32 710 XVI Jaarverslag en slotwet Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2010

Nr. 1 JAARVERSLAG VAN HET MINISTERIE VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT (XVI)

Aangeboden 18 mei 2011

Gerealiseerde ontvangsten naar beleidsterrein voor 2010 (x € 1 miljoen)

Gerealiseerde ontvangsten naar beleidsterrein voor 2010 				  (x € 1 miljoen)

Gerealiseerde uitgaven naar beleidsterrein voor 2010 (x 1 € miljoen)

Gerealiseerde uitgaven naar beleidsterrein voor 2010 				  (x 1 € miljoen)

INHOUDSOPGAVE

  

blz.

   

A.

ALGEMEEN

5

1.

Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening

5

2.

Leeswijzer

9

   

B.

BELEIDSVERSLAG

14

3.

Beleidsprioriteiten

14

4.

Beleidsartikelen

43

 

Beleidsartikel 41 Volksgezondheid

43

 

Beleidsartikel 42 Gezondheidszorg

52

 

Beleidsartikel 43 Langdurige zorg

61

 

Beleidsartikel 44 Maatschappelijke ondersteuning

68

 

Beleidsartikel 46 Sport

73

 

Beleidsartikel 47 Oorlogsgetroffenen en herinnering Wereldoorlog II

78

5.

Niet-beleidsartikelen

82

 

Niet-beleidsartikel 98 Algemeen

82

 

Niet-beleidsartikel 99 Nominaal en Onvoorzien

88

6.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

92

   

C.

JAARREKENING

96

7.

Departementale verantwoordingsstaat

96

8.

Departementale saldibalans

97

9.

Samenvattende verantwoordingsstaat baten-lastendiensten

104

10.

Jaarverantwoording per baten-lastendienst

105

 

Agentschap College ter Beoordeling van Geneesmiddelen

105

 

Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg

108

 

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

114

 

Nederlands Vaccin Instituut

119

 

Rijksinstelling voor gesloten jeugdzorg Almata

123

 

Rijksinstelling voor gesloten jeugdzorg De Lindenhorst

128

11.

Overzicht uit publieke middelen gefinancierde topinkomens

132

   

D.

BIJLAGEN

133

12.

Zorguitgaven (Financieel Beeld Zorg)

133

13.

Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak

157

14.

Overzicht niet-financiële informatie over inschakeling van externe adviseurs en tijdelijk personeel (externe inhuur)

159

15.

Lijst van gebruikte afkortingen

161

16.

Trefwoordenregister

165

A. ALGEMEEN

1. AANBIEDING EN DECHARGEVERLENING

AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik, mede namens de staatssecretaris, het departementale jaarverslag van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) over het jaar 2010 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 63 en 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport decharge te verlenen over het in het jaar 2010 gevoerde financiële beheer.

Ten behoeve van de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening is door de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 82 van de Comptabiliteitswet 2001 een rapport opgesteld. Dit rapport wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Rekenkamer met betrekking tot:

  • a. het gevoerde financieel en materieelbeheer;

  • b. de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties;

  • c. de financiële informatie in het jaarverslag;

  • d. de betrokken saldibalans;

  • e. de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

  • f. de in het jaarverslag opgenomen informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering.

Bij het besluit tot dechargeverlening dienen verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken te worden betrokken:

  • a. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2010;

  • b. het voorstel van de slotwet over 2010 dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • c. het rapport van de Algemene Rekenkamer over 2010 met betrekking tot het onderzoek van de centrale administratie van ’s Rijks schatkist en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • d. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot de in het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2010 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten van het Rijk over 2010, alsmede met betrekking tot de Saldibalans van het Rijk over 2010 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 83, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. I. Schippers

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van:

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring doorgezonden aan de Minister van Financiën.

2. LEESWIJZER

Indeling jaarverslag

Voor u ligt het departementale jaarverslag 2010 van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Het jaarverslag van VWS bestaat uit vier onderdelen: Algemeen, Beleidsverslag, Jaarrekening en Bijlagen.

Het onderdeel Algemeen omvat het verzoek tot dechargeverlening en deze leeswijzer.

Het Beleidsverslag is opgebouwd uit vier onderdelen:

  • De paragraaf beleidsprioriteiten gaat in op de belangrijkste resultaten van het ministerie van VWS over het afgelopen jaar. Het gaat om de hoofdlijnen van het beleid en de beleidsprioriteiten van het huidige kabinet en bewindspersonen.

  • De beleidsartikelen bestaan uit een financiële toelichting op opmerkelijke verschillen tussen realisatie en begroting.

  • De niet-beleidsartikelen verantwoorden de financiële toelichting bij ministerie- en zorgbrede uitgaven die niet specifiek zijn toe te rekenen aan een van de doelstellingen van de beleidsartikelen, onvoorziene uitgaven, taakstellingen en loon- en prijsbijstellingen.

  • De bedrijfsvoeringsparagraaf geeft informatie over bedrijfsvoeringsvraagstukken die zich gedurende het begrotingsjaar hebben voorgedaan en waarvan informatieverstrekking voor het inzicht en oordeelsvorming door de Tweede Kamer van belang is.

De jaarrekening is opgebouwd uit de verantwoordingsstaat van het ministerie van VWS, de saldibalans, de bij deze onderdelen behorende financiële toelichtingen en het onderdeel topinkomens. Als laatste bevat de jaarrekening de paragraaf inzake baten-lastendiensten van VWS.

Tot slot bevat het jaarverslag een aantal bijlagen, te weten de bijlagen Zorguitgaven (Financieel Beeld Zorg), zelfstandige bestuursorganen en rechtpersonen met een wettelijke taak, inhuur externen, lijst met afkortingen en het trefwoordenregister.

Groeiparagraaf

Hieronder wordt kort aangegeven wat de belangrijkste verbeteringen in het jaarverslag zijn ten opzichte van vorig jaar:

Onder artikel 42 is een nieuwe operationele doelstelling aangemaakt. Het betreft de uitgaven voor zorg en welzijn op de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES-eilanden).

Gelijktijdig met het indienen van dit jaarverslag doe ik de Tweede Kamer de beleidsdoorlichtingen Indicatiestelling (artikel 43) en Uitvoering Sportbeleid (artikel 46) toekomen.

Experiment Verbetering verantwoording en begroting

VWS heeft sinds het jaarverslag 2007 meegedaan aan het experiment van het ministerie van Financiën ter verbetering en vereenvoudiging van begroting en jaarverslag. Doel van dit experiment was om de politieke zeggingskracht en focus van de stukken te vergroten en de verantwoordingslasten terug te brengen. Dit had vooral gevolgen voor de wijze waarop van beleidsinformatie werd opgenomen in het jaarverslag. Volgens afspraken met de Algemene Rekenkamer en de Tweede Kamer liep het experiment tot en met het jaarverslag 2009. Het jaarverslag 2010 valt hier in formele zin dus niet onder.

In samenwerking met de Algemene Rekenkamer wordt het experiment geëvalueerd door het ministerie van Financiën en de deelnemende departementen. In 2011 zal aan de hand van deze evaluatie met de Tweede Kamer worden besproken in hoeverre deze experimentele werkwijze rijksbrede invoering verdiend. In overleg met het ministerie van Financiën is afgesproken dat voor het jaar 2010 de experimentele opzet van het jaarverslag gehandhaafd zal blijven. De fysieke integratie van de slotwet en het jaarverslag en de daarbij behorende gewijzigde opzet van de begrotingsstaat van de slotwet, zal in 2010 echter niet worden voortgezet.

Volgens model 3.80 van de Rijksbegrotingsvoorschriften 2011 moeten er begrotingscijfers in het kasstroomoverzicht 2010 worden opgenomen. In de begroting 2010 is in het kader van het experiment voor de baten-lastendiensten geen kasstroomoverzicht opgenomen. In de VWS begroting 2011 staat echter per baten-lastendienst een meerjarig kasstroomoverzicht (2009–2015) vermeld. De cijfers van 2010 uit dat overzicht worden gebruikt als «oorspronkelijke begroting» in het jaarverslag 2010.

Het beleidsverslag

De paragraaf beleidsprioriteiten gaat in op de belangrijkste resultaten van het ministerie van VWS over het afgelopen jaar. Het gaat om de hoofdlijnen van het beleid en de beleidsprioriteiten van het huidige kabinet en bewindspersonen.

De afgelopen jaren werd het beleidsverslag opgebouwd aan de hand van de kabinetsdoelstellingen van het kabinet Balkende IV. Met de val van dit kabinet en het aantreden van het huidige kabinet Rutte, komt deze indeling te vervallen. Het begrotingsjaar 2010 kende het grootste deel van het jaar een demissionair kabinet. Alleen de eerste zeven weken van 2010 regeerde het kabinet Balkenende IV missionair. Concreet betekent dit dat de initiatieven die waren aangekondigd in de beleidsagenda 2010 niet allen volledig tot uitvoering zijn gebracht. De afspraak om de begroting en het jaarverslag aan elkaar te spiegelen blijft echter overeind. Om op hoofdlijnen informatie te verschaffen over de afloop van het kabinet Balkenende IV, zal in de paragraaf beleidsprioriteiten een tabel worden opgenomen met de behaalde resultaten in 2010. Het beleidsverslag zal verder in opzet beleidsarm van aard zijn: de beleidsprioriteiten zullen een minder prominente rol spelen.

Beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen

Per operationele doelstelling, voor de apparaatsuitgaven en de ontvangsten wordt het verschil tussen de vastgestelde begroting en de realisatie toegelicht. Dit verschil bestaat uit wijzigingen in beleid en uitvoering. Deels zijn deze mutaties al toegelicht in de 1e suppletoire begroting en 2e suppletoire begroting. Deze toelichtingen liggen vast en worden niet meer gewijzigd. De wijzigingen die zich na de 2e suppletoire begroting hebben voorgegaan (de zogenaamde slotwetmutaties) worden in het jaarverslag toegelicht. Voor de financiële toelichting op de tabellen budgettaire gevolgen van beleid in de (niet-) beleidsartikelen zijn de volgende criteria gehanteerd:

Programma uitgaven (beleidsuitgaven)

Alle (onderliggende) mutaties ten opzichte van de vastgestelde begroting die groter zijn dan € 3 miljoen of 3% van het vastgestelde begrotingsbedrag op het niveau van de operationele doelstelling zijn toegelicht. Kleinere mutaties zijn toegelicht indien politiek relevant.

Apparaatsuitgaven

De apparaatsuitgaven in de beleidsartikelen zijn in relatie tot de beleidsuitgaven gering van omvang. Alleen verschillen die groter zijn dan 10% van de vastgestelde begroting zijn daarom toegelicht.

Verplichtingen

Conform voorgaande slotwetten lichten we de verplichtingenraming niet toe, omdat deze bij VWS vooral een beheersmatig karakter heeft.

Behalve beleidsartikelen bevat deze begroting ook zogenoemde niet-beleidsartikelen. De opbouw van deze niet-beleidsartikelen wijkt af van de hierboven genoemde beleidsartikelen. Artikel 98 bevat de uitgaven die niet specifiek aan een van de beleidsartikelen zijn toe te rekenen. Het gaat daarbij om ministerie- en zorgbrede apparaatsuitgaven, zoals voor het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), de adviesraden, de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en de zorg-ZBO’s. Daarnaast worden op artikel 98 de uitgaven aan internationale samenwerking en de uitgaven aan het strategisch onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Nederlands Vaccin Instituut (NVI) verantwoord.

Artikel 99 is een technisch-administratief artikel, waarop de middelen voor de loon en prijsbijstelling en de taakstellingen worden geparkeerd voordat ze worden overgeheveld naar de desbetreffende beleidsartikelen. Ook worden op dit artikel de onvoorziene uitgaven geraamd.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

De bedrijfsvoeringsparagraaf heeft betrekking op de bedrijfsvoering van alle onder het ministerie van VWS vallende onderdelen inclusief afzonderlijke administraties. De bedrijfsvoeringsparagraaf heeft het karakter van een uitzonderingsrapportage. De bedrijfsvoeringsparagraaf bestaat uit vier verplichte onderdelen: rechtmatigheid, totstandkoming beleidsinformatie, financieel- en materieel beheer en overige aspecten van de bedrijfsvoering.

In 2007 is bij alle departementen de kwantitatieve grens voor de rapportering in de bedrijfsvoeringsparagraaf van onrechtmatigheden en onzekerheden per artikel verhoogd. De rapporteringstolerantie is afhankelijk van de realisatie van het artikel. Er is sprake van een glijdende schaal die afneemt van 10% naar 3%. Bij onrechtmatigheden is er nog een aanvullende bepaling. Deze vereist dat wanneer de artikeltolerantie hoger is dan de 1% tolerantie die geldt voor de totale verantwoording de laagste van de twee uitkomsten wordt toegepast bij de bepaling of er sprake is van een verplichte vermelding in de bedrijfsvoeringsparagraaf. Daarnaast kunnen ook kwalitatieve overwegingen een rol spelen om onderwerpen in de bedrijfsvoeringsparagraaf op te nemen.

Saldibalans

De saldibalans van het ministerie van VWS per 31 december geeft de financiële posten weer die bij de afsluiting van de begrotingsboekhouding aan het einde van het begrotingsjaar bestaan en meegenomen worden naar volgende begrotingsjaren

De saldibalans, zoals vermeld in het departementaal jaarverslag van het ministerie voor Jeugd en Gezin, bestaat uit de posten uitgaven, ontvangsten, liquide middelen en saldi rekening courant. De overige balansposten worden verantwoord in de jaarverslagen van de uitvoerende departementen (de voormalige «moederdepartementen»). In het jaarverslag van VWS wordt per balanspost in de toelichting aangegeven welk deel betrekking heeft op VWS en welk deel op Jeugd en Gezin.

Financieel Beeld Zorg

In het jaarverslag zijn evenals in de begroting 2010 naast de begrotingsuitgaven ook de zorguitgaven opgenomen. De zorguitgaven zijn de kosten van verleende zorg die ten laste komen van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en de Zorgverzekeringswet (Zvw). Deze uitgaven zijn betaald binnen privaatrechtelijke verhoudingen tussen patiënten, zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Ze maken geen deel uit van de begrotingswet en slotwet. Het verzoek tot déchargeverlening heeft dan ook alleen betrekking op de begrotingsuitgaven.

Met het opnemen van de zorguitgaven in het jaarverslag wordt geen verantwoording over de (uitkomst van het toezicht op de) rechtmatige uitvoering van de wettelijke zorgverzekeringen gegeven, maar een beleidsmatige verantwoording over alle zorguitgaven die tot het Budgettair Kader Zorg (BKZ) gerekend worden. Voor het toezicht op de wettelijke zorgverzekeringen leggen wij apart verantwoording aan u af. Deze verantwoording ontvangt u naar verwachting aan het eind van 2011, namelijk nadat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) zijn wettelijk geregelde rechtmatigheidsonderzoek naar de Zorgverzekeringswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten heeft afgerond.

De cijfers in het jaarverslag over de zorguitgaven zijn verzameld bij een aantal gegevensleveranciers, zoals het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Over het algemeen hebben de cijfers – vanwege de vroegtijdige levering in het jaar – nog een voorlopig karakter. Eventuele wijzigingen van de cijfers worden betrokken bij budgettaire besluitvorming.

Vermindering administratieve lastendruk

De VWS-aanpak ter vermindering van administratieve lasten heeft in 2010 geleid tot een reductie van € 15,9 miljoen. Omdat na de val van het kabinet de gewijzigde Drank- en horecawet is aangehouden, is niet het oorspronkelijk geraamde bedrag van € 16,3 miljoen gerealiseerd. In het oorspronkelijke VWS programma stonden voor 2011 een aantal grote(re) reducties gepland. Op dit moment wordt nog bezien op welke manier de ambities uit het Regeerakkoord tot een nieuw programma zullen leiden. In het Regeerakkoord is een kwantitatieve doelstelling opgenomen van 10 procent tot 2012 en daarna 5 procent per jaar, onderverdeeld naar diverse doelgroepen. De voorgenomen reducties uit het oorspronkelijke VWS programma zullen waar mogelijk ingezet worden als VWS bijdrage aan deze doelstelling.

Jeugd en Gezin

Het programmaministerie voor Jeugd en Gezin is bij aanvang van het huidige kabinet opgeheven (zie Besluit van 14 oktober 2010, nummer 10.002848). De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is sindsdien belast met de behartiging van de aangelegenheden op het terrein van het kindgebonden budget, de kinderbijslag en de tegemoetkoming ouders thuiswonende gehandicapte kinderen, voor zover deze voor 14 oktober 2010 was opgedragen aan de minister voor Jeugd en Gezin. De minister van Veiligheid en Justitie is belast met de behartiging van de aangelegenheden op het terrein van jeugd en gezin waarmee voor 22 februari 2007 uitsluitend de minister van Justitie was belast en die van 22 februari 2007 tot 14 oktober 2010 behoorden tot het aan de minister voor Jeugd en Gezin opgedragen programma, behoudens de gesloten jeugdzorg voor jongeren buiten het strafrechtelijk kader. De andere beleidsterreinen, waaronder de provinciaal gefinancierde jeugdzorg en de Centra voor Jeugd en Gezin, zijn ondergebracht bij het ministerie van VWS.

Met ingang van de begroting 2011 is deze herverkaveling van beleidsterreinen doorgevoerd. Voor VWS betekent dit onder andere de terugkomst van het «oude» artikel 45 Jeugdzorg (zie ook TK 32 609 XVI, nr. 1 en 2).

De herverkaveling heeft geen gevolgen voor het jaarverslag 2010. Er wordt een jaarverslag 2010 voor Jeugd en Gezin opgesteld. Net als voorgaande jaren worden de apparaatskosten van de directie Jeugdzorg, de directie Jeugd en Gezin en de Uitvoeringseenheid gesloten Jeugdzorg verantwoord in het jaarverslag van VWS op artikel 98 onder de post personeel en materieel kernministerie. De apparaatskosten van de Inspectie Jeugdzorg zijn onder een aparte post van datzelfde artikel opgenomen.

B. BELEIDSVERSLAG

3. BELEIDSPRIORITEITEN

Inleiding

Met het aantreden van dit kabinet in oktober 2010 is een basis gelegd om het beleid op het gebied van volksgezondheid, welzijn en sport te verbeteren. Prioriteiten zijn vastgesteld en VWS steekt de handen uit de mouwen om samen met het veld nog betere zorg, dichtbij te realiseren. Zorg met oog voor mensen. Veilig, toegankelijk, betaalbaar en respectvol. In een zorgsysteem dat werkt. Waar mensen meer en betere zorg krijgen voor hun premiegeld. Een systeem waarin ruimte is voor zorgondernemerschap en waardering voor zorgverleners.

De financiële crisis heeft ook zijn weerslag op de gezondheidszorg. Om de overheidsfinanciën op orde te krijgen, heeft het kabinet afgesproken de komende periode 18 miljard euro te bezuinigen. De zorguitgaven mogen daardoor minder hard groeien dan ze nu doen. Hiervoor zijn maatregelen afgesproken in het Regeer- en Gedoogakkoord. Maar de extra zorguitgaven deze kabinetsperiode zijn aanzienlijk. Tot en met 2015 stijgen de zorguitgaven met circa 15 miljard euro. 1

De toenemende zorgvraag, de vergrijzing, de medische mogelijkheden en het dreigende tekort aan personeel, dwingen bovendien tot zo efficiënt mogelijke inzet van de beperkte middelen. Zorg moet betaalbaar en toegankelijk blijven, nu en in de toekomst. Daarom moeten ook in de zorg moeilijke besluiten worden genomen.

Het uitgangspunt is dat iedere Nederlander kan vertrouwen op kwalitatief goede zorg dichtbij huis. Zorg die met respect wordt verleend en met waardering wordt ontvangen. Zorg die ook de eigen kracht van mensen benut en een vangnet biedt voor hen die dat nodig hebben. Zorg die ’s avonds en in het weekeinde beschikbaar is. Eenvoudige zorgvragen in de eerste lijn en in de buurt, complexere zorg in het ziekenhuis en zeldzame aandoeningen in gespecialiseerde klinieken. Wie het goed doet, wordt beter beloond. Wie het slecht doet, merkt dat ook. En die informatie komt beschikbaar zodat patiënten en zorgverzekeraars weten wat er te kiezen valt.

Zorgaanbieders krijgen meer vrijheid en verantwoordelijkheid. Zij krijgen de ruimte om het verschil te maken om initiatieven te nemen. Wie een goed idee heeft dat werk, moet niet worden gehinderd door onnodige bureaucratie. Dat benut de creativiteit van zorgverleners en bewerkstelligt dynamiek in de sector.

In dit jaarverslag wordt verantwoording afgelegd over de eerste stappen die zijn gezet om het vertrouwen in de zorg te versterken en het zorgsysteem echt te laten werken. Zodat iedereen kan rekenen op de zorg die hij of zij nodig heeft.

Dit beleidsverslag biedt geen compleet overzicht van de inzet en de behaalde doelen in 2010. Hoewel de nadruk ligt op een weergave van de belangrijkste beleidsvelden, volgt wel een volledige financiële verantwoording.

Geneeskundige zorg

Doelmatige zorg

Door de vergrijzing en nieuwe medische mogelijkheden neemt de vraag naar zorg toe. Vooral het aantal chronische zieken stijgt snel. Ook een ongezonde leefstijl draagt bij aan een groeiende vraag naar zorg.

Om de betaalbaarheid niet in gevaar te brengen zijn in 2010 maatregelen getroffen die de doelmatigheid van de zorg moeten verbeteren. Zo zijn er efficiencyafspraken gemaakt met de ambulancezorg. Het preferentiebeleid heeft de prijzen van veel geneesmiddelen verder doen dalen. Maatregelen, zoals stepped care, het introduceren van zorgstandaarden en het invoeren van veiligheidsprogramma’s moet bijdragen aan het verminderen van vermijdbare sterfte, onnodige en dure behandelingen en voorkomen dat extra behandelingen nodig zijn als gevolg van complicaties. Dat bespaart veel menselijk leed.

Chronisch zieken hebben vaker en intensiever contact met praktijkondersteuners bij de huisarts of gespecialiseerde verpleegkundigen. Om aan de grotere vraag naar verpleegkundigen in zowel de eerste als twee lijn te voldoen, is met ingang van september 2008 de instroom in de opleidingen tot physician assistant (PA) en nurse practitioners/verpleegkundig specialisten (VS) gezamenlijk verhoogd van 325 naar 400 opleidingsplaatsen. In 2009 is 99 procent van de beschikbare opleidingsplaatsen benut. Vrijwel alle afgestudeerde PA's en VS'en vinden na hun studie ook een passende baan in de zorg.

Kengetal
 

2004

2005

2006

2007

2008

2009

2010

1. Beschikbare opleidings-plaatsen

250

325

325

325

400

400

400

2. Aantal gerealiseerde opleidingsplaatsen

234

319

300

321

389

395

400

Bron

1. Kenniscentrum Beroepsonderwijs Arbeidsmarkt en HBO-raad. De cijfers geven het totaal aantal beschikbare bekostigde opleidingsplaatsen weer voor wat betreft de jaarlijkse instroom in de opleiding MANP (verpleegkundig specialist) en de opleiding MPA (physician assistant) gezamenlijk.

2. Kenniscentrum Beroepsonderwijs Arbeidsmarkt en HBO-raad. De cijfers geven het totaal aantal bekostigde opleidingsplaatsen MANP en MPA weer dat ook feitelijk is benut.

Prestatiebekostiging

Prestatiebekostiging in de ziekenhuiszorg is nog niet ingevoerd. De voorgenomen uitbreiding van het B-segment in 2011 is niet doorgegaan.

In 2010 is voor drie chronische ziekten integrale bekostiging ingevoerd. De introductie van integrale zorg (diabetes en vasculair risicomanagement VRM per 1 januari 2010 en COPD per 1 juli 2010) richtte zich op de ontwikkeling van zorgstandaarden en de bijbehorende bekostiging. Verder is zelfmanagement gestimuleerd, onder andere via een subsidie aan het CBO, dat de ontwikkeling en toepassing van instrumenten (bijvoorbeeld e-health) bevordert. Om transparantie van de kwaliteit van integrale zorg te kunnen monitoren zijn vanuit Zichtbare Zorg indicatoren ontwikkeld voor de behandeling van de drie chronische aandoeningen. Ten slotte is de evaluatiecommissie «Integrale bekostiging chronisch zieken» ingesteld, die de integrale bekostiging zal monitoren tot medio 2012.

In 2010 is begonnen met het «schaduwdraaien» met de opvolger van de dbc-productstructuur, DOT (dbc’s Op weg naar Transparantie). De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) en de Nederlandse Federatie Universitair Medische Centra (NFU) hebben een landelijke simulatie ontwikkeld en uitgevoerd. Fase 1 van die simulatie – analyse en verbetering van de DOT-productstructuur – is eind 2010 afgerond.

Indicator/outcome
 

2006

2007

2008

2009

2010

Streefwaarde

2011

1. Beheerste ontwikkeling gemiddelde nominale premie Zvw in €

1 030

1 103

1 053

1 064

1 107

1 211

2. Beheerste ontwikkeling bruto schadelast (bedragen x € 1 miljard)

25,3

26,0

31,3

33,8

34,7

34,6

Bron

1. VWS. De daling van de nominale premie van 2007 op 2008 is deels vertekend door de afschaffing van de no-claim en de invoering van het verplicht eigen risico. De nominale premie is gebaseerd op de MEV 2011.

2. VWS. De ontwikkeling 2007–2008 is voor groot deel te verklaren door de overheveling van de geneeskundige ggz uit de AWBZ naar de Zvw. In de schadereeks 2011 zit wel de overschrijding, nog geen maatregelen.

Wanbetalers

Solidariteit vormt de basis van ons gezondheidszorgstelsel. De solidariteit wordt in stand gehouden met het betalen van premie. In Nederland waren begin vorig jaar ongeveer 318 000 wanbetalers. Dit kost de maatschappij circa 350 miljoen euro per jaar. Met de Wet structurele wanbetalers zorgverzekering is stevig ingezet op het terugdringen van het aantal wanbetalers. In 2009 en 2010 hebben zorgverzekeraars de wanbetalers aangemeld bij het CVZ. Ongeveer 19 000 van hen betalen inmiddels weer normaal premie. Hoewel dit een goed ontwikkeling is, kunnen nog geen definitieve conclusies worden getrokken over de doelstelling om wanbetalers terug te brengen naar het normale betaalpatroon bij hun verzekeraar. De incasso via het CJIB bij personen waar de premie niet (geheel) direct kan worden ingehouden op loon, uitkering of pensioen (bronheffing) blijkt lastiger dan was verwacht.

Indicator/Outcome
 

2006

2007

2008

2009

2010

Streefwaarde

2011

1. Aantal onverzekerden (op 1 mei van een jaar)

241 000

231 000

153 000

152 240

136 450

< 152 240

2. Aantal wanbetalers (aan het einde van een jaar)

190 000

240 000

279 520

318 000

244 210

218 000

Bron

1. CBS

2. CBS. Het CBS baseert het aantal wanbetalers ultimo 2010 op het aantal wanbetalers dat in het bestuursrechtelijk premieregime bij het CVZ is opgenomen (282 054) per 31 december 2010 en corrigeert dit aantal grotendeels voor die wanbetalers die niet in de GBA geregistreerd staan. Het CVZ-cijfer wordt in juni 2011 gerapporteerd in de VWS-verzekerdenmonitor en aan de Tweede Kamer aangeboden. Daarbij worden ook – met toelichting – achtergrondkenmerken vermeld.

Geestelijke gezondheidszorg (ggz)

In juni 2010 is het wetsvoorstel Verplichte Geestelijke Gezondheidszorg voorgelegd aan de Tweede Kamer ter vervanging van de Wet Bopz (Wet Bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen). De belangrijkste doelen zijn het versterken van de rechtspositie van mensen met een psychische stoornis, het zo veel mogelijk beperken van dwang en het beperken van de duur van dwang, het verhogen van de kwaliteit van verplichte zorg, en het verlenen van zorg op maat. Om deze doelen te bereiken introduceert het wetsvoorstel een multidisciplinaire commissie, die moet worden betrokken bij het afgeven van een zorgmachtiging. Ook worden de persoonlijke voorkeuren van de patiënt uitdrukkelijk mee gewogen bij het opstellen van een behandelplan en het afgeven van de zorgmachtiging.

Spoedeisende hulp (SEH)

In 2010 is in de bekostiging voor huisartsenposten een eerste stap gezet, zodat substitutie van ziekenhuizen naar huisartsenposten mogelijk is. Wanneer mensen zich niet meer rechtstreeks op de SEH melden, levert dit aantoonbare besparingen op. Hierdoor is het voor de verzekeraar mogelijk om de huisartsenposten te belonen voor het extra werk dat daar wordt geleverd. Dit stimuleert de integratie van spoedeisende hulpposten van ziekenhuizen met huisartsenposten. Een relatief groot aantal zelfverwijzers dat naar de duurdere spoedeisende hulp gaat, had kunnen worden geholpen door de huisarts.

Ziekenhuizen moeten er strenger op toezien dat specialistische zorg wordt verleend op basis van een verwijzing. Een patiënt dient in eerste instantie in de eerste lijn te worden gezien om het beroep op de zorg in de tweede lijn te verminderen.

Medisch Specialisten

In 2010 was het voornemen om de overschrijdingen bij de medisch specialisten op te vangen met tariefsmaatregelen. Hiervoor is de compensatie voor ondersteunde specialismen aangepast en zijn de tarieven voor de medisch specialisten verlaagd, voor een totaal van 479 miljoen euro. Deze kortingen zijn door de NZa per specialisme gedifferentieerd. Verder is een aanwijzing verstuurd voor een aanvullende korting in 2011 van 94 miljoen euro.

Om structurele oplossingen te vinden voor de problemen bij de bekostiging van de medisch specialisten wil VWS in 2012 een beheersmodel invoeren. Hierover is met de Orde van Medisch Specialisten (OMS) en de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) een akkoord bereikt. Tegen de achtergrond van een beheerste uitgavenontwikkeling bij medisch specialisten zijn afspraken gemaakt over het verbeteren van de patiëntveiligheid en de kwaliteit van de gezondheidszorg. Het ministerie van VWS stelt hiervoor ieder jaar een totaalbudget vast voor vrij gevestigde medisch specialisten. Dat budget wordt verdeeld onder de medisch specialisten. Medisch specialisten en de Raad van Bestuur van het ziekenhuis maken hierover afspraken. Hierbij is naast bekostiging op basis van prestatie ook ruimte voor het belonen van kwaliteit, opleidingsactiviteiten of innovatie.

Palliatieve zorg

In de afgelopen jaren is uitvoering gegeven aan het «plan van aanpak palliatieve zorg 2008–2010». Doel was de palliatieve zorg te verbeteren door vroegtijdige inzet en deskundigheidsbevordering. Op deze onderdelen is in de afgelopen jaren veel verbeterd (TK 29 509, nr. 30). Om vergaarde kennis en inzichten van afgelopen jaren toe te passen in de zorgpraktijk wordt gestart met verbeterprogramma vanuit ZonMw.

Kengetal
 

1-7-2006 t/m 30-6-2007

1-7-2007 t/m 30-6-2008

1-7-2008 t/m 30-6-2009

1-7-2009 t/m 30-6-2010

1. Zorgplaatsen via high-care hospices

1 131

1 753

1 190

1 249

2. Zorgplaatsen via bijna-thuishuizen

1 574

1 969

2 474

2 595

3. Thuisplaatsen

4 403

4 375

4 553

4 553

Totaal aantal zorgplaatsen

7 108

8 097

8 217

8 397

Bron

VWS. De middelen uit de subsidieregeling palliatieve terminale zorg zijn bedoeld als tegemoetkoming in de kosten die organisaties maken voor de coördinatie van vrijwilligers die ingezet worden in palliatief terminale situaties. De regeling is nadrukkelijk niet bedoeld om het aantal zorginzetten groter te maken. De verdeling van de middelen vindt plaats op basis van het aantal zorginzetten in de periode voorafgaand aan de aanvraag. In dit kader kan het aantal zorgplaatsen als kengetal dienen in de monitoring van de regeling, maar zijn daar niet primair voor bedoeld en dienen niet om het succes van de regeling aan af te meten.

Beleidsconclusie

In 2010 zijn stappen gezet om de curatieve zorg doelmatiger en meer solide te maken. Zo zijn afspraken gemaakt over doelmatigere en veiligere zorg in ziekenhuizen, is het wetsvoorstel verplichte ggz voorgelegd aan de Tweede Kamer en is afgesproken de bekostiging van medisch specialisten structureel te regelen. Het kabinet zet stappen om in de zorg de beloning naar prestatie verder vorm te geven.

Langdurige zorg

Het kabinet heeft in 2010 verder gewerkt aan de doelstelling om de AWBZ terug te brengen naar haar oorspronkelijke bedoeling: het leveren van kwalitatief goede zorg aan mensen die daar langdurig behoefte aan hebben.

Het afgelopen jaar is in de langdurige zorg meer nadruk komen te liggen op de positie van de cliënt. Ook is de professional centraler komen te staan door gerichte inzet van de wijkverpleegkundige. Daarnaast is geïnvesteerd in instellingen voor verzorging en verpleging en gehandicaptenzorg.

Versterken positie van de cliënt

De wensen van de cliënt moeten centraal staan bij het geven van zorg. Om die reden is per 1 januari 2009 de zorgzwaartebekostiging ingevoerd. Deze bekostiging is bedoeld voor mensen die niet langer zelfstandig kunnen wonen en/of behoefte hebben aan een beschermende woonomgeving. In Nederland hebben ongeveer 260 000 mensen verschillende soorten verblijfszorg nodig. Voor de beschrijving van deze zorg zijn de zorgzwaartepakketten (ZZP's) gemaakt. Een zorgzwaartepakket omvat het wonen, de zorg, diensten, dagbesteding en/of behandeling. De zorgzwaartepakketten worden vanaf 1 januari 2010 gebruikt voor de bekostiging, de zorginkoop, en de verantwoording over de geleverde zorg door de aanbieder.

In 2010 is gewerkt aan de verdere ontwikkeling van de zorgzwaartebekostiging. Daar waar in 2009 de oude bekostiging nog leidend was voor de hoogte van het budget van de instelling (met een beperkt financieel effect van de zorgzwaartepakketten), is in 2010 de volledige overstap gemaakt. Dit betekent dat vanaf 1 januari 2010 sprake is van één taal in de keten van indicatiestelling tot en met bekostiging en verantwoording. Het systeem van de zorgzwaartebekostiging is daarmee een feit (TK 30 597, nr. 149). Bij een grote operatie als de invoering van zorgzwaartebekostiging is het onontkoombaar dat zich kinderziekten voordoen. VWS is alert op de signalen en werkt – samen met andere partijen – aan een verbetering van de zorgzwaartepakketten.

Keuzevrijheid

Het persoonsgebonden budget (pgb) stelt mensen in staat zelf de zorg te regelen die zij thuis nodig hebben door ziekte, handicap of ouderdom. In 2010 was 2,1 miljard euro beschikbaar voor de pgb’s. Wegens het grote beroep op het pgb is in het voorjaar van 2010 besloten dit bedrag te verhogen met 247 miljoen euro. Deze impuls bleek ontoereikend, waarna is besloten per 1 juli het pgb-plafond te handhaven. Voor verschillende doelgroepen is hierop een uitzonderingssituatie van toepassing (TK 25 657, nr. 40). Het gaat om personen die gebruik willen maken van een wooninitiatief dat zonder het verlenen van het pgb niet mogelijk is, personen met verblijfsindicatie waarvoor extramuraal geen geschikt aanbod beschikbaar is en kinderen die na behandeling in het ziekenhuis medisch-specialistische zorg nodig hebben.

Steeds meer jongeren met psychiatrische problemen doen een beroep op voorzieningen van de jeugdzorg, de Zvw, en de AWBZ. Dit verklaart voor een deel de groei van het aantal pgb’s. Gebleken is dat het alternatief, zorg-in-natura, in sommige gevallen onvoldoende aansluit op de behoefte aan zorg. Om de pgb-regeling voor de toekomst financieel houdbaar te maken heeft het kabinet per 1 januari 2011 een eerste set aan maatregelen genomen. In 2011 worden vervolgmaatregelen uitgewerkt. Vanaf 2014 is de wettelijke verankering van het recht op een pgb voorzien (TK 25 657, nr. 41).

Tussen 2009 en 2011 is geld vrijgemaakt om intramurale instellingen in staat te stellen (een deel van) hun capaciteit om te vormen of uit te breiden in de vorm van kleinschalige woonvoorzieningen. Op deze manier hebben ouderen met een psychogeriatrische aandoening (dementie) beter de mogelijkheid te kiezen voor een kleinschalig georganiseerde omgeving. Voor 2010 ging het om een bedrag van maximaal € 24,8 miljoen (TK 25 424, nr. 94).

Stimuleren bouw

In 2009 is 160 miljoen euro beschikbaar gesteld als investeringsimpuls voor instellingen in de verzorging en verpleging en de gehandicaptenzorg (TK 31 070, nr. 24). Verpleeghuizen kunnen hiermee de kamers met drie of meer bedden vervangen en de gehandicaptenzorg de gebouwen die niet voldoen aan de minimum normen. In 2009 en 2010 hebben instellingen in beide sectoren grote inspanningen geleverd om de privacy te verbeteren. De stimuleringsmaatregel heeft ervoor gezorgd dat ruim 3 400 plaatsen in de zorghuizen en meer dan 3 100 plaatsen in de gehandicaptenzorg in de jaren 2010–2012 versneld kunnen worden verbeterd (TK 30 597, nr. 158).

Indicator/output
 

2006

2007

2008

2009

2010

Streefwaarde

2011

Streefwaarde lange termijn

1. Aantal personen in kamers voor meer dan twee personen

16 700

14 153

9 853

8 700

5 600

3 879

0

Bron

College Bouw zorginstellingen

Vereenvoudigen indicatiestelling

Het kabinet heeft stappen aangekondigd om de indicatiestelling AWBZ te vereenvoudigen (TK 30 597, nr. 116). Zo heeft het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) met ingang van 2010 zorgaanbieders in de gelegenheid gesteld om een actieve rol te vervullen bij de indicatiestelling (zogenoemde taakmandatering). Cliënten kunnen ook zelf langs digitale weg een aanvraag indienen bij het CIZ.

Indicator/outcome
 

2006

2007

2008

2009

2010

Streef- waarde 2011

Streef- waarde lange termijn

1. Cliënttevredenheid over indicatiestelling CIZ

7,5

7,2

8,0

8,5

2. Percentage cliënten dat wordt geholpen binnen de treeknorm

85%

85%

86%

82%

> 80%

> 80%

3. Percentage indicatieaanvragen dat is afgedaan binnen de wettelijke termijn (0 tot 6 weken)

89%

88%

86%

87%

91%

89%

95%

Bron

1. Jaarverslag CIZ. De cliënttevredenheid bij de indicatiestelling wordt gemeten aan de hand van vragen over de bekendheid met het CIZ, de behandeltermijnen en de begrijpelijkheid van de indicatie.

2. AWBZ-brede Zorgregistratie (AZR). Treeknormen zijn normen voor acceptabele wachttijden voor het leveren van zorg (extramuraal 6 weken, intramuraal 13 weken) en is een indicator voor de toegankelijkheid van de AWBZ.

3. Jaarverslag CVZ en CIZ. De genoemde termijn vloeit voort uit de wettelijke termijn van maximaal 6 weken waarbinnen het CIZ op grond van de Algemene wet bestuursrecht een besluit moet nemen.

Programma Regelhulp

Eind 2009 is aan de Tweede Kamer gerapporteerd over Regelhulp in het kader van het Programma Stroomlijning Indicatieprocessen (TK 29 461, nr. 52). De belangrijkste doelstellingen voor 2010 waren:

  • Implementatie van Regelhulp bij gemeenten afronden;

  • Toename bekendheid onder ouderen, gehandicapten en langdurig zieken;

  • Toekomstvast maken van Regelhulp en continu verbeteren van Regelhulp conform wensen organisaties en gebruikers.

Op alle drie de terreinen zijn goede resultaten geboekt. Eind 2010 doet 83% van de gemeenten mee met Regelhulp. Uit statistieken blijkt dat het gebruik van de website fors is toegenomen. Een innovatief ontwikkeltraject heeft eind 2010 een nieuwe versie van Regelhulp opgeleverd, waarbij de klant via vraagverheldering stap voor stap van zijn situatie naar mogelijke oplossingen wordt geleid.

Professional centraal

De zorgprofessional is de bron van goede zorg. Het kabinet is dan ook van mening dat professionals dichtbij de cliënt moeten staan en mee moeten denken over het totale pakket aan zorg dat nodig is. In dat verband is in 2010 verder gegaan met de uitvoering van de motie-Hamer (TK 31 700 XVI, nr. 15) om extra wijkverpleegkundigen in te zetten voor het beter verbinden van zorg, wonen en welzijn op wijkniveau.

Afgelopen jaar kwamen ruim 40 aandachtswijken in aanmerking voor subsidie voor de inzet van extra wijkverpleegkundigen. In totaal ging het om 3,7 miljoen euro. Ruim 200 extra wijkverpleegkundigen zijn aan de slag gegaan in de aandachtswijken (TK 30 995, nr. 84).

Verbeteren van de kwaliteit

In 2007 is het kwaliteitskader «Verantwoorde Zorg» voor de sector Verpleging, Verzorging en Zorg Thuis (VVT) ontwikkeld. Deze normen voor verantwoorde zorg zijn de afgelopen jaren verder uitgewerkt. Dit heeft geleid tot een verbeterde versie in 2010. Het kwaliteitskader is een belangrijk instrument voor veldpartijen om verantwoorde zorg in de praktijk te brengen.

Toegankelijkheid van de AWBZ zorg

De toegankelijkheid van de AWBZ zorg voor cliënten die een beroep doen op de sectoren verpleging en verzorging en gehandicaptenzorg is over het algemeen goed. Bij dementerende ouderen, personen met een meervoudige complexe problematiek en jeugdig licht verstandelijk gehandicapten met veelal aanvullende problemen, komt het echter voor dat cliënten langer moeten wachten op zorg dan wenselijk is. Dit hangt samen met een toename van de vraag en het achterblijven van de uitbreiding van het aantal verblijfsplaatsen (TK 30 597, nr. 147). Bij de vaststelling van het AWBZ-budget voor 2012 zal worden meegenomen welke uitbreiding van plaatsen noodzakelijk is.

Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg)

Eind 2010 heeft het CAK voor de eerste keer de forfaitaire tegemoetkoming aan rechthebbenden uitgekeerd. Mensen die recht hebben op een tegemoetkoming krijgen deze automatisch. Zij hoeven geen ingewikkelde formulieren in te vullen. Het automatisch uitkeren van de tegemoetkoming vergde een intensieve voorbereiding. Dankzij de inzet van alle partners en de begeleiding door de Stuurgroep Implementatie Wtcg is dit proces goed verlopen.

Om de eerste uitkering van de forfaitaire tegemoetkoming goed te begeleiden heeft VWS samen met het CAK een voorlichtingscampagne opgezet. Voorbeelden van de daarbij ingezette middelen zijn: algemene en op specifieke groepen toegespitste brochures, factsheets en posters, en een zogeheten Wtcg-test die mensen online kunnen invullen. Verder zijn mailings verstuurd aan intermediaire partijen (bijvoorbeeld huisartsen, gemeenten en verpleeg- en verzorgingsinstellingen) die in contact staan met de doelgroep van de Wtcg. De Wtcg werkt nog niet zoals het zou moeten. Hiervoor zijn criteria aangepast, die eind 2011 zichtbaar zullen worden.

Waarborgen van de solidariteit

Om de solidariteit in ons zorgstelsel te waarborgen, is het van belang dat zorg betaalbaar blijft en dat duidelijk wordt gemaakt in welke gevallen mensen aanspraak maken op AWBZ-verzekerde zorg. Mede in dit kader heeft het kabinet besloten de somatische revalidatiezorg over te hevelen naar de Zorgverzekeringswet (Zvw). Deze zorg past wegens het kortdurende karakter beter in de Zvw dan in de AWBZ. In 2010 heeft de NZa het ministerie van VWS geadviseerd over de te nemen stappen om overheveling mogelijk te maken.

Indicator/outcome
 

2007

2008

2009

2010

Streefwaarde 2011

1. Beheerste ontwikkeling AWBZ-uitgaven langdurige zorg (bedragen x € 1 miljard)

23,0

22,0

23,4

24,5

23,7

Bron

1. VWS, NZa productieafspraken en (voorlopige)realisatiegegevens, CVZ (voorlopige) financieringslasten.

Beleidsconclusie

In 2010 is verder gewerkt aan de ambitie om de AWBZ terug te brengen naar haar oorspronkelijke doelstelling: het verlenen van zorg aan mensen die daar langdurig behoefte aan hebben. Op sommige punten boeken we vooruitgang: de zorgzwaartebekostiging is verder ontwikkeld en de zorgzwaartepakketten zijn verbeterd. Dit leidt tot efficiëntere zorg en zorg-op-maat. Tegelijkertijd blijft een beheerste ontwikkeling van de uitgaven voor de AWBZ een aandachtspunt. Het slimmer inrichten en beter afbakenen van het pgb is één van de uitdagingen voor de komende jaren.

Preventie

Samenhangend gezondheidsbeleid

Door de vergrijzing en de ontwikkeling van de medische technologie is er een sterke toename van het aantal chronisch zieken. Bij de behandeling van hen staat voorkómen en beter behandelen van chronische aandoeningen centraal. Het doel is gezondheidswinst, goede kwaliteit van leven en betere arbeidsparticipatie.

In 2010 is gewerkt aan een betere verbinding tussen preventie en genezing. De ontwikkeling van lokale samenwerkingsverbanden is gestimuleerd. Ook zijn de eerste stappen naar een betere gegevensuitwisseling tussen eerstelijnszorg en GGD-en in gang gezet. Op een aantal plaatsen zijn projecten tussen gemeenten en verzekeraars gestart, zoals met het convenant «De verbinding» bij de vier grootste gemeenten van Nederland. Voor zelfmanagement – waarbij de patiënt zelf de regie neemt over zijn ziekte – ontwikkelt het veld in hoog tempo instrumenten. VWS ondersteunt deze ontwikkeling en stimuleert samenwerking tussen alle betrokken partijen.

Indicator/outcome
 

2000

2003

2005

2007

2008

2009

Streefwaarde 2011

1. Absolute levensverwachting in jaren:

       

– mannen

75,5

76,2

77,2

78,0

78,3

78,5

≥ 78,5

– vrouwen

80,6

80,9

81,6

82,3

82,3

82,6

≥ 82,6

2. waarvan jaren in goed ervaren gezondheid:

       

– mannen

61,5

62,4

62,5

64,7

63,7

65,3

≥ 63,7

– vrouwen

60,9

61,6

61,8

63,4

63,5

63,8

≥ 63,5

Bron

1. www.cbs.nl. Verschil in levensverwachting mannen en vrouwen wordt kleiner. De cijfers over 2010 worden in juni 2011 verwacht. De levensverwachting van in Nederland geboren meisjes in 2009 bedroeg 82,6 jaar. Dat is 4 jaar hoger dan die van jongens (78,5 jaar). Sinds 1980 is het verschil in levensverwachting tussen de seksen kleiner geworden. Mannen boekten vanaf 1980 een winst van 6,0 jaar, vrouwen zijn gemiddeld 3,4 jaar ouder geworden. De verklaring is de sterke daling van de sterfte: ondanks de vergrijzing is in de periode 2002–2007 het aantal sterfgevallen ieder jaar gedaald.

2. www.cbs.nl Gezonde levensverwachting; vanaf 1981. De cijfers over 2010 worden in het najaar 2011 verwacht. Voor het berekenen van levensverwachting in als goed ervaren gezondheid is het aantal «gezonde» jaren bepaald op basis van een vraag naar de ervaren gezondheid. In de loop der jaren is de vraag naar de ervaren gezondheid op twee (vrijwel identieke) manieren gesteld, namelijk: 1. Hoe is het over het algemeen met uw gezondheid? 2. Hoe is over het algemeen de gezondheidstoestand van onderzochte persoon? Mensen die deze vraag beantwoorden met «goed» of «zeer goed» worden gezond genoemd.

Preventie als onderdeel van de zorgketen

In 2010 is het Nationaal Actieprogramma Diabetes (NAD) voortgezet. Het doel van het actieprogramma, dat loopt van 2009–2013, is een brede toepassing van een actuele en complete NDF Zorgstandaard diabetes (Nederlandse Diabetes Federatie). Om dat te bereiken worden activiteiten ingezet rondom de thema's: preventie, positie van de patiënt & cliënt, kwaliteit, organisatie & kennis, regelgeving & bekostiging en e-communicatie & ICT voorzieningen. Als onderdeel van het Nationaal Actieprogramma Diabetes is in oktober 2010 begonnen met de monitor (www.nad-monitor.nl), waarmee inzicht is verkregen in het gebruik van de Nederlandse Diabetes Federatie Zorgstandaard en de organisatie van diabeteszorg.

Lokaal gezondheidsbeleid

Voor veel mensen is het niet makkelijk om een goede balans te vinden tussen eten en bewegen. Om mensen hierbij te helpen heeft de overheid het Convenant Overgewicht opgericht in 2004. In 2010 is het Convenant Overgewicht voortgezet onder de naam «Convenant Gezond Gewicht». In dit samenwerkingsverband nemen maatschappelijke partijen samen hun verantwoordelijkheid voor overgewicht bij kinderen en volwassenen. Deze partijen zijn: overheid, levensmiddelenindustrie, horeca, werkgevers, zorgverzekeraars, scholen en sportorganisaties. Enkele resultaten van het Convenant overgewicht:

  • De levensmiddelenindustrie heeft toegezegd heel terughoudend om te gaan met reclames voor kinderen onder de 12 jaar;

  • In het schooljaar 2009–2010 zetten weer 75 scholen zich in voor de stimuleringsprijs Gezonde Schoolkantine;

  • De workshop «Eetplezier en Beweegkriebels» maakt ouders van kinderen van 0–4 jaar bewust van het belang van gezonde voeding en veel bewegen;

  • Sinds 2010 richt de samenwerking zich vooral op jongeren en gezond gewicht. Onder de titel Jongeren op gezond gewicht (JOGG) kunnen gemeenten ondersteuning krijgen bij de inrichting van gezonde steden.

