Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201733763 nr. 110

33 763 Toekomst van de krijgsmacht

Nr. 110 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 september 2016

Inleiding

Hierbij ontvangt uw Kamer de inzetbaarheidsrapportage over de eerste helft van 2016. De inzetbaarheidsrapportage bestaat uit twee delen. Er wordt gerapporteerd over de mate waarin Defensie in staat is aan de inzetbaarheidsdoelstellingen te voldoen (bijlage 1) en over de gereedheid van de operationele eenheden (bijlage 2).

Informatie over de inzetbaarheid van de Nederlandse krijgsmacht is operationeel gevoelig. Door de openbaarheid van de rapportage staat het Defensie niet vrij om exacte percentages, aantallen of specifieke typeaanduidingen te noemen.

Inzetbaarheid (bijlage 1)

In vergelijking met de rapportage in het Jaarverslag 2015 (Kamerstuk 34 475 X, nr. 1) zijn er geen wijzigingen opgetreden in de inzetbaarheid van de krijgsmacht. Zoals bekend duurt het enige jaren alvorens de effecten van het extra budget ook daadwerkelijk in volle omvang voelbaar en zichtbaar zijn. Met zowel groot- als kleinschalige inzet, nationaal en internationaal, heeft Defensie grotendeels aan de inzetbaarheidsdoelstellingen kunnen voldoen. De krijgsmacht is onder meer ingezet in Afghanistan, Irak, Mali, de Hoorn van Afrika, de Egeïsche Zee, de Balkan en diverse kleine missies. Ook de nationale inzet ging onverminderd door. De geïntensiveerde inzet van de KMar voor bewakingstaken heeft veel van de KMar-organisatie gevraagd. Voorts was er tijdens deze periode bij veiligheidspartners een grote vraag naar militaire bijstand en steunverlening door Defensie in Nederland.

Het aanhoudende beroep op de krijgsmacht in combinatie met knelpunten in de gereedheid leiden tot een aantal beperkingen in de inzetbaarheid die vooral het vermogen aantasten om langdurig en gelijktijdig eenheden in te zetten. Bijlage 1 gaat hier nader op in.

De beperkingen ten aanzien van de basisgereedheid worden met de intensiveringen uit 2016 en 2017 aangepakt. De intensiveringen zien toe op het op orde brengen van de personele en materiële gereedheid, en zo ook de geoefendheid. Om het gereedstellingsproces zo doelmatig en doeltreffend mogelijk in te richten, wordt in 2016 een interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) uitgevoerd. Hierbij is uiteraard aandacht voor een optimale aansluiting van de gereedstellingsactiviteiten op de inzetbaarheidsdoelstellingen. In bijlage 2 is per eenheid aangegeven wanneer Defensie verwacht dat een eenheid weer operationeel gereed is. Let wel, een beperking kan ook ontstaan door bijvoorbeeld schaarse (gevechts)ondersteuning of langdurige eenzijdige inzet.

De structurele versterking van de krijgsmacht vergt een stapsgewijze en meerjarige aanpak. Zoals het kabinet eerder heeft gesteld (Kamerstuk 28 676, nr. 242) zijn – ook na het op orde brengen van de basisgereedheid – verdere vervolgstappen nodig, afhankelijk van de internationale veiligheidssituatie en de beschikbare financiële mogelijkheden. Deze stappen richten zich op een versterking van de operationele (gevechts)ondersteuning en de noodzakelijke (vervangings)investeringen.

Specifieke knelpunten die de inzetbaarheid raken, zijn per eenheid opgenomen in de rapportage over de operationele gereedheid (bijlage 2).

Operationele gereedheid (bijlage 2)

De inzetbaarheidsdoelstellingen zijn uitgewerkt in een gereedheidsnorm per type operationele eenheid. De norm geeft het aantal te leveren operationeel gerede eenheden weer. Als deze «norm OG» per eenheid wordt gehaald, kan ten aanzien van de gereedheid worden voldaan aan de inzetbaarheidsdoelstellingen. In de begroting zijn de gereedheidsnormen opgenomen in de doelstellingenmatrices bij de beleidsartikelen van de verschillende operationele commando’s.

Versterking gereedheid

Om de inzetbaarheid van de krijgsmacht te vergroten werkt Defensie intensief aan de verbetering van de basisgereedheid. In aanvulling op eerdere intensiveringen is er in 2017 in dit kader structureel € 197 miljoen aan de begroting van Defensie toegevoegd. Daarmee heeft dit kabinet, sinds 2014, structureel, en oplopend tot 2021, € 870 miljoen aan de defensiebegroting toegevoegd. Hiermee worden de komende jaren de resterende beperkingen in de basisgereedheid weggenomen. Zo wordt de vulling van eenheden verder verbeterd en wordt geïnvesteerd in reservedelen en onderhoud. Door meer capaciteit in te richten voor initiële opleidingen, functieopleidingen en de opleiding «Veiligheid & Vakmanschap», worden organieke eenheden ontlast. Op die manier ontstaat ruimte voor intensievere oefeninspanningen. Ook worden de oefenactiviteiten uitgebreid en zijn deze meer dan voorheen gericht op grootschalig optreden in hogere dreigingsscenario’s. Om die reden wordt extra budget beschikbaar gesteld voor onder meer brandstof, oefenmunitie, operationele IT, inlichtingen en verbindingsmiddelen.

Als onderdeel van de verdere versterking van de basisgereedheid werkt Defensie, met een nieuw plan van aanpak, voortvarend aan de verbetering van de materiële gereedheid (Kamerstuk 33 763, nr. 109). Zo voert Defensie, in navolging op de reeds uitgevoerde analyses voor de PzH2000, het LCF en de Apache, ook in 2017 aanvullende instandhoudingsanalyses uit. Voorts werkt Defensie in 2017 gericht aan maatregelen om de ernstige onvolkomenheid, zoals geconstateerd door de Algemene Rekenkamer ten aanzien van de logistieke keten voor reserveonderdelen, op te lossen. Daartoe zijn, als onderdeel van dit plan van aanpak voor de verbetering van de materiële gereedheid, aanvullende maatregelen genomen. Er wordt versneld werk gemaakt van een verbeterde inrichting van- en regie over de reserveonderdelenketen, de beschikbaarheid van reserveonderdelen die cruciaal zijn voor de inzetbaarheid wordt verbeterd en de leverbetrouwbaarheid van reserveonderdelen die vaak nodig zijn in het onderhoudsproces wordt verhoogd. Om het verbeterproces kracht bij te zetten is de aansturing onder eenhoofdige leiding bij de CDS belegd. Met voorrang werkt de CDS aan het verbeteren van de materiële gereedheid van wapensystemen die nodig zijn voor inzet, inclusief snelle reactiemachten.

Om inzicht te bieden in de voortgang op dit gebied is in de doelstellingenmatrices van begroting 2017 een prognose opgenomen voor het jaar waarin Defensie verwacht dat eenheden zullen voldoen aan de gereedheidsnorm. Ook in deze rapportage is die prognose per eenheid in bijlage 2 opgenomen. Het zal enige jaren duren voordat het effect van de inspanningen ter verbetering van de gereedheid in volle omvang merkbaar zullen zijn. Het duurt immers enige tijd alvorens een reserveonderdeel of extra personeel daadwerkelijk beschikbaar is. Ook kunnen de problemen per eenheid en wapensysteem verschillen en zijn niet alle knelpunten financieel van aard. Tevens is het totale gereedstellingsproces mede afhankelijk van de inzet van eenheden, voldoende en toereikende (gevechts)ondersteuning en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Voor de gereedheid op lange termijn is het tevens van belang dat investeringen voor de benodigde vernieuwingen, instandhoudingsprogramma’s en vervangingen worden gerealiseerd.

Algemeen beeld materiële gereedheid (MG)

De daling van de materiële gereedheid van de hoofdwapensystemen (A-systemen) is in de eerste helft van 2016 een halt toe geroepen en laat bij enkele wapensystemen een lichte stijging zien. De intensivering uit 2016 is in het eerste helft van dit jaar onder meer aangewend voor de versterking van de onderhoudscapaciteit en de logistieke bedrijfsvoering en voor de verwerving van extra reserveonderdelen. Ook wordt de capaciteit voor het beheer van wapensystemen (wapensysteemmanagement) uitgebreid. Een aandachtspunt betreft de gereedheid van de zogenaamde B- en C-systemen1. Een lagere gereedheid van deze systemen is immers eveneens van invloed op de operationele gereedheid van de operationele en ondersteunende eenheden.

De materiële gereedheid van het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) was van voldoende niveau om aan de geplande missies te kunnen deelnemen. De beschikbaarheid van reservedelen en de onderhoudscapaciteit staan echter nog steeds onder druk. Met het extra budget dat in 2016 voor reserveonderdelen en instandhoudingscapaciteit is vrijgemaakt wordt hier de komende jaren aan gewerkt. Zr. Ms. Mercuur is, vanwege vertraging van het Instandhoudingsprogramma (IP), pas in 2017 weer operationeel gereed. Problemen met de elektromotoren van het Joint Support Ship maken dat het schip in 2016 niet kan worden ingezet. Herstel van deze motoren gaat naar verwachting tot eind 2017 duren (Kamerstuk 33 763, nr. 108).

