Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-2012nr. 14, item 13

13 Begroting Koninkrijksrelaties

Aan de orde is de behandeling van:

  • - het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van Koninkrijksrelaties (IV) voor het jaar 2012 (33000-IV).

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:

Ik maak iedereen erop attent dat vanwege de wijziging die in de agenda is aangebracht dit debat moet worden onderbroken op het moment dat het algemeen overleg met de minister van Financiën is afgelopen én de avondpauze in de Eerste Kamer wordt ingezet. Op dat moment kan de Kamer spreken met de minister-president. Wij onderbreken dan dit debat voor het debat – laten wij het maar een VAO noemen – over de Europese schuldencrisis. Dat is mede de reden dat ik de woordvoerders heb gevraagd om het aantal interrupties te beperken. Dan kunnen wij zo ver mogelijk komen.

De heer Van Dam (PvdA):

Voorzitter. Vorig jaar sprak ik in het debat over de begroting voor Koninkrijksrelaties over een genante soap op Curaçao over de screening van ministers, over politici en hoge functionarissen die rollebollend over straat gingen. Ik kreeg het aan de stok met minister Donner, die zich niet verantwoordelijk wilde stellen voor de nieuwe Nederlandse eilanden Bonaire, Sint-Eustatius en Saba.

Vandaag had ik het graag ergens anders over gehad. Ik had graag geconstateerd dat het optimisme van voor 10 oktober 2010 was teruggekeerd. Ik had graag gesproken over de hoop van een sterke zelfstandige positie van de nieuwe landen en een rooskleurige toekomst voor onze nieuwe eilanden. Ik had graag de conclusie getrokken dat minister Donner zijn werk had gedaan en beide kwesties tot een goede oplossing had gebracht. Maar helaas mag het niet zo zijn. De situatie is in het afgelopen jaar ernstig verslechterd en de grote vraag voor mij in dit debat is wat deze minister het afgelopen jaar eigenlijk heeft gedaan om dat te voorkomen.

Ik begin met Curaçao. De hoop was dat de status van autonoom land kon zorgen voor een schone lei. De gebeurtenissen van het afgelopen jaar laten echter het tegenovergestelde zien. Het onderzoek van de commissie-Rosenmöller schetst een schokkend beeld van corruptie, vriendjespolitiek, patronage, machtsmisbruik en een cultuur van angst op het eiland. Vorige week kwam er weer iets nieuws boven tafel: een memo van de veiligheidsdienst van Curaçao waarin over vijf ministers werd geconcludeerd dat zij niet positief door de screening kwamen in verband met dubieuze zakelijke of persoonlijke contacten; gesjoemel, gerommel.

Curaçao verdient beter, veel beter. Een schone politiek, een politiek die werkt voor de bevolking, en niet slechts voor zichzelf. De vraag die mij bezighoudt, is waarom de minister toen hij deze feiten onder ogen kreeg – wanneer kreeg hij de informatie onder ogen die nu in de openbaarheid is gekomen? – niet direct de noodzaak zag om stappen te zetten. Waarom heeft de minister maanden afgewacht? Maanden waarin twijfelachtige politieke benoemingen en ontslagen volgden, net als een ordinaire ruzie met de directeur van de centrale bank. Een inzakkende economie was het gevolg van al het gedoe. Twijfelde de minister aan de feiten? Vond hij de feiten zoals deze door de veiligheidsdienst naar boven waren gebracht, eigenlijk niet ernstig genoeg? Mijn fractie heeft zich het afgelopen jaar enkele keren laten sussen door de minister. Echter, hoe meer van dit soort informatie boven tafel komt, des te meer is voor ons de vraag of dat eigenlijk wel terecht was. Heeft de minister wel de nodige urgentie gevoeld en getoond?

Het traject dat nu door de rijksministerraad is ingezet moet en zal onherroepelijk leiden tot grondig onderzoek en waar nodig maatregelen. Ja, dat is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van Curaçao. Maar de Staten van Curaçao hebben al laten weten die verantwoordelijkheid niet op te pikken. De rijksministerraad heeft nu minister-president Schotte de kans gegeven om dat te doen. Als hij niet zelf maatregelen neemt, is het zijn eigen keuze dat het Koninkrijk ingrijpt. Hij, en niemand anders, kiest dan voor ingrijpen. Dat ingrijpen door de rijksministerraad zal op dat moment onze volle steun hebben. De bevolking van Curaçao is ons namelijk lief. Zij mag weten dat de Nederlandse politiek haar niet in de steek zal laten als de Curaçaose politiek dat wel doet. Dat is ook hoe wij met elkaar getrouwd zijn in het Koninkrijk.

