Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-2011nr. 19, pagina 11-15

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Op verzoek van PvdD-fractie benoem ik in de themacommissie Dierhouderij het lid Thieme tot lid en het lid Ouwehand tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature.

Op verzoek van de PVV-fractie benoem ik:

  • - in de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken het Lucassen tot lid in plaats van het lid Bontes en de leden Van Klaveren, Fritsma en Bontes tot plaatsvervangend lid in plaats van de leden De Roon, Hernandez en Helder;

  • - in de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie het lid Bontes tot lid in plaats van het lid Fritsma en het lid Dille tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Fritsma;

  • - in de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties het lid Bontes tot lid in plaats van het lid Elissen en het lid Elissen tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Fritsma;

  • - in de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken het lid De Mos tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Hernandez;

  • - in de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu de leden Sharpe, Graus en De Mos tot lid en de leden Van Bemmel, Bontes en Agema tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacatures;

  • - in de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid de leden De Mos en Bontes tot plaatsvervangend lid in plaats van de leden Gerbrands en Dille;

  • - in de algemene commissie voor Jeugdzorg de leden Dille, De Mos en Gerbrands tot lid en de leden Agema, Bosma en Beertema tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacatures;

  • - in de themacommissie Dierhouderij de leden Graus, Gerbrands en Van Bemmel tot lid en de leden Van Vliet, Tony van Dijck en De Jong tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacatures;

  • - in de algemene commissie voor Immigratie en Asiel de leden Fritsma, Van Klaveren en Brinkman tot lid en de leden Bontes, Kortenoeven en Elissen tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacatures.

Op verzoek van de CDA-fractie benoem ik:

  • - in de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken de leden Koopmans en Van Bochove tot lid in plaats van de leden Çörüz en Sterk en het lid Smilde tot lid in plaats van het lid Bruins Slot en de leden Sterk en Van Toorenburg tot plaatsvervangend lid in plaats van de leden Van Haersma Buma en Smilde;

  • - in de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie het lid Koopmans tot lid in plaats van het lid Bijleveld-Schouten en het lid Van Bochove tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Ormel;

  • - in de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het lid De Rouwe tot lid in plaats van het lid Ferrier en de leden Ferrier en Van Toorenburg tot plaatsvervangend lid in plaats van de leden Sterk en Uitslag;

  • - in de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties de leden Van Bochove, Koopmans en Smilde tot lid in plaats van de leden Sterk, Van Hijum en De Rouwe en de leden Sterk en Knops tot plaatsvervangend lid in plaats van de leden Çörüz en Ormel;

  • - in de algemene commissie voor Immigratie en Asiel de leden Knops, Sterk en Van Bochove tot lid en de leden Smilde, Çörüz en Omtzigt tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacatures;

  • - in de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken het lid Haverkamp tot lid in plaats van het lid Çörüz en het lid Çörüz tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;

  • - in de vaste commissie voor Defensie het lid Haverkamp tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Ormel;

  • - in de vaste commissie voor Europese Zaken het lid Ferrier tot lid in plaats van het lid Bruins Slot en de leden Haverkamp en Bruins Slot tot plaatsvervangend lid in plaats van de leden Ferrier en Koppejan;

  • - in de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu de leden De Rouwe, Haverkamp en Koppejan tot lid en de leden Van Bochove, Koopmans en Van Hijum tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacatures;

  • - in de vaste commissie voor Financiën het lid Bijleveld-Schouten tot lid in plaats van het lid Van Hijum en de leden Van Hijum, Knops en Haverkamp tot plaatsvervangend lid in plaats van de leden Koppejan, Bijleveld-Schouten en Smilde;

  • - in de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid de leden Sterk en Omtzigt tot lid in plaats van de leden Koppejan en Blanksma-van den Heuvel en de leden Biskop en Uitslag tot plaatsvervangend lid in plaats van de leden Omtzigt en Van Toorenburg;

