Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-2012nr. 14, item 16

16 Vreemdelingenwet

Aan de orde is de behandeling van:

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met nationale visa en enkele andere onderwerpen (31549);

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 ter implementatie van de richtlijn nr. 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PbEU L 348/98) (32420).

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Voorzitter. Ook de ChristenUnie heeft als uitgangspunt dat asielzoekers na een zorgvuldige procedure moeten terugkeren naar hun land van herkomst indien ze niet mogen blijven, het liefst vrijwillig, maar desnoods ook gedwongen. Illegaal verblijf is onwenselijk. Een effectief terugkeerbeleid is een belangrijk sluitstuk van een rechtvaardig asielbeleid. Een effectief terugkeerbeleid is ook het doel van de Terugkeerrichtlijn, waarover we vanavond spreken. Maar het voorstel van het kabinet behelst na de tweede nota van wijziging ook het strafbaar stellen van een verblijf ondanks het instellen van een inreisverbod. Voor de ChristenUnie is het duidelijk: het strafbaar stellen van illegaliteit draagt niet bij aan een effectiever terugkeerbeleid. De strafbaarstelling van illegaliteit is niet werkbaar, onwenselijk en overbodig, zo constateerde ook toenmalig minister Donner enkele jaren geleden al. Maar daar komen we later over te spreken.

Vanavond bespreken we het inreisverbod. Vooruitlopend op het wetsvoorstel waarin illegaliteit strafbaar wordt gesteld, bespreken we vandaag de introductie van het inreisverbod en de sancties bij overtreding daarvan. Kan de minister nog eens helder uitleggen hoe deze beide maatregelen zich tot elkaar verhouden?

Zou een illegaal die terugkeert, ook een dubbele boete kunnen krijgen volgens deze richtlijn en straks de strafbaarstelling van illegaliteit? Kan de minister daarop reageren? Is de inreisboete niet in strijd met de Terugkeerrichtlijn? Volgens het El Dridi-arrest, waarmee een humane bejegening van migranten wordt beoogd, alsook volgens de Raad van State is een gevangenisstraf alleen mogelijk als sluitstuk en niet als beginstuk. De minister gaf in het vorige debat al aan dat detentie niet het doel was, maar dat niet betalen van de boete alsnog zou kunnen leiden tot detentie. Draagt dit niet bij tot het niet in gang zetten van de terugkeer?

In hoeverre laat de koppeling van het inreisverbod aan het Terugkeerbesluit ruimte voor individuele beoordeling en belangenafweging? Er is in veel gevallen weliswaar sprake van een kan-bepaling, maar hoe gaat de minister die individuele beoordeling ook borgen?

Ik kom op de tegenwerping van illegaal verblijf. Het andere wetsvoorstel dat wij vandaag bespreken, ziet in een ander dan een eerder illegaal verblijf voortaan een afwijzingsgrond voor de aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Er is weliswaar voorzien in een hardheidsclausule, maar waarom is de termijn waarin illegaal verblijf kan worden tegengeworpen, niet beperkt? Ook de duur van het inreisverbod is immers beperkt. Is het de intentie van de minister om dit oneindig lang te laten tegenwerpen? De ChristenUnie-fractie overweegt dan ook de verschillende amendementen te steunen die op dit punt zijn ingediend, maar eerst hoort zij graag de uitleg van de minister.

Over de nareistermijn van gezinsleden hebben wij in het vorige debat ook gesproken. De ChristenUnie-fractie maakt zich daar nog steeds grote zorgen over. Nu is de nareistermijn van gezinsleden van asielzoekers die een verblijfsvergunning aanvragen, gesteld op drie maanden. Het wetsvoorstel kent een positieve wijziging. De vergunning kan ook worden toegekend als binnen de drie maanden door of ten behoeve van het gezinslid een machtiging tot voorlopig verblijf is aangevraagd. De termijn van die drie maanden blijft echter absoluut. Er zijn echter zaken waarbij de intentie van de vluchteling snelle hereniging is, maar de aanvraag te laat is ingediend bijvoorbeeld vanwege vermissing van gezinsleden, door communicatieproblemen of door een ziekenhuisopname. Dan moet voldaan worden aan de reguliere eisen, zoals de inkomenseis. De ChristenUnie-fractie pleit ervoor om die gezinsleden in een aantal gevallen alsnog in aanmerking te laten komen voor een reguliere vergunning, overeenkomstig de voorwaarden die gelden voor gezinshereniging van vluchtelingen.

Daarmee zou ook tegemoet worden gekomen aan de kritiek van de Europese Commissie, die erop heeft gewezen dat Nederland door het tegenwerpen van overschrijding van de nareistermijn zonder volledige belangenafweging handelt in strijd met de gezinsherenigingsrichtlijn. Ook de UNHCR heeft zich uitgesproken tegen de rigide toepassing door Nederland van de nareistermijn. Daartoe heb ik een amendement ingediend dat regelt dat krachtens Algemene Maatregelen van Bestuur regels worden gesteld met betrekking tot de nareistermijn van drie maanden. Ik krijg daar graag een reactie op van de minister.

Tot slot heb ik een opmerking en een amendement over de leges. Als gevolg van het voorliggende wetsvoorstel kunnen leges worden geheven voor de aanvraag van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. De minister stelt dat van een vreemdeling die meer zicht heeft of wenst op langdurig verblijf in Nederland een tegemoetkoming in de kosten mag worden gevraagd. Het maakt echter nogal een verschil of we het over een kennismigrant hebben of over iemand die vanwege een levensbedreigende situatie met achterlating van bezittingen moet vluchten naar Nederland. Is het reëel om van deze mensen een bijdrage te vragen? Hoe hoog zal die bijdrage zijn? We weten uit de stukken dat die bijdrage volgens de minister kostendekkend moet zijn. We weten echter dat die kosten bij een reguliere vergunning kunnen oplopen tot € 1400. Mijn fractie vindt het onverantwoord om aan mensen die huis en haard hebben verloren bij binnenkomst zo'n bedrag te vragen. Wat gebeurt er als mensen het niet kunnen betalen? Worden ze dan alsnog teruggestuurd? Waarom wordt hiervoor gekozen, terwijl er bij de herziening van de Vreemdelingenwet expliciet voor is gekozen dat de leges alleen nog bij de aanvraag van een verblijfsvergunning op reguliere gronden zouden worden geheven? Het mag duidelijk zijn dat de fractie van de ChristenUnie hier niets voor voelt. Mocht de legesheffing toch doorgaan, dan vraag ik de minister of hij bereid is om de legeskosten op een reëel niveau vast te stellen en er dan ook rekening mee te houden dat de meeste vluchtelingen hier met lege handen aankomen. Ik vraag de minister dan ook om deze aanvraag te voorzien van een verlaagd tarief voor gezinsleden die tegelijkertijd een aanvraag indienen om te voorkomen dat de last voor de gezinnen met kinderen te groot wordt. Wil de minister daarop reageren?

De heer Schouw (D66):

Voorzitter. De behandeling van beide wetsvoorstellen heeft lang op zich laten wachten. Dat is een onwenselijke situatie, want zowel de terugkeer van vreemdelingen als het verstrekken van visa moet goed geregeld zijn. Tegelijkertijd vindt D66 het een onvermijdelijke situatie wanneer de minister twee weken voor de implementatiedeadline de knuppel in het hoenderhok gooit door in artikel 108 van de Vreemdelingenwet en artikel 197 van het Wetboek van Strafrecht een strafrechtelijke sanctie op het inreisverbod voor te stellen. We kunnen ons echter troosten met de gedachte dat we zo'n 4 mln. kunnen besparen als we dit wetsvoorstel de komende dagen snel met elkaar afhandelen. De minister weet dat D66 geen voorstander is van strafbaarstelling van illegaliteit. De voorgestelde sanctie op het inreisverbod komt ons voor als een verkapte uitvoering van het gedoogakkoord. Dat houd ik de minister maar voor. Mijn fractie is dan ook nog niet overtuigd van het nut, de noodzaak en de wenselijkheid van deze vorm van sanctionering en heeft een aantal opmerkingen en vragen bij het wetsvoorstel.

D66 vraagt zich af of we met deze implementatie niet veel verder gaan dan wat volgens de richtlijn noodzakelijk is. De terugkeerrichtlijn vereist immers geen strafrechtelijke sanctie. Er is ruimte om de richtlijn kracht bij te zetten met een sanctie, maar er zit wel heel veel licht tussen een bestuursrechtelijke sanctie en de meest zware maatregel, een strafbaarstelling. Smokkelen de minister en het kabinet niet een maatregel naar binnen die verder gaat dan de richtlijn voorschrijft en die vreemdelingen in Nederland nadelig beïnvloedt ten opzichte van vreemdelingen in andere Europese landen? Oftewel, hebben we hier te maken met een nationale kop op een Europese richtlijn? Mijn fractie heeft de overtuiging dat dit het geval is. De minister weet dat deze Kamer en zeker ook de Eerste Kamer hierdoor zeer gealarmeerd zijn. Het is niet de bedoeling dat we nationale koppen zetten op de implementatie van Europese richtlijnen. Ik kan het niet anders zien dan dat die nationale kop erop zit. Graag krijg ik dus een uitleg van de minister. Kan de minister in dit kader ook aangeven of in andere Europese landen een vergelijkbare strafrechtelijke sanctie wordt ingevoerd mede op basis van deze richtlijn?

Een strafrechtelijke sanctie is een zwaar middel, omdat die doorgaans de mogelijkheid van vrijheidsontneming betekent. Op basis van welke overwegingen beschouwt de minister deze maatregel als proportioneel en effectief? De richtlijn geeft in artikel 8 lid 4 het gebruik van dwangmiddelen aan: de gebruikte dwangmiddelen moeten evenredig en doeltreffend zijn om de gewenste terugkeer te realiseren. We hebben al zware maatregelen, zoals vreemdelingenbewaring en grensbewakingstoezicht. Wat voegt volgens de minister de strafbaarstelling toe aan de bestaande mogelijkheden? Op basis van welke feiten komt de minister tot het oordeel dat andere, lichtere middelen niet volstaan en niet doeltreffend zouden zijn? Waaraan meet de minister de effectiviteit van die strafbaarstelling af? Waarin vindt hij het bewijs dat dit een effectief en tegelijkertijd proportioneel middel is? Of heeft hij andere, meer feitelijke argumenten om de effectiviteit te meten?

Natuurlijk is de wens om het effect van de richtlijn te waarborgen terecht, maar mijn fractie vindt wel dat de middelen moeten passen bij het doel en dat we ons aan de grondrechten en de EU-regels moeten houden. Ik vraag de minister nog eens expliciet of hij dat ook vindt. Moeten we ons aan de grondrechten en aan de EU-regels houden? Want precies op dat laatste punt heeft mijn fractie het vermoeden dat de minister een beetje van het pad probeert af te dwalen. Bewust of onbewust; dat laat ik nog in het midden. Het Europese Hof van Justitie heeft in de zaak-El Dridi, over een Italiaanse illegale vreemdeling, aangegeven dat alleen strafrechtelijke maatregelen mogen worden toegepast indien terugkeer met dwangmaatregelen niet lukt. Hoe beoordeelt de minister deze uitspraak in het licht van dit wetsvoorstel? Welke dwangmaatregelen zet hij in alvorens er strafrechtelijke maatregelen worden opgelegd?