Mag ik de minister vragen wanneer de rijksministerraad eigenlijk antwoord wil van premier Schotte op de brief die de rijksministerraad gestuurd heeft? Ik wil de minister ook vragen of hij de bereidheid heeft om, zodra premier Schotte antwoordt, de Kamer te informeren over de inhoud van het antwoord en over de consequenties die het antwoord volgens het Nederlandse kabinet zou moeten hebben.

Ik heb nog één vraag over Curaçao. De regering van Curaçao heeft inmiddels ook laten weten niet mee te willen werken aan besprekingen over de rijkswet personenverkeer. Hoe gaat het dan verder? De bedoeling van het kabinet was immers om daarover in consensus overeenstemming te bereiken.

Naar ik begrepen heb was de minister vanmorgen niet aanwezig bij de algemene beschouwingen in de Eerste Kamer. De minister was daarbij niet aanwezig, omdat hij bij de Koningin op bezoek was. Ik neem maar even aan dat het gesprek niet over de Raad van State ging.

Ik mag althans hopen dat Nederland het goede voorbeeld geeft aan Curaçao en dat het kabinet middels een open en inhoudelijke procedure voor de beste kandidaat kiest, en niet een van de politieke vrienden uit het eigen midden zal benoemen. Dat zou immers de geloofwaardigheid van Nederland in de richting van Curaçao niet bepaald ten goede komen. Wellicht heeft minister Donner met de Koningin wel het aanstaande werkbezoek besproken. Hij zal er hier niet over vertellen, maar ik vraag hem wel naar zijn eigen opvatting daarover. Hoe kijkt de minister tegen dit werkbezoek aan zolang de integriteitskwestie zo nadrukkelijk boven de markt hangt?

Op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba vragen mensen zich af wat zij eigenlijk aan de aansluiting bij Nederland hebben gehad. Drie kleine eilanden zijn terechtgekomen in de grote, logge Nederlandse bureaucratie. Een indruk daarvan kun je krijgen als je kijkt naar de cijfers van het personeelsbestand van de Rijksdienst Caribisch Nederland. Waar de hele rijksdienst moet inkrimpen, is dat personeelsbestand vooral gegroeid, en wel naar meer dan 600 man, hetgeen relatief gezien, ten opzichte van de bevolking, ongeveer drie keer zoveel is als het aantal ambtenaren dat voor het vasteland van Nederland actief is.

De eilanden zijn terechtgekomen in die logge bureaucratie. Ik waarschuwde daarvoor vorig jaar in het begrotingsdebat, en ik was niet de enige. Ik herinner me dat ook mevrouw Van Gent daarover een aantal opmerkingen maakte, evenals een aantal anderen. Men zou in die logge bureaucratie terechtkomen, zo werd gezegd, doordat de minister zich niet verantwoordelijk voelde voor de integratie van de drie eilanden in Nederland. De gevolgen zijn als volgt. De Nederlanders op de drie eilandjes betalen zich nu blauw aan belasting op geïmporteerde producten. Ze betalen ineens forse bedragen om van het eiland af te kunnen per vliegtuigje. Ze krijgen te maken met immigratiebeleid dat voor het Europese deel van Nederland bedoeld was, maar niet voor eilanden waar mensen in – en uitvliegen. Mensen mogen niet meer naar Curaçao of naar Nederland als zij naar het ziekenhuis moeten, maar zij moeten naar het Franstalige Guadeloupe, of het Spaanstalige Colombia. Medische hulpmiddelen kosten ineens een maandsalaris aan eigen bijdragen. Het onderwijs worstelt met Nederlandse regeltjes en materialen. Het is droevig. Datgene waarvoor werd gewaarschuwd, is gebeurd. De drie eilanden zijn tussen het kastje en de muur terechtgekomen, en dat had niet gehoeven. Het was een bewuste keuze van minister Donner om de verantwoordelijkheid niet op zich te nemen, maar dat betekent niet dat hij niet verantwoordelijk is. Het is ernstig misgegaan. Ik vraag de minister naar een verklaring. Waarom heeft hij het zo aangepakt? Waarom heeft hij zich niet veel actiever opgesteld? Belangrijker nog: is de minister ook bereid om op korte termijn met een plan te komen om dit alles te herstellen?

