Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-2011nr. 19, pagina 2-3

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 136 van het Reglement van Orde.

Vragen van het lid Rouvoet aan de minister van Veiligheid en Justitie, bij diens afwezigheid aan de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht "Hof verbiedt ontruiming kraakpanden".

De heer Rouvoet (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik zeg het niet zo snel, maar gekker moet het toch niet worden. Er geldt sinds 1 oktober een algeheel kraakverbod in ons land en de wet is glashelder. Gisteren werden we echter verrast door een uitspraak van het gerechtshof Den Haag waarin de ontruiming van een aantal gekraakte panden werd verboden. We krijgen nog een uitgebreidere motivatie, maar de kern van de opvatting van het hof lijkt te zijn dat in de wet niet is geregeld dat krakers voor wie ontruiming geldt of dreigt, daarover vooraf een oordeel van de rechter kunnen vragen. Ik noem dat verrassend, omdat juist de wet nu regelt dat kraken verboden is en dat daarmee dus, als er toch wordt gekraakt, een strafvorderlijke titel is voor het ontruimen van het kraakpand. Dat lijkt mij simpel. Ook de Raad van State merkte bij de behandeling op dat de bevoegdheid tot inbreuk op het huisrecht voldoende kenbaar en voorzienbaar in de wet moet zijn omschreven. Dat is toen dus geregeld. Kraken mag niet, een gekraakt pand kan dus nooit je woning worden en op het moment dat je de wet overtreedt kun je eruit gezet worden: helder, kenbaar en voorzienbaar. Intussen is de betekenis die aan de uitspraak van het hof moet worden toegekend wel van groot belang voor de gemeenten, die misschien doende zijn met ontruimingen, en voor de huiseigenaren. Zij moeten duidelijkheid hebben. Daarom stel ik de volgende vragen aan de staatssecretaris.

Hoe taxeert de staatssecretaris deze uitspraak? Is het opschorten van ontruimingen noodzakelijk? Deelt hij mijn mening dat met de inwerkingtreding van het algehele kraakverbod voor iedereen duidelijk is dat er in geval van kraken ontruiming kan volgen? Het gerechtshof merkt op dat Justitie geen duidelijk en kenbaar beleid voert. Kan de staatssecretaris dat idee weerspreken? In het regeerakkoord is opgenomen dat het kraakverbod actief en prioritair zal worden gehandhaafd. Wat gaat het kabinet doen om dat blijvend invulling te geven?

Staatssecretaris Teeven:

Voorzitter. Ik dank de heer Rouvoet voor zijn vragen. Om het meteen maar duidelijk te zeggen: de regering is van mening dat deze uitspraken nog niet zijn gemotiveerd. Het zijn mondelinge uitspraken, zowel van het gerechtshof in Den Haag als in één zaak van het gerechtshof in Amsterdam. Op die schriftelijke motivering zitten wij op dit moment te wachten. We hebben uiteraard kennisgenomen van het standpunt van de persraadsheer van het hof Den Haag, die heeft gezegd dat sprake zou zijn van strijdigheid met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Die conclusie heeft de regering op dit moment nog totaal niet getrokken. Wij zullen dus moeten afwachten wat de schriftelijke motivering is. Op de vraag van de heer Rouvoet over het beleid kan ik echter nu al zeggen dat, mocht uit de uitspraken van het hof Den Haag en van het hof Amsterdam blijken dat er wordt geoordeeld dat sprake is van strijdigheid met het Europese verdrag, de Staat dan cassatie zal instellen in die situatie. Ik wil daar nu al duidelijkheid over geven, en er geen misverstand over laten bestaan dat de Staat dan cassatie zal instellen. Daarvoor is echter nog wel bestudering van de uitspraken noodzakelijk.

De heer Rouvoet vraagt of er prioritair gehandhaafd zal worden. Dat moge duidelijk zijn. Ook in het regeerakkoord staat dat de regering van mening is dat kraken een schending is van het eigendomsrecht. Kraken is verboden. Dat betekent dat er ook zal worden gehandhaafd. Maar nogmaals, we willen de uitspraken wel even bestuderen. We wachten dus wel op de schriftelijke motiveringen. Vervolgens zullen de volgende stappen door ons worden gezet.