De celstraf is inmiddels uit het voorstel gehaald. Nu staat alleen de boete van maximaal € 3800 er nog in. Hoe reëel is het om te denken dat een vreemdeling zo'n bedrag kan betalen? Is nagedacht over de gevolgen als een vreemdeling de geldboete niet betaalt? Wordt hij of zij dan alsnog met een vervangende vrijheidsstraf achter slot en grendel gezet? Vertraagt dit niet juist de uitzetting van een vreemdeling? Hoe verhoudt de vervangende vrijheidsstraf zich volgens de minister tot artikel 15 van de richtlijn? Daarin staat namelijk dat vrijheidsontneming slechts is toegestaan als laatste middel en alleen als er uitzicht bestaat op uitzetting en als er voortvarend aan uitzetting wordt gewerkt. Wat als de boete niet wordt betaald en als er ook geen uitzicht is op terugkeer naar het land van herkomst? Wat dan?

Oordelen over het verblijf van vreemdelingen is maatwerk. Een Mauro is nog geen Sahar; dat weet de minister als geen ander. Vindt de minister dan ook dat er in dit wetsvoorstel ruimte moet zijn voor een individuele belangenafweging waarbij per individueel geval wordt bekeken of naast een terugkeerbesluit ook daadwerkelijk een inreisverbod aan de orde is? Welke ruimte ziet de minister voor die maatwerkaanpak?

Het wetsvoorstel bevat verder een wat vreemde constructie. Als iemand met een opgelegd inreisverbod opnieuw asiel aanvraagt, verblijft deze persoon rechtmatig in Nederland. Maar, en daar komt het, tegelijkertijd is deze persoon wel strafbaar omdat hij of zij het inreisverbod heeft overtreden door terug te komen. Hoe verhoudt deze constructie zich tot artikel 31 van het Vluchtelingenverdrag waarin staat dat personen die direct vanuit een gevaarlijk land Nederland zijn binnengekomen en zich direct bij de autoriteiten hebben gemeld, niet mogen worden gestraft wegens illegale binnenkomst of illegaal verblijf? Het is een casus. Ik zou graag zien dat de minister hierop in zijn antwoord – hij kan er de hele nacht over nadenken – concreet en duidelijk ingaat. Welke waarborgen biedt het wetsvoorstel dat personen met een inreisverbod die tevens voorkomen in het Europese Schengen Informatiesysteem (SIS) toch bescherming kunnen vragen in Nederland zonder dat hen op basis van signalering in het SIS automatisch de toegang wordt geweigerd?

Ik heb een drietal korte opmerkingen over het wetsvoorstel over de nationale visa. Ten eerste vindt de D66-fractie het wenselijk dat de versterking van visa bij wet geregeld wordt. Heldere criteria komen de kwaliteit van beslissingen over verblijf in Nederland ten goede. Mijn fractie vraagt zich wel af of de voorgestelde termijn van drie maanden in artikel 29 van de Vreemdelingenwet om een MVV op te halen of ermee te reizen niet te kort is. Het komt mijn fractie voor dat dit tot problemen leidt ten aanzien van vluchtelingengezinnen uit bijvoorbeeld oorlogsgebieden. VluchtelingenWerk Nederland heeft hierover haar zorg uitgesproken. Hoe houdt de minister rekening met situaties waarin sprake is van vermissing van gezinsleden, communicatieproblemen of bijvoorbeeld een ziekenhuisopname waardoor de nareistermijn van drie maanden wordt overschreden? Is er ruimte voor coulance door verlenging van de termijn? Handelt Nederland anders niet in strijd met de gezinsherenigingrichtlijn zoals de Europese Commissie heeft aangegeven?

Ten tweede wordt met artikel 37 tweede lid voorgesteld om leges te heffen voor het aanvragen van een verblijfsvergunning voor asiel voor onbepaalde tijd. Mijn fractie vindt hoge leges niet wenselijk, al helemaal niet voor vluchtelingen die doorgaans een inkomen onder de armoedegrens hebben. Welke argumenten heeft de minister om die heffing van leges niet te beperken tot verblijfsvergunningen op reguliere gronden?

Ten derde is de D66-fractie positief over de wettelijke basis die in artikel 2l wordt geschapen voor de positie van de referent. Wel vindt mijn fractie het van groot belang dat de referent niet te allen tijde verantwoordelijk wordt gehouden voor het handelen van de vreemdeling als die eenmaal in Nederland is. De referent kan zich niet in alle gevallen bewust zijn van de onjuistheden van gegevens die de vreemdeling verstrekt. Welke nuancering kan de minister aanbrengen zodat de referent niet wordt gestraft voor fouten van de vreemdeling?

De D66-fractie wacht met belangstelling de beantwoording van de minister af.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Voorzitter. Vanavond hebben we het over het onderwerp illegaliteit. Dat is en blijft een groot maatschappelijk probleem. Problemen moeten bij de wortel worden aangepakt. Voorkomen is immers beter dan genezen. Illegalen zullen er echter altijd zijn. De SP vindt het niet realistisch om ervan uit te gaan dat er een ultieme oplossing is voor dit probleem. We kunnen er echter met z'n allen wel voor zorgen dat het aantal illegalen vermindert en dat mensen effectiever kunnen worden uitgezet. Ik ben dan ook verheugd dat minister Leers dit probleem wil aanpakken. Maar een deel van de oplossingen die de minister voorstaat, onderschrijf ik niet.

Het strafbaar stellen van illegaal verblijf in weerwil van het inreisverbod is volgens mij namelijk een maatregel die zal leiden tot een toename van het aantal illegalen. Bovendien heeft de Terugkeerrichtlijn het belang van een effectief verwijderingsbeleid centraal gesteld. Afwijkingen van deze richtlijn ten nadele van de vreemdeling zijn niet toegestaan. Ik ben dan ook benieuwd hoe de minister zijn voorstel in dit licht ziet. Het Europees Hof van Justitie heeft er in de zaak-El Dridi niet voor niets op gewezen dat de Terugkeerrichtlijn een humane bejegening van migranten beoogt, waarbij altijd de proportionele verhouding dient te bestaan tussen doel en middelen.

Vreemdelingen die terug dienen te gaan naar het land van herkomst kijken wel uit. Zij krijgen een onverhaalbare boete opgelegd wanneer zij zich na het verstrijken van de vertrektermijn melden, met als geheid gevolg een hechtenis. Vervolgens worden zij op het vliegtuig gezet naar het land van herkomst zonder enkel perspectief. Zij kiezen dan, zo is mijn vermoeden, eerder voor een illegaal bestaan in Nederland. We weten wat dat tot gevolg kan hebben: veel overlast voor de samenleving en mensen die slachtoffer worden van mensenhandel of die op een andere manier te maken krijgen met het criminele circuit. Gemeenten en politie zullen hierdoor alleen maar meer overlast moeten verwerken. Er zal veel geld gestoken moeten worden in onder meer handhaving, meer gerechtelijke procedures en detentie. Nog steeds is mijns inziens niet duidelijk wat het kostenplaatje hiervan zal zijn. De Kamer heeft hier een aantal keren om gevraagd. Heeft de minister dit reeds op een rijtje? Het zou toch zonde zijn van het geld als alleen maar meer geld moet worden uitgetrokken voor een probleem dat door de minister niet wordt opgelost, maar juist verergerd.

Natuurlijk erkent de SP dat de vreemdelingen die niet vrijwillig vertrekken uiteindelijk gedwongen moeten worden uitgezet. Dit wordt echter niet gestimuleerd door over te gaan tot strafbaarstelling. Vreemdelingen hebben perspectief nodig, wat kan worden bewerkstelligd door bijvoorbeeld de mogelijkheid te bieden om een opleiding of bedrijf te starten in het land van herkomst.

Er zijn ook vreemdelingen die wel degelijk bereid zijn om vrijwillig terug te keren, maar die hier meer tijd of meer begeleiding voor nodig hebben. Zij zijn om verschillende redenen niet in staat om terug te keren en daarmee genoodzaakt om een illegaal en uitzichtloos bestaan te leiden. Dit probleem wordt niet ondervangen door de Terugkeerrichtlijn. Wat moet er gebeuren met de niet-verwijderbare mensen?

Is de minister het met de SP eens dat bij efficiëntere begeleiding bij terugkeer – daarmee bedoel ik daadwerkelijk efficiënter, waarmee we meer van onze doelen halen – de strafbaarstelling overbodig is? Onder meer uit de brief van 20 oktober jl. van de Amsterdamse burgemeester Van der Laan blijkt dat terugkeer wordt gestimuleerd door het aanbieden van bijvoorbeeld gerichte faciliteiten en kortlopende trajecten. De grotere gemeenten, zo lieten zij weten, willen graag met de minister samenwerken om dergelijke terugkeerinitiatieven uit te breiden. De SP steunt deze handreiking van harte en hoort graag van de minister of hij hiermee aan de slag gaat.

De gemeenten halen terecht samenwerking met de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) aan. Bijna twee maanden geleden was ik in Ter Apel op werkbezoek. Ik heb daar gesproken met twee van de vier zogenaamde casemanagers. Elke casemanager, zo hoorde ik daar, behandelt 80 tot 120 dossiers. Zij gaven dan ook te kennen dat zij onvoldoende tijd hebben om te werken aan efficiënte terugkeer. Dat is toch zonde? Daar laten wij volgens mij echt mogelijkheden liggen. Erkent de minister dat door deze werkdruk fatsoenlijke terugkeer in het gedrang komt? Kan hij bovendien aangeven welke opleiding benodigd is om de functie van casemanager te kunnen vervullen?

Ik heb onderzocht hoeveel werknemers DT&V heeft en hoe de bedrijfsstructuur in elkaar steekt. Dat is overigens heel gemakkelijk te vinden op internet. In totaal zijn er 450 mensen werkzaam bij de dienst. Deze zijn ondergebracht in vier directies. Deze directies zijn op hun beurt weer onderverdeeld in totaal zeven afdelingen. Hoeveel van die 450 mensen zijn manager? Hoeveel mensen bevinden zich daadwerkelijk op de werkvloer? De SP constateert dat er meer personeel moet worden aangenomen of in ieder geval moet worden ingezet dat zich bezighoudt met de daadwerkelijke terugkeer. De caseload moet namelijk omlaag.

Dat heeft ons inziens namelijk direct effect op het bereiken van de doelen die wij ons hebben gesteld ten aanzien van terugkeer. Wij willen meer casemanagers. Een uiteindelijke daling met in ieder geval een kwart van de caseload zou mijn ideaal zijn. Kan de minister toezeggen dit te bewerkstelligen? Ik overweeg een motie op dit punt.

Ik haalde al eerder het beroemde arrest-El Dridi van het Hof van Justitie van de Europese Unie aan. Hierin wordt nogmaals benadrukt dat de richtlijn in een trapsgewijze verzwaring van de tenuitvoerlegging van het terugkeerbesluit voorziet. Deze trapsgewijze verzwaring begint met een maatregel die de meeste vrijheid aan de betrokkenen laat, namelijk de toekenning van een termijn voor vrijwillig vertrek, en eindigt met de zwaarste maatregel die de richtlijn in het kader van een procedure voor gedwongen verwijdering toestaat, te weten de bewaring in een gespecialiseerd centrum. Over dat laatste onderwerp kom ik straks nog te spreken.

Eerst wil ik mij richten op de manier waarop de minister de verschillende stappen van de richtlijn wil implementeren. De eerste stap is de vaststelling van een terugkeerbesluit, waarbij voorrang wordt gegeven aan vrijwillig vertrek. Ik ben een groot voorstander van dat laatste en zie er geen probleem in. Indien het vrijwillig vertrek niet binnen deze termijn plaatsvindt, verplicht de richtlijn de lidstaat om over te gaan tot gedwongen verwijdering, met gebruikmaking van de minst dwingende maatregelen.

