Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-2020nr. 16, item 17

17 Energiebesparing/Evaluatie Proeftuinen Aardgasvrije Wijken/bijna energieneutrale gebouwen

Aan de orde is het VAO Energiebesparing/Evaluatie Proeftuinen Aardgasvrije Wijken/bijna energieneutrale gebouwen (BENG-eisen) (AO d.d. 03/07).

De voorzitter:

Aan de orde is het VAO Energiebesparing/Evaluatie Proeftuinen Aardgasvrije Wijken/bijna energieneutrale gebouwen. Ik heet de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van harte welkom.

Ik geef mevrouw Van Eijs namens D66 het woord. Spreektijden zijn precies twee minuten.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Dank u wel, voorzitter. Ik heb de afgelopen tijd veel moties ingediend en veel vragen gesteld over de bijna-energieneutralegebouwennorm. Dit is een flinke stap vooruit, maar we blijven ambitieus. Vandaar ook de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering voornemens is om de primaire energiefactor, de PEF, aan te passen van 2,56 naar 1,45 en de kans op een snelle aanpassing van de nieuwe factor niet aanwezig acht;

constaterende dat het verondersteld rendement van het landelijke elektriciteitsnet hierdoor is bijgesteld van 39% naar 69%;

overwegende dat lidstaten in de Europese Unie waardes tussen de 1,0 en 3,5 hanteren voor de PEF;

overwegende dat door de verlaging van de PEF installaties beter voor het klimaat worden beoordeeld, waardoor energielasten voor consumenten mogelijk toenemen;

verzoekt de regering om te monitoren hoe het gerealiseerde rendement waarop de PEF gebaseerd is, zich ontwikkelt, en de Kamer hierover jaarlijks te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Eijs. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 680 (30196).

Mevrouw Van Eijs (D66):

Voorzitter. Twee weken geleden was er een prachtige uitzending van Tegenlicht over houtbouw, en dat samen met een aantal zaken die ik de afgelopen jaren heb gehoord, heeft mij gebracht tot de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er vanwege de stikstofuitspraak en de CO2-reductie moet worden gezocht naar oplossingen in alle sectoren;

overwegende dat bouwen met hout een manier is om CO2 langdurig op te slaan, en zo bijdraagt aan het terugbrengen van CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving;

overwegende dat innovatieve nieuwe concepten in houtbouw kunnen bijdragen aan minder uitstoot van stikstof en sneller terugdringen van woningtekorten;

verzoekt de regering in kaart te brengen wat de bijdrage van grootschalige bouw in hout kan zijn voor het stikstofprobleem, klimaatverandering en woningtekort, en de Kamer hierover in het voorjaar van 2020 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Eijs. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 681 (30196).

De voorzitter:

Dank u wel.

Dan geef ik nu het woord aan de heer Koerhuis namens de VVD.

De heer Koerhuis (VVD):

Voorzitter. Een goede en betaalbare woning is belangrijk voor iedereen. Daarom moet ook het verplichte energielabel betaalbaar zijn. Wij waren geschrokken van het bericht dat de minister een nieuw energielabel in wil voeren. Dit label is duur en jaagt eigenwoningbezitters onnodig op kosten. Dat komt omdat volgens dit voorstel zij niet langer zelf een energielabel mogen aanvragen, maar dat door een dure expert moeten laten doen. Daarom de volgende twee moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat de prijs voor het nieuwe energielabel niet te hoog mag zijn voor woningeigenaren;

overwegende dat de minister met partijen uit de sector oplossingsrichtingen voor een betaalbaar energielabel verkent;

overwegende dat onvoldoende beschikbaarheid van energieprestatie-adviseurs de prijs van een energielabel doet stijgen;

overwegende dat de veranderde Europese richtlijnen voor energielabels ook voor de andere Europese landen gelden;

verzoekt de regering om een juridische analyse te doen naar de EU-richtlijnen om in kaart te brengen wat er volgens de richtlijn moet en daarbij ook een vergelijking te maken met andere EU-landen waaruit duidelijk wordt hoe zij uitvoering geven aan de richtlijnen, en de Kamer hierover te informeren voor het einde van het jaar;

verzoekt de regering tevens om samen met de sector concrete maatregelen voor een betaalbaar energielabel te ontwikkelen, en de Kamer hierover te informeren voor de einde van het jaar,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Koerhuis. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 682 (30196).