De heer Rouvoet (ChristenUnie):

Ik begrijp de stellingname van het kabinet dat het de uitspraak verder wil bestuderen. Dat lijkt me niet onlogisch. Het neemt echter niet weg dat de kern van de mondelinge uitspraak wordt gevonden in het feit dat het hof van mening is dat krakers in geval van een dreigende ontruiming niet de mogelijkheid hebben om die vooraf te laten toetsen door de rechter. Los van de inhoudelijke onderbouwing die hierbij ongetwijfeld nog geleverd zal worden, blijft mijn tweede vraag staan. Ik vraag de staatssecretaris om daarop in te gaan. Is de staatssecretaris, kijkend naar de in werking getreden wet, met mijn fractie van mening dat het, doordat er een algeheel kraakverbod is, voor iedereen duidelijk is dat kraken niet mag en dat, als het toch gebeurt, ontruiming kan volgen? Hoe ziet hij dat in relatie tot het zogenaamde kenbaarheidsvereiste?

Wat is de boodschap van de staatssecretaris aan gemeenten die op dit moment voor de vraag staan of zij wel of niet kunnen en moeten doorgaan met ontruimingen?

Staatssecretaris Teeven:

Laat duidelijk zijn dat het kabinet van mening is dat wij bij de behandeling van de kraakwet heel duidelijk aandacht aan dit punt hebben besteed. Kraken is verboden en in combinatie met dat verbod is ontruiming mogelijk. Er kan geen misverstand over bestaan dat dit de lijn is: kraken is verboden en ontruiming is mogelijk. Het arrest van het hof van Den Haag moet zeker worden bestudeerd. Dat geldt ook voor het arrest van het hof van Amsterdam. Wij moeten bekijken of cassatie al of niet noodzakelijk is. Aan gemeenten geldt de boodschap dat wij even moeten afwachten wat er in de schriftelijke motivering staat. Daarna zal het kabinet een duidelijke lijn voor de toekomst bepalen.

Mevrouw Karabulut (SP):

Voorzitter. De SP-fractie heeft van meet af aan gezegd dat deze wet de leegstand en de woningnood niet oplost. Integendeel, hij zal de leegstand bevorderen en de woningnood doen verergeren. Dat blijkt nu ook. Deze initiatiefwet van VVD, CDA en ChristenUnie is gewoon een slechte wet, die strijdig lijkt met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Gaat de minister deze wet met spoed repareren? Het is een slechte wet die moet worden aangepast.

Staatssecretaris Teeven:

Voorzitter. Naar het oordeel van het kabinet is er op dit moment nog geen enkele noodzaak om de wet te repareren. Wij zullen eerst de arresten moeten bestuderen. Dan zal er mogelijk cassatie worden ingesteld. De uitkomst daarvan zal bepalend zijn voor de vraag of er überhaupt reparatie van de wetgeving noodzakelijk is. Op dit moment denken wij dat dat niet zo is.

De voorzitter:

Ik verzoek de leden om nieuwe invalshoeken te bedenken en niet in herhaling te vervallen.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Voorzitter. Ik sta een beetje in dubio, maar ik stel de vraag toch. Uit de beantwoording kreeg ik de indruk dat het kabinet sowieso in cassatie zal gaan. Nu hoor ik de staatssecretaris zeggen dat hij de tekst eerst zal bestuderen en daarna zal bekijken of hij al dan niet in cassatie gaat. Het moge duidelijk zijn dat hij wat ons betreft niet in cassatie hoeft te gaan. Wij hebben liever dat hij werk van het oplossen van de leegstand gaat maken.

Staatssecretaris Teeven:

Voorzitter. Wij gaan de arresten bestuderen, wij gaan de schriftelijke motivering bekijken. Als uit die schriftelijke motivering zou blijken dat er naar het oordeel van het hof sprake is van strijdigheid met het Europees verdrag, dan zal de Staat in cassatie gaan, want dan moeten wij daar duidelijkheid over hebben. Anders is de kraakwet natuurlijk moeilijk toepasbaar.

