Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2004-2005nr. 77, pagina 4649-4651

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Ik geef het woord aan mevrouw Halsema.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Voorzitter. Vorige week werden de gegevens bekend van het grootste opinieonderzoek dat ooit in Nederland is gedaan, een representatief opinieonderzoek onder 150.000 Nederlanders getiteld "21minuten.nl". Veel gegevens zijn inmiddels via de media bekend geworden. De meest aandachttrekkende conclusie was dat Nederlanders zeer somber zijn over hun eigen toekomst en ronduit negatief over regering en politiek.

De week na het reces vindt in aanwezigheid van de minister-president het verantwoordingsdebat nieuwe stijl plaats. Ik stel het zeer op prijs als voorafgaand aan dit debat een kabinetsstandpunt over het opinieonderzoek naar de Kamer wordt gezonden, opdat wij de uitkomsten ervan bij onze inbreng kunnen betrekken. Ik doe dit voorstel mede namens de Partij van de Arbeid.

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet, in het bijzonder naar de minister-president.

Het woord is aan mevrouw Halsema voor een tweede verzoek.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Voorzitter. Gisteren was onze kersverse minister Pechtold op werkbezoek in Limburg. Hij deed daar blijkbaar andere ervaringen op dan minister Donner. Na afloop zei hij dat je je ogen niet kunt sluiten voor de problemen met cannabis aldaar. Een waar woord, lijkt mij. Hij steunt de gedachte van lokale bestuurders, zoals de CDA-burgemeester Leers en de politie, om een proefproject te starten voor legale toevoer van cannabis.

Minister Pechtold verwoordt daarmee een nieuw en hoopgevend geluid in het kabinet. Ik wil hem de kans geven om dat geluid ook in de Kamer te verwoorden, en wel morgen tijdens het debat dat zal plaatsvinden in aanwezigheid van minister Donner. Ik stel het zeer op prijs als u aan hem doorgeeft dat zijn aanwezigheid bij dat debat naar mijn mening gewenst is.

De voorzitter:

Ik stel voor, aan dit verzoek te voldoen. Dat wil zeggen dat wij naast de minister van Justitie, de minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties uitnodigen voor het al geplande debat van morgen over de experimenten softdrugsbeleid.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Crone.

De heer Crone (PvdA):

Voorzitter. Twee weken geleden hebben wij tijdens het vragenuurtje met de minister-president over de topinkomens gesproken. Hij heeft toen daadkracht en snelheid toegezegd. Wij hebben nu moeten vaststellen dat, volgens zijn eigen persconferentie, de daadkracht en de snelheid zijn uitgebleven. Ik verzoek u daarom ons in de gelegenheid te stellen hierover een debat te voeren met de minister-president. Ik vraag dit mede namens collega Vendrik van GroenLinks.

De voorzitter:

Voordat ik naga of andere leden hierover het woord willen voeren, wijs ik op een vanochtend binnengekomen brief van de minister-president over dit onderwerp. Daarin meldt de minister-president dat de behandeling van dit onderwerp binnen de ministerraad nog niet is afgerond, dat dit aanstaande vrijdag zal gebeuren en dat er dan een brief zal komen. Voor het geval u die brief nog niet hebt gezien, noem ik die nu. Het staat u vrij om dit verzoek te doen, maar ik denk dat die brief wel moet worden betrokken bij de besluitvorming.

De heer Crone (PvdA):

Ik heb de brief wel kunnen lezen, want die was niet zo lang. Er stond alleen in dat de regering er opnieuw over gaat praten. Dat lijkt mij in strijd met de door de minister-president op de persconferentie gemelde besluitvorming: er is besloten om niets te doen, maar om allerlei adviezen in te winnen. Kennelijk gaat er nu toch meer gebeuren. Daar ben ik hoopvol over, want wie weet wat er nog gaat gebeuren? In de brief stond ook dat het nog lang kan duren en dat er een brief komt van minister De Geus en niet van de minister-president. Daarom leek het mij goed om met de collega's van gedachten te wisselen over wat wij nu echt willen.

De heer Jan de Vries (CDA):

Voorzitter. Ik wil eigenlijk alleen uw eigen woorden onderstrepen: de brief van vandaag van de minister-president is helder. Wij zien met de heer Crone de maatregelen van de regering hoopvol tegemoet. Ik denk dat het ordentelijk is om de desbetreffende brief netjes af te wachten en om dan te besluiten over de procedure.Voorzitter

De heer Blok (VVD):

Voorzitter. Ook de VVD-fractie wil graag eerst de brief van de regering zien en dan beslissen of en, zo ja, wanneer een debat nodig is.

De heer Bakker (D66):

Voorzitter. Ik sluit mij daarbij aan, maar niet bij het "of". Gelet op het maatschappelijk karakter van het debat en de vele daarmee samenhangende emoties, lijkt het mij sowieso goed om dat debat te houden. Er lijkt mij ook vanuit deze Kamer wellicht heel wat te verhapstukken met de regering, maar het lijkt mij ordentelijk dat de regering aanstaande vrijdag eerst tot een oordeel mag komen, waarna wij het debat snel kunnen voeren. Dan komen wij waarschijnlijk ook eerder tot breed gedragen conclusies dan wanneer wij er deze week snel opnieuw een debat over zouden houden.

