9 Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Ik stel voor, hedenmiddag ook te stemmen over de aangehouden motie-Van Veldhoven c.s. (32357, nr. 23), de aangehouden motie-Sap (32432, nr. 11), de aangehouden motie-Van Gerven/Jacobi (31532, nr. 49) en de aangehouden motie-Pechtold (32500-V, nr. 137).

Voorts stel ik voor, te stemmen over de brief van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken over de benoeming van een Kinderombudsman (32639, nr. 1).

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Ik deel mee dat ingevolge artikel 69, tweede lid, van het Reglement van Orde, de volgende aangehouden moties zijn vervallen: 29683, nr. 50, 31288, nr. 123, 31495, nr. 27, 28684, nr. 288, 32404, nr. 20, 19637, nrs. 1369 en 1370, 32500-XIII, nrs. 51, 52 en 55, 32500-XVI, nrs. 32, 56 en 57, 32500-VIII, nrs. 23, 24, 27 en 28, en 32504, nr. 48.

Ook deel ik de Kamer mee dat het Strategisch Overleg Informatievoorziening tot haar voorzitter heeft gekozen het lid Kuiken en tot haar ondervoorzitter het lid Elias.

Op verzoek van de GroenLinks-fractie benoem ik in de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken het lid Van den Berge tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Van Gent.

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda het verslag van het algemeen overleg Duurzaamheid van 10 februari 2011, met als eerste spreker het lid Leegte van de VVD. Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda van deze week het verslag van het algemeen overleg over de Ecofin van 10 februari 2011, met als eerste spreker het lid Slob, en het verslag van het algemeen overleg Regeldruk van 10 februari 2011, met als eerste spreker het lid Verburg.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Ziengs.

De heer Ziengs (VVD):

Voorzitter. Ik vraag om uitstel van de behandeling van de wijziging van de Winkeltijdenwet (32412). Dit heeft ermee te maken dat er een onderzoek loopt via CBW-MITEX. Dit onderzoek zou moeten aantonen dat een groot gedeelte van de leden van MKB-Nederland problemen heeft met dit wetsvoorstel. We verwachten de uitkomsten van dit onderzoek over veertien dagen. Deze uitkomsten willen wij meenemen bij het eventueel te plannen debat.

De voorzitter:

Voor ik het woord geef aan een van de andere leden, merk ik het volgende op. Voor mij is dit ingewikkeld. Als een commissie een onderwerp aanmeldt voor behandeling, dan is het onderwerp dus klaar voor behandeling. Daarop maken wij een agenda. Nu verandert dit weer te elfder ure.

De heer Ziengs (VVD):

Dit is niet te elfder ure gebeurd. We hebben direct aan de griffier laten weten dat we dit graag wilden. Vervolgens zagen we het debat toch op de agenda verschijnen. Daarom doen we het voorstel nu nog eens, bij de regeling van werkzaamheden.

De voorzitter:

Voordat een debat op de agenda wordt geplaatst, komt de mededeling dat het onderwerp gereed is voor plenaire behandeling.

Ik geef het woord aan mevrouw Smeets. Anders ga ik zelf mee discussiëren en dat is niet de bedoeling.

Mevrouw Smeets (PvdA):

Voorzitter. De Partij van de Arbeid zou heel graag het initiatiefwetsvoorstel van onze collega's deze week willen behandelen. Tal van ondernemers zitten in grote spanning over de kant die dit uitgaat. Ik roep de VVD-fractie daarom op om mee te doen.

De heer Pechtold (D66):

Dit kabinet zit meer dan 100 dagen. De wittebroodsweken zijn voorbij. De wijziging van de Winkeltijdenwet was een van de verkiezingsbeloften. Het kabinet komt niet zelf met wet- en regelgeving. Nu komen twee collega's, van D66 en GroenLinks, met een eigen wet, na tien jaar discussie. Gemeentes weten niet waar zij aan toe zijn. Winkeliers weten niet waar zij aan toe zijn. Ook werknemers weten niet waar zij aan toe zijn. De organisatie die het onderzoek uitvoert, is in principe voor. De VVD-fractie zegt nu uitstel te willen, maar heeft al laten weten dat zij tegen is.

De voorzitter:

We zijn bezig met een regeling van werkzaamheden. U komt iets te veel op dreef, mijnheer Pechtold.