De heer Koerhuis (VVD):

Dan mijn tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een digitaal woondossier bijdraagt aan een toegankelijk en betaalbaar energielabel voor woningen;

overwegende dat de minister met consumentenorganisaties en bouwpartijen de exacte inhoud en vorm van dit digitale dossier beziet;

verzoekt de regering om in het najaar een plan met daarbij een tijdlijn voor de ontwikkeling en invoering van een digitaal woondossier te ontwikkelen, en de Kamer hierover te informeren voor het einde van het jaar,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Koerhuis. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 683 (30196).

Dank u wel, meneer Koerhuis. Dan geef ik nu het woord aan de heer Ronnes namens het CDA.

De heer Ronnes (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Na een mooi debat in het AO heb ik nog twee punten die ik via een motie wil inbrengen. Dat betreft allereerst de innovaties in relatie tot de BENG.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat BENG-eisen niet innovaties, zoals de verwarming met infrarood of aquathermie, zouden moeten remmen;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe bij de toepassing en uitvoering van de BENG-eisen innovaties verder gestimuleerd kunnen worden;

verzoekt de regering tevens duidelijk te communiceren waar de hier bedoelde partijen met innovaties zich kunnen melden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ronnes. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 684 (30196).

De heer Ronnes (CDA):

Dan ligt er een grote taak voor de woningbouwcorporaties als het gaat om verduurzaming van woningen. Continuïteit ook vanuit de overheid is daarbij wel van belang. Vandaar de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het budget voor de Regeling Vermindering Verhuurderheffing voor duurzaamheidsmaatregelen voor de periode 2019 tot 2021 slechts 156 miljoen euro bedroeg, hetgeen zeer ontoereikend bleek;

overwegende dat corporaties bij verduurzamingsmaatregelen een forse onrendabele top kennen en daardoor zeer gebaat zijn bij gebruik van de Regeling Vermindering Verhuurderheffing voor duurzaamheidsmaatregelen;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe corporaties zekerheid en continuïteit geboden kunnen worden ten aanzien van heffingsverminderingen in relatie tot verduurzamingsmaatregelen, en de Kamer daarover spoedig te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ronnes. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 685 (30196).

De heer Ronnes (CDA):

Dank je wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Ronnes. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van der Lee namens GroenLinks.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Ook ik was, net als mevrouw Van Eijs, afgelopen week bij de Dutch Design Week. Het is echt een aanrader om te bezoeken. Ik heb ook de Tegenlicht-documentaire gezien. Ik heb een motie geschreven die complementair is aan die van haar.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in de gebouwde omgeving nog grote stappen te zetten zijn om duurzamer te bouwen en zo de CO2-uitstoot verder te beperken;

overwegende dat veel woningen gebouwd worden met beton en dat de betonproductie ongeveer 8% bijdraagt aan de totale uitstoot van CO2;

overwegende dat voor de langere termijn bouwen met duurzaam hout goedkoper is, beton veel energie kost om te produceren en bouwen met duurzaam hout bijdraagt aan een lagere CO2-uitstoot in de bouw;

verzoekt de regering om te onderzoeken hoe het gebruik van duurzaam hout in de bouw bevorderd kan worden en hiermee ook in het kader van de proeftuinwijken actief te experimenteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Lee. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 686 (30196).

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Ik maak van de gelegenheid gebruik om ook nog even een andere vraag te stellen, over een eerder door mij ingediende en aangenomen motie. Die ging over het verlagen van de temperatuur van tapwater. Daar is een wettelijke norm voor, van 55°C. Na het aannemen van die motie is er in opdracht van BZK onderzoek uitbesteed. Ik heb op de website van Gawalo gelezen — Gawalo staat voor "gas, water en loodgieter" en het is een opleiding voor installateurs — dat het onderzoek inmiddels voltooid is. Uit dat onderzoek blijkt dat de temperatuureis voor tapwater inderdaad omlaag kan. Ik zou graag van de staatssecretaris die de minister vervangt, willen horen welke acties het ministerie nu gaat inzetten, in opvolging van dit onderzoek en de aangenomen motie.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van der Lee. Tot slot geef ik het woord aan de heer Nijboer namens de PvdA.