  • - in de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport het lid Bruins Slot tot lid in plaats van het lid Ferrier en de leden Çörüz, Omtzigt en Van Toorenburg tot plaatsvervangend lid in plaats van de leden Bruins Slot, Ormel en Sterk;

  • - in de commissie voor de Rijksuitgaven de leden Omtzigt en Bijleveld-Schouten tot lid in plaats van de leden Van Haersma Buma en Van Hijum en het lid Knops tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature en de leden Van Hijum en Haverkamp tot plaatsvervangend lid in plaats van de leden Koppejan en Smilde;

  • - in de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie de leden Verburg, Koppejan en Koopmans tot lid en de leden Ormel, Bijleveld-Schouten en Van Hijum tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacatures;

  • - in de algemene commissie voor Jeugdzorg het lid Van Toorenburg tot lid in de bestaande vacature;

  • - in de tijdelijke commissie onderzoek financieel stelsel het lid Haverkamp tot lid in plaats van het lid Van Hijum.

Op verzoek van de PvdA-fractie benoem ik:

  • - in de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken het lid Eijsink tot lid in plaats van het lid Van Dam en het lid Heijnen tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Eijsink;

  • - in de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie het lid Vermeij tot lid in plaats van het lid Bouwmeester en het lid Bouwmeester tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Heijnen;

  • - in de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het lid Wolbert tot lid in plaats van het lid Marcouch;

  • - in de vaste commissie voor Defensie het lid Heijnen tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Arib.

Op verzoek van de VVD-fractie benoem ik:

  • - in de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie de leden Bosman en Van Beek tot lid in plaats van de leden Hennis-Plasschaert en Van der Steur en de leden Van den Burg en Schaart tot lid in de bestaande vacatures en de leden Neppérus, Nicolaï, Ziengs en Dijkhoff tot plaatsvervangend lid in plaats van de leden Azmani, Van der Burg, Mulder en Elias;

  • - in de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu de leden Aptroot, Huizing, Snijder-Hazelhoff en Leegte tot lid en de leden Lucas, De Boer, Houwers en Lodders tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacatures;

  • - in de commissie voor de Rijksuitgaven de leden Harbers en Neppérus tot lid in plaats van de leden Aptroot en Blok en het lid Ten Broeke tot lid in de bestaande vacature en de leden Straus en Ziengs tot plaatsvervangend lid in plaats van de leden Van Nieuwenhuizen en Nicolaï en het lid de Boer tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature.

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda het VAO eerste voortgangsrapportage herzieningsoperatie vanuit de WW gestarte zelfstandigen, naar aanleiding van een algemeen overleg van 4 november, met als eerste spreker het lid Ulenbelt.

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda het VAO wegtunnels A2, Leidsche Rijn Tunnel, naar aanleiding van een algemeen overleg van 4 november, met als eerste spreker het lid Slob.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Van Raak.

De heer Van Raak (SP):

Voorzitter. Wij hebben vanochtend de rapporten gekregen waaruit blijkt dat de politietop al van tevoren wist dat het landelijke BVH-computersysteem van de politie niet zou gaan werken en nooit zal gaan werken. Dat systeem heeft honderden miljoenen euro's gekost. Dat blijkt nu weggegooid geld te zijn. Tienduizenden agenten is het werk onmogelijk gemaakt. Mede namens de fractie van de Partij van de Arbeid vraag ik een spoeddebat hierover aan. Wij moeten de onderste steen boven krijgen. Wie is verantwoordelijk en welke koppen gaan er rollen?

Mevrouw Berndsen (D66):

Voorzitter. Dit is een buitengewoon belangwekkend onderwerp. Ik snap het dat de heer Van Raak een spoeddebat aanvraagt. Wij hebben aanstaande maandag echter de hele dag een wetgevingsoverleg over de politie. Ik zou het heel prettig vinden om hieraan meer tijd te besteden. Dat kan via dat debat. Zo zouden wij dit ook in de bredere context kunnen plaatsen. Het gaat namelijk niet alleen om de politie maar ook om de automatisering van het Openbaar Ministerie in relatie tot de automatisering van de politie.