Het is daarbij maar zeer de vraag of hier ook de voorgenomen strafbaarstelling onder valt. Eurocommissaris Malmström wees er in haar antwoord op schriftelijke vragen van een aantal Nederlandse Europarlementariërs op dat de richtlijn zelf geen bepalingen bevat die verband houden met het opleggen van strafrechtelijke sancties. Nationale wetgeving die dergelijke sancties oplegt, kan dus in geen geval worden beschouwd als een omzetting van de richtlijn. Indien een staat op systematische wijze illegaal verblijf strafbaar stelt, zou dit moeten worden beschouwd als een disproportionele maatregel die de nuttige werking van de richtlijn ondermijnt. De SP-fractie is dan ook van mening dat hier geen sprake is van een correcte implementatie en meent dat de minister nog steeds onvoldoende heeft beargumenteerd waarom zijn strafmaatregel wel voldoet aan de verwezenlijking van het doel van de richtlijn.

Ook is onvoldoende gewaarborgd dat het inreisverbod steeds op basis van een individuele belangenafweging plaatsvindt. Uit de richtlijn komt naar voren dat een dergelijke afweging verplicht is, maar dit wordt niet wettelijk door de minister gewaarborgd. Er kán slechts van worden afgeweken; er kúnnen uitzonderingen worden gemaakt voor schrijnende gevallen en onevenredige hardheid. Hoe leidt de implementatie er volgens de minister toe dat per geval naar de omstandigheden wordt gekeken? Wordt de bewijslast niet omgedraaid en daarmee verzwaard?

In 2010 is mijn motie over het te verrichten onderzoek naar alternatieven voor vreemdelingendetentie aangenomen. Het standpunt van de SP mag ondertussen duidelijk zijn. Wij hebben er al vele keren over van gedachten gewisseld. Natuurlijk moeten criminele en overlastgevende vreemdelingen opgesloten kunnen worden, maar voor andere vreemdelingen zijn er alternatieven. Onschuldige vluchtelingen worden behandeld als criminelen en zitten te vaak te lang in detentie. Dit moet en kan echt anders. Ik wil nogmaals aandacht vragen voor het Zweedse model. De minister heeft in het vorige debat dat wij hierover voerden toegezegd dat hij naar nog eens naar zou kijken. Wat de SP betreft is detentie alleen te rechtvaardigen als er een concrete datum is waarop de vreemdeling kan worden uitgezet. Daarom heb ik een amendement gemaakt – het is het amendement op stuk nr. 22 – waarin dit wordt bepaald.

Uit de praktijk blijkt steeds vaker dat de detentie vele maanden kan duren. In antwoord op onze Kamervragen over een verschrikkelijk incident in Detentiecentrum Rotterdam heeft staatssecretaris Teeven zelfs aangegeven dat de gemiddelde detentieduur nu 112 dagen is. Dat is mij veel te lang. Nu wil de minister, als ik het goed begrijp, de maximale duur van detentie op zes maanden stellen, met een mogelijke verlenging tot twaalf maanden. Klopt dit? Zo ja, dan overweeg ik op dit punt ook een amendement. Zo'n lange detentie is mij echt te lang. Daarbij beschadig je mensen. Daar komt nog bij dat vreemdelingenbewaring onvoldoende als ultimum remedium en niet ter fine van de uitzetting wordt gehanteerd, zoals wij eigenlijk met elkaar hadden afgesproken. Uit het eerder genoemde rapport van Amnesty International blijkt zelfs dat bijna 50% van de gedetineerden niet eens kan worden uitgezet, bijvoorbeeld omdat het land van herkomst niet meewerkt aan uitzetting. Dit staat onder punt 3.2 in het rapport. Hoe verklaart de minister dit? Hij heeft immers gesteld – zo heb ik hem begrepen – dat het probleem eigenlijk nooit een rol speelt. De SP hoort echter regelmatig dat mensen wel terug willen, maar dat het land van herkomst tegenwerkt.

Bij aanpassing van onder andere de artikelen 16 en 17 worden twee nieuwe mogelijkheden geschapen om een verblijfsvergunning te weigeren. De eerste mogelijkheid betreft de frauderende vreemdeling. Uiteraard moeten fraude en misbruik in het vreemdelingenbeleid zo veel mogelijk worden voorkomen en als ze toch voorkomen, moeten ze worden bestraft. De SP vindt het echter nog steeds onduidelijk wat de minister verstaat onder de noemer "fraude". Het wordt in elk geval direct aangemerkt als een verstoring van de openbare orde zonder dat van tevoren een deugdelijke belangenafweging wordt gemaakt. Zal dit niet leiden tot meer verwarring en meer procedures?

Vervolgens wordt geen vergunning afgegeven als sprake is van eerder illegaal verblijf. De kans voor vluchtelingen om hun recht te halen wordt – ik herhaal wat ik eerder in een AO heb gezegd – met dit voorstel dus de nek omgedraaid.

Mensen die eerder een inreisverbod opgelegd hebben gekregen, maar vervolgens op andere gronden opnieuw een vergunning aanvragen, bevinden zich in een bijzonder vervelende positie. Ook als deze andere gronden wel tot rechtmatig verblijf leiden, blijven dergelijke mensen strafbaar op grond van overtreding van het inreisverbod. Kortom: eens illegaal, blijft illegaal. Natuurlijk acht de SP-fractie het niet wenselijk dat vreemdelingen maandenlang of zelfs jarenlang illegaal in Nederland verblijven, zonder een enkele toelatingsprocedure te starten. Ik pleit er dan ook voor om vergunningaanvragen niet per direct af te wijzen, maar pas na het verstrijken van een redelijke termijn waarin iemand illegaal in Nederland heeft verbleven. Ik ben dan ook gelukkig met het amendement dat de heer Spekman hiervoor heeft ingediend. Ik wacht met spanning de reactie van de minister hierop af.

Tot slot wil ik benadrukken dat in het geval van mensenhandel een stevig en goed onderzoek op poten moet worden gezet. Kan de minister dit garanderen? Wordt er ook gekeken naar de mate van schuld; in hoeverre is er sprake van mensensmokkel?

De heer Spekman (PvdA):

Voorzitter. Onlangs kregen wij een brief van minister Kamp over een motie van het CDA, GroenLinks en de PvdA over stages. Het ging over jongeren die niet legaal in Nederland zijn, maar die wel gewoon naar school willen. Dat is een grondrecht, een ontzettend belangrijk recht in het kinderrechtenverdrag. Een meerderheid van de Kamer gunt die kinderen een stage, maar het antwoord van dit kabinet was: nee, geen stage voor deze kinderen; dat is in tegenspraak met het regeer- en gedoogakkoord, want illegaliteit moet strafbaar worden. Daar gaat het vanavond over. Ondanks alle mooie woorden en de salamitactiek die wordt gebruikt, staat maar één ding vast in het regeer- en gedoogakkoord, namelijk dat illegaliteit strafbaar wordt. Bij alles wat wij vanavond daarover bespreken, ook later met allerlei voorstellen die nog komen, en als wij weer reageren op de brief van dit kabinet over de motie die door een meerderheid van deze Kamer is gesteund, komt het weer terug op de vraag wanneer wij het eens hard maken en opkomen voor de kinderen die graag stage willen lopen, gretig zijn en iets van hun leven willen maken. Dan nemen wij het kinderrechtenverdrag serieus. Ik constateer dat dit kabinet z'n billen daarmee afveegt; het trekt zich er niks van aan.

Het voorliggende voorstel omvat twee wetten, de implementatiewet en de terugkeerrichtlijn. Wij steunen deze niet. Het betreft een evenwichtige richtlijn waarmee illegalen niet wordt gecriminaliseerd, waarin oog is voor kwetsbare groepen en vreemdelingen en waarin redelijk stevige normen worden gesteld voor het bewerkstelligen van de terugkeer van vreemdelingen. Ook daarmee zijn wij het namelijk eens. Maar wat vanuit de Europese Unie op een verbetering leek, eindigt met dit kabinet in Nederland in een verslechtering. De minister sprak eerder uit dat het niet over de strafbaarstelling gaat, maar ik vind dat hij de Kamer voor de gek heeft gehouden door te wijzen op de verwarring dat dit voorstel strafbaarstelling van illegaliteit zou inhouden. Het tegendeel is waar; ik vrees dat de minister zelf in verwarring is.

Dit wetsvoorstel maakt strafbaarstelling van illegaliteit voor een grote groep vreemdelingen onmogelijk. De minister zei een paar weken geleden zelf al tijdens een debat dat als de overtreding van het inreisverbod eenmaal strafbaar is, het rechtsongelijk zou zijn om illegaliteit voor andere illegalen niet strafbaar te stellen. Met andere woorden, nu gaat het erom, op dit tijdstip in de Kamer, morgen nog een keer en misschien overmorgen nog een keer. Ik voel mij nergens meer toe verplicht, maar nu gaat het erom: willen wij het, willen wij alle consequenties eruit peuren, ook de consequenties die eerder per briefje van minister Kamp naar de Kamer zijn gegaan? Ik leg mij daar niet bij neer.

Eerder is in de Kamer door toenmalig ministers Hirsch Ballin en vooral Donner heel veel gesproken over de vraag wat het effect van strafbaarstelling van illegaliteit is. Er is een uitgebreide nota gekomen, de illegalennota, die ik nog bij me heb. Die nota komt uit vergaderjaar 2004–2005. In dat stuk staat heel duidelijk omschreven wat het effect is van het strafbaar stellen van illegaliteit. Het kan werken als symbool en wellicht heeft het een afschrikkende werking, maar daarna werd het weer volledig genuanceerd. Het leidt uiteindelijk namelijk vooral tot negatieve effecten en torenhoge kosten. Dat kan dit kabinet bij dit soort symbolen blijkbaar geen zier schelen. Het heeft heel weinig effect, het leidt tot verdere onderduiking in de illegaliteit en nog een aantal van dat soort nadelen.

Iedereen kan ze zelf thuis nalezen. Ze staan in een prachtige nota van minister Donner. Als je vervolgens weer naar dit voorstel kijkt, zie je dat het niets toevoegt. Dat is precies wat minister Donner indertijd in de illegalennota beargumenteerde. Het voorstel voegt niets toe aan de staande praktijk. Als we willen inzetten op mensen die echt overlast en criminaliteit veroorzaken, kunnen we dat al. Als we werkgevers willen aanpakken die koketteren met gratis illegaal personeel, kunnen we dat al. Daar hebben we dit alles niet voor nodig. De argumenten tegen strafbaarstelling verzinnen wij niet zelf; ze zijn eerder uitgebreid beargumenteerd door de ministers Hirsch Ballin en Donner.

Niet alleen zij zijn tegen de strafbaarstelling van illegaliteit; ook de eigen adviescommissie ACVZ is tegen. De commissie-Meijers is tegen, Kerk in Actie is tegen en er is kritiek vanuit Europa. Amnesty International en VluchtelingenWerk Nederland. Allen vinden het bezwaarlijk. Wij zouden graag willen dat de minister ingaat op de nadelen van de strafbaarstelling van illegaliteit, die uitgebreid zijn beargumenteerd in de brief die eerder naar de Kamer is gestuurd.

Wij hebben eerder ook een debat gehad over de hoogte van de extra kosten hiervan en de manier waarop die tegenover de belastingbetaler wordt verantwoord. Er zou daarnaar een onderzoek komen, maar intussen staan we voor dit wetsvoorstel, want het behelst zogenaamd geen strafbaarstelling van illegaliteit. En hoe verhouden de maatregelen zich met het feit dat de terugkeer van vluchtelingen hierdoor alleen maar langer gaat duren? Hoe verantwoordt de minister het dat illegalen gemarginaliseerd gaan worden? Hoe worden de nadelige effecten van dit wetsvoorstel voorkomen? Ook deze vragen verzin ik niet zelf; ze komen allemaal uit de analysebrief van de heer Hirsch Ballin aan dit kabinet over de eventuele nadelen. Je kunt jezelf blind maken voor argumenten en redelijkheid, maar ik hoop dat de minister dit nog wel wil zien, als hij het tenminste mag.