Ook bij het Commando Landstrijdkrachten (CLAS) was de materiële gereedheid van voldoende niveau om aan de geplande missies te kunnen deelnemen. De gereedheid van de hoofdwapensystemen van het CLAS laat een lichte verbetering zien, maar is nog steeds lager dan gewenst. Ook kampt het CLAS met een beperkte beschikbaarheid van algemene voertuigen (Mercedes Benz), ziekenauto’s en vrachtwagens. Het project Defensiebrede Vervanging Operationele Wielvoertuigen (DVOW) voorziet in vervanging vanaf 2018. De vertraagde vervanging van communicatieapparatuur en nachtzichtapparatuur beperkt de inzetbaarheid en oefenmogelijkheden van de hoofdkwartieren en de gevechtseenheden. Vervanging van deze systemen wordt nu voorzien in de periode 2016 – 2017. Doordat het CLAS single service manager is van veel ondersteunende eenheden raakt een lagere materiële gereedheid van deze eenheden tevens de inzetbaarheid en geoefendheid van andere defensieonderdelen. Hierover heeft het CLAS nadrukkelijk overleg met de andere defensieonderdelen.

Bij het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK) is de materiële gereedheid van de KDC-10, Dornier en de F-16 voldoende. De materiële gereedheid van de AH-64D Apache en de CH-47D/F Chinook staat onder druk. De Cougar heeft in de eerste helft van 2016 te maken gehad met een vliegverbod vanwege een ongeluk met een niet-Nederlandse Cougar. Ook dit heeft een negatief effect op de gereedheid van het wapensysteem.

Algemeen beeld personele gereedheid (PG)

Zoals gemeld in de P-rapportage over de eerste helft van 2016 is de vulling van de organisatie het afgelopen half jaar voor het eerst in jaren licht gedaald. Het vertrouwen van het personeel in de toekomst van Defensie is daarentegen weer gestegen. Voorts is, door opleidingen en uitzendingen, het personeel niet altijd werkelijk beschikbaar op de functie. Ook kampen alle defensieonderdelen met een tekort aan specialisten, vooral technisch, IT en medisch personeel, alsmede luchtverkeersleiders en gevechtsleiders. Het gebrek aan technisch personeel is een punt van aandacht voor met name de onderhoudsbedrijven.

Zoals bekend, hebben individuele uitzendingen, nationale inzet en niet-organieke inzet invloed op de personele gereedheid van de eenheden. Zij kunnen hierdoor niet als organiek verband trainen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het Operationeel Ondersteuningscommando Land (OOCL), dat relatief veel individuele uitzendingen kent, de mariniersbataljons waaraan Vessel Protection Detachments (VPD’s) worden onttrokken en de KMar vanwege de inzet van de Border Security Teams (BST). De Hoog Risico Beveiligingsorganisatie (HRB) van de KMar wordt gedurende 2016 verder opgebouwd. Tot die tijd zijn de mogelijkheden om de Crowd and Riot Control eenheid en de uitzendpool van de KMar in te zetten, beperkt.

In 2016 zijn tijdelijke maatregelen genomen om binnen de budgettaire kaders te blijven. U bent hierover geïnformeerd in de eerste suppletoire begroting van 2016 (Kamerstuk 34 485-X, nr. 1). Met de intensivering in 2017 zal de vulling van eenheden verder worden verbeterd. Zo kan een aantal belangrijke knelpunten in de personele gereedheid worden opgelost. Tegelijkertijd blijven een gezonde doorstroom en uitstroom noodzakelijk om een evenwichtige personeelsopbouw te garanderen. Dit vereist de komende periode een goede coördinatie in de gehele personele in-, door- en uitstroomketen van Defensie.

Algemeen beeld geoefendheid (GO)

Hoewel de algehele geoefendheid licht daalde, waren eenheden in de eerste helft van 2016 voldoende gereed voor de geplande inzet. De generieke geoefendheid kent echter beperkingen. Bij het CLSK heeft dit voornamelijk betrekking op F-16 en helikoptervliegers. Bij het CZSK zijn de lopende missies en de beperkte beschikbaarheid van de NH90 van invloed op de geoefendheid van de fregatten. De geoefendheid van het CLAS staat onder druk door lagere materiële gereedheid. Uitgezonden (gevechts)ondersteuning beperkt de oefenmogelijkheden voor specifieke scenario’s. Zo beïnvloedt het ontbreken van voldoende CIS-middelen de geoefendheid van staven en de verminderde beschikbaarheid van nachtzichtapparatuur de geoefendheid van gevechtseenheden. De lage beschikbaarheid van helikopters raakt de geoefendheid van de Luchtmobiele Brigade en vuursteuneenheden.

Tot slot

Deze rapportage biedt inzicht in de mate waarin Defensie berekend is op haar taken. Zij biedt een goed aanknopingspunt om te volgen hoe de verdere versterking van de basisgereedheid resulteert in een verbeterde operationele gereedheid. Met de intensivering in 2017 en aanvullende niet-financiële maatregelen wordt daar de komende jaren intensief aan gewerkt.

De Minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert

BIJLAGE 1 RAPPORTAGE INZETBAARHEIDSDOELSTELLINGEN

Het ambitieniveau van Defensie vloeit voort uit de Internationale Veiligheidsstrategie en is in de begroting vastgelegd in de vorm van de inzetbaarheidsdoelstellingen. De doelstellingen geven antwoord op de vraag op welke manier Defensie invulling kan geven aan haar hoofdtaken.

Algemeen

Defensie heeft in de eerste helft van 2016 met beperkingen kunnen voldoen aan de inzetbaarheidsdoelstellingen. Zo was Defensie gereed voor een bijdrage aan de snelle reactiemacht van de NAVO en is de krijgsmacht onder meer ingezet in Afghanistan, Irak, Mali, de Hoorn van Afrika, de Egeïsche Zee, de Balkan en bij diverse kleine missies. Ook de nationale inzet gaat onverminderd door. Het gaat om de volgende beperkingen:

  • Ondersteuning. Bij gelijktijdige inzet op land, zee, lucht of ter verdediging van het eigen en het bondgenootschappelijke grondgebied, kan de krijgsmacht niet of niet volledig voorzien in de eigen (gevechts)ondersteuning (combat support en combat service support), tenzij het gaat om een missie in hetzelfde operatiegebied. Deze beperking is reeds onderkend in de nota «In het belang van Nederland» van september 2013. Vooral vuursteun, medische ondersteuning, bevoorradings- en communicatie- en informatiecapaciteit is beperkt beschikbaar.

  • Geoefendheid. Door de uitvoering van eenzijdige missies op een laag geweldsniveau blijft de generieke geoefendheid voor andere typen operaties onder druk staan.

  • Materiële gereedheid. Beperkingen in de materiële gereedheid en een gebrek aan gespecialiseerd personeel hebben een negatieve invloed op de operationele gereedheid van enkele eenheden. Deze eenheden kunnen hierdoor niet bijdragen aan het volledig behalen van de inzetbaarheidsdoelstellingen. Zoals gemeld pakt Defensie, met de intensiveringen in de begroting 2016 en ontwerpbegroting 2017 en het plan van aanpak ter verbetering van de materiële gereedheid, deze problematiek met prioriteit aan. In bijlage 2 is een overzicht van de operationele gereedheid per eenheid opgenomen.

Specifieke knelpunten die de inzetbaarheid raken zijn per eenheid opgenomen in de rapportage over de operationele gereedheid (bijlage 2).

Inzetbaarheidsdoelstellingen

Hieronder wordt per inzetbaarheidsdoelstelling gerapporteerd over de stand van zaken in de eerste helft van 2016.

1. De verdediging van het eigen en het bondgenootschappelijke grondgebied, inclusief de Caribische delen van het Koninkrijk, zo nodig met alle beschikbare middelen. Deze taak wordt in bondgenootschappelijk verband uitgevoerd. In dat kader kan ook de Navo een beroep doen op Nederland.

Defensie heeft – met beperkingen – aan deze doelstelling kunnen voldoen. Er is, zoals ook gemeld met de nota «In het belang van Nederland», niet voldoende (gevechts)ondersteuning beschikbaar voor de gelijktijdige ondersteuning van zowel de verdediging van het eigen en het bondgenootschappelijke grondgebied als de ondersteuning van crisisbeheersingsoperaties. Deze doelstelling gaat uit van de inzet van alle beschikbare middelen. Daarvoor moeten eenheden beschikbaar en operationeel gereed (OG) zijn. Bij diverse eenheden binnen de Krijgsmacht is dat op dit moment nog niet het geval (zie ook bijlage 2). Zoals bekend, stelt de Navo inmiddels ook hogere eisen aan de inzetbaarheid en de gereedheid van de bondgenootschappelijke strijdkrachten. Aan de verbetering van de gereedheid, en daarmee de inzetbaarheid, werkt Defensie intensief. Langdurige eenzijdige inzet leidt er voorts toe dat eenheden weliswaar geoefend zijn om geplande missies uit te voeren, maar niet zijn voorbereid om op korte termijn alle mogelijke missies in het gehele geweldspectrum uit te voeren.

