Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 33, item 35

35 Begroting Economische Zaken (onderdeel Landbouw en Natuur)

Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:

  • - het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2016 ( 34300-XIII ).

De voorzitter:

Mijnheer Van Gerven, hoeveel minuten denkt u nodig te hebben? Om misverstanden te voorkomen: dat vraag ik niet aan iedereen.

De heer Van Gerven (SP):

Maximaal vier. Dat gaat zeker lukken.

De voorzitter:

Fantastisch. Dank. Ga uw gang.

De algemene beraadslaging wordt hervat.

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. De eerste termijn van de Kamer en de staatssecretaris zit erop. Ik heb de indruk dat hij geen onbekende is in dit gebouw. Dat hebben wij bij de beantwoording kunnen zien. De staatssecretaris doet dit voor de eerste keer. Er komt toch een betrekkelijk nieuwe wereld op hem af en ik mag constateren dat hij zich daar met verve doorheen heeft geslagen. Daar zal het dus niet aan liggen.

Er zijn vele woorden gesproken. Het komt aan op daden. Die daden moeten naar de mening van de SP gelegd worden langs de meetlat die verwoord is in de motie-Smaling. Daarin wordt gezegd dat wij de landbouw moeten inrichten en ontwikkelen langs de lijnen van kwaliteit en dat wij ons niet al te zeer moeten focussen op kwantiteit. Als wij dat doen, leidt dat immers tot ongelukken, tot minder dierenwelzijn en tot meer beschadiging van milieu en natuur.

Ik dien een aantal moties in om dit te versterken.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het budget van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit 314 miljoen euro bedroeg in 2015, in 2016 afneemt tot 300 miljoen, in 2017 afneemt tot 291 miljoen en in 2018 afneemt tot 287 miljoen euro;

overwegende dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit de belangrijke taak heeft om onze voedselveiligheid en het dierenwelzijn te bewaken, maar dat sinds 2003 één derde van het personeel is wegbezuinigd;

overwegende dat de NVWA de bezuinigingsdoelstellingen jaar op jaar niet haalt;

van mening dat de NVWA in luister hersteld moet worden;

verzoekt de regering, te onderzoeken hoe in de komende jaren de afname van het NVWA-budget tot staan kan worden gebracht en omgebogen kan worden in een hoger budget,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 104 (34300-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat gebrek aan financiering de belangrijkste bottleneck is voor de ontwikkeling van dierproefvrije alternatieven;

overwegende dat de denktank in het advies "In transitie! Nederland internationaal toonaangevend in proefdiervrije innovaties" adviseert de Regeling Groenprojecten die belastingvoordeel geeft aan "groene" spaarders en beleggers, open te stellen voor proefdiervrije innovaties;

verzoekt de regering, spaarders en beleggers voor wat betreft proefdiervrije innovaties ook het belastingvoordeel van de zogeheten groenspaarders te geven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 105 (34300-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in het regeerakkoord staat: "de ecologische hoofdstructuur wordt uitgevoerd, inclusief de verbindingszones, maar we nemen er meer tijd voor";

overwegende dat uit de zevende voortgangsrapportage EHS blijkt dat het aantal hectare natuur voor het eerst sinds er natuurbeleid is, gekrompen is met 1.384 hectare;

verzoekt de regering, er met krachtig beleid zorg voor te dragen dat de hoeveelheid natuurgrond niet afneemt, maar toeneemt teneinde de afspraken van het regeerakkoord na te komen;

verzoekt de regering tevens, in overleg met de provincies jaarlijkse doelstellingen aan te geven betreffende het te verwerven en in te richten aantal hectare natuur om zo op een gestructureerde en controleerbare manier de realisatie van het Nationaal Natuurnetwerk Nederland te bereiken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 106 (34300-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het antibioticagebruik bij vleeskuikens in 2014, 21% hoger was dan in 2013;

overwegende dat bij het antibioticumgebruik bij vleeskuikens slechts ongeveer 15% van de koppels niet behandeld is met antibiotica;

overwegende dat daarentegen ongeveer 95% van de langzamer groeiende vleeskippenrassen antibioticavrij is;

verzoekt de regering, in overleg met de sector de snelgroeiende kippenrassen met een hoog antibioticagebruik zo snel mogelijk uit te faseren en te vervangen door de gezondere langzamer groeiende variant,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 107 (34300-XIII).

De heer Van Gerven (SP):

Afrondend. In de eerste termijn hebben we van de VVD een heleboel losse flodders gehoord, die tot het ontstaan van een soort wildwestlandbouw zouden leiden. Eén ding viel mij op: een opmerking over de visserij. Mevrouw Lodders zei dat we af moesten van het onderzoek naar het bedwelmen van vissen voordat ze, om het zo maar te formuleren, worden "geslacht". Ik hoor graag het standpunt van de staatssecretaris over die mening.

De voorzitter:

Het woord is nu aan mevrouw Lodders van de VVD. Haar spreektijd is maximaal 7 minuten.

Mevrouw Lodders (VVD):

Nou voorzitter, ik dacht het even na te moeten vragen bij de griffier. Ik constateerde dat ik nog 41 minuten had. Nu krijg ik overigens "4 minuten" op mijn schermpje te zien. Maar ik kan u geruststellen.

De voorzitter:

U begrijpt het, dank u wel.

Mevrouw Lodders (VVD):

Voorzitter. Allereerst wil ik de staatssecretaris bedanken voor zijn beantwoording in eerste termijn, en zeker ook voor de schriftelijke antwoorden die wij vanmorgen hebben ontvangen.

Wij hebben een kijkje in de keuken van de staatssecretaris kunnen nemen over eerlijker, natuurlijker, beter en groener voedsel. De staatssecretaris heeft vooral gesproken in termen van ambities en stappen in verduurzaming en vergroening. De VVD is trots op de Nederlandse land- en tuinbouw en visserij. Zij produceren op dit moment voedsel van hoge kwaliteit, waarbij de voedselveiligheid een prominente rol heeft. Ik ga ervan uit dat de staatssecretaris dit van harte onderschrijft, ondanks het feit dat de focus in zijn beantwoording van vandaag een ander accent had.

Ik dank de staatssecretaris voor de voor het eerste kwartaal van 2016 toegezegde brief over de regeldruk voor agro, dus voor de reflectie daarop die de staatssecretaris heeft toegezegd. Ik dank hem ook voor het overzicht met betrekking tot de Landbouw en Visserij-Raad op het punt van de handhaving van de aanlandplicht in relatie tot andere landen en datgene wat Europa vraagt. Een brief in vier talen bij de vissers aan boord en dan de efficiency van de NVWA ... Het borrelt allemaal nog een beetje na, maar we komen hier vast en zeker op terug.

Na de kiloknallers van mevrouw Dikkers en haar — toch wel — nogal misleidende uitlatingen in de media, constateer ik dat de staatssecretaris deze uitlatingen niet onderschrijft.

Mevrouw Lodders (VVD):

Ik heb nog wel een vraag aan de staatssecretaris. Wanneer is het geen stunt meer als we het hebben over het stunten met vlees? Ik krijg hierop graag een reactie. Het gaat niet om de randvoorwaarden, maar ik vraag de staatssecretaris om het eens in geld uit te drukken.

We hebben het kort gehad over de intensieve veehouderij. De staatssecretaris verwees naar de Wet dieren. Ik meen dat ik de staatssecretaris de koppeling hoorde leggen met milieu, dierenwelzijn, volksgezondheid en nog een aantal thema's. Ik help de staatssecretaris eraan herinneren dat we in het regeerakkoord hebben afgesproken dat we bij het punt van grote stallen en het aantal dieren vooral zouden toetsen op het volksgezondheidsaspect en niet op alle andere thema's.

Volgende week hebben we het debat over de NVWA. Er zijn een aantal interruptiedebatjes geweest. In een van die interruptiedebatjes heb ik gevraagd om voor het debat van volgende week de onderzoeksopdracht over efficiency, ICT en herijking van het toezicht aan de Kamer te verstrekken. De staatssecretaris geeft aan dat hij binnen anderhalve maand à twee maanden duidelijkheid zal hebben. Ik vraag me af of het onderzoek dan wel diepgaand genoeg is. Ik denk dat het goed is als we er volgende week tijdens het debat wat diepgaander over kunnen spreken.

Dan kom ik bij mijn moties. Ik heb er drie. De eerste motie gaat over de belemmerende wet- en regelgeving bij de precisielandbouw.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de precisielandbouw in opkomst is en van meerwaarde is voor de agrarische sector, natuur en milieu;

overwegende dat er steeds meer nieuwe technieken beschikbaar zijn maar dat bij de inzet van precisielandbouw wet- en regelgeving in de weg kan zitten;

verzoekt de regering, een onderzoek te starten naar wet- en regelgeving die nieuwe technieken in de precisielandbouw in de weg zit en de Kamer hierover met een concreet plan van aanpak te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Lodders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 108 (34300-XIII).

Mevrouw Lodders (VVD):

Mijn tweede motie gaat over de review van het gemeenschappelijk landbouwbeleid.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in 2017 een tussentijdse evaluatie van het gemeenschappelijk landbouwbeleid zal plaatsvinden;

overwegende dat de Nederlandse agrarische sector leidend is op innovatie en hierop wil blijven inzetten;

verzoekt de regering, de Kamer voor 1 maart 2016 te informeren over het tijdpad en de wijze waarop de Kamer en de sector betrokken worden bij de Nederlandse inzet voor de review van het huidige gemeenschappelijk landbouwbeleid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Lodders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 109 (34300-XIII).

Mevrouw Lodders (VVD):

De laatste motie die ik zelf indien, gaat over de luchtwassers. Dit is een van de voorbeelden van zaken waar ondernemers, in dit geval in de varkenssector, tegen aanlopen. De overheid verplicht een elektronische monitoring van luchtwassers. Ik heb er al schriftelijke vragen over gesteld, maar ik vind toch dat we een signaal aan deze sector moeten afgeven. De sector staat zwaar onder druk. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat alle varkenshouders vóór 1 januari 2016 de luchtwassers moeten voorzien van een datalogger, een elektronische monitoring in plaats van handmatige monitoring;

overwegende dat de aanschaf van een dergelijk systeem enkele honderden tot vaak duizenden euro's kan kosten;

constaterende dat de varkenshouderij op dit moment in financieel zwaar weer verkeert;

overwegende dat er breed uit de sector het verzoek is gekomen om de verplichte invoering uit te stellen;

overwegende dat luchtwassers handmatig controleerbaar zijn en daarmee ook handhaafbaar;

verzoekt de regering, de verplichtstelling van de elektronische monitoring in overleg met de sector één jaar uit te stellen om de sector enige lucht te bieden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Lodders en Geurts. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 110 (34300-XIII).

Mevrouw Lodders (VVD):

Voorzitter, ik ben aan het einde van mijn betoog. Ik denk dat ik u ruimschoots ter wille ben geweest.

De voorzitter:

Ja, dit was ruimschoots binnen de 41 minuten. Dank u zeer. Dan is nu het woord aan de heer Geurts.

De heer Geurts (CDA):

Voorzitter. De kop is eraf voor de staatssecretaris. Ik heb het net in de wandelgangen tegen hem persoonlijk gezegd, maar ik zal het hier voor de Handelingen herhalen. Complimenten aan de staatssecretaris, maar ook zeker aan zijn ondersteuning. Ik zal niet alle namen opnoemen. Hij heeft zich snel ingewerkt. Ik waardeer dat. Uiteraard ben ik het niet met alles eens wat de staatssecretaris heeft gezegd. De opmerking van de staatssecretaris over de export bijvoorbeeld en de beperkte ruimte voor ondernemers die voor deze strategie kiezen, dreunt nog wel bij mij na.

In de land- en tuinbouw, maar nu specifiek in de veehouderij, wordt dag en nacht keihard gewerkt. Uitspraken zoals die door de PvdA-vertegenwoordigster in de media zijn gedaan, worden als zeer grievend ervaren in de veehouderij. Ik concludeer dat de staatssecretaris de uitspraken van de PvdA-fractie niet heeft herhaald.

Ik dien twee moties in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de mestwetgeving nog complexer dreigt te worden door opeenstapeling van regels;

overwegende de vooruitgang die geboekt is met verbetering van waterkwaliteit en innovaties op het gebied van mestverwerking en mineralenconcentraat;

overwegende dat bij de invulling van de Nitraatrichtlijn de waterkwaliteit en daarmee de aanwending van mest voorop moet staan en niet de regulering van productie;

verzoekt de regering om in het licht van de onderhandelingen over het actieprogramma Nitraatrichtlijn met voorstellen te komen ter versimpeling van de mestwetgeving, waarbij toepassing van mineralenconcentraat als kunstmestvervanger één van de uitgangspunten is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Geurts. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 111 (34300-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er een forse financiële achterstand ontstaan is voor het groen onderwijs ten opzichte van het overige onderwijs;

verzoekt de regering, objectief onderzoek te laten doen naar het belang van bekostiging groen onderwijs in het kader van onze economie en in een visiebrief op het groen onderwijs de Kamer hierover te informeren;

verzoekt de regering tevens, nader in te vullen op welke wijze het groenonderwijsbudget in de komende jaren zal worden bijgesteld, waarbij expliciet wordt gewaarborgd dat bekostiging van groene en niet groene opleidingen gelijk getrokken wordt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Geurts en Dijkgraaf. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 112 (34300-XIII).

De heer Geurts (CDA):

Ik heb nog een vraag aan de staatssecretaris over equivalente maatregelen in relatie tot het bemestingsseizoen 2016. Ik wil hem nadrukkelijk vragen wat er mogelijk is om dit te versnellen. Lukt 1 februari 2016? Anders is het mestseizoen 2016 weg voor de sector. Ik roep de staatssecretaris nadrukkelijk op om die equivalente maatregelen in te voeren.

We zullen samen met de PvdA een motie indienen over vrijwilligers in het groen.

Samen met de SGP heb ik een amendement gemaakt om extra geld vrij te maken voor de NVWA. De staatssecretaris heeft hierop eerder al gereageerd.

Er komen nog enkele moties van de SGP rondom het boetebeleid waar ook mijn naam onder staat. Daarnaast hebben wij een amendement gemaakt, dat net is rondgedeeld. Het amendement-Geurts/Dijkgraaf op stuk nr. 103 gaat over het financieel probleem bij het groen onderwijs voor 2016. Ik hoop dat de staatssecretaris daarop wil reageren. Hiermee beëindig ik de tweede termijn van de CDA-fractie.

Mevrouw Lodders (VVD):

Ik had nog een motie van de heer Geurts verwacht. Volgens mij heeft hij gisteren een gloedvol betoog gehouden over het afschaffen van de zomertijd.

De heer Geurts (CDA):

Ik heb mijn knopen geteld. Ik heb de schriftelijke beantwoording van het VVD/PvdA-kabinet gezien, dat niet van plan is om hier inspanning op te plegen. Ik heb ook enkele collega's gesondeerd en geconcludeerd dat deze motie het niet gaat halen. Om die reden heb ik haar niet ingediend, maar het punt blijft. Als naar de peilingen over dit onderwerp wordt gekeken, blijkt dat 60% van onze samenleving dit een goed idee vindt. Het idee komt nog een keer terug, maar niet vanavond.

Mevrouw Lodders (VVD):

Dat is natuurlijk jammer, want de heer Geurts houdt in de rest van zijn inbreng ook geen rekening met de reactie van het kabinet. Ik stel vast dat het een proefballonnetje is geweest.

De heer Geurts (CDA):

Ik heb geen vraag meer gehoord, dus ik ga er niet op reageren.

Mevrouw Dikkers (PvdA):

Voorzitter. Ik hoorde net van u dat de PvdA nog zes minuten spreektijd heeft. Ik kan kort zijn. Ik ben blij met de beantwoording door de staatssecretaris in eerste termijn. Hij heeft maar een korte inwerkperiode gehad, maar heeft uitspraken gedaan over zijn werkterrein in jargon waarvan hij enige tijd geleden het bestaan waarschijnlijk nog niet kende. Hij heeft zich heel goed staande gehouden. Ik verheug mij op de debatten die wij de komende jaren zullen voeren over voedsel, de toekomst en de inrichting van Nederland. Als PvdA-lid kan ik wel zeggen dat ik heel erg trots ben op deze staatssecretaris.

Ik dien twee moties in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de boer voor zijn product een eerlijke prijs dient te krijgen;

constaterende dat de verkoop van vlees onder de kostprijs door supermarkten deze eerlijke prijs ondermijnt;

verzoekt de regering, met supermarkten een convenant te sluiten over het stoppen met de verkoop van vlees onder de kostprijs en intussen te werken aan een wettelijk verbod als over één jaar nog steeds kiloknallers verkocht worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dikkers en Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 113 (34300-XIII).

Mevrouw Dikkers (PvdA):

Ik zie dat mevrouw Koşer Kaya verrast kijkt.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Ik heb een vraag ter verduidelijking. Vraagt u om een convenant en tegelijkertijd om een wettelijk verbod, of wilt u eerst een convenant en beziet u daarna of een wettelijk verbod ook mogelijk is?

Mevrouw Dikkers (PvdA):

Mochten er binnen een jaar geen goede bindende afspraken gemaakt zijn, dan wil ik een verbod. Dat is het idee.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Daarmee is het verbod eigenlijk een snelle dood aan het sterven, want ik geloof dat dat met deze staatssecretaris heel moeilijk zal zijn.

Mevrouw Dikkers (PvdA):

Ik heb er alle vertrouwen in. We gaan eerst kijken of dit pad werkt en als het niet werkt, komen we met een wettelijk verbod op de kiloknaller.

Mevrouw Lodders (VVD):

Kan mevrouw Dikkers een omschrijving geven van de prijs waaronder iets niet verkocht mag worden? Wat is een kiloknaller? Hanteert zij de definitie van Wakker Dier, waarbij het gaat om 1% van het vlees dat in de schappen ligt, of heeft mevrouw Dikkers het over andersoortig vlees?

Mevrouw Dikkers (PvdA):

Nee. Dat kan in de Handelingen worden nagelezen. Wij hebben het over vlees dat onder de kostprijs verkocht wordt. Het gaat niet over het gangbare vlees, maar over het vlees waarmee gestunt wordt. Mevrouw Lodders had het hier ook al over in een interruptiedebatje. Het vlees waarmee gestunt wordt, wordt voor een te lage prijs aangeboden in de winkelschappen. Mevrouw Lodders was daar vrij enthousiast over; wij zijn dat niet.

Mevrouw Lodders (VVD):

Ik krijg geen antwoord. Ik wil heel graag weten van mevrouw Dikkers wat een kostprijs is.

Mevrouw Dikkers (PvdA):

U wilt een economische definitie van een kostprijs? Wij willen dat de boer geld overhoudt nadat hij zijn varken bij het slachthuis heeft afgeleverd. Op basis van cijfers van het CBS of het LEI (Landbouw Economisch Instituut) is te bepalen welk bedrag daarvoor betaald moet worden. Je kunt ook de kattenvoerprijs aanhalen, wat Wakker Dier steeds doet. Ik geloof dat die €4,31 is; dat weet ik niet precies uit mijn hoofd. Ik hoor van mevrouw Lodders dat die €4,12 is. In Duitsland gebruikt men cijfers van de Duitse equivalent van het LEI om die kostprijs te bepalen. Zo gebruiken de ons omringende landen andere cijfers op basis van andere statistieken. Op die basis wordt een kostprijs bepaald, ook bij ons.

De heer Geurts (CDA):

Mevrouw Dikkers zou ook de Big Mac Index kunnen aanhouden, maar goed, dat is een heel ander verhaal.

Mevrouw Dikkers heeft ruim een dag kunnen nadenken over de woorden die zij gericht heeft tegen de veehouderij in relatie tot antibiotica. Ik ga het nog een keer proberen. Is mevrouw Dikkers bereid om die woorden in te trekken?

Mevrouw Dikkers (PvdA):

Welke woorden?

De heer Geurts (CDA):

Mevrouw Dikkers probeert nu om mijn interruptie af te kappen. Haar woorden waren dat de dieren in Nederland overeind blijven staan door antibiotica. Zij wil graag horen dat ik dat herhaal. Het is ongelooflijk grievend voor de sector. Is zij bereid deze woorden in te trekken? Ze kloppen namelijk van geen enkele kant.

Mevrouw Dikkers (PvdA):

Met de sector is afgesproken dat er een enorme reductie van het antibioticagebruik zou plaatsvinden. Doordat we antibiotica niet meer in het voer toestaan, is het laaghangend fruit wel zo'n beetje weg. En wat je ziet, is dat in de sector nog steeds ongelooflijk grote hoeveelheden antibiotica gebruikt worden. Collega Van Gerven had het in dit verband vooral over de vleeskuikens. Er wordt in Nederland in het slachthuis steekproefsgewijs getest op antibiotica. Je moet je papieren in orde hebben. Dat klopt. De Wageningen UR heeft nu net een prachtig nieuw instrument ontwikkeld waarmee illegale antibiotica kan worden opgespoord. Als dat niet nodig was, als er geen grote hoeveelheden illegale antibiotica in omloop waren, zou men dat ook niet ontwikkeld hebben. We hebben niet altijd even goed zicht op de hoeveelheid antibiotica die gebruikt wordt, omdat er ook illegale antibiotica gebruikt wordt. Er wordt bovendien niet getest op een volledige afwezigheid van antibiotica in het vlees, maar op de maximum residulimieten. Dat betekent dat er nog steeds antibiotica in zit, maar dat de hoeveelheid onder het maximumlimiet moet zitten. Ik neem dus niets van mijn woorden terug.

De voorzitter:

Ik verzoek mevrouw Dikkers om haar betoog te vervolgen.

Mevrouw Dikkers (PvdA):

Ik heb alleen nog een motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat dierenwelzijn maatschappelijk van groot belang wordt gevonden;

constaterende dat de subsidie- en garantstellingsinstrumenten voor de bouw van stallen betaald wordt uit belastingmiddelen;

verzoekt de regering, aan de voorwaarden van het volledige subsidie- en garantstellingsinstrumentarium voor stalsystemen dierenwelzijnseisen toe te voegen vergelijkbaar met minimaal één ster Beter Leven keurmerk,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dikkers en Koşer Kaya. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 114 (34300-XIII).

De heer Leenders (PvdA):

Voorzitter. Ik wil mij aansluiten bij de woorden van bewondering van vorige collega's aan het adres van de staatssecretaris. Ik heb vandaag met genoegen zitten luisteren.

Wij hebben het in het debat uitgebreid gehad over het agrarisch natuurbeheer en over de gebiedsplannen. Dat is niet voor niets, want het agrarisch natuurbeheer is in het afgelopen decennium niet erg succesvol geweest. We gaan per 1 januari een nieuwe kant op en we hopen dat het succes van het agrarisch natuurbeheer er nu wel zal zijn. Vandaar dat we veel belang hechten aan de toetsing vooraf van de ecologische effectiviteit. Wij hadden daarover een motie voorbereid, maar die hoeven we niet in te dienen, omdat we van de staatssecretaris hebben begrepen dat de ex-antetoetsing op dit moment al onderdeel uitmaakt van de beoordeling van de gebiedsplannen vooraf. We hebben voorts begrepen dat de staatssecretaris, door de sturingsmogelijkheden van de provincies te integreren in de subsidiebeschikking, daarover in ieder geval een goed gesprek zal hebben met de provincies. Ik wil graag dat hij nog even bevestigt dat hij dat gaat doen.

Ik heb een motie over natuurvrijwilligers.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat vrijwilligers in de natuur en het landschap een onmisbare bijdrage leveren aan de realisatie van natuurdoelen;

overwegende dat vrijwilligers de afgelopen jaren door de regeling Groen en Doen mede zijn ondersteund;

van mening dat door de decentralisatie van het natuurbeleid de ondersteuning van het vrijwilligerswerk de verantwoordelijkheid van de provincies is;

van mening dat in het proces van decentralisatie de continuïteit gewaarborgd moet blijven;

verzoekt de regering om met de provincies afspraken te maken over de continuïteit van het vrijwilligerswerk, en de eventuele financiële consequenties daarvan in beeld te brengen;

verzoekt de regering tevens om de Kamer over de vorm en inhoud van deze afspraken, en de eventuele financiële consequenties, te informeren voor 1 maart 2016,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Leenders en Geurts. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 115 (34300-XIII).

