Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201734550-X nr. 14

34 550 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2017

Nr. 14 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 7 november 2016

De vaste commissie voor Defensie, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.

De vragen zijn op 12 oktober 2016 voorgelegd aan de Minister van Defensie. Bij brief van 1 november 2016 zijn ze door de Minister van Defensie beantwoord.

Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.

De voorzitter van de commissie, Ten Broeke

De griffier van de commissie, De Lange

1

Herinnert u zich de passage uit het regeerakkoord «De Minister van Defensie ontwikkelt, in overleg met de Minister van Buitenlandse Zaken en uitgaande van het beschikbare budget, een visie op de krijgsmacht van de toekomst.»? Waarom bent u tot nu toe niet met een visie gekomen? Bent u bereid dit alsnog te doen? Zo nee, waarom niet?

Ja, naar aanleiding van deze afspraak in het regeerakkoord heeft u op 17 september 2013 de nota «In het belang van Nederland» (Kamerstuk 33 763, nr. 1) ontvangen. Bovendien ontving u 8 maart jl. mijn brief over de uitwerking van het meerjarig perspectief op de verdere versterking van de krijgsmacht en de stand van zaken daarvan (Kamerstuk 33 763 nr. 98).

2

Welke departementen dragen bij aan de oplossing van de ruilvoetproblematiek? Hoe groot is het aandeel van Defensie procentueel?

De totale ruilvoetproblematiek bedraagt € 3 miljard. Alle departementen hebben hieraan bijgedragen. Het aandeel van Defensie is € 103 miljoen. Dat is circa drie procent van de totale ruilvoetproblematiek.

3

Klopt het dat er in 2017 een bedrag van 153 miljoen euro wordt door middel van kasschuiven wordt doorgeschoven naar latere jaren, bovenop de kasschuif van 200 miljoen euro in 2016? Hoe beoordeelt u deze kasschuiven in relatie tot de grote aantallen knelpunten en tekortkomingen bij uw ministerie en de urgentie om deze snel op te lossen?

De kasschuiven zijn een gevolg van onderrealisatie in het investeringsbudget. Oorzaken van deze onderrealisatie zijn van tijdelijke aard. Zoals ook in de begroting gemeld, wordt vertraging, en daarmee onderrealisatie van investeringsbudget, vaak veroorzaakt door onder meer de voortgang van projecten bij partnerlanden, vertraging van projecten, lange levertijden van materieel of onverwachte problemen bij leveranciers.

Vertraging is uiteraard ongewenst. Een moderne krijgsmacht moet immers voldoende kunnen investeren om haar wapensystemen te vervangen of te moderniseren. De verhoging van het investeringsbudget voor de benodigde vernieuwingen en instandhoudingsprogramma’s is om die reden ook onderdeel van het meerjarige perspectief. Defensie heeft maatregelen genomen om de onderrealisatie terug te dringen. Daarover bent u met op 2 juli 2014 met een brief geïnformeerd (Kamerstuk 33 750 X, nr. 68). De effecten moeten de komende jaren zichtbaar worden. Belangrijk is de afspraak dat ongebruikt investeringsbudget kan worden meegenomen naar volgende jaren. Investeringen hoeven zo niet te worden geschrapt, maar uitgaven verschuiven naar een later moment.

4

Klopt het dat er van de 350 miljoen euro aan investeringen die u doorschuift naar latere jaren, 67 miljoen euro wordt doorgeschoven naar 2019 en 217 miljoen euro naar 2020? Kunt u een volledig overzicht geven? Naar welk jaar of jaren worden de resterende 66 miljoen euro overgeheveld?

32

Waar zijn de kasschuiven uit het Defensie Investeringen Plan (DIP) ter hoogte van 200 miljoen euro in 2016 en 150 miljoen euro in 2017, zoals toegelicht in de Verticale toelichting op de Miljoenennota (34550, p95) terug te vinden op de Begroting Defensie 2017?

Deze kasschuiven zijn verwerkt met de eerste suppletoire begroting 2016. Het saldo van alle meerjarige mutaties in de eerste suppletoire begroting 2016 is opgenomen in het verdiepingshoofdstuk van de begroting 2017 in de tabel Artikel 6 Investeringen Krijgsmacht op bladzijde 96. Het volledig overzicht van deze kasschuif (in mln. euro) is als volgt:

2016

2017

2018

2019

2020

2021

– 200

– 150

0

+ 67

+ 217

+ 66

5

Hoe beoordeelt u de kritiek van de Raad van State: «Tegen de achtergrond van de omvangrijke bezuinigingen die de afgelopen decennia op Defensie hebben plaatsgevonden, alsmede de internationale verplichtingen van Nederland, is de in de Miljoenennota voorziene verhoging van de defensie-uitgaven onvoldoende» (Advies Afdeling advisering Raad van State en Nader rapport inzake Nota over de toestand van ’s Rijks Financiën, blz. 4)? Wat gaat u hier in deze kabinetsperiode nog aan doen?

Ik heb uw Kamer meermaals laten weten dat de structurele versterking van de krijgsmacht een stapsgewijze en meerjarige aanpak vergt. Met de begroting 2017 zet het kabinet opnieuw een stap voorwaarts. Met een extra budget van structureel € 197 miljoen wordt de basisgereedheid van de krijgsmacht de komende jaren op orde gebracht. Hiermee heeft dit kabinet sinds 2014 oplopend tot structureel € 868 miljoen in 2020 aan de defensiebegroting toegevoegd. Ook na het op orde brengen van de basisgereedheid zijn vervolgstappen nodig. De mogelijkheden om vervolgstappen te zetten, zijn afhankelijk van politieke besluitvorming. Daar kan ik niet op vooruit lopen.

6

Bent u bereid uit te sluiten dat er in de loop van 2017 nieuwe bezuinigingen op en/of koopkracht beperkende maatregelen ten aanzien van Defensie zullen plaatsvinden? Zo nee, waarom niet?

7

Bent u bereid te garanderen dat er niet opnieuw «tijdelijke maatregelen» zullen worden genomen, zoals in 2016, ter grootte van 85 miljoen euro? Zo nee, waarom niet?

8

Klopt het dat van de 197 miljoen euro, die u er aan extra middelen bij krijgt, 85 miljoen euro bestemd zijn voor het ongedaan maken van de «tijdelijke maatregelen», die u in 2016 genomen heeft om de begroting sluitend te krijgen? In hoeverre bent u recente gaten aan het vullen?

40

In het begrotingsjaar 2016 neemt u tijdelijke maatregelen voor een bedrag van ongeveer 85 miljoen euro. Welk deel van de extra 197 miljoen euro in 2017 is nodig om een einde te maken aan deze tijdelijke maatregelen? Zijn de aanvullende 197 miljoen euro voldoende om tijdelijke maatregelen zoals in 2016 in 2017 niet meer te hoeven nemen?

50

Is de aanvullende 197 miljoen euro voldoende om tijdelijke maatregelen zoals in 2016 in 2017 niet meer te hoeven nemen?

In 2016 zijn tijdelijke maatregelen genomen om geplande activiteiten in overeenstemming te brengen met het budget voor dat jaar. Van bezuinigingen was en is geen sprake. Het defensiebudget is sinds 2014 juist stapsgewijs verhoogd. De € 197 miljoen komt vanaf 2017 structureel beschikbaar voor het op orde brengen van de basisgereedheid. De begroting 2017 strookt met geplande activiteiten. Tijdelijke maatregelen zijn dan ook niet voorzien. Het spreekt echter voor zich dat Defensie – net als andere departementen – is gehouden aan de budgettaire kaders van de eigen begroting.

7

Bent u bereid te garanderen dat er niet opnieuw «tijdelijke maatregelen» zullen worden genomen, zoals in 2016, ter grootte van 85 miljoen euro? Zo nee, waarom niet?

Zie het antwoord op vraag 6.

8

Klopt het dat van de 197 miljoen euro, die u er aan extra middelen bij krijgt, 85 miljoen euro bestemd zijn voor het ongedaan maken van de «tijdelijke maatregelen», die u in 2016 genomen heeft om de begroting sluitend te krijgen? In hoeverre bent u recente gaten aan het vullen?

Zie het antwoord op vraag 6.

9

Herinnert u zich uw belofte in een interview met de Telegraaf, 8 december 2012: «Onze krijgsmacht gaat sterker uit de crisis komen»? Vindt u dat u deze belofte hebt waargemaakt? Waarom wel/niet?

10

Herinnert u zich de noodkreet van de Commandant der Strijdkrachten (CDS) in de Defensiekrant van 29 juli 2016: «De vraag overtreft het aanbod en ik moet regelmatig nee verkopen of onze bijdrage beperken. We balanceren echt op het randje. De werklast is flink omhoog gegaan, er wordt een zware wissel getrokken op onze mensen. Dat is door de hele organisatie voelbaar, en met name bij de zogenaamde «enablers»». Dat zijn de ondersteuners van operaties die altijd nodig zijn, zoals genie, inlichtingen, technisch personeel en logistiek. We werken er hard aan om daar de tekorten in zowel mensen als middelen weg te werken, maar dat kost tijd en geld.» Wat heeft u sindsdien, naast de versterking van de basisgereedheid, gedaan om de door de CDS gesignaleerde knelpunten bij de «ondersteuners» op te lossen?

Zoals bekend is de tijd van bezuinigingen bij Defensie voorbij en inmiddels heeft het kabinet belangrijke stappen gezet ter versterking van de krijgsmacht. Het defensiebudget is gefaseerd verhoogd, oplopend tot € 868 miljoen in 2020. Met de extra middelen kan Defensie de basisgereedheid op orde brengen en een belangrijk deel van de beperkingen en knelpunten in de inzetbaarheid opheffen. Een verdere versterking van de krijgsmacht acht ik van belang. Daarbij zal Defensie zich, binnen de beschikbare ruimte, de komende jaren toespitsen op de vervolgstappen en strategische opgaven, zoals beschreven in mijn brief van 8 maart jl. over het meerjarig perspectief (Kamerstuk 33 763, nr. 98) en de begroting (Kamerstuk 34 550 X, nr. 2). Versterking van de combat support en de combat service support (enablers) en aanvulling van het investeringsbudget voor de benodigde vernieuwingen en instandhoudingsprogramma’s zijn daar belangrijke onderdelen van.

10

Herinnert u zich de noodkreet van de Commandant der Strijdkrachten (CDS) in de Defensiekrant van 29 juli 2016: «De vraag overtreft het aanbod en ik moet regelmatig nee verkopen of onze bijdrage beperken. We balanceren echt op het randje. De werklast is flink omhoog gegaan, er wordt een zware wissel getrokken op onze mensen. Dat is door de hele organisatie voelbaar, en met name bij de zogenaamde «enablers″». Dat zijn de ondersteuners van operaties die altijd nodig zijn, zoals genie, inlichtingen, technisch personeel en logistiek. We werken er hard aan om daar de tekorten in zowel mensen als middelen weg te werken, maar dat kost tijd en geld.» Wat heeft u sindsdien, naast de versterking van de basisgereedheid, gedaan om de door de CDS gesignaleerde knelpunten bij de «ondersteuners» op te lossen?

Zie het antwoord op vraag 9.

11

Herinnert u zich uw uitspraak (http://www.ad.nl/home/hennis-wil-2-miljard-extra-uittrekken-voor-defensie~a9e8988a/) om de Defensie-uitgaven te verhogen naar het Europese gemiddelde van 1,43 procent als «logisch richtpunt»? Wat heeft u hiervan waargemaakt? Hoeveel extra geld is nodig om in 2021 op het Europese gemiddelde aan Defensie-uitgaven als percentage van het BBP te komen?

17

Kunt u in een overzicht aangeven welk percentage van het Nederlandse BBP in de afgelopen 5 jaar aan Defensie is uitgegeven? Kunt u eveneens aangeven welk percentage geraamd staat voor de komende 5 jaren, uitgaande van de huidige beschikbare gegevens?

24

Hoe ontwikkelt de Defensiebegroting zich in 2017 ten opzichte van eerdere jaren, uitgedrukt als percentage van het BBP?

25

Welke bedragen zijn voor de komende periode nodig om het Defensiebudget op de NAVO-norm van 2% te krijgen? Graag uitgesplitst in jaren.

30

Kunt u in een tabel overzichtelijk aangeven hoeveel er aan Defensie is en wordt uitgegeven per jaar, in de jaren 2010–2021? Kunt u daarbij tevens in een aparte kolom in die tabel, waar mogelijk, aangeven hoeveel procent van het BNP dat betreft, eveneens per jaar?

43

Hoe ontwikkelt de defensiebegroting zich de komende jaren, uitgedrukt als percentage van het BBP?

51

Welke bedragen, uitgesplitst in jaren, zijn voor de komende periode nodig om het Defensiebudget op hetzelfde niveau te krijgen als het Europees gemiddelde?

161

Hoe ontwikkel(d)en de Defensie-uitgaven zich als percentage van het BBP in de jaren 2014 tot en met 2021? In hoeverre is sprake van een «trendbreuk» als het gaat om het percentage van Defensie-uitgaven?

162

Hoe ontwikkelen de Defensie-uitgaven zich als percentage van het BBP in de jaren tot en met 2021? Is een daling in strijd met de afspraken op de NAVO Top in Wales, om de Defensie-uitgaven in tien jaar tijd toe te laten groeien in de richting van de NAVO-norm?

Ja, ik herinner mij de uitspraak in het AD.

Op de Navo-top in Wales in 2014 zijn afspraken gemaakt om de trend van dalende defensie-uitgaven te keren. Ook Nederland heeft tijdens die top uitgesproken de daling van de defensie-uitgaven te stoppen en te trachten de uitgaven te laten stijgen. De bondgenoten hebben voorts verklaard zich te zullen inspannen om de komende tien jaar hun defensie-uitgaven richting de 2 procent bbp-richtlijn te bewegen. Het kabinet heeft hiervoor belangrijke eerste stappen gezet. De dalende trend van defensie-uitgaven is gekeerd. Met de extra middelen in de begroting 2017 stijgen de defensie-uitgaven als percentage van het bbp van 1,09 procent in 2015 naar 1,18 procent in 2017.

Het gemiddelde van de Europese Navo-bondgenoten voor defensie-uitgaven lag in 2015 op 1,43 procent bbp (bron: Annual Report 2015, NATO). Dat is voor mij nu een logisch richtpunt.

In de Macro Economische Verkenningen (MEV) 2017 heeft het CPB de groeiramingen van het bbp voor de komende jaren bekendgemaakt. Aan de hand van de groeiramingen bbp is in onderstaand overzicht weergegeven hoe de defensie-uitgaven zich ontwikkelen uitgedrukt in percentage van het bbp. In de tabel is ook opgenomen hoe de defensie-uitgaven zich zouden moeten ontwikkelen om te voldoen aan het richtpunt van het Europese Navo-gemiddelde en de 2 procent bbp-richtlijn. Deze berekeningen zijn gemaakt op basis van het prijspeil 2016. Om de koopkracht van de defensiebegroting op peil te houden is aanvullend compensatie voor loon- en prijsontwikkelingen nodig.

In tabel 1 is de ontwikkeling in de periode 2010 t/m 2015 opgenomen. Tabel 2 laat zien wat de raming is, op basis van de huidige inzichten, van de defensie-uitgaven als percentage van het bbp en wat de afstand is tot het Europees Navo-gemiddelde en tot de Navo-norm. Deze berekening is afhankelijk van een aantal variabelen, waarvan het bbp de meest volatiele is. Maar ook het Europees Navo-gemiddelde is geen vaststaand gegeven. Van ramingsmoment tot ramingsmoment kunnen daarom verschillen ontstaan in de uitkomst van deze berekening. Indien bijvoorbeeld het Europese Navo-gemiddelde wordt genomen op basis van de raming in de publicatie van 4 juli jl. (Navo Press Release) dan zou de afstand van de defensie-begroting tot dit gemiddelde uitkomen op € 2,5 miljard in 2021.

Tabel 1

Realisatie

 

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Uitgaven Defensie

8,5

8,3

8,1

7,8

7,8

7,8

Ontvangsten Defensie

0,4

0,5

0,4

0,3

0,3

0,4

Netto uitgaven Defensie

8,1

7,8

7,7

7,5

7,5

7,4

Bruto Binnenlands Product (bbp), CPB, MEV 2017

631,5

642,9

645,2

652,7

663

676,5

Defensie-uitgaven als percentage van het bbp

1,28%

1,21%

1,19%

1,15%

1,13%

1,09%

Tabel 2

 

Raming, stand ontwerpbegroting 2017

   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Uitgaven Defensie

 

8,4

8,7

8,8

8,9

8,9

8,7

Ontvangsten Defensie

 

0,3

0,4

0,4

0,3

0,3

0,3

Netto uitgaven Defensie

 

8,1

8,3

8,4

8,6

8,6

8,4

Bruto Binnenlands Product (bbp), CPB, MEV 2017

 

691,7

703,5

715,4

727,6

740,7

754,0

Defensie-uitgaven als percentage van het bbp

 

1,17%

1,18%

1,18%

1,18%

1,16%

1,12%

Afstand tot Europees NAVO-gemiddelde 2015 (1,43 procent bbp) in miljarden euro’s

 

1,8

1,8

1,8

1,8

2,0

2,3

Afstand tot NAVO-norm (2 procent bbp) in miljarden euro’s

 

5,8

5,8

5,9

6,0

6,2

6,6

12

Herkent u zich in de kritiek van de Nederlandse Officierenvereniging, die stelt dat er een exploitatiegat bij Defensie is van 200 miljoen euro, een nadelig saldo van 400 miljoen euro jaarlijks door vervangingsinvesteringen en een schreeuwend tekort aan combat support en combat service support middelen (kosten 500 miljoen euro)? Klopt het dat er zo bezien inderdaad jaarlijks een tekort is van 1,1 miljard euro en dat het kabinet dit gat dit met slechts 197 miljoen euro dicht? Bent u bereid openheid te geven over deze cijfers?

72

Hoe groot is het tekort van de komende 15 jaar om te kunnen voorzien in de investeringsbehoefte voor vervanging en vernieuwing? Wat zijn hiervan de consequenties? Aan welke oplossingen wordt gedacht?

79

Waarom maakt u niet duidelijk in welke mate met het extra budget in voldoende en adequate ondersteuning wordt geïnvesteerd? Hoeveel extra budget is nodig om de ondersteuning op een «voldoende en adequaat» niveau te krijgen?

81

Wat is de investeringsbehoefte in euro's om de benodigde vernieuwingen, instandhoudingsprogramma’s en vervangingen te volbrengen gedurende de komende vijftien jaar en hoe verhoudt dit zich tot het nu beschikbare budget?

82

Kunt u een aantal concrete maatregelen noemen die u gaat nemen naar aanleiding van de genoemde punten in het kader van meerjarig perspectief?

164

Hoeveel geld is additioneel nodig – bovenop de 197 miljoen euro die voor 2017 is vrijgemaakt – om de geoefendheid, basisgereedheid en inzetgereedheid van de krijgsmacht volledig te herstellen, uitgaande van het huidige ambitieniveau?

172

Kan aangegeven worden hoe de noodzakelijke krijgsmacht eruit moet zien, uitgaande van de binnen de NAVO gewenste «risk & burden sharing» wat neerkomt op minimaal 1,43% BBP, en oplopend naar de NAVO-norm en «Wales-belofte» van 2% BBP?

Met de begroting 2017 laat het kabinet opnieuw zien veiligheid als prioriteit te beschouwen. Met een intensivering van € 197 miljoen brengt Defensie de basisgereedheid van de krijgsmacht op orde. Zoals ik ook in de begroting heb geschetst, zijn naast het op orde brengen van de basisgereedheid vervolgstappen nodig ten behoeve van verdere versterking van de krijgsmacht in een meerjarig perspectief. Deze vervolgstappen zijn afhankelijk van de ontwikkeling van de internationale veiligheidssituatie en de beschikbare financiële middelen. Het gaat hierbij om stappen op het gebied van de instandhouding van de krijgsmacht op de langere termijn (vervangingsinvesteringen), verbetering van de operationele (gevechts)ondersteuning van de krijgsmacht en uitbreiding en modernisering van de slagkracht. Deze stappen worden niet gezet met de intensivering voor de versterking van de basisgereedheid van € 197 miljoen.

De vervolgstappen zijn:

  • Investeringen om de huidige krijgsmacht te continueren en vernieuwen:

    De investeringsbehoefte voor de benodigde vernieuwingen, instandhoudingsprogramma’s en vervangingen is de komende vijftien jaar groter dan het beschikbare budget. De Navo en de EU onderstrepen dat de vervanging van deze wapensystemen cruciaal zijn.

  • Verbetering van operationele (gevechts)ondersteuning:

    De inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht worden in hoge mate bepaald door operationele (gevechts)ondersteuning (enablers) zoals onderhoud, robuuste logistiek, geneeskundige ondersteuning, operationeel onderhoud en inlichtingenondersteuning. Zowel de Navo als de EU beklemtoont dat Nederland ook zoveel mogelijk zelf in deze ondersteuning moet kunnen voorzien om sneller te kunnen reageren op crises. De praktijk van missies heeft geleerd dat deze capaciteiten internationaal schaars zijn en dat daardoor niet of nauwelijks op bondgenoten kan worden geleund. Dit betekent dat de uitzenddruk voor sommige van onze eenheden te hoog is.

  • Uitbreiding en modernisering van de slagkracht:

    Gerichte investeringen in de modernisering van de slagkracht zijn onontbeerlijk. De krijgsmacht moet gelijktijdig, voor langere duur en in voldoende omvang kunnen deelnemen aan uiteenlopende activiteiten en operaties. Daarvoor is uitbreiding van de slagkracht nodig. Er moet tevens rekening worden gehouden met een groeiend beroep op de krijgsmacht in het kader van de nationale taken van de krijgsmacht. Een groei richting het Europees Navo-gemiddelde is hierbij een logisch richtpunt.

In het (gecombineerde) antwoord op de vragen 11, 17, 24, 25,30, 43, 51, 161 en 162 wordt ingegaan op de berekeningen van het defensiebudget als percentage van het BBP.

13

Kunt u nader ingaan op de berichtgeving (http://www.blikopnieuws.nl/nieuws/242738/veteranenombudsman-start-onderzoek-naar-klachten-motorclub-veterans-mc.html) dat de Veteranenombudsman een onderzoek heeft ingesteld naar aanleiding van een klacht dat de Minister van Veiligheid en Justitie de Veterans MC Netherlands heeft aangemerkt als een Outlaw Motorcycle Gang? Is er sprake van tegenstrijdige informatie van de overheid en is het waar dat Defensie zelf aangeeft dat militairen die lid zijn van een motorclub, waaronder de Veterans MC, geen criminele antecedenten hebben?

Zolang het onderzoek van de Veteranenombudsman naar de klacht van de Veterans MC nog loopt, doe ik daar geen uitspraken over. Wel kan ik melden dat alle militaire functies vertrouwensfuncties zijn en dat alle militairen periodiek worden onderworpen aan veiligheidsonderzoeken waarbij ook justitiële antecedenten worden betrokken. Indien het veiligheidsonderzoek twijfels oplevert, wordt een Verklaring van Geen Bezwaar niet afgegeven. Voor de integrale aanpak van Outlaw Motorcycle Gangs (OMG’s) die het kabinet voorstaat, verwijs ik naar de brief van 13 juni jl. (Kamerstuk 28 684, nr. 469).

14

Kunt u nader ingaan op de berichtgeving (http://www.volkskrant.nl/binnenland/defensie-gaat-personeel-dat-lid-is-van-outlaw-motorclub-harder-aanpakken~a4304592/) dat u personeel dat lid is van outlaw motorclub harder gaat aanpakken? Bent u bereid de Kamer hierover uitgebreid per brief te informeren?

Zoals reeds gemeld in de brief van 13 juni jl. (Kamerstuk 28 684, nr. 469) wenst Defensie op geen enkele manier te worden geassocieerd met OMG’s. Wanneer een medewerker (vermoedelijk) lid is van een OMG, is het vanuit zorgvuldigheid en goed werkgeverschap wenselijk en nodig in gesprek te gaan. Daarin worden de individuele omstandigheden besproken, op basis waarvan de leidinggevende passende maatregelen kan nemen. Defensie heeft een leidraad ontwikkeld die leidinggevenden handvatten biedt voor dit gesprek. Zo worden in deze leidraad de risico’s van het lidmaatschap van een OMG en te nemen maatregelen geschetst. Afhankelijk van de situatie behoort ontslag tot de mogelijkheden.

15

Klopt het dat het aanhangen van extreemrechts gedachtengoed verboden is bij Defensie, op straffe van ontslag, ook al is er geen sprake van strafbare feiten? Kunt u uitgebreid ingaan op het beleid dat u hanteert?

In de brief van 25 februari 2016 (Kamerstuk 29 614, nr. 39) is het beleid reeds uitgebreid uiteengezet. Internationale verdragen en onze Grondwet maken duidelijk dat het niet aan de overheid is te bepalen wat mensen ten diepste voelen, vinden of geloven. Deze vrijheid is van onschatbare waarde in onze democratische rechtsstaat en pluriforme samenleving, die ruimte biedt aan een grote diversiteit van (godsdienstige) beschouwingen, opvattingen, waardepatronen en leefstijlen. Deze vrijheid geldt ook voor mensen met rechts-extremistische opvattingen. Vrijheid mag echter niet worden gebruikt om de vrijheden van anderen te beperken. Juist om de vrijheid van allen te beschermen, heeft de overheid de taak op te treden tegen personen en organisaties die de geloofsvrijheid of andere vrijheden van andere mensen beperken.

Zoals ook gemeld in de brief van 25 februari 2016 is Defensie er vanzelfsprekend op gebrand risico’s van staatsondermijnende, criminele en anderszins onwenselijke activiteiten te beperken. Hiervoor bestaat een stelsel van beveiligings- en rechtspositionele maatregelen, gericht op het weren van personen die een risico vormen voor de nationale veiligheid of de veiligheid van de krijgsmacht. De grondwettelijke vrijheden en de bescherming van de privacy brengen echter mee dat gegevens over godsdienst, levensovertuiging of politieke gezindheid geen selectiecriterium zijn en niet als zodanig (mogen) worden geregistreerd in het personeelssysteem. Ook voor rechtspositionele maatregelen, zoals ontslag, of het intrekken of weigeren van een Verklaring van Geen Bezwaar geldt dat er sprake dient te zijn van feitelijke gedragingen en omstandigheden. Het aanhangen van een bepaald gedachtengoed of het hebben van bepaalde (politieke) overtuigingen is op zichzelf onvoldoende.

In het kader van de uitoefening van hun wettelijke taken zijn de veiligheidsdiensten altijd waakzaam en alert. Dit geldt zeker voor uitingsvormen van radicalisering. De MIVD kan, bijvoorbeeld naar aanleiding van een melding, een hernieuwd veiligheidsonderzoek starten indien nieuwe feiten of omstandigheden blijken. Bij alle meldingen over mogelijk radicaliserend personeel die de lijn of de MIVD ontvangt, wordt bezien of maatregelen moeten worden genomen. Het is staand beleid dat met het beveiligings- en rechtspositionele stelsel scherpe aandacht voor dit onderwerp bestaat en zal blijven bestaan.

16

Hoeveel bedroeg/bedraagt de BTW-afdracht van Defensie in 2016 en 2017?

Hoeveel de BTW-afdracht in 2016 en 2017 zal bedragen is nog niet bekend. De raming is voor beide jaren € 600 miljoen.

17

Kunt u in een overzicht aangeven welk percentage van het Nederlandse BBP in de afgelopen 5 jaar aan Defensie is uitgegeven? Kunt u eveneens aangeven welk percentage geraamd staat voor de komende 5 jaren, uitgaande van de huidige beschikbare gegevens?

Zie het antwoord op vraag 11.

18

Staat de instroom van de medium-altitude long-endurance unmanned aerial vehicle (MALE UAV) nog steeds gepland voor 2024–2025? Graag een toelichting.

236

Kunt u nader toelichten wat u bedoelt met: «Het onderzoek naar andere mogelijkheden om in de behoefte aan een MALE UAV te voorzien is nog gaande. Daarom kan daar in deze begroting nog niet op worden ingegaan.»? Overweegt u, na eerder uitstel van aanschaf met zeven jaar, nu afstel? Zo ja, waarom? In hoeverre speelt het gat bij de investeringen – en dus financiële overwegingen – hierbij een rol?

237

Kunt u al ingaan op het onderzoek met betrekking tot de Medium Altitude Long Endurance Unmanned Air Vehicle (Male UAV)?

De investeringsbehoefte is de komende jaren groter dan het beschikbare budget. In verband hiermee was het in de defensiebegroting voor 2016 noodzakelijk prioriteiten te stellen. Een van de besluiten was het project MALE UAV uit te stellen tot 2022. De defensiebegroting voor 2017 maakt gewag van onderzoek naar andere mogelijkheden om in die behoefte te voorzien. Ook alternatieven brengen echter kosten mee waarvoor op dit moment de ruimte in het investeringsbudget ontbreekt. Mocht dat veranderen dan zal ik u daarover informeren.

19

Prioriteert u de steunverklaring en militaire bijstand door Defensie in Nederland? Zo ja, was er sprake van schaarste? Heeft er vergoeding aan Defensie plaatsgevonden voor militaire bijstand en steunverlening en waar kan dit in de Begroting 2017 worden gevonden?

Het beroep op Defensie voor steunverklaring en militaire bijstand is onverminderd groot. Defensie heeft vooralsnog aan de behoefte kunnen voldoen. Op welke manier in de toekomst met het groeiend beroep wordt omgegaan is onderdeel van de beleidsdoorlichting »samenwerking met civiele partners» die op dit moment wordt uitgevoerd.

Defensie mag de additionele kosten die voortkomen uit nationale inzet verrekenen met behulp van de regeling Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK). Met deze regeling is een structureel bedrag gemoeid van € 3,1 miljoen ten behoeve van de financiering van militaire bijstand en steunverlening. Inzet die in verhouding een te groot beroep doet op het beschikbare budget, wordt in overleg met betrokken partijen afzonderlijk verrekend.

Het begrote FNIK-budget staat op pagina 26 (Financiering nationale inzet krijgsmacht) en op de pagina’s 30 en 31 van de begroting 2017.

20

Door wie wordt het herstel van het JSS Karel Doorman betaald? Hoe is het verlies aan capaciteit van het JSS binnen het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) gecompenseerd?

195

Hoe wordt de inzet van de JSS Karel Doorman vervangen, nu deze door het defect in de motoren tot eind 2017 uit gebruik is gehaald? Blijven hierbij knelpunten bestaan? Zo ja, welke?

Zoals met de Kamer besproken tijdens het algemeen overleg van 29 juni jl. (Kamerstuk 27 830, nr. 185) heeft de bouwer Defensie laten weten de reparatiekosten van het bevoorradingsschip JSS voor eigen rekening te zullen nemen. Ik heb bij die gelegenheid toegezegd dat ik de Kamer zou informeren of er sprake zou zijn van gevolgschade in verband met de inhuur van vervangende bevoorradingscapaciteit. Het CZSK zal echter geen vervangende bevoorradingscapaciteit inhuren.

Dit neemt niet weg dat het wegvallen van het JSS, het enige bevoorradingsschip van het CZSK, gevolgen heeft. Defensie kan voorlopig beperkt voldoen aan het ambitieniveau van een kortdurende operatie met een taakgroep van vijf schepen, omdat het voortzettingsvermogen zonder bevoorrader beperkt is. Verder kan Defensie voorlopig geen maritieme bevoorradingscapaciteit en minder transportcapaciteit leveren aan de Navo en de EU. Ook kan het bevoorraden op zee, een complexe procedure, minder worden beoefend. Verder is het JSS niet beschikbaar voor operaties in EU-verband zoals Atalanta of Sophia, of voor Navo-vlootverbanden, waardoor andere schepen vaker moeten worden ingezet en de flexibiliteit bij de inzet van schepen afneemt.

21

Wanneer kan de Crowd and Riot Controle eenheid van de Koninklijke Marechaussee (KMar) weer volledig worden ingezet? Heeft dit alleen met vulling van de eenheden van de KMar te maken?

