Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 83, item 2

2 Vragenuur: Vragen Dik-Faber

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 136 van het Reglement van Orde. 

Vragen van het lid Dik-Faber aan de minister van Economische Zaken over geheime afspraken tussen olie- en gasbedrijven en de overheid en de gevolgen voor de veiligheid in Groningen. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Voorzitter. Afgelopen week verscheen het boek De gaskolonie. Dit boek laat zien hoe het gasspel wordt gespeeld, over de hoofden van de Groningers. Het boek maakt pijnlijk duidelijk dat de olie- en gasindustrie een veel te grote vinger in de pap hebben bij de besluitvorming. Waar aandeelhouders afspraken bij het ministerie konden afdwingen, werd niet gekeken naar de belangen van de inwoners van Groningen. Dit blijkt niet uit de mailwisselingen op het hoofdkantoor van Shell, maar uit een notitie van het ministerie van EZ. Die notitie is lange tijd intern gehouden tot het WOB-verzoek van journalisten. 

Deze minister heeft de eerste stap gezet in het terugdraaien van de gaswinning, alhoewel het volgens de ChristenUnie veel sneller en veel meer kan. Dat neemt niet weg dat de onthullingen grote verontwaardiging bij mijn fractie hebben opgeroepen. De Groningers, en de Tweede Kamer als hun volksvertegenwoordiger, staan buitenspel bij het maken van de gasafspraken. 

Ik heb de volgende vragen. Hoe beoordeelt de minister terugkijkend de afspraken die zijn gemaakt? Erkent de minister dat de Kamer niet op de hoogte is gesteld van de afspraken die met Shell en Exxon zijn gemaakt over de gaswinning? Erkent de minister dat er in de periode dat hij de verantwoordelijke minister is, nog gestuurd is op een plafond van 425 miljard? Het is immers opmerkelijk dat er in 2014-2015 nog exact 2,5 kuub per jaar zou zijn overgebleven als de Kamer en de minister in de laatste jaren niet hadden ingegrepen. Mijn laatste vraag is of het klopt dat de Kamer niet is geïnformeerd over de plannen na 2015. Klopt het dat er afspraken zijn gemaakt over het inhalen van de productie als een bepaald winningsniveau niet gehaald wordt? 

Minister Kamp:

Voorzitter. Hoe beoordeel ik de afspraken die destijds zijn gemaakt? We moeten bekijken over welke afspraken het gaat. Er waren twee wetten van toepassing: de Gaswet en de Mijnbouwwet. De Gaswet had als bedoeling dat het gas dat uit de kleine velden kwam, afgezet zou kunnen worden, destijds door GasTerra. Het was dus de bedoeling dat het gas uit Groningen niet in een zodanige hoeveelheid op de markt zou komen dat het kleineveldengas niet afgezet zou kunnen worden. Daarvoor is artikel 55 in de Gaswet opgenomen. In de Gaswet wordt voor een periode van tien jaar een productieplafond voor Groningen vastgesteld. Dat betekent dat er over die tien jaar niet boven dat plafond mag worden gewonnen. Ten hoogste mag tot dat plafond worden gewonnen, helemaal met de bedoeling om het kleineveldengas te accommoderen. Dat volgt dus uit de Gaswet. Besluiten over het Groningenveld neem ik op grond van de Mijnbouwwet. Daarin staat dat er een winningsplan moet zijn. Op grond van dat winningsplan neem ik een instemmingsbesluit. Op grond daarvan mag het gas in Groningen gewonnen worden. Dat zijn allemaal wettelijke bepalingen, die in het verleden en nu zijn en worden toegepast. 

Uit twee feiten blijkt dat de zaak niet echt problematisch is. Het eerste feit is dat ik de afgelopen jaren, telkens als ik meende dat dit moest gebeuren, de mogelijkheid had om de gaswinning in Groningen te verminderen. Het tweede feit waaruit dat blijkt, is dat artikel 55 uit de Gaswet over het plafond over een periode van tien jaar ingetrokken zou worden met de wet STROOM. Die wet is gesneuveld in de Eerste Kamer, maar ik kom nog dit jaar met een vervangend wetsvoorstel, waarmee ook artikel 55 uit de Gaswet gehaald zal worden, omdat het geen betekenis heeft. Wat betekenis heeft, is wat ik doe op basis van de Mijnbouwwet. Daarmee, met het winningsplan en winningsbesluit, kan ik doen wat nodig is. 