Mevrouw Sap (GroenLinks):

Voorzitter. Ik val de heer Pechtold van harte bij. Het is goed gebruik in deze Kamer dat als initiatiefwetgeving geagendeerd wordt, de bespreking hiervan niet op het laatste moment wordt uitgesteld. De initiatiefnemers hebben zich helemaal geprepareerd om in vak-K te zitten. MKB-Nederland heeft ons vanochtend nog eens verzekerd dat het geen steun biedt aan het onderzoek dat nu loopt. Het onderzoek wordt verricht door een van de 100 aangesloten organisaties. MKB-Nederland vindt het heel belangrijk om snel zekerheid te krijgen.

De voorzitter:

U moet mij niet in de positie brengen dat ik de fractievoorzitters moet uitleggen hoe het Reglement van Orde in elkaar zit. U hoort een voorbeeldrol te vervullen.

De heer Graus (PVV):

Voorzitter. De fractie van de Partij voor de Vrijheid wil het rapport ook afwachten. Daarmee kunnen wij een goed inhoudelijk debat voeren. Wij steunen de VVD-fractie dus.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Voorzitter. De fractie van de ChristenUnie steunt het verzoek van de VVD-fractie om uitstel. Zij vindt het van grote waarde om de uitslagen van het aangehaalde onderzoek te betrekken bij het debat.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Voorzitter. Ook de SGP-fractie steunt het verzoek. Het verschil tussen de aanmelding van de commissie en het verzoek dat er nu ligt, is dat nu duidelijk is dat het onderzoek plaatsvindt. Dat geldt ook voor de Stichting Tegen Verruiming Zondagopenstelling. Het lijkt me dat het voor de behandeling van het wetsvoorstel noodzakelijk is dat wij alle relevante informatie kunnen meenemen. Ik stel daarom voor om het wetsvoorstel pas te behandelen op het moment dat de onderzoeken beschikbaar zijn.

Mevrouw Verburg (CDA):

Voorzitter. Ik steun het voorstel van de VVD-fractie. Ik weet hoe dit voelt voor de initiatiefnemers, maar doordat zij zich nu al zo goed hebben geprepareerd, zijn ze op het moment van de behandeling van het wetsvoorstel nog beter geprepareerd.

De voorzitter:

Een Kamermeerderheid heeft beslist dat het debat niet doorgaat. Ik verzoek de leden van de fracties van GroenLinks en D66 om de tasjes met daarop de tekst "shoppen is ook zondagsrust" gauw weg te stoppen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik snap dat de leden de hilariteit van deze actie inzien, maar ik zie die niet in. Ik vind het ook een beetje zonde van de tijd.

Het woord is aan de heer Azmani.

De heer Azmani (VVD):

Voorzitter. Afgelopen vrijdag was ik onthutst toen ik in De Telegraaf las dat jongeren in Nederland gedwongen worden tot het aanvragen van een uitkering. Die vrijdagavond hebben we in het VARA-programma De Ombudsman kunnen zien dat een 21-jarige jongeman met licht autisme niet geholpen werd door het UWV Werkplein in Almere omdat hij geen uitkering aanvroeg. In dat kader verzoek ik om een spoeddebat op korte termijn.

De voorzitter:

We gaan eerst eens bekijken of u steun hebt. Of nee, dat hoeft niet, want uw fractie heeft 31 zetels. We gaan luisteren hoe de anderen op uw verzoek reageren.

De heer De Jong (PVV):

Voorzitter. Wij hebben ook kennisgenomen van het bericht. Ook wij willen er graag meer duidelijkheid over. Daarom steunen wij het verzoek.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Het kan niet zo zijn dat jongeren niet worden geholpen. Maar omdat de plenaire agenda vol is, lijkt het mij handig om dit deze week nog in een spoed-algemeen overleg te bespreken. Wellicht kan er ook nog een brief van de staatssecretaris hierover komen.

Mevrouw Sterk (CDA):

We hebben vanmiddag een procedurevergadering van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Wellicht kunnen we daar het verzoek om een zo spoedig mogelijk AO bespreken en met elkaar bekijken op welke termijn het kan.

De voorzitter:

Maar steunt u het voorstel voor een spoeddebat?