Ik hoop dat de minister mij morgen goede antwoorden kan geven. Hij zit er nu één jaar. In dat ene jaar is de situatie op Curaçao ernstig uit de hand gelopen. In dat ene jaar zijn de bewoners van de BES-eilanden ernstig teleurgesteld. Ik ben benieuwd hoe de minister ons gaat vertellen wat hij eigenlijk heeft gedaan om dat in het afgelopen jaar te voorkomen.

De heer Bosman (VVD):

Voorzitter. Dit debat gaat vooral over de relaties in het Koninkrijk. De relatie met Curaçao is er een die ik wil omschrijven met een citaat van de minister naar aanleiding van vragen van de VVD-fractie: "Het valt niet te ontkennen dat de betrekkingen tussen het jonge land Curaçao en Nederland de laatste tijd beter kunnen." Dat is wel een eufemisme.

Op Curaçao worden opmerkingen van de kant van Nederland aangemerkt als "kolonialisme" en "bemoeienis met de aangelegenheden van Curaçao". Echter, Nederland geeft vooral geld, bijvoorbeeld voor de verschillende samenwerkingsprogramma's waarin Nederland vanaf 2008 ruim 200 mln. heeft gestoken, inclusief 40 mln. voor een programma ter verbetering van goed bestuur. Kan de minister toelichten waar die samenwerking om te komen tot deugdelijk bestuur uit bestaat? Of is dit, gezien het rapport-Rosenmöller, weggegooid geld geweest? Of is de samenwerking gebaseerd op het feit dat Curaçao veel geld ontvangt, ruim 1 mld., om zijn schulden te betalen, waarna Nederland op zijn beurt zijn mond moet houden?

Voor de VVD-fractie is dit niet acceptabel. Curaçao heeft zijn handtekening gezet onder het Statuut. Daarin zijn heldere afspraken gemaakt. Voor onze fractie geldt: afspraak is afspraak. Ik benadruk nogmaals dat de VVD-fractie absoluut geen ambitie heeft om Curaçao in te lijven, binnen te vallen of te kolonialiseren. Niets van dit alles. Sterker, wij gunnen de bevolking van Curaçao haar onafhankelijkheid. Als de regering van Curaçao vandaag het verzoek tot onafhankelijkheid indient, heb ik daarvoor gisteren getekend. Tot die tijd houden wij ons binnen het Koninkrijk aan de regels die wij met elkaar hebben afgesproken.

Het rapport-Rosenmöller was helder. De uitkomsten ook. Nu blijkt dat Curaçao niets wil doen met de conclusies. Nu komt stap twee in aanmerking. Gaat de gouverneur zijn eigen onderzoek starten? Heeft de minister al kennisgenomen van de acties op dat gebied? Is er al een shortlist met namen voor deze commissie van wijze mensen? Of zijn die niet te vinden? Niet omdat ze er niet zouden zijn, maar omdat zij de kans lopen om opgepakt of geïntimideerd te worden of in hun goede eer en naam te worden aangetast.

Vanwege het slechte economische klimaat en de slechte betrekkingen tussen de regering van Curaçao en de directeur van de centrale bank maak ik mij ernstige zorgen over mogelijk verdachte financiële transacties tussen Nederland en Curaçao. Heeft de minister inzage in deze geldtransacties? Het evaluatieteam van de Caribbean Financial Action Task Force heeft Curaçao onderzocht en doet in november aanbevelingen inzake de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. Wordt de Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van dit rapport?

