Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal1996-1997nr. 39, pagina 3198-3199

Vragen van het lid Blaauw aan de minister van Buitenlandse Zaken, over het vernietigen van kalfsvlees uit Nederlandse koelwagens op Frans grondgebied door Franse boeren.

De heer Blaauw (VVD):

Voorzitter! Iedereen heeft kunnen zien wat er in Noord-Frankrijk is gebeurd met Nederlandse vleestransporten. Wij zijn allen verheugd over de snelle en indringende actie die minister Van Aartsen gisteren heeft ondernomen. Toch past het probleem in een breder verband. Wij hebben de blokkade van de Franse wegen gehad. Wij hebben de actie van Deense transporteurs gehad, vervoersstilstand in Griekenland door de boeren en nu dit weer. Het gaat dus om het aantasten van het vrije verkeer van goederen in de Europese Unie, daarnaast als afgeleide om bedreiging van personen, dus om de veiligheid van mensen in de Europese Unie. De politie ter plekke stond erbij en keek ernaar. Daarom stel ik de volgende vragen.

1. Wat gaat de minister doen om een wezenlijk onderdeel van de interne markt, namelijk het vrije verkeer van personen en goederen, te handhaven?

2. In hoeverre past hierin het advies van de Nederlandse ambassade in Parijs om de komende dagen maar geen vleestransport op Frankrijk te organiseren?

3. Moet het gedrag van de Franse politie beschouwd worden als een gedoogbeleid bij een gewelddadig optreden van Franse boeren ten opzichte van Nederlandse truckers?

Ten slotte wilde ik vragen of de minister bij het bezoek dat hij volgens mij morgen brengt aan de Franse regering in Parijs die elementen wil aankaarten? Wil hij daarnaast het gestelde in vraag 1 in een breder verband benaderen, in het kader van de Europese Unie?

Minister Van Mierlo:

Mijnheer de voorzitter! In de nacht van zondag op maandag zijn vijf Nederlandse vrachtauto's en hun chauffeurs slachtoffer geworden van de acties van Franse boeren. Zoals bekend, werden de chauffeurs gedwongen te stoppen, waarna de lading kalfsvlees op straat werd gegooid en in brand werd gestoken; schade ongeveer ƒ 500.000. De reden zou volgens de actievoerders zijn dat Nederland te hoge landbouwsubsidies zou krijgen, met name in de vleessector.

De volgende acties zijn ondernomen. Ambassadeur Wijnaendts heeft direct na het gebeuren persoonlijk contact opgenomen met de hoogst verantwoordelijke van de Franse nationale politie. Daarnaast heeft de ambassadeur zijn verontrusting laten weten bij het Elysée. Minister Jorritsma heeft gisteren een fax gestuurd aan haar collega minister Pons en om opheldering gevraagd. Ambassadeur Wijnaendts heeft minister Melkert, die gisteren voor overleg in Parijs was, gevraagd de zaak ook te bespreken met de Franse minister van arbeid en voorts via deze minister met premier Juppé. Dat is geschied. Minister Van Aartsen heeft heden in Brussel, waar een Landbouwraad plaatsheeft, de zaak onder de aandacht gebracht van de Europese ministers van landbouw. Ik zelf heb vanaf het begin voortdurend in contact gestaan met ambassadeur Wijnaendts en tevens om opheldering gevraagd bij de Franse ambassadeur hier in Den Haag.

De reacties van de Fransen zijn vandaag binnengekomen. De competente Franse autoriteiten hebben hedenochtend tegenover ambassadeur Wijnaendts schriftelijk hun spijt betuigd voor het gebeurde en acties aangekondigd om dit soort gebeurtenissen in de toekomst te voorkomen. Tevens wordt in deze brief aangekondigd dat er een juridische en dus strafrechtelijke procedure wordt gestart door de procureur van de republiek.

Ten slotte wordt nadrukkelijk gesteld dat er instructies zijn uitgegaan naar alle Franse politiediensten om de Nederlandse belangen op het gebied van vleestransporten optimaal te beschermen. De schade, neergelegd in een proces-verbaal, is in aanwezigheid van een deurwaarder ter verhaling ingediend bij de prefectuur.

Gelet op de adequate en stellige reactie van de Franse autoriteiten die door de gebeurtenissen zeer in verlegenheid zijn gebracht, ga ik ervan uit dat de escalatie, zoals die maandagnacht en -ochtend heeft plaatsgevonden, een incident is geweest, hoewel een zeer te betreuren incident.