De heer Leenders (PvdA):

Tot slot dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Vogel- en Habitatrichtlijn in de samenleving wordt gezien als een goede richtlijn om Europese natuurdoelen te bereiken;

constaterende dat de Europese Commissie in het kader van het programma "Betere regelgeving" een evaluatie uitvoert naar de Vogel- en Habitatrichtlijn;

constaterende dat ministers van negen Europese lidstaten in een brief aan Eurocommissaris Vella, hebben gevraagd de Vogel- en Habitatrichtlijn ongewijzigd te laten en verbeteringen te realiseren in de implementatie van de richtlijn;

constaterende dat zeven van de negen fracties in het Europees Parlement inmiddels een soortgelijk verzoek hebben gedaan aan de Eurocommissarissen Timmermans en Vella;

van mening dat ook Nederland de Vogel- en Habitatrichtlijn in de huidige vorm wil behouden en verbeteringen wil in de implementatie;

verzoekt de regering, deze boodschap schriftelijk aan de Europese commissarissen Timmermans en Vella door te geven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Leenders en Koşer Kaya. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 116 (34300-XIII).

Dan is nu het woord aan de heer Graus van de PVV. In het kader van de begrotingsbehandeling EZ zijn er nog twee minuten, maar de fractie heeft wat gespaard. Hoeveel minuten denkt u nodig te hebben?

De heer Graus (PVV):

Voorzitter. Ik denk zeven minuten nodig te hebben.

De voorzitter:

Dan houden wij zeven minuten aan.

De heer Graus (PVV):

Het is jammer dat ik er hier pas achter kom, mijnheer de voorzitter. Ik had dus niet zo veel hoeven proppen in mijn eerste termijn, want ik had nog heel wat te vertellen.

De voorzitter:

Dan gelden er toch wat andere regels, vrees ik.

De heer Graus (PVV):

Spreektijd is spreektijd. De Partij van de Dierenpoezen heeft 70 minuten spreektijd, dus dan mag ik dat ook.

De voorzitter:

U brengt ze toch niet op gedachten?

De heer Graus (PVV):

Voorzitter. Ik heb een aantal moties. Die zal ik allereerst even oplezen. Daarna heb ik nog iets te melden aan de staatssecretaris, waarvan hij niet goed op de hoogte bleek te zijn. Dat neem ik hem niet kwalijk, want hij is er pas, maar ik moet het wel even melden.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er sinds 2006 meer dan 1.800.000 dieren levend zijn verbrand tijdens stalbranden;

voorts constaterende dat er na de aangenomen motie-Graus waarin om een stalbrandpreventieplan wordt verzocht enkele Nederlandse uitvinders een eenvoudig vluchtsysteem (Stable Safe) bedachten om dit dierenleed te beperken dan wel te voorkomen;

verzoekt de regering, de haal- en faalbaarheid van het Stable Safe systeem middels een proefopstelling te onderzoeken met medewerking van Brandweer Nederland, LTO Nederland en de betrokken verzekeringsmaatschappijen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 117 (34300-XIII).

De heer Graus (PVV):

Brandweer Nederland heeft dit al toegezegd.

De volgende motie is mede ondertekend door professor Dijkgraaf van de mannenbroeders van de SGP.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, de concurrentiepositie van onze boeren, tuinders en vissers te borgen en te zorgen voor een betere ketenstructuur,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Graus en Dijkgraaf. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 118 (34300-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de pakkans van stropers groter wordt indien boswachters gebruikmaken van (speur)honden en paarden;

verzoekt de regering, (speur)honden en paarden in te zetten bij het opsporen van stropers,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Graus en Dijkgraaf. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 119 (34300-XIII).

De heer Graus (PVV):

Ik wil daar nog iets aan toevoegen. In sommige landen wordt al zo gewerkt. Daar rijden ze niet in jeeps door de bossen. Dat is namelijk heel gemakkelijk: de stropers zien de lichten aankomen, horen het zware geronk van de jeep en zijn weg. Met paarden en met speurhonden die je vooruit laat gaan — die worden hierop getraind en worden zelfs in Limburg, waar ik zelf woon, opgeleid — is de pakkans veel groter.

De voorzitter:

Dat maakt het ook veel spannender.

De heer Graus (PVV):

Dat staat los van het feit dat het ook veel goedkoper is om het zo te gaan doen. Uiteindelijk zijn het natuurkolchozen, gedeeltelijk met publiek geld betaald. Ze mogen op paarden gaan rijden en met honden gaan werken. Voor de dieren is het ook leuk om 's nachts door de bossen te ravotten. En geloof me dat de stropers de sjaak gaan worden, want de pakkans wordt vele malen groter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat boswachters steeds vaker te maken krijgen met agressie, geweld en bewapende bendes;

verzoekt de regering, boswachters aan te sluiten op het communicatiesysteem gebruikt door de politie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Graus en Dijkgraaf. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 120 (34300-XIII).

De heer Graus (PVV):

Boswachters komen steeds vaker in de knel. Wij hebben een hoorzitting gehad hier in de Kamer. Daaruit bleek dat ze in Brabant zelfs een aantal keren een arrestatieteam moeten inzetten — dat zijn echt zware jongens — omdat stropers zich steeds beter gaan wapenen. Ze hebben vaak halfautomatische wapens bij zich. Daar kan een boswachter eigenlijk niet meer tegenop. Mocht hij iemand trapperen, dan moet hij natuurlijk wel direct kunnen communiceren met de politie. Daarom is deze motie heel sympathiek. Ze kost ook niet het grote geld en daarom moet dat gewoon kunnen gaan, want de verhuftering neemt ook daar toe.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de hoge kosten van veterinaire zorg en noodhulp door een groeiend aantal diereigenaren niet meer gedragen kan worden;

verzoekt de regering, diverse mogelijkheden te onderzoeken tot verlaging van het btw-tarief op diergeneeskundige zorg en noodhulp van 21% naar 6%,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 122 (34300-XIII).

De heer Graus (PVV):

Die wilde professor Dijkgraaf niet medetekenen, omdat hij anders problemen zou krijgen met zijn fractie.

De voorzitter:

Ik neem aan dat dit zal leiden tot een nader onderhoud met professor Dijkgraaf. U vervolgt u betoog.

De heer Graus (PVV):

Ik heb de professor uitgedaagd.

De voorzitter:

U hebt daarmee een interruptie uitgelokt.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Ik zou aan de zeer geachte afgevaardigde, de heer Graus, willen vragen hoe deze motie gedekt is.

De heer Graus (PVV):

Dat liet ik professor Dijkgraaf weten. Daarom heb ik er ook een verzoek van gemaakt om het te onderzoeken. Ik zei namelijk tegen professor Dijkgraaf: ik heb de dekking ook niet. Ga dat nu onderzoeken! Vandaar dat ik er een verzoek om een onderzoek van gemaakt heb. De regering kan dat beter gaan doen dan ikzelf.

De voorzitter:

Daarmee geeft u professor Dijkgraaf de gelegenheid om de motie alsnog mede te ondertekenen.

De heer Graus (PVV):

Ik heb dat geld niet liggen op mijn plankje, anders had ik het graag hieraan besteed.

De voorzitter:

U krijgt nog een vervolgvraag van de heer Dijkgraaf, of de toezegging dat hij ondertekent.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Ik zou de heer Graus willen vragen of ik het dan mag onderzoeken.

De voorzitter:

Dan krijgen wij een pettenprobleem.

De heer Graus (PVV):

Mijn volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, warmtecamera's in te zetten ten behoeve van vliegende grensbrigades, Taakaccenthouders Dierenwelzijn en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit in de strijd tegen illegale diertransporten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 123 (34300-XIII).

De heer Graus (PVV):

De staatssecretaris heeft mij schriftelijk laten weten dat hij dat gaat bekijken. Desnoods houd ik de motie dan direct weer aan, maar ik wil die stok achter de deur hebben. Ik heb hier te vaak gestaan en om iets verzocht wat me is toegezegd en dan gebeurde het toch niet en liep ik achter de feiten aan. Dat kan niet.

De voorzitter:

Een motie die is ingediend om ingetrokken te worden.

De heer Graus (PVV):

Als ik de staatssecretaris beter leer kennen en merk dat hij wel altijd zijn beloftes nakomt, dan ga ik dat iets minder doen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, enkel irreversibele bedwelming toe te staan voorafgaand aan de slacht,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 124 (34300-XIII).

De heer Graus (PVV):

Dan ga ik nu nog ...

De voorzitter:

Een interruptie van de heer Van Gerven.

De heer Graus (PVV):

Ja, die wil weten wat het verschil is tussen reversibel en irreversibel.

De voorzitter:

Laat hem dat zelf zeggen. Ik geef de heer Van Gerven het woord.

De heer Graus (PVV):

En hij is arts, dus hij moet het weten.

De voorzitter:

Nee, ik geef de heer Van Gerven het woord.

De heer Van Gerven (SP):

Er is iets anders. De heer Graus is voor irreversibele bedwelming van dieren. Hoe duidt hij dan de uitspraken van de VVD, die zich boos maakt dat er onderzoek gedaan wordt naar de dodingsmethode van vissen?

De heer Graus (PVV):

Ja, maar ik ben niet van de VVD, ik ben van de PVV. Ik ben een PVV-tokkie. Lang haar en zo. Ik behoor niet tot de VVD, ik ben van de PVV.

De voorzitter:

Ziet u aanleiding om inhoudelijk te reageren op deze vraag?

De heer Graus (PVV):

Ik zal die vraag dadelijk doorgeleiden, want ik ga dadelijk misschien een gevulde koek eten met mevrouw Lodders en dan communiceer ik dat vanavond nog met u.

De heer Van Gerven (SP):

De heer Graus zegt: ik ben voor irreversibele bedwelming voor alle dieren. Waarom heeft de PVV dan tegen een motie van de SP gestemd, die vroeg om onderzoek naar humanere dodingsmethoden en om het vissenwelzijn te stimuleren? Kan de heer Graus mij dat uitleggen.

De heer Graus (PVV):

Dat kan ik heel goed uitleggen. Wij steunen vaak geen moties waarop al toezeggingen zijn gedaan. Er werd toen al gezegd dat er onderzoeken plaatsvonden, door de sector zelf en door EZ. Als dan toch nog een motie wordt ingediend, is dat puur voor de bühne en dan doen wij het niet om die reden. Bovendien weet ik niet hoe het bij vissen gaat. Ik heb daar geen verstand van. Dat laat ik allemaal aan deskundigen ter zake over. Hier weet ik wel wat er speelt, omdat dat allemaal is onderzocht. Bij vissen moet het nog onderzocht worden. Ik kan u daar geen antwoord op geven. Ik heb ook niet gezegd dat het om alle dieren gaat, want het gaat natuurlijk om slachtdieren. Normaal worden dieren gedood met sedazine en xylazine en krijgen ze daarna Euthesate. Dat gaat heel anders. Dit gaat om slachtdieren. Ik heb gezegd, tijdens alle interruptiesdebatjes en hier vanaf het gespreekgestoelte, dat een dier dood moet zijn alvorens het wordt aangesneden of opengereten. Bepaalde bevolkingsgroepen willen dat die bedwelmingen reversibel zijn, want een dier mag niet dood zijn alvorens het wordt geslacht. Dat vind ik misdadig. Ik vind dat echt schandalig. Dat doe je gewoon niet.

De voorzitter:

Vervolgt u uw betoog, mijnheer Graus.

De heer Graus (PVV):

Een dier moet de kans niet hebben om bij te komen tijdens de slacht.

De heer Van Gerven (SP):

Het ging mij over de vissen.

De heer Graus (PVV):

De vissen, sorry. Ik dacht dat u een humaan arts was. Als u ook verstand hebt van vissen, prijs ik dat. Ik heb dat niet. Vandaar dat ik graag de onderzoeken afwacht. Ik kan daar geen antwoord op geven.

De voorzitter:

De motie ligt voor, dus gaat uw gang. U had nog een hartenkreet in de richting van de staatssecretaris?

De heer Graus (PVV):

Ik wil de staatssecretaris complimenteren. Ik heb als Kamerlid in geen negen jaar ooit contact met hem kunnen krijgen, zelfs niet als ik de Frederik Hendrikstraat liep en we langs elkaar liepen. Ik moet zeggen dat ik vandaag de indruk kreeg dat hij er al jarenlang zit als staatssecretaris. Ik kreeg niet de indruk dat er hier een staatssecretaris stond die pas een paar weken bezig is. Daar wil ik hem voor complimenteren. Hij heeft een paar heel waardevolle en verstandige dingen gezegd vandaag, laten we wel wezen.

De voorzitter:

Waarvan akte.

De heer Graus (PVV):

Ik was ook heel tevreden over staatssecretaris Dijksma. Ik hoop dat hij haar lijn voortzet, want daar was ik heel tevreden over. Dat moet deze staatssecretaris nog gaan bewijzen natuurlijk.

De voorzitter:

Er is nog een interruptie van mevrouw Lodders.

Mevrouw Lodders (VVD):

Ik ga ervan uit dat de heer Graus klaar was met zijn moties. Ik heb de telling niet bijgehouden. Ik werd gisteren geïnterrumpeerd door de heer Graus met de vraag waarom een aantal moties niet werd gesteund. Ik wil graag namens de VVD-fractie alvast een winstwaarschuwing geven. Daarnet was er even een interruptiedebatje met de heer Dijkgraaf over een ongedekte motie. Wij constateren dat er meer ongedekte moties zijn. Dat wil ik graag aan de heer Graus meegeven. Hetzelfde geldt voor de lastenverhoging die de Partij voor de Vrijheid nu weer bij ondernemers neerlegt met een aantal moties.

De heer Graus (PVV):

Dat is absoluut niet waar. Dat kan mevrouw Lodders ook niet aantonen. Wat zijn die andere ongedekte moties dan? Wat betreft die ene, heeft professor Dijkgraaf het echt bij het verkeerde eind. Ik heb juist om een onderzoek gevraagd. Ik heb gevraagd om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn, omdat ik de dekking niet heb. Ik houd niet van ongedekte cheques en ik zal hier in de Kamer ook nooit ongedekte cheques steunen. Daarom vraag ik om het te onderzoeken. Professor Dijkgraaf zit er dus naast, voor de tweede keer zolang als ik hem ken, en nu zit mevrouw Lodders er ook naast. Ik had bovendien graag van mevrouw Lodders gehoord …

De voorzitter:

U daagt de heer Dijkgraaf uit, dus hij mag reageren.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Een persoonlijk feit, voorzitter. Ik kan bevestigen dat ik ernaast zat. Er wordt inderdaad om een onderzoek gevraagd en daar hoeft geen dekking bij.

De voorzitter:

Kijk aan. Dit belooft nog wat voor de toekomst.

De heer Graus (PVV):

Het was helemaal niet bedoeld zoals u het nu opvat, professor Dijkgraaf. Ik ben echter dankbaar voor uw steun. Pas op, dat komt wel in de Handelingen te staan. Als nu toevallig een journalist binnenkomt en die hoort "Graus, ongedekte checques" dan staat het morgen weer op de voorpagina van de couranten. Die luisteren immers ook maar selectief. Vandaar dat ik het wel even gezegd wilde hebben.

De voorzitter:

Helder.

De heer Graus (PVV):

Ik wil wel graag weten van mevrouw Lodders welke andere moties dan ongedekte cheques zijn. Het is namelijk echt niet waar. Het is allemaal in landsbelang, in het belang van dieren of mensen. Het is logisch dat dat af en toe geld kost. Ik vraag om warmtecamera's voor de NVWA. Moeten die mensen dan de godganse dag ieder schimmig busje gaan aanhouden? Geef ze een warmtecamera, dan kunnen ze zien of er mensen of dieren achterin zitten. Dat is toch veel gemakkelijker? Dat betaalt zich terug. Het is wel een investering, maar die betaalt zich terug. Ik begrijp dat echt niet hoor.

De voorzitter:

U vraagt mevrouw Lodders het nader aan te duiden. Heeft zij daar behoefte aan?

Mevrouw Lodders (VVD):

Nee. Het zijn verschillende moties.

De voorzitter:

Dan mogen we dit punt als afgedaan beschouwen. U hebt de staatssecretaris gecomplimenteerd. Wilt u uw betoog nog vervolgen?

De heer Graus (PVV):

Ik heb nog een belangrijk punt. Die dierenpolitie, daar gaan we nu niet uitkomen. Waarschijnlijk niet tot 2017. Daarna gaat die er wel komen. Wereldwijd ben ik de dierenpolitie aan het opzetten, overal. Ik laat in het buitenland zien hoe het hier moet, fulltime dierenpolitie met politionele strafrechtelijke bevoegdheden en geen boa's. Die zijn niet meer van deze tijd. Ooit stonden hier voor het gebouw van de Tweede Kamer politiemensen, nu staan er marechaussees en dadelijk staan er commando's; let maar op. De maatschappij verhuftert en we moeten alles gaan verzwaren. Je kunt niet meer bij een dierenbeul aankloppen. Ik doe het vaak, want ik ga weleens met die mensen mee. Je wordt van het erf geschopt en geslagen. Deze mensen moeten echt oppassen. Ze moeten zwaar bewapend zijn en politionele en strafrechtelijke bevoegdheden hebben.

Het gaat mij erom dat het NFI is gestopt met diergeneeskundig onderzoek. Voor een gedeelte begrijp ik dat wel. Waarom? Omdat door de MH17-zaak de mensen daar nóg zwaarder zijn belast. Daarvoor heeft iedereen hier in de Kamer begrip. Hiermee is men dus bij het NFI gestopt. Ik heb toen zelf aan staatssecretaris Dijksma, de voorgangster van de huidige staatssecretaris, gevraagd om tot een team voor forensisch onderzoek bij dieren te komen. Daarvoor hebben zich al twee mensen aangemeld, namelijk een oud-medewerker van het NFI en een dierenarts. De laatste is momenteel in opleiding in Amerika. Die twee mensen willen andere mensen gaan opleiden. Ik vroeg aan staatssecretaris Dijksma om deze mensen, als het NFI dit niet meer wil doen, te koppelen aan de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. Daar heb ik zelf om gevraagd. Ik moet zeggen: dat is EZ nagekomen. Dat moet ik eerlijk toegeven. Ik dank de staatssecretaris en de ambtenaren die daarvoor verantwoordelijk zijn daarvoor.

De Kamer moet echter echt goed nadenken over het volgende. We zitten al jaren achter een paardenbeul en nog een paar dierenbeulen aan. Zij zijn levensgevaarlijk bezig; werkelijk levensgevaarlijk. Dadelijk wordt er iemand gepakt en vindt men DNA dat ook een rol speelt bij een moord op een mens. Dat gaat gebeuren! Ik doe die voorspelling, als Nostradamus. Ik vraag de Kamer en de staatssecretaris om me nou die twee mensen te gunnen. Ik heb er geen motie voor ingediend, maar ik vraag het de Kamer en de staatssecretaris. Gun me nou die man van het NFI, die nu voor zichzelf is begonnen, en die dierenarts. Het NFI is zeer bereid om forensisch onderzoek bij dieren te faciliteren, maar men heeft de capaciteit niet om het zelf te doen, omdat men het niet op een maatschappelijk en juridisch verantwoorde manier kan doen. Gun die twee mensen dit en plaats ze onder het NFI, in samenwerking met de faculteit Diergeneeskunde. Het gaat om twee mensen, dus voor de kosten hoeven we het niet te laten. Laat deze mensen hun gang gaan. Geloof me, zeg ik de staatssecretaris, ze krijgen die paarden niet. Geef ze die paarden. Ik snap er niets van. Waarom krijgen ze die paarden niet? Die mensen zitten gefrustreerd bij mij. Ze zeggen: we willen die paarden onderzoeken op DNA en we willen bekijken of we iets kunnen vinden. Maar ze krijgen die paarden niet eens. Niemand kan er toch op tegen zijn? Ik weet zeker dat 95% van de Nederlandse burgers die paardenbeul uit de maatschappij wil hebben, omdat het gewoon een gevaarlijke idioot is.

De voorzitter:

De spreektijd die u hebt aangegeven, is benut, mijnheer Graus.

De heer Graus (PVV):

Ja, maar ik heb nog twintig minuten. Maar ik zal stoppen, voorzitter; ik zal sportief zijn. Ik roep de staatssecretaris op om zijn hand over zijn hart te strijken en mij niet te zien als een PVV-tokkie. Staatssecretaris, neem uw verantwoordelijkheid en zorg ervoor dat die twee mensen worden ondergebracht bij het NFI, in samenwerking met de faculteit Diergeneeskunde. Begin daar nou eens mee, desnoods in de vorm van een pilot van een jaar. Geloof me; dat gaat zeer succesvol worden.

De voorzitter:

Dat is een helder verzoek.

De heer Graus (PVV):

Daar wil ik het bij laten. Ik wens u een gezegende avond, mijnheer de voorzitter.

De voorzitter:

Ik wens u nog veel vreugde in deze vergadering, mijnheer Graus.

Het woord is aan mevrouw Koşer Kaya. Zij heeft nog drie minuten spreektijd. Maar ik hoor dat ze nog een minuut van de heer Graus krijgt. De ridderlijke Graus kan het weer niet laten. U hebt nog vier minuten, mevrouw Koşer Kaya.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Voorzitter, dank u wel. Ik zal direct overgaan tot het indienen van mijn moties. De inhoud daarvan is duidelijk.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat keurmerken tot doel hebben, consumenten in staat te stellen een bewuste keuze te maken op basis van objectieve informatie;

constaterende dat consumenten met een onoverzichtelijk woud aan keurmerken te maken hebben op het gebied van gezondheid, duurzaamheid en dierenwelzijn;

verzoekt de regering, samen met de producenten-, keten- en consumentenorganisaties een eensluidend kader te ontwikkelen waaraan keurmerken moeten voldoen op het gebied van gezondheid, duurzaamheid en dierenwelzijn;

verzoekt de regering tevens, samen met de producenten-, keten- en consumentenorganisaties en deskundigen te komen tot een eenduidiger keurmerksysteem, waarbij fors wordt gesnoeid in het woud aan keurmerken, en daarbij de Britse ervaringen op het gebied van een vrijwillig systeem te betrekken;

verzoekt de regering voorts, de Kamer ruim voor het debat over het WRR-rapport "Naar een voedselbeleid" over de resultaten te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Koşer Kaya en Lodders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 125 (34300-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de besteding van landbouwsubsidies onvoldoende inzichtelijk gemaakt wordt;

van mening zijnde dat inzichtelijkheid hierin de rechtmatige besteding van subsidies bevordert, het vertrouwen in de besteding van subsidies kan vergroten en op den duur kan leiden tot afname van controlelasten voor Staat en boer;

verzoekt de regering om in Nederland een digitaal portaal te creëren waarin toegekende landbouwsubsidies terug te vinden zijn met, voor zover door de Wet openbaarheid van bestuur toegestaan, alle relevante reeds bij de overheid en uitvoeringsorganisaties aanwezige aanvraag- en verantwoordingsgegevens;

verzoekt de regering tevens, deze gegevens overzichtelijk te presenteren en te voorzien van uitgebreide documentdata om goede toegankelijkheid te borgen;

verzoekt de regering voorts, zich in de Europese Unie in te zetten om uiterlijk bij de tussentijdse herziening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid een dergelijke transparante omgang met landbouwsubsidies tot de Europese standaard te verheffen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Koşer Kaya. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 126 (34300-XIII).

De heer Geurts (CDA):

Ik ben heel benieuwd wat D66 extra wil ten opzichte van wat er nu al beschikbaar is. U had het over het gemeenschappelijk landbouwbeleid en inkomensondersteuning voor boeren. Dat wordt elk jaar gepubliceerd. Je kunt zo ongeveer op basis van het intikken van een postcode nagaan wat je buurman aan inkomensondersteuning of Europese ondersteuning krijgt. Wat wil D66 nog meer?