Mevrouw Sterk (CDA):

Gezien de plenaire agenda, ben ik bang dat een spoeddebat pas over vier weken of zo gehouden kan worden. Ik denk dat een spoed-AO sneller kan worden gehouden. Het is goed dat we op korte termijn praten. Graag krijg ik dan ook vooraf nog wat informatie van het kabinet over dit onderwerp.

De heer Klaver (GroenLinks):

Gelet op de urgentie van deze problematiek lijkt het mij goed als wij een spoed-AO zouden voeren.

De heer Ulenbelt (SP):

Ik zou er zelfs wel een debat van willen maken, want dit geval bewijst de totale mislukking van de Wet investeren in jongeren.

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Ik steun een spoed-AO, maar niet een spoeddebat.

Mevrouw Hamer (PvdA):

De urgentie lijkt mij te vragen om een spoeddebat. Ik laat het initiatief bij de aanvrager of hij het spoeddebat vanwege de plenaire agenda wil omzetten naar een spoed-AO. Wij geven wel steun aan het verzoek om een spoeddebat.

De voorzitter:

Mijnheer Azmani, u hebt ruime steun van de Kamer. U moet zelf maar bekijken wat u het meest urgent vindt.

De heer Azmani (VVD):

Voorzitter. Ik ben blij met de steun die is gegeven. In de procedurevergadering van vanmiddag ga ik bekijken op hoe korte termijn een spoed-AO gepland kan worden. Het gaat mij niet om de vorm, maar om de actualiteit en de spoedeisendheid. Ik laat voor de zekerheid het spoeddebat wel staan.

De voorzitter:

Ik begrijp u. We zullen het stenogram doorgeleiden naar het kabinet. Als het een spoeddebat wordt, krijgen de leden drie minuten spreektijd.

Het woord is aan de heer Dibi.

De heer Dibi (GroenLinks):

Voorzitter. Ik had eigenlijk een verzoek om een spoeddebat, maar we kunnen dat spoeddebat misschien voorkomen als wij binnen twee uur een brief van minister Leers voor Immigratie en Asiel ontvangen over een geplande uitzetting naar Irak morgen. Er is onduidelijkheid over wie er precies aanwezig zijn op die vlucht. Kan de minister in die brief vermelden wie aanwezig zijn op de vlucht en hoe die vlucht zich verhoudt tot de uitspraak van het EHRM dat elke Irakees die bezwaar aantekent en een tijdelijke voorziening aanvraagt, die ook ingewilligd krijgt? Dat betreft de zogenaamde interim measures.

De voorzitter:

Ik begrijp dus dat u een brief wilt en mogelijkerwijs, als de brief daartoe aanleiding geeft, een spoeddebat?

De heer Dibi (GroenLinks):

Ik vraag u en de collega's om rekening te houden met een extra regeling van werkzaamheden na ommekomst van de brief, waarin mogelijk een spoeddebat wordt aangevraagd als de brief niet naar tevredenheid is.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Ik steun het verzoek om de brief, maar ook het verzoek om een spoeddebat met de minister voor Immigratie en Asiel. We hebben hier eerder uitgebreid met hem over gesproken. Ik begrijp dus niet hoe deze uitzending nu weer kan plaatsvinden.

De heer Schouw (D66):

Steun voor het voorstel.

De heer Spekman (PvdA):

Steun voor de brief.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Steun, en ik zou ook graag willen dat de minister in die brief ingaat op de vraag of deze mensen allemaal toegang hebben gehad tot een advocaat en op de vraag of zij de mogelijkheid hebben gehad om een beroep te doen op een interim measure bij het Europese Hof.

Mevrouw Van Nieuwenhuizen (VVD):

Steun voor de brief. Laten we echter eerst zorgvuldig de brief bekijken voordat we overgaan tot verdere stappen.

De heer Dibi (GroenLinks):

Zeker.

De heer Van der Staaij (SGP):

De SGP-fractie heeft ook vooral behoefte aan informatie. Steun dus voor het verzoek om de brief.

De voorzitter:

We zullen het stenogram doorgeleiden. De brief zou er over twee uur moeten zijn. Ik hoop dat u mij vervolgens laat weten of er behoefte is aan een regeling van werkzaamheden. Het zou dus kunnen dat hier vanavond nog een debat over moet komen, inclusief stemmingen.

