Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2004-2005nr. 77, pagina 4647-4649

Vragen van het lid Vergeer aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht dat de rechtenfaculteit van de Universiteit van Utrecht begint met een topopleiding voor een beperkt aantal studenten.

Mevrouw Vergeer (SP):

Voorzitter. Gisteren stond er in de NRC dat de Universiteit van Utrecht aan slechts 75 van de te verwachten 750 nieuwe rechtenstudenten academisch onderwijs op niveau wil gaan bieden. Het onderwijs voor deze 75 zal namelijk plaatsvinden in kleine werkgroepen, de studenten worden begeleid door een vast team van docenten, die ook functioneren als persoonlijke mentor en er zijn extra voorzieningen en activiteiten. Andere studenten krijgen dat niet. Vorige maand hebben de rechtenstudenten van de Universiteit van Amsterdam het Maagdenhuis bezet, uit protest tegen massacolleges en gebrek aan plaatsen in werkgroepen en morgen vindt er in de Tweede Kamer een debat plaats over de financiering van het hoger onderwijs, waarbij studenten en docenten massaal hebben aangekondigd te gaan demonstreren op het Plein. Er komen bussen vanuit de universiteiten en hogescholen van Groningen, Maastricht, Nijmegen, Wageningen, Amsterdam, Delft en Eindhoven.

Wat gaat de staatssecretaris voor hoger onderwijs doen? Keurt hij het af dat er slechts 75 van de 750 eerstejaars rechtenstudenten kwalitatief hoog onderwijs wordt geboden en de anderen niet? Kwaliteit kost geld en de samenleving moet willen investeren in haar intellectuele voorhoede. Maar het tegendeel is het geval. De uitgaven per student in het wo zijn meer dan gehalveerd. Waar moet dat geld voor die 75 geselecteerden nu vandaan komen? Worden de colleges voor de anderen straks nog massaler? Komt er nog minder begeleiding? Is de staatssecretaris van plan om nu eindelijk het hoger onderwijs eens goed te financieren? Kleine werkgroepen, persoonlijke begeleiding en het bieden van een uitdaging, dat zouden toch standaardbegrippen moeten zijn? Maar nee, er komen met deze staatssecretaris experimenten met collegegeldverhoging voor deze standaardkwaliteit. Er is nu nog geen collegegelddifferentiatie, maar gaat de staatssecretaris voorkomen dat wat nu standaard is, in de toekomst drie keer zo veel collegegeld moet kosten?

Staatssecretaris Rutte:

Voorzitter. De politiek wordt wel eens verweten dat we het allemaal zo eens zijn. U, maar ook de kijkers thuis, kunnen nu eens genieten van een onderwerp waarover we het volstrekt oneens zijn...

De voorzitter:

Wilt u de kijkers thuis via de voorzitter aanspreken?

Staatssecretaris Rutte:

Mag ik via u de kijkers thuis erop wijzen dat zich hier een debat afspeelt waarin we het volstrekt met elkaar oneens zijn. Er zijn twee werelden in het spel. De ene wereld is die van mevrouw Vergeer, die massaal van mening is dat er zoveel mogelijk genivelleerd moet worden. Het liefst zou zij mbo, hbo en wo samenvoegen. De andere wereld staat voor excellent hoger onderwijs, zodat er daarbinnen ruimte moet zijn voor differentiatie. Wat de Universiteit van Utrecht doet, kan ik alleen maar ondersteunen. Daarmee wordt het namelijk mogelijk om binnen de rechtenopleiding een extra verdieping aan te brengen die in hun ogen noodzakelijk is om een aantal bijzondere studenten kansen te bieden. Dat past helemaal in het in deze Kamer behandelde HOOP. Ik begrijp werkelijk niet waarom mevrouw Vergeer daartegen kan zijn. Ik keur dat zeker niet af, ik ben hier blij mee.

Mevrouw Vergeer heeft gezegd dat het niet zo kan zijn dat de reguliere kwaliteit hieronder lijdt. Dat mag inderdaad nooit gebeuren. Het kan ook niet zo zijn dat in dit soort opleidingen kwaliteit wordt geboden die in de reguliere opleiding als basis zal moeten worden aangenomen. Maar bovenop die acceptabele basis moeten universiteiten zoeken naar mogelijkheden van profilering en verdieping voor bijzonder gemotiveerde studenten. Daarvoor zijn de Korthals-experimenten in het leven geroepen. Wat Utrecht doet, hoeft daar niet binnen te passen, het kan ook binnen de bestaande wetgeving. Dat is precies wat wij wilden. Daar scheiden onze werelden zich, zeg ik tegen mevrouw Vergeer.

