8 Beleidscoherentie voor ontwikkeling

Aan de orde is het tweeminutendebat Beleidscoherentie voor ontwikkeling (CD d.d. 06/07).

De voorzitter:

Nu de bel heeft geklonken, gaan we door naar het tweeminutendebat Beleidscoherentie voor ontwikkeling, naar aanleiding van een commissiedebat dat is gehouden op 6 juli. Ik heet iedereen natuurlijk weer van harte welkom, ook de minister, die nog steeds bij ons is. De eerste spreker staat al klaar. Er zijn ook een aantal nieuwe sprekers bij gekomen. 12.00 uur is een harde deadline. Dan moeten we echt stoppen, dus we hebben hier een halfuur max voor. De heer Hammelburg, D66, krijgt het woord.

De heer Hammelburg (D66):

Dank u wel, voorzitter. Ik vrees dat wij de komende jaren nog door blijven akkeren over beleidscoherentie in het beleid dat alle ministeries voeren als het gaat over de activiteiten van Nederland in het buitenland. Bedrijfsactiviteiten en economische activiteiten van Nederlandse bedrijven in het buitenland zorgen voor uitstoot, terwijl we op hetzelfde moment geld uitgeven voor klimaatadaptatie zonder na te denken over de relatie tussen beide, om maar eens een voorbeeld te noemen. Hetzelfde geldt voor landen waarmee we handelsbevordering hebben, terwijl we tegelijkertijd zien dat er vreselijke mensenrechtenschendingen zijn. Telkenmale blijven we doorgaan met handelsbevordering terwijl er sprake is van vervolging van minderheidsgroepen, om maar eens wat te noemen. Daar zijn een aantal praktische voorbeelden van. Een daarvan is wat er is gebeurd in Uganda met de vervolging van lhbtqi+, waarna we wel gewoon door blijven gaan met onze handelsinstrumentaria.

Vandaar de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat de regering in gevallen van grove mensenrechtenschendingen onjuiste afwegingen heeft gemaakt, bijvoorbeeld rondom het WK voetbal in Qatar en het aannemen van de anti-lhbtiq+-wet in Uganda;

van mening dat bij grootschalige mensenrechtenschendingen in derde landen waar Nederland een handelsrelatie mee heeft nooit sprake kan zijn van conditionaliteit (het volledig stilleggen van ontwikkelingssamenwerking/handelsrelaties), maar veel kritischer moet worden bekeken of handelsbevorderingsinstrumenten moeten worden stopgezet;

verzoekt de regering in dergelijke situaties waarin grootschalige mensenrechtenschendingen plaatsvinden het lokale maatschappelijk middenveld te betrekken en hun input zeer zwaar mee te laten wegen bij het bepalen van de reactie van Nederland in het bezien of handelsbevorderingsinstrumenten moeten worden stopgezet,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Hammelburg.

Zij krijgt nr. 82 (36180).

Dank u wel, meneer Hammelburg, voor uw inbreng namens D66. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is de heer Jasper van Dijk namens de SP.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Voorzitter. Op mondiaal niveau ontwijkt het grootbedrijf ongeveer 300 miljard euro aan belasting. Dat is nou puur onrecht. Daarom heb ik een motie om daar wat aan te doen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ontwikkelingslanden, mede door Nederlandse belastingconstructies, miljarden aan belastinggeld per jaar mislopen en dat onderhandelingen in de OESO niet leiden tot een krachtige aanpak hiervan;

overwegende dat in de Verenigde Naties een resolutie van 54 Afrikaanse landen met grote steun, waaronder van Nederland, is aangenomen die democratische besluitvorming over mondiale belasting bij de VN legt;

verzoekt de regering om uit te spreken dat de VN, en niet de OESO, de aangewezen plek is voor mondiale belastingvraagstukken;

verzoekt de regering om zich in internationaal verband in te zetten voor de uitvoering van de VN-resolutie met als einddoel een VN-belastingorgaan waarbinnen mondiale belastingafspraken worden gemaakt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Jasper van Dijk.

Zij krijgt nr. 83 (36180).

Ik dacht dat er nog een motie kwam, want u had nog een papiertje, maar dat is niet zo. Dan dank ik u voor uw inbreng namens de SP. Dan is de volgende spreker van de zijde van de Kamer een spreekster, namelijk mevrouw Van der Graaf namens de ChristenUnie.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):

Dank u wel, mevrouw de voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering zich tot doel heeft gesteld om sociale omstandigheden, zoals gezonde arbeidsomstandigheden en het terugdringen van kinderarbeid, wereldwijd te verbeteren;

verzoekt de regering om de sociale dimensie uit te werken tot een apart subdoel met indicatoren binnen het Actieplan beleidscoherentie en hierover te rapporteren in de jaarrapportage beleidscoherentie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Graaf.

