Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal1996-1997nr. 39, pagina 3197-3198

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 136 van het Reglement van orde.

Vragenvan het lid Janmaat aan de minister van Justitie, over juridische stappen tegen de gesubsidieerde AFA (Anti-Fascistische Aktie) naar aanleiding van uitlatingen van gebruik van geweld.

De heer Janmaat (CD):

Mijnheer de voorzitter! Vorige week heeft de CD aangekondigd folders te gaan verspreiden in Middelburg. Onze folders zijn bij het grote publiek zeer geliefd, maar zijn een gruwel voor de zittende machthebbers. Tot onze verbazing hebben de gesubsidieerde anti's daarop gereageerd met opmerkingen in de Zeeuwse Courant. Zij zouden de mensen wel wegknuppelen. Tot onze verbazing zijn ook enkele Nederlandse jongeren door de anti's achterna gezeten.

Ik heb twee vragen aan de minister. Acht de minister dergelijke opmerkingen onaanvaardbaar of vindt zij dat dit gewoon goed is van ons politieke systeem?

Volgens de gewijzigde strafwetgeving zijn voorbereidingen van misdrijven reeds strafbaar. Is de minister bereid de publiekelijk gemaakte opmerkingen die de AFA heeft geclaimd, door het OM te laten onderzoeken en de AFA eventueel te vervolgen?

Minister Sorgdrager:

Voorzitter! Weliswaar is op donderdag 12 december in de provinciale Zeeuwse Courant een bericht verschenen als zou de AFA iets gezegd hebben dan wel dingen van plan zijn dan wel andere acties zou overwegen, maar het blijkt dat dit een onjuiste berichtgeving is geweest. De AFA heeft gemeld dat het niet waar is en dat zij zich niet verantwoordelijkheid acht voor hoe die berichtgeving in de krant terechtgekomen is. Wat mij betreft is deze zaak van de baan.

De heer Janmaat (CD):

Voorzitter! De CD zou wensen dat het voor haar ook zo simpel kon aflopen. Wij krijgen sterk de indruk dat de regering er een selectief vervolgingsbeleid op nahoudt. Als er politieke partijen zijn die frontale kritiek op de regering hebben – wij rekenen ons daartoe – dan wordt niets nagelaten om zo'n organisatie dwars te zitten. Gesubsidieerde groepen krijgen zo'n 40 mln. per jaar. Ze slepen ons voor de rechter, achtervolgen ons. In het verleden hebben ze diverse malen terroristische acties ondernomen. Maar de minister wast haar handen in onschuld. Dat is in het verleden wel eens vaker gebeurd. Dat heeft natuurlijk vervelende consequenties.

De CD vraagt aan de minister of zij contact wil opnemen met haar collega van Binnenlandse Zaken om deze ernstige dreigingen nader te onderzoeken. Zij kan er zich niet met een jantje-van-leiden van afmaken.

Minister Sorgdrager:

Voorzitter! Met de vraag of er een strafrechtelijk onderzoek ingesteld moet worden naar wat zich heeft voorgedaan, heeft de minister van Binnenlandse Zaken in eerste instantie niet zo vreselijk van doen. Dat is mijn verantwoordelijkheid. Het OM handelt onder mijn verantwoordelijkheid. Bij de vraag of het OM een strafbaar feit gaat onderzoeken dan wel vervolgen, voert het het zogenaamde opportuniteitsbeginsel. Dat houdt in dat alleen die zaken worden onderzocht of vervolgd waarvan de aanwijzing er is dat er inderdaad een strafbaar feit is gepleegd en dat het de moeite waarde is daaraan wat te doen. Aan de krantenberichten en uitlatingen van diverse betrokkenen ontleen ik dat er geen sprake is van een strafbaar feit en dat er geen enkele reden tot vervolging is.

De heer Zonneveld (CD):

Voorzitter! Het Landelijk bureau racismebestrijding is een criminele organisatie, wegens het uitlokken van meineed. Is de minister bereid het openbaar ministerie te bewegen alsnog een strafvervolging in te zetten en hangende het proces haar collega van Binnenlandse Zaken te verzoeken de subsidieverstrekking te stoppen?

Minister Sorgdrager:

Voorzitter! Ik vind het een bijna schandelijke uitlating van deze meneer, dat hij het Landelijk bureau racismebestrijding een criminele organisatie dúrft te noemen.