2. De deelneming aan operaties wereldwijd ter bevordering van de internationale stabiliteit en rechtsorde, voor noodhulp bij rampen en humanitaire crises en voor de bescherming van de belangen van het Koninkrijk. Deze operaties worden meestal in internationaal verband uitgevoerd, waarbij bijdragen van verschillende partners in samengestelde eenheden worden geïntegreerd. In dat kader kan de krijgsmacht de volgende bijdragen leveren:

  • Op land: Eenmalig een samengestelde taakgroep van brigadeomvang of langdurig een samengestelde taakgroep van bataljonsomvang. Naast de langdurige inzet van een bataljonstaakgroep kunnen gedurende kortere tijd een tweede bataljonstaakgroep en langere tijd kleinere bijdragen worden ingezet (inclusief de presentie in het Caribisch gebied).

  • Op en vanaf zee: Eenmalig een maritieme taakgroep van vijf schepen of langdurig twee schepen afzonderlijk, waarbij vloot en mariniers geïntegreerd optreden.

  • In de lucht: Tot de vervanging van de F-16 – voorzien in 2023 – eenmalig een groep van acht jachtvliegtuigen of langdurig een groep van vier jachtvliegtuigen. Na de vervanging van de F-16 – voorzien in 2023 – eenmalig of langdurig een groep van vier jachtvliegtuigen. Helikopters ondersteunen het optreden op land en zee.

  • Speciale operaties: Langdurige deelneming van compagniesomvang aan een joint taakgroep Special Forces.

  • Cyberoperaties: defensieve en offensieve cybertaken evenals inlichtingenvergaring.

  • Nichecapaciteiten (naast Special Forces en offensieve cybercapaciteit): onderzeeboten, het Duits-Nederlandse Legerkorpshoofdkwartier, Luchttransport, Air-to-Air Refueling, Patriots en het Civil-Military Interaction commando.

Al deze vormen van inzet zijn inclusief ondersteunende eenheden, zowel de gevechtsondersteuning (combat support) als de logistieke ondersteuning (combat service support). Vooral voor logistieke ondersteuning kan een beroep moeten worden gedaan op internationale partners. Andersom is de ondersteuning van internationale partners door onze krijgsmacht eveneens mogelijk. De inzet van afzonderlijke modules van ondersteunende capaciteiten is ook een optie.

Defensie heeft in de eerste helft van 2016 met beperkingen aan deze doelstellingkunnen voldoen. Deze beperkingen manifesteren zich bij langdurige inzet, bij bepaalde dreigingsniveaus of als er sprake is van meer dan één inzet tegelijkertijd. De verminderde operationele gereedheid van sommige eenheden ligt hieraan ten grondslag. De verminderde gereedheid betreft onder meer de NH-90, CH-47 Chinook, AH-64 Apache en de F-16. Van de nichecapaciteiten zijn de Patriots nog tot 2021 in groot onderhoud en daardoor niet of beperkt inzetbaar. In geval van CS/CSS-eenheden zoals de helikopters, medische en inlichtingencapaciteit en verbindingen beperken knelpunten eveneens de ondersteuningsmogelijkheden voor oefening en training van andere eenheden. Hierdoor kan bijvoorbeeld een langere voorbereidingstijd nodig zijn voor andere missies. Door een groter beroep op de KMAR voor onder meer bewakings- en grenscontroletaken is de Crowd and Riot Control-eenheid niet op korte termijn beschikbaar.

3. Het bijdragen aan de nationale veiligheid onder civiel gezag. In dat kader levert de krijgsmacht de in wettelijke en interdepartementale afspraken vastgelegde bijdragen. Het gaat hierbij om:

  • De uitvoering van structurele nationale taken zoals de politietaken van de Koninklijke Marechaussee, de beveiliging van het Nederlandse luchtruim met jachtvliegtuigen, de coördinatie van en de bijdrage aan de Kustwacht Nederland evenals de hydrografische taak;

  • Het samen met veiligheidspartners kunnen optreden tegen digitale bedreigingen en aanvallen (cybercapaciteit);

  • Militaire bijstand en steunverlening bij handhaving van de rechtsorde, de openbare orde en veiligheid, in het bijzonder met de in de ICMS-catalogus gegarandeerde capaciteiten;

  • Militaire bijstand bij de bestrijding van terrorisme, rampen en crises – zo nodig met alle op dat moment beschikbare eenheden.

Ondanks de groeiende vraag naar nationale inzet, in het bijzonder op het terrein van explosieven opruiming en ondersteuning van strafrechtelijk onderzoek, kon Defensie in de eerste helft van 2016 voldoen aan deze doelstelling. Prioriteitstelling is hierbij soms onvermijdelijk wanneer eenheden gelijktijdig voor nationale en internationale inzet nodig waren. Dit heeft echter niet geleid tot effecten in de uitvoering.

In de eerste helft van 2016 heeft Defensie een aantal capaciteiten uit de ICMS-catalogus beperkt kunnen leveren.

  • Defensie voorziet in back-up capaciteit voor civiele verbindingen. Defensie kon van de drie modules er één garanderen. Momenteel wordt de werkelijk behoefte aan deze capaciteit onderzocht.

  • Met de afstoting van vastgoed is niet meer in elke provincie een opvanglocatie in geval van calamiteiten beschikbaar. Er wordt, samen met de veiligheidspartners, onderzocht hoe dit binnen de bestaande capaciteit kan worden opgelost;

  • Door een modificatietraject en inzet in een crisisbeheersingsoperatie is er één Raven UAV-systeem beschikbaar voor civiele inzet. De vraag naar Raven-capaciteit is onverminderd groot. Defensie kan niet aan alle verzoeken voldoen.

  • De materiële gereedheid van de ziekenauto’s is nog niet op niveau. Hierdoor is het niet mogelijk een geneeskundige hulppost en een ziekenhuispeloton beschikbaar te stellen voor nationale inzet. Het project Defensiebrede Vervanging Operationele Wielvoertuigen (DVOW) voorziet in vervanging van de ziekenauto’s vanaf 2018. Hierdoor zal de gereedheid stijgen.

Er waren gedurende de eerste helft van 2016 geen beperkingen op het gebied van militaire bijstand bij de bestrijding van terrorisme.

4. Een permanente militaire presentie in het Caribisch gebied, zowel voor de verdedigingstaak (zie doelstelling 1) als voor de ondersteuning van lokale en regionale civiele autoriteiten (zie doelstelling 3, in het bijzonder de ondersteuning van de Kustwacht, de regionale drugsbestrijding, de politietaken van de Marechaussee en het beteugelen van woelingen). De permanente presentie bestaat uit een vaste compagnie van het CZSK en een roulerende compagnie van het CLAS, een bootpeloton, een groot bovenwaterschip, een ondersteuningsschip en een brigade Marechaussee. Als de situatie dit vereist, kan de militaire presentie in het Caribisch gebied worden vergroot. Dit zal dan wel ten koste gaan van de overige inzetmogelijkheden.

Aan deze doelstelling is in de eerste helft van 2016 voldaan.

BIJLAGE 2 RAPPORTAGE OPERATIONELE GEREEDHEID PER EENHEID

Onderstaande rapportage bevat een toelichting op de eenheden die in de eerste helft van 2016, gepland of ongepland, niet aan de «norm OG» konden voldoen. Een eenheid wordt pas als operationeel gereed aangemerkt als deze alle organieke taken kan uitvoeren in alle dreigingsscenario’s. De aard van tekortkomingen maar ook de effecten van het niet halen van de norm verschillen per eenheid. Eenheden die de norm niet halen of waar knelpunten de inzetbaarheid negatief beïnvloeden, worden belicht. Per type eenheid worden de knelpunten in de materiële gereedheid, de personele gereedheid en de geoefendheid benoemd en waar mogelijk met elkaar in verband gebracht. Daarnaast wordt inzicht gegeven in de verwachte gereedheid van de eenheid in 2017 en er wordt een inschatting gegeven van het jaar waarin de gereedheid weer op niveau is. Het totale gereedstellingsproces is mede afhankelijk van inzet van eenheden, voldoende en adequate (gevechts)ondersteuning en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Voor de gereedheid op lange termijn is tevens van belang dat benodigde vervangingsinvesteringen gerealiseerd kunnen worden.

De operationele gereedheid wordt bepaald aan de hand van de materiële gereedheid (MG), de personele gereedheid (PG) en de geoefendheid (GO). Bij de MG worden de materiële knelpunten genoemd die de eenheid ervaart. In beginsel betreft dat het materieel dat bij de eenheid in beheer is, maar het kan ook materieel betreffen dat uit een pool wordt betrokken. Zo zijn veel eenheden afhankelijk van CIS-materieel dat is ingebed in de CIS-bataljons. De knelpunten kunnen ook kleinere (wapen)systemen betreffen die niet tot de 27 grote wapensystemen worden gerekend. De PG wordt in beginsel bepaald aan de hand van de vulling van de eenheid. Maar ook het ervarings- of opleidingsniveau komt hierbij aan de orde, indien relevant. De GO betreft de bekwaamheid van de eenheid als samenwerkingsverband binnen alle dreigingsscenario’s. De bekwaamheid wordt bepaald aan de hand van het uitgevoerde oefenprogramma.