De PvdA heeft ook meerdere vragen over de invulling van deze strafbaarstelling. Hoe verhoudt deze zich bijvoorbeeld tot de uitspraak van het Europese Hof in de zaak-El Dridi? Ook de Raad van State zegt dat strafbaarstelling pas mag als eerst intensief op vrijwillige en mogelijk op gedwongen terugkeer is ingezet. Waarom steekt de minister zijn kop in het zand en staat dit stappenplan niet in het wetsvoorstel? Ook wil de PvdA weten waarom de minister gewone vreemdelingen met gevangenisstraf bedreigt. De minister zegt zelf dat hij zich op criminele en overlastgevende vreemdelingen richt. Doe dat dan ook, door hen met gevangenisstraf te straffen en de rest niet! Waarom is daar niet voor gekozen? Volgens mij is alle capaciteit die we hebben nodig om ons daarop te richten. Ik weet precies hoe dit gaat eindigen: we halen de mensen van het schoolplein en we laten de echte criminelen en overlastgevende vreemdelingen lopen omdat we te druk met onze symbolen bezig zijn.

De PvdA maakt zich ook zorgen over een aantal kwetsbare groepen: illegalen met medische problemen, mensen die niet terug kunnen keren, mensen in schrijnende situaties, slachtoffers van mensenhandel … Waarom zouden zij in de wet niet uitgezonderd moeten worden van het inreisverbod? En Waarom is gekozen voor een inreisverbod van vijf jaar? Deelt de minister de mening dat dit disproportioneel lang is? Graag krijgt de PvdA duidelijk wie de minister in de praktijk precies een inreisverbod gaat opleggen. Elke uitgeprocedeerde vreemdeling die niet meteen het land verlaat? En hoe is gegarandeerd dat altijd een individuele belangenafweging plaatsvindt?

Over een aantal van deze zaken heb ik amendementen ingediend, omdat ik het ontzettend belangrijk vind dat wij in ons land bijvoorbeeld slachtoffers van mensenhandel als een aparte categorie opnemen, niet in de lagere regelgeving, maar echt in de wetgeving. Ik vind dat ook die andere groepen in de wetgeving moeten worden opgenomen. Hoe kunnen wij willen dat slachtoffers van mensenhandel aangifte jegens hun daders proberen te doen – wat gezien de pure intimidatie die daar plaatsvindt toch al ontzettend moeilijk is – als wij ze hier niet van vrijwaren? Zo heb ik nog een aantal groepen genoemd waarbij ik me dit niet kan voorstellen. Ook op het gebied van huiselijk geweld gebeuren rampzalige dingen. Laten wij die mensen stikken? Dat doet dit wetsvoorstel wel. Ik vind dat buitengewoon bezwaarlijk. Ik hoop dat er positief wordt gereageerd op het amendement dat ik hierover heb ingediend.

De PvdA wil dat de minister in deze implementatiewet alleen maatregelen neemt die de terugkeer daadwerkelijk bevorderen. Daar zijn wij voor en daar is de richtlijn voor bedoeld. Is de minister bereid om, voorafgaand aan het in praktijk brengen van strafbaarstelling met de overtreding van het inreisverbod, de gevolgen daarvan in kaart te brengen en dit mee te nemen in de ex-ante uitvoeringstoets die plaatsvindt in het kader van de strafbaarstelling van illegaliteit? Kan daarbij worden aangegeven wat de toegevoegde waarde voor terugkeer is? Daar gaat het uiteindelijk toch om. Daar denken we allemaal gelijk over, niet over het symbool op zich of hoe we het bereiken. Of misschien is dat zo waardeoordeelgevoelig dat we ons allemaal blindstaren op de werking.

De Partij van de Arbeid wil dat de minister ook de Nederlandse praktijk van de vreemdelingenbewaring aanpast aan de Europese richtlijn. Mijn collega Gesthuizen heeft daar ook al het nodige over gezegd. Dat zou juist zorgen voor uniformering, ook voor betere juridische waarborgen voor vreemdelingen die in bewaring worden gesteld. De PvdA wil graag dat de minister die bewaringsgronden met de richtlijnen in overeenstemming brengt. Verder snapt de Partij van de Arbeid niet waarom de minister zich zo verzet tegen de 72 uurstoets in bewaringszaken.

Ook het tweede wetsvoorstel dat nu voorligt, steunen wij niet, en wel om dezelfde redenen als mevrouw Gesthuizen: eens illegaal, altijd illegaal. Daar komt het op neer. Dat uitgangspunt vinden wij echt onjuist. Het draagt verder bij aan het marginaliseren van illegalen. De Partij van de Arbeid wil weten hoe deze wet in de praktijk gebruikt gaat worden. In de brief van 8 juli over de aanpak van illegaal verblijf schrijft de minister dat dit betrekking heeft op vreemdelingen die illegaal in Nederland hebben verbleven, uit Nederland zijn vertrokken en vervolgens vanuit het land van herkomst een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier of een machtiging voorlopig verblijf doen. Kan de minister bevestigen dat de wet dus niet zal gelden als deze aanvraag in Nederland wordt gedaan? En waar kunnen wij dat dan vinden in het wetsvoorstel?

Over de invulling van het wetsvoorstel heeft de Partij van de Arbeid nog een aantal andere opmerkingen. Wij hebben ook bij dit wetsvoorstel een aantal amendementen ingediend, omdat ik nog steeds geneigd ben om iets beter te maken dan mij erbij neer te leggen dat het niet goed is. Wij zijn er tevreden mee dat kwetsbare groepen worden uitgezonderd. Maar nogmaals: waarom gebeurt dit niet in de wet maar in de lagere regelgeving? Wat voor houvast biedt dit voor de toekomst? In mijn ogen geen enkele. Het levert uit aan willekeur.

Ook zouden wij graag zien dat er een aantal groepen wordt toegevoegd die vanwege schrijnende omstandigheden om verblijf in Nederland vragen. Graag ook een reactie daarop.

Tot slot hebben wij nog twee andere belangrijke punten. Wij vinden het niet redelijk om illegaliteit oneindig aan een vreemdeling te kunnen blijven tegenwerpen. Dat kan al in een korte tijd tussen twee procedures in ontstaan. Wij stellen de minister dan ook voor om het tegenwerpen van illegaliteit aan een maximum te binden. Ook dat illegaliteit kan bestaan tussen twee procedures in – daar kan de vreemdeling soms helemaal niet zo veel aan doen – vinden wij een vrij bizar gegeven. Graag een reactie van de minister.

Ook wil de Partij van de Arbeid dat deze wet zich beperkt tot echte illegalen, Alleen aan hen die ook echt al jaren in de illegaliteit verblijven, moet kunnen worden tegengeworpen. Wij vinden dat ons land zijn krachten en energie vooral moet benutten om criminele illegalen en vreemdelingen tegen te gaan. Daar moeten we alle capaciteit op inzetten. We moeten met volle kracht vooruit, in plaats van onze energie te verspillen aan mensen die wat dat betreft niks hebben misdaan en die we met deze maatregelen niet het land uitwerken, maar verder marginaliseren en kansloos maken. Dan denk ik weer terug aan die stagemotie, die door dit kabinet opzij is gelegd. Het gaat uiteindelijk om mensen. Mensen verdienen kansen. Als mensen hier niet mogen blijven, moeten ze weg, maar we laten kinderen in dit land toch niet de vernieling in draaien? Daar hoort onderwijs bij. Als we aan kinderen zelfs geen onderwijs meer gunnen, zijn we geen beschaafd land meer. Dat betreur ik zeer.

De heer Dibi (GroenLinks):

Voorzitter. Illegaal verblijf is een groot probleem, vooral voor de illegalen zelf. Wie niet kan terugvallen op een sociaal vangnet, is aangewezen op zichzelf of valt in handen van bijvoorbeeld mensenhandelaars. Slechts in de meest uitzonderlijke situaties voelt Nederland zich geroepen om de helpende hand toe te steken. Denk aan de gevolgen van de koppelingswet voor onderdak, medische zorg en onderwijs. Illegaliteit maakt mensen ook kwetsbaar voor slavernijachtige uitbuitingssituaties, waar ze zelf deels profijt van hebben maar waarbij ze uiteindelijk op een manier worden behandeld die niet past bij Nederland. Daar is in de Kamer volgens mij niemand voorstander van. En illegaliteit maakt mensen rechteloos en daarvan mag überhaupt niemand voorstander zijn.

Ik deel de duiding van de heer Schouw dat wij eigenlijk spreken over een opmaat naar het strafbaar stellen van illegaliteit. Laat ik vooropstellen dat GroenLinks voorstander is van een effectief en menswaardig terugkeerbeleid. Het draagvlak voor een ruimhartig asielbeleid is er alleen als uitgeprocedeerde asielzoekers ook, desnoods gedwongen, worden uitgezet. Helaas voert de overheid tot de dag van vandaag een inconsequent en ineffectief terugkeerbeleid, want wie uitgeprocedeerd raakt, krijgt 28 dagen de tijd om zelfstandig Nederland te verlaten. Daarna is de vreemdeling onrechtmatig in Nederland en verwijderbaar, althans op papier.

In de praktijk lukt het vaak zelfs met de meest draconische maatregelen niet om vreemdelingen huiswaarts te doen keren. Oorzaak: vaak ligt het niet aan de vreemdeling zelf, maar aan het herkomstland dat terugkeer mislukt. Of aan een gebrek aan effectieve begeleiding bij terugkeer. Mevrouw Van Nieuwenhuizen noemt dat wel eens "met opgeheven hoofd teruggaan naar het land van herkomst". Het gevoel hebben dat je, als je toch weer terug moet omdat het je niet gelukt is om in het andere land, bijvoorbeeld Nederland, te blijven, niet als een loser teruggaat maar als iemand die nog iets in handen heeft om een toekomst op te bouwen. Wat GroenLinks betreft is het terugkeerbeleid daarom meer gebaat bij goede terugkeerovereenkomsten en goede begeleiding dan bij nog repressiever beleid gericht op een onleefbaar Nederland voor de illegale vreemdeling.

Dit wetsvoorstel implementeert de Terugkeerrichtlijn. Eerder illegaal verblijf kan worden tegengeworpen en een inreisverbod tot in eeuwigheid kan worden opgelegd. De individuele gevolgen van het opgelegde inreisverbod worden niet getoetst en dat doet afbreuk aan de vereiste zorgvuldigheid en de individuele benadering. Er kunnen immers altijd goede argumenten zijn waarom afgezien zou mogen of moeten worden van een inreisverbod.

Misschien allereerst een feitelijke en informatieve vraag. Beschikt de minister over cijfers van het aantal illegalen dat Nederland wordt uitgezet, dat vervolgens weer terugvliegt, weer in Nederland wordt gevonden en dus opnieuw moet worden uitgezet? Ik heb die cijfers niet gevonden en ik vind wel dat wij een duidelijk onderbouwd probleem zouden moeten willen oplossen met de voorliggende wetgeving. Dit wetsvoorstel moet naar de smaak van GroenLinks worden gezien als een stap in de verkeerde richting naar strafbaarstelling van illegaliteit. Overtreding van het inreisverbod wordt immers strafrechtelijk gesanctioneerd.