Op het terrein van intersectoraal gezondheidsbeleid is de samenwerking met andere departementen versterkt om zo tot betere afstemming te komen tussen overlappende thema’s op dit gebied. VWS is medevoorzitter van het interdepartementaal overleg Gezondheid en Milieu. De oriëntatie van dit overleg is verbreed door uitbreiding met onderwerpen op het terrein van SZW en OCW.

Voorts is samen met het ministerie van SZW een onderzoek begonnen naar de knelpunten in het functioneren van de bedrijfsarts. De resultaten van dit onderzoek worden voor de zomer van 2011 verwacht.

Tot slot is in kaart gebracht welk aanbod er beschikbaar is aan healthchecks. De resultaten van dit onderzoek worden gebruikt bij de verdere vormgeving van het gezondheidsbeleid.

Gezond Lokaal-Centraal

Het RIVM Centrum Gezond Leven (CGL) heeft in opdracht van het ministerie van VWS het «Plan van aanpak Professionals Gezond Versterkt 2010–2012» opgesteld. Het is een ondersteuningsprogramma voor professionals uit de sectoren GGD, ggz, verslavingszorg, thuiszorg en sport, die gezondheidsbevordering als hoofdtaak hebben. Daarmee wordt een kwaliteitsslag gemaakt in het werk van genoemde professionals. In 2010 zijn de resultaten van vier verkenningen gepubliceerd.

Per 1 juli 2010 is artikel 5a van de Wet op de publieke gezondheid (Wpg) van kracht geworden (TK 32 195, nr. 1 t/m 9). Dit artikel verplicht gemeenten tot preventieve maatregelen met het oog op de gezondheid van 65-plussers. Gemeenten krijgen daarbij zoveel mogelijk ruimte om het beleid lokaal in te vullen. Hiermee kan elke gemeente maatwerk leveren als het gaat om monitoren, signaleren en voorkomen van gezondheidsproblemen bij ouderen.

Indicator/output
 

2005

2007

2008

2009

2010

2011

1. Percentage gemeenten met een 1e nota gezondheidsbeleid

87%

99% (eindstand)

    

2. Percentage gemeenten met een 2e nota gezondheidsbeleid

 

14%

45,8% (juli)

71,2% (juli)

90,5% (december)

100% (streefwaarde)

Bron

www.rivm.nl, Nationale Atlas Volksgezondheid

Infectieziektebestrijding

De vaccinatiecampagne tegen de Nieuwe Influenza A (H1N1) is eind 2009 begonnen en liep tot begin 2010. In totaal zijn bijna 7,5 miljoen mensen opgeroepen. Volgens het RIVM/Centrum voor Bevolkingsonderzoek en de Stichting Nationaal Programma Grieppreventie (SNPG) heeft een grote meerderheid van de opgeroepen medische risicogroepen, zorgmedewerkers en kinderen zich tweemaal laten vaccineren. In het najaar van 2010 is een begin gemaakt met een externe onafhankelijke evaluatie van de bestrijding van de pandemie. Deze evaluatie zal in maart 2011 worden afgerond.

Eind 2010 heeft de commissie Van Dijk een evaluatie opgeleverd van de Q-koorts uitbraak. In het rapport «Van verwerping tot verheffing» staan conclusies en aanbevelingen, waaruit lering wordt getrokken voor toekomstig beleid met betrekking tot de signalering en bestrijding van infectieziekten die kunnen worden overgedragen van dieren op mensen (zoönosen). De aanbevelingen worden geïmplementeerd in 2011.

Darmkankerscreening

Medio 2010 heeft de Gezondheidsraad advies uitgebracht over darmkankerscreening. Op basis van de internationale criteria voor verantwoord bevolkingsonderzoek adviseert de Gezondheidsraad om in fasen een bevolkingsonderzoek in te voeren voor mannen en vrouwen van 55 tot en met 75 jaar. In het voorjaar van 2011 zal een standpunt worden bepaald, mede op basis van een uitvoeringstoets naar de invoering van een bevolkingsonderzoek naar darmkanker door het RIVM/Centrum voor Bevolkingsonderzoek.

Seksuele gezondheid

In 2010 heeft VWS samen met OCW geïnvesteerd in seksuele vorming van jongens via het programma «Seksuele gezondheid van de jeugd» van ZonMw en de nieuwe campagne «Maak seks lekker duidelijk». Het RIVM/Centrum Infectieziektebestrijding is begonnen met het ontwikkelen van een soa/hiv-plan. Ook is begonnen met de voorbereidingen voor de integratie van de twee subsidieregelingen ten behoeve van hulpverlening op het gebied van seksuele gezondheid. VWS heeft een financiële impuls voor het Partnership Aanpak seksueel geweld verlengd tot en met 31 december 2011. Ook de opvang en behandeling van meisjes die slachtoffer zijn of dreigen te worden van loverboys via het project Asja II van het behandel- en expertisecentrum Fier Fryslân wordt met anderhalf jaar verlengd door de ministeries van Veiligheid en Justitie en VWS.

Indicator/output
 

2005

2006

2007

2008

2009

Streefwaarde 2011

1. Aantal opgespoorde seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s)

      

a. Gonorroe

1 623

1 757

1 827

1 964

2 422

≥ 2 422

b. Chlamydia

5 988

7 085

7 801

9 403

9 771

≥ 9 771

2. Percentage deelname aan Rijksvaccinatieprogramma

95,8%

94,3%

94,0%

94,5%

95,2%

≥ 95%

3. Percentage deelname aan griepvaccinatieprogramma (seizoensgriep)

76,9%

74,5%

73,5%

71,5%

70,4%

≥ 72%

4. Percentage deelname aan Bevolkingsonderzoek borstkanker

81,7%

81,9%

82,4%

82,7%

82,9%

≥ 83%

5. Percentage deelname aan Bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

65,5%

66,0%

66,0%

≥ 65%

6. Percentage deelname aan hielprik

99,9%

99,9%

99,8%

99,8%

≥ 99%

Bron

1. RIVM/Centrum Infectieziektebestrijding (www.rivm.nl), Seksueel overdraagbare aandoeningen in Nederland 2009. Een opgespoorde seksueel overdraagbare aandoening (soa) is het startpunt voor behandeling. Het aantal soa’s zal voorlopig toenemen. De reden hiervoor is dat er meer testen worden uitgevoerd en daardoor dus meer gevallen gevonden worden. Er is (nog) geen exacte opgave te geven door onderrapportage over de omvang van het aantal geslachtsziekten. De indicator wordt jaarlijks geactualiseerd. Gonorroe en Chlamydia zijn de meest voorkomende soa’s.

2. www.rivm.nl Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma Nederland, verslagjaar 2009 – RIVM rapport 210021010. Dit betreft het percentage kinderen geboren in 2007 dat basisimmuun is voor DKTP vóór het bereiken van hun 2-jarige leeftijd. De cijfers over 2010 worden in de zomer 2011 bekend.

3. www.nivel.nl. De cijfers over 2008 en 2009 zijn niet vergelijkbaar met voorgaande jaren, onder andere doordat de leeftijdsgrens van 65 naar 60 is verlaagd in het najaar 2008. De cijfers over 2010 worden in juni 2011 verwacht.

4. RIVM, Centrum voor Bevolkingsonderzoek (CVB) op basis jaarverslagen screeningsorganisaties 2008 en 2009.

5. Erasmus MC, Landelijke Evaluatie Bevolkingsonderzoek naar Baarmoederhalskanker (LEBA). Rapportage 2009. Het cijfer over 2009 wordt in juni 2011 verwacht.

6. TNO, evaluatie van de neonatale hielprikscreening bij kinderen geboren in 2008. Het cijfer over 2010 wordt begin 2012 verwacht.

Beleidsconclusie

In 2010 is preventie beter aangesloten op de reguliere zorg voor onder andere de chronische ziekten, zoals via het Nationaal Actieplan Diabetes (NAD). In de samenleving is ook steeds meer eigenstandig aandacht voor de eigen verantwoordelijkheid voor zorg. Hierin hebben gemeenten een steeds grotere taak gekregen via de Wet op de publieke gezondheid. Ten slotte kenmerkt 2010 zich door actieve ziektebestrijding van de influenza-A pandemie en de uitbraak van Q-koorts.

Kwaliteit en veiligheid van de zorg

Mensen moeten erop kunnen vertrouwen dat ze goede en veilige zorg krijgen wanneer dat nodig is. En zorg kunnen kiezen die het beste bij hen past. Daarvoor is inzicht in kwaliteit en veiligheid van zorgverleners noodzakelijk.

Doelstelling is de kwaliteit en veiligheid van de zorg te verbeteren door het invoeren van veiligheidsprogramma's door alle ziekenhuizen, eerstelijns-organisaties en curatieve ggz-instellingen. Richtlijnen en (veiligheids)normen worden opgesteld en aangescherpt en moeten beter worden nageleefd. Prestaties van zorgaanbieders worden transparanter gemaakt.

Voorkom schade, werk veilig

In 2010 zijn stappen gezet in de uitvoering van het in 2008 ingezette VMS-veiligheidsprogramma van de Nederlandse ziekenhuizen. Dit programma heeft tot doel het verbeteren en veiliger maken van de ziekenhuiszorg op tien inhoudelijke thema’s en de invoering van een veiligheidsmanagementsysteem (VMS). Hiermee moet in vijf jaar tijd (2008–2012) de vermijdbare schade en sterfte in de ziekenhuizen zijn gehalveerd. Uit een eerste tussentijdse meting naar vermijdbare schade en sterfte is gebleken dat die (in 2008 ten opzichte van 2004) niet is gedaald. Er is zelfs sprake van een stijging van de vermijdbare schade en sterfte in 2008. De cijfers geven de noodzaak aan van het intensiveren van het VMS-veiligheidsprogramma (TK 31 016, nr. 17). Op basis van onderzoek door de IGZ blijkt dat de invoering van het veiligheidsmanagementsysteem in ziekenhuizen redelijke vooruitgang wordt geboekt (TK 31 765, nr. 23). De zorgsector heeft zich dan ook gecommitteerd aan de halvering van vermijdbare sterfte en schade. Aan deze doelstelling worden zij dan ook gehouden door VWS.

Tien thema’s

Op de tien thema’s van het VMS-veiligheidsprogramma zijn zowel proces- als uitkomstindicatoren ontwikkeld. Daarmee kan in de komende jaren naast de EMGO/Nivel-meting zichtbaar worden gemaakt tot welke effecten de investeringen hebben geleid.

Indicator/outcome
 

2004

2006

2008

2009

Streefwaarde 2011

1. Aantal vermijdbare incidenten in ziekenhuizen

30 000

38 600

28 500

2. Vermijdbare sterfte in ziekenhuizen (meting bij huidige stand technologie)

1 735

1 960

1 648

3. Percentage ziekenhuizen dat de speerpunten 2009 op het gebied van het Veiligheidsmanagementsysteem (VMS) heeft geïmplementeerd

100%

4. Het aantal ziekenhuizen dat op de thema’s van het programma «voorkom schade, werk veilig» participeert of aantoonbaar vergelijkbare initiatieven ontplooit

82

93

100% (2012)

5. Het aantal ziekenhuizen dat deelneemt aan de HSMR (Hospital Standardised Mortality Rate)

69

100%

6. Aantal gevallen van vermijdbare ziekenhuisopname ten gevolge van medicijngebruik

19 000

< 13 300

Bron

1. en 2. De basiswaarden zijn gemeten door het Nivel in 2004. De waarden over 2008 zijn eind 2010 gepubliceerd door EMGO/Nivel.

3. IGZ. Begin 2009, 2010, 2011 en 2012 controleert de IGZ steekproefsgewijs of alle ziekenhuizen de extra speerpunten voor dat jaar op het gebied van VMS-implementatie gerealiseerd hebben. De conclusie van het onderzoek van de IGZ over 2009 is dat de 19 aselect gekozen ziekenhuizen die in de steekproef onderzocht zijn, bezien vanuit de speerpunten voor 2009, op schema liggen om certificatie/accreditatie van het VMS in 2012 te behalen.

4. VWS. Cijfer is inclusief UMC’s.

5. Deelname aan de HSMR wordt door de IGZ gemeten. Het gaat hier dan om gecorrigeerde sterftecijfers. Naar verwachting maken alle ziekenhuizen (100%) deze in 2011 openbaar. In 2010 hebben alle ziekenhuizen reeds hun ongecorrigeerde sterftecijfers openbaar gemaakt.

6. Eindrapport Hospital Admissions Related to Medication (Harm), Universiteit Utrecht. Nieuwe cijfers verschijnen in 2011.

Veiligheidsnormen

Veldpartijen in de zorg zijn zelf verantwoordelijk voor het bevorderen van richtlijnen en veiligheidsnormen. Met betrokken partijen is een lijst met veiligheidsnormen vastgesteld, waarover de IGZ positief heeft geadviseerd. In juni 2010 is de Kamer geïnformeerd over de lijst veiligheidsnormen (TK 31 765, nr. 22). Veiligheidsnormen moeten vanaf nu duidelijk en herkenbaar worden meegenomen bij de richtlijnontwikkeling. Schiet het veld tekort bij het opstellen van veldnormen, dan kan de inspectie ook zonder veldnormen zelf toezichtnormen opstellen, indien dit noodzakelijk is voor haar toezichthoudende verantwoordelijkheid in relatie tot het risico voor de patiënt.

Kwaliteitsinstituut

In mei 2010 is een brief gestuurd aan de Tweede Kamer waarin het voornemen is beschreven om een kwaliteitsinstituut voor de zorg op te richten (TK 31 765, nr. 19). Momenteel worden zorgstandaarden, richtlijnen, protocollen en veiligheidsnormen door veel verschillende organisaties ontwikkeld en toegepast. In 2010 is geanalyseerd welke taken en verantwoordelijkheden het kwaliteitsinstituut moet krijgen om deze doelstelling te bereiken. De jaren 2011 en 2012 staan in het teken van de transitie en in 2013 zal het kwaliteitsinstituut operationeel zijn.

Cliënten en verzekeraars kunnen alleen goede keuzes maken wanneer duidelijk is welke kwaliteit zorgaanbieders leveren. Door onder meer de prestaties van zorgaanbieders transparanter te maken gaat de kwaliteit van zorg omhoog. In 2010 is informatie over 15 aandoeningen beschikbaar op kiesBeter.nl.

De ervaringen van cliënten met AWBZ-zorg moeten zichtbaarder worden. Niet alle organisaties in de sector Verpleging, Verzorging en Thuiszorg (VVT) geven toestemming voor het publiceren van de Consumer Quality (CQ)-index gegevens op kiesBeter.nl. Naar schatting publiceert ongeveer 80 procent van de organisaties de gegevens. Voor de Geestelijke Gezondheidszorg (ggz) is de CQ-langdurige zorg en CQ-klinische zorg ingevoerd en zijn de indicatoren gepubliceerd in het Jaardocument Maatschappelijke Verantwoording.

Indicator/output
 

2009

2010

Streefwaarde 2011

Voor 80 aandoeningen kunnen burgers op www.kiesBeter.nl zien welke kwaliteit ziekenhuizen bieden.

6

15

80

Bron

RIVM, www.kiesBeter.nl

Beleidsconclusie

Veiligheid van ziekenhuiszorg is nog niet op orde. De zorgsector heeft zich gecommitteerd aan de doelstelling de vermijdbare schade en sterfte te halveren. Gezien de stijgende trend zal op dit onderwerp extra inzet moeten komen vanuit de sector. Hier gaat VWS op toezien.

Participatie

Wetswijziging Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning)

Met ingang van 1 januari 2010 is de Wmo gewijzigd om de positie van de burger in de Wmo te verbeteren. Dit heeft geleid tot diverse aanpassingen. Voorheen werden mensen die huishoudelijke hulp in natura ontvingen, soms ongevraagd en zonder het te weten werkgever van de alfahulp. Zij waren vaak niet op de hoogte van plichten die bij die positie behoren, zoals werkgeverslasten. Gemeenten moeten burgers nu expliciet vragen of zij kiezen voor een voorziening in natura of het persoonsgebonden budget (pgb), waaronder de vergoeding voor een alfahulp en de burger vooraf informeren over alle voor- en nadelen van de verschillende opties. Bij ondersteuning in natura heeft de burger geen enkele verantwoordelijkheid als werkgever of opdrachtgever.

Tevens is een overlegbepaling opgenomen gericht op overname van personeel van aanbieders die hun contract met de gemeente zijn verloren door aanbieders die het nieuwe contract gegund hebben gekregen.

Kengetal
 

2008

2009

1. Percentage Wmo-cliënten dat aangeeft dat de Wmo ondersteuning bijdraagt aan het zelfstandig wonen en meedoen in de samenleving

91%

2. Percentage Wmo-cliënten dat aangeeft dat de Wmo ondersteuning bijdraagt aan het langer zelfstandig blijven

81%

3. Percentage Wmo-cliënten dat aangeeft dat de Wmo ondersteuning bijdraagt aan meedoen in de samenleving

74%

Bron

1. Rapportage tevredenheidsonderzoeken cliënten Wmo SGBO 2008 juni 2008.

2. Tevredenheidsonderzoek cliënten Wmo 2009 SGBO. De vraag of de ondersteuning van de Wmo bijdraagt aan het zelfstandig kunnen blijven wonen en/of meedoen aan de maatschappij is in 2009 gesplitst in twee aparte vragen.

3. Tevredenheidsonderzoek cliënten Wmo 2009 SGBO.

Welzijn Nieuwe Stijl

Het ministerie van VWS, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de MOgroep Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening (MOgroep W&MD) zijn in 2010 gezamenlijk met het project «Welzijn Nieuwe Stijl» begonnen. Het concept van Welzijn Nieuwe Stijl bestaat uit acht bakens die inspireren, stimuleren en concrete handreikingen bieden om de lijn van vernieuwing in de Wmo te versterken en maatwerk, verbinding en samenhang te bevorderen. In dat kader hebben 97 gemeenten en 129 welzijnsinstellingen deelgenomen aan een stimuleringsprogramma. In het programma worden ondersteuningstrajecten op maat aangeboden in de vorm van lokale advisering, trainingen, workshops, handreikingen, informatiemateriaal over best practices, en visiteteams. Deze ondersteuning wordt in 2011 voortgezet.

Het project «Wmo in de buurt» is een netwerk van gemeenten, met als doel instrumenten te ontwikkelen voor Nederlandse gemeenten sociale samenhang en leefbaarheid te bevorderen van dorpen, wijken en buurten. In 2010 heeft dit er onder meer toe geleid dat een onderzoek is begonnen naar eenzaamheid en sociaal isolement in buurten en er zijn drie netwerkbijeenkomsten georganiseerd over gemeentelijke beleidsnota's sociale samenhang in de Wmo. De resultaten van deze inspanningen worden in 2012 aan alle Nederlandse gemeenten aangeboden.

Evaluatie Wmo

In maart 2010 heeft het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) de evaluatie van de Wet maatschappelijke ondersteuning gepubliceerd (Op weg met de Wmo). Het SCP concludeert dat de Wmo werkt, in de zin dat de meeste gemeenten de wet uitvoeren zoals de wetgever die heeft bedoeld en met de instrumenten die de wet verschaft. Ook de bij de Wmo betrokken gemeentelijke functionarissen, cliënten- en uitvoerende organisaties beoordelen de werking van de wet overwegend positief.

Uitbreiding van het aantal vrijwilligers en behoud van het aantal mantelzorgers

In 2010 is het programma «Zorg Beter met Vrijwilligers» uitgevoerd. Dit programma verspreidt via de website handreikingen, instrumenten, inspirerende voorbeelden, publicaties en andere informatie op het terrein van vrijwilligerswerk in de zorg.

Het afgelopen jaar hebben voorts 377 van de 430 gemeenten deelgenomen aan de nulmeting basisfuncties mantelzorg en vrijwilligerswerk. Deze gemeenten konden vervolgens advies krijgen over de wijze waarop zij de basisfuncties mantelzorg en vrijwilligerswerk kunnen inpassen in het lokale beleid (www.prestatieveld4.nl). Daarnaast namen ongeveer 70 instellingen deel aan verbetertrajecten. Intramurale zorginstellingen zijn vooral gericht op het verbeteren van het beleid en management op het gebied van het vrijwilligerswerk. Samenwerking tussen beroepskrachten en vrijwilligers is een ander thema dat sterk in de belangstelling staat.

In 2010 heeft VWS het Nationaal Stimuleringsprogramma Maatschappelijk Betrokken Ondernemen gefinancierd. Doel van dit programma is onder meer het bevorderen van vrijwilligerswerk door werknemers bij bedrijven door bijvoorbeeld het organiseren van een congres (Wereldz), de nationale monitor MBO en de website www.nationaalmboplatform.nl.

Tevens zijn met Movisie afspraken gemaakt om het Europees Jaar van het Vrijwilligerswerk 2011 voor te bereiden en de uitvoering te organiseren. Het plan voorziet in een aantal landelijke activiteiten om de waardering voor het werk van de vrijwilligers tot uitdrukking te brengen en biedt een platform aan vrijwilligersorganisaties om hierbij aan te sluiten.

Indicator/outcome
 

2002

2008

Streefwaarde 2011

Streefwaarde lange termijn

1. Aantal mantelzorgers (x 1 miljoen)

2,6

2,6

2,6

2. Percentage vrijwillige inzet van het aantal mensen van 18 jaar en ouder

42%

42%

> 42%

≥ 42%

Bron

1. De Toekomst van mantelzorg, SCP oktober 2009 en Blijvend in Balans; een Toekomstverkenning van Informele Zorg, SCP juni 2007. Zie www.scp.nl.

2. Toekomstverkenning Vrijwillige Inzet 2015, SCP juni 2007 en Vrijwillige Inzet 2008, CBS april 2009. Het SCP meet iedere vijf jaar de participatie aan het vrijwilligerswerk in het kader van het Tijdsbestedingsonderzoek (Tbo). Het CBS meet iedere twee jaar de deelname aan vrijwilligerswerk in het kader van het Permanent Onderzoek Leefsituatie (POLS). Nieuwe cijfers over vrijwilligers komen in mei/juni 2011 beschikbaar.

Bescherming en weerbaarheid bij geweld in afhankelijkheidsrelaties

De aanpak van geweld en misbruik in afhankelijkheidsrelaties is een prioriteit van VWS. Hierover is de Tweede Kamer geïnformeerd in de planningsbrief van 27 januari 2011 (TK 32 620, nr. 2).

In 2010 heeft de commissie De Jong een onderzoek verricht naar het stelsel vrouwenopvang. In april 2011 volgt een reactie op dit onderzoek. In dit kader wordt samen opgetrokken met het ministerie van Veiligheid en Justitie. Vooruitlopend hierop is de Tweede Kamer op 2 februari 2011 geïnformeerd over haar voornemen om de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling in te willen voeren voor geweld in huiselijk kring. Voor mishandeling gepleegd door professionals wil zij een meldplicht introduceren.

Medio 2010 is een begin gemaakt met de Categorale Opvang Slachtoffers van Mensenhandel. De ministeries van Veiligheid en Justitie en VWS financieren voor de periode van twee jaar 50 extra bedden, verdeeld over drie opvanginstellingen. 40 bedden zijn bestemd voor vrouwen en hun kinderen, en 10 bedden zijn voor mannen.

In de zes Nederlandse gemeenten met de meeste risicomeisjes (Amsterdam, Den Haag, Eindhoven, Rotterdam, Tilburg en Utrecht) is de «verklaring tegen meisjesbesnijdenis» ingevoerd. Deze verklaring is er op gericht om ouders en meisjes tijdens verblijf in het buitenland te helpen om de sociale druk te weerstaan van familie, vrienden of anderen. In 2011 wordt het gebruik van de verklaring verder uitgevoerd.

Mede dankzij de inzet van Nederland zal in de Europese strategie over geweld tegen vrouwen die nu wordt ontwikkeld, aandacht worden geschonken aan de aanpak van vrouwelijke genitale verminking.

Gelijke behandeling van mensen met een handicap

De verwachte inwerkingtreding van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte voor het openbaar vervoer via een Algemene Maatregel van Bestuur is vertraagd tot 1 juli 2011. Het kabinet heeft de voorbereidende werkzaamheden in 2010 voortgezet voor de ratificatie van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap.

Kengetal
 

2006

2007

2008

2009

Totale groep

100

105

104

104

     

Geslacht

    

Man

100

103

100

101

Vrouw (ref.)

100

105

106

106

     

Leeftijd

    

15–39

111

120

114

117

40–64 (ref.)

103

109

108

105

65 jaar en ouder

93

94

94

99

     

Opleidingsniveau

    

Laag

91

95

94

97

Midden (ref.)

104

110

109

110

Hoog

120

125

121

118

     

Aard van de beperking

    

Alleen motorisch (ref.)

100

105

103

105

Motorisch en zintuiglijk

99

103

104

102

     

Ernst van de beperking

    

Licht (ref.)

110

114

112

114

Matig

97

101

99

100

Ernstig

70

78

80

79

Bron

www.nivel.nl, Participatiemonitor. Basisjaar 2006=100, cijfers 2009

Mensen met een lichamelijke beperking participeren in 2009 nog net zoveel als in 2006 (er is geen significante toe- of afname). Bij enkele subgroepen is er een toename zichtbaar; mensen vanaf 65 jaar, vrouwen en mensen met een ernstige beperking participeren in 2009 meer dan in 2006. De cijfers dienen over een langere periode bezien te worden om te kunnen beoordelen of een stijging zich ook daadwerkelijk voortzet. De participatie van mensen in de leeftijdscategorie 40–64 jaar verloopt met een piekbeweging (n.b. er is geen duidelijke toe- of afname over de hele periode).

Beleidsconclusie

Op het gebied van participatie is veel in gang gezet. De Wmo wordt dichterbij de mens georganiseerd. Er is meer opvang voor vrouwen én mannen georganiseerd, die te maken hebben met geweld in een afhankelijkheidsrelatie. Maar ook is door Nederlandse inzet op Europees niveau meer aandacht voor vrouwelijke genitale verminking. Om de participatie van mensen in de samenleving te blijven ondersteunen wordt het beleid in grote lijnen voortgezet.

Innovatie

Zorginnovatieplatform (ZIP)

Het Zorginnovatieplatform (ZIP) heeft zich het afgelopen jaar ingezet voor de ontwikkeling en verspreiding van innovaties in de zorg, door deskundigen uit de zorgsector, het bedrijfsleven, de wetenschap en overheid samen te brengen. Naast het opzetten van verschillende samenwerkingsverbanden heeft het ZIP bijgedragen aan 60 verschillende innovatieve projecten in de zorg.

Zorgprocessen: In voor zorg

Het programma «In voor zorg» biedt organisaties in de langdurige zorg praktische ondersteuning om hun werkprocessen toekomstbestendig te maken. Het programma loopt tot 2012. In het najaar van 2010 hebben in totaal ruim 125 organisaties aangegeven graag mee te doen aan het programma en zijn meer dan 20 organisaties daadwerkelijk aan de slag gegaan met hun eigen «In voor zorg-traject». In november heeft een congres plaatsgevonden met ruim 700 professionals uit de sector.

Beleidsconclusie

Op gebied van innovatie in de zorg heeft de overheid via het ZIP een bijdrage kunnen leveren aan met name het samenbrengen en verspreiden van goede ideeën. Het zijn echter de zorgverleners zelf die de innovatieve kracht vormen in de zorg. Het beleid van VWS richt zich daarom op het wegnemen van belemmeringen en het creëren van randvoorwaarden voor de professional om vooruitstrevend te werk te gaan. In dit beleid past het ZIP minder goed en stopt om die reden per 2011.

Werken in de zorg

Begin 2010 is de arbeidsmarktbrief 2009 gepresenteerd. Hieruit blijkt dat de arbeidsmarkt in de zorg de afgelopen jaren tot rust is gekomen. Het vacatureaanbod is gedaald en de zorg heeft een grotere aantrekkingskracht gekregen. Tegelijkertijd is gesignaleerd dat de druk op de arbeidsmarkt in de zorg de komende jaren toeneemt als gevolg van de uitstroom van ouderen. De minister heeft in 2010 samen met sociale partners de gezamenlijke agenda «Arbeidsmarkt Zorg» opgesteld (TK 29 282, nr. 111). Deze agenda schetst hoe partijen de komende jaren de arbeidsmarkt willen versterken. Om de beschikbaarheid van goed opgeleide zorgprofessionals te blijven waarborgen is in 2010 een begin gemaakt met de oprichting van het fonds ziekenhuisopleidingen (FZO). Het FZO stimuleert het opleiden van gespecialiseerde verpleegkundigen en medische ondersteunend personeel (TK 29 282, nr. 91).

Er zijn twee rapporten verschenen over arbeidsmarktbeleid in de zorgsector. Het betreft de evaluaties van twee pilots, gehouden van 2007 tot 2009. Eén pilot was gericht op het oplossen van regionale knelpunten in de personeelsvoorziening en het verhogen van de arbeidsparticipatie aan de onderkant van de samenleving. De tweede pilot was gericht op de instroom van niet-westerse allochtonen. Uit de evaluaties is gebleken dat beter samengewerkt wordt tussen regio’s bij het oplossen van arbeidsmarktvraagstukken. Dit is in een aantal regio’s tot uitdrukking gekomen door het gebruik van sectorservicepunten of mobiliteitscentra. De belangrijkste conclusie uit de tweede pilot was dat er voldoende animo is om in de zorg te werken. Er moet echter meer gebruik worden gemaakt van de aanwezige kwaliteiten bij deze groep potentiële medewerkers.

Kengetal
 

Gemiddeld 2003–2007

2008

2009

2010

1. Werkgelegenheidsontwikkeling Zorg en Welzijn

2,7%

1,8%

3,7%

3,5%

2. Vacaturegraad in zorg en welzijn

16

22

16

14

3. Aantal leerlingen in zorg en welzijn opleidingen (MBO en HBO)

240 000

251 000

260 000

4. Netto verloop verpleegkundig, verzorgend en agogisch personeel

4,3%

4,0%

4,1%

5. Ziekteverzuim (1e ziektejaar)

5,5%

5,0%

4,9%

4,8%

Bron

1. t/m 5. CBS statline, www.azwinfo.nl, Regiomarge, Vernet.

De vacaturegraad in zorg en welzijn is het aantal openstaande vacatures per 1 000 werknemers.

Stages in de zorg

In 2008 heeft VWS een subsidieregeling ingesteld voor stageplaatsen in de zorg. Doel van het stagefonds is de instroom en doorstroom van personeel te bevorderen. In het opleidingsjaar 2009–2010 is 98 miljoen euro verdeeld over zorginstellingen. Met dit bedrag kunnen ruim 50 000 stageplaatsen worden betaald (bijna 100 000 studenten). De resultaten van het stagefonds zijn geëvalueerd. De Tweede Kamer is hier bij brief begin maart over geïnformeerd (TK 29 282, nr. 111). De eerste uitkomsten zijn positief. Het kabinet heeft besloten om het stagefonds structureel te maken.

Opleidingsfonds

In oktober 2010 is het rapport «Zorgopleidingen in de polder, Evaluatie Opleidingsfonds en CBOG» verschenen. De belangrijkste conclusies van de onderzoekers waren dat de opleidingscapaciteit beter wordt benut sinds de introductie van het opleidingsfonds in 2007 en dat de zogenaamde varkenscyclus wordt tegengegaan. De uitdaging voor de toekomst is volgens het rapport om te komen tot een eenvoudiger en minder bureaucratisch proces dat de betrokken partijen meer vertrouwen geeft.

Kengetal
 

2007

2008

2009

2010

2011

1. Aantal personen dat instroomt in het eerste jaar van de huisartsenopleiding

515

538

582

585

615

2. Aantal personen dat instroomt in het eerste jaar van de opleiding tot medisch specialist

1 032

950

1 059

1 057

1 209

Bron

1. SBOH /MSRC, Capaciteitsorgaan. De cijfers tot en met 2010 hebben betrekking op de gerealiseerde instroom.

De cijfers van 2011 zijn de streefwaarden voor de toegestane instroomcapaciteit

2. SBOH /MSRC, Capaciteitsorgaan. De cijfers hebben betrekking op het aantal personen dat is ingestroomd in het eerste jaar van de opleidingen vallend onder de subsidieregeling zorgopleidingen eerste tranche (zijnde de erkende medisch specialismen, exclusief psychiatrie, inclusief de erkende bèta beroepen en tandzorg specialismen).

Beleidsconclusie

De arbeidsmarkt in de zorg is de afgelopen jaren tot rust gekomen; het vacatureaanbod is gedaald en de zorg heeft een grotere aantrekkingskracht gekregen. De druk neemt de komende jaren echter toe. VWS heeft in 2010 verschillende stappen gezet om op de groeiende vraag op de arbeidsmarkt te kunnen inspelen. Zo is het fonds ziekenhuisopleidingen (FZO) opgericht (TK 29 282, nr. 104) en is het stagefonds structureel gemaakt. De uitdagingen op dit gebied blijven echter groot.

Governance

Aanbieders van zorg en ondersteuning hebben in de afgelopen jaren steeds meer ruimte gekregen. Dit betekent ook dat zij een extra verantwoordelijkheid hebben gekregen voor de kwaliteit, betaalbaarheid en toegankelijkheid van de zorg.

Zorgbrede Governancecode

In 2010 is de nieuwe zorgbrede Governancecode in werking getreden. Daarin hebben enkele aanscherpingen plaats gevonden ten opzichte van de eerdere versie. Er is onder andere een klokkenluidersregeling opgenomen in de code. Daarnaast is de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de zorg duidelijker belegd en heeft de raad van toezicht goedkeuringsbevoegdheden gekregen en worden meer eisen gesteld aan de leden van deze raad.

Ruimte en Rekenschap

VWS bevordert de transparantie over de topinkomens van bestuurders van zorginstellingen door enerzijds alle jaarverslagen van zorginstellingen digitaal te ontsluiten en anderzijds jaarlijks een rapportage op te stellen over de in die jaarverslagen verantwoorde inkomens van bestuurders. Zo is de rapportage op basis van de cijfers uit de jaarverslagen over 2009 in december 2010 aan de Kamer aangeboden (TK 30 111, nr. 52), tegelijk met de rapportage van de minister van BZK over de inkomens die daar zijn gemeld in het kader van de Wet Openbaarmaking Publiek gefinancierde Topinkomens (WOPT).

Fusies

In het Regeerakkoord en het Gedoogakkoord is opgenomen dat er een zorgspecifieke fusietoets zal komen voorafgaand aan de mededingingstoets van de NMa. In het akkoord is tevens een verbod aangekondigd op een fusie tussen een zorgverzekeraar en een zorgaanbieder. De wetgeving op beide punten is in voorbereiding. Onderzocht wordt bovendien of in aanvulling op de huidige instrumenten van de inspectie nog een aanvullende bevoegdheid nodig is om kleinschaligheid te bevorderen.

Resultaat afhankelijke vergoedingen

In 2010 is het beleid om meer privaat kapitaal aan te trekken in de zorg niet afgerond in verband met de val van het kabinet. Op basis van het nieuwe Regeerakkoord wordt in 2011 een wetsvoorstel ingediend dat de mogelijkheid vergroot om privaat kapitaal aan te trekken.

Wet cliëntenrechten zorg (Wcz)

In juni 2010 is de Wet cliëntenrechten zorg (Wcz; TK 32 402) naar de Tweede Kamer gestuurd. Deze wet beoogt de positie van cliënten in de zorg te verstevigen. De Wcz regelt niet alleen de rechten en plichten van de cliënt, maar ook de verantwoordelijkheden van aanbieders voor de kwaliteit van zorg. Door de regels over de relatie tussen zorgaanbieder en cliënt op te nemen in één wettelijke regeling, zijn de rechten en plichten van beide partijen beter op elkaar afgestemd. De wet gaat in op onderwerpen als «recht op goede zorg», «recht op keuze-informatie», «recht op een effectieve, laagdrempelige klachten- en geschillenregeling», medezeggenschap en goed bestuur en toezicht.

Belanghebbenden moeten meer mogelijkheden krijgen om in te grijpen als de kwaliteit en de continuïteit van zorgverlening in gevaar dreigen te komen door instellingen waar financiële problemen op de loer liggen. De uitwerking van een early warning systeem en uitbreiding van overheidsinstrumentarium om in te kunnen grijpen is niet in 2010 afgerond. Het beleid zal, mede op basis van het Regeerakkoord, worden uitgewerkt in 2011.

Beleidsconclusie

In 2010 is voortgang gemaakt met het duidelijk beleggen van de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de zorg bij het bestuur van instellingen. De Wet cliëntenrechten zorg is ter behandeling aan de Tweede Kamer aangeboden en zal naar verwachting in de tweede helft van 2012 in werking kunnen treden.

Ethiek en gezondheid

Orgaandonatie

In 2010 is verdere uitwerking gegeven aan het Masterplan Orgaandonatie uit 2008. In dat kader zijn begin vorig jaar resultaten bekend gemaakt van onderzoek naar verschillende voorstellen om te komen tot een toename van het aantal donoren. De uitkomsten van dit onderzoek gaven geen significante verschillen aan tussen de verschillende systemen. Inmiddels heeft de minister een standpunt hierover ingenomen (TK 28 140, nr. 77).

Om de organisatie van orgaandonatie in de ziekenhuizen te verbeteren zijn vijf pilots gaande, waarvan de eerste resultaten in 2011 worden verwacht. De campagne «Nederland zegt JA» was succesvol; in 2010 heeft het Donorregister ongeveer 233 000 registraties verwerkt. In 2010 is de overgang van de uitvoering van de subsidieregeling «donatie bij leven» van de Nierstichting naar de Nederlandse Transplantatie Stichting per 1 januari 2011 voorbereid.

Indicator/outcome
 

2005

2006

2007

2008

2009

2010

Streefwaarde 2011

1. Aantal postmortale orgaandonoren

217

200

257

201

215

216

> 250

Bron

Jaarlijkse meting van de Nederlandse Transplantatie Stichting (www.transplantatiestichting.nl). Het is de doelstelling om bij gelijkblijvend potentieel 25% meer transplantaties te realiseren in een tijdsperiode van vijf jaar (2008–2013).

Euthanasie

Vanaf 2010 is wegens de hoge werkdruk (het aantal nadere besluiten en voorgelegde onderzoeksdossiers) besloten de formatie bij de Centrale Commissie voor Mensengebonden Onderzoek (CCMO) uit te breiden.

Het afgelopen jaar is het aantal meldingen aan de vijf Regionale Toetsingcommissies Euthanasie (RTE) voor de toetsing van gevallen van levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding opnieuw toegenomen. Daarom is besloten tot uitbreiding van de formatieplaatsen bij de Toetsingscommissies. Bovendien is in 2010 bij ZonMw een evaluatietraject uitgezet naar de Euthanasiewet. In dat traject wordt juridisch onderzoek gedaan, zal de organisatie van, de melding aan en de toetsing door de RTE’s worden geëvalueerd en zal een praktijkonderzoek worden gedaan. De resultaten worden begin 2012 verwacht.

Oorlogsgetroffenen en herinneringen aan WO II

Het programma «Erfgoed van de Oorlog», dat in 2010 is afgerond, is bedoeld om erfgoedmateriaal uit en over de Tweede Wereldoorlog te behouden en te ontsluiten. Het bevordert verder publieksgerichte toepassingen die met behulp van dit materiaal kunnen worden gemaakt.

Tussen 2007 en 2010 hebben 221 projecten subsidie ontvangen in het kader van Erfgoed van de Oorlog. Het ministerie van VWS stelde in totaal ruim 20 miljoen euro beschikbaar voor het behoud en het toegankelijk maken van het belangrijkste erfgoedmateriaal uit de Tweede Wereldoorlog. In het boek «Erfgoed van de Oorlog» zijn de resultaten van het programma vastgelegd (TK 20 454, nr. 102). Om de digitale resultaten van het programma te beheren is bij het NIOD een coördinatiepunt ondergebracht.

Met ingang van 1 januari 2011 is de uitvoering van het beleid rond de herinnering aan de WOII ondergebracht bij het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Het Comité heeft daartoe onder meer de bevoegdheid gekregen om in mandaat projectsubsidies te verlenen op het terrein van educatie/voorlichting.

De herinneringscentra in Amersfoort, Arnhem, Vught en Westerbork (uitgebreid met het huis van de kampcommandant) hebben ook in 2010 hun aantallen bezoekers zien toenemen. Internationaal wordt samengewerkt met Polen, Israël en Slowakije om in Sobibor (Polen) een waardige herinneringsplaats te maken.

Verder heeft het kabinet in 2010 gewerkt aan de overgang van het cliëntbeheer van de Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR) naar de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Dit is met ingang van 1 januari 2011 een feit.

Beleidsconclusie

Het programma «Erfgoed van de Oorlog», bedoeld als tijdelijke impuls, heeft zijn doel bereikt. Bij het NIOD is een coördinatiepunt ondergebracht. Er is toegewerkt naar de situatie waarbij per 1 januari 2011 het Nationaal Comité 4 en 5 mei nieuwe taken heeft gekregen. Eveneens per 1 januari 2011 is het cliëntbeheer van de PUR overgegaan naar de SVB.

Sport

Kracht van sport in de samenleving

Eind 2010 zijn er op het gebied van sport twee relevante rapporten verschenen: de Rapportage Sport 2010 en het Trendrapport Bewegen en Gezondheid 2008/2009. Daaruit blijkt dat de Nederlandse bevolking de afgelopen jaren meer is gaan sporten en bewegen. De stijgende lijn lijkt wel af te vlakken. Hoewel ze veel sporten, bewegen jongeren nog steeds te weinig. Een groot deel van de dag wordt zittend doorgebracht. Datzelfde geldt voor werknemers in sommige beroepen, ouderen en chronisch zieken. De gezondheidsrisico's die verbonden zijn aan het gebrek aan beweging kunnen worden gecompenseerd door een paar keer per week intensief te sporten (TK 30 234, nr. 30). Momenteel gebeurt dat onvoldoende.

Indicator/outcome
 

2003

2007

Streefwaarde 2011

1. Percentage van de Nederlandse bevolking dat minimaal twaalf keer per jaar aan sport doet

60%

65%

65%

Bron

1. Het Aanvullend Voorzieningengebruik Onderzoek, dat eens in de vier jaar door het Sociaal en Cultureel Planbureau wordt uitgevoerd. Het eerstvolgende onderzoek vindt plaats in 2011. Deze indicator geeft aan hoe sportief de Nederlandse samenleving is.

Indicator/outcome
 

2004

2005

2006

2007

2008

2009

Streefwaarde 2012

1. Percentage van de Nederlandse bevolking (vanaf 18 jaar) dat voldoet aan de beweegnorm.

60%

63%

68%

64%

68%

68%

70%

2. Percentage jeugdigen (4 t/m 17 jaar) dat voldoet aan de beweegnorm.

45%

47%

46%

50%

3. Percentage van de Nederlandse bevolking (vanaf 18 jaar) dat inactief is.

8,2%

5,8%

5,3%

5,2%

6,1%

5,5%

5,0%

Bron

De gegevens maken onderdeel uit van het standaardonderzoek Ongevallen en Bewegen in Nederland (OBiN), uitgevoerd door onder meer TNO. De realisatie van deze indicatoren wordt jaarlijks gemeten.

Deze indicatoren geven aan hoeveel Nederlanders voldoende bewegen voor hun gezondheid. Dit geeft een indicatie van de behaalde gezondheidswinst door sport. Als beweegnorm wordt de zogenaamde «combinorm» gehanteerd. Men voldoet aan die norm als men voldoet aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) en/of de Fitnorm. De NNBG vereist minimaal 30 minuten matig intensief bewegen op minstens 5 dagen per week. Voor de jeugd tot 18 jaar is dit 60 minuten op zeven dagen per week. De Fitnorm vereist minimaal 20 minuten intensief bewegen (sport of fitness) op minstens 3 dagen per week.

Om er voor te zorgen dat jongeren meer sporten en bewegen worden in heel het land combinatiefunctionarissen 2 ingezet. Daarmee worden tegelijkertijd sportverenigingen versterkt en de sociale cohesie bevorderd. In 2010 is de 3e tranche van deze Impuls Brede Scholen, Sport en Cultuur gestart met 86 deelnemende gemeenten. Daardoor zijn eind 2010 in ruim 200 gemeenten combinatiefunctionarissen actief. Om mensen die te weinig actief zijn meer én structureel te laten bewegen is in 2008 de Impuls Nationaal Actieplan Sport en Bewegen (NASB) in het leven geroepen. Ruim 100 gemeenten komen op basis van deze regeling in aanmerking voor een Rijksbijdrage voor het realiseren van sport- en bewegingsinterventies. In 2010 deden in totaal 92 gemeenten mee aan de impuls (TK 30 234, nr. 29).

Indicator/outcome
 

1995

1999

2000

2003

2007

Streefwaarde 2011

1. Percentage van de Nederlandse bevolking dat lid is van een sportvereniging

36%

35%

35%

34%

38%

2. Percentage van de Nederlandse bevolking dat als vrijwilliger in de sport actief is

13%

8%

11%

10%

13%

Bron

1. Aanvullend Voorzieningengebruik Onderzoek, dat eens in de vier jaar door het Sociaal en Cultureel Planbureau wordt uitgevoerd. Het eerstvolgende onderzoek vindt plaats in 2011. Deze indicator geeft aan hoeveel Nederlanders lid zijn van een sportvereniging. Dat is een indicatie van meedoen in de maatschappij.

2. Aanvullend Voorzieningengebruik Onderzoek, dat eens in de vier jaar door het Sociaal en Cultureel Planbureau wordt uitgevoerd. Het eerstvolgende onderzoek vindt plaats in 2011. Deze indicator geeft aan hoeveel Nederlanders als vrijwilliger actief zijn binnen de sport. Dat is een indicatie van meedoen in de maatschappij.

2010 was het jaar dat in het teken stond van twee grote sportevenementen: de Olympische Winterspelen in Vancouver en het WK Voetbal in Zuid-Afrika. Op beide evenementen presteerden de Nederlandse sporters op hoog niveau. Tijdens de Winterspelen werden acht medailles gehaald. Dat betekende een tiende plaats in het medailleklassement. En met een finaleplaats tijdens het WK Voetbal had vooraf niemand rekening gehouden. Beide evenementen brachten veel enthousiasme los onder de Nederlandse sportliefhebbers. Dat gold ook voor de start van de grote wielerrondes Giro d’Italia en Tour de France in respectievelijk Amsterdam en Rotterdam. Verder zette Nederland zich op de kaart met grote evenementen als het WK Turnen en het WK Aangepast Zwemmen.

Indicator/outcome
 

Waarde

Peildatum

Streefwaarde lange termijn

1. Positie van Nederland in de medaillespiegel van de Olympische Zomerspelen

12e plaats

Augustus 2008

Positie bij de eerste tien (2012)

2. Positie van Nederland in de medaillespiegel van de Olympische Winterspelen

10e plaats

Februari 2010

Positie bij de eerste tien (2014)

Bron

De bronnen zijn de Medaillespiegels van de meest recente Olympische Spelen. Deze indicatoren geven aan in hoeverre Nederland erin slaagt om zich te scharen bij de top tien van topsportlanden.

Olympisch Plan 2028

In 2010 heeft het kabinet verder invulling gegeven aan de ambitie om Nederland op «Olympisch» niveau te brengen. In samenwerking met de alliantiepartners is de Alliantie Olympisch Vuur uitgebouwd. Samen met het ministerie van Infrastructuur en Milieu is gewerkt aan de voorbereiding van de Olympische Hoofdstructuur. In dit kader heeft het NOC*NSF de Nederlandse sportinfrastructuur in kaart gebracht in de Sportatlas. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu maakt een aantal schetsen voor ruimtelijke inpassing van de spelen in 2028.

De verkenning naar de maatschappelijke kosten-baten van het eventueel organiseren van de Olympische Spelen in 2028 is in de tweede helft van 2010 gestart, in opdracht van het ministerie van VWS. In het voorjaar van 2011 wordt deze verkenning afgerond en worden de uitkomsten betrokken bij de keuze voor een kandidaat-stad (TK 32 500 XVI, nr. 103).

In 2010 is het Beleidskader Pilots Sportevenementen gepubliceerd (TK 30 234, nr. 26). Daarmee worden tien proefprojecten gefinancierd om de maatschappelijke spin-off van sportevenementen te versterken. De voetbalbonden van Nederland en België hebben, met steun van de beide overheden, een bid uitgebracht voor het WK Voetbal 2018. Ondanks een goed voorbereid bid heeft de wereldvoetbalbond op 2 december 2010 besloten de organisatie van het wereldkampioenschap in 2018 niet aan Nederland en België toe te kennen.

Beleidsconclusie

Nederlanders sporten meer, maar nog steeds zijn er veel Nederlanders die te weinig bewegen. Vooral jongeren, werknemers en ouderen kunnen beter. In veel gemeenten worden initiatieven ontplooid om mensen aan te zetten tot meer sporten en bewegen. Nederland heeft goed gepresteerd op grote evenementen en heeft met veel succes enkele topevenementen georganiseerd. Het WK Voetbal 2018 gaat aan Nederland voorbij, maar in 2014 wordt het WK Hockey in Nederland gehouden.

Financieel beeld op hoofdlijnen

De zorguitgaven groeien jaarlijks als gevolg van onder meer de vergrijzing en nieuwe medische mogelijkheden. Voor de huidige kabinetsperiode is afgesproken dat de zorguitgaven met circa 15 miljard euro mogen groeien, zodat de kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg van hoog niveau blijft. Om de betaalbaarheid van de zorg niet in gevaar te brengen zal extra groei van de zorguitgaven – bovenop de 15 miljard euro – moeten worden omgebogen door maatregelen.

In 2010 is het Budgettair Kader Zorg (BKZ) overschreden met 2,2 miljard euro. Deze tegenvaller bestaat onder meer uit hogere uitgaven bij de paramedische zorg (113 miljoen euro), ziekenhuizen (384 miljoen euro), medisch specialisten (283 miljoen euro), ZBC’s (209 miljoen euro), geneeskundige ggz (317 miljoen euro), zorg in natura door AWBZ-instellingen (606 miljoen euro) en de persoonsgebonden budgetten (208 miljoen euro).

Voor 2010 is besloten maatregelen te treffen die de extra zorguitgaven moeten terugdringen, Zo zijn de tarieven van de medisch specialisten, de vrije beroepsbeoefenaren en de ggz gekort. Tevens is het verzekerd zorgpakket aangepast. Binnen de langdurige zorg is ingezet op het verbeteren van de werkmethoden van zorginstellingen, zodat meer kwaliteit tegen een lagere prijs wordt geleverd. Deze goede werkmethoden worden verspreid binnen de gehele sector.