Mevrouw Hennis-Plasschaert (VVD):

Voorzitter. Ik ben het ermee eens dat de automatiseringsproblematiek sky-high is. Dit is explosieve materie. Wat betreft de VVD-fractie is dit echter aan de orde in het wetgevingsoverleg van maandag aanstaande.

De heer Çörüz (CDA):

Voorzitter. Wij hebben aanstaande maandag zes uur de tijd. Het zou echt zonde zijn om dit belangrijke onderwerp binnen drie minuten te moeten afdoen. Dit zou ik de collega willen meegeven.

De heer Brinkman (PVV):

Voorzitter. Zoals vorige week is besloten, heeft het onze voorkeur om het onderwerp te behandelen bij het wetgevingsoverleg.

De heer Rouvoet (ChristenUnie):

Voorzitter. Dat geldt ook voor ons.

De voorzitter:

U hebt dus geen steun voor uw verzoek, mijnheer Van Raak.

De heer Van Raak (SP):

Mijn verzoek was mede namens de Partij van de Arbeid.

De voorzitter:

Sorry, dat had ik niet gehoord.

De heer Van Raak (SP):

Ik wil de Kamer wel tegemoetkomen. Wat ik niet wil, is dat dit ongelooflijk belangrijke onderwerp verzandt in een wetgevingsoverleg, waarbij "tik! tik! tik!" duizenden punten aan bod komen. Ik zou dus graag deze week een spoeddebat willen voeren. Mocht dit om wat voor reden dan ook niet mogelijk zijn, dan kan ik me ook nog voorstellen dat wij maandag aparte tijd en ruimte inruimen binnen dat wetgevingsoverleg om dit te bespreken, dat wil zeggen, dit onderwerp sec te bespreken met ruime spreektijden. Mijn voorkeur heeft het echter om gewoon deze week een spoeddebat te houden.

De voorzitter:

Ik kan u met de hand op het hart verzekeren dat ik met twee begrotingsbehandelingen deze week geen tijd heb om dit te plannen. Ik stel dus voor dat u in de commissie bekijkt of het mogelijk is om hieraan binnen het wetgevingsoverleg voldoende ruimte te geven. Aldus besloten.

Het woord is aan de heer Fritsma.

De heer Fritsma (PVV):

Voorzitter. Ik wil graag een spoeddebat aanvragen met de minister van Veiligheid en Justitie over de uit de hand gelopen straatterreur in Gouda. Er zijn hierover zojuist, terecht, ook al mondelinge vragen gesteld. Het onderwerp is echter belangrijk genoeg om er uitgebreider bij stil te staan, temeer omdat de staatssecretaris net heeft aangegeven dat hij persoonlijk samen met de minister in Gouda poolshoogte zal nemen. Het lijkt mij goed om naar aanleiding van dat bezoek deze week, hierover volgende week in een spoeddebat verder te praten en te bekijken wat er uit dat bezoek is gekomen en wat de oplossingen kunnen zijn. Ik doe dit verzoek mede namens de fracties van de VVD en het CDA.

De voorzitter:

Ik plaats ook hierbij de opmerking dat ik daarvoor echt geen tijd heb op de agenda, deze week niet en volgende week ook niet. Misschien is het een idee – ik geef het u maar mee – dat wij aan de minister vragen om verslag uit te brengen aan de Kamer over zijn bevindingen in Gouda. Ik begreep dat de staatssecretaris dit in dit geval aan de minister overlaat. Naar aanleiding van dat verslag kunt u hier eventueel nog terugkomen.