Gevraagd is wat ik ga doen om het vrije verkeer ter bescherming van de interne markt veilig te stellen. Er zijn zojuist in Dublin acties afgesproken om het internationale politieoptreden effectiever te laten zijn. Onder het Nederlandse voorzitterschap zullen dit soort acties ongetwijfeld besproken worden. Dit soort acties die het vrije verkeer belemmeren, komen inderdaad niet alleen in Frankrijk voor, maar potentieel eigenlijk ook in andere landen, zoals Nederland. Wij moeten dus niet doen alsof het kwaad alleen in het buitenland tiert. Dit onderwerp behoort wel Europese aandacht te krijgen. Dat zal ook gebeuren onder het Nederlandse voorzitterschap.

Het advies van de ambassadeur om niet meer met vlees te rijden, is ingetrokken.

Ik ga morgen niet naar Parijs, dus ik neem aan dat de vraag daarover overbodig is.

De heer Blaauw (VVD):

Voorzitter! Het is niet altijd nodig om na vragen vervolgvragen te stellen. Ik ben namelijk zeer verheugd met het uitgebreide antwoord van de minister. Mocht er op bepaalde punten in de nabije toekomst nadere toelichting verkregen worden, dan houd ik mij daarvoor aanbevolen in die zin dat de Kamer die ook krijgt.

Er is al op zeer veel punten actie ondernomen. Waarvan akte. Daarvoor spreek ik mijn dank uit.

De heer Van Traa (PvdA):

Voorzitter! Als er zich bij ons zulke calamiteiten zouden voordoen, zouden wij zeker, gezien de fragiele Nederlands-Franse betrekkingen, als regering gelijk hebben aangeboden om de schade te vergoeden. Heeft men dat al van Franse zijde gedaan?

Minister Van Mierlo:

Voorzitter! Zoals ik zei, is er een schadeclaim ingediend bij de prefectuur waar het onder valt. Mij is niet bekend dat daarop al een Franse reactie is gekomen.

De heer Rabbae (GroenLinks):

Voorzitter! Volgens de minister van Buitenlandse Zaken hebben de Franse autoriteiten schriftelijk hun excuses aangeboden aan de ambassadeur in Parijs. Is de Franse minister van landbouw betrokken bij de regeling die ertoe leidde dat de Nederlandse landbouwers een hogere premie kregen dan de Franse? Zo ja, dan is het zeer merkwaardig dat hij gisteren zou hebben aangekondigd dat hij achter de actie van de Fransen zou staan. Hoe geloofwaardig zijn dus de excuses van de Franse minister van landbouw, als hijzelf verklaart achter de actie van de Fransen te staan?

Minister Van Mierlo:

Mijnheer de voorzitter! Ik meen dat wij een paar dingen uit elkaar moeten houden. De aangeboden excuses waren afkomstig van de directeur général de la police nationale, de hoogste politieautoriteit. Die betroffen het meest verontrustende aspect van het geheel, namelijk dat de politie niet had ingegrepen.

Wat de actie zelf betreft heb ik niet gehoord dat de Franse minister van landbouw achter de actie zou staan. Als dat zo is, dan zou daarover opnieuw opheldering moeten worden gevraagd. Het incident dat heeft plaatsgevonden, heeft, zoals zo vaak, zijn wortels in een paar aanzienlijke misverstanden over de feiten. Er zou sprake zijn van een onjuiste bevoordeling van de Nederlandse kalfsvleesexporteurs. Dat is niet zo. Het is een premieregeling die in onderling overleg tot stand is gebracht. Zij geldt voor de kalveren tot 85% van het gemiddelde aangegeven gewicht. Het gemiddelde aangegeven gewicht van Nederlandse kalveren is beduidend hoger dan dat van Franse kalveren. Hetgeen te denken geeft! Op grond hiervan ontvangen de Franse boeren minder premie. Een oplossing om de ontevredenheid weg te nemen, ligt waarschijnlijk in het beter voederen van de Franse kalveren!

De heer Van der Linden (CDA):

Kan de minister toelichten waarom dat te denken geeft?

Minister Van Mierlo:

Men moet in het algemeen dieren goed voederen!

De heer Janmaat (CD):

Mijnheer de voorzitter! Bij grote industriële projecten wil de Nederlandse regering nog wel eens krediet- en exportgaranties verschaffen. Acht de regering het denkbaar dat bij voortzetting van dergelijke praktijken de Nederlandse regering garanties gaat geven inzake dit soort exportartikelen en exporttransporten, mede gezien de toch al geplaagde agrarische sector?

Minister Van Mierlo:

Voorzitter! Hoewel in onvoorziene omstandigheden niets ondenkbaar moet worden geacht, is hier sprake van een zeer grote onwaarschijnlijkheid.