120), die ik namens de PVV-fractie heb ingediend, niet wordt uitgevoerd. In die motie vraag ik om een geprofessionaliseerde dierenambulanceorganisatie met meer in plaats van minder privileges. Kunnen de bewindslieden daarop ingaan?

De voorzitter:

Over het algemeen steunen wij verzoeken om informatie. U steunt het verzoek, neem ik aan, mevrouw Van Velzen?

Mevrouw Van Velzen (SP):

Als u zo naar mij kijkt ... Natuurlijk steun ik het verzoek. Ik zou daaraan alleen wel graag een deadline verbinden. Ik neem aan dat de heer Graus in gedachten had dat hij die brief deze week wel wilde ontvangen?

De heer Graus (PVV):

Het is heel goed dat mevrouw Van Velzen mij daaraan helpt herinneren. Door het gaslek ben ik ook een beetje van mijn à propos. Ik had deze brief inderdaad graag nog gehad vóór het AO over Cites. Dan kunnen wij hem daar mogelijk nog bij betrekken. Dat vindt aanstaande donderdag plaats, meen ik. De brief moet dus aanstaande woensdag uiterlijk om 18.00 uur bij ons zijn.

De voorzitter:

Wij zullen het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan de heer Van der Ham.

De heer Van der Ham (D66):

Voorzitter. Ik heb een punt van orde. Het betreft de orde van de Kamer en onze verhouding met het kabinet ten aanzien van ons informatierecht. Zonet zei u toevallig in verband met het verzoek van de heer Graus dat wij op zichzelf altijd informatieverzoeken inwilligen. Vorige week heb ik namens drie fracties vragen gesteld over de kwestie-Nekschot. Ook de fractie van GroenLinks steunde dat. Een aantal fracties had daaraan geen behoefte; zij zeiden dat dit wel tijdens het debat kon. Vervolgens zei u: wij geleiden deze vraag door naar het kabinet. Daarbij zei u uitdrukkelijk: het kabinet kan ook rekening houden met de verhouding in de Kamer. Ik hoop niet dat dit een precedent zal vormen. Over het algemeen moeten wij er toch voor zorgen dat informatie aan ons wordt geleverd, wat de fracties daarmee vervolgens ook doen. Naar aanleiding van het ontbreken van de informatie die wij hebben gevraagd, heeft de heer Teeven nu om uitbreiding van de spreektijd gevraagd. Dat verzoek hebt u gelukkig ingewilligd. Ik wil hiervoor wel een nadere verklaring hebben. Wat is nu precies de orde? In hoeverre kan ons informatie worden onthouden door het kabinet, ook al is er geen officiële meerderheid bij stemming die zich achter het verzoek heeft geschaard?

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Voorzitter. Ik wil de heer Van der Ham bijvallen. Volgens mij is de orde dat het informatierecht niet afhankelijk is van meerderheden en dat ook niet mag worden. Daarbij lijkt het mij dan ook op zijn plaats dat u de minister laat weten dat het nooit zo kan zijn dat hij niet voldoet aan de informatieplicht jegens de Kamer omdat er geen meerderheid zou zijn. Die beslissing is volgens mij uiteindelijk niet aan hem.

De voorzitter:

Zijn er nog anderen die hun licht over deze kwestie willen laten schijnen?

