6 Vragenuur

Vragen van het lid Bouwmeester aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over kinderen van ouders in de ggz.

Devoorzitter:

De mensen die vervolgvragen stellen, moeten oefenen op een spreektijd van een halve minuut. Dat lukt nog niet.

MevrouwBouwmeester (PvdA):

Voorzitter. Namens de Partij van de Arbeid stel ik vandaag vragen over een zeer stille en vergeten groep kinderen: kinderen van wie de ouders met een psychische aandoening of een verslaving in de ggz verblijven, maar ook kinderen van wie de ouders in de gevangenis zitten. Waarom is die groep kinderen stil en vergeten? Omdat die kinderen uit angst of schaamte hun mond dichthouden, net als de ouders. Preventieve steun voor deze kinderen is er wel: er zijn goede projecten, maar die zijn er niet overal en die zijn ook niet structureel gefinancierd. En dat terwijl wij weten dat ongeveer 1,8 miljoen kinderen hiermee te maken hebben en ernstige problemen ontwikkelen als zij niet preventieve hulp of steun krijgen: 33% heeft langdurige ernstige problemen en 33% heeft ernstige problemen.

De Partij van de Arbeid heeft al veel vaker verzocht om hulp aan deze kinderen te geven voordat het te laat is en voordat zij door de problemen naar de jeugdzorg verwezen moeten worden. Al heel lang zijn de zorgverzekeraars aan het steggelen. De ene verzekeraar wil dit gewoon niet betalen: omdat het om preventie gaat, betaalt de verzekeraar per definitie niet. De andere zorgverzekeraar, die dit wel betaalt, stopt met betalen en zegt: preventie is ingewikkeld. Weer een andere zorgverzekeraar wil eerst een dossier opbouwen van een kind en een dik dbc openen voordat het kind wordt geholpen, terwijl wij weten dat voor heel veel kinderen de drempel dan te hoog is, dat zij uit angst of schaamte de hulp niet krijgen en dat het heel slecht met hen gaat.

Ik heb twee vragen aan de minister. Wil de minister garanderen dat preventieve hulp en steun voor deze kinderen, die zich in een heel ingewikkelde situatie bevinden, overal en vroegtijdig beschikbaar komt? De tweede vraag hoort daarbij: wil zij er dan voor zorgen dat die financiering eindelijk structureel wordt geregeld?

MinisterSchippers:

Voorzitter. Het is uitermate belangrijk dat kinderen van ouders met bijvoorbeeld psychiatrische problemen of een alcoholprobleem goede steun en hulp krijgen. Dit kan deze kinderen enorm helpen en heel veel schade en leed voorkomen. Ik ben het hierover volledig eens met mevrouw Bouwmeester.

Juist voor deze zorg is er een ruim aanbod in Nederland. Wij hebben echter wel te maken met twee soorten financiering. Als een kind wel een verhoogd risico heeft, maar geen klachten, valt deze steun onder de Wmo en dus bij de gemeente. Dit geldt overigens voor de grootste groep kinderen. Als een kind wel klachten heeft, valt de hulp onder de Zorgverzekeringswet en zijn de zorgverzekeraars aan zet.

In de praktijk zien wij dat veel gemeenten en veel zorgverzekeraars goed met elkaar samenwerken. Ik ken zelfs situaties waarin de zorgverzekeraar de zorg inkoopt voor de gemeente. Die samenwerking is wel heel nauw. Ik noem Agis en UVIT als voorbeelden waar het goed gaat.

Naar aanleiding van het artikel dat mevrouw Bouwmeester tot deze vragen heeft gebracht, ben ik er achteraan gegaan om uit te vinden waar de problemen zich voordoen. Wij hebben het platform KOPP/KVO daarover gebeld. Het zegt dat het signalen heeft, maar het kan die niet naar ons, de gemeenten of zorgverzekeraars toe leiden.

Ik vind het belangrijk dat deze steun en hulp goed zijn geregeld. Ik ben niet van plan om dit uit de Zorgverzekeringswet of het pakket te halen, noch uit de Wmo. De financiering is er dus, maar het is een kwestie van samenwerking en goed organiseren. Ik ben zeker bereid uit te zoeken waar die klachten zich voordoen opdat wij de goede voorbeelden van bijvoorbeeld Agis en UVIT kunnen koppelen aan die plekken waar het nog niet zo goed gaat.

MevrouwBouwmeester (PvdA):

Ik dank de minister voor haar antwoorden en voor het feit dat zij de problematiek erkent. Zij zegt echter dat de grootste groep van deze kinderen niet zulke ernstige problemen heeft. Ik wijs er op dat 33% van deze kinderen ernstige langdurige problemen heeft en dat niet elke zorgverzekeraar in Nederland dit aanbod doet. Het is dus afhankelijk van de regio of een kind hulp krijgt. Dat is één.

