Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-2018nr. 7, item 3

3 Vragenuur: Vragen Van Kent

Vragen van het lid Van Kent aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, viceminister-president over het bericht "50-plusser staat nog steeds aan de kant". 

De voorzitter:

Dan gaan we nu naar de vragen van de heer Van Kent aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht "50-plusser staat nog steeds aan de kant". Het woord is aan de heer Van Kent namens de SP. 

De heer Van Kent (SP):

Dank u wel, voorzitter. Ouderen hebben nog steeds grote moeite om een baan te vinden. Ze solliciteren zich suf of geven de zoektocht naar werk zelfs helemaal op en komen in financiële problemen. Dat is niet verwonderlijk omdat het kabinet er in de afgelopen jaren voor heeft gezorgd dat er veel banen zijn verdwenen. Daardoor zijn mensen onnodig werkloos geworden of gebleven. Om maar een paar zaken te noemen: de extreem snelle verhoging van de AOW-leeftijd, de grenzen met Oost-Europa die zijn opengezet waardoor grote aantallen mensen hier zijn komen werken, de bijna 80.000 banen die door asociale bezuinigingen in de zorg zijn verdwenen. En zo kan ik nog wel even doorgaan. 

De minister zal vast naar een volgend kabinet gaan verwijzen — dat verhaal hebben we in de afgelopen 200 dagen al vaker gehoord — maar de eerste stap die wat de SP betreft gezet moet worden is het verlagen van de AOW-leeftijd naar 65 jaar. Is de minister dat met ons eens? 

Voorzitter. Mijn vraag aan de minister is welke voorstellen hij vandaag heeft om de grote problemen waarmee oudere werkzoekenden kampen op te lossen. 

De voorzitter:

Het woord is aan de minister. 

Minister Asscher:

Voorzitter, dank u wel. 50-plussers worden niet sneller werkloos dan anderen, maar hebben wel meer moeite om weer aan het werk te komen. Dat was de aanleiding van het artikel waar deze mondelinge vraag in ieder geval enigszins aan refereerde. Het gaat wel beter. Dat is ook belangrijk. Meer mensen komen aan het werk. In de afgelopen drie maanden daalde de werkloosheid het snelst onder de leeftijdsgroep tussen 45 jaar en 75 jaar. Maar desalniettemin, ook als anderen een baan vinden, is het buitengewoon frustrerend als je zelf nog op zoek bent naar een baan. 

We laten het er niet bij zitten. Ik ben samen met de vakbonden en de werkgevers aan de slag gegaan met een actieplan om 50-plussers aan het werk te krijgen met extra ondersteuning voor werkzoekenden. Denk aan het ervoor zorgen dat werkzoekenden en werkgevers elkaar vinden op de arbeidsmarkt, het verlagen van de no-riskpolis naar 56 jaar, het ondersteunen van initiatieven om vacatures speciaal aan 50-plussers aan te bieden, de introductie van een advies voor de tweede loopbaan en een campagne om de beeldvorming rond 50-plussers — ook voordelen spelen hierbij immers een grote rol — te verbeteren. John de Wolf speelt een grote rol daarbij. 

Het goede nieuws, zo zeg ik tegen de SP, is dat dit plan niet alleen dit jaar doorloopt, maar ook nog volgend jaar. We gaan daar volop mee door. Ongeacht welke regering er zit, zal eraan gewerkt worden om het perspectief van 50-plussers op de arbeidsmarkt te verbeteren. We hebben ze keihard nodig en ze kunnen heel veel bieden. 

De heer Van Kent vroeg naar de AOW-leeftijd. Ik ben er voorstander van om een flexibele AOW-leeftijd te introduceren, maar ongetwijfeld horen we maandag over een week, als ik goed geïnformeerd ben, wat de nieuwe coalitie daarmee van plan is. 

De heer Van Kent (SP):

Ik hoor de minister zijn maatregelen van de afgelopen jaren samenvatten. Dat is wat mij betreft geen antwoord op mijn vraag. Een en ander is al helemaal geen oplossing gebleken voor de ouderenwerkloosheid in de afgelopen jaren. De minister zegt: ja, die neemt wat af. In vergelijking met andere leeftijdsgroepen neemt die heel langzaam af. Er zijn dus nog steeds 140.000 50-plussers die naar een baan op zoek zijn. Daarbovenop komen dan nog de 50-plussers die het opgegeven hebben, die geen uitkering hebben, die thuiszitten en die vaak ook grote financiële problemen hebben. 