Zij krijgt nr. 84 (36180).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het Nationaal Contactpunt voor de OESO-richtlijnen (NCP) in een analyse van de voorstellen van de Europese Commissie, de Europese Raad en het Europees Parlement van de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) de zorg uit dat de CSDDD zal leiden tot een "verwatering" van de OESO-richtlijnen en waarschuwt voor een "ernstig afbreukrisico";

verzoekt de regering om de NCP-analyse te delen met de onderhandelaars van de Europese Commissie, de Europese Raad en het Europees Parlement in de triloog;

verzoekt de regering om zich in de triloog tot het uiterste in te spannen om de NCP-zorgen ten aanzien van het niet voldoen aan de OESO-richtlijnen te adresseren in de onderhandelingen en te streven naar Europese imvo-wetgeving die in lijn is met de OESO-richtlijnen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Graaf.

Zij krijgt nr. 85 (36180).

Dank u wel, mevrouw Van der Graaf, voor uw inbreng namens de ChristenUnie. Ik hoop dat uw stem het de rest van de dag nog volhoudt.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):

Dat hoop ik ook.

De voorzitter:

Ik zag dat u er nog een heel aantal heeft vandaag. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is de heer Klink, VVD.

De heer Klink (VVD):

Voorzitter. Het is al bijna vier maanden geleden dat we dit commissiedebat hebben gehad, dus dat is echt een hele tijd geleden. Toen zag de wereld er in die zin heel anders uit.

In de afgelopen tweeënhalf jaar heb ik in de debatten over buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking steeds iets ingebracht over voedselzekerheid. Tien dagen geleden was het Wereldvoedseldag. In dat kader dien ik een motie in over voedselzekerheid.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een groot aantal mensen in ontwikkelingslanden een gebrek aan voedsel- en voedingszekerheid ervaart, en dat dit aandeel stijgt;

constaterende dat het ministerie van LNV de internationale duurzame landbouwstrategie ontwikkelt;

overwegende dat de Nederlandse agrofoodsector een belangrijke rol kan spelen bij de agrarische ontwikkeling van landen in het mondiale Zuiden en zodoende bijdraagt aan voedselzekerheid;

overwegende dat duurzame ontwikkeling van agroketens in Sub-Sahara-Afrika nu al onderdeel is van het mandaat van de landbouwraden en de landbouwattachés;

verzoekt de regering om in een herziening van het actieplan indicatoren op te nemen die meten in welke mate de Nederlandse agrofoodsector bijdraagt aan duurzame ontwikkeling van voedsel- en voedingszekerheid in ontwikkelingslanden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Klink.

Zij krijgt nr. 86 (36180).

Dank u wel, meneer Klink, voor uw inbreng namens de VVD. We zijn toe aan de laatste spreker van de zijde van de Kamer voor dit tweeminutendebat. Dat is de heer Thijssen namens de PvdA en GroenLinks.

De heer Thijssen (PvdA):

Dank, voorzitter. Het was een superbelangrijk debat. Dat hebben we ook al in het debat gezegd. De regering moet niet met de ene hand iets geven en het met de andere hand weer wegnemen. Het is dus goed dat we dit debat hebben gehad. Het is goed dat er een strategie ligt, alleen ook hierover heeft mijn fractie wel ingebracht dat het iets concreter mag. Er mag een concreter doel zijn. Er mogen ook concretere actiepunten zijn, zodat we ieder jaar kunnen zien of we nou progressie maken. Om niet alleen maar te zeggen dat dit moet, hebben we ook een oplossing, namelijk om de Spillover Index als doelstelling te nemen. Daarom hebben we de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland op de vijfde plek van onder staat in de Spillover Index;

overwegende dat hieruit blijkt dat Nederland een relatief grote negatieve impact heeft op omgevings- en sociale factoren in andere landen;

verzoekt de regering om zichzelf de doelstelling te geven om in het komende jaar in ieder geval tien plekken te stijgen in deze Spillover Index;

verzoekt de regering hiervoor een beleidsplan op te stellen, en deze zo snel mogelijk met de Kamer te delen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Thijssen.