Artikel 68 ziet toe op het informatierecht van de Kamer als het gaat om informatie van de regering. Uiteindelijk wordt dat door een meerderheid van de Kamer in een vertrouwenskwestie beslist. Uiteindelijk is dat zo. Met precies uw redenering zeg ik altijd: laten wij verzoeken om inlichtingen van elkaar steunen. Dat is de basishouding. Als leden daartegen bezwaar maken – dat kan ook – dan heb ik uiteindelijk altijd te maken met meerderheden in deze Kamer. Daarvan kan de regering dan kennisnemen via het stenogram. Ik kan het volgens mij niet preciezer zeggen. Als regel doen wij er goed aan, vind ik, om elkaar altijd te steunen in verzoeken om informatie. Dat gebeurt hier ook altijd. Wij zijn echter niet naïef, natuurlijk; het zou dus ook kunnen dat mensen daarmee andere agenda's hebben en dat meerderheden in de Kamer daar vervolgens een stokje voor willen steken. Uiteindelijk beslist de Kamer bij meerderheid. Uiteindelijk beslist de Kamer ook bij meerderheid of men vertrouwen heeft in het kabinet of niet. Hetzelfde geldt voor de aanwezigheid of afwezigheid van bewindslieden bij debatten. Als meerderheden akkoord gaan met de afvaardiging van het kabinet, dan is dat weliswaar niet hoffelijk, maar wel een realiteit. Is dat voldoende antwoord, mijnheer Van der Ham?

De heer Van der Ham (D66):

Dit is vrij nieuw. Mijn punt zit in het volgende.

De voorzitter:

Dit is heel oud. Ik moet u even corrigeren. De meerderheidsregel is de oudste regel van de Kamer.

De heer Van der Ham (D66):

Mijn punt is dat informatieverzoeken hier over het algemeen worden ingewilligd. Over deze kwestie waren er vrij klinische vragen. Het was niet eens zo politiek gekleurd. Wij hebben om informatie gevraagd. Dit verzoek is niet gesteund door een meerderheid van de Kamer, maar er is door u gesuggereerd dat die vragen doorgestuurd werden aan het kabinet, met de intentie dat zij gewoon beantwoord zouden worden.

De voorzitter:

Natuurlijk.

De heer Van der Ham (D66):

Het punt is dat wij daarop hebben geanticipeerd. Wij moeten constateren dat als wij twee weken of een week geleden schriftelijke vragen over dit onderwerp hadden gesteld, wij nu al de antwoorden hadden kunnen krijgen. Ik vind het een teken van efficiency als wij helder hebben wanneer wij op informatie kunnen vertrouwen, ook ondersteund door de voorzitter. Zij zou ook volgens de mores moeten spreken die wij normaal in de Kamer hebben, namelijk dat een verzoek om informatie wordt ingewilligd. Dit maakt deze situatie een beetje diffuus.

De voorzitter:

Nee, dit maakt het niet diffuus. De meerderheidsregel is de meerderheidsregel. Op dat moment speelde dat een meerderheid van de Kamer een stokje voor de brief wilde steken. Het ging niet om de eerste serie informatie. Het ging om een tweede brief. Ik heb een stemming daarover voorkomen door te zeggen dat de regering kon zien wat in het stenogram stond. Als ik het op een stemming had laten aankomen, had een meerderheid van de Kamer waarschijnlijk gezegd dat zij geen behoefte had aan een aanvullende brief.

De heer Rutte (VVD):

Ik denk dat het goed is om hierover door te praten, misschien in een ander verband. Ik heb het artikel altijd zo geïnterpreteerd dat de Kamer natuurlijk bij meerderheid beslist. Democratie betekent echter ook rekening houden met de rechten van de minderheden.

De voorzitter:

Dat is zeker zo.

De heer Rutte (VVD):

Onderdeel daarvan is dat de minderheden ook de informatie moeten kunnen hebben die zij nodig achten om zich voor te bereiden op het debat. De heer Van der Ham wees er terecht op dat, als hij schriftelijke vragen gesteld zou hebben namens deze fracties, die vragen wel beantwoord zouden zijn. Dit was misschien niet naar onze zin geweest, maar de vragen hadden tenminste beantwoord moeten worden. Dat vind ik een extra adstructie van het feit dat in dit geval de minderheid, ongeacht de meerderheid, kan vragen om een brief van het kabinet en het dus ongepast zou zijn als een meerderheid dit kan blokkeren.