De zorgen over Curaçao zijn groot. In de beantwoording van mijn vragen over de zogenaamde 80/20-wet op Curaçao gaf de minister aan dat "voorkeursbeleid niet altijd in strijd hoeft te zijn met het gelijkheidsbeginsel, conform het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens". Dat is een prima aanleiding om te vragen hoe het staat met de rijkswet op het personenverkeer. Volgens de minister is het doel daarvan om samen met andere landen een regeling voor het personenverkeer te formuleren die tegemoetkomt aan de belangen en de behoeften van alle landen. Gezien zijn antwoord op de vragen over de 80/20-wet hoeft dit niet zo lang te duren. Er is haast bij, vanwege het verslechterende economische klimaat op Curaçao. De VVD heeft geen behoefte aan instroom van kansarme jongeren zonder startkwalificatie, die ook nog eens geen Nederlands spreken. Om hen te weren is de rijkswet op het personenverkeer, op basis van wederkerigheid, hard nodig.

Ten aanzien van de rapportage over de voortgang van de plannen van aanpak op Curaçao kan ik niet anders dan mijn teleurstelling uitspreken. Die rapportage is er namelijk nog steeds niet. Ook hierin blinkt Curaçao uit door niet mee te werken.

Vorig jaar was de VVD-fractie zeer kritisch over de begroting van Sint-Maarten. De meerjarenbegroting was boterzacht. Ik mag hopen dat de begroting dit jaar op tijd is en bovendien toekomstbestendig. De begroting moet uiterlijk 15 december vastgesteld zijn. Ik mag aannemen dat dit jaar niet tot de laatste dag gewacht gaat worden. Het Cft heeft nog steeds geen vastgestelde jaarrekeningen over het jaar 2010 ontvangen van Curaçao en Sint-Maarten, terwijl deze uiterlijk op 31 augustus ingediend hadden moeten worden. Het college heeft daarover uiteraard direct contact met de landen en informeert hierover de rijksministerraad. Ik mag aannemen dat er meer gebeurt dan het informeren van de minister. Welke acties worden ondernomen om de jaarrekeningen wel boven water te krijgen? Wat zijn de problemen met het verkrijgen van deze informatie?

On the positive side. Aruba is "one happy island", zoals Aruba zichzelf noemt. Aruba is een voorbeeld voor de andere eilanden en blaakt van ambitie. Aruba heeft Nederland niet eens nodig om succesvol te zijn, maar op basis van gelijkheid kan samenwerking tot een succes worden gemaakt.

Afsluitend wil ik nog iets kwijt over de BES-eilanden. De zorgen op de eilanden hebben ons bereikt. Zij hebben onze aandacht. Ik wil de mensen op de eilanden vragen om positief-kritisch te blijven, mee te blijven denken in oplossingen en samen de schouders eronder te zetten. Dit zal de VVD ook zeker doen.

De heer Lucassen (PVV):

Ik hoor dat de VVD-fractie terecht vraagtekens heeft bij de besteding van het geld dat op Curaçao had moeten worden besteed aan goed bestuur. Wat vindt de VVD-fractie daar zelf van?

De heer Bosman (VVD):

Geld moet goed besteed worden. De vraag aan de minister is dus of het geld goed besteed is. Als het geld niet goed besteed is, hebben we daar zorgen over. Dan moeten we zeker gaan nadenken over de vraag of we moeten doorgaan met de programma's ten aanzien van goed bestuur.

De heer Lucassen (PVV):

Mijn vraag is wat de VVD-fractie ervan vindt, gezien de huidige situatie op Curaçao. Vindt de heer Bosman dat het geld dat wij aan Curaçao hebben besteed, tientallen miljoenen, jaar in, jaar uit, elke begroting weer, onder andere voor het waarborgen van goed bestuur, goed besteed is?

De heer Bosman (VVD):

De vraag is waar de heer Lucassen naar kijkt. Als hij alleen kijkt naar een aantal ministers, dan zou bezorgdheid zomaar op zijn plaats zijn. Aan de andere kant kunnen er best programma's geweest zijn die wel een stukje verbetering hebben laten zien. Ik weet dit niet en daarom vraag ik het aan de minister. Misschien is het kleine stukje verbetering een basis om op verder te gaan.

De heer Lucassen (PVV):

Ik hoorde laatst iemand zeggen – volgens mij was dit iemand van de VVD – dat er geen cent meer naar Curaçao mag. Is de heer Bosman het met ons eens dat, zeker gezien de huidige situatie, er eigenlijk helemaal geen cent meer moet naar Curaçao?