De finale beoordeling van de inzetbaarheid hangt niet alleen af van de operationele gereedheid als resultante van de PG, MG en GO, maar ook van aspecten zoals uitzendbescherming en eisen die samenhangen met de geplande missies. Zo kan een eenheid niet operationeel gereed zijn, maar wel inzetbaar voor een specifieke of eenvoudige missie. Een operationeel gerede eenheid is doorgaans inzetbaar voor alle missies, tenzij er sprake is van uitzendbescherming.

Vanwege de cycli voor onderhoud, opwerken, inzet en recuperatie hebben niet alle eenheden de status «operationeel gereed». Om bijvoorbeeld één bataljon operationeel gereed te hebben zijn ten minste vier bataljons nodig. Deze verhouding verschilt per type eenheid. In de rapportage staat – evenals in de begroting – zowel de norm als het aantal eenheden dat continu beschikbaar zal zijn. Vaak is er sprake van aflossing; de ene eenheid is operationeel gereed, terwijl een andere opwerkt om vervolgens de taak over te nemen. De overlappende periode waarin tijdelijk meer eenheden beschikbaar zijn, wordt niet tot uitdrukking gebracht in het verwachte aantal gerede eenheden. Knelpunten in de bedrijfsvoering kunnen afwijkingen ten opzichte van de norm tot gevolg hebben, maar er kunnen ook goede redenen voor tijdelijke afwijkingen zijn. Zo heeft bijvoorbeeld het instandhoudingsprogramma van de onderzeeboten een langere doorlooptijd dan het reguliere onderhoud, waardoor meer boten gelijktijdig uit de vaart zijn.

Eenheden CZSK

Leeswijzer:

  • 1. De operationele gereedheid vermeld bij «Operationeel gereed 2016» betreft een momentopname aan het einde van de eerste helft 2016. Dit kan gedurende de tweede helft van 2016 nog wijzigen.

  • 2. Indien de «Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen» in de toekomst ligt, zullen er tot dat jaar kwalitatieve of kwantitatieve knelpunten van invloed zijn op het behalen van de gereedheidsnorm. De gereedheidsnorm wordt tot dat jaar gehaald, maar met beperkingen.

  • 3. De prognose voor het behalen van de gereedheidsnorm zonder beperkingen is mede afhankelijk van de inzet van eenheden, voldoende en adequate (gevechts)ondersteuning (CS/CSS) en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.

Maritime Battle Staff (MBS): NLMARFOR/MBS

Gereedheidsnorm

1 van 1 (OG2016: 1)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is voldoende, maar met beperkingen. De Nederlandse maritieme staf maakt voor optreden aan land gebruik van voertuigen inclusief verbindingsmiddelen uit de pool van de Sea based Support Group (SSG), welke op basis van prioriteitstelling ter beschikking worden gesteld voor inzet en/of oefeningen. Voertuigen en verbindingsmiddelen zijn beperkt beschikbaar voor oefenmogelijkheden aan land. Voor de verbindingsmiddelen loopt inmiddels een verwervingstraject. DVOW moet voorzien in voldoende beschikbare voertuigen.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende, maar met beperkingen. Er is vooral schaarste aan specialistische personeel voor inlichtingen, communicatie en onderzeebootbestrijding.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is voldoende, maar met beperkingen. De geoefendheid wordt beperkt door de genoemde knelpunten in de MG en PG. Daarnaast is een groot deel van de sleutelfunctionarissen gewisseld sinds de certificering en zijn diverse personeelsleden op individuele uitzendingen. Er staan in 2016 geen grote amfibische oefeningen gepland waardoor de geoefendheid licht afneemt.

Beoordeling inzetbaarheid

De inzetbaarheid van MBS als amfibische staf neemt licht af als gevolg van beperkte amfibische oefenmogelijkheden.

Operationeel gereed 2016

1

Operationeel gereed 2017

1

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2019

Marinierseenheden: Marines Combat Group

Gereedheidsnorm

1 van 2 (OG2016: 1)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is voldoende, maar met beperkingen. Er is een verminderde beschikbaarheid van klein kaliber wapens, voertuigen, nachtzichtmiddelen en verbindingsmiddelen.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende, maar met beperkingen. Het Korps Mariniers kampt met een tekort aan manschappen. Ook de beschikbaarheid van enablers (specifiek gekwalificeerd personeel zoals verbindelaar, logistiek) is hierdoor afgenomen.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is voldoende, maar met beperkingen. Het grote aantal uitzendingen van niet-organieke teams (trainingsmissie Irak (CBMI), boarding teams, Enhanced Boarding Elements in anti-piraterij missies en Vessel Protection Detachements» aan boord van Nederlandse koopvaardijschepen), een vertraging van opleidingen en toenemende (civiele) ondersteuning beperkt de geoefendheid als organieke eenheid.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid is in overeenstemming met de gereedheidsnorm, maar met beperkingen. De beperkingen is de MG, PG en GO zorgen voor spanning op de operationele gereedheid.

Operationeel gereed 2016

1

Operationeel gereed 2017

1

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2019

Marinierseenheden: Surface Assault & Training Group

Gereedheidsnorm

0,5 van 1 (OG2016: 0,5)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is voldoende, maar met beperkingen. Een nieuwe onderhoudsmethode die eind 2015 voor de kleine landingsvaartuigen (LCVP) is ingevoerd, zorgt voor een verbetering in de beschikbaarheid van deze vaartuigen. Een gebrek aan reservedelen heeft een negatieve invloed op het gepland benoemd onderhoud en ongepland incidenteel onderhoud. De Midlife Update (MLU) van de grote landingsvaartuigen (LCU) zal gedurende anderhalf jaar zorgen voor een verminderde beschikbaarheid van landingscapaciteit voor voertuigen.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende, maar met beperkingen. Er is voornamelijk een tekort aan specifiek gekwalificeerd personeel. Werving en opleiding van nieuw personeel en het behoud van huidig personeel heeft om die reden prioriteit.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is voldoende.

Beoordeling inzetbaarheid

Indien de lopende opleidingsinspanning tot het beoogde resultaat leidt zal de PG op orde komen en wordt de OG in overeenstemming met de norm gebracht.

Operationeel gereed 2016

0,5

Operationeel gereed 2017

0,5

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2018

Marinierseenheden: Seabased Support Group

Gereedheidsnorm

1 van 1 (OG2016: 1)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is voldoende, maar met beperkingen. De gereedheid van de aanwezige poolvoorraden is gedaald. Belangrijkste oorzaak hiervoor zijn diverse uitdagingen bij de vervanging en het onderhoud.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is voldoende, maar met beperkingen.

Beoordeling inzetbaarheid

De eenheid is gereed voor inzet.

Operationeel gereed 2016

1

Operationeel gereed 2017

1

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2018

Marinierseenheden: NLMARSOF / SOF Squadrons

Gereedheidsnorm

1,5 van 2 (OG2016: 1,5)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is voldoende, maar met beperkingen.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende, maar met beperkingen.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is voldoende, maar met beperkingen.

Beoordeling inzetbaarheid

NLMARSOF is inzetbaar, maar met beperkingen.

Operationeel gereed 2016

1,5

Operationeel gereed 2017

1,5

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2018

Capital Ships: Landing Platform Docks

Gereedheidsnorm

1 van 2 (OG2016: 1)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is voldoende, maar met beperkingen. Zr. Ms. Johan de Witt doorloopt gedurende de tweede helft van 2016 gepland onderhoud. Zr. Ms. Rotterdam is gedurende 2016 voldoende materieel gereed maar kent beperkingen. Het schip heeft namelijk, zoals gepland, slechts een deel van haar instandhoudingsprogramma doorlopen. Dit deel betrof met name platformsystemen (voorstuwing, elektriciteitsvoorziening). In 2018 vangt het instandhoudingsprogramma voor de resterende systemen aan.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is voldoende.

Beoordeling inzetbaarheid

De Zr. Ms. Rotterdam is geheel 2016 inzetbaar, maar kent beperkingen. Zr. Ms. Johan de Witt is de eerste helft 2016 inzetbaar.

Operationeel gereed 2016

1

Operationeel gereed 2017

1

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2019

Capital Ships: Joint Support Ship

Gereedheidsnorm

0,5 van 1 (OG2016: 0,5)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is onvoldoende. Het JSS is pas in 2017 weer inzetbaar vanwege de reparatie van beide hoofdelektromotoren.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is onvoldoende. Een groot deel van de bemanning van het JSS wordt gedurende de reparatieperiode alternatief ingezet. In 2017 zal de bemanning weer worden aangevuld en het schip gaan opwerken.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is onvoldoende. De geoefendheid is onvoldoende vanwege het ontbreken van het platform. In 2017 zal het schip weer beginnen met opwerken.

Beoordeling inzetbaarheid

In 2016 is de JSS niet inzetbaar.