Iedereen thuis zal begrijpen dat het gevolg van mensen langer laten doorwerken is dat er minder banen beschikbaar zijn voor ouderen en dat ouderen veel langer zinloos moeten doorsolliciteren. Ik heb mappen gezien met honderden sollicitatiebrieven. Ik heb mensen gesproken die zich suf solliciteren en niet eens uitgenodigd worden voor een gesprek. Ik stel daarom de volgende vraag: is de minister bereid om werkzoekende ouderen te verlossen van de vaak vernederende en zinloze sollicitatieplicht? 

Minister Asscher:

De SP en ik zijn het erover eens dat het belangrijk is om ouderen die nog willen werken niet in de steek te laten en om daar maatwerk bij te bieden. De feiten zijn wel belangrijk, want de snelste daling van de werkloosheid vindt nu plaats in de groep van 45 jaar tot 75 jaar. De afgelopen drie maanden daalde die met 8.000 per maand. Ik ben het ermee eens dat daarmee nog niet iedereen is geholpen, maar er wordt gesuggereerd dat het juist slechter gaat met die groep en dat is gelukkig niet het geval. Het gaat beter, maar we zijn er nog niet. Er zijn nog een hoop mensen die je ook zou willen helpen. 

Daarnaast ben ik het er ook mee eens dat we heel goed moeten kijken naar wat reële verwachtingen zijn. Iemand die net 50 jaar is, moet je helpen om te kunnen solliciteren. Daar is maatwerk voor nodig. Die moet persoonlijke dienstverlening krijgen. Dat is een ander geval dan iemand die een jaar voor z'n pensioenleeftijd zit; diegene moet niet allemaal zinloze brieven hoeven te schrijven. Daarom heb ik het UWV ook de ruimte gegeven om meer maatwerk te bieden, zodat ze kunnen kijken wat voor iemand ze voor zich hebben, wat hij of zij kan en wat voor diegene een passende manier is om het zoeken naar werk in te vullen. Dat wordt ook onderzocht. We houden ook bij wat daar de meest effectieve manier voor is. Ik hoop dat we er op die manier voor kunnen zorgen dat mensen weer aan het werk komen, zonder dat er onzinnige stapels brieven worden geschreven, want die verhalen ken ik ook. 

De heer Van Kent (SP):

Ik hoor de minister zijn best doen om het probleem, waar helaas veel ouderen mee te maken hebben, zo klein mogelijk te maken. Volgens de minister zou het de laatste tijd allemaal veel beter gaan, maar nogmaals, er zitten 140.000 50-plussers thuis. Daarnaast is er ook nog een heel grote groep die het al lang heeft opgegeven, en die komen niet eens voor in de statistieken die de minister hier gebruikt. 

Daarom nogmaals de vraag: het is toch een kleine stap om in ieder geval voor 60-plussers die zinloze, vernederende sollicitatieplicht af te schaffen? 

Minister Asscher:

Ik vind het een piepklein beetje flauw om niet in te gaan op mijn antwoord. We zijn het eens: voor ieder individu dat aan het werk wil, is het belangrijk dat dat kan. Dit is een hardnekkig probleem. Mensen vinden veel moeilijker een baan dan jongere leeftijdsgenoten. De SP stelt dat het slechter met die groep gaat dan met de anderen, dat men langzamer weer aan het werk komt en dat de daling langzamer gaat dan in andere groepen. Maar dat is gelukkig niet zo. Is het probleem daarmee weg? Nee, zeker niet. De SP heeft wel gelijk dat een deel van de mensen het heeft opgegeven. Op de beroepsbevolking van ruim 12 miljoen die we in Nederland hebben gaat het dan om 88.000 mensen, in alle leeftijdscategorieën samen, die er geen fiducie in hebben en het dus niet eens meer proberen. Dat is zonde; daar ben ik het mee eens. Dat neemt niet weg dat de maatregelen die we nemen, zich richten op alle werkzoekenden boven de 50 jaar. We hebben samen met het Centraal Planbureau gekeken naar wat kan werken. Dat houden we ook bij. We kijken niet maar naar één onderwerp, maar we kijken zowel naar de begeleiding als naar de vaardigheden als naar de vooroordelen die er bestaan over 50-plussers. Ik zou het zonde vinden om daarvan te zeggen: nou ja, dat doet er allemaal niet toe. Ik denk namelijk dat dat ontzettend helpt. Denk ook aan het verlagen van de no-riskpolis, waar de SP ook voorstander van was. Dat hebben we gedaan. Als je als 50-plusser daardoor aan het werk komt, is dat prachtig. Dat zou ik niet willen bagatelliseren. 