Ik ga nu in op de informatie die aan de Kamer gegeven is. In 2005 is de Kamer geïnformeerd over wat er voor de periode 2005-2015 maximaal gewonnen zou mogen worden in Groningen. In het jaar 2010 is voor de periode 2010 tot 2020 een besluit genomen. Dat is niet rechtstreeks met de Kamer gecommuniceerd. Dat het moest gebeuren, bleek uit de wet. Het is ook gebeurd conform de wet. Het ging om een plafond, maar er is geen aparte brief hierover aan de Kamer gezonden. Ik denk dat het voor de hand had gelegen om dat wel te doen. Dat is ook de manier waarop normaal wordt gecommuniceerd. 

Als het gaat over informatie aan de Kamer over de periode na 2015, doelt mevrouw Dik-Faber op een filosofie die uitgesproken is tussen de bedrijven Shell en ExxonMobil en het ministerie van Economische Zaken. Ik vind zo'n filosofie interessant, maar zo'n filosofie kan nooit toepassing van de wet in de weg staan. De bepalingen in de Gaswet en de Mijnbouwwet zijn duidelijk en die worden toegepast. Die heb ik de afgelopen jaren ook toegepast, met het bekende resultaat, namelijk meer dan een halvering van de gaswinning. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

De minister noemt de zaak niet echt problematisch, maar ik vind dat die wel problematisch is. De Kamer was inderdaad op de hoogte van productieplafonds, maar de Kamer is er niet over geïnformeerd dat daarachter afspraken lagen met de olie- en gasindustrie. Uit de mailwisseling van 2010 blijkt dat de afspraken ook niet stopten per 2015. Er is vooruitgelopen op het leegpompen van het Groningenveld. Daardoor, zo lezen we, is de ruimte voor de minister om de gaswinning te verminderen ernstig beperkt. 

De oud-voorzitter van de Dialoogtafel heeft gezegd dat de aandeelhouders Shell en ExxonMobil de NAM ook in de laatste jaren nog regelmatig hebben teruggefloten. Herkent de minister deze afspraken, of zijn deze niet meer aan de orde? 

Wil de minister tot op de bodem laten uitzoeken welke geheime afspraken zijn gemaakt en welke belangen daarin wel of niet zijn meegenomen? Daarbij denk ik in het bijzonder aan de belangen van de Groningers. 

Minister Kamp:

Die afspraken betroffen de toepassing van de Gaswet. Hierin staat dat over een periode van tien jaar ten hoogste gemiddeld een bepaalde hoeveelheid per jaar mag worden gewonnen. Dat is het plafond dat in de Gaswet staat. Die filosofie is interessant als je met elkaar bespreekt welke richting de gaswinning in Groningen voor de lange termijn op gaat. Die filosofie kan echter op geen enkele wijze verhinderen dat ik de bepalingen van de Gaswet en de Mijnbouwwet heb uit te voeren. Dat heb ik ook gedaan. 