De heer Nijboer (PvdA):

Dank u wel, voorzitter. Woningcorporaties in de regio willen vaak dat hun huurders de mogelijkheid hebben om duurzame energie te gebruiken, maar de wet voorziet erin dat het allemaal heel dichtbij moet gebeuren. Hier in zo'n stad als Den Haag snap je dat wel, want dan moet het een beetje in de buurt en kan het niet kilometers verderop, maar de staatssecretaris weet ook dat in de regio 100 meter heel anders is dan in de stad: dat is heel nabij. Zo wil een woningcorporatie in Zuidbroek zonnepanelen aanleggen, zodat de huurders een lagere energierekening kunnen krijgen. 50 organisaties in Groningen hebben zich al achter hun oproep geschaard, en die oproep leg ik vandaag aan de Kamer voor bij motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat woningcorporaties nu niet kunnen investeren in duurzame-energieprojecten die niet direct aan de woning gelegen zijn;

overwegende dat met dergelijke projecten de energielasten voor huurders verlaagd kunnen worden;

verzoekt de regering wet- en regelgeving zo te wijzigen dat woningcorporaties kunnen participeren in duurzame-energieprojecten die niet direct aan de woning gelegen zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Nijboer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 687 (30196).

Er is een vraag van de heer Koerhuis over de motie.

De heer Koerhuis (VVD):

Ik heb een vraag aan de heer Nijboer. Heeft hij de lessen van de parlementaire enquête over woningcorporaties tot zich genomen? Heeft hij gezien wat er gebeurt als woningcorporaties niet in woningen investeren?

De heer Nijboer (PvdA):

Ja, ik ken die conclusies. Mijn punt is dat woningcorporaties in de regio soms ook duurzame energie voor hun huurders willen realiseren. Ik wil dat mogelijk maken als de huurders ermee instemmen. De wet maakt dat op dit moment onmogelijk. Ik weet dat de VVD linksom, rechtsom, van boven en van beneden woningcorporaties wil kortwieken. Dat is niet de lijn van de PvdA.

De voorzitter:

Het moet echt ...

De heer Nijboer (PvdA):

Wij willen voor de huurders ook betaalbare energie realiseren, en daar ziet deze motie op. Ik weet wel dat de heer Koerhuis daartegen is. Hij is bijna altijd tegen alle moties op het gebied van woningcorporaties ...

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Nijboer!

De heer Nijboer (PvdA):

... die ik steun, en andersom, voorzitter.

De voorzitter:

Bent u klaar?!

De heer Nijboer (PvdA):

Ja.

De voorzitter:

Dank u wel. U ook bedankt, meneer Koerhuis. De moties worden gekopieerd en rondgedeeld. Ik schors de vergadering voor ongeveer vijf minuten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik geef de staatssecretaris het woord.

Staatssecretaris Knops:

Dank u wel, voorzitter. Ik dank de leden voor hun inbreng en de ingediende moties. Laat ik die maar meteen langslopen, inclusief de vraag van de heer Van der Lee.

Allereerst de motie op stuk nr. 680 van mevrouw Van Eijs, waarin de regering verzocht wordt om te monitoren hoe het gerealiseerde rendement waarop de PEF gebaseerd is, zich ontwikkelt en de Kamer hierover jaarlijks te informeren. Daarover kan ik het oordeel aan de Kamer laten.

In de motie op stuk nr. 681 wordt de regering verzocht in kaart te brengen wat de bijdrage van grootschalige bouw in hout kan zijn voor het stikstofprobleem en de Kamer hierover in het voorjaar van 2020 te informeren. Dat is, denk ik, een heel mooi, innovatief voorbeeld, waar de heer Van der Lee ook nog een motie over heeft. Daarover kan ik het oordeel ook aan de Kamer laten.