Het woord is aan de heer Ulenbelt.

De heer Ulenbelt (SP):

Voorzitter. Zoals de heer Van Hijum al zei tijdens het mondelinge vragenuur, laat de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wat ballonnen op. Een daarvan is dat hij bedrijven die recidiveren in uitbuiting wil sluiten. Dat kon bij de vorige minister allemaal nooit. Het lijkt me dan ook dat er alle reden is om met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een debat te voeren. Hij heeft een brief aangekondigd voor 1 april. Het is een mooie gelegenheid om direct daarna een debat over deze aangelegenheden te voeren in de Kamer.

De heer Van Hijum (CDA):

Met dat voorstel kan de CDA-fractie instemmen, als het na ommekomst van de brief gebeurt.

De voorzitter:

Ik kijk nog naar anderen, want ik heb nog geen meerderheid voor dat debat.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Ik sluit me aan bij de heer Van Hijum.

De heer Azmani (VVD):

Ik sluit me ook aan bij de woorden van de heer Van Hijum.

De voorzitter:

Dan gaan we het zo doen. We zullen het stenogram doorgeleiden naar het kabinet. Voor het debat staan vier minuten spreektijd per fractie.

Het woord is aan de heer Heijnen.

De heer Heijnen (PvdA):

Voorzitter. Het vorige kabinet zou vorig jaar besluiten over het Provinciefonds. Minister Donner zou dat voor 1 januari jongstleden doen, minister Donner zou dat voor eind januari doen en minister Donner schreef ons vanochtend dat hij ernaar streeft om het in mei te doen. Daar nemen wij geen genoegen mee. Er zijn binnenkort Provinciale Statenverkiezingen. De dag daarop beginnen de onderhandelingen en dan moeten provincies weten waar ze aan toe zijn wat betreft het Provinciefonds. Ik verzoek u dus een spoeddebat mogelijk te maken, als het kan deze week maar ultimo 4 maart.

De heer Schouw (D66):

Het kabinet, en zeker minister Donner, moet zijn belofte waarmaken. Hij heeft de Kamer een brief beloofd in januari en nu komt hij met een brief waarin staat dat hij pas in mei uitsluitsel geeft. De D66-fractie steunt dus van harte het verzoek om een spoeddebat, het liefst nog deze week.

De heer Van Raak (SP):

De regering probeert veel uit te stellen en over de verkiezingen te tillen, maar dit kan echt niet. Dit gaat over het geld van de provincies. Hier gaan de verkiezingen over. Voor de verkiezingen moet er dus gewoon duidelijkheid over zijn. Als dat via een spoeddebat moet, dan doen we het via een spoeddebat.

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

De ChristenUnie-fractie steunt heel graag het verzoek om een spoeddebat.

De heer Heijnen (PvdA):

Dan stel ik vast dat we het deze week kunnen doen, want er is een debat uitgevallen!

De voorzitter:

Ja, het is wel goed. We moeten maar eens even bekijken wat er mogelijk is. Er geldt een spreektijd van drie minuten.

Het woord is aan mevrouw Jacobi.

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Voorzitter. Er staat nog een spoeddebat gepland over de schadeafhandeling van de Moerdijkbrand. Er is intussen een brief gekomen van de staatssecretaris, met een redelijk bevredigende inhoud. Ik stel voor dat we het spoeddebat schrappen en de zaak verder in de commissie afhandelen.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik zal het afvoeren van de agenda.

Het woord is aan mevrouw Vermeij.

Mevrouw Vermeij (PvdA):

Voorzitter. Wij hebben vorige week namens de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid een brief gevraagd aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de uitzending van ZEMBLA over de pensioenen. Die brief zou hier voor dinsdag liggen maar hij is er niet, dus ik wil graag rappelleren.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Vorige week heeft de minister de Kamer bericht dat het pensioenakkoord over de verkiezingen heen wordt getild. Ik wil graag weten waarom het pensioenakkoord nog niet naar de Kamer kan. Dat kan dan ook in deze brief worden meegenomen. Het zou namelijk eerst in december komen en toen in januari, en nu wordt het na de verkiezingen.

De voorzitter:

We zullen het stenogram doorgeleiden.

Hiermee zijn wij gekomen aan het eind van de regeling van werkzaamheden. Wij gaan nu stemmen.

Naar boven