Volgens mij is er geen sprake van dat de beleidsvrijheid van de minister ernstig beperkt is. In de eerste plaats gaat het in de Gaswet alleen maar over een maximum, een plafond. Als ik vind dat er minder gas gewonnen moet worden, geeft de Mijnbouwwet mij heel duidelijk de mogelijkheid om hiertoe te besluiten. Die mogelijkheid heb ik nodig en daar heb ik ook gebruik van gemaakt. Onderzoek naar geheime afspraken heeft volgens mij geen zin want er zijn geen geheime afspraken gemaakt. De Gaswet is toegepast. Er is gefilosofeerd over de toekomst maar op geen enkele wijze is het aan de orde dat ik niet kan doen wat nodig is in het belang van de mensen in Groningen. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik vind dit zeer ernstig. De minister zegt dat er geen geheime afspraken zijn, maar uit de WOB-stukken blijkt heel erg duidelijk dat de olie- en gasindustrie een veel te grote vinger in de pap hebben gehad bij het vaststellen van het winningsniveau, van het winningsplafond. Dat wordt door de minister al dan niet ontkend, maar ik hoor er in ieder geval wel graag een reactie op. De minister verwijst naar de aanpassingen in de Gaswet maar binnenkort spreekt deze Kamer ook over de Mijnbouwwet. Als er iets voor mij duidelijk is, is het dat de Mijnbouwwet moet worden aangepast, ook de Mijnbouwwet die nu voorligt. Het gasgebouw wordt amper onder handen genomen door deze minister terwijl de invloed van de fossiele industrie echt gewoon nog veel te groot is. De belangen van de Groningers moeten vooropstaan in de nieuwe Mijnbouwwet. Dat geldt niet alleen voor Groningen maar ook voor alle andere locaties in ons land waar gaswinning aan de orde is. Mijn fractie vindt het van groot belang dat de Kamer uitvoerig geïnformeerd wordt. De minister zegt: die afspraken zijn er niet. Ik zie een heel boek dat vol staat met afspraken waarvan ik niet op de hoogte was. Ik wil graag die afspraken niet lezen in De gaskolonie. Ik wil graag dat de minister de Kamer over die afspraken informeert. Het is van belang dat dit niet alleen in de toekomst gebeurt, maar ook dat de afspraken die in het verleden zijn gemaakt, naar de Kamer komen. 

Minister Kamp:

Mevrouw Dik-Faber sprak over het gasniveau en corrigeerde zich vervolgens terecht door te spreken over het gasplafond. Het is niet zo dat de hoeveelheid gas waar in artikel 55 over gesproken wordt voor een periode van tien jaar gewonnen moet worden. Dat is het maximum dat gewonnen mag worden. In de praktijk is ook de Mijnbouwwet van toepassing. Ik heb het al uitgelegd: winningsplan en instemmingsbesluit. Als ik vind dat er minder gewonnen moet worden, dan wordt er gewoon minder gewonnen. 

Wat betreft de invloed van Shell en Exxon het volgende. Shell en Exxon zijn bedrijven die van grote betekenis zijn voor de energievoorziening in ons land en voor de gaswinning in Groningen. Het zijn bedrijven die van belang zijn voor de werkgelegenheid. We hebben daar een normale relatie mee. Daar worden dingen mee besproken die voor ons en voor hen van belang zijn, maar wat betreft invloed op de besluitvorming kan ik zeggen: ik heb het in de praktijk nu vier jaar meegemaakt en er is geen invloed op de besluitvorming van Shell en Exxon. Invloed op de besluitvorming betreft de ambtelijke adviezen die ik krijg, de adviezen die ik krijg van het Staatstoezicht op de Mijnen en de adviezen die ik krijg van de instanties in het gebied waar ik mee spreek. Uiteindelijk wordt er door het kabinet een besluit genomen en dat gaat allemaal op een zuivere manier, waarbij naar de letter en de geest de relevante wettelijke bepalingen worden toegepast. 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Ik denk dat heel veel Groningers toch behoorlijk onaangenaam verrast waren door de uitkomsten van dit boek. Er wordt een WOB-verzoek gedaan en dan blijkt dat er geheime afspraken zijn gemaakt. Dat doet het vertrouwen in Groningen in ieder geval geen goed. Ook het CDA heeft hier vragen over, met name over de productie in 2013. In augustus 2012 was er een aardbeving bij Huizinge waarop het Staatstoezicht op de Mijnen vervolgens heeft gezegd dat de winning zo snel als realistisch mogelijk naar beneden moest. Wat gebeurt er dan in 2013? Dan is er best wel sprake van een recordwinning. Als je uitgaat van de 42 miljard kuub die men jaarlijks gemiddeld mocht winnen en je dan toch uitkomt op 54 miljard kuub, dan is dat behoorlijk. Ik vraag mij dan ook oprecht af in hoeverre die afspraken die toen geheim waren, invloed hebben gehad op die enorm hoge winning in 2013. 