Mevrouw Vergeer (SP):

Voorzitter. De staatssecretaris heeft volstrekt gelijk dat onze werelden zich scheiden. Over kwaliteit zijn we het beiden eens, maar hij wil dat alleen maar geven aan 10% van de 750 eerstejaars studenten die er straks komen. De commissie waar hij net naar verwees, de commissie Ruim baan voor talent, zegt dat we ervoor op moeten passen dat wat vroeger een reguliere opleiding was, plotseling een topstudie wordt waarvoor wordt geselecteerd. Verder heeft de staatssecretaris gezegd dat de kwaliteit moet worden gefinancierd, maar ik zie hem dat helemaal niet doen. In het Paasakkoord is extra geld beschikbaar gesteld, maar dat is onvoldoende om alleen al de verhoogde deelname aan het hoger onderwijs te financieren. Hij gaat toch niet zeggen dat hij geen verhoogde deelname aan het hoger onderwijs wil? In vergelijking met andere landen lopen we immers nog steeds achter, zodat er meer geld moet komen. Dat wat de staatssecretaris goedkeurt, namelijk die experimenten van de commissie-Korthals, zal tot gevolg hebben dat voor de studie Management, Economie en Recht van de Hogeschool IN HOLLAND € 4000 moet worden betaald. Die biedt een intensieve opzet en een combinatie van theorie en praktijk, alsmede een geselecteerde groep docenten en extra aandacht voor analytisch vermogen. Wat is er bijzonder aan een intensieve opzet, een combinatie van theorie en praktijk en uitstekende docenten? Dat behoort in dit land standaard te zijn.

Staatssecretaris Rutte:

Over het laatste punt, de standaardkwaliteit, zijn mevrouw Vergeer en ik het eens. Dat heb ik zojuist ook aangegeven. Die standaardkwaliteit wordt gewaarborgd binnen het kader van de experimenten Ruim baan voor talent met als doel collegegelddifferentiatie en selectie aan de poort te bereiken. Binnen die experimenten wordt nagegaan of het mogelijk is om bij opleidingen meerwaarde te creëren door middel van collegegelddifferentiatie en selectie aan de poort. Als dat werkt – over twee jaar zullen wij dat nagaan – zouden die instrumenten ook in wetgeving kunnen worden geborgd.

Los daarvan is de motie-Tichelaar door de Kamer aangenomen met als doel dat er in dit land binnen het hoger onderwijs veel meer differentiatie komt. Die experimenten van de commissie-Korthals vormen één route om dat te bereiken. Dat wat de universiteit van Utrecht in dit geval doet, vind ik interessant. Ik ga er vanuit dat de lokale medezeggenschap in Utrecht daaraan ook op een goede manier aandacht zal besteden. De aanname moet natuurlijk zijn dat opleidingen van het gewenste basale niveau zijn. Die moeten dus goed zijn en de studenten voorbereiden op de beroepspraktijk. Voor bijzonder gemotiveerde studenten die extra inzet willen plegen en veel belangstelling aan de dag leggen, willen wij extra mogelijkheden bieden. Ik begrijp werkelijk niet waarom mevrouw Vergeer daarvan tegenstander is. Waarom wil zij altijd alles gelijk trekken?

Mevrouw Kraneveldt (LPF):

Ik ben het ditmaal van harte eens met de staatssecretaris. Tegen mevrouw Vergeer zeg ik dat aan geen enkele reguliere rechtenstudent in Utrecht een recht wordt ontnomen. Dan doel ik op de kwaliteit van het onderwijs. Excellente studenten krijgen de mogelijkheid om zich extra te verdiepen. Daarvoor hoeven zij geen cent extra te betalen. Wat is wat dat betreft in 's hemelsnaam het probleem van mevrouw Vergeer?

Mevrouw Vergeer (SP):

Mevrouw Kraneveldt weet heel goed dat het de bedoeling is voor deze studies straks meer collegegeld te vragen. Ik doel dan op studies waarvan zaken als het aanleren van wetenschappelijke vaardigheden en de aanwezigheid van onderzoeksmasters onderdeel uitmaken. Die zaken zouden standaard moeten zijn. Als voor die studies niet meer collegegeld zou moeten worden betaald, hoe moesten die zaken dan worden bekostigd? Dat geld moet toch worden betaald door die 90% dat niet mee mag doen aan deze prachtige studie?

De heer Bakker (D66):

De fractie van D66 is verheugd over het initiatief in Utrecht. Eindelijk doorbreken wij sinds ongeveer 25 jaar de middelmaat en is er weer ruimte voor talent. Mensen die extra geïnspireerd, gemotiveerd of getalenteerd zijn, krijgen ook de ruimte. Het is goed dat voor hen niet alleen in Utrecht aandacht is, maar overal in dit land en in alle studierichtingen. Wel is de vraag terecht hoe wij ervoor zorgen dat ook de basisopleidingen van voldoende kwaliteit zijn.

