Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Eerste Kamer der Staten-Generaal2010-2011nr. 28, item 8

8 Stemmingen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Waterwet en de Waterschapswet en intrekking van de wet van 18 december 1985, houdende enige voorzieningen ten behoeve van de inzet en bekostiging van muskusrattenvangers, tot regeling van de zorgplicht voor de muskusrattenbestrijding en van financiële bijdragen aan verbetering van primaire waterkeringen van de waterschappen (32474),

te weten:

  • - de motie-Koffeman c.s. over de reële toerekening van kosten met betrekking tot de muskusrattenproblematiek voor wat betreft bescherming van dijken in relatie tot andere, uitgesplitste doelen (32474, letter G);

  • - de motie-Slager c.s. over een verbod op het gebruiken van vangkooien bij de bestrijding van muskusratten (32474, letter H).

(Zie vergadering van 17 mei 2011.)

In stemming komt de motie-Koffeman c.s. (32474, letter G).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD en de Fractie-Yildirim voor deze motie hebben gestemd en de aanwezige leden van de fracties van de ChristenUnie, de SGP, het CDA, de VVD, de OSF, D66 en de PvdA ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Slager c.s. (32474, letter H).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de PvdD, de SP, GroenLinks en de Fractie-Yildirim voor deze motie hebben gestemd en de aanwezige leden van de fracties van de PvdA, de VVD, de OSF, het CDA, D66, de ChristenUnie en de SGP ertegen, zodat zij is verworpen.

Ik geef het woord aan de heer Koffeman.

De heer Koffeman (PvdD):

Voorzitter. Ik wil graag mijn motie op stuk 31389, letter I, ingediend op 10 mei 2011 bij de behandeling van de Wet dieren, in gewijzigde vorm aanbieden na overleg met enkele fracties.

Motie

De voorzitter: De motie-Koffeman c.s. (31389, letter I) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie de erkenning van de intrinsieke waarde van dieren enkel van toepassing wil laten zijn op de huisvesting en verzorging van dieren die gehouden worden;

van mening dat de erkenning van de intrinsieke waarde van dieren impliceert dat het gebruik van dieren ethisch gerechtvaardigd dient te worden;

constaterende dat de Raad voor Dierenaangelegenheden in haar rapport "Agenda voor het dierbeleid" uit 2010 stelt dat: "Erkenning van de intrinsieke waarde van het dier betekent dat het gebruik van dieren zal moeten worden gerechtvaardigd. Er zal dus een afweging gemaakt moeten worden van de belangen van de mens tegenover de belangen van het dier. Wat daarbij wel of niet acceptabel is, en de voorwaarden waaronder het gerechtvaardigd is om dieren te gebruiken, zal moeten worden beargumenteerd.";

verzoekt de regering, invulling te geven aan een concreet toetsingskader intrinsieke waarde van dieren volgens de bekende afwegingsmodellen zoals die van de Raad voor Dieraangelegenheden en van bijvoorbeeld het Rathenau Instituut en deze periodiek te evalueren en te betrekken bij het uiteindelijke afwegingsmodel dat aan de verdere concrete invulling van de Wet dieren in algemene maatregelen van bestuur behoort te liggen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt letter Q (31389).

Hiermee maakt deze gewijzigde motie deel uit van de behandeling. Zij zal volgende week in stemming gebracht worden.

Ik deel aan de Kamer mede dat de stemming over het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (XIII) voor het jaar 2011 (wijziging samenhangende met de incidentele suppletoire begrotingen) (32609-XIII) wordt aangehouden op verzoek van de commissie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Daarmee is het wetsvoorstel van de agenda afgevoerd en komt het op een later tijdstip terug.

Het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) voor het jaar 2011 (wijziging samenhangende met de incidentele suppletoire begrotingen) (32609-XIV) kan alsnog als hamerstuk worden afgedaan, op verzoek van de commissie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.