De voorzitter:

Tot slot, de heer Van Kent. 

De heer Van Kent (SP):

Ik hoor toch de minister heel veel maatregelen noemen die de afgelopen jaren zijn ingevoerd. Volgens mij moeten we met elkaar constateren dat het resultaat daarvan onvoldoende is. Er zijn veel grotere stappen nodig — ik noemde al het verlagen van de AOW-leeftijd naar 65 jaar — om dit grote probleem aan te pakken. Ik ben eerlijk gezegd teleurgesteld dat de minister eigenlijk alleen maar terugkijkt en zegt wat hij allemaal gedaan heeft of in gang heeft gezet, maar dat hij niet vooruit wil kijken naar wat ervoor nodig is om dit grote probleem in de nabije toekomst op te lossen. 

Minister Asscher:

Dat lijkt mij een valse teleurstelling, als we weten dat ik misschien nog drie weken minister ben. Ik heb allerlei ideeën voor de toekomst. Die ga ik van daaruit, vanuit de Kamer, vertellen. 

De heer Van Kent (SP):

Dat weten we niet, hè, of u nog drie weken minister bent! 

Minister Asscher:

Nee, dat weet u niet. Ik geef toe: zo langzamerhand gelooft niemand meer dat het gebeurt, maar het schijnt toch echt te gebeuren. Het is dus een heel raar verwijt om te zeggen: goh, je hebt als minister zo weinig plannen voor de toekomst. Dat klopt. Er komt hier straks een ander kabinet. Daar gaan we samen wat van vinden. 

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Kent. Ik ga naar mevrouw Van Brenk namens 50PLUS. 

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

We hebben afgelopen week gediscussieerd over discriminatie op de arbeidsmarkt. Daar kwamen we met elkaar tot de conclusie dat ouderen een zeer achtergestelde positie hebben. Ik heb al eerder een motie ingediend over de sollicitatieplicht, die eigenlijk zou moeten stoppen, zeker voor mensen waarvan een jobcoach zegt: hou nou maar op, want je komt toch niet meer aan de bak. We hebben zo meteen een motie van 50PLUS voorliggen, die wordt ondersteund door de SP, om … 

De voorzitter:

Ja? 

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Ja, voorzitter, ik doe mijn best. Als u mij niet in de rede valt. 

De voorzitter:

Nee, het is echt binnen 30 seconden. Maakt u uw vraag af. 

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Die gaat over … U brengt mij van mijn à propos. 

De voorzitter:

O, dat was niet mijn bedoeling, mevrouw Van Brenk. U had het over een motie waar we straks over gaan stemmen. Die motie gaat over anoniem solliciteren. Bedoelt u die? 

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Ja, die bedoel ik inderdaad. De motie gaat over het niet noemen van achternaam en leeftijd. Bent u het met 50PLUS eens dat dit echt de positie van ouderen op de arbeidsmarkt zou kunnen verbeteren? 

Minister Asscher:

Voorzitter. Ik heb in een uitgebreid debat hier gepraat over de voor- en nadelen van anoniem solliciteren. Ik denk dat discriminatie zo'n hardnekkig, langdurig probleem is dat de voordelen misschien wat zwaarder wegen dan de nadelen. Maar ik heb ook gezegd dat ik niet namens het demissionair kabinet hierop ga preadviseren. 

De voorzitter:

Dat debat gaan we niet opnieuw voeren, want dat is geweest. 

Minister Asscher:

De Kamer is goed in staat daar zelf een oordeel over te vellen. 

De heer Özdil (GroenLinks):

Mijn fractie waardeert natuurlijk het feit dat de minister demissionair is. 

Minister Asscher:

Oké! 