Tabel 1 Maatregelen 2010 (bedragen x € 1 000 000)
 

Actualisatie 2010

Curatieve zorg

 

Preferentiebeleid en verlopen patenten

– 495,0

Tegenvaller receptregelvergoeding, aflopen transitieakkoord en volume (gebruik) geneesmiddelen

531,8

(pseudo-) WW-premie

30,0

Wijziging voorcalculatie

– 53,3

Besparingsverlies niet-indexeren huisartsen

9,0

Maatregelen medisch specialisten

– 479,0

Tariefmaatregel ggz

– 119,0

Wet geneesmiddelenprijzen

– 72,5

Doelmatig voorschrijven

– 127,0

Aanpassing inschrijftarief

– 60,0

Zelfverwijzers

– 48,0

Tariefmaatregel alle vrije beroepsbeoefenaren

– 57,5

Pakketuit-/opname

– 3,3

  

Langdurige zorg

 

Ramingsbijstelling pgb

148,0

Vermogensinkomensbijtelling

– 70,0

Invulling best practices

– 91,0

Inzet reserve AWBZ knelpunten

– 113,0

Ramingsbijstelling tariefsmaatregelen AWBZ

– 60,0

Deze tabel wordt toegelicht in de bijlage Financieel Beeld Zorg.

Afhechting kabinetsdoelen Balkenende IV (bedragen x € 1 000)

Doelstelling

Beleids-artikel/ OD

Financieel belang begroting 2010

Financieel belang realisatie 2010

Behaalde resultaten in 2010

Relevante beleidsnota’s

35. Uitbreiding van het aantal vrijwilligers en behoud van het aantal mantelzorgers in 2011

44.2

15 979

14 651

CBS/POLS-meting loopt van 1/4/10 tot 1/4/11. In mei/juni 2011 volgt een rapportage over de ontwikkeling van het aantal vrijwilligers en mantelzorgers.

Regioplan komt rond 1 mei met rapport van een 1-meting uit naar de makelaarsfunctie vrijwilligers en maatschappelijke stages.

TK 30 169, nr. 11

TK 30 169, nr. 19

      

45a. De vermijdbare schade in de ziekenhuiszorg, waaronder de vermijdbare sterfte, is in 2012 gehalveerd

42.2

98.4

6 307

6 581

Er heeft een tweede dossieronderzoek in de Nederlandse ziekenhuizen plaatsgevonden (de eerste herhaling van de meting over dossiers van 2004). Deze meting ging over dossiers uit 2008 en het betreffende rapport verscheen op 25 november 2010: «Monitor zorggerelateerde schade 2008» (TK 31 016, nr. 17).

Op dit moment lopen gesprekken over de thema's die de komende twee jaar van het programma extra aandacht behoeven.

TK 31 016, nr. 8

TK 31 016, nr. 17

TK 31 016, nr. 18

      

45b. Burgers kunnen op KiesBeter.nl voor 80 aandoeningen zien welke kwaliteit de ziekenhuizen bieden

42.1

43.1

98.4

11 322

16 824

Voor tranche 1 (10 aandoeningen) leverde in 2010 100% van de ziekenhuizen de gegevens aan over verslagjaar 2009. Voor deze aandoeningen geldt een wettelijke verplichting.

De tweede tranche (13 aandoeningen) werd in 2010 voor de eerste keer landelijk uitgevraagd. Deze indicatorensets waren niet-wettelijk verplicht. 94% van de ziekenhuizen leverde voor deze aandoeningen gegevens aan via Zichtbare Zorg.

Voor tranche 3 zijn in 2010 23 indicatorensets ontwikkeld. Deze worden in 2011 voor de eerste keer landelijk uitgevraagd. In totaal worden er in 2011 voor 46 aandoeningen indicatorensets uitgevraagd in de ziekenhuizen (verslagjaar 2010).

KiesBeter.nl toont in 2010 kwaliteitsinformatie over 15 aandoeningen.

TK 28 439, nr. 22

TK 28 439, nr. 98

      

45c. Cliënten geven 90% van de zorgaanbieders in de AWBZ een voldoende voor de kwaliteit van de zorg

42.1

43.1

Zie 45b

Zie 45b

Niet alle VVT organisaties geven toestemming voor het publiceren van de kwaliteitskaart op kiesBeter.nl. Wat kiesBeter aangeleverd krijgt wordt ook gepubliceerd. Geschat wordt dat van ongeveer 80% van de VVT-aanbieders de kwaliteitskaart wordt gepubliceerd.

Voor de GZ worden nog geen zorginhoudelijke normen gepubliceerd, dat wordt zomer 2011. Dat zal zeker geen 80% zijn, publicatie is dit jaar nog vrijwillig (eerste jaar) en niet iedere organisatie doet mee.

Voor de ggz zijn de CQ-indices langdurige zorg en klinische zorg ingevoerd en zijn indicatoren verwerkt in het Jaardocument 2010.

TK 28 439, nr. 22

TK 28 439, nr. 98

      

45d. De rechten en plichten van patiënten en cliënten zijn in 2011 wettelijk vastgelegd en de informatie hierover is voor iedereen toegankelijk

42.1

43.1

41 791

43 377

Wetsvoorstel Wet cliëntenrechten zorg (Wcz) is in juni 2010 ter behandeling voorgelegd aan de Tweede Kamer. Op 23 maart 2011 heeft de Tweede Kamer verslag uitgebracht.

In totaal is ongeveer 18% van de instellingen bij de geschillencommissie aangesloten.

TK 31 476, nr. 1

TK 29 214, nr. 36

TK 29 214, nr. 39

      

46. Meer patiëntgerichte zorg door vernieuwing zorgconcepten en innovatie

42.2

43.3

191 749

224 928

De administratieve lastenvermindering over 2010 is € 15,9 miljoen.

In totaal zijn 3 241 zorgaanbieders (45%) aangesloten op het Landelijk Schakel Punt (LSP). De verwachting is dat in 2011 circa 75% van de epd-doelgroep zal zijn aangesloten op het LSP.

Het aantal werkenden in de zorg is in 2010 gestegen ten opzichte van 2009. Op basis van de meest recente cijfers zijn in 2010 47 000 extra banen in de zorg ingevuld.

TK 29 282, nr. 79

TK 29 282, nr. 91

TK 29 515, nr. 271

TK 29 515, nr. 295

TK 31 200, nr. 116

TK 31 466 nr. 1–33

      

47. Betere hulp en opvang voor tienermoeders

44.4

650

650

Reeds afgerond

TK 28 345, nr. 51

TK 31 474 XVI, nr. 7

      

48. Verbeteren en versterken palliatieve zorg

43.3

21 400

20 400

Er is een breed toepasbare set van indicatoren beschikbaar voor de palliatieve zorg, die gebruikt kunnen worden voor interne toetsing van de kwaliteit.

Onder aansturing van het Platform Palliatieve Zorg zijn drie projecten gerealiseerd uit het plan van aanpak palliatieve zorg.

TK 29 509, nr. 19

TK 29 509, nr. 27

TK 29 509, nr. 30

Toelichting financieel belang

De bedragen in de tabel «Afhechting kabinetsdoelen Balkenende IV» illustreren het financieel belang van een kabinetsdoel. De begroting is ingericht op beleidsartikelen en niet op kabinetsdoelen. Deze bedragen zijn daarom indicatief en niet 1-op-1 uit de departementale administratie te herleiden. Het is in dit overzicht mogelijk dat een bedrag ten goede komt aan meerdere doelstellingen en dus meerdere keren wordt genoemd.

35. Uitbreiding van het aantal vrijwilligers en behoud van het aantal mantelzorgers in 2011

De realisatie is lager dan geraamd als gevolg van lagere uitgaven aan subsidies versterken van de lokale infrastructuur, verspreiden van kennis over mantelzorg en vrijwilligerswerk en ondersteuning van vrijwilligers en mantelzorgers programma maatschappelijk ondernemen. Er is meer uitgegeven aan deskundigheidsbevordering vrijwilligers als gevolg van het honoreren van twee bezwaarschriften.

45b. Burgers kunnen op KiesBeter.nl voor 80 aandoeningen zien welke kwaliteit de ziekenhuizen bieden45c. Cliënten geven 90% van de zorgaanbieders in de AWBZ een voldoende voor de kwaliteit van de zorg

Als gevolg van een wijziging van de invulling van de ontwikkeling van indicatoren in de sector ziekenhuizen zijn extra kosten gemaakt, er vond een vertraging in het traject van de gehandicaptenzorg plaats en delen van betalingen van een aan aantal projecten zijn verschoven naar 2010 (€ 2,2 miljoen). Daarnaast zijn voor ontwikkeling, onderhoud en de actualisering van kwaliteitsindicatoren in de verschillende sectoren van de zorg extra middelen beschikbaar gesteld (€ 4,2 miljoen).

46. Meer patiëntgerichte zorg door vernieuwing zorgconcepten en innovatie

Er is meer uitgegeven dan geraamd aan ICT in zorg. De aansluitsubsidie voor aansluiting op het Landelijk Schakel Punt was een groot succes. Dit heeft geleid tot hogere uitgaven dan oorspronkelijk geraamd.

Er is minder uitgegeven aan innovatiebeleid, waaronder het Zorginnovatie platform. In verband met het temporiseren Financieel Instrumentarium was er geen verlenging van de vouchers in 2010 en zijn geen nieuwe calls uitgezet.

47. Betere hulp en opvang voor tienermoeders

De middelen zijn vanaf 2008 toegevoegd aan de specifieke uitkering Vrouwenopvang. Het beschikbare structurele bedrag voor tienermoeders (€ 1 miljoen) is teruggebracht naar € 650 000 in verband met de uitvoering van het amendement Wiegman-van Meppelen Scheppink (TK 31 700 XVI, nr. 99).

4. BELEIDSARTIKELEN

BELEIDSARTIKEL 41 VOLKSGEZONDHEID

41.1 Algemene doelstelling

Een goede volksgezondheid, waarbij mensen gezond leven en zo min mogelijk bloot staan aan bedreigingen van hun gezondheid.

41.2 Budgettaire gevolgen van beleid

Bedragen x € 1 000

Realisatie 2006

Realisatie 2007

Realisatie 2008

Realisatie 2009

Realisatie 2010

Vastgestelde begroting 2010

Verschil 2010

Verplichtingen

707 745

573 841

705 758

1 063 588

705 853

667 450

38 403

        

Uitgaven

539 855

557 412

601 294

800 736

800 469

679 697

120 772

        

Programma-uitgaven

531 699

548 613

592 603

791 604

791 172

670 800

120 372

1. Meer mensen kiezen voor een gezonde leefstijl

29 094

29 530

39 911

39 303

35 216

44 535

– 9 319

waarvan bijdragen aan specifieke uitkeringen

9 042

6 485

10 883

16 788

16 841

16 063

778

waarvan bijdragen aan baten-lastendiensten

0

125

282

4 910

3 140

7 751

– 4 611

2. Voorkomen van gezondheidsschade door onveilig voedsel en onveilige producten

84 745

79 312

80 324

80 341

80 418

84 621

– 4 203

waarvan bijdragen aan baten-lastendiensten

74 721

75 288

76 597

77 346

78 089

80 704

– 2 615

3. Voorkomen gezondheidsschade door ongevallen

0

5 363

4 971

5 521

5 474

5 497

– 23

4. Bescherming tegen infectie- en chronische ziekten

271 313

270 944

290 412

488 648

445 668

338 006

107 662

waarvan bijdragen aan baten-lastendiensten:

244 095

237 679

258 243

438 713

393 738

289 141

104 597

RIVM: Opdrachtverlening centra

45 636

51 304

70 416

76 559

77 331

43 931

33 400

RIVM: Uitvoeringskosten subsidieregeling Publieke gezondheid

129 666

131 774

130 797

201 770

146 980

184 353

– 37 373

RIVM: Uitvoering subsidieregeling

VWS subsidies

7 334

9 608

10 885

8 925

9 575

8 138

1 437

Nederlands Vaccin Instituut (NVI)

61 459

44 993

46 145

151 459

159 446

52 719

106 727

Overige baten-lastendiensten

0

0

0

0

406

0

406

waarvan specifieke uitkeringen

11 765

21 099

17 521

20 899

21 767

20 956

811

waarvan bijdragen aan zbo’s

0

0

0

0

0

150

– 150

5. Doelmatig systeem van openbare gezondheidszorgvoorzieningen

133 794

150 359

162 526

162 355

208 969

182 809

26 160

waarvan bijdragen aan baten-lastendiensten

13 385

15 888

22 977

18 740

19 798

14 515

5 283

waarvan bijdragen aan zbo's

92 874

123 101

114 671

106 924

153 204

137 878

15 326

6. Ethisch verantwoord handelen in de gezondheidszorg

12 753

13 105

14 459

15 436

15 427

15 332

95

waarvan bijdragen aan baten-lastendiensten

0

0

0

1 758

1 951

1 518

433

waarvan bijdragen aan zbo's

10 672

11 018

11 433

12 165

12 104

11 958

146

        

Apparaatsuitgaven

8 156

8 799

8 691

9 132

9 297

8 897

400

        

Ontvangsten

13 625

9 461

14 200

12 933

17 234

21 653

4 419

41.3 Financiële toelichting

In deze paragraaf worden per operationele doelstelling en voor de apparaatsuitgaven en de ontvangsten de belangrijkste verschillen tussen begroting en realisatie verklaard. Daarbij is aangegeven of deze verschillen al bij 1e en 2e suppletoire begroting (TK 32 395 XVI, nr. 1 t/m 2 en 32 565 XVI, nr. 1 t/m 2) voorgelegd waren, dan wel dat ze in de slotwetmutaties zijn begrepen.

Programma-uitgaven

De algemene doelstelling van dit beleidsartikel is vertaald in zes operationele doelstellingen:

  • 1. Meer mensen kiezen voor een gezonde leefstijl;

  • 2. Het voorkomen van gezondheidsschade door onveilig voedsel en onveilige producten;

  • 3. Het voorkomen van gezondheidsschade door ongevallen;

  • 4. De vermijdbare ziektelast neemt af door een goede bescherming tegen infectieziekten en chronische ziekten;

  • 5. Er is een doelmatig systeem van openbare gezondheidszorgvoorzieningen dat bijdraagt aan een betere volksgezondheid;

  • 6. Het bevorderen van ethisch verantwoord handelen in de gezondheidszorg en bij het wetenschappelijk onderzoek.

1. Meer mensen kiezen voor een gezonde leefstijl

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

44 535

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Overboeking van artikel 41 OD 1 en OD 2 naar artikel 41 OD 4 (€ 2,0 miljoen) en OD 5 (€ 0,4 miljoen) voor het Centrum Gezond Leven bij het RIVM respectievelijk opdrachten aan het RIVM (subgroepen in voedselconsumptiepeiling, advisering chemische voedselveiligheid).

– 2 394

2. Overboeking van artikel 41 OD 1 naar artikel 41 OD 5 in verband met de ZonMw programma’s Gezonde Voeding, Gezonde Slagkracht en Leefstijlcampagne Tabak.

– 2 342

3. Overboeking naar het Gemeentefonds. Het betreft de bijdrage van VWS in de kosten van de verlenging van de pilot Toezicht Drank- en Horecawet om de controle op de naleving van de bepalingen van de wet te versterken. Aan deze pilot doen vijftien (regio’s van) gemeenten mee.

– 1 087

4. Overige mutaties

– 825

Stand 1e suppletoire begroting

37 887

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Als gevolg van het controversieel verklaren van de wijziging van de Drank- en Horecawet zijn middelen niet tot besteding gekomen. Daarnaast is besloten de gemeente Nijmegen niet tegemoet te komen in de kosten voor de inrichting van heroïne behandelplaatsen.

– 1 084

2. Overige mutaties

268

Stand 2e suppletoire begroting

37 071

Slotwetmutaties:

 

1. Lagere uitgaven, voornamelijk omdat in afwachting en als uitvloeisel van het regeerakkoord gereserveerde middelen voor toezicht rookvrije horeca, onderzoek naar ventilatie van rookruimten, een televisiespot alcoholmatiging en een campagne over voeding en bewegen niet volledig zijn besteed.

– 1 855

Stand realisatie 2010

35 216

2. Het voorkomen van gezondheidsschade door onveilig voedsel en onveilige producten

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

84 621

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Overige mutaties

– 785

Stand 1e suppletoire begroting

83 836

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Actualisatie van beleidsvoornemens op het terrein van voedsel- en productveiligheid ter invulling van de taakstellende onderuitputting op de VWS-begroting.

– 2 500

2. Overige mutaties

– 477

Stand 2e suppletoire begroting

80 859

Slotwetmutaties:

 

1. Overige mutaties

– 441

Stand realisatie 2010

80 418

3. Het voorkomen van gezondheidsschade door ongevallen

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

5 497

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Overige mutaties

– 44

Stand 1e suppletoire begroting

5 453

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Overige mutaties

67

Stand 2e suppletoire begroting

5 520

Slotwetmutaties:

 

1. Overige mutaties

– 46

Stand realisatie 2010

5 474

4. De vermijdbare ziektelast neemt af door een goede bescherming tegen infectieziekten en chronische ziekten

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

338 006

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. FES-mutatie inzake Respiratoir Syncytieel Virus (RSV)-vaccin. Gedurende het onderzoek is het inzicht ontstaan dat het klinische programma complexer zal zijn en langer zal duren dan aanvankelijk gedacht. Dat heeft onder meer met de toenemende veiligheidseisen te maken. Gevolg is dat de geplande uitgaven naar achteren worden verschoven

– 11 504

2. Een deel van de voor 2009 geplande vaccinleveringen H1N1 is vertraagd. Deze leveringen worden dus pas in 2010 betaald. Het budget dient daarom mee te schuiven; voorliggende kasschuif geeft daaraan invulling.

72 412

3. Het gaat hier om voor 2010 geplande betalingen voor vaccinleveringen H1N1.

86 000

4. Vaccinatiecampagne GGD’en. Het betreft de kosten die door de GGD’en zijn gemaakt voor de vaccinaties H1N1. Deze kosten houden onder meer verband met de huur van locaties en de inzet van personeel.

8 530

5. Overboeking van artikel 41 OD 1 en OD 2 naar artikel 41 OD 4 (€ 2,0 miljoen) en OD 5 (€ 0,4 miljoen) voor het Centrum Gezond Leven bij het RIVM respectievelijk opdrachten aan het RIVM (subgroepen in voedselconsumptiepeiling, advisering chemische voedselveiligheid).

2 014

6. Als gevolg van de grieppandemie is de reguliere HPV-campagne doorgeschoven naar 2010. Voorliggende post betreft hoofdzakelijk de toedieningskosten. Voor alle andere kostenposten is reeds in 2010 voorzien.

983

7. Overige mutaties

1 127

Stand 1e suppletoire begroting

497 568

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Als gevolg van een overeenkomst met GlaxoSmithKline (GSK) over het niet afnemen van een restant deel van de vaccins tegen Nieuwe Influenza A (H1N1) komt een bedrag van € 21 miljoen niet tot besteding.

– 21 000

2. Overboeking van het Budget Kader Zorg (BKZ). De middelen voor de aanschaf van HPV-Vaccins zijn op het BKZ gereserveerd. De feitelijke betaling loopt echter via de begroting. Met behulp van voorliggende ijklijnmutatie wordt de betaling mogelijk gemaakt.

6 000

3. De compensatie voor de transitiekosten van het Nederlands Vaccin Instituut (NVI) liep normaliter via de opdrachtgever. Inhoudelijk gezien ligt het meer voor de hand om deze boeking via de eigenaar te laten lopen. Vandaar dat er een overboeking van artikel 41 OD 4 naar artikel 98 (Strategisch onderzoek NVI) plaatsvindt.

– 8 000

4. Betreft een overboeking naar het ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie (EL&I). Bedrijven ontvangen compensatie voor het fokverbod dat aan hen in het kader van Q-koorts is opgelegd. De ministeries van EL&I en VWS dragen gezamenlijk bij aan deze compensatie. Hiermee is naar huidige inzichten een totaalbedrag van € 5 miljoen gemoeid. Omdat de feitelijke kosten onder meer afhankelijk zijn van bezwaar- en beroepprocedures kan de omvang nog wijzigen.

– 2 500

5. De Gezondheidsraad heeft geadviseerd een humaan vaccin tegen Q-koorts beschikbaar te stellen. Om voorbereid te zijn op aanloopkosten wordt een voorziening getroffen.

1 000

6. De voorliggende onderuitputting is grotendeels toe te schrijven aan vrijval van middelen op de volgende onderwerpen: Nederlands Vaccin Instituut (– € 14,9 miljoen) en antivirale middelen (– € 3,9 miljoen). Het restant omvat een breed scala aan diverse kleine posten.

– 25 885

7. Overige mutaties

– 357

Stand 2e suppletoire begroting

446 826

Slotwetmutaties:

 

1. Als gevolg van een vertraging in het project Respiratoir Syncytieel Virus (RSV)-vaccin (FES-mutatie) zijn de verrichte uitgaven over 2010 lager uitgevallen.

– 1 344

2. Overige mutaties

186

Stand realisatie 2010

445 668

5. Er is een doelmatig systeem van openbare gezondheidszorgvoorzieningen dat bijdraagt aan een betere volksgezondheid

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

182 809

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Overboeking van artikel 43 OD 3 voor de uitvoering door ZonMw van het programma «Zichtbare schakel: de wijkverpleegkundige voor een gezonde buurt». Het programma is opgezet naar aanleiding van de motie Hamer c.s. (TK 31 700 XVI, nr. 15 ) en is onder meer gericht op de inzet van extra wijkverpleegkundigen op wijkniveau.

8 257

2. Overboeking van het programmaministerie voor Jeugd en Gezin naar het ministerie van VWS in verband met projecten vrijwilligerswerk. De motie Slob (TK 31 700 XVI, nr. 17) heeft hiervoor middelen vrijgemaakt op de begroting van Jeugd en Gezin. Uitvoering van deze projecten vindt plaats door ZonMw. In totaal is hiervoor in 2010 € 6,0 miljoen beschikbaar gesteld.

6 000

3. Overboeking van artikel 43 OD 3 voor de uitvoering van het programma «Zorg voor Beter» door ZonMw.

3 933

4. Overboeking van artikel 41 OD 1 in verband met de ZonMw programma’s Gezonde Voeding, Gezonde Slagkracht en Leefstijlcampagne Tabak.

2 342

5. Overboeking van artikel 42 OD 2 in verband met het door ZonMw uitgevoerde innovatieprogramma Revalidatie. Dit programma komt voort uit de door de Leden Koser Kaya en Van der Veen ingediende amendement bij de begrotingsbehandeling 2009 (TK 31 700 XVI, nr. 98). Door middel van dit tijdelijke innovatieprogramma Revalidatie wordt jaarlijks € 2 miljoen ingezet om innovatie in de revalidatiegeneeskunde mogelijk te maken en te bevorderen.

2 000

6. Overboeking van artikel 42 OD 2 voor de uitvoering door ZonMw van het programma «Participatie en Gezondheid».

1 911

7. Overboeking van artikel 41 OD 1 en OD 2 naar artikel 41 OD 4 (€ 2,0 miljoen) en OD 5 (€ 0,4 miljoen) voor het Centrum Gezond Leven bij het RIVM respectievelijk opdrachten aan het RIVM (subgroepen in voedselconsumptiepeiling, advisering chemische voedselveiligheid).

414

8. Overige mutaties

1 938

Stand 1e suppletoire begroting

209 604

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Het betreft hier de overheveling van middelen van artikel 42 OD 3 in verband met de implementatie van ICD-10 (een uniform classificatiesysteem voor ziekenhuizen) door het RIVM.

1 024

2. De bevoorschotting van de programma’s van ZonMw vindt plaats op basis van reële liquiditeitsprognoses. Deze prognoses zijn lager dan voor 2010 was geraamd.

– 1 500

3. Afgelopen voorjaar zijn extra middelen uitgetrokken naar aanleiding van de bevindingen van de stuurgroep Zwangerschap en geboorte. Een deel van de daarin opgenomen voornemens is dit jaar niet tot besteding gekomen.

– 1 050

4. Overige mutaties

1 042

Stand 2e suppletoire begroting

209 120

Slotwetmutaties:

 

1. Overige mutaties

– 151

Stand realisatie 2010

208 969

6. Het bevorderen van ethisch verantwoord handelen in de gezondheidszorg en bij het wetenschappelijk onderzoek

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

15 332

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. De werkdruk binnen de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO) en de Regionale Toetsingscommissies (RTE) is de afgelopen jaren fors toegenomen. Uitbreiding is nodig om wettelijke taken en toegenomen meldingen te beoordelen.

1 045

Stand 1e suppletoire begroting

16 377

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Een deel van de middelen die bestemd waren voor de personele uitbreiding bij de CCMO is dit jaar niet besteding gekomen.

– 400

2. Overige mutaties

– 133

Stand 2e suppletoire begroting

15 844

Slotwetmutaties:

 

1. Overige mutaties

– 417

Stand realisatie 2010

15 427

Apparaatsuitgaven

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

8 897

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Als gevolg van de toenemende werkdruk op de beleidsterreinen van ethiek en infectieziektebestrijding is de formatie van de desbetreffende afdelingen uitgebreid.

664

2. Overige mutaties

357

Stand 1e suppletoire begroting

9 918

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Betreft verschillende posten op het gebied van personele en materiële uitgaven.

– 346

Stand 2e suppletoire begroting

9 572

Slotwetmutaties:

 

1. Betreft verschillende posten op het gebied van personele en materiële uitgaven.

– 275

Stand realisatie 2010

9 297

Ontvangsten

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

21 653

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. FES-mutatie inzake Respiratoir Syncytieel Virus (RSV)-vaccin. Gedurende het onderzoek is het inzicht ontstaan dat het klinische programma complexer zal zijn en langer zal duren dan aanvankelijk gedacht. Dat heeft onder meer met de toenemende veiligheidseisen te maken. Gevolg is dat de geplande uitgaven en ontvangsten uit het FES naar achteren worden verschoven.

– 11 504

2. Ontvangsten als gevolg van de verkoop aan diverse landen van kleine vaccinhoeveelheden H1N1.

2 200

3. Overige mutaties

1 341

Stand 1e suppletoire begroting

13 690

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Diverse ontvangstenmeevallers artikel 41.

4 142

Stand 2e suppletoire begroting

17 832

Slotwetmutaties:

 

1. Als gevolg van een vertraging in het project Respiratoir Syncytieel Virus (RSV)-vaccin (FES-mutatie) zijn de verrichte uitgaven over 2010 lager uitgevallen.

– 1 344

2. Lagere ontvangsten bestuurlijke boetes als gevolg van enerzijds een te hoge raming en anderzijds wegens wijzigingen in de uitoefening van het toezicht. Het nieuwe interventiebeleid van de nVWA is gebaseerd op een risicogerichte aanpak en de zogenaamde «compliance assistance».

– 3 660

3. Bijdrage van het Agentschap NL voor het project Digitalisering Borstkankerscreening (DIGIBOB).

1 484

4. Hogere ontvangsten dan geraamd bij de programmatische preventieprogramma’s als gevolg van in het verleden te hoog verstrekte (subsidie)voorschotten.

2 844

4. Overige mutaties

78

Stand realisatie 2010

17 234

41.4 Slotwetmutaties

De slotwetmutaties zijn uitgesplitst naar operationele doelstelling, apparaatsuitgaven en ontvangsten toegelicht in paragraaf 41.3 Financiële toelichting.

Uitgaven (bedragen x € 1 000)

Stand 2e suppletoire begroting

804 812

Slotwetmutaties

– 4 343

Stand realisatie 2010

800 469

Ontvangsten (bedragen x € 1 000)

Stand 2e suppletoire begroting

17 832

Slotwetmutaties

– 598

Stand realisatie 2010

17 234

41.5 Overzicht uitgevoerde evaluatieonderzoeken

Onderzoek

Onderwerp

AD of OD

Start

Afgerond

Vindplaats

Beleidsdoorlichting

    
      

Effectenonderzoek ex post

Effectmetingen van interventies met betrekking tot (convenant) overgewicht

41.1

2006

2010

TK 31 899, nr. 15

      

Overig evaluatieonderzoek

Regeling aanvullende seksualiteitshulpverlening

41.4

2010

2010

Zie toelichting

 

Proefimplementatie chlamydia screening

41.4

2010

2010

Zie toelichting

 

Evaluatie over de aanpak van Q-koorts (Commissie Van Dijk)

41.4

2010

2010

www.qkoortsinnederland.nl

 

Evaluatie aanpak Nieuwe Influenza A (H1N1)

41.4

2010

2011

 

Evaluatie ZonMw

41.5

2010

2010

TK 30 850, nr. 39

 

Evaluatie Embryowet

41.6

2010

2013

 
 

Evaluatie Euthanasiewet

41.6

2010

2012

 
 

Evaluatie Wet Medisch-wetenschappelijk Onderzoek met mensen

41.6

2010

2012

 
 

Evaluatie MDFT in verband met cannabisverslaving

41.1

2006

2011

In oktober 2010 is uitstel verleend tot medio 2011.

 

Monitoren van alcoholbeleid

41.1

2009

Medio 2010

Ministerie van VWS

Toelichting

Regeling aanvullende seksualiteitshulpverlening

In 2010 heeft VWS van het RIVM/Centrum Infectieziektebestrijding een advies naar aanleiding van de evaluatie van de Regeling Aanvullende seksualiteitshulpverlening ontvangen. De evaluatie zal worden betrokken bij de integratie van deze regeling met de Regeling Aanvullende curatieve soa-bestrijding, zoals aangekondigd in de beleidsbrief seksuele gezondheid (TK 32 239, nr. 1).

Proefimplementatie chlamydia screening

VWS heeft in 2010 de proefimplementatie chlamydia screening met één jaar verlengd in afwachting van de uitkomst van evaluatieonderzoek door het RIVM/Centrum Infectieziektebestrijding. Eind 2010 werd deze evaluatie aan VWS aangeboden. Op basis hiervan zal de minister in 2011 een standpunt innemen over eventuele vervolgstappen, met name omtrent het al dan niet voortzetten van de screening.

BELEIDSARTIKEL 42 GEZONDHEIDSZORG

42.1 Algemene doelstelling

Een goed werkend en innoverend zorgstelsel gericht op een optimale combinatie van kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid voor de burger.

42.2 Budgettaire gevolgen van beleid

Bedragen x € 1 000

Realisatie 2006

Realisatie 2007

Realisatie 2008

Realisatie 2009

Realisatie 2010

Vastgestelde begroting 2010

Verschil 2010

Verplichtingen

5 288 136

5 851 877

7 276 310

7 649 565

13 949 208

7 460 126

6 489 082

        

Uitgaven

4 661 746

5 713 083

6 911 427

7 475 220

13 807 558

7 472 005

6 335 553

        

Programma-uitgaven

4 653 858

5 705 269

6 903 646

7 466 298

13 797 808

7 463 695

6 334 113

1. De positie van de burger in zorgstelsel wordt versterkt.

0

0

370

1 532

3 787

1 796

1 991

2. Realisatie gewenste zorgaanbod

241 581

898 231

1 117 893

1 266 005

1 298 696

1 297 034

1 662

waarvan bijdragen aan baten-lastendiensten

17 475

25 789

23 580

62 927

95 450

16 440

79 010

waarvan bijdrage aan zbo’s

0

0

0

10 849

11 890

47 789

–35 899

3. Betaalbaar verzekerd pakket voor noodzakelijke zorg

4 412 277

4 807 038

5 785 383

6 198 761

12 495 325

6 164 865

6 330 460

waarvan rijksbijdrage 18-

1 863 900

1 857 500

2 072 000

2 080 700

2 132 600

2 132 600

0

waarvan bijdrage aan zbo’s

0

0

0

4 199

2 131

13 020

– 10 889

4. De burgers van de BES-eilanden kunnen gebruik maken van voorzieningen voor zorg en welzijn

0

0

0

0

0

0

0

        

Apparaatsuitgaven

7 888

7 814

7 781

8 922

9 750

8 310

1 440

        

Ontvangsten

70 051

187 821

435 543

527 998

771 192

77 162

694 030

42.3 Financiële toelichting

In deze paragraaf worden per operationele doelstelling en voor de apparaatsuitgaven en de ontvangsten de belangrijkste verschillen tussen begroting en realisatie verklaard. Daarbij is aangegeven of deze verschillen al bij 1e en 2e suppletoire begroting (TK 32 395 XVI, nr. 1 t/m 2 en 32 565 XVI, nr. 1 t/m 2) voorgelegd waren, dan wel dat ze in de slotwetmutaties zijn begrepen.

Programma-uitgaven:

De algemene doelstelling van dit beleidsartikel is vertaald in vier operationele doelstellingen:

  • 1. De positie van de burger in het zorgstelsel wordt versterkt;

  • 2. Zorgaanbieders realiseren het door de burger gewenste zorgaanbod;

  • 3. Zorgaanbieders bieden alle burgers een betaalbaar verzekerd pakket van noodzakelijke zorg aan;

  • 4. De burgers van de BES-eilanden kunnen gebruik maken van voorzieningen voor zorg en welzijn.

Per operationele doelstelling worden de belangrijkste verschillen tussen begroting en realisatie verklaard. Daarbij is aangegeven of deze verschillen al bij 1e en 2e suppletoire begroting voorgelegd waren, dan wel dat ze in de slotwetmutaties zijn begrepen.

1. De positie van de burger in het zorgstelsel wordt versterkt

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

1 796

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Overboeking van artikel 98 (IGZ). Deze middelen zullen vanuit het programma «Zichtbare Zorg» worden aangewend om de transparantie in de zorg te verbeteren (door subsidies te verstrekken voor onder andere etalage verstrekking mondzorg, de 3e tranche Zichtbare Zorg ziekenhuizen en medisch specialisten, data verwerking en rapportage 2009).

1 689

2. Overboeking van artikel 98 (IGZ). Ten behoeve van het programma «Zichtbare Zorg» worden subsidies verstrekt aan de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) en de Consumentenbond voor het ontwikkelen van indicatoren in het kader van de CQ-index voor ziekenhuizen.

655

3. Overboeking van artikel 98 (IGZ). Betreft een subsidiebijdrage aan het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF) in het kader van de ontwikkeling van kwaliteitsindicatoren (het project «Kwaliteitsindicatoren eerstelijns fysiotherapie»).

102

Stand 1e suppletoire begroting

4 242

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Herschikking van middelen over de operationele doelstellingen van artikel 42 (OD 1, OD 2 en OD 3) ter invulling van de taakstellende onderuitputting op de VWS begroting.

– 290

Stand 2e suppletoire begroting

3 952

Slotwetmutaties:

 

1. Overige mutaties

– 165

Stand realisatie 2010

3 787

2. Zorgaanbieders realiseren het door de burger gewenste zorgaanbod

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

1 297 034

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Overboeking van de premiemiddelen naar de begroting van VWS. Het betreft de loonbijstelling van het opleidingsfonds. Als gevolg van het OVA-convenant is VWS gehouden deze kosten te vergoeden. Omdat de loon- en prijsbijstelling op deze begrotingsgefinancierde uitgaven niet wordt uitgekeerd, leidt dit tot een tegenvaller.

10 300

2. Voor de implementatie van het elektronisch patiëntendossier (epd) worden onder andere subsidie aan Nictiz en een bijdrage aan het CIBG verstrekt voor de implementatie van het klantloket en het epd-DigiD.

10 000

3. Om de implementatie van het elektronisch patiëntendossier (epd) te stimuleren, bestaat voor zorgaanbieders de mogelijkheid om subsidie aan te vragen voor de aansluiting op het Landelijk Schakelpunt (LSP). Omdat het in het eerste halfjaar 2009 niet mogelijk was om op het LSP aan te sluiten, is vertraging opgelopen die in 2010 zal worden ingehaald.

3 600

4. Bijdrage aan het CIBG voor het Unieke Zorgverlener Identificatie Register (UZI-register).

3 800

5. In 2009 waren middelen gereserveerd voor subsidies aan startende eerstelijns gezondheidscentra, om te voorzien in de aanloopkosten. Het grootste deel van de subsidieaanvragen is te laat binnengekomen om nog in 2009 afgehandeld te worden. Deze middelen worden middels de eindejaarsmarge doorgeschoven naar 2010.

2 314

6. Een aantal subsidieaanvragen voor het cohort 2009 van de opleiding tot physician assistant en nurse practitioner is in 2010 afgewikkeld, waardoor het budget 2010 voor € 1,1 miljoen wordt belast.

1 064

7. Om de – op basis van de meest recente gegevens van het Capaciteitsorgaan – minimaal benodigde stabilisering van de instroom van de huisartsenopleiding in 2010 te kunnen financieren, wordt een in 2010 binnen het BKZ-budget voor medisch specialisten in het opleidingsfonds vrijvallend bedrag van € 5 miljoen overgeheveld naar het niet-BKZ-budget, waaruit van oudsher de huisartsenopleiding wordt betaald. Beide budgetten vallen onder artikel 42 OD 2, waardoor het budgettaire effect per saldo nul is.

0

8. Overboeking naar artikel 98 apparaatsuitgaven. De Tuchtcolleges worden van agentschap CIBG naar het kernministerie overgeheveld. Deze mutatie betreft de overheveling van de bijbehorende budgetten.

– 4 937

9. Betreft een desaldering van FES-middelen voor Top Institute Pharma. De projecten van TI Pharma zijn later gestart dan verwacht. Dit heeft tot gevolg dat de duur van de projecten over een groter aantal jaren plaatsvindt dan oorspronkelijk geraamd.

– 9 679

10. Overboeking naar artikel 41 OD 5 in verband met het door ZonMw uitgevoerde innovatieprogramma Revalidatie. Dit programma komt voort uit de door de Leden Koser Kaya en Van der Veen ingediende amendement bij de begrotingsbehandeling 2009 (TK 31 700 XVI, nr. 98). Door middel van dit tijdelijke innovatieprogramma Revalidatie wordt jaarlijks € 2 miljoen ingezet om innovatie in de revalidatiegeneeskunde mogelijk te maken en te bevorderen.

– 2 000

11. Overboeking naar artikel 41 OD 5 voor de uitvoering door ZonMw van het programma «Participatie en Gezondheid».

– 1 911

12. Overige mutaties

3 267

Stand 1e suppletoire begroting

1 312 852

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Actualisatie van beleidsvoornemens op het terrein van de curatieve zorg ter invulling van de taakstellende onderuitputting op de begroting van VWS.

– 3 000

2. Fonds Economische Structuurversterking. Betreft toekennen raming van nieuw project «LifeSciences en Health».

13 200

3. Fonds Economische Structuurversterking. Betreft aanpassing van het kasritme voor TI-Pharma.

– 5 065

4. Hogere uitgaven subsidieregeling Landelijk Schakelpunt. Deze regeling biedt een subsidie aan zorgaanbieders voor de aansluiting van hun zorginformatiesysteem op het Landelijk Schakelpunt voor de uitwisseling van medicatiegegevens en huisartswaarneemgegevens. Nadat het beroep op de regeling eerder achterbleef bij de verwachtingen, is in de eerste helft van 2010 een groot aantal aanvragen binnengekomen, waardoor de geraamde middelen ontoereikend zijn. De regeling is per 1 juli 2010 beëindigd.

16 900

5. De uitgaven voor de zorgkosten van illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen zijn door verschillende oorzaken lager dan geraamd. Een deel van deze ruimte (circa € 15 miljoen) is te herleiden tot een meevaller op de voor ziekenhuiszorg beschikbaar gestelde middelen, het restant van de onderschrijding heeft hoofdzakelijk betrekking op de voor AWBZ-zorg beschikbaar gestelde middelen.

– 34 679

6. Herschikking van middelen over de operationele doelstellingen van artikel 42 (OD 1, OD 2 en OD 3) ter invulling van de taakstellende onderuitputting op de VWS begroting.

1 600

7. Overige mutaties

4 669

Stand 2e suppletoire begroting

1 306 477

Slotwetmutaties:

 

1. Vanaf 2004 worden middelen door middel van een subsidie beschikbaar gesteld voor investeringen die het Nederlands Kanker Instituut (NKI) pleegt voor de (ver)nieuwbouw. Hiervoor is budget gereserveerd in het bouwprogramma van de sector ziekenhuizen. Na oplevering van de verschillende bouwonderdelen worden de kapitaallasten voor deze investeringen jaarlijks aan de instellingssubsidie van het NKI toegevoegd. De middelen hiervoor zijn overgeheveld uit het bouwprogramma van sector ziekenhuizen (premiemiddelen) naar de begroting.

6 000

2. Overboeking van artikel 44 OD 1. Betreft onderbesteding budget mobiliteitsbevordering van thuiszorgmedewerkers, doordat er minder subsidies voor mobiliteitsbevordering zijn aangevraagd dan dat er budget beschikbaar was.

692

3. Lagere uitgaven voor genees- en hulpmiddelen, onder meer voor orgaandonatie omdat niet in alle regio's pilots in ziekenhuizen zijn uitgevoerd (€ 1,2 miljoen) en omdat ten aanzien van de vormgeving van de functionele aanspraak met betrekking tot hulpmiddelen minder flankerend beleid nodig was dan oorspronkelijk geraamd (€ 0,3 miljoen). Daarnaast zijn enkele aangegane verplichtingen niet volledig tot betaling gekomen.

– 2 425

4. Betreft Opleidingsfonds. In 2010 is minder budget nodig gebleken om op basis van de toegestane capaciteit de ontvangen subsidieaanvragen voor opleidingsplaatsen te kunnen honoreren. Als gevolg van de variabele hoogte van de vergoedingsbedragen per opleidingsplaats en de vooraf niet exact in te schatten hoogte van het aantal fte's in de verleningen in de tweede mutatieronde kunnen gedurende het jaar verschillen ten opzichte van de raming optreden. Er kan niet exact worden aangegeven voor welke opleidingsplaats minder opleidingskosten zijn gemaakt dan geraamd.

– 5 745

5. In 2010 zijn minder calls en vouchers uitgezet binnen het financieel instrumentarium voor innovaties in de zorg dan oorspronkelijk beoogd. Dit heeft als gevolg dat er lagere declaraties vanuit Agentschap NL zijn ontvangen dan waarmee rekening was gehouden in de opdrachtverlening.

– 4 468

6. In 2010 zijn niet alle aangegane verplichtingen bij arbeidsmarktbeleid en het beleid voor de verbetering van de beroepen en opleidingsstructuur en ICT die over 2010 zijn aangegaan tot betaling gekomen. Deze verplichtingen zijn doorgeschoven naar 2011.

– 2 216

7. Overige mutaties

381

Stand realisatie 2010

1 298 696

3. Zorgverzekeraars bieden alle burgers een betaalbaar verzekerd pakket van noodzakelijke zorg aan

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

6 164 865

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Bijstelling van de uitgavenraming Zorgtoeslag naar aanleiding van actuele ramingen van het Centraal Plan Bureau.

226 056

2. Overboeking naar het ministerie van BZK in verband met de jaarlijkse bijdrage vanuit VWS aan het digitale communicatienetwerk voor de Nederlandse hulpverleningsdiensten (C2000).

– 4 090

3. Overige mutaties

– 1 074

Stand 1e suppletoire begroting

6 385 757

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Bijstelling van de uitgavenraming Zorgtoeslag naar aanleiding van de actuele ramingen van het Centraal Planbureau.

– 214 399

2. Afwikkeling Algemene Kas Ziekenfondswet

5 773 635

Bij de invoering van de Zorgverzekeringswet op 1 januari 2006 is tevens de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet (TK 30 124, nr. 2) van kracht geworden. Deze wet bepaalt dat de Ziekenfondswet wordt ingetrokken (artikel 2.1.1) en dat het saldo van de Algemene Kas Ziekenfondswet naar de situatie op 1 januari 2010 ten bate of ten laste van ’s Rijks schatkist komt (artikel 2.1.11).

In de begrotingstukken 2006 is als raming van dit saldo een bedrag van € 5,5 miljard negatief gemeld. Uiteindelijk is het saldo per 1 januari 2010 uitgekomen op een bedrag van € 5 773,6 miljoen negatief. Dit bedrag moet nu – in twee stappen – ten laste van de begroting van VWS worden gebracht.

Hiervan wordt allereerst via de bijstelling in deze suppletoire begroting een bedrag van € 5 733,7 miljoen verantwoord op de VWS-begroting (artikel 42). De uitgaven van het Rijk worden met € 5 733,7 miljoen verhoogd, waardoor het rijksvermogen met eenzelfde bedrag daalt, terwijl de inkomsten van de Algemene Kas Ziekenfondswet eveneens met € 5 733,7 miljoen worden verhoogd. Van het bestaande negatieve saldo van € 5 773,6 miljoen in de Algemene Kas blijft dan nog € 39,9 miljoen negatief over.

De tweede stap is dat – eveneens via de bijstelling in deze suppletoire begroting- het eerdergenoemde bedrag van € 39,9 miljoen op de VWS-begroting (artikel 42) wordt verantwoord. Met dit bedrag kunnen de uitstaande vorderingen en verplichtingen van de Algemene Kas Ziekenfondswet, die op 1 januari 2010 nog niet afgehandeld waren als gevolg van onvermijdbare factoren in de structuur van het zorgstelsel, worden afgewikkeld. Het gaat hierbij dus om een reservering ter afwikkeling van «oude» vorderingen en verplichtingen die ontstaan zijn vóór 2006, namelijk in de ziekenfondsperiode. Per saldo wordt zo voor een bedrag van € 5 773,6 miljoen ten laste van de VWS-begroting (artikel 42) gebracht, waardoor het saldo van de Algemene Kas Ziekenfondswet nihil wordt. Zo wordt voldaan aan de bovengenoemde wettelijke bepaling van artikel 2.1.1 Zvw.

In de periode tot 1 januari 2016 zullen de nog uitstaande vorderingen en verplichtingen van de Algemene Kas Ziekenfondswet worden afgewikkeld. Het ministerie van VWS zal zich hierover jaarlijks via zijn jaarverslag verantwoorden.

De bovengenoemde boekingen hebben geen effecten op relevante budgettaire variabelen in 2010. Bij de mutaties wordt de verplichtingen = kassystematiek gevolgd, waarbij de verhoging van het verplichtingenbudget uitsluitend wordt gebruikt voor het administratief afhandelen van deze technische mutatie.

Het negatieve saldo van de Algemene Kas Ziekenfondswet is ontstaan in een aantal jaren voorafgaand aan 2006. Tijdens deze periode is jaarlijks het negatieve saldo ten laste van het EMU-saldo gebracht. De betaling van het Rijk aan de Algemene Kas Ziekenfondswet in 2010 is neutraal voor het EMU-saldo; het is immers een uitgave en een ontvangst van de overheid. Het is niet relevant voor de uitgaventoetsing, want het is een onderlinge betaling binnen de collectieve sector en die leidt dan ook niet tot een mutatie van de overheidsschuld. Die schuld wordt bepaald als de schuld van het Rijk plus de schuld van Algemene Kas Ziekenfondswet, en in het saldo van deze twee verandert niets.

 

3. Desaldering. Aan de zogenaamde private en semipublieke zogeheten B3-ambulancediensten worden via de begroting van VWS middelen verstrekt ten behoeve van de ouderenregelingen. Over oude jaren worden tevens middelen teruggevorderd bij de B3-instellingen. Uitgaven en ontvangsten worden gedesaldeerd.

3 322

4. Overboeking naar artikel 98 OD 1 ten behoeve van de uitvoeringskosten van het CVZ met betrekking tot wanbetalers en onverzekerden. De uitvoeringskosten in het kader van de aanpak van wanbetalers en onverzekerden worden verantwoord op artikel 98 OD 1.

– 8 822

5. Op dit uitgavenartikel worden de uitvoeringskosten in het kader van de aanpak van wanbetalers geraamd. Bij verschillende met de aanpak betrokken partijen (het CVZ, het CJIB en de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen) hebben zich in 2010 meevallers in de uitvoeringskosten voorgedaan, waardoor zich in totaal een meevaller van € 17 miljoen voordoet.

– 17 000

6. In de ambulancesector zijn met de private en de semipublieke zogeheten B3-instellingen akkoorden gesloten die voorzien in een overgangsregeling met betrekking tot ouderenregelingen. De bekostiging hiervan vindt plaats via de begroting. Om te voorzien in dekking van deze akkoorden vindt een overheveling plaats van de BKZ-middelen voor ambulancevervoer naar de begroting.

11 100

7. Het betreft hier de overheveling van middelen naar artikel 41 OD 5 in verband met de implementatie van ICD-10 (een uniform classificatiesysteem voor ziekenhuizen) door het RIVM.

– 1 024

8. Herschikking van middelen over de operationele doelstellingen van artikel 42 (OD 1, OD 2 en OD 3) ter invulling van de taakstellende onderuitputting op de VWS begroting.

– 1 310

9. Overige mutaties

– 372

Stand 2e suppletoire begroting

11 930 887

Slotwetmutaties:

 

1. Verrekening met de Belastingdienst. De Belastingdienst heeft in 2010 in totaal € 4 585 miljoen aan voorschotten met betrekking tot de jaren 2010 en 2011 en nabetalingen voor de definitieve tegemoetkomingen oude jaren uitbetaald. Dit leidt tot een bijstelling van de Zorgtoeslag van € 609,8 miljoen.

609 792

2. In de 2e suppletoire begroting 2010 is aan de raming op deze operationele doelstelling een bedrag van € 39,9 miljoen toegevoegd, waarmee de uitstaande vorderingen en verplichtingen van de Algemene Kas Ziekenfondswet, die op 1 januari 2010 nog niet afgehandeld waren, kunnen worden afgewikkeld. Het gaat hierbij om een reservering ter afwikkeling van «oude» vorderingen en verplichtingen uit het Ziekenfondstijdperk. Deze afwikkeling loopt tot uiterlijk 1 januari 2016. De verantwoording van deze afwikkeling vindt plaats op basis van de gecertificeerde jaarverantwoording van het CVZ. Dit betekent dat de hiermee samenhangende betalingen pas in een jaar later verantwoord worden op de begroting van VWS. Als gevolg daarvan valt het kasbedrag in 2010 vrij. De verplichting van € 39,9 miljoen, die dit jaar is aangegaan blijft uiteraard wel bestaan; de daarmee samenhangende kasbetalingen zullen in de jaren 2011 tot en met 2015 plaatsvinden. In de 1e suppletoire begroting 2011 zal hiervoor een meerjarige kasraming worden opgenomen.