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Ik heb dat zowel in mijn eerste termijn als in mijn motie aangegeven. Inderdaad, de subsidie wordt vermeld, maar niet wat de doelen zijn, wat er behaald moet worden of wat de onderliggende gegevens zijn. Ik denk dat het veel beter kan. Kijk naar de ontwikkelingssamenwerkingsgelden. Op die manier zijn subsidies veel beter controleerbaar.

De heer Geurts (CDA):

Ik kan mijn collega uit eigen ervaring meegeven dat de verantwoording door Nederland over deze inkomensondersteuning vanuit het gemeenschappelijk landbouwbeleid veel verder gaat dan bijvoorbeeld bij ontwikkelingssamenwerking. Wilt u dan zelfs de bankafschriften met de transacties voor de boodschappen van een boer hebben om te controleren of de inkomensondersteuning daadwerkelijk goed besteed is? Op welk detailniveau wil D66 dit hebben? Wil de D66-fractie nu echt dat alle administratie van boeren gewoon bij de overheid terechtkomt? Ik dacht dat u de partij was die medestrijdt voor privacy. Ik vind dit echt absurd.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Ik ken de heer Geurts als een collega die goed naar de inhoud luistert. Als hij in dit geval goed had geluisterd, had hij gehoord dat ik specifiek heb gezegd dat we natuurlijk goed moeten kijken naar de privacyregels. Dat neemt echter niet weg dat we de gegevens die al door boeren worden verstrekt, transparant kunnen maken, zodat de boeren ook niet elke keer met controles worden geconfronteerd. Dan kunnen wij meteen met zijn allen zien wat er precies onder zo'n subsidie ligt en welke doelen ermee worden bereikt. Dan kunnen wij ook controleren.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog. U hebt nog twee minuten.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

De volgende motie luidt als volgt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat boeren te maken hebben met opeenvolgende en steeds wijzigende systemen van regelgeving ten aanzien van landbouw, milieu en natuur;

overwegende dat de zorgen over het goed op elkaar aansluiten van deze systemen steeds groter worden en de administratielasten toenemen;

verzoekt de regering, naar goed voorbeeld van de gemeente Eindhoven op basis van een designaanpak met een analyse van, en verbetervoorstellen voor, de huidige wet- en regelgeving te komen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Koşer Kaya en Lodders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 127 (34300-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat consumenten zich steeds meer zorgen maken over voedselveiligheid;

verzoekt de regering, te onderzoeken in hoeverre de risicoselectie bij het toezicht van de NVWA op import van levensmiddelen uit derde landen werkt in de zin dat er geen voedsel met verboden stoffen of foutieve etikettering op de Europese markt komt, en de Kamer binnen een halfjaar hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Koşer Kaya en Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 128 (34300-XIII).

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Tot slot dien ik de volgende twee moties in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat jaarlijks zandsuppletie ter grootte van 18 miljoen kuub zand plaatsvindt en delen van de kustlijn elke vier jaar vernieuwd worden;

overwegende dat zandsuppletie een vernietigende invloed heeft op de visstand en het twee tot drie jaar duurt voordat deze zich hersteld heeft;

verzoekt de regering, te onderzoeken of maatregelen, zoals het eens in de zes tot acht jaar in grotere hoeveelheden opspuiten van zand of het respecteren van het opgroeiseizoen van vissen, genomen kunnen worden om de ecologische impact hiervan te verminderen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Koşer Kaya. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 129 (34300-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Kamer pas eind 2016 geïnformeerd wordt over de invulling van de agenda om te komen tot één beheerder voor het Waddengebied met een integraal beheer- en inrichtingsplan;

verzoekt de regering, dit proces te versnellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Koşer Kaya. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 130 (34300-XIII).

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Ik heb nog één zin.

De voorzitter:

Dat kan nog precies.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Ik wil mijn complimenten overbrengen aan de staatssecretaris. Hij heeft de eerste keer hier in de plenaire zaal in vak-K mogen plaatsnemen. Ik moet zeggen dat hij inmiddels — daarvan ging ik al in mijn betoog in eerste termijn uit — de stof helemaal in de vingers heeft. Ik verwacht meer van de komende tijd. Ik wens de staatssecretaris nogmaals succes.

De voorzitter:

Ik dank u zeer voor uw inbreng.

Het woord is aan mevrouw Dik-Faber van de fractie van de ChristenUnie. Zij heeft nog drie, maximaal vier minuten spreektijd.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik dien de volgende moties in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de groei van Wageningen University in de afgelopen jaren werd belemmerd door de 2%-afbuffering in de bekostiging en door de afwijkende bekostigingssystematiek;

van mening dat Wageningen University financieel op dezelfde wijze behandeld moet worden als andere Nederlandse universiteiten;

overwegende dat ABDTOPconsult concludeert dat het ministerie van EZ tekortschiet bij de invulling van zijn groene stelselverantwoordelijkheid en dat er behoefte is aan een revitalisatie van de vakinhoudelijke betrokkenheid en sturing;

verzoekt de regering, te waarborgen dat:

  • -er een gelijk financieel speelveld ontstaat voor Wageningen University, waarbij de technische opleidingen op dezelfde wijze worden gefinancierd als opleidingen bij technische universiteiten;

  • -het ministerie van EZ een sterkere vakinhoudelijke rol gaat spelen in de gouden driehoek van groen onderwijs/wetenschap, bedrijfsleven en overheid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber en Bruins. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 131 (34300-XIII).

De heer Geurts (CDA):

Ik wil graag opheldering hebben van mevrouw Dik-Faber over de reden waarom zij deze motie indient. Eerst steunt zij een motie van D66 — volgens mij heeft zij die zelfs meeondertekend — om het hele groenonderwijs naar OCW te schuiven, en nu moet EZ een heel belangrijke rol gaan spelen bij Wageningen. Ik ben even de weg kwijt. Misschien kan mevrouw Dik-Faber het verhelderen.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik ga mijn best doen. Die motie hebben we meeondertekend omdat we denken dat het goed is dat het agrarisch onderwijs wordt ondergebracht bij OCW. Dit betekent echter niet dat de gouden driehoek op het spel moet komen te staan. Er is ook vakinhoudelijke betrokkenheid van EZ nodig. Daarover is veel discussie, zoals ook blijkt uit rapportages. Ik vind dat de bekostiging gelijk moet worden getrokken aan die van technische universiteiten. Dat zijn voor ons twee belangrijke randvoorwaarden die we in de motie hebben opgeschreven. Volgens mij sluit het een het ander niet uit.

De heer Geurts (CDA):

Ik concludeer maar dat de ChristenUnie-fractie nu hetzelfde gevoel heeft gekregen dat wij hadden toen die motie van D66, die de ChristenUnie ook heeft ondertekend, in stemming kwam. Dit gaat namelijk niet goed komen voor Wageningen. Ik ben heel blij dat de ChristenUnie dat licht nu ook heeft gezien en dat zij met deze motie komt om te bekijken hoe we dat kunnen repareren. Ik hoop dat de staatssecretaris aangeeft dat hij de motie van D66 niet gaat uitvoeren, want dan is het hele probleem opgelost.

De voorzitter:

Ik hoor daarin geen vraag. U kunt uw betoog vervolgen, mevrouw Dik-Faber.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik hoop op steun van de CDA-fractie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinet zich tot doel heeft gesteld om de voedselverspilling in 2015 met 20% te verminderen ten opzichte van 2009, maar dat in de afgelopen jaren bijzonder weinig voortgang is geboekt bij het verminderen van voedselverspilling en dat er jaarlijks nog steeds voor ruim 4 miljard euro aan voedsel in Nederland wordt weggegooid;

overwegende dat de Europese Commissie zich in het Actiepakket Circulaire Economie heeft gecommitteerd aan een halvering van de voedselverspilling en -verliezen in 2030;

verzoekt de regering, een nieuwe doelstelling te formuleren voor de reductie van voedselverspilling in 2020 en de Kamer hierover binnen drie maanden te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 132 (34300-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat traditionele gescheperde schaapskuddes een belangrijke bijdrage leveren aan het natuurbeheer en een bijzondere cultuurhistorische waarde hebben;

overwegende dat de economische positie van de traditionele gescheperde schaapskuddes in de afgelopen jaren is verslechterd, onder meer door verplichte openbare aanbestedingen en het wegvallen van subsidies;

verzoekt de regering, zich in te zetten voor een eerlijke bekostiging voor traditionele schaapskuddes in Nederland en samen met provincies te bekijken hoe de economische positie van traditionele gescheperde schaapskuddes kan worden verbeterd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber, Jacobi en Smaling. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 133 (34300-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat verduurzaming en regionalisering van de voedselproductie zich slecht verhouden tot liberalisering van de landbouwhandel tussen de EU en de VS;

overwegende dat door TTIP de prijs de voornaamste drijvende kracht achter de productie wordt, waardoor milieu en dierenwelzijn, maar ook het verdienmodel voor boeren verder onder druk komen te staan;

verzoekt de regering, niet akkoord te gaan met afspraken met de VS over liberalisatie van landbouwhandel binnen TTIP,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 134 (34300-XIII).

Mevrouw Lodders (VVD):

De vorige motie gaat over schaapherders. Wat zijn de financiele effecten van deze motie en hoe worden deze bekostigd?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik zie dat de bekostiging op dit moment niet op orde is. Er is een openbare aanbesteding vanuit de provincies, waarbij ook commerciële partijen inschrijven, die een ander verdienmodel hebben dan de traditionele schaapherders. Daardoor komen die traditionele schaapherders enorm onder druk te staan. Zij hebben andere kosten en komen niet aan bod binnen die aanbestedingsprocedures. Daarmee verliest Nederland een stukje prachtig natuurbeheer, maar ook een stukje cultuurhistorie. Ik zou heel graag willen dat dat gerepareerd wordt. Dat kan bijvoorbeeld door te stoppen met het doen van openbare aanbestedingen. Ik weet niet of de regels dat toelaten, maar ik vraag met deze motie aan de staatssecretaris om met de provincies te overleggen en ervoor te zorgen dat wij die schaapskuddes overeind houden en dat zij niet door marktwerking van de heide worden gedrukt.

Mevrouw Lodders (VVD):

Ik zal de motie straks goed lezen. Als ik een vervolgvraag heb, moet ik die eventueel aan de staatssecretaris stellen. Ik heb de tekst van de motie nu niet voor mij.

De heer Graus (PVV):

Normaal heet dat Grausen, maar nu zal ik gaan Lutzen, want onze Lutz Jacobi, Kamerlid van de PvdA, is er niet. Dit is echt het punt dat zij al jarenlang inbrengt. Volgens mij heeft zij daar toezeggingen op gekregen. Er is zelfs een motie aangenomen, die ik nog heb gesteund. Ik vind dit niet zo heel sportief. Bij EZ ligt er al lang een motie over schaapherders. Deze eer komt echt mevrouw Jacobi toe.

De voorzitter:

Gezien de dossierkennis van de staatssecretaris zal dat ongetwijfeld zijn reactie zijn. Wil mevrouw Dik-Faber reageren?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Jazeker wil ik reageren. Laat ik dan ook gelijk over de volgende motie spreken, die ik straks ga indienen. Alle eer voor mevrouw Jacobi, maar zij is hier vandaag niet aanwezig. Ik heb dit met haar afgestemd. Wij hebben afgesproken dat ik deze motie mede indien namens mevrouw Jacobi en de heer Smaling, die hier trouwens ook niet aanwezig is. De heer Van Gerven voert het debat. Hetzelfde geldt voor de volgende motie.

De voorzitter:

Ik zie de heer Graus opgelucht ademhalen. U kunt uw betoog vervolgen.

Mevrouw Lodders (VVD):

Ook hier is de vraag: hoe wordt dit bekostigd? Wat is de financiële dekking van deze motie? Ik denk dat de inkt nog niet droog is van de stemmingen die we zojuist hebben gehad, maar volgens mij is die motie daar weggestemd, dus ik ben echt verbijsterd, zeg ik tegen mevrouw Dik-Faber.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik dien de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat met de Marker Wadden een belangrijke bijdrage wordt geleverd aan het verbeteren van de waterkwaliteit, het robuuster maken van het ecologisch systeem in het Markermeer en aan de economische en strategische ontwikkeling van de Metropool Regio Amsterdam en de Noordvleugel;

overwegende dat het Rijk voor de Marker Wadden reeds een aanzienlijke financiële en personele bijdrage levert conform de gemaakte bestuurlijke afspraken;

overwegende dat, zolang de bouwinfrastructuur en het baggermaterieel aanwezig zijn, het resterende deel van het project tegen relatief beperkte kosten kan worden aangelegd;

verzoekt de regering om bij vrijvallende middelen in de begroting voor waterkwaliteitsmaatregelen tot een maximum van 7 miljoen euro in overleg met Natuurmonumenten te overwegen deze middelen aan te wenden als aanjaagbedrag om de financiering van de volgende stap van de Marker Wadden rond te krijgen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber en Jacobi. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 135 (34300-XIII).

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Er staat in het dictum dat er vanuit wordt gegaan dat er een maximum is van 7 miljoen als er sprake is van vrijvallende middelen bij waterkwaliteitsmanagement. Ik heb de motie hier niet voor mij, dus ik doe het even uit mijn hoofd. In de motie staat dus al een suggestie voor een dekking. De motie is inderdaad vanmiddag per ongeluk weggestemd. Er leek een meerderheid voor te zijn, maar bij de stemming is iets niet goed gegaan. Na overleg met mevrouw Jacobi breng ik de motie daarom opnieuw in stemming.

De voorzitter:

Geen vervolgvraag, dus mevrouw Dik-Faber vervolgt haar betoog.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik zie dat ik bijna aan het eind van mijn tijd ben. Ik heb hier een motie die al eerder is ingediend, maar die ik gewijzigd wil indienen. Ik heb de staatssecretaris ook gevraagd om daarop te reageren. Deze gewijzigde motie over regionalisering van de voedselproductie is vorig jaar bij de begrotingsbehandeling ingediend. Volgens mij kan ik deze zo indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de economische en ecologische duurzaamheid van de Nederlandse land- en tuinbouwsector door intensivering en focus op een lage kostprijs steeds meer onder druk staat;

overwegende dat de Nederlandse veehouderij de transitie naar een meer duurzame kringloop wil inzetten en dat daarvoor ondersteunend beleid nodig is;

overwegende dat het Europese landbouwbeleid in dient te spelen op deze ontwikkelingen en moet streven naar duurzaamheid, verminderde afhankelijkheid van derde landen, een eerlijke margeverdeling in de voedselketen en een goede toekomst voor gezinsbedrijven en jonge boeren;

verzoekt de regering, in samenspraak met de agrofoodsector het voortouw te nemen voor een strategische Europese agenda voor het versterken van de regionalisering van de voedselproductie, gericht op verdere verduurzaming en voedselzekerheid, die mede als basis kan dienen voor het Europese landbouwbeleid na 2020;

verzoekt de regering tevens, maatschappelijke initiatieven die hieraan bijdragen te faciliteren en kennisontwikkeling en innovatie die hiervoor nodig is te stimuleren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber en Geurts. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 136 (34300-XIII).

De voorzitter:

Ik verzoek u om de motie voor te lezen, want het gesproken woord geldt.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Voorzitter. Dank u voor de coulance. Ook nog mijn complimenten aan de staatssecretaris.

De voorzitter:

Dank u zeer voor uw inbreng. Ik geef graag het woord aan de heer Grashoff voor zijn bijdrage, tegen een tarief van maximaal drie minuten.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Voorzitter. Ook mijn complimenten aan de staatssecretaris. Ik vond het een plezierig debat. Hij heeft inhoudelijk en to the point geantwoord, op een wijze die verraadt dat hij zich buitengewoon goed heeft voorbereid voor deze eerste gelegenheid. Dat geeft hoop voor de toekomst.

Ik zie ook dat de staatssecretaris omzichtig en voorzichtig reageert als het gaat om zijn rol pakken versus samenwerking. Ik zie een enorme nadruk op samenwerking. Natuurlijk ontken ik in het geheel niet dat dit verstandig is, maar de ervaring leert ook dat processen onder samenwerking heel lang kunnen duren. Ik hoop dat de staatssecretaris als hij nog wat verder voet aan de grond heeft gekregen, ook wat stevigheid kan ontwikkelen in het pakken van het roer.

Dat geldt zeker voor de omvang van onze dierhouderij. Hij heeft zich niet willen uitlaten over een krimp van de varkenshouderij. Als wij erover doorpraten, denk ik dat hij het wellicht met mij eens is dat die weg uiteindelijk echt nodig is, maar daarover komen we nog te spreken.

Ik kan nog net drie moties indienen in de resterende twee minuten.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de primaire sector in de voedselketen het meest kwetsbaar is;

overwegende dat boeren en tuinders nu geconfronteerd kunnen worden met contracten met de afnemende industrie waarin voorwaarden zijn opgenomen die eenzijdig risico's en kosten bij hen neerleggen;

overwegende dat ook de commissie landbouw van het Europees Parlement deze praktijken onderkent en de Europese Commissie vraagt om regelgeving om deze praktijken tegen te gaan;

verzoekt de regering, voor 1 juli 2016 te komen met regelgeving en/of bindende afspraken met de sector, zodat contractenvoorwaarden die eenzijdig risico's en kosten neerleggen bij primaire producenten van voedsel, zodat zij gedwongen kunnen zijn om onder de kostprijs te leveren, niet meer mogelijk zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Grashoff. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 137 (34300-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er een intensivering nodig is voor het weidevogelbeheer om de populatie weidevogels in stand te houden en te herstellen;

constaterende dat de intensivering van de landbouw in belangrijke mate bijdraagt aan de daling van de weidevogelpopulatie;

overwegende dat de effectiviteit van de vergroeningsmaatregelen in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) tot heden klein is, maar dat de EU-regels in redelijke mate flexibiliteit bieden ten aanzien van de inzet van de GLB-middelen;

verzoekt de regering, in het reeds aangekondigde "plan van aanpak weidevogels" maatregelen op te nemen voor gerichte en effectieve inzet vanuit zowel de tweedepijlergelden alsook vanuit het vergroeningsdeel binnen de eerste pijler van het GLB ten behoeve van het weidevogelbeheer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Grashoff en Leenders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 138 (34300-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het kader van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer collectieven nu subsidies voor zes jaar worden vergeven;

overwegende dat boeren en collectieven aangeven dat langjarige contracten een positieve stimulans geven om deel te nemen aan agrarisch natuurbeheer;

overwegende dat financiers, zoals banken, van boerenbedrijven pas leningen verstrekken voor investeringen op basis van langdurige zekerheid;

van mening dat de koplopers in het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer moeten worden behouden;

verzoekt de regering, bij het verlenen van natuurbeheercontracten op te nemen dat, onder voorbehoud van ecologische effectiviteit en mogelijk veranderende Europese regelgeving, er wordt aangestuurd op een voortzetting van het beheerscontract,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Grashoff en Leenders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 139 (34300-XIII).

De voorzitter:

De heer Dijkgraaf heeft voor zijn tweede termijn namens de SGP twee minuten, met een uitloop tot maximaal vier minuten.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Voorzitter. Ook mijn complimenten aan de staatssecretaris. Hij krijgt die van iedereen en zo wordt het misschien gewoon, maar het was natuurlijk niet gewoon voor iemand die dit voor het eerst doet. Als mensen tegen mij hadden gezegd dat dit de vierde begroting van de staatssecretaris was, zou ik dat ook hebben geloofd. Ik vind het dus oprecht een compliment waard. In mijn eerste termijn had ik eigenlijk al alle vertrouwen uitgesproken. Ik heb geen enkele reden om daar nu iets aan af te doen. Dank daarvoor. En in reactie op zijn opmerking buiten de interruptiemicrofoon om zeg ik tegen de heer Graus: nee, een motie van wantrouwen zit er vandaag niet in.

De voorzitter:

Zoiets moet je wel verdienen!

De heer Dijkgraaf (SGP):

Ik ga verder met mijn moties. Daar komen ze.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, de Regeling gewasbeschermingsmiddelen zo aan te passen dat bestuurlijke boetes voor een bepaalde overtreding naar beneden aangepast kunnen worden als de zwaarte van de overtreding daar aanleiding toe geeft,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dijkgraaf, Geurts en Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 140 (34300-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, de meststoffenregelgeving zo aan te passen dat bestuurlijke boetes naar beneden bijgesteld kunnen worden als de aard en de zwaarte van de overtreding daar aanleiding toe geven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dijkgraaf, Geurts en Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 141 (34300-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, ervoor te zorgen dat bij het opleggen van een waarschuwing of korting bij overtreding van de randvoorwaarden voor inkomenssteun, beter rekening gehouden wordt met de zwaarte van de overtreding en het feit dat ook sprake is van bestuurlijke boetes,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dijkgraaf, Geurts en Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 142 (34300-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat administratieve systemen omtrent de aan- en afvoer van discards in het kader van de invoering van de aanlandplicht voor de demersale visserij niet voor 1 januari 2016 op orde zijn;

verzoekt de regering, na afstemming met andere Noordzeelidstaten de administratieve verplichtingen in het kader van de aanlandplicht voor de demersale visserij met een halfjaar uit te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dijkgraaf, Graus, Dik-Faber, Geurts, Visser, Van Klaveren en Van Vliet.

Zij krijgt nr. 143 (34300-XIII).

De heer Dijkgraaf (SGP):

Wij hebben een amendement ingediend voor extra geld voor de NVWA. Ik heb zojuist begrepen dat mevrouw Dik-Faber meetekent — waarvoor dank — dus dat zal in een gewijzigde versie worden meegenomen. Volgende week gaan we hier in een AO van vier uur verder over debatteren en kunnen dan de diepte in gaan. Er moet echter wel veel gebeuren op het gebied van de handhaving, het budget, snel leveren en de bedrijfsgerichtheid. Er zijn veel punten om aan te werken. Ik doe overigens niks af aan het goede werk dat de NVWA doet; daar heb ik veel waardering voor. Je kunt er echter wel van zeggen dat men echt bergopwaarts moet fietsen en dat wij met elkaar moeten duwen.

Dan kom ik op het groenonderwijs. Ik hoop dat het amendement-Geurts/Dijkgraaf op stuk nr. 103 wordt aangenomen, zodat dit onderwijs ook wat meer water onder de boot krijgt. Dit amendement krijgt ongetwijfeld oordeel Kamer, dus dat zal in ieder geval helpen. Het is van belang dat het groenonderwijs financieel maar ook qua inbedding goed geregeld wordt. Ik hoop nog steeds dat de staatssecretaris gaat zeggen dat het gewoon lekker bij Landbouw wordt gehouden.

Tot slot. Mevrouw Dikkers sorteert wel effect met haar discussie over kiloknallers. Je wordt je toch wel bewuster van je aankoopgedrag. Bij de lunch heb ik meteen gekeken of ik met het plakje ham dat je in het Kamerrestaurant kunt kopen een kiloknaller te pakken had. Dan zou ik het namelijk meteen inleveren. Zo'n plakje ham weegt 22 gram. Heeft iemand enig idee wat hij hier daarvoor betaalt? Ik ook niet, dus heb ik het gevraagd: €1,03. Dat betekent dat wij €46,82 per kilo betalen. Dat lijkt mij geen kiloknaller maar een euroknaller. Ik denk dat de boer hier in ieder geval een heel goede prijs voor zijn ham krijgt.

De voorzitter:

Dank voor uw bijdrage. Het woord is aan mevrouw Thieme. Mevrouw Thieme, hoeveel tijd denkt u nodig te hebben?

Mevrouw Thieme (PvdD):

Zeven minuten, maar misschien ook wel minder.

Voorzitter. Ik feliciteer de staatssecretaris met zijn eerste debat. Ik sluit me graag aan bij de vele complimenten die hij heeft gekregen van mijn collega's. Ik heb tijdens het debat ook heel sterk het gevoel gehad dat de staatssecretaris heel goed luisterde naar de bijdragen en ook probeerde om adequaat antwoord te geven tijdens de interruptiedebatten. Dat komt niet zo vaak voor in dit huis, kan ik u vertellen. Daar ben ik dus erg blij mee.