De heer Bosman (VVD):

Er is daarvoor nog iets anders gezegd. Het complete citaat is: als er niet meegewerkt wordt, dan geen cent meer naar Curaçao. Dat zou kunnen, maar ik sta er niet direct vol voor in dat de geldkraan onmiddellijk dicht moet, want ik vind het nog steeds een mogelijkheid om Curaçao daarin te sturen. Dan zeg je: er is nog steeds een mogelijkheid tot geld, maar dan moet je wel meewerken.

De heer Van Raak (SP):

Voorzitter. Het is crisis in het Koninkrijk. Een jaar geleden werden Sint-Maarten en Curaçao nieuwe landen in het Koninkrijk. 1,5 mld. aan schulden werd gesaneerd. Financieel toezicht werd georganiseerd en harde afspraken werden gemaakt om corruptie, machtsmisbruik en vriendjespolitiek te voorkomen. Een nieuw begin werd gemaakt voor de bestuurders om een betere toekomst mogelijk te maken voor de bevolking.

Een jaar later is de puinhoop groter dan ooit. Op Sint-Maarten en Curaçao lijkt de onderwereld bovengekomen, ook in de regering. Op Curaçao zijn waarschijnlijk vijf ministers aan de macht, onder wie de minister-president, die daar niet hadden mogen zitten, met dubieuze persoonlijke contacten, dubieuze politieke contacten en vooral dubieuze financiële contacten. Binnen de Curaçaose politiek heerst een cultuur van angst en intimidatie, vooral sinds het aantreden van dit kabinet van Curaçao. Mensen die openlijk kritiek uiten, worden openlijk bedreigd. Mensen die meewerken aan onderzoeken, bijvoorbeeld vanuit Nederland, dreigen te worden vervolgd. Vooraanstaande politici van de regeringscoalitie dreigen Nederlanders op de eilanden in doodzakken naar Europa terug te sturen. De minister wist het, maar heeft niets gedaan. Op 27 oktober 2010 kreeg de gouverneur een memo van de veiligheidsdienst met zeer belastende informatie over de ministers Schotte, El Hakim, Rosalia, Constancia en Cooper. Ik neem aan dat de gouverneur ook de minister hierover heeft geïnformeerd. Waarom heeft de minister niets met deze informatie gedaan?

Het onderzoek door de veiligheidsdienst is door minister-president Schotte gefrustreerd. Het hoofd van de veiligheidsdienst is naar huis gestuurd. Ook andere controlerende instanties, zoals de centrale bank, kregen te maken met intimidatie. Zelfs de rijksministerraad, voorgezeten door premier Rutte, kreeg te maken met intimidatie toen vanuit Curaçao werd gelekt over de discussie in de rijksministerraad van 4 oktober 2011. Lekken uit de ministerraad is een overtreding die onderzocht en vervolgd moet worden, maar premier Rutte en minister Donner laten zich intimideren en weigeren een onderzoek te doen. Dat mag dit parlement nooit laten gebeuren. Wij kunnen ons niet laten intimideren. Daarom vraag ik de minister alsnog een onderzoek te starten naar het lekken uit de rijksministerraad. Dat hoort deze minister te doen.

Nederland en Curaçao houden elkaar in een houdgreep. Bestuurders op Curaçao vullen hun zakken, intimideren de bevolking en laten het eiland vallen. Daarna moet Nederland de portemonnee trekken om de rekening van het falende bestuur te betalen, waarna die bestuurders weer gewoon op dezelfde weg voortgaan. Een jaar geleden hebben we geprobeerd een nieuw begin te maken, maar dat is mislukt. De laatste kans is nu geweest. De minister deed een beroep op de Staten van Curaçao om de eigen regering te controleren, maar zij gooiden het verzoek van de minister in de vuilnisbak. Fractievoorzitters van deze Kamer deden een indringend beroep op hun collega's in Curaçao, maar zij werden ronduit uitgelachen. Nederland is nog steeds verantwoordelijk voor goed bestuur op de eilanden. Daarom moeten we ingrijpen. Ministers die daar niet hadden mogen zitten, moeten verdwijnen. Politici die anderen bedreigen, moeten worden vervolgd. Wij moeten nu ingrijpen. Dat zijn helaas de staatkundige verhoudingen. Hoe gaat de minister dat doen?