Zoals gemeld in de inzetbaarheidsrapportage 2016 (Kamerstuk 33 763, nr. 110) is de Crowd and Riot Control-capaciteit in het najaar van 2017 weer voledig beschikbaar.

Door de veranderende veiligheidssituatie is de druk op de KMar toegenomen. De KMar-capaciteit is in overleg met de diverse gezagen geherprioriteerd, waardoor de oefening en training van de CRC-eenheid onder druk zijn komen te staan. Er ontstaat weer ruimte voor oefening en training als de Hoog Risico Beveiligingspelotons volledig zijn opgericht. De bijstandseenheid die deze taak nu uitvoert, gaat dan terug weer naar de eigenlijke taak.

22

De generieke geoefendheid van de krijgsmachtonderdelen staat in zijn algemeenheid onder druk. Zou een beperking van de uitzenddruk (gedurende b.v. 1 jaar) de mate van generieke geoefendheid niet kunnen versterken?

Inzet behoort tot de kerntaken van Defensie. Inzet voor missies onttrekt voor lange of korte duur personeel en materieel aan het generieke gereedstellingproces. Dit heeft effect op de generieke gereedheid van de hierbij betrokken eenheden. Deze effecten op de gereedstelling en eventuele maatregelen zijn onderdeel van een Artikel 100-brief die uw Kamer bij besluiten over de inzet van militaire eenheden ontvangt.

23

Is de voorziening voor schadeclaims voor veteranen geheel bekostigd uit de Defensiebegroting? Zo ja, hoe verhoudt zich dit tot het in Kamerbrief 30 139, nr. 165 aangekondigde onderzoek van het kabinet naar de vraag of de schadeclaims anders dan uit de Defensiebegroting kunnen worden opgebracht?

345

Wanneer kan de Kamer de uitvoering van de motie van de leden Eijsink en Teeven over de bekostiging van aanvullende schadeclaims van veteranen (Kamerstuk 30 139, nr. 162 ) tegemoet zien? Waarom heeft u de motie niet opgenomen in het overzicht van door de Staten-Generaal aanvaarde moties?

De voorziening voor schadeclaims wordt vooralsnog bekostigd uit de defensiebegroting. Het onderzoek dat ik heb aangekondigd in mijn brief van 23 augustus jl. (Kamerstuk 30 139, nr. 165) wordt op dit moment uitgevoerd. De motie-Eijsink/Teeven ontbrak abusievelijk in het overzicht.

24

Hoe ontwikkelt de Defensiebegroting zich in 2017 ten opzichte van eerdere jaren, uitgedrukt als percentage van het BBP?

Zie het antwoord op vraag 11.

25

Welke bedragen zijn voor de komende periode nodig om het Defensiebudget op de NAVO-norm van 2% te krijgen? Graag uitgesplitst in jaren.

Zie het antwoord op vraag 11.

26

Deelt u de kritiek dat de capaciteiten bij de Hoofddirectie Personeel (HDP) om de bijzondere positie van de militair te onderkennen bij wetgeving schaars is (Voorzitter NOV, Carré nr. 6, 2016, blz. 3)? Zo ja, wat bent u bereid hieraan te doen? Wat heeft u gedaan om herhaling van het drama met de Wet Uniformering Loonbegrip (WUL) en het AOW-gat te voorkomen?

27

Wat heeft u sinds het vaststellen van de bijzondere positie van de militair in februari 2015 gedaan om er (meer) invulling aan te geven? Vindt u het AOW-gat een voorbeeld waarbij het een kabinetsbrede verantwoordelijkheid is om invulling te geven aan de van de bijzondere positie van de militair? Zo nee, waarom niet?

135

Bent u naast het overleg met de centrales ook in overleg met de overige leden van het kabinet over de AOW-problematiek die specifiek is voor defensie?

De aandacht voor de bijzondere positie van de militair bij wetgeving is en blijft onverminderd. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor de effecten van het AOW-gat. Daarbij moet een balans in acht worden genomen tussen de belangen van actief en post-actief personeel. Defensie is met het Ministerie van Financiën in gesprek over de AOW-problematiek. Van belang is dat iedereen die in Nederland woont, verzekerd is voor de AOW. De verzekering impliceert dat AOW-rechten worden opgebouwd en dat AOW-premie over het inkomen verschuldigd is tot aan de AOW-gerechtigde leeftijd.

27

Wat heeft u sinds het vaststellen van de bijzondere positie van de militair in februari 2015 gedaan om er (meer) invulling aan te geven? Vindt u het AOW-gat een voorbeeld waarbij het een kabinetsbrede verantwoordelijkheid is om invulling te geven aan de van de bijzondere positie van de militair? Zo nee, waarom niet?

Zie het antwoord op vraag 26.

28

Klopt het dat u nog steeds een strafheffing moet betalen aan de Minister van Financiën over de uitkering aan militairen die vanuit de bijzondere positie verplicht met leeftijdsontslag worden gestuurd? Om welk bedrag gaat het jaarlijks? Bent u bereid zich in te zetten voor opheffing van deze strafheffing? Zo nee, waarom niet?

Defensie betaalt als werkgever een fiscale eindheffing over de UGM-uitkering, omdat deze als een vroegpensioenregeling wordt aangemerkt. Het gaat voor het jaar 2017 om een bedrag van € 186 miljoen. Defensie is hierover in gesprek met het Ministerie van Financiën.

29

Klopt het dat de verdeling van het budget van Defensie, bij benadering, voor de verschillende onderdelen van de krijgsmacht nog altijd via de verdeelsleutel 2 (landmacht) – 1 (luchtmacht) – 1 (marine) is?

De genoemde verdeelsleutel is een oude richtlijn die niet meer wordt gehanteerd. De verdeling van de intensivering in 2017 berust op de behoefte aan aanvullend budget per eenheid nodig om de gereedheid te versterken. In de begroting vindt u de huidige budgettaire verdeling.

30

Kunt u in een tabel overzichtelijk aangeven hoeveel er aan Defensie is en wordt uitgegeven per jaar, in de jaren 2010–2021? Kunt u daarbij tevens in een aparte kolom in die tabel, waar mogelijk, aangeven hoeveel procent van het BNP dat betreft, eveneens per jaar?

Zie het antwoord op vraag 11.

31

Kunt u in een tabel overzichtelijk aangeven hoeveel geld er in totaal is bijgekomen en bijkomt voor Defensie, per jaar, in de jaren 2014–2021, inclusief een verrekening met de bezuinigingen van kabinet Rutte I en Rutte II en andere maatregelen zoals de «tijdelijke maatregelen» in 2016, zoals gemeld in de eerste suppletoire begroting van 2016, en de Rijksbrede taakstelling met ingang van 2017?

60

Kunt u u een financieel overzicht geven van bezuinigingen en toevoegingen met betrekking tot het Defensiebudget vanaf 2011?

32

Waar zijn de kasschuiven uit het Defensie Investeringen Plan (DIP) ter hoogte van 200 miljoen euro in 2016 en 150 miljoen euro in 2017, zoals toegelicht in de Verticale toelichting op de Miljoenennota (34 550, p. 95) terug te vinden op de Begroting Defensie 2017?

Zie het antwoord op vraag 4.

33

Hoeveel operationele eenheden voldoen in 2017 aan de norm voor operationele gereedheid?

34

Hoeveel operationele eenheden voldoen in 2017 niet aan de norm voor operationele gereedheid?

De doelstellingenmatrices van de begroting 2017 (pag. 33, 38, 41 en 45) vermelden hoeveel operationele eenheden in 2017 wel of niet voldoen aan de norm voor operationele gereedheid. In de inzetbaarheidsrapportage 2016 (Kamerstuk 33 763, nr. 110) staat per type eenheid welke knelpunten moeten worden opgelost om weer te voldoen aan de norm. Met de recente intensivering kunnen de komende jaren de resterende beperkingen in de operationele gereedheid worden weggenomen. In de Begroting 2017 en in de inzetbaarheidsrapportage staat in de kolom «Verwachting behalen Norm-OG» van de doelstellingenmatrices vermeld wanneer welke operationele eenheden naar verwachting aan de norm voldoen.

34

Hoeveel operationele eenheden voldoen in 2017 niet aan de norm voor operationele gereedheid?

Zie het antwoord op vraag 33.

35

Wat is op dit moment de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van de toezegging van 26 maart 2015 (27 830, nr. 152) om de mogelijkheden voor verlichting van de begroting met behulp van een privaat investeringsfonds te onderzoeken op basis van een in de Militaire Spectator beschreven concept? Is de mogelijkheid om enkele pilotprojecten te starten inmiddels voldoende bekeken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wanneer kan de Kamer nadere informatie verwachten?

349

Op 26 maart 2015 heeft de Minister toegezegd de mogelijkheden voor verlichting van de begroting m.b.v. een privaat investeringsfonds te onderzoeken op basis van een in de Militaire Spectator beschreven concept (Kamerstuk 27 830, nr. 152). In antwoord op de vragen voor het wetgevingsoverleg Materieel Defensie van 2 november 2015 is aangekondigd dat de mogelijkheid wordt bekeken om enkele pilotprojecten te starten. Wat is de stand van zaken na ruim anderhalf jaar?

350

Wanneer doet u uw toezegging gestand, gedaan in het algemeen overleg materieel Defensie van 26 maart 2015 (Kamerstuk 27 830, nr. 152), om het gesprek aan te gaan over de mogelijkheden van een privaat investeringsfonds en de Kamer hierover te informeren? Bent u bereid dit ruimschoots vóór het wetgevingsoverleg materieel Defensie op 9 november 2016 te doen?

In juni 2016 is besloten een stuurgroep in te stellen en te zoeken naar pilotprojecten waarbij innovatieve financiering kansrijk is. Vooralsnog zijn er geen pilot projecten aangewezen. Om te kunnen concluderen of deze vorm van financiering ook op lange termijn voordelen voor Defensie oplevert, zullen deze pilot projecten gedurende langere tijd moeten worden gevolgd. Van de voortgang van de toezegging wordt u vanzelfsprekend op de hoogte gehouden.

36

Hoe vaak heeft u de ministerraad gemist vanwege verplichtingen in binnen- en buitenland?

Dit jaar heb ik de ministerraad acht keer gemist, waarvan vijf keer in verband met buitenlandse verplichtingen. Bewindspersonen die afwezig zijn, worden vanzelfsprekend door een andere bewindspersoon waargenomen.

37

Bent u, in Navolging van het «sorry» van de Minister-President, bereid uw excuses aan te bieden voor de bezuinigingen op Defensie door dit kabinet? Zo nee, waarom niet?

In 2014 is een trendbreuk geforceerd en een eind gemaakt aan de jarenlange bezuinigingen op Defensie. Door sinds 2014 € 868 miljoen aan de defensiebegroting toe te voegen, laat dit kabinet zien veiligheid als prioriteit te beschouwen. Het beoogde meerjarige perspectief getuigt hier ook van.

38

Hoe beoordeelt u het feit dat België, in tegenstelling tot Nederland onder dit kabinet, met een strategische visie gekomen is, die voorziet in een groei van de defensie-inspanning tegen 2030, die zich zal situeren tussen het huidig gemiddelde van de Europese NAVO-lidstaten zonder de kernmachten en het algemeen gemiddelde van de Europese NAVO-lidstaten? Waarom is het niet gelukt om zo'n groeipad voor Nederland op te stellen, maar komt u niet verder dan het schetsen van vervolgstappen die u niet invult?

De Belgische regering heeft onlangs de visie van de Minister van Defensie gepubliceerd waarin wordt voorgesteld het budget voor Defensie voor 2030 te verhogen van 0,9% BBP naar 1,3% BBP. De hiervoor benodigde aanpassing via programmatiewet moet nog worden ontworpen en goedgekeurd in het Belgische parlement en zal pas ingaan bij een nieuw kabinet.

In Nederland is in 2014 een einde gekomen aan de jarenlange bezuinigingen op Defensie. Met de begroting van 2017 laat dit kabinet opnieuw zien veiligheid een prioriteit te vinden. Ik heb u tevens gemeld dat we er daarmee nog niet zijn; er zijn vervolgstappen nodig in het kader van een meerjarig perspectief op de verdere versterking van de krijgsmacht. Deze vervolgstappen heb ik uitgewerkt in mijn brief van 8 maart jl. (Kamerstuk 33 763, nr. 98). De financiële onderbouwing van de vervolgstappen is, net als in België, onderdeel van politieke besluitvorming bij de vorming van een nieuw kabinet.

39

Wanneer zijn de resultaten bekend van het lopende onderzoek naar twee incidenten van Nederlandse militaire acties in de strijd tegen ISIS in Irak en Syrië waarbij mogelijk burgerslachtoffers zijn gevallen?

156

Heeft u de gevallen onderzocht waar mogelijk burgerslachtoffers zijn veroorzaakt door de Nederlandse bijdrage aan de internationale coalitie in de strijd tegen ISIS? Zo ja, hoeveel? Zo nee, waarom niet? Kunt u dit toelichten?

157

Heeft u een inschatting gemaakt van het aantal mogelijke burgerslachtoffers dat veroorzaakt is door de Nederlandse bijdrage aan de internationale coalitie in de strijd tegen ISIS in Irak en Syrië? Zo ja, hoeveel burgerslachtoffers zijn mogelijk gevallen? Zo nee, waarom is geen inschatting gemaakt? Kunt u dit toelichten?

158

Hoeveel onderzoeken heeft u sinds 2014 uitgevoerd naar mogelijke gevallen van burgerslachtoffers door Nederlandse militaire acties in de strijd tegen ISIS in Irak en Syrië? Wat zijn de bevindingen daarvan?

De eerder gemelde twee gevallen waarbij mogelijk burgerslachtoffers zijn gevallen als gevolg van Nederlandse wapeninzet zijn thans nog in onderzoek bij het Openbaar Ministerie. Er zijn geen andere of nieuwe gevallen bekend.

Zolang de onderzoeken bij het Openbaar Ministerie lopen, kan Defensie daarover geen nadere mededelingen doen. Zodra de onderzoeken zijn voltooid, zullen de uitkomsten aan de Kamer worden meegedeeld, volgens de eerdere afspraken die daarover zijn gemaakt. Het is nog niet bekend wanneer de onderzoeken zijn voltooid.

40

In het begrotingsjaar 2016 neemt u tijdelijke maatregelen voor een bedrag van ongeveer 85 miljoen euro. Welk deel van de extra 197 miljoen euro in 2017 is nodig om een einde te maken aan deze tijdelijke maatregelen? Zijn de aanvullende 197 miljoen euro voldoende om tijdelijke maatregelen zoals in 2016 in 2017 niet meer te hoeven nemen?

Zie het antwoord op vraag 6.

41

Hoe beoordeelt u het standpunt van de CDS (https://www.defensie.nl/organisatie/bestuursstaf/inhoud/cds/weblog/2016/samen-de-schouders-eronder) dat Defensie zich op een «dieptepunt» bevindt na 25 jaar daling van het budget, terwijl u in september 2014 al sprak van een «trendbreuk» (http://www.telegraaf.nl/binnenland/prinsjesdag2014/23087530/__Urgente_problemen_aanpakken__.html)? Is de situatie bij Defensie nu nog ernstiger dan in 2014?

De Commandant der Strijdkrachten refereert in zijn weblog aan de trendbreuk die dit kabinet heeft gerealiseerd, door na vele jaren van bezuinigingen vanaf 2014 elk jaar budget aan de defensiebegroting toe te voegen. Daarmee onderschrijft hij mijn uitspraken van september 2014. Tegelijkertijd voelt Defensie nog de effecten van eerdere bezuinigingen.

42

Bent u bereid, in Navolging van uw voorganger, te pleiten voor herinvoering van de Staatssecretaris van Defensie vanaf de volgende kabinetsperiode? Zo nee, waarom niet?

Nee. Een dergelijk besluit is aan een volgend kabinet.

43

Hoe ontwikkelt de defensiebegroting zich de komende jaren, uitgedrukt als percentage van het BBP?

Zie het antwoord op vraag 11.

44

Kunt u het bedrag aangeven dat defensie jaarlijks in totaal besteedt aan cyberdefensie/cyberveiligheid en kunt u tevens aangeven hoe dat bedrag zich de komende jaren ontwikkelt?

67

Wordt een deel van het extra budget geïnvesteerd in de personele en materiele gereedheid van defensie in het cyberdomein? Zo ja, welk deel?

335

Kunt u in een overzicht aangeven hoeveel in de afgelopen vijf jaar totaal aan cyber is uitgegeven en hoeveel hiervoor voor de komende vijf jaar vanaf 2017 is geraamd?

339

Gaat van het extra geld dat nu wordt geïnvesteerd in Defensie, ook geld naar het Defensie Cyber Commando? Zo ja, hoeveel?

341

Welk bedrag is in totaal gemoeid met cyberoperaties in 2016 en 2017?

Cyber maakt integraal deel uit van de defensieorganisatie. Naast de specifieke onderdelen, zoals benoemd in de Defensie Cyber Strategie, leveren vrijwel alle defensie-onderdelen direct en indirect een bijdrage aan Cyber. Het is derhalve niet mogelijk een totaalbedrag te berekenen. Conform bijlage 6.5 (Overzicht Cyber) van de begroting is er in 2015 extra budget beschikbaar gesteld voor intensiveringen in Cyber. Het direct versterken van het Defensie Cybercommando maakt geen deel uit van het op orde brengen van de basisgereedheid van de krijgsmacht, waaraan de intensivering van € 197 miljoen wordt besteed.

45

Beschikt u over voldoende manschappen en materieel om, indien noodzakelijk, alle Nederlandse grenzen te bewaken en beveiligen en deze taak voor een langere periode voort te zetten?

46

Wanneer verwacht u dat de krijgsmacht weer volledig kan voldoen aan de eerste inzetbaarheidsdoelstelling, namelijk de verdediging van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied?

150

Vindt u dat de krijgsmacht op dit moment gereed is voor haar verdedigingsbijdrage aan de NAVO als bijna alle infanteriecompagnieën slechts voor twee derde zijn gevuld, de inzetbaarheid van het pantserinfanteriegevechtsvoertuig CV 90 en de (slechts 18) pantserhouwitsers laag is, de marine grote delen van het personeel «rondpompt» om de wel inzetbare schepen te bemannen en de luchtmachtpiloten niet Full Operational Capable zijn? Kunt u dit uitgebreid toelichten?

Defensie is en blijft in staat om samen met de bondgenoten het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied te verdedigen. Dit is een collectieve Navo-verantwoordelijkheid. Tevens heeft de Navo, met het oog op de veranderende veiligheidsomgeving, de gereedheid van verschillende eenheden verhoogd (onder meer de VJTF) en stelt zij hogere eisen aan bondgenootschappelijke capaciteiten voor deze taak. Met de recente intensivering wordt de basisgereedheid van Defensie de komende jaren op orde gebracht en worden de in de vraag genoemde knelpunten stapsgewijs opgelost.

46

Wanneer verwacht u dat de krijgsmacht weer volledig kan voldoen aan de eerste inzetbaarheidsdoelstelling, namelijk de verdediging van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied?

Zie het antwoord op vraag 45.

47

Waarom stelt u verdere vervolgstappen in het kader van een meerjarig perspectief onder meer afhankelijk van de internationale veiligheidssituatie? Hoeveel onveiliger moet het worden? Of verwacht u dat het zoveel veiliger kan worden dat een vervolgstap als versterking van de ondersteunende capaciteiten niet meer nodig is?

59

Waarom stelt u verdere vervolgstappen in het kader van een meerjarig perspectief voor Defensie afhankelijk van de veiligheidssituatie? Hoeveel onveiliger moet het worden? Waarom stelt u het niet andersom: verdere versterking is nodig, tenzij de veiligheidssituatie wezenlijk verbetert?

De krijgsmacht moet voorbereid zijn op de ontwikkelingen in de internationale veiligheidssituatie. Bij de concretisering van de verdere versterking van de krijgsmacht in meerjarig perspectief is daarmee rekening gehouden.

48

Kunt u een gespecificeerd overzicht geven van waarin de extra middelen vanaf 2014 zijn geïnvesteerd? Kunt u daarbij uitsplitsen tussen «verhogen materiële gereedheid», «verhogen personele gereedheid», «verhogen geoefendheid», «overige ondersteuning en bedrijfvoering» en «verhoging investeringsbudget»?

Met de Miljoenennota 2015 van 16 september 2014 heeft het kabinet structureel € 100 miljoen toegevoegd aan de defensiebegroting (Kamerstuk 34 000, nr. 1). In de defensiebegroting 2015 heb ik beschreven welke maatregelen Defensie treft om de slagkracht van de krijgsmacht te verbeteren. Maatregelen betreffen onder meer de exploitatie van de Cougar helikopter (€ 12 miljoen in 2017), de aanschaf van een tactische UAV voor de korte afstand (Scan Eagle) (€ 10 miljoen in 2017), het verhogen van inzetvoorraden van kapitale munitie (€ 47 miljoen in 2017), de aanschaf van cyber-middelen (€ 9 miljoen in 2017), de aanschaf van extra Bushmaster-pantservoertuigen (€ 0,5 miljoen in 2017) en een investering in nieuwe generatie CBRN-bescherming (€ 2 miljoen in 2017).

Voorts heeft de Minister-President, in zijn brief van 27 februari 2015, laten weten de veiligheidsketen op een aantal punten substantieel te versterken (Kamerstuk 29 754, nr. 302). Voor Defensie betreft het een bedrag van structureel € 51 miljoen. Dit bedrag is in 2017 verdeeld over de KMar (bewaken en beveiligen € 28,8 miljoen, bijzondere dienst € 1,5 miljoen), de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (€ 20,5 miljoen) en de Dienst Speciale Interventies (€ 4,0 miljoen). Het voornaamste deel van deze intensiveringen gaat naar uitbreiding van de formatie.

Met de defensiebegroting 2016 van 15 september 2015 besloot het kabinet opnieuw middelen toe te voegen aan de defensiebegroting, oplopend tot structureel € 345 miljoen (Kamerstuk 34 300 X, nr. 2). In 2017 is € 245 miljoen beschikbaar. Van dit bedrag is € 10 miljoen bestemd voor de Nederlandse bijdrage aan de Very High Readiness Joint Task Force. Voorts betreffen de maatregelen het verhogen van de materiële gereedheid (€ 52 miljoen in 2017) en de personele gereedheid (€ 27 miljoen in 2017), het verhogen van de geoefendheid (€ 11 miljoen in 2017), ondersteuning door DMO en CDC (€ 24 miljoen in 2017) en het verhogen van het investeringsbudget (€ 122 miljoen in 2017). Daarnaast maakte het kabinet structureel € 60 miljoen extra beschikbaar voor het BIV.

Met de begroting van 2017 maakte het kabinet opnieuw middelen vrij voor Defensie. Zie het antwoord op vraag 53 voor de verdeling van deze intensivering.

49

Van welke mate van (toekomstige) inzet van de krijgsmacht is uitgegaan bij de prognose dat in 2021 de basisgereedheid weer op orde is?

54

Kunt u aangeven wanneer de basisgereedheid van de krijgsmacht volledig op orde is, gezien het feit dat pas in 2021 de intensivering voor de volle omvang beschikbaar komt voor het versterken van de basisgereedheid? Kunt u daarbij een jaartal noemen?

57

Hoe lang gaat het duren voordat de basisgereedheid van eenheden, die niet gereed moeten worden gesteld voor inzet, volledig op orde is? Klopt het dat met de thans voorziene intensiveringen de basisgereedheid van deze eenheden pas ver na 2021 volledig op peil zal zijn?

175

Binnen welke termijn zullen de resterende beperkingen in de basisgereedheid zijn weggenomen van alle operationele eenheden, aangezien u prioriteit geeft aan eenheden die gereed moeten worden gesteld voor inzet, alsmede een deel van de intensivering reserveert voor modernisering IT en de intensivering daardoor pas in 2021 in volle omvang beschikbaar komt voor de versterking van de basisgereedheid?

Op basis van de huidige intensiveringen zal de basisgereedheid van de krijgsmacht in 2021 weer volledig op orde zijn. De kolom «Verwachting behalen norm-OG» in de doelstellingenmatrices vermeldt van alle gereed te stellen eenheden het jaartal waarin deze naar verwachting zonder beperkingen inzetbaar zijn. Drie eenheden gemarkeerd met NBP (na begrotingsperiode) kennen in 2021 nog een kwantitatieve of een kwalitatieve beperking.

Het gereedstellingsproces is mede afhankelijk van inzet van eenheden, voldoende en adequate (gevechts)ondersteuning, een goed functionerende bedrijfsvoering en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Voor de gereedheid op lange termijn is tevens van belang dat benodigde vervangingsinvesteringen gerealiseerd kunnen worden.

50

Is de aanvullende 197 miljoen euro voldoende om tijdelijke maatregelen zoals in 2016 in 2017 niet meer te hoeven nemen?

Zie het antwoord op vraag 6.

51

Welke bedragen, uitgesplitst in jaren, zijn voor de komende periode nodig om het Defensiebudget op hetzelfde niveau te krijgen als het Europees gemiddelde?

Zie het antwoord op vraag 11.

52

Kunt u de 103 miljoen euro die wordt geïnvesteerd in het oplossen van de Rijksbrede ruilvoetproblematiek toelichten? Waar is deze terug te vinden op de begroting? Hoe is deze verdeeld over de verschillende krijgsmachtdelen? Gaat het hier om een incidentele of een structurele investering?

65

Waarom wordt gesproken van een intensivering van 300 miljoen euro terwijl tevens wordt aangegeven dat er eerst nog 103 miljoen euro afgaat? Is de 300 miljoen structureel en de 103 miljoen niet?

Het kabinet heeft met de begroting 2017 structureel € 300 miljoen extra aan Defensie beschikbaar gesteld, waarvan Defensie € 197 miljoen gebruikt voor de basisgereedheid van de krijgsmacht. Defensie heeft daarnaast, net als de overige departementen, een structurele taakstelling van € 103 miljoen gekregen voor het oplossen van de ruilvoetproblematiek. Het resterende deel van de intensivering, dat wil zeggen € 103 miljoen, wordt hiervoor ingezet.

53

Kunt u toelichten hoe 197 miljoen euro voor versterking van de basisgereedheid precies wordt ingezet? Welke voorraden worden bijvoorbeeld aangevuld? Welke reserveonderdelen worden gekocht? Welke capaciteiten worden versterkt?

68

Welk deel van de 197 miljoen euro om de basisgereedheid van de krijgsmacht op orde te brengen, komt ten goede aan het verbeteren van de gereedheid van de Koninklijke Marechaussee (KMar)?

163

Op pagina 18 van de begroting staat gespecificeerd waar extra middelen (197 miljoen euro) vanaf 2017 in worden geïnvesteerd. Kunt u die bedragen verder specificeren door per krijgsmachtsonderdeel aan te geven waar het geld aan wordt besteed? In hoeverre worden bestaande knelpunten hiermee opgelost? Welke knelpunten blijven vooralsnog bestaan?

171

Klopt het dat het bedrag van 45,9 miljoen euro dat geraamd is voor de personele gereedheid geen uitbreiding van het functiebestand in 2017 inhoudt, maar uitsluitend bedoeld is om de ondervulling binnen het huidige functiebestand aan te vullen?

303

Welke maatregelen gaat om de vulling van eenheden binnen de gestelde financiële kaders te verbeteren, om hiermee de balans tussen personeelsbudget en formatieplan te herstellen?

304

Welke capaciteit (financieel en personeel) gaat u aanwenden om de diverse opleidingen te verbeteren waarmee organieke eenheden worden ontlast?

305

Waarom wordt met name de directe ondersteuning vanuit het Commando Diensten Centra (CDC) wel direct verbeterd?

De € 197 miljoen wordt aangewend voor het verbeteren van de basisgereedheid. Het geld wordt besteed aan:

  • Versterking van de basisgereedheid van de zeestrijdkrachten (€ 13,4 miljoen). Hiermee wordt de personele gereedheid hersteld door de vulling van de organisatie te verbeteren (capaciteit voor Veiligheid & Vakmanschap, reservisten). De materiële gereedheid wordt hersteld door de aanschaf van reservedelen voor het LPD (Landing Platform Dock) en de patrouilleschepen.

  • Versterking van de basisgereedheid van de landstrijdkrachten (€ 55,5 miljoen). De personele gereedheid wordt hersteld door de vulling van de organisatie te verbeteren (capaciteit voor Veiligheid & Vakmanschap, reservisten). De materiële gereedheid wordt versterkt door de aanschaf van reservedelen voor de CV-90, het Fennek verkenningsvoertuig, vrachtauto’s en de Kodiak genietank.

  • Versterking van de basisgereedheid van de luchtstrijdkrachten (€ 35 miljoen). De personele gereedheid wordt hersteld door de vulling van de organisatie te verbeteren (ook reservisten) en de materiële gereedheid wordt verhoogd door de aanschaf van reservedelen voor de NH-90 en de F-16. Tevens is de oefenfaciliteit voor het geïntegreerd oefenen van luchtmobiele eenheden en helikopters in Fort Hood (Verenigde Staten) voor de komende jaren zeker gesteld. Ook kan er meer worden geoefend op bataljons- en brigadeniveau en met coalitiepartners en komt er meer gelegenheid voor live firing exercises.

  • Versterking van de basisgereedheid van de marechaussee (€ 4,5 miljoen). De personele gereedheid wordt hersteld door de vulling van de organisatie verder te verbeteren.

  • Het meegroeien van de ondersteunende capaciteiten (ondersteuning door DMO € 47,5 miljoen, ondersteuning door CDC € 17,6 miljoen). Het verbeteren van de basisgereedheid van de operationele commando’s moet worden gedragen door de ondersteuners. Daarom gaat er extra geld naar die ondersteunende capaciteiten. Zo komt er meer geld voor brandstof, oefenmunitie, communicatie, voeding, oefentoelagen en oefenterreinen. Kortom, allemaal zaken die direct de operationele gereedheid bij de operationele commando’s bevorderen.

  • Het centraal apparaat, waaronder de capaciteit van de MIVD, wordt versterkt (€ 5,5 miljoen).

  • Tenslotte wordt er € 18 miljoen uitgetrokken voor verwervingen die noodzakelijk zijn voor het verbeteren van de basisgereedheid. Het gaat hierbij onder meer om kleine verwervingen in het IV-domein.

Voor de component «versterken personele gereedheid» wordt in 2017 € 45,9 miljoen uitgetrokken. Dit bedrag loopt op tot € 54,2 miljoen structureel vanaf 2021. Het grootste deel van het bedrag wordt aangewend om de bestaande formatie beter te vullen, zodat de eenheden beschikken over meer capaciteit voor de uitvoering van hun taken. Daarnaast worden de middelen aangewend voor de verbetering van opleiding, training en kennisontwikkeling.

54

Kunt u aangeven wanneer de basisgereedheid van de krijgsmacht volledig op orde is, gezien het feit dat pas in 2021 de intensivering voor de volle omvang beschikbaar komt voor het versterken van de basisgereedheid? Kunt u daarbij een jaartal noemen?

Zie het antwoord op vraag 49.

55

Kunt u de 20 miljoen euro ten behoeve van de implementatie van de WiV nader toelichten? Klopt dit wel, gezien feit dat Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) nog niet eens is gewijzigd? Waar is dit op de begroting terug te vinden? Op welk artikel is deze 20 miljoen euro toegevoegd? Aan welke afdeling of dienst komt deze 20 miljoen ten goede? Per wanneer worden deze middelen toegevoegd en uit welk budget wordt dit betaald? Gaat het om een interne herschikking? Zo ja, kunt u deze herschikking toelichten?

56

Wat is de reden dat dit de 20 miljoen euro ten behoeve van de implementatie van de Wiv nergens inhoudelijk wordt toegelicht, behoudens het drieregelig zinnetje? Kunt u dit alsnog doen?

62

Zal het bedrag van 20 miljoen euro, dat het kabinet structureel voor de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten aanpassen (Wiv) vrijmaakt, naar Defensie vloeien als de wet is aangenomen of wordt dit bedrag verdeeld over verschillende departementen?