Ik ben ook blij met de toezegging van de staatssecretaris dat hij gaat spreken met dierenbeschermingsorganisaties en dat hij Cowspiracy gaat zien, de film die ik in de eerste termijn heb aangereikt aan de staatssecretaris. Die gaat op 15 december vertoond worden op het ministerie. Daar ben ik heel blij mee, want het is een onthullende documentaire over de klimaateffecten van vleesconsumptie en -productie.

Ik vind het wel opvallend in de bijdrage van de staatssecretaris dat ook hij heel sterk uitgaat van vertrouwen in de sector. We willen uiteraard graag vertrouwen hebben in iedereen, ook in alle Nederlandse bedrijven. We weten ook dat heel veel mensen met heel veel integere bedoelingen proberen het beste te maken van wat zij produceren en dat zij dit met hart en ziel doen. Na een aantal decennia weten we echter ook dat er heel veel misgaat in met name de dierhouderij. Dat heeft te maken met de focus op bulkproductie, of de ratrace to the bottom, zoals die ook wel wordt genoemd. Dan kan niet meer goed bekeken worden wat nog wel ethisch verantwoord is en wat echt niet meer kan. De morele blinde vlek in de bio-industrie is enorm groot. Niet alleen de Partij voor de Dieren zegt dit, dat zegt de directeur van de NVWA bijvoorbeeld ook. De naleving van regels laat te wensen over. Ook weet men vaak niet goed wat wel of niet door de maatschappij als toelaatbaar wordt beschouwd. Dat er superzeugen worden ontwikkeld die per jaar 40 biggen gaan werpen, geeft aan dat de bio-industrie zich op een doodlopende weg bevindt. Ze zet alleen maar in op superdieren die op onnatuurlijke wijze zo veel mogelijk vlees moeten produceren, waar vervolgens nauwelijks wat voor betaald wordt, zeker niet als je kijkt naar de export.

De staatssecretaris wijst vaak op het ongeduld van de Partij voor de Dieren. Zij zou te snel willen gaan. Dat hoor ik al zo lang als ik in de Kamer zit en hoorde ik ook toen ik nog directeur was van Wakker Dier en daarvoor. De discussie over de bio-industrie is echter al meer dan 25 jaar à 30 jaar oud. We zien dat er niets verandert, sterker nog, we zien dat de megastallen als paddenstoelen uit de grond komen. We zien de "megamorfose" van het platteland voor onze ogen voltrokken worden. Dan kun je blijven hopen dat de boel gaat veranderen met zelfregulering of vanuit goede intenties, maar zolang wij de melkboer en de slager van de wereld proberen te zijn, of in ieder geval van een heel groot deel van de wereld, zullen we de slag naar veel diervriendelijker landbouw, die zo nodig is, niet maken. Dan zullen we de slag van de transitie van dierlijke eiwitten naar meer plantaardige eiwitten, die ook zo nodig is, niet alleen omwille van het dierenwelzijn maar ook omdat het beter is voor onze gezondheid en voor onze aarde, niet maken.

We moeten die slag maken, omdat —in de woorden van de staatssecretaris — de wereldbevolking groeit en steeds meer wil, terwijl de aarde steeds minder aankan. We zullen de draagkracht van de aarde veel meer in ogenschouw moeten nemen. De veehouderij heeft een grote opgave uit te voeren, omdat de veehouderij de meeste broeikasgassen uitstoot van alle energieverbruikende industrieën in de wereld. We moeten realistisch zijn. We moeten stappen zetten om de boeren in Nederland te kunnen blijven houden. Elke dag stoppen er zeven boeren en dat is niet vanwege het beleid van de Partij voor de Dieren, maar vanwege het feit dat er zo gestuurd is geweest op bulkproductie.

Van het Bureau Risicobeoordeling en Onderzoeksprogrammering (BuRO) van de NVWA hebben we een prachtig rapport gekregen waarin het bureau concludeert dat informatie over de dierenwelzijnsrisico's ontbreekt doordat er niet systematisch gemonitord en geregistreerd wordt, onder meer ook door de open normen en uitzonderingsclausules die in de wetgeving voorkomen. Het bureau constateert dat dit de toezichthoudende taak van de NVWA bemoeilijkt. We hebben een uitgebreid debat gevoerd over de NVWA. We willen dat zij efficiënter werkt en effectiever is. Wij moeten haar daartoe de instrumenten geven om die taak naar behoren te kunnen uitvoeren. De naleving van het verstrekken van nest- en afleidingsmateriaal in de varkenshouderij, wat in de praktijk onvoldoende gebeurt, zal beter moeten worden gecontroleerd en nageleefd. Ik dien de volgende moties in over de toezichthoudende taak van de NVWA.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Bureau Risicobeoordeling en Onderzoeksprogrammering heeft geconcludeerd dat de informatie over dierenwelzijnsrisico's ontbreekt doordat er niet systematisch gemonitord en geregistreerd wordt;

constaterende dat dit de toezichthoudende taak van de NVWA bemoeilijkt;

overwegende dat toezicht effectief moet zijn;

verzoekt de regering, te komen met een plan van aanpak zodat de NVWA dierenwelzijnsrisico's systematisch kan gaan monitoren en registreren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 144 (34300-XIII).

Mevrouw Thieme (PvdD):

Dat plan van aanpak kan heel goed betrokken worden bij de doorlichting die voor deze staatssecretaris sowieso al op stapel staat. Kan hij een toezegging geven dat hij gaat kijken hoe hij deze monitoring en registratie kan vormgeven? In dat geval is de motie misschien niet nodig.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Bureau Risicobeoordeling en Onderzoeksprogrammering in zijn rapport stelt dat de naleving op het verstrekken van nestmateriaal bij zeugen en afleidingsmateriaal bij varkens tekort schiet;

verzoekt de regering, ervoor te zorgen dat:

  • -de naleving op het verstrekken van nestmateriaal bij zeugen en afleidingsmateriaal bij varkens verbetert;

  • -de NVWA op de naleving extra gaat toezien,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 145 (34300-XIII).

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik zei net al dat vlees het meest milieubelastende onderdeel van ons voedselpakket is als je kijkt naar de broeikasgassenuitstoot die met de vleesproductie gepaard gaat. De belasting van de natuur en het milieu en de dierenwelzijnsproblemen leiden tot veel externe kosten die aan ons voedsel, met name de dierlijke producten, verbonden zijn. Als wij spreken over een eerlijke prijs, zouden deze kosten verdisconteerd moeten worden in de kostprijs met een bewijslast voor de supermarkten, want zij zijn de inkopers. Hierdoor kunnen de boeren een eerlijke prijs krijgen voor de producten die zij maken. Ik dien hiertoe de volgende moties in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat steeds meer boeren in Nederland hun producten onder de kostprijs moeten verkopen;

verzoekt de regering, de maatschappelijke kosten van de huidige vlees-, vis- en zuivelproductie en -consumptie opnieuw te meten en te verdisconteren in de kostprijs,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 146 (34300-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat steeds meer boeren in Nederland moeite hebben om rond te komen van de opbrengsten van hun producten en regelmatig zelfs producten onder de kostprijs moeten verkopen;

constaterende dat retailers een doorslaggevende rol hebben in de vaststelling van de consumentenprijs;

overwegende dat boeren in staat dienen te worden gesteld om te kunnen produceren binnen de wettelijke en bovenwettelijke normen ten aanzien van onder meer dierenwelzijn, voedselveiligheid en milieu;

verzoekt de regering, mogelijkheden te onderzoeken om retailers een bewijslast op te leggen waarin aangetoond wordt dat de primaire producent voor de overeengekomen prijs kan produceren binnen de wettelijk gestelde of bovenwettelijk gestelde normen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 147 (34300-XIII).

De voorzitter:

U hebt uw aangegeven tijd benut.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik ga nog even door. Ik heb die tijd ook nog.

De voorzitter:

Wilt u dat zo kort mogelijk doen dan?

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik wist niet dat het, als ik zei ongeveer zeven minuten nodig te hebben, ook geen minuut meer zou mogen zijn, want volgens de lijst heb ik gewoon veertien minuten spreektijd.

De voorzitter:

Ja, maar als u tijd opgeeft, plannen we het zo in en houden we daar rekening mee.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik dien de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat indien vlees, vis en zuivel onder een hoger btw-tarief vallen, dit de transitie naar een duurzaam consumptiepatroon zal versnellen;

constaterende dat uit berekeningen van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt dat de opbrengst van een hoger tarief op vlees, vis en zuivel voor de overheid ten minste 1,1 miljard euro is;

verzoekt de regering, voorstellen te doen voor het verlagen van de btw op groente en fruit en het verhogen van de btw op vlees, vis en zuivel naar 21%,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 148 (34300-XIII).

Mevrouw Thieme (PvdD):

In de beantwoording heeft de staatssecretaris aangegeven dat hij paardenmarkten kritisch zal volgen om te bezien of zij zelf in staat zijn het dierenwelzijn te verbeteren en misstanden te voorkomen. Dat kunnen zij dus niet. De Dierenbescherming is na vier jaar uit het Protocol Welzijn Paardenmarkten gestapt omdat er geen echte voortgang wordt geboekt. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er op dorpsfeesten, zoals in Zuidlaren, Hedel en Elst, paardenmarkten worden gehouden waar regelmatig ernstige misstanden worden geconstateerd;

constaterende dat het Protocol Welzijn Paardenmarkten nauwelijks tot verbetering heeft geleid en dat de Dierenbescherming hierdoor uit het protocol is gestapt;

verzoekt de regering, een einde te maken aan paardenmarkten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 149 (34300-XIII).

Mevrouw Thieme (PvdD):

We zijn de afgelopen maanden opgeschrikt door berichten dat er jaarlijks drachtige koeien worden geslacht. Dat blijkt niet alleen in Duitsland, maar ook in Nederland het geval te zijn. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het doden van drachtige koeien, waarbij ongeboren kalveren langzaam een verstikkingsdood ondergaan, onethisch is;

verzoekt de regering, een einde te maken aan het slachten van drachtige koeien,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Thieme en Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 150 (34300-XIII).

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik kom op de CO2-bedwelming. Ik ben blij te horen dat de staatssecretaris ook vindt dat de methode van CO2-bedwelming vervangen moet worden door een andere methode en dat hij onderzoek laat uitvoeren naar alternatieven, maar toch dien ik hierover een motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de staatssecretaris van Economische Zaken heeft aangegeven dat, vanuit het oogpunt van dierenwelzijn, CO2-bedwelming vervangen moet worden door een betere methode;

verzoekt de regering, in het aankomende plan van aanpak hieromtrent aandacht te geven aan alternatieven voor CO2-bedwelming bij varkens, en als alternatieven reëel blijken te zijn, hierbij een termijn te stellen waarbinnen de CO2-bedwelming wordt uitgefaseerd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Thieme en Van Dekken. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 151 (34300-XIII).

Mevrouw Thieme (PvdD):

We hebben een debat gevoerd over het amendement dat ik samen met mevrouw Koşer Kaya heb ingediend over natuurnetwerken op de eilanden. De staatssecretaris zei dat deze adequaat gefinancierd werden. Daarmee doelt hij waarschijnlijk op de financiering van de exclusieve economische zone rondom de eilanden, maar Nederland werkt er op dat vlak vooral aan om de spelers rond de tafel te krijgen, een commissie te vormen en een managementplan op te stellen. Wij willen echter graag geld voor het natuurbeheer zelf. Dat is uniek omdat het een duurzame inkomstenstroom genereert en daarom een voorbeeld is voor andere Caribische eilanden. Dit trust fund is niet voldoende gevuld. Als we er nu mee stoppen, is het geld dat de afgelopen tien jaar gegeven is, echt weggegooid. Nederland is cofinancier, samen met de Postcode Loterij. Deze zal ook stoppen met investeren als Nederland zich terugtrekt. Daarom is het zo belangrijk dat dit amendement wordt aangenomen door de Kamer.

Tot slot wil ik nog twee moties indienen naar aanleiding van hetgeen ik in eerste termijn heb gezegd over dieren in de natuur.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat jaarlijks honderdduizenden ganzen worden gedood;

constaterende dat één Agrilaser een landbouwareaal van 700 hectare schadevrij kan houden;

constaterende dat de Agrilaser effectief, veilig en diervriendelijk is, en goedkoper dan vergassen;

constaterende dat pilotexperimenten met de Agrilaser vooralsnog uitblijven;

verzoekt de regering, het starten van pilotexperimenten met de Agrilaser onder provincies te stimuleren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Thieme en Koşer Kaya. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 152 (34300-XIII).

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik heb ten slotte nog de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de vos een beschermde diersoort is in de Flora- en faunawet en de toekomstige Wet natuurbescherming;

constaterende dat de vos op de landelijke vrijstellingslijst staat, wat betekent dat er gedurende het gehele jaar overal in Nederland afschot mag plaatsvinden, zonder dat hoeft te worden aangetoond dat er in een gebied schade is;

constaterende dat de Wet natuurbescherming overdracht van de regie over het natuurbeleid aan de provincies beoogt;

verzoekt de regering, de vos van de vrijstellingslijst te halen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 153 (34300-XIII).

Mevrouw Thieme (PvdD):

Dank u wel. Ik heb al aangekondigd dat ik met een initiatiefwetsvoorstel zal komen om het onverdoofd ritueel slachten te verbieden. Ik zie uit naar dat debat met onder anderen de staatssecretaris. Ik zie uiteraard ook uit naar alle andere debatten in de komende periode. Ik wens de staatssecretaris daarbij veel succes.

De heer Graus (PVV):

Wordt die initiatiefwet nu weer zo'n second-bestverhaal? Ik heb dat overigens gesteund. Ik heb dat vorige keer ook gesteund. Gaat mevrouw Thieme nu voor het hele verhaal? Zeggen we: oké, we spreken niet meer over irreversibel en reversibel, het dier moet gewoon dood zijn? Er mag ook geen sprake zijn van reversibele bedwelming. Dat wil ik graag weten.

Mevrouw Thieme (PvdD):

De heer Graus probeert hier telkens opnieuw een discussie te verengen tot het reversibel of irreversibel bedwelmen, alsof daar nu de enorme crux zit met betrekking tot het verbieden van onverdoofd ritueel slachten. De heer Graus wil graag het hele rituele slachten verbieden, dus er mag zelfs niet eens een gebed over het slachten worden uitgesproken. Wij willen heel graag dat het niet uitmaakt voor een dier welk geloof zijn slachter heeft en dat de voor het dier best beschikbare methode voor het slachten wordt gehanteerd. Volgens mij verschillen de heer Graus en ik daarover niet van mening. Als er een reversibele methode van bedwelming bestaat die te risicovol is, dan vindt de heer Graus ons aan zijn zijde om daar onmiddellijk mee op te houden. Daarom heb ik ook een motie ingediend om het CO2-bedwelmen bij varkens niet langer toe te staan. Ik denk dus dat de heer Graus op zijn wenken wordt bediend en dat wij niet anders dan hetzelfde doel nastreven.

De heer Graus (PVV):

Ik wil allereerst een opmerking maken. Ik maak hier heel ernstig bezwaar tegen. Wij worden iedere keer in een hoek gedrukt met uitspraken die wij niet hebben gedaan. Dat gebeurt in de kranten, dat gebeurt in de media en dat wordt hier nu ook door een Kamergenoot gedaan. Het zal me een worst wezen wat iedereen bidt en doet. Het zal me echt een worst wezen! Het gaat mij puur en alleen om het dierenwelzijn.

Ik heb in mijn termijn gezegd: of het nu smurfen, gele mensen, zwarte mensen, bruine mensen, moslims, joden of Nederlandse boerenjongens zijn, het gaat om het dierenleed. Ik heb nadrukkelijk gezegd dat het me niet om dat gebed gaat. En toch probeert mevrouw Thieme het dan nog even. Ik zie overigens dat er niet eens meer journalisten zitten. Die zijn allemaal al naar huis toe. Het gaat er gewoon om dat dit soort dingen levensgevaarlijk zijn. Die worden er uitgepikt door de luie journalisten en in de krant gezet alsof ik dat gezegd zou hebben. En dat gebeurt aan de lopende band.

Ik maak hier ernstig bezwaar tegen. Ik ben het zo spuugzat dat we iedere keer in een bepaalde hoek worden gezet, terwijl we het niet hebben gezegd. Er worden heel veel dingen over de PVV gezegd die we helemaal nooit hebben gezegd. Mevrouw Thieme kan dat nergens aantonen. Maar het wordt wel nog even gezegd door een beëdigd lid van de Staten-Generaal. Kunt u zich voorstellen dat de mensen thuis totaal geen vertrouwen hebben in de Kamer? Als je die onzin allemaal hoort! En dan zien ze op een gegeven moment dat het niet zo is. Wij kunnen dat aantonen. Die mensen geloven heel veel Kamerleden gewoon niet meer. Ik begrijp die mensen. En ik begrijp ook dat mevrouw Thieme eromheen draait. Wij willen dat een dier dood is alvorens het wordt opengereten of aangesneden. Dat zou de Partij voor de Dieren ook moeten willen. Dat is misschien ook de reden dat zij het eerste verzoek van mij in 2008 niet gesteund heeft.

De voorzitter:

Ik verzoek u om tot een vraag voor mevrouw Thieme te komen. Daarvoor is een interruptie bedoeld.

De heer Graus (PVV):

Ik ga niet meer in discussie met iemand die zulke domme onzin uitkraamt. Sorry hoor, ik laat het hierbij. Echt waar!

De voorzitter:

Er is geen vraag gesteld. Mevrouw Thieme, u mag dit voor kennisgeving aannemen.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Dat doe ik ook. De heer Graus heeft moties ingediend waarin een verbod op het ritueel slachten staat. Daarmee wil hij dus kennelijk ook alle rituelen die niets te maken hebben met dierenwelzijn, verbieden. Anders zou er wel in staan dat er een verbod op onverdoofd ritueel slachten zou moeten komen. Dus als daar het misverstand in zit, dan heeft de heer Graus op dit moment heel duidelijk gemaakt dat hij dat dus niet beoogt met zijn moties. Dat is heel mooi.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Wassenberg. Volgens onze telling in deze ronde beschikt u nog over vier minuten.

De heer Wassenberg (PvdD):

Voorzitter. Hoeveel tijd zou ik maximaal hebben, als er geen vier minuten op het klokje staan?

De voorzitter:

Dat kan van tevoren worden aangegeven, maar als er een aantal minuten voor staat, wordt dat ingepland en daar wordt dan rekening mee gehouden.

De heer Wassenberg (PvdD):

Wij gaan kijken hoe ver ik kom.

Voorzitter. Ik dank de staatssecretaris hartelijk voor de beantwoording van de vragen. Ik begin met het onderwerp kweekvis. De staatssecretaris zegt dat kweekvis geen oplossing is voor het leegvissen van de oceanen. Dat is goed nieuws, maar hij schrijft tegelijkertijd dat viskweek, mits het op een duurzame manier gebeurt, kan bijdragen aan mondiale voedselvoorziening. Dat staat in de schriftelijke beantwoording. Hoe ziet de staatssecretaris dit voor zich? Bij viskweek worden grote aantallen vissen in kleine bakken of bassins gehouden, met beschadiging en ziekte tot gevolg. Daarbij wordt, net als bij andere takken van de bio-industrie, veel antibiotica gebruikt. Viskweek brengt dus per definitie met zich mee: veel vissen, weinig ruimte, verstoord dierenwelzijn, hoog antibioticagebruik en hormoongebruik, om vissen tot voortplanten te dwingen. Dan klinkt het heel fijn als de staatssecretaris stelt dat een duurzame viskweek wordt nagestreefd, maar voor de Partij voor de Dieren is dat toch een contradictio in terminis.

Ik ga even door over kweekvis, maar dan in Amerika. Vorige maand heeft het Amerikaanse voedselagentschap een genetisch gemanipuleerde zalm goedgekeurd voor menselijke consumptie, maar die zalm hoeft niet als zodanig — genetisch gemanipuleerd — gelabeld te worden. Doordat die labeling ontbreekt, bestaat het risico dat die zalm vroeg of laat ook opduikt op de Europese of Nederlandse markt. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Amerikaanse voedselagentschap genetisch gemanipuleerde zalm voor menselijke consumptie vorige maand heeft goedgekeurd;

constaterende dat in Amerika bij verkoop niet vermeld hoeft te worden dat de vis genetisch gemanipuleerd is;

constaterende dat in Nederland draagvlak voor de consumptie van genetisch gemanipuleerde dieren ontbreekt;

verzoekt de regering, te voorkomen dat genetisch gemanipuleerde dieren, zoals de zalm, op de Nederlandse markt komen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 154 (34300-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Europees Milieuagentschap waarschuwt dat de huidige bescherming van Europese zeeën onvoldoende is om mariene ecosystemen in stand te houden;

constaterende dat de visserijvrije zone in het Nederlandse gedeelte van de Noordzee slechts 0,25% van de oppervlakte bestrijkt;

verzoekt de regering, meer en grotere visserijvrije Noordzeereservaten aan te wijzen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 155 (34300-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese Commissie in de tussentijdse evaluatie van de Biodiversiteitsstrategie 2020 concludeert dat Nederland onvoldoende vooruitgang boekt;

constaterende dat dit deels komt doordat Nederland achterloopt met de implementatie van de Europese natuurrichtlijnen, zoals het opstellen van beheerplannen voor Natura 2000-gebieden door provincies;

verzoekt de regering, een sterkere regierol te nemen door jaarlijkse tussendoelen te formuleren die een voorspoedige implementatie garanderen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Wassenberg en Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 156 (34300-XIII).

De heer Wassenberg (PvdD):

Mijn laatste vijftig seconden wil ik gebruiken voor een verzoek aan de staatssecretaris. Mevrouw Thieme heeft in haar bijdrage gevraagd of de staatssecretaris zijn collega van Financiën kan attenderen op de financiering via Atradius. Mijn vraag is, of hij op dit punt een toezegging kan doen.

Dan heb ik nog een halve minuut over, voorzitter.

De voorzitter:

Ik dank u zeer voor uw bijdrage en voor de tijd die u benutte.

De heer Houwers is niet aanwezig, dus hij ziet bij dezen af van zijn inbreng.

De staatssecretaris heeft aangegeven, 20 minuten nodig te hebben voor de voorbereiding van de bespreking van de moties en de amendementen.

De vergadering wordt van 21.25 uur tot 22.02 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering en heet de staatssecretaris welkom, wat later dan de bedoeling was, maar des te beter voorbereid. Ik geef hem graag de gelegenheid om de vragen te beantwoorden, de moties van een oordeel te voorzien en even op de amendementen in te gaan. Gaat uw gang.

Van Dam:

Voorzitter. Excuus dat het iets langer duurde. We hadden vooraf op het departement een pouletje gemaakt over hoeveel moties er zouden worden ingediend. Laat ik het zo zeggen: niemand heeft gewonnen.

De voorzitter:

Ze zaten er allemaal onder, begrijp ik.

Van Dam:

Juist, en daarom duurde het ook iets langer.

Ik ga eerst in op de vragen die zijn gesteld in tweede termijn en op de vragen die zijn blijven liggen vanuit de eerste termijn. Ik begin met de vraag van de heer Van Gerven, die vroeg naar het standpunt over het bedwelmen van vissen. Voor paling is er al een bedwelmingsapparaat. Het gebruik daarvan wordt vastgelegd in regelgeving. Het wordt verplicht. Er zijn al bedrijven die het apparaat gebruiken. Voor meerval en tarbot worden bedwelmingsapparaten ontwikkeld. Die zijn nog niet praktijkrijp. Zoals ik ook in eerste termijn tegen mevrouw Lodders zei, loopt het onderzoek naar het bedwelmen van enkele platvissoorten aan boord van de vissersvaartuigen. Dat onderzoek wordt naar verwachting eind 2016 afgerond en ik zal de Kamer er dan ook over informeren.