Mevrouw Berndsen (D66):

Voorzitter. Mijn fractie steunt dit verzoek niet. Wij hebben net de staatssecretaris uitvoerig de vragen horen beantwoorden. Daarbij vind ik dat de Tweede Kamer niet de nationale gemeenteraad is. Het primaat ligt bij de gemeenteraad van Gouda.

Mevrouw Hennis-Plasschaert (VVD):

Voorzitter. De VVD-fractie wil graag de brief afwachten en op basis daarvan wel degelijk het debat met elkaar aangaan. Wij willen het iets breder trekken, omdat de problematiek zich natuurlijk niet beperkt tot Gouda.

De heer Marcouch (PvdA):

Voorzitter. Wat ons betreft is uw voorstel goed. Dat zou de lijn moeten zijn.

De voorzitter:

Zullen wij hier dan, met het oog op de agenda, hierop terugkomen als wij een verslag gezien hebben van de minister?

De heer Fritsma (PVV):

Voorzitter. Als ik een meerderheid heb, zou ik graag het verzoek om een spoeddebat willen handhaven. Of een meerderheid ... Voor een spoeddebat zijn 30 zetels nodig. Ik wil dit verzoek dus graag handhaven als die 30 zetels er zijn.

De voorzitter:

Dan komt uw verzoek op de lijst. Aldus besloten.

Het woord is aan de heer Pechtold.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. Het thema van dit kabinet is "afspraak is afspraak". Daarom hebben wij tijdens het debat rond de regeringsverklaring uitgebreid stilgestaan bij het meetbaar maken van hervormingen en belangrijke beleidsvoornemens, net zoals in de vorige periode. Wij hebben een brief van de minister-president gekregen naar aanleiding van de ministerraad van afgelopen vrijdag met daarin zeventien hervormingen. Die roept echter meer vragen op dan hij oplost. Daarom zou ik graag een debat met de minister-president aanvragen over die brief om helder te krijgen wat de nulmetingen zijn, zodat wij die ook bij de begrotingsbehandelingen kunnen gebruiken. Dat debat vraag ik mede aan namens de fracties van de PvdA, de SP, GroenLinks, de ChristenUnie, de SGP en de Partij voor de Dieren.

De voorzitter:

Ik kijk even rond of er een meerderheid is voor dat debat.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD):

Precies ditzelfde debat is tijdens de algemene beschouwingen gevoerd. Toen heeft de VVD-fractie net als de minister-president aangegeven dat dit soort dingen besproken moet worden tijdens het verantwoordingsdebat. De minister-president zou ervoor zorgen dat er voldoende ruimte en informatie is om dit debat te voeren. Dus wat ons betreft geen steun voor dit debat op dit moment.

De voorzitter:

Dan hebt u geen meerderheid van 76 zetels, mijnheer Pechtold.

De heer Pechtold (D66):

Mag ik nog een laatste poging doen om de collega's van CDA, VVD en PVV te overtuigen?

De voorzitter:

Jazeker.

De heer Pechtold (D66):

Ik doe dit verzoek namens de grootst mogelijke minderheid. Het gaat erom dat wij de bewindslieden niet tijdens het verantwoordingsdebat in mei maar nu bij de begrotingen al kunnen bevragen over bijvoorbeeld de 3000 agenten. Wat is de nulmeting? Hoeveel is dat volgend jaar? Wat staat er in de begrotingen? Kortom, het gaat erom dat wij niet alleen inzichtelijk kunnen maken wat de toezeggingen zijn, maar ook wat de hervormingen waard zijn.

De heer Roemer (SP):

Ik zou in dit geval, waarin de voltallige oppositie vraagt om een debat met de minister-president op niveau van de fractievoorzitters, graag specifiek van de fracties van het CDA en de PVV willen horen of zij het verzoek steunen en, zo niet, waarom niet.