– 39 920

3. Verlaging van de uitvoeringskosten van het CVZ met betrekking tot wanbetalers en onverzekerden. Bij de wanbetalers worden de lagere kosten veroorzaakt door minder geschillen bij de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen (SKGZ) en minder uitvoeringskosten bij het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). De uitvoeringskosten onverzekerden zijn lager als gevolg van lagere uitvoeringskosten van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en latere inwerkingtreding van de wet.

– 4 671

4. De betaling van diverse onderzoeken in het kader van de risicoverevening vindt niet – zoals verwacht – in 2010 plaats, maar in 2011. Daarmee valt dit bedrag in 2010 vrij.

– 251

5. Overige mutaties

– 512

Stand realisatie 2010

12 495 325

4. De burgers van de BES-eilanden kunnen gebruik maken van voorzieningen voor zorg en welzijn

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

0

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Overige mutaties

0

Stand 1e suppletoire begroting

0

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. De BES-eilanden zijn per 10-10-2010 als openbare lichamen onderdeel geworden van Nederland. De minister van VWS draagt vanaf de transitiedatum de verantwoordelijkheid voor de rijkstaken op het terrein van zorg en welzijn op de BES-eilanden. De zorgkosten, beheerskosten en zorgontwikkelingskosten vallen onder het Budgettair Kader Zorg, maar worden op de begroting verantwoord.

1 500

Stand 2e suppletoire begroting

1 500

Slotwetmutaties:

 

1. Betreft onderuitputting door niet tot betaling gekomen verplichtingen en vertragingen in projecten BES-eilanden.

– 1 500

Stand realisatie 2010

0

Apparaatsuitgaven

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

8 310

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Overige mutaties

121

Stand 1e suppletoire begroting

8 431

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Betreft verschillende posten op het gebied van personele en materiële uitgaven.

1 384

Stand 2e suppletoire begroting

9 815

Slotwetmutaties:

 

1. Betreft verschillende posten op het gebied van personele en materiële uitgaven.

– 65

Stand realisatie 2010

9 750

Ontvangsten

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

77 162

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Betreft een desaldering van FES-middelen voor het Top Institute Pharma. De projecten van TI Pharma zijn later gestart dan verwacht. Dit heeft tot gevolg dat de duur van de projecten over een groter aantal jaren plaatsvindt dan oorspronkelijk geraamd.

– 9 679

2. Ontvangsten opleidingsfonds. De vaststelling van de subsidieverlening eerste en tweede tranche 2009 leidt naar verwachting tot hogere terugontvangsten.

30 000

3. Overige mutaties

1 438

Stand 1e suppletoire begroting

98 921

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. In het kader van de uitvoering van de wet wanbetalers wordt een bestuursrechtelijke premie aan de wanbetaler opgelegd. In deze bestuursrechtelijke premie is een opslag van 30% opgenomen, die bestemd is voor dekking van de met de aanpak gemoeide uitvoeringskosten. Uit gegevens van het CVZ is gebleken dat de opbrengst lager is dan geraamd, daar tegenover staan ook fors lagere uitvoeringskosten (€ 17 miljoen, zie toelichting artikel 42 OD 3 mutatie 5 van de 2e suppletoire begroting).

– 11 900

2. De ontvangsten als gevolg van de aan wanbetalers opgelegde bestuursrechterlijke premie worden toegevoegd aan het Zorgverzekeringsfonds.

Met Financiën is voor het jaar 2010 afgesproken dat op basis van gegevens van het CVZ ten aanzien van dat deel van de ontvangsten dat betrekking heeft op de opslag van 30% in de bestuursrechterlijke premie de ontvangstenraming op de VWS-begroting met eenzelfde bedrag verlaagd kan worden.

– 20 900

3. Desaldering van de FES-raming van het project «LifeSciences en Health».

13 200

4. Desaldering van de FES-raming van TI-Pharma.

– 5 065

5. Ontvangsten opleidingsfonds. De hogere terugontvangsten zijn het gevolg van de vaststelling van de subsidieverlening eerste en tweede tranche uit eerdere jaren.

23 000

6. Desaldering. Aan de zogenaamde private en semipublieke zogeheten B3-ambulancediensten worden via de begroting van VWS middelen verstrekt ten behoeve van de bekostiging van de ouderenregelingen. Over oude jaren worden tevens middelen teruggevorderd bij de B3-instellingen. Uitgaven en ontvangsten worden gedesaldeerd.

3 322

7. Overige mutaties

5 637

Stand 2e suppletoire begroting

106 215

Slotwetmutaties:

 

1. Verrekening met de Belastingdienst met betrekking tot de Zorgtoeslag. Deze ontvangsten betreffen zowel verrekeningen van verstrekte voorschotten als terugvorderingen op definitief vastgestelde tegemoetkomingen.

635 556

2. Ontvangstenmeevaller opleidingsfonds. De hogere terugontvangsten zijn het gevolg van de vaststelling van de subsidieverlening eerste en tweede tranche uit eerdere jaren.

20 444

3. Terugontvangsten als gevolg van een lagere vaststelling van diverse verleende subsidies uit eerdere jaren. Het betreft onder andere vaststelling van de subsidie van de huisartsenopleiding over 2008 en 2009 (€ 3,2 miljoen).

3 658

4. Ontvangst van de Sociale Verzekeringsbank als gevolg van de afrekening van de uitvoeringskosten 2009 ten behoeve van de voorbereiding wetsvoorstel Actieve Opsporing Onverzekerden.

1 100

5. Uit realisatiecijfers van het CVZ is gebleken dat de opbrengst van aan wanbetalers opgelegde bestuursrechterlijke premie hoger is (€ 23,728 miljoen) dan ten tijde van de opstelling van de 2e suppletoire begroting is verondersteld (€ 20,9 miljoen). Het verschil leidt tot een meevaller in het Zorgverzekeringsfonds. Op grond van de afspraken met Financiën kan de ontvangstenraming op dit artikel met hetzelfde bedrag worden verlaagd, waardoor de in de 2e suppletoire begroting verwachte ontvangstentegenvaller met € 2,828 miljoen afneemt. Per saldo is de mutaties op de begroting nihil.

0

6. Ontvangst van het CVZ. Betreft afrekening 2009 van de zorgkosten van illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen.

4 000

7. Overige mutaties

219

Stand realisatie 2010

771 192

42.4 Slotwetmutaties

De slotwetmutaties zijn uitgesplitst naar operationele doelstelling, apparaatsuitgaven en ontvangsten toegelicht in paragraaf 42.3 Financiële toelichting.

Uitgaven (bedragen x € 1 000)

Stand 2e suppletoire begroting

13 252 631

Slotwetmutaties

554 927

Stand realisatie 2010

13 807 558

Ontvangsten (bedragen x € 1 000)

Stand 2e suppletoire begroting

106 215

Slotwetmutaties

664 977

Stand realisatie 2010

771 192

42.5 Overzicht uitgevoerde evaluatieonderzoeken

Onderzoek

Onderwerp

AD of OD

Start

Afgerond

Vindplaats

Beleidsdoorlichting

IBO ggz

42.2

2009

2010

Bijlage bij het rapport Heroverweging Curatieve Zorg. Zie www.rijksoverheid.nl

 

Heroverweging Cure

AD 42

2009

2010

www.rijksoverheid.nl

      

Effectenonderzoek ex post

Monitor en effectmeting financieel instrumentarium ZIP

42.2

2010

2013

      

Overig evaluatieonderzoek

Evaluatie subsidiesystematiek PGO-organisaties

42.1

2010

2011

 

Beleidsrapportages ggz

42.2

2007

2010

Monitor Curatieve ggz 2010

www.nza.nl

 

Dossieronderzoek naar vermijdbare sterfte en schade in ziekenhuizen

42.2

2010

2011

 

Evaluatie CBOG

42.2

2009

2010

TK 29 282, nr. 107

 

Evaluatie Opleidingsfonds

42.2

2010

2010

TK 29 282, nr. 107

 

Monitor Cure

42.3

jaarlijks

 

www.nza.nl

 

Evaluatie risicoverevening door internationale experts

42.3

2009

2010

TK 29 689, nr. 316

 

Monitor Farmacie

42.3

jaarlijks

 

TK 29 477, nr. 133

 

Inkoopvoordelen en praktijkkostenonderzoek

42.3

2009

2010

TK 29 477, nr. 142

 

Eerste evaluatie Verplicht eigen risico

42.3

2009

2010

TK 29 689, nr. 302

 

Tweede evaluatie Verplicht eigen risico

42.3

2010

2011

 

Marktscan Zorgverzekeringsmarkt 2010

42.3

jaarlijks

2010

TK 29 689, nr. 360

 

Beleidsevaluatie dyslexiezorg

42.3

2010

2011

BELEIDSARTIKEL 43 LANGDURIGE ZORG

43.1 Algemene doelstelling

Zorgen dat voor mensen met een langdurige of chronische aandoeningen van lichamelijke, verstandelijke of psychische aard zorg van goede kwaliteit beschikbaar is en dat deze zorg tegen voor de samenleving aanvaardbare maatschappelijke kosten wordt geleverd.

43.2 Budgettaire gevolgen van beleid

Bedragen x € 1 000

Realisatie 2006

Realisatie 2007

Realisatie 2008

Realisatie 2009

Realisatie 2010

Vastgestelde begroting 2010

Verschil 2010

Verplichtingen

5 233 689

4 968 230

5 384 995

5 656 302

6 059 232

5 988 637

70 595

        

Uitgaven

5 086 975

4 966 473

5 394 615

5 594 961

6 017 729

5 990 885

26 844

        

Programma-uitgaven

5 082 307

4 962 629

5 390 586

5 590 456

6 011 637

5 986 884

24 753

1. De positie van de burger in zorgstelsel wordt versterkt.

58 164

52 885

57 215

57 713

59 201

63 181

– 3 980

waarvan bijdragen aan baten-lastendiensten

0

6 046

7 563

8 609

8 046

8 600

554

waarvan bijdragen aan zbo’s

1 842

1 866

1 907

0

0

900

900

waarvan bijdragen aan PGO-organisaties

44 073

37 405

39 567

40 472

43 377

41 791

1 586

2. Zorgaanbieders worden gestimuleerd om het door de burger gewenste zorgaanbod te realiseren.

171 136

163 574

196 774

186 967

153 440

138 745

14 695

waarvan bijdragen aan zbo’s

0

0

0

3 700

1 372

0

1 372

3. De zorg is effectief en veilig wordt door de cliënt positief ervaren (kwalitatief goede zorg)

19 040

36 917

91 270

122 320

135 800

166 452

– 30 652

waarvan bijdragen aan baten-lastendiensten

5 780

1 888

2 046

3 277

2 721

0

2 721

4. De kosten van de zorg zijn maatschappelijk aanvaardbaar

4 833 967

4 709 253

5 045 327

5 223 456

5 663 196

5 618 506

44 690

waarvan rijksbijdrage AWBZ

4 475 600

4 495 400

4 774 300

4 896 400

4 891 600

4 863 300

28 300

waarvan bijdragen aan zbo's (CAK)

0

0

0

0

29 835

26 043

3 792

        

Apparaatsuitgaven

4 668

3 844

4 029

4 505

6 092

4 001

2 091

        

Ontvangsten

3 613

1 909

1 431

2 194

17 453

0

17 453

43.3 Financiële toelichting

In deze paragraaf worden per operationele doelstelling en voor de apparaatsuitgaven en de ontvangsten de belangrijkste verschillen tussen begroting en realisatie verklaard. Daarbij is aangegeven of deze verschillen al bij 1e en 2e suppletoire begroting (TK 32 395 XVI, nr. 1 t/m 2 en 32 565 XVI, nr. 1 t/m 2) voorgelegd waren, dan wel dat ze in de slotwetmutaties zijn begrepen.

Programma-uitgaven

De algemene doelstelling van dit beleidsartikel is vertaald in vier operationele doelstellingen:

  • 1. De positie van de burger in het zorgstelsel wordt versterkt;

  • 2. Voor iedere cliënt is de voor hem of haar noodzakelijk zorg beschikbaar; de cliënt kan uit een kwalitatief voldoende zorgaanbod kiezen;

  • 3. De zorg is effectief en veilig en wordt door de cliënt positief ervaren (kwalitatief goede zorg);

  • 4. De kosten van de zorg zijn maatschappelijk aanvaardbaar.

1. De positie van de burger in het zorgstelsel wordt versterkt

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

63 181

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Overboeking naar artikel 98 (IGZ). Het betreft het beschikbaar stellen van een deel van de benodigde middelen voor de uitvoering van het jaarplan 2010 voor het project Zichtbare Zorg.

– 4 700

2. Voor patiënten, gehandicapten en ouderen is voor projectsubsidies PGO een totaal bedrag beschikbaar gesteld van € 24 miljoen in de jaren 2009 tot en met 2012. Een bedrag van € 1,97 miljoen kon in 2009 niet tot betaling komen en wordt aan het budget voor 2010 toegevoegd.

1 970

3. Overige mutaties

35

Stand 1e suppletoire begroting

60 486

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Ombuigingsmaatregelen. Dit betreft het actualiseren van diverse beleidsvoornemens.

– 1 550

2. Benodigde middelen om het werkprogramma 2010 van Zichtbare Zorg uit te kunnen voeren.

1 300

3. Hogere uitgaven als gevolg van vaststelling subsidies eerdere jaren Fonds PGO.

1 300

4. Overige mutaties

– 2 210

Stand 2e suppletoire begroting

59 326

Slotwetmutaties:

 

1. Overige mutaties

– 125

Stand realisatie 2010

59 201

2. Voor iedere cliënt is de voor hem of haar noodzakelijk zorg beschikbaar; de cliënt kan uit een kwalitatief voldoende zorgaanbod kiezen

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

138 745

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Overboeking vanuit de premiemiddelen 2010 voor de herindicaties voor de pakketmaatregel «begeleiding». Het betreft meerkosten van het CIZ, die vooral worden veroorzaakt, doordat er meer herindicaties hebben plaatsgevonden dan verwacht.

8 100

2. In de VWS-begroting 2010 is de instellingssubsidie van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) gebaseerd op afspraken uit het meerjarenperspectief 2007–2011. Inmiddels is de hierin afgesproken taakstelling voor het CIZ herzien. Dat betekent dat een aanvulling noodzakelijk is op de instellingssubsidie.

5 000

3. Deze mutatie betreft de overboeking van de niet in 2009 bestede middelen op de begroting voor herindicaties. Voor de herindicaties in het kader van de pakketmaatregel «begeleiding» zijn in 2009 extra middelen aan het CIZ beschikbaar gesteld. Een deel van de werkzaamheden vindt echter in 2010 plaats.

2 142

4. Overboeking naar artikel 43 apparaatskosten voor de uitvoering van het programma Stroomlijning Indicatie Processen (STIP).

– 730

Stand 1e suppletoire begroting

153 257

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Herschikking van middelen over de operationele doelstellingen van artikel 43 OD 2, OD 3 en OD 4 als gevolg van de afspraken bij voorjaarsbesluitvorming over de invulling van de taakstellende onderuitputting en interne herschikking op de begroting.

– 4 371

2. Overige mutaties

4 591

Stand 2e suppletoire begroting

153 477

Slotwetmutaties:

 

1. Overboeking van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) in verband met de projecten Regelhulp en Gezamenlijke Beoordeling.

375

2. Overige mutaties

– 412

Stand realisatie 2010

153 440

3. De zorg is effectief en veilig en wordt door de cliënt positief ervaren (kwalitatief goede zorg)

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

166 452

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Voor de werkzaamheden van MEE zijn in 2009 extra middelen beschikbaar gesteld. Een deel van de werkzaamheden vindt echter in 2010 plaats. Deze mutatie betreft de overboeking van de niet in 2009 bestede middelen voor de MEE-werkzaamheden.

2 483

2. Overheveling naar de premiemiddelen voor de uitvoering van de NZa-beleidsregel «Stimulering kleinschalige zorg voor dementerenden». De middelen voor deze beleidsregel staan gereserveerd op de begroting van VWS en worden voor de dekking van de beleidsregel naar de premiemiddelen overgeboekt.

– 24 800

3. Overboeking naar artikel 41 OD 5 voor de uitvoering door ZonMw van het programma «Zichtbare schakel: de wijkverpleegkundige voor een gezonde buurt». Het programma is opgezet naar aanleiding van de motie Hamer c.s. (TK 31 700 XVI nr. 15) en is onder meer gericht op de inzet van extra wijkverpleegkundigen op wijkniveau.

– 8 257

4. Overboeking naar artikel 41 OD 5 voor de uitvoering van het programma «Zorg voor Beter» door ZonMw.

– 3 933

5. Overige mutaties

– 326

Stand 1e suppletoire begroting

131 619

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Herschikking van middelen over de operationele doelstellingen van artikel 43 OD 2, OD 3 en OD 4 als gevolg van de afspraken bij voorjaarsbesluitvorming over de invulling van de taakstellende onderuitputting en interne herschikking op de begroting.

4 161

2. Dit betreft meerkosten van de herindicaties door de Bureaus Jeugdzorg in het kader van de pakketmaatregel begeleiding in de AWBZ.

900

3. Overboeking naar artikel 98 OD 3 in verband met toevoeging aan de Verzameluitkering VWS. Betreft subsidie Frieslab gemeente Leeuwarden.

– 267

4. Overboeking naar artikel 98 OD 3 in verband met toevoeging aan de Verzameluitkering VWS. Betreft bijdrage aan pilot gezamenlijke beoordeling gemeente Leeuwarden.

– 62

5. Overige mutaties

3 894

Stand 2e suppletoire begroting

140 245

Slotwetmutaties:

 

1. Een deel van de, voor onder andere innovatie transitietrajecten en cliëntondersteuning, beschikbare middelen is niet, niet volledig of vertraagd tot besteding gekomen. Voor andere activiteiten, onder andere op het gebied van kwaliteitsverbetering palliatieve zorg, kon onvoldoende overeenstemming worden bereikt. Deze activiteiten worden in 2011 in gewijzigde vorm uitgevoerd.

– 3 459

2. Lagere realisatie stagefonds. Met het Stagefonds draagt VWS bij in de kosten die zorginstellingen maken om stageplaatsen te realiseren.

– 986

Stand realisatie 2010

135 800

4. De kosten van de zorg zijn maatschappelijk aanvaardbaar

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

5 618 506

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Vanaf 2010 is € 50 miljoen structureel beschikbaar om de afbakening van de doelgroep Wtcg (voorstellen commissie Linschoten) te verbeteren. Een deel van de verbeteringen gaat per 2010 in. De maatregelen hebben een geleidelijke ingroei, waardoor in 2010 een deel van de € 50 miljoen niet wordt ingezet.

– 36 900

2. Bijstelling raming Wtcg. Op basis van geactualiseerde berekeningen van Vektis is het aantal mensen dat op grond van zorggebruik in aanmerking komt voor een forfait hoger dan eerder aangenomen. Met het oog hierop dient de raming met structureel € 53 miljoen te worden bijgesteld.

53 000

3. Bijstelling in de kosten van kortingen (BIKK) naar aanleiding van de actuele ramingen van het Centraal Economisch Plan (CEP) van het CPB.

20 400

4. Noodzakelijke kosten voor een goede uitvoering van de Wtcg. Het betreft kosten met het oog op aanpassing aan wensen van de Tweede Kamer (afbakening/uitbreiding van doelgroepen) en vergoedingen voor de uitvoering van de Wtcg aan het CAK, verzekeraars, gemeenten en bureaus Jeugdzorg.

6 000

5. Overboeking naar het ministerie van Financiën ten behoeve van de kosten van de Belastingdienst voor de uitvoering van de regeling Tegemoetkoming Buitengewone Uitgaven (TBU) en de regeling Tegemoetkoming Specifieke Zorgkosten (TSZ).

– 1 000

Stand 1e suppletoire begroting

5 660 006

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Op basis van Zvw-zorggebruik, AWBZ-indicaties en Wmo-zorggebruik wordt door het CAK geïnventariseerd wie er recht hebben op een algemene tegemoetkoming in het kader van de Wtcg. Voorlopige gegevens wijzen er op dat het voor de tegemoetkomingen benodigde bedrag € 50 miljoen hoger is dan eerder geraamd.

30 700

2. Het beschikbare bedrag voor de algemene tegemoetkomingen in het kader van de Wtcg dient jaarlijks geïndexeerd te worden met de zogenoemde tabelcorrectiefactor. In verband hiermee wordt de raming met € 5 miljoen bijgesteld.

5 000

3. Bijstelling in de kosten van kortingen (BIKK) naar aanleiding van de actuele ramingen van het Centraal Planbureau.

7 900

4. Herschikking van middelen over de operationele doelstellingen van artikel 43 OD 2, OD 3 en OD 4 als gevolg van de afspraken bij voorjaarsbesluitvorming over de invulling van de taakstellende onderuitputting en interne herschikking op de begroting.

210

5. Bijstelling van de raming van de Tegemoetkoming Buitengewone Uitgaven (TBU). De TBU kende in de jaren 2006 tot en met 2008 een overschrijding. Hierdoor zijn in 2010 hogere uitgaven bij deze regeling te verwachten.

4 391

6. Overige mutaties

– 344

Stand 2e suppletoire begroting

5 707 863

Slotwetmutaties:

 

1. Bijstelling van de raming van de Tegemoetkoming Buitengewone Uitgaven (TBU). De TBU kende in voorgaande een overschrijding. Hierdoor zijn in 2010 hogere uitgaven bij deze regeling gerealiseerd. De regeling is inmiddels beëindigd.

28 381

2. Bijstelling van het beschikbare bedrag voor de tegemoetkomingen in het kader van de Wtcg. Een aantal betalingen valt over de jaargrens heen in verband met ontbrekende informatie.

– 63 614

3. In 2010 hebben geen uitgaven ten laste van het beschikbare budget voor Tegemoetkoming specifieke zorgkosten (TSZ) plaatsgevonden.

– 10 120

4. Bijstelling van de uitvoeringskosten Wtcg. Betreft onder andere uitvoeringskosten Centraal Administratiekantoor (CAK) en onderzoek en communicatie.

882

5. Overige mutaties

– 196

Stand realisatie 2010

5 663 196

Apparaatsuitgaven

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

4 001

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Overboeking van artikel 43 OD 2 voor de uitvoering van het programma Stroomlijning Indicatie Processen (STIP).

730

2. Overige mutaties

125

Stand 1e suppletoire begroting

4 856

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Betreft verschillende posten op het gebied van personele en materiële uitgaven.

1 397

Stand 2e suppletoire begroting

6 253

Slotwetmutaties:

 

1. Betreft verschillende posten op het gebied van personele en materiële uitgaven.

– 161

Stand realisatie 2010

6 092

Ontvangsten

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

0

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Overige mutaties

0

Stand 1e suppletoire begroting

0

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Hogere terugontvangsten als gevolg van vaststelling van subsidies met betrekking tot Kwaliteit over eerdere jaren.

4 640

2. Dit betreft terugvordering van onder andere de egalisatiereserve van de subsidie «bijdragen aan derden» van het voormalige Fonds PGO.

5 140

Stand 2e suppletoire begroting

9 780

Slotwetmutaties:

 

1. Ontvangsten als gevolg vaststelling van aan PGO-organisaties verleende subsidies.

2 534

2. Ontvangsten als gevolg van vaststellingen of tussentijdse bijstelling van aan onder andere MEE-organisaties verleende subsidies.

1 300

3. Ontvangsten als gevolg van vaststelling van het systeem VIA (VWS Informatie Adressen) tot en met 2008 bij het CIBG.

565

4. Ontvangst van het CAK. Betreft afrekening uitvoeringskosten CAK ten behoeve van tegemoetkomingen Wtcg 2009.

2 093

4. Overige mutaties

1 181

Stand realisatie 2010

17 453

43.4 Slotwetmutaties

De slotwetmutaties zijn uitgesplitst naar operationele doelstelling, apparaatsuitgaven en ontvangsten toegelicht in paragraaf 43.3 Financiële toelichting.

Uitgaven (bedragen x € 1 000)

Stand 2e suppletoire begroting

6 067 164

Slotwetmutaties

– 49 435

Stand realisatie 2010

6 017 729

Ontvangsten (bedragen x € 1 000)

Stand 2e suppletoire begroting

9 780

Slotwetmutaties

7 673

Stand realisatie 2010

17 453

43.5 Overzicht uitgevoerde evaluatieonderzoeken

Onderzoek

Onderwerp

AD of OD

Start

Afgerond

Vindplaats

Beleidsdoorlichting

Indicatiestelling

43.2

2010

2011

 

Heroverweging care

AD 43

2009

2010

www.rijksoverheid.nl

      

Effectenonderzoek ex post

    
      

Overig evaluatieonderzoek

Subsidiesystematiek PGO-organisaties

42.1 en 43.1

2010

2011

 

Evaluatie subsidieregelingen stageplaatsen zorg en vaccinatie stageplaatsen zorg

43.3

2010

2011

 

Evaluatie Opleidingsfonds

42.2

2010

2010

TK 29 282, nr. 107

 

Evaluatie CBOG

42.2

2010

2010

TK 29 282, nr. 107

BELEIDSARTIKEL 44 MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING

44.1 Algemene doelstelling

Alle burgers participeren in de samenleving.

44.2 Budgettaire gevolgen van beleid

Bedragen x € 1 000

Realisatie 2006

Realisatie 2007

Realisatie 2008

Realisatie 2009

Realisatie 2010

Vastgestelde begroting 2010

Verschil 2010

Verplichtingen

363 018

545 734

594 076

277 516

166 154

300 718

– 134 564

        

Uitgaven

392 640

485 982

510 288

551 766

263 972

304 071

– 40 099

        

Programma-uitgaven

388 554

481 889

506 394

547 681

259 607

300 174

– 40 567

1. Burgers worden gestimuleerd actief te participeren in maatschappelijke verbanden

40 769

54 806

44 745

27 065

26 373

27 645

– 1 272

2. Burgers bieden anderen vrijwillige ondersteuning en kunnen gebruik maken van (organisaties van) vrijwillige ondersteuning

21 083

28 122

40 302

48 291

75 519

81 370

– 5 851

waarvan bijdragen aan zbo’s

0

11 655

23 573

34 467

60 728

65 000

4 272

3. Burgers met beperkingen kunnen gebruik maken van (algemene) voorzieningen en professionele ondersteuning.

87 641

76 552

68 671

62 953

60 961

74 348

– 13 387

4. Burgers met (psycho)sociale problemen kunnen gebruik maken van tijdelijke ondersteuning

239 061

322 409

352 676

409 372

96 754

116 811

– 20 057

waarvan bijdragen aan specifieke uitkeringen

235 013

318 454

349 091

402 349

90 224

103 178

12 954

        

Apparaatsuitgaven

4 086

4 093

3 894

4 085

4 365

3 897

468

        

Ontvangsten

3 880

4 164

1 931

8 356

25 765

0

25 765

44.3 Financiële toelichting

In deze paragraaf worden per operationele doelstelling en voor de apparaatsuitgaven en de ontvangsten de belangrijkste verschillen tussen begroting en realisatie verklaard. Daarbij is aangegeven of deze verschillen al bij 1e en 2e suppletoire begroting (tk 32 395 XVI, nr. 1 t/m 2 en 32 565 XVI, nr. 1 t/m 2) voorgelegd waren, dan wel dat ze in de slotwetmutaties zijn begrepen.

Programma-uitgaven

De algemene doelstelling van dit beleidsartikel is vertaald in vier operationele doelstellingen:

  • 1. Burgers worden gestimuleerd actief te participeren in maatschappelijke verbanden;

  • 2. Burgers bieden anderen vrijwillige ondersteuning en kunnen gebruik maken van (organisaties van) vrijwillige ondersteuning;

  • 3. Burgers met beperkingen kunnen gebruik maken van (algemene) voorzieningen en professionele ondersteuning;

  • 4. Burgers met (psycho)sociale problemen kunnen gebruik maken van tijdelijke ondersteuning.

1. Burgers kunnen actief participeren in maatschappelijke verbanden

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

27 645

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Overige mutaties

– 70

Stand 1e suppletoire begroting

27 575

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Desaldering in verband met nabetaling aan het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (NIZW) als gevolg van een herziene subsidievaststelling over 2006.

1 413

2. Overige mutaties

– 704

Stand 2e suppletoire begroting

28 284

Slotwetmutaties:

 

1. Overboeking naar artikel 42 OD 2. Betreft onderuitputting van het budget mobiliteitsbevordering van thuiszorgmedewerkers, doordat er minder subsidies voor mobiliteitsbevordering zijn aangevraagd dan dat er budget beschikbaar was (TK 32 123 XVI, nr. 56).

– 692

2. Overige mutaties

– 1 219

Stand realisatie 2010

26 373

2. Burgers bieden anderen vrijwillige ondersteuning en kunnen gebruik maken van (organisaties van) vrijwillige ondersteuning

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

81 370

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Overige mutaties

0

Stand 1e suppletoire begroting

81 370

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Onderbesteding mantelzorgcompliment (€ 4 miljoen) en verschillende andere kleine posten.

– 4 950

2. Overige mutaties

158

Stand 2e suppletoire begroting

76 578

Slotwetmutaties:

 

1. Overige mutaties

– 1 059

Stand realisatie 2010

60 961

3. Burgers met beperkingen kunnen gebruik maken van (algemene) voorzieningen en professionele ondersteuning

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

74 348

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Overboeking naar het Gemeentefonds ten behoeve van middelen voor dure woningaanpassingen. Dure woningaanpassingen vormen een onderdeel van de Wmo en uiteindelijk zal het gehele budget voor dure woningaanpassingen aan het Gemeentefonds worden toegevoegd. Vanaf 2010 is er structureel € 21 miljoen beschikbaar voor de gemeenten. De hier genoemde € 9 miljoen maakt daarvan onderdeel uit.

– 9 000

Stand 1e suppletoire begroting

65 348

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Overige mutaties

929

Stand 2e suppletoire begroting

66 277

Slotwetmutaties:

 

1. De gemeenten hebben minder subsidies voor dure woningaanpassingen (voor 1 januari 2007 verstrekt) aangevraagd dan dat er budget beschikbaar was (overboeking naar het Gemeentefonds was niet nodig in verband met ruimte binnen Wmo-kader 2010).

– 3 120

2. De mensen hebben minder met het bovenregionaal vervoer gereisd dan dat er budget Valys beschikbaar was.

– 1 137

3. Overige mutaties.

– 1 059

Stand realisatie 2010

60 961

4. Burgers met (psycho)sociale problemen kunnen gebruik maken van tijdelijke ondersteuning

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

116 811

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Voor de invoering van de nieuwe verdeelsleutel middelen maatschappelijke opvang is door het ministerie van Financiën een bedrag van € 66 miljoen beschikbaar gesteld, oorspronkelijk voor de jaren 2007 t/m 2011. De daadwerkelijke benutting van deze gelden over de jaren is in de loop van de tijd veranderd met een uitloop naar 2012. Vorig jaar is bij de Voorjaarsnota slechts een deel van de benodigde kasschuif verwerkt. Het restant voor de jaren 2010 t/m 2012 wordt nu verwerkt.

5 300

2. Overboeking naar het Gemeentefonds ten behoeve van aanpassing budget maatschappelijke opvang.

– 8 317

3. Overige mutaties

– 48

Stand 1e suppletoire begroting

113 746

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Overboeking naar het Gemeentefonds. Betreft restmiddelen van de brede doeluitkering «Maatschappelijke Opvang». Vanaf 2010 is deze uitkering een decentralisatie-uitkering en overgeheveld naar het Gemeentefonds.

– 10 300

2. Overige mutaties

– 3 759

Stand 2e suppletoire begroting

99 687

Slotwetmutaties:

 

1. Overboeking naar artikel 47 OD 2. Betreft de kosten voor het renoveren van het voormalige kamp Westerbork.

– 1 600

2. Overboeking naar het Gemeentefonds. Betreft aanvulling van de specifieke uitkering Vrouwenopvang.

– 500

3. Overige mutaties

– 833

Stand realisatie 2010

96 754

Apparaatsuitgaven

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

3 897

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Overige mutaties

0

Stand 1e suppletoire begroting

3 897

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Betreft verschillende posten op het gebied van personele en materiële uitgaven.

384

Stand 2e suppletoire begroting

4 281

Slotwetmutaties:

 

1. Betreft verschillende posten op het gebied van personele en materiële uitgaven.

84

Stand realisatie 2010

4 365

Ontvangsten

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

0

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Overige mutaties

0

Stand 1e suppletoire begroting

0

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) heeft aangegeven dat niet alle beschikbare middelen tot besteding zijn gekomen. Het betreft voornamelijk minder mantelzorgcomplimenten en een klein gedeelte minder uitvoeringskosten SVB in verband met het verstrekken van minder mantelzorgcomplimenten.

13 687

2. Desaldering in verband met nabetaling aan het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (NIZW) als gevolg van een herziene subsidievaststelling over 2006.

1 413

3. Ontvangstenmeevaller. Betreft afrekening uitvoering mantelzorgcompliment.

8 000

Stand 2e suppletoire begroting

23 100

Slotwetmutaties:

 

1. Diverse ontvangsten als gevolg van te hoog verstrekte subsidievoorschotten in voorgaande jaren voor de pilots Experimenten Wmo, voor het behoud van thuiszorgmedewerkers voor de zorg, voor dure woningaanpassingen en voor advies en steunpunten huiselijk geweld.

2 665

Stand realisatie 2010

25 765

44.4 Slotwetmutaties

De slotwetmutaties zijn uitgesplitst naar operationele doelstelling, apparaatsuitgaven en ontvangsten toegelicht in paragraaf 44.3 Financiële toelichting.

Uitgaven (bedragen x € 1 000)

Stand 2e suppletoire begroting

275 107

Slotwetmutaties

– 11 135

Stand realisatie 2010

263 972

Ontvangsten (bedragen x € 1 000)

Stand 2e suppletoire begroting

23 100

Slotwetmutaties

2 665

Stand realisatie 2010

25 765

44.5 Overzicht uitgevoerde evaluatieonderzoeken

Onderzoek

Onderwerp

AD of OD

Start

Afgerond

Vindplaats

Beleidsdoorlichting

    
      

Effectenonderzoek ex post

Evaluatie Wmo

AD 44

2007

2010

www.scp.nl

 

2e Evaluatie Wmo

AD 44

2010

2013

 

Evaluatie Kennisbeleid/

Kennisinstituten

44.1

2007

2011

 

Evaluatie beleidsbrief voor elkaar

44.2

2010

2011

 

Evaluatie deskundigheidsbevordering vrijwilligers

44.2

2009

2011

      

Overig evaluatieonderzoek

Tijdsbestedingsonderzoek Monitor vrijwilligerswerk SCP

44.2

2010

2011

 

Deelname aan vrijwilligerswerk POLS (CBS)

44.2

2010

2011

 

Tijdsbestedingsonderzoek Monitor vrijwilligerswerk SCP

44.2

2010

2011

 

Longitudinaal onderzoek daklozen

44.4

2010

2014

Toelichting

Het Interdepartementaal onderzoek naar de gelijke behandeling van mensen met een beperking (VWS is coördinerend departement) gaat niet door.

De interne evaluatie «deskundigheidsbevordering vrijwilligers» wordt begin 2011 afgerond.

BELEIDSARTIKEL 46 SPORT

46.1 Algemene doelstelling

Een sportieve samenleving waarin zowel veel aan sport wordt gedaan als van sport wordt genoten.

46.2 Budgettaire gevolgen van beleid

In deze paragraaf wordt voor de uitgaven en ontvangsten het verschil tussen de vastgestelde begroting en de realisatie toegelicht. De vastgestelde begroting en de realisatie van artikel 46 zijn in de tabel hieronder opgenomen.

Bedragen x € 1 000

Realisatie 2006

Realisatie 2007

Realisatie 2008

Realisatie 2009

Realisatie 2010

Vastgestelde begroting 2010

Verschil 2010

Verplichtingen

203 891

94 108

95 900

90 994

66 873

89 386

– 22 513

        

Uitgaven

118 546

99 210

104 548

113 366

113 205

144 186

– 30 981

        

Programma-uitgaven

116 207

96 868

102 113

110 876

110 752

141 890

– 31 138

1. Mensen sporten en bewegen meer voor hun gezondheid

6 636

8 597

12 898

15 412

17 848

27 894

– 10 046

2. Via de sport ontmoeten mensen elkaar, doen mensen mee aan maatschappelijke activiteiten en gaan mensen respectvol met elkaar om

71 300

68 885

62 814

59 810

59 503

81 682

– 22 179

waarvan bijdragen aan specifieke uitkeringen

36 064

26 112

15 831

13 067

11 895

12 516

– 621

3. De topsport in Nederland staat symbool voor ambitie, is een bron van ontspanning en draagt bij aan ons nationale imago in binnen- en buitenland

38 271

19 386

26 401

35 654

33 401

32 314

1 087

        

Apparaatsuitgaven

2 339

2 342

2 435

2 490

2 453

2 296

157

        

Ontvangsten

1 002

831

1 480

2 176

2 139

870

1 269

46.3 Financiële toelichting

In deze paragraaf worden per operationele doelstelling en voor de apparaatsuitgaven en de ontvangsten de belangrijkste verschillen tussen begroting en realisatie verklaard. Daarbij is aangegeven of deze verschillen al bij 1e en 2e suppletoire begroting (TK 32 395 XVI, nr. 1 t/m 2 en 32 565 XVI, nr. 1 t/m 2) voorgelegd waren, dan wel dat ze in de slotwetmutaties zijn begrepen.

Programma-uitgaven

De algemene doelstelling van dit beleidsartikel is vertaald in drie operationele doelstellingen:

  • 1. Mensen sporten en bewegen meer voor hun gezondheid;

  • 2. Via de sport ontmoeten mensen elkaar, doen mensen mee aan maatschappelijke activiteiten en gaan mensen respectvol met elkaar om;

  • 3. De topsport in Nederland staat symbool voor ambitie, is een bron van ontspanning en draagt bij aan ons nationale imago in binnen- en buitenland.

1. Mensen sporten en bewegen meer voor hun gezondheid

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

27 894

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Overboeking naar het Gemeentefonds. Het betreft de bijdrage van het ministerie van VWS aan de Impuls Nationaal Actieplan Sport en Bewegen.

– 4 134

2. Ter financiering van een bijdrage van het Rijk aan de realisatie van een multifunctionele topsporthal op het Nationaal Topsportcentrum Papendal wordt omgebogen op de uitvoering van het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen (NASB). Dit leidt de komende twee jaar op onderdelen van het NASB tot een fasering van de uitvoering en bijstelling van ambities.

– 2 500

3. Overboeking naar artikel 46 OD 3 vanwege een aanpassing in de organisatie. De middelen zijn bestemd voor het ondersteunen van activiteiten op het gebied van sportmedische begeleiding van topsporters.

– 1 250

4. Overige mutaties

120

Stand 1e suppletoire begroting

20 130

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Door vertraging van verschillende projecten binnen het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen is onderuitputting ontstaan.

– 550

2. Overige mutaties

– 1 174

Stand 2e suppletoire begroting

18 406

Slotwetmutaties:

 

1. Overige mutaties

– 558

Stand realisatie 2010

17 848

2. Via de sport ontmoeten mensen elkaar, doen mensen mee aan maatschappelijke activiteiten en gaan mensen respectvol met elkaar om

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

81 682

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Overboeking naar het Gemeentefonds in het kader van de Impuls brede scholen, sport en cultuur. Het gaat om de financiering van de aanstelling van combinatiefunctionarissen die werkzaam zijn op meerdere terreinen. Hierdoor worden sportverenigingen versterkt met het oog op hun maatschappelijke functie. Deze mutatie betreft de eerste en tweede tranche van de Impuls brede scholen, sport en cultuur en heeft betrekking op in totaal 900 fte.

– 11 153

2. Overboeking naar artikel 46 OD 2 vanwege aanpassing in de organisatie. De middelen zijn bestemd voor subsidies aan (inter)nationale antidoping organisaties.

1 670

3. Overige mutaties

50

Stand 1e suppletoire begroting

72 249

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Verrekening met het Gemeentefonds. Dit betreft het restant 2010 voor de Impuls Brede Scholen.

– 8 128

2. Ombuigingsmaatregelen. Dit betreft ruimte binnen de middelen voor de Impuls Brede Scholen en Cultuur vanwege lagere deelname aan de derde tranche.

– 4 000

3. Als gevolg van lagere kosten bij de afrekening van allerlei projecten in het kader van de BOS-regeling is incidenteel ruimte ontstaan.

– 678

4. Overige mutaties

180

Stand 2e suppletoire begroting

59 623

Slotwetmutaties:

 

1. Overige mutaties

– 120

Stand realisatie 2010

59 503

3. De topsport in Nederland staat symbool voor ambitie, is een bron van ontspanning en draagt bij aan ons nationale imago in binnen- en buitenland

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

32 314

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Ten behoeve van een bijdrage van het Rijk aan de realisatie van een multifunctionele topsporthal op het Nationaal Topsportcentrum Papendal is twee maal een bedrag van € 2,5 miljoen gereserveerd. Voorwaarden voor het verlenen van de bijdrage zijn dat er, aanvullend op de door andere partijen eerder toegezegde bijdragen, een sluitende begroting wordt voorgelegd én dat het initiatief breed door de sportbonden wordt ondersteund.

2 500

2. Overboeking van artikel 46 OD 1 vanwege een aanpassing in de organisatie. De middelen zijn bestemd voor het ondersteunen van activiteiten op het gebied van sportmedische begeleiding van topsporters.

1 250

3. Overboeking naar artikel 46 OD 2 vanwege aanpassing in de organisatie. De middelen zijn bestemd voor subsidies aan (inter)nationale antidoping organisaties.

– 1 670

4. Overige mutaties

75

Stand 1e suppletoire begroting

34 469

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Overboeking naar artikel 98 OD 3 in verband met toevoeging aan de Verzameluitkering VWS. Betreft Centrum voor Topsport en Onderwijs Eindhoven.

– 365

2. Overboeking naar artikel 98 OD 3 in verband met toevoeging aan de Verzameluitkering VWS. Betreft bijdrage aan de gemeenten Amsterdam, Utrecht en Middelburg in verband met de organisatie van de Giro D'Italia in Nederland.

– 750

3. Overige mutaties

381

Stand 2e suppletoire begroting

33 735

Slotwetmutaties:

 

1. Overige mutaties

– 334

Stand realisatie 2010

33 401

Apparaatsuitgaven

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

2 296

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Overige mutaties

70

Stand 1e suppletoire begroting

2 366

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Betreft verschillende posten op het gebied van personele en materiële uitgaven.

262

Stand 2e suppletoire begroting

2 628

Slotwetmutaties:

 

1. Betreft verschillende posten op het gebied van personele en materiële uitgaven.

– 175

Stand realisatie 2010

2 453

Ontvangsten

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

870

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Overige mutaties

0

Stand 1e suppletoire begroting

870

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Overige mutaties

500

Stand 2e suppletoire begroting

1 370

Slotwetmutaties:

 

1. Ontvangsten op de onderdelen Breedtesportimpuls en Sportkader als gevolg van de definitieve vaststelling van subsidies en uitkeringen op die terreinen.

769

Stand realisatie 2010

2 139

46.4 Slotwetmutaties

De slotwetmutaties zijn uitgesplitst naar operationele doelstelling, apparaatsuitgaven en ontvangsten toegelicht in paragraaf 46.3 financiële toelichting.

Uitgaven (bedragen x € 1 000)

Stand 2e suppletoire begroting

114 392

Slotwetmutaties

– 1 187

Stand realisatie 2010

113 205

Ontvangsten (bedragen x € 1 000)

Stand 2e suppletoire begroting

1 370

Slotwetmutaties

769

Stand realisatie 2010

2 139

In deze paragraaf worden de onderwerpen vermeld waarvoor deze begrotingswet de wettelijke basis vormt. Dit betreft voor artikel 46:

Multisporthal Papendal

De Multisporthal Papendal is een uniek initiatief, dat het algemeen sportbelang dient. Papendal is in toenemende mate een samenballing van kennis, kunde en infrastructuur ten behoeve van de topsport. De Rijksoverheid steunt de ontwikkeling van Papendal tot hoogwaardig topsportcentrum voor sporters, coaches, sportgeneeskunde en innovaties. Papendal krijgt daarbij wel de verantwoordelijkheid om de gegenereerde kennis en kunde uit te dragen in heel Nederland. De Multisporthal is vooral een trainingscentrum en geen wedstrijdaccommodatie. De Multisporthal wordt gebruikt door meerdere takken van sport. Aan de bijdrage van de Rijksoverheid is de voorwaarde gekoppeld dat de Multisporthal ook gebruikt kan worden door breedtesporters en dat de hal ook een sociaal maatschappelijke functie krijgt. Aan NOC*NSF is een bedrag van € 5 miljoen beschikbaar gesteld, gelijkelijk verdeeld over 2010 en 2011.

46.5 Overzicht uitgevoerde evaluatieonderzoeken

Onderzoek

Onderwerp

AD of OD

Start

Afgerond

Vindplaats

Beleidsdoorlichting

Uitvoering Sportbeleid

AD 46

2009

2011

      

Effectenonderzoek ex post

Eindevaluatie uitvoering sportprogramma

AD 46

2010

2011

 

Monitor Impuls Nationaal Actieplan Sport en Bewegen

46.1

2009

2010

www.rijksoverheid.nl

 

Brede Analyse School en Sport

46.2

2010

2010

Niet gepubliceerd

 

Monitor Breedtesportimpuls en BOS-impuls

46.2

2009

2010

Niet gepubliceerd

 

Quick Scan voorzieningen

46.2

2010

2011

      

Overig evaluatieonderzoek

Rapportage Sport 2010

AD 46

2009

2010

www.scp.nl

 

Onderzoek Ongevallen en Bewegen in Nederland (OBiN)

AD 46

Doorlopend

Doorlopend

www.tno.nl

 

Trendrapportage Bewegen & gezondheid 2008/2009

46.1

2008

2010

www.tno.nl

 

Verkenning Maatschappelijke kosten-batenanalyse evenementen & Olympische Spelen

46.3

2010

2011

Toelichting

De verkenning maatschappelijke kosten-batenanalyse evenementen & Olympische Spelen is pas in de laatste maanden van 2010 opgestart. Daardoor zijn de resultaten niet eerder dan in mei 2011 beschikbaar.

BELEIDSARTIKEL 47 OORLOGSGETROFFENEN EN HERINNERING WO II

47.1 Algemene Doelstelling

De erfenis van WO II is afgewikkeld en mensen beseffen, mede op basis van de gebeurtenissen uit WO II, wat het betekent om in vrijheid te kunnen leven.

47.2 Budgettaire gevolgen van beleid

Bedragen x € 1 000

Realisatie 2006

Realisatie 2007

Realisatie 2008

Realisatie 2009

Realisatie 2010

Vastgestelde begroting 2010

Verschil 2010

Verplichtingen

398 515

407 646

402 844

388 737

383 395

368 480

14 915

        

Uitgaven

398 638

403 430

399 788

397 382

381 482

369 245

12 237

        

Programma-uitgaven

397 446

402 040

398 474

396 045

380 292

368 336

11 956

1. Een kwalitatief goed en doelmatig stelsel van materiële en immateriële hulpverlening aan oorlogsgetroffenen WO II in een situatie van afbouw

390 673

392 620

383 417

377 170

368 981

359 001

9 980

waarvan bijdragen aan zbo's

30 293

29 928

29 182

28 780

27 706

27 397

309

2. De herinnering aan WO II blijft levend en veel mensen – vooral jeugdigen – zijn zich bewust van de betekenis van WO II

6 773

9 420

15 057

18 875

11 311

9 335

1 976

        

Apparaatsuitgaven

1 192

1 390

1 314

1 337

1 190

909

281

        

Ontvangsten

3 520

3 048

785

2 360

1 167

0

1 167

47.3 Financiële toelichting

In deze paragraaf worden per operationele doelstelling en voor de apparaatsuitgaven en de ontvangsten de belangrijkste verschillen tussen begroting en realisatie verklaard. Daarbij is aangegeven of deze verschillen al bij 1e en 2e suppletoire begroting (TK 32 395 XVI, nr. 1 t/m 2 en 32 565 XVI, nr. 1 t/m 2) voorgelegd waren, dan wel dat ze in de slotwetmutaties zijn begrepen.

Programma-uitgaven

De algemene doelstelling is vertaald in twee operationele doelstellingen:

  • 1. Een kwalitatief goed en doelmatig stelsel van materiële en immateriële hulpverlening aan oorlogsgetroffenen WO II in een situatie van afbouw;

  • 2. De herinnering aan WO II blijft levend en veel mensen – vooral jeugdigen – zijn zich bewust van de betekenis van WO II.

1. Een kwalitatief goed en doelmatig stelsel van materiële en immateriële hulpverlening aan oorlogsgetroffenen WO II in een situatie van afbouw

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

359 001

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Als gevolg van een te grote neerwaartse bijstelling van de meerjarenraming in het verleden moet het volume van de raming wetten oorlogsgetroffenen worden bijgesteld.

4 579

Stand 1e suppletoire begroting

363 580

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Loonbijstelling tranche 2010, kader Rijksbegroting in enge zin.

4 495

Stand 2e suppletoire begroting

368 075

Slotwetmutaties:

 

1. Overboeking naar artikel 47 OD 2. Betreft de kosten voor het renoveren van het voormalige kamp Sobibor (€ 1 miljoen).

– 1 000

2. Hogere uitgaven dan geraamd voor de oorlogswetten en –regelingen.

1 906

Stand realisatie 2010

368 981

2. De herinnering aan WO II blijft levend en veel mensen – vooral jeugdigen – zijn zich bewust van de betekenis van WO II

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

9 335

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Overboeking van artikel 47 OD 2 naar artikel 47 apparaatsuitgaven in verband met de afhandeling en overdracht van Erfgoed van de oorlog naar het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Een deel van de medewerkers van Erfgoed blijft nog een jaar in dienst in verband met de verantwoording van de projecten en de overdracht.

– 256

Stand 1e suppletoire begroting

9 079

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Loonbijstelling tranche 2010, kader Rijksbegroting in enge zin.

98

Stand 2e suppletoire begroting

9 177

Slotwetmutaties:

 

1. Overboekingen van artikel 44 OD 4 en artikel 47 OD 1. Betreft de kosten voor het renoveren van de voormalige kampen Sobibor (€ 1 miljoen) en Westerbork (€ 1,6 miljoen).