Dan de motie op stuk nr. 682, van de heer Koerhuis, waarin hij verzoekt om een juridische analyse van EU-richtlijnen te laten maken en om samen met de sector concrete maatregelen voor een betaalbaar energielabel te ontwikkelen. Die juridische analyse kan ik u aan het einde van het jaar toesturen. Het tweede deel van het dictum van de motie lees ik zo dat er, wat ons betreft, met de markt overleg gepleegd gaat worden om te kijken hoe we dat label betaalbaar kunnen houden. Daar ben ik graag toe bereid. Als dat kan aan het einde van het jaar, zou mijn advies "oordeel Kamer" zijn.

Dan de motie op stuk nr. 683, van de heer Koerhuis, waarin hij de regering verzoekt om in het najaar een plan te maken met daarbij een tijdlijn voor de ontwikkeling en invoering van een digitaal woondossier. Het consumentendossier waar de heer Koerhuis over spreekt, wordt verplicht met ingang van januari 2021, als onderdeel van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. De informatie over het energielabel is onderdeel van dit dossier. Ik heb NEN gevraagd om een richtlijn te ontwikkelen ten aanzien van de inhoud van het dossier. Die ligt momenteel ter consultatie voor bij marktpartijen. Begin volgend jaar kan ik de Kamer informeren over de inhoud van deze richtlijn voor het consumentendossier. Ik kan de motie dus aan het oordeel van de Kamer laten, maar wel met inachtneming van de tijdlijn, namelijk dat de brief dan begin volgend jaar en niet aan het einde van dit jaar komt, want de consultatie loopt nog. Het zou dus niet logisch zijn om voor die tijd al een brief te sturen. Onder die conditie kan ik de motie oordeel Kamer geven; anders moet ik haar ontraden.

De voorzitter:

De heer Koerhuis heeft een korte opmerking.

De heer Koerhuis (VVD):

Ik hoor collega's achter me vragen: wat maakt het uit? Dat maakt in zoverre uit dat het eraan ligt wanneer de staatssecretaris van plan is om het besluit over het energielabel naar de Kamer te sturen. Want als dat daarvoor komt, dan maakt het nog wel iets uit.

Staatssecretaris Knops:

Maar het is nu nog in consultatie, gaf ik aan. Het is dus niet logisch om nu al brieven naar de Kamer te gaan sturen. Volgens mij gaat er helemaal niets fout als we het begin volgend jaar doen. Daardoor wordt u niet in uw positie geraakt, zeg maar. Laten we het wel ordentelijk doen, in de goede tijdsvolgorde.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Koerhuis (VVD):

Hoor ik de staatssecretaris dan ook zeggen dat het besluit over het energielabel naar de Kamer komt nadat het plan over het digitaal woondossier naar de Kamer is gestuurd?

Staatssecretaris Knops:

Dat is correct.

De voorzitter:

Oké. Gaat u verder.

Staatssecretaris Knops:

Dan de motie op stuk nr. 684, van de heer Ronnes, over de BENG. Dat is een afkorting, maar goed, u weet wat die betekent; ik inmiddels ook. Daarin wordt de regering verzocht om duidelijk te communiceren waar de bedoelde partijen met innovaties zich kunnen melden en om te onderzoeken hoe bij de toepassing en uitvoering van de BENG-eisen innovatie verder gestimuleerd kan worden. Dat is op zich heel positief, dus deze motie kan ik ook oordeel Kamer geven.

In de motie op stuk nr. 685, van de heer Ronnes, wordt de regering verzocht te onderzoeken hoe aan corporaties zekerheid en continuïteit geboden kunnen worden ten aanzien van heffingsverminderingen in relatie tot de verduurzamingsmaatregelen die ze nemen en de Kamer daarover spoedig te informeren. Die motie lees ik zo dat het niet gaat om extra financiële middelen op dit moment — daar wordt ook niet om gevraagd — maar wel om het instellen van een onderzoek. Als dat laatste het geval is, kan ik het oordeel over deze motie aan de Kamer laten.