Minister Kamp:

Er was absoluut geen sprake van geheime afspraken. Er is gefilosofeerd over de toekomst van een winningsplafond. Een winningsplafond is dus een maximum. Alles beneden dat winningsplafond kan dus ook, maar daarboven kan het niet. Daarbeneden is in de praktijk ook sprake van geweest. In een periode van drie jaar tijd hebben we de gaswinning in Groningen gehalveerd en er was geen enkele zogenaamde afspraak die dat in de weg zou staan. Ik weet niets van geheime afspraken. Ik weet alleen maar van gefilosofeer in het jaar 2005 over de langere termijn van de gaswinning. Ik vind ook dat het goed is dat je in een contact tussen een ministerie en grote bedrijven die met zo'n belangrijke klus bezig zijn, nadenkt over het plafond voor de langere termijn. Ik vind dat begrijpelijk. 

In 2013 zat ik pas net op het ministerie. Ik kreeg een advies van SodM, maar ik vond dat er onvoldoende gegevens waren om daarop een besluit te baseren. Ik heb dus geprobeerd om zo snel mogelijk de gegevens die ik nodig had te krijgen en op basis daarvan heb ik een besluit genomen. Ik heb in het jaar 2013 niet ingegrepen in de gaswinning. Die kwam hoger uit vanwege fluctuaties in het gas uit de kleine velden en vanwege de koude winter. Dat zijn de redenen geweest. Ik kan uit mijn eigen ervaring zeggen dat er in het jaar 2013 op geen enkel moment sprake is geweest van enige invloed van Shell en Exxon op de gaswinning. Het besluit om eerst onderzoeken te doen en om pas daarna een besluit te nemen over de hoogte van de winning heb ik helemaal zelf genomen, althans het kabinet heeft dat besluit genomen op mijn voorstel. 

De voorzitter:

Een tweede vraag van mevrouw Mulder? 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Dat klopt, voorzitter. De CDA-fractie vraagt zich af of die geheime afspraken nu ook volstrekt van tafel zijn. We hebben immers net een lobbydocument van Shell gezien, waaruit blijkt dat zij weer maximaal wil gaan produceren. De minister krijgt met betrekking tot deze partijen toch een beetje de schijn tegen. Hoe ziet de minister dat en wat moeten we doen om die schijn tegen te voorkomen? 

Minister Kamp:

Ik begrijp niet waarom mevrouw Mulder opnieuw over afspraken spreekt. Er zijn geen afspraken gemaakt. In het jaar 2005 is er een productieplafond voor tien jaar vastgesteld en er is tevens gefilosofeerd over de toekomst. Dat kan gebeuren. Een filosofie voor de toekomst over een maximum van de gaswinning is natuurlijk prachtig. Op een gegeven moment vonden wij dat de gaswinning minder moest. Op grond van de bestaande wet- en regelgeving was dat heel goed mogelijk en dat is dus ook gebeurd. Er is dus helemaal geen sprake van geheime afspraken, zelfs niet van afspraken. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Het vertrouwen bij de Groningers is nu een ongelofelijk eind zoek. De minister zei aan het begin van zijn beantwoording in een bijzinnetje dat het misschien handig was geweest om toch een brief naar de Kamer te sturen om haar te informeren over de plafonds. Sterker nog, wij hebben de Handelingen nagezocht en wij hebben op zeker drie momenten gevraagd wat de juridische status was van die plafonds en of ze van tafel waren. De minister heeft daarop consequent geantwoord dat die met de Wet STROOM weg zouden zijn en dat ze niet langer relevant zouden zijn. Deze minister heeft de Kamer op geen enkel moment geïnformeerd dat die plafonds wel degelijk nog steeds het juridische kader zijn onder de Gaswet. De minister spreekt nu steeds van een maximum, maar wat er over is uit de vorige periode wordt meegenomen naar de volgende periode. 