Nederland kiest er welbewust voor om het maximale en zelfs iets meer uit de implementatie van de Terugkeerrichtlijn te halen. De Terugkeerrichtlijn schrijft bijvoorbeeld helemaal geen strafbaarstelling voor, maar Nederland gaat daar volledig voor. Kan de minister aangeven waarom in dit geval een Europese richtlijn opeens maximaal moet worden benut, waarom de grenzen ervan moeten worden opgezocht? Sterker nog, het standaard opleggen van een strafrechtelijke sanctie vanwege het overtreden van het inreisverbod is regelrecht in strijd met de Terugkeerrichtlijn. Dit blijkt uit antwoorden van de Europese Commissie. Terugkeer in vrijheid is de hoofdregel en daartoe verhoudt de inzet van het strafrecht als categoriaal antwoord op onrechtmatig verblijf zich zeer slecht.

Om een voorbeeld te geven van een ander Europees land dat het anders doet: de Fransen implementeren de Terugkeerrichtlijn veel terughoudender. De door de Terugkeerrichtlijn geboden uitzonderingen om geen inreisverbod te hoeven opleggen, worden zo ruim mogelijk uitgelegd. Dat verdient navolging, niet omdat je ruimer wilt omgaan met wetgeving, maar omdat het uiteindelijk op de lange termijn effectiever is.

De vraag is hoe andere Europese landen deze terugkeerrichtlijn implementeren. Maakt Nederland in vergelijking met andere landen zich niet een beetje schuldig aan opportunistisch euroshoppen? Het is overduidelijk dat de strafbaarstelling van illegaliteit onder het mom van implementatie van de Terugkeerrichtlijn wordt doorgevoerd. De Terugkeerrichtlijn bevat namelijk helemaal geen strafbaarstelling van illegaal verblijf, maar legt, nogmaals, een inreisverbod voor bepaalde duur op. Hoewel de minister in een eerdere beantwoording en in zijn brief beweert dat hiermee geen uitvoering wordt gegeven aan het regeerakkoord, is dit in ieder geval een overduidelijk voorschot daarop. Dit wetsvoorstel zal contraproductief blijken te zijn. Het dwingt illegale vreemdelingen nog zorgvuldiger hun verblijf te maskeren, nog meer aan de randen van de samenleving te leven. Het maakt hen nog kwetsbaarder voor uitbuiting. Maar bovenal, wie kiest er nu met zijn volle verstand voor om eerst een straf op illegaliteit te executeren waarna de illegaal weer op vrije voeten moet worden gesteld, want waarom zou gedwongen terugkeer dit keer wel slagen?

Is de minister niet bang dat door voorliggende wetgeving illegalen niet langer de noodzakelijke medische zorg gaan zoeken, dat zij niet langer op zoek gaan naar onderwijs en dat hulpverleners worden afgeschrikt om überhaupt iets met zorgbehoevende illegalen te doen uit angst voor de strafrechtelijke gevolgen? Kan de minister aangeven hoe hij bij de uitvoering van deze wet, als er uiteindelijk een meerderheid voor is, voorkomt dat er heel schrijnende situaties ontstaan met kwetsbare groepen die alle officiële instanties gaan mijden uit angst voor een geldboete die zij sowieso niet kunnen betalen? Over die geldboete gesproken: laten wij alsjeblieft wel realistisch zijn. Hoe realistisch is het dat een illegaal die sowieso zelf geld bij elkaar moet sprokkelen en daardoor allerlei schrijnende situaties accepteert € 3800 kan betalen? Kan de minister de realiteitszin van het voorstel nog even onderbouwen?

Wat GroenLinks betreft, moet het kabinet het volgende doen. Implementeer de terugkeerrichtlijn en het inreisverbod zo beperkt mogelijk. Het inreisverbod is niet bedoeld als generieke toepassing, maar vergt maatwerk.

Kijk naar het individu. Ik zeg de heer Schouw na dat juist deze minister, die te maken heeft gehad met Sahar en nu met Mauro, zou moeten weten hoe belangrijk die individuele benadering en die individuele omstandigheden zijn bij de beoordeling hoe je moet omgaan met een persoon.

Stel een maximale termijn. Ik heb hiertoe een amendement, maar er zijn nog onduidelijkheden over en het zal waarschijnlijk gewijzigd worden. Ik hoop dat de collega's nog geduld hebben.

Leg de afwijkingsmogelijkheden in navolging van Frankrijk zo ruim mogelijk uit. Realiseer in elk geval een zekere discretionaire ruimte voor afwijking in schrijnende gevallen, dus niet alleen een uitzondering bij natuurrampen, maar ook na een individuele toets, voor slachtoffers van mensenhandel en bij humanitaire omstandigheden.

Ik kom te spreken over de keerzijde, want er kan ook iets positiefs worden gezegd. De Terugkeerrichtlijn geeft ook rechten. Vreemdelingendetentie is er alleen voor de echt uitzonderlijke gevallen. Als verwijdering wordt uitgesteld, herleeft het recht op medische zorg en onderwijs voor kinderen. De eenheid van het gezin moet worden gerespecteerd en speciale zorg moet worden geboden aan kwetsbare vreemdelingen. Hoe ziet het beleid van minister Leers eruit om deze waarden ten uitvoer te leggen? Wij zien ontzettend veel woorden gewijd aan hoe de plichten voor de illegaal eruit komen te zien en worden gehandhaafd. Maar hoe de rechten eruit komen te zien, de toegang tot medische zorg en tot onderwijs voor kinderen, is iets onduidelijker. Kan de minister nog daarop ingaan?

Er is iets wat mij als woordvoerder op verschillende portefeuilles steeds vaker begint op te vallen. Elke minister heeft een topprioriteit voor onze agenten. Dan hoor ik een staatssecretaris zeggen: kinderporno topprioriteit. Dan hoor ik een minister zeggen: wietpasjes topprioriteit, georganiseerde misdaad topprioriteit, overlast van jongeren topprioriteit. Nu is het opsporen van illegalen topprioriteit. Agenten kunnen maar zoveel doen in de beperkte tijd die zij hebben. Als je naar de capaciteit van de huidige politiekorpsen kijkt, zie je dat het daar allang wringt, dat er allang te veel prioriteiten zijn en dat er dus keuzes moeten worden gemaakt. Als dit kabinet hiervan inderdaad een topprioriteit wil maken, kan deze minister dan aangeven hoeveel dat gaat kosten? Kan de minister aangeven ten koste van welke andere prioriteiten dit gaat? Kan de minister aangeven welke andere lidstaten illegaliteit strafbaar hebben gesteld of al werken aan de implementatie van de Terugkeerrichtlijn en hoeveel zij investeren in handhaving? In Rotterdam is een proeftuin aangewezen voor het actief opsporen van illegalen op straat. Agenten krijgen Blackberry's om te pingen en scanners om vingerafdrukken op straat af te nemen. Ik ben benieuwd op basis waarvan zij gaan bepalen wie zij aanhouden om die vingerafdrukken af te nemen. De collega-minister van minister Leers, minister Opstelten, heeft Rotterdam als experiment aangewezen. Hoeveel gaat dat kosten?

Tot slot. Dit voorstel is ineffectief en onrechtvaardig. Het jaagt illegale vreemdelingen verder de schaduwkanten van de samenleving in, schrikt hulpverleners af en helpt geen enkele vreemdeling het land uit. Daarom zal het oordeel van de GroenLinks-fractie zeer waarschijnlijk zeer negatief zijn.

De heer Fritsma (PVV):

Voorzitter. Wij behandelen vandaag twee wetswijzigingen. Ik begin met de wijziging die de implementatie betreft van een Europese richtlijn over gemeenschappelijke normen en procedures voor de terugkeer van illegalen. Dit komt erop neer dat aan illegalen een terugkeerbesluit en een inreisverbod worden opgelegd. Het kabinet verbindt hier ook een sanctie aan voor wie zich in weerwil van het inreisverbod in Nederland bevindt.

Zoals bekend juicht de PVV-fractie strafbaarstelling van illegaliteit van harte toe. Maar zoals het kabinet zelf ook te kennen geeft, behelst onderliggende wetswijziging niet de generieke strafbaarstelling van illegaal verblijf zoals in het gedoog- en regeerakkoord is vastgelegd. Daarvoor volgt een nieuw, ander wetsvoorstel dat wij hier hopelijk ook snel mogen behandelen.

Over de implementatie van de richtlijn die wij nu behandelen heb ik de volgende vragen. Ten eerste een over de rechtsmiddelen die gebruikt kunnen worden om het terugkeerbesluit en het inreisverbod aan te vechten. Dit zijn de gebruikelijke bezwaar- en beroepsprocedures. De richtlijn bepaalt dat daarbij ook rechtsbijstand en zo nodig tolken gefaciliteerd moeten worden. De PVV-fractie is bang dat deze rechtsmiddelen veelvuldig toegepast zullen worden, met als gevolg vele extra procedures en kosten. Deelt de minister deze zorg of kan hij die wellicht wegnemen?

In het verlengde hiervan vraag ik mij af wat er gebeurt als een illegaal een terugkeerbesluit plus inreisverbod krijgt en vervolgens een reguliere verblijfaanvraag indient, bijvoorbeeld voor het ondergaan van een medische behandeling. Er is dan namelijk weer sprake van rechtmatig verblijf, ook al is dat tijdelijk, in afwachting van de beslissing op de aanvraag. Kan in zo'n geval het terugkeerbesluit of inreisverbod met succes worden aangevochten? Als dat zo is, is de minister dan niet bang dat dit soort trucs vaak toegepast zullen worden? Ik verwijs hierbij ook naar problemen rond uitzettingen. Die worden immers vaak getraineerd middels het indienen van nieuwe verblijfsaanvragen. Ik hoop dat er geen vergelijkbaar effect is om de werking van terugkeerbesluit en inreisverbod te ondermijnen. Ik verneem graag van de minister wat hieromtrent de mogelijkheden en verwachtingen zijn.

Wellicht bewijzen deze kwesties eens te meer de noodzaak van het snel invoeren van de regel dat reguliere verblijfsaanvragen niet meer in Nederland ingediend en afgewacht kunnen worden, zoals afgesproken in het gedoogakkoord.

Dan een andere wetswijziging, de zogenaamde MVV-wet. Hiermee worden in het vreemdelingenbeleid een paar belangrijke verbeteringen aangebracht. De eerste is dat bij een verblijfsaanvraag eerder illegaal verblijf kan worden tegengeworpen. Dit is gewoon een hele mooie trendbreuk met het verleden. Want waar in voorgaande jaren illegaal verblijf veel te vaak beloond werd met een verblijfsvergunning, denk aan de meerdere pardonregelingen, is nu de boodschap dat je juist kunt fluiten naar legaal verblijf wanneer je hier eerder illegaal hebt verbleven. Tezamen met de komende strafbaarstelling is dit in de ogen van de PVV-fractie een goede ontmoediging van illegaliteit.

De PVV-fractie is natuurlijk wel van mening dat de afwijzingsgrond van eerder illegaal verblijf zo breed mogelijk moet worden toegepast. In dat licht is het natuurlijk wel weer jammer dat wij eerder illegaal verblijf van Europa niet mogen tegenwerpen aan mensen die hier verblijf willen hebben in het kader van partner- en gezinsmigratie. Ik vraag de minister met klem om er zorg voor te dragen dat de Europese regels ook op dit punt worden veranderd. Het is immers niet meer dan logisch dat eerder illegaal verblijf voor deze groep dezelfde consequenties moet hebben als voor vreemdelingen die op andere gronden in Nederland verblijf vragen.