2 600

2. Overige mutaties

– 466

Stand realisatie 2010

11 311

Apparaatsuitgaven

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

909

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Overboeking van artikel 47 OD 2 in verband met de afhandeling en overdracht naar het Nationaal Comité 4 en 5 mei van Erfgoed van de oorlog. Een deel van de medewerkers van Erfgoed blijft nog een jaar in dienst in verband met de verantwoording van de projecten en de overdracht.

256

Stand 1e suppletoire begroting

1 165

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Betreft verschillende posten op het gebied van personele en materiële uitgaven.

15

Stand 2e suppletoire begroting

1 180

Slotwetmutaties:

 

1. Betreft verschillende posten op het gebied van personele en materiële uitgaven.

10

Stand realisatie 2010

1 190

Ontvangsten

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

0

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Overige mutaties

0

Stand 1e suppletoire begroting

0

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Overige mutaties

0

Stand 2e suppletoire begroting

0

Slotwetmutaties:

 

1. De ontvangsten bestaan voor € 0,3 miljoen uit lagere uitgaven voor de Tijdelijke Vergoedingsregeling Psychotherapie, die wordt verstrekt door de Pensioen- en Uitkeringsraad en voor € 0,3 miljoen uit lagere uitgaven voor wachtgelden. De overige ontvangsten betreffen terugbetalingen op lager vastgestelde subsidieverleningen.

1 167

Stand realisatie 2010

1 167

47.4 Slotwetmutaties

De slotwetmutaties zijn uitgesplitst naar operationele doelstelling, apparaatsuitgaven en ontvangsten toegelicht in paragraaf 47.3 Financiële toelichting.

Uitgaven (bedragen x € 1 000)

Stand 2e suppletoire begroting

378 432

Slotwetmutaties

3 050

Stand realisatie 2010

381 482

Ontvangsten (bedragen x € 1 000)

Stand 2e suppletoire begroting

0

Slotwetmutaties

1 167

Stand realisatie 2010

1 167

47.5 Overzicht uitgevoerde evaluatieonderzoeken

In 2010 zijn geen beleidsdoorlichtingen of beleidsevaluaties uitgevoerd. De belangrijkste beleidsonderdelen zijn recentelijk al doorgelicht of geëvalueerd, zoals het programma «Erfgoed van de oorlog».

5. NIET-BELEIDSARTIKELEN

NIET-BELEIDSARTIKEL 98 ALGEMEEN

98.1 Algemene doelstelling

In dit niet-beleidsartikel worden de ministerie- en zorgbrede uitgaven geraamd die niet specifiek zijn toe te rekenen aan een van de doelstellingen van de beleidsartikelen.

98.2 Budgettaire gevolgen van beleid

Bedragen x € 1 000

Realisatie 2006

Realisatie 2007

Realisatie 2008

Realisatie 2009

Realisatie 2010

Vastgestelde begroting 2010

Verschil 2010

Verplichtingen

415 717

265 215

370 582

322 350

377 502

299 172

78 330

        

Uitgaven

315 576

300 833

325 494

333 861

363 011

303 719

59 292

        

Programma-uitgaven

97 590

101 875

114 741

114 967

120 859

99 517

21 342

1. Beheer en toezicht stelsel

90 158

91 826

102 936

98 153

101 248

89 992

11 256

2. Internationale samenwerking

7 432

10 049

11 805

14 875

18 167

9 525

8 642

3. Verzameluitkering VWS

0

0

0

1 939

1 444

0

1 444

        

Apparaatsuitgaven

217 986

198 958

210 753

218 894

242 152

204 202

37 950

Inspectie Gezondheidszorg

35 641

38 764

45 634

53 760

57 318

45 411

11 907

Sociaal Cultureel Planbureau en Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling

9 616

9 147

11 207

11 768

11 958

6 518

5 440

Raad voor de Volksgezondheid en Zorg

2 806

2 748

3 021

3 100

2 965

2 997

– 32

Gezondheidsraad

4 679

4 880

5 168

5 752

5 730

3 655

2 075

Centrale Commissie Mensgebonden onderzoek

1 144

1 373

1 591

1 522

1 559

1 281

278

Raad voor Gezondheidsonderzoek

372

269

302

0

0

0

0

Strategisch onderzoek RIVM

22 861

15 810

16 150

18 238

19 668

18 107

1 561

Strategisch onderzoek NVI

26 196

8 627

9 083

7 538

16 239

7 720

8 519

Inspectie Jeugdzorg

3 544

3 949

4 541

5 329

6 679

5 970

709

Personeel en materieel kernministerie

111 127

113 391

114 056

111 887

120 036

112 543

7 493

        

Ontvangsten

17 591

9 976

10 636

12 673

13 935

4 080

9 855

98.3 Financiële toelichting

In deze paragraaf worden per operationele doelstelling en voor de apparaatsuitgaven en de ontvangsten de belangrijkste verschillen tussen begroting en realisatie verklaard. Daarbij is aangegeven of deze verschillen al bij 1e en 2e suppletoire begroting (TK 32 395 XVI, nr. 1 t/m 2 en 32 565 XVI, nr. 1 t/m 2) voorgelegd waren, dan wel dat ze in de slotwetmutaties zijn begrepen.

Programma-uitgaven

Er zijn drie operationele doelstellingen op dit niet-beleidsartikel:

  • 1. Beheer en toezicht stelsel;

  • 2. Internationale samenwerking bevorderen;

  • 3. Verzameluitkering VWS.

Daarnaast worden op dit artikel de apparaatsuitgaven geraamd van de Inspectie Gezondheidszorg, het Sociaal en Cultureel Planbureau, de Raad voor Maatschappelijke ontwikkeling, de Raad voor Volksgezondheid en Zorg, de Gezondheidsraad, de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek, Strategisch onderzoek RIVM, Strategisch onderzoek NVI, de Inspectie Jeugdzorg en personeel en materieel kernministerie.

1. Beheer en toezicht stelsel

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

89 992

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Overige mutaties

1 290

Stand 1e suppletoire begroting

91 282

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Overboeking van artikel 42 OD 3 ten behoeve van de uitvoeringskosten van het CVZ met betrekking tot wanbetalers en onverzekerden. De uitvoeringskosten in het kader van de aanpak van wanbetalers en onverzekerden worden verantwoord op artikel 98 OD 1.

8 822

2. Overige mutaties

2 590

Stand 2e suppletoire begroting

102 694

Slotwetmutaties:

 

1. Overige mutaties

– 1 446

Stand realisatie 2010

101 248

2. Internationale samenwerking

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

9 525

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Het is noodzakelijk om voor de transitiedatum 10-10-2010 op een aantal zorgterreinen te investeren, zodat ook VWS vanaf de transitiedatum kan voldoen aan het rijksbreed afgesproken voorzieningenniveau op de BES-eilanden. Op het gebied van de zorg is het verschil tussen de huidige situatie op de BES en het rijksbreed afgesproken voorzieningenniveau groter dan bij andere beleidsterreinen. Daarnaast zijn er noodzakelijke kosten ter voorbereiding op de invoer van het nieuwe zorgstelsel op de BES om vanaf de transitiedatum het nieuwe zorgverzekeringstelsel in te kunnen voeren.

5 000

2. Incidentele overboeking van het ministerie van BZK teneinde op korte termijn zichtbare verbetering op het gebied van VWS te realiseren op de BES-eilanden. Deze middelen zijn op de begroting van het ministerie van BZK gezet en worden nu overgeboekt om vooruitlopend op de transitiedatum 10-10-2010 zichtbare verbeteringen te realiseren op enkele prioritaire beleidsterreinen.

3 000

3. Eindejaarsmarge Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS). Door vertragingen van het programma United Nations Office on Drugs and Crime (UNODC) is in 2009 € 2 miljoen van de beschikbare middelen niet tot besteding gekomen.

2 000

4. Overige mutaties

– 33

Stand 1e suppletoire begroting

19 492

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Overige mutaties

369

Stand 2e suppletoire begroting

19 861

Slotwetmutaties:

 

1. Betreft onderuitputting door niet tot betaling gekomen verplichtingen en vertraging in BES-projecten.

– 1 694

Stand realisatie 2010

18 167

3. Verzameluitkering VWS

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

0

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Overige mutaties

0

Stand 1e suppletoire begroting

0

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Overboeking van artikel 43 OD 3 in verband met toevoeging aan de Verzameluitkering VWS. Betreft subsidie Frieslab gemeente Leeuwarden.

267

2. Overboeking van artikel 43 OD 3 in verband met toevoeging aan de Verzameluitkering VWS. Betreft bijdrage aan pilot gezamenlijke beoordeling gemeente Leeuwarden

62

3. Overboeking van artikel 46 OD 3 in verband met toevoeging aan de Verzameluitkering VWS. Betreft Centrum voor Topsport en Onderwijs Eindhoven.

365

4. Overboeking van artikel 46 OD 3 in verband met toevoeging aan de Verzameluitkering VWS. Betreft bijdrage aan de gemeenten Amsterdam, Utrecht en Middelburg in verband met de organisatie van de Giro D'Italia in Nederland.

750

Stand 2e suppletoire begroting

1 444

Slotwetmutaties:

 

1. Overige mutaties

0

Stand realisatie 2010

1 444

Apparaatsuitgaven

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

204 202

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Investeringen Informatiseringsagenda VWS. Met de Informatiseringsagenda geeft VWS invulling aan Rijksbrede afspraken voor een flexibele, efficiënte en moderne Rijksoverheid. VWS legt hiermee een basis voor de verdere professionalisering van de bedrijfsvoering en noodzakelijke stappen in verband met de taakstelling. Het betreft: Rijkspas, identity & access management, digitalisering van de documenthuishouding, Digitale Werkomgeving Rijk, P-Direkt, herinrichting van de financiële informatievoorziening en aanpassing van departementale bedrijfsvoeringssystemen.

5 000

2. Overboeking van artikel 42 OD 2. De Tuchtcolleges worden van agentschap CIBG naar het kernministerie overgeheveld. Deze mutatie betreft de overheveling van de bijbehorende budgetten.

4 937

3. Overboeking van artikel 43 OD 1. Het beschikbaar stellen van een deel van de benodigde middelen voor de uitvoering van het jaarplan 2010 voor het programma «Zichtbare Zorg».

4 700

4. Invoering rijkslogo. Het is kabinetsbeleid om rijksbreed één logo in te voeren. Daarvoor is voor 2009 budget overgeheveld. De implementatie bij buitendiensten heeft vertraging opgelopen, waardoor de middelen via de eindejaarssystematiek naar 2010 worden geschoven.

3 750

5. Betreft kosten van het programma Zichtbare Zorg in 2010 als gevolg van een wijziging van de invulling van de ontwikkeling van indicatoren in de sector ziekenhuizen, een vertraging in het traject van de gehandicaptenzorg en doordat delen van betalingen aan een aantal projecten zijn verschoven naar 2010.

2 200

6. Betreft benodigde herinrichtingskosten voor de centralisatie van de IGZ in Utrecht.

1 200

7. In verband met vertraging van het herhuisvestingproces van de Inspectie Jeugdzorg is het gereserveerde herhuisvestingsbudget in 2009 niet tot besteding gekomen. De middelen worden doorgeschoven naar 2010.

980

8. Overboeking naar artikel 42 OD 1. Deze middelen zullen vanuit het programma «Zichtbare Zorg» worden aangewend om de transparantie in de zorg te verbeteren (door subsidies te verstrekken voor onder andere etalage verstrekking mondzorg, de 3e tranche Zichtbare Zorg ziekenhuizen en medisch specialisten, data verwerking en rapportage 2009).

– 1 689

9. Overboeking naar artikel 42 OD 1. Ten behoeve van het programma «Zichtbare Zorg» worden subsidies verstrekt aan de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) en de Consumentenbond voor het ontwikkelen van indicatoren in het kader van de CQ-index voor ziekenhuizen.

– 655

10. Overboeking naar artikel 42 OD 1. Betreft een subsidiebijdrage aan het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF) in het kader van de ontwikkeling van kwaliteitsindicatoren (het project «Kwaliteitsindicatoren eerstelijns fysiotherapie»).

– 102

11. Sociaal Flankerend beleid VWS tranche 2010.

1 570

12. Overige mutaties

3 574

Stand 1e suppletoire begroting

229 667

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Desaldering ontvangst Sociaal en Cultureel Planbureau voor het verrichten van externe opdrachten ten behoeve van de kosten van inhuur van personeel.

1 500

2. Overboeking van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Betreft jaarlijkse bijdrage aan de Gezondheidsraad.

1 054

3. Desaldering ontvangst Gezondheidsraad voor het verrichten van extra werkzaamheden.

570

4. Desaldering ontvangst van het Centraal Informatiepunt Beroepen gezondheidszorg (CIBG) ten behoeve van kosten ICT-beheer.

1 000

5. Overboeking naar het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM). Het ICT-beheer van VWS wordt uitgevoerd door een shared serviceorganisatie bij IenM.

– 4 508

6. Ombuigingsmaatregelen. Er is voor gekozen om een deel van de eigenaarsbijdrage voor het RIVM op te schorten.

– 1 000

7. Overboeking van artikel 41 OD 4. De compensatie voor de transitiekosten van het NVI liep normaliter via de opdrachtgever. Inhoudelijk gezien ligt het meer voor de hand om deze boeking via de eigenaar te laten lopen.

8 000

8. Betreft verschillende posten op het gebied van personele en materiële uitgaven.

3 188

9. Lagere uitgaven voor voormalige VWS-medewerkers die aanspraak maken op een wachtgelduitkering of gebruik maken van FPU-suppletie. Daarnaast gaat het om lagere kosten voor abonnementen woon-werkverkeer en apparaatskosten UWV, ABP en Belastingdienst.

– 1 000

10. Deze middelen zijn noodzakelijk om de in het jaarplan 2010 van de Inspectie voor de Gezondheidszorg genoemde ontwikkeling van onderhoud en actualisering van kwaliteitsindicatoren in de verschillende sectoren van de zorg te kunnen uitvoeren.

3 800

11. Het RIVM heeft te kampen met frictiekosten als gevolg van diverse uitplaatsings- en verandertrajecten. Hiervoor ontvangt het RIVM compensatie.

2 500

12. Overige mutaties

1 443

Stand 2e suppletoire begroting

246 214

Slotwetmutaties:

 

1. Overboeking naar het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM). Het ICT-beheer van VWS is sinds 2008 ondergebracht bij een shared service organisatie bij het ministerie van IenM. Betreft ICT-kosten van het 3e en 4e kwartaal 2010.

– 4 508

2. Onderuitputting personele en materiële uitgaven kernministerie. Het betreft onder andere de Eenheid Secretariaten Tuchtcolleges (€ 0,7 miljoen), personeel- en organisatie (€ 0,7 miljoen), voorlichting en communicatie (€ 0,9 miljoen) en herinrichting financiële informatievoorziening (€ 0,8 miljoen).

– 3 700

3. Desaldering ontvangst van het Centraal Informatiepunt Beroepen en Gezondheidszorg (CIBG) ten behoeve van kosten ICT-beheer.

1 000

4. Overige mutaties

3 146

Stand realisatie 2010

242 152

Ontvangsten

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

4 080

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Overboeking van artikel 99 ontvangsten. De tranche 2010 voor de high trust boetetaakstelling uit het coalitieakkoord bedroeg voor VWS € 4,2 miljoen. Op het terrein van VWS zijn twee toezichthouders aangeslagen, te weten de IGZ en de NZa. De boetetaakstelling van € 4,2 miljoen is daarom overgeboekt naar de ontvangstenartikelen van de IGZ (€ 0,4 miljoen) en de NZA (€ 3,8 miljoen).

4 200

2. Overige mutaties

161

Stand 1e suppletoire begroting

8 441

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Desaldering ontvangst van het Centraal Informatiepunt Beroepen gezondheidszorg (CIBG) ten behoeve van kosten ICT-beheer.

1 000

2. Desaldering ontvangst Sociaal en Cultureel Planbureau voor het verrichten van externe opdrachten ten behoeve van de kosten van inhuur van personeel.

1 500

3. Desaldering ontvangst Gezondheidsraad.

570

Stand 2e suppletoire begroting

11 511

Slotwetmutaties:

 

1. Desaldering ontvangst van het Centraal Informatiepunt Beroepen en Gezondheidszorg (CIBG) ten behoeve van kosten ICT-beheer.

1 000

2. Hogere ontvangsten dan geraamd. Betreft onder andere ontvangsten Sociaal Cultureel Planbureau met betrekking tot onderzoeken voor andere partijen dan VWS.

1 424

Stand realisatie 2010

13 935

98.4 Slotwetmutaties

De slotwetmutaties zijn uitgesplitst naar operationele doelstelling, apparaatsuitgaven en ontvangsten toegelicht in paragraaf 98.3 Financiële toelichting.

Uitgaven (bedragen x € 1 000)

Stand 2e suppletoire begroting

370 213

Slotwetmutaties

– 7 202

Stand realisatie 2010

363 011

Ontvangsten (bedragen x € 1 000)

Stand 2e suppletoire begroting

11 511

Slotwetmutaties

2 424

Stand realisatie 2010

13 935

NIET-BELEIDSARTIKEL 99 NOMINAAL EN ONVOORZIEN

99.1 Algemeen

Dit is een technisch, administratief artikel, waarop de middelen voor de loon en prijsbijstelling worden geparkeerd voordat ze worden overgeheveld naar de desbetreffende beleidsartikelen.

Ook worden op dit artikel de onvoorziene uitgaven geraamd.

Daarnaast worden op dit artikel de taakstellingen geboekt, voordat deze verder worden verdeeld over de beleidsartikelen.

99.2 Budgettaire gevolgen van beleid

Bedragen x € 1 000

Realisatie 2006

Realisatie 2007

Realisatie 2008

Realisatie 2009

Realisatie 2010

Vastgestelde begroting 2010

Verschil 2010

Verplichtingen

0

0

0

0

0

– 46 855

46 855

        

Uitgaven

0

0

0

0

0

– 46 855

46 855

        

Programma-uitgaven

0

0

0

0

0

– 46 855

46 855

1. Loonbijstelling

0

0

0

0

0

175

– 175

2. Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

12 685

– 12 685

3. Onvoorzien

0

0

0

0

0

79

– 79

4. Taakstelling

0

0

0

0

0

– 59 794

59 794

        

Ontvangsten

0

0

0

0

0

4 200

– 4 200

99.3 Financiële toelichting

In deze paragraaf worden per operationele doelstelling en voor de ontvangsten de belangrijkste verschillen tussen begroting en realisatie verklaard. Daarbij is aangegeven of deze verschillen al bij 1e en 2e suppletoire begroting (TK 32 395 XVI, nr. 1 t/m 2 en 32 565 XVI, nr. 1 t/m 2) voorgelegd waren, dan wel dat ze in de slotwetmutaties zijn begrepen.

Programma-uitgaven

Er zijn vier operationele doelstellingen op dit niet-beleidsartikel:

  • 1. Loonbijstelling;

  • 2. Prijsbijstelling;

  • 3. Onvoorzien;

  • 4. Taakstelling.

1. Loonbijstelling

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

175

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Als gevolg van de inhouding van de loonbijstelling tranche 2010 wordt een knelpunt op de begroting van VWS verwacht. Dit knelpunt van maximaal € 30 miljoen wordt specifiek binnen de begroting van VWS gedekt.

30 000

Stand 1e suppletoire begroting

30 175

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Toedeling aan de artikelen van de reservering die bij 1e suppletoire begroting is gemaakt voor het verwachte knelpunt als gevolg van de inhouding van de loonbijstelling tranche 2010.

– 30 142

2. Inzet van resterende middelen uit loonbijstelling tranche 2009 voor dekking van taakstellingen op de VWS-begroting (artikel 99 OD 4).

– 33

Stand 2e suppletoire begroting

0

Slotwetmutaties:

 

1. Overige mutaties

0

Stand realisatie 2010

0

2. Prijsbijstelling

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

12 685

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Overige mutaties

– 64

Stand 1e suppletoire begroting

12 621

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Inzet van resterende middelen uit prijsbijstelling tranche 2009 voor dekking van taakstellingen op de VWS-begroting (artikel 99 OD 4).

– 12 621

Stand 2e suppletoire begroting

0

Slotwetmutaties:

 

1. Overige mutaties

0

Stand realisatie 2010

0

3. Onvoorzien

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

79

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Overige mutaties

0

Stand 1e suppletoire begroting

79

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Inzet van resterende middelen uit onvoorzien tranche 2009 voor dekking van taakstellingen op de VWS-begroting (artikel 99 OD 4).

– 79

Stand 2e suppletoire begroting

0

Slotwetmutaties:

 

1. Overige mutaties

0

Stand realisatie 2010

0

4. Taakstelling

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

– 59 794

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Bij Besluitvormingsmemorandum 2009 is een aantal taakstellingen opgelegd op gebied van bedrijfsvoering. Daarnaast ontvangt VWS – vanwege de openstaande taakstellende onderuitputting – jaarlijks een negatieve prijsbijstelling. De taakstellingen en de negatieve prijsbijstelling worden nu gedekt voor zover de ruimte op artikel 99 uit loon- en prijsbijstelling en onvoorzien daar ruimte voor biedt.

3 154

2. Ter dekking van de algehele uitvoeringsproblematiek wordt voor 2010 op de begroting van VWS een taakstelling ingeboekt van € 50,3 miljoen. Deze taakstelling komt bovenop de eerder structureel ingeboekte taakstellende onderuitputting en wordt ingevuld met de optredende onderuitputting als gevolg van een tijdelijke verplichtingenstop op de begroting van VWS.

– 50 300

3. Resterende ruimte loon- en prijsbijstelling tranche 2009.

– 12 936

4. Afgelopen jaar heeft VWS gezorgd voor dekking voor de interne herschikkingen op de begroting van VWS en de rijksbrede uitvoeringsproblematiek uit het aanvullende beleidsakkoord. Daarnaast betreft dit de nog niet uitgedeelde prijsbijstelling van de tranche 2009. De ruimte wordt ingezet voor dekking van de begrotingsproblematiek.

– 6 600

5. Overige mutaties

3 896

Stand 1e suppletoire begroting

– 122 580

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Inzet van resterende middelen uit prijsbijstelling, loonbijstelling en onvoorzien tranche 2009 voor dekking van taakstellingen op de VWS-begroting.

12 733

2. Invulling van de bij eerste suppletoire begroting 2010 verhoogde taakstellende onderuitputting.

46 275

3. Invulling van de taakstellende onderuitputting uit de VWS-begroting.

63 572

Stand 2e suppletoire begroting

0

Slotwetmutaties:

 

1. Overige mutaties

0

Stand realisatie 2010

0

Ontvangsten

Stand vastgestelde ontwerpbegroting (bedragen x € 1 000)

4 200

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Taakstellende onderuitputting ontvangsten. Betreft een verhoging van de ontvangstenraming op de begroting van VWS, gelet op ontvangstenmeevallers in voorgaande jaren en ter dekking van de algehele uitvoeringsproblematiek.

5 000

2. Overboeking naar artikel 98 ontvangsten. De tranche 2010 voor de high trust boetetaakstelling uit het coalitieakkoord bedroeg voor VWS € 4,2 miljoen. Op het terrein van VWS zijn twee toezichthouders aangeslagen, te weten de IGZ en de NZa. De boetetaakstelling van € 4,2 miljoen is daarom overgeboekt naar de ontvangstenartikelen van de IGZ (€ 0,4 miljoen) en de NZA (€ 3,8 miljoen).

– 4 200

Stand 1e suppletoire begroting

5 000

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Bij de voorjaarsbesluitvorming 2010 is de ontvangstenraming met € 5 miljoen verhoogd. Hiervan wordt circa € 3,5 miljoen bij tweede suppletoire wet ingevuld.

– 3 485

Stand 2e suppletoire begroting

1 515

Slotwetmutaties:

 

1. Bij de voorjaarsbesluitvorming 2010 is de ontvangstenraming met € 5 miljoen verhoogd. Hiervan is circa € 3,5 miljoen bij tweede suppletoire wet ingevuld. Het resterende bedrag wordt bij slotwet ingevuld.

– 1 515

Stand realisatie 2010

0

99.4 Slotwetmutaties

De slotwetmutaties zijn uitgesplitst naar operationele doelstelling, apparaatsuitgaven en ontvangsten toegelicht in paragraaf 99.3 Financiële toelichting.

Uitgaven (bedragen x € 1 000)

Stand 2e suppletoire begroting

0

Slotwetmutaties

0

Stand realisatie 2010

0

Ontvangsten (bedragen x € 1 000)

Stand 2e suppletoire begroting

1 515

Slotwetmutaties

– 1 515

Stand realisatie 2010

0

6. BEDRIJFSVOERINGSPARAGRAAF

Deze bedrijfsvoeringsparagraaf gaat in op de bedrijfsvoeringsvraagstukken die zich gedurende het begrotingsjaar bij VWS hebben voorgedaan. Deze paragraaf heeft het karakter van een uitzonderingsrapportage.

Financieel en materieel beheer

Planning en controlcyclus

VWS heeft in 2010 geïnvesteerd in het aanscherpen van de planning en controlcyclus (P&C-cyclus) met als doel de budgethouders in staat te stellen eerder bij te sturen. Dit heeft geresulteerd in een aantal verbeteringen: viermaandelijks voorafgaand aan het Audit Committee vinden nu periodieke gesprekken plaats tussen de DG’s/ pSG en directeur Financieel-Economische Zaken (FEZ). In december 2010 is aanvullend besloten dat de directeur FEZ ook tussentijds periodieke overleggen gaat voeren met de DG’s/ pSG. Tijdens de overleggen komen aan de orde de uitputting van de begroting, de stand van zaken rond de maatregelen en intensiveringen uit het regeerakkoord, taakstellingen en de bedrijfsvoering. De stand van zaken met betrekking tot afspraken uit de jaarplangesprekken komt eveneens aan de orde. Op het niveau van de Bestuursraad is gestart met een Bestuursraad bedrijfvoering.

Subsidiebeheer

In 2010 heeft VWS inspanningen verricht om het subsidiebeheer te verbeteren. Conform de toezeggingen aan de Algemene Rekenkamer (AR) is het project Zuinig En Uniform Subsidiëren (ZEUS) is afgerond. Binnen het project is de subsidieregeling VWS subsidies aangepast aan het Uniform Subsidie Kader (USK) en is het Subsidieplein gereed gemaakt voor de invoering van het USK. Ook de administratieve organisatie is aangepast aan de nieuwe wet- en regelgeving.

Het percentage onrechtmatigheden en onzekerheden van de gecontroleerde subsidieposten bevindt zich evenals vorig jaar op een laag niveau en het financieel belang dat hiermee gemoeid is, bevindt zich binnen de geldende tolerantiegrenzen. Het percentage onvolkomenheden in het subsidiebeheer, waarvoor VWS zelf een norm van maximaal 35% hanteert, is in 2010, binnen het geheel van de door de Rijksauditdienst (RAD) onderzochte subsidies, weliswaar gedaald van 52% naar 39%, maar bevindt zich thans nog boven deze norm.

Gelet op het feit dat de hiervoor aangehaalde norm in 2010 nog niet is gehaald, heeft VWS er in februari 2011 voor gekozen verscherpt toezicht op de termijnen en de steekproefsgewijze beoordeling van de volledigheid van de dossiers in het subsidieplein in te stellen. In samenhang met een periodieke rapportageverplichting van budgethouders en het maandelijks overleg tussen de controller en budgethouder zijn er extra waarborgen getroffen voor verbetering in 2011. VWS heeft geconcludeerd dat op grond van de uitkomsten van de controle door de Rijksauditdienst de opzet van de administratieve procedures met betrekking tot het subsidiebeheer toereikend is. Het verscherpte toezicht ziet vooral toe op een betere werking.

De Rijksauditdienst is in december 2010 gestart met het uitvoeren van de Business Proces Analysis audit (BPA audit). De start van de audit is tot december uitgesteld, zodat de audit meteen ook de aanpassingen in het Subsidieplein in de scope meeneemt. Het subsidieproces zal in deze audit integraal worden getoetst. Ook wordt er gekeken naar de overall sturing en beheersing van het subsidieproces.

Interne Controleplan subsidiebeheer

VWS heeft in juli 2010 het interne controleplan subsidiebeheer uitgewerkt op basis van een risicoanalyse en de implementatie van het USK alsmede de maatregelen uit het project ZEUS. In februari 2011 is het plan aangevuld met een beschrijving van bestaande controlemaatregelen en het verscherpte toezicht. Deze maatregelen richten zich op het voorkomen van termijnoverschrijdingen in het subsidieproces en op de controle van volledigheid van subsidiedossiers. De extra maatregelen zijn bij de directie FEZ in uitvoering.

Inkoopbeheer

In 2010 zijn niet in alle gevallen de Europese richtlijnen voor overheidsopdrachten gevolgd. Voor deze opdrachtverstrekkingen geldt echter in het merendeel van de gevallen wel dat de interne procedures correct zijn gevolgd. Hierbij heeft het management bewust de keuze voor het niet Europees aanbesteden gemaakt.

In 2010 is gestart met het opstellen van een veranderplan voor het inkoopbeheer. De ambitie is om een efficiënte, professionele en klantgerichte organisatie te zijn. Deze ambitie is in diverse doelstellingen geoperationaliseerd. Zo wordt er onder andere een nieuw handboek inkoop opgesteld en leveranciersmanagement ingevoerd.

Betaalgedrag

De rijksbrede norm voor betaalgedrag is minimaal 90% van de facturen binnen 30 dagen te betalen. In de rijksbrede IODAD audit naar het betaalgedrag in 2010 heeft VWS gemiddeld 85,5% van de facturen op tijd betaald (kerndepartement en RIVM). In de rijksbrede audit in 2009 scoorde VWS 83%. VWS blijft aandacht geven aan het tijdig betalen van facturen in de periodieke overleggen FEZ-DG’s/ pSG en maandstaatoverleggen.

Inhuur externen

VWS heeft in 2010 een percentage inhuur externen gerealiseerd van 17,4% (kerndepartement en baten-lastendiensten). De norm voor inhuur externen voor 2010 was 13%. Het percentage inhuur externen is ten opzichte van 2009 (16,2%) gestegen. In 2011 geldt een aangescherpte norm van 10% voor inhuur externen. Het kerndepartement scoort met 11,1% relatief goed. Externe inhuur wordt met name ingezet in de uitvoering bij de baten-lastendiensten. Dit heeft voornamelijk te maken met piekbelastingen gedurende het jaar en de behoefte aan specialistische (ICT)kennis. De grootste stijging in 2010 is bij de baten-lastendiensten NVI en CIBG.

Subsidieregeling Schippersinternaten

Bij de huidige subsidieregeling schippersinternaten is, door de gekozen vorm van subsidiëring, mogelijk sprake van staatssteun. Hierdoor bestaat er vanaf 2010 een jaarlijkse onzekerheid over de rechtmatigheid van de verplichtingen die op grond van deze regeling zijn aangegaan. VWS zoekt naar een passende oplossing voor deze problematiek.

Doeluitkering Jeugdzorg

In 2010 zijn de verantwoordingen door de provincies en grootstedelijke regio’s (hierna provincies) over 2008 geanalyseerd. Daarbij zijn de verantwoordingen 2009, voor zover beschikbaar, ook alvast betrokken. Dit leidt nog niet tot een eenduidig beeld over de besteding door provincies. In de eerste plaats komt dit doordat de opgegeven eindstand van de egalisatiereserve vaak alleen met extra informatie is aan te sluiten met de opgegeven bestede bedragen. In de tweede plaats bevatten de rapporten van bevindingen bij de provinciale jaarrekening vaak geen opmerkingen over de jeugdzorg, waarbij niet duidelijk is of dit ook daadwerkelijk betekent dat het systeem goed heeft gewerkt. Ten slotte blijkt de opgave van provincies van de aantallen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering niet altijd juist te zijn.

Om te komen tot een verdere kwaliteitsverbetering van de aangeleverde verantwoordingsinformatie wordt begin 2011 een bijeenkomst gehouden met de provincies en hun accountants. In deze bijeenkomst zullen de verschillende gezichtspunten worden gewisseld. Dit leidt tot een scherpere instructie inzake de SiSa-bijlage 2010.

Het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) int en stelt de ouderbijdragen vast op grond van de Wet op de Jeugdzorg. De volledigheid van de ontvangen ouderbijdragen kan al een aantal jaren niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld. Na invoering van het wetsvoorstel Verbetering positie pleegouders, waarmee de ouderbijdrage wordt afgeschaft, is deze onzekerheid opgelost. Dit wetsvoorstel ligt nu bij de Raad van State voor advies en treedt naar alle waarschijnlijkheid per 1 januari 2012 in werking.

Nederlands Vaccin Instituut (NVI)

In 2010 is een deel van het aangeschafte vaccin tegen het nieuwe Influenza A (H1N1) per abuis voortijdig aangeboden ter vernietiging. Deze specifieke voorraad vaccins staat niet op de balans van de baten-lastendienst NVI, maar is eigendom van VWS.

Financiële administratie en betaalprocessen Toeslagen

In 2010 heeft de Belastingdienst in het beheersverslag een verbeterslag gemaakt om verrekeningen zo goed mogelijk in kaart te brengen waardoor de kwaliteit in de splitsing van de uitgaven en ontvangsten per toeslagsoort verbeterd is. De uitgevoerde kwaliteitsverbetering in de verrekening heeft voor 2010 een stijging in de gerapporteerde uitgaven en ontvangsten tot gevolg.

Rechtmatigheid begrotingsuitvoering

De tolerantiegrenzen op begrotingsartikel of totaalniveau zijn op de begroting van VWS niet overschreden.

Overige bedrijfsvoeringsaspecten

Academische functie

Het voorstel voor wijziging van de Wet Marktordening Gezondheidszorg (WMG) is in mei 2010 bij de Tweede Kamer ingediend. De Tweede Kamer heeft de behandeling van het wetsvoorstel echter controversieel verklaard. De wetswijziging staat nu gepland in werking te treden per 1 januari 2012. Dit betekent dat de onvolkomenheid van subsidieverlening academische functie nog een jaar langer blijft bestaan.

Informatiebeveiliging

Het ministerie van VWS is, mede aan de hand van de bevindingen van de Algemene Rekenkamer, bezig met een inhaalslag op het gebied van Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en de informatiebeveiliging. In 2010 is de aandacht onder andere uitgegaan naar het bijwerken van de registratie van bestanden met persoonsgegevens. In 2011 staat de informatiebeveiliging (IB) op het programma. Buiten het op orde brengen van de operationele beveiliging op directieniveau zal in 2011 ook de organisatie van de tactische informatiebeveiligingsfunctie op departementaal niveau vorm krijgen.

Personeel en Organisatie

Er is in 2010 goede voortgang geboekt bij het realiseren van de personele taakstelling 2008–2011. De uitvoering loopt goed op schema en de realisatie van het eindbeeld in 2011 lijkt op grond van de in afgelopen jaar geboekte resultaten haalbaar. Voor het realiseren van de taakstelling is de afgelopen jaren vooral ingezet op het stimuleren van mobiliteit en het actief en persoonlijk begeleiden van medewerkers van «werk naar werk». Ook de komende jaren zet VWS maximaal in op deze benadering.

De personele administratie is per 1 januari 2011 inbesteed aan P-Direkt. Dit transitietraject is succesvol gelopen. Wel is geconstateerd dat de interne controlemaatregelen nog niet volledig worden uitgevoerd. In het lopende jaar 2011 zal het interne controleplan verder worden geïmplementeerd. De RAD heeft eind 2010 onderzoek gedaan naar de conversie. De RAD concludeert dat de conversie juist en volledig is uitgevoerd en biedt een betrouwbaar uitgangspunt voor 2011.

Totstandkoming beleidsinformatie

Er zijn geen belangrijke tekortkomingen geconstateerd bij de totstandkoming van de beleidsinformatie.

C. JAARREKENING

7. DEPARTEMENTALE VERANTWOORDINGSSTAAT VAN HET MINISTERIE VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT (XVI)

(bedragen x € 1 000)

Art

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting (1)

Realisatie¹ (2)

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting (3 = 2–1)

  

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

Totaal

15 127 114

15 216 953

107 965

21 708 217

21 747 426

848 885

6 581 103

6 530 473

740 920

           
 

Beleidsartikelen

14 874 797

14 960 089

99 685

21 330 715

21 384 415

834 950

6 455 918

6 424 326

735 265

41

Volksgezondheid

667 450

679 697

21 653

705 853

800 469

17 234

38 403

120 772

– 4 419

42

Gezondheidszorg

7 460 126

7 472 005

77 162

13 949 208

13 807 558

771 192

6 489 082

6 335 553

694 030

43

Langdurige zorg

5 988 637

5 990 885

0

6 059 232

6 017 729

17 453

70 595

26 844

17 453

44

Maatschappelijke ondersteuning

300 718

304 071

0

166 154

263 972

25 765

– 134 564

– 40 099

25 765

46

Sport

89 386

144 186

870

66 873

113 205

2 139

– 22 513

– 30 981

1 269

47

Oorlogsgetroffenen en herinneringen WO II

368 480

369 245

0

383 395

381 482

1 167

14 915

12 237

1 167

           
 

Niet-Beleidsartikelen

252 317

256 864

8 280

377 502

363 011

13 935

125 185

106 147

5 655

98

Algemeen

299 172

303 719

4 080

377 502

363 011

13 935

78 330

59 292

9 855

99

Nominaal en onvoorzien

– 46 855

– 46 855

4 200

0

0

0

46 855

46 855

– 4 200

Toelichting

De gerealiseerde uitgavenbedragen zijn steeds naar boven afgerond (€ 1 000).

8. DEPARTEMENTALE SALDIBALANS

Saldibalans per 31 december 2010 (bedragen x € 1 000)

Debet

Ultimo 2010

Ultimo 2009

Credit

Ultimo 2010

Ultimo 2009

1)

Uitgaven ten laste van de begroting

21 747 421

15 267 289

2)

Ontvangsten ten gunste van de begroting

848 880

568 687

3)

Liquide middelen

0

0

    

4)

Rekening-courant RHB

0

0

4a)

Rekening-courant RHB

20 885 946

14 686 853

5)

Uitgaven buiten begrotingsverband

(= intracomptabele vorderingen)

2 650

1 395

6)

Ontvangsten buiten begrotingsverband

(= intracomptabele schulden)

15 245

13 144

 

Subtotaal (A)

21 750 071

15 268 684

 

Subtotaal (A)

21 750 071

15 268 684

7)

Openstaande rechten

0

0

7a)

Tegenrekening openstaande rechten

0

0

8)

Extracomptabele vorderingen

53 164

66 613

8a)

Tegenrekening extracomptabele vorderingen

53 164

66 613

9a)

Tegenrekening extracomptabele schulden

0

0

9)

Extracomptabele schulden

0

0

10)

Voorschotten

6 388 084

5 033 039

10a)

Tegenrekening voorschotten

6 388 084

5 033 039

11a)

Tegenrekening garantieverplichtingen

906 959

987 754

11)

Garantieverplichtingen

906 959

987 754

12a)

Tegenrekening openstaande verplichtingen

4 647 953

4 963 510

12)

Openstaande verplichtingen

4 647 953

4 963 510

13)

Deelnemingen

0

0

13a)

Tegenrekening deelnemingen

0

0

 

Subtotaal (B)

11 996 160

11 050 916

 

Subtotaal (B)

11 996 160

11 050 916

 

Totaal (A+B)

33 746 231

26 319 600

 

Totaal (A+B)

33 746 231

26 319 600

Toelichting op de saldibalans

In de saldibalans zijn, voor zover van toepassing, tevens begrepen de via het ministerie van VWS ontstane openstaande rechten, extracomptabele vorderingen en schulden, voorschotten, garanties, openstaande verplichtingen en deelnemingen van het voormalige programmaministerie Jeugd en Gezin. In de toelichting is dat bij de onderscheiden posten zichtbaar gemaakt.

Uitgaven en ontvangsten ten laste c.q. ten gunste van de begroting

Dit betreft de totalen van de uitgaven en ontvangsten, die ten laste of ten gunste van de begroting van het ministerie van VWS over 2010 hebben plaatsgevonden.

Liquide middelen

De liquide middelen betreffen het totaal van de saldi van bankrekeningen en aanwezige kasgelden.

Uitgaven en ontvangsten buiten begrotingsverband

De uitgaven buiten begrotingsverband van € 2,7 miljoen betreffen nog te verrekenen voorschotten met onderdelen van het Rijk of derden.

De ontvangsten buiten begrotingsverband van € 15,2 miljoen betreffen voornamelijk nog af te dragen loonbelasting, premies volksverzekering en pensioenpremies tot een totaalbedrag van € 11,7 miljoen.

Extracomptabele vorderingen

Openstaande vorderingen naar ontstaansjaar per 31 december 2010
(bedragen x € 1 miljoen)

Ontstaansjaar

VWS

Jeugd en Gezin

Totaal openstaand

t/m 2005

22,2

0,0

22,2

2006

0,4

0,0

0,4

2007

0,2

0,0

0,2

2008

0,1

0,0

0,1

2009

17,2

0,0

17,2

2010

12,6

0,4

13,0

Totaal

52,7

0,4

53,1

Het vorderingensaldo van VWS van € 52,7 miljoen betreft 3 224 vorderingen en bestaat uit:

  • 308 vorderingen voor een bedrag van € 13,4 miljoen van (beleids)directies voornamelijk in verband met afgerekende subsidies;

  • 2 913 vorderingen met betrekking tot het innen van opgelegde bestuurlijke boeten uit hoofde van de Warenwet, Drank – en Horecawet, Tabakswet en Geneesmiddelenwet van € 3,3 miljoen.

  • 1 vordering uit hoofde van een geëffectueerde aanspraak van een garantie € 21,9 miljoen. Een civielrechtelijke procedure door de Landsadvocaat loopt. Naar verwachting zal het grootste gedeelte van deze vordering niet te verhalen zijn.

  • 2 vorderingen ontstaan uit leningen die verstrekt zijn aan de stichting IJsselmeerziekenhuizen voor een bedrag van € 14,5 miljoen.

Het vorderingensaldo Jeugd en Gezin van € 0,4 miljoen betreft 5 vorderingen en bestaat uit:

  • 5 vorderingen voor een bedrag van € 0,4 miljoen van (beleids)directies voornamelijk in verband met afgerekende subsidies;

Opeisbaarheid van de vorderingen per 31 december 2010 (bedragen x € 1 miljoen)

Opeisbaarheid

VWS

Jeugd en Gezin

Totaal openstaand

Direct opeisbaar

30,3

0,4

30,7

Op termijn opeisbaar

22,4

0,0

22,4

Totaal

52,7

0,4

53,1

Voorschotten

Door het ministerie van Financiën (Belastingdienst) wordt op grond van de Algemene Wet Inkomensafhankelijke Regeling (AWIR) de Zorgtoeslag ten behoeve van VWS uitgevoerd. De voorschotten met betrekking tot de Zorgtoeslag worden verwerkt in de saldibalans van het ministerie van Financiën.

In de onderstaande tabellen wordt een nadere toelichting gegeven op de openstaande voorschotten.

Openstaande voorschotten naar betaaljaar per 31 december 2010 (bedragen x € 1 miljoen)

Betaaljaar

VWS

Jeugd en Gezin

Totaal openstaand

t/m 2005

19,2

1,4

20,6

2006

56,3

1,9

58,2

2007

82,6

2,9

85,5

2008

236,8

259,2

496,0

2009

930,3

510,8

1 441,1

2010

3 634,0

652,7

4 286,7

Totaal

4 959,2

1 428,9

6 388,1

Verloop van het saldo openstaande voorschotten in 2010 (bedragen x € 1 miljoen)
 

VWS

Jeugd en Gezin

Totaal

 

Aantal

Bedrag

Aantal

Bedrag

Aantal

Bedrag

Stand per 1 januari 2010

4 235

4 088,0

1 089

945,0

5 324

5 033,0

In 2010 verstrekte voorschotten

2 411

10 781,2

110

651,2

2 521

11 432,4

In 2010 afgerekende voorschotten

2 892

9 910,0

82

167,3

2 974

10 077,3

Stand per 31 december 2010

3 754

4 959,2

1 117

1 428,9

4 871

6 388,1

Saldo openstaande voorschotten per artikel en per operationele doelstelling VWS in 2010 (bedragen x € 1 miljard)

Art

Omschrijving

Operationele doelstelling

Openstaand ultimo 2010

41

Volksgezondheid

Het voorkomen van gezondheidsschade door onveilig voedsel en onveilige producten.

0,1

De vermijdbare ziektelast neemt af door een goede bescherming tegen infectie- en chronische ziekten.

0,8

Er is een doelmatig systeem van openbare gezondheidszorgvoorzieningen dat bijdraagt aan een betere volksgezondheid.

0,2

42

Gezondheidszorg

Zorgaanbieders worden gestimuleerd om het door de burger gewenste zorgaanbod te realiseren.

1,4

Zorgverzekeraars bieden alle burgers een betaalbaar verzekerd pakket voor noodzakelijke zorg aan

0,1

43

Langdurige zorg

De positie van de burgers in het zorgstelsel wordt versterkt.

0,1

Voor iedere cliënt is de noodzakelijke zorg beschikbaar

0,3

De zorg is effectief en veilig en wordt door de cliënt positief ervaren (kwalitatief goede zorg).

0,1

De kosten van de zorg zijn maatschappelijk aanvaardbaar

0,5

44

Maatschappelijke ondersteuning

Burgers worden gestimuleerd actief te participeren in maatschappelijke verbanden

0,1

Burgers bieden anderen vrijwillige ondersteuning en kunnen gebruik maken van (organisaties van) vrijwillige ondersteuning

0,1

Burgers met (psycho)sociale problemen kunnen gebruik maken van tijdelijke ondersteuning.

0,2

46

Sport

Via sport ontmoeten mensen elkaar, doen mensen mee aan maatschappelijke activiteiten en gaan mensen respectvol met elkaar om.

0,2

De topsport in Nederland staat symbool voor ambitie, is een bron van ontspanning en draagt bij aan ons nationale imago in binnen- en buitenland

0,1

47

Oorlogsgetroffenen en herinneringen WO II

Een kwalitatief goed en doelmatig stelsel van materiële en immateriële hulpverlening aan oorlogsgetroffenen WO II in een situatie van afbouw.

0,4

98

Algemeen

Beheer en toezicht stelsel

0,1

Internationale samenwerking

0,1

Saldo openstaande voorschotten per artikel en per operationele doelstelling Jeugd en Gezin in 2010 (bedragen x € 1 miljard)

Art

Omschrijving

Operationele doelstelling

Openstaand ultimo 2010

01

Gezin en inkomen

 

0,0

02

Gezond opgroeien

Kinderen en hun ouders/verzorgers krijgen laagdrempelige ondersteuning bij het opgroeien, opvoeden en verzorgen.

0,9

03

Zorg en bescherming

Tijdig effectieve hulp bij een zorgaanbieder

0,5

Achterstand bij het afrekenen van de openstaande voorschotten per 31 december 2010 (bedragen x € 1 miljoen)
 

VWS

Jeugd en Gezin

Totaal

Totaal openstaande voorschotten per

31 december 2010

4 959,2

1 428,9

6 388,1

Voorschotten waarvan de verantwoordingsdatum nog geen 6 maanden is verstreken

4 073,6

1 244,3

5 317,9

Juridische belemmering

Achterstand t/m 2010

(voorschotten met verantwoordingsdatum tot 1 juli 2010)

885,6

184,6

1 070,2

Garantieverplichtingen

Opbouw van de uitstaande garantieverplichtingen (nominaal) 2010 (bedragen x € 1 miljoen)
 

VWS

Jeugd en Gezin

Totaal

Garantieverplichtingen per 1 januari 2010

1 705,2

0,0

1 705,2

Aanpassing beginstand in verband met de doorlichting van de leninggegevens door het waarborgfonds voor de Zorgsector en correcties op voorgaande jaren die nog niet waren verwerkt.

– 10,2

0,0

– 10,2

Verleende garanties in het verslagjaar

0,0

0,0

0,0

Verleende garanties in het verslagjaar als gevolg van herfinancieringen

17,2

0,0

17,2

Vervallen garanties in het verslagjaar

– 19,3

0,0

– 19,3

Vervallen garanties in het verslagjaar als gevolg van herfinancieringen

– 31,5

0,0

– 31,5

Garantieverplichtingen per 31 december 2010

1 661,4

0,0

1 661,4

Opbouw van het feitelijk risico van de garantieverplichtingen op basis van de schuldrestant van de leningen per 31 december 2010 (bedragen x € 1 miljoen)
 

VWS

Jeugd en Gezin

Totaal

Feitelijk risico per 1 januari 2010

987,7

0,0

987,7

Aanpassing beginstand in verband met de doorlichting van de leninggegevens door het waarborgfonds voor de Zorgsector en correcties op voorgaande jaren die nog niet waren verwerkt.

– 3,5

0,0

– 3,5

Stortingen in het verslagjaar (inclusief herfinancieringen)

17,2

0,0

17,2

Aflossingen in het verslagjaar (inclusief herfinancieringen)

– 94,4

0,0

– 94,4

Feitelijk risico per 31 december 2010

907,0

0,0

907,0

Openstaande verplichtingen

Opbouw van de openstaande verplichtingen 2010 (bedragen x € 1 miljoen)
 

VWS

Jeugd en Gezin

Totaal

Verplichtingen per 1 januari 2010

2 974,4

1 989,2

4 963,6

Aanpassing beginstand

0,0

0,0

0,0

Aangegane verplichtingen in het verslagjaar

21 708,1

1 582,6

23 290,7

Tot betaling gekomen in het verslagjaar

– 21 747,4

– 1 823,5

– 23 570,9

Negatieve bijstellingen van verplichtingen uit

eerdere begrotingsjaren

– 16,8

– 18,6

– 35,4

Openstaande verplichtingen per 31 december 2010

2 918,3

1 729,7

4 648,0

Saldo openstaande verplichtingen per artikel en per operationele doelstelling VWS in 2010 (bedragen x € 1 miljard)

Art

Omschrijving

Operationele doelstelling

Openstaand ultimo 2010

41

Volksgezondheid

De vermijdbare ziektelast neemt af door een goede bescherming tegen infectie- en chronische ziekten.

0,3

Er is een doelmatig systeem van openbare gezondheidszorg voorzieningen dat bijdraagt aan een betere volksgezondheid.

0,4

42

Gezondheidszorg

Zorgaanbieders worden gestimuleerd om het door de burger gewenste zorgaanbod te realiseren.

1,4

43

Langdurig zorg

De positie van de burger in het zorgstelsel wordt versterkt

0,1

Voor iedere cliënt is de noodzakelijke zorg beschikbaar

0,1

De zorg is effectief en veilig en wordt door de cliënt positief ervaren (kwalitatief goede zorg).