De voorzitter:

Wat is uw vraag? 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Vindt de minister ook dat hij tekortgeschoten is in het goed informeren van de Kamer en in het goed beantwoorden van de vragen van GroenLinks over deze plafonds? Klopt het dat de plafonds wel degelijk relevant zijn en dat het niet alleen gaat om een maximum, omdat datgene wat over is onder een vorig plafond meegenomen wordt naar een volgend plafond? 

Minister Kamp:

Dat de plafonds niet relevant zijn, blijkt uit het feit dat we ze nu uit de wet gaan schrappen. De besluiten die ik neem op basis van een ingediend winningsplan zijn relevant voor de hoogte van de gaswinning en dus niet de maximumplafonds. Als je in 2005 de Kamer informeert over een winningsplafond voor de komende tien jaar, is het logisch dat je de Kamer ook informeert als je in 2010 opnieuw een besluit neemt voor de voortschrijdende tien jaar. Dat is toen niet gebeurd per brief. Ik heb later, volgens mij in 2014, wel gesproken over de winningsplafonds. Voor mij is de relevantie van die plafonds echter zeer beperkt, juist omdat het een plafond is en omdat ik kijk naar wat er verantwoord is om maximaal te winnen. Als dat beneden het plafond ligt, is dat jammer maar dan wordt het dus minder. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Dit onderwerp is voor GroenLinks dusdanig belangrijk dat wij daar graag onze twee vragen aan wijden. De gewobde stukken zijn wellicht niet geheim, maar ze zijn ook niet bekend bij de Kamer. Daaruit komt heel duidelijk naar voren dat de oliebedrijven consequent een hoger plafond willen en er ook op staan dat niet-geproduceerd gas uit een vorige periode meegenomen wordt. Nogmaals: ik heb op drie momenten specifiek gevraagd hoe het zit met de productieplafonds, hoe het zit met de overschotten uit vorige periodes en hoe de gesprekken verlopen. De minister kan datgene wat er voorafgaand aan zijn periode is gebeurd niet veranderen, maar hij is er wel verantwoordelijk voor. Waarom heeft hij dat op geen enkel moment rechtgezet voor de Kamer? Wanneer gaat de minister dat alsnog doen? 

Minister Kamp:

Met betrekking tot Groningen heb ik op geen enkel moment iets van de Kamer weggehouden. Ik ben volledig transparant geweest, niet alleen naar de Kamer maar naar iedereen, over wat er in Groningen speelt, wat er volgens mij moet gebeuren, wat ik besluit en op grond waarvan ik dat besluit. Mevrouw Van Tongeren wil dat een overschot van een bepaalde periode aan het plafond voor de volgende periode wordt toegevoegd. Dat vind ik allemaal prachtig, maar het is nog steeds een plafond. Als ik vind dat het daarbeneden moet blijven, dan blijft het ook daarbeneden, omdat mijn modus mij daartoe in de gelegenheid stelt. Ik heb in de praktijk bewezen dat ik zo handel. Bovendien heb ik duidelijk gemaakt dat die plafonds niet meer relevant zijn door een wetsvoorstel in te dienen waarbij de desbetreffende bepaling uit de Gaswet wordt gehaald. Ik denk dat het volkomen inzichtelijk is geweest voor de Kamer, zoals dat ook hoort. 

De heer Jan Vos (PvdA):

Zoals mijn collega's hebben aangegeven, heeft deze minister de gaswinning teruggeschroefd. Maar de kern van de zaak van vandaag is dat in 2010 zijn ambtsvoorganger de Kamer niet volledig heeft geïnformeerd over de gemaakte afspraken. Wat mij betreft is het nu de vraag hoe we uitleggen dat dat u zich tussen 2010 en 2013, waarin de eerste reductiebesluiten zijn genomen, op geen enkele wijze hebt laten beïnvloeden door de afspraken die zijn gemaakt voor 2010. Kunt u alle twijfel daaromtrent wegnemen? Is er geen enkele briefing geweest waarbij is gezegd: we voelen ons gebonden omdat we afspraken hebben gemaakt waarover nog niet met de Kamer is gecommuniceerd? 