In de motie op stuk nr. 686, van de heer Van der Lee, wordt de regering verzocht om te onderzoeken hoe het gebruik van duurzaam hout in de bouw bevorderd kan worden en om hiermee, ook in het kader van de proeftuinwijken, actief te experimenteren. Ik vind het een sympathieke motie. Dat actief experimenteren kan alleen maar als er op basis van de uitvraag ook aanvragen worden gedaan, want anders kunnen we er niets mee. Het is dus ook een beetje afhankelijk van degenen die de aanvraag doen, maar ik kan het oordeel over deze motie aan de Kamer laten.

De heer Van der Lee vroeg nog hoe het zit met het onderzoek naar het verlagen van de temperatuur van tapwater. Het gaat om de vraag of die temperatuur van 55˚C omlaag zou kunnen. Dat onderzoek is nog niet definitief gereed, maar het is op dit moment al wel in concept gereed. Zodra dat onderzoek er is, stuur ik het ook naar de Kamer. Ik kan in ieder geval aangeven dat ik het onderzoek van een positief advies zal voorzien in de richting van de normcommissie van de NEN. Die is ook verantwoordelijk voor de onderliggende norm. De reactie van die commissie zal ik ook naar de Kamer sturen. Dat kan ik dus in de richting van de heer Van der Lee toezeggen.

Dan is er nog de motie op stuk nr. 687 van de heer Nijboer waarin de regering verzocht wordt wet- en regelgeving zo te wijzigen dat woningcorporaties kunnen participeren in duurzame energieprojecten die niet direct aan de woning gelegen zijn. Het interruptiedebatje met de heer Koerhuis maakte al duidelijk dat dit ook raakt aan de reikwijdte waarbinnen corporaties dingen kunnen doen. In de eerste helft van 2020 zult u de evaluatie van de Woningwet ontvangen. Mijn advies is om deze motie aan te houden tot de behandeling daarvan. Dan kan het ook in de volle breedte bekeken worden. Mocht de heer Nijboer daar niet toe genegen zijn, dan moet ik de motie helaas ontraden.

De voorzitter:

Meneer Nijboer, een korte opmerking.

De heer Nijboer (PvdA):

Ik wil altijd best wel wat aanhouden, maar dan zijn we alweer zo een jaar of misschien wel anderhalf jaar verder. Daar aarzel ik dus een beetje over. Staat het kabinet in principe wel positief tegenover de richting of is dat ook allemaal nog in het ongewisse? Als ik 'm gewoon in de blubber laat zakken, dan breng ik 'm liever in stemming. Maar als het kabinet zegt dat het er eigenlijk wel serieus naar gaat kijken en dat het ook in die richting denkt, dan ben ik wel bereid om de motie aan te houden.

Staatssecretaris Knops:

Ik denk dat het korte interruptiedebatje al duidelijk maakt dat dit in principe wel raakt aan de principes van de Woningwet zoals die tot stand is gekomen. Dus in die zin is het niet een klein ding. Tegelijkertijd is de gedachte die erachter ligt, op zichzelf sympathiek, maar zijn er natuurlijk in het verleden ook uitwassen geweest op andere onderdelen die ertoe geleid hebben dat dat allemaal beperkt is in het kader van die Woningwet. In de eerste helft van 2020 zult u de evaluatie ontvangen. Dat is vanaf nu gerekend zes, zeven maand. Dat is dus niet over een jaar. Op zich is het wel logisch om het daarbij te betrekken. Dan laat ik het even in het kader van die evaluatie als onderdeel. Ik zou het vooral niet laten wegzakken. Dat zou ik vooral niet doen.

De heer Nijboer (PvdA):

Voorzitter. Ik laat u wat later deze week weten of ik de motie aanhoud.

De voorzitter:

Dat is prima. Voor dinsdag in elk geval.

Dank u wel. Daarmee zijn wij aan het einde gekomen van dit VAO.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over de ingediende moties gaan we volgende week dinsdag stemmen. Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.