Twee is dat ook niet alle gemeenten een preventief hulpaanbod hebben. Dan laat je problemen uit de hand lopen tot er een etiket op het kind kan worden geplakt, precies wat het kabinet dus niet wil doen. Dan kun je naar het Bureau Jeugdzorg, maar zijn de problemen dus al ontstaan.

Ik vraag de minister om de regie te nemen opdat elk kind in elke gemeente in aanmerking komt voor deze hulp. Ik sprak niet alleen over kinderen van ouders in de ggz, maar ook over kinderen van ouders in detentie. Die hebben een vergelijkbare problematiek, alleen schijnen zij ook nog een verhoogd risico te lopen om zelf criminele dingen te gaan doen. Dat moeten wij voorkomen. Hoe eenzaam kun je zijn als kind als je ouders niet voor je kunnen zorgen en de hulpverlening niet voor je klaar staat?

MinisterSchippers:

Ik deel de urgentie en de gevoelens van mevrouw Bouwmeester. Ik heb willen zeggen dat wij als er nog geen klachten zijn en nog geen sprake is van zorg die onder de Zorgverzekeringswet valt, wel degelijk financiering hebben georganiseerd via de Wmo. Zodra zich werkelijk klachten voordoen en natuurlijk zijn die er, ik ken de cijfers ook, wordt het geregeld via de Zorgverzekeringswet.

Uit de signalen blijkt nu dat een aantal gevallen tussen de wal en het schip valt. Ik zeg toe dat ik zal uitzoeken waar dit het geval is om de voorbeelden van situaties waar het wel goed gaat, aan deze verzekeraars en gemeenten voor te houden. Ik zal hun vragen om het ook op die manier te doen, want dan kunnen zij de kinderen voor heel veel ellende later behoeden.

MevrouwBouwmeester (PvdA):

Ik dank de minister voor de toezegging. Wanneer zal zij hierop terugkomen? Wanneer zal zij aan de Kamer laten weten hoeveel kinderen tussen wal en schip vallen en wanneer zij hulp krijgen?

De kinderen van ouders in detentie die nog geen problemen hebben, maar die 70% kans hebben dat zij die zullen ontwikkelen, vallen ook buiten de boot. Op welke manier zal deze kinderen hulp of steun worden geboden om te voorkomen dat het fout gaat?

MinisterSchippers:

Het is heel moeilijk om te zeggen wanneer ik dat zal doen. De medewerkers van mijn ministerie hebben naar aanleiding van het artikel al rond gebeld waar deze problemen zich voordoen. Wij zullen opnieuw in overleg treden met het Platform KOPP/KVO dat deze signalen heeft laten horen. Het heeft ons nog geen specifieke gegevens kunnen verstrekken. Die hebben wij natuurlijk wel nodig, wij hebben de naam van een zorgverzekeraar nodig of van een gemeente en wij moeten weten waar het niet goed gaat. Ik kan de Kamer verzekeren dat wij hier bovenop zitten en dat ik dit zo spoedig mogelijk zal doen. Ik moet echter eerst uitvinden waar dit precies plaatsvindt voordat ik een voorstel voor een oplossing aan de Kamer kan voorleggen.

Devoorzitter:

Mevrouw Bouwmeester, nog een heel korte vraag.

MevrouwBouwmeester (PvdA):

Voor de derde keer: kinderen van ouders in de gevangenis lopen een heel grote kans om problemen te ontwikkelen en om zelf crimineel te worden. Deze kinderen krijgen die hulp niet. Het is niet geregeld. Ik kan alvast zeggen dat bijvoorbeeld de gemeente Rotterdam is gestopt met het verlenen van hulp aan deze kinderen. Kan de minister garanderen dat deze kinderen ook die hulp krijgen? Het zijn namelijk kwetsbare kinderen, die de dupe worden van hun ouders, die iets hebben gedaan en waaraan zij niets kunnen doen.

MinisterSchippers:

Ook die signalen kan ik nagaan. Ik zal eerst moeten weten waar dat misloopt. Dan kom ik ermee terug bij de Kamer.

MevrouwDille (PVV):

Is de minister met ons van mening dat het in deze gevallen ook heel goed is om de omgeving van de kinderen, zoals vrienden, familie en buren, in te zetten om problemen bespreekbaar te maken, alvorens naar professionele hulpverlening te kijken?

MinisterSchippers:

Ja, dat is een uitstekend idee. Er zijn ook verschillende projecten door het Trimbos-instituut opgezet. Die projecten verschillen heel erg in aanpak, maar het betrekken van de sociale omgeving is wel degelijk ook aan de orde.

Naar boven