Minister Kamp:

De heer Vos bedoelt de minister van Economische Zaken. Ik ben zelf in november 2012 in die functie aangetreden. Er zijn op dit punt geen afspraken gemaakt. In de wet staat dat er voor een periode van tien jaar een besluit moet worden genomen over wat er maximaal mag worden gewonnen uit Groningen, met als doel ervoor te zorgen dat het gas dat uit de kleine velden komt, op de markt wordt afgezet door GasTerra, waarbij Shell en Exxon het samen met het Rijk voor het zeggen hadden. Het ging dus om de kleine velden. Er is dus een plafond aan het Groningen-gasveld opgelegd, maar in de praktijk is gebleken dat dit plafond niet voldoende was. We moesten daarbeneden blijven. Daar waren goede redenen voor. Daarom zijn er nieuwe winningsplannen gemaakt en is er een nieuw instemmingsbesluit genomen. Op grond daarvan is in de afgelopen drie jaar de gaswinning gehalveerd. 

De heer Wassenberg (PvdD):

De minister zegt dat er geen geheime afspraken zijn gemaakt. Als ik de 329 pagina's WOB-stukken bekijk die door de NOS zijn gepubliceerd, dan lees ik bijvoorbeeld in een mailtje of een brief van 2 december 2005: "Wij hebben op 26 november 2005 een akkoord bereikt. Bij dezen bevestig ik dit van de zijde van het ministerie van Economische Zaken. Graag ontvang ik van uw zijde een schriftelijke bevestiging dat deze documenten ook wat u betreft het bereikte akkoord weergeven." Een akkoord is volgens mij hetzelfde als een afspraak. Hoe reageert de minister daarop? Hij zegt dat er helemaal geen geheime stukken zijn, maar in die documenten kom ik verschillende keren het woord "confidentieel" tegen. Dat betekent volgens mij: vertrouwelijk. In deze context betekent het: geheim. Kan de minister daarop reageren? 

Minister Kamp:

In het jaar 2005 is de Kamer geïnformeerd over het plafond voor de komende tien jaar. Dat plafond voor de komende tien jaar is vastgesteld met het doel om ervoor te zorgen dat het gas uit de kleine velden op de markt kan worden afgezet. Het is logisch dat je daarover spreekt met degene die daarover gaat. In dit geval is dat GasTerra, voor de helft van het Rijk en voor de helft van Shell en Exxon. Dan bepaal je wat het plafond voor het Groningenveld is om ervoor te zorgen dat je al het gas uit de kleine velden kunt afnemen en afzetten. Daar is over gesproken en daar is iets uitgekomen. Dat plafond is vastgesteld. Essentieel is dat het gaat om een plafond. Het is niet zo dat die hoeveelheid koste wat het kost gewonnen moet worden. Nee, het gaat om het maximum dat gewonnen mag worden, alleen vanwege het belang van de kleine velden. Inmiddels is GasTerra niet meer nodig voor het gas uit de kleine velden, dat sowieso is gehalveerd. Dat gas wordt bovendien afgezet op de gasmarkt TTF. Daar is vrije afzet mogelijk. Het plafond heeft als zodanig altijd een beperkte betekenis gehad, omdat het alleen om een maximum ging. Het heeft nu helemaal geen betekenis meer, ook vanwege de praktijk van de afgelopen jaren. Daarom stel ik voor om het hele artikel maar te laten vervallen. 

De voorzitter:

Mijnheer Wassenberg, dit wordt uw tweede aanvullende vraag. 

De heer Wassenberg (PvdD):

Het is een interessant resumé, maar ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag welke afspraken met het bedrijfsleven zijn gemaakt. Er is met het bedrijfsleven gekeken naar de commerciële belangen en de investeringsopties, maar over de mogelijke gevaren voor Groningen — de aardbevingen waren toen ook al bekend — lees ik geen woord. Mijn vraag is niet hoe die plafonds tot stand zijn gekomen, maar mijn vraag is welke geheime afspraken er met het bedrijfsleven zijn gemaakt. Daar gaat het om. 