En hoe gaan wij dat in de toekomst voorkomen? Hoe gaan wij dat in de toekomst anders doen? Misschien is deze crisis ook een moment om afspraken te maken over werkbare verhoudingen binnen het Koninkrijk. Deze crisis laat in ieder geval zien dat Nederland niet de verantwoordelijkheid kan dragen voor een land duizenden kilometers verderop. Bestuurders op Curaçao willen geen bemoeienis met Nederland. Laten wij die handschoen dan opnemen. Laten wij zeggen: prima! Laten wij een einde maken aan dit Koninkrijk door te stoppen met dit Statuut en verdergaan als gelijkwaardige landen of partners in bijvoorbeeld een gemenebest in een ander Koninkrijk waarin ieder land zijn eigen weg kan gaan. De VVD heeft eerder al voorstellen gedaan over gemenebestcontructies. Ik ben heel benieuwd naar de opvattingen hierover van andere partijen in de Kamer. Ik hoop dat de minister bereid is het initiatief hiertoe te nemen.

De voorzitter:

U hebt nog één minuut.

De heer Van Raak (SP):

Vanochtend was de minister voor overleg bij de Koningin. Binnenkort bezoekt de Koningin de eilanden. Dat is heel goed. Zij is daar heel populair, maar ik zet vraagtekens bij het nu afleggen van een bezoek aan Curaçao. De rijksministerraad staat op het punt om in te grijpen in het bestuur van het eiland. De verhoudingen zijn slechter dan ooit, met bedreigingen en intimidatie. Deelt de minister mijn opvatting dat wij dit bezoek beter kunnen uitstellen tot de problemen met deze regering in Curaçao zijn opgelost?

De heer Van Bochove (CDA):

Voorzitter. Een jaar na het tot stand komen van de nieuwe structuur van het Koninkrijk kijken velen hier met gemengde gevoelens op terug. De verwachtingen waren hooggespannen, zowel op de eilanden als hier in Nederland. Er is sprake van een waarneembare teleurstelling. Veel energie is gaan zitten in de opbouw van het land en in het vinden van de eigen weg. Daarnaast moest een nieuwe manier van samenwerken worden gevonden tussen de landen onderling, bijvoorbeeld ten aanzien van de centrale bank. Ook moest er een nieuwe manier van samenwerken worden gevonden met Nederland ten aanzien van meerdere zaken, zoals vastgelegd in verschillende rijkswetten.

Bovendien is voortvloeiend uit de schuldsanering het College financieel toezicht actief op Curaçao en Sint-Maarten. Eind september verscheen het WODC-rapport De staat van het bestuur van Aruba. Uit dit rapport blijkt dat de kleinschaligheid, de daarmee gepaard gaande smalle capaciteitsbasis en een hoge contactdichtheid factoren blijven die risico's inhouden voor de deugdelijkheid van bestuur. De huidige Arubaanse regering heeft een aantal initiatieven ontplooid die tot verbetering van de situatie moeten leiden. Kan de minister aangeven welke afspraken tot samenwerking naar aanleiding van het verschijnen van het rapport zijn gemaakt tussen Aruba en Nederland? Is de minister bereid om op basis van de afspraken met een nulmeting te komen, zodat we de voortgang van het verbeteringsproces kunnen volgen? De bevindingen van het rapport beperken zich niet tot het land Aruba alleen. Kan de minister aangeven wat het kabinet met de uitkomsten van het onderzoek naar de deugdelijkheid van bestuur en rechtspraak gaat doen in relatie tot Curaçao en Sint-Maarten? Gaat hij een vergelijkbaar onderzoek uitvoeren? De genoemde valkuilen doen zich ook daar voor. Zijn er mogelijk ook leerpunten uit dit rapport voor de situatie op de BES-eilanden?