Mevrouw Lodders vroeg of ik haar trots deel op de landbouw, want zij had de indruk dat ik de focus ook op wat andere ontwikkelingen legde dan die zij misschien aantrekkelijk vond. Ik dacht dat ik in mijn termijn en in mijn inleiding al duidelijk had gemaakt dat ik die trots deel en dat ik er ook trots op ben dat we zo'n ontzettend sterke internationale positie hebben, dat we koploper zijn op tal van terreinen, niet alleen in de export, maar ook in de kwaliteit, de duurzaamheid en ook in de technologie en innovatie die daarachter liggen.

Ik ben daar trots op, maar om koploper te blijven, moet je ook altijd in beweging blijven en moet je ervoor zorgen dat je voorop blijft lopen. Ik heb de Kamer geschetst dat ik die ambitie heb en dat ik daarin de sector ook graag wil ondersteunen. Ik wil dus ook innovatie en verduurzaming ondersteunen, want ik denk dat die twee bewegingen nodig zijn om internationaal koploper te blijven. Ik heb benadrukt dat dit ons de kans biedt om niet alleen qua exportpositie in producten koploper te blijven, maar ook qua exportpositie op het gebied van kennis en technologie. Ik zie op dat vlak grote kansen voor Nederland.

Zoals ik ook al zei, ben ik altijd zeer onder de indruk geweest van de enorme passie die ik aantref bij boeren. Wat dat betreft, zijn het ondernemers met een enorme verbinding met het werk dat zij doen. Daarmee mogen zij ook een voorbeeld zijn voor veel andere mensen in ons land.

Mevrouw Lodders stelde ook een vraag over de kiloknallers. Wanneer is het stunten en wanneer niet meer? Nu was de essentie van mijn reactie in eerste termijn dat je dat niet zo goed in exacte bedragen kunt uitdrukken. Daar vroeg mevrouw Lodders nadrukkelijk naar: druk het nu eens uit in exacte bedragen. Maar dat gaat nou net niet. Je ziet ook in Duitsland dat ze heel veel moeite hebben met het handhaven van het verbod op verkoop onder de kostprijs, juist vanwege het feit dat het zo lastig is om een inkoopprijs te bepalen.

Het belangrijkste is, zoals ik ook in mijn eerste termijn heb aangegeven, dat de boer een eerlijke prijs krijgt voor zijn product. Natuurlijk, als de boer dat krijgt, is reclame met vlees nog steeds mogelijk, alleen zie je in de huidige markt dat niet alleen de prijsdruk vanuit de supermarkten, maar zeker ook reclameacties leiden tot een sterkere prijsdruk in de keten, want het moet toch ergens van betaald worden. Vaak is het toch de boer die de rekening daarvoor betaalt en vaak zijn het de dieren die daar de pineut van zijn.

Dat is ook waarom ik heb gezegd dat ik het onwenselijk vind om dat te doen en dat ik graag samen met de hele keten wil bezien hoe we ervoor kunnen zorgen dat boeren uiteindelijk een eerlijkere prijs krijgen, die ze ook in staat stelt om te investeren in dierenwelzijn en in de ontwikkeling van hun bedrijf. Dat is meer dan alleen maar het hoofd boven water houden. Ik denk dat boeren, op dit moment zeker ook in de varkenshouderij, er veel behoefte aan hebben dat ze die ruimte krijgen. Ze kunnen mij aan hun zijde vinden.

Mevrouw Lodders vroeg voorts of ik de tekst van het regeringsakkoord ken. Nu is het aantal regels dat betrekking heeft op mijn portefeuille vrij overzichtelijk. Die heb ik uiteraard ook goed uit mijn hoofd geleerd de afgelopen weken. Er staan twee dingen in. Het eerste is dat dierenwelzijn verder verankerd gaat worden in de intensieve veehouderij. Dat citeerde mevrouw Lodders niet, maar dat is een belangrijk onderdeel van het regeerakkoord. Het tweede, waar mevrouw Lodders terecht naar verwees, is dat de planologische regels getoetst moeten worden op gezondheidsaspecten en dat die regels zo nodig worden aangescherpt. Ik heb in mijn eerste termijn verwezen naar de discussie over de Wet dieraantallen en volksgezondheid, maar ook naar de gewijzigde Omgevingswet waarin al is geamendeerd dat rekening moet worden gehouden met gezondheidsaspecten. Ik heb gezegd dat ik ga bekijken op welke manier de voorgenomen Wet dieraantallen en volksgezondheid nog toegevoegde waarde heeft boven op wat al in de Omgevingswet is geregeld op dit moment.

Mevrouw Lodders vroeg ook of het onderzoek bij de NVWA, de doorlichting op efficiency, ver genoeg gaat. Ik denk zeker te weten dat mevrouw Lodders en ik hier dezelfde intentie hebben, namelijk om die efficiency goed en grondig door te lichten. Ik speek daar graag volgende week over verder in het algemeen overleg NVWA. Ik ben graag bereid om dat daar verder mondeling toe te lichten. De intentie is dezelfde.

Mevrouw Lodders (VVD):

Ik had gevraagd om de onderzoeksopdracht met de Kamer te delen. Nogmaals, ik maak me heel erg zorgen over de vraag of het mogelijk is. We hebben zegge en schrijve anderhalve maand — maak er twee maanden van — en dan wil de staatssecretaris de resultaten zien. Als je een onderzoek wilt doen naar de efficiency — ik zal volgende week een heel aantal voorbeelden noemen — heb je echt meer nodig. Dan zul je tot in de haarvaten van die organisatie moeten gaan. Is de staatssecretaris bereid om de opdrachtverstrekking of de omschrijving van de opdracht op de drie aspecten met de Kamer te delen voor het komende algemeen overleg?

Van Dam:

Ik hecht eraan dat we elkaar ook in de verhoudingen respecteren. Dat betekent dat de regering regeert en de Kamer controleert. Ik geef aan dat mijn intentie is om de efficiency goed en grondig door te lichten. Mogelijk blijkt in het voorjaar dat daarvoor meer stappen nodig zijn dan de stappen die we in die korte periode hebben kunnen zetten. Ik zeg erbij dat er vanwege het verbeterplan wel het nodige zicht is op de organisatie van de NVWA, maar dat de intentie absoluut is om die grondig door te lichten. De Kamer krijgt in het voorjaar de resultaten daarvan. Mevrouw Lodders kan vanuit haar controlerende functie op dat moment beoordelen of die doorlichting zo grondig is geweest als zij haar wenst. Ik zei al dat de intentie van haar en mij volgens mij dezelfde is.

De heer Geurts heeft zijn vragen over de equivalente maatregelen waar het gaat om bemesting herhaald. Waarom kunnen die niet sneller worden ingevoerd? De equivalente maatregelen zijn geïntroduceerd in het vijfde actieprogramma om ruimte te maken voor maatwerk in de fors verlaagde gebruiksnormen. Het gaat om maatregelen waarvan wetenschappelijk onderbouwd is dat zij een neutraal of positief milieueffect hebben en waarvan de uitvoering goed geborgd is. De sector heeft voorstellen gedaan voor drie equivalente maatregelen. Deze maatregelen zijn voor goedkeuring aan de Europese Commissie voorgelegd en ik hoop daarover begin volgend jaar uitsluitsel te krijgen van haar. Op basis van goedkeuring zal aanpassing van de regelgeving moeten plaatsvinden. Het gaat hier om een AMvB waarover de Raad van State advies moet uitbrengen. Dat maakt dat die maatregelen niet voor medio volgend jaar van kracht kunnen worden. Als de regeling met de nieuwe normen in werking treedt, gelden die normen voor het hele groeiseizoen.

De heer Geurts (CDA):

Ik ben op zichzelf wel blij met dit antwoord, maar het gaat mij erom dat het mestseizoen 2016 niet weg is. Als die maatregel niet op tijd af komt en pas in de zomer bekend wordt, heb je er gewoon niets meer aan omdat de aanwending in de akkerbouw met name in het voorjaar plaatsvindt. We zijn ook 2015 al kwijt, want begin 2015, rond Koningsdag, is bekend geworden dat dit zou kunnen. Mijn dringende oproep aan de staatssecretaris is om ook te kijken of de Raad van State mee wil werken aan een spoedbehandeling. Daar zijn mogelijkheden voor. Als ik wat kan doen via onze collega's in het Europees Parlement om de Europese Commissie aan te drukken, hoor ik dat graag.

Van Dam:

Ik zei al dat ik hoop, begin volgend jaar uitsluitsel te krijgen van de Europese Commissie. Dit nog veel sneller doen, gaat bijna niet, want we zitten al aan het einde van dit jaar. Laat ik de heer Geurts ook zeggen dat wij er uiteraard alles aan zullen doen om, zodra die goedkeuring er is, zo snel mogelijk te komen tot een AMvB en tot een advies van de Raad van State. De Raad van State wordt de laatste tijd echter overspoeld met verzoeken om spoedadviezen. Men geeft daar ook aan dat we niet elke keer om een spoedadvies kunnen vragen. Dat lijkt me daarom geen begaanbare weg. Maar we zullen vragen of ze het zo snel mogelijk willen doen. Het is ook gebruikelijk dat de raad dat doet. Hoe sneller hier duidelijkheid over komt, des te meer effect het zal hebben; dat realiseer ik mij heel goed. We maken er dus haast mee, maar de heer Geurts heeft van mij gehoord wat het tijdschema is, en dat is al redelijk strak gepland.

De voorzitter:

De staatssecretaris vervolgt zijn betoog.

Van Dam:

De heer Leenders vroeg mij om te bevestigen dat de ex-antetoetsing van gebiedsaanvragen ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Ik kan dat inderdaad bevestigen. Begin 2016 wordt ex-ante-onderzoek gedaan op het te verwachten effect van de beheerplannen.

De heer Graus zei eigenlijk: gun me nou één man die bij het NFI heeft gewerkt en één dierenarts die, in samenwerking met de faculteit Diergeneeskunde, kunnen werken in het kader van dat forensisch team. Ik moet beginnen met te zeggen dat ik hier geen toezeggingen kan doen waar het gaat over het NFI, wat het NFI valt onder de minister van Veiligheid en Justitie. Ik heb er ook bij gezegd: het NFI kán, indien nodig, forensische diergeneeskundige expertise inzetten via samenwerking met de faculteit Diergeneeskunde. Laat ik er echter bij zeggen dat er vanuit het departement al is gesproken met de twee initiatiefnemers naar wie de heer Graus verwijst. Er is hun gevraagd om een voorstel voor een pilot te doen. Op het departement wordt nu gewacht op dat voorstel. We zijn uiteraard graag bereid om dat gesprek te vervolgen; dat kan ik de heer Graus toezeggen.

De heer Graus (PVV):

Dit is dus echt niet waar. Ik heb deze beide heren een uur geleden nog gesproken. Sterker nog, ze zijn zelf aan de bel gaan trekken. Ze hebben dat zelf gedaan. Er werd tegen ze gezegd door een ambtenaar die onder de staatssecretaris werkt: ik weet hier helemaal niets van af. Dat is echt zo. Ik heb die mensen net nog gesproken. Er zijn hier echter meer mensen mee bezig, maar daarbij zijn maar twee echte professionals. Een ervan komt van het NFI. Het is een humaan patholoog-anatoom. De ander is een dierenarts die nu een opleiding voor forensisch dierenarts in Amerika volgt. Daar gaat het om. Ik heb de namen van deze twee heren al een keer doorgegeven, maar ik zal ze hier uiteraard niet noemen.

De voorzitter:

Nee, dat zou ik niet doen.

De heer Graus (PVV):

Eigenlijk vind ik dit het belangrijkste punt van alle punten die ik gisteren en vandaag heb ingebracht. Waarom? Deze mensen maken zich ook schuldig aan mishandeling van mensen. Als we deze mensen willen oppakken en uit de maatschappij willen kunnen halen, dan moeten ze kunnen worden opgespoord. Zorg er nou toch voor dat die mishandelde paarden naar deze onderzoekers worden gebracht, zeg ik de staatssecretaris. Ik kan echt niet begrijpen waarom dat niet gebeurt. Ik kan dat echt niet begrijpen. Ze bedelen er haast om, want ze willen die kadavers hebben omdat ze die willen onderzoeken. Ze hebben al heel veel geconstateerd bij onderzoeken die ze vrijwillig hebben gedaan. Het kan toch niet zo zijn dat deze mensen dit in hun eigen tijd een beetje tussen de soep en de aardappelen door moeten doen? Dat kunnen we toch niet menen? Zij hebben ook een praktijk en die mijnheer doet ook nog veel humaan forensisch onderzoek. Het gaat ook nog eens om een heel klein budget. Ik zal u zo min mogelijk lastigvallen vanavond, voorzitter, maar dit vind ik echt een belangrijk punt. Ik hoop echt dat de staatssecretaris dit oppakt. Als hij dat zou doen, zou ik daar heel tevreden over zijn.

Van Dam:

Ik heb tegen de heer Graus gezegd dat het departement graag bereid is om verder te spreken over het doen van een pilot. Dat zeg ik de heer Graus dus toe. Het lijkt me goed als we even checken of hij en ik het inderdaad nu over dezelfde mensen hebben, maar daar ga ik even van uit. In mijn eerste termijn zei ik al dat het over het algemeen simpel op te lossen is als onduidelijk is wie er nou op wie wacht. We brengen het departement en deze mensen gewoon met elkaar in contact, dan kunnen zij verder met elkaar spreken. Het is daarbij wel van essentieel belang dat zij een voorstel doen voor de opzet van die pilot.

De heer Graus (PVV):

Ik dank de staatssecretaris hiervoor. Dit gaat echt om een secundaire tak binnen het NFI. We zullen zien wat hier uit komt. Dit zal ook worden geëvalueerd en Kamerleden zullen er vragen over stellen. Wij zullen zien hoe succesvol dat zal worden, dat weet ik zeker.

De voorzitter:

Het lijkt mij een goede afspraak om buiten de vergadering om de klokken nog eventjes precies gelijk te zetten. Dan moet daar wat moois uit kunnen opbloeien. De staatssecretaris vervolgt zijn betoog.

Van Dam:

Ik was mevrouw Koşer Kaya nog een antwoord schuldig naar aanleiding van de discussie in de eerste termijn. Die ging over een amendement over een verschuiving van het budget naar het fonds natuurbeheer Caribisch Nederland. Ik zei dat de financiering adequaat was, waarop mevrouw Koşer Kaya vroeg: hoezo adequaat? De besturen van de drie eilanden ontvangen in de vrije uitkeringen ook middelen voor het beheer van de natuurparken. De drie eilanden zijn zelf verantwoordelijkheid voor de aanwending van deze middelen. Er zijn voldoende middelen beschikbaar voor het beheer van natuur. Daarnaast is er voor deze kabinetsperiode nog eens 7 miljoen euro beschikbaar gesteld voor natuurprojecten op de drie eilanden. Een deel van het geld is nog steeds beschikbaar. Daarom is de financiering zoals deze nu is voorzien, adequaat. Er ligt nog geld.

Ik kom op de vraag van de heer Dijkgraaf. Die vertaalt zich eigenlijk ook in een aantal moties waarin hij vraagt om de regeling gewasbeschermingsmiddelen aan te passen, net als een aantal andere regelingen, omdat die toch geen ruimte bieden om de hoogte van de boete aan te passen aan de zwaarte van de overtreding. Die aanpassing is niet nodig. Er is voldoende ruimte om af te wijken van de in de regeling genoemde bedragen als daartoe aanleiding is. De heer Dijkgraaf heeft gelijk dat in de regeling gewasbeschermingsmiddelen en biocide per mogelijke overtreding is aangegeven wat de hoogte van de bestuurlijke boete moet zijn. Daarbij is een onderscheid gemaakt tussen soorten overtredingen. Daar zijn ook categorieën bij betrokken. Een standaardboete voor een distributeur kan bijvoorbeeld anders zijn dan die voor een professionele gebruiker of een niet-professionele gebruiker. Die boetebedragen variëren. Van de standaardbedragen in de regeling kan echter worden afgeweken. Er kan bijvoorbeeld een hogere boete worden vastgesteld indien de omstandigheden van het geval of de ernst van de overtreding daartoe aanleiding geven. Zo kan de boete worden vermenigvuldigd met een factor anderhalf als eenzelfde overtreding binnen vijf jaar nogmaals wordt geconstateerd. Ook kan met gebruikmaking van de Algemene wet bestuursrecht een lagere boete worden vastgesteld. De Algemene wet bestuursrecht schrijft namelijk voor dat de boete moet worden verlaagd als de overtreder aannemelijk maakt dat deze wegens bijzondere omstandigheden te hoog is. De toezichthouder kan daarbij de leeftijd, de draagkracht of de omvang van een bedrijf meewegen. In het geval de verwijtbaarheid volledig ontbreekt, schrijft de Algemene wet bestuursrecht zelfs voor dat er geen bestuurlijke boete kan worden opgelegd.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Ik heb meer een algemene opmerking, maar als de staatssecretaris de behoefte heeft om te reageren, kan dat natuurlijk altijd. Volgens mij onderstreept dat het belang van mijn moties, omdat het in de praktijk gewoon niet gebeurt. Dat je in beroep kunt gaan, naar een rechter kunt stappen en een dure advocaat kunt inhuren zodat je het driedubbele kwijt bent aan kosten, is voor mij allemaal prima, maar ik wil gewoon dat standaard rekening wordt gehouden met de aard en de zwaarte van de overtreding. Ik zie graag de positieve adviezen over de moties tegemoet. Ik kan ze nu voorspellen, maar de Kamer moet maar zeggen wat zij wil.

Van Dam:

Ik kom straks op de moties.

Mevrouw Dikkers vroeg wanneer de resultaten van de pilot weideslacht komen. Ik had beloofd daar nog even op terug te komen. De pilot waarover ik in eerste termijn sprak, is een pilot op initiatief van het bedrijfsleven. De overheid ziet hier via de NVWA op toe. Ik verwacht dat die pilot op z'n vroegst halverwege 2016 van start gaat. Voorzien is dat het project ongeveer twee jaar zal lopen. Op basis hiervan kan deze vorm van slacht worden geëvalueerd.

Mevrouw Dikkers (PvdA):

Als het een pilot van het bedrijfsleven is en de NVWA daarop toezicht houdt, wat is dan het evaluatiemoment? Ik snap even niet hoe wij dan na twee jaar te horen krijgen hoe het is gegaan. Als het van het bedrijfsleven is, hoeven wij daar op zich helemaal niet over te horen. Blijkbaar is de staatssecretaris er wel bij betrokken. Sorry, laat ik kort van stof blijven.

Van Dam:

In principe is het een pilot die twee jaar loopt. Het ligt voor de hand om na afloop te evalueren. Ik kan mij ook voorstellen dat er tussentijds al gekeken kan worden of het model is dat bruikbaar kan zijn voor andere bedrijven.

Mevrouw Dikkers (PvdA):

Ik begrijp dat er dus wel betrokkenheid van het ministerie is. Anders zou er ook geen pilot zijn waarbij er geëvalueerd kan worden. Ik wil vooral weten op welke titel, om het zo te zeggen, wij straks weer iets terug horen van de staatssecretaris.

Van Dam:

Ik heb al eerder aangegeven dat de NVWA hierin meekijkt. Het is een afwijking van de normale regels. Er wordt een pilot gedaan, ook vanuit een eigen bedrijfsmodel. Daarover heb ik al gesproken in eerste termijn. De NVWA kijkt daarin mee. Er moet op verschillende fronten geëvalueerd worden, maar met name moet er bekeken worden of dit de manier van slachten is die uitvoerbaar en handhaafbaar is.

De Partij voor de Dieren vroeg bij monde van de heer Wassenberg hoe ik het voor mij zie dat viskweek leidt tot meer duurzaamheid. Ik heb aangegeven dat viskweek ertoe kan leiden dat de druk op de visserij op zee afneemt en dat daarmee duurzaam beheer van visstanden dichterbij gebracht wordt. Het is produceren van vis in plaats van het vangen van vis. Ik zeg erbij dat de viskweek op duurzame wijze moet plaatsvinden. Antibioticagebruik, dat nu vaak hoog is, zoals de heer Wassenberg terecht opmerkte, moet sterk worden verminderd. Ik wijs daarnaast op het ASC-keurmerk, dat toeziet op de duurzaamheid van de viskwekerij. Het is dus niet gezegd, zoals de heer Wassenberg suggereerde, dat de viskweek per definitie niet duurzaam is, maar ik onderschrijf dat dit risico wel degelijk bestaat en dat er dus ook maatregelen voor genomen moeten worden.

De heer Wassenberg (PvdD):

Dank voor het antwoord. Ik heb nog één vraag. Kweekvis eet over het algemeen wilde vis. Er wordt daartoe wilde vis gevangen. Vaak is er een voederconversie van 1 op 4. Dus om 1 kilo kweekvis te kweken, is 4 kilo wilde vis nodig. Hoe ziet de staatssecretaris dat?

Van Dam:

Ik moet eerlijk toegeven dat ik niet alle voorwaarden van het ASC-keurmerk uit mijn hoofd ken, maar ik meen dat dit onder andere daarop ziet. De kwesties die de heer Wassenberg aanstipt, maken dat viskweek niet echt duurzaam is, terwijl de ambitie, ook die bijvoorbeeld onder het ASC-keurmerk ligt, is om viskweek wel duurzaam te maken. Die ambitie zouden we volgens mij moeten delen.

De heer Wassenberg vroeg mij om een toezegging te doen met betrekking tot Atradius waar het gaat om de megastallen in Oekraïne. Dit betreft primair de verantwoordelijkheid van de minister van Financiën en die voor Buitenlandse Handel. Ik wil zijn vraag doorgeleiden naar Financiën. Ik kan niet zeggen wanneer die beantwoord zal worden. Ongetwijfeld luistert men daar mee en anders zorgen we ervoor dat men het stenogram krijgt.

Mevrouw Thieme (PvdD):

De heer Wassenberg heeft dit namens mij gevraagd in zijn betoog in tweede termijn. Daarvoor ben ik hem erg dankbaar, want ik was het vergeten. Aangezien de beslissing al op 18 december wordt genomen, ben ik erg blij met de toezegging dat de staatssecretaris het stenogram doorgeleidt naar de minister. Zou hij ook dit gedeelte erbij willen voegen dat we graag ruim voor de 18de daarover informatie krijgen, zodat we daarover eventueel een uitspraak van de Kamer kunnen vragen?

Van Dam:

Normaal gesproken zegt de voorzitter bij dit soort vragen "ik geleid het stenogram door".

De voorzitter:

Ik geleid het stenogram door naar de minister.

Van Dam:

Goed. Het is al gebeurd.

De heer Geurts hield een warm pleidooi voor het afschaffen van de zomertijd, hoewel hij dat snel weer inslikte. Als hij daar nog eens over zou willen doorpraten, zou ik graag tijd willen vrijmaken in de nacht van 26 op 27 maart 2016 tussen 02.00 en 03.00 uur.

De voorzitter:

Dit is uitlokking.

De heer Geurts (CDA):

Deze uitnodiging neem ik graag aan.

De voorzitter:

Ik heb de indruk dat dit een heel kort overleg wordt.

Van Dam:

Voorzitter. Ik kom bij de moties. Ik hoop dat die op een wel bestaand uur te bespreken zijn.

De motie-Van Gerven op stuk nr. 104 gaat over de NVWA. Ik heb in mijn brief aangeven dat ik twee acties zal ondernemen: het doorlichten van de efficiency en het herijken van het opdrachtenpakket. Ik informeer de Kamer daarover bij de voortgangsrapportage. Ik neem eventueel aanvullende maatregelen bij de Voorjaarsnota. In deze motie wordt daarop vooruitgelopen. Daarom moet ik haar ontraden.

De voorzitter:

De heer Van Gerven heeft een opmerking.

De heer Van Gerven (SP):

De staatssecretaris doet nog onderzoek. Is hij bereid om de motie toch welwillend in overweging te nemen? De conclusie zou kunnen zijn dat de trend gekeerd moet worden.

Van Dam:

Ik houd vast aan wat ik daarover geschreven heb. Ik doe het met het budgettaire kader dat de Kamer bij herhaling heeft vastgesteld. Binnen dat budgettaire kader constateer ik spanningen tussen de ambities en de budgetten. Ik heb gezegd welke acties ik in gang zet: het doorlichten van de efficiency van de NVWA en het herijken van het opdrachtenpakket. Dat zullen wij moeten doen als budgetten krapper worden en ambities hoger, want dat gaat op enig moment niet uit. Daarom zet ik die twee acties in gang.