De heer Van Hijum (CDA):

Ik kan mij aansluiten bij wat collega Van Miltenburg daarover heeft gezegd. Over de doelstelling om met meetbare doelen te komen bestaat geen misverstand. Daar is ook een aantal toezeggingen over gedaan. Daar moeten wij het kabinet aan houden en daar moeten wij bij het verantwoordingsdebat op terugkomen.

Mevrouw Agema (PVV):

Het verantwoordingsdebat is de aangewezen plek.

De heer Roemer (SP):

Voorzitter.

De voorzitter:

Mijnheer Heijnen.

De heer Heijnen (PvdA):

Bij het verantwoordingsdebat heeft de minister-president inderdaad gezegd dat dit kabinet afrekenbaar is op zijn voornemens en dat het de Kamer een brief zou doen toekomen over wat de hervormingen zouden omvatten. Wat de Kamer heeft gekregen, is een kattebelletje met zeventien onderwerpen. De simpele mededeling dat bij het verantwoordingsdebat kan worden afgerekend, is misplaatst als je niet weet waarop. Die zeventien onderwerpen moeten worden aangekleed. Dat moet door het kabinet gebeuren en wel zo snel mogelijk.

De voorzitter:

Mijnheer Heijnen, u moet nu afronden.

De heer Heijnen (PvdA):

De collega's van PVV, CDA en VVD, die in uiteenlopende mate niet hebben nagelaten een vorig kabinet aan te spreken op afspraken, daag ik uit om dat opnieuw te doen omdat zij anders hun rol als Kamerlid niet serieus nemen.

De heer Rouvoet (ChristenUnie):

Ik kan mij bijna niet voorstellen dat leden van deze Kamer, ook die van de coalitiefracties, niet zouden willen praten over de door hen prioritair genoemde hervormingen die door het kabinet zijn benoemd. Dat is een eerste inhoudelijk argument. Een tweede is het volgende. Ik wil een beroep doen op de fracties van CDA, VVD en PVV om, ook als zij zelf van mening zijn dat zij het inhoudelijke debat het beste kunnen voeren bij verantwoordingsdag, het de Kamer en de andere fracties niet onmogelijk te maken om dit debat te voeren. Daarin kunnen wij de parameters aangeven zodat verantwoordingsdag – dat is een dag van de Kamer – ook vruchtbaar kan zijn. Ik wil een democratisch beroep op deze fracties doen om het debat niet onmogelijk te maken.

De voorzitter:

Nog één opmerking van mevrouw Van Miltenburg en dan ga ik weer naar de heer Roemer.

Mijnheer Roemer, ik doe het rondje gewoon op de volgorde en mevrouw Van Miltenburg heeft wellicht een nieuwe invalshoek.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD):

Ik heb de argumenten van de grootst mogelijke minderheid in deze Kamer gehoord. Wij willen dit debat, als daar zo'n grote behoefte aan is, niet blokkeren.

De voorzitter:

Kijk eens aan.

De heer Pechtold (D66):

Waarvoor dank.

De voorzitter:

Wij gaan ons best doen om het debat te plannen. Ik ga met u samen even kijken wat gezien de beschikbare tijd een reële spreektijd is. Ik kom daarop terug.

Het woord is aan de heer Van der Steur.

De heer Van der Steur (VVD):

Voorzitter. De VVD-fractie was van plan een spoeddebat aan te vragen over de kwestie waar wij zojuist in het vragenuur ook over gesproken hebben, namelijk de uitspraak van het Europees Hof die het kraakverbod mogelijkerwijs problematisch maakt. Gegeven de beantwoording door de staatssecretaris en het feit dat de motivering van het Hof er nog niet is, zullen wij dat verzoek nu niet doen, maar wij maken wel de volgende aantekening. Omdat wij dit zo belangrijk vinden en omdat het kraakverbod absoluut doorgang moet vinden, zullen wij de vrijheid nemen om wederom een debat, eventueel een spoeddebat, aan te vragen als de uitspraak van het Hof gemotiveerd bekend is.