Operationeel gereed 2016

0

Operationeel gereed 2017

0

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2018

Fregatten: LC-Fregat

Gereedheidsnorm

2 van 4 (OG2016: 2)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is voldoende, maar met beperkingen. Er moeten veel onderdelen van systemen worden herverdeeld. Er zijn verbetermaatregelen in gang gezet, maar die leiden nog niet tot significante verbetering van de MG. Pas in 2017 worden meer nieuwe onderdelen geleverd waardoor de beschikbaarheid van systemen weer zal toenemen. Het kanonsysteem vertoont steeds vaker defecten en zal vanaf 2019 uitfaseren.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende, maar met beperkingen. Vanwege personeelstekorten op vooral technisch en operationeel gebied is de bemanning van de schepen afgestemd op de missie. Er is onvoldoende personeel beschikbaar voor alle schepen.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is voldoende, maar met beperkingen. De twee operationeel gerede fregatten zijn zoveel mogelijk geoefend voor de organieke taak in het hoogste geweldspectrum. Beperkte beschikbaarheid van de NH90 helikopter beïnvloedt de geoefendheid van onderzeebootbestrijding en oppervlaktebestrijding negatief. De GO van schepen die worden ingezet in eenzijdige operaties, zoals piraterijbestrijding, raakt onder de norm door beperkte of eenzijdige oefenmogelijkheden.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid is in overeenstemming met de gereedheidsnorm. De inzetmogelijkheden van de fregatten zijn vanwege personele en materiële knelpunten beperkter. Opschalen naar maritieme operaties in hogere dreigingsniveaus is hierdoor niet altijd snel mogelijk.

Operationeel gereed 2016

2

Operationeel gereed 2017

2

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2020

Fregatten: M-Fregat

Gereedheidsnorm

1 van 2 (OG2016: 1)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is voldoende, maar met beperkingen. Naast herverdelingen wordt de MG van de fregatten negatief beïnvloed door het verstrijken van de economische of technische levensduur van subsystemen. De onderkende knelpunten worden gezamenlijk met België aangepakt, maar vragen onevenredig veel onderhoudscapaciteit.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende, maar met beperkingen. Vanwege personeelstekorten op vooral technisch en operationeel gebied is de bemanning van de schepen afgestemd op de missie. Er is onvoldoende technisch en operationeel personeel beschikbaar voor beide schepen.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is voldoende, maar met beperkingen. Voor missies is de geoefendheid voldoende. Beperkte beschikbaarheid van de NH90 helikopter beïnvloedt de geoefendheid van onderzeebootbestrijding negatief. De GO van schepen die worden ingezet voor eenzijdige operaties in het kader van counterdrugs of migratie raakt onder de norm door beperkte of eenzijdige oefenmogelijkheden.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid is in overeenstemming met de gereedheidsnorm. De inzetmogelijkheden van de fregatten zijn vanwege personele en materiële knelpunten beperkter. Opschalen naar maritieme operaties in hogere dreigingsniveaus is hierdoor niet altijd snel mogelijk.

Operationeel gereed 2016

1

Operationeel gereed 2017

1

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2020

Patrouilleschepen: Ocean Patrolling Vessel (OPV)

Gereedheidsnorm

2 van 4 (OG2016: 1)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is voldoende, maar met beperkingen. Het opwerktraject van Zr. Ms. Holland na het gepland onderhoud is vertraagd door een technisch probleem aan een van de hoofdmotoren. Daarnaast is de materiële gereedheid van de patrouilleschepen lager dan gewenst vanwege nog niet opgeleverde en volledig geïntegreerde sensoren- en wapensystemen. Ook de Integrated Logistic Support (ILS), het totaal pakket aan benodigde logistieke ondersteuning, is nog niet op niveau. Daarvoor loopt een inhaalslag.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is voldoende.

Beoordeling inzetbaarheid

Gedurende 2017 zijn twee OPV’n inzetbaar en krijgen de andere twee schepen gepland onderhoud.

Operationeel gereed 2016

2

Operationeel gereed 2017

2

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2019

Onderzeedienst: Onderzeeboot

Gereedheidsnorm

2 van 4 (OG2016: 1)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is voldoende, maar met beperkingen. Vanwege ouderdom van de onderzeeboten treden vaker storingen op waardoor meer (onderhouds)inspanning is vereist om de onderzeeboten beschikbaar te houden. Naast het reguliere onderhoudsprogramma wordt daarnaast gewerkt aan het Instandhoudingprogramma Walrusklasse (IPW).

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende, maar met beperkingen. De extra wervingsinspanningen leiden tot een bescheiden stijging van het vullingspercentage. Desalniettemin blijft er een tekort aan gekwalificeerd technisch personeel.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is voldoende, maar met beperkingen. Gedurende 2016 is, door de achterstand van torpedolanceringen, de geoefendheid teruggelopen. Dit wordt veroorzaakt door het ontbreken van de Zr. Ms. Mercuur voor ondersteuning.

Beoordeling inzetbaarheid

Vanwege het IPW daalt de operationele beschikbaarheid van onderzeeboten. Om deze reden is de gereedheidsnorm in 2016 aangepast. Aan deze norm wordt voldaan.

Operationeel gereed 2016

1

Operationeel gereed 2017

1

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2021

Onderzeedienst: Torpedowerkschip

Gereedheidsnorm

0,2 van 1 (OG2016: 0,2)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is onvoldoende. De geplande vervanging van de motor, als deel va het instandhoudingsprogramma (IP) van Zr. Ms. Mercuur, is nog niet gereed. De MG stijgt wanneer het IP in 2017 is voltooid. De installatie van enkele communicatie- en netwerksystemen gebeurt medio 2017.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De OG is onvoldoende. Vanwege het IP is het platform niet beschikbaar voor oefening.

Beoordeling inzetbaarheid

In 2017 wordt het opwerktraject afgerond en zal het ondersteuningsvaartuig weer operationeel inzetbaar zijn.

Operationeel gereed 2016

0

Operationeel gereed 2017

0,2

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2018

Mijnenbestrijding: Mijnbestrijdingsvaartuigen (AMBV)

Gereedheidsnorm

3 van 6 (OG2016: 3)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is voldoende, maar met beperkingen. De schepen zijn ouder dan dertig jaar en worden door de verkleining van de vloot intensiever ingezet dan voorheen. Er is meer incidenteel onderhoud nodig en door veroudering van systemen duurt het verhelpen van storingen langer.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is voldoende, maar met beperkingen. Door het beperkte aanbod van kwalitatief hoogwaardige mijnenbestrijdingsoefeningen, zowel nationaal als internationaal, is het lastig de GO op peil te houden.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid is in overeenstemming met de gereedheidsnorm, maar met beperkingen.

Operationeel gereed 2016

3

Operationeel gereed 2017

3

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2019

Hydrografie: Hydrografisch Opnemingsvaartuig (HOV)

Gereedheidsnorm

1 van 2 (OG2016: 1)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is voldoende, maar met beperkingen. De platformen en hydrografische systemen aan boord zijn deels verouderd en hierdoor kwetsbaar. Diverse instandhoudingsplannen bevinden zich in de behoeftestellingsfase.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende, maar met beperkingen. Voor nationale operaties in de Koninkrijkwateren is de PG voldoende. Voor geïntegreerde maritieme expeditionaire operaties is, vanwege verhoogde dreiging, de PG niet robuust genoeg.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De PG is voldoende, maar met beperkingen. Voor nationale operaties in de Koninkrijkwateren is de GO voldoende. Voor geïntegreerde maritieme expeditionaire operaties is, vanwege verhoogde dreiging, de GO niet voldoende.

Beoordeling inzetbaarheid

De inzetbaarheid beperkt zich tot nationale operaties in de Koninkrijkwateren. Voor geïntegreerde maritieme expeditionaire operaties is, vanwege verhoogde dreiging, een gericht opwerkprogramma en een aanvulling van de scheepsbemanning nodig.

Operationeel gereed 2016

1

Operationeel gereed 2017

1

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2018

CZMCARIB: Raiding Squadron CARIB

Gereedheidsnorm

1 van 1 (OG2016: 1)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is voldoende, maar met beperkingen. Er is een tekort aan nachtzichtmiddelen en ondersteunende wapens. In 2017 zal dit probleem verholpen zijn.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is voldoende.

Beoordeling inzetbaarheid

Het Raiding Squadron is inzetbaar, maar met beperkingen.

Operationeel gereed 2016

1

Operationeel gereed 2017

1

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2018

CZMCARIB: FRISC Squadron CARIB

Gereedheidsnorm

1 van 1 (OG2016: 1)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is voldoende, maar met beperkingen. Motorproblemen van de FRISC veroorzaken een lage beschikbaarheid.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende, maar met beperkingen. De eenheid heeft te maken met ondervulling.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is voldoende, maar met beperkingen. Door een te lage MG en PG zijn oefenmomenten schaars.

Beoordeling inzetbaarheid

De inzetbaarheid voldoet aan de norm, maar met beperkingen. Gedurende het jaar zijn er FRISC’n en bemanningen beschikbaar, maar niet in gewenste hoeveelheden.

Operationeel gereed 2016

1

Operationeel gereed 2017

1

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2018

Eenheden CLAS

Leeswijzer:

  • 1. De operationele gereedheid vermeld bij «Operationeel gereed 2016» betreft een momentopname aan het einde van de eerste helft 2016. Dit kan gedurende de tweede helft van 2016 nog wijzigen.