De PVV-fractie vindt dat het tegenwerpen van illegaal verblijf niet alleen bij de MVV-aanvraag moet gebeuren, maar ook bij de aanvragen voor een verblijfsvergunning. Ik weet dat deze wet niet op dat laatste toeziet, maar misschien kan de minister toezeggen dat ook dit punt snel wordt geregeld. Hier spelen twee belangrijke dingen mee, allereerst het punt dat veel vreemdelingen zijn vrijgesteld van het MVV-vereiste, ook bepaalde nationaliteiten. Daarnaast is het altijd goed om een extra afwijzingsgrond te hebben. Nu gebeurt het bijvoorbeeld nog heel vaak dat het ontbreken van een MVV wordt ondervangen met een beroep op de hardheidsclausule. Dat zijn vaak kansloze aanvragen, maar je kunt deze nog makkelijker afdoen als je ook voorgaand illegaal verblijf kunt tegenwerpen. Overigens geldt ook in dit geval weer dat het belangrijk is dat de afspraak uit het gedoogakkoord snel vorm krijgt inzake het punt dat reguliere verblijfsaanvragen straks niet meer in Nederland kunnen worden ingediend en afgewacht.

Positief aan de wetswijziging is ook de fraudeaanpak. Bij een verblijfsaanvraag of een MVV-aanvraag kan eerder door de vreemdeling gepleegde fraude gelukkig worden tegengeworpen. Dat is natuurlijk pure winst. De PVV-fractie ziet echter ook een manco in de fraudeaanpak, namelijk het feit dat de aanpak wel toeziet op de vreemdelingen die in aanmerking willen komen voor een verblijfsvergunning, maar niet op de verblijfsgevers, de zogenaamde referenten. En dat terwijl fraude gepleegd door verblijfsgevers misschien nog wel het meest relevant is bij de fraudeaanpak. Denk bijvoorbeeld aan vage bedrijfjes die de boel flessen met het misbruiken van de kennismigrantenregeling. Juist aan deze verblijfsgevers moet een duidelijk ontmoedigend signaal worden afgegeven. Met het oog daarop heb ik met collega Van Nieuwenhuizen van de VVD-fractie een amendement ingediend. Dit amendement strekt ertoe dat ook referenten die fraude plegen, in het vervolg wordt uitgesloten van het naar Nederland halen van vreemdelingen.

Hier kan ik het bij laten.

De heer Knops (CDA):

Voorzitter. Beide wetsvoorstellen die wij vandaag behandelen, maken deel uit van in totaal drie wetsvoorstellen waarin illegaal verblijf strafbaar wordt gesteld. De twee wetsvoorstellen die wij vandaag behandelen, betreffen gekwalificeerde vormen van illegaal verblijf. Het derde wetsvoorstel, waarin illegaal verblijf in zijn algemeenheid strafbaar wordt gesteld, is onlangs door de ministerraad goedgekeurd en ligt nu bij de Raad van State. De discussie wordt dan ook na vandaag voortgezet.

De CDA-fractie verwelkomt deze wetsvoorstellen. Illegaal verblijf moet zo veel mogelijk worden ontmoedigd. Wij moeten voorkomen dat mensen kunnen kiezen voor een marginaal bestaan in de Nederlandse samenleving. Het is niet goed voor Nederland, omdat het kan leiden tot overlast en overlevingscriminaliteit. Het is ook niet goed voor de mensen zelf, omdat zij het risico lopen te worden uitgebuit, slachtoffer te worden van mensenhandel, in de prostitutie terecht te komen, enzovoorts. In het bijzonder geldt dit voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Om illegaliteit te bestrijden moet er hard worden opgetreden tegen mensen die van illegalen profiteren, zoals foute werkgevers, huisjesmelkers en mensensmokkelaars. Bestrijding van illegaliteit is dan ook terecht een belangrijke prioriteit van het kabinet. Wat ons betreft dragen beide wetsvoorstellen daaraan bij.

Ik begin met het wetsvoorstel wijziging Vreemdelingenwet 2000 ter implementatie van de Terugkeerrichtlijn. In de schriftelijke voorbereiding hebben wij al laten blijken in te kunnen stemmen met dit wetsvoorstel. Onze vragen en opmerkingen zijn in de nota naar aanleiding van het verslag overwegend afdoende beantwoord. De CDA-fractie kan nu dan ook volstaan met een korte bijdrage. Het is volkomen terecht en logisch – zie ook het advies van de Raad van State – dat aan overtreding van een opgelegd inreisverbod een sanctie wordt gekoppeld. Uiteraard is het van belang dat het inreisverbod in de praktijk effectief wordt toegepast en gehandhaafd. De sanctioneringsmaatregelen moeten, zoals de nota naar aanleiding van het verslag stelt, onder andere doeltreffend en afschrikwekkend zijn. Ik vraag de minister hoe dat in de dagelijkse handhavingspraktijk gestalte krijgt. Wij begrijpen niet goed waarom bij het opleggen van een terugkeerbesluit niet meteen ook een inreisverbod wordt opgelegd. Dat schept toch direct duidelijkheid voor de vreemdeling? Kan de minister dit uitleggen?

De nota naar aanleiding van het verslag is niet geheel duidelijk, maar wij gaan ervan uit dat vertrek met onbekende bestemming in Nederland altijd daadwerkelijk zal leiden tot het uitvaardigen van een inreisverbod en tot signalering in het Schengen Informatie Systeem. Kan de minister dit bevestigen?

Gemeenschapsonderdanen kan verblijf worden ontzegd als zij bijvoorbeeld een beroep doen op publieke middelen, op bijstand. Wij hebben dit vaker benadrukt. Ook nu stellen wij dat dit goed moet worden gehandhaafd. Wat is de huidige stand van zaken als het gaat om de uitwisseling van gegevens tussen gemeenten en de IND? Is het zo dat in zulke gevallen, bij gemeenschapsonderdanen, de sanctie is: ongewenst verklaren?

Op onze eerdere vraag hoe zeker wordt gesteld dat er in het kader van de grenscontroles Europabreed voldoende alertheid is op verboden inreis van de betreffende vreemdeling, is het antwoord van de minister dat die zekerheid er thans niet is, omdat de richtlijn geen expliciete bepaling kent die de kenbaarheid van het inreisverbod voor partners binnen de Europese ruimte regelt. De staten die het Schengenacquis toepassen, zijn bevoegd, maar niet verplicht om vreemdelingen tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd in het Schengen Informatie Systeem te signaleren ter fine van weigering. In de praktijk is de signalering in het SIS en het raadplegen van het SIS nog niet in alle lidstaten gegarandeerd. Dat is zeer onbevredigend. De Europese Commissie heeft een voorstel tot verplichte signalering aangekondigd. Wat is hierbij de stand van zaken?

Het is ons niet voor alle gevallen duidelijk wanneer een inreisverbod wel en wanneer het niet gepaard kan gaan met een gelijktijdige ongewenstverklaring. Voor EU-onderdanen kan het niet, maar hoe zit het nu met andere situaties, met derdelanders? Verblijf in Nederland in weerwil van een inreisverbod wordt als overtreding strafbaar gesteld, waarbij wordt aangesloten bij de bestaande strafbepaling van artikel 108, lid 1, Vreemdelingenwet 2000. Dit betekent een geldboete van de tweede categorie, maximaal € 3800 of maximaal zes maanden hechtenis. In beginsel zal een geldboete worden opgelegd, maar er kan een situatie ontstaan waarin het tot een gevangenisstraf kan komen. Mede tegen de achtergrond van het arrest van het Europese Hof van Justitie in de zaak-El Dridi, dat al een aantal keren door collega's is genoemd, is de vraag of het opleggen van gevangenisstraf niet in strijd is met de Terugkeerrichtlijn. Met andere woorden: in hoeverre is de Nederlandse sanctionering Europaproof? Kan de minister hierop ingaan?

De heer Voordewind (ChristenUnie):

In het begin hoorde ik CDA-woordvoerder Knops zeggen dat hij kon instemmen met het inreisverbod en het daarop stellen van een sanctie. Nu hoorde ik hem daarover echter een kritische vraag stellen. Dat kan ik beter plaatsen, want het vorige kabinet, waarin het CDA samen met de ChristenUnie en de Partij van de Arbeid zat, heeft een wetsvoorstel ingediend dat niet in dezelfde mate een automatische strafbepaling inhield. Is de CDA-fractie nog steeds dezelfde mening toegedaan? Toen legden wij niet meteen een straf op, maar volgden wij de richtlijn van Europa, volgens welke je een aantal treden op kon lopen en pas bij de laatste trede een strafbaarstelling kon volgen.

De heer Knops (CDA):

Het zal de heer Voordewind niet ontgaan zijn dat dit een ander kabinet is dan het kabinet waarvan de ChristenUnie deel uitmaakte. Dit kabinet heeft een aantal andere prioriteiten. Nee, ons standpunt is in dat opzicht niet gewijzigd. Ik heb inderdaad wel een aantal kritische vragen. Deze wet raakt ook aan Europese arresten. Zeker als het gaat om deze arresten, is het van belang hoe de jurisprudentie in elkaar zit. Er zijn niet mis te verstane uitspraken gedaan. Ik ga ervan uit dat de bedoeling van het nu voorliggende wetsvoorstel niet zo verstrekkend is, maar ik wil wel graag van de minister weten hoe het zit.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Het wetsvoorstel dat wij nu behandelen, stelt automatisch een sanctieregeling in werking op het moment dat iemand terugkeert naar Nederland. De CDA-fractie zegt daar nu voor te zijn, maar toen het vorige kabinet een andere regeling voorstelde, was het niet die mening toegedaan, en dus ook de CDA-fractie niet. Ik begrijp dat het CDA in een andere formatie zit, maar is de mening van de CDA-fractie dan ook veranderd? Dit staat namelijk niet in het regeerakkoord.

De heer Knops (CDA):

De mening van de CDA-fractie zal blijken na afloop van dit debat, ook ten aanzien van dit punt. Het is duidelijk dat die sanctiebepaling voor ons wel van groot belang is. De eerder gemaakte opmerking van de heer Voordewind ging over de vraag of het meteen in volle omvang moest zijn. Dat is natuurlijk ook mijn vraag. De € 3800 die de heer Dibi net noemde als "meteen afrekenen, kassa", is een maximum. Het arrest-El Dridi geeft in ieder geval aanleiding tot vragen zoals: hoe snel verdwijn je achter de tralies? Ik vind dit wel een wezenlijk onderdeel van de zwaarte van de sanctie die wordt voorgesteld.

De voorzitter:

Laatste maal, mijnheer Voordewind.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Dan hoor ik van de CDA-fractie een ander standpunt dan wat wordt gesteld in het nu voorliggende wetsvoorstel. In het wetsvoorstel is sprake van een automatische sanctie, een automatische boete, automatische strafbaarstelling. In het andere wetsvoorstel, waartegen het CDA en de ChristenUnie destijds nog ja zeiden, vond alleen een strafbaarstelling plaats bij ongewenstverklaringen.

De heer Knops (CDA):

Dit is een ander wetsvoorstel. Ik stel slechts vragen. Ik ben nog geen conclusies aan het trekken. De heer Voordewind is iets te snel. Op dit punt heb ik wel een aantal serieuze vragen. Ik heb eerder vragen gesteld over de praktische handhaving. We maken nu een wetsvoorstel voor een situatie die we niet eerder gehad hebben. Het is daarom terecht om dit casuïstisch bespreekbaar te maken. De heer Voordewind heeft zelf ook een casus neergelegd over leges. Vervolgens moeten wij een beeld krijgen bij hoe het dadelijk in de praktijk gaat.

De heer Dibi (GroenLinks):

Ik hoorde de heer Knops zeggen dat hij veel vragen heeft, maar nog geen definitief oordeel. Dat is toch niet serieus, denk ik. Of is er echt een optie dat het CDA tegen de voorliggende wetgeving gaat stemmen?