De voorzitter:

Aldus besloten.

Het woord is aan de heer Dibi.

De heer Dibi (GroenLinks):

Voorzitter. Ondanks het feit dat de Kamer minister Leers vorige week een andere boodschap heeft meegegeven, stemde hij gisteren in Brussel toch voor opheffing van de visumplicht voor personen uit Albanië en Bosnië. Als dit de lijn wordt van de minister in de EU, ligt het gedoogakkoord eigenlijk nu al in de prullenbak. Daarom doe ik het verzoek om een spoeddebat met minister Leers voor Immigratie en Asiel.

De heer Schouw (D66):

Wij steunen dit verzoek, al was het maar om ook de politieke positie van de gedoogpartij nader te onderzoeken.

De heer Van Bommel (SP):

Steun voor dit verzoek.

De heer Bontes (PVV):

Steun van de PVV voor dit verzoek.

Mevrouw Van Nieuwenhuizen (VVD):

We hebben hier tijdens het AO over de JBZ-raad urenlang over gesproken. We hebben er dus niet echt behoefte aan.

De heer Spekman (PvdA):

Wij steunen het verzoek.

De heer Slob (ChristenUnie):

Wij vinden de aandacht van GroenLinks voor het gedoogakkoord ontroerend, maar we zullen dit debat niet blokkeren. Wij willen er ruimte voor geven.

De voorzitter:

Dan hebt u een ruime meerderheid voor een spoeddebat, mijnheer Dibi. Ik zal het op de lijst zetten, maar u kent mijn probleem.

De heer Dibi (GroenLinks):

Ik begrijp uw probleem. Het zou ontzettend worden gewaardeerd als er deze week nog plaats is op de agenda, mevrouw de voorzitter.

De voorzitter:

Dan moet er wel iets heel bijzonders gebeuren. Dan moet u maar gaan praten met de woordvoerders onderwijs en volksgezondheid. De spreektijd wordt drie minuten.

Het woord is aan mevrouw Gesthuizen.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Voorzitter. Het mkb heeft de afgelopen jaren al een aantal keren de noodklok geluid over kredietverstrekking door banken aan ondernemers. Zo ook vandaag. MKB-Nederland toont zich vandaag in de krant boos over de afgelopen zondag door de Nederlandse Vereniging van Banken gepubliceerde gegevens, waaruit zou blijken dat het allemaal wel soepel loopt met de kredietverstrekking. Dat is volgens MKB-Nederland allesbehalve waar. Omdat wij er in de Kamer al een aantal keren over hebben gesproken, wil ik graag een spoeddebat aanvragen over kredietverstrekking aan het mkb met de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en met de minister van Financiën.

De heer Verhoeven (D66):

D66 vindt de financiering van het mkb erg belangrijk en steunt dit debat.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Dit is een onderwerp dat al heel lang speelt, al sinds de crisis is begonnen. Het is goed dat er een keer duidelijkheid in komt en dat de banken inderdaad tot meer kredietverstrekking overgaan. Ook GroenLinks steunt dus dit debat.

De heer Ziengs (VVD):

De werkgroep heeft het werk nog niet afgemaakt, zo heb ik gelezen. Ik kan me best voorstellen dat er een spoeddebat wordt aangevraagd, maar volgens mij kan het onderwerp beter worden ondergebracht bij het aangevraagde AO kredietverstrekking.

De heer Tony van Dijck (PVV):

We hebben een taskforce ingesteld om dit te onderzoeken. Over twee weken komt die taskforce met de resultaten. Dat is een beter moment om dit debat te voeren dan nu, met halve informatie en gelekte gegevens.

Mevrouw Smeets (PvdA):

Wij steunen het verzoek van de SP. Dit is een belangrijk onderwerp dat niet kan wachten tot het AO is gepland.