Zij krijgt nr. 87 (36180).

De heer Thijssen (PvdA):

Over het verzoek wat betreft de stijging in de index zeg ik dat het ook meer mag zijn; dat lijkt me heel mooi.

Totdat we die Spillover Index tot doelstelling van het beleid hebben verheven, hebben we in ieder geval de SDG-toets, die bij allerlei wetten gedaan moet worden. We zien alleen dat dit bij een heleboel wetten niet gebeurt. Aangezien de minister heeft toegezegd dat ze met allerlei ministers in gesprek gaat over beleidscoherentie, is dit volgens mij een heel mooi punt om mee te nemen. Dat heb ik dus nog even in een motie gezet.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de SDG-toets op allerlei beleidsstukken en wetten uitgevoerd dient te worden als deze impact hebben op OS-landen;

constaterende dat het niet altijd inzichtelijk is of de SDG-toets daadwerkelijk wordt toegepast;

verzoekt de regering om dit inzichtelijker te maken door van de toegezegde gesprekken van de betrokken bewindslieden die ieder half jaar over onder andere de SDG-toets worden gevoerd, een verslag aan de Kamer te doen toekomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Thijssen.

Zij krijgt nr. 88 (36180).

De heer Thijssen (PvdA):

Ik zeg er overigens bij: dank voor de toegezegde gesprekken.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Thijssen, voor uw inbreng namens de PvdA en GroenLinks. Ik schors de vergadering tot 11.45 uur. Dan gaan we door met de beantwoording en de appreciatie.

De vergadering wordt van 11.38 uur tot 11.45 uur geschorst.

De voorzitter:

Aan de orde is het tweeminutendebat Beleidscoherentie voor ontwikkeling, naar aanleiding van een commissiedebat gehouden op 6 juli. We hebben net de inbreng van de zijde van de Kamer gehad. Er zijn zeven moties ingediend. De minister zie ik klaarstaan voor de appreciatie daarvan.

Minister Schreinemacher:

Dank u wel, voorzitter. Inderdaad is dit debat al een tijdje geleden gevoerd, maar het is heel belangrijk. Dus ik ben blij dat we nog dit tweeminutendebat hier hebben. Ik ga naar de moties en begin met de motie op stuk nr. 82 van de heer Hammelburg. Dit is uitgebreid in het debat aan de orde gekomen. Toen heb ik dit ook niet toegezegd en daarom ontraad ik deze motie. Het kabinet zet zich in Qatar, Uganda en vele andere landen in voor mensenrechten. Ik herken dus ook het beeld van de onjuiste afwegingen in de motie niet.

De voorzitter:

Dus: ontraden, met verwijzing naar het debat. Ik kijk even naar de heer Hammelburg. Ik ga het debat echt niet overdoen. We hebben nog tien minuten, maar ik vind het ook wel netjes dat we allemaal om 12.00 uur er zijn. Als u een vraag heeft over de toelichting, dan kan dat, maar we doen niet het debat opnieuw.

De heer Hammelburg (D66):

Deze motie ontkent niet dat Nederland inzet op mensenrechten, ook in Uganda en ook in heel veel andere landen, maar in het geval van nieuwe wetgeving over lhbtiq+ en de homovervolging in Uganda is er bijna geen actie ondernomen door Nederland, behalve door één project van de overheid stop te zetten, terwijl we blijven bevorderen dat Nederlandse bedrijven daar zonder enige schroom handel drijven. Daar heb ik wel grote bezwaren tegen en grote moeite mee. Dat is waar we het over hebben.

De voorzitter:

U heeft uw punt gemaakt.

Minister Schreinemacher:

Er is een heel belangrijk project stopgezet in Uganda. Dat neemt de Ugandese overheid ook niet licht op. Ik vind ook niet dat wij daar heel kinderachtig over moeten doen. Als wij stoppen met handelsbevordering, kunnen we ook niet meer meehelpen aan lokale economische ontwikkeling in landen als Uganda. Dus ik blijf bij "ontraden".

De voorzitter:

We noteren "ontraden" bij de motie op stuk nr. 82. Dan de motie op stuk nr. 83.