0,1

De kosten van zorg zijn maatschappelijk aanvaardbaar

0,1

44

Maatschappelijke ondersteuning

0,0

46

Sport

0,0

47

Oorlogsgetroffenen en Herinnering WO II

0,0

98

Algemeen

Beheer en toezicht stelsel

0,1

Saldo openstaande verplichtingen per artikel en per operationele doelstelling Jeugd en Gezin in 2010 (bedragen x € 1 miljard)

Art

Omschrijving

Operationele doelstelling

Openstaand ultimo 2010

01

Gezin en inkomen

 

02

Gezond opgroeien

Kinderen en hun ouders/verzorgers krijgen laagdrempelige ondersteuning bij het opgroeien, opvoeden en verzorgen.

0,4

03

Zorg en bescherming

Tijdig effectieve hulp bij een zorgaanbieder.

1,3

98

Algemeen

 

In de openstaande verplichtingen is een post opgenomen voor de afwikkeling van resterende balansposten van de algemene kas van de ZFW voor een bedrag van € 39,9 miljoen.

Jaarlijks wordt deze post geactualiseerd door een externe accountant van het College voor Zorgverzekeringen.

Bedragen x € 1 miljoen

Schulden:

 

Verstrekkingen aan ziekenfondsen

14,1

Nog te betalen aan internationale verdragpartners

45,3

Voorziening AZVZ (Zeeliedenkas)

0,5

Totaal schulden

59,9

  

Vorderingen:

 

Nog te ontvangen premies en vergoeding UWV

13,9

Nog te vorderen van internationale verdragpartners

5,1

Saldo WTZ

1,0

Totaal vorderingen

20,0

  

Afwikkeling Algemene Kas ZFW per 31 december 2010

39,9

Deelnemingen

Zowel het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport als Jeugd en Gezin heeft geen deelnemingen.

Niet uit de balans blijkende verplichtingen

Subsidieregeling Academische Functie

De minister heeft in 2010 in het kader van de subsidieregeling Academische Functie voor 2011 in totaal € 659,7 miljoen toegekend. In het kader van de subsidievaststelling academische functie 2009 is in 2010 € 4,6 miljoen nader toegekend. De betalingen vinden plaats door het College voor Zorgverzekeringen ten laste van het zorgverzekeringsfonds.

Achterborg

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is achterborg voor het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WfZ). Het totaal bedrag aan uitstaande garantieverplichtingen is, volgens informatie van het WfZ, € 8 441,3 miljoen. Dit bedrag is de uitstaande restschuld per ultimo 2010.

Het ministerie van VWS staat daadwerkelijk borg, indien het risicovermogen van het WfZ en de obligoverplichting van 3% van het restant geborgde leningen van de deelnemers tezamen een bedrag van € 463,9 miljoen niet voldoende is om het WfZ aan zijn verplichtingen jegens geldgevers te laten voldoen. Via renteloze leningen van VWS aan het WfZ wordt in die situatie invulling gegeven aan het borg staan.

Garantie ondernemingsfinanciering cure

De tijdelijke regeling Garantie Ondernemingsfinanciering Curatieve Zorg (Go Cure) is in het kader van de kredietcrisis ingesteld om de bouw in de gezondheidszorg te stimuleren. Ziekenhuizen, categorale instellingen, ggz en zelfstandige behandelcentra kunnen gebruik maken van de regeling. Bij de Go Cure garandeert de overheid 50% van een nieuwe banklening vanaf € 1,5 tot € 50 miljoen, met een maximale looptijd van 8 jaar. Voor de gedeeltelijke garantie van de overheid betalen de banken een kostendekkende provisie aan de staat

In 2010 zijn in het kader van de regeling zes garanties verleend voor een totaalbedrag van € 32,28 miljoen. Eind 2010 is er daarom nog € 217,72 miljoen garantieruimte beschikbaar. Dit bedrag is doorgeschoven naar 2011, omdat VWS en EL&I besloten hebben de regeling te verlengen tot ultimo 2011.

GO cure (bedragen x 1 miljoen)

Lening

Garantie

Beschikbaar begin 2010

500,00

250,00

Benut

64,58

32,28

Beschikbaar ultimo 2010

435,42

217,72

9. SAMENVATTENDE VERANTWOORDINGSSTAAT BATEN-LASTENDIENSTEN

Samenvattende verantwoordingsstaat 2010 inzake baten-lastendiensten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Samenvattende verantwoordingsstaat baten-lastendiensten

Naam Baten-lastendienst

(bedragen x € 1 000)

Oorspronkelijk vastgestelde begroting (1)

Realisatie

(2)

Verschil realisatie en begroting (3)=(2)–(1)

College ter Beoordeling van Geneesmiddelen

Totaal baten

39 628

39 581

– 47

Totaal lasten

39 635

38 780

– 855

Saldo van baten en lasten

– 7

801

808

    

Totaal kapitaalontvangsten

0

0

0

Totaal kapitaaluitgaven

– 449

– 715

– 266

    

Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg

Totaal baten

25 069

47 048

21 979

Totaal lasten

25 057

47 135

22 078

Saldo van baten en lasten

12

– 87

– 99

    

Totaal kapitaalontvangsten

1 000

1 446

446

Totaal kapitaaluitgaven

– 2 079

– 5 238

– 3 159

    

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Totaal baten

340 531

359 178

18 647

Totaal lasten

340 531

362 297

21 766

Saldo van baten en lasten

0

– 3 119

– 3 119

    

Totaal kapitaalontvangsten

0

0

0

Totaal kapitaaluitgaven

– 4 783

– 4 907

– 124

    

Nederlands Vaccin Instituut

Totaal baten

162 414

155 149

– 7 265

Totaal lasten

166 414

166 030

– 384

Saldo van baten en lasten

– 4 000

– 10 881

– 6 881

    

Totaal kapitaalontvangsten

12 000

12 000

0

Totaal kapitaaluitgaven

– 17 500

– 13 767

3 733

    

Rijksinstelling voor gesloten jeugdzorg Almata

Totaal baten1

32 101

34 129

2 028

Totaal lasten

32 101

33 667

1 566

Saldo van baten en lasten

0

462

462

    

Totaal kapitaalontvangsten

800

1 292

492

Totaal kapitaaluitgaven

– 1 353

– 1 987

– 634

    

Rijksinstelling voor gesloten jeugdzorg De Lindenhorst

Totaal baten2

11 189

10 810

– 379

Totaal lasten

11 189

10 675

– 514

Saldo van baten en lasten

0

135

135

    

Totaal kapitaalontvangsten

0

845

845

Totaal kapitaaluitgaven

– 155

– 197

– 42

X Noot
1

Het bedrag «oorspronkelijk vastgestelde begroting» bij Almata is vanwege het inzicht inclusief de middelen bouwimpuls.

X Noot
2

Het bedrag «oorspronkelijk vastgestelde begroting» bij De Lindenhorst is vanwege het inzicht inclusief de middelen bouwimpuls.

10. JAARVERANTWOORDINGEN BATEN-LASTENDIENSTEN PER 31 DECEMBER 2010

1. Agentschap College ter Beoordeling van Geneesmiddelen

Begrotings- en realisatiecijfers baten-lastendienst ACBG 2010
(bedragen x € 1 000)
 

Oorspronkelijk vast-

gestelde begroting (1)

Realisatie

(2)

Verschil

realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

(3) = (2)-(1)

Realisatie 2009

Baten

    

Opbrengst moederdepartement

178

178

0

178

– Eigenaar

0

0

0

0

– Opdrachtgevers

178

178

0

178

Opbrengst overige departementen

500

617

117

614

Opbrengst derden

38 550

38 732

182

36 191

Rentebaten

400

54

– 346

50

Vrijval uit voorzieningen

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

80

Totaal baten

39 628

39 581

– 47

37 113

Lasten

    

Apparaatskosten

37 010

36 515

– 495

35 098

– Personele kosten

18 957

19 602

645

19 214

– Materiële kosten

18 053

16 913

1 140

15 884

ZBO College

725

739

14

608

Rentelasten

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

1 900

1 489

– 411

1 738

– Materieel

658

174

484

365

– Immaterieel

1 242

1 315

73

1 373

Overige lasten

0

37

37

337

– Dotaties voorzieningen

0

37

37

0

– Bijzondere lasten

0

0

0

337

Totaal lasten

39 635

38 780

– 855

37 781

Saldo van baten en lasten

– 7

801

808

– 668

Toelichting op de begrotings- en realisatiecijfers 2010

Resultaat

Het ACBG heeft over 2010 een positief resultaat behaald ad € 0,8 miljoen, met name doordat de begrote kosten van herhuisvesting niet zijn gemaakt.

Baten

De opbrengst moederdepartement bestaat uit de bijdrage van VWS voor werkzaamheden inzake nieuwe voedingsmiddelen.

De opbrengsten overige departementen zijn hoger dan geraamd. Op grond van nadere afspraken met EL&I zijn meer werkzaamheden uitgevoerd dan begroot.

De post opbrengst derden bestaat uit jaarvergoedingen en beoordeling geneesmiddelen. De jaarvergoedingen zijn vergoedingen voor het in stand houden van de inschrijving in het register van een humaan of veterinair farmaceutisch product, totaal € 15,6 miljoen. Voor het beoordelen van nieuwe geneesmiddelen en het beoordelen van wijzigingen op bestaande geneesmiddelen brengt het ACBG op basis van de regeling Geneesmiddelenwet en de regeling Diergeneesmiddelen daarvoor vastgestelde tarieven in rekening, ter grootte van € 23,1 miljoen.

De rentebaten hebben betrekking op de rente over deposito’s en rekening-courant saldi Rijkshoofdboekhouding. De hierover vergoede rentepercentages zijn fors neerwaarts bijgesteld, waardoor deze opbrengsten achtergebleven zijn ten opzichte van de begroting.

Lasten

De personele kosten zijn hoger dan begroot, doordat meer gebruik is gemaakt van uitzendkrachten.

De materiële kosten hebben vooral betrekking op huisvesting, automatisering, bureaukosten, inkoop beoordelingscapaciteit (RIVM € 5,6 miljoen) en bijdrage Stichting Lareb (€ 2 miljoen). De materiële kosten zijn met name lager doordat begrote kosten van herhuisvesting niet zijn gemaakt.

De kosten van het ZBO College bestaan uit vacatiegelden, vergaderkosten en reis- en verblijfkosten voor de voorzitter en leden van het college.

Balans ACBG per 31 december 2010 (bedragen x € 1 000)
 

Balans 31-12-2010

Balans 31-12-2009

Activa

  

Immateriële activa

1 785

2 441

Materiële activa

207

327

– Grond en gebouwen

0

0

– Installaties en inventarissen

207

327

– Overige materiële vaste activa

0

0

Voorraden

0

0

Debiteuren

7 699

6 975

Nog te ontvangen en vooruitbetaald

988

1 489

Liquide middelen

14 914

14 202

Totaal activa

25 593

25 434

Passiva

  

Eigen vermogen

2 767

1 966

– Exploitatiereserve

1 966

2 634

– Verplichte reserve

0

0

– Onverdeeld resultaat

801

668

Leningen bij het Ministerie van Financiën

0

0

Voorzieningen

0

0

Crediteuren

2 710

2 374

Nog te betalen en vooruitontvangen

20 116

21 094

Totaal passiva

25 593

25 434

Toelichting op de balans per 31 december 2010

Eigen vermogen

Als gevolg van het invoeren van de gewijzigde regeling «Baten-lastendiensten 2011» is de wettelijke reserve van € 2,441 miljoen met ingang van 1 januari 2010 toegevoegd aan de exploitatieresere.

Het resultaat over 2010 van € 0,8 miljoen is ten gunste van het eigen vermogen geboekt.

Het maximaal toegestane eigen vermogen bedraagt € 1,822 miljoen (5% van de gemiddelde omzet over 2008 tot en met 2010). In 2010 zal de eigenaar aangeven op welke wijze het ACBG de overschrijding van het eigen vermogen van circa € 0,9 miljoen zal herstellen.

Het ACBG heeft geen voorzieningen.

Kasstroomoverzicht

Kasstroomoverzicht ACBG 2010 (bedragen x € 1 000)

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

(1)

Realisatie

(2)

Verschil

(3) = (2)-(1)

1. Rekening-courant RHB 1-1-2010

14 202

14 202

0

2. Totaal operationele kasstroom

16

1 427

1 411

3a. Totaal investeringen (-/-)

– 449

– 715

– 266

3b. Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

3. Totaal investeringskasstroom

– 449

– 715

– 266

4a. Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

4b. Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

0

0

4c. Aflossingen op leningen (-/-)

0

0

0

4d. Beroep op leenfaciliteit (+)

0

0

0

4. Totaal financieringskasstroom

0

0

0

5. Rekening-courant RHB 31-12-2010 (=1+2+3+4)

13 769

14 914

1 145

Toelichting op het kasstroomoverzicht

De liquiditeitspositie is licht toegenomen doordat in de laatste maanden van 2010 relatief veel gefactureerd is, maar nog niet alles is voldaan. De in 2010 gedane investeringen betreffen met name de verdere ontwikkeling van het workflow- en documentmanagementsysteem.

Doelmatigheidsindicatoren

Overzicht ACBG doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2010
 

2007

2008

2009

2010

Generiek

    

1. Tarieven/ uur

 

95

102

100

2. Omzet per productgroep (bedragen x € 1 000)

    

– Beoordelen van nationale aanvragen

  

2 706

3 403

– Beoordelen van Europese aanvragen: centraal

  

3 741

3 471

– Beoordelen van Europese aanvragen: MRP

  

717

1 489

– Beoordelen DCP’s

  

11 746

10 283

– Beoordelen van homeopathische aanvragen, kruiden en nieuwe voedingsmiddelen

  

165

104

– Bureau dierengeneesmiddelen

  

3 316

3 029

– Jaarvergoedingen en bijdragen

  

13 800

15 629

– Overig

  

0

1 324

Totaal omzet

  

36 191

38 732

3. Totaal aantal fte (exclusief externe inhuur)

 

173,00

185,00

187,00

4. Saldo van baten en lasten (% van de baten)

– 2,36%

3,59%

– 1,80%

2,02%

     

Specifiek

    

1. Aantal gegronde klachten

 

4

42

33

2. Aantal zaken per fte

 

100

129

118

Toelichting doelmatigheidsindicatoren

Het ACBG heeft met ingang van de begroting 2009 doelmatigheidsindicatoren opgenomen. Over voorgaande jaren zijn deze gegevens niet in alle gevallen beschikbaar.

Uurtarief

Uurtarieven om de kostenefficiency aan te tonen. Deze indicator is een gemiddelde over alle functies waarbij naar het primaire proces wordt gekeken (exclusief onderzoekskosten).

Aantal gegronde klachten

Het aantal gegronde klachten wordt bijgehouden om inzicht te krijgen in de geleverde kwaliteit van de productie. In 2009 is het door de introductie van een nieuw registratiesysteem eenvoudiger geworden klachten te registreren. Hierdoor nam in 2009 het aantal gegronde klachten toe. In 2010 is het aantal gegronde klachten gedaald. Het aantal afgehandelde zaken bedroeg in 2010 26 000.

Aantal zaken per fte

Het aantal zaken per fte wordt bijgehouden om de efficiency van de productie inzichtelijk te maken.

2. Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg

Begrotings- en realisatiecijfers baten-lastendienst CIBG 2010
(bedragen x € 1 000)
 

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

(1)

Realisatie

(2)

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

(3) =(2)-(1)

Realisatie 2009

Baten

    

Opbrengst moederdepartement

22 478

43 384

20 906

38 399

– Eigenaar

0

0

0

0

– Opdrachtgevers

22 478

43 384

20 906

38 399

Opbrengst overige departementen

0

36

36

0

Opbrengst derden

2 581

3 611

1 030

3 259

Rentebaten

10

5

– 5

32

Vrijval uit voorzieningen

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

12

12

273

Totaal baten

25 069

47 048

21 979

41 963

Lasten

    

Apparaatskosten

23 785

45 083

21 298

39 266

– Personele kosten

15 666

24 581

8 915

23 115

– Materiële kosten

8 119

20 502

12 383

16 151

Rentelasten

59

76

17

102

Afschrijvingskosten

1 213

1 877

664

1 611

– Materieel

221

162

– 59

228

– Immaterieel

992

1 715

723

1 383

Overige lasten

0

99

99

47

– Dotaties voorzieningen

0

63

63

0

– Bijzondere lasten

0

36

36

47

Totaal lasten

25 057

47 135

22 078

41 026

Saldo van baten en lasten

12

– 87

– 99

937

Toelichting op de begrotings- en realisatiecijfers 2010

Resultaat

In 2010 is een resultaat van – € 0,087 miljoen gerealiseerd. Dit wordt veroorzaakt door:

  • Ongedekte (hogere realisatie) organisatiekosten voornamelijk als gevolg van inhuur van extra (niet doorbelast) personeel € 0,301 miljoen;

  • Exploitatietekort bij enkele opdrachten € 0,184 miljoen;

  • Hogere productie bij prijs x hoeveelheid opdrachten € 0,380 miljoen;

  • Hogere opbrengst derden € 0,081 miljoen;

  • Voorziening dubieuze debiteuren van € 0,063 miljoen.

Het verlies wordt ten laste van de exploitatiereserve gebracht. Ter voorkoming van een groter negatief resultaat is in de planning & controlcyclus een vooroverleg opgenomen in het eerste kwartaal met de opdrachtgevers in het kader van de begrotingsvoorbereiding t+1.

Baten

Specificatie opbrengst moederdepartement

Product

Tarief in €

Geraamde productie aantallen

Realisatie productie aantallen

Meer/minder opbrengst in €

Opbrengst in € inclusief meer/minder

RIBIZ

     

Beschikkingen

62

11 000

11 847

10 503

692 503

Verklaring bureau deel A

1 827

150

198

17 539

291 589

Verklaring Cie deel B

3 556

200

184

– 11 379

699 821

Verklaring deel C Assessment

8 715

60

127

116 781

639 681

Frontoffice

15

30 000

23 331

– 20 007

429 993

Beheer

1 612 000

1

1

– 244

1 611 756

Gedekt door opbrengst derden

    

– 880 000

     

3 485 343

Farmatec

     

Uitvoering Wet Geneesmiddelen prijzen

194 617

2

2

 

389 234

Uitvoering GVS

26 964

12

12

 

323 568

Vergunningen

1 803

450

587

 

811 350

Beheer

986 000

1

1

 

986 000

Gedekt door opbrengst derden

    

– 1 500 000

     

1 010 152

RTE

     

Definitieve oordelen

535

2 800

2 662

– 7 383

1 490 617

Beheer

140 500

1

1

 

140 500

     

1 631 117

Donorregister

     

Beschikking registratie bevestiging

7,25

165 000

228 191

91 627

1 287 877

Beschikking mutatie

18

20 000

78 163

209 387

569 387

Informatieverstrekking

18

50 000

129 089

284 720

1 184 720

Beheer

1 192 874

1

1

 

1 192 874

     

4 234 858

      

Subtotaal

    

10 361 470

      

Opbrengst exploitatiebijdragen

    

32 287 442

Verrekende vooruitontvangen projectgelden

    

735 695

Totaal opbrengst opdrachtgevers

    

43 384 607

De opbrengst exploitatiebijdragen bestaat onder andere uit opbrengsten UZI-register (€ 14,3 miljoen, opbrengsten klantenloket elektronisch patiëntendossier (€ 3,6 miljoen), opbrengsten sectorale berichten voorziening in de zorg (€ 5,4 miljoen), opbrengsten toelating zorginstelling (€ 2,9 miljoen) en opbrengsten patiënten-, gehandicapten- en ouderenorganisaties (€ 1,8 miljoen).

De berekening van de meer of minder productie heeft plaatsgevonden conform de in de raamafspraken met de opdrachtgevers vastgestelde afrekensystematiek.

Productie

Verrekening

Minder dan 95% van de raming

-/-20% van het tarief

Tussen 95% en 100% van de raming

-/-10% van het tarief

Tussen 100% en 105% van de raming

+10% van het tarief

meer dan 105% van de raming

+20% van het tarief

De opbrengsten overige departementen bestaat uit een exploitatiebijdrage van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie voor de uitvoering van het register paraveterinairen.

De opbrengsten derden bestaan uit opbrengsten van het BIG-register, Farmatec (met name farmacievergunningen), Bureau Medicinale Cannabis (BMC), Assessment, IGZ en Kwaliteitsregister.

De opbrengst BMC die afkomstig is van de verkoop van medicinale cannabis aan apothekers is hoger in verband met gestegen verkopen.

De opbrengst Assessment bestaat uit de examengelden van aangemelde kandidaten. Deze dekken deels de kosten van de extern georganiseerde examens.

De rentebate ter grootte van € 0,005 miljoen bestaat uit de rente op het deposito.

De bijzondere bate betreft een batig saldo uit de afrekening over 2007 en 2008 van de kosten voor de werkzaamheden ten behoeve van het project Volksgezondheid, Informatie en Adressen.

Lasten

Onder de apparaatskosten vallen de personele kosten en de materiële kosten.

De gerealiseerde totale personele kosten bedragen € 24,581 miljoen. De toename is voornamelijk het gevolg van de uitbreiding van activiteiten die niet in de begroting waren opgenomen, zoals inhuur uitzendkrachten voor projecten.

De materiële kosten bedragen € 20,501 miljoen. De toename is voornamelijk het gevolg van uitbreiding van activiteiten die niet in de begroting waren opgenomen en een stijging van het aantal gehuurde vierkante meters in verband met de groei van het CIBG.

De rentelasten ter grootte van € 0,076 miljoen bestaan uit de verschuldigde rente op de leningen bij het ministerie van Financiën.

De toename van de afschrijvingskosten is het gevolg van het met terugwerkende kracht activeren van immateriële activa.

De bijzondere lasten bestaan uit de afboeking van een incourant geworden voorraad medicinale cannabis.

Balans CIBG per 31 december 2010 (bedragen x € 1 000)
 

Balans 31-12-2010

Balans 31-12-2009

Activa

  

Immateriële activa

9 115

6 518

Materiële activa

570

701

– Grond en gebouwen

0

0

– Installaties en inventarissen

529

658

– Overige materiële vaste activa

41

43

Voorraden

273

306

Debiteuren

666

783

Nog te ontvangen en vooruitbetaald

1 573

4 112

Liquide middelen

11 741

18 793

Totaal activa

23 938

31 213

Passiva

  

Eigen vermogen

2 154

2 241

– Exploitatiereserve

2 241

1 304

– Verplichte reserve

0

0

– Onverdeeld resultaat

87

937

Leningen bij het Ministerie van Financiën

1 575

1 284

Voorzieningen

191

260

Crediteuren

3 808

4 289

Nog te betalen en vooruitontvangen

16 210

23 139

Totaal passiva

23 938

31 213

Toelichting op de balans per 31 december 2010

Louter om een goede vergelijking mogelijk te maken zijn de ter vergelijking opgenomen cijfers 2009 aangepast. Deze aanpassingen betreffen:

  • 1. Als gevolg van het invoeren van de gewijzigde regeling «Baten-lastendiensten 2011» is de wettelijke reserve, ten bedrage van € 2,724 miljoen toegevoegd aan de exploitatiereserve. Om deze reden zijn de vergelijkende cijfers aangepast;

  • 2. In voorgaande jaren hebben investeringen plaatsgevonden in immateriële activa die niet zijn geactiveerd, maar gefinancierd werden met bijdragen van opdrachtgevers. In 2010 is deze activa alsnog geactiveerd en is er een schuld opgenomen, uit hoofde van vooruitontvangen projectgelden, voor hetzelfde bedrag. Dit leidt tot wijzigingen in de vergelijkende cijfers bij de balansposten immateriële vaste activa en kortlopende schulden, beiden nemen toe met € 3,794 miljoen. Tevens leidt deze wijziging tot een aanpassing van de posten opbrengsten en afschrijvingen. Per saldo is het effect op het resultaat nihil.

Eigen Vermogen

Het resultaat over 2009 is toegevoegd aan de exploitatiereserve. De verplichte reserve is op grond van de regeling «Baten-lastendiensten 2011» per 1 januari 2010 komen te vervallen.

Het maximaal toegestane eigen vermogen bedraagt € 1,995 miljoen (5% van de gemiddelde omzet over 2008 tot en met 2010). In 2010 zal de eigenaar aangeven op welke wijze het CIBG de overschrijding van het eigen vermogen van € 0,159 miljoen zal herstellen.

Voorzieningen

Op de voorziening ter dekking van langdurige FPU verplichtingen (2006–2014) is voor 2010 een bedrag van € 0,069 miljoen afgeboekt. Er zijn in 2010 geen dotaties aan de voorziening geweest.

Kasstroomoverzicht

Kasstroomoverzicht CIBG 2010 (bedragen x € 1 000)

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

(1)

Realisatie

(2)

Verschil

(3) = (2)-(1)

1. Rekening-courant RHB 1-1-2010

18 793

18 793

0

2. Totaal operationele kasstroom

– 14 532

– 3 260

11 272

3a. Totaal investeringen (-/-)

– 1 225

– 4 384

– 3 159

3b. Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

42

42

3. Totaal investeringskasstroom

– 1 225

– 4 342

– 3 117

4a. Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

4b. Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

0

0

4c. Aflossingen op leningen (-/-)

– 854

– 854

0

4d. Beroep op leenfaciliteit (+)

1 000

1 404

404

4. Totaal financieringskasstroom

146

550

404

5. Rekening-courant RHB 31-12-2010 (=1+2+3+4)

3 182

11 741

8 559

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Het saldo op de rekening-courant bij de Rijkshoofdboekhouding (RHB) bedraagt conform het saldobiljet van het ministerie van Financiën € 11,741 miljoen.

Er is € 0,072 miljoen geïnvesteerd in materiele activa. Dit betreft investeringen in inventaris en automatisering. De investeringen in immateriële activa bedragen € 4,312 miljoen.

Er is in 2010 € 0,854 miljoen afgelost op de uitstaande leningen. Er zijn twee nieuwe leningen opgenomen van respectievelijk € 1 miljoen voor het project Notis en € 0,404 miljoen voor het project Toeris.

Doelmatigheidsindicatoren

Overzicht CIBG doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2010
 

2007

2008

2009

2010

Generiek

    

1. Kostprijzen per product (in €)

    

– Beschikking BIG-register

104,90

130,00

147,00

142,00

– Vakbekwaamheidsverklaring

2 122,01

1 927,00

4 668,00

3 556,00

– Oordeel RTE

500,00

498,00

526,67

535,00

– Registratie wilsbeschikking donorregister

7,72

6,73

8,00

7,25

– Vergunning Farmatec

142,15

1 353,38

1 775,00

1 803,00

2. Omzet per productgroep (p*q)

    

– RIBIZ

2 422 254

3 177 715

3 479 702

3 485 343

– Farmatec

672 299

715 884

886 960

1 010 152

– Oordeel RTE

951 300

1 119 170

1 280 462

1 631 117

– Registratie wilsbeschikking donorregister

4 189 422

3 675 482

4 034 101

4 234 858

– Tuchtcolleges

3 253 343

3 954 781

4 178 647

n.v.t.

3. Totaal aantal fte (exclusief externe inhuur)

173,4

195,4

206,0

226,0

4. Saldo van baten en lasten (% van de baten)

– 1,39%

2,57%

2,23%

– 0,18%

     

Specifiek

    

1. Aantallen

    

– Aantal beschikkingen BIG register

10 520

11 299

11 223

11 847

– Aantal vakbekwaamheidsverklaringen

522

520

416

509

– Aantal oordelen RTE

1 993

2 221

2 505

2 662

– Aantal geregistreerde wilsbeschikkingen donorregister

175 718

144 009

212 145

228 191

– Aantal verleende vergunningen Farmatec

1 060

467

506

587

2. Aantal klachten / bezwaar en beroep

    

– Aantal klachten / bezwaar en beroep m.b.t. vakbekwaamheidverklaringen

19

12

17

12

– Aantal klachten / bezwaar en beroep m.b.t. wilbeschikkingen donorregister

0

1

0

0

3. Doorlooptijden

    

– Doorlooptijd oordeel RTE in dagen (wettelijke norm is 42 dagen)

28

32

37

62

– Doorlooptijd wilsbeschikking donorregister (wettelijke norm is 42 dagen)

28

22

18

31

Toelichting doelmatigheidsindicatoren

Kostprijzen per product, vergunning Farmatec

Op grond van de nieuwe Geneesmiddelenwet is het aantal soorten vergunningen en daarmee ook het volume sterk teruggebracht. Als gevolg daarvan is de kostprijs sterk gestegen. Dit is mede het gevolg van relatief hoge vaste (ICT) kosten.

Kostprijzen per product, Oordeel RTE

De kostprijs bij RTE is licht gestegen, omdat de structurele stijging van het productvolume als gevolg van het ontbreken van formatie moest worden afgehandeld door extern (duurder) personeel.

Doorlooptijden

De doorlooptijd van de oordelen bij de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie stijgt, omdat de personele bezetting niet evenredig mee groeit (taakstelling) met de sterke stijging van het aantal meldingen (2009 met 28% en 2010 met 18,1%).

De doorlooptijd van wilsbeschikking Donorregister stijgt als gevolg van de sterk verhoogde instroom vanuit de draaggolfcampagne in het laatste kwartaal van 2010.

3. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Begrotings- en realisatiecijfers baten-lastendienst RIVM 2010
(bedragen x € 1 000)
 

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

(1)

Realisatie

(2)

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

(3)=(2)-(1)

Realisatie 2009

Baten

    

Opbrengst moederdepartement

117 440

131 314

13 874

164 764

– Eigenaar

13 144

20 886

7 742

18 957

– Opdrachtgevers

104 296

110 428

6 132

145 807

Opbrengst overige departementen

51 836

59 350

7 514

58 539

– IenM

48 686

47 248

1 438

0

– EL&I

650

4 699

4 049

0

– Overige departementen

2 500

7 403

4 903

0

Opbrengst derden

170 205

164 959

– 5 246

144 660

Rentebaten

1 050

394

– 656

1 038

Vrijval uit voorzieningen

0

965

965

2 152

Bijzondere baten

0

2 196

2 196

0

Totaal baten

340 531

359 178

18 647

371 153

Lasten

    

Apparaatskosten

335 355

353 084

17 729

363 186

– Personele kosten

110 913

120 619

9 706

116 129

– Materiële kosten

224 442

232 465

8 023

247 057

Rentelasten

393

381

– 12

440

Afschrijvingskosten

4 783

4 670

– 113

5 226

– Materieel

3 813

3 785

28

4 413

– Immaterieel

970

885

85

813

Overige lasten

0

4 162

4 162

2 830

– Dotaties voorzieningen

0

4 162

4 162

2 830

– Bijzondere lasten

0

0

0

0

Totaal lasten

340 531

362 297

21 766

371 682

Saldo van baten en lasten

0

– 3 119

– 3 119

– 529

Toelichting op de begrotings- en realisatiecijfers 2010

Resultaat

Het saldo van baten en lasten over 2010 bedraagt € 3,1 miljoen negatief. De belangrijkste oorzaak hiervan betreffen de frictiekosten die met de verschillende uitplaatsingstrajecten gepaard gaan en een negatief exploitatieresultaat van de voormalige entadministraties. Het resultaat wordt ten laste van het eigen vermogen gebracht. Met de eigenaar zijn inmiddels afspraken gemaakt over de verwerking van toekomstige verliezen.

Ten opzichte van de raming is de realisatie van zowel baten als lasten aanzienlijk hoger. Dit is voornamelijk toe te schrijven aan de voorgeschreven systematiek bij het opmaken van de begroting, waardoor slechts harde toezeggingen van primaire opdrachtgevers zijn opgenomen. In de realisatie zijn ook begrepen de baten en lasten inzake in de loop van het boekjaar versterkte opdrachten.

Opbrengst moederdepartement

De opbrengst moederdepartement omvat de bijdrage van VWS als eigenaar voor het programma strategisch onderzoek en enkele specifieke bedragen, waaronder een aanvullende bijdrage in de huisvestingskosten en taakstellingstrajecten (€ 20,9 miljoen) en de bijdrage van VWS als opdrachtgever voor de voor 2010 opgedragen onderzoeks- en adviesprogramma’s en additioneel verstrekte opdrachten (€ 110,4 miljoen).

Opbrengst overige departementen

In deze opbrengst zijn onder andere begrepen de bijdragen van het ministerie van IenM voor de reguliere onderzoeks- en adviesprogramma’s en additioneel verstrekte opdrachten (€ 47,2 miljoen), de bijdrage van het ministerie van EL&I voor het reguliere onderzoeks- en adviesprogramma (€ 4,7 miljoen) en opbrengsten overige departementen.

Opbrengst derden

In deze opbrengst zijn onder andere begrepen de projecten die worden uitgevoerd ten behoeve van en gefinancierd door andere nationale en internationale opdrachtgevers zoals de EU en de WHO (€ 4,8 miljoen), dienstverlening aan het Nederlands Vaccin Instituut en het Planbureau voor de Leefomgeving (€ 27,3 miljoen) en de declaratie ten laste van de AWBZ voor de kosten van de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma (€ 105,0 miljoen).

Bijzondere baten

Dit betreft de afwikkeling van de financiële nacalculaties t/m 2007 van de voormalige regionale entadministratie Zuid-Holland en het Zorgkantoor Haaglanden.

Apparaatskosten

De personele kosten zijn hoger dan begroot. Er is meer capaciteit ingezet om invulling te geven aan leveringsverplichtingen naar opdrachtgevers. De raming was gebaseerd op de omvang van de harde opdrachten op het moment van afronding van het opmaken van de begroting. Verder is sprake van een stijging van de kosten van bezoldiging door de CAO-afspraken. In het kader van de taakstellingstrajecten is meer gebruik gemaakt van ingehuurde capaciteit.

De hogere materiële kosten hangen samen met het hogere omzetniveau en extra kosten voor onder andere de taakstellingstrajecten.

Balans RIVM per 31 december 2010 (bedragen x € 1 000)
 

Balans 31-12-2010

Balans 31-12-2009

Activa

  

Immateriële activa

826

1 354

Materiële activa

8 936

8 171

– Grond en gebouwen

0

0

– Installaties en inventarissen

2 433

2 000

– Overige materiële vaste activa

6 503

6 171

Voorraden

17 200

20 240

Debiteuren

9 997

7 822

Vordering op het moederdepartement

36 000

35 000

Overige vorderingen

293

1 901

Nog te ontvangen en vooruitbetaald

11 089

13 222

Nog te factureren omzet projecten

7 973

4 341

Liquide middelen

28 943

59 880

Totaal activa

121 256

151 931

Passiva

  

Eigen vermogen

4 571

8 156

– Exploitatiereserve

7 690

8 685

– Verplichte reserve

0

0

– Onverdeeld resultaat

3 119

529

Leningen bij het Ministerie van Financiën

0

0

Voorzieningen

16 332

15 087

Crediteuren

8 863

8 312

Overige schulden

1 460

737

Vooruitontvangen termijnen

40 694

46 719

Overlopende passiva

49 336

72 920

Totaal passiva

121 256

151 931

Toelichting op de balans per 31 december 2010

Eigen vermogen

In de exploitatiereserve is begrepen de Reserve Aanvaardbare Kosten (RAK) van de per 2008 in het RIVM geïntegreerde regionale entadministraties. Met instemming van het ministerie van VWS wordt de RAK sinds 2008 aangewend voor kosten van reorganisatie van de voormalige entadministraties. Het saldo van de RAK bedroeg ultimo 2009 € 4,6 miljoen. In 2010 is € 1,1 miljoen ten laste van de RAK gebracht, waardoor het saldo ultimo 2010 € 3,5 miljoen bedraagt. De post onverdeeld resultaat bevat het saldo van baten en lasten over het exploitatiejaar 2010. Dit saldo wordt onttrokken aan de exploitatiereserve, waarbij de kosten van reorganisatie en integratie van de voormalige entadministraties ten laste van de RAK worden gebracht.

Voorzieningen

De post voorzieningen bedraagt € 16,3 miljoen ultimo 2010 en bestaat uit een viertal rubrieken:

  • Personeel. Dit betreft toekomstige verplichtingen ingevolge rechten op de balansdatum van voormalige werknemers;

  • Reorganisatie. Dit betreft verplichtingen in verband met de in uitvoering zijnde reorganisatie en reorganisaties voorgaande jaren;

  • Projecten. Dit betreft per balansdatum voorziene tekorten op in uitvoering zijnde projecten;

  • Diversen.

De dotaties hebben betrekking op personeel (€ 1,0 miljoen) en de projecten (€ 3,2 miljoen). De vrijval van de voorzieningen betreft personeel, reorganisatie en projecten. De vrijval van de voorziening personeel hangt samen met het vervallen van verplichtingen, doordat voormalige werknemers geen aanspraak meer hebben op een uitkering. De post reorganisatie is verlaagd in voor de in 2010 vrijgevallen bedragen voor upgrade databank, afkoop salarisverschillen en reiskosten en overige kosten sociaalplan. De vrijval op projecten omvat de onttrekking vanwege in 2010 tot finale afrekening gekomen projecten waarvoor eerder een voorziening was getroffen.

Overlopende passiva

De afname van deze post ten opzichte van 2009 heeft vooral betrekking op een afname van de post nog te betalen kosten (€ 40,5 miljoen ten opzichte van € 61,9 miljoen in 2009) en een afname van de post kortlopende verplichtingen inzake overlopende productie (€ 1,5 miljoen ten opzichte van € 3,3 miljoen in 2009).

Onder de post nog te betalen kosten vallen de algemene exploitatiekosten en dienstverlening voor projecten, nog op te vragen bedragen door het Planbureau voor de Leefomgeving in verband met de overgang naar het ministerie van IenM en de nog aan derden verschuldigde bedragen voor de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma en diverse secreeningsprogramma’s.

Kasstroomoverzicht

Kasstroomoverzicht RIVM 2010 (bedragen x € 1 000)

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

(1)

Realisatie

(2)

Verschil

(3) = (2)-(1)

1. Rekening-courant RHB 1-1-2010

59 880

59 880

0

2. Totaal operationele kasstroom

– 1 359

– 26 030

– 24 671

3a. Totaal investeringen (-/-)

– 4 783

– 4 907

– 124

3b. Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

3. Totaal investeringskasstroom

– 4 783

– 4 907

– 124

4a. Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

4b. Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

0

0

4c. Aflossingen op leningen (-/-)

0

0

0

4d. Beroep op leenfaciliteit (+)

0

0

0

4. Totaal financieringskasstroom

0

0

0

5. Rekening-courant RHB 31-12-2010 (=1+2+3+4)

53 738

28 943

– 24 795

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Operationele kasstroom

De mutatie van de operationele kasstroom wordt voornamelijk veroorzaakt door de mutatie in het werkkapitaal met name de afname van vooruit ontvangen termijnen (€ 6,0 miljoen) en de afname van de kortlopende schulden (€ 23,6 miljoen). Door de mutatie in genoemde posten is er een afname van het deposito ministerie van Financiën welke gelden zijn ingezet.

Investeringskasstroom

Het in de begroting opgenomen investeringsniveau is gebaseerd op het verwachte bedrag aan investeringen. Het betreft hoofdzakelijk IT- en audiovisuele apparatuur, laboratoriumapparatuur en gebouwgebonden installaties en infrastructuur. De gerealiseerde investeringen konden uit beschikbare liquide middelen worden betaald.

Financieringskasstroom

Er is in 2010 geen gebruik gemaakt van de leenfaciliteit. De investeringen zijn betaald uit beschikbare liquide middelen.

Doelmatigheidsindicatoren

Overzicht RIVM doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2010
 

2007

2008

2009

2010

Generiek

    

1. Tarieven/ uur

    

– Gewogen uurtarief in € 

103,90

105,15

106,60

108,04

– Ontwikkeling uurtarief (2003=100)

95,40

96,50

97,90

99,20

2. Totaal aantal fte (exclusief externe inhuur)

1 461,7

1 443,3

1 378,4

1 346,7

4. Saldo van baten en lasten (% van de baten)

0,96%

– 1,11%

– 0,14%

– 0,87%

     

Specifiek

    

1. Liquiditeit (current ratio; norm> 1,5)

1,2

1,1

1,1

1,1

2. Solvabiliteit (debt ratio)

0,89

0,94

0,95

0,96

3. Rentabiliteit eigen vermogen

23,1%

– 27,4%

– 6,1%

– 40,6%

4. Percentage externe inhuur ten opzichte van totale personele kosten

15,9%

16,9%

5. Percentage facturen betaald binnen 30 dagen

63,7%

56,0%

77,6%

95,9%

Toelichting doelmatigheidsindicatoren

Tarieven/uur

Het RIVM hanteert als doelmatigheidsindicator het gewogen uurtarief. De uurtarieven worden jaarlijks door de eigenaar vastgesteld. De hoogte van de tarieven worden onder meer bepaald door ontwikkeling van loonkosten, materiële kosten en het aantal te declareren uren per medewerker. Het aantal te declareren uren op jaarbasis bedraagt voor het RIVM 1 250. De ontwikkeling van het gewogen gemiddelde uurtarief vanaf 2003 laat zien dat het RIVM door middel van efficiencymaatregelen in staat is geweest om stijgende personele en materiële kosten op te vangen.

Totaal aantal fte (exclusief externe inhuur)

De ontwikkeling van het aantal fte verloopt conform de afspraken voortvloeiende uit de taakstelling vanuit het Programma Vernieuwing Rijksdienst (Balkenende IV).

Saldo van baten en lasten (% van de baten)

De ontwikkeling van het procentuele saldo is een weergave van de realisatie, zoals de afgelopen jaren in de jaarrekening gepresenteerd.

Liquiditeit/Solvabiliteit/Rentabiliteit

Voor wat betreft de doelmatigheidsindicatoren steunt het RIVM op de gangbare bedrijfseconomische indicatoren liquiditeit, solvabiliteit en de rentabiliteit van het eigen vermogen.

De current ratio geeft aan in hoeverre de kortlopende schulden kunnen worden voldaan vanuit de kortlopende activa. Een waarde van boven de 1 wordt over het algemeen als gezond gekenmerkt. Het RIVM voldoet hieraan gezien de waarde van 1,1. Over het algemeen wordt een waarde van 1,5 als veilig beschouwd rekening houdende met dubieuze debiteuren en incourante voorraden.

Uit de ontwikkeling van de debt ratio valt af te leiden dat een steeds groter percentage van de activa gefinancierd wordt met vreemd vermogen. Het eigen vermogen van het RIVM is afnemend.

De negatieve rentabiliteit op het eigen vermogen is het gevolg van verliezen die in 2010 zijn gerealiseerd.

Percentage externe inhuur ten opzichte van de totale personele kosten

De totale externe inhuur is in 2010 (€ 19,0 miljoen) gestegen ten opzichte van 2009 (€ 17,3 miljoen). Deze stijging heeft vrijwel geheel te maken met de externe inhuur die voor het realiseren van taakstellingstrajecten nodig is en inhuur die op vacatures bij uit te plaatsen onderdelen plaats vindt. Indien, conform de RBV bijlage externe inhuur, van deze externe inhuur wordt geabstraheerd bedraagt het percentage 11,7%.

Percentage facturen betaald binnen 30 dagen

Het RIVM heeft in 2008/2009 de factuurverwerking gedigitaliseerd. Hierdoor is enerzijds de gemiddelde betaaltermijn fors verlaagd, waarbij het percentage facturen dat wordt betaald binnen 30 dagen is gestegen van 56% in 2008 tot 96% in 2010. Hierbij wordt uitgegaan van factuurdatum van de leverancier. Anderzijds is hiermee een efficiencybesparing in de factuurverwerking gerealiseerd.

4. Nederlands Vaccin Instituut

Sinds het besluit van de minister van VWS uit februari 2009 bevindt het NVI zich in een transitieproces. Dit besluit is verder uitgewerkt in de brieven d.d. 14 januari en 16 december 2010 (TK 22 894 nr. 254 en TK 32 589 nr. 1). De belangrijkste onderdelen daarvan zijn:

  • Privatisering van de productie; het verkoopproces is eind 2010 opgestart;

  • Integratie van de IOD en O&O-taak in het RIVM; dit is geformaliseerd per 1 januari 2011;

  • Definitieve positionering van de ondersteunende diensten; besluitvorming in 2011.

Deze jaarrekening 2010 is de laatste integrale jaarrekening waarin alle samenstellende delen van het NVI nog volledig en voor het hele jaar voorkomen. Deze jaarrekening bevat nog geen financiële effecten van de transitie/ontvlechting, omdat deze bij het opmaken van deze jaarrekening nog niet kunnen worden bepaald. Deze jaarrekening fungeert wel als referentie voor de overdracht naar het RIVM en de verkoop van productie.

Begrotings- en realisatiecijfers baten-lastendienst NVI 2010
(bedragen x € 1 000)
 

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

(1)

Realisatie

(2)

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

(3) =(2)-(1)

Realisatie 2009

Baten

    

Opbrengst moederdepartement

41 520

39 034

– 2 486

36 581

– Eigenaar

7 720

7 720

0

7 720

– Opdrachtgevers

33 800

31 314

2 486

28 861

Opbrengst derden

120 894

116 115

– 4 779

129 258

Rentebaten

0

0

0

0

Vrijval uit voorzieningen

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

1 353

Totaal baten

162 414

155 149

– 7 265

167 192

Lasten

    

Apparaatskosten

156 914

152 476

– 4 438

164 391

– Personele kosten

25 500

29 791

4 291

27 188

– Materiële kosten

131 414

122 685

8 729

137 203

Rentelasten

2 500

1 598

– 902

1 658

Afschrijvingskosten

7 000

6 330

– 670

3 490

– Materieel

7 000

5 799

1 201

3 363

– Immaterieel

0

531

531

127

Overige lasten

0

5 626

5 626

0

– Dotaties voorzieningen

0

5 626

5 626

0

– Bijzondere lasten

0

0

0

0

Totaal lasten

166 414

166 030

– 384

169 539

Saldo van baten en lasten

– 4 000

– 10 881

– 6 881

– 2 347

Toelichting op de begrotings- en realisatiecijfers 2010

Over 2010 is het reeds voorziene negatieve exploitatieresultaat van NVI hoger uitgekomen dan begroot.

Baten

Het negatieve resultaat wordt vooral veroorzaakt door een lagere realisatie van baten, en dan met name de opbrengst derden. De omzet export (met name polio) stagneert als gevolg van onzekerheid over de toekomst van NVI als producent.

De lagere opbrengst moederdepartement dan begroot heeft vooral te maken met lagere RSV-baten (Respiratoir Syncytieel Virus), omdat de externe partner zich heeft teruggetrokken.

Lasten

Ook de lasten zijn gedaald ten opzichte van de begroting, maar minder dan de baten. Temporisering van het meerjarige investeringsprogramma in verband met de transitie van het NVI heeft (wederom) geleid tot lagere afschrijvingen dan (meerjarig) begroot. Ook de materiële kosten zijn lager, maar dat heeft vooral te maken met minder aangekocht product dan eerder begroot.

De personele kosten zijn gestegen als gevolg van de hogere externe inhuur in verband met de transitie, zowel voor reguliere (invulling personele taakstelling) als transitieactiviteiten. De dotaties voorzieningen hebben betrekking op oninbare vorderingen van derden (€ 1,3 miljoen), toekomstige pensioenverplichtingen (€ 0,2 miljoen), onverkoopbare voorraden (€ 2,7 miljoen) en toekomstige verplichte uitgaven in het kader van onderzoeksproject (€ 1,5 miljoen).

Met de transitie (en dan met name de privatisering van de productie) wordt beoogd het (structurele en in 2010 verder opgelopen) tekort van NVI weg te werken.

Balans NVI per 31 december 2010 (bedragen x € 1 000)
 

Balans 31-12-2010

Balans 31-12-2009

Activa

  

Immateriële activa

7 927

8 016

Materiële activa

40 735

39 809

– Grond en gebouwen

0

0

– Installaties en inventarissen

23 437

21 858

– Overige materiële vaste activa

17 298

17 951

Voorraden

36 807

40 144

Debiteuren

8 949

38 999

Nog te ontvangen

5 370

6 056

Liquide middelen

3 025

34 821

Totaal activa

102 813

167 845

Passiva

  

Eigen vermogen

19 435

30 316

– Exploitatiereserve

30 316

32 663

– Verplichte reserve

0

0

– Onverdeeld resultaat

10 881

2 347

Leningen bij het Ministerie van Financiën

45 940

40 542

Voorzieningen

2 786

1 416

Crediteuren

6 116

56 286

Nog te betalen

28 536

39 285

Totaal passiva

102 813

167 845

Toelichting op de balans per 31 december 2010

Eigen vermogen

Ultimo 2010 is het totale eigen vermogen per saldo € 19,5 miljoen, bestaande uit het bedrag ter financiering van de veiligheidsvoorraden voor het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) van € 22 miljoen en een negatieve exploitatiereserve van € 2,5 miljoen. Conform de regeling «Baten-lastendiensten 2010» zal in de 1e suppletoire wet worden aangegeven hoe hiermee in 2011 wordt omgegaan.

Voorzieningen

Aanvullende voorzieningen zijn getroffen voor toekomstige ongedekte projectuitgaven en toekomstige pensioenuitgaven.

Het balanstotaal per ultimo 2010 is fors lager dan per ultimo 2009, omdat eind 2009 de debiteuren- en crediteurenstanden hoger waren dan normaal als gevolg van de grieppandemie. Omdat het beroep op de leenfaciliteit ten behoeve van investeringen in 2010 groter was dan de aflossingen, zijn de uitstaande leningen verder toegenomen.

Kasstroomoverzicht

Kasstroomoverzicht NVI 2010 (bedragen x € 1 000)

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

(1)

Realisatie

(2)

Verschil

(3) = (2)-(1)

1. Rekening-courant RHB 1-1-2010

34 821

34 821

0

2. Totaal operationele kasstroom

– 30 500

– 30 029

471

3a. Totaal investeringen (-/-)

– 12 000

– 7 166

4 834

3b. Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

3. Totaal investeringskasstroom

– 12 000

– 7 166

4 834

4a. Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

4b. Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

0

0

4c. Aflossingen op leningen (-/-)

– 5 500

– 6 601

– 1 101

4d. Beroep op leenfaciliteit (+)

12 000

12 000

0

4. Totaal financieringskasstroom

6 500

5 399

– 1 101

5. Rekening-courant RHB 31-12-2010 (=1+2+3+4)

– 1 179

3 025

4 204

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Van de gerealiseerde investeringsuitgaven in 2010 ten bedrage van € 7,2 miljoen had circa 50% betrekking op productie en de andere 50% op onderzoek & ontwikkeling en de ondersteunende diensten. De gerealiseerde kasstroom uit hoofde van investeringen wijkt af van de begroting, omdat een deel van de geplande investeringsuitgaven overloopt naar begin 2011. Hiervan heeft het merendeel betrekking op productie. Om deze overloop te kunnen financieren is wel de volledige leenfaciliteit afgeroepen, wat een positief effect heeft op het eindsaldo op de rekening courant.