De heer Van der Steur (VVD):

Voorzitter. Allereerst dank aan en complimenten voor de staatssecretaris voor zijn heldere beantwoording, waar de VVD-fractie zich in grote lijnen in kan vinden. Het hof heeft de opmerking gemaakt dat er door het ministerie op dit punt geen duidelijk beleid kan worden gevoerd. Los van de vraag of in cassatie gegaan wordt, zouden wij graag de toezegging van de staatssecretaris krijgen dat het beleid onmiddellijk wordt aangepast zodra wij de motivering precies kennen.

Staatssecretaris Teeven:

Voorzitter. Wij zullen de motivering moeten lezen. Als dat aanleiding geeft tot aanpassing van beleid of tot het instellen van cassatie bij de Hoge Raad, zullen wij daarna de volgende stap zetten. Het kan betekenen dat er strafrechtelijk om welke reden dan ook even niet wordt ontruimd totdat er duidelijkheid is. Het kan ook betekenen dat wij wel kunnen doorgaan met strafrechtelijke ontruimingen.

De voorzitter:

Ik ben benieuwd of de leden nog een nieuwe invalshoek kunnen vinden.

Mevrouw Helder (PVV):

Voorzitter. Het is tenenkrommend wat er op dit moment bekend is van het hof Amsterdam en het hof Den Haag. Mocht er cassatie nodig zijn, mag ik dan aan de staatssecretaris verzoeken om de termijnen zo kort mogelijk te laten zijn en een zogenaamde spoedcassatie in te stellen?

Staatssecretaris Teeven:

Voorzitter. Wij gaan natuurlijk niet helemaal over de termijnen die de Hoge Raad hanteert, maar er kan geen twijfel over bestaan dat dit kabinet als een hoge prioriteit heeft dat de kraakwet wordt gehandhaafd. Daar hoort inderdaad bij dat dit bij verdenking van een strafbaar feit mogelijk tot ontruimingen leidt. Die mogelijkheid blijft bestaan. Die spoed, daar kan men dus van op aan.

De heer Van der Staaij (SGP):

Wat de SGP-fractie in dit debat onbevredigend vindt, is dat wij nu wel weten dat een streep is gezet door een aantal ontruimingen, maar de motivering nog helemaal niet bekend is. Wij hebben het alleen met de uitlatingen van de betrokken perswoordvoerder moeten doen. Juist in dit soort gevoelige zaken vind ik dat te betreuren. Is er zicht op dat er snel een motivering komt, zodat wij het debat ook op basis daarvan kunnen voeren?

Staatssecretaris Teeven:

Als de heer Van der Staaij doelt op de motivering van het hof Den Haag, kan ik zeggen dat die motivering er snel zal zijn. Ik heb begrepen dat die begin volgende week beschikbaar zal zijn. De persraadsheer heeft daar geen opmerkingen over gemaakt, maar dat is de informatie waar ik op dit moment over beschik. De regering zal de volgende stap zetten als zij over die motiveringen kan beschikken.

De heer Recourt (PvdA):

In dit land is het zo geregeld dat de rechter zijn werk moet doen en dat de politiek daar in beginsel niet over gaat. De rechter doet zijn werk, in dit geval in hoger beroep op een kort geding. Ik hoor de staatssecretaris zeggen dat in de periode totdat duidelijkheid wordt gegeven, niet op basis van de kraakwet zal worden uitgezet. Kan hij inschatten hoelang het gaat duren voordat de Hoge Raad een oordeel heeft gegeven over de mogelijke strijdigheid met het Europees verdrag? Als dat lang gaat duren, wordt dan de uitspraak dat op basis van de wet niet tot uithuisplaatsing zal worden overgegaan, gestand gedaan?

Staatssecretaris Teeven:

Wij moeten vandaag geen mist creëren, en die is er ook niet. De regering wacht de schriftelijke motivering af. Tot die tijd wordt niet strafrechtelijk ontruimd. Daarna zullen wij de schriftelijke motivering lezen. Pas daarna wordt het volgende stukje beleid ontwikkeld. Dat is de volgorde. Dat is de toezegging die ik doe. Dat betekent dat wij inderdaad zullen bewerkstelligen dat dit zo snel mogelijk gebeurt en dat de procedure bij de Hoge Raad zo snel mogelijk wordt gevoerd. Dat zeg ik ook in antwoord op de vraag van mevrouw Helder.

De voorzitter:

Ik dank de staatssecretaris voor zijn beknopte wijze van beantwoorden.