De heer Knops (CDA):

Nu maakt de heer Dibi het wel heel zwart-wit. De heer Dibi kan wel zeggen dat hij niet blij wordt van het finale eindoordeel van het CDA, maar het finale oordeel wordt altijd pas na het debat geveld. Ik heb eerder al aangegeven dat wij in de inbreng voor het verslag een aantal vragen gesteld hebben. Op hoofdlijnen hebben we echter aangegeven dat we kunnen instemmen met het voorstel. Als je een wetsvoorstel op deze wijze behandelt –het verhaal van El Dridi is bijvoorbeeld door meerdere collega's opgebracht – is het een terechte vraag aan de minister hoe dit gaat uitwerken. Je moet dus niet het beeld creëren dat de CDA-fractie tegen het wetsvoorstel gaat stemmen.

De heer Dibi (GroenLinks):

Ik stelde de vraag zo zwart-wit omdat ik wilde bekijken hoeveel ruimte er nog is om met het CDA te kijken naar de negatieve gevolgen van de implementatie. Het CDA maakt een duidelijke keuze: we gaan illegalen actief opsporen, we gaan daar ook geld aan uitgeven en onze agenten erop zetten. We willen in gemeenten in Nederland actief op zoek gaan naar deze illegalen en ze vastzetten, een boete geven en uitzetten. Dat is niet de keuze van GroenLinks, maar wel van de heer Knops. Een van de gevolgen kan zijn dat illegalen geen aanspraak meer durven maken op medisch noodzakelijke zorg of op onderwijs. Kunnen wij de minister samen vragen om met voorstellen te komen om dat gevolg op te vangen?

De heer Knops (CDA):

Ten aanzien van medische zorg en onderwijs heeft onze fractie eerder een motie ingediend, waaraan ook de heer Spekman al refereerde. Deze motie had betrekking op stages. Het EVRM is heel helder in de rechten die daaromtrent gelden. Wij willen daar ook niet aankomen. Laat dat duidelijk zijn. Ik heb vandaag een hele riedel aan amendementen zien binnenkomen. Het lijkt mij goed dat die onderdeel zijn van dit debat en dat wij de minister kunnen vragen om een reactie. Daarna kunnen we bekijken of er ruimte is. De heer Dibi hoort mij echter niet zeggen dat ik hier sta zonder enige ruimte. Hij hoeft zich niet ongerust te maken. Ik zal alle amendementen op hun merites beoordelen.

De heer Dibi (GroenLinks):

Ik wil onderzoeken hoe groot die ruimte is en wat die concreet betekent. Alleen maar zeggen dat er ruimte is en dat er vragen zijn, is iets te verblijvend. Het is goed om te horen dat de motie van collega Van Hijum blijft staan. De minister wordt dus gedwongen om deze uit te voeren. Dat doet hij op dit moment niet. Mijn vraag ging over asielzoekers die door deze wetgeving bang zullen zijn om naar hulpverleners te gaan, uit angst dat ze opgepakt zullen worden. Ik wil er op een of andere manier voor zorgen dat er toch een alternatief is voor mensen die ernstig ziek zijn, maar bang zijn. Ik vraag het CDA om met GroenLinks deze minister te vragen om met voorstellen te komen om die negatieve gevolgen op te vangen.

De heer Knops (CDA):

Ik begrijp wat de heer Dibi zegt over noodhulp en acute zorg. Het onderwerp waarover wij het vandaag hebben, is echter de problematiek van illegalen. Ik ben begonnen door te zeggen dat illegalen niet goed zijn voor Nederland en dat het ook voor illegalen zelf niet goed is dat zij illegaal zijn. Wij hebben het niet over iemand die zich hier meldt, maar over iemand die illegaal is en geen status heeft in juridische zin. Als je daar een heel palet aan voorzieningen omheen creëert, ontstaat het risico dat allerlei mechanismen in werking treden die je juist niet wilt. Dat is de grens die voor ons relevant is.

Omdat het een overtreding betreft, is medeplichtigheid niet strafbaar. Degene die een illegaal in Nederland verblijvende vreemdeling behulpzaam is, bijvoorbeeld door hem onderdak te verschaffen, kan derhalve niet wegens medeplichtigheid worden vervolgd, ook niet als het gaat om een vreemdeling tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd. De vraag is echter of men bij hulp aan een criminele illegaal tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd of bij hulp aan een ongewenst verklaarde vreemdeling ook niets te duchten heeft. In deze gevallen is overtreding van het verblijfsverbod door de vreemdeling gekwalificeerd als een misdrijf. Is hulpverlening aan zulke vreemdelingen dan wel strafbaar? Graag een reactie van de minister.

Met hulpverlening aan illegalen kom ik op het tweede wetsvoorstel dat vandaag wordt behandeld: de nationale visa en enkele andere onderwerpen.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Ik hoor duidelijk een vraag van de CDA-fractie, maar wat is haar standpunt? In dit geval zouden kerken, huisartsen en onderwijzers immers strafbaar zijn omdat het hier gaat om een misdaad.

De heer Knops (CDA):

Dat is precies mijn vraag.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Ik vraag het standpunt van de CDA-fractie. Ik begrijp dat er een vraag wordt gesteld, maar hier gaat het echt om een misdrijf: een ongewenstverklaring. Daarbij gaat het om mensen die strafbaar zijn en een misdaad hebben begaan in de ogen van het kabinet. Als die geholpen worden in Nederland, zijn zij strafbaar, dus komen zij in de gevangenis. Is de CDA-fractie het daarmee eens?

De heer Knops (CDA):

De heer Voordewind heeft mij al eerder een aantal uitspraken horen doen over dit onderwerp. Die uitspraken staan nog steeds. Daarom stel ik deze vraag nu ook, want dat is wel relevant.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Die uitspraken ken ik. Het gaat hier over ongewenstverklaringen en over mensen die een zogenaamde misdaad hebben begaan. Dat is een andere categorie dan die waar de heer Knops eerder een uitspraak over heeft gedaan. De vraag roept hij zelf op. Ik vraag naar zijn standpunt. Het is misschien ook aardig voor de mensen in het land om te weten of mensen van kerken in de gevangenis komen als ze straks deze mensen opvangen die terugreizen naar Nederland.

De heer Knops (CDA):

De heer Voordewind kan het nog een keer proberen, maar wij willen absoluut niet dat er om mensen die feitelijk een misdrijf hebben gepleegd, een omgeving wordt gecreëerd die alleen maar groeit, die de negatieve wegneemt en die mensen toch nog een soort situatie biedt waardoor ze wellicht blijven. Dat willen wij niet. Sterker, zij hebben een misdrijf begaan in dat geval. Anders dan in de situatie die ik eerder heb beschreven, lijkt het mij dan niet goed dat dit gestimuleerd wordt. Het is wat anders – daar ligt een spanningsveld – als een arts die mensen helpt die acute medische hulp nodig hebben, daarvoor vervolgd zou worden. Hoe de minister dat ziet, is voor ons een relevant punt.

De heer Dibi (GroenLinks):

Het is mij nog niet duidelijk wat het CDA precies wil. Wij hebben dit debat ook gevoerd bij de strafbaarstelling van illegaliteit en toen het ging over kerken die illegalen opvangen. Nu gaat het over de ongewenstverklaring. De heer Knops zegt: dat is een misdrijf. Ik heb het nu niet over de industrie die daaromheen ontstaat, maar als mensen in het uiterst noodzakelijke geval iets doen, worden ze dan opgepakt en strafbaar gesteld?

De heer Knops (CDA):

Wij zijn niet voor een jacht op of opsporing van mensen die hulp verlenen. Er is een verschil tussen een overtreding en een misdrijf. Ik wil wel duidelijk hebben wat dat in dit geval betekent. De heer Dibi kent een eerdere motie van ons, die is aangehouden, waarin wij hebben gezegd: als het uit barmhartigheid is, uit medische noodhulp of wat dan ook, dan zouden die mensen daarvoor niet vervolgd moeten kunnen worden. Dat geldt hier ook voor, maar dit is een heel dun koord waarop moet worden gebalanceerd. Als je de ruimte van barmhartigheid heel erg oprekt en als mensen die heel ruim gaan interpreteren, dan creëer je een gebied waarin mensen dit kunnen blijven doen en ingaan tegen het beleid dat wij hier met z'n allen afspreken.

De heer Dibi (GroenLinks):

Als ik uit barmhartigheid te snel naar huis rijd om bij mijn familie te zijn, dan verdien ik natuurlijk evenzeer een boete als iemand die dat doet omdat hij een glaasje te veel heeft gedronken of wat dan ook. Dat motief van barmhartigheid is mij dus veel te vaag. Het tekent ook de spagaat waar wij steeds in zitten. De vraag is heel helder: worden mensen die bijvoorbeeld acute medische zorg geven aan illegalen, opgepakt, strafbaar gesteld en moeten die voor de rechter komen wat het CDA betreft? Ik snap wel dat de heer Knops het bij de minister neerlegt en ik ben ook geïnteresseerd in zijn antwoord, maar ik neem aan dat de heer Knops ook eigen opvattingen heeft.

De heer Knops (CDA):

Zeker heb ik eigen opvattingen. Over de hele omgeving van illegalen hebben wij al eerder gezegd dat het onacceptabel is als daar ook maar enig bijbedoeling bij zit, zoals eigenbelang. Dan heb je het over uitbuiten, gebruikmaken van, commercieel uitnutten, wat dan ook.

Dat gaat rechtstreeks in tegen beleid dat we hier afspreken. Als het gaat om noodhulp, om helpen uit barmhartigheid, hebben wij grote moeite met de consequentie die zou kunnen voortvloeien uit het feit dat iemand een misdrijf heeft gepleegd en dat hulp daaraan strafbaar gesteld wordt. Volgens mij is dat een heel duidelijk antwoord.

De heer Dibi (GroenLinks):

Nee, het is erg onduidelijk. Stel dat Mauro, om maar een casus te noemen, opgevangen wordt door een gezin dat hem onderdak wil bieden omdat hij uitgezet moet worden. Maar laat ik geen namen noemen. Stel dat een individueel asielkind dat eigenlijk uitgezet moet worden, via via te horen krijgt: als je bij ons komt wonen, bieden we je uit barmhartigheid onderdak en zeggen we het tegen niemand. Zijn die mensen dan strafbaar of niet?

De heer Knops (CDA):

De heer Dibi heeft de gewoonte, en dat stoort me mateloos, om continu namen te noemen. Dat doet hij dag in, dag uit. Dat wil ik even gezegd hebben.

De heer Dibi (GroenLinks):

Wat een onzin!

De heer Knops (CDA):

Nee, dat is geen onzin, mijnheer Dibi. Dat doet u.

De heer Dibi (GroenLinks):

Dat doet de minister, dat doet de PVV, dat doet u …

De heer Knops (CDA):

Nee, nee, daar trappen we niet meer in.

De heer Dibi (GroenLinks):

Sorry, maar er is uitgebreid op tv gepraat door de minister over dit individuele geval. Het is dus de coalitie die vooral individuele gevallen de media induwt, niet de oppositie. Wij willen juist degelijk beleid.

De voorzitter:

Mijnheer Dibi, u had uw laatste gelegenheid al gehad.

De heer Knops (CDA):

Ik vervolg mijn betoog. In dit wetsvoorstel is het voornemen opgenomen om aan vreemdelingen die illegaal in Nederland verblijven en een verblijfsaanvraag indienen, dit illegale verblijf tegen te werpen en hun aanvraag niet in behandeling te nemen dan wel af te wijzen. Dit voornemen heeft eerder geleid tot maatschappelijke commotie. Naar aanleiding daarvan is in de nota van wijziging op het wetsvoorstel verduidelijkt wat de bedoeling is. De CDA-fractie is daar content mee. Het is niet de bedoeling om actueel illegaal verblijf tegen te werpen. Actueel wil zeggen: direct voorafgaand aan de voorliggende aanvraag. In de nota van wijziging zijn voorbeelden gegeven van gevallen waarin illegaal verblijf niet en waarin het wel wordt tegengeworpen. Naar onze mening is daarmee de kou uit de lucht gehaald.