De aflossingen zijn op basis van eerder gebruik van de leenfaciliteit in voorgaande jaren hoger uitgevallen dan nog is geraamd in de begroting 2010.

Doelmatigheidsindicatoren

Overzicht NVI doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2010
 

2007

2008

2009

2010

Generiek

    

1. Tarieven/ uur

156,00

143,00

140,00

130,00

2. Omzet research and development

24,1

24,5

30,5

30,6

3. Totaal aantal fte (exclusief externe inhuur)

384

391

397

367

4. Saldo van baten en lasten (% van de baten)

0,39%

– 4,32%

– 1,40%

– 7,01%

     

Specifiek

    

1. Productiviteit medewerker

75%

73%

75%

2. Aantal publicaties in peer-reviewed wetenschappelijke tijdschriften per academische onderzoeks-fte binnen het Strategisch Vaccin Onderzoek Programma (SVOP)

1,25

3,08

Toelichting doelmatigheidsindicatoren

De daling van het gemiddelde uurtarief bij de onderzoeksactiviteiten (exclusief productie en productieondersteuning) heeft zich ook in 2010 voortgezet, terwijl de R&D-omzet min of meer is gestabiliseerd.

In verband met de transitie en de personele taakstelling is NVI-breed het aantal ambtenaren afgenomen, maar de externe inhuur toegenomen. Mede daardoor zijn de kosten niet gedaald, maar de gemiddelde productiviteit per medewerker is ondanks de transitie wel iets toegenomen, waarbij de R&D boven het gemiddelde zit. Dit komt onder andere tot uitdrukking in de wetenschappelijke output die ook hoger is, al wordt dat ook beïnvloed door de doorlooptijden van deze activiteiten.

5. Rijksinstelling voor gesloten jeugdzorg Almata

Begrotings- en realisatiecijfers baten-lastendienst Almata 2010
(bedragen x € 1 000)
 

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

(1)

Realisatie

(2)

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

(3)=(2)-(1)

Realisatie 2009

Baten

    

Opbrengst moederdepartement

31 446

33 254

1 808

23 026

– Eigenaar

3 401

3 401

0

0

– Opdrachtgevers

28 045

29 853

1 808

23 026

Opbrengst overige departementen

630

652

22

622

Opbrengst derden

25

214

189

5

Rentebaten

0

0

0

1

Vrijval uit voorzieningen

0

9

9

0

Bijzondere baten

0

0

0

34

Totaal baten

32 101

34 129

2 028

23 688

Lasten

    

Apparaatskosten

30 128

32 314

2 186

22 407

– Personele kosten

18 066

19 457

1 391

14 927

– Materiële kosten

12 062

12 857

795

7 480

Rentelasten

111

83

– 28

75

Afschrijvingskosten

1 320

1 270

– 50

994

– Materieel

1 280

1 251

29

986

– Immaterieel

40

19

21

8

Overige lasten

542

0

– 542

0

– Dotaties voorzieningen

542

0

542

0

– Bijzondere lasten

0

0

0

0

Totaal lasten

32 101

33 667

1 566

23 476

Saldo van baten en lasten

0

462

462

212

Toelichting op de begrotings- en realisatiecijfers 2010

De verantwoordingcijfers 2009 zijn aangepast. De bijdrage FLO moet conform de regeling «Baten-lastendiensten» rechtstreeks via het eigen vermogen worden geboekt, omdat het geen afspraak is die samenhangt met de opdracht (pxq). De dotatie gaat ook rechtstreeks ten laste van het eigen vermogen. Voor de verantwoording 2009 houdt dat in dat de bijdrage FLO in mindering is gebracht op de omzet moederdepartement en dat de dotatie niet onder de lasten wordt verantwoord.

De vastgestelde begroting 2010 is ten opzichte van de ontwerpbegroting 2010 opgehoogd met een eenmalige investering in het kader van de bouwimpuls (€ 3,4 miljoen). Daarvan is € 0,680 miljoen toegekend bij 2e suppletoire begroting Jeugd en Gezin 2009 (TK 32 222 XVII, nr. 1 t/m 2) en € 2 721 miljoen bij de 1e suppletoire begroting Jeugd en Gezin 2010 (TK 32 395 XVII, nr. 1 t/m 2).

Bij de vergelijking met 2009 dient er op gelet te worden dat er dat jaar sprake was een niet volledig boekjaar en van een lagere behandelcapaciteit (168 plaatsen).

Baten

De opbrengsten van het moederdepartement bestaan uit een bijdrage van Jeugd en Gezin voor de exploitatiekosten (202 plaatsen met een tarief van € 107 000), kapitaallasten en een aantal incidentele bijdragen vanwege bijzondere omstandigheden.

De overige opbrengsten bestaan voornamelijk uit ESF-bijdragen (Europees Sociaal Fonds) in het kader van Workwise (arbeidstoeleiding van gedetineerde jongeren). Het onderwijs dat de jongeren ontvangen wordt bekostigd vanuit de middelen van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

De dotatie voorziening betreft een dotatie voor kosten van medewerkers die gebruik maken van Functioneel Leeftijdsontslag en is conform de regels direct ten laste van het eigen vermogen geboekt, inclusief de overeenkomstige bijdrage vanuit Jeugd en Gezin.

Lasten

In 2010 vond er in het kader van de bouwimpuls een verbouwing plaats aan de gebouwen van de locatie Den Dolder (kosten € 3,4 miljoen). Deze kosten werden gedekt door incidentele bijdragen vanuit de Rijksoverheid.

De behandelcapaciteit van Almata werd opgehoogd van 168 plaatsen naar 202 plaatsen middels nieuwbouw in de locatie Ossendrecht. De capaciteit kon in 2010 niet geheel gebruikt worden vanwege verbouwingsactiviteiten en een incident. De bezettingscijfers kwamen uit net onder de 90%, waardoor er een terugbetalingsverplichting werd opgenomen.

De personele kosten vallen hoger uit dan verwacht vanwege een grotere behoefte aan externe inhuur door ziekte, overlijden en opleidingstijd vervanging.

Ook de materiële kosten vielen hoger uit dan verwacht, omdat er bij de begroting nog geen duidelijkheid was over de hoogte van de kosten van de beheersdiensten en de ICT (kosten gedekt door aanvullende rijksbijdrage).

De afschrijvingskosten vielen hoger uit, vanwege het versneld afschrijven van een tweetal schepen en van gebruikerszaken Den Dolder.

Balans Almata per 31 december 2010 (bedragen x € 1 000)
 

Balans 31-12-2010

Balans 31-12-2009

Activa

  

Immateriële activa

45

39

Materiële activa

1 653

1 867

– Grond en gebouwen

267

47

– Installaties en inventarissen

148

950

– Overige materiële vaste activa

1 238

870

Voorraden

80

140

Debiteuren

236

35

Overige vorderingen

525

685

Nog te ontvangen en vooruitbetaald

59

128

Liquide middelen

7 189

7 308

Totaal activa

9 787

10 202

Passiva

  

Eigen vermogen

1 392

930

– Exploitatiereserve

930

718

– Verplichte reserve

0

0

– Onverdeeld resultaat

462

212

Leningen bij het Ministerie van Financiën

240

1 520

Voorzieningen

2 271

1 413

Crediteuren

1 064

735

Nog te betalen en vooruitontvangen

4 820

5 604

Totaal passiva

9 787

10 202

Toelichting op de balans per 31 december 2010

Op 1 februari 2009 is Almata overgegaan van het ministerie van Justitie naar het ministerie voor Jeugd en Gezin. Omdat het ministerie voor Jeugd en Gezin niet over een eigen apparaat beschikte, ressorteerde de instelling onder het ministerie van VWS. Sinds 14 oktober 2010 valt de instelling onder de verantwoordelijkheid van de minister van VWS.

Eigen vermogen

Het saldo van baten en lasten over het exploitatiejaar 2010 van € 0,462 miljoen is in de balans opgenomen per 31-12-2010 als onverdeeld resultaat. Per balansdatum beschikt Almata over een totaal eigen vermogen van € 1,392 miljoen. Dit bedrag ligt onder de grens van 5% van de gemiddelde omzet (circa 1,5 miljoen).

Voorzieningen

De voorzieningen bestaan uit een voorziening ter dekking van de reorganisatiekosten (€ 0,3 miljoen), een voorziening ter dekking van de kosten van de medewerkers die met Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) gaan (€ 1,9 miljoen) en een algemene personeelsvoorziening (€ 0,1 miljoen). Aan de voorziening FLO werd in 2010 een bedrag gedoteerd van € 1,3 miljoen via het eigen vermogen en er vond in 2010 een onttrekking plaats van circa € 0,2 miljoen.

De afname van de activa wordt veroorzaakt door reguliere afschrijvingen, beperkte investeringen en door versnelde afschrijving van een tweetal opleidingsschepen (die afgestoten gaan worden).

De liquide middelen bestaan uit het saldo rekening courant Rijkshoofdboekhouding ad € 2,2 miljoen en een deposito van € 5,0 miljoen.

Per 1 februari 2009 heeft Almata ter financiering van de overgenomen activa een lening bij het ministerie van Financiën afgesloten van € 2,7 miljoen. Hiervan staat per balansdatum nog € 0,6 miljoen open, waarvan € 0,35 miljoen is geboekt als schuld op korte termijn.

Kasstroomoverzicht

Kasstroomoverzicht Almata 2010 (bedragen x € 1 000)

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

(1)

Realisatie

(2)

Verschil

(3) = (2)-(1)

1. Rekening-courant RHB 1-1-2010

7 288

7 288

0

2. Totaal operationele kasstroom

– 2 600

586

3 186

3a. Totaal investeringen (-/-)

– 650

– 1 060

– 410

3b. Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

150

0

– 150

3. Totaal investeringskasstroom

– 500

– 1 060

– 560

4a. Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

4b. Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

1 292

1 292

4c. Aflossingen op leningen (-/-)

– 703

– 927

– 224

4d. Beroep op leenfaciliteit (+)

650

0

– 650

4. Totaal financieringskasstroom

– 53

365

418

5. Rekening-courant RHB 31-12-2010 (=1+2+3+4)

4 135

7 179

3 044

Toelichting op het kasstroomoverzicht

De grootste verschillen met de begroting zitten in het niet aangaan van leningen die wel waren voorzien, een hoger resultaat dan verwacht was en in aanvullende bijdragen ter dekking van de vooraf onduidelijke kosten.

In 2010 werd met name geïnvesteerd in de inrichting van de nieuwe gebouwen in Ossendrecht en in de aanpassing en inrichting van de bestaande gebouwen in Ossendrecht en Den Dolder.

Doelmatigheidsindicatoren

Overzicht Almata doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2010
 

2009

2010

Generiek

  

1a. Kosten per behandelplek (in € regulier)

144 553

145 509

1b. Kosten per behandelplek (in € incidenteel)

15 897

16 827

2. Bijdrage per behandelplek (in €)

141 877

147 785

3. Totaal aantal fte (exclusief externe inhuur)

234,9

272,0

4. Saldo van baten en lasten (% van de baten)

0,89%

1,35%

   

Specifiek

  

1. Gemiddelde verblijfsduur in maanden

7,4

7,2

2. Geregistreerde klachten

368

367

3. Klachten gegrond verklaard

11%

5%

Toelichting doelmatigheidsindicatoren

Kostprijs per behandelplek

Betreft de integrale kostprijs per plaats (202 plaatsen) inclusief kapitaalslasten en overige bijdragen. De kosten bestaan voor een deel uit incidentele uitgaven voortkomend uit de bouwimpuls. Deze zijn niet in de reguliere bijdrage meegenomen, maar apart opgenomen onder incidenteel.

Gemiddelde verblijfsduur

De gemiddelde verblijfsduur komt uit de op de norm van het streefbeeld jeugdzorgplus, maar wordt enigszins beïnvloed door een relatief hoog aantal onttrekkingen (die geleid hebben tot uitschrijving).

Geregistreerde klachten

Het aantal klachten (conform Registratiewijze bij de Rechtspraak van het OM) is in 2010 gestabiliseerd op het niveau van 2009, maar is hoger dan verwacht voor 2010. Oorzaak ligt grotendeels aan het wennen aan de nieuwe Jeugdzorg plus situatie. Daarnaast is de positie van de vertrouwenspersoon veranderd. De vertrouwenspersoon is vaker op Almata aanwezig en eenvoudiger bereikbaar voor de jongeren.

Om de doelmatigheid goed vorm te geven, wordt gewerkt met de A3 jaarplan methode, gebaseerd op INK, waarin aandacht wordt gegeven aan een viertal resultaatgebieden:

  • Productie (waarom bestaan wij, wat zijn onze kernactiviteiten en wat is het volume);

  • Kosten (wat hebben wij nodig aan formatie, materiële middelen en processen om alle activiteiten te kunnen realiseren);

  • Kwaliteit van de zorg (waarop toetsen onze cliënten de kwaliteit van onze zorgverlening en welke professionele kwaliteitsfactoren vinden wij belangrijk);

  • Kwaliteit van de arbeid (waarop toetsen onze medewerkers de kwaliteit van hun werk en waaraan kunnen we zien of het goed gaat).

6. Rijksinstelling voor gesloten jeugdzorg De Lindenhorst

Begrotings- en realisatiecijfers baten-lastendienst Rijksinstelling voor gesloten jeugdzorg De Lindenhorst 2010 (bedragen x € 1 000)
 

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

(1)

Realisatie

(2)

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

(3) = (2)-(1)

Realisatie 2009

Baten

    

Opbrengst moederdepartement

10 472

10 306

– 166

8 506

– Eigenaar

0

0

0

0

– Opdrachtgevers

10 472

10 306

166

8 506

Opbrengst overige departementen

0

0

0

0

Opbrengst derden

717

504

– 213

252

Rentebaten

0

0

0

0

Vrijval uit voorzieningen

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

Totaal baten

11 189

10 810

– 379

8 758

Lasten

    

Apparaatskosten

10 203

10 540

337

8 724

– Personele kosten

6 449

6 711

262

5 564

– Materiële kosten

3 754

3 829

75

3 160

Rentelasten

21

12

– 9

16

Afschrijvingskosten

120

123

3

109

– Materieel

120

123

3

109

– Immaterieel

0

0

0

0

Overige lasten

845

0

– 845

0

– Dotaties voorzieningen

845

0

845

0

– Bijzondere lasten

0

0

0

0

Totaal lasten

11 189

10 675

– 514

8 849

Saldo van baten en lasten

0

135

135

– 91

Toelichting op de begrotings- en realisatiecijfers 2010

De Lindenhorst heeft een toekenning als tijdelijke baten-lastendienst vanaf 1 februari 2009. Verslagjaar 2009 betreft dan ook de verantwoordingsstaat over elf maanden.

De vastgestelde begroting 2010 is ten opzichte van de ontwerpbegroting 2010 opgehoogd met een eenmalige investering in het kader van de bouwimpuls (€ 523 000) die bij de 1e suppletoire begroting 2010 (TK 32 395 XVII, nr. 1 t/m 2) is toegekend en een ophoging van de servicekosten Rijksgebouwendienst (€ 52 000).

Baten

In de opbrengsten moederdepartement is in de begroting € 0,845 miljoen gereserveerd ter vorming van de voorziening Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) voor medewerkers die vanwege een bezwarende functie gebruik maken van deze regeling (loonkosten tot aan de pensioenleeftijd van 65 jaar). In de realisatie is de FLO-voorziening direct ten laste van het eigen vermogen verrekend. In aanvulling op de prijs* hoeveelheid bijdrage van € 9,104 miljoen (exploitatie en kapitaalslasten) zijn in de realisatie aanvullende bedragen toegekend voor huurverhoging in verband met de brandveiligheid van het gebouw, loon en prijsbijstelling en het opzetten van een eigen afdeling bedrijfsvoering (in totaal € 0,580 miljoen). De resterende begrote middelen van de bouwimpuls zijn tevens verwerkt in de realisatiecijfers (€ 0,622 miljoen).

Bij de opbrengst derden is de realisatie op de ESF subsidie (Europees Sociaal Fonds) lager dan begroot (0,110 miljoen). De daaraan gekoppelde cofinanciering ESF is ook lager dan begroot (€ 0,235 miljoen). Het positieve verschil (€ 0,131 miljoen) wordt veroorzaakt door een hogere opbrengst UWV-vergoedingen, schadevergoeding Loyalis en opbrengsten voor therapieën.

Lasten

In de oorspronkelijke begroting zijn de kosten voor de bedrijfsvoering opgevoerd onder materiele kosten. Een aantal medewerkers is ten behoeve van de bedrijfsvoering in dienst gekomen bij De Lindenhorst en de verantwoordingsstaat kent daardoor een hogere uitputting op de personele kosten. De realisatieafwijking bij de materiële kosten wordt veroorzaakt door een huurstijging van de Rijksgebouwendienst van € 0,241 miljoen in verband met een brandveiligheidsproject en niet-begrote kosten voor het opzetten van een eigen afdeling bedrijfsvoering (€ 0,170 miljoen). De voorziening FLO is direct ten laste van het eigen vermogen gevormd.

Balans De Lindenhorst per 31 december 2010 (bedragen x € 1 000)
 

Balans 31-12-2010

Balans 31-12-2009

Activa

  

Immateriële activa

0

0

Materiële activa

308

337

– Grond en gebouwen

0

0

– Installaties en inventarissen

214

273

– Overige materiële vaste activa

94

64

Voorraden

0

0

Debiteuren

14

9

Nog te ontvangen

518

970

Liquide middelen

1 579

273

Totaal activa

2 419

1 589

Passiva

  

Eigen vermogen

309

174

– Exploitatiereserve

174

265

– Verplichte reserve

0

0

– Onverdeeld resultaat

135

91

Leningen bij het ministerie van Financiën

299

401

Voorzieningen

704

0

Crediteuren

222

84

Nog te betalen

885

930

Totaal passiva

2 419

1 589

Toelichting op de balans per 31 december 2010

Eigen vermogen

Het saldo van baten en lasten over het exploitatiejaar 2010 is in de balans opgenomen per 31-12-2010 als onverdeeld resultaat. Het totale eigen vermogen bedraagt daardoor € 0,309 miljoen. Het eigen vermogen blijft daarmee onder het plafond van 5% van de gemiddelde omzet in de afgelopen twee jaar.

Voorzieningen

De dotatie voor de voorziening betreft de medewerkers die vanwege een bezwarende functie gebruik maken van de FLO (FLO-regeling). Deze bedragen (loonkosten tot aan pensioenleeftijd van 65 jaar) worden ineens bij aanvang van het FLO ten laste van het eigen vermogen aan de voorziening toegevoegd. In 2010 is een voorziening gevormd ter hoogte van € 0,845 miljoen, waarvan € 0,120 miljoen is verantwoord als kortlopend deel. In 2010 is € 0,022 miljoen aan kosten FLO aan de voorziening onttrokken.

Kasstroomoverzicht

Kasstroomoverzicht De Lindenhorst 2010 (bedragen x € 1 000)

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

(1)

Realisatie

(2)

Verschil

(3) = (2)-(1)

1. Rekening-courant RHB 1-1-2010

252

252

0

2. Totaal operationele kasstroom

1 187

665

– 522

3a. Totaal investeringen (-/-)

– 53

– 95

– 42

3b. Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

3. Totaal investeringskasstroom

– 53

– 95

– 42

4a. Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

4b. Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

845

845

4c. Aflossingen op leningen (-/-)

– 102

– 102

0

4d. Beroep op leenfaciliteit (+)

0

0

0

4. Totaal financieringskasstroom

– 102

743

845

5. Rekening-courant RHB 31-12-2010 (=1+2+3+4)

1 284

1 565

281

Toelichting op het kasstroomoverzicht

De afrekeningen van onder andere de servicekosten Rijksgebouwendienst en de voeding van de jongeren (€ 0,160 miljoen) hebben nog niet plaatsgevonden, waardoor een begrotingsverschil groter dan 10% is ontstaan op de operationele kasstroom.

Investeringen hebben plaatsgevonden met betrekking tot aanschaf en overname van dienstauto’s (€ 0,053 miljoen) en inventaris voor het kantoor en de leefgroepen (€ 0,042 miljoen).

Overzicht De Lindenhorst doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2010
 

2009

2010

Generiek

  

1. Kostprijzen per behandelplaats

145 000

145 000

2. Bijdrage per behandelplaats

143 000

148 000

3. Totaal aantal fte (exclusief externe inhuur)

112

113

4. Saldo van baten en lasten (% van de baten)

– 1,04%

1,25%

   

Specifiek

  

1. Gemiddelde verblijfsduur in maanden

13,2

10,2

2. Geregistreerde klachten

30

20

3. Klachten gegrond verklaard

0

1

Toelichting doelmatigheidsindicatoren

In bovenstaand overzicht zijn de gegevens opgenomen vanaf 1-2-2009, met uitzondering van de kostprijs en bijdrage per behandelplaats. Betreffende kengetallen zijn geëxtrapoleerd naar 12 maanden ten behoeve van de onderlinge vergelijkbaarheid met 2010. De Lindenhorst was in de periode voor 1-2-2009 onderdeel van Dienst Justitiële Inrichtingen als locatie van De Heuvelrug en als zodanig gepresenteerd in de betreffende baten-lastendienstparagraaf.

Kostprijs per behandelplaats

Betreft integrale kostprijs per plaats (54 plaatsen) -/- kapitaalslasten en incidentele kosten die gecompenseerd zijn door het moederdepartement. Kleine verhoging van de kostprijs door CAO-afspraken en prijsstijgingen.

Totaal aantal fte(exclusief externe inhuur)

De Lindenhorst beschikt in afwijking met 2009 over een eigen financiële administratie, waardoor het aantal fte licht gestegen is.

Gemiddelde verblijfsduur

De gemiddelde verblijfsduur betreft de gemiddelde verblijfsduur van een jongere op De Lindenhorst.

11. OVERZICHT PUBLICATIEPLICHT OP GROND VAN DE WET OPENBAARMAKING UIT PUBLIEKE MIDDELEN GEFINANCIERDE TOPINKOMENS BIJ HET DEPARTEMENT VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Topinkomens

Op grond van artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens (Stb. 2006, 95) is een overzicht opgenomen van medewerkers die in het verslagjaar meer verdiend hebben dan het gemiddelde belastbare loon van de ministers. Dit gemiddelde belastbare jaarloon is voor 2010 vastgesteld op € 193 000 (was in 2009 € 188 000). Voor VWS heeft de publicatieplicht betrekking op de navolgende functionaris.

Overzicht uit publieke middelen gefinancierde topinkomens (bedragen in €)

Functie

Belastbaar jaarloon 2009

Pensioen-afdrachten en overige voorzieningen betaalbaar op termijn 2009

Totaal 2009

Belastbaar jaarloon 2010

Pensioen

afdrachten en overige voorzieningen betaalbaar op termijn 2010

Ontslag-vergoeding

Totaal 2010

Motivering

Onderzoeker

€ 153 430,87

€ 46 940,84

€ 200 371,71

€ 156 658,59

€ 47 380,35

€ 204 038,94

40-urige werkweek en arbeidsmarkttoelage

D BIJLAGEN

12. FINANCIEEL BEELD ZORG

1. Inleiding

In deze bijlage staat de ontwikkeling van de premiegefinancierde zorguitgaven centraal. Voor deze zorguitgaven geldt een ander regime dan voor de begrotingsgefinancierde uitgaven, namelijk het Budgettair Kader Zorg (BKZ).

Het Budgettair Kader Zorg (BKZ) is de bovengrens waaronder de zorguitgaven moeten blijven. Uitgaven die vallen onder het BKZ zijn de zorguitgaven die behoren tot het verzekerde pakket van de Zvw en de AWBZ. Daarnaast vallen onder het BKZ ook de bedragen die in het Gemeentefonds beschikbaar zijn gesteld voor de zorguitgaven die gemeenten door de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) dragen. Deze bedragen staan niet op de VWS-begroting, maar op de begroting van het Gemeentefonds. Verder valt een deel van de uitgaven van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg), de uitgaven van voorzieningen voor zorg en welzijn op de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES-eilanden) en de opleidingskosten voor de erkende medische en tandheelkundige specialismen en voor een aantal medische specialisaties onder het BKZ. Deze kosten worden vanuit de begroting gefinancierd en op de VWS-begroting verantwoord. Ten slotte zijn er bedragen voor zorguitgaven gereserveerd op de begroting van het Ministerie van Financiën die vallen onder het BKZ, zoals bijvoorbeeld de loon- en prijsbijstellingen voor de begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven. Al deze uitgaven samen worden de BKZ-uitgaven genoemd.

Dit hoofdstuk geeft op hoofdlijnen een toelichting op de financiële kerncijfers en de (voorlopige) realisatie over het jaar 2010. Na het verschijnen van dit jaarverslag kunnen de realisatiecijfers nog worden bijgesteld. Deze bijstelling wordt in de ontwerpbegroting 2012 vermeld.

De geactualiseerde cijfers van de maatregelen, zoals die zijn opgenomen in de ontwerpbegroting 2010, staan in paragraaf 2. De gebruikte informatiebronnen komen in paragraaf 3 aan de orde. De ontwikkeling van de uitgaven onder het BKZ wordt in paragraaf 4 behandeld. Daar is tevens een totaaloverzicht opgenomen van de maatregelen en beleidsvoornemens zoals die in de artikelen zijn genoemd. De financiering in het kader van de zorguitgaven Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en Zorgverzekeringswet (Zvw) wordt in paragraaf 5 behandeld.

2. Maatregelen 2010

In tabel 1 staan de geactualiseerde cijfers van de maatregelen, zoals die zijn voorgenomen in de ontwerpbegroting 2010, paragraaf Financieel Beeld Zorg. Per maatregel wordt een toelichting gegeven.

Tabel 1 Maatregelen 2010 (bedragen x € 1 000 000)
 

Actualisatie 2010

Curatieve zorg

 

Preferentiebeleid en verlopen patenten

– 495,0

Tegenvaller receptregelvergoeding, aflopen transitieakkoord en volume (gebruik) geneesmiddelen

531,8

(pseudo-) WW-premie

30,0

Wijziging voorcalculatie

– 53,3

Besparingsverlies niet-indexeren huisartsen

9,0

Maatregelen medisch specialisten

– 479,0

Tariefmaatregel ggz

– 119,0

Wet geneesmiddelenprijzen

– 72,5

Doelmatig voorschrijven

– 127,0

Aanpassing inschrijftarief

– 60,0

Zelfverwijzers

– 48,0

Tariefmaatregel alle vrije beroepsbeoefenaren

– 57,5

Pakketuit-/opname

– 3,3

  

Langdurige zorg

 

Ramingsbijstelling pgb

148,0

Vermogensinkomensbijtelling

– 70,0

Invulling best practices

– 91,0

Inzet reserve AWBZ knelpunten

– 113,0

Ramingsbijstelling tariefsmaatregelen AWBZ

– 60,0

Curatieve zorg

Preferentiebeleid en verlopen patenten

Het gaat hier om de geraamde opbrengsten van het preferentiebeleid en hogere besparingen dan geraamd als gevolg van het verlopen van octrooien van geneesmiddelen. Recente cijfers voor de farmaceutische zorg maken duidelijk dat deze opbrengsten zijn gerealiseerd.

Tegenvaller receptregelvergoeding, aflopen transitieakkoord en volume (gebruik) geneesmiddelen

Dit betreft de gevolgen van de door de NZa vastgestelde vergoeding per receptregel voor apothekers, de gevolgen van het aflopen van het transitieakkoord geneesmiddelen per 2010 en de verwachte stijging van het gebruik van geneesmiddelen. De tegenvaller is bij de begroting 2010 geredresseerd. Recente cijfers voor de farmaceutische zorg maken duidelijk dat de maatregelen effect hebben gesorteerd.

(pseudo-) WW-premie

Overheidswerkgevers waaronder academische ziekenhuizen zijn eigen risicodrager voor de WW. Zij gebruikten de WW-werknemerspremie ter gedeeltelijke dekking van de WW-lasten. Met ingang van 2009 is het tarief WW-werknemerspremie op nul gezet, waardoor de academische ziekenhuizen deze inkomsten verliezen. Voor het vervallen van deze inkomsten zijn deze ziekenhuizen gecompenseerd.

Wijziging voorcalculatie

Het betreft hier de financiële effecten van de wijziging van de voorcalculatie van de loon- en prijsindexatie cure.

Besparingsverlies niet indexeren huisartsen

Nieuwe cijfers van het CPB hebben geleid tot een aanpassing van de geraamde opbrengst van de maatregel om de huisartsentarieven niet te indexeren. Daarnaast was bij het niet indexeren 2009 abusievelijk geen rekening gehouden met de gewijzigde voor- en nacalculatiesystematiek.

Maatregelen medisch specialisten

De overschrijding over 2008 is verder opgelopen van € 375 miljoen naar € 512 miljoen. De NZa heeft de korting van € 512 miljoen gedifferentieerd in de tarieven verwerkt. Een deel van de korting in 2010 slaat echter neer op 2011. Daarom wordt € 33 miljoen van 2010 intertemporeel gecompenseerd in 2011. De verwerkte korting komt daarmee op € 479 miljoen.

Tariefmaatregel ggz

Om de overschrijding van de zorguitgaven te mitigeren zijn de budgetten in de geneeskundige ggz neerwaarts bijgesteld.

Wet geneesmiddelenprijzen

De Wet geneesmiddelenprijzen (Wgp) is aangepast. Injectables zijn onder de Wgp gebracht.

Doelmatig voorschrijven

Dit betreft de geraamde opbrengst van het doelmatiger voorschrijven van geneesmiddelen door huisartsen. Voor 2010 en 2011 gaat het daarbij met name om het meer voorschrijven van generieke varianten van maagzuurremmers en cholesterolverlagers. De maatregelen zijn geëffectueerd, maar hebben over 2010 nog niet het volledig beoogde effect gesorteerd.

Aanpassing inschrijftarief

Met ingang van 1 januari 2010 is een negatieve herijking ingevoerd van het inschrijftarief van € 60 miljoen.

Zelfverwijzers

In 2010 is in de bekostiging voor de huisartsenposten een eerste stap gezet om te bewerkstelligen dat substitutie van ziekenhuizen naar huisartsenposten plaatsvindt. Op basis van aantoonbare besparingen op het aantal rechtstreekse zelfverwijzers op de spoedeisende hulp, is het voor de verzekeraar mogelijk om de huisartsenposten te belonen voor het extra werk dat wordt geleverd. Dit heeft ervoor gezorgd dat de integratie van spoedeisende hulpposten van ziekenhuizen met huisartsenposten verder wordt gestimuleerd. Het is wenselijk om hier nadrukkelijk aandacht aan te besteden vanwege een relatief groot aantal zelfverwijzers dat naar de relatief duurdere spoedeisende hulp gaat. Een groot deel daarvan had door de huisarts geholpen kunnen worden. In 2011 worden verdere aanpassingen in de bekostiging voor huisartsenposten en spoedeisende hulp meegenomen in het visietraject rondom de acute zorg.

Daarnaast moeten ziekenhuizen er strenger op toezien dat specialistische zorg die gedeclareerd wordt, plaatsvindt op basis van een verwijzing. Dit zorgt ervoor dat een zorgvraag eerst door een zorgverlener in de eerstelijnszorg wordt beoordeeld, waardoor het beroep op de duurdere tweedelijnszorg afneemt.

Tariefmaatregel alle vrije beroepsbeoefenaren

VWS heeft voor alle vrije beroepsbeoefenaren (medisch specialisten, huisartsen, kraamzorg, verloskundigen etc.) het inkomensgerelateerde kostenbestanddeel van de tarieven niet geïndexeerd voor de tweede helft van 2009 en voor heel 2010.

Pakketuit-/opname

Op basis van het Pakketadvies 2009 van het CVZ is het Mandibulair repositie apparaat (een hulpmiddel voor het ademhalingsstelsel) met ingang van 2010 in het basispakket opgenomen. De vergoeding van Acetylcysteïne (een slijmoplossend middel) is per 1 januari 2010 uit het verzekerde pakket gehaald.

Langdurige zorg

Ramingsbijstelling pgb

Door het CVZ is op basis van de halfjaarcijfers in 2008 een lagere instroom van het aantal budgethouders in 2009 verwacht dan eerder geraamd. Dit heeft geleid tot een neerwaartse bijstelling van de ramingen vanaf 2009. Voor 2010 en verder gaat het om een bedrag van € 60 miljoen. De besparing is echter niet gerealiseerd door een toename van de vraag naar pgb’s. In 2010 zijn hiervoor extra middelen beschikbaar gesteld (€ 208 miljoen).

Vermogensinkomensbijtelling

Deze post heeft betrekking op de structurele doorwerking in 2010 en latere jaren van de effecten van de motie De Vries bij de begroting 2009 over de vermogensinkomensbijtelling (VIB). Het niet invoeren van de VIB heeft geleid tot een tegenvaller van € 70 miljoen in 2010.

Invulling taakstelling best practices

In 2008 is de intramurale capaciteit sneller toegenomen dan geraamd. De doorwerking hiervan is gedekt door een ophoging van de taakstelling best practices. Voor het bedrag van de totale taakstelling is de contracteerruimte gekort. Zorgkantoren vullen de maatregel in door voor goed presterende instellingen hogere tarieven te hanteren dan voor minder goed presterende instellingen. Op deze wijze zijn best practices beloond.

Inzet reserve AWBZ knelpunten

Er is een bedrag gereserveerd voor eventuele knelpunten in de contracteerruimte en het pgb subsidieplafond. Dit bedrag is in 2010 aangewend.

Ramingsbijstelling tariefsmaatregelen AWBZ

Dit betreft een eerder wel doorgevoerde maar niet structureel geboekte tariefswijziging bij de ondersteunende begeleiding.

3. Gebruikte informatiebronnen

De financiële informatievoorziening voor de bepaling van de uitgaven onder het BKZ komt tot stand door getrapte aanlevering. Verzekeraars en instellingen leveren gegevens aan de zogenoemde gegevensleveranciers; verzekeraars leveren de financieringscijfers (schadelast) aan het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) en verzekeraars en instellingen leveren de budgetgegevens aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Het CVZ en de NZa leveren op hun beurt geaggregeerde gegevens aan bij VWS.

VWS heeft zich ten doel gesteld om in 2010 de financiële informatievoorziening over de zorg te versnellen en te verbeteren. In goede samenwerking met de NZa en het CVZ zijn trajecten gestart om die verbetering en versnelling te realiseren. In 2011 zal VWS zich blijven inspannen om de financiële informatievoorziening verder te verbeteren.

College voor Zorgverzekeringen

De gegevens die het CVZ verstrekt over de AWBZ zijn voornamelijk gebaseerd op de bevoorschotting door het Centraal Administratiekantoor (CAK). Hierbij is sprake van een volledige levering.

Met betrekking tot de Zvw hebben zorgverzekeraars de vierde kwartaalrapportage Zvw verstrekt aan het CVZ met een raming van de kosten over 2010. Door het CVZ is op hoofdlijnen gekeken naar de plausibiliteit van de door verzekeraars verstrekte gegevens en door het CVZ zijn relatief geringe correcties doorgevoerd op de aangeleverde gegevens.

Nederlandse Zorgautoriteit

Voor de gebudgetteerde sectoren (waaronder ziekenhuizen en AWBZ-instellingen die zorg in natura leveren) ontvangt VWS informatie over de budgetontwikkeling van de NZa. Over het jaar 2010 zijn deze gegevens gebaseerd op de tussen de instellingen en de zorgverzekeraars/zorgkantoren gemaakte afspraken.

Relatie tussen budgetten en financiering

De financieringscijfers betreffen de schadelast in het kader van de Zvw en de AWBZ bij verzekeraars en zorgkassen zoals bekend bij het Zorgverzekeringsfonds (ZVF) en het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten (AFBZ). Tussen budgetten en uitgaven van de verzekeraars en de zorgkassen kunnen verschillen optreden, de zogeheten financieringsachterstanden en –voorsprongen. In paragraaf 4.1 wordt hier nader op ingegaan.

4. Budgettair Kader Zorg

In het Financieel Beeld Zorg worden verschillende uitgavenbegrippen gehanteerd. De bruto-BKZ-uitgaven zijn de totale uitgaven die worden gefinancierd via opbrengsten uit premieheffing (AWBZ, Zvw), rijksbijdragen, eigenrisico onder de Zvw, eigen-betalingen AWBZ en overige ontvangsten (bijvoorbeeld terugontvangsten die het gevolg zijn van de vaststelling van een subsidieverlening). De zorguitgaven die aan het bovengenoemde budgettaire kader getoetst worden zijn de netto-BKZ-uitgaven, dat wil zeggen de bruto-BKZ-uitgaven verminderd met de BKZ-ontvangsten, te weten de opbrengsten eigenrisico onder de Zvw, eigen-betalingen AWBZ en overige ontvangsten.

Alle tabellen laten de mutaties zien met betrekking tot de financiering. Dat wil zeggen dat hiervoor de gegevens zijn gehanteerd die onder andere door het CVZ worden aangeleverd. Sinds de opstelling van de ontwerpbegroting 2010 (TK 32 123 XVI) is het geraamde uitgaven- en ontvangstenniveau 2010 in de 1e suppletoire begroting 2010 (TK 32 395 XVI) en de 2e suppletoire begroting 2010 (TK 32 565 XVI) bijgesteld.

4.1 Uitgaven en ontvangsten in 2010

De netto-BKZ-uitgaven nemen ten opzichte van de VWS ontwerpbegroting 2010 toe met € 1 908 miljoen. Dit betreft het saldo van verschillende mutaties. De ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten in 2010 wordt in tabel 2 toegelicht.

Tabel 2 Mutaties in de bruto- en netto-BKZ-uitgaven 2010 (bedragen x € 1 000 000)
 

2010

Bruto-BKZ-uitgaven stand ontwerpbegroting 2010

59 734,4

  

Actualisering zorguitgaven 2010

2 173,2

Farmaceutische hulp

– 158,0

Maatregel medisch specialisten

– 137,0

Intertemporele compensatie medisch specialisten

33,0

Doorwerking korting medisch specialisten

– 28,7

Hepatitis B

– 10,0

Correctie invoering eigen bijdrage begeleiding

– 80,0

Uitzonderingen op pgb-stop 2010

13,0

Besparingsverlies eigen bijdrage voor functie begeleiding

12,0

Ramingsbijstelling Wtcg

53,0

Resultaat betere afbakening Wtcg

– 36,9

Algemene tegemoetkomingen Wtcg

30,7

Macro loon- en prijsbijstelling (CEP tranche 2010)

– 219,8

IJklijnmutaties

– 109,9

Overige mutaties

5,9

Financieringsmutatie

424,2

  

Bruto-BKZ-uitgaven stand realisatie 2010

61 699,1

  

BKZ-ontvangsten stand ontwerpbegroting 2010

2 975,2

  

Actualisering zorguitgaven 2010

43,0

Correctie invoering eigen bijdrage begeleiding

– 80,0

Besparingsverlies eigen bijdrage voor functie begeleiding

– 3,0

Terugontvangsten opleidingsfonds

73,4

IJklijnmutaties

23,7

  

BKZ-ontvangsten stand realisatie 2010

3 032,3

  

Netto-BKZ-uitgaven stand ontwerpbegroting 2010

56 759,2

Netto-BKZ-uitgaven stand realisatie 2010

58 666,8

  

Mutatie netto-BKZ-uitgaven t.o.v. stand ontwerpbegroting 2010

1 907,6

Bron

VWS, NZa productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, CVZ voorlopige financieringslasten Zvw en AWBZ.

Bruto-BKZ-uitgaven

Actualisering zorguitgaven 2010

Op basis van de gegevens van de NZa en het CVZ zijn gedurende het jaar de budgetten en de financiering geactualiseerd, dit betreft echter nog een voorlopig beeld. Uit de totale actualisering komt per saldo een tegenvaller van € 2 173,2 miljoen. Deze tegenvaller bestaat voornamelijk uit hogere uitgaven bij de paramedische zorg (€ 113 miljoen), ziekenhuizen (€ 384 miljoen), medisch specialisten (€ 283 miljoen), ZBC’s (€ 209 miljoen), geneeskundige ggz (€ 317 miljoen), zorg in natura door AWBZ-instellingen (€ 606 miljoen) en de persoonsgebonden budgetten (€ 208 miljoen). Om deze tegenvallers te compenseren zijn maatregelen getroffen, waarvan een deel vanaf 2011 reeds een besparing oplevert. Naast deze hogere uitgaven zijn onder andere de uitgaven bij de geneesmiddelen (€ 155 miljoen) lager dan verwacht.

Paramedische zorg (€ 113 miljoen)

De overschrijding bij de paramedische zorg doet zich voor bij alle sectoren die hieronder vallen: fysiotherapie (€ 90 miljoen), ergotherapie (€ 8 miljoen) en logopedie (€ 14 miljoen). Bij deze sectoren is sprake van een toenemend zorggebruik door toename van de bevolking en een groeiend aantal patiënten. Bij fysiotherapie is een aantal maatregelen genomen (per 1 januari 2011 en per 1 januari 2012, meer consulten voor eigen rekening) om de structurele overschrijdingen terug te dringen. De stijging bij logopedie is een gevolg van meer aandacht voor spraak- en taalstoornissen. Daar komt bij dat huisartsen en schoolartsen steeds vaker doorverwijzen.

Ergotherapie is pas sinds 2005 een verzekerde prestatie en bij relatief veel mensen nog onbekend. Naast de autonome toename kunnen de ingevoerde vrije tarieven een mogelijke oorzaak zijn van de overschrijding.

Ziekenhuizen (€ 384 miljoen)

Op basis van cijfers over 2009 over de budgetten van de NZa (A-segment) en CVZ-cijfers over het B-segment is een overschrijding voor de algemene, categorale en academische ziekenhuizen geconstateerd van € 384 miljoen in 2010. Deze overschrijding wordt deels gemitigeerd door de korting op de honorariumtarieven van medisch specialisten. Deze korting is ook van invloed op de inkomsten van ziekenhuizen. Om de overschrijding op de ziekenhuisuitgaven terug te dringen is de NZa verzocht de ziekenhuisbudgetten per 2011 te korten met 314 miljoen.

Medisch specialisten (€ 283 miljoen)

In 2010 zijn de eerder geconstateerde overschrijdingen bij de medisch specialisten verder opgelopen; in het voorjaar is de extra overschrijding uitgekomen op € 348 miljoen (bovenop de eerdere € 375 miljoen). In het najaar volgde hierop een neerwaartse bijstelling van € 117 miljoen. Naar aanleiding van de maartcijfers 2011 is de overschrijding weer € 52,4 miljoen hoger uitgekomen. Per saldo komt de overschrijding uit op € 283 miljoen (ten opzichte van de eerder verwerkte € 375 miljoen). De totale overschrijding op basis van de cijfers 2008 en 2009 komt hiermee op circa € 658 miljoen.

De oorzaken voor de overschrijdingen bij de medisch specialisten zijn onder andere gelegen in de te hoog vastgestelde compensatiefactor voor ondersteunende specialisten en de normtijden die niet adequaat bleken. Op verzoek heeft de NZa in 2010 de tariefkortingen gedifferentieerd naar specialismen.

In 2010 is met de Orde van Medisch Specialisten een akkoord bereikt over de kostenbeheersing in de overgangsfase naar volledige prestatiebekostiging, voorzien in 2015. Er is een macrobedrag van circa € 2 miljard afgesproken waarbij de NZa is verzocht om dit budget te verdelen over de ziekenhuizen.

ZBC’s (€ 209 miljoen)

Bij de ZBC’s zijn op basis van de cijfers 2009 forse overschrijdingen naar voren gekomen. Nadat in het voorjaar al een overschrijding van € 132 miljoen is geconstateerd, is deze in het najaar verder opgelopen met € 66 miljoen. Na het verwerken van de maartcijfers 2011 is een verdere toename te zien met € 12 miljoen. De totale overschrijding op basis van de cijfers over 2009 komt hiermee uit op € 209 miljoen.

De grote stijging is het gevolg van de groei van het aantal ZBC’s en de toegenomen productie door ZBC’s. In 2010 is verder gewerkt aan het maken van afspraken met ziekenhuizen en ZBC’s over kostenbeheersing.

Geneeskundige ggz (€ 317 miljoen)

De uitgaven in de tweedelijns ggz laten een overschrijding zien van € 317 miljoen. Deze overschrijding is gebaseerd op gegevens van de NZa over de gebudgetteerde instellingen, gegevens van het CVZ over de schadelast van verzekeraars en een onderzoek van Vektis naar de uitgavenontwikkeling bij nieuwe instellingen (begonnen na 2008) en vrijgevestigde psychiaters en psychotherapeuten.

Zorg in natura door AWBZ-instellingen (€ 606 miljoen)

De tegenvaller bij de zorg in natura wordt met name veroorzaakt door een toename van capaciteit waardoor er meer zorg is geleverd. Daarnaast bestaat de tegenvaller uit de kosten van de bonus-malusregeling (€ 60 miljoen) en een stijging van de kapitaallasten van instellingen (€ 100 miljoen).

Pgb’s (€ 208 miljoen)

De vraag naar pgb’s groeide in 2010 veel harder dan voorzien waardoor er gedurende het jaar extra middelen ter beschikking zijn gesteld. Die overschrijding is beperkt door het handhaven van het uitgavenplafond vanaf 1 juli 2010.

Geneesmiddelen (– € 155 miljoen)

De onderschrijding bij de geneesmiddelen in 2010 wordt onder andere veroorzaakt door het doorzetten van het preferentiebeleid en het overige contracteerbeleid van verzekeraars. Daarnaast speelt een rol dat ook de periodieke aanpassing van de maximumprijzen, ook wel Wgp genoemd, meer oplevert dan eerder verwacht.

In tabel 6 staan de uitgaven per sector en in paragraaf 4.4 wordt nader ingegaan op de opbouw en actualisering van de zorguitgaven 2010 en worden de (overige) mutaties na de 2e suppletoire begroting 2010 toegelicht. Voor de overige mutaties wordt verwezen naar de 1e suppletoire begroting 2010 (TK 32 395 XVI, nr. 2) en de 2e suppletoire begroting 2010 (TK 32 565 XVI, nr. 2) verwezen.

Farmaceutische hulp

Dit betreft het saldo van een aantal mutaties. Bij de geraamde uitgaven voor geneesmiddelen was er voor 2010 een reservering opgenomen. Gelet op het budgettaire beeld is in het voorjaar van 2010 besloten deze reservering te laten vervallen en de beschikbare middelen voor 2010 met dit bedrag neerwaarts bij te stellen (€ 53 miljoen). Daarnaast zijn toen lagere uitgaven (€ 220 miljoen) gemeld door de beperking van de aanspraak op slaap- en kalmeringsmiddelen en de effecten van prijsverlagingen (onder andere door het aflopen van patenten en door intensiveringen van het preferentiebeleid). Daarnaast had de NZa besloten de vergoeding die apothekers per receptregel ontvangen per 1 januari 2010 te verhogen (€ 115 miljoen).

Maatregel medisch specialisten

De in 2009 aangekondigde tariefmaatregel van € 375 miljoen (op basis van de overschrijdingen over 2008) is opgehoogd naar € 512 miljoen. In het najaar van 2010 is voor 2011 een tariefmaatregel aangekondigd van € 606 miljoen op basis van de toen beschikbare cijfers over 2009. Bij de verwerking van de tariefskortingen houdt de NZa redelijkerwijs rekening met de consequenties van de differentiatie van de korting per specialisme.

Intertemporele compensatie medisch specialisten

De NZa heeft de korting van medisch specialisten van € 512 miljoen gedifferentieerd in de tarieven verwerkt. Een deel van de korting in 2010 slaat echter neer in 2011. Daarom wordt € 33 miljoen van 2010 intertemporeel gecompenseerd in 2011.

Doorwerking korting medisch specialisten

De overschrijding bij de ziekenhuizen die op basis van NZa- en CVZ-cijfers over 2009 is geconstateerd, valt lager uit als gevolg van de korting op de honorariumtarieven van medisch specialisten in 2010. Door de korting op de tarieven van de medisch specialisten hebben ziekenhuizen minder inkomsten voor hun medisch specialisten in loondienst.

Hepatitis B

Als gevolg van het besluit om (uiterlijk) per 1 januari 2012 de vaccinatie tegen Hepatitis B toe te voegen aan het RVP valt in 2010 € 10 miljoen vrij.

Correctie invoering eigen bijdrage begeleiding

Dit betreft een technische mutatie ten aanzien van de opbrengsten door gedragseffecten van de invoering eigen bijdrage voor begeleiding. Het gaat om een verlaging van de uitgaven en ontvangsten.

Uitzonderingen op pgb-stop 2010

Het betreft de middelen voor uitzonderingsgevallen op het handhaven van het pgb-subsidieplafond vanaf 1 juli 2010. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de motie Van der Veen c.s. (TK 32 123 XVI nr.149).

Besparingsverlies eigen bijdrage voor functie begeleiding

De eigen bijdrage voor de functie begeleiding bij zorg in natura kon pas per 1 juli 2010 worden ingevoerd in plaats van per 1 januari 2010, waardoor een incidentele tegenvaller ontstond van € 12 miljoen.

Ramingsbijstelling Wtcg

Op basis van geactualiseerde berekeningen van Vektis is het aantal mensen dat op grond van zorggebruik in aanmerking komt voor een forfait hoger dan eerder aangenomen. Met het oog hierop wordt de raming structureel met € 53 miljoen verhoogd.

Resultaat betere afbakening Wtcg

Vanaf 2010 is € 50 miljoen structureel beschikbaar om de afbakening van de doelgroep Wtcg (voorstellen Commissie Linschoten) te verbeteren. Een deel van de verbeteringen gaat per 2010 in. De maatregelen hebben een geleidelijke ingroei, waardoor in 2010 een deel van de € 50 miljoen niet is benut.

Algemene tegemoetkomingen Wtcg

Op basis van Zvw-zorggebruik, AWBZ-indicaties en Wmo-zorggebruik wordt door het CAK geïnventariseerd wie er recht heeft op een algemene tegemoetkoming in het kader van de Wtcg. Voorlopige gegevens wijzen er op dat het voor de tegemoetkomingen benodigde bedrag € 31 miljoen hoger is dan eerder geraamd.