Staatssecretaris Rutte:

De waarborgen zijn vitaal, want anders werkt het niet. Die zijn deels verborgen in het systeem van accrediteren, dus het bepalen van de kwaliteit van die opleidingen. Daarover is onder Paars II wetgeving aangenomen en dat stelsel wordt nu volledig uitgevoerd door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie. Wij gaan nu na of die opleidingen allemaal aan dat niveau voldoen. In aanvulling daarop meld ik dat opleidingen, ook in het kader van de experimenten met collegegelddifferentiatie en selectie aan de poort, niet door de poort van die selectie heen zijn gekomen. Gezegd is namelijk dat die opleidingen in hun uitgangsniveau onvoldoende basis hebben om na te gaan of het door middel van die selectie inderdaad mogelijk is die kwaliteit te verhogen. Dat ingangsniveau moet dus voldoende zijn.

Terecht zegt mevrouw Vergeer dat ik de vraag over het geld niet heb beantwoord. Ik heb dat niet gedaan omdat ik deze begin maart al heb beantwoord. Ik heb toen uitgelegd dat sinds 1985 – ik baseer mij dan niet alleen op mijn eigen bronnen, maar ook op de LSVb en het ISO – de investeringen in het hoger onderwijs gelijk zijn gebleven, dat er een inflatiecorrectie heeft plaatsgevonden en dat er met het aantreden van het kabinet-Balkenende II fors is geïnvesteerd in het hoger onderwijs, onlangs nog 0,25 mld, waarmee het hoger onderwijs in Nederland in de top 4 van Europa staat, na Zweden, Finland en Denemarken.

Mevrouw Joldersma (CDA):

De opleiding in Utrecht is precies een voorbeeld van wat wij voor ogen hebben met meer kwaliteit en meer excellentie, en zonder collegegelddifferentiatie en zonder selectie aan de poort. U hebt experimenten ingesteld om te onderzoeken of collegegelddifferentiatie en selectie aan de poort wel of niet werken. In hoeverre betrekt u opleidingen zoals in Utrecht bij de experimenten zoals u ons hebt toegezegd en informeert u ons daar nog over?

Staatssecretaris Rutte:

Deze interessante experimenten die vallen binnen de bestaande wetgeving zijn er op meerdere plaatsen. In het onlangs gehouden debat over de experimenten is meegedeeld dat in de tweede ronde een aantal experimenten gedaan zal worden binnen de bestaande wetgeving, bijvoorbeeld experimenten met honours programs of een specifieke studie, waarvoor selectie na de poort geldt. Ik ben voornemens om na te gaan of de verschillende experimenten in aanmerking komen voor de tweede ronde. Het zal om een open inschrijving gaan, want een universiteit moet dat willen. Niets verbiedt mij om universiteiten te suggereren om daarop in te tekenen.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Voorzitter. Wij weten nu wat de staatssecretaris ons tot voor kort niet kon melden, namelijk wat toponderwijs precies is, namelijk werken in kleine werkgroepen, gastdocenten, een betere relatie met de praktijk en persoonlijke begeleiding. Gewoon hoger onderwijs houdt dus in: werken in grote werkgroepen, geen gastdocenten, geen relatie met de praktijk en geen persoonlijke begeleiding. Dit normale hoger onderwijs geldt voor honderd duizenden studenten. Dat is toch armoede troef? Is het voor deze staatssecretaris van toponderwijs aanvaardbaar dat een klein clubje normaal onderwijs krijgt, geheten toponderwijs, en dat een grote groep studenten dit niet krijgt, omdat men niet voldoende getalenteerd is en men "afgeraffeld" mag worden met tweedehandsonderwijs?

Staatssecretaris Rutte:

Voorzitter. De heer Vendrik weet dat ik mij in algemene zin zorgen maak over de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland. Dat niveau is redelijk, maar het moet aanzienlijk worden verbeterd. Er worden te veel massale colleges gegeven, er wordt te weinig in kleine werkgroepen gewerkt, er is te weinig persoonlijke aandacht en de discussie gaat te vaak over de vraag op hoeveel hertentamens een student recht heeft in plaats van de vraag op welke wijze hem meer gegeven kan worden.

Mijnheer Vendrik, ik reken in het debat morgen dan ook op uw steun, want ik heb een aantal plannen in de Kamer neergelegd waarmee wordt beoogd, de algemene kwaliteit van het hoger onderwijs omhoog te brengen, onder andere door de studenten en hun positie in de instellingen serieuzer te nemen.

Daarmee zijn nog niet alle problemen opgelost. Uitgaande van het algemeen geaccepteerde niveau moet er ook geëxperimenteerd kunnen worden met middelen en met instrumenten om groepen bijzonder gemotiveerde studenten iets extra's te bieden. Daarmee is Utrecht bezig. De commissie-Korthals zal experimenten beoordelen die buiten de bestaande wetgeving vallen. Ik begrijp dan ook werkelijk niet waarom u daar geen steun aan kunt geven.