Begin oktober verscheen het rapport van de commissie-Rosenmöller, Doe het zelf. De fractievoorzitters hebben vorige week, voor zover aanwezig, een beroep gedaan op de Staten om zelf het initiatief te nemen tot het oplossen van de gesignaleerde problemen. Wij deden dit ook al eerder. Gaan de Staten hier nu iets mee doen? Wat zal het effect zijn van de brief van de rijksministerraad? Wij hebben in het parlement en in commissieverband duidelijke taal gesproken over stap één, stap twee en stap drie. Wanneer gaan we stap twee in het proces zetten? Of moet de brief van de rijksministerraad als een andere lijn in het proces worden gezien?

De fractievoorzitters bezochten vorige week de BES-eilanden. De bevolking heeft het ongenoegen over een aantal punten volstrekt duidelijk gemaakt. We hebben daar in de Kamer en in commissieverband vaker over gesproken. Actie van het hele kabinet, van alle ministers op alle relevante dossiers, is noodzakelijk. Ik begrijp overigens dat er namens de fractievoorzitters mogelijk in tweede termijn een motie wordt ingediend.

In Nederland is de vraag over de ruimte die andere landen gegeven wordt en moet worden nadrukkelijk aan de orde. Hierbij geldt natuurlijk in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van het land en zijn instituties. Toch dringt mij bij herhaling de vraag op of ik mij als Nederlandse parlementariër actief moet bemoeien met de in mijn ogen bestaande misstanden in andere landen van het Koninkrijk. Of moet ik alles overlaten aan de gekozen vertegenwoordigers daar?

De heer Van Dam (PvdA):

De heer Van Bochove zegt dat alle ministers verantwoordelijk zijn voor de situatie op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba. Als iedereen verantwoordelijk is, is niemand verantwoordelijk. Wat vindt het CDA van de manier waarop de echt verantwoordelijke minister, namelijk minister Donner, zijn verantwoordelijkheid het afgelopen jaar heeft ingevuld? Ik ben het namelijk eens met de constatering dat het volledig is misgelopen.

De heer Van Bochove (CDA):

Ik ben het niet eens met de constatering dat minister Donner als enige echt verantwoordelijk is voor de aanpak van de problematiek op de BES-eilanden. De BES-eilanden horen bij Nederland. Net zoals wij voor de Nederlandse eilanden niet één bewindspersoon specifiek aansprakelijk stellen voor wat daar gebeurt, moeten de verschillende ministers hun verantwoordelijkheid nemen voor de BES-eilanden. Ik stel vast dat dit in het afgelopen jaar onvoldoende is gebeurd. Tegelijkertijd stel ik vast dat dit op de momenten waarop wij hierover met de minister hebben gesproken aanleiding is geweest voor het optreden van individuele bewindslieden. Mag ik de heer Van Dam wijzen op wat de staatssecretaris van Financiën heeft gedaan? Ook de minister heeft medewerkers van andere departementen meegenomen naar de eilanden om problemen aan te pakken. Waar het kan, heeft de minister dus stappen gezet. In mijn beleving zijn de individuele vakministers echter verantwoordelijk voor hun onderdelen op de BES-eilanden.

De heer Van Dam (PvdA):

We zeggen tegen drie eilandjes met totaal andere omstandigheden dan hier in Nederland die bij elkaar nog niet eens de grootte hebben van een randgemeente van een Nederlandse stad dat ze het maar uit moeten zoeken en dat ze bij al die ministeries langs moeten gaan. Is dat nou niet juist de kern van het probleem?

Is het ook niet buitengewoon gemakkelijk van het CDA om de eigen verantwoordelijke minister uit de wind te houden door te zeggen dat het de schuld is van al die andere bewindslieden, maar niet van de minister die hier zit?

De heer Van Bochove (CDA):

Ik heb het niet over schuld gehad. Ik heb het over verantwoordelijkheid gehad. De heer Van Dam maakt een karikatuur van de werkelijkheid, want ik heb er in meerdere debatten voor gepleit dat de minister op een aantal terreinen zijn collega's aanspreekt op de rollen die zij spelen. De heer Van Dam weet echter net zo goed als ik dat de minister van BZK niet over de besteding van de middelen van volksgezondheid gaat. Zo kan ik een hele ris opnoemen. De heer Van Dam maakt dus een karikatuur van het openbaar bestuur zoals wij dat in Nederland gewend zijn, door te zeggen dat één minister verantwoordelijk is voor alles. Wij moeten natuurlijk via de Rijksvertegenwoordiger zorgen voor een betere interactie tussen de eilanden en Nederland. Ik snap ook dat het helemaal niet meevalt om vanuit die eilanden met iedere individuele bewindspersoon contact te zoeken. Daarom hebben we ook in de loop van het jaar geprobeerd om met de minister van BZK tot tussenoplossingen te komen. Daar zijn ook afspraken over gemaakt.