De voorzitter:

De staatssecretaris ontraadt de motie op stuk nr. 104.

Van Dam:

De motie op stuk nr. 105 moet ik eveneens ontraden. Het gaat om belastingvoordeel voor groenspaarders waar het proefdiervrije innovaties betreft. Dat is het domein van de staatssecretaris van Financiën. U zou de motie dus aan hem moeten voorleggen. Daarnaast is in de voortgangsrapportage aangegeven dat over de oprichting van een fonds overleg zal plaatsvinden met de betrokken stakeholders. Op voorwaarde dat publiek-private partijen bereid zijn om financiële middelen toe te zeggen, zijn de aanloopkosten van het fonds voor rekening van EZ.

De motie op stuk nr. 106 grijpt terug op het debat dat wij hebben gevoerd. De heer Van Gerven heeft gezegd dat de EHS blijkt te zijn gekrompen op basis van de zevende voortgangsrapportage. Ik heb gezegd dat er andere feiten tegenover staan en dat ik met de provincie in gesprek zal gaan om te komen tot eenduidige definities. Het eerste verzoek in de motie, ervoor zorg te dragen dat de hoeveelheid natuurgrond niet afneemt maar toeneemt, onderschrijf ik. Dat is ondersteuning van beleid. De motie vraagt echter ook om een jaarlijkse planning voor te leggen aan de Kamer. Dat verhoudt zich niet met de decentralisatie die wij zijn overeengekomen. De Kamer krijgt wel ieder jaar een voortgangsrapportage en kan de voortgang dus volgen. Ik ontraad de motie.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 106 wordt ontraden. Dat leidt tot een vraag van de heer Van Gerven.

De heer Van Gerven (SP):

Ik had met de staatssecretaris een debat over de cijfers. Het is de zevende voortgangsrapportage. Wij hebben altijd die meetlat gehanteerd. Op basis van de bestaande meetlat constateren wij een achteruitgang. De provincie zegt dat het niet klopt. Dat schept verwarring. Dan wordt het welles-nietes. De discussie moet maar gevoerd worden. Is de staatssecretaris bereid om wat wij altijd als norm hebben gehanteerd als uitgangspunt te nemen, zodat wij het goed kunnen monitoren? Als wij weer met nieuwe parameters en maatstaven gaan werken, duurt het tien jaar voordat wij een beetje zicht hebben op hoe zich dat ontwikkelt. Dat is niet wenselijk.

Van Dam:

Dit hebben wij in eerste termijn uitgebreid besproken. Ik heb toen gezegd dat ik de Kamer in de loop van het komend jaar zal informeren en dat wij met de provincie in gesprek gaan om te komen tot eenduidige definities, zodat het voor de Kamer goed vergelijkbaar is.

De voorzitter:

Het advies bij de motie op stuk nr. 106 blijft ontraden.

Van Dam:

De motie op stuk nr. 107 gaat over antibioticagebruik. Samen met de minister van VWS zet ik mij in voor het verder terugdringen van antibiotica in de veehouderij, maar ik vind het voorschrijven van het gebruik van bepaalde kippenrassen te ver gaan. Ik ga niet op de stoel van de ondernemer zitten. Hij moet zelf bepalen hoe hij zijn bedrijfsvoering wil inrichten om dat soort resultaten te boeken. Wij zijn samen met de sector al aan de slag, bijvoorbeeld met de inzet op andere kippenrassen. Neem het project de Kip van Morgen. Op basis van deze overweging ontraad ik ook deze motie.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 107 wordt ontraden.

Van Dam:

Dan kom ik bij de motie-Lodders op stuk nr. 108 over de nieuwe techniek in de precisielandbouw. Ik heb in eerste termijn gezegd dat ik zal inzetten op innovatie en verduurzaming. Wet- en regelgeving moeten daarvoor ruimte bieden en mogen dergelijke ontwikkelingen niet tegenwerken. Nieuwe technieken in de precisielandbouw zijn daar een goed voorbeeld van. Innovatie kan bijdragen aan verduurzaming. Onderzoek naar belemmeringen in het kader van wet- en regelgeving is daarom belangrijk. Ik zie de motie als ondersteuning van beleid en laat het aan het oordeel aan de Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 108: oordeel Kamer. En de motie op stuk nr. 109?

Van Dam:

Dan kom ik op de motie-Lodders op stuk nr. 109 over het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Ik heb in eerste termijn al gezegd dat ik tijdens het Nederlands voorzitterschap een aanzet wil geven voor een discussie over de toekomst van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Ik heb ook gezegd dat op Europees niveau al een evaluatie is voorzien van de vergroeningsmaatregelen. Ik wil die discussie uiteraard graag samen met de Kamer voorbespreken en haar daarbij betrekken, evenals de sector, dus ik zie de motie als ondersteuning van beleid. Ik ben dan ook van plan om de Kamer voor 1 maart te informeren over mijn inzet, zodat we voldoende tijd hebben om dat debat met elkaar te voeren.

De voorzitter:

Mitsdien oordeel Kamer?

Van Dam:

Oordeel Kamer, voorzitter.

Dan kom ik op motie-Lodders/Geurts op stuk nr. 110 over de elektronische monitoring van de luchtwassers. Daarover heb ik eerder al vragen beantwoord van mevrouw Lodders. Goed functionerende luchtwassers zijn van groot belang om de uitstoot van ammoniak te beperken. Controles hebben laten zien dat de verplichting niet goed wordt nageleefd. Dat heeft niet alleen negatieve gevolgen voor het milieu, maar ook voor de economische ontwikkelingsruimte binnen de PAS. Andere boeren kunnen er het slachtoffer van zijn als die ontwikkelingsruimte negatief wordt beïnvloed. De staatssecretaris van I en M heeft de Kamer al laten weten dat zij niet tot uitstel wil overgaan. Een belangrijk argument is dat het niet eerlijk zou zijn tegenover de boeren die vooruit hebben gekeken naar de komende regelgeving en al investeringen hebben gedaan, dat herhaal ik ook maar even tegenover deze woordvoerders. Je hebt geen level playing field als je die regelgeving op het laatste moment uit zou stellen. Daarom ontraad ik die motie.

Mevrouw Lodders (VVD):

Ik had al een klein vermoeden dat het deze kant op zou gaan, maar ik vind het jammer dat de staatssecretaris het argument noemt dat de mensen die deze investering al hebben gedaan, dan gestraft zouden worden. Het is een verzoek dat breed door de sector wordt gedaan aan de overheid. Ik heb bij de schriftelijke vragen ook gevraagd wat dan wel kan om die sector een beetje tegemoet te komen. Er zijn initiatieven geweest van diverse partijen. Ik heb zelf ook een aantal voorstellen gedaan, maar keer op keer hoort de sector nee.

Van Dam:

Ik ben er sowieso voor om met elkaar te debatteren over de vraag of we iets invoeren en om het dan ook te doen als een Kamermeerderheid erachter staat. We moeten niet als de deadline nadert en nog niet iedereen aan de nieuwe verplichting heeft voldaan, gaan debatteren of we die invoeringsdatum wel moeten laten doorgaan. Daarmee creëer je ook onzekerheid voor ondernemers. Dan hebben sommigen die investering al gedaan en anderen niet en die beloon je op dat moment. Ik vind dat dit argument van belang is voor de Kamer om mee te wegen. Er zijn ook ondernemers die zien dat er nieuwe verplichtingen aankomen en die daarvoor investeringen doen. Laten we wel wezen, de prijzen van de investeringen die gedaan moeten worden, zijn in de loop van de tijd gelukkig fors gedaald. Die ondernemers die vooruitkijken en die investeringen doen, moeten er niet het slachtoffer van worden dat wij vlak voor de deadline opnieuw de discussie voeren. Je moet de discussie voeren op het moment dat je iets invoert. Als een Kamermeerderheid dat beslist, vind ik het ook goed om daarachter te blijven staan, omdat je niet onzekerheid moet creëren voor ondernemers.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 110 blijft ontraden.

Van Dam:

De motie-Geurts op stuk nr. 111 vraagt om in het kader van het actieprogramma Nitraatrichtlijn met voorstellen te komen ter versimpeling van de mestwetgeving. Hij noemt daarbij ook mineralenconcentraat als kunstmestvervanger. In eerste termijn heb ik al gezegd dat ik mij daarvoor wil inzetten. Vereenvoudiging van de regelgeving is het komende halfjaar een van de prioriteiten van het Nederlandse voorzitterschap, ook op mijn domein. Dat geldt eveneens voor de Europese regelgeving op het gebied van nitraat, dus ik zie deze motie als ondersteuning van beleid en ik laat het oordeel over aan de Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 111 is oordeel Kamer. En de motie op stuk nr. 112?

Van Dam:

De motie-Geurts/Dijkgraaf op stuk nr. 112 gaat over het groenonderwijs. Ik heb in eerste termijn gezegd dat de strategische ontwikkelagenda voor het groenonderwijs van 2015 tot 2025 van belang is. De vernieuwing die daarin zit, moet leiden tot structuurverbeteringen waarmee ook de taakstelling van 33 miljoen vanaf 2016 kan worden ingevuld. Om die reden en ook vanwege het feit dat deze motie budgettaire consequenties heeft die niet worden gedekt, ontraad ik deze motie.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 112 wordt ontraden.

Van Dam:

De motie op stuk nr. 113 gaat over een convenant over het stoppen met de verkoop van vlees onder de kostprijs en vraagt om intussen te werken aan een wettelijk verbod als over één jaar nog steeds kiloknallers verkocht worden. In eerste termijn heb ik aangegeven dat ik zeer bereid ben om het gesprek met de sector aan te gaan en dat ik daarmee samen wil optrekken, maar ik heb ook gezegd dat een wettelijk verbod op het verkopen van vlees onder de kostprijs niet zal leiden tot het door de indieners gewenste effect. Je hebt namelijk geen garantie dat het geld dat de supermarkt extra moet vragen voor vlees, uiteindelijk bij de boer terechtkomt. Als samenwerking tot onvoldoende resultaat leidt, ben ik altijd bereid om te bekijken of er ook andere instrumenten kunnen worden bedacht, maar ik heb volgens mij al in mijn eerste termijn uitdrukkelijk aangegeven dat ik niet denk dat dit instrument zal leiden tot het effect dat wordt beoogd. Ik ontraad daarom deze motie.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 113 wordt ontraden.

Van Dam:

De motie op stuk nr. 114 vraagt om voorwaarden van het volledige subsidie- en garantstellingsinstrumentarium voor stalsystemen dierenwelzijnseisen toe te voegen die vergelijkbaar zijn met minimaal één ster Beter Leven. Ik wil hierbij zeggen dat duurzame veestallen worden gestimuleerd door fiscale regelingen en door de garantstelling Landbouw Plus op basis van de Maatlat Duurzame Veehouderij. Er zijn geen subsidieregelingen meer voor duurzame stallen. Om aan deze maatlat te kunnen voldoen, moeten ondernemers voor verschillende maatschappelijke thema's voldoende punten scoren door extra investeringsmaatregelen te nemen ten opzichte van de wettelijke eisen. Naast om dierenwelzijn, dat hier dus een integraal onderdeel van uitmaakt, gaat het daarbij om ammoniak, fijnstof, energie, brandveiligheid, diergezondheid en de inpassing in het landelijke gebied. De mate waarin veehouders kunnen produceren voor het Beter Levenkeurmerk is afhankelijk van de marktvraag van de retailers en consumenten in Nederland en het buitenland. De markt voor producten met een Beter Levenkeurmerk groeit, maar is nog niet van dien omvang dat alle veehouders voor dit marktsegment kunnen produceren. De huidige regelingen stimuleren investeringen in integraal duurzame stallen, ongeacht het marktsegment waarvoor veehouders produceren. Ik benadruk nogmaals dat dierwelzijn al een integraal onderdeel is van het zogeheten puntensysteem waaraan investeringen moeten voldoen om in aanmerking te komen voor de ondersteuningsmaatregelen die ik noemde. Daarom ontraad ik deze motie.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 114 wordt ontraden.

Mevrouw Dikkers (PvdA):

Als een ondernemer heel veel investeert op het gebied van emissiereductie en andere milieumaatregelen, kan hij lager scoren op dierwelzijn. De Partij van de Arbeid wil dat dierwelzijn op minimaal één ster Beter Leven wordt gegarandeerd. Daarmee helpen wij de staatssecretaris, die vanuit het regeerakkoord namelijk de opdracht heeft gekregen om bij te dragen aan een beter dierwelzijn. Dit zou voor de staatssecretaris dus een hulpmiddel zijn om op zijn minst aan de uitvoering van het regeerakkoord tegemoet te komen.

Van Dam:

De veronderstelling van mevrouw Dikkers is dat men, als men maar in andere onderdelen investeert, niets hoeft te doen aan dierwelzijn. Dat is niet zo. Dat maakt een integraal onderdeel uit van het systeem daarachter. We kunnen hier natuurlijk altijd op een later moment verder over spreken, maar ik kan niet tegemoetkomen aan wat mevrouw Dikkers in deze motie vraagt.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 114 blijft ontraden.

Van Dam:

De motie op stuk nr. 115 gaat over het natuurvrijwilligerswerk. Ik heb al opgemerkt dat ik groot belang hecht aan de bijdrage van vrijwilligers. Ik ben daarover al in gesprek met de provincies en zal deze gesprekken ook voortzetten. Deze motie is daarom ondersteuning van het beleid, dus ik laat het oordeel aan de Kamer.

De voorzitter:

Motie op stuk nr. 115: oordeel Kamer.

Van Dam:

De motie op stuk nr. 116 verzoekt de regering deze boodschap schriftelijk aan de Europese commissarissen Timmermans en Vella door te geven. Ik ga ervan uit dat met "deze boodschap" wordt bedoeld wat daar in de motie boven staat: van mening dat ook Nederland de Vogel- en Habitatrichtlijnen in hun huidige vorm wil behouden en verbeteringen wil in de implementatie. Zo geformuleerd is het ondersteuning van het beleid. De inzet is namelijk om verbeteringen te realiseren van de implementatie van de Vogel- en Habitatrichtlijnen in hun huidige vorm. Ik heb in eerste termijn echter ook aangegeven dat ik eventuele wijzigingen niet uitsluit als die nodig zijn voor verbeteringen. Gelet op het debat, weet ik niet zeker of dit is wat de heer Leenders bedoelde met zijn motie.

De voorzitter:

Maar dat kan de heer Leenders toelichten.

De heer Leenders (PvdA):

Dat kan ik absoluut toelichten. Ik heb het niet alleen over de doelen van de richtlijnen maar ook de richtlijnen zelf, inclusief alle artikelen — dat zijn er, geloof ik, 19 en 24 — en wijzigingen. De flexibiliteit die gewenst wordt en die wij volledig ondersteunen, moet gezocht worden in de implementatie van de richtlijnen.

Van Dam:

Dan moet het scherp. Bedoelt de heer Leenders te zeggen — wat hier niet staat — dat de richtlijn niet gewijzigd mag worden? Daarover hebben we een debat gehad. Hij weet dat dit niet mijn opstelling is. Dan ontraad ik de motie. Het leek even alsof hij vroeg of we onze inzet willen communiceren aan de Europese Commissie. Dat wil ik natuurlijk best. Als hij bedoelt dat de richtlijn niet gewijzigd mag worden, dan moet ik de motie ontraden. Dat debat hebben we in de eerste termijn al met elkaar gevoerd.

De voorzitter:

De interpretatie is dus dat in de motie wordt gevraagd om de richtlijn in geen enkel opzicht te wijzigen. In dat geval ontraadt de staatssecretaris de motie.

De heer Leenders (PvdA):

Ik geloof dat ik het ook zo begrepen heb.

De voorzitter:

Dat betekent dus dat de motie op stuk nr. 116 wordt ontraden.

Van Dam:

Dan kom ik op de motie-Graus op stuk nr. 117, over het "Stable Safe"-systeem. Het is aan de initiatiefnemers om het systeem praktijkrijp te maken, ook wat de haal- en faalbaarheid betreft. Ik ben wel bereid om daar waar dat nodig is, te faciliteren, maar ik ben niet bereid om het onderzoek over te nemen en daarom ontraad ik de motie.

In de motie-Graus/Dijkgraaf op stuk nr. 118 wordt verzocht om de concurrentiepositie van onze boeren, tuinders en vissers te borgen en te zorgen voor een betere ketenstructuur. Ik zet me in voor een versterking van de concurrentiepositie van de agrosector, maar ik kan die niet borgen. De eerste verantwoordelijkheid ligt bij het bedrijfsleven zelf. Ik heb in de eerste termijn mijn visie gegeven op de ketensamenwerking. Ook hierbij ligt de eerste verantwoordelijkheid bij de ketenpartijen. Een zorgplicht of resultaatsverplichting voor de overheid gaat mij te ver. Om die reden ontraad ik de motie.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 118 wordt ontraden. Dat is aanleiding voor de heer Graus om een vraag te stellen of een toelichting te geven.

De heer Graus (PVV):

Het ging even heel snel. Mijn vraag gaat over de motie op stuk nr. 117. Er is een stalbrandpreventieplan gekomen. Daar heeft het ministerie van Economische Zaken aan meegeholpen. Brandweer, LTO en verzekeringsmaatschappijen, iedereen is hierbij betrokken geweest. Men wil graag dat er ergens een plek komt waar men een en ander kan installeren en dat het ministerie van EZ dit coördineert. Dat kan een boerenbedrijf zijn. Een boerderij wil er graag aan meewerken. Iemand moet dit regisseren. Ik wil graag dat het ministerie van Economische Zaken dat doet. Het heeft ook het hele stalbrandpreventieplan geregisseerd. Daarom moet de motie in ieder geval niet ontraden worden.

De voorzitter:

Geeft dit de staatssecretaris aanleiding tot het bijstellen van zijn oordeel over de motie op stuk nr. 117?

De heer Graus (PVV):

Ik vraag geen financiële bijdrage van het ministerie.

De voorzitter:

Dat snap ik. Dat is helder.

Van Dam:

Ik wil het even scherp krijgen. Ik heb aangegeven dat ik het onderzoek niet wil overnemen. Dat is eigenlijk wat in de motie wordt gevraagd. Er wordt gevraagd om middels een proefopstelling te onderzoeken. Ik heb al gezegd dat ik bereid ben om daar waar nodig een onderzoek te faciliteren, als dat is wat de heer Graus bedoelt. Maar dan moeten de initiatiefnemers zelf het onderzoek doen en het zelf financieren. Dat is niet onze verantwoordelijkheid. Dit spreekt echter niet zo duidelijk uit de motie.

De voorzitter:

Mag ik een voorzet doen? Kan de interpretatie zijn: verzoekt de regering de haal- en faalbaarheid van het "Stable Safe"-systeem middels een proefopstelling zo nodig te faciliteren, met medewerking enzovoorts? Is dat wat u bedoelt, mijnheer Graus?

De heer Graus (PVV):

Mijnheer de voorzitter, ik heb geen amendement ingediend waarvoor ik een bepaalde dekking moet vinden. Ik heb alleen maar gezegd dat ik wil dat EZ toeziet op die haal- en faalbaarheid. Dat moet het ministerie doen. De brandweer is er enthousiast over, maar ik wil dat iemand van het ministerie hier ook op toeziet. Het moet geregisseerd worden door het ministerie. Het gaat om miljoenen dieren die omkomen bij branden en om ellende bij boeren.

De voorzitter:

Het punt is dat in de motie staat dat de regering onderzoekt. Als ik u goed begrijp — dat is de interpretatie die de staatssecretaris er nu aan geeft — vraagt u ook om een en ander zo nodig te faciliteren, door erop toe te zien of wat dan ook. Is dat de goede interpretatie?

De heer Graus (PVV):

Er zijn boeren genoeg. Zij hebben zelf een bedrijf tot hun beschikking met die proefopstelling, daar gaat het niet om. Het gaat erom dat de regering het onderzoekt. Ik wil dat de regering het onderzoekt en niemand anders. Het moet objectief gebeuren. Er moet iemand van EZ bij betrokken zijn. Dat kun je niet zomaar aan die partijen overlaten.

De voorzitter:

Het is dan de vraag aan de staatssecretaris of dit tot een wijziging van zijn oordeel leidt over de motie op stuk nr. 117.

Van Dam:

Ik heb nog niet de indruk dat wij elkaar precies begrijpen. Ongetwijfeld kunnen wij daar komen. Wij hebben de bereidheid om te faciliteren, maar dat is echt iets anders. Wij nemen als EZ echter geen verantwoordelijkheid voor de haal- en faalbaarheid van dit systeem. Het wordt mij uit de motie en uit de interruptie van de heer Graus nog steeds niet helemaal duidelijk of hij ons niet een te grote rol toedicht. Het gaat uiteindelijk om een initiatief uit de markt. De initiatiefnemers moeten daar zelf verantwoordelijkheid voor nemen. Wij willen faciliteren, maar dat is het dan ook.

De voorzitter:

Wij hadden afgesproken, mijnheer Graus, om bij een motie een keer een verduidelijking of verheldering te vragen. Misschien is het handig om in de aanloop naar de stemming hierover nog een keer met betrokkenen te overleggen.

De heer Graus (PVV):

Over de motie op stuk nr. 118 zal ik niets meer vragen, maar dit is echt superbelangrijk. Er wordt een proefopstelling gemaakt en de brandweer in Nederland is enthousiast. De specialist op het gebied van stalbranden heb ik al hier gehad, evenals de onderzoekers. Het gaat er nu om dat EZ moet bepalen of dat systeem deugt. Het kan niet zo zijn dat de onderzoekers dat moeten doen. Er moet toch iemand van het ministerie van EZ op toezien?

Van Dam:

Nee, de initiatiefnemer moet daar onderzoek naar doen. Als dat onderzoek resultaten oplevert waarmee wij iets moeten, zal dat bekeken worden. Dat is iets anders dan wat de heer Graus mij vraagt.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 117 blijft in deze redactie ontraden. De motie op stuk nr. 118 wordt ontraden. Dat brengt ons bij de motie op stuk nr. 119.

Van Dam:

Die motie moet ik helaas ook ontraden, want dat is de eerste verantwoordelijkheid van de minister van Veiligheid en Justitie. De wijze en omvang van inzet van menskracht en andere middelen is aan de politie en daar ligt de verantwoordelijkheid.

De heer Graus (PVV):

Dit is feitelijk onjuist. Staatsbosbeheer valt onder het ministerie van EZ en het gaat hier om boswachters. Het gaat ook om natuurmonumenten en daarmee heeft Veiligheid en Justitie helemaal niets van doen. Sterker nog, als je het bij dat ministerie vraagt, zeggen ze dat je bij EZ moet zijn. Dan krijg je het kastje en de muur en daarin heb ik geen zin 's avonds om tien voor elf.

De voorzitter:

Dat is niet de bedoeling.

De heer Graus (PVV):

Er wordt publiek geld, belastinggeld, uitgegeven aan dure jeeps. Laat ze op paarden gaan rijden; dat doen ze in Canada ook, met veel meer resultaat. Ze mogen nog een paar jeeps houden, maar ze moeten ook met paarden en speurhonden gaan werken. Ik vraag om de inzet van speurhonden en paarden. Niemand kan daar toch op tegen zijn als je daarmee de pakkans vergroot?

De voorzitter:

Budgetneutraal zegt u. Geeft dit aanleiding voor de staatssecretaris om het oordeel bij te stellen?

Van Dam:

Ik ben altijd van mening dat we de inzet van middelen bij de professionals moeten laten liggen. Als zij verzoeken om de inzet van speurhonden en paarden, zal de regering daar uiteraard gewillig naar kijken.

De voorzitter:

Dat is helder. In deze vorm blijft de motie op stuk nr. 119 ontraden. De motie op stuk nr. 120?