Macro loon- en prijsbijstelling (CEP tranche 2010)

De raming van de loon- en prijsbijstelling is aangepast op basis van de meest recente macro-economische inzichten in het Centraal Economisch Plan (CEP) 2010 van het Centraal Planbureau (CPB).

IJklijnmutaties

Dit betreft het saldo van diverse mutaties tussen het BKZ en de andere uitgavenkaders Rijksbegroting in engezin (RGB-eng) en Sociale Zekerheid en Arbeidsmarktbeleid (SZA). De meest omvangrijke mutaties betreffen overhevelingen ten gevolge van de compensatie voor de pakketmaatregel AWBZ. Het gaat hier om een overheveling van € 68 miljoen naar de algemene uitkering en van € 34 miljoen naar de integratie-uitkering nadeelgemeenten Wmo. Tevens zijn er middelen overgeheveld naar de VWS-begroting voor huisartsenopleiding (€ 5 miljoen), project herindicaties AWBZ (€ 8 miljoen), ouderenregeling ambulances (€ 11 miljoen), HPV-vaccins (€ 6 miljoen) en kapitaallasten Nederlandse Kanker Instituut (€ 6 miljoen). Tenslotte zijn middelen van de VWS-begroting ontvangen voor de Stimuleringsregeling kleinschalig wonen (€ 25 miljoen) en voor dure woningaanpassingen voor de Wmo (€ 9 miljoen).

Financieringsmutatie

Er is sprake van een zeker tijdsverloop tussen het moment dat de NZa de productieafspraken van partijen ontvangt en de verwerking daarvan in de budgetten en de bevoorschotting van de instellingen. Als gevolg daarvan wijkt de financiering binnen een jaargrens af van de uitgaven (budgetten) in dat jaar. Zo ontstaan zogeheten financieringsachterstanden of -voorsprongen. In 2010 laat de actualisering van de financiering een hogere bijstelling zien dan de actualisering van de budgetten: in 2010 is € 424 miljoen meer gefinancierd.

Overige mutaties

Deze post is het saldo van verschillende mutaties.

BKZ-ontvangsten

Actualisering zorguitgaven 2010

Uit de actualisering van de zorguitgaven blijkt dat de eigen betalingen in de AWBZ per saldo (intra- en extramuraal) € 43 miljoen hoger zijn uitgevallen dan geraamd.

Correctie invoering eigen bijdrage begeleiding

Dit betreft een technische mutatie ten aanzien van de opbrengsten door gedragseffecten van de invoering eigen bijdrage voor begeleiding. Het gaat om een verlaging van de uitgaven en ontvangsten.

Besparingsverlies eigen bijdrage voor functie begeleiding

De eigen bijdrage voor de functie begeleiding bij zorg in natura is pas per 1 juli 2010 ingevoerd in plaats van per 1 januari, waardoor een tegenvaller in de ontvangsten ontstond van € 3 miljoen.

Terugontvangsten opleidingsfonds

Betreft terugontvangsten uit hoofde van vaststelling van subsidies voor de zogenaamde eerste en tweede tranche die in eerdere jaren zijn verleend.

IJklijnmutaties

De ontvangsten als gevolg van de aan wanbetalers opgelegde bestuursrechterlijke premie van € 23,7 miljoen worden toegevoegd aan het Zorgverzekeringsfonds. Met Financiën is voor het jaar 2010 afgesproken dat op basis van gegevens van het CVZ ten aanzien van dat deel van de ontvangsten die betrekking hebben op de opslag van 30% in de bestuursrechterlijke premie de ontvangstenraming op de VWS-begroting verlaagd kan worden onder gelijktijdige verhoging van de premie-ontvangsten op dit artikel.

Overige mutaties

Deze post is het saldo van verschillende mutaties.

BKZ

Het BKZ is door het kabinet Balkenende IV vastgesteld in het coalitieakkoord. Gedurende een kabinetsperiode verandert dit kader in principe niet meer, afgezien van ijklijnmutaties, nominale bijstellingen en technische bijstellingen. De ijklijnmutaties betreffen zoals eerder beschreven verschuivingen van uitgaven tussen de verschillende kaders.

De nominale bijstelling is het aanpassen van het kader aan de ontwikkeling van de prijs nationale bestedingen (pNB). Hierdoor beweegt het kader mee met een hogere of lagere prijsontwikkeling. Sinds het opstellen van het coalitieakkoord is de verwachte prijsontwikkeling licht gedaald (€ 0,2 miljard), waardoor het kader lager uitvalt. Daarnaast is het kader neerwaarts aangepast als gevolg van technische bijstellingen. In het Aanvullende Beleidsakkoord van maart 2009 heeft het kabinet vastgelegd dat vanaf de ontwerpbegroting 2009 de uitgavenkaders gecorrigeerd worden voor macro-economische ontwikkelingen (– € 0,8 miljard). Dit houdt in dat het kader aangepast wordt aan het verschil tussen de ontwikkeling van de prijs nationale bestedingen en de daadwerkelijke ontwikkeling van de lonen en prijzen in de zorg (dit is de zogenaamde ruilvoet).

Als gevolg van alle hierboven genoemde ontwikkelingen is het kader voor 2010 € 353 miljoen lager dan in de ontwerpbegroting 2010.

Tabel 3 geeft een overzicht van de bijstelling van het BKZ. Sinds de 2e suppletoire begroting 2010 is het kader met € 8,8 miljoen neerwaarts bijgesteld.

Tabel 3 Mutaties van het BKZ 2010 (bedragen x € 1 000 000)
 

2010

BKZ ontwerpbegroting 2010

57 415,6

Macro loon- en prijsbijstellingen (CEP tranche 2010)

– 219,8

IJklijnmutaties gemeld in de 1e suppletoire begroting 2010

– 86,0

BKZ 1e suppletoire begroting 2010

57 109,8

IJklijnmutaties gemeld in de 2e suppletore begroting 2010

– 38,8

BKZ 2e suppletoire begroting 2010

57 071,0

IJklijnmutaties gemeld in de realisatie 2010

– 8,8

BKZ realisatie 2010

57 062,2

Bron

VWS

Tabel 4 6 geeft de ontwikkeling van de uitgaven en ontvangsten onder het BKZ weer.

Tabel 4 Ontwikkeling van de uitgaven en ontvangsten onder het BKZ 2010 (bedragen x € 1 000 000)
 

Bruto BKZ uitgaven

BKZ ontvangsten

Netto BKZ uitgaven

BKZ

Overschrijding (+) / onderschrijding (-)

 

(Bruto)

(Eigen betalingen)

(Netto)

  
 

a

b

c=a-b

d

e=c-d

Stand ontwerpbegroting 2010

59 734

2 975

56 759

57 416

– 656

Stand 1e suppletoire begroting

60 548

2 885

57 663

57 110

553

Stand 2e suppletoire begroting

60 867

2 929

57 938

57 071

867

Stand realisatie 2010

61 699

3 032

58 667

57 062

1 605

Mutatie t.o.v. stand ontwerpbegroting 2010

1 965

57

1 908

– 353

2 261

Bron

VWS, NZa productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, CVZ voorlopige financieringslasten Zvw en AWBZ.

Als gevolg van ijklijnmutaties, een daling van de verwachte loon- en prijsontwikkeling en de tegenvallers die volgen uit de actualisering van de zorguitgaven, zijn de bruto-BKZ-uitgaven (€ 1 965 miljoen), -ontvangsten (– € 57 miljoen) en dus ook netto-BKZ-uitgaven (€ 1 908 miljoen) toegenomen.

Ten opzichte van het BKZ is er sprake van een overschrijding van € 1,6 miljard. De totale mutatie ten opzichte van de stand ontwerpbegroting 2010 is circa € 2,3 miljard.

4.2 Uitgavenontwikkeling in de jaren 2007 t/m 2010

Tabel 5 laat een overzicht zien van de bruto-BKZ-uitgaven, op artikelniveau, in de jaren 2007 tot en met 2010.

Het totaal van de premiegefinancierde zorguitgaven is € 320 miljoen hoger dan het totaal van de bruto-BKZ-uitgaven. Deze € 320 miljoen betreft de middelen die in het kader van het stimuleringspakket uit het aanvullend beleidsakkoord voor de bouw in de zorg beschikbaar zijn gesteld. Deze middelen zijn niet relevant voor het BKZ.

Tabel 5 Bruto-BKZ-uitgaven op artikelniveau (bedragen x € 1 000 000)
 

Realisatie 2007

Realisatie 2008

Realisatie 2009

Realisatie 2010

41 Volksgezondheid

109,8

107,5

99,8

95,3

42 Gezondheidszorg

26 237,2

31 526,3

33 971,1

34 892,7

43 Langdurige zorg

22 420,0

21 536,8

22 930,6

23 983,2

44 Maatschappelijke ondersteuning

162,6

171,7

178,1

180,1

99 Nominaal en onvoorzien

Wmo (gemeentefonds)

1 410,6

1 474,6

1 533,2

1 541,0

Opleidingsfonds (begroting VWS)

636,4

783,0

824,0

839,3

Wtcg (begroting VWS)

487,5

BES-eilanden (begroting VWS)

Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven

Totaal

50 976,6

55 599,9

59 536,8

62 019,1

Bron

VWS, NZa productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, CVZ voorlopige financieringslasten Zvw en AWBZ.

De groei van de uitgaven tussen de verschillende jaren vindt zijn oorsprong in de jaarlijkse volumegroei (ruimte) en de nominale bijstelling. Daarnaast worden de zorguitgaven een aantal keren per jaar geactualiseerd. Dit gebeurt aan de hand van budgetgegevens van de NZa en financieringsgegevens van het CVZ. Voor het jaar 2010 laten deze cijfers overschrijdingen zien bij onder andere de eerstelijnszorg, ziekenhuizen, medisch specialisten, ZBC’s, de geneeskundige ggz, grensoverschrijdende zorgverlening, multidisciplinaire zorgverlening, de pgb’s en de zorg in natura door AWBZ instellingen. Om deze overschrijdingen terug te dringen zijn/worden maatregelen getroffen, waarvan een deel vanaf 2011 reeds een besparing oplevert.

4.3 Overzicht op sectorniveau

Onderstaande tabel betreft een overzicht van de financiële ontwikkeling in 2010 onderverdeeld per sector. De opbouw van deze ontwikkeling wordt in paragraaf 4.4 weergegeven.

Tabel 6 Premiegefinancierde zorguitgaven naar sectoren 2010 (bedragen x € 1 000 000)
  

Ontwerpbegroting

2010

a

Mutaties

2010

b

Realisatie

2010

c=a+b

41

Volksgezondheid

107,8

– 12,5

95,3

 

Preventieve zorg (uitvoeren Rijksvaccinatieprogramma)

108,5

– 13,2

95,3

 

Volksgezondheid onverdeeld

– 0,7

0,7

0,0

     

42

Gezondheidszorg

33 346,8

1 545,9

34 892,7

 

Huisartsen en geïntegreerde eerstelijnszorg

2 014,7

204,3

2 219,0

 

Tandheelkunde en tandheelkundige specialistische zorg

787,4

89,3

876,7

 

Paramedische zorg

603,8

127,1

730,9

 

Verloskunde en kraamzorg

436,9

19,9

456,8

 

Dieetadvisering

35,5

18,6

54,1

 

Extramurale zorg onverdeeld

34,9

– 34,9

0,0

 

Algemene en categorale ziekenhuizen

11 082,5

743,2

11 825,7

 

Academische ziekenhuizen

2 849,4

35,2

2 884,6

 

Medisch specialisten

1 676,9

401,6

2 078,5

 

ZBC's

341,6

91,5

433,1

 

Overig curatieve zorg

570,8

49,2

620,0

 

Academische component

606,2

40,8

647,0

 

Ziekenhuizen en medisch specialisten onverdeeld

557,8

– 397,8

160,0

 

Overig curatieve zorg onverdeeld

23,1

– 23,1

0,0

 

Ambulancevervoer

431,5

39,9

471,4

 

Overig ziekenvervoer

116,5

0,8

117,3

 

Ziekenvervoer onverdeeld

5,5

– 5,5

0,0

 

Farmaceutische hulp

5 521,9

– 306,7

5 215,2

 

Hulpmiddelen

1 385,6

8,7

1 394,3

 

Geneeskundige ggz door instellingen

3 266,4

278,8

3 545,2

 

Geneeskundige ggz door vrijgevestigden

156,8

195,1

351,9

 

Geneeskundige ggz onverdeeld

108,9

– 108,9

0,0

 

Grensoverschrijdende zorg

467,0

97,5

564,5

 

Beheerskosten uitvoeringsorganen Zvw

5,5

0,1

5,6

 

Multidisciplinaire zorgverlening*

259,7

– 18,8

240,9

     

43

Langdurige zorg

22 484,6

1 498,6

23 983,2

 

Geestelijke gezondheidszorg AWBZ

1 558,2

121,3

1 679,5

 

Gehandicaptenzorg

6 009,8

540,5

6 550,3

 

Verpleging en verzorging

12 338,9

811,3

13 150,2

 

Persoonsgebonden budgetten

2 260,8

– 103,3

2 157,5

 

Bovenbudgettaire vergoedingen

113,8

16,7

130,5

 

Subsidies langdurige zorg

76,0

– 2,6

73,4

 

Beheerskosten/diversen AWBZ

247,9

– 6,1

241,8

 

Langdurige zorg onverdeeld

– 120,8

120,8

0,0

     

44

MEE-instellingen

178,0

2,1

180,1

 

MEE-instellingen

178,0

2,1

180,1

     

99

Nominaal en onvoorzien

934,8

– 934,8

0,0

 

Nominaal en onvoorzien

934,8

– 934,8

0,0

     
 

Wmo (gemeentefonds)

1 626,6

– 85,6

1 541,0

 

Opleidingsfonds (begroting VWS)

839,7

– 0,4

839,3

 

Wtcg (begroting VWS)

499,3

– 11,8

487,5

 

BES-eilanden (begroting VWS)

 

Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven

36,8

– 36,8

0,0

     

Totaal

60 054,4

1 964,7

62 019,1

Bron

VWS, NZa productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, CVZ voorlopige financieringslasten Zvw en AWBZ.

X Noot
*

De multidisciplinaire zorgverlening hebben betrekking op de chronische keten dbc’s en geïndiceerde preventie en op de geïntegreerde eerstelijnszorg en innovatie.

De beschikbare middelen per sector zijn in de ontwerpbegroting meestal lager en in sommige gevallen hoger dan de werkelijke beschikbare middelen. Dit heeft te maken met de artikelen «onverdeeld» en «nominaal en onvoorzien». Ten tijde van de ontwerpbegroting 2010 stonden op deze artikelen met name de beschikbare volumegroei (ruimte) en de nominale bijstelling 2010 gereserveerd. Deze zijn inmiddels aan de betreffende sectoren toegedeeld. Ook hebben er herschikkingen van middelen tussen de artikelen plaatsgevonden. Daarnaast is het beeld voor 2010 geactualiseerd bij de 1e en 2e suppletoire begroting 2010 en voor de realisatie 2010. In de volgende paragraaf worden de diverse mutaties ná de 2e suppletoire begroting 2010 toegelicht.

4.4 Toelichting per artikel

Deze paragraaf bevat een toelichting per artikel op de mutaties die betrekking hebben op het jaar 2010. Voor een meer gedetailleerde toelichting op de ontwerpbegroting 2010 (TK 32 123 XVI) de 1e suppletoire begroting 2010 (TK 32 395 XVI) en de 2e suppletoire begroting 2010 (TK 32 565 XVI) wordt verwezen naar de betreffende publicaties. Alleen mutaties na de 2e suppletoire begroting 2010 die groter zijn dan € 10 miljoen worden toegelicht, tenzij de mutatie een aanvullende toelichting behoeft. De overige en technische mutaties betreffen een saldo van kleinere mutaties en worden niet beschreven. De financieringsmutatie is in paragraaf 4.1 reeds toegelicht.

41 Volksgezondheid (bedragen x € 1 000 000)

Uitgaven

2010

Stand ontwerpbegroting 2010

107,8

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

Financieringsmutatie

– 15,7

Stand 1e suppletoire begroting

92,1

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Actualisering zorguitgaven

– 5,0

1. Nominaal tranche 2010

– 0,2

Stand 2e suppletoire begroting

86,9

Mutaties realisatie:

 

Financieringsmutatie

8,4

Stand realisatie 2010

95,3

Toelichting mutaties realisatie:

n.v.t

42 Gezondheidszorg (bedragen x € 1 000 000)

Uitgaven

2010

Stand ontwerpbegroting 2010

33 346,8

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Actualisering zorguitgaven

1 014,7

2. FLO-middelen

8,0

3. Maatregel medisch specialisten

– 137,0

4. Farmaceutische hulp

– 158,0

5. Verloskundige zorg

10,0

6. Huisartsen

7,0

Financieringsmutatie

– 75,2

Stand 1e suppletoire begroting

34 016,3

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Actualisering zorguitgaven

66,3

2. Intertemporele compensatie korting medisch specialisten

33,0

3. Doorwerking korting medisch specialisten

– 28,7

4. Chronische keten dbc's

– 13,9

5. Niet indexeren vrije beroepsbeoefenaren

57,5

6. Nominale tranche 2010

205,8

Overige mutaties

3,9

Stand 2e suppletoire begroting

34 340,2

Mutaties realisatie:

 

1. Actualisering zorguitgaven

444,2

Financieringsmutatie

81,0

Overige mutaties

27,3

Stand realisatie 2010

34 892,7

Toelichting mutaties realisatie:

1. Op basis van de gegevens van de NZa en het CVZ zijn de zorguitgaven 2010 geactualiseerd. Dit betreft echter nog een voorlopig beeld. Uit de huidige actualisering volgt een tegenvaller van € 444,2 miljoen. Deze tegenvaller bestaat voornamelijk uit hogere uitgaven bij de huisartsenzorg (€ 45 miljoen), paramedische zorg (€ 49 miljoen), verloskunde en kraamzorg (€ 4 miljoen), dieeetadvisering (€ 12 miljoen), ziekenhuizen (€ 23 miljoen), medisch specialisten (€ 52 miljoen), ZBC's (€ 12 miljoen), overige curatieve zorg (€ 21 miljoen), geneeskundige ggz (€ 255 miljoen), grensoverschrijdende zorg (€ 73 miljoen), multidisciplinaire zorgverlening (€ 70 miljoen), ziekenvervoer (€ 27 miljoen). Naast deze hogere uitgaven zijn de uitgaven bij de geneesmiddelen (€ 155 miljoen), de tandheelkundige zorg (€ 36 miljoen) en de hulpmiddelen (€ 6 miljoen) gedaald.

43 Langdurige zorg (bedragen x € 1 000 000)

Uitgaven

2010

Stand ontwerpbegroting 2010

22 484,6

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Actualisering zorguitgaven

558,4

2. Correctie invoering eigen bijdrage begeleiding

– 80,0

3. Stimuleringsregeling kleinschalig wonen

24,8

4. SVB

– 5,0

5. Besparingsverlies eigen bijdrage voor functie begeleiding

12,0

Financieringsmutatie

46,3

Stand 1e suppletoire begroting

23 041,1

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Actualisering zorguitgaven

220,2

2. Uitzonderingen op pgb-stop in 2010

13,0

3. Nominale tranche 2010

287,0

Financieringsmutatie

37,1

Overige mutaties

– 0,8

Stand 2e suppletoire begroting

23 597,6

Mutaties realisatie:

 

1. Actualisering zorguitgaven

6,2

Financieringsmutatie

379,4

Stand realisatie 2010

23 983,2

Toelichting mutaties realisatie:

1. Op basis van de gegevens van de NZa en het CVZ zijn de zorguitgaven 2010 geactualiseerd, dit betreft echter nog een voorlopig beeld. Uit de huidige actualisering volgt een tegenvaller van € 6,2 miljoen. Deze tegenvaller bestaat voornamelijk uit hogere uitgaven bij de pgb's (€ 14 miljoen) en de beheerskosten (€ 2 miljoen). Naast deze hogere uitgaven zijn de uitgaven bij de bovenbudgettaire vergoedingen in de AWBZ (€ 6 miljoen) en de subsidies (€ 4 miljoen) gedaald.

44 Maatschappelijke ondersteuning (bedragen x € 1 000 000)

Uitgaven

2010

Stand ontwerpbegroting 2010

178,0

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

n.v.t.

n.v.t.

Stand 1e suppletoire begroting

178,0

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Nominale tranche 2010

2,7

Stand 2e suppletoire begroting

180,7

Mutaties realisatie:

 

1. Actualisering zorguitgaven

– 0,6

Stand realisatie 2010

180,1

Toelichting mutaties realisatie:

1. Op basis van de gegevens van het CVZ zijn de zorguitgaven 2010 geactualiseerd, dit betreft echter nog een voorlopig beeld. Uit de huidige actualisering volgen lagere uitgaven van € 0,6 miljoen.

99 Nominaal en onvoorzien (bedragen x € 1 000 000)

Uitgaven

2010

Stand ontwerpbegroting 2010

934,8

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Actualisering zorguitgaven

– 88,8

2. Aanpassing raming loon- en prijsbijstelling

– 211,4

3. FLO-middelen

– 8,0

Overig

5,0

Stand 1e suppletoire begroting

631,6

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. HPV-vaccinatie

– 6,0

2. Hepatitis B

– 10,0

3. BES-eilanden

– 1,5

4. Niet indexeren vrije beroepsbeoefenaren

– 57,5

5. Chronische keten dbc’s

13,9

6. Nominaal tranche 2010

– 491,7

Overige mutaties

– 39,5

Stand 2e suppletoire begroting

39,3

Mutaties realisatie:

 

1. Actualisering zorguitgaven

– 21,0

Overige mutaties

– 18,3

Stand realisatie 2010

0,0

Toelichting mutaties realisatie:

1. Op basis van de gegevens van de NZa en het CVZ zijn de zorguitgaven 2010 geactualiseerd, dit betreft echter nog een voorlopig beeld. Uit de huidige actualisering volgen lagere uitgaven van € 21 miljoen.

99 Nominaal en onvoorzien (bedragen x € 1 000 000)

Ontvangsten

2010

Stand ontwerpbegroting 2010

2 975,2

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Actualisering zorguitgaven

– 37,0

2. Correctie invoering eigen voor bijdrage begeleiding

– 80,0

3. Besparingsverlies eigen bijdrage functie Begeleiding

– 3,0

Stand 1e suppletoire begroting

2 855,2

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Ontvangsten wanbetalers

20,9

Stand 2e suppletoire begroting

2 876,1

Mutaties realisatie:

 

1. Actualisering zorguitgaven

80,0

Overige mutaties

2,8

Stand realisatie 2010

2 958,9

Toelichting mutaties realisatie:

1. Uit de actualisering van de zorguitgaven blijkt dat de eigen betalingen in de AWBZ € 80 miljoen hoger zijn uitgevallen dan geraamd.

Wmo (Gemeentefonds, op de begroting van BZK) (bedragen x € 1 000 000)

Uitgaven

2010

Stand ontwerpbegroting 2010

1 626,6

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Actualisering zorguitgaven

6,6

2. Dure woningaanpassingen

9,0

3. Algemene uitkering Gemeentefonds

– 68,0

4. Integratie-uitkering nadeelgemeenten Wmo

– 34,0

5. Uitvoeringskosten

2,8

6. Compensatie gemeenten

2,0

Overig

– 0,4

Stand 1e suppletoire begroting

1 544,6

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

n.v.t.

n.v.t.

Stand 2e suppletoire begroting

1 544,6

Mutaties realisatie:

 

Overige mutaties

– 3,6

Stand realisatie 2010

1 541,0

Toelichting mutaties realisatie:

n.v.t

Opleidingsfonds (op de begroting van VWS) (bedragen x € 1 000 000)

Uitgaven

2010

Stand ontwerpbegroting 2010

839,7

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Huisartsenopleiding

– 5,0

2. Bijstelling opleidingsfonds

10,3

Stand 1e suppletoire begroting

845,0

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

n.v.t.

n.v.t.

Stand 2e suppletoire begroting

845,0

Mutaties realisatie:

 

Overige mutaties

– 5,7

Stand realisatie 2010

839,3

Toelichting mutaties realisatie:

n.v.t.

Opleidingsfonds (op de begroting van VWS) (bedragen x € 1 000 000)

Ontvangsten

2010

Stand ontwerpbegroting 2010

0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Terugontvangsten

30,0

Stand 1e suppletoire begroting

30,0

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Terugontvangsten

23,0

Stand 2e suppletoire begroting

53,0

Mutaties realisatie:

 

1. Terugontvangsten opleidingsfonds

20,4

Stand realisatie 2010

73,4

Toelichting mutaties realisatie:

1. Ontvangsten meevaller opleidingsfonds. De hogere terugontvangsten zijn het gevolg van de vaststelling van de subsidieverlening eerste en tweede tranche uit eerdere jaren.

Wtcg (op de begroting van VWS) (bedragen x € 1 000 000)

Uitgaven

2010

Stand ontwerpbegroting 2010

499,3

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Resultaat betere afbakening

– 36,9

2. Ramingsbijstelling

53,0

Stand 1e suppletoire begroting

515,4

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Algemene tegemoetkomning Wtcg

30,7

Overige mutaties

5,0

Stand 2e suppletoire begroting

551,1

Mutaties realisatie:

 

1. Actualisering zorguitgaven

– 63,6

Stand realisatie 2010

487,5

Toelichting mutaties realisatie:

1. Door vertragingen in de uitbetaling van de tegemoetkomingen in het kader van de Wet chronisch zieken en gehandicapten is in 2010 sprake van lagere uitgaven dan geraamd.

BES-eilanden (op de begroting van VWS) (bedragen x € 1 000 000)

Uitgaven

2010

Stand ontwerpbegroting 2010

0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

n.v.t.

n.v.t.

Stand 1e suppletoire begroting

0,0

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. BES-eilanden

1,5

Stand 2e suppletoire begroting

1,5

Mutaties realisatie:

 

1. Actualisering zorguitgaven

– 1,5

Stand realisatie 2010

0,0

Toelichting mutaties realisatie:

1. Betreft onderuitputting door niet tot betaling gekomen verplichtingen en vertragingen in projecten BES-eilanden.

Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven (o.a. op de begroting van Financiën) (bedragen x € 1 000 000)

Uitgaven

2010

Stand ontwerpbegroting 2010

36,8

Mutaties 1e suppletoire begroting:

 

1. Aanpassing raming loon- en prijsbijstelling

– 8,4

2. Inzet reserve AWBZ-knelpunten

– 4,0

3. Niet uitkeren loon- en prijsbijstelling

– 20,5

Stand 1e suppletoire begroting

3,9

Mutaties 2e suppletoire begroting:

 

1. Nominale tranche 2010

– 3,6

Overige mutaties

– 0,3

Stand 2e suppletoire begroting

0,0

Mutaties realisatie:

 

n.v.t.

n.v.t

Stand realisatie 2010

0,0

Bron

VWS, NZa productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, CVZ voorlopige financieringslasten Zvw en AWBZ.

Toelichting mutaties realisatie:

n.v.t

5. Financiering van de zorguitgaven

5.1 De financiering van de zorguitgaven in 2010

De zorguitgaven worden gefinancierd uit vijf bronnen. Tabel 71 laat zowel de verdeling tussen als de ontwikkeling bij deze vijf financieringsbronnen zien. De totale gefinancierde uitgaven en de totale mutaties komen overeen met de cijfers genoemd in tabel 5 en 6.

Tabel 7 Zorguitgaven naar financieringsbronnen1 (bedragen x € 1 miljard)
 

Begroting 2010

a

Mutaties 2010

b

Jaarverslag 2010

c=a+b

AWBZ

21,8

1,2

23,0

Eigen betalingen AWBZ

1,5

0,0

1,5

AWBZ totaal

23,3

1,1

24,5

    

Zvw

32,3

0,9

33,2

Eigen betalingen Zvw

1,5

0,0

1,5

Zvw totaal

33,7

1,0

34,7

    

Begroting

3,0

– 0,1

2,9

    

Totaal

60,1

2,0

62,0

w.v. netto BKZ

57,1

1,9

59,0

Bron

VWS, NZa productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, CVZ voorlopige financieringslasten Zvw en AWBZ.

5.2 Ontvangsten, uitgaven en vermogens van de zorgfondsen (AWBZ en Zvw)

Zorgverzekeringswet

De financiering van de Zorgverzekeringswet loopt deels via verzekeraars en deels via het Zorgverzekeringsfonds (Zvf). Onderstaande tabel1 toont de ontwikkeling van de uitgaven en inkomsten van de Zorgverzekeringswet.

Tabel 8 Uitgaven en inkomsten zorgverzekeringswet (bedragen x € 1 miljard)
 

Begroting 2010

a

Mutaties 2010

b

Jaarverslag 2010

c=a+b

Zorgverzekeringsfonds

   

Uitgaven

19,6

0,9

20,5

– Uitkering aan verzekeraars

18,7

0,9

19,6

– Rechtstreekse uitgaven Zvf

0,9

0,1

0,9

    

Inkomsten

19,5

– 0,2

19,3

– Inkomensafhankelijke bijdrage

17,5

– 0,1

17,3

– Rijksbijdrage kinderen

2,1

0,0

2,1

– Overige baten

– 0,1

– 0,1

– 0,2

    

Saldo

– 0,1

– 1,2

– 1,3

    

Vermogenssaldo Zorgverz.fonds 2009

0,0

– 2,5

– 2,5

Vermogenssaldo Zorgverz.fonds 2010

0,0

– 3,7

– 3,7

    

Individuele verzekeraars

   

Uitgaven

34,4

1,1

35,5

– Uitgaven zorg

32,9

0,9

33,8

– Beheerskosten/saldo

1,5

0,2

1,7

    

Inkomsten

34,4

1,1

35,5

– Uitkering van Zvf

18,7

0,9

19,6

– Nominale premie/eigenrisico

15,6

0,2

15,8

    

Bron

VWS, CPB, CVZ.

De totale uitgaven gefinancierd via het Zvf zal vermoedelijk € 0,9 miljard hoger uitkomen dan verwerkt in de begroting 2010. De uitkering uit het Zvf aan verzekeraars zal naar verwachting € 0,9 miljard hoger uitkomen. Deze bijstelling is de compensatie voor € 0,9 miljard hogere uitgaven (en onveranderde rekenpremies). De rechtstreekse betalingen van het Zvf (de academische component en internationale verdragen) komen € 0,1 miljard hoger uit. De inkomensafhankelijke bijdrage levert € 0,1 miljard minder op dan verwacht ten tijde van de begroting 2010. Dit hangt samen met lagere premiegrondslagen vanwege de economische crisis. De overige baten (rente-inkomsten, premie-vervangende bijdragen en wanbetalers) komen € 0,1 miljard lager uit, waardoor de totale inkomsten van het Zvf € 0,2 miljard lager uitkomen.

Vanwege de € 0,9 miljard hogere uitgaven en de € 0,2 miljard lagere inkomsten is het saldo van het Zvf € 1,2 miljard slechter uitgekomen; op – € 1,3 miljard in plaats van de – € 0,1 miljard uit de begroting 2010. Dit saldo van – € 1,3 miljard leidt, tezamen met het thans veel slechter ingeschatte vermogenssaldo per ultimo 2009 van – € 2,5 miljard tot een vermogenssaldo van – € 3,7 miljard per ultimo 2010. Dit is een verslechtering van € 3,7 miljard ten opzichte van de verwachting in de begroting 2010. Een fors deel van deze verslechtering heeft betrekking op 2009 en eerdere jaren.

De individuele verzekeraars hebben in 2010 naar huidige inschatting € 0,9 miljard meer uitgegeven aan zorg. Daarvoor worden ze gecompenseerd via een hogere uitkering uit het Zvf. De opbrengst van de nominale premie komt circa € 0,2 miljard hoger uit dan in de begroting 2010 ingeschatte bedrag, omdat de premies iets hoger zijn vastgesteld door de verzekeraars. Dit heeft geleid tot een € 0,2 miljard beter resultaat van verzekeraars.

AWBZ

Onderstaande tabel1 toont de ontwikkeling van de uitgaven en inkomsten van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten(AFBZ).

Tabel 9 Uitgaven en inkomsten Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten (bedragen x € 1 miljard)
 

Begroting 2010

a

Mutaties 2010

b

Jaarverslag 2010

c=a+b

Uitgaven

23,3

1,1

24,5

– Zorgaanspraken en subsidies

23,1

1,1

24,2

– Beheerskosten

0,2

0,0

0,2

    

Inkomsten

21,1

– 0,2

20,8

– Procentuele premie

14,9

– 0,3

14,6

– Eigen bijdragen

1,5

0,0

1,5

– BIKK

4,9

0,0

4,9

– Overig

– 0,2

0,0

– 0,1

    

Saldo

– 2,3

– 1,4

– 3,6

    

Vermogenssaldo Algemeen Fonds 2009

– 6,2

0,1

– 6,1

Vermogenssaldo Algemeen Fonds 2010

– 8,3

– 1,4

– 9,7

Bron

VWS, CPB, CVZ.

De totale uitgaven gefinancierd via de AWBZ zijn € 1,1 miljard hoger uitgekomen dan verwerkt in de begroting 2010. De procentuele premie heeft € 0,3 miljard minder opgebracht dan opgenomen in de begroting 2010. Dit verschil is het saldo van hogere premies door hogere premiegrondslagen en lagere opbrengsten door lagere dan verwachte nabetalingen uit voorgaande jaren. De overige inkomsten komen iets beter uit vanwege lagere rentelasten. Vanwege de € 1,1 miljard hogere uitgaven en de € 0,2 miljard lagere inkomsten is het saldo van het AFBZ

€ 1,4 miljard slechter uitgekomen; op – € 3,6 miljard in plaats van de – € 2,3 miljard uit de begroting 2010. Dit saldo van – € 3,6 miljard leidt, tezamen met het gerealiseerde vermogenssaldo per ultimo 2009 van – € 6,1 miljard tot een vermogenssaldo van – € 9,7 miljard per ultimo 2010. Dit is een verslechtering van € 1,4 miljard ten opzichte van de verwachting in de begroting 2010.

5.3 Ontwikkeling premies voor AWBZ en Zvw

Tabel 10 geeft een overzicht van de premies AWBZ en Zvw conform de stand ontwerpbegroting 2010 en conform de (voorlopige) realisatie.

Tabel 10 Premieoverzicht
 

Begroting 2010

a

Mutaties 2010

b

Jaarverslag 2010

c=a+b

AWBZ

   

Procentuele premie (in %)

12,15

12,15

    

Zvw

   

Inkomensafhankelijke bijdrage regulier (in %)

7,05

7,05

Inkomensafhankelijke bijdrage laag (in %)

4,95

4,95

Nominale premie (jaarbedrag in €)

1 085

+13

1 098

Bron

VWS, CPB.

Zowel de AWBZ-premie als de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw is vastgesteld op het percentage uit de ontwerpbegroting 2010. De nominale premie Zvw voor 2010 is iets hoger door de verzekeraars vastgesteld dan geraamd in de begroting 2010.

13. ZELFSTANDIGE BESTUURSORGANEN EN RECHTSPERSONEN MET EEN WETTELIJKE TAAK

In onderstaand overzicht worden per ZBO/RWT de aan de exploitatie gerelateerde uitvoeringskosten vermeld.

Bedragen x € 1 miljoen

Naam organisatie

ZBO

RWT

Artikel

Geraamd 2010

Realisatie 2010

Verwijzing

Financiering uit begrotingsmiddelen

      

Zorg Onderzoek Nederland/ Medische Wetenschappen (ZonMW)

x

x

41

1,9

1,7

www.zonmw.nl

Keuringsinstanties op grond van de Warenwet

x

 

41

Registratiecommissies en opleidingscolleges KNMG, KNMP en NMT

x

 

42

0,7

0,7

www.knmg.artsennet.nl

www.knmp.nl

www.tandartsennet.nl

Keuringsinstanties op grond van de Wet op de Medische Hulpmiddelen (KEMA)

x

 

42

www.kema.com

Sociale Verzekeringsbank (onverzekerden Zorgverzekeringswet)

x

x

42

4,0

2,1

www.svb.nl

Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)1

 

x

43

133,2

140,5

www.ciz.nl

Centraal Administratie Kantoor (CAK)

 

x

43

35,0

29,8

www.hetcak.nl

Sociale Verzekeringsbank (mantelzorgcompliment)

x

x

44

3,0

2,9

www.svb.nl

Argonaut

x

 

44

1,5

1,1

www.argonaut.nl

Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR)

x

x

47

24,8

24,4

www.pur.nl

Commissie Algemene Oorlogsongevallenregeling Indonesië / SAIP

x

 

47

2,5

2,3

www.saip.nl

ZBO’s Rechtsherstel (Sinti en Roma)

x

 

47

0,1

0,1

Centrale Commissie voor Mensgebonden Onderzoek (CCMO), inclusief Medisch Ethische Commissies (METC’s)

x

 

98

1,3

1,6

www.ccmo.nl

Zorg ZBO’s (NZa, CVZ, CBZ, CSZ)

x

x

98

90,0

101,2

www.nza.nl

www.cvz.nl

www.cbz.nl

www.collegesanering.nl

College ter beoordeling van Geneesmiddelen

x

 

Zie BLD ACBG

  

www.cbg-meb.nl

       

Financiering uit premiemiddelen

      

Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS)

x

x

42

5,0

n.n.b.

www.transplantatiestichting.nl

Zorgverzekeraars Zvw (x € 1 miljard)

 

x

42

18,7

19,6

Tabel pm Financieel Beeld Zorg

Centraal Administratiekantoor (uitvoering compensatieregeling eigen risico Zvw)

x

x

42

5,5

4,4

www.hetcak.nl

Uitvoeringsorganen AWBZ inclusief CAK

x

x

43

207,8

211,2

X Noot
1

Er is voor het CIZ een garantie inzake geldleningen en het rekening-courantkrediet afgegeven in het kader van het geïntegreerd middelenbeheer.

Toelichting tabel

  • Sociale Verzekeringsbank (onverzekerden Zorgverzekeringswet)

    Lagere realisatie als gevolg van latere inwerkingtreding van het wetsvoorstel Actieve Opsporing Onverzekerden.

  • Centrum Indicatiestelling Zorg

    In verband met een hogere productie dan aanvankelijk geraamd is de instellingssubsidie voor het CIZ incidenteel opgehoogd met een bedrag van circa € 7 miljoen.

  • Centraal Administratiekantoor – Wtcg

    Lagere realisatie, omdat dat een deel van de kosten (aanpassing automatiseringssystemen) over de jaargrens heen zijn gevallen.

  • Zorg ZBO’s (NZa, CVZ, CBZ, CSZ)

    De hogere uitgaven zijn grotendeels het gevolg van de uitvoeringskosten van het CVZ met betrekking tot wanbetalers en onverzekerden.

  • Centraal Administratiekantoor – uitvoering compensatieregeling eigen risico Zvw

    Incidentele lagere realisatie, omdat besloten is vanaf 2010 de kosten die in jaar (t+1) worden gemaakt niet langer in de Aanwijzing jaar (t) maar in de Aanwijzing jaar (t+1) te laten meelopen.

  • Uitvoeringsorganen AWBZ inclusief CAK

    De kosten zijn gestegen als gevolg van een toename van het aantal PGB-houders, hetgeen van invloed is op de uitvoeringskosten.

14. OVERZICHT NIET-FINANCIËLE INFORMATIE OVER INSCHAKELING VAN EXTERNE ADVISEURS EN TIJDELIJK PERSONEEL (EXTERNE INHUUR)

Deze bijlage geeft een beeld van de uitgaven (voor baten-lastendiensten de kosten) voor inkoop van adviseurs en tijdelijk personeel (inhuur externen) conform de rijksbrede definitie in de Rijksbegrotingsvoorschriften 2011. Het betreft de inhuur externen bij het kerndepartement, de adviesraden, de inspecties, het SCP en de baten-lastendiensten.

Uitgaven Inhuur externen in 2010 (bedragen x € 1 000)

Programma- en apparaatskosten

 

1. Interim-management

2 361

2. Organisatie- en formatieadvies

1 126

3. Beleidsadvies

4 765

4. Communicatieadvisering

5 669

  

Beleidsgevoelig (som 1 t/m 4)

13 921

  

5. Juridisch advies

2 616

6. Advisering opdrachtgevers automatisering

10 967

7. Accountancy, financiën en administratieve organisatie

1 818

  

Beleidsondersteunend (som 5 t/m 7)

15 401

  

8. Uitzendkrachten (formatie & piek)

34 784

  

Ondersteuning bedrijfsvoering

34 784

  

Totaal uitgaven inhuur externen

64 107

Toelichting

Bovenstaand overzicht geeft een beeld van de uitgaven (voor de baten-lastendiensten de kosten) voor inkoop van adviseurs en tijdelijk personeel (inhuur externen) conform de rijksbrede definitie in de Rijksbegrotingsvoorschriften 2011.

Het percentage uitgaven inhuur externen bedraagt 17,4% 8 en is hoger dan de norm van 13%. Dit wordt vooral veroorzaakt door het aandeel van de inhuur van externen bij de grote baten-lastendiensten (RIVM, NVI, ACBG en CIBG).

Bij het RIVM is de totale externe inhuur in 2010 (€ 19,0 miljoen) gestegen ten opzichte van 2009 (€ 17,3 miljoen). Het inhuurpercentage is hierdoor uitgekomen op 16,9%. In 2009 bedroeg dit percentage 15,9%. Dit heeft vrijwel geheel te maken met de externe inhuur die voor het realiseren van verandertrajecten nodig is en de tijdelijke inhuur op vacatures bij uit te plaatsen onderdelen.

Bij het CIBG is de toename aan inhuur externen veroorzaakt door de tijdelijke inhuur van een fulltime communicatieadviseur, inzet van extra capaciteit in verband met sterke toename van het aantal meldingen aan Regionale Toetsingscommissies Euthanasie, inhuur van externe testcapaciteit voor de organisatie en het klantenloket elektronisch patiëntendossier, inhuur uitzendkrachten voor de uitrol UZI-passen en certificaten, extra werklast Toelating Zorginstellingen en externe ondersteuning bedrijfsvoering.

De realisatie bij het NVI is in 2010 op 28,3% uitgekomen. Dit is hoger dan in de begroting en het jaarplan is voorzien. Door het stringente personeelsbeleid en de verhoogde uitstroom richting RIVM moet NVI meer externe inhuur plegen voor reguliere activiteiten. Daarnaast is de inhuur van specifieke expertise voor de transitie groter dan voorzien.

15. LIJST VAN GEBRUIKTE AFKORTINGEN

ABP

Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds

ACBG

Agentschap College ter Beoordeling van Geneesmiddelen

AWBZ

Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten

AWIR

Algemene Wet Inkomensafhankelijke Regeling

AZR

AWBZ-brede zorgregistratie

BES

Bonaire, Sint Eustatius en Saba

BIG

Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg

BIKK

Bijdrage in de kosten van kortingen

BKZ

Budgettair Kader Zorg

BMC

Bureau Medicinale Cannabis

Bopz

Wet Bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen

BOS

Regeling Buurt, Onderwijs en Sport

BPA

Business Proces Analysis

BZK

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, ministerie

van -

C2000

Communicatie 2000

CAK

Centraal Administratie Kantoor

CAO

Collectieve arbeidsovereenkomst

CBOG

College voor de Beroepen en Opleidingen in de Gezondheidszorg

CBS

Centraal Bureau voor de Statistiek

CBZ

College bouw zorginstellingen

CCMO

Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek

CEP

Centraal Economisch Plan

CGL

Centrum voor Gezond Leven

CIBG

Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg

CIZ

Centrum Indicatiestelling Zorg

CJIB

Centraal Justitieel Incasso Bureau

CPB

Centraal Planbureau

CQ

Consumer Quality

CSZ

Commissie sanering ziekenhuisvoorzieningen

CVB

Centrum Bevolkingsonderzoek

CVZ

College voor Zorgverzekeringen

dbc

diagnosebehandelcombinatie

DCP

Decentrale Procedure

DigiBoB

Digitaal BevolkingsOnderzoek Borstkanker

DOT

Dbc’s Op weg naar Transparantie

EC-MO

Expertise Centrum MobiliteitsOrganisatie

EL&I

Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, ministerie van -

EMGO

Extramuraal Geneeskundig Onderzoek

EMU

Europese Monetaire Unie

epd

Elektronisch patiëntendossier

ESF

Europees Sociaal Fonds

Farmatec

Farmacie en medische technologie

FES

Fonds Economische Structuur

FLO

Functioneel Leeftijdsontslag

FPU

Flexibel Pensioen en Uittreden

fte

fulltime equivalent

Fzo

Fonds ziekenhuisopleidingen

GGD

Gemeentelijke Gezondheidsdienst

ggz

Geestelijke gezondheidszorg

GSK

GlaxoSmithKline

GVS

Geneesmiddelen Vergoeding Systeem

HARM

Hospital Admissions Related to Medication

HBO

Hoger Beroepsonderwijs

HGIS

Homogene Groep Internationale Samenwerking

HIV

Human Immunodeficiency Virus

HPV

Humaan Papillomavirus

HSMR

Hospital Standardised Mortality Rate

IB

Informatiebeveiliging

IBO

Interdepartementaal Beleidsonderzoek

IC

Interdepartementale Commissie

ICBR

Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst

ICD

International Classification of Diseases

ICT

Informatie- en CommunicatieTechnologie

IenM

Infrastructuur en Milieu, ministerie van -

IGZ

Inspectie voor de Gezondheidszorg

IODAD

Interdepartementaal Overleg Departementale Auditdiensten

IT

Informatietechnologie

J&G

Jeugd en Gezin

JOGG

Jongeren op Gezond Gewicht

KEMA

Keuring van Elektrotechnische Materialen

KNGF

Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie

KNMG

Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst

KNMP

Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie

Lareb

Landelijke registratie en evaluatie bijwerkingen

LEBA

Landelijke Evaluatie Bevolkingsonderzoek naar Baarmoederhalskanker

LSP

Landelijk Schakel Punt

MANP

Masteropleidingen Advanced Nursing Practice

MBO

Maatschappelijk Betrokken Ondernemen

MBO

Middelbaar Beroepsonderwijs

MDFT

Multidimensionele Familietherapie

MEE

Vereniging voor ondersteuning bij leven met een beperking

METC

Medisch Ethische Commissie

MEV

Macro Economische Verkenning

MOgroep

Maatschappelijk Ondernemers groep

MPA

Masteropleiding Physician Assistant

MRP

Mutual Recognition Procedure

MSRC

Medisch Specialisten Registratie Commissie

NAD

Nationaal actieprogramma Diabetes

NASB

Nationaal Actieplan Sport en Bewegen

NDF

Nederlandse Diabetes Federatie

NFU

Nederlandse Federatie Universitair Medische Centra

NIOD

Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie

NIVEL

Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg

NIZW

Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn

NKI

Nederlands Kanker Instituut

NMT

Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Tandheelkunde

NNGB

Nederlandse Norm Gezond Bewegen

NOC*NSF

Nederlands Olympisch Comité*Nederlandse Sport Federatie

NPCF

Nederlands Patiënten Consumenten Federatie

NTS

Nederlandse Transplantatie Stichting

NVI

Nederlands Vaccin Instituut

nVWA

nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit

NVZ

Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen

NZa

Nederlandse Zorgautoriteit

OBiN

Ongevallen en Bewegen in Nederland

OCW

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, ministerie van -

OD

Operationele doelstelling

OM

Openbaar Ministerie

OMS

Orde van Medisch Specialisten

OVA

Overheidsbijdrage in de arbeidsontwikkeling

P&C

Planning en control

p*q

Price*Quality

PA

Physician assistant

PGB

Persoonsgebonden budget

PGO

Patiënten-, Gehandicaptenorganisaties en Ouderenbonden

POLS

Permanent Onderzoek Leefsituatie

PUR

Pensioen- en Uitkeringsraad

Q-koorts

Query fever

RAD

Rijksauditdienst

RAK

Reserve Aanvaardbare Kosten

RHB

Rijkshoofdboekhouding

RIBIZ

Registratie en Informatie Beroepsbeoefenaren In de Zorg

RIVM

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

RSV

Respiratoir Syncytieel Virus

RTE

Regionale Toetsingcommissies Euthanasie

RVB

Raad van Bestuur

RVP

Rijksvaccinatieprogramma

RWT

Rechtspersoon met een Wettelijke Taak

SAIP

Stichting Administratieve Indonesische Pensioenen

SBOH

Stichting Beroepsopleiding Huisartsen

SCP

Sociaal Cultureel Planbureau

SEH

Spoedeisende hulp

SGBO

Sociaal- geografisch en bestuurskundig onderzoek

SiSa

Single Information, Single Audit

SKGZ

Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen

SNPG

Stichting Nationaal Programma Grieppreventie

soa

Seksueel overdraagbare aandoening

Stb.

Staatsblad

STIP

Stroomlijning Indicatieprocessen

SVB

Sociale Verzekeringsbank

SVOP

Strategisch Vaccin Onderzoek Programma

SZW

Sociale Zaken en Werkgelegenheid, ministerie van -

Tbo

Tijdsbestedingsonderzoek

TBU

Tijdelijk besluit tegemoetkoming buitengewone uitgaven

TI Pharma

Top Institute Pharma

TK

Tweede Kamer

TNO

Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek

TSZ

Tegemoetkoming Specifieke Zorgkosten

UMC

Universitair Medisch Centrum

UNODC

United Nations Office on Drugs and Crime

USK

Uniform Subsidie Kader

UWV

Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen

UZI

Unieke Zorgverlener Identificatie

VIA

VWS Informatie Adressen

VMS

Veiligheidsmanagementsysteem

VN

Verenigde Naties

VNG

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

VRM

Vasculair risicomanagement

VS

Verpleegkundig Specialisten

VTV

Volksgezondheid Toekomst Verkenning

VVT

Verpleging, Verzorging en Zorg Thuis

VWS

Volksgezondheid, Welzijn en Sport, ministerie van -

W&MD

Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening

Wbp

Wet bescherming persoonsgegevens

Wcz

Wet cliëntenrechten zorg

WfZ

Waarborgfonds voor de Zorgsector

WK

Wereld Kampioenschappen

WMG

Wet marktordening gezondheidszorg

Wmo

Wet maatschappelijke ondersteuning

WO

Wereldoorlog

WOPT

Wet Openbaarmaking Publiek gefinancierde Topinkomens