Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend
bij het debat over seksuele en reproductieve gezondheid en rechten,
te weten:
- de motie-Van der Laan/Tjon-A-Ten over bijdragen aan
deskundigheidsbevordering voor het SRGR-beleid en het blijvend informeren
van de Kamer (30300 V, nr. 89);
- de motie-Tjon-A-Ten
c.s. over voorkoming van kindhuwelijken (30300 V, nr. 90);
- de motie-Tjon-A-Ten/Van der Laan over het in kaart brengen
van cijfermateriaal op het terrein van SRGR (30300 V, nr. 91).
(Zie vergadering van heden.)
De voorzitter:
Aangezien de motie Tjon-A-Ten/Van der Laan (30300-V, nr.
91) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van behandeling meer uit.
De motie-Van der Laan/Tjon-A-Ten (30300-V, nr. 89) is in die zin gewijzigd
dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het wenselijk is dat binnen het Europees ontwikkelingsbeleid
meer aandacht besteed wordt aan seksuele en reproductieve gezondheid en rechten
(SRGR);
overwegende dat het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag veel
deskundigheid in huis heeft op dit terrein en daarom van nut kan zijn bij
de deskundigheidsbevordering van de Europese Commissie en andere lidstaten;
overwegende dat de minister heeft toegezegd te onderzoeken of bijvoorbeeld
middels een detachering in Brussel om daar bij te dragen aan de verbetering
van expertise op het gebied van SRGR;
verzoekt de regering, te onderzoeken op welke wijze Nederland kan bijdragen
aan de deskundigheidsbevordering voor het SRGR-beleid binnen de Europese Commissie
en in haar delegaties in ontwikkelingslanden;
verzoekt de regering, de Kamer blijvend te informeren over de activerende
rol die zij speelt op het gebied van SRGR binnen het Europese OS-beleid,
en gaat over tot de orde van de dag.
Naar mij blijkt, wordt deze gewijzigde motie voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 94 (30300-V).
De motie-Tjon-A-Ten c.s. (30300-V, nr. 90) is in die zin gewijzigd dat
zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat:
- kindhuwelijken in diverse ontwikkelingslanden,
in het bijzonder in Afrika en Azië, een groot probleem zijn;
- zwangerschap en bevalling bij kindbruiden vaak desastreuze consequenties
hebben, zoals handicap, uitsluiting en uitstoting;
- het door 191
landen ondertekende en geratificeerde Verdrag inzake de rechten van het kind
(VRK) als leeftijdsgrens 18 jaar aanhoudt;
- het toestaan van kindhuwelijken
schending inhoudt van de artikelen 1 t/m 3, 6, 12, 19, 24, 28, 29, 34 t/m
36 van het VRK;
- van landen die actieprogramma's hebben onderschreven
tijdens de World Summit for Children (1990), de internationale conferentie
inzake Population and Development (1994) en de vierde wereldconferentie over
vrouwen (1995), wordt verwacht dat zij hun wetgeving in overeenstemming brengen
met het VRK;
tevens overwegende dat de regering streeft naar de toevoeging van een
extra target en relevante indicatoren onder het vijfde MDG, betreffende de
verbetering van de gezondheid van de moeder;
verzoekt de regering, dit streven in het bijzonder in de partnerlanden
te concretiseren door aan te dringen op wet- en regelgeving die als wettelijke
minimumleeftijd voor een huwelijk in ieder geval 18 jaar aanhoudt,
en gaat over tot de orde van de dag.
Naar mij blijkt, wordt deze gewijzigde motie voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 95 (30300-V).
In stemming komt de gewijzigde motie-Van der Laan/Tjon-A-Ten (30300-V,
nr. 94).
De voorzitter:
Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de PvdA, de SP,
GroenLinks, de Groep Lazrak, de Groep Wilders, D66, de VVD en de Groep Nawijn
voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen,
zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Tjon-A-Ten c.s. (30300-V, nr. 95).
De voorzitter:
Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van GroenLinks, de
PvdA, de Groep Lazrak, de Groep Wilders, D66, de VVD en de Groep Nawijn voor
deze gewijzigde motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen,
zodat zij is aangenomen.
Beste medeleden, geachte collega's. Men vroeg mij zo-even of ik nog een
stichtelijk woord heb voorbereid. Welnu, dat is niet het geval. Maar met het
einde van de stemmingen is niet alleen een einde gekomen aan deze vergadering
maar ook aan dit kalenderjaar. Een jaar dat begon met de herdenking van de
tsunami-ramp in Zuidoost-Azië en Oost-Afrika, waarbij ruim 300.000 slachtoffers
vielen, ook Nederlandse. En het is eigenlijk nog maar zo kort geleden.
De sluiting van de vergadering valt dit jaar op een dinsdag en niet, zoals
gebruikelijk, op een donderdag. Dit is bijzonder. Het heeft ook een bijzondere
reden, namelijk de Europese Top, waar ook voor Nederland belangrijke beslissingen
zijn genomen. Gelukkig zijn de begrotingsbehandelingen vorige week al afgerond.
Dat betekent dat wij er alweer in zijn geslaagd deze behandelingen te voltooien
voor het kerstreces. Hiermee is de traditie van jaren in ere gehouden.
Hoe hectisch het werk in deze Kamer ook is, soms is er een moment waarop
alles letterlijk even stilstaat. Zo'n moment was het overlijden van onze collega
Karin Adelmund op 21 oktober jongstleden. Tijdens de herdenking hier
in de Kamer heeft de voorzitter haar getypeerd als een bevlogen en vooral
toegewijd politica met uitgesproken opvattingen. Zij was vergroeid met haar idealen: opkomen voor de groepen die er soms heel bekaaid afkomen.
Wij blijven haar dan ook missen.
Geachte medeleden. Wij hebben een drukke en voor ons allen zware tijd
achter de rug. Naast de begrotingsbehandelingen hebben veel wetsvoorstellen
hier de revue gepasseerd. Sommige hiervan zullen tot grote veranderingen en
aanpassingen leiden in 2006. Het is nu niet aan mij, noch het moment om hierover
een oordeel uit te spreken. Wel wil ik in dit verband de ondersteuning van
onze medewerkers, fractiemedewerkers en persoonlijke medewerkers benadrukken
en hen bedanken voor hun inzet.
De voorzitter:
Ook graag een woord van dank, uiteraard met respect voor hun onafhankelijke
positie, voor de dames en heren van de pers. Want wij kunnen er toch niet
buiten.
De voorzitter:
Ten slotte wil ik ook de bewindspersonen danken voor de samenwerking in
het afgelopen jaar, met of zonder stropdas.
Beste collega's. Ik wens u allen in deze zaal en in en rondom de Tweede
Kamer goede kerstdagen en een voorspoedig en vooral een gezond 2006 toe. Ik
hoop u allen begin volgend jaar uitgerust, vol energie en met nieuwe plannen
en ideeën weer hier aan te treffen.
Ik dank u allen zeer.