De heer Crone (PvdA):

Voorzitter. Ik laat dit op mij inwerken. Ik ben een beetje verbaasd. De minister-president kwam hier zonder stuk, zonder enige onderbouwing en zonder kennis van zaken over twee mensen die in dit land te veel verdienen. Ik vond dat niet verstandig. Ik geef dus toe dat het beter is om zo'n discussie te voeren op basis van een brief en doordachte standpunten. Ik tel op dat punt dus maar mijn zegeningen. Ik heb gemerkt dat ook de VVD-fractie uitziet naar dat debat. Wij wachten de brief dus af, maar ik wil het tempo niet verliezen. Laten wij daarom met elkaar afspreken dat wij de regering vragen om die brief tijdig naar de Kamer te sturen, zodat wij dit debat eind mei kunnen voeren.

De voorzitter:

Ik stel voor, te besluiten conform het laatste voorstel van de heer Crone en om het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet, in het bijzonder naar de minister-president en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Depla.

De heer Depla (PvdA):

Voorzitter. Ik wil graag een debat aanvragen over het VSO over de circulaire Huurbeleid 2005.

De voorzitter:

Dus over het verslag van het schriftelijk overleg over het huursubsidiebeleid. Wilt u dat debat per se deze week of kan het iets later?

De heer Depla (PvdA):

Het moet deze week, want verhuurders moeten deze week duidelijkheid hebben.

De voorzitter:

Ik stel voor, aan dit verzoek te voldoen.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Vos.

Mevrouw Vos (GroenLinks):

Voorzitter. Vorige week hebben wij met minister Verdonk gesproken over het landgebonden asielbeleid. Ik zou het verslag van dat debat graag op de plenaire agenda willen plaatsen.

De voorzitter:

Ik heb het gevoel dat u wilt dat dat deze week al gebeurt.

Mevrouw Vos (GroenLinks):

Ja, dat zou mijn voorkeur hebben.

De heer Visser (VVD):

Ik heb een vraag aan mevrouw Vos. Wij hebben het debat met twee ministers gevoerd. Welke minister wilt u erbij hebben?

Mevrouw Vos (GroenLinks):

Het is heel goed dat u mij daarop attendeert. Ik heb een aantal moties in gedachten die beide ministers aangaan. Wellicht zou dus ook minister Bot daarbij aanwezig moeten zijn, maar dat is wat mij betreft niet per se noodzakelijk.

De voorzitter:

De agenda van de minister van Buitenlandse zaken bestaat voor een groot deel uit bezigheden in het buitenland, maar wij zullen bezien of het mogelijk is.

Het woord is aan de heer Van Lith.

De heer Van Lith (CDA):

Voorzitter. Mede namens collega Geluk verzoek ik u, het verslag van het AO over de Europese Kaderrichtlijn Water op de plenaire agenda te zetten, liefst deze week. Wij verwachten namelijk nog een uitspraak van de Kamer voor de rapportage aan Brussel, waaraan een termijn is verbonden.

De voorzitter:

Ik stel voor, dit onderwerp op de agenda te zetten voor een nader te bepalen moment in deze week.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Van der Staaij.

De heer Van der Staaij (SGP):

Voorzitter. Drie weken geleden heb ik samen met een aantal collega's van het CDA, de LPF, de ChristenUnie en de Groep Wilders schriftelijke vragen gesteld aan de minister van Buitenlandse Zaken over de strafrechtelijke vervolging van een Iraanse voorganger, tevens kolonel in het leger, op beschuldiging van afvalligheid van de islam en proselitisme. Wij vroegen toen, de vragen ten spoedigste te beantwoorden. Nu zijn er recente berichten dat hem de doodstraf boven het hoofd zou hangen, dat hij onder zeer benarde omstandigheden gevangen zou zitten en dat hij onder druk zou zijn gezet. Kunnen de vragen een dezer dagen worden beantwoord, liefst nog voor donderdagmiddag, zodat de resultaten kunnen worden besproken tijdens de voorziene ontmoeting van de minister van Buitenlandse Zaken met zijn Iraanse ambtgenoot?

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet, in het bijzonder naar de minister van Buitenlandse Zaken.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Kraneveldt.

Mevrouw Kraneveldt (LPF):

Voorzitter. Drie weken geleden heb ik schriftelijke vragen gesteld aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over mogelijke overbruggingssubsidies voor cultuurinstellingen, wier aanvragen in het kader van de Cultuurnota zijn afgewezen. Wij hebben geen uitstelbrief ontvangen. Op deze wijze verzoek ik de staatssecretaris om niet te wachten tot zes weken na indiening van de vragen, maar ons de antwoorden in het reces te doen toekomen, zodat wij die over enkele weken kunnen meenemen in een AO.

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet, in het bijzonder naar de staatssecretaris voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mevrouw Van der Laan.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer De Haan.

De heer De Haan (CDA):

Voorzitter. Direct na het zomerreces vindt de Millenniumtop plaats, waar regeringsleiders over een uitermate belangrijk onderwerp zullen spreken. De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken verzoekt u dan ook om in de laatste week voor het zomerreces de minister-president in de Kamer aanwezig te doen zijn, zodat een debat kan plaatsvinden over de inzet van de regering tijdens de Millenniumtop. Wij verzoeken u ook zo mogelijk te zorgen dat de Kamer daaraan voorafgaande een brief ontvangt van de minister van Buitenlandse Zaken, zodat het debat goed kan worden voorbereid.

De voorzitter:

Ik stel voor, aan dit verzoek te voldoen en het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Daartoe wordt besloten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.