Het kabinet streeft naar inwerkingtreding van de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) in 2017 en maakt daarvoor vanaf 2017 structureel € 20 miljoen vrij. Dit budget wordt vooralsnog aangehouden op de Aanvullende Post bij Financiën. Een inhoudelijke toelichting op dit bedrag treft u aan in de financiële paragraaf van de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel Wiv, dat aan uw Kamer is aangeboden.

56

Wat is de reden dat dit de 20 miljoen euro ten behoeve van de implementatie van de Wiv nergens inhoudelijk wordt toegelicht, behoudens het drieregelig zinnetje? Kunt u dit alsnog doen?

Zie het antwoord op vraag 55.

57

Hoe lang gaat het duren voordat de basisgereedheid van eenheden, die niet gereed moeten worden gesteld voor inzet, volledig op orde is? Klopt het dat met de thans voorziene intensiveringen de basisgereedheid van deze eenheden pas ver na 2021 volledig op peil zal zijn?

Zie het antwoord op vraag 49.

58

Waarom gaat het «enige jaren duren» voordat de effecten van het extra budget ook daadwerkelijk in volle omvang voelbaar zijn? In hoeverre bent u hier zelf mede debet aan, vanwege de problemen binnen de verwervings- en logistieke keten?

Na de recente intensivering is er voldoende budget beschikbaar om de basisgereedheid op orde te brengen. Echter, zowel de intensivering uit 2016 als die uit 2017 kennen een gefaseerde opbouw. In 2020 komen beide intensiveringen volledig beschikbaar voor de verbetering van de basisgereedheid.

Extra budget kan bovendien niet direct worden omgezet voor de verhoging van personele en materiële gereedheid. Extra reserveonderdelen en personeel zijn immers niet direct voorhanden en inzetbaar. Een versterkte personele en materiële gereedheid is vervolgens de basis voor een verhoging van de generieke geoefendheid en inzetbaarheid.

Naast de beschikbaarheid van budget en onderhoudscapaciteit, is het gereedstellingsproces ook afhankelijk van een goed functionerende bedrijfsvoering. Om die reden zijn er ook maatregelen genomen die het herstel van de basisgereedheid verder ondersteunen.

59

Waarom stelt u verdere vervolgstappen in het kader van een meerjarig perspectief voor Defensie afhankelijk van de veiligheidssituatie? Hoeveel onveiliger moet het worden? Waarom stelt u het niet andersom: verdere versterking is nodig, tenzij de veiligheidssituatie wezenlijk verbetert?

Zie het antwoord op vraag 47.

60

Kunt u u een financieel overzicht geven van bezuinigingen en toevoegingen met betrekking tot het Defensiebudget vanaf 2011?

Zie het antwoord op vraag 31.

61

Wanneer is de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) klaar?

Het wetsvoorstel is aan uw Kamer aangeboden.

62

Zal het bedrag van 20 miljoen euro, dat het kabinet structureel voor de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten aanpassen (Wiv) vrijmaakt, naar Defensie vloeien als de wet is aangenomen of wordt dit bedrag verdeeld over verschillende departementen?

Zie het antwoord op vraag 55.

63

Zijn voor het op orde brengen van de basisgereedheid in 2021 nog aanvullende investeringen nodig in ondersteuning en investeringen of is de prognose dat de basisgereedheid in 2021 op orde is, onafhankelijk van verdere investeringen in ondersteuning en investeringen?

In 2021 is de basisgereedheid van de krijgsmacht weer op orde op een enkele uitzondering na (de NH-90 helikopter, de ISTAR module en het hoofdkwartier OOCL). Voor het kunnen garanderen van deze basisgereedheid op de lange termijn is het van belang dat verouderde wapensystemen tijdig worden vervangen en/of een upgrade ondergaan. Bovendien moet er voldoende en adequate operationele (gevechts-)ondersteuning aanwezig zijn. Dit is van belang om inzet voor alle hoofdtaken te kunnen ondersteunen.

64

Kunt u uw «disclaimer» nader toelichten dat «het voor zich spreekt dat het totale gereedstellingsproces mede afhankelijk is van inzet van eenheden, voldoende en adequate ondersteuning en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.»? Van welke mate van (toekomstige) inzet van de krijgsmacht is uitgegaan bij de prognose dat in 2021 de basisgereedheid weer op orde is? Welke invloed heeft de slijtageslag in Mali op het tempo waarin u de basisgereedheid weer volledig op orde kunt brengen?

Het tempo van het herstel van de basisgereedheid is afhankelijk van een aantal variabelen, zoals de beperkte beschikbaarheid van gewenst personeel op de arbeidsmarkt en de inzet voor specifieke missies. Deze kunnen de snelheid van het herstel beïnvloeden (zowel positief als negatief). Voor het werven van geschikt personeel is niet alleen de aantrekkingskracht van Defensie als werkgever op de arbeidsmarkt van belang, maar ook de beschikbaarheid van specifiek geschoold personeel (waaronder technici en IT-specialisten). Wat de werkelijke inzet van eenheden voor specifieke missies in het kader van de tweede hoofdtaak betreft, zijn de gevolgen voor de generieke gereedheid geheel afhankelijk van type en duur van de desbetreffende missie. Eenheden doen tijdens missies belangrijke ervaring op. Als er in een missie echter langdurig eenzijdig wordt opgetreden, dan is er onvoldoende tijd om ook de andere taken te trainen. Een balans tussen inzet en gereedheidstelling is daarom van belang. De gevolgen van de inzet voor de gereedheid van eenheden zijn onderdeel van de artikel 100-brief.

65

Waarom wordt gesproken van een intensivering van 300 miljoen euro terwijl tevens wordt aangegeven dat er eerst nog 103 miljoen euro afgaat? Is de 300 miljoen structureel en de 103 miljoen niet?

Zie het antwoord op vraag 52.

66

Kunt u aangeven waarom het waarborgen van de veiligheid van EU-grondgebied expliciet wordt genoemd onder de eerste van de drie strategische opgaven, terwijl in eerdere begrotingen alleen werd gesproken over de verdediging van het «eigen en bondgenootschappelijk grondgebied»?

Het betreft een verdere specificatie van de strategische opgave. In het verdrag van Lissabon zijn een wederzijdse verdedigingsclausule en een solidariteitsclausule opgenomen om de veiligheid van het EU-grondgebied te waarborgen.

67

Wordt een deel van het extra budget geïnvesteerd in de personele en materiele gereedheid van defensie in het cyberdomein? Zo ja, welk deel?

Zie het antwoord op vraag 44.

68

Welk deel van de 197 miljoen euro om de basisgereedheid van de krijgsmacht op orde te brengen, komt ten goede aan het verbeteren van de gereedheid van de Koninklijke Marechaussee (KMar)?

Zie het antwoord op vraag 53.

69

Hoe beoordeelt u de schatting (https://fd.nl/opinie/1168623/krijgsmacht-staat-er-na-periode-hennis-slecht-voor) dat de hogere defensie-inflatie (prijsstijgingen van materieel en munitie) jaarlijks 160 miljoen euro bedraagt, waarvoor u nog steeds niet gecompenseerd wordt? Moet hieruit afgeleid worden dat uw koopkracht niet of nauwelijks stijgt als u er 197 miljoen euro bij krijgt?

Het kabinet besluit bij de Voorjaarsnota of de jaarlijkse prijsbijstelling wordt uitgekeerd. Dat gebeurt volgens de huidige begrotingssystematiek aan de hand van algemene prijsindices. De goederen en diensten die uit de defensiebegroting worden betaald, zoals militair materieel, zijn echter anders van aard dan de goederen en diensten die de andere departementen nodig hebben. Het vermoeden bestaat dat de prijzen van defensiematerieel harder stijgen dan de prijsstijging waarvoor Defensie wordt gecompenseerd. Defensie heeft daarom het CBS gevraagd de mogelijkheid van een defensiespecifieke index te onderzoeken. In het voorjaar zullen de uitkomsten van het onderzoek bekend worden (Kamerstuk 27 830, nr. 172).

Zie ook het antwoord op de vragen 137, 279 en 280.

70

Wat is de prognose aan valutatekorten voor 2016, 2017 en 2018? In hoeverre is het incidentele extra bedrag van 40 miljoen euro voldoende om deze tekorten aan te vullen en/of moeten eventuele tekorten door u zelf worden aangevuld? Kunt u aangeven hoe u deze tekorten gaat aanvullen en wat de consequenties hiervan zijn voor Defensie?

77

In hoeverre is de eenmalige reservering van 40 miljoen euro voor valutaschommelingen voldoende voor Defensie, aangezien u zelf aangeeft dat Defensie deze reservering verder zelf aanvult? Welk bedrag moet u in 2017 zelf aanvullen?

80

De begroting geeft aan dat eenmalig 40 miljoen euro wordt vrijgemaakt om valutaschommelingen te compenseren. Wat is de prognose aan valuta tekorten voor 2016 en 2017? Kan inzichtelijk gemaakt worden vanuit welke begrotingsreserveringen voor 2016 en 2017 u de eventuele tekorten aanvult, en wat de bredere consequenties hiervan zijn voor Defensie?

225

Met welke middelen en uit welk budget kan de reservering voor valutaschommelingen worden aangevuld?

De investeringsplannen in de begroting 2017 zijn geraamd op basis van de huidige dollarkoers. Daardoor is er geen sprake van verwachte valutatekorten bij de projecten. De verwerking van de huidige dollarkoers heeft wel geleid tot nadere prioriteitstelling in het investeringsplan. De planning en de ambitie van investeringen moeten immers binnen de beschikbare financiële kaders worden gebracht. De koersstijging is in de begroting 2016 verwerkt. Hierin zijn keuzes inzichtelijk gemaakt. Dit betrof onder meer het uitstellen van de MALE-UAV.

De reservering wordt ingezet om valutaschommelingen te compenseren. Over de detailuitwerking van het gebruik van de reservering overleggen Defensie en Financiën. Aanvulling van de reservering is op dit moment niet aan de orde.

71

Kunt u een overzicht geven van welke prijsbijstellingen de afgelopen 5 jaar aan uw ministerie zijn uitgekeerd? Was dit voldoende om prijsstijgingen op de internationale defensiemarkt te compenseren? Als dit niet voldoende was, kunt u inzichtelijk maken hoe groot de verschillen waren per jaar afzonderlijk? Hoe zijn die tekorten opgevangen?

In onderstaande overzicht is de uitgekeerde prijsbijstelling van de afgelopen vijf jaar inzichtelijk gemaakt:

in € mln.

2012

2013

2014

2015

2016

Uitgekeerde prijsbijstelling

62,9

0

5,1

9,5

16,1

De defensiebegroting wordt in principe jaarlijks gecompenseerd voor de effecten van loon- en prijsontwikkeling (Nederlandse inflatiecijfers). Dit is niet altijd toereikend om prijsstijgingen te compenseren. Waar dit niet toereikend is, leidt dit tot prioriteitstelling in de defensiebegroting. Defensie heeft daarom het CBS gevraagd de mogelijkheid van een defensiespecifieke index te onderzoeken. In het voorjaar zullen de uitkomsten van het onderzoek bekend worden (Kamerstuk 27 830, nr. 172).

Zie ook het antwoord op vraag 69.

72

Hoe groot is het tekort van de komende 15 jaar om te kunnen voorzien in de investeringsbehoefte voor vervanging en vernieuwing? Wat zijn hiervan de consequenties? Aan welke oplossingen wordt gedacht?

Zie het antwoord op vraag 12.

73

Waarom is ervoor gekozen in totaal 350 miljoen euro aan investeringen door te schuiven naar volgende jaren als de investeringsbehoefte op dit moment groter is dan het beschikbare budget?

74

Hoe kan het dat u stelt dat de investeringsbehoefte groter is dan het beschikbare budget en tegelijkertijd 350 miljoen euro aan investeringen doorschuift naar volgende jaren?

Onder andere als gevolg van knelpunten in het verwervingstraject, bijvoorbeeld in de voortgang bij partnerlanden, door lange levertijden en of het laat leveren door contractanten, zijn er projecten verschoven naar volgende jaren. Dat is niet wenselijk en Defensie heeft daarom maatregelen genomen om de onderrealisatie terug te dringen. De effecten moeten de komende jaren zichtbaar worden, waardoor het mogelijk is om in de komende jaren de investeringen te laten groeien naar het gewenste niveau. Belangrijk is de afspraak dat ongebruikt investeringsbudget kan meeschuiven naar volgende jaren. Investeringen hoeven zo niet te worden geschrapt, maar de uitgaven verschuiven naar latere momenten.

Zie ook het antwoord op vraag 3.

74

Hoe kan het dat u stelt dat de investeringsbehoefte groter is dan het beschikbare budget en tegelijkertijd 350 miljoen euro aan investeringen doorschuift naar volgende jaren?

Zie het antwoord op vraag 73.

75

Wat is het verschil tussen een prijsbijstelling en het effect van valutakoersen?

De prijsbijstelling is een tegemoetkoming van het kabinet voor de stijging van het algemene prijspeil (inflatie). Het effect van valutakoersen is een effect op de begroting van Defensie door een stijging of daling van de euro ten opzichte van buitenlandse valuta. Zowel inflatie als valutakoersen hebben een effect op de koopkracht van Defensie.

76

Wie of wat bepaalt de prijsbijstelling en op basis waarvan?

De hoogte van de prijsbijstelling berust op de generieke indices van het CPB. Besluitvorming over de uitkering van de prijsbijstelling is onderdeel van het hoofdbesluitvormingsmoment van het kabinet in het voorjaar.

77

In hoeverre is de eenmalige reservering van 40 miljoen euro voor valutaschommelingen voldoende voor Defensie, aangezien u zelf aangeeft dat Defensie deze reservering verder zelf aanvult? Welk bedrag moet u in 2017 zelf aanvullen?

Zie het antwoord op vraag 70.

78

Als de NAVO en EU vervanging, vernieuwing en versterking van de wapensystemen zo belangrijk vinden, in hoeverre zijn deze bondgenootschappen dan bereidt om dit samen te doen in plaats van ieder voor zich?

In de Navo en de EU wordt via respectievelijk de Smart Defence- en Pooling and Sharing-initiatieven samengewerkt op het gebied van capaciteitsontwikkeling. Zo wordt er op het gebied van tanker- en transportcapaciteit samengewerkt in het MRTT-project en op het gebied van strategisch transport in de Strategic Airlift Capability van de Navo.

79

Waarom maakt u niet duidelijk in welke mate met het extra budget in voldoende en adequate ondersteuning wordt geïnvesteerd? Hoeveel extra budget is nodig om de ondersteuning op een «voldoende en adequaat» niveau te krijgen?

Zie het antwoord op vraag 12.

80

De begroting geeft aan dat eenmalig 40 miljoen euro wordt vrijgemaakt om valutaschommelingen te compenseren. Wat is de prognose aan valuta tekorten voor 2016 en 2017? Kan inzichtelijk gemaakt worden vanuit welke begrotingsreserveringen voor 2016 en 2017 u de eventuele tekorten aanvult, en wat de bredere consequenties hiervan zijn voor Defensie?

Zie het antwoord op vraag 70.

81

Wat is de investeringsbehoefte in euro's om de benodigde vernieuwingen, instandhoudingsprogramma’s en vervangingen te volbrengen gedurende de komende vijftien jaar en hoe verhoudt dit zich tot het nu beschikbare budget?

Zie het antwoord op vraag 12.

82

Kunt u een aantal concrete maatregelen noemen die u gaat nemen naar aanleiding van de genoemde punten in het kader van meerjarig perspectief?

Zie het antwoord op vraag 12.

83

Komen er nog specifieke maatregelen voor de JSF in het kader van valutarisico, nu er eenmalig 40 miljoen euro vrij gemaakt wordt om het valutarisico af te dekken?

De reservering van € 40 miljoen wordt niet ingezet ter dekking van valutategenvallers bij het project «Verwerving F-35». In de Voortgangsrapportage Verwerving F-35 van september jl. is gemeld dat de eventuele vrijval in de risicoreservering van het project «Verwerving F-35» aan het einde van het project kan worden ingezet voor het opvangen van valutaschommelingen of, als de reservering daar ruimte voor biedt en zoals reeds eerder besloten, voor het aanschaffen van extra toestellen.

84

Welke concrete stappen neemt u voor een verbeterde inrichting van de en regie over de reserveonderdelenketen?

85

Welke concrete stappen neemt u voor de verbetering van de beschikbaarheid van reservedelen?

86

Hoe gaat u de leverbetrouwbaarheid van reserveonderdelen die vaak nodig zijn in het onderhoudsproces versnellen?

87

Waarom worden de aanvullende maatregelen ter verbetering van de materiele gereedheid nu pas genomen?

Intern onderzoek uit 2015 naar de oorzaken van de lagere materiële gereedheid heeft uitgewezen dat er sprake is van verschillende en elkaar versterkende knelpunten in de instandhouding van het materieel. Daarom heeft Defensie in 2015 verscheidene maatregelen genomen om deze knelpunten weg te nemen. Met mijn brief aan de Tweede Kamer «Plan van aanpak materiële gereedheid» (Kamerstuk 33 763, nr. 109) heb ik uw Kamer geïnformeerd over maatregelen om de materiële gereedheid extra kracht bij te zetten. Het plan van aanpak bundelt de lopende inspanningen en vult deze aan met maatregelen om de logistieke keten voor reserveonderdelen beter te laten functioneren. De werking van en regie over de logistieke keten van reserveonderdelen verschillen per defensieonderdeel en worden met het plan van aanpak geharmoniseerd, waarbij de samenhang tussen wapensystemen en de daarvoor benodigde assortimenten wordt verbeterd. De verantwoordelijkheden voor keuzes binnen de keten worden duidelijker belegd. Om het verbeterproces kracht bij te zetten is de aansturing onder eenhoofdige leiding bij de CDS belegd en wordt de voortgang van de verbeteringen periodiek besproken in de Bestuursraad van Defensie.

Om de prestatie van de logistieke keten van reserveonderdelen te verbeteren worden de achterstanden in materieelaanvragen ingelopen en de leverbetrouwbaarheid vergroot. De defensieonderdelen hebben de reserveonderdelen die vaak benodigd zijn in het onderhoudsproces geïdentificeerd en met het aanpassen van voorraadstrategieën, het aanpassen van de planningstermijnen, het bestellen van extra reserveonderdelen en betere afstemming in de keten wordt toegewerkt naar een herstel van de leverbetrouwbaarheid tot de norm van 85% in 2017. Met de introductie van een dashboard in ERP M&F neemt het inzicht in de ketenprestatie toe en wordt de sturing beter ondersteund.

85

Welke concrete stappen neemt u voor de verbetering van de beschikbaarheid van reservedelen?

Zie het antwoord op vraag 84.

86

Hoe gaat u de leverbetrouwbaarheid van reserveonderdelen die vaak nodig zijn in het onderhoudsproces versnellen?

Zie het antwoord op vraag 84.

87

Waarom worden de aanvullende maatregelen ter verbetering van de materiele gereedheid nu pas genomen?

Zie het antwoord op vraag 84.

88

Wat zijn de kerntaken van de gevechtseenheden? Wat is de relatie tussen de vulling van de eenheden en het ontstaan van meer ruimte bij gevechtseenheden voor het uitvoeren van de kerntaken?

De kerntaak van de gevechtseenheden is het leveren van gevechtskracht waar ook ter wereld, als onderdeel van de zwaardmacht van de regering, op alle geweldniveaus. Wanneer de gevechtseenheden volledig met personeel en materieel zijn uitgerust, kunnen zij de kerntaken zonder beperkingen uitvoeren. Een lagere vulling leidt tot beperkingen.

89

Wat zijn de verscherpte eisen van de NAVO aan de bondgenoten? Waarom kan er niet op dit moment, maar pas na het verhogen van de materiele gereedheid worden voldaan aan deze eisen?

Met het oog op de veranderende veiligheidsomgeving heeft de Navo de gereedheid van verschillende eenheden verhoogd (onder meer de VJTF) en stelt zij hogere eisen aan bondgenootschappelijke capaciteiten voor deze taak. Dit betekent voor Nederland dat capaciteiten sneller moeten kunnen worden ingezet en dat deze capaciteiten volledig moeten zijn uitgerust met inzetbaar en beschikbaar personeel, materieel en voorraden. Zoals eerder gemeld voldoet Nederland aan de verplichtingen van de Navo, echter met tijdelijke beperkingen.

90

Wanneer verwacht u het resultaat van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) naar het zo doelmatig en effectief mogelijk inrichten van het gereedstellingsproces? Welke problemen ervaart u nu in het gereedstellingsproces?

Het eindrapport wordt begin 2017 opgeleverd.

91

Kunt u nader toelichten wat u bedoelt met de verdere verbetering van de vulling van eenheden binnen de budgettaire kaders? Heeft u het streven naar 100% vulling losgelaten omdat u de middelen niet heeft?

De betaalbaarheid van het personeel is belangrijk voor een toereikende vulling van het personeelsbestand. De betaalbaarheid staat de laatste jaren onder druk, onder meer door de verhoging van de LOM-leeftijd. De defensieonderdelen hebben bewust de vulling iets verlaagd als tijdelijke maatregel om het personeelsbestand betaalbaar te houden. Met de extra middelen voor de verbetering van de basisgereedheid wordt het in de komende jaren mogelijk die maatregel te beëindigen en het functiebestand uit te breiden.

92

Welk totaal budget is er nu voor alle IT-veranderingen (ERP, vernieuwing IT-infrastructuur etc.) opgenomen voor de komende jaren?

Alle IT-veranderingen worden gefinancierd uit het budget Opdracht Voorzien in IT. Deze zijn onderdeel van beleidsartikel 6 Investeringen Krijgsmacht. Voor het begrotingsjaar 2017 betreft dit een bedrag van ruim € 185 miljoen. Hieruit worden niet alleen ERP en vernieuwing IT-infrastructuur betaald, maar ook alle andere IT-investeringsprojecten die bijdragen tot IT-vernieuwing, zoals IGO Kmar, Titaan en Secure Werkplek Defensie. Het budget omvat ook een voorziening voor de dubbele beheerlasten gedurende de transitieperiode.

Totaalbudget voor ERP en IT-infrastructuur (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2017

2018

2019

2020

2021

Totaal

Voorzien in IT, waarvan onder meer:

185.382

180.270

180.154

80.093

50.160

676.059

– Vernieuwing IT

22.200

6.800

5.100

700

0

40.200 (vanaf 2016)

– Dubbele beheerslasten IT

27.000

30.000

30.000

30.000

0

117.000

– Optimalisatie ERP

12.000

12.000

12.000

12.000

12.000

60.000

93

Staan de vijf prioriteiten voor 2017 ook in de volgorde van belangrijkheid?

De vijf prioriteiten staan in willekeurige volgorde.

94

Hoe ziet de toenemende beschikbaarheid van reservedelen eruit? Op welke termijn zal de beschikbaarheid van reservedelen op een acceptabel niveau zijn en geldt dit dan voor alle reservedelen?

95

Welk gevolg heeft het met voorrang werken aan de beschikbaarheid van materieel voor eenheden die zullen worden ingezet voor het personeel van die eenheden? Heeft dit gevolgen voor de trainingen van deze eenheden? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?

Het is niet precies te zeggen wanneer alle problemen met de beschikbaarheid van reserveonderdelen zijn opgelost. De problemen verschillen per wapensysteem en per assortiment. Met de toenemende beschikbaarheid worden de knelpunten in de materiële gereedheid geleidelijk opgeheven. De reserveonderdelen die vaak nodig zijn in het onderhoudsproces en die een grote invloed hebben op de inzetbaarheid van het materieel worden als eerste aangepakt. De leverbetrouwbaarheid van dit type reserveonderdeel moet in 2017 zijn hersteld tot de norm van 85 procent. Aanvullend worden de wapensysteemspecifieke reserveonderdelen die cruciaal zijn voor de inzetbaarheid (availability killers) geïdentificeerd en aangepakt. De aanschaf van dit type reserveonderdeel krijgt voorrang. Bij deze maatregel wordt prioriteit gegeven aan de beschikbaarheid van wapensystemen voor inzet en de daarvoor benodigde oefeningen en missievoorbereidingen.

95

Welk gevolg heeft het met voorrang werken aan de beschikbaarheid van materieel voor eenheden die zullen worden ingezet voor het personeel van die eenheden? Heeft dit gevolgen voor de trainingen van deze eenheden? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?

Zie het antwoord op vraag 94.

96

Gaat u ook internationaal samenwerken bij het onderzoek, ontwikkeling en innovatie? Kan het internationaal samenwerking met bondgenoten en/of in EU-verband op het gebied van innovatie en ontwikkeling, het eventueel delen van kennis en innovatie, financiële en inhoudelijke voordelen opleveren? Zo nee, waarom niet?

106

Wat bedoelt u met «de intentie» om met andere departementen samen te werken? Is dat niet gewoon noodzakelijk of gewenst (zowel financieel als beleidstechnisch)? Waar hangt een definitieve samenwerking voor Defensie dan vanaf?

108

Vindt er momenteel geen samenwerking plaats met uw collega's, daar u aangeeft de intentie te hebben om samen met uw collega's van Buitenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie samen te werken in het kader van het defensie veiligheidsnetwerk?

Defensie is onderdeel van een breed en gevarieerd bestuurlijk, maatschappelijk en internationaal netwerk. De kracht van Defensie wordt voor een deel bepaald door de vitaliteit van andere partijen in dit netwerk en door de kwaliteit van onze relatie met deze partijen. Defensie werkt op vele terreinen nauw samen met nationale en internationale actoren, ook op het gebied van kennis en innovatie. Internationaal wordt via de Navo en in EU-verband veel kennis en informatie uitgewisseld. Ook wordt met een aantal bondgenoten intensief samengewerkt op een aantal gebieden. Nationaal worden de krachten eveneens gebundeld en vindt coördinatie en overleg over gezamenlijk onderzoek plaats. Defensie blijft zich inzetten voor een verdere verdieping van die samenwerking. De praktijk wijst uit dat dit in eerste instantie meer kost – onder andere als gevolg van overleg en afstemming – maar wel een impuls geeft aan de rijkdom en breedte van de kennis. De verwachting is dat op de langere termijn deze samenwerking leidt tot een hogere opbrengst voor hetzelfde geld. Of samenwerking op een bepaald kennis- of innovatiedossier aantrekkelijk is, hangt af van vele factoren zoals: de timing – wat voor de één al urgent is, hoeft dat voor de ander nog niet te zijn – de bereidheid een mate van afhankelijkheid te accepteren, de mate waarin nog aan Defensie-specifieke eisen – in het geval van civiele partners – kan worden voldaan, etc.

97

Hoe lang gaat het precies duren voordat het effect van de intensiveringen in volle omvang voelbaar zijn?

Het effect van de huidige intensiveringen gaat in volle omvang voelbaar zijn vanaf 2021. De komende jaren zal een aantal eenheden echter al eerder voldoen aan de gereedheidsnorm door gerichte besteding van het extra budget. Voor meer specifieke informatie verwijs ik naar de begroting waarin per eenheid specifiek wordt beschreven wanneer de norm OG wordt behaald.

98

Wanneer zijn alle gewenste instandhoudingsanalyses klaar? Wat is de planning hiervoor?

99

Is er enig zicht wanneer de instandhoudingsanalyses worden uitgevoerd en wanneer het resultaat verwacht wordt?

Defensie voert, in lijn met het IBO Wapensystemen, voor eind 2018 per wapensysteem instandhoudingsanalyses uit. Aanvullende analyses voor (sub)systemen en installaties zijn afgerond in 2019. Defensie heeft de drie pilot instandhoudingsanalyses op de Pantserhouwitser 2000, het Luchtverdedings- & Commandofregat (LCF) en de AH-64D Apache conform planning afgemaakt. De ervaring die hierbij is opgedaan wordt verwerkt in de aanpak voor de overige wapensystemen. Met behulp van de instandhoudingsanalyses worden onderhoudsplannen opgesteld en bestaande plannen aangepast aan veranderend gebruik of ouderdom. Geconstateerde tekortkomingen in het onderhoud en de bevoorrading worden direct opgepakt voor alle wapensystemen.

99

Is er enig zicht wanneer de instandhoudingsanalyses worden uitgevoerd en wanneer het resultaat verwacht wordt?

Zie het antwoord op vraag 98.

100

Wat verstaat u onder defensieve activiteiten in het cyberdomein?

101

Wat verstaat u onder offensieve activiteiten in het cyberdomein?

Voor een beschrijving van wat Defensie verstaat onder defensieve of digitale weerbaarheidverhogende activiteiten, inlichtingenactiviteiten en offensieve activiteiten in het cyberdomein verwijs ik u naar de Defensie Cyber Strategie van juni 2012 (Kamerstuk 33 321 nr. 2) en de actualisering van deze Strategie in 2015 (Kamerstuk 33 321 nr. 5).

101

Wat verstaat u onder offensieve activiteiten in het cyberdomein?

Zie het antwoord op vraag 100.

102

Hoe verhoudt het verzamelen van big data zich met privacywetgeving?

Ontwikkelingen in het informatiedomein, zoals de toepassing van big data, bieden nieuwe innovatieve mogelijkheden. Defensie is net als elk ander ministerie gehouden aan de wettelijke kaders voor het waarborgen van privacy en houdt zich aan deze privacywetgeving.

103

In hoeverre verhoogt de afhankelijkheid van IT-systemen de kwetsbaarheid van de organisatie?

De krijgsmacht is in toenemende mate afhankelijk van de betrouwbaarheid van informatie. Ook leunt zij sterk op hoogwaardige communicatie- en informatiesystemen, genetwerkte wapensystemen en logistieke systemen voor de verspreiding van deze informatie. Zowel in militaire operaties als in de algehele bedrijfsvoering is Defensie sterk afhankelijk van deze systemen om de inzetbaarheid en effectiviteit van de krijgsmacht te garanderen. De hoeveelheid data die besloten ligt in bijvoorbeeld sensor-, wapen- en commandosystemen en netwerken neemt bovendien exponentieel toe. Defensienetwerken en -systemen zijn voorts, net als civiele systemen, kwetsbaar voor manipulatie tijdens de ontwikkeling, het gebruik, het transport en het onderhoud. Niet alleen de beveiliging van systemen en netwerken, maar ook de beveiliging van de informatie zelf is derhalve van wezenlijk belang. Hierbij staan de exclusiviteit (alleen geautoriseerde toegang), de integriteit (geen ongeautoriseerde of foutieve wijzigingen) en de beschikbaarheid (toegankelijkheid) van informatie voorop.

In de Cyber Strategie en de voortgangsrapportage over de uitvoering ervan is beschreven welke activiteiten Defensie onderneemt om de digitale weerbaarheid te versterken.

104

In hoeverre zijn andere departementen verantwoordelijk voor een offensieve en/of defensieve mogelijkheden in het cyberdomein, of is dit allemaal uitsluitend het domein van defensie?

De onderlinge verbondenheid en afhankelijkheid in het digitale domein is zowel nationaal als internationaal groot. De klassieke scheiding van militaire en civiele, publieke en private en nationale en internationale actoren is in het digitale domein minder helder. Zo kan de nationale veiligheid in gevaar worden gebracht door een grootschalige aanval op een private organisatie. Bij de verdediging tegen een dergelijke aanval is samenwerking tussen partijen noodzakelijk, waaronder de getroffen organisatie zelf, het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC), de inlichtingendiensten, de opsporingsdiensten en mogelijk ook de krijgsmacht.

In Nederland zijn departementen zelf verantwoordelijk voor de veiligheid van hun netwerken en systemen. Als beheerder van hoogwaardige digitale netwerken en systemen is Defensie een belangrijke partner die beschikt over bijzondere kennis en capaciteiten. Op grond van de derde hoofdtaak kan Defensie op verzoek deze kennis en capaciteiten aan civiele autoriteiten beschikbaar stellen. Op grond van de wettelijke basis voor bijstand of de regelgeving voor steunverlening kan, onder gezag van de aanvrager, worden opgetreden.

De inzet van offensieve capaciteiten is voorbehouden aan de krijgsmacht en uitsluitend onder specifieke omstandigheden, bijvoorbeeld wanneer het is opgenomen in een missiemandaat. De besluitvorming over inzet van offensieve capaciteiten verloopt via reguliere besluitvormingsprocedures van het kabinet over de inzet van de krijgsmacht.