  • 2. Indien de «Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen» in de toekomst ligt, zullen er tot dat jaar kwalitatieve of kwantitatieve knelpunten van invloed zijn op het behalen van de gereedheidsnorm. De gereedheidsnorm wordt tot dat jaar gehaald, maar met beperkingen.

  • 3. De prognose voor het behalen van de gereedheidsnorm zonder beperkingen is mede afhankelijk van de inzet van eenheden, voldoende en adequate (gevechts) ondersteuning (CS/CSS) en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.

High Readiness Force Headquarters (HRFHQ): Het Nederlandse deel van het CIS Bataljon (CIS BN)

Gereedheidsnorm

1 van 1 (OG2016: 1)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is voldoende.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende, maar het specialistisch personeel is schaars.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is voldoende.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid is op dit moment in overeenstemming met de norm.

Operationeel gereed 2016

1

Operationeel gereed 2017

1

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2020

High Readiness Force Headquarters (HRFHQ): Het Nederlandse deel van het Staff Support Bataljon (StSpt BN)

Gereedheidsnorm

1 van 1 (OG2016: 1)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is voldoende, maar kent beperkingen door ouderdom van de voertuigen.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is voldoende.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid is in overeenstemming met de norm.

Operationeel gereed 2016

1

Operationeel gereed 2017

1

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2020

Brigade Headquarters (BRIG HQ), inclusief:

Staf

Verkenningseskadron

ISTAR modules

CIMIC Support Element

Psyops Support Element

Gereedheidsnorm

1 van 3

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG van enkele (wapen)systemen is onvoldoende, vooral van de CIS en C2-ondersteuningsmiddelen. Voorts zijn er technische knelpunten bij een aantal middelen van ISTAR, vooral de Raven en Scan Eagle.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende. Inlichtingenpersoneel en CIS-gerelateerd personeel is echter schaars. Ook blijft de vulling van het CIMIC Support Element achter. Tevens is er vanwege ondervulling en individuele uitzendingen geen Psyops Support Elements personeel gereed.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is voldoende, maar kent beperkingen. De mogelijkheden om te oefenen worden beperkt als gevolg van een lage PG en MG van verschillende elementen van de brigadestaven. Hierdoor staat de GO onder druk.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid is in overeenstemming met de gereedheidsnorm. Naar verwachting zal altijd één brigadehoofdkwartier operationeel gereed zijn. Hiermee kunnen ook de nationale taken (Regionaal Militair Commando) worden uitgevoerd.

Operationeel gereed 2016

1

Operationeel gereed 2017

1

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

Staf – 2020

Verkenningseskadron – 2017

ISTAR modules – na de begrotingsperiode

CIMIC Support Element – 2017

Psyops Support Element – 2018

(Re) Deployment Task Force Headquarters ((R) DTF HQ): Hoofdkwartier OOCL

Gereedheidsnorm

1 van 1 (OG2016: 0)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

Hoofdkwartier OOCL heeft geen materiële middelen.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende, maar staat door een bijdrage aan het Long Term Rotation Plan (LTRP) en de Joint Logistic Support Group (JLSG) van de NAVO, het Stafdetachement Nationale Operaties (SDNO) en individuele uitzendingen onder druk.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is onvoldoende omdat er te weinig personele capaciteit beschikbaar is voor opleiden en trainen.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid wijkt af van de gereedheidsnorm. Voor het uitvoeren van verschillende taken is personele aanvulling noodzakelijk.

Operationeel gereed 2016

0

Operationeel gereed 2017

1

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

Na de begrotingsperiode

BMD, ABT EN CRAM: C2 PATRIOT

Gereedheidsnorm

1 van 1 (OG2016: 0)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is onvoldoende. Het C2-systeem krijgt levensduur verlengend onderhoud en wordt gemodificeerd.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is onvoldoende vanwege de zware wissel die de missie Active Fence in Turkije heeft getrokken op het materieel. Naar verwachting zal de GO gedurende 2016 iets verbeteren.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid wijkt af van de gereedheidsnorm. Door levensduur verlengend onderhoud en het modificatieprogramma is geen enkel C2-element operationeel gereed.

Operationeel gereed 2016

0

Operationeel gereed 2017

0

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2021

BMD, ABT EN CRAM: C2 AGBADS

Gereedheidsnorm

1 van 1 (OG2016: 0)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is onvoldoende. Gegevensuitwisseling met het NAVO-luchtverdedigingssysteem is met het huidige radiosysteem niet mogelijk.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

Door een groot verloop is de PG onvoldoende.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is onvoldoende als gevolg van de lage MG en PG. De GO zal gedurende 2016 herstellen.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid wijkt af van de gereedheidsnorm. Door het ontbreken van het juiste radiosysteem is de eenheid in 2016 niet volledig operationeel. De verwachting is dat dit systeem in 2016 wordt geleverd.

Operationeel gereed 2016

0

Operationeel gereed 2017

1

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2018

BMD, ABT EN CRAM: Patriot Fire Unit

Gereedheidsnorm

3 van 3 (OG2016: 0)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is onvoldoende. De systemen krijgen groot onderhoud en worden gemodificeerd.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is onvoldoende. Met name technische en onderhoudsfuncties blijken moeilijk te vullen. Dit is van invloed op de MG.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is onvoldoende als gevolg van de lage MG en PG. In de loop van 2016 zal dit verbeteren omdat dan gestart wordt met de systeemmodificaties en het levensverlengend onderhoud.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid wijkt af van de gereedheidsnorm. Door het onderhoud en de modificaties zijn in 2016 geen eenheden operationeel gereed.

Operationeel gereed 2016

0

Operationeel gereed 2017

0

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2021

BMD, ABT EN CRAM: AMRAAM-Peloton

Gereedheidsnorm

2 van 2 (OG2016: 0)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is onvoldoende. De gegevensuitwisseling met het NAVO-luchtverdedigingssysteem is met het huidige radiosysteem niet mogelijk.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is onvoldoende doordat de vulling van een aantal essentiële functies achterblijft.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is onvoldoende. De eenheid oefent met kabelverbindingen en dus met een minimale geografische dekking. Ook is de lage PG van invloed op de GO.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid wijkt af van de gereedheidsnorm. Vanwege personele bezetting en het ontbreken van het juiste radiosysteem is de eenheid in 2016 niet volledig operationeel. De verwachting is dat dit systeem in 2016 wordt geleverd.

Operationeel gereed 2016

0

Operationeel gereed 2017

1

Prognose behalen gereedheidsnorm

2018

BMD, ABT EN CRAM: STINGER-Peloton

Gereedheidsnorm

3 van 3 (OG2016: 1)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is voldoende, maar met beperkingen. De inzetbaarheid van de Fennek en de beschikbaarheid van radioverbindingen is een punt van aandacht.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is voldoende.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid wijkt af van de gereedheidsnorm vanwege beperkingen in de materiële gereedheid.

Operationeel gereed 2016

1

Operationeel gereed 2017

2

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2018

SOF: SOF-compagnie

Gereedheidsnorm

2 van 4 (OG2016: 2)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is onvoldoende.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is voldoende.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid is in overeenstemming met de gereedheidsnorm, maar met beperkingen.

Operationeel gereed 2016

2

Operationeel gereed 2017

2

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2018

Bataljonstaakgroep (BTG): Manoeuvre Bataljon

Gereedheidsnorm

2 van in totaal 7 manoeuvrebataljons1 (OG2016: 1 van 7)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De materiële gereedheid van de bataljons blijft een punt van zorg. Voor de gemechaniseerde bataljons betreft dit de CV-90, de Fennek en de mortieren. De MG van primaire systemen stijgt weliswaar, maar ondersteunende systemen zijn niet altijd beschikbaar.

De gemotoriseerde bataljons bevinden zich midden in de omvorming naar gemotoriseerd optreden. De materiële vulling is in het verlengde hiervan nog niet op niveau. Voor de luchtmobiele bataljons is de MG van vooral mortieren, Minimi’s en wielvoertuigen onvoldoende evenals de beschikbaarheid van nachtzichtmiddelen, optiek en CIS-middelen.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende, voor alle bataljons geldt echter dat de vulling van (startende) onderofficieren infanterie een punt van zorg is. De vulling van de Fire Support Teams (FST) is daarnaast onvoldoende.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO van de gemechaniseerde bataljons en de gemotoriseerde bataljons is voldoende. De GO van de luchtmobiele bataljons is onvoldoende door het ontbreken van oefenmogelijkheden met helikopters.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid is in overeenstemming met de gereedheidsnorm, maar met beperkingen. Voor opereren is het volledig geweldsspectrum zijn aanvullende maatregelen ten aanzien van MG en GO nodig.

Operationeel gereed 2016

1

Operationeel gereed 2017

1→2

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2020

X Noot
1

De manoeuvrebataljons betreffen de gemechaniseerde, gemotoriseerde en luchtmobiele bataljons. Het CLAS heeft de mogelijkheid om uit deze bataljons een op maat gemaakte bataljonstaakgroep samen te stellen. Deze wijze van indelen sluit beter aan bij de praktijk van het samenstellen van een taakgroep. Om te voldoen aan de norm moeten in totaal twee bataljons operationeel gereed zijn, waarbij het type bataljon niet uitmaakt.