(Hilariteit) 

De heer Özdil (GroenLinks):

Dat klinkt negatiever dan ik het bedoelde. 

Minister Asscher:

Ietsjes, ja! 

De heer Özdil (GroenLinks):

De aanleiding van het debat nu is het feit dat ouderen zelfs bereid zijn om minder salaris te ontvangen en mindere voorwaarden te accepteren. Met andere woorden: dat ze niet aan de bak komen, heeft weinig te maken met dat ze duurder zouden zijn. Ik waardeer dat de minister zegt: als ik straks in de oppositiebanken zit, ga ik vertellen wat ik nog meer van plan ben, naast alle initiatieven die ik heb genomen. Ik denk wel dat zowel de Kamer als het aankomende kabinet veel zou hebben aan de ervaring en kennis die de minister heeft opgedaan. Mijn vraag aan de minister is: als hij in 2012 76 zetels had gehad en alleen had geregeerd, wat had hij dan allemaal nog meer gedaan om dit probleem op te lossen? 

De voorzitter:

Wat is dit voor een vragenuur? 

Minister Asscher:

Heeft u even? 

De voorzitter:

Heel kort graag! 

Minister Asscher:

Dit is een bijzondere vraag, voorzitter. Aan de ene kant is de heer Özdil blij dat ik demissionair ben, dus volkomen onschadelijk in de ogen van velen, en aan de andere kant is de vraag wat ik zou doen met 76 zetels. Ik kan gewoon verwijzen naar het verkiezingsprogramma van de Partij van de Arbeid. Daar staan goede ideeën in. Die zijn ook bekend bij de partijen die nu aan het onderhandelen zijn. 

De voorzitter:

Wat voor vraagt heeft u, meneer Gijs van Dijk? 

De heer Gijs van Dijk (PvdA):

Allereerst ben ik blij dat deze minister straks weer gewoon collega is in onze fractie. We hebben hem hard nodig. Mijn vraag is de volgende. Het rapport is van de PCOB, de ouderenbond. Dat rapport geeft aan dat juist de oudere werknemer het nog steeds lastig heeft om aan het werk te komen vanwege de leeftijd. Sommige mensen hebben 200 brieven gestuurd, maar zij horen niks terug. Het gaat beter, maar bij deze groep is het moeilijk. Bedrijven en ondernemingen zijn cruciaal voor het aannemen van oudere werknemers, omdat diversiteit en kennis een meerwaarde zijn. 

De voorzitter:

En de vraag is? 

De heer Gijs van Dijk (PvdA):

Hoe gaan we dat in de hoofden en harten van de bedrijven en ondernemingen krijgen? 

Minister Asscher:

Bij een deel van die bedrijven is risicoperceptie het probleem. Ze denken dat oudere werknemers altijd duurder zijn, ze denken dat ze niet bij de tijd zijn, ze denken dat het leidt tot veel meer arbeidsongeschiktheid. Dat deel haal je weg door maatregelen, bijvoorbeeld de no-riskpolis: neem iemand in dienst en je loopt niet meer risico. Maar je doet dat ook door de vooroordelen zelf te benoemen en te bestrijden. Daarom is John de Wolf heel geschikt in zijn rol. Mensen denken: o, is hij ook boven de 50? Dat laat weer zien hoe belachelijk het is om mensen af te schrijven vanwege het passeren van zoiets arbitrairs als de 50-jarige leeftijd. Bij dit probleem zul je structurele maatregelen moeten nemen die de arbeidsmarkt als geheel raken. Hoe verleid je werkgevers om meer mensen in dienst te nemen en om dat met een fatsoenlijk contract te doen? Daar speelt het hele complex van de arbeidsmarkt een rol. Maar ook specifiek voor deze groep gaat het erom dat het gelukt is om de persoonlijke dienstverlening aan oudere werkzoekenden weer te vergroten. Zo hoeven zij niet alleen via de computer aan de slag, maar worden zij geholpen door een mens van vlees en bloed, iemand die vraagt: wat heb jij nodig om weer aan de bak te komen? Je ziet dat dat betere resultaten oplevert. Het frustrerende blijft — excuses voorzitter, dit is mijn laatste zin — dat het heel veel beter gaat maar dat dit niet boeit als jij die baan nog niet hebt. Daarom mogen we het nooit opgeven. 

De voorzitter:

Dank u wel.