105

Welke kosten zijn er verbonden aan een Future Force Conference, en is dit geen activiteit die past in de gezamenlijkheid van de Navo of EU?

De Future Force Conference staat in het teken van nauwer samenwerken met andere actoren. De conferentie richt zich daarom op verschillende «ecosystemen» die een veiligere wereld bevorderen. Hiermee wordt bedoeld dat naast de traditionele partners van Defensie ook deskundigen en organisaties worden betrokken met wie thans niet of minder wordt samengewerkt. We vragen deze partners/stakeholders om hun perspectief op het voorkomen en/of oplossen van conflicten te schetsen, maar ook om weer te geven hoe de samenwerking met Defensie gestalte kan krijgen. Defensie betrekt hiervoor partijen die mede verantwoordelijkheid willen nemen voor de conferentie. Veiligheid is namelijk een gedeelde verantwoordelijkheid. Om die gedeelde verantwoordelijkheid en het gezamenlijke karakter te onderstrepen, worden ook diverse vertegenwoordigers van de Navo en de EU uitgenodigd. Onderzocht wordt of dit gezamenlijke karakter nog verder kan worden versterkt in een toekomstige editie, bijvoorbeeld door een gezamenlijke organisatie.

De Future Force Conference is een investering in de toekomst, die Defensie in staat stelt tijdig – in samenwerking met verschillende partners – in te kunnen spelen op de complexe toekomstige veiligheidsuitdagingen. De conferentie levert Defensie ook inzichten op voor de verdere doorontwikkeling van de krijgsmacht. De raming voor de conferentie is € 1,3 miljoen.

106

Wat bedoelt u met «de intentie» om met andere departementen samen te werken? Is dat niet gewoon noodzakelijk of gewenst (zowel financieel als beleidstechnisch)? Waar hangt een definitieve samenwerking voor Defensie dan vanaf?

Zie het antwoord op vraag 96.

107

Ligt de evaluatie van de defensie cyberstrategie op schema? Kunt u wat exacter aangeven wanneer de Kamer de evaluatie mag ontvangen in 2017?

De evaluatie van de Defensie Cyber Strategie ligt op schema en wordt in de eerste helft van 2017 voltooid.

108

Vindt er momenteel geen samenwerking plaats met uw collega's, daar u aangeeftde intentie te hebben om samen met uw collega's van Buitenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie samen te werken in het kader van het defensie veiligheidsnetwerk?

Zie het antwoord op vraag 96.

109

Wat betekent de vertraging van de studie ter voorbereiding op de vervanging van de maritieme mijnenbestrijdingscapaciteit voor de planning met betrekking tot de vervanging van de mijnenjagers? Hoeveel langer blijft Defensie doorvaren met de Alkmaar-klasse mijnenjagers, die nu al zo'n dertig jaar oud zijn?

110

Bent u, in het licht van de vertraging van de studie ter voorbereiding op de vervanging van de maritieme mijnenbestrijdingscapaciteit, alsmede de leeftijd van de Alkmaar-klasse mijnenjagers, bereid een levensduuronderzoek uit te voeren om vast te stellen wanneer de huidige middelen niet meer in nationaal of bondgenootschappelijk verband ingezet kunnen worden, alsmede om de gevolgen voor de exploitatiekosten, inzetbaarheid en levenduurverlengend onderhoud in kaart te brengen? Zo nee, waarom niet?

111

Wat is de resterende levensduur van de mijnenjagers? Wanneer kunnen de mijnenjagers niet meer in nationaal of bondgenootschappelijk verband ingezet worden? Wat is kostentechnisch het beste moment om de mijnenjagers te vervangen?

116

Gaat u nu de studie ter voorbereiding op de vervanging van de maritieme mijnenbestrijdingscapaciteit is vertraagd een levensduuronderzoek van de huidige maritieme mijnenbestrijdingscapaciteit uitvoeren, zodat kan worden vastgesteld wanneer de huidige middelen niet meer in nationaal of bondgenootschappelijk verband kunnen worden ingezet? Zo nee, waarom niet?

De vertraging van de studie ter voorbereiding op de vervanging van de maritieme mijnenbestrijdingscapaciteit heeft geen effect op de uiteindelijke vervangingsdatum van de huidige Alkmaar-klasse mijnenjagers.

In het kader van de Belgisch-Nederlandse marine Samenwerking (BENESAM) is België verantwoordelijk voor de instandhouding van zowel de Nederlandse als de Belgische mijnenjagers. België heeft in april 2016 een levensduuronderzoek uitgevoerd. Nederland zal daarom geen zelfstandig onderzoek uitvoeren.

De huidige mijnenbestrijdingsvaartuigen stammen uit de jaren tachtig van de vorige eeuw en zijn technisch, operationeel en economisch verouderd. De technische en operationele levensduur wordt met enige jaren verlengd tot het midden jaren twintig. Daarna kan de operationele veroudering niet meer worden ondervangen. Deze schepen zijn niet geschikt voor de nieuwste technieken, zoals grootschalige toepassing van onbemande systemen. De verwachting is dat de mijnenjagers na 2025 niet meer inzetbaar zijn.

110

Bent u, in het licht van de vertraging van de studie ter voorbereiding op de vervanging van de maritieme mijnenbestrijdingscapaciteit, alsmede de leeftijd van de Alkmaar-klasse mijnenjagers, bereid een levensduuronderzoek uit te voeren om vast te stellen wanneer de huidige middelen niet meer in nationaal of bondgenootschappelijk verband ingezet kunnen worden, alsmede om de gevolgen voor de exploitatiekosten, inzetbaarheid en levenduurverlengend onderhoud in kaart te brengen? Zo nee, waarom niet?

Zie het antwoord op vraag 109.

111

Wat is de resterende levensduur van de mijnenjagers? Wanneer kunnen de mijnenjagers niet meer in nationaal of bondgenootschappelijk verband ingezet worden? Wat is kostentechnisch het beste moment om de mijnenjagers te vervangen?

Zie het antwoord op vraag 109.

112

Bent u, nu u de studie ter voorbereiding op de vervanging van de maritieme mijnenbestrijdingscapaciteit vertraagd heeft en Defensie dus langer zal moeten doorvaren met de huidige Alkmaar-klasse mijnenjagers, bereid om de vier mijnenjagers die nu in de verkoop staan, niet te verkopen maar aan te houden, tenminste als reserve? Zo nee, waarom niet?

De geraamde verkoopopbrengsten van de Alkmaar-klasse Mijnenbestrijdingsvaartuigen (AMBV’n) zijn toegevoegd aan het investeringsbudget. Dit is de gebruikelijke werkwijze met geraamde verkoopopbrengsten. Indien wordt besloten de AMBV’n niet meer voor verkoop aan te bieden, heeft dit gevolgen voor het investeringsbudget. Er is op dit moment geen aanleiding om een dergelijk besluit te nemen.

113

Kunt u uitgebreid toelichten waarom de studie vervanging onderzeeboten nu beter aansluit op de verwachte realisatie? In hoeverre heeft u de geraamde uitgaven verhoogd in vergelijking met de begroting 2016?

Het totale budget voor de studie vervanging onderzeeboten blijft ongewijzigd. De beschikbare middelen in 2015 en 2016 zijn ten dele doorgeschoven naar 2017, omdat het grootste deel van de studie «vervanging onderzeebootcapaciteit» in dat jaar wordt uitgevoerd. Dat is de reden dat ook een deel van het beschikbare budget in 2018 naar 2017 is geschoven.

114

Zal er bij het werken aan de materieelprojecten ook aandacht zijn voor de werkgelegenheid, beschikbare kennis en innovatie in Nederland? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

Ja. Bij ieder materieelproject wordt al tijdens de behoeftestellingsfase nadrukkelijk aandacht besteed aan de kennis- en innovatiebehoefte van dat project. Voor het concretiseren van deze behoefte wordt naar de Nederlandse kennisinstellingen en industrie gekeken. In de pre-competitieve fase gebeurt dit vaak met geselecteerde (Nederlandse) instituten en bedrijven, maar uiteindelijk wordt het project volgens de geldende richtlijnen en procedures in concurrentie aanbesteed (met uitzondering van projecten die onder artikel 346 worden aanbesteed).

115

Neemt u de baten voor de Nederlandse samenleving als geheel in ogenschouw bij de aan- cq. uitbesteding van de diverse projecten? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

De uitgaven aan en van Defensie dienen een belangrijk doel, namelijk veiligheid. Defensie hanteert bij investeringen de Defensie Industrie Strategie (DIS) die, vanuit de operationele belangen en behoeften van Defensie, de Nederlandse Defensie- en Veiligheidsgerelateerde Industrie (DVI) en kennisinstellingen zo beoogt te positioneren dat zij een hoogwaardige bijdrage aan de Nederlandse veiligheid kunnen leveren.

116

Gaat u nu de studie ter voorbereiding op de vervanging van de maritieme mijnenbestrijdingscapaciteit is vertraagd een levensduuronderzoek van de huidige maritieme mijnenbestrijdingscapaciteit uitvoeren, zodat kan worden vastgesteld wanneer de huidige middelen niet meer in nationaal of bondgenootschappelijk verband kunnen worden ingezet? Zo nee, waarom niet?

Zie het antwoord op vraag 109.

117

Kunt u een overzicht in tabelvorm geven van alle materieelprojecten die in 2017 vertraagd worden? Voor welk bedrag in totaal wordt er doorgeschoven naar latere jaren?

Het is nog onbekend welke projecten zullen worden vertraagd, in aanvulling op de in de begroting genoemde herschikkingen uit 2016. Met het Materieel Projectenoverzicht (MPO) bent u geïnformeerd over projecten waarvan nu al bekend is dat zij (ook) in 2017 vertragen.

118

Kunt u cijfermatig en in tabelvorm aangeven wat er ten opzichte van de defensiebegroting 2016 is veranderd aan de ramingen voor het project Multi Role Tanker Transport (MRTT) waardoor een «herschikking» noodzakelijk was?

De herschikking was het gevolg van de internationale onderhandelingen. In het Materieel Projecten Overzicht (MPO) 2015 staat op pagina 18 vermeld dat wegens internationale afspraken geen bedragen openbaar worden gemaakt.

119

Wat heeft u gedaan met de snoeiharde kritiek van de Navo op Nederland in de NATO Defence Planning Capability Review, die u op 24 maart 2016 openbaar maakte? Op welke wijze en binnen welke termijn komt u aan deze kritiek tegemoet?

Het kabinet neemt de kritiek van de Navo serieus. In de NATO Defence Planning Capability Review staat dat de Navo zich zorgen maakt over de hoogte van de Nederlandse defensiebegroting. Volgens de Navo moet Nederland meer investeren in personeel, materieel, munitie- en reservedelenvoorraden en de versterking van de (gevechts)ondersteuning.

In Nederland is sinds 2014 een eind gekomen aan de jarenlange bezuinigingen op Defensie. Met de begroting van 2017 laat dit kabinet opnieuw zien veiligheid als prioriteit te beschouwen. Dit sluit aan bij de Navo-afspraken om te trachten de defensie-uitgaven te laten stijgen. Dankzij de opeenvolgende intensiveringen, die bij elkaar oplopen tot € 868 miljoen in 2020, kunnen de komende jaren stappen worden gezet ter versterking van de krijgsmacht. In 2021 moet de basisgereedheid weer volledig op orde zijn. Ik heb u al eerder gemeld dat we er daarmee nog niet zijn. Er zijn vervolgstappen nodig in het kader van het meerjarige perspectief op de verdere versterking van de krijgsmacht.

120

Waarom noemt u de Navo-afspraken op de Top in Wales in het geheel niet? Bent u bereid jaarlijks in de begroting te rapporteren over de implementatie van de afspraak om de Defensie-uitgaven als percentage van het BBP in tien jaar tijd te laten groeien in de richting van de Navo-norm? Zo nee, waarom niet?

Het kabinet neemt de Defence Investment Pledge uit Wales serieus. Dit kabinet heeft de afgelopen jaren reeds stappen daartoe gezet. Er is een einde gekomen aan jarenlange bezuinigingen en er zijn middelen toegevoegd aan de defensiebegroting. Voorts heeft het kabinet vervolgstappen voor ogen in het kader van het meerjarig perspectief op de verdere versterking van de krijgsmacht. Defensie zal voortaan in de beleidsagenda van de begroting toelichten wat de defensie-uitgaven zijn als percentage van het BBP.

Zie ook het antwoord op de vragen 11, 17, 24, 25, 30, 43, 51, 161, 162.

121

Heeft Nederland ook militaire samenwerkingsovereenkomsten gesloten met Frankrijk of zijn dergelijke samenwerkingsovereenkomsten in voorbereiding? Zo ja, welke?

Nederland heeft op dit moment een aantal samenwerkingsovereenkomsten met Frankrijk. Hieronder worden de voornaamste genoemd. In 1988 is er met Frankrijk, als nadere uitwerking van de Navo Status of Forces Agreement (SOFA), een overeenkomst gesloten over het verblijf van Nederlandse strijdkrachten in Frankrijk.

Dan is er de samenwerking op het gebied van luchtruimbewaking, die reeds eerder aan uw Kamer is gemeld. België, Nederland en Luxemburg beginnen op 1 januari 2017 met de samenwerking bij de luchtruimbewaking met jachtvliegtuigen. De drie landen zijn met Frankrijk in gesprek over een aanvullend verdrag.

Ook in het Caribisch gebied is er militaire samenwerking met Frankrijk. Er is een technische overeenkomst met Frankrijk voor militaire training op Frans Guyana en in de Nederlandse Caribische landsdelen. Beide landen zijn op dit moment in overleg over een verdrag om de samenwerking op het gebied van veiligheid en defensie tussen de partijen in het Caribisch grondgebied, inclusief Frans Guyana, af te bakenen. De precieze inhoud van de samenwerking wordt nog uitgewerkt, maar het verdrag zal in ieder geval ook de functie van een Status of Forces Agreement (SOFA) voor het Caribisch gebied behelzen.

Verder hebben de Franse en Nederlandse landmacht in 2016 een Letter of Intent getekend voor samenwerking tussen de Nederlandse 13e Brigade en de Franse 9e Brigade. Daarnaast is een klein aantal Nederlandse stafofficieren als liaison op hoofdkwartieren in Frankrijk geplaatst.

122

Kan Nederland nog voldoende materieel en personeel aanbieden voor oefeningen en inzet in NAVO-verband? Biedt Nederland in verhouding tot de defensiebegroting meer of minder capaciteit aan dan andere NAVO-bondgenoten?

De krijgsmacht levert een gewaardeerde bijdrage aan de Navo. Door deze verplichtingen wordt de krijgsmacht intensief belast. Nederland besteedt naar verwachting in 2017 1,18 procent van het bbp aan Defensie en zit daarmee onder het Europees gemiddelde van 1,43 procent in 2015. De Navo maakt geen vergelijking tussen wat lidstaten bijdragen aan oefeningen en inzet.

123

In hoeverre is sprake van financiële duurzaamheid, naar een realistisch evenwicht tussen doelstellingen, capaciteiten en middelen? Herinnert u zich de kritiek van de Algemene Rekenkamer, dat Defensie een «niet vol te houden wissel op zichzelf trekt» en dat ook in 2016 middelen en ambities van Defensie nog niet met elkaar in evenwicht zijn, alsmede dat het onbekend is wanneer dit evenwicht wel wordt bereikt. (http://www.rekenkamer.nl/Publicaties/Onderzoeksrapporten/Introducties/2015/10/Aandachtspunten_bij_de_ontwerpbegroting_2016_van_het_Ministerie_van_Defensie)?

129

Wat is een realistisch evenwicht tussen doelstellingen, capaciteiten en middelen? Is het hierbij doel om te voldoen aan de personele en materiële gereedheids- en geoefendheidseisen van de Navo?

Defensie wil met het meerjarige perspectief een realistisch en beheerst evenwicht bereiken tussen doelstellingen, capaciteiten en middelen, en daarmee, ook op lange termijn, een betaalbare krijgsmacht. Hierbij wordt rekening gehouden met de personele en materiële gereedheids- en geoefendheidseisen van de Navo.

124

Hoe denkt u de openheid, transparantie, praten over voorgenomen veranderingen van nationale begrotingen etc., binnen de Navo en EU blijvend op de agenda te krijgen?

Nederland blijft in de Navo op verschillende niveaus voortdurend pleiten voor het vergroten van de transparantie. Mede dankzij de Nederlandse inspanningen kunnen landen besluiten tot «derubricering» van de overview van de «Nato Defence Planning Capability Review» (DPCR). Deze overview over Nederland is aangeboden aan uw Kamer. Nederland blijft samen met gelijkgezinde landen streven naar het openbaar maken van documenten, waar mogelijk.

Ook in EU-verband blijft Nederland zich hard maken voor meer transparantie. Nederland ziet daarbij graag dat lidstaten meer verantwoording aan elkaar afleggen en meer openheid betrachten over voorgenomen veranderingen in de nationale defensiebegroting en plannen voor capaciteitsontwikkeling. Tijdens het EU-voorzitterschap heeft Nederland voorgesteld een jaarlijks evaluatiemoment te organiseren waarop EU-ministers van Defensie gezamenlijk de balans op maken. Dit idee is ook in de nieuwe EU Buitenland- en Veiligheidsstrategie (EU Global Strategy) verwerkt, die de Hoge Vertegenwoordiger in juni aan de Europese Raad heeft gepresenteerd.

Momenteel worden de veiligheids- en defensieaspecten van de nieuwe EU Buitenland- en Veiligheidsstrategie uitgewerkt in een Implementation Plan on Security and Defence (SDIP). In dit implementatieplan, dat tijdens de Raad Buitenlandse Zaken met ministers van Defensie op 15 november a.s. aan de lidstaten wordt gepresenteerd, zal het jaarlijks evaluatiemoment verder worden vormgegeven.

125

Wat gaat u nog meer doen dan landen aanspreken op hun verantwoordelijkheid?

Nederland blijft in de Navo op alle niveaus aandacht vragen voor het belang van transparantie. Voorts zal Nederland het goede voorbeeld blijven geven door waar mogelijk documenten openbaar te maken.

126

In hoeverre neemt u bij de Navo ook de opmerking van de Algemene Rekenkamer mee over bijvoorbeeld transparantie van het gevoerde beleid?

Nederland maakt zich in de Navo sterk voor het verbeteren van de financiële transparantie. Openheid over bestedingen is belangrijk voor de steun van de Nederlandse bevolking voor de Navo. Niet-vertrouwelijke financieel gerelateerde informatie wordt nu standaard publiek gemaakt. Nederland streeft ernaar om toekomstige begrotingssamenvattingen zo op te stellen dat ook deze publiek gemaakt kunnen worden. In de Navo is hierover nog geen consensus bereikt zodat deze budgetinformatie vooralsnog vertrouwelijk blijft.

Bij transparantie hoort verantwoording. Op het gebied van verantwoording maakt Nederland zich sterk voor een institutionele cultuurverandering in de Navo waarbij verantwoorden en transparantie de norm worden.

De auditorganisatie van de Navo heeft hierover kritische rapporten geschreven. Deze moeten leiden tot een verbetering in de levering van gemeenschappelijk gefinancierde capaciteiten. Nederland ziet erop toe dat de besluiten ter verbetering van de levering van gemeenschappelijk gefinancierde capaciteiten worden uitgevoerd en verlangt een tijdige evaluatie van maatregelen.

127

Kunt u een totaaloverzicht geven van Navo-missies, waarin per missie de deelnemende landen staan en er wordt aangegeven hoe zij aan deze missies meedoen (personeel en kosten per land)?

Momenteel neemt Nederland deel aan twee Navo-missies. De kosten van deelname per land worden niet onderling bekendgemaakt, zodat hierover geen uitspraak kan worden gedaan. Het overzicht bevat per missie de deelnemende landen met de huidige troepen sterkte.

Resolute Support1 : 39 deelnemers, totale sterkte 13.079.

Albanië 43, Armenië 121, Australië 270, Azerbaijan 94, België 62, Bosnië-Herzegovina 55, Bulgarije 79, Denemarken 90, Duitsland 980, Estland 5, Finland 30, Georgië 870, Griekenland, 4, Hongarije 90, IJsland 2, Italië 945, Kroatië 103, Letland 21, Litouwen 19, Luxemburg 1, Macedonië 39, Mongolië 120, Montenegro 14, Nederland 100, Nieuw Zeeland 8, Noorwegen 35, Oekraïne 10, Oostenrijk 9, Polen 198, Portugal 10, Roemenië 588, Slovakije 40, Slovenië 7, Spanje 7, Tsjechische 214, Turkije 523, Verenigd Koninkrijk 450, Verenigde Staten 6800, Zweden 23.

KFOR: Op dit moment nemen 29 landen deel aan KFOR met een troepensterkte van ongeveer 6.250 man, inclusief de operationele reserve van ongeveer 700 man. De Nederlandse deelname is maximaal vijf personen. De bijdragen van de overige deelnemende landen wijzigen voortdurend en zijn niet openbaar beschikbaar. De cijfers op de diverse andere internet sites verschillen dusdanig dat zij geen getrouw beeld geven van de bijdrages van de overige landen.

Tevens zijn er nog twee maritieme Navo-operaties actief. Aan deze operaties nemen zowel Navo-lidstaten als niet-lidstaten deel. Over de actuele deelname wordt door de Navo niet openlijk gecommuniceerd.

Voorts ontplooit de Navo activiteiten in het verdragsgebied. Zo is het bondgenootschap met een staand vlootverband (SNMG-2) actief in de Egeïsche Zee om onder meer mensensmokkelnetwerken in kaart te brengen. In Polen en de Baltische Staten is de Navo vanaf begin 2017 aanwezig met de zogenoemde Enhanced Forward Presence ten behoeve van een geloofwaardige afschrikking van Rusland.

128

Kunt u een totaaloverzicht geven van EU-missies, waarin per missie de deelnemende landen staan en er wordt aangegeven hoe zij aan deze missies meedoen (personeel en kosten per land)?

In het onderstaande overzicht zijn per EU-missie de deelnemende landen opgenomen. Het aantal deelnemers per land is geen open informatie. De kosten van deelname aan de diverse missies worden door de landen zelf gedragen en niet onderling uitgewisseld. De gemeenschappelijk kosten worden door de EU gefinancierd vanuit het Athena budget. Dit is het Europese budget voor missies en het bestaat uit bijdragen van de diverse lidstaten.

EU NAVFOR Atalanta

Deelnemende landen: 21

Bulgarije, Cyprus, Tsjechische Republiek, Duitsland, Griekenland, Spanje, Finland, Frankrijk, Kroatië, Italië, Litouwen, Letland, Malta, Nederland, Polen, Portugal, Roemenië, Zweden, Verenigd Koninkrijk, Montenegro en Servië.

EUNAVFOR MED SOPHIA

Deelnemende Landen: 24

Oostenrijk, België, Bulgarije, Cyprus, Tsjechische Republiek, Duitsland, Estland, Griekenland, Spanje, Finland, Frankrijk, Hongarije, Italië, Litouwen, Luxemburg, Letland, Malta, Nederland, Polen, Portugal, Roemenië, Zweden, Slovenië en Verenigd Koninkrijk.

EUFOR Althea

Deelnemende landen: 20

Oostenrijk, Bulgarije, Tsjechische Republiek, Griekenland, Spanje, Finland, Hongarije, Ierland, Italië, Nederland, Polen, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Verenigd Koninkrijk, Albanië, Macedonië, Zwitserland, Chili en Turkije.

EULEX Kosovo

Deelnemende Landen: 30

Oostenrijk, België, Bulgarije, Tsjechische Republiek, Duitsland, Denemarken, Estland, Griekenland, Spanje, Finland, Frankrijk, Kroatië, Hongarije, Ierland, Italië, Litouwen, Luxemburg, Letland, Malta, Nederland, Polen, Portugal, Roemenië, Zweden, Slovenië, Slowakije, Verenigd Koninkrijk, Turkije, Zwitserland en Verenigde Staten.

EUTM Mali

Deelnemende landen: 25

Oostenrijk, België, Bulgarije, Tsjechische Republiek, Duitsland, Estland, Spanje, Finland, Frankrijk, Hongarije, Ierland, Italië, Litouwen, Luxemburg, Letland, Nederland, Portugal, Roemenië, Zweden, Slovenië, Verenigd Koninkrijk, Albanië, Georgië, Montenegro en Servië.

EUCAP Sahel Mali

Deelnemende landen: 13

België, Duitsland, Denemarken, Spanje, Finland, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Portugal, Roemenië, Verenigd Koninkrijk en Zwitserland

EUTM Somalië

Deelnemende Landen: 11

Duitsland, Spanje, Finland, Hongarije, Italië, Nederland, Portugal, Roemenië, Zweden, Verenigd Koninkrijk en Servië.

EUCAP Nestor

Deelnemende Landen: 15

België, Duitsland, Denemarken, Griekenland, Spanje, Finland, Frankrijk, Hongarije, Ierland, Italië, Nederland, Portugal, Roemenië, Zweden, Verenigd Koninkrijk.

EUBAM LIBIE

Deelnemende landen: 8

Duitsland, Denemarken, Spanje, Frankrijk, Ierland, Italië, Nederland en Zweden.

EUCAP Sahel Niger

Deelnemende landen: 11

België, Duitsland, Denemarken, Spanje, Finland, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Portugal, Roemenië en Zweden.

EUTM RCA

Deelnemende landen: 7

Oostenrijk, België, Spanje, Frankrijk, Luxemburg, Portugal en Roemenië.

EUPOL Afghanistan

Deelnemende landen: 21

Oostenrijk, België, Bulgarije, Tsjechische Republiek, Duitsland, Denemarken, Estland, Griekenland, Finland, Frankrijk, Kroatië, Hongarije, Ierland, Italië, Litouwen, Letland, Nederland, Polen, Roemenië, Zweden en Verenigd Koninkrijk.

EUBAM Rafah

Deelnemende landen: 3

Duitsland, Frankrijk en Italië.

EUPOL COPPS

Deelnemende Landen: 21

België, Bulgarije, Duitsland, Denemarken, Estland, Spanje, Finland, Frankrijk, Kroatië, Hongarije, Ierland, Italië, Litouwen, Malta, Nederland, Polen, Roemenië, Zweden, Slovenië, Verenigd Koninkrijk en Canada.

EUMM Georgië

Deelnemende landen: 24

Oostenrijk, België, Bulgarije, Cyprus, Tsjechische Republiek, Duitsland, Denemarken, Estland, Griekenland, Spanje, Finland, Kroatië, Hongarije, Ierland, Italië, Litouwen, Letland, Nederland, Polen, Portugal, Roemenië, Zweden, Slowakije en Verenigd Koninkrijk.

EUAM Oekraïne

Deelnemende landen: 25

Oostenrijk, Bulgarije, Tsjechische Republiek, Duitsland, Denemarken, Estland, Griekenland, Spanje, Finland, Frankrijk, Hongarije, Ierland, Italië, Litouwen, Letland, Nederland, Polen, Portugal, Roemenië, Zweden, Slovenië, Verenigd Koninkrijk, Canada, Noorwegen en Zwitserland.

129

Wat is een realistisch evenwicht tussen doelstellingen, capaciteiten en middelen? Is het hierbij doel om te voldoen aan de personele en materiële gereedheids- en geoefendheidseisen van de Navo?

Zie het antwoord op vraag 123.

130

Hoeveel extra geld gaat er van de 197 miljoen euro naar reservisten? Waarom geeft u hierover geen enkele duidelijkheid in de begroting?

131

Waarom gaat u bij de begroting in het geheel niet in op de motie Knops c.s. (34 300 X, nr. 25) die oproept om met kracht het reservisten-beleid voort te zetten, de groeiende inzet van reservisten voluit te accommoderen binnen de Defensieorganisatie en af te zien van toekomstige bezuinigingen of tijdelijke beheersmaatregelen ten koste van reservisten en de motie Knops c.s. (34 300 X, nr. 121) die oproept om met meer urgentie en tempo de huidige knelpunten bij de reservisten op te lossen? Hoe kan de Kamer de begroting amenderen als u geen enkel inzicht geeft in uitgaven voor reservisten?

132

Hoeveel is voor 2017 totaal begroot voor reservisten? Kunt u dat uitsplitsen per Defensieonderdeel en afzetten tegen de uitgaven in 2015 en 2016? Verwacht u dat het budget in 2017 voldoende hoog is, zodat geen oefenstop nodig zal zijn zoals in 2015?

Van de € 197 miljoen gaat geen extra geld naar de reservisten. De extra middelen maken het mogelijk de intensiveringsreeks uit de brief «Uitwerking maatregelen versterking basisgereedheid van de krijgsmacht» (Kamerbrief 34 300 X, nr. 41) de komende jaren te handhaven. Tot 2021 loopt het reservistenbudget daarmee op tot € 48,5 miljoen. Er zijn dus geen beheersmaatregelen ten koste van reservisten genomen. Tevens wordt in overeenstemming met motie-Knops c.s. gewerkt aan een Total Force concept (Kamerstuk 34 300 X, nr. 121) waarmee de verdere integratie van de reservist in de defensieorganisatie wordt bewerkstelligd. Het toegezegde plan van aanpak ontvangt u nog dit jaar. Ook aan de motie-Knops c.s. (Kamerstuk 34 300 X, nr. 25) wordt zodoende gevolg gegeven.

In 2015 werd € 28,3 miljoen aan reservisten uitgegeven, met daarin een intensivering van € 5,3 miljoen voor de pilots. De uitgaven voor 2016 zijn nog niet bekend. Het budget voor dit begrotingsjaar bedraagt € 28,1 miljoen met nog eenmaal een intensivering voor pilots in 2016. In de begroting 2017 is het volgende per defensieonderdeel uitgesplitst, reservistenbudget opgenomen. Dit budget is toereikend om beheersmaatregelen, zoals eind 2015, te vermijden.

Reservistenbudget

Budget 2017 (in mln. euro)

BS/Centraal Apparaat

0,3

CLAS

23,8

CLSK

2,4

CZSK

3,7

KMAR

1,8

Totaal

32

131

Waarom gaat u bij de begroting in het geheel niet in op de motie Knops c.s. (34 300 X, nr. 25) die oproept om met kracht het reservisten-beleid voort te zetten, de groeiende inzet van reservisten voluit te accommoderen binnen de Defensieorganisatie en af te zien van toekomstige bezuinigingen of tijdelijke beheersmaatregelen ten koste van reservisten en de motie Knops c.s. (34 300 X, nr. 121) die oproept om met meer urgentie en tempo de huidige knelpunten bij de reservisten op te lossen? Hoe kan de Kamer de begroting amenderen als u geen enkel inzicht geeft in uitgaven voor reservisten?

Zie het antwoord op vraag 130.

132

Hoeveel is voor 2017 totaal begroot voor reservisten? Kunt u dat uitsplitsen per Defensieonderdeel en afzetten tegen de uitgaven in 2015 en 2016? Verwacht u dat het budget in 2017 voldoende hoog is, zodat geen oefenstop nodig zal zijn zoals in 2015?

Zie het antwoord op vraag 130.

133

Kunt u uitleggen dat ondanks het streven naar een nieuwe arbeidsvoorwaardenovereenkomst de onderhandelingen met de bonden recent zijn gestaakt?

134

Welke onderdelen uit het arbeidsvoorwaardenpakket waren voor u reden de onderhandelingen met de bonden over de nieuwe arbeidsvoorwaarden op te schorten?

Defensie heeft te maken met Rijksbrede ontwikkelingen op het terrein van pensioenen. Omdat pensioenen deel uitmaken van arbeidsvoorwaarden heeft het overleg ook daar invloed op. In het Sector Overleg Defensie (SOD) is 27 oktober jl. besloten het arbeidsvoorwaardenoverleg te hervatten. Defensie vindt het bereiken van een arbeidsvoorwaardenakkoord belangrijk.

134

Welke onderdelen uit het arbeidsvoorwaardenpakket waren voor u reden de onderhandelingen met de bonden over de nieuwe arbeidsvoorwaarden op te schorten?

