Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 juni 2016
Zoals bekend kreeg het Joint Support Ship (JSS) Zr.Ms. Karel Doorman in maart jl. te maken met een ernstig probleem toen een
van de twee hoofdelektromotoren van het schip defect raakte. Ik heb u hierover op
6 april en 13 mei jl. geïnformeerd1. Inmiddels zijn de resultaten van het technisch onderzoek bekend. Dit onderzoek is
uitgevoerd door de fabrikant van de elektromotoren, General Electric. Duidelijk is
dat behalve de eerste motor ook de tweede hoofdelektromotor moet worden aangepast.
Hiervoor moet deze motor eveneens uit het schip worden gehaald. Met deze brief informeer
ik u over de stand van zaken.
Defect elektromotor
De defecte elektromotor is eind april jl. uit het schip gehaald voor onderzoek bij
de fabrikant in Frankrijk. In opdracht van Defensie heeft het onafhankelijke classificatiebureau
DNV-GL toegezien op het onderzoek. Een elektromotor bestaat uit een draaiend deel,
de rotor, en een niet-draaiend deel, de stator. De fabrikant heeft vastgesteld dat
in delen van de stator haarscheurtjes zijn ontstaan die uiteindelijk hebben geleid
tot het afbreken van metalen fragmenten. Voor de oplossing van dit probleem is een
aanpassing van het ontwerp van de stator noodzakelijk.
De tweede elektromotor is identiek aan de motor die kapot is gegaan. Als niet wordt
ingegrepen, is de kans groot dat ook deze motor na verloop van tijd defect raakt.
In goed overleg tussen Defensie, de bouwer (Damen Schelde Naval Shipbuilding, DSNS)
en de fabrikant van de motor (General Electric) is daarom afgesproken dat ook de tweede
motor zal worden aangepast. Het classificatiebureau zal voor Defensie het reparatieproces
monitoren en kwaliteitscontroles uitvoeren. Net als bij de eerste motor is het ook
bij de tweede noodzakelijk om deze naar de fabrikant over te brengen. Het is niet
mogelijk om de aanpassing aan boord uit te voeren. Ook voor het verwijderen van de
tweede elektromotor is het nodig om een nieuwe opening te maken in twee tussendekken
van het schip.
Gevolgen voor inzetbaarheid
Op 13 mei jl. liet ik u weten dat Defensie, volgens de planning van dat moment, in
november weer over het schip zou kunnen beschikken. Met andere woorden, de bemanning
zou in november kunnen beginnen met een opwerktraject voor operationele gereedheid.
Nu duidelijk is dat ook de tweede motor moet worden aangepast, verwacht ik dat het
opwerktraject niet voor de zomer van 2017 van start zal gaan. Een hard gelag, voor
de bemanning in het bijzonder. Na voltooiing van het opwerktraject zal het schip naar
verwachting eind 2017 gereed zijn voor operationele inzet. In de loop van het opwerktraject
kan het schip en zijn bemanning wel al een deel van de taken samen met andere eenheden,
ook met die van andere landen, beoefenen.
Het JSS is het enige bevoorradingsschip van het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK).
Zolang het JSS niet beschikbaar is, zal het CZSK indien nodig een beroep moeten doen
op de bevoorradingscapaciteit van bondgenoten. Of dit werkelijk noodzakelijk is, wordt
nog nader in kaart gebracht. Tot de reparatie is voltooid, is het JSS evenmin beschikbaar
voor strategische transporttaken. Dergelijke taken zijn overigens vooralsnog niet
voorzien.
Op 4 februari jl. heb ik samen met mijn Duitse collega een Letter of Intent getekend over marine-samenwerking. Het JSS vormt daarvan een belangrijk element.
Zoals ik u op 13 mei jl. reeds heb gemeld, zijn voor de rest van 2016 voor het JSS
geen gezamenlijke activiteiten met Duitsland gepland. Het CZSK zal in overleg met
de Duitse marine bezien hoe de samenwerking in 2017 gestalte krijgt. Voor de langere
termijn voorzie ik geen gevolgen. Als het schip is gerepareerd, is het weer beschikbaar
voor de afgesproken samenwerking.
Afwikkeling schade
Defensie heeft een contract met DSNS als de bouwer van het schip en niet met de fabrikant
General Electric die toeleverancier is. Zoals eerder gemeld, heeft Defensie in maart
jl. bij DSNS een beroep gedaan op het garantieartikel in het bouwcontract omdat niet
wordt voldaan aan de overeengekomen eisen. Inmiddels voeren Defensie en DSNS constructief
overleg over de financiële aspecten. Defensie verwacht geen financiële schade te zullen
lijden. Gevolgschade in verband met het niet operationeel kunnen inzetten van het
JSS valt niet onder de garantie. De eventuele kosten daarvan, bijvoorbeeld als gevolg
van de inhuur van vervangende capaciteit, komen in voorkomend geval ten laste van
de defensiebegroting.
Defensie, DSNS en General Electric spannen zich gezamenlijk in voor het zo snel mogelijk
weer inzetbaar maken van het JSS. Alle partijen werken hierbij goed samen.
De Minister van Defensie,
J.A. Hennis-Plasschaert