Minister Kamp:

Op de veronderstelde geheime afspraken en akkoorden heb ik al een aantal keren gereageerd. Dat kan ik niet opnieuw doen. Ik kan alleen maar zeggen dat het erom ging ervoor te zorgen dat het gas in Groningen niet in de weg zou staan aan de winning en afzet van het kleineveldengas. Daar moesten afspraken over gemaakt worden: met welk maximumniveau van de gaswinning in Groningen kunnen jullie garanderen dat het gas uit de kleine velden afgezet wordt? Daarover is gesproken en dat heeft een uitkomst opgeleverd. Het plafond is voor tien jaar vastgelegd. De Kamer is daarover geïnformeerd. Verder is er niks aan de hand. 

De heer Smaling (SP):

Kort geleden was ik met collega Ulenbelt en 50 SP'ers in Loppersum. Dat gaf ons de gelegenheid om bijna overal aan te bellen, gezien de grootte van het dorp. Er gebeurt een hoop aan herstel — dat geef ik meteen toe — maar wij hebben ook tegenover veel huilende mensen gezeten. En dan zit je midden in het gebied waar al vrij veel herstel plaatsvindt. Wij staan hier wekelijks met een verzoek tot uitbreiding van het komende debat vanwege nieuwe feiten. Nu komt dit er weer bovenop. Een parlementaire enquête zou best weleens het gevolg kunnen zijn van deze stapeling van feiten. Weet de minister zeker dat hij alles weet? Weet hij zeker dat er geen krachten zijn waar hij geen grip op heeft? Hij zegt nu dat er geen geheime afspraken zijn gemaakt, terwijl straks misschien blijkt dat die er wel zijn. Als ik hem was, zou ik een beetje voorzichtig zijn met de woorden die hij kiest. 

Minister Kamp:

Ik sta hier en nog niet de heer Smaling, dus ik kies mijn eigen woorden. Ik moet zeggen dat ik niets heb gemerkt van beïnvloeding. Als men geprobeerd heeft om mij te beïnvloeden, dan vind ik dat erg interessant, maar ik neem dan toch mijn eigen besluiten, waar ik zelf verantwoordelijk voor ben. Nogmaals, het is niet eens geprobeerd om mij te beïnvloeden. 

Over wat er in het verleden is gebeurd, zeg ik dat ik de cultuur van de rijksoverheid in het verleden ken. Ik denk dat de ambtenaren hun best doen om besluiten van degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn, goed voor te bereiden. Als die besluiten eenmaal genomen zijn, dan proberen zij die besluiten ook goed uitgevoerd te krijgen. Dat is de manier waarop onze ambtenaren werken. Ik heb mij verdiept in deze materie. Het gaat hier niet om geheime afspraken om zo veel mogelijk uit Groningen te winnen. Het gaat erom dat er openbare afspraken zijn ter invulling van artikel 55 van de Gaswet, waarin staat dat er een maximumhoeveelheid uit Groningen gewonnen mag worden. Dat was in 2005 en in 2010 relevant. Inmiddels zijn er heel andere dingen relevant en daar hebben wij het afgelopen jaar veelvuldig over gesproken. Het resultaat daarvan is dat de gaswinning is gehalveerd, ondanks afspraken die er zouden zijn. 

De heer Bosman (VVD):

Als ik het gefilosofeer uit 2005 afzet tegen de concrete acties van deze minister ten aanzien van de gasbesluiten die zijn genomen, mag ik dan concluderen dat de Groningers meer gebaat waren bij de concrete acties van deze minister dan bij het gefilosofeer uit 2005? Klopt dat? 

De voorzitter:

Een korte reactie, de minister. 

Minister Kamp:

Dan suggereer ik dat het, als ik er destijds gezeten had, anders was geweest en dat het, als degenen die er destijds waren, vandaag op mijn plek zaten, ook anders zou zijn geweest. Ik weet dat niet. Ik weet alleen maar dat ik er zelf van overtuigd ben dat zij net zo consciëntieus hun werk hebben gedaan als ik het doe, op grond van de informatie en de inzichten die er toen waren. Ik wil op geen enkele manier een oordeel uitspreken, laat staan een negatief oordeel, over mijn voorgangers. 

De voorzitter:

Dank u wel.