Zie het antwoord op vraag 133.

135

Bent u naast het overleg met de centrales ook in overleg met de overige leden van het kabinet over de AOW-problematiek die specifiek is voor defensie?

Zie het antwoord op vraag 26.

136

Gaat u aanvullend op het hier geformuleerde beleid met betrekking tot financiële duurzaamheid, naast het verbeteren van inzicht en kostenbeheersing, ook onderzoeken hoe de beperkte middelen effectiever kunnen worden ingezet, door bijvoorbeeld technologische vernieuwing en vervanging van verouderd materieel en/of het inschakelen van de industrie om onderhoudstaken uit te voeren? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wanneer en hoe gaat u de Kamer informeren over deze mogelijkheden die kunnen bijdragen aan meer financiële duurzaamheid?

Bij elk project waarin een systeem wordt vervangen of waarbij levensduur-verlengend onderhoud of een upgrade van een systeem aan de orde is, maakt Defensie deze afwegingen. Het Defensie Materieel Proces waarborgt dat de mogelijkheden van het «kopen van de plank», samenwerking met de civiele markt en samenwerking met internationale partners worden onderzocht en meegewogen worden in de besluitvorming. Ook wordt bij elk project bezien of technologie de doeltreffendheid en doelmatigheid van een systeem kan vergroten en of toepassing financieel gunstig en inpasbaar is. In het DMP is vastgelegd hoe de Kamer wordt geïnformeerd over de projecten.

137

Waarom is de prijsindex van het Verenigd Koninkrijk voor Defensie een goed voorbeeld? Laat u het CBS ook naar andere modellen kijken?

279

Heeft de stijgende ontwikkeling van materieel en munitie iets te maken met stijgende vraag in de markt?

280

Klopt het dat een eventueel volgend kabinet de specifieke index voor materieel en munitie zal gaan bekijken of is dit traject voor maart 2017 afgerond?

Defensie heeft het CBS gevraagd de mogelijkheid te onderzoeken voor de ontwikkeling van een defensiespecifieke index. Dit omdat het vermoeden bestaat dat de prijzen van defensiespecifieke goederen harder stijgen dan algemene indices. Dit is niet zozeer een gevolg van stijgende vraag in de markt, maar van het type goederen (militair materieel) dat uit de begroting van Defensie moet worden betaald. Het CBS heeft gekeken naar verschillende modellen en hanteert voor zijn onderzoek het voorbeeld van de prijsindex die is samengesteld door het Ministerie van Defensie van het Verenigd Koninkrijk. Volgens het CBS is de Britse defensie-index een technisch en theoretisch goed voorbeeld. Zodra het CBS gereed is met het onderzoek naar de praktische en statistische mogelijkheden, wordt gekeken of er voldoende mogelijkheden zijn voor een Nederlandse defensieindex. Het streven is dit in het voorjaar 2017 gereed te hebben.

138

Wanneer denkt u de principes/systematiek voor uw reserveringen nader uitgewerkt te hebben?

Op dit moment wordt, in samenwerking met het Ministerie van Financiën, de systematiek rondom de valutareservering nader uitgewerkt. De nadere uitwerking moet gereed zijn voor de eerste onttrekking of aanvulling. De eerste mogelijkheid daartoe is bij de Voorjaarsnota 2017.

139

Welke financiële ruimte heeft u om te streven naar een nieuw arbeidsvoorwaardenovereenkomst?

Het kabinet bepaalt jaarlijks het bedrag dat overheidssectoren krijgen voor de stijging van de loonkosten. De financiële ruimte voor een nieuwe arbeidsvoorwaardenovereenkomst is afhankelijk van de loonkostenontwikkeling in de markt en wordt bij Voorjaarsnota 2017 vastgelegd.

140

In hoeverre vormt het aanpassen van het loonhuis/de loonstructuur van Defensie een onderdeel van gesprek met betrekking tot het vinden van geschikt personeel, of het binden en motiveren van goed personeel? Staat u open voor een aanpassing van de loonstructuur?

Het aanpassen van het huidige bezoldigingssysteem (salaris en toelagen) is onderdeel van de arbeidsvoorwaardengesprekken. De aanpassingen moeten de taken, activiteiten en arbeidsmarktpositie van het personeel in overeenstemming brengen met de bezoldiging. De huidige structuur is complex en het is belangrijk om tot vereenvoudiging en harmonisatie van het bestaande bezoldigingsstelsel te komen, waarmee recht wordt gedaan aan de bijzondere positie van de militair. Daarnaast zal de loonstructuur een overgang naar een nieuw militair pensioenstelsel moeten ondersteunen.

141

Aan welke «aanpassingen in het flexibel personeelssysteem» wordt gedacht? Wordt hierbij de problematiek betrokken dat er nauwelijks nog doorstroom plaatsvindt van fase 2 naar fase 3 en er veel irreguliere uitstroom is?

Defensie streeft ernaar het flexibel personeelssysteem (FPS) door te ontwikkelen. Daarbij worden alle effecten op de instroom, doorstroom en uitstroom in ogenschouw genomen. De verdere uitwerking hiervan moet gebeuren in het arbeidsvoorwaardenoverleg.

142

U streeft naar een robuuste duurzame (meerjarige) begroting gebaseerd op de inzetbaarheids- en gereedheidsdoelstellingen binnen de beschikbaar gestelde middelen. Wat is het dominante uitgangspunt: de inzetbaarheidsdoelstellingen gebaseerd op de internationale veiligheidssituatie vertaald vanuit de NAVO in eisen, of het beschikbare budget voor Defensie?

Binnen het beschikbare budget bepaalt Defensie in hoeverre de inzetbaarheidsdoelstellingen kunnen worden behaald. Dit noopt tot keuzes.

143

Is het technisch mogelijk om in de toekomst minder kwetsbaar te worden voor valutaschommelingen door aan te besteden binnen de eurozone?

Verwerving binnen de eurozone maakt de begroting inderdaad minder kwetsbaar voor valutaschommelingen.

144

Kunt u een actuele stand van zaken geven van de aantallen aan tekorten in technisch personeel, uitgesplitst per defensieonderdeel? Hoe verschilt het actuele beeld ten opzichte van vorig jaar?

147

Hoe lang is er al sprake van schaars technisch en medisch personeel? Welke acties zijn er de afgelopen jaren uitgevoerd en waarom hebben deze geen succes gehad?

In de personeelsrapportages over 2015 en de eerste helft van 2016 worden de tekorten toegelicht. Deze rapportages zijn u onlangs aangeboden. De schaarstecategorieën zijn ook in eerdere personeelsrapportages aan de Kamer gemeld.

145

Wat bedoelt u met de mobiliteit van burgerpersoneel?

Het tijdelijk of blijvend van functie veranderen van burgerpersoneel binnen of buiten Defensie.

146

Welke en in hoeverre zijn de inzetbaarheidsdoelstellingen al ingevuld door de voorziene inzet van de krijgsmacht in 2017? Welke ruimte voor inzet blijft er over nadat invulling is gegeven aan de voorziene inzet van de krijgsmacht in 2017?

Inzet van de krijgsmacht geschiedt altijd in het kader van een van de drie hoofdtaken van Defensie. Voor de eerste hoofdtaak, de verdediging van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied, wordt uitgegaan van de inzet van alle beschikbare middelen. Dit zijn zowel eenheden die Operationeel Gereed (OG) zijn als eenheden met een langere gereedstellingstermijn.

Omdat elke inzet maatwerk is, valt er geen direct verband te leggen tussen de voorziene inzet in 2017 en de mogelijke inzet in het kader van de tweede hoofdtaak. De mogelijkheden voor toekomstige inzet zijn afhankelijk van de aard en omvang van een nieuwe opdracht.

Over inzet in het kader van de derde hoofdtaak zijn met de veiligheidspartners afspraken gemaakt. Hierbij geldt het principe van beschikbaarheid. De capaciteiten zijn opgenomen in de «Catalogus Nationale Operaties».

147

Hoe lang is er al sprake van schaars technisch en medisch personeel? Welke acties zijn er de afgelopen jaren uitgevoerd en waarom hebben deze geen succes gehad?

Zie het antwoord op vraag 144.

148

In hoeverre kunnen en willen oud-militairen, die overbodig zijn geworden, instromen bij de politie?

Voor een aantal functies is op dit moment onderzoek gaande naar verkorte instroomtrajecten voor (overtollige) militairen die de overstap naar de politie willen maken. Deze militairen moeten wel zelf solliciteren naar functies bij de Nationale Politie. Verder onderzoeken de mobiliteitscentra van Defensie en de Nationale Politie de mogelijkheden om de mobiliteit tussen de beide organisaties te vergroten, bijvoorbeeld door het creëren van werkervaringsplaatsen. Deze maatregelen vloeien voort uit het sectorplan Politie en Defensie.

149

Welke schepen worden in 2017 ingezet als stationsschip in de West? Bent u bereid, vanwege de toegenomen dreiging vanuit Venezuela, fregatten in te zetten in plaats van Oceangoing Patrol Vessels (OPV)? Zo nee, waarom niet?

De Koninklijke Marine zet in 2017 twee fregatten en een Ocean Going Patrol Vessel (OPV) in het Caribisch gebied.

150

Vindt u dat de krijgsmacht op dit moment gereed is voor haar verdedigingsbijdrage aan de NAVO als bijna alle infanteriecompagnieën slechts voor twee derde zijn gevuld, de inzetbaarheid van het pantserinfanteriegevechtsvoertuig CV 90 en de (slechts 18) pantserhouwitsers laag is, de marine grote delen van het personeel «rondpompt» om de wel inzetbare schepen te bemannen en de luchtmachtpiloten niet Full Operational Capable zijn? Kunt u dit uitgebreid toelichten?

Zie het antwoord op vraag 45.

151

Welke maatregelen heeft de Nederlandse regering genomen ter uitvoering van motie Sjoerdsma c.s. (27 925, nr. 576)?

153

Welke andere transparantiemaatregelen heeft de regering genomen naast hetgeen verzocht werd in motie Sjoerdsma c.s. (27 925, nr. 576)? Kunt u dit toelichten?

In het licht van de motie-Sjoerdsma (Kamerstuk 27 925, nr. 576) heeft Nederland dit jaar in diverse fora over de strijd tegen ISIS het belang onderstreept van transparantie over de effecten van militaire inzet van de coalitie. Het ging hierbij ook over de onbedoelde negatieve effecten zoals burgerslachtoffers of materiële schade. Nederland pleit voor een uniforme wijze van rapporteren over militaire inzet, met inachtneming van vertrouwelijkheid en veiligheid.

152

Welke maatregelen zorgen ervoor dat de transparantie over de gezamenlijke Nederlandse en Belgische militaire bijdrage aan de strijd tegen ISIS, waaronder transparantie over de locatie, tijdstip en het aantal burgerslachtoffers van deze militaire bijdrage, wordt verbeterd? Kunt u dit toelichten?

154

Welke verschillen tussen de leden van de internationale anti-ISIS coalitie zijn er volgens u in openheid over locatie, tijdstip en het aantal burgerslachtoffers die gevallen zijn door toedoen van militaire acties van de anti-ISIS coalitie?

155

Op welke wijze verklaart u het verschil in openheid over locatie, tijdstip en het aantal mogelijke gevallen van burgerslachtoffers, die gevallen zijn in de context van de militaire bijdrage aan de strijd tegen ISIS tussen Nederland enerzijds, Nederland en België anderzijds en de overige leden van de internationale anti-ISIS coalitie?

Nederland streeft naar zoveel mogelijk eenheid in de coalitie, ook waar het gaat om transparantie. Daarbij staat de veiligheid van mens en materieel bij missies altijd voorop. Dat uitgangspunt noopt in algemene zin tot terughoudendheid bij de verstrekking van operationele informatie. Dat geldt in het bijzonder vanwege de aard van de missie en de aard van de tegenstander. In de voortgangsrapportages en de weekoverzichten Defensieoperaties wordt zoveel mogelijk bekendgemaakt. Individuele landen maken daarnaast een eigen afweging over de communicatie over hun inzet.

De coalitie doet haar uiterste best om, in overeenstemming met het humanitaire oorlogsrecht, burgerslachtoffers te voorkomen, maar het risico kan helaas nooit volledig worden uitgesloten. Het Amerikaanse hoofdkwartier CENTCOM publiceert dagelijks een overzicht van luchtaanvallen van de coalitie. Hierin staat op welke datum en locatie een vlucht is uitgevoerd en welk(e) doel(en) zijn geraakt. De overzichten vermelden niet welke coalitiepartner verantwoordelijk is geweest voor welke inzet. CENTCOM neemt verder kennis van alle meldingen van mogelijke burgerslachtoffers. Bij een eerste analyse gebruikt CENTCOM verschillende informatiebronnen, ook van non-gouvernementele organisaties en de media. Wanneer het aannemelijk wordt geacht dat er burgerslachtoffers te betreuren zijn, begint CENTCOM een gedetailleerd onderzoek naar het incident. Resultaten van de onderzoeken naar incidenten met Amerikaanse betrokkenheid worden gepubliceerd op de website van het Amerikaanse Ministerie van Defensie (www.defense.gov).

Zie ook het antwoord op vraag 39, 156, 157 en 158.

153

Welke andere transparantiemaatregelen heeft de regering genomen naast hetgeen verzocht werd in motie Sjoerdsma c.s. (27 925, nr. 576)? Kunt u dit toelichten?

Zie het antwoord op vraag 151.

154

Welke verschillen tussen de leden van de internationale anti-ISIS coalitie zijn er volgens u in openheid over locatie, tijdstip en het aantal burgerslachtoffers die gevallen zijn door toedoen van militaire acties van de anti-ISIS coalitie?

Zie het antwoord op vraag 152.

155

Op welke wijze verklaart u het verschil in openheid over locatie, tijdstip en het aantal mogelijke gevallen van burgerslachtoffers, die gevallen zijn in de context van de militaire bijdrage aan de strijd tegen ISIS tussen Nederland enerzijds, Nederland en België anderzijds en de overige leden van de internationale anti-ISIS coalitie?

Zie het antwoord op vraag 151.

156

Heeft u de gevallen onderzocht waar mogelijk burgerslachtoffers zijn veroorzaakt door de Nederlandse bijdrage aan de internationale coalitie in de strijd tegen ISIS? Zo ja, hoeveel? Zo nee, waarom niet? Kunt u dit toelichten?

Zie het antwoord op vraag 39.

157

Heeft u een inschatting gemaakt van het aantal mogelijke burgerslachtoffers dat veroorzaakt is door de Nederlandse bijdrage aan de internationale coalitie in de strijd tegen ISIS in Irak en Syrië? Zo ja, hoeveel burgerslachtoffers zijn mogelijk gevallen? Zo nee, waarom is geen inschatting gemaakt? Kunt u dit toelichten?

Zie het antwoord op vraag 39.

158

Hoeveel onderzoeken heeft u sinds 2014 uitgevoerd naar mogelijke gevallen van burgerslachtoffers door Nederlandse militaire acties in de strijd tegen ISIS in Irak en Syrië? Wat zijn de bevindingen daarvan?

Zie het antwoord op vraag 39.

159

Welke netwerken kunnen er verdedigd worden met de cybercapaciteit van Defensie, uitsluitend de eigen infrastructuur of ook vitale Nederlandse en bondgenootschappelijke infrastructuur?

160

Welke netwerken kunnen met de defensieve capaciteit worden verdedigd? Gaat het dan om uitsluitend de eigen infrastructuur of ook vitale Nederlandse en bondgenootschappelijke infrastructuur?

Zie voor een beschrijving van de situatie in Nederland het antwoord op vraag 104.

In bondgenootschappelijk verband is elke lidstaat verantwoordelijk voor de eigen cyberverdediging. Op verzoek kan de Nederlandse regering besluiten om capaciteiten van Defensie, waaronder cybercapaciteiten, ter beschikking te stellen aan het Navo-bondgenootschap of een (lid)staat.

160

Welke netwerken kunnen met de defensieve capaciteit worden verdedigd? Gaat het dan om uitsluitend de eigen infrastructuur of ook vitale Nederlandse en bondgenootschappelijke infrastructuur?

Zie het antwoord bij vraag 159.

161

Hoe ontwikkel(d)en de Defensie-uitgaven zich als percentage van het BBP in de jaren 2014 tot en met 2021? In hoeverre is sprake van een «trendbreuk» als het gaat om het percentage van Defensie-uitgaven?

Zie het antwoord op vraag 11.

162

Hoe ontwikkelen de Defensie-uitgaven zich als percentage van het BBP in de jaren tot en met 2021? Is een daling in strijd met de afspraken op de NAVO Top in Wales, om de Defensie-uitgaven in tien jaar tijd toe te laten groeien in de richting van de NAVO-norm?

Zie het antwoord op vraag 11.

163

Op pagina 18 van de begroting staat gespecificeerd waar extra middelen (197 miljoen euro) vanaf 2017 in worden geïnvesteerd. Kunt u die bedragen verder specificeren door per krijgsmachtsonderdeel aan te geven waar het geld aan wordt besteed? In hoeverre worden bestaande knelpunten hiermee opgelost? Welke knelpunten blijven vooralsnog bestaan?

Zie het antwoord op vraag 53.

164

Hoeveel geld is additioneel nodig – bovenop de 197 miljoen euro die voor 2017 is vrijgemaakt – om de geoefendheid, basisgereedheid en inzetgereedheid van de krijgsmacht volledig te herstellen, uitgaande van het huidige ambitieniveau?

Zie het antwoord op vraag 12.

165

Hoeveel bedragen de Defensie-uitgaven als percentage van het BBP in 2017 tot en met 2021 als de 60 miljoen euro, die jaarlijks bij de Voorjaarsnota wordt overgeheveld naar de Ministers van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, op de begroting in mindering wordt gebracht?

Het BIV is vanaf 2015 structureel overgeheveld naar de begroting van Defensie. Daarbij is afgesproken dat Defensie jaarlijks een bedrag van € 60 miljoen beschikbaar stelt voor activiteiten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking ten behoeve van (onder meer) de hervorming van de veiligheidssector, de beveiliging van diplomaten en ambassades, rechtsstaatontwikkeling en capaciteitsopbouw. Een deel van deze middelen vloeit weer terug naar de begroting van Defensie, omdat Defensie bijvoorbeeld capaciteit levert voor de beveiliging van diplomaten en ambassades. Een berekening van de defensie-uitgaven, uitgedrukt in percentage BBP waarbij € 60 miljoen in mindering wordt gebracht, geeft daarom een onjuist beeld.

166

Op welke positie bungelt Nederland binnen de NAVO als het gaat om Defensie-uitgaven als percentage van het BBP? Wat vindt u van deze positie?

Volgens de cijfers uit het jaarverslag over 2015 van de Navo staat Nederland op de zeventiende plek van 28 lidstaten. Het is een politieke afspraak om de lasten naar draagkracht onder de 28 bondgenoten te verdelen. Thans zijn de Europese bondgenoten nog te afhankelijk van de Verenigde Staten (VS). In 2015 waren de VS goed voor 69 procent van de totale defensie-uitgaven van de Navo-landen. Rekening houdend met het economische gewicht van de VS, zou dat 46 procent moeten zijn.

167

Waarom is het financieel model op hoofdlijnen, zoals genoemd in uw brief van 21 juni 2016 (31 125, nr. 68), waarin binnen de huidige kaders van de defensiebegroting op het terrein van IT-exploitatie en investeringen, een eerste raming van het benodigde budget is opgenomen, waarbij ook rekening is gehouden met extra kosten voor de periode waarin er naar verwachting sprake zal zijn van dubbele beheerslasten (gelijktijdig gebruik van huidige en nieuwe infrastructuur) aangepast en verhoogd met de middelen uit de intensivering van 300 miljoen euro voor het versterken van de basisgereedheid?

168

Was het door Defensie gehanteerde financieel model ontoereikend, ondanks de dubbele IT-beheerslasten die al in het model meegenomen waren? Zo ja, welke oorzaken maken dat het oorspronkelijke financieel model de jaren 2017 tot en met 2020 met respectievelijk 21, 19, 17 en 15 miljoen euro verhoogd dient te worden?

174

Is de voorziening voor de dubbele beheerslasten IT niet al meegenomen in het financieel model zoals vermeld in de brief van 21 juni 2016 ( 31 125, nr. 68 )? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom dient het oorspronkelijke financieel model nu verhoogd te worden?

In mijn brief over het BIT-advies (Kamerstukken 31 125, nr. 68) en tijdens het AO IT (Kamerstukken 31 125, nr. 70) heb ik toegelicht dat er gedurende de transitie waarschijnlijk extra kosten zullen zijn, onder meer door dubbel beheer, transitie en migratie. Ik heb de toezegging gedaan om deze kosten te specificeren in de begroting. In bijlage 6.4 van de begroting, het overzicht uitgaven IT, heb ik opgenomen welke voorziening ik op dit moment voor de dubbele beheerlasten heb getroffen. De raming voor deze voorziening is niet verhoogd. Met de middelen van de intensivering van € 197 miljoen wordt een deel van de voorziening gedekt. IT is een belangrijke enabler voor de basisgereedheid. Uit de dialoog met de markt zal meer duidelijkheid ontstaan over de financiële gevolgen van de modernisering van de IT-infrastructuur en kan een steeds betere raming voor deze post worden opgesteld.

Zie ook het antwoord op vraag 92.

168

Was het door Defensie gehanteerde financieel model ontoereikend, ondanks de dubbele IT-beheerslasten die al in het model meegenomen waren? Zo ja, welke oorzaken maken dat het oorspronkelijke financieel model de jaren 2017 tot en met 2020 met respectievelijk 21, 19, 17 en 15 miljoen euro verhoogd dient te worden?

Zie het antwoord op vraag 167.

169

Op welke wijze komt de extra 21 miljoen euro voor het risico van bijdragen aan dubbele beheerslasten IT ten goede aan de versterking van de basisgereedheid van de krijgsmacht?

IT is een kritische enabler voor de basisgereedheid van de krijgsmacht. De vervanging van de huidige IT-infrastructuur is noodzakelijk omdat deze niet toekomstbestendig is.

170

Wat zijn de consequenties van de bezuiniging op het Budget voor Internationale Veiligheid (BIV) van 2,6 miljoen euro? Resteert voldoende budget voor de uitvoering van missies, in het licht ook van de eerdere verhoging van het BIV met 60 miljoen euro?

De totale omvang van het Budget Internationale Veiligheid (BIV) is afgenomen met € 2,6 miljoen euro. Dit relatief geringe bedrag heeft slechts een beperkt effect op de planning en uitvoering van missies.

171

Klopt het dat het bedrag van 45,9 miljoen euro dat geraamd is voor de personele gereedheid geen uitbreiding van het functiebestand in 2017 inhoudt, maar uitsluitend bedoeld is om de ondervulling binnen het huidige functiebestand aan te vullen?

Zie het antwoord op vraag 53.

172

Kan aangegeven worden hoe de noodzakelijke krijgsmacht eruit moet zien, uitgaande van de binnen de NAVO gewenste «risk & burden sharing» wat neerkomt op minimaal 1,43% BBP, en oplopend naar de NAVO-norm en «Wales-belofte» van 2% BBP?

Zie het antwoord op vraag 12.

173

Bij welke eenheden wordt de vulling van de eenheden verder verbeterd? Bij welke eenheden wordt in 2017 geïnvesteerd in reservedelen en onderhoud? Hoeveel extra budget wordt ter beschikking gesteld voor meer brandstof?

Met de recente intensivering kunnen de komende jaren de resterende beperkingen in de basisgereedheid worden weggenomen. In de inzetbaarheidsrapportage 2016 (Kamerstuk 33 763, nr. 110) staat per type eenheid welke knelpunten daarmee kunnen worden opgelost. Defensie geeft bij het wegnemen van de beperkingen prioriteit aan eenheden die gereed moeten worden gesteld voor inzet, inclusief snelle reactiemachten. De prioritering voor 2016 en 2017 is benoemd in mijn brief aan de Tweede Kamer «Plan van aanpak materiële gereedheid» (Kamerstuk 33 763, nr. 109), en vertaalt zich naar de brigades bij het CLAS, de Apache en F-16 eenheden van het CLSK, alsmede de Luchtverdedigings- & Commandofregat (LCF) klasse bij het CZSK. De intensivering voor brandstof bedraagt ongeveer € 26 miljoen als onderdeel van de versterking van de geoefendheid.

174

Is de voorziening voor de dubbele beheerslasten IT niet al meegenomen in het financieel model zoals vermeld in de brief van 21 juni 2016 (31 125, nr. 68)? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom dient het oorspronkelijke financieel model nu verhoogd te worden?

Zie het antwoord op vraag 167.

175

Binnen welke termijn zullen de resterende beperkingen in de basisgereedheid zijn weggenomen van alle operationele eenheden, aangezien u prioriteit geeft aan eenheden die gereed moeten worden gesteld voor inzet, alsmede een deel van de intensivering reserveert voor modernisering IT en de intensivering daardoor pas in 2021 in volle omvang beschikbaar komt voor de versterking van de basisgereedheid?

Zie het antwoord op vraag 49.

176

Wie is de eigenaar van de door defensie in te huren oefen- en schietterreinen?

In Nederland worden in enkele gevallen schietbanen van de Nationale Politie en civiele schietbanen en terreinen gehuurd. Ten behoeve van oefeningen en trainingen in het buitenland huurt Defensie training- en oefenfaciliteiten van buitenlandse partners.

177

Welk deel van de genoemde bedrag is bedoeld voor het inhuren van oefen- en schietterreinen?

In onderstaande tabel zijn de bedragen uit de taakuitvoeringbudgetten per operationeel commando benoemd (pagina 20, begroting 2017) die gerelateerd zijn aan de huur van oefen- en schietterreinen.

(x 1.000)

Nederland

Buitenland

Totaal

Reeds verplicht

Nog te verplichten

CZSK

€ 152

€ 3.384

€ 3.536

 

€ 3.536

CLAS

€ 225

€ 25.000

€ 25.225

€ 25.000

€ 225

CLSK

 

€ 100

€ 100

 

€ 100

KMAR

 

€ 750

€ 750

 

€ 750

178

Waaruit bestaat de niet juridische verplichte uitgaven bestemd voor transport, gebruik en onderhouden infrastructuur? Kunt u het bedrag van 55 miljoen euro voor transport en het bedrag van 252 miljoen euro voor gebruik en onderhouden infrastructuur nader specifiëren?

Het Commando Diensten Centra voorziet in de ondersteuning van de krijgsmacht, waaronder transport en infrastructuur. De specificatie van de ondersteuning is opgenomen in beleidsartikel 8 Ondersteuning krijgsmacht door het Commando DienstenCentra. De € 55 miljoen voor transport is bestemd voor zowel operationeel als niet-operationeel dienstvervoer. Operationeel dienstvervoer is bestemd voor verplaatsingen die te maken hebben met gereedstelling van de krijgsmacht. Niet-operationeel dienstvervoer betreft vervoer ten behoeve van de reguliere bedrijfsvoering. Het grootste deel van het onderhoud aan de infrastructuur wordt verricht door het Rijks Vastgoedbedrijf (RVB), het overige deel wordt opgedragen aan marktpartijen.

179

Klopt het dat de exploitatie van de Kromhoutkazerne 53 miljoen euro per jaar kost?

Dit bedrag betreft het defensiedeel. De beschikbaarheidsvergoeding, inclusief de bijdrage van het RVB voor de vestiging op de Kromhout, bedraagt € 56 miljoen. In dit bedrag zit ook een investeringsdeel opgenomen, na de contractperiode is Defensie eigenaar van de Kromhoutkazerne.

180

In hoeverre wordt de capaciteit van de Kromhoutkazerne op dit moment benut? Wat bedraagt het vullingspercentage? Voor hoeveel procent staat de Kromhoutkazerne nog leeg?

De vulling van de Kromhoutkazerne fluctueert. Op 1 januari 2016 waren er ruim 3200 werkplekken voor ongeveer 4500 vte beschikbaar waarvan ongeveer 75 procent was toegewezen aan eenheden. Op basis van de rijksbrede kantoornorm van 0,7 was er nog ruimte voor ongeveer 1100 vte'n.

181

Hoeveel mensen zijn er werkzaam op de Kromhoutkazerne?

Op 1 januari 2016 waren er ca. 3100 medewerkers werkzaam op de Kromhoutkazerne.

182

Wanneer mag de beleidsdoorlichting van Artikel 1 (Inzet) en Artikel 2 (CZSK) verwacht worden?

De beleidsdoorlichting van artikel 2 (CZSK) heb ik 3 oktober jl. verzonden aan uw Kamer (Kamerstuk 31 516, nr. 17). Volgens de planning is het onderzoek van de beleidsdoorlichting Artikel 1 (Inzet) aan het einde van het jaar klaar, waarna de resultaten worden verwerkt in een eindrapport.

183

Hoe beoordeelt u het voornemen van België (De Strategische Visie voor Defensie, 29 juni 2016) om zes nieuwe mijnenbestrijdingsschepen te verwerven met een mijnenbestrijdingstoolbox, die een toekomstgericht gebruiksconcept toelaten en de komende decennia makkelijk kunnen inspelen op nieuwe technologische evoluties? Is Nederland nog wel in staat om gezamenlijk met België mijnenbestrijdingsschepen te verwerven, nu u de studie ter voorbereiding op de vervanging van de maritieme mijnenbestrijdingscapaciteit en de verwerving heeft vertraagd?

In het kader van de Belgisch-Nederlandse Samenwerking (BENESAM) werken de beide landen nauw samen bij het formuleren van de toekomstige behoefte. Het Belgische voornemen komt dan ook overeen met het Nederlandse voornemen. Over de mogelijke aanschaf is nog geen besluit genomen. Het vertragen van de studies heeft vooralsnog geen impact op de gezamenlijke verwerving met België omdat de studies niet bepalend zijn voor de totale tijdsduur van het project.

Zie ook het antwoord op vragen 109, 110, 111 en 116.

184

Wat betekenen het alsnog invoeren van missies naar Mali en ISIS voor de bedrijfsvoering van Defensie, het versterken van de basisgereedheid en de inzet van snelle interventiemachten?

Inzet onttrekt voor lange of korte duur personeel en materieel aan het generieke gereedstellingproces. Dit heeft effect op de gereedheid van de hierbij betrokken eenheden. Zo is de gereedstelling van eenheden van de Luchtmobiele Brigade mede afhankelijk van de beschikbaarheid van Chinooks. Daarnaast is ingezet personeel en materieel rondom en tijdens een missie niet beschikbaar voor andere vormen van inzet, zoals snelle interventiemachten. Indien nodig worden maatregelen genomen zoals het anders samenstellen van in te zetten eenheden. In een Artikel 100-brief worden deze effecten en maatregelen meegenomen.

185

Hoe verhouden de genoemde drie Strategische Opgaven (Kamerstuk 33 763, nr. 98, p. 1) zich tot de taken van de Krijgsmacht zoals beschreven in de begroting?

De drie strategische opgaven geven uitdrukking aan de grondwettelijke taken van de krijgsmacht, rekening houdend met de internationale veiligheidssituatie en de inzetmogelijkheden van de krijgsmacht.

186

Hoe verhoudt het budget crisisbeheersingsoperaties in 2017 ter hoogte van 203.200.000 euro, zoals vermeld op pagina 27 van de begroting, zich tot de uitgaven aan missies in 2017 ter hoogte van 93.494.000 euro, zoals vermeld op pagina 28 van de begroting? Betekent dit dat er nog bijna 110.000.000 euro beschikbaar is voor crisisbeheersingsoperaties in 2017? Kunt u een toelichting geven op dit verschil?

Het totale budget voor crisisbeheersingsoperaties in 2017 is € 203 miljoen. Op het moment van verschijnen van de begroting voor 2017 was hiervan al € 93 miljoen gebudgetteerd voor diverse missies. Het klopt dat daarna nog € 110 miljoen resteerde voor (verlengingen van) crisisbeheersingsoperaties in 2017.

187

Kunt u een overzicht geven van de inzet van het aantal Vessel Protection Detachments (VPD) van de afgelopen vijf jaar, inclusief de actuele stand van zaken voor 2016?