De voorzitter:

U hebt daar helemaal gelijk in. Volgens mij hoeven wij er dus verder ook niet lang over te praten.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Ik zou het goed vinden als er gerappelleerd wordt op de brief. Ik zou willen vragen of u dit namens ons zou willen doen.

De voorzitter:

Ik wil met heel veel plezier namens u nog eens vragen om een aanvullende brief, als de leden er allemaal mee instemmen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik heb hierop hetzelfde antwoord als een week geleden. Wij gaan het feestje niet overdoen. Wij hebben een beslissing genomen.

De voorzitter:

Dan stuur ik het stenogram door naar het kabinet. Dit is precies hetzelfde als wat wij de vorige keer gedaan hebben.

De heer Van der Ham (D66):

Dit is niet helemaal hetzelfde. De CDA-fractie heeft gereageerd, maar de andere fracties niet. Er is dus een minderheid in deze Kamer die zich niet kan verenigen met een herhaald verzoek om informatie.

De voorzitter:

Dit is allemaal leesbaar in het verslag.

De heer Van der Ham (D66):

En deze woorden ook.

De voorzitter:

Dan is aldus besloten.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Wat is er nu besloten? Dat het besluit van vorige week niet meer staat?

De voorzitter:

Nee, het kabinet kan nu precies lezen hoe de verhoudingen in de Kamer liggen. Deze zijn niet veranderd. Althans, de Partij van de Arbeid heeft nu niets hardop gezegd. Ik hoef niet aan u te vragen om steun voor een brief.

De heer Van der Ham (D66):

Als fracties niet naar voren komen – wat het CDA wel doet – om te zeggen dat zij geen behoefte hebben aan een brief, kun je ervan uitgaan dat zij akkoord zijn met het rappel, toch?

De heer Heerts (PvdA):

Wij hebben geen behoefte aan een brief.

De heer Van der Staaij (SGP):

Ik vind dat het nu wat verwarrend wordt. Vorige week was er geen meerderheid voor een brief. De voorzitter heeft toen zelf gezegd dat het kabinet kon zien hoe de verhoudingen liggen. Degenen die vervolgens geen schriftelijke vragen stellen, nemen dan het risico dat er geen antwoord van de regering komt, omdat deze naar de meerderheid kijkt. Ik blijf dus bij het standpunt dat het debat er is voor verdere opheldering en dat wij geen behoefte hadden en hebben aan een brief.

De heer Anker (ChristenUnie):

Ook de fractie van de ChristenUnie heeft na de afgelopen week nog steeds geen behoefte aan een brief.

De voorzitter:

Mijnheer Van der Ham, dit is de stand van zaken.

De heer Van der Ham (D66):

Mijn laatste instrument is een hoofdelijke stemming.

De voorzitter:

Weet u dit zeker? Echt waar?

De heer Van der Ham (D66):

Ja.

De voorzitter:

Dan zullen wij deze stemming toevoegen aan de stemmingslijst. Dit wordt een interessante stemming. Er zijn dan dus twee ordevoorstellen om over te stemmen.

Het woord is aan de heer Koopmans.

De heer Koopmans (CDA):

Namens de vaste commissie voor VROM verzoek ik u, het verslag van het algemeen overleg over luchtkwaliteit aan de plenaire agenda toe te voegen. Dit VAO hoeft niet vanavond plaats te vinden.

De voorzitter:

Wij zullen het VAO toevoegen aan de agenda.

Dan kunnen wij nu gaan stemmen. Laten wij voor de helderheid en om er een beetje in te komen, eerst stemmen over ...

De heer Heerts (PvdA):

Voorzitter. Mijn fractie heeft even beraad gehad. Nu wordt de indruk gewekt dat de PvdA-fractie een verzoek om informatie wil tegenhouden. Daar hebben wij helemaal geen zin in. Laat er dan een kort briefje komen. Zo principieel ligt het ook allemaal niet en wij willen niet dat het beeld bestaat dat onze fractie verzoeken om informatie wil tegenhouden. Die indruk lijkt nu gewekt te worden en dat willen wij niet.