Bataljonstaakgroep: Pantserhouwitser / Mortierbatterij

Gereedheidsnorm

2 van 3 (OG2016: 2)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is onvoldoende. Bij de Pantserhouwitser ontbreekt een belangrijk reserveonderdeel. Levering hiervan wordt in de tweede helft van 2016 voorzien.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is voldoende, maar met beperkingen. De ondersteuning van andere eenheden beperkt de eigen oefenmogelijkheden.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid is in overeenstemming met de gereedheidsnorm.

Operationeel gereed 2016

2

Operationeel gereed 2017

2

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2019

Bataljonstaakgroep: Pantsergeniecompagnie

Gereedheidsnorm

1 van 4 (OG 2016: 1)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is voldoende, maar met beperkingen. De MG van de bergings- en de genietank is onvoldoende en voor de bruggenleggers geldt een tijdelijk gebruiksverbod. De beperkingen ten aanzien van de genietank worden opgelost door de instroom van een nieuwe genietank, de Kodiak. Verder hebben de eenheden te maken met een lage materiële gereedheid van CIS-middelen, kleinkaliberwapens, CBRN-middelen en nachtzichtapparatuur.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende, maar geniekaderleden blijven schaars. Ook is er een knelpunt bij de opleidingen. Vanwege capaciteitsgebrek worden er gedurende 2016 geen constructieopleidingen meer verzorgd.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is voldoende, maar met beperkingen. De GO van opwerkende eenheden wordt verstoord door materiële beperkingen, verstoringen in opleidingen en uitzendingen.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid is in overeenstemming met de gereedheidsnorm.

Operationeel gereed 2016

1

Operationeel gereed 2017

1

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2020

Bataljonstaakgroep: Luchtmobiel Geniepeloton

Gereedheidsnorm

1 van 3 (OG2016: 0)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG van de kleine geniesystemen (zoals graaf-laadcombinaties) is onvoldoende. Daarnaast is de beschikbaarheid van CIS, nachtzichtapparatuur, wielvoertuigen en CBRN-apparatuur onvoldoende, onder meer door de inzet van dit materieel in missies.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is onvoldoende, vooral door een gebrek aan genievoertuigen en nachtzichtapparatuur.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid wijkt af van de gereedheidsnorm.

Operationeel gereed 2016

1

Operationeel gereed 2017

1

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2020

Bataljonstaakgroep: CIS Compagnie

Gereedheidsnorm

1 van 3 (OG2016: 0)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is onvoldoende. Een deel van de middelen zijn onvoldoende inzetbaar. Hoewel de basismodules nu al worden vervangen, komen de hieraan gekoppelde voertuigen in 2019 beschikbaar met het project DVOW.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is onvoldoende. CIS-personeel is schaars. Er wordt met premies geprobeerd de werving en het behoud van personeel te stimuleren. CIS-personeel is bij veel uitzendingen betrokken, waardoor de overige eenheden niet voldoende kunnen worden ondersteund.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is onvoldoende als gevolg van de lage MG en PG.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid wijkt af van de gereedheidsnorm. De lopende missies kunnen worden ondersteund. Hierdoor kan echter niet worden voldaan aan alle toegezegde capaciteiten voor de nationale inzet.

Operationeel gereed 2016

0

Operationeel gereed 2017

0

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2019

Bataljonstaakgroep: Geneeskundig Peloton

Gereedheidsnorm

2 van 7 (OG2016: 3)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De inzetbaarheid van de verschillende typen ziekenauto’s is laag. Dit wordt vanaf 2018 verbeterd met het project DVOW. Punten van aandacht blijven mobiele (tent)onderkomens met een klimaatbeheersingssysteem en essentiële apparatuur zoals patiëntmonitors voor vitale lichaamsfuncties en defibrillators.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende. Er is echter een tekort aan Algemeen Militaire Artsen (AMA) en Algemeen Militaire Verpleegkundigen (AMV).

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO heeft een achterstand opgelopen als gevolg van de lage MG en beperkingen in de PG.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid wijkt af van de gereedheidsnorm. De medische capaciteiten zijn te krap bemeten om gelijktijdig de inzet en de gereedstelling van andere eenheden te ondersteunen. Er is bovendien een spanningsveld tussen de doorlopende ondersteuningstaken en eigen gereedstelling.

Operationeel gereed 2016

1

Operationeel gereed 2017

2

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2020

Combat Support Element (CS Element): Staf Geniebataljon

Gereedheidsnorm

1 van 3 (OG2016: 1)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is voldoende, maar met beperkingen. Sommige eenheden hebben te maken met een lage beschikbaarheid van Fenneks en.50»s.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende, maar met beperkingen vanwege een tekort aan geniekaderleden.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is voldoende.

Beoordeling inzetbaarheid

De inzetbaarheid is in overeenstemming met de norm, maar met beperkingen.

Operationeel gereed 2016

1

Operationeel gereed 2017

1

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2018

Combat Support Element (CS Element): CBRN Compagnie

Gereedheidsnorm

1 van 2 (OG2016: 0)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG van de diverse CBRN-middelen van de eenheden, waaronder de ontsmettingssystemen en monsternamecontainers, is onvoldoende.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende, maar geniekaderleden blijven schaars. Verder is door de vertraagde instroom van nieuwe CBRN-detectoren de basisopleiding daarvoor vertraagd.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is onvoldoende wegens een vertraging van de instroom van materiaal en tekort aan noodzakelijke cursussen.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid wijkt af van de gereedheidsnorm. Wel kan worden voldaan aan de nationale taken.

Operationeel gereed 2016

0

Operationeel gereed 2017

1

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2017

Combat Service Support Element (CSS Element): Bataljonsstaf National Support Element

Gereedheidsnorm

1 van 1 (OG2016: 1)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is voldoende.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is onvoldoende. Dit is een gevolg van de reorganisatie, waarbij de implementatie van SAP extra aandacht vraagt.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid is niet in overeenstemming met de gereedheidsnorm. De B&TCo-staf zit in een opwerktraject en is momenteel niet OG. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een lage geoefendheid.

Operationeel gereed 2016

0

Operationeel gereed 2017

1

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2017

Combat Service Support Element (CSS Element): Bataljonsstaf Geneeskundig Bataljon (MEDCELL)

Gereedheidsnorm

1 van 4 (OG2016: 0,33)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is voldoende.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is voldoende.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid is in overeenstemming met de gereedheidsnorm.

Operationeel gereed 2016

0,33 (1)

Operationeel gereed 2017

1

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2018

Combat Service Support Element (CSS Element): Bevoorrading en Transport (B&T)-module

Gereedheidsnorm

2 van 7 (OG2016: 2)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is voldoende, maar met beperkingen. Met name de gereedheid van C-systemen is laag. Het betreft onder meer koelvriescontainers, mobiele satellietkeukens (MSK’s) en bad/wasinstallaties.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende, echter deze staat onder druk als gevolg van vacatures en de uitstroom van manschappen.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is voldoende, echter de implementatie van SAP applicaties heeft een verstorend effect.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid is in overeenstemming met de gereedheidsnorm.

Operationeel gereed 2016

2

Operationeel gereed 2017

2

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2020

Combat Service Support Elements: Bevoorradingspeloton

Gereedheidsnorm

1 van 3 (OG2016: 1)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is voldoende, maar met beperkingen. De inzetbaarheid van met name de vrachtwagens staat onder druk.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende, maar met beperkingen door een lage instroom van personeel.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is voldoende.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid is in overeenstemming met de gereedheidsnorm.

Operationeel gereed 2016

1

Operationeel gereed 2017

1

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2020

Combat Service Support Element (CSS Element): ROLE 2 Medical Treatment Facility

Gereedheidsnorm

2 van 4 (OG2016: 1)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is onvoldoende. Specifiek geneeskundig materiaal (waaronder operatiekamermodules en laboratoriummodules) is onvoldoende beschikbaar en inzetbaar.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is onvoldoende als gevolg van ondervulling van medisch specialisten.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is onvoldoende als gevolg van de lage MG en PG.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid is niet in overeenstemming met de gereedheidsnorm. De medische capaciteiten zijn te krap bemeten om gelijktijdig de inzet en de gereedstelling van andere eenheden te ondersteunen. Er is bovendien een spanningsveld tussen de doorlopende ondersteuningstaken en eigen gereedstelling.

Operationeel gereed 2016

0

Operationeel gereed 2017

1

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2021

Nationale Reserve (NATRES): Bataljon

Gereedheidsnorm

3 van 3 (OG2016: 3)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is voldoende.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is onvoldoende door een tijdelijke beperking van het aantal trainingsuren in 2016. Vanaf 2017 is dit hersteld en kan er worden toegewerkt naar een volledige geoefendheid.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele eenheid is niet in overeenstemming met de gereedheidsnorm.