Van Dam:

De motie op stuk nr. 120 moet ik ook ontraden. Het gaat hier om de eerste verantwoordelijkheid van de minister van V en J, het aansluiten op het communicatiesysteem van de politie. Ook hiervoor geldt dat de inzet van middelen aan de politie is.

De heer Graus (PVV):

Ik ga regelmatig mee met groene boa's. Die jongens knijpen 'm. In Brabant sturen ze zelfs zwaarbewapende arrestatieteams achter stropers aan. Die groene boa's krijgen overal een grote muil en ze krijgen van alles naar hun hoofd gegooid. Zij hebben niets en willen alleen maar een communicatiesysteem zodat zij de politie direct kunnen oproepen. Daar kan toch niemand tegen zijn? Je kunt die mensen toch niet aan hun lot overlaten, met die verhuftering van de maatschappij?

De voorzitter:

Geeft deze overweging nog aanleiding tot herziening van het oordeel?

Van Dam:

Nee. Ik herhaal wat ik ook bij de vorige motie heb gezegd. Als de professionals aangeven dat ze bepaalde middelen wenselijk vinden, zal de regering daar altijd naar kijken.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 120 blijft ontraden. Gaat u verder met de motie op stuk nr. 122.

Van Dam:

De motie op stuk nr. 122 gaat over een lager btw-tarief op diergeneeskundige zorg, omdat een groeiend aantal diereigenaren de kosten niet meer kan dragen. De heer Graus vraagt mij wederom iets waar ik niet over ga, want dit betreft primair belastingen, dus daar gaat de staatssecretaris van Financiën over. Ik merk daarbij op dat ik gezien heb dat op gemeentelijk niveau in bijvoorbeeld Amsterdam initiatieven worden genomen waarbij mensen die een bepaald minimumniveau van inkomen hebben, een tegemoetkoming krijgen in de veterinaire kosten. Dat laat zien dat ook gemeenten mogelijkheden hebben om mensen daarin te ondersteunen.

De voorzitter:

De dekking zou hierin dan ook aangegeven moeten zijn, denk ik.

De heer Graus (PVV):

Nee, dan hebt u niet opgelet, mijnheer de voorzitter. Dat heb ik toen ik de motie indiende al gezegd. Ik vraag de regering om dit te onderzoeken en ik heb gezegd waar de dekking vandaan kan komen. Ik vraag het aan de regering. Ik heb één medewerker, die daar met een sneeuwwit gezicht achterin de zaal zit. Moet ik dan opboksen tegen al die ministeries met honderden ambtenaren? Dat kan toch niet! Ik vraag de regering dus ook af en toe om zelf iets te onderzoeken. Dat redden wij echt niet met ons tweeën. Ik vraag de regering om dit te onderzoeken. Waarom moet veterinaire noodhulp zwaar belast zijn? Nogmaals, ik zit niet in de regering. Ik vraag het de regering, waar de staatssecretaris deel van uitmaakt; ik niet. Ik moet het hem dus wel verzoeken.

De voorzitter:

Leidt dit tot een aangepast oordeel van de staatssecretaris?

Van Dam:

Nee. Op zich stel ik uw assistentie op prijs, voorzitter, maar ik had de dekking niet als argument genoemd bij deze motie. Ik dacht dat de argumenten die ik gaf, voldoende waren, maar u hebt natuurlijk gelijk dat de dekking ook een argument had kunnen zijn. Daarover wilde ik het debat echter niet laten gaan.

De voorzitter:

Dat is helder. De motie op stuk nr. 122 blijft ontraden. We gaan verder met de volgende motie.

Van Dam:

De motie-Graus op stuk nr. 123 gaat over de inzet van warmtecamera's. Mijnheer Graus, let u even op, want ik ga iets positiefs zeggen. Ik heb in eerste termijn toegezegd dat ik in overleg zal treden met de NVWA en andere opsporingsdiensten om te bezien of men behoefte heeft aan het gebruik van warmtecamera's en of dit toegevoegde waarde kan hebben. Het lijkt mij goed om dat gesprek af te wachten. Ik verzoek de heer Graus dan ook om zijn motie aan te houden.

De heer Graus (PVV):

Ik houd de motie aan.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Graus stel ik voor, zijn motie (34300-XIII, nr. 123) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Van Dam:

In zijn motie op stuk nr. 124 verzoekt de heer Graus de regering om enkel irreversibele bedwelming toe te staan voorafgaand aan de slacht. Daarover kan ik een paar dingen zeggen. Ten eerste beschrijft de Europese verordening inzake de bescherming van dieren tijdens het doden een aantal toegelaten bedwelmingsmethoden. Een aantal van deze toegestane bedwelmingsmethoden zijn in principe reversibel. De meerfasegasbedwelming bij pluimvee en de badbedwelming bij varkens worden uitgefaseerd. Ten tweede gaat het om zowel de reguliere als de rituele slacht. In het debat heeft de heer Graus heel duidelijk aangegeven dat hij hierin geen onderscheid wil maken, maar als ik zou doen wat hij mij in de motie vraagt, kom ik daarmee de facto tot een verbod op de onbedwelmde rituele slacht. Ik heb eerder gezegd dat de Eerste Kamer daarover op principiële gronden een ander besluit heeft genomen. Gegeven het kader dat de Eerste Kamer gegeven heeft, kan ik geen gehoor geven aan deze motie, omdat dat strijdig zou zijn met het principiële oordeel van de Eerste Kamer. Ik wijs de heer Graus er ook op dat er een groep islamitische consumenten is die geen vlees koopt van dieren die geslacht zijn na een irreversibele bedwelming. Als je enkel irreversibele bedwelming zou toestaan, zou dit kunnen leiden tot meer onbedwelmd geslachte dieren. Als je de uitzondering zou handhaven voor de onbedwelmde rituele slacht, zou het dus leiden tot meer onbedwelmde slacht.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 124 wordt dus ontraden. Dat is voor de heer Graus aanleiding om een vraag te stellen.

De heer Graus (PVV):

Ik was daar al bang voor, maar ik blijf volhouden. Ik moet ooit kunnen sterven met de gedachte dat ik er naar eer en geweten alles aan heb gedaan. Het gaat mij niet om een uitzondering. Ik wil gewoon dat dieren dood zijn voordat ze worden opengereten of aangesneden. Het is dus wachten op een andere samenstelling van de Tweede en Eerste Kamer. Zo is het gewoon.

Ik heb nog een punt, en dat valt toch onder de punten van orde. De mensen thuis kunnen het echt niet meer volgen. Ik vraag hem om te onderzoeken of het btw-tarief veterinaire noodhulp van 21% naar 6% kan. Ik vraag om een onderzoek naar de mogelijkheden. Daar valt ook de financiële dekking onder. Dat heb ik gezegd toen ik de motie voorlas. En nu wordt er door de staatssecretaris of de voorzitter weer begonnen over die dekking, terwijl ik daar nu juist naar vraag. Ik wil dat dus toch even rechtgezet hebben.

De voorzitter:

Dat is correct. Die dekking laten we buiten beschouwing. Die is ook niet door de staatssecretaris genoemd. Het is terecht dat u dat zegt. Op basis van uw inbreng is gevraagd of dat leidde tot herziening van het oordeel.

Van Dam:

Ik kan elk geval niet gehoor geven aan de oproep tot een onderzoek naar verlaging van het btw-tarief. De heer Graus zou dat kunnen bespreken met de staatssecretaris van Financiën. Ik vermoed dat die tot hetzelfde oordeel komt, maar dat is in elk geval het lid van het kabinet om dergelijke vragen mee te bespreken.

De voorzitter:

Zullen we dan deze motie doorgeleiden naar de staatssecretaris van Financiën, zodat hij zijn oordeel kan geven?

De heer Graus (PVV):

Dat zou fijn zijn. Er werd echt duidelijk gezegd: ik zou de motie anders ook vanwege de financiële dekking ontraden. Daar is geen sprake van. Nogmaals, ik kan het echt nog 100 keer herhalen. Volgens mij ben ik wakker, en de rest niet meer. In ieder geval welterusten allemaal!

De voorzitter:

Dit is een duidelijke visie, zal ik maar zeggen. De motie op stuk nr. 124 wordt in ieder geval nog steeds ontraden. Dan zijn we toe aan de motie op stuk nr. 125.

Van Dam:

Dan hoeven we er nog maar iets meer dan 30!

De motie op stuk nr. 125 moet ik ontraden. Ik heb in eerste termijn aangegeven dat de Kamer op korte termijn twee rapporten ontvangt over de hoeveelheid en de effectiviteit van keurmerken. Daarnaast wordt ook het gesprek gevoerd met de Alliantie Verduurzaming Voedsel en andere betrokken partijen. Hun is gevraagd om met een betere ordening te komen. De alliantiepartners werken hieraan. Het is geen verantwoordelijkheid van de overheid. Het is een verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven om tot die verbeteringen te komen. Wij stimuleren bedrijven om dat te doen, maar het is hun verantwoordelijkheid.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Ik begrijp dat er twee rapporten naar de Kamer komen. Op welke termijn gebeurt dat?

Van Dam:

Een daarvan komt in elk geval op zeer korte termijn.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Als dat binnen nu en twee, drie weken plaatsvindt, zal ik de motie aanhouden.

Van Dam:

Ik kijk even of het tweede rapport ook op die termijn al te verwachten is. Nee, ik zie dat dat niet het geval is.

De voorzitter:

Een rapport voor de kerst en een rapport na de kerst. Is dat een oplossing?

Van Dam:

Ik houd het bij wat ik gezegd heb. De Kamer ontvangt op korte termijn twee rapporten. Dan is het volgens mij ook een geschikt moment om het debat verder te voeren.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Ik wil deze motie aanhouden, maar ik ben echt nieuwsgierig naar dat tweede rapport. Hoelang gaat dat duren? Ik begrijp dat dat kennelijk niet binnen drie weken naar de Kamer kan worden gestuurd. Misschien kan de staatssecretaris een richting geven?

Van Dam:

Het ene rapport is van Milieu Centraal. Dat is klaar. Dat zal op korte termijn, voorzien van een eerste reactie van de staatssecretaris van I en M, naar de Kamer komen. Het is in haar opdracht gemaakt. Het tweede rapport vergt een iets langere tijd. Het is de verwachting dat dit rapport begin volgend jaar richting de Kamer zal komen.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Koşer Kaya stel ik voor, haar motie (34300-XIII, nr. 125) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Van Dam:

In de motie op stuk nr. 126 wordt de regering verzocht, bij de tussentijdse herziening van het GLB een meer transparante omgang met landbouwsubsidies tot de Europese standaard te verheffen en de gegevens ook overzichtelijk te presenteren. Ik heb in eerste termijn al aangegeven dat ik de ambitie deel om transparantie te vergroten. Daarbij wil ik wel binnen de kaders van de privacywetgeving onderzoeken of en hoe ik de controlegegevens van de RVO, de NVWA en de Europese Commissie openbaar zou kunnen maken. Met die uitleg zie ik de motie als ondersteuning van beleid. Daarmee kan ik het oordeel over de motie aan de Kamer laat.

De voorzitter:

Ik zie dat de heer Geurts wil interrumperen. Wij hebben afgesproken dat alleen de indiener …

De heer Geurts (CDA):

Dit is toch wel heel belangrijk. De heer Graus mocht ook van alles. Dan mag ik dat ook.

De voorzitter:

De heer Graus heeft alleen geïnterrumpeerd over zijn eigen moties.

De heer Geurts (CDA):

Ik wil toch graag weten hoe de staatssecretaris uitgebreide documentdata ziet.

De voorzitter:

Deze discussie hebben we voor een belangrijk deel gehad. Ik denk niet dat we naar aanleiding van de moties de discussies opnieuw moeten openen. De standpunten zijn helder. Het woord is aan de staatssecretaris.

Van Dam:

Ik zie het zoals ik het zojuist heb uitgelegd. Daarover ging namelijk de discussie. Er wordt al het nodige openbaar gemaakt. Ik heb gezegd dat ik wil onderzoeken of het mogelijk is om ook de controlegegevens van RVO, NVWA en de Europese Commissie openbaar te maken. Dat is wat ik versta onder uitgebreide documentdata. Wij moeten blijven binnen de kaders van de privacywetgeving. Dit betekent dat je niet zomaar alles kunt publiceren. Het gaat echt om de gegevens zoals ze nu worden gepubliceerd en ook — daar ging het mevrouw Koşer Kaya ook om — om het publiceren van de controlegegevens achteraf. Dat is ook mijn inzet en daarom heb ik gezegd dat ik de motie als ondersteuning van beleid zie.

De voorzitter:

Met die kanttekening wordt het oordeel over de motie op stuk nr. 126 aan de Kamer gelaten.

Van Dam:

Dan kom ik op de motie-Koşer Kaya/Lodders op stuk nr. 127. Als de Kamer zegt dat we het voorbeeld van Eindhoven moeten volgen, is zij bij mij meestal aan het goede adres. Dat weet men en daarom zal het er ook wel in staan. Maar het kabinet heeft voor deze regeerperiode al een aanpak voor regeldruk aan de Kamer voorgelegd. Die aanpak heeft een groot aantal actielijnen, waarover tweemaal per jaar wordt gerapporteerd. Een van die actielijnen betreft de maatwerktrajecten om concrete knelpunten op te lossen. Er is ook maatwerk op het terrein van agro. Ik zie daarom geen aanleiding om die aanpak nu aan te passen. Uiteraard sta ik wel open voor het oplossen van concrete knelpunten en ik houd mij aanbevolen voor relevante ontwikkelingen. Het verzoek in de motie is eigenlijk, de aanpak die de regering nu heeft, om te gooien. Daarom moet ik deze motie ontraden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 127 in deze editie wordt ontraden.

Van Dam:

De motie-Koşer Kaya/Thieme op stuk nr. 128 gaat over het voorkomen dat er voedsel met verboden stoffen of foutieve etikettering op de Europese markt komt. Ik moet zeggen dat meerdere woordvoerders in dit debat de neiging hebben om moties in te dienen over zaken die niet direct onder mijn verantwoordelijkheid vallen. Deze gaat toch echt echt primair de minister van VWS aan. Om die reden zou ik de motie willen ontraden, maar de risicoanalyse en de risicoselectie waarover in de motie wordt gesproken, zijn in principe onderdeel van het plan van aanpak. Ik geef mevrouw Koşer Kaya daarom in overweging om de motie aan te houden. Volgende week hebben wij het algemeen overleg over de NVWA. Dan is de minister van VWS er ook bij. Dat zou een reden kunnen zijn om er volgende week nog eens op terug te komen.

De voorzitter:

Geeft dit de indienster aanleiding om de motie aan te houden?

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Ik zal de motie aanhouden en na het debat opnieuw indienen, mocht dat nodig zijn.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Koşer Kaya stel ik voor, haar motie (34300-XIII, nr. 128) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Van Dam:

De motie-Koşer Kaya op stuk nr. 129 gaat over de zandsuppletie. Er is al veel onderzoek gedaan naar de effecten van zandsuppletie voor de ecologie. I en M — Rijkswaterstaat in dit geval — is verantwoordelijk voor een zorgvuldige zandsuppletie en werkt aan innovatie, zoals de zandmotor. Daarom moet ik deze motie ontraden.

De motie-Koşer Kaya op stuk nr. 130 gaat over één beheerder voor het Waddengebied. Ook dat is niet mijn verantwoordelijkheid. Ik vind het heel vriendelijk dat men mij allerlei verantwoordelijkheden toedicht tijdens dit debat, maar dit is de verantwoordelijkheid van de minister van I en M. Er zijn zorgvuldige afspraken met de Waddenprovincies, het Rijk en de beheerders. Versnellen is niet behulpzaam in het proces en daarom ontraad ik deze motie.

De motie-Dik-Faber/Bruins op stuk nr. 131 gaat over het gelijke financiële speelveld voor de Wageningen Universiteit. Ik heb al aangegeven dat wij een sterke groen onderwijskolom hebben, met de Wageningen Universiteit als boegbeeld; een van de kenmerken van de gouden driehoek. Met de Wageningen Universiteit ga ik in gesprek over de condities en randvoorwaarden waarbinnen de kwalitatieve en duurzame groei van de universiteit kan plaatsvinden. De motie zoals die nu is geformuleerd, heeft direct budgettaire consequenties. Die zie ik niet gedekt in deze motie en daarom ontraad ik deze motie.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik ben wel een beetje verbaasd, omdat ik niet zie waar de motie financiële consequenties heeft. In de motie wordt vooral gevraagd om vakinhoudlijke betrokkenheid vanuit het eigen ministerie bij de Wageningen Universiteit. Ik zie dus de financiële consequenties even niet.

Van Dam:

Als mevrouw Dik-Faber de motie reduceert tot het tweede streepje, dan is die ondersteuning van beleid, maar in de eerste overweging vraagt mevrouw Dik-Faber bij het eerste streepje om een aanpassing van de financiering die nu bestaat en die heeft budgettaire consequenties.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 131 blijft de staatssecretaris ontraden. Wat doet hij met de motie op stuk nr. 132?

Van Dam:

Voedselverspilling. In september van dit jaar zijn de Sustainable Development Goals in New York vastgesteld. Doel 12.3 zet in op een halvering van de voedselverspilling in 2030. De Europese Commissie zet in op de implementatie van dit doel binnen de EU. Ik wil geen stapeling van doelstellingen en geen verdere verscherping ervan en ontraad daarom deze motie.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 132 wordt ontraden.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Nu breekt mijn klomp, want nu laat deze staatssecretaris het hele beleid van zijn ambtsvoorganger uit zijn handen vallen! Zij was zeer gepassioneerd op het gebied van voedselverspilling. Zij zat echt bij de Alliantie Verduurzaming Voedsel aan tafel en zei: wij moeten met elkaar stappen zetten, wij moeten naar een doel toewerken en dit is het doel dat wij met elkaar willen gaan bereiken. Het is niet gehaald, maar er was een stip op de horizon. Dat houdt alle partijen bij elkaar en nu zegt deze staatssecretaris: ergens in Europa is er een doel, de VN heeft een doel, dan gaan wij in Nederland maar kijken wat we doen. Nederland moet toch ook een eigen doel hebben, zodat we daar met elkaar naartoe kunnen werken?

De voorzitter:

Geeft dit de staatssecretaris aanleiding tot heroverweging?

Van Dam:

Nee, voorzitter, behalve dat ik tegen mevrouw Dik-Faber wil zeggen dat ik uiteraard ook de ambitie heb om daarmee verder te gaan. We zullen die gesprekken vervolgen. Het ligt in de rede om ons aan te sluiten bij de ambities die de Europese Commissie stelt en om te bezien hoe ver we kunnen komen. Ik zei dat het volgens mij niet zo veel zin heeft als we allemaal eigen doelstellingen boven op elkaar gaan stapelen. We kunnen beter gezamenlijk werken aan de doelstellingen die internationaal zijn afgesproken. Dat is wat mij betreft de inzet. Die doelstellingen zijn zeer ambitieus, zeg ik ook tegen mevrouw Dik-Faber, en daarvoor heeft ze mijn commitment net zoals ze dat van mijn voorgangster had.

De voorzitter:

Het oordeel over de motie op stuk nr. 132 blijft ontraden. De motie op stuk nr. 133 over de schaapskuddes?

Van Dam:

Ik laat onderzoek doen naar de positie van de traditionele schapenhouderij. Dat onderzoek wordt binnenkort afgerond, en de uitkomsten daarvan wil ik bespreken met de provincies. De provincies en de terreinbeheerders zijn verantwoordelijk voor de afspraken met de schaapherders. Wij hebben daarin de provincies eerder ondersteund en we blijven graag in gesprek hierover, omdat we het doel sympathiek vinden. Ik laat het oordeel over deze motie aan de Kamer.

De voorzitter:

Motie op stuk nr. 133: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 133 leidt tot een vraag, en wel die naar de financiële dekking. Verzoekt de regering zich in te zetten voor een eerlijke bekostiging van de traditionele schaapskuddes in Nederland.

Van Dam:

Sorry, ik hoorde mevrouw Lodders iets roepen uit de bankjes. Ik zie dat zij een goede lijn heeft met de voorzitter?

De voorzitter:

Jazeker.

Mevrouw Lodders (VVD):

Ik heb een direct lijntje met de voorzitter en dat bevalt mij erg goed op dit punt. Dit gaat om een gelijke bekostiging, en die bereik je niet door gesprekken en ook niet door sympathie uit te spreken. Het gaat om gelijke bekostiging en ik wil graag de dekking van deze motie zien, want die staat niet in de motie. Ik ga er dan ook vanuit dat de staatssecretaris de motie om die reden moet ontraden.

Van Dam:

Nee, voorzitter, want zoals ik de motie lees, zal mevrouw Lodders de dekking die zij zoekt, vinden op de provinciebegrotingen. De provincies zijn namelijk primair verantwoordelijk voor dit beleid. Van mij wordt gevraagd om mij in te zetten voor een eerlijke bekostiging en samen met de provincies te bekijken hoe de economische positie van traditionele schaapskuddes kan worden verbeterd. Dat doe ik graag. Ik ga dat gesprek graag aan.

De voorzitter:

Het oordeel over de motie op stuk nr. 133 blijft oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 134.

Van Dam:

Die motie gaat over TTIP en valt primair onder de verantwoordelijkheid van de minister voor Buitenlandse Handel. Alleen al om die reden moet ik die motie ontraden. Ik heb ook al eerder gezegd dat het kabinet voorstander is van een breed handelsakkoord en dat we daaraan randvoorwaarden stellen zoals het niet tornen aan onze voedselveiligheid en aan onze milieu- en dierenwelzijnsnormen. De vraag om het handelsakkoord te beperken en dus niet langer voor een breed handelsakkoord te zijn, is strijdig met de inzet van het kabinet. Daarom moet ik deze motie ontraden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 134 wordt ontraden. De motie op stuk nr. 135.

Van Dam:

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 135 over waterkwaliteitsmaatregelen. Dat is een motie die natuurlijk eigenlijk op het terrein ligt van de minister van I en M, bij wie deze motie volgens mij ook eerder is ingediend. In overleg met de minister van I en M wil ik hierover het gesprek met Natuurmonumenten aangaan en op basis daarvan hetgeen wordt verzocht nader overwegen. Op grond daarvan kunnen wij het oordeel aan de Kamer laten.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 135 krijgt het oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 136.

Van Dam:

De motie op stuk nr. 136 is eigenlijk de heringediende motie van mevrouw Dik-Faber over regionalisering. In mijn eerste termijn heb aangegeven dat ik ruimte zie voor meer regionale teelt en ook afzet van eiwitgewassen, mede om de afhankelijkheid van de import van eiwitgewassen te verminderen. Het kabinet steunt een aantal ontwikkelingen via het topsectorenbeleid. Ik onderschrijf dan ook de richting van de motie van mevrouw Dik-Faber. De motie roept specifiek op tot een Europese strategie. Ik zou haar graag zo willen duiden dat ik in samenspraak met de agrosector het voortouw neem voor een dergelijke strategische agenda en dat ik tijdens het Europees voorzitterschap regionalisering op de agenda zet, onder andere tijdens de Informele Raad. Met die interpretatie laat ik het oordeel over deze motie graag aan de Kamer.

De voorzitter:

Het oordeel over de motie op stuk nr. 136 is met de gemaakte kanttekeningen aan de Kamer. De motie op stuk nr. 137.

Van Dam:

De motie op stuk nr. 137 betreft contracten en voorwaarden. Ik heb volgens mij uitgebreid aangegeven dat een dergelijk systeem niet bijdraagt aan het doel, namelijk een betere prijs voor de boer. Ik heb daarvoor ook geen wettelijke basis, nog daargelaten dat dergelijke voorschriften op gespannen voet staan met mededingingsregelgeving en de regelgeving voor de interne markt. Ik moet deze motie dus ontraden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 137 wordt ontraden. De motie op stuk nr. 138.