Minister Schreinemacher:

De motie op stuk nr. 83, van de heer Jasper van Dijk, ontraad ik ook. Dat doe ik niet omdat we niet ook naar een rol voor de VN willen kijken. Maar op dit moment zijn er meer dan 140 landen die meedoen in de OESO aan deze regels. We kijken nog hoe daar de inclusiviteit verder kan worden verbeterd. Het is voor ons dus eigenlijk en-en. We willen heel graag vasthouden aan de OESO. We willen het niet verplaatsen van de OESO naar de VN. We willen het bij de OESO houden, maar we willen ook dat de VN hier een belangrijke rol zal spelen. Om het nu helemaal te verplaatsen naar de VN zien wij niet als effectief. Bij die meer dan 140 landen zitten ook veel ontwikkelingslanden.

De voorzitter:

Dan noteren wij bij de motie op stuk nr. 83: ontraden.

De motie op stuk nr. 84.

Minister Schreinemacher:

De motie-Van der Graaf op stuk nr. 84: oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 84: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 85.

Minister Schreinemacher:

De motie-Van der Graaf op stuk nr. 85 geef ik ook oordeel Kamer. Ik wil daar wel bij aantekenen dat wij de NCP-analyse al hebben gedeeld met relevante partijen aan de onderhandelingstafel, maar we hebben daar ook onze appreciatie bij gegeven. Want we hebben natuurlijk ook de appreciatie naar de Kamer gestuurd en wij zijn het niet honderd procent eens met die analyse. Ik vind dat wel belangrijk om nog te vermelden. We hebben de NCP-analyse daar niet als ons eigen standpunt ingebracht.

De voorzitter:

Dank voor die toelichting. Dan noteren we bij de motie op stuk nr. 85: oordeel Kamer. Ik zie dat dat toch tot een vraag leidt bij mevrouw Van der Graaf. Mevrouw Van der Graaf, ChristenUnie, kort.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):

Dat is goed. Begrijp ik dan goed dat de minister echt van plan is om die zorgen stevig te adresseren en om ernaar te streven dat wat er nu ligt, toch in een betere richting gedreven wordt, zodat dat meer in lijn met de OESO komt?

Minister Schreinemacher:

Conform het BNC-fiche heeft het kabinet zich vóór de NCP-analyse ingezet om geheel te voldoen aan de OESO-richtlijnen. Ook daarna blijven we dat doen.

De voorzitter:

Dank voor die toelichting. De motie op stuk nr. 85 heeft daarmee oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 86.

Minister Schreinemacher:

Oordeel Kamer.

De voorzitter:

Oordeel Kamer voor de motie op stuk nr. 86.

Minister Schreinemacher:

Althans, als ik de motie mag opvatten als een inspanningsverplichting om te kijken of en hoe dergelijke indicatoren kunnen worden ontwikkeld, en de Kamer over de voortgang te informeren. Meer doen is op dit moment gewoon heel lastig. We hebben dat ook met de collega's bij LNV overlegd. Ik zie het dus als een inspanningsverplichting voor het kabinet.

De voorzitter:

Ik kijk even naar de heer Klink. Ik zie hem knikken. Met die lezing noteren we bij de motie op stuk nr. 86: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 87.

Minister Schreinemacher:

De motie op stuk nr. 87 ontraad ik; daarbij verwijs ik ook naar het debat. Dat komt eigenlijk doordat de Spillover Index over zo veel meer gaat. Die gaat ook over nationaal beleid. Daar hebben we het ook tijdens het debat uitgebreid over gehad. Ik denk niet dat we hiermee kunnen meten hoe Nederland het doet op beleidscoherentie voor ontwikkeling, omdat ook heel veel indicatoren in die Spillover Index gaan over nationaal beleid, over obesitas en over de elderly poverty rate. Die lijkt me dus gewoon geen goede graadmeter voor hoe wij het doen in de beleidscoherentie.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 87 is dus ontraden onder verwijzing naar de discussie in het debat en de nadere toelichting.

De motie op stuk nr. 88.

Minister Schreinemacher:

De motie op stuk nr. 88 wil ik ontraden, want ik ga geen verslagen van gesprekken tussen ministers naar de Kamer sturen. Wat ik wél wil doen — ik heb namelijk toegezegd om één keer in het halfjaar met mijn collega's te spreken — is in de reguliere jaarrapportage beleidscoherentie over die gesprekken rapporteren. Maar ik ga geen gespreksverslagen naar de Kamer sturen. Ik weet niet of we op die manier nog tot iets kunnen komen.

De heer Thijssen (PvdA):

Dat lijkt me heel logisch. Dan pas ik de motie daarop aan, maar dan heb ik wel de vraag of we dan dus ook gerapporteerd kunnen krijgen wat de wetten zijn die eraan komen en of daar wel of niet een SDG-toets van toepassing is. Dat is namelijk heel vaak fout gegaan.