Er is destijds ook onrust ontstaan over het bieden van onderdak aan illegalen, waaronder uitgeprocedeerde asielzoekers. Ik zeg dat tegen de heer Voordewind. De vrees bestond dat ook dit strafbaar zou worden. Op zichzelf is het bieden van onderdak aan een uitgeprocedeerde asielzoeker natuurlijk niet strafbaar, mits dit wordt gemeld aan de plaatselijke politie. Gebeurt dat niet, dan is men strafbaar. Bij de begrotingsbehandeling van Immigratie en Asiel vorig jaar december heeft onze fractie gesteld ervan uit te kunnen gaan dat het niet de bedoeling is dat kerkelijke instanties of particulieren die uit barmhartigheid en humaniteit mensen onderdak verschaffen en daar geen commerciële bijbedoelingen bij hebben, in de kraag zullen worden gevat. De minister heeft toen nadrukkelijk aangegeven dat dit volstrekt niet de bedoeling is. We hebben daarover een motie ingediend en die vervolgens aangehouden in afwachting van de wetgeving waarin een en ander zou worden geregeld. De minister heeft toen toegezegd dat hij het zou regelen en dat is ook gebeurd. Daarover zijn wij tevreden.

Ook voor dit wetsvoorstel geldt dat onze vragen en opmerkingen in de schriftelijke voorbereiding voor het overige afdoende zijn beantwoord. Daarom heb ik geen verdere vragen en opmerkingen.

Mevrouw Van Nieuwenhuizen-Wijbenga (VVD):

Voorzitter. De VVD is blij dat we deze twee wetsvoorstellen nu eindelijk kunnen behandelen. We hadden dat liever eerder gedaan. Ik bedoel op niet een eerder tijdstip van de dag, maar überhaupt eerder. De behandeling van de Terugkeerrichtlijn, die in feite gewoon de uitvoering is van een Europese verordening, had natuurlijk eigenlijk vorig jaar in december al moeten plaatsvinden. Inmiddels gaat de teller ook lopen en gaat het ons geld kosten als we het niet snel doen. Dat is echter niet de reden waarom ik blij ben dat we het nu kunnen behandelen. Ik ben gewoon blij omdat het een goed voorstel is. Het is een eerste stap in de aanpak van illegaliteit.

Waarom vinden wij die illegaliteit nu zo'n probleem? Er wordt door sommige woordvoerders wel iets over gezegd, maar het is echt een heel groot probleem. Het ondermijnt geweldig de samenleving en het ondermijnt ontzettend ons terugkeerbeleid. Het geeft een grote groep mensen valse hoop om hier toch te mogen blijven, misschien in de hoop op een volgend generaal pardon, waar wij overigens zeker niet voor zijn. Het is ook ontzettend oneerlijk voor al die mensen die wel netjes teruggegaan zijn. De mensen die hier blijven in de illegaliteit komen ook in heel gevaarlijke situaties terecht, want ze hebben geen reguliere middelen van bestaan. Ik noem het risico op het in aanraking komen met criminaliteit, op uitbuiting door malafide uitzendbureaus en op het in handen vallen van mensensmokkelaars of types die mensen tot prostitutie dwingen. Al die gevaren zijn levensgroot aanwezig. Dat sterkt ons erin dat we iets moeten doen aan illegaliteit.

Natuurlijk ben ik het met iedereen eens dat voorkomen beter is dan genezen. Je moet allereerst proberen te voorkomen dat mensen in de illegaliteit terechtkomen. Ook op het sluitstuk, het terugkeerbeleid, hamert de VVD-fractie zeer omdat zij dat van groot belang vindt.

Mevrouw Gesthuizen sprak over haar werkbezoek aan Ter Apel en had het over de caseload. Ik ben ook nog niet zo lang geleden op werkbezoek geweest. Ik ben bij de vrijheidsbeperkende locatie in Vught en bij de nieuwe gezinslocatie in Gilze geweest. Bij de vrijheidsbeperkende locatie vond ik de reactie van de medewerkers bemoedigend. Het loopt daar nog niet zo lang, maar je hoort toch dat de eerste resultaten goed zijn. Dat komt onder andere omdat alles gefocust is op terugkeer. Met opgeheven hoofd teruggaan, gaat beter als alles om je heen in dezelfde sfeer zit. Als de mensen om je heen teruggaan en je ziet dat mensen echt teruggaan en dat zij dit met opgeheven hoofd doen, is dat bemoedigend. Ik denk dat de vrijheidsbeperkende locaties een gouden greep zijn en dat we er misschien nog wel meer mee moeten doen.

Dan kom ik op de implementatie van deze Europese richtlijn. Zoals bij zo veel richtlijnen het geval is, bevat ook deze geen bepalingen voor de handhaving en de sanctionering ervan. Dat wordt aan de individuele lidstaten overgelaten. Wij gaan dat deels verder regelen in het wetsvoorstel omtrent strafbaarstelling van illegaliteit dat nu bij de Raad van State ligt voor advies. Ik hoop dat we dat nog dit jaar kunnen behandelen. Het feit dat de richtlijn op zich geen bepalingen bevat voor sanctionering en handhaving heeft natuurlijk het risico in zich dat bepaalde landen daar niets of weinig mee doen. In ieder geval zullen sommige landen het niet op de degelijke manier aanpakken die wij voorstaan. Ik zou graag van de minister willen horen of hij daarover spreekt met zijn collega's. Ik neem aan van wel, maar dan hoor ik ook graag zijn bevindingen. We zijn onlangs met een groot deel van de Kamercommissie op bezoek geweest in Griekenland. Ik moet eerlijk zeggen dat ik er ten aanzien van dit verhaal niet helemaal gerust op ben dat de Grieken dit op een goede manier ingevuld krijgen. De heer Knops had het net over de registratie in het Schengen Informatiesysteem. Daarmee staat of valt het succes. Wij kunnen het hier wel goed regelen, maar als andere landen er een potje van maken, is het alsnog dweilen met de kraan open. Graag hoor ik wat de bevindingen zijn van andere landen.

We zijn heel blij dat we het andere wetsvoorstel, dat gaat over het aanscherpen van visabeleid, nu eindelijk kunnen bespreken. Ik ben er inmiddels wel een beetje aan gewend geraakt dat de molens in de Kamer heel langzaam malen. Dit is eigenlijk terug te voeren op een motie van mevrouw Bijleveld-Schouten uit 1997 waarin werd opgeroepen tot een wettelijke regeling voor visaverlening. Het duurt toch wel heel erg lang. We mogen blij zijn dat we nu een stap in de goede richting zetten. Ik vind ook het nieuwe onderdeel ervan, namelijk dat het voortaan een afwijzingsgrond wordt voor een verblijfsvergunning als iemand nu of eerder illegaal in Nederland is geweest, een goede aanscherping.

De heer Fritsma gaf al aan dat het amendement dat wij gezamenlijk hebben ingediend vooral betrekking heeft op het feit dat wij vinden dat niet alleen vreemdelingen maar ook referenten geen beloning zouden moeten krijgen als zij illegaal zijn geweest of fraude hebben gepleegd. Daar zit namelijk misschien wel de categorie mensen tussen die misbruik maakt van vreemdelingen. Die zou je zeker niet de kans willen geven om dat nog eens te doen.

De heer Dibi (GroenLinks):

Dit debat gaat over belangrijke wetgeving. Ik complimenteer mevrouw Van Nieuwenhuizen ermee dat zij dit betoog uit haar hoofd heeft gedaan. Op bepaalde punten klonk het ook heel erg goed. Je zou bijna vergeten dat er ook heel nare dingen in deze wetgeving zitten.

Ik heb een vraag over de politie-inzet. Dit gaat iets vragen van onze agenten, die al druk bezet zijn en veel prioriteiten hebben. Zij krijgen ook nieuwe prioriteiten van dit kabinet. Zij vinden het soms moeilijk om te kiezen wat zij wel of niet moeten doen. Hoeveel gaat dit kosten en waar gaat dit ten koste van?

Mevrouw Van Nieuwenhuizen-Wijbenga (VVD):

De heer Dibi heeft wel goed opgelet in de zin dat ik recentelijk in een debat hierover vragen heb gesteld aan de minister, maar hij heeft niet helemaal goed opgelet, want de minister antwoordde daarop dat hij hierop terugkomt bij de verdere uitwerking van het wetsvoorstel in het kader van strafbaarstelling van illegaliteit. Ik vroeg daarbij specifiek wat we er in de praktijk van gaan merken dat het een prioriteit is geworden. De minister zal bij de uitwerking van dat wetsvoorstel terugkomen op de rol daarin van de vreemdelingenpolitie. Daar houd ik hem aan.

De heer Dibi (GroenLinks):

Dat is karakteristiek voor immigratiedebatten. Alles wordt vooruitgeschoven omdat er vaak nog niets voor elkaar gebokst wordt omdat het ook in Europa heel erg moeilijk wordt om die plannen uit het gedoogakkoord vorm te gaan geven. In de uitwerking zullen natuurlijk allerlei dingen duidelijk worden. Ik neem aan dat wij bij wetgeving van tevoren ook nadenken over wat dit vraagt van bijvoorbeeld degenen die dit moeten gaan handhaven en wat dit voor kosten tot gevolg heeft, waar de belastingbetaler in crisistijd voor opdraait. Hoeveel mag het kosten van de VVD? Het is nogal makkelijk om te zeggen: ik zie het wel als de minister ermee komt. Dit gaat namelijk gevolgen hebben voor de inzet van politie.

Mevrouw Van Nieuwenhuizen-Wijbenga (VVD):

We hebben de vreemdelingenpolitie niet voor niets. Daar zal het in eerste instantie vooral op gericht worden. Hoe dat precies ingevuld wordt, laat ik echt nog even aan de minister. Natuurlijk kan ik er geen prijskaartje aan hangen. Het is immers een taak die zij nu ook al uitvoert. Deze zal alleen op een andere manier ingevuld worden. We hebben ook al eerder besproken dat dit juist in het kader van de nieuw te vormen nationale politie bij uitstek een taak is die valt onder de nationale politie. Die moet op nationaal niveau aangestuurd worden. De heer Dibi weet meer van het dossier politie dan ik omdat hij woordvoerder is op dat terrein. Ik laat het aan minister Leers en minister Opstelten om dat en detail uit te werken. Daarna gaan we er uiteraard over in debat.

De heer Dibi (GroenLinks):

Akkoord.

De nationale politie wil alles landelijk aansturen met prioriteiten vanuit het kabinet. Gemeenten zeggen heel vaak dat zij veel grotere problemen hebben in hun wijken en willen de politie heel anders inzetten dan voor de opsporing van illegalen. Is het voor mevrouw Van Nieuwenhuizen denkbaar dat gemeenten een andere afweging maken dan wij hier afspreken? Zou bijvoorbeeld Amsterdam mogen zeggen dat men daar toch net iets meer problemen heeft met de georganiseerde zware criminaliteit en daarom het opsporen van illegalen op een heel laag pitje zet?

Mevrouw Van Nieuwenhuizen-Wijbenga (VVD):

De heer Dibi vraagt daarmee naar de bekende weg. De politie is straks niet voor niets een nationale politie. Zij kan dan op lokaal niveau niet totaal andere afwegingen maken. Dat zou anders een heel gekke move zijn.

De algemene beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:

Hiermee zijn we gekomen aan het eind van de eerste termijn van de Kamer. We zetten het debat morgenavond voort, te beginnen met het antwoord van de minister.

Ik dank de collega's en de minister.

Sluiting 23.50 uur.