Operationeel gereed 2016

2

Operationeel gereed 2017

3

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2018

Eenheden CLSK

Leeswijzer:

  • 1. De operationele gereedheid vermeld bij «Operationeel gereed 2016» betreft een momentopname aan het einde van de eerste helft 2016. Dit kan gedurende de tweede helft van 2016 nog wijzigen.

  • 2. Indien de «Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen» in de toekomst ligt, zullen er tot dat jaar kwalitatieve of kwantitatieve knelpunten van invloed zijn op het behalen van de gereedheidsnorm. De gereedheidsnorm wordt tot dat jaar gehaald, maar met beperkingen.

  • 3. De prognose voor het behalen van de gereedheidsnorm zonder beperkingen is mede afhankelijk van de inzet van eenheden, voldoende en adequate (gevechts) ondersteuning (CS/CSS) en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.

Jachtvliegtuigen: F-16

Gereedheidsnorm

11 van 61 (OG2016: 6)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is voldoende. Door het beslag van de Strijd tegen ISIS op de beschikbare onderhoudscapaciteit, waren in Nederland te weinig toestellen beschikbaar voor het opleidings- & trainingsprogramma.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is onvoldoende. Vanwege de inzet zijn te weinig vlieguren beschikbaar zijn om vliegers volledig te trainen. De training is vooral gericht op de QRA-taak en de inzet in Irak. Hiervoor is de GO op niveau.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid wijkt af van de gereedheidsnorm. Door de genoemde knelpunten waren zes toestellen met bemanning operationeel gereed voor de QRA-taak en de Strijd tegen ISIS. Ondersteuning van oefening en training door andere eenheden (bv. Forward Air Controllers) was hierdoor beperkt mogelijk.

Operationeel gereed 2016

6

Operationeel gereed 2017

6→11

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2018

Helikopters: AH-64 Apache

Gereedheidsnorm

10 van 28 (OG2016: 4)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is voldoende.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is voldoende voor de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA. Voor effectieve inzet op grotere schaal of in andere delen van het geweldsspectrum is de GO onvoldoende. Herstel van de GO heeft tijd nodig.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid wijkt af van de gereedheidsnorm. De operationele gereedheid is beperkt tot één vlucht van vier helikopters ten behoeve van de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA. Ondersteuning van oefening en training door andere eenheden (bv. Luchtmobiele Brigade) was hierdoor beperkt mogelijk

Operationeel gereed 2016

4

Operationeel gereed 2017

4

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2019

Helikopters: CH-47 Chinook

Gereedheidsnorm

6→8 van 17→20 (OG2016: 3)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is voldoende.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is voldoende voor de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA. Voor effectieve inzet op grotere schaal of in andere delen van het geweldsspectrum is de GO onvoldoende. Herstel van de GO heeft tijd nodig.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid wijkt af van de gereedheidsnorm. De operationele gereedheid is beperkt tot één vlucht van drie helikopters ten behoeve van de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA. Ondersteuning van oefening en training door andere eenheden (bv. Luchtmobiele Brigade) was hierdoor beperkt mogelijk.

Operationeel gereed 2016

3

Operationeel gereed 2017

3

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2019

Helikopters: AS-532 Cougar

Gereedheidsnorm

3→5 van 8→12 (OG2016: 5)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is onvoldoende. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door lagere vulling van de eenheden en het stilzetten van het vliegprogramma vanwege een crash van een (niet Nederlandse) Cougar.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is onvoldoende. Medio dit jaar kan worden overgegaan tot vacaturestelling zodat de vulling kan worden verbeterd.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is onvoldoende. Voor de inzet in lopende missies is de GO voldoende. Vanwege prioriteitstelling voor specifieke opdrachten en het stilzetten van het vliegprogramma zijn minder toestellen beschikbaar voor het vliegprogramma in Nederland.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid wijkt af van de gereedheidsnorm. Door de genoemde knelpunten waren drie toestellen met bemanning beschikbaar.

Operationeel gereed 2016

3

Operationeel gereed 2017

3

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2019

Helikopters: NH-90

Gereedheidsnorm

2→8 van 20 (OG2016: 1)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is onvoldoende als gevolg van een tekort aan technisch personeel en een tekort aan reservedelen. Zie ook de afzonderlijke rapportages over de NH90.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is onvoldoende. De crews zijn Limited Combat Ready getraind in plaats van Combat Ready. Door de lage beschikbaarheid van de toestellen wordt minder personeel getraind dan gepland.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid wijkt af van de gereedheidsnorm. Er kan slechts één operationeel gerede vluchteenheid (op Limited Combat Ready niveau) worden geleverd.

Operationeel gereed 2016

1

Operationeel gereed 2017

2

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

Na de begrotingsperiode

Transportvliegtuigen: C-130 Hercules

Gereedheidsnorm

2 van 4 (OG2016: 2)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is onvoldoende. In de tweede helft van 2016 zal de MG weer stijgen doordat er meer toestellen beschikbaar komen na onderhoud.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is voldoende.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid komt niet overeen met de gereedheidsnorm. Gedurende 2016 zal dit verbeteren.

Operationeel gereed 2016

1

Operationeel gereed 2017

2

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2017

AIR C4ISR: Luchtverkeersleiding

Gereedheidsnorm

1 van 1 (OG2016: 1)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is voldoende.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is onvoldoende vanwege onderbezetting.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is onvoldoende. Het opvangen van tekorten is beperkt mogelijk door individuele certificering.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid komt niet overeen met de gereedheidsnorm. Door beperkte personele capaciteit is prioritering nodig.

Operationeel gereed 2016

0

Operationeel gereed 2017

1

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2017

AIR C4ISR: Luchtgevechtsleiding

Gereedheidsnorm

1 van 1 (OG2016: 1)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is onvoldoende. In de tweede helft van 2016 zal de MG van de systemen weer stijgen.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is onvoldoende vanwege onderbezetting.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is onvoldoende. Het gekwalificeerd houden van de gevechtsleiding voor het uitvoeren van de vredestaken vereist grote inspanning.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid komt niet overeen met de gereedheidsnorm. Door beperkte capaciteit en de betrokkenheid bij nationale en internationale projecten is prioritering nodig.

Operationeel gereed 2016

0

Operationeel gereed 2017

1

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2017

AIR C4ISR: Nationale Datalink Management Cell (NDMC)

Gereedheidsnorm

1 van 1 (OG2016: 1)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG is voldoende.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO was onvoldoende in het 1e kwartaal vanwege beperkte oefenmogelijkheden.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid komt niet overeen met de gereedheidsnorm omdat in het eerste helft beperkingen waren in de MG en GO.

Operationeel gereed 2016

0

Operationeel gereed 2017

1

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2017

Eenheden KMar

Leeswijzer:

  • 1. De operationele gereedheid vermeld bij «Operationeel gereed 2016» betreft een momentopname aan het einde van de eerste helft 2016. Dit kan gedurende de tweede helft van 2016 nog wijzigen.

  • 2. Indien de «Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen» in de toekomst ligt, zullen er tot dat jaar kwalitatieve of kwantitatieve knelpunten van invloed zijn op het behalen van de gereedheidsnorm. De gereedheidsnorm wordt tot dat jaar gehaald, maar met beperkingen.

  • 3. De prognose voor het behalen van de gereedheidsnorm zonder beperkingen is mede afhankelijk van de inzet van eenheden, voldoende en adequate (gevechts) ondersteuning (CS/CSS) en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.

LTC/BBM: VTEn voor expeditionaire inzet

Gereedheidsnorm

153 van 306 (OG2016: 153)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG in voldoende.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is voldoende, maar met beperkingen. Vanwege het grote beroep op de KMar-organisatie is er beperkt personeel beschikbaar voor expeditionaire inzet.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De GO is voldoende, maar met beperkingen. Eenheden die uitgezonden worden voldoen aan de eisen voor geoefendheid.

Beoordeling inzetbaarheid

De inzetbaarheid heeft beperkingen. In 2016 kan alleen worden voldaan aan specifieke uitzendbehoeften.

Operationeel gereed 2016

153, maar met beperkingen.

Operationeel gereed 2017

153

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2020

LTC/BE: Peloton voor Crowd and Riot Control (CRC) expeditionair

Gereedheidsnorm

1 van 1 (OG2016:0,5)

Opmerkingen materiële gereedheid (MG)

De MG in voldoende.

Opmerkingen personele gereedheid (PG)

De PG is onvoldoende door de tijdelijke inzet van BE-personeel voor HRB-taken.

Opmerkingen geoefendheid (GO)

De OG is onvoldoende door de tijdelijke inzet van BE-personeel voor HRB-taken en een gebrek aan opleidings- en trainingscapaciteit.

Beoordeling inzetbaarheid

De operationele gereedheid wijkt af van de gereedheidsnorm. Dit kan worden hersteld als de oprichting van de HRB-organisatie is voltooid en de GO op norm is gebracht.

Operationeel gereed 2016

0

Operationeel gereed 2017

1

Prognose behalen gereedheidsnorm zonder beperkingen

2018


X Noot
1

B-systemen zijn «kleinere» wapensystemen of middelen die noodzakelijk zijn voor gevechtsacties zoals nachtzichtapparatuur, radio’s, etc. C-systemen zijn ondersteunende systemen zoals transportmiddelen, heftrucks, meetapparatuur, etc.