De heer Van Dam (PvdA):

De heer Van Bochove zegt dat ik een karikatuur maak van het openbaar bestuur in Nederland. Het punt is nu juist dat deze drie eilanden zoveel anders zijn dan Nederland en er nieuw in komen en geïntegreerd moeten worden in de structuur van Nederland, en wij tegen hen zeggen: u moet het maar doen met het openbaar bestuur zoals Nederland het heeft georganiseerd. Dat is toch achteraf gezien de grootste blunder geweest die kon worden gemaakt? Dat is toch de kern van het probleem geweest? Dat hebben we het hele jaar door tegen deze minister gezegd en hij heeft het niet een keer opgepakt. Dat is toch het probleem?

De heer Van Bochove (CDA):

Dat is een misverstand. Dat hebben we ook niet gedaan. Het is ook niet waar wat de heer Van Dam zegt. De minister heeft het verschillende keren en op verschillende momenten opgepakt. Ik heb zojuist al twee voorbeelden daarvan genoemd. De heer Van Dam kan dus wel zeggen dat het geen een keer was, maar ik zou net zo goed kunnen zeggen dat het vijf keer was. Hij heeft het namelijk meerdere keren wel opgepakt. Daarover verschillen wij dus nadrukkelijk van mening.

De discussie in de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties over het gebruik van artikel 43 van het Statuut en de waarborgfunctie geeft een zeker ongemak weer. Tijdens het parlementair overleg in juni tussen de delegaties van de volksvertegenwoordigers van de vier landen van het Koninkrijk is gesproken over emancipatie van de bevolking en daarmee over die van de vertegenwoordigers van de vier landen in het Koninkrijk. Binnen dat kader past ook een discussie tussen vertegenwoordigers over elkaars rol. Waarom zou je, als in Curaçao geen discussie in de Staten plaatsvindt over de gevolgen voor de volksgezondheid van het door de regering niet passend optreden tegen de vervuiling van de Isla raffinaderij, de collega's in de Staten daarop niet in alle openheid en directheid mogen aanspreken? Dat punt zou in het komende overleg eens nadrukkelijk aan de orde moeten komen, want dat is echte emancipatie. Ik zeg dit ook over de hoofden van de leden heen tegen mevrouw Eisden.

In december zal de eerste koninkrijksconferentie worden gehouden. Het lijkt me dat er met een jaar ervaring voldoende te delen is. De CDA-fractie wil graag vooraf met de verantwoordelijke ministers spreken over de te behandelen onderwerpen en de Nederlandse inzet daarvoor. Daarbij kan meer inhoud worden gegeven aan de wens van zowel de Kamer als het kabinet om de verhoudingen binnen het Koninkrijk te verbeteren. Graag krijg ik op dit punt een toezegging. Zo nodig vraag ik een uitspraak van de Kamer hierover.

Wat is in dit verband de stand van zaken rond de aanpak van de situatie in de gevangenissen op de verschillende landen? Op dat punt wordt het Koninkrijk aangesproken. Zijn wij nog steeds actief? Is de koninkrijksregering hier alert op?

Dan kom ik op het functioneren van de gouverneurs en de omvang van hun staf. Kan de minister aangeven of de omvang van hun staven voldoende toegesneden is op activiteiten die zij moeten ondernemen?

Dan kom ik op de samenwerking tussen de landen Curaçao, Aruba, Sint-Maarten en Nederland als Caraïbisch land. Tijdens het proces van staatkundige veranderingen is de relatie tussen de vier landen in de regio een punt van aandacht geweest. Het belang van de mensen op de zes eilanden, die vaak door familiebanden verbonden zijn, vraagt om een intensieve samenwerking. Heeft die samenwerking inmiddels voldoende inhoud op dit terrein? Kan de minister schetsen hoe een en ander nu loopt?

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

De heer Van Bochove en ik