Minister Schreinemacher:

Ik zit even te denken of ik nu in de beleidscoherentie alle concrete wetten die er in een halfjaar aan komen, allemaal kan opnemen. Dat kan ik nu niet toezeggen, nee. Dan kan ik de motie dus niet "oordeel Kamer" geven.

De voorzitter:

De heer Thijssen, tot slot.

De heer Thijssen (PvdA):

Ik ga het nog even proberen, want de SDG-toets moet al gedaan worden op nieuwe wetten.

Minister Schreinemacher:

Ja.

De heer Thijssen (PvdA):

We zien alleen in de rapportage dat dat bij een aantal wetten niet goed is gegaan. Het lijkt me dus heel logisch dat als de minister praat met haar collega's, ze dan zegt: dat komt eraan en doe je wel even een SDG-toets, want volgens mij moet die worden gedaan.

Minister Schreinemacher:

Dat zal ik bespreken. Ik wil ook rapporteren over wat ik heb besproken, maar ik ga daarvan niet een heel overzicht geven voor alle wetten die eraan komen, want zo'n beleidscoherentieverslag wordt dan gewoon een hele bundel. Volgens mij begrijpen we elkaar. Maar ik ga niet rapporteren wat er precies over elk wetsvoorstel gezegd is. Het lijkt me ook niet aan mij om dat over al mijn collega's aan de Kamer te rapporteren. Ik vind ook dat er daarvoor een zelfstandige verantwoordelijkheid ligt. Ik coördineer. Ik wil ze daar heel graag op wijzen en graag vertellen wat ik met ze heb besproken, maar ik ga niet alle wetsvoorstellen opnemen in die rapportage.

De voorzitter:

Heel kort, meneer Thijssen.

De heer Thijssen (PvdA):

Heel kort. Dat snap ik, maar er is natuurlijk ook een aantal wetten waarvan ik me kan voorstellen dat die wel op de radar van het ministerie van deze minister staan en waarvan zij zoiets heeft van: "Hé, heb je een check gedaan of je die SDG-toets moet doen? Want volgens mij moet dat."

Minister Schreinemacher:

Dat ga ik dan in de gesprekken aan de orde stellen.

De heer Thijssen (PvdA):

Precies, en daar krijgen we dan een verslag van. Dan krijgt de motie op stuk nr. 88 dus oordeel Kamer, lijkt me.

Minister Schreinemacher:

Dan begrijpen we elkaar, volgens mij.

De voorzitter:

Dan toch nog even heel concreet over de motie.

Minister Schreinemacher:

De motie op stuk nr. 88 krijgt dan oordeel Kamer.

De voorzitter:

Die krijgt dan oordeel Kamer. Maar komt er nog een gewijzigde motie of hoeft er niet meer gewijzigd te worden? Ik kijk even naar de minister met de vraag: zijn de lezing en de discussie voldoende geweest om 'm oordeel Kamer te geven of verwacht u nog een gewijzigde motie? Ik check het even, want het gaat vandaag natuurlijk druk zijn, dus we moeten ervoor zorgen dat we geen misverstanden krijgen.

Minister Schreinemacher:

Het is een verslag, en geen gespreksverslag.

De voorzitter:

Dan noteren we hierbij dat het verslag nadrukkelijk geen gespreksverslag is, maar dat u er verslag van doet. Op die wijze krijgt de motie op stuk nr. 88 oordeel Kamer en kan die in stemming gebracht worden.

Minister Schreinemacher:

Ja.

De voorzitter:

Dank voor die duidelijkheid. Ik wilde eigenlijk afsluiten, maar ik zie mevrouw Van der Graaf nog naar voren komen. O, ze heeft geen interruptie. Dan zijn we hiermee, keurig op tijd en voor 12.00 uur, aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik nodig u allemaal uit om naar de Statenpassage te gaan om daar te vieren dat het 175 jaar geleden is dat we een grondwetswijzing hadden. Diegenen die er niet bij kunnen zijn, kunnen het via een livestream bekijken. Ik schors de vergadering tot 13.20 uur. Dan gaan we beginnen met het afscheid van collega Van Wijngaarden. Meteen aansluitend volgt de eerste set stemmingen.

De vergadering wordt van 11.58 uur tot 13.24 uur geschorst.

Naar boven