Mevrouw Verburg (CDA):

Het is een uitermate belangrijk onderwerp, maar laten we de dingen één keer goed en zorgvuldig doen. Ik ben het dus zeer eens met het voorstel van de heer Van Dijck om te wachten tot het mkb-rapport er is. Dan kunnen we alles meenemen en het in één keer goed regelen voor het hele mkb.

De voorzitter:

Mevrouw Gesthuizen, misschien helpt de agenda van de Kamer ons wel en is het rapport er tegen de tijd dat ik ruimte op de agenda heb. Dat zou zomaar kunnen.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Dat zou heel goed kunnen, voorzitter. Als tegen die tijd ook het AO kredietverstrekking kan worden gepland – we moeten nog een constituerende vergadering hebben – kunnen we dit punt natuurlijk evengoed daarbij betrekken. Ik zou dit spoeddebat echter wel graag vooralsnog aan de lijst willen toevoegen. Dan kan het in ieder geval zo snel mogelijk.

De voorzitter:

Het komt op de lijst. De spreektijd wordt drie minuten.

Het woord is aan mevrouw Smits.

Mevrouw Smits (SP):

Voorzitter. Op 27 september heb ik schriftelijke vragen gesteld over de financiële toestand bij scholen voor beroepsonderwijs. Ik zou het heel schappelijk vinden als die voor morgen 10.00 uur worden beantwoord, want dan bespreken wij de onderwijsbegroting.

De voorzitter:

We zullen het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Smeets, als voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Mevrouw Smeets (PvdA):

Voorzitter. Namens de commissie vraag ik om een korte heropening van het debat over de Aanpassingswet VWS in verband met de Kaderwet zbo's. Deze heropening is noodzakelijk gezien de brief die wij op 28 september hebben ontvangen van de minister van VWS.

De voorzitter:

Is dat binnen een uur af te handelen?

Mevrouw Smeets (PvdA):

Dat moet lukken.

De voorzitter:

Ik zal het debat op de lijst zetten en inplannen.

Het woord is aan de heer Schouw.

De heer Schouw (D66):

Voorzitter. Wij hebben tijdens het vragenuurtje een interessant gesprek met minister Donner gevoerd over het schrappen van het automatisch verkrijgen van een dubbel paspoort. Wat daarbij opviel, was het gevoelen in de Kamer dat de beantwoording wat onbevredigend was. Daarom is het naar de opvatting van mijn fractie noodzakelijk, ook gezien de urgentie van de problematiek, om hierover een spoeddebat te voeren met de minister. Wij kunnen deze kwestie niet zo laten.

Mevrouw Hennis-Plasschaert (VVD):

De VVD steunt dit verzoek.

De heer Dibi (GroenLinks):

Vanzelfsprekend steunt ook de GroenLinksfractie het verzoek.

De voorzitter:

Mijnheer Schouw, u hebt de steun van 30 leden. Ik zal het debat toevoegen aan de lijst, met drie minuten spreektijd.

Het woord is aan de heer Ormel.

De heer Ormel (CDA):

Voorzitter. Ik verzoek u om uitstel van de stemming over de motie-Schouw/Braakhuis (21501-20, nr. 486), ingediend tijdens het debat over het verslag van de Europese top. De minister-president zou een reactie op de motie naar de Kamer sturen. Die reactie heeft ons nog niet bereikt. Wij willen pas over deze motie stemmen als de reactie van de regering bekend is.

De voorzitter:

Kunnen de indieners van de motie daarmee leven?

De heer Schouw (D66):

Ja, het is helemaal conform datgene wat wij eerder hebben besproken. Ik proef een positieve houding tegenover de motie. Wat mij betreft wordt de motie aangehouden totdat de brief er is. Ik hoop wel dat de Kamer erop aandringt dat de brief er voor het eind van de week is.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Schouw stel ik voor, zijn motie (21501-20, nr. 486) van de agenda af te voeren.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Wij gaan nu stemmen.