(geroffel op de bankjes)

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ieder debat heeft weer zo zijn eigen wendingen. Gelet op de hoeveelheid vragen die vorige week in die brief zijn gesteld, vraag ik om het debat met een week uit te stellen.

Voorzitter. Vanuit de zaal roept de heer Pechtold een woord. Ik heb daar grote moeite mee. Ik pik dat niet! Ik wil dat hij dat woord terugneemt.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. Dat woord was "machtswellustelingen" en dat onderbouw ik door de manier waarop de CDA-fractie deze regelingen frustreert.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Dan wil ik daar een spoeddebat over. Ik pik dit echt niet! Ik pik het gewoon niet dat men dat hier van mij zegt, terwijl ik het serieus meen.

De voorzitter:

Mijnheer Van Haersma Buma, een spoeddebat past hier niet. U hebt recht op een persoonlijk feit.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Dan is het een persoonlijk feit.

De voorzitter:

U vindt het een persoonlijk feit. U hebt uw punt gemaakt en dat staat in de Handelingen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik wil daar nog aan toevoegen waarom ik vind wat ik net gezegd heb.

De voorzitter:

Graag.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Kom op, jongens!

De voorzitter:

Nee, mevrouw Halsema, dit soort dingen moeten kunnen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Voorzitter. Ik vind wat ik net gezegd heb, omdat wij hier uit en te na hebben gewisseld wat er vorige week aan de hand was. Wij hebben daarover als Kamer uiteindelijk een besluit genomen. Er was een brief gekomen. Vervolgens is gevraagd om een brief met buitengewoon veel en gedetailleerde informatie.

Mevrouw de voorzitter, u kunt gaan lachen, maar...

De voorzitter:

Nee, nee, ik lach niet. Ik probeer slechts de sfeer een beetje te ontspannen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Voorzitter. Als ik probeer het serieus te nemen...

De voorzitter:

Ik neem u zeer serieus.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik word echt heel boos als dit soort dingen gezegd worden.

De heer Van der Ham kan zeggen dat wij de informatie morgen moeten hebben. Dat mag hij met een meerderheid achter zich. Wij voeren dan echter niet een debat over daadwerkelijk die brief, want er ligt natuurlijk niet binnen één dag gedetailleerde informatie over alle gesprekken die de afgelopen jaren zijn gevoerd. Ik vind het allemaal best, maar het is een buitengewoon onzorgvuldige gang van zaken.

De heer Van der Ham (D66):

Voorzitter. Ik ben erg blij met de steun van de PvdA-fractie en met het feit dat zij het informatieverzoek niet wil blokkeren. Ik wil een goede brief met goede informatie hebben. Wij laten het aan het kabinet over of dat volgende week of deze week kan. Dat maakt mij niet zoveel uit. Ik wil een debat kunnen voeren over de inhoud en als het kabinet daar een week extra voor nodig heeft, laat ik dat graag over aan het kabinet. Er moet echter een goede brief komen met daarin antwoorden op de vorige week gestelde vragen.

Ik bedank nogmaals de PvdA-fractie voor haar steun.

De voorzitter:

Dan brengen wij het huidige besluit onder de aandacht van het kabinet. Wij zullen niet meer stemmen over het voorstel van de heer Van der Ham, waarvoor ik hem bedank.

Wij gaan nu eerst stemmen over mijn voorstel om, gezien de tijd, met ingang van morgen het kerstregime voor VAO's te laten ingaan. Wie is voor dit voorstel?

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de PvdA, de VVD, de ChristenUnie, de SGP en het CDA voor dit voorstel hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Aangezien er nog een nota van wijziging is aangekondigd, stel ik voor om de stemmingen over de wijziging van de Wet op het financieel toezicht (31093) uit te stellen.

Daartoe wordt besloten.