Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-2008nr. 28, pagina 2228-2229

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 8 november 2007 over de opdrachtomschrijving voor de commissies-Elverding en -Ruding.

De heer De Krom (VVD):

Voorzitter. De motie die ik wil indienen, gaat niet over inspraak, maar over het beperken van de kring van belanghebbenden zoals wij in het algemeen overleg hebben besproken.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat infrastructuurprojecten grote vertraging oplopen door protesten van een niet direct belanghebbende partij;

constaterende dat alle direct belanghebbenden, inclusief de omwonenden, voorstander waren van de voorgestelde capaciteitsuitbreiding;

constaterende dat deze problematiek speelt bij de voorgenomen aanleg van meerdere infrastructurele projecten;

overwegende dat Nederland gebaat is bij een snellere besluitvorming over infrastructurele projecten;

verzoekt de regering om met voorstellen te komen tot aanpassing van de Tracéwet en de Algemene wet bestuursrecht onder andere door invoering van het relativiteitsvereiste,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden De Krom en Koopmans. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 12(29385).

De heer De Krom (VVD):

Voorzitter. Ik realiseer mij dat het kabinet waarschijnlijk afgelopen vrijdag heeft besloten tot aanpassing van de Tracéwet, maar op een ander punt dan dit. Ik zie het commentaar van de minister tegemoet.

Minister Eurlings:

Voorzitter. Deze discussie voert eigenlijk voort op een discussie die ook is gevoerd tijdens de algemene politieke beschouwingen. Verschillende fracties, waaronder de fractie van de heer De Krom bij monde van haar fractievoorzitter, hebben toen het belang van het kijken naar deze relativiteitsvereiste naar voren gebracht. Het gaat er dus om dat je nog eens zeer kritisch kijkt naar welke mensen nu eigenlijk belanghebbend zijn en inspraak kunnen uitoefenen.

Wij hebben inderdaad afgelopen vrijdag in het kabinet besloten tot een wijziging van de Tracéwet. Dat was de eerste wijziging die wij sowieso kunnen doen, de "bestuurlijke lus". Als de Raad van State op een paar punten kritiek heeft, stelt deze lus mij in staat deze te herstellen zonder dat het besluit moet worden overgedaan. In voorkomende gevallen kan dit dus behoorlijke tijdwinst opleveren. Ik vind dit sowieso een verbetering.

Bezien wie echt belanghebbend is en wie minder, is een tweede, zeer belangrijk punt. De premier heeft in reactie op hetgeen onder andere door de heer Rutte is opgemerkt, gezegd dat hij deze gedachtevorming beschouwt als ondersteuning van het regeringsbeleid.

Zorgvuldigheid speelt in dit geval uiteraard een belangrijke rol. Niemand van ons is er immers bij gebaat om mensen rücksichtslos rechten te ontnemen. Bezien moet worden hoever men hierin mag gaan. Wie is wel belanghebbend en wie niet? Hoe wordt de goede balans in stand gehouden? Ik ga ervan uit dat u met deze motie aan de zorgvuldigheid niets afdoet, maar dat u wel duidelijk het signaal afgeeft welke richting het op moet. In die zin vind ik het een sympathieke motie. Ik merk wel op – de premier heeft dit ook al eerder aangegeven – dat het een van de eerste punten is die op de agenda staat van de commissie-Elverding. De definitieve conclusies van de regering zou ik dan ook willen verbinden aan de conclusies van de commissie-Elverding op dit punt.

De heer De Krom (VVD):

Dit lijkt mij een correcte uitleg van de motie waarmee ik goed kan leven. Ik constateer wel dat in de tekst nog iets gewijzigd moet worden. Ik zal dan ook een gewijzigde versie indienen. Dit verandert echter niets aan het doel van de motie.

Minister Eurlings:

U straalt zorgvuldigheid uit, dus ik ga ervan uit dat deze wijziging in lijn is met hetgeen u beoogt met uw oorspronkelijke motie.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

De stemming over de motie zal dinsdag 4 december plaatsvinden.