Van Dam:

De heren Grashoff en Leenders verzoeken in hun motie op stuk nr. 138 om in het reeds aangekondigde plan van aanpak weidevogels maatregelen op te nemen voor gerichte en effectieve inzet van zowel de tweedepijlergelden als ook gelden vanuit het vergroeningsdeel binnen de eerste pijler. Het inzetten van geld vanuit de tweede pijler gebeurt al. Daar zeg ik bij dat daarvoor de provincies natuurlijk verantwoordelijk zijn. Ik wil, zoals ik heb aangegeven in mijn brief, de mogelijkheden onderzoeken, ook in het kader van het plan van aanpak. Nu al maatregelen toezeggen, vind ik echter onverstandig. Dat loopt vooruit op dat onderzoek. Ik verzoek de indieners om de motie aan te houden. Als zij dat niet doen, moet ik de Kamer ontraden om er op dit moment mee in te stemmen.

De voorzitter:

Geeft dit aanleiding voor de indiener om de motie aan te houden?

De heer Grashoff (GroenLinks):

Dat is precies wat wij vragen, om in het reeds aangekondigde plan van aanpak maatregelen op te nemen. Dat is dan toch precies wat de staatssecretaris nu zegt dat hij van plan is om te gaan doen? Ik zie dus niet in waarom die motie zou moeten worden ontraden.

Van Dam:

Ik heb gezegd dat de mogelijkheid al bestaat om middelen uit de tweede pijler in te zetten. In het plan van aanpak ziet u ook dat ik eerst nader onderzoek wil laten doen, ook naar wat een gezonde populatie zou kunnen zijn en wat voor instrumenten en aanpassingen daarvoor nodig zijn. Op basis daarvan kunnen we beoordelen waar verdere intensivering nodig is. Ik wijs erop dat u ook al een amendement heb liggen en dat ik heb aangegeven dat ik weidevogels als een van de bestedingsdoelen zie voor de 30 miljoen die we van Europa krijgen. Als dat allemaal wordt geaccordeerd, zijn er dus al middelen voorzien. Ik vind de motie op dit moment voorbarig.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 138 in deze vorm blijft ontraden. De motie op stuk nr. 139.

Van Dam:

De motie op stuk nr. 139 betreft de natuurbeheercontracten. Het al dan niet verlengen van een beheersovereenkomst is een bevoegdheid van de provincies. De contracten voor de komende periode zijn al gesloten. Voor aanpassing op korte termijn zijn daarom geen mogelijkheden. Ik wil wel onderzoeken of er behoefte is aan contracten met een langere looptijd en in overleg met provincies en collectieven bekijken hoe hier mogelijk invulling aan te geven is. Als ik de motie zo mag duiden, laat ik het oordeel erover aan de Kamer. In haar huidige letterlijke vorm moet ik haar echter ontraden. Ik kijk dus even naar de indieners.

De voorzitter:

Is de interpretatie van de staatssecretaris van dien aard dat die voor de indieners acceptabel is?

De heer Grashoff (GroenLinks):

Ja, dat is wel acceptabel. Ik ben ook wel bereid om nog even te bekijken of we tot een iets opener formulering kunnen komen, als dat kan helpen.

De voorzitter:

Prima. De motie op stuk nr. 139 wordt mogelijk dus nog iets aangepast. De staatssecretaris laat in principe het oordeel erover aan de Kamer.

Van Dam:

Over de motie op stuk nr. 140 heb ik zojuist al even gediscussieerd met de heer Dijkgraaf. Dit geldt volgens mij ook voor de motie op stuk nr. 141 en die op stuk nr. 142. Ik heb gezegd dat de Regeling gewasbeschermingsmiddelen samen met de voorschriften uit de Algemene wet bestuursrecht al mogelijkheden biedt om bij het vaststellen van het boetebedrag de zwaarte van een overtreding mee te wegen. Overtreders die worden beboet, kunnen zich daar ook op beroepen. Deze motie is dus wat mij betreft overbodig, dus ik moet haar ontraden. Hetzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 141.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 140 en die op stuk nr. 141 worden ontraden.

Van Dam:

De motie op stuk nr. 142 ziet op net iets anders. Daarin gaat het eigenlijk over het opleggen van een waarschuwing of een korting bij overtredingen. De Europese voorschriften bieden niet meer ruimte dan in de huidige praktijk al wordt toegepast. Een soepeler omgang met de regels leidt tot het risico op kortingen van Europese gelden in verband met non-conformiteit. Het lijkt mij dus niet verstandig om dat te doen. Daarom moet ik deze motie ontraden.

Ik kom op de motie op stuk nr. 143 en de aanlandplicht. Ik heb eerder al gezegd dat ik in principe geen mogelijkheden zie om te komen tot uitstel, maar in de motie word ik verzocht om dit af te stemmen met andere Noordzeelidstaten. Ik ben bereid om het voorstel dat hier is geformuleerd, te bespreken met die lidstaten. Ik kan de Kamer toezeggen haar over de resultaten van die besprekingen nader te informeren. Ik zou de heer Dijkgraaf eigenlijk willen verzoeken om de motie zolang aan te houden. Als hij mij vraagt om een resultaatverplichting, dan moet ik hem zeggen dat ik daar op dit moment geen ruimte voor zie. Dat heb ik de heer Dijkgraaf al eerder gezegd. Ik ben dus bereid om dat gesprek aan te gaan en de Kamer over de resultaten ervan te informeren, maar als de heer Dijkgraaf op dit moment de motie met deze strekking in stemming brengt, dan moet ik haar ontraden.

De voorzitter:

Leidt dit tot aanhouding van deze motie?

De heer Dijkgraaf (SGP):

Nee, voorzitter. Als de motie wordt aangenomen, dan zal de staatssecretaris haar naar ik aanneem ook letterlijk uitvoeren. Ik moet constateren dat ik vier moties heb ingediend en dat die ook zijn ontraden. Eigenlijk vind ik dat ook wel plezierig, want als ze dan worden aangenomen, betekent dat ook echt iets.

Van Dam:

Ja, dan geldt altijd wat er letterlijk in het dictum staat. Dat vergt dan ook afstemming met andere Noordzeelidstaten. Ik heb de heer Dijkgraaf echter gezegd welke verwachtingen hij daarbij moet hebben. De motie wordt in deze vorm dus ontraden.

De motie op stuk nr. 144 gaat over een plan van aanpak waarbij de NVWA dierenwelzijnsrisico's systematisch kan gaan monitoren en registreren. In het verbeterplan van de NVWA is reeds opgenomen dat risicoanalyses worden uitgevoerd en dat op basis daarvan ook het toezicht gerichter wordt ingezet. Met het plan van aanpak van de NVWA komen er ook betere registratiesystemen van de inspecties en maatregelen, ook op het gebied van dierenwelzijn. Eigenlijk laat ook de eerste risicobeoordeling van het bureau daar de resultaten al van zien, want die zijn het gevolg van die nieuwe aanpak. De motie is derhalve overbodig. Daarom moet ik haar ontraden.

Mevrouw Thieme (PvdD):

In het rapport staat nu juist dat zo'n registratie en zulke systemische controlemomenten nu ontbreken. Ik begrijp dit dus even niet. Waarom zou het bureau, als dit er al zou zijn, komen tot het advies om er betere systemen voor te bedenken?

Van Dam:

Ik zei niet dat het er al is, maar ik zei dat de komst van die systemen onderdeel is van het verbeterplan. Het bureau zegt dat dit er moet komen, maar het komt er dus ook.

De voorzitter:

Geeft dit aanleiding tot herziening van het oordeel, staatssecretaris?

Van Dam:

Nee. Ik zei immers dat er al wordt gewerkt aan wat er in de motie wordt gevraagd.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Omdat de motie overbodig is, trek ik haar in.

De voorzitter:

Aangezien de motie-Thieme (34300-XIII, nr. 144) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

Van Dam:

Ik kom op de motie op stuk nr. 145 waarin wordt gevraagd om verbetering van de naleving op het verstrekken van nestmateriaal bij zeugen en afleidingsmateriaal bij varkens en om de NVWA extra te laten toezien op de naleving. Ik zal met de varkenssector in gesprek gaan over een betere naleving. De NVWA ziet reeds toe op de naleving, maar als u vraagt om extra inzet, ook in de discussie die wij eerder hebben gehad, leidt dat tot extra kosten voor de NVWA. Op dit moment is het budget al niet toereikend voor de gestelde ambities. Als u daar nog een ambitie aan toevoegt, zult u daar ook budget voor moeten vinden. Met het huidige budgettaire kader kan ik daar immers niet aan voldoen. Of, als u geen budget toevoegt, zult u moeten aangeven waar u elders het toezicht zou willen verminderen. Met die overwegingen ontraad ik deze motie.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Daar heb ik op geanticipeerd, want ik heb een amendement ingediend waarin ik de NVWA 10 miljoen extra wil geven om het personeel weer op het oude niveau terug te brengen.

De voorzitter:

Geeft dat de staatssecretaris aanleiding tot herziening van zijn advies?

Van Dam:

Nee, ik ontraad de motie in haar huidige vorm. Ik kan bij mijn oordeel sowieso geen rekening houden met de wijze waarop de Kamer over andere voorstellen van mevrouw Thieme stemt. In de motie wordt gevraagd om een extra inzet, maar er wordt niet aangegeven waar het geld vandaan moet komen.

Ik kom op de motie op stuk nr. 146 waarin wordt gevraagd om de maatschappelijke kosten van de huidige vlees-, vis- en zuivelproductie en -consumptie opnieuw te meten en te verdisconteren in de kostprijs. In de reactie op het WRR-advies heeft het kabinet aangegeven dat true pricing wordt verkend in overleg met het bedrijfsleven en maatschappelijke partijen, waarbij externe kosten ook inzichtelijk moeten worden gemaakt om te zien hoe dit de transitie naar meer duurzaamheid zou kunnen ondersteunen. Het gaat hierbij niet om het in de prijs verdisconteren van externe kosten, maar om door inzicht in de kosten de bedrijfsvoering te kunnen aanpassen. In de motie wordt gevraagd om een en ander te verdisconteren in de kostprijs en daarom moet ik haar ontraden.

Mevrouw Thieme (PvdD):

En als ik dat laatste stukje, dus "en te verdisconteren in de kostprijs", eruit haal, kan de staatssecretaris dan leven met deze motie?

Van Dam:

Dan wordt het een beetje een overbodige motie. Ik heb aangegeven wat het kabinet heeft gezegd in reactie op het WRR-advies, namelijk dat true pricing wordt verkend met als doel om de externe kosten inzichtelijk te maken. Als het u alleen maar gaat om het inzichtelijk maken van de externe kosten, dan heeft het kabinet u in zijn reactie op het WRR-advies al laten weten dat samen met het bedrijfsleven te verkennen.

De voorzitter:

Leidt dit tot het intrekken van deze motie?

Mevrouw Thieme (PvdD):

Mijn vraag betreft de maatschappelijke kosten van de huidige vlees-, vis- en zuivelproductie en -consumptie. Betreft het dan inderdaad deze vier producten?

Van Dam:

Het gaat om externe kosten voor de voedselproductie. Dat is nog meer, denk ik.

Ik kom op de motie op stuk nr. 147 waarin wordt verzocht om retailers een bewijslast op te leggen waarin wordt aangetoond dat de primaire producent voor de overeengekomen prijs kan produceren binnen de wettelijk of bovenwettelijk gestelde normen. In mijn eerste termijn heb ik duidelijk aangegeven dat ik een groot voorstander ben van een eerlijke prijs, met name voor de primaire producent. Dat is in eerste instantie een verantwoordelijkheid van de ketenpartijen. Ik vind ook dat de ketenpartijen die verantwoordelijkheid hebben en moeten voelen en nemen. Nieuwe regelgeving past hier niet, zoals ik uitvoerig uiteen heb gezet. Die leidt tot extra administratieve lasten en extra handhavingskosten. Je kunt je de vraag stellen of het überhaupt mogelijk is om dit goed te handhaven. Ik heb uitvoerig uiteengezet dat ik meer geloof in een andere aanpak. Ik ontraad deze motie dus.

Dan de motie op stuk nr. 148 over de gehaktbalbelasting. Het kabinet is geen voorstander van het verhogen van het btw-tarief op vlees. Een dergelijk instrument om te verduurzamen achten wij niet effectief. Er zijn bovendien veel juridische en uitvoeringstechnische haken en ogen aan. Ik ben hierop ook schriftelijk ingegaan naar aanleiding van de eerste termijn. Ik moet deze motie dan ook ontraden.

De motie-Thieme op stuk nr. 149 gaat over de paardenmarkten. Ik ben daar schriftelijk al uitgebreid op ingegaan en heb aangegeven geen voorstander te zijn van een verbod. Samen met de paardenmarkten en de Dierenbescherming enzovoorts is gekeken naar mogelijkheden tot verbetering. Hoewel de Dierenbescherming uit het protocol is gestapt, zou ik toch dat traject van verbetering willen voortzetten. Zoals gezegd ben ik geen voorstander van een verbod. Ik kom derhalve tot het oordeel "ontraden".

De motie-Thieme/Dik-Faber op stuk nr. 150 gaat over het slachten van drachtige koeien. Mijn voorganger heeft hierover op 15 oktober jl. Kamervragen beantwoord. De laatste drie maanden van de dracht wordt er sowieso al niet meer geslacht. Aan de EFSA is advies gevraagd op welke wijze het aanbieden van drachtige dieren voor de slacht het beste teruggedrongen kan worden en, als drachtige dieren desondanks toch geslacht worden, hoe dan het beste met de ongeboren vrucht kan worden omgegaan. De EFSA zal hierover uiterlijk 30 november 2016 rapporteren. Op basis daarvan zal ik met mijn collega's in de EU overleg voeren over de vraag welke passende maatregelen gewenst zijn. Ik geloof niet dat de indieners hun motie zo lang zullen kunnen aanhouden volgens de regels van de Kamer, maar dát lijkt mij het geëigende moment om hierover verder te spreken en dus niet op dit moment. Gelet op het proces dat loopt, moet ik de motie ontraden.

De motie-Thieme/Van Dekken op stuk nr. 151 gaat over alternatieven voor CO2-bedwelming. Ik heb gezegd dat ik vanuit het oogpunt van dierenwelzijn het ermee eens ben dat CO2-bedwelming vervangen moet worden door een betere methode. Er loopt een verkennend onderzoek van Wageningen University naar het ontwikkelen van dergelijke betere alternatieven. Hierbij wordt ook de samenwerking gezocht met onderzoeksinstellingen in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. In de eerstvolgende standvanzakenbrief over dierenwelzijn, die ook al in het eerste kwartaal van 2016 komt — het wordt een druk halfjaar naast het voorzitterschap — zal ik de Kamer informeren over de voortgang op dat dossier. Dat maakt dat ik het oordeel over deze motie aan de Kamer kan laten.

In de motie-Thieme/Koşer Kaya op stuk nr. 152 wordt de regering verzocht om een pilot te starten met de Agrilaser. Ik ben graag bereid om dit initiatief bij provincies onder de aandacht te brengen, maar wijs er wel op dat de provincies verantwoordelijk zijn voor het ganzenbeleid en voor de inzet van dergelijke instrumenten. Het is dus ook aan hen om dergelijke pilots te starten. Als ik de motie zo mag uitleggen dat ik de provincies zal stimuleren, dat ik het bij hen onder de aandacht breng en dat de beslissing nadrukkelijk daar ligt, dan kan ik het oordeel over deze motie aan de Kamer laten.

De voorzitter:

Gelet op de exegese van de staatssecretaris vraag ik mevrouw Thieme of dit akkoord is.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ja, dat is akkoord. Ik zal nadenken over de vraag of ik deze motie in stemming ga brengen.

Van Dam:

In de motie-Thieme op stuk nr. 153 wordt de regering verzocht om de vos van de vrijstellingslijst te halen. Er staan alleen dieren op de nationale vrijstellingslijst waarvan op voorhand is aangetoond dat ze aanmerkelijke schade aan landbouw en flora en fauna toebrengen. De vos is indertijd op verzoek van de Kamer aan de lijst toegevoegd. Als de Kamer nu tot een ander oordeel zou komen, dan gaat de vos weer van de lijst af. Het is nadrukkelijk aan de Kamer, want zij heeft de vos er zelf op gezet. Ik laat het oordeel over deze motie derhalve aan de Kamer.

De motie-Wassenberg op stuk nr. 154 gaat over het voorkomen dat genetisch gemanipuleerde dieren zoals de zalm op de Nederlandse markt komen. Voor genetisch gemanipuleerd voedsel geldt de toelatingsprocedure inclusief de veiligheidsbeoordeling van de EFSA. Voor genetische gemodificeerde zalm is geen toelating. Die mag dus niet worden ingevoerd op de Nederlandse en de Europese markt. Deze motie is overbodig.

De voorzitter:

Wordt de motie mitsdien ontraden of laat u het oordeel erover aan de Kamer?

Van Dam:

De Kamer moet natuurlijk zelf weten wat zij met overbodige moties doet, maar ik zou het nooit aanraden om die aan te nemen, dus "ontraden". De motie-Wassenberg op stuk nr. 155 verzoekt de regering meer en grotere vissersvrije Noordzeereservaten aan te wijzen. Het kabinet heeft de ambitie dat vanaf 2020 10% tot 15% van het Nederlandse deel van de Noordzeebodem niet noemenswaardig wordt beroerd. Nederland wijst gebieden aan op basis van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Deze aanwijzing wil ik zo spoedig mogelijk doen. Daarnaast zijn er nog twee gebieden onder het beschermingsregime van de Kaderrichtlijn Mariene Strategie. Daarmee dragen wij bij aan het in stand houden van kwetsbare vissoorten en de bescherming van paaiende vis. Dat is de lijn. De motie vraagt om daarin verder te gaan. Ik denk dat wij al vrij ambitieus zijn, dus ik ontraad deze motie.

De motie-Wassenberg/Van Gerven op stuk nr. 156 vraagt om een sterke regierol waar het gaat om Natura 2000. In de aanwijzingsbesluiten stellen wij doelen per gebied vast. Deze worden uitgewerkt in beheerplannen. Deze plannen worden elke zes jaar geëvalueerd. Jaarlijkse tussendoelen stellen, zoals in het dictum van de motie wordt verzocht, draagt daar niet aan bij. Daarbij is het natuurbeleid gedecentraliseerd. Ik vind het niet gepast om een sterke regierol te nemen. Wij werken samen met de provincies op basis van de decentralisatie. Ik ontraad de motie.

De voorzitter:

Daarmee zijn wij aan het einde van de advisering over de moties gekomen. Mevrouw Lodders heeft een vraag.

Mevrouw Lodders (VVD):

Het is niet helemaal een punt van orde, maar toch. De motie-Grashoff/Leenders op stuk nr. 139 heeft als advies oordeel Kamer gekregen. De motie verzoekt de regering bij het verlenen van natuurbeheercontracten een langere periode te hanteren. Volgens mij is het zo dat contracten voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer vanuit het GLB worden gevormd. Je kunt met een contract toch niet vooruitlopen op een nieuwe gemeenschappelijke landbouwperiode? Ik zou daar wel een duiding van het kabinet over willen hebben voordat wij gaan stemmen. Dat hoeft niet nu. Het mag ook later.

De voorzitter:

Ik stel voor dat die schriftelijk komt. De afspraak was dat de eerste indiener vragen mag stellen.

Van Dam:

Ik heb aangegeven dat ik wil onderzoeken of er behoefte is aan contracten met een langere looptijd. In dat onderzoek kunnen wij de vraag van mevrouw Lodders meenemen. In overleg met de provincies en collectieven wil ik nagaan hoe daaraan invulling kan worden gegeven. In het debat heb ik gezegd dat, als ik de motie zo mag uitleggen, ik het oordeel aan de Kamer laat. De heer Grashoff heeft toen gezegd dat hij zal bezien of hij de formulering in de motie daarop gaat aanpassen. Dat schept wellicht de helderheid die mevrouw Lodders vraagt.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

De motie op stuk nr. 125 is mede ondertekend door mevrouw Lodders. Haar naam wordt gewijzigd in de naam van de heer De Liefde.

De voorzitter:

De motie-Koşer Kaya/Lodders (34300-XIII, nr. 125) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Koşer Kaya en De Liefde. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 158, was nr. 125 (34300-XIII).

Van Dam:

Ik heb nog een tweetal amendementen en een afsluitende opmerking.

Het amendement op stuk nr. 103 gaat over het groen onderwijs. Kortheidshalve verwijs ik naar mijn eerdere oordelen over amendementen met een soortgelijke strekking. Ik ontraad dat amendement.

De heer Geurts (CDA):

Het heeft een heel andere dekking dan de andere amendementen, dus ik hoor graag van de staatssecretaris waarom dit niet zou kunnen.

Van Dam:

Ik heb eerder bij het amendement op stuk nr. 68 gezegd dat de conclusie, die u ook hebt kunnen zien in de brief van 15 september 2015, is dat de financiering van het groen mbo vanaf volgend jaar op een vergelijkbaar niveau zit als van reguliere mbo. Ik heb gezegd dat wij werken aan een strategische ontwikkelagenda en dat die naar mijn overtuiging voldoende ruimte moet geven om met structuurverbeteringen de taakstelling op te vangen. Voorts is er inderdaad een andere dekking, maar die dekking ziet op de artikelen 16 en 18 en die legt een zeer groot beslag op de zeer beperkte middelen in die artikelen. Ook vanwege de dekking van dit amendement kom ik tot het oordeel ontraden.

De voorzitter:

Het amendement op stuk nr. 103 blijft ontraden.

Van Dam:

Dan het amendement op stuk nr. 121.

De voorzitter:

Dat is vervangen door het amendement op stuk nr. 153.

Van Dam:

Dat betreft alleen een gewijzigde ondertekening. Dat amendement gaat over het ophogen van het budget voor de NVWA. Al eerder in dit debat heb ik aangegeven dat ik vasthoud aan het traject dat ik heb ingezet, namelijk om eerst de efficiency door te lichten en het opdrachtenpakket te herijken. Als ik het goed zie, is dit amendement een gewijzigde versie van het eerdere amendement dat ik al heb ontraden. Ook de wijzigingen veranderen dat niet, dus ik blijf erbij dat ik dit amendement ontraad.

De voorzitter:

Het amendement op stuk nr. 153 is ontraden. Daarmee zijn wij aan het eind gekomen van het overleg, maar de staatssecretaris wil nog graag wat afrondende opmerkingen maken. Ik geef hem daartoe graag de gelegenheid.

Van Dam:

Dit was mijn eerste debat in deze hoedanigheid. Ik begon met te zeggen dat het even wennen was om aan deze kant te staan. Ik dank alle woordvoerders voor hun vriendelijke woorden, zoals dat zij het niet gemerkt hadden, maar ik heb het wel gemerkt. Het is echt een heel andere rol vanaf deze positie. Allereerst wil ik mijn oude collega's bedanken voor een mooi en scherp debat. Het smaakt naar meer. Ik kijk nog meer uit naar onze samenwerking in de komende anderhalf à twee jaar over de toekomst van deze prachtige sector, waar wij gezamenlijk aan werken. Ik heb in mijn inleiding ook gezegd dat wij een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben om de verschillen — want ik heb gemerkt hoe groot deze soms zijn en hoe gepolariseerd het debat soms kan zijn — te overbruggen en om de Nederlandse agrarische sector vooruit te helpen.

Maar ik wil ook graag mijn nieuwe collega's van het ministerie van Economische Zaken bedanken. Ik weet mij ondersteund door ontzettend gemotiveerde en toegewijde mensen, zonder wier hulp ik vandaag al die vragen die op mij zijn afgevuurd en al die moties en amendementen die zijn ingediend, niet van een goed antwoord had kunnen voorzien. Als Kamerlid wist ik het wel, maar het is toch bijzonder om aan deze kant te ervaren, dat vanaf de eerste vraag die wordt gesteld, er meteen mensen aan het werk gaan om de vragen zo goed mogelijk van een antwoord te voorzien en dat men tot diep in de nacht doorwerkt om voorbereidingen te treffen, zodat wij vandaag een goed debat hebben kunnen voeren. Ik kijk in het bijzonder naar de bank hierachter, zeker bij dit eerste debat. Ook hen wil ik ongelofelijk danken, omdat we ook dankzij hen dit mooie debat hebben kunnen voeren. Ik wens iedereen een heel fijne avond.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.