In 2016 zijn er tot op heden elf VPD’s uitgevoerd, zijn er drie in uitvoering en nog zes in de planning. In het onderstaande overzicht zijn de uitgevoerde VPD’s per jaar weergegeven.

Vanaf 1/3/2011

12

2012

32

2013

42

2014

54

2015

46

188

Zitten in de bedragen die genoemd worden op pagina 28 over internationale missies alle kosten opgenomen? In hoeverre wordt extra slijtage meegerekend? In hoeverre houden de bedragen rekening met tegenslagen, bijvoorbeeld door een verlies van materieel of personeel?

De bedragen op pagina 28 betreffen alle additionele uitgaven voor het uitvoeren van de missies. Hieronder vallen ook uitgaven voor het volledige herstel van materieel en daarmee de gevolgen van extra slijtage.

189

Een team van een Vessel Protection Detachment (VPD) bestaat uit 11 personen. Kunt u voor ieder van deze 11 personen toelichten welke functie wordt bekleed in het VPD-team?

Een VPD-team bestaat minimaal uit elf personen. Dit betreft een eerste luitenant als commandant van het VPD en primair contactpersoon voor de kapitein van het schip, een plaatsvervangend commandant (sergeant of sergeant-majoor) die verantwoordelijk is voor de aansturing van de mariniers. Daarnaast een hospik en een communicatie-expert en nog zeven mariniers die primair verantwoordelijk zijn voor de bewaking van het schip.

190

Welk deel van de uitgaven aan contributies is bestemd voor de NAVO en welke operaties en/of activiteiten worden met dat bedrag bekostigd?

De bijdrage voor contributie aan de NAVO is begroot op € 10 miljoen. Hieruit worden de gezamenlijk door de bondgenoten te dragen kosten voor missies gefinancierd, de zogenaamde common funding.

191

Welke deel van de uitgaven aan contributies is bestemd voor de EU en welke operaties en activiteiten worden met dat bedrag bekostigd?

De Nederlandse contributie aan het EU-budget voor missies is begroot op € 1,5 miljoen. Hieruit worden de gezamenlijk door de lidstaten te dragen kosten voor missies gefinancierd, de zogenaamde common funding.

192

Wordt de bijdrage aan de Enhanced Forward Presence Litouwen gefinancierd vanuit het BIV? Zo nee, hoe dan wel en in hoeverre gaat dit ten koste van gereedstellingsbudgetten binnen de reguliere defensiebegroting?

Voor de Nederlandse bijdrage aan de enhanced forward presence in Litouwen in 2017 is vooralsnog 10 miljoen euro gereserveerd in het BIV.

193

Beschikt de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) nog wel over voldoende inzetbaar en geschikt materieel om het geprognosticeerde aantal van 1900 ruimingen veilig en succesvol uit te voeren?

Ja.

194

Is het juist dat de capaciteiten die in de tabel zijn opgenomen, waarvan de norm-OG en de OG2017 gelijk zijn, echter waarvan de «verwachting behalen norm-OG» een later jaar is, deze capaciteiten wel inzetbaar zijn, maar beperkt? Zo ja, kunt u per onderdeel aangeven waaruit deze beperkingen dan bestaan? Zo nee, hoe moet de toelichting bij deze tabel dan gelezen worden en wat verklaart het verschil tussen de norm-OG, OG2017 en verwachting behalen norm-OG?

Dat is juist. De huidige beperkingen zijn toegelicht in de «Inzetbaarheidsrapportage 2016» (Kamerstuk 33 763, nr. 110).

195

Hoe wordt de inzet van de JSS Karel Doorman vervangen, nu deze door het defect in de motoren tot eind 2017 uit gebruik is gehaald? Blijven hierbij knelpunten bestaan? Zo ja, welke?

Zie het antwoord op vraag 20.

196

Wat is er de oorzaak van dat het herstel van de motoren van het JSS tot eind 2017 gaat duren?

De planning van het herstel van het JSS is niet gewijzigd ten opzichte van mijn brief van 28 juni jl. (Kamerstuk 33 763, nr. 108). In deze brief is uiteengezet dat behalve de eerste, ook de tweede elektromotor moest worden gerepareerd. Deze motor is inmiddels eveneens uit het schip verwijderd en overgebracht naar de fabrikant. Het benodigde materiaal voor de reparatie heeft een lange levertijd. Bovendien is het nodig de gerepareerde elektromotoren uitvoerig te testen, en is er enige tijd gemoeid met het opnieuw inbouwen van de motoren in het JSS en het testen van het integrale voortstuwingssysteem van het schip. Naar verwachting is de voorstuwing van het JSS tegen de zomer van 2017 weer technisch in orde en kan dan het opwerktraject van de bemanning beginnen. Na de voltooiing daarvan is het JSS in het vierde kwartaal van 2017 weer gereed voor operationele inzet.

197

Kunt u verklaren waarom de gereedstellingskosten dalen van 2017 naar 2021, maar de instandhoudingskosten juist stijgen in diezelfde periode?

198

Waarom is er een «dip» in 2018 van het begrootte bedrag voor de programma uitgaven?

De daling in het gereedstellingsbudget wordt verklaard doordat het contract voor het kustwachtvliegtuig afloopt en daarmee ook de financiële reeks in 2017 afloopt. Het is de verwachting dat de reeks weer stijgt bij het sluiten van het nieuwe contract, als ook de overige deelnemende departementen budget overboeken voor het gebruik van het kustwachtvliegtuig. De toename van de instandhoudingskosten wordt veroorzaakt door het toevoegen van de middelen voor de versterking van de basisgereedheid van de wapensystemen (schepen). De programma-uitgaven betreffen een optelling van de instandhoudings- en gereedstellingskosten en laten daarom eenzelfde dip zien als in de gereedstellingskosten, zoals hierboven is toegelicht.

198

Waarom is er een «dip» in 2018 van het begrootte bedrag voor de programma uitgaven?

Zie het antwoord op vraag 197.

199

Wanneer wordt het nader overleg over de bijdrage aan agentschap Rijkswaterstaat afgerond? Is voor Defensie een structureel lagere bijdrage (ook in vergelijking met voorgaande jaren) de inzet?

November aanstaande worden de nieuwe tarieven van de Rijksrederij (het agentschap van Rijkswaterstaat) verwacht. Na overleg met de Rijksrederij zal een contract worden gesloten. Het is de verwachting dat de tarieven lager zijn dan voorgaande jaren. Over toekomstige ontwikkelingen kan Defensie echter geen uitspraken doen.

200

Waarom is het onderhoud van de Groene Dreack elk jaar zo duur?

Met de brief van 24 september 2015 (Kamerstuk 34 300 X, nr. 6) heeft de Minister-President u, mede namens mij, geïnformeerd over de kosten van de Groene Draeck. De Groene Draeck is geen standaard Lemsteraak. Vanwege haar bijzondere interieur en exterieur, haar hoog representatieve karakter en haar ouderdom behoeft de Groene Draeck zeer nauwkeurig en intensief onderhoud. Naar aanleiding van het second opinion onderzoek (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300 X, nr. 110) en de motie-Van der Burg (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300 I, nr. 6) is besloten het jaarlijkse onderhoudsbudget met ingang van 2017 te verlagen naar € 87.000 en de uitvoering van het onderhoud bij het Ministerie van Defensie te laten zolang Prinses Beatrix gebruik maakt van de Groene Draeck.

201

Waaruit bestaat de externe inhuur in 2017? Waaruit bestaat de verwachte externe inhuur per jaar in 2018, 2019, 2020 en in 2021?

Het CLAS verwacht in 2017 uitgaven te doen ten behoeve van inhuur voor onder meer detacheringen vanuit de brandweer, politie en GHOR (Geneeskundige HulpverleningsOrganisatie in de Regio), inhuur van projectmedewerkers bij de Dienst Geografie en inhuur ten behoeve van de SAP-administratie. Voor 2018 en verder berusten de bedragen op langer durende inhuurcontracten.

202

Klopt het dat de personele uitgaven voor de formatie bij de Landstrijdkrachten (CLAS) tussen 2017 (961.016) en 2021 (960.909) ook structureel (na 2021) lager is? Hoe komt het dat de personele bezetting, juist met een versterking van de basisgereedheid, in 2021 uiteindelijk lager is?

De begroting voor 2017 bevat nog niet het volledige bedrag aan personele uitgaven voor de formatie in 2021 en verder bij onder meer het CLAS. De aanvullende middelen voor de versterking van de personele gereedheid zijn voor een deel nog begroot op artikel 12 (Nominaal en onvoorzien) vanaf 2018. Bij de Voorjaarsnota 2017 wordt de definitieve inzet van deze middelen bezien en toegevoegd aan het budget van onder meer het CLAS.

De afname van de personele bezetting heeft te maken met lopende projecten waarbij op termijn nog formatie overgeheveld moet worden.

203

Klopt het dat voor de instandhouding in deze jaren juist wel een verhoging geraamd is?

Ja, behoudens een kortstondige verlaging in 2019.

204

Kunt u een update geven omtrent de vorderingen met de NH-90. In hoeverre zijn de eerdere (onderhouds)problemen met de NH-90 opgelost?

Binnenkort ontvangt u de eerste integrale helikopterrapportage. Die gaat in op de vorderingen van het NH-90 project.

205

Waarom gaan de personele uitgaven bij de Luchtstrijdkrachten (CLSK) in 2021 met enkele miljoenen euro's achteruit?

Dit wordt veroorzaakt door diverse overboekingen uit het verleden van en naar het budget van het CLSK, die nog doorwerken in 2021.

206

Klopt het dat bij de zeestrijdkrachten (CZSK) en CLSK vanaf 2018 voor externe inhuur geen budget meer is, bij de personeelsuitgaven?

Voor inhuur hebben het CZSK en het CLSK geen apart budget opgenomen vanaf 2017. Inhuur wordt gefinancierd uit een (eventuele) onderrealisatie van het formatiebudget door vacatures. Hiermee wordt een directe link gelegd tussen de personele vulling en benodigde inhuur.

207

Hoe verklaart u de schommelingen bij de programma uitgaven met betrekking tot CLSK (tabel)?

De financiële reeks voor de gereedstelling is jaarlijks ongeveer € 13,1 miljoen. De instandhoudingsreeks vertoont in 2019 en 2020 een daling ten opzichte van 2017, 2018 en 2021. Dit komt door de fasering van de toekenning van de middelen voor de versterking van de materiële gereedheid. De opbouw hiervan kent een lichte achteruitgang in de jaren 2019 en 2020. Dit werkt ook door in het budget van het CLSK.

208

Hoeveel marechaussees komen er in de loop van 2016 en 2017 nog bij en zijn tekorten dan helemaal weggewerkt? Zo nee, welke knelpunten blijven bestaan en wanneer verwacht u dat die helemaal zijn opgelost?

In 2016 zullen de laatste twee Hoog Risico Beveiligingspelotons inzetgereed zijn voor de nieuwe bewakings- en beveiligingstaak. Voor deze taak is daarna geen herprioritering nodig. Door een herschikking van taken heeft de KMar de bewaking en beveiliging van objecten en personen met een hoog risicoprofiel van de politie overgenomen zodat voldoende capaciteit voor de politiezorg in de wijk beschikbaar blijft.

Tevens is door de veranderende veiligheidssituatie de druk op de KMar toegenomen. Dit is onder andere zichtbaar op de luchthavens, waar bovendien sprake is van een forse stijging van de aantallen passagiers. Uw Kamer is eerder al geïnformeerd dat het kabinet een structurelere oplossing noodzakelijk acht voor het capaciteitsvraagstuk op de luchthavens. Allereerst is daarom besloten de capaciteitsbehoefte van de KMar in verband met de verwachte groei van luchthavens de komende jaren in kaart te brengen. Deze capaciteitsbehoeftestelling heeft betrekking op alle taken van de KMar. Over deze behoeftestelling en de daarbij passende maatregelen zal de Minister van Veiligheid &Justitie de Kamer dit najaar nader informeren.

209

Wat is de reden dat van het geld dat nu wordt geïnvesteerd in Defensie maar een paar miljoen euro bij komt voor de KMar?

Het uitgangspunt voor de besteding van de extra € 197 miljoen is het op orde brengen van de basisgereedheid. Omdat de bestaande formatie van de KMar is gevuld, niet materieel-zwaar is en niet of nauwelijks aan een genormeerd oefenprogramma hoeft te voldoen, kent de KMar slechts kleine tekortkomingen op de basisgereedheid. Het bedrag dat bij Defensie naar de KMar gaat, is daarop afgestemd. Dit staat los van de verstoorde verhouding tussen de taakuitvoering en de capaciteit die onder het gezag van de Minister van Veiligheid en Justitie vallen.

210

Hoe groot is het capaciteitstekort bij de KMar, uitgedrukt in fte en in euro’s?

Door de veranderende veiligheidssituatie – het bestrijden van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit en het beheersen en controleren van de migratiestromen – is de vraag naar KMar-inzet zowel in Nederland als in het buitenland toegenomen.

Zoals bekend, zorgen de toegenomen passagiersaantallen op de luchthavens, in combinatie met een veranderende veiligheidssituatie, ervoor dat de grensbewakingscapaciteit en grenspolitie op de luchthavens onder druk staat. De personele en materiële behoefte voor de periode 2018–2022 wordt in kaart gebracht. Over deze behoeftestelling en de daarbij passende maatregelen zal de Minister van Veiligheid & Justitie de Kamer dit najaar nader informeren.

Daarnaast bevat de nieuwe verordening voor de Europese grens- en kustwachtagentschap belangrijke verplichtingen voor de KMar als grensbewakingsorganisatie. Deze verordening verplicht lidstaten capaciteit beschikbaar te stellen in tijden van buitengewone druk op de EU-buitengrenzen. Voor dit soort situaties is in de verordening de zogenoemde Rapid Reaction Pool gecreëerd van 1.500 experts. Het Nederlandse aandeel in deze pool betreft 50 grenswachters en ander relevant personeel dat stand-by moet staan. Een aanzienlijk deel hiervan zal KMar-personeel zijn.

211

Welke invloed heeft de toenemende vraag naar inzet van de KMar op de getraindheid van het personeel?

De toenemende vraag naar inzet van de KMar zowel in Nederland als daarbuiten en het veelvuldig herprioriteren maakt dat er een achterstand is opgelopen in de getraindheid van het personeel.

212

Beschikt de KMar over voldoende personeel om in geval van nood alle grensovergangen te beveiligen en controleren? Hoe is het gesteld met het voortzettingsvermogen op dit punt?

Het bewaken en beveiligen van alle Nederlandse grenzen is met de huidige KMar-capaciteit niet mogelijk. Daar is de KMar niet op gedimensioneerd. De inzet van het kabinet is het handhaven van Schengen door het bewaken en beveiligen van de Nederlandse buitengrenzen, het investeren in de versterking van de buitengrenzen van Schengen en, zo nodig, het verscherpen van het toezicht van de binnengrenzen en in de grensregio's. Indien noodzakelijk kan de KMar een beroep doen op de ondersteuning van de andere operationele commando’s.

213

Is de vorig jaar voorgenomen uitbreiding van de KMar met zes Hoog Risico Beveiliging (HRB)-pelotons inmiddels gerealiseerd?

Het extra personeel voor zes zogeheten Hoog Risico Beveiligingspelotons wordt gefaseerd aangenomen. De opbouw van deze capaciteiten kost tijd (werving, selectie, trainen). De uitbreiding verloopt tot op heden conform planning. De laatste twee HRB-pelotons zijn voor het einde van dit jaar inzetgereed.

214

Kunt u toelichten hoe de intensiveringen ten aanzien van de KMmar – Frontex-verplichtingen en grenscapaciteit maritiem en luchthavens – zich financieel vertalen, zowel voor 2017 als meerjarig?

215

Kunt u toelichten hoe de intensiveringen ten aanzien van de KMar – Frontex-verplichtingen en grenscapaciteit maritiem en luchthavens – zich financieel vertalen, zowel voor 2017 als meerjarig?

De voorbereidingen en de besluitvorming zijn nog niet voltooid.

216

Klopt het dat er bij de personele uitgaven van de KMar geen rekening is gehouden met extra budget en dat het budget voor eigen personeel afneemt (2017: 307.673.000; 2021: 304.471.000)? Hoe verklaart u dit in het kader van het verhoogde dreigingsniveau en de verhoogde inzet van de KMar?

Hoewel het totale KMar-budget (als gevolg van diverse maatregelen uit het verleden) in de genoemde periode afneemt, is de personele sterkte gegroeid. Deze groei is het gevolg van tussentijdse structurele uitbreidingen zoals de zes Hoog Risico Beveiligingspelotons. Met de groei van de personele sterkte is het personeelsbudget navenant meegegroeid.

217

Hoe verklaart u de afname van het budget van materieel bij de KMar, vanaf 2017?

Deze wordt veroorzaakt door diverse overboekingen uit het verleden van en naar dit budget, die nog doorwerken tot 2021.

218

Klopt het dat u de formatie van de KMar structureel wilt verkleinen, van 6459 vte in 2016 tot 6402 vte vanaf 2019? Hoe verhoudt zich dit tot de toelichting in de Personeelsrapportage midden 2016 (34 550 X, nr. 4), waarin staat vermeld dat de verhoging van de externe wervingsopdracht van 2016 onder meer verband houdt met de formatieve uitbreidingen bij de KMar? Zijn deze uitbreidingen structureel of tijdelijk van aard?

219

Klopt het dat u de formatie van de KMar structureel wilt verkleinen, van 6.459 vte in 2016 tot 6.402 vanaf 2019? Hoe verhoudt zich dit tot de toelichting in de Personeelsrapportage midden 2016 (Personeelsrapportage p. 4), waarin staat vermeld dat de verhoging van de externe wervingsopdracht van 2016 onder meer verband houdt met de formatieve uitbreidingen bij de KMar? Zijn deze uitbreidingen structureel of tijdelijk van aard?

Nee, dat klopt niet. De extra middelen vanuit de begroting voor 2017 moeten nog worden verwerkt in de formatie. In de begroting 2018 zal deze formatie-uitbreiding zichtbaar zijn. De eerder onderkende daling in de formatie was nog het gevolg van de bezuinigingen sinds 2011. Vanaf 2016 is de formatie juist uitgebreid met ongeveer 500 vte’n ten behoeve van het bewaken en beveiligen van hoog risico objecten. Het betreft een structurele uitbreiding, waarvoor de externe wervingsopdracht inderdaad moest worden verhoogd.

219

Klopt het dat u de formatie van de KMar structureel wilt verkleinen, van 6.459 vte in 2016 tot 6.402 vanaf 2019? Hoe verhoudt zich dit tot de toelichting in de Personeelsrapportage midden 2016 (Personeelsrapportage p. 4), waarin staat vermeld dat de verhoging van de externe wervingsopdracht van 2016 onder meer verband houdt met de formatieve uitbreidingen bij de KMar? Zijn deze uitbreidingen structureel of tijdelijk van aard?

Zie het antwoord op vraag 218.

220

Kunt u toelichten hoeveel in totaal is doorgeschoven aan investeringen naar latere jaren, per jaar, in de jaren 2010–2021?

In de onderstaande tabel is opgenomen hoeveel in totaal is doorgeschoven aan investeringen naar latere jaren, per jaar, in de jaren 2010–2021.

x € 1.000

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2011

– 36.629

36.629

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

2012

0

17.641

– 17.641

0

0

0

0

0

0

0

0

0

2013

0

0

67.200

– 67.200

0

0

0

0

0

0

0

0

2014

0

0

0

15.000

– 15.000

0

0

0

0

0

0

0

2015

0

0

0

0

– 37.759

– 158.841

65.300

50.200

37.000

44.100

0

0

2016

0

0

0

0

0

– 79.422

– 320.578

– 150.000

142.000

342.000

66.000

0

Totaal

– 36.629

54.270

49.559

– 52.200

– 52.759

– 238.263

– 255.278

– 99.800

179.000

386.100

66.000

0

221

Waarom gaan de kosten van Opdracht Voorzien in IT na 2020 fors omlaag?

Het is niet de verwachting dat de uitgaven aan IT na 2020 fors zullen dalen. Vanwege het kort-cyclische karakter van IT-projecten is het benodigde budget na 2020 op dit moment nog niet te ramen. Naarmate de tijd vordert, zal het budget toenemen omdat projecten concreter vorm krijgen. In het kader van financiële duurzaamheid wordt momenteel onderzocht of in de investeringsbegroting met een vaste bandbreedte voor IT-uitgaven kan worden gewerkt waaruit projecten worden gefinancierd.

222

Hoe groot is de opgelopen investeringsachterstand in de periode 2013–2017, daar de gemiddelde investeringsquote over de periode 2013–2017 naar verwachting 16% is en in de tussenliggende jaren echter een investeringsachterstand is opgelopen?

228

Is de investeringsquote, zoals meerjarig geraamd, voldoende om de enorme «delta» aan achterstallige, naar de toekomst doorgeschoven investeringen te compenseren? Zo nee, hoe groot is het gat bij de investeringen en is dit gat onder de begroting 2017 groter of kleiner geworden in vergelijking met 2016?

De meerjarige investeringsquote is een indicator voor het behalen van de geplande investeringen. Investeringsachterstanden zijn hier niet direct aan te relateren. De meerjarige investeringsquote zal gedurende de begrotingsperiode naar verwachting stijgen naar een gemiddelde van 21 procent over vijf jaar. Dit is hoger dan de doelstelling van 20 procent. Dit komt omdat in de afgelopen jaren het onbenutte investeringsbudget is meegenomen via de onbeperkte eindejaarsmarge. Het totale investeringsbudget is niet gewijzigd, maar wordt gedeeltelijk in latere jaren uitgegeven. Investeringen hoeven zo niet te worden geschrapt en kunnen later alsnog worden gedaan.

223

Ten koste van welk budget gaat de eenmalige reservering van 40 miljoen euro voor valutaschommelingen? Welke investeringen worden hierdoor uitgesteld of is deze 40 miljoen euro bovenop de extra middelen voor Defensie?

De € 40 miljoen euro is additioneel toegevoegd aan de begroting van Defensie en gaat dus niet ten koste van andere budgetten.

224

Is de eenmalige reservering van 40 miljoen euro voor valutaschommelingen alleen beschikbaar in 2016 of ook in andere jaren?

De reservering van € 40 miljoen is ook beschikbaar voor latere jaren. Indien de reserve niet is uitgeput, zal het beschikbare budget via de ongelimiteerde eindejaarsmarge op het investeringsartikel doorschuiven naar volgende jaren.

225

Met welke middelen en uit welk budget kan de reservering voor valutaschommelingen worden aangevuld?

Zie het antwoord op vraag 70.

226

Kunt in een tabel overzichtelijk aangeven hoeveel Defensie per jaar uitgeeft aan Research en Development (R&D), in de jaren 2010–2020? Kunt u daarbij een exact cijfer (bedrag) noemen? Kunt u daarbij tevens in een aparte kolom aangeven hoeveel dat is als onderdeel van de totale begroting van Defensie, uitgedrukt in een percentage?

227

Kunt in een tabel overzichtelijk aangeven hoeveel Defensie per jaar uitgeeft aan R&D in EU-verband, in de jaren 2010–2020? Kunt u daarbij een exact cijfer (bedrag) noemen? Kunt u daarbij tevens in een aparte kolom aangeven hoeveel dat is als onderdeel van de totale begroting van Defensie, uitgedrukt in een percentage?

257

Hoe ontwikkelt zich het percentage dat Defensie uitgeeft aan research and technology in de jaren 2015 tot en met 2021? Hoe verhoudt zich dit tot de richtlijn van het EDA van 2 procent en het belang van een hoogwaardig technologische, innovatieve krijgsmacht?

Defensie maakt onderscheid in uitgaven aan kennis en aan innovatie. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de uitgaven aan kennis en innovatie in de jaren 2010–2020. De uitgaven aan kennis betreffen voornamelijk bijdragen aan drie externe onderzoeksinstituten (TNO, MARIN en NLR). De uitgaven aan innovatie betreffen onder meer bijdragen aan technologieontwikkeling in samenwerking met de «gouden driehoek», financiering van innovatie-instrumenten uit de Defensie Industrie Strategie (bijvoorbeeld de Defensie Innovatie Competitie) en uitgaven voor het gebruik van opgebouwde kennis in innovatieve producten en diensten. In tabel 1 is een weergave van de centrale budgetten voor kennis en innovatie opgenomen. De uitgaven voor decentrale innovatieinitiatieven worden niet separaat geregistreerd en kunnen dus niet in een reeks worden gepresenteerd. Dat geldt ook voor innovatie als onderdeel van vervangingsinvesteringen.

Het percentage van de centrale budgetten kan niet zonder meer worden vergeleken met de EDA-richtlijn. Ook decentrale budgetten moeten dan in de berekening worden meegenomen. Niettemin streeft Defensie ernaar het kennis- en innovatievermogen te vergroten en, in evenwicht met de overige investeringen, het percentage voor de centrale kennis- en innovatie budgetten te verhogen. Van de centrale budgetten zijn in tabel 2 de internationale technologieprojecten met hun financiële volume weergegeven. Er wordt niet specifiek bijgehouden of internationale projecten binnen de EU of daarbuiten worden uitgevoerd.

Tabel 1: Centrale uitgaven Kennis en Innovatie Defensie 2010–2021

Omschrijving

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Programmafinanciering TNO (DF TNO)

47.054

44.942

40.582

33.533

34.108

33.543

37.028

36.807

36.808

36.808

36.808

36.808

Programmafinanciering NLR (DF NLR)

515

516

516

517

517

517

517

517

517

517

517

517

Contractonderzoek technologieontwikkeling (TO)

20.663

21.436

28.113

22.306

20.918

22.853

18.050

18.050

18.052

18.052

18.052

18.052

Contractonderzoek kennistoepassing (KG)

6.504

3.330

1.452

2.810

3.860

4.699

5.095

5.095

5.095

5.095

5.095

5.095

Overig wetenschappelijk Onderzoek

0

0

0

0

0

0

0

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

Totaal

74.736

70.224

70.663

59.166

59.403

61.612

60.690

62.469

62.472

62.472

62.472

62.472

Tabel 2: Specificatie Contractonderzoek technologieontwikkeling

Omschrijving

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Onderzoeken in Nationaal verband (NTP)

16.585

16.628

23.313

18.935

14.363

17.131

14.927

n.t.b.

Onderzoeken in Internationaal verband (ITP)

4.078

4.808

4.800

3.371

6.555

5.722

3.123

n.t.b.

Totaal

20.663

21.436

28.113

22.306

20.918

22.853

18.050

18.050

18.052

18.052

18.052

18.052

228

Is de investeringsquote, zoals meerjarig geraamd, voldoende om de enorme «delta» aan achterstallige, naar de toekomst doorgeschoven investeringen te compenseren? Zo nee, hoe groot is het gat bij de investeringen en is dit gat onder de begroting 2017 groter of kleiner geworden in vergelijking met 2016?

Zie het antwoord op vraag 222.

229

Is de verwervingsketen voldoende op orde om snel fors meer investeringen mogelijk te maken? Zo nee, waarom niet en bent u bereid dit alsnog te doen?

348

Vindt u de uitbreiding van de personele capaciteit voor projecten met een «flexibele schil» in lijn met de motie Knops (34 300 X, nr. 34), die vroeg om een structurele versterking van de personele capaciteit in de verwervingsketen? Zijn met deze flexibele schil alle knelpunten op het gebied van personele capaciteit, zoals in kaart gebracht door Policy Research Corporation (PRC), volledig opgelost? Zo nee, welke resteren en waarom doet u daar niets aan?

De personele capaciteit voor projecten is uitgebreid met een flexibele capaciteit zodat projecten sneller over extra mensen kunnen beschikken. Daarmee is de verwervingsketen in staat meer investeringen te realiseren. De omvang van de flexibele capaciteit is in overeenstemming met de op dit moment uit te voeren werkzaamheden.

230

Wat voor soort projecten vallen onder de noemer «diverse projecten»? Welke grote projecten vallen daar onder?

Onder de noemer «diverse projecten» vallen projecten die commercieel-vertrouwelijk zijn en daarom niet afzonderlijk zichtbaar kunnen worden gemaakt.

231

Klopt het dat u in 2017 voor 827,7 miljoen euro bedragen verschuldigd bent in het kader van het JSF project?

Voor 2017 is voorzien dat Defensie een verplichting aangaat (tekenen contract) voor een bedrag van € 827,7 miljoen. Dit bedrag zal in de jaren 2018–2022 tot betalingen leiden.

232

Met welke dollarkoers is hierbij rekening gehouden en welke meerkosten geeft deze wisselkoers bij deze JSF investeringen in 2017?

Voor de raming van de aan te gane verplichtingen in 2017 is het project Verwerving F-35 uitgegaan van een dollarkoers van $ 1,09/€ (conform Centraal Economisch Plan 2016). Van de in 2017 aan te gane verplichting van circa € 828 miljoen zal ongeveer € 786 miljoen in dollars worden verplicht. Het budget voor het project is vastgesteld op basis van een dollarkoers van $ 1,29/€. Met deze oorspronkelijke koers zou de aan te gane verplichting in 2017 ongeveer € 664 miljoen zijn geweest. De meerkosten voor de aan te gane verplichtingen ten opzichte van het oorspronkelijk geraamde budget worden thans geraamd op ongeveer € 122 miljoen.

233

Welke afspraken zijn er bij de besluitvorming voor de aanschaf van de F-35 gemaakt over de inzet van de risicoreservering? Waarvoor mag deze wel en niet ingezet worden?

Bij de besluitvorming over de aanschaf van de F-35 zijn de volgende afspraken gemaakt over de inzet van de risicoreservering. De risicoreservering kan worden ingezet voor tegenvallers in het project; die is niet bestemd voor prijs- en loonbijstellingen en evenmin voor het opvangen van valutaschommelingen. Voorts is afgesproken dat als de risicoreservering niet volledig wordt aangesproken, de ontstane ruimte in het projectbudget kan worden ingezet voor de aanschaf van extra toestellen.

234

Hoeveel zijn de exploitatiekosten in de afgelopen kabinetsperiode gestegen als gevolg van (ver) achterblijvende investeringen?

De stijging van exploitatiekosten is afhankelijk van verschillende factoren. Oudere systemen hebben meer onderhoud nodig en reserveonderdelen worden bij ouderdom van een systeem schaarser en duurder. Afhankelijk van de fase binnen de levensduur van het systeem wordt bezien of een levensduurverlengende modificatie de exploitatiekosten beheersbaar kan houden, of dat moet worden geaccepteerd dat de exploitatiekosten toenemen. Het tijdig vervangen van een systeem voorkomt deze problemen. Tegelijk zijn de exploitatiekosten van nieuwe systemen vaak hoger door het gebruik van nieuwe technologieën. Mede hierdoor is het niet mogelijk een bedrag te noemen.

235

In hoeverre belandt u in een neerwaartse spiraal als investeringen telkens ver achterblijven en als gevolg daarvan stijgende exploitatiekosten vervolgens gefinancierd worden vanuit het investeringsbudget? Wat heeft u gedaan aan de noodkreet van de toenmalige Commandant Landstrijdkrachten (CLAS) (http://www.telegraaf.nl/binnenland/24042683/__Landmacht_zit_aan_de_grond__.html) die in 2015 zei «in het rood te draaien»?

Wanneer vervangings- en instandhoudingsinvesteringen achterblijven en materieel veroudert, heeft dit negatieve gevolgen voor de exploitatie. Deze gevolgen worden echter niet meer gecompenseerd uit het investeringsbudget, omdat deze middelen nodig zijn voor de huidige investeringen.

In het kader van het meerjarige perspectief op de (verdere) versterking van de krijgsmacht zijn sinds 2014 stappen gezet. Zo heeft het kabinet gefaseerd budget toegevoegd aan de defensiebegroting, oplopend tot structureel € 868 miljoen vanaf 2020. Met dit budget brengt Defensie onder meer de komende jaren de basisgereedheid op orde. Echter, zoals reeds in de begroting gesteld, zijn verdere vervolgstappen nodig. Het gaat daarbij om verbetering van de operationele (gevechts-)ondersteuning, investeringen om de huidige krijgsmacht voort te zetten en te vernieuwen evenals uitbreiding van de slagkracht.

236

Kunt u nader toelichten wat u bedoelt met: «Het onderzoek naar andere mogelijkheden om in de behoefte aan een MALE UAV te voorzien is nog gaande. Daarom kan daar in deze begroting nog niet op worden ingegaan.»? Overweegt u, na eerder uitstel van aanschaf met zeven jaar, nu afstel? Zo ja, waarom? In hoeverre speelt het gat bij de investeringen – en dus financiële overwegingen – hierbij een rol?

Zie het antwoord op vraag 18.

237

Kunt u al ingaan op het onderzoek met betrekking tot de Medium Altitude Long Endurance Unmanned Air Vehicle (Male UAV)?

Zie het antwoord op vraag 18.

238

Wordt bij de aanbesteding en het kiezen van internationale partners rekening gehouden met het risico op valutaschommelingen als het leveranciers of partners buiten de eurozone betreft?

Het kabinet kiest ervoor de kwetsbaarheid voor het risico te verminderen door het opbouwen van een reservering ter compensatie van valutaschommelingen. In overeenstemming met de aanbevelingen van het IBO wapensystemen worden investeringsbeslissingen genomen op basis van een value-for-money benadering.

239

Kunt u een toelichting geven omtrent de vorderingen van project VECTOR (Versatile Expeditionary Commando Tactial Off Road)?

Dit project met een budget van minder dan € 25 miljoen is in realisatie. De eerste voertuigen worden thans getest. Naar verwachting loopt de testperiode tot eind dit jaar. Daarna zal een besluit worden genomen over de serieproductie.

240

Waarom zijn de ramingen met betrekking tot de verwerving F-35 in vergelijking met de begroting 2016 aangepast?

Elk jaar in september wordt in de voortgangsrapportage Verwerving F-35 de raming voor het VF-35 project aangepast op grond van de laatste kostenramingen uit de Verenigde Staten. Deze cijfers worden ook in de defensiebegroting gebruikt.

241

Hoeveel heeft de rondvlucht van de F-35 boven Nederland op 7 juni 2016 in totaal gekost en uit welk budget wordt dit betaald?

242

Hoeveel heeft het in totaal gekost om de F-35 naar Nederland te halen?

Mede met het oog op de belevingsvluchten ten behoeve van de omwonenden van Volkel en Leeuwarden en de motie Eijsink (Kamerstuk 33 763, nr. 22) zijn beide F-35 toestellen naar Nederland gevlogen. Daarbij zijn vlieguren gemaakt met de F-35, de F-16, de KDC-10 en is gebruik gemaakt van een C-17 transportvliegtuig. De vlieguren van de F-35, F-16 en KDC-10 zijn oefen- en trainingsuren die niet leiden tot meerkosten. Dat geldt ook voor de rondvlucht boven Nederland. De financiering hiervan komt uit de reguliere oefen- en trainingsbudgetten. Voor de C-17 is gebruik gemaakt van een vliegtuig van de Strategic Airlift Capability waar Nederland jaarlijks een vast aantal uren afneemt.

De exploitatie van de twee F-35 toestellen tot en met 2019 worden gefinancierd uit het investeringsbudget Verwerving F-35 en verantwoord onder «deelneming OT&E (inclusief exploitatie testtoestellen t/m 2019)» op Artikel 6 Investeringen.

Voor de komst van de F-35 zijn verder kosten gemaakt voor de ondersteuning tijdens de overtocht en het verblijf in Nederland.

De omvang van deze kosten is op dit moment nog niet exact vast te stellen, omdat nog niet alle facturen zijn ontvangen.

243

Met welke dollarkoers houdt u nu rekening bij het project verwerving F-35?

Het budget is in 2013 vastgesteld op basis van een dollarkoers van $ 1,29/€. Voor de periode 2017–2021 is geraamd met een dollarkoers van $ 1,09/€. Voor de periode vanaf 2022 is geraamd met de voortschrijdende gemiddelde dollarkoers van $ 1,25/€.

244

Wat wordt er gedaan met het tekort toegekende indexatie bij het F-35 project (33 miljoen euro)?

Het tekort van € 33 miljoen bestaat uit het verschil tussen de benodigde indexatie en toegekende indexatie. Dit tekort vergroot het verschil tussen de raming en het budget. Zoals bekend is de raming al enige tijd hoger dan het budget. De kostenraming van het project zal in de komende jaren veranderen als gevolg van de dollarkoers en nieuw ontvangen prijsinformatie uit de Verenigde Staten.

245

In hoeverre is het idee om nieuwe kazernes met privaat geld te financieren uitgewerkt?

Alle vastgoedprojecten groter dan € 25 miljoen worden in overleg met het Ministerie van Financiën bezien door middel van een Public-Private Comparator-toets. Dit zou kunnen leiden tot het uitbesteden van een project waarbij ook externe financiering tot de mogelijkheden hoort.

246

Klopt het dat het onderdeel bouwtechnische verbeteringsmaatregelen brandveiligheid bij de grote infrastructuurprojecten verhoogd is? Hoe komt dit en waarom is dit niet eerder gemeld aan de Kamer? Wanneer zijn de nalevingsafspraken met het Ministerie van Infrastructuur en Milieu tot stand gekomen?

Ja, dat klopt. De eerste gebouwen zijn aangepast op basis van een pilotproject. Hierbij is gebleken dat eerdere aannames over de benodigde budgetten onjuist waren en dat een aanzienlijk hoger bedrag nodig is om het hele project te kunnen uitvoeren. Aan het project «Bouwtechnische verbetermaatregelen brandveiligheid» is daarom € 83 miljoen toegevoegd. Dit is verwerkt in de begroting 2017.

In mijn brief van 21 januari 2015 (Kamerstuk 33 763, nr. 67) heb ik de Kamer geïnformeerd over het verbeteren van de brandveiligheid van gebouwen. De benodigde verhoging van het bedrag is aan de orde geweest in het AO vastgoed van 1 maart 2016. De afgelopen periode heeft Defensie in overleg met het Rijksvastgoedbedrijf nader onderzocht hoeveel extra geld nodig is. In de vastgoedrapportage van november 2016 zal ik u hierover informeren.

De herziene nalevingsafspraak met het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is eind 2014 tot stand gekomen. Op basis van deze afspraak moeten alle legeringsgebouwen op 31 december 2018 gereed zijn.

247

Waarom trekt u in 2017 en 2018 slechts 8,8 miljoen euro uit voor Energie Prestatie Adviezen (EPA) Maatregelen en is daarna niets meer gepland? Bent u bereid extra investeringen in energiebesparing te overwegen die zichzelf terugverdienen? Zo nee, waarom niet?

Vóór 2017 is al € 47,7 miljoen besteed aan het programma energiebesparende maatregelen (EPA-programma) voor gebouwen groter dan 1.000m2. Het resterende deel van dit programma staat gepland voor 2017 en 2018. In 2017 wordt gestart met het opstellen van energierapporten voor de gebouwen kleiner dan 1.000m2. Vanaf 2019 zal de uitvoering starten.

248

Bent u bereid te onderzoeken of Defensie met het GO-GREEN programma van het Europees Defensieagentschap (EDA) kan meedoen of zelf een gelijksoortig initiatief kan ontwikkelen, waardoor de uitgaven voor energie en energiebesparing voor gebouwen en terreinen aanzienlijk dalen of zelfs negatief worden? Zo nee, waarom niet?

249

Onderzoekt u naast de verzameling energiebesparende maatregelen voor bestaande infrastructuur nog onderzoeken of Defensie alsnog met het GO-GREEN programma van EDA kan meedoen of zelf een gelijksoortig initiatief kan ontwikkelen, waardoor de uitgaven voor energie en energiebesparing voor gebouwen en terreinen aanzienlijk dalen of zelfs negatief worden? Zo nee, waarom niet?

Het eerste EDA Go Green project voor zeven zonneparken is gestart in 2012 en kent een moeizame ontstaansgeschiedenis. Aanvankelijk zijn zeven landen (Oostenrijk, Duitsland, Luxemburg, Tsjechië, Roemenië, Griekenland en Cyprus) aan het project begonnen, maar successievelijk zijn alle landen (behalve Griekenland en Cyprus) uit het project gestapt. Vooral de complexiteit van de samenwerking en juridische en aanbestedingsproblemen zijn daaraan debet geweest.

Defensie zal met het EDA bespreken of het mogelijk is dergelijke vergroeningsprojecten met EU-financiering op kleinere schaal en met minder deelnemers op te zetten.

250

Wanneer komt er meer inzicht in de risico’s met betrekking tot het deelproject HVD 1.3.6.2. MARKAZ Zeeland?

Het in kaart brengen van de risico’s met betrekking tot de Michiel Adriaanszoon de Ruyterkazerne is een doorlopend proces. In elke fase van het project kunnen zich andere risico’s voordoen. Hiervoor is voortdurend aandacht in de Stuurgroep van het project. In de begroting wordt genoemd dat het project een onzekerheid voor tijd en budgetten kent ten opzichte van de planning. Defensie en het Rijksvastgoedbedrijf werken nog aan de voorlopige Publieke Sector Comparator (PSC). Als deze is vastgesteld, kan de aanbesteding beginnen.

251

In welke fase zit het project KMar en Informatie Gestuurd Optreden? Wanneer wordt dit project afgerond? Bent u hierover nog in onderhandeling met de vakcentrales?

Zoals bekend, transformeert de KMar van een gebiedsgebonden naar een landelijke (centrale) aansturing. De centrale aansturing gebeurt vanuit het Landelijk Tactisch Commando (LTC), volgens het sturingsmechanisme informatiegestuurd optreden (IGO). Dit vergt, naast IT en infrastructurele aanpassingen, een reorganisatie. De reorganisatie wordt in drie stappen uitgevoerd, zodat de uitkomsten van experimenten en proefnemingen meegenomen kunnen worden in de reorganisatie. De eerste twee stappen zijn conform planning voltooid en stap drie, de omklap van de districten naar één landelijk tactisch commando (LTC), is gaande. Het afgelopen half jaar is gebruikt om het reorganisatieplan in concept gereed te maken en daarover met de medezeggenschap en de bonden te overleggen.

Over stap drie zijn deze zomer informele besprekingen gevoerd met de bonden en de medezeggenschap. Begin september was het reorganisatieplan gereed voor formele aanbieding aan de bonden. De geplande datum voor de start van de nieuwe organisatie was 1 januari 2017. Dit zal mogelijk iets vertragen.

252

Welke kosten zijn gemoeid met grootschalige nieuwbouw- en renovatieproject voor de nieuwe vestiging van de NATO Communications and Information Agency (NCIA) in Den Haag? Is dit de reden waarom het Defensie Materieel Organisatie (DMO) uit Den Haag weg moet?

De investering voor het grootschalige nieuwbouw- en renovatieproject voor de vestiging van het NCIA in Den Haag wordt geraamd op een bedrag tussen € 25 miljoen en € 100 miljoen en wordt medegefinancierd door de ministeries van Buitenlandse Zaken en Economische Zaken en de gemeente Den Haag. Er is geen relatie tussen het NCIA en de verhuizing van DMO.

253

Komt de vertraging in de aanbesteding van de IT bovenop de vertraging (en vormgeving van de aanbestedingsstrategie) die al gemeld is in het algemeen overleg Sourcing, IT en ERP van 5 juli 2016 (Kamerstuk 31 125, nr. 70, zie ook nr. 10)? Hoeveel vertraging is er nu in totaal en met welke gevolgen?

In de IT-voortgangsrapportage van mei 2016 (Kamertukken 31 125, nr. 67) heb ik u gemeld dat er sprake is van een herziening van de planning van het aanbestedingstraject, omdat is besloten de aanbesteding te publiceren. Tijdens het algemeen overleg van 5 juli (Kamerstukken 31 125, nr. 70) heb ik aangegeven dat ik met een zeer zorgvuldig proces juridische procedures wil voorkomen en voorkomen dat er daardoor verdere vertraging ontstaat. Dit is de vertraging waar in de begroting aan wordt gerefereerd. In de voortgangsrapportage IT, die u nog voor de begrotingsbehandeling zult ontvangen, wordt u nader geïnformeerd over de voortgang van de vernieuwing van de IT.

De gevolgen hiervan zijn beheersbaar. Maatregelen om de continuïteit te waarborgen zijn genomen en lopen door tot in 2018. Daarnaast heeft de vertraging gevolgen voor een aantal projecten zoals IGO-KMar, TITAAN en de Secure Werkplek Defensie. Er worden maatregelen genomen met gebruikmaking van de huidige IT. Zo worden de eerste toepassingen van IGO-KMar eerst op de huidige infrastructuur geleverd. Daarbij wordt gewaarborgd dat deze eenvoudig kunnen worden overgezet op de nieuwe infrastructuur.

254

Kunt u de wijziging van de aanbestedingsstrategie voor de vernieuwing van de IT-infrastructuur nader toelichten?

De initiële planning van Defensie was erop gericht om de verwerving van de nieuwe IT begin 2016 te starten. Tijdens de voorbereiding van de aanbesteding zijn de juridische kaders voor de aanbesteding verder aangescherpt en is de scope helder vastgelegd. Toen bleek het verstandiger voorafgaand aan de dialoog een procedure in te richten die Defensie in staat stelt om een objectieve leverancierskeuze te maken en om alle bedrijven in de markt de gelegenheid te geven zich aan te melden. Daardoor komt het marktpotentieel beter tot zijn recht en heeft Defensie de grootste kans op een state-of-the-art dienstverlening.

255

Waar is in het financiële overzicht het project vernieuwing Theatre Independent Tactical Army Airforce Network (TITAAN) gebleven? Is het budget hiervoor gelijk gebleven? Waar staat dit in de begroting?

In verband met het programma «Grensverleggende IT» (GrIT) is opnieuw naar het project «Vernieuwing TITAAN» gekeken. Dit heeft een wijziging in de fasering van het project tot gevolg gehad. Het project wordt daarom gefaseerd aanbesteed. De totale omvang van het budget is ongewijzigd en maakt deel uit van artikel 6.

256

Wat als het project IT-KMar IGO niet of slechts gedeeltelijk gehaald gaat worden? Wat zijn dan de operationele gevolgen en hoe zijn de financiële en operationele gevolgen afgedekt?

Zoals bekend transformeert de KMar van een gebiedsgebonden naar een landelijke (centrale) aansturing. De centrale aansturing gebeurt vanuit het Landelijk Tactisch Commando (LTC), volgens het sturingsmechanisme informatiegestuurd optreden (IGO). Zowel de IT-voorzieningen als de huisvesting worden aangepast aan de nieuwe structuur en het nieuwe sturingsmechanisme (Kamerstuk 33 763, nr. 70). De IT-voorzieningen zijn een absolute voorwaarde om de informatievoorziening van de KMar te garanderen. Het programma «IT-IGO KMar» voorziet hierin, wat het tot een succesbepalende factor maakt. Indien het programma «IT-IGO KMar» niet wordt uitgevoerd, kan de transformatie naar IGO niet worden voltooid. Dit gaat dan direct ten koste van de effectiviteit van het KMar-optreden. Er is in het kader van het programma derhalve rekening gehouden met risico’s. Dit vindt zijn weerslag in de organisatie van het programma, zowel wat het proces als de inhoud betreft. Het programma wordt uitgevoerd in de vorm van kleine, behapbare projecten van een beperkte financiële omvang. Deze stapsgewijze, beheerste aanpak strookt met de IT-visie (Kamerstuk 31 125, nr. 45). Momenteel toetst het Bureau IT Toetsing bij het Ministerie van BZK het programmaplan IT-KMar IGO.

257

Hoe ontwikkelt zich het percentage dat Defensie uitgeeft aan research and technology in de jaren 2015 tot en met 2021? Hoe verhoudt zich dit tot de richtlijn van het EDA van 2 procent en het belang van een hoogwaardig technologische, innovatieve krijgsmacht?

Zie het antwoord op vraag 226.

258

Klopt het dat er voor slechts 5 miljoen euro wordt bijgedragen aan Contractonderzoek kennistoepassing aan grote faciliteiten en dat er slechts 95.000 euro beschikbaar is voor acute, onvoorziene kennisontwikkeling? Beoordeelt u deze bedragen als gering?

259

Is de constatering op basis de tabel en bijbehorende toelichting juist dat vijf miljoen euro wordt bijgedragen aan grote faciliteiten en slechts 95.000 euro beschikbaar is voor acute, onvoorziene kennisondersteuning?

De gereserveerde bijdrage voor de grote faciliteiten blijkt in de praktijk te stroken met de behoefte en met het beschikbare budget voor de overige investeringen in kennisopbouw en technologieontwikkeling. Dit geldt ook voor het centrale budget voor de onvoorziene kennisondersteuning. De kennisondersteuning is overigens groter dan de genoemde € 95.000. Decentraal hebben de defensieonderdelen budget beschikbaar dat onder meer kan worden aangewend voor ondersteuning. De exacte bedragen die hiervoor worden aangewend, worden niet centraal bijgehouden.

260

Klopt het dat er sprake is van stagnatie in de uitvoering van de ontwikkeling van innovatieve producten, als gevolg waarvan MKB'ers in grote financiële problemen komen in de samenwerking met Defensie? In hoeverre is sprake gebrek aan middelen voor vervolgtrajecten van ontwikkelingsprojecten waarmee u eerder, in samenwerking met het MKB, heeft ingestemd?

261

Klopt het dat er nog geen vervolgtraject gestart is van de ontwikkeling van ERIAS (een man portable state Doppler radar voor de bescherming van de infanterist), een project waarvan het bedrijf in kwestie finalist was in de Defensie Innovatie Competitie in oktober 2013? Begrijpt u dat de ontstane vertraging van meer dan een jaar voor het MKB-bedrijf in kwestie, dat een forse voorinvestering gedaan heeft, financieel niet of nauwelijks vol te houden is?

262

Klopt het dat er in de samenwerking tussen Defensie en het MKB diverse voorbeelden zijn van projecten die stagneren, zoals de ontwikkeling van ERIAS, de verbetering van de stoel van de FRISC (fast raiding interception and special forces craft) en de ontwikkeling van een akoestische vectorsensor? Herkent u de kritiek en wat gaat u eraan doen?

De weg van ontwikkeling naar verwerving en toepassing van producten kent in de praktijk vele (tussen)stops, afslagen en hobbels. Ontwikkelingstrajecten kunnen mislukken of de defensiebehoefte kan door voortschrijdend inzicht wijzigen. Wat de reguliere verwerving na een ontwikkeltraject betreft moet Defensie, afhankelijk van de hoogte van het investeringsbedrag, bovendien het Defensie Materieel Proces volgen. Vooraf geen garantie dat het ontwikkelde product wordt geselecteerd. Verder concurreert innovatie met reguliere vervangingsprojecten. Al deze factoren kunnen betekenen dat in sommige gevallen de ontwikkelde innovaties niet of slechts gedeeltelijk kunnen worden ingevoerd.

Wanneer bedrijven voor hun orders grotendeels afhankelijk zijn van Defensie, maakt dat hen kwetsbaar. Bij het succesvol naar de markt brengen van een ontwikkeld product ligt de verantwoordelijkheid niet bij Defensie, maar bij het bedrijf in kwestie. Defensie kan en mag hier slechts in beperkte mate een rol spelen.

263

Waarom staan de pantserhouwitsers nog steeds in de verkoop (voor een met 16 miljoen euro neerwaarts bijgestelde opbrengst), terwijl er binnen het CLAS de uitdrukkelijke wens bestaat om met de hernieuwde instroming van deze houwitsers de balans tussen gevechtseenheden en gevechtssteun (Combatsupport) te herstellen, immers ook nog eens één van de prioriteiten van de CDS? Deelt u de mening dat eventuele verkoop van deze houwitser leidt tot kapitaalvernietiging, vergelijkbaar met de eerdere verkoop van tanks, die we nu moeizaam gaan leasen?

264

Hoe komt het dat er in 2017 29,1 miljoen euro meer opbrengsten uit verkoop worden verwacht, ondanks de neerwaartse bijstellingen bij de projecten Leopard en Pantserhouwitser?

314

Waarom begroot u in 2017 29,1 miljoen euro meer verkoopopbrengsten, terwijl u de verkoopopbrengsten van de Leopard 2 tank aan Duitsland en de PzH2000 neerwaarts bijstelt? Wat bent u van plan in 2017 te verkopen na de grote «uitverkoop» van de afgelopen jaren?

In de nota «In Het Belang Van Nederland» is besloten tot de afstoting van een aantal PzH-2000 systemen. De besluiten over de PzH-2000 en de Leopard 2 tanks zijn verwerkt in alle kasjaren en niet alleen in 2017. De toename aan verwachte verkoopopbrengsten in 2017 wordt door verschillende factoren veroorzaakt. De verkoop van materieel en vastgoed is onderhevig aan marktwerking. Hierdoor kunnen er verschillen ontstaan tussen de verwachte en de werkelijke opbrengst. Daarnaast leiden fluctuaties in de vraag tot andere verkoopmomenten dan oorspronkelijk verwacht en komen opbrengsten uit betalingstermijnen van al jaren eerder afgesloten contracten. Ik heb in de begrotingsbehandeling van 12 en 13 november 2014 toegezegd geen onomkeerbare besluiten te nemen over de verkoop van materieel en, als er toch sprake zou zijn van verkoop, de Kamer tijdig in te lichten.

265

Kunt u een overzicht geven van het materieel dat momenteel in de verkoop staat, inclusief aantallen en status? Wordt overwogen materieel van de verkooplijst af te halen? Zo ja, welk materieel en wat is daarvan de reden?

De financiële middelen ontbreken om het materieel uit de verkoop te halen en terug in gebruik te nemen. Daarom staan, zoals in het MPO met u is gecommuniceerd, zowel de PzH-2000»s als de Mijnenbestrijdingsvaartuigen van de Alkmaarklasse (AMBV) nog in de verkoop en zijn de verkoopopbrengsten in de planning opgenomen.

In het Materieelprojectenoverzicht (MPO) 2017 staat opgenomen welk materieel in de verkoop staat. Het gaat hierbij om materieel met een verwachte verkoopopbrengst van meer dan € 25 miljoen. In de verkoop staan nu:

  • 4x Mijnenbestrijdingsvaartuigen van de Alkmaarklasse;

  • 29x Pantserhouwitser 2000;

  • Pantserrupsvoertuigen M-577 en YPR. Oplopend tot ca. 400 stuks in verband met de instroom van de Boxer.

Overig af te stoten materieel heeft een verwachte verkoopopbrengst van minder dan € 25 miljoen en wordt niet opgenomen in het MPO. Er zijn voor deze systemen op dit moment geen plannen om ze uit de verkoop te halen. Het betreft:

  • 4x Alouette helikopter;

  • 16x Leopard I Bergingstank en Genietank vanwege de invoering van de Kodiak;

  • Wielvoertuigen (a.g.v. reguliere vervanging, gerelateerd aan het project DVOW);

  • Reservedelen lucht (diversen);

  • Kavelopbrengsten domeinen (inclusief diverse reserve delen land);

  • Diverse kleine vastgoedobjecten in het kader van KORV (= Kader Overname RijksVastgoed systematiek).

266

Is de externe inhuur bij de Defensie Materieel Organisatie (DMO), zoals de verwachting in 2015 was, afgenomen in 2016 ten opzichte van 2015?

De uitgaven aan externe inhuur bij de Defensie Materieel Organisatie zijn in 2016 afgenomen ten opzichte van 2015. Met het Jaarverslag 2016 wordt inzichtelijk gemaakt wat de uitgaven zijn.

267

Klopt het dat de personele uitgaven bij artikel 7 nauwelijks stijgen en zelfs eerst dalen? Waarom dalen de uitgaven van de externe inhuur hierbij zo, zeker gezien het feit dat er in het verleden (2015 en 2016) meer uitgegeven is?

268

Klopt het dat de personeelskosten bij artikel 8 zullen dalen? Waardoor komt dit? Waarom daalt de raming voor externe inhuur hierbij?

De personeelsuitgaven bij de artikelen 7 en 8 nemen zoals gepland iets af, onder meer door oude taakstellingen en reorganisaties die de komende jaren worden voltooid. De meerjarige raming voor inhuur maakt deel uit van de formatiebudgetten van DMO en CDC. Inhuur wordt gefinancierd uit de vacatureruimte die ontstaat als deze niet regulier gevuld kan worden.

269

Kunt u de daling toelichten van de uitgaven op artikel 10 voor de NAVO en internationale samenwerking van 57,5 miljoen euro in 2016 naar 52,6 miljoen euro in 2017?

De bijdrage voor exploitatie-uitgaven van de Navo en internationale samenwerking staat op artikel 9 (Algemeen). Er is geen sprake van een daling voor de jaren 2017 en verder. De uitgaven voor 2016 zijn hoger dan de navolgende jaren doordat betalingen die in 2015 waren gepland zijn uitgevoerd in 2016. In het Jaarverslag en de Slotwet 2015 is dit gemeld.

270

Wat betekent het dat het bedrag van 10 miljoen euro voor de Very High readiness Joint Taskforce nog nader wordt verdeeld, en wanneer gaat die nadere verdeling plaatsvinden?

De € 10 miljoen betreft een gemiddelde tegemoetkoming in de geschatte kosten per jaar voor het op peil brengen van de gereedheid van de eenheden aan de VJTF. Per jaar zal een ander krijgsmachtdeel bijdragen aan de VJTF. Hierdoor kunnen de kosten per jaar afwijken en wordt per jaar bezien hoe het budget moet worden verdeeld.

271

Kunt u in een tabel overzichtelijk aangeven hoeveel er wordt uitgegeven aan de MIVD per jaar, voor de jaren 2010–2021?

Hieronder het overzicht van begrote en de werkelijke uitgaven voor de MIVD, per jaar, in de jaren 2010–2021. Tot en met 2015 betreffen dit de werkelijke uitgaven, vanaf 2016 de begrote uitgaven. Deze uitgaven zijn opgenomen in artikel 6, 7, 8, 10 en 11. De programma-uitgaven ten behoeve van de MIVD op artikel 6, 7 en 8 zijn niet specifiek voor de MIVD weer te geven.

Jaar

Apparaatskosten (x 1000)

Geheime uitgaven (x 1000)

2010

70.848

2.236

2011

72.751

6.238

2012

70.670

5.251

2013

59.437

5.264

2014

62.522

3.893

2015

66.002

5.384

2016

75.609

6.556

2017

90.978

5.389

2018

89.720

5.391

2019

89.633

5.388

2020

89.573

5.387

2021

90.291

5.387

272

Klopt het dat de personele uitgaven op artikel 10 wel omhoog gaan? Waar zit dit dan in? En waarom blijven de kosten voor externe inhuur hier structureel wel gelijk (2,564 miljoen euro)?

Het klopt dat de personele uitgaven voor eigen personeel op artikel 10 omhoog gaan. De extra middelen zijn bestemd voor het op orde krijgen van de personele gereedheid (eigen formatie) en niet voor het uitbreiden van het budget voor inhuur.

273

Is in de berekening van het aandeel van de pensioenen en uitkeringen ten opzichte van de totale begroting de voorziening voor het AOW-gat meegeteld of niet?

Ja, deze voorziening is meegeteld.

274

Kunt u en overzicht geven van de formatie ontwikkeling vanaf 2010 tot 2016 en kunt u deze uitsplitsen naar rang (militairen) en schaal (burgerpersoneel).

Het is niet mogelijk om een volledig overzicht te geven van 2010 tot 2017 aangezien pas sinds kort in de rapportages wordt gedifferentieerd per rang/schaal. Het is wel mogelijk om de stand van 2011 en 2016 met elkaar te vergelijken. Dit is gedaan in bovenstaande tabel (in aantallen vte’n).

In de laatste kolom van bovenstaande tabel is het verschil weergegeven van de stand van zaken op 1-4-2011 en de stand van zaken op 1-1-2016. Dit geeft een beeld van de formatieontwikkeling tussen 2011 en 2016.

275

Is er sprake van een gewenst evenwicht in het aantal militairen per rang in 2017? Zo nee, op welke wijze zal dit verder wijzigen?

De krijgsmacht is ingericht om de opgedragen taken zo goed mogelijk uit te voeren. De noodzakelijke aantallen militairen per rang en de verhouding daartussen zijn daarvan een afgeleide. Daar is geen blauwdruk of gewenst percentage voor. De behoefte kan bijvoorbeeld wijzigen als gevolg van veranderingen in de veiligheidsomgeving, technologische ontwikkelingen of veranderingen in de internationale samenwerking.

276

In hoeverre gaat de apparaatstaakstelling uit regeerakkoord die vanaf 2017 oploopt tot 48 miljoen euro, ten koste van de door de Rekenkamer geconstateerde knelpunten in de ondersteunende capaciteit, zeker nu u de taakstelling belegt bij de apparaatsbudgetten van Defensie, de DMO en het CDC (Commando Dienstencentra)?

Taakstellingen uit het verleden hebben hun beslag gehad op de basisgereedheid van de krijgsmacht en de daarvoor benodigde ondersteunende capaciteiten. Zo ook de taakstelling van € 48 miljoen uit 2012, die is belegd bij het apparaatsbudget van Defensie en bij DMO en CDC. Met de extra middelen uit de begroting 2017 wordt de basisgereedheid van de krijgsmacht op orde gebracht. Hieronder valt ook het op orde brengen van de ondersteunende capaciteiten.

277

Welk deel van de post onvoorzien (50,641 miljoen euro) is in te zetten als risicoreservering bij het AOW-gat?

288

Is de post Nader te verdelen (ook) bestemd voor de reparatie van het AOW-gat van militairen die nu al een Uitkering Gewezen Militairen krijgen of hebben gehad?

De reparatie van het AOW-gat van militairen die nu een Uitkering Gewezen Militairen krijgen wordt uit arbeidsvoorwaardenbudget betaald. Nominaal & Onvoorzien is bestemd voor onvoorziene tegenvallers. Als de bestemming van het budget op Nominaal & Onvoorzien bekend is, wordt dat aan het desbetreffende beleidsartikel toegevoegd.

278

Kunt u uitleggen waarom de posten nader te verdelen/onvoorzien verlaagd zijn ten opzichte van de begroting van vorig jaar?

In de begroting voor 2016 zijn additionele budgetten opgenomen ten behoeve van de versterking van de basisgereedheid, van € 90 miljoen in 2016 tot € 272,6 miljoen in 2020. Deze zijn met de eerste suppletoire begroting 2016 toegewezen aan de beleidsartikelen. Het artikel Nominaal en Onvoorzien is dienovereenkomstig verlaagd.

279

Heeft de stijgende ontwikkeling van materieel en munitie iets te maken met stijgende vraag in de markt?

280

Klopt het dat een eventueel volgend kabinet de specifieke index voor materieel en munitie zal gaan bekijken of is dit traject voor maart 2017 afgerond?

Zie het antwoord op vraag 137.

281

Kunt u uitleggen waarom u voor de personele gereedheid in het kader van de basisgereedheid, zelf financiële ruimte moet zien te vinden en de materiële gereedheid in dit kader niet?

282

Welke mogelijkheden ziet u nog om de personele kosten in het kader van de basisgereedheid te verlagen?

283

Is er nu wel of geen extra geld om de personele gereedheid in het kader van de basisgereedheid aan te passen?

284

Klopt het dat een deel van het voor het versterken van de basisgereedheid bestemde bedrag, dat reeds ten tijde van de ontwerpbegroting 2016 was toegevoegd, nog altijd geparkeerd staat op artikel 12 (Nominaal en Onvoorzien)? Hoe groot is dit bedrag en wat is de herkomst?

285

Kunt u uitvoerig uw onderzoek met de Minister van Financiën, naar de nu berekende personele kosten en welke mogelijkheden er zijn om deze omlaag te brengen, toelichten? Overweegt u daadwerkelijk te bezuinigen op het personeel, om zo stappen te kunnen zetten op het terrein van CS/CSS (combat support en combat service support)?

286

U heeft een deel van de middelen voor de personele gereedheid in het kader van het versterken van de basisgereedheid op artikel 12 Nominaal en Onvoorzien – Nader te verdelen – geparkeerd. Om hoeveel middelen gaat het precies?

287

Klopt het dat u en de Minister van Financiën overwegen om te besparen op personele kosten, om vervolgens het vrijgekomen bedrag aan personele gereedheid te besteden? Kunt u dit toelichten?

319

Waarom is bij het opstellen van de doelstellingenmatrices al rekening gehouden met de middelen voor de personele gereedheid die geraamd zijn op de post Nominaal en onvoorzien, terwijl nog met de Minister van Financiën onderzocht moet worden of deze middelen daadwerkelijk kunnen worden bestemd voor personele gereedheid?

331

Kunt u de meerjarige raming in het Verdiepingshoofdstuk onder Niet-beleidsartikel 12 voor de jaren 2018 t/m 2021 van middelen bestemd voor personele gereedheid nader toelichten?

De middelen voor het versterken van de basisgereedheid uit de begroting van 2016 zijn toebedeeld aan de artikelen en staan niet meer op artikel 12 (Nominaal en Onvoorzien). Wat de extra middelen uit de begroting van 2017 betreft, geldt dat Defensie in samenwerking met het Ministerie van Financiën de mogelijkheden onderzoekt om de personele kosten te verlagen. Doel van dit onderzoek is het identificeren van doelmatigheidsmaatregelen die kunnen worden uitgevoerd zonder dat de basisgereedheid wordt geraakt. In de doelstellingenmatrices is om die reden uitgegaan van een herstel van de personele gereedheid.

Het onderzoek is nog niet voltooid. Tot die tijd staat een deel van het geld voor de versterking van de personele gereedheid op artikel 12 vanaf 2018 (Nominaal en Onvoorzien). Bij voorjaarsnota 2017 wordt de definitieve bestemming bepaald en zal uw Kamer hierover worden geïnformeerd. Het gaat om € 39 miljoen structureel.

288

Is de post Nader te verdelen (ook) bestemd voor de reparatie van het AOW-gat van militairen die nu al een Uitkering Gewezen Militairen krijgen of hebben gehad?

Zie het antwoord op vraag 278.

289

Hoe verklaart u bij de baten (tabel) het grote verschil tussen de raming van 2017 (60,6 miljoen euro) en verdere invulling vanaf 2018 en verder (40 miljoen euro) voor het deel van de omzet van het moederdepartement dat betaald wordt uit IT-I deel?

De structurele IT-uitgaven zijn € 40 miljoen. Echter, in 2017 blijkt de afbouw van oude systemen minder snel te verlopen dan gepland. Het is noodzakelijk in 2017 extra uitgaven te doen om deze legacy systemen in de lucht te houden, tot het moment van vervanging.

290

Hoe verklaart u bij de lasten (tabel) de enorme verhoging van de inhuur (2016:, 6,4 miljoen euro en vanaf 2017: 17,5 miljoen euro) en waarom blijft dit structureel zo hoog?

295

Waarom zijn de apparaatskosten voor eigen personeel door een natuurlijk verloop lager geworden, maar neemt de externe inhuur wel flink toe?

De uitgaven voor inhuur fluctueren jaarlijks al naar gelang van het beschikbare budget en de behoefte aan extra capaciteit bij het departement. In 2016 was er minder budget beschikbaar. Vanaf 2017 sluiten budget en behoefte beter op elkaar aan.

291

Hoe verklaart u de fluctuaties bij de materiële kosten (tabel), tussen begrotingsjaar 2016, raming 2017 en verdere invulling vanaf 2018?

De uitgaven voor materiële kosten zijn sinds 2011 structureel gedaald als gevolg van een taakstelling. Het is de afgelopen jaren echter nodig geweest gedurende de begrotingsuitvoering budget toe te voegen om de voortgang van de werkzaamheden te garanderen. Dat is vanaf 2017 waarschijnlijk niet meer nodig.

292

Kunt u de materiële kosten uit de tabel verder uitwerken (dus in directe kosten, huisvestingskosten etcz.)?

(Bedragen x € 1.000)

Raming 2017

2018

2019

2020

2021

Materiële kosten

         

– directe kosten

23.098

17.598

17.598

17.598

17.598

– huisvestingskosten

67

67

67

67

67

– kantoorkosten

487

487

487

487

487

– algemene kosten

– kosten hard- en software

73.188

58.720

65.931

66.040

65.424

Totaal Materiële kosten

96.840

76.872

84.083

84.192

83.576

293

Kunt u de afschrijvingskosten in de tabel verder uitwerken in licenties, gebouwen, inventaris etc.?

(Bedragen x € 1.000)

Raming 2017

2018

2019

2020

2021

Afschrijvingskosten

         

– licenties

5.353

5.353

5.353

5.353

5.353

– gebouwen

884

884

884

884

884

– inventaris/installaties

949

949

949

949

949

– computer hardware en software

18.814

18.814

18.814

18.814

18.814

– overige materiele vaste activa

Totaal afschrijvingskosten

26.000

26.000

26.000

26.000

26.000

294

Kunt nog wat beter de stijging in de baten en lastenrekening (tabel) met betrekking tot het IT-E verduidelijken?

Ten opzichte van het budget in de begroting 2016 zijn de budgetten voor IT-E verhoogd. Ten eerste heeft Defensie budget vrijgemaakt om het te lage budget voor de IT-E te verhogen. Ten tweede is met de eerste suppletoire begroting 2016 budget toegevoegd vanuit de extra middelen die met de begroting 2016 beschikbaar kwamen voor Defensie.

(Bedragen x € 1.000)

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Oorspronkelijk IT-E budget

157.208

150.435

149.255

150.945

150.945

150.945

Extra Budget voor 2017

 

18.007

19.857

25.378

25.487

24.871

Subtotaal

157.208

168.442

169.112

176.323

176.432

175.816

Extra middelen begroting 2016

0

13.000

13.000

13.000

13.000

13.000

Totaal omzet IT-E

157.208

181.442

182.112

189.323

189.432

188.816

295

Waarom zijn de apparaatskosten voor eigen personeel door een natuurlijk verloop lager geworden, maar neemt de externe inhuur wel flink toe?

Zie het antwoord op vraag 290.

296

Wanneer moet de High Performance Organisation ingevoerd zijn en welke kosten brengen dit dan met zich mee?

Een High Performance Organization (HPO) is een organisatie die gedurende minimaal vijf jaar steeds betere resultaten behaalt dan vergelijkbare organisaties. De weg hier naartoe is lang en heeft betrekking op de kwaliteit van het management, de kwaliteit van de medewerkers, continue verbetering en vernieuwing, langetermijngerichtheid en openheid en actiegerichtheid. De transitie naar de HPO neemt ongeveer vijf jaar in beslag en JIVC verwacht dan ook in 2020 een HPO te zijn. De kosten hiervan zijn beperkt tot de reguliere managementtrainingen, medewerkerstrainingen en -opleidingen en teamtrainingen. Deze zijn opgenomen in het opleidingsbudget.

297

Kunt u de fluctuaties in de operationele kaststromen 2 en 3 (tabel kasstroomoverzicht) verklaren?

In de begroting 2017 wordt uitgegaan van een nulresultaat, dat wil zeggen noch winst noch verlies. Verder is het uitgangspunt dat zich geen aanpassingen in het werkkapitaal voordoen en dat de investeringen worden gefinancierd via de leenfaciliteit. Dit betekent dat de aflossing van de lening vanuit de operationele kasstroom moet worden gedekt. In het overzicht staat de werkelijke aflossing voor de komende jaren. Dit vertaalt zich evenredig naar de operationele kasstroom. Dit verklaart de mutaties in de operationele kasstroom.

298

Gaan deze kaststromen nog veranderen nu het kabinet besloten heeft om diverse missies te verlengen?

Nee, dit heeft geen mutaties in het kasstroomoverzicht tot gevolg. Indien DTO extra kosten moet maken in het kader van missies staat hier ook omzet voor DTO tegenover. Per saldo is de mutatie in de operationele kasstroom hierdoor nul.

299

Kunt u uitleggen waarom de totale investeringskasstroom op 26 miljoen euro uitkomt, terwijl deze in de jaren hiervoor steeds hoger is geweest en er juist investeringen gedaan worden voor de IT-infrastructuur?

Investeringen in nieuwe IT-infrastructuur (programma GrIT) lopen niet via DTO, maar via het beleidsartikel 06 Investeringen Krijgsmacht. Investeringen in de bestaande IT-infrastructuur met het oog op de nieuwe infrastructuur worden alleen door DTO gedaan indien het noodzakelijk is de continuïteit van de reguliere bedrijfsvoering te garanderen. Dat is een kleiner investeringspakket dan in de afgelopen jaren, waarin ook investeringen voor nieuwe IT via het agentschap liepen.

300

Kunt u aangeven waarom de cijfers met betrekking tot de indicator Generiek uit de doelmatigheidsparagraaf (tabel), voor Housing t/m Connectivity, zo veel verschillen/anders zijn dan de cijfers uit de tabel van vorig jaar (34 300-X, p. 86)

301

Kunt u aangeven waarom de cijfers met betrekking tot indicator Generiek (uit de doelmatigheidsparagraaf) zo veel verschillen/hoger zijn dan de cijfers uit de tabel van vorig jaar (34 300 X, p. 86)?

In de begroting 2016 bleken de kosten te laag begroot. Dit had gevolgen voor de cijfers in de doelmatigheidsparagraaf. Gedurende 2016 bleek het dan ook nodig budget toe te voegen. In de begroting 2017 is dit budget toegevoegd, als gevolg waarvan de doelmatigheidsparagraaf een reëler beeld geeft dan in de begroting 2016.

301

Kunt u aangeven waarom de cijfers met betrekking tot indicator Generiek (uit de doelmatigheidsparagraaf) zo veel verschillen/hoger zijn dan de cijfers uit de tabel van vorig jaar (34 300 X, p. 86)?

Zie het antwoord op vraag 300.

302

Kunt u aangeven waarom het gemiddeld gewogen tarief in euro's per uur in vergelijking met vorig jaar gedaald is (vorig jaar voor 2017 76,30, nu voor 2017 75,80) en dat hier tevens sprake is van een structurele gelijkblijvend tarief in plaats van een langzaam oplopend tarief zoals vorig jaar is opgenomen in deze tabel? Kunt u dit ook uitleggen voor de veranderingen bij de gemiddeld gewogen kostprijs applicatietaken en de veranderingen bij de gemiddeld gewogen kostprijs ontwikkeltaken?

In de begroting 2016 is het tarief van 2014 als uitgangspunt genomen. Het was de verwachting dat dit ieder jaar met tien cent zou stijgen. Ten tijde van de opstelling van de begroting 2016 was het concrete gevolg van het bovensectorale arbeidsvoorwaardenakkoord 2016 nog niet bekend. In de begroting 2017 is het tarief van 2015 als uitgangspunt genomen en kon het effect van het bovensectoraal arbeidsvoorwaardenakkoord 2016 worden verwerkt in het tarief van 2017.

303

Welke maatregelen gaat om de vulling van eenheden binnen de gestelde financiële kaders te verbeteren, om hiermee de balans tussen personeelsbudget en formatieplan te herstellen?

304

Welke capaciteit (financieel en personeel) gaat u aanwenden om de diverse opleidingen te verbeteren waarmee organieke eenheden worden ontlast?

305

Waarom wordt met name de directe ondersteuning vanuit het Commando Diensten Centra (CDC) wel direct verbeterd?

Zie het antwoord op vraag 53.

306

Welke deel van het investeringsplan is bij de harmonisering Defensie Investeringen Plan (DIP) in jaren verschoven en hoe zit de verdeling er dan uit?

De verschuivingen hebben meerdere redenen. In een groot aantal gevallen zijn ze voortgekomen uit het verwerken van de realisatiegegevens van 2015. Daarnaast heeft krapte in het investeringsbudget geleid tot herprioritering. De voornaamste verschuivingen zijn weergegeven in het MPO 2015. Overige kleinere verschuivingen zijn veelal commercieel vertrouwelijk en worden niet specifiek benoemd.

307

Kunt u uitleggen waarom niet-operationele dienstauto’s sneller moeten worden vervangen? Kunt u de businesscase naar de Kamer sturen? Over welke auto’s gaat dit? Wie gebruikt deze? Welke bedragen zijn hiermee gemoeid (investeringsbudget en exploitatie)? Waarom gaan deze dienstauto’s maar twee jaar mee?

329

Hoeveel civiele dienstauto’s worden er Defensie breed aangeschaft en welk bedrag is hiermee gemoeid?

Op dit moment beschikt Defensie over 5.468 civiele dienstauto’s ingedeeld in diversie categorieën. Het bestand is sterk verouderd. Dit leidt tot oplopende exploitatielasten. Onder het nieuwe, rijksbrede contract voor het wagenparkbeheer is het doelmatiger om een kortere vervangingscyclus van twee jaar te hanteren. Hiermee kunnen de exploitatiekosten worden beperkt tot € 13,3 miljoen per jaar. Het verouderde bestand wordt nu versneld vervangen. Op de korte termijn leidt dit tot een extra investering van € 31,6 miljoen in 2017 en een extra opbrengst van € 24,3 miljoen voor het inruilen van de auto’s.

308

Hoe komt het dat in de financiële administratie een «onrealistische structurele reeks aan geplande verkoopopbrengsten» was opgenomen?

309

Waarom zijn de verkoopopbrengsten beduidend hoger geschat dan de geplande opbrengsten volgens het Defensie Aanvullingsplan, terwijl bij de afstoting van materieel al jaren sprake is van een onrealistische structurele reeks aan geplande verkoopopdrachten?

310

Kunt u nader toelichten wat de besluitvorming inhoudt dat in het kader van de beantwoording van de motie Van der Staaij II (Kamerstuk 34 000, nr. 23) tot nader order geen onomkeerbare besluiten tot afstoting (voor de projecten AMBV’s en PzH2000) worden genomen? Waarom boekt u dan nog wel verkoopopbrengsten in?

311

Wat zijn de consequenties van de verlaging van de «beduidend hoger geraamde» verkoopopbrengsten in 2020 en 2021 voor de Defensiebegroting, die nu al een groot gat kent bij de investeringen de komende 15 jaar? Met welk bedrag is het gat met de begroting 2017 groter of kleiner geworden in vergelijking met 2016?

312

Hoe komt het dat in de financiële administratie een «onrealistische structurele reeks aan geplande verkoopopbrengsten» was opgenomen?

313

Heeft het onrealistisch plannen van verkoopopbrengsten alleen betrekking op 2020 en 2021 of was daar in eerdere jaren ook sprake van?

315

Hoe komt het dat in de financiële administratie een «onrealistische structurele reeks aan geplande verkoopopbrengsten» was opgenomen?

316

Heeft het onrealistisch plannen van verkoopopbrengsten alleen betrekking op 2020 en 2021 of was daar in eerdere jaren ook sprake van?

De oorzaak van de onrealistische structurele reeks was een administratieve fout in het afstotingsplan van 2016. Die resulteerde in onrealistische verkoopopbrengsten in 2020 en 2021. Deze administratieve fout is onderkend en in de begroting voor 2017 gecorrigeerd. Het afstotingsplan wordt enkele malen per jaar aangepast aan de hand van marktanalyses. Fluctuaties in de vraag leiden tot andere verkoopmomenten dan oorspronkelijk in de planning opgenomen.

Zie ook het antwoord op vraag 92.

314

Waarom begroot u in 2017 29,1 miljoen euro meer verkoopopbrengsten, terwijl u de verkoopopbrengsten van de Leopard 2 tank aan Duitsland en de PzH2000 neerwaarts bijstelt? Wat bent u van plan in 2017 te verkopen na de grote «uitverkoop» van de afgelopen jaren?

Zie het antwoord op vraag 264.

315

Hoe komt het dat in de financiële administratie een «onrealistische structurele reeks aan geplande verkoopopbrengsten» was opgenomen?

316

Heeft het onrealistisch plannen van verkoopopbrengsten alleen betrekking op 2020 en 2021 of was daar in eerdere jaren ook sprake van?

Zie het antwoord op vraag 308.

317

Is de wijze van plannen van verkoopopbrengsten aangepast en zijn de huidige geplande verkoopopbrengsten wel realistisch?

De systematiek is niet veranderd sinds de vorige begroting. De geplande verkoopopbrengsten zijn realistisch, maar de verkoop van materieel en vastgoed blijft onderhevig aan marktwerking. Hierdoor kunnen er verschillen ontstaan tussen de verwachte en de werkelijke opbrengst. Daarnaast leiden fluctuaties in de vraag tot andere verkoopmomenten dan oorspronkelijk voorzien. Tot slot hebben beleidsbeslissingen invloed op het afstoten van materieel en vastgoed. Een voorbeeld daarvan is de overdracht van zestien Leopardtanks aan Duitsland in het kader van de Duits-Nederlandse samenwerking.

318

Welke ruimte is er voor een verdere verbetering van het loonhuis bij Defensie, als u bij de huidige verbetering van de basisgereedheidstelling al budget moet vinden binnen de huidige financiële kaders?

De ruimte voor verbetering van het loonhuis bij Defensie moet worden gevonden binnen de gelden die voor de arbeidsvoorwaarden beschikbaar zijn.

319

Waarom is bij het opstellen van de doelstellingenmatrices al rekening gehouden met de middelen voor de personele gereedheid die geraamd zijn op de post Nominaal en onvoorzien, terwijl nog met de Minister van Financiën onderzocht moet worden of deze middelen daadwerkelijk kunnen worden bestemd voor personele gereedheid?

Zie het antwoord op vraag 281.

320

Wat is de reden dat de dubbele beheerlasten IT en de voorziening voor schadeclaims veteranen op één post zijn geboekt? Wat hebben deze kosten met elkaar te maken?

323

Waarom zijn de dubbele beheerslasten IT en de voorziening voor schadeclaims van veteranen in de begroting op één post geboekt? Wat hebben deze kosten met elkaar te maken?

Dit betreft slechts boekhoudkundig een boeking op een post. Er is geen relatie tussen deze kosten.

321

Kunt u de uitgaven voor dubbele beheerlasten IT en de voorziening voor schadeclaims uitsplitsen, per begrotingsartikel, voor 2017–2020?

322

Hoeveel bedraagt de voorziening voor schadeclaims veteranen in totaal per jaar in 2017 en in de jaren tot en met 2020?

324

Kunt u de uitgaven voor dubbele beheerslasten IT en de voorziening voor schadeclaims uitsplitsen, per begrotingsartikel, voor 2017–2020?

327

Hoeveel bedraagt de voorziening voor schadeclaims veteranen in totaal in 2017 en in de jaren tot en met 2020?

Over de afwikkeling van de schadeclaims bent u 23 augustus jl. geïnformeerd (Kamerstuk 30 139, nr. 165). Over de dubbele beheerslasten IT bent u reeds in het AO van 5 juli 2016 (Kamerstuk 31 125, nr. 70) geïnformeerd. In de begroting zijn deze opgenomen in bijlage 6.4, Overzicht uitgaven IT.

323

Waarom zijn de dubbele beheerslasten IT en de voorziening voor schadeclaims van veteranen in de begroting op één post geboekt? Wat hebben deze kosten met elkaar te maken?

Zie het antwoord op vraag 320.

324

Kunt u de uitgaven voor dubbele beheerslasten IT en de voorziening voor schadeclaims uitsplitsen, per begrotingsartikel, voor 2017–2020?

Zie het antwoord op vraag 321.

325

Waarom zijn de uitgaven van de operationele commando’s verminderd op de post «Risicobijdrage aan dubbele beheerslasten IT en voorziening schadeclaims veteranen»? Is deze korting bestemd voor dubbele beheerslasten IT of voor de voorziening schadeclaims veteranen?

Voor het bekostigen van de dubbele beheerslasten IT en de voorziening schadeclaims veteranen is budget nodig waaraan alle defensieonderdelen inclusief de operationele commando’s een bijdrage leveren. De bijdrage berust op de huidige inzichten.

326

Wat zijn de consequenties van de vermindering van uitgaven van in totaal 29 miljoen euro bij de operationele commando’s op de post «Risicobijdrage aan dubbele beheerslasten IT en voorziening schadeclaims veteranen»? Op welke wijze moeten de operationele commando’s dit geld opbrengen?

De vermindering van de uitgaven met € 29 miljoen van de Operationele Commando’s in verband met de bijdrage dubbele IT-lasten is verwerkt in de verwachte groei van de gereedstelling zoals gepresenteerd in deze begroting. De defensieonderdelen zijn zelf verantwoordelijk voor de wijze waarop zij hun bijdrage inpassen.

327

Hoeveel bedraagt de voorziening voor schadeclaims veteranen in totaal in 2017 en in de jaren tot en met 2020?

Zie het antwoord op vraag 321.

328

Is de voorziening voor schadeclaims voor veteranen geheel bekostigd uit de Defensiebegroting? Zo ja, hoe verhoudt zich dit tot het in Kamerbrief 30 139, nr. 165 aangekondigde onderzoek van het kabinet of de schadeclaims anders dan uit de Defensiebegroting kunnen worden opgebracht?

Zie het antwoord op vraag 23.

329

Hoeveel civiele dienstauto’s worden er Defensie breed aangeschaft en welk bedrag is hiermee gemoeid?

Zie het antwoord op vraag 307.

330

Kunt u nader specificeren wat «faciliteren operationele gereedheid» concreet inhoudt in respectievelijk de tabel bij artikel 6, de tabel bij artikel 7 en de tabel bij artikel 8?

Met het extra geld wordt de komende jaren de basisgereedheid van de krijgsmacht op orde gebracht. De materiële gereedheid, personele gereedheid en geoefendheid van de eenheden worden verbeterd, maar ook enkele diensten worden versterkt die de basisgereedheid ondersteunen. Dit laatste betreft vooral de directe ondersteuning vanuit het Commando Diensten Centra (CDC) aan de operationele commando’s. De extra middelen «faciliteren operationele gereedheid» op artikel 8 (CDC) zijn dan ook bestemd voor de ondersteuning van de operationele gereedheid door het CDC. Het betreft vooral intensiveringen op het gebied van werving en selectie, opleidingen, transport en medische zorg. De extra middelen op artikel 7 (Defensie Materieel Organisatie) zijn bestemd voor werkplekken ten behoeve van de versterking van de MIVD en om het langer doorvliegen met de Cougar mogelijk te maken. Artikel 6 draagt € 3 miljoen bij aan de ondersteunende maatregelen voor het volledig op orde brengen van de basisgereedheid.

331

Kunt u de meerjarige raming in het Verdiepingshoofdstuk onder Niet-beleidsartikel 12 voor de jaren 2018 t/m 2021 van middelen bestemd voor personele gereedheid nader toelichten?

Zie het antwoord op vraag 281.

332

Klopt het dat de categorie «vrije ruimte/spanning» bij de investeringen in nieuw materieel meer spanning zit dan in de begroting vorig jaar? Hoeveel meer en wat zijn de consequenties daarvan?

De spanning is inderdaad hoger. Dat komt doordat het investeringsbudget binnen de begrotingsperiode hoger is. De extra € 135 miljoen spanning wordt gebruikt als planruimte.

333

Hoe beoordeelt u het feit dat België voor de beoogde vervanging samen met Nederland van haar twee M-fregatten raamt op ruim 1 miljard euro (De Strategische Visie voor Defensie, 29 juni 2016, blz. 89), terwijl Nederland een bedrag van slechts 730 miljoen euro reserveert? Is het investeringsbudget dat u reserveert niet veel te laag? In hoeverre torpedeert u hiermee toekomstige samenwerking met België?

Door een aantal grote reeds lopende investeringsprojecten van Defensie bevat het huidige investeringsbudget te weinig ruimte om voldoende budget voor de vervanging van de M-fregatten op het juiste moment beschikbaar te maken. Voor de vervanging van de M-fregatten is België de beoogde partner vanwege de succesvolle samenwerking in BENESAM. Er is al veelvuldig binationaal overleg over dit gezamenlijke vervangingsproject.

334

Klopt het dat het totale bedrag dat van de begroting naar wapensystemen gaat hoger is dan op de vorige begroting? Kunt u dit schematisch weergeven door de cijfers van 2016 en 2017 onder elkaar te zetten? Hoe verhoudt deze verhoging zich tot het extra budget dat Defensie met de begroting van 2017 toegewezen krijgt? Is de stijging van de totale kosten voor wapensystemen hoger of lager dan dit extra budget?

Ja, het totale bedrag dat van de begroting naar wapensystemen gaat is hoger dan in de begroting 2016. De verhoging is vooral terug te voeren op de extra budgetten voor instandhouding en gereedstelling die met deze begroting 2017 zijn toegewezen. Tevens is in deze begroting de definitieve verdeling van de budgetverhoging uit de begroting 2016 verwerkt. Daarnaast draagt de verwerking van loon- en prijsbijstellingen bij tot de toename.

335

Kunt u in een overzicht aangeven hoeveel in de afgelopen vijf jaar totaal aan cyber is uitgegeven en hoeveel hiervoor voor de komende vijf jaar vanaf 2017 is geraamd?

Zie het antwoord op vraag 44.

336

Kunt u in een tabel overzichtelijk aangeven hoeveel er per jaar wordt uitgegeven aan het Defensie Cyber Commando, voor de jaren 2015–2021?

DCC*

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Investeringen

3.5

1.6

3,25

2,6

0

0

0

Exploitatie

2.8

7.4

7,6

10,1

10,1

10,1

10,8

* in miljoen euro

337

Kunt u in een tabel overzichtelijk per jaar aangeven hoeveel mensen bij het Defensie Cyber Commando werken (formatie), voor de jaren 2015–2021?

Na een aanloop in de eerste jaren is de structurele formatie van het Defensie Cyber Commando 80 vte’n.

338

Hoeveel cyber reservisten zijn er bij Defensie?

Er zijn momenteel 44 reservisten op cyberfuncties geplaatst. Daarvan zijn er elf geplaatst bij het CLAS in het Cybercommando, twaalf bij het CZSK, zes bij het CLSK en vijf bij de KMar. Daarnaast wordt actief geworven en doorlopen achttien kandidaten het selectietraject.

339

Gaat van het extra geld dat nu wordt geïnvesteerd in Defensie, ook geld naar het Defensie Cyber Commando? Zo ja, hoeveel?

Zie het antwoord op vraag 44.

340

Kunt u bij de Defensie Cyber Strategie uitleggen wat er per doelstelling gedaan is om deze te halen?

Voor een uitgebreide toelichting op wat Defensie tot nog toe heeft gedaan om de doelstellingen uit de Defensie Cyber Strategie te behalen wordt verwezen naar de voortgangsrapportage hierover die 15 maart jl. aan uw Kamer is aangeboden (Kamerstuk 33 321, nr. 7).

341

Welk bedrag is in totaal gemoeid met cyberoperaties in 2016 en 2017?

Zie het antwoord op vraag 44.

342

Onder welke begrotingsartikelen valt de inzet voor cyberoperaties en digitale weerbaarheid?

Activiteiten van het cybercommando vallen onder beleidsartikel 3 Taakuitvoering landstrijdkrachten.

343

Waarom blijft u tot nu toe het multicultureel netwerk Defensie subsidiëren? Bent u bereid de geplande evaluatie in 2017 naar de Kamer te sturen? Zo nee, waarom niet?

Defensie beoordeelt jaarlijks alle aanvragen van organisaties die in aanmerking willen komen voor een subsidie en verleent subsidies aan organisaties indien activiteiten aansluiten bij de doelstellingen van Defensie. Voorts worden lopende subsidies vijfjaarlijks geëvalueerd. Defensie publiceert deze evaluaties niet. Bij reguliere verantwoording over beleid wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de effectiviteit van het instrument.

344

Op welke termijn gaat u de vele organisaties die tot op heden nog geen budget hebben toegewezen gekregen, vanaf 2018, uitsluitsel geven over het wel of niet opnieuw verkrijgen van een subsidie?

Defensie beoordeelt jaarlijks elke aanvraag van organisaties die in aanmerking willen komen voor een subsidie. Defensie beoordeelt na ontvangst of de aangevraagde subsidie (nog steeds) aansluit bij de doelstellingen van Defensie. Hierbij is in de meeste gevallen sprake van langlopende subsidierelaties. Daarnaast worden lopende subsidies vijfjaarlijks geëvalueerd. Afhankelijk van de uitkomst van de evaluaties – die in 2017 aan de orde zijn – wordt uitsluitsel gegeven over het continueren van de subsidie voor de periode daarna, al dan niet in aangepaste vorm.

345

Wanneer kan de Kamer de uitvoering van de motie van de leden Eijsink en Teeven over de bekostiging van aanvullende schadeclaims van veteranen (Kamerstuk 30 139, nr. 162) tegemoet zien? Waarom heeft u de motie niet opgenomen in het overzicht van door de Staten-Generaal aanvaarde moties?

Zie het antwoord op vraag 23.

346

Is de situatie van de voertuigen van de medische troepen met het extra geld uit 2016 verbeterd? Zo ja, wat is er aan aantallen voertuigen vernieuwd?

De huidige voertuigen worden met het project Defensiebrede Vervanging Operationele Wielvoertuigen (DVOW) vervangen. Om de inzetbaarheid te verhogen heeft het CLAS 48 reeds buiten dienst gestelde ziekenauto’s tijdelijk weer in dienst gesteld tot de nieuwe voertuigen worden geleverd. De brigades hebben op die manier elk tien extra voertuigen in gebruik om aan alle aanvragen te voldoen.

347

Waarom heeft u de motie Knops en Teeven (Kamerstuk 27 830, nr. 154) om de gevolgen van valutawisselingen en de ontwikkeling van materieel- en munitieprijzen op korte termijn serieus te onderzoeken, alsmede hierop in de begroting van 2016 nadrukkelijk terug te komen, niet uitgevoerd? Wanneer bent u bereid dit wel te doen?

Met het rapport van de Studiegroep Begrotingsruimte (Kamerstuk 34 300, nr. 74) is de Kamer geïnformeerd dat de daarin voorgestelde loon- en prijsindexatie voor Defensie ruimte biedt voor een oplossing. Defensie heeft op basis hiervan het CBS gevraagd om de mogelijkheid van een specifieke Defensie prijsindex te onderzoeken. Als het CBS-onderzoek voldoende aanknopingspunten biedt, zal in 2017, in samenspraak met het Ministerie van Financiën, worden bekeken hoe verder met deze specifieke index omgegaan wordt in het begrotingsproces. Ten aanzien van valutawisselingen heeft het kabinet in 2016 € 40 miljoen vrijgemaakt voor een reservering voor valutaschommelingen binnen de defensiebegroting.

348

Vindt u de uitbreiding van de personele capaciteit voor projecten met een «flexibele schil» in lijn met de motie Knops (34 300 X, nr. 34), die vroeg om een structurele versterking van de personele capaciteit in de verwervingsketen? Zijn met deze flexibele schil alle knelpunten op het gebied van personele capaciteit, zoals in kaart gebracht door Policy Research Corporation (PRC), volledig opgelost? Zo nee, welke resteren en waarom doet u daar niets aan?

Zie het antwoord op vraag 229.

349

Op 26 maart 2015 heeft de Minister toegezegd de mogelijkheden voor verlichting van de begroting m.b.v. een privaat investeringsfonds te onderzoeken op basis van een in de Militaire Spectator beschreven concept (Kamerstuk 27 830, nr. 152). In antwoord op de vragen voor het wetgevingsoverleg Materieel Defensie van 2 november 2015 is aangekondigd dat de mogelijkheid wordt bekeken om enkele pilotprojecten te starten. Wat is de stand van zaken na ruim anderhalf jaar?

Zie het antwoord op vraag 35.

350

Wanneer doet u uw toezegging gestand, gedaan in het algemeen overleg materieel Defensie van 26 maart 2015 (Kamerstuk 27 830, nr. 152 ), om het gesprek aan te gaan over de mogelijkheden van een privaat investeringsfonds en de Kamer hierover te informeren? Bent u bereid dit ruimschoots vóór het wetgevingsoverleg materieel Defensie op 9 november 2016 te doen?

Zie het antwoord op vraag 35.


X Noot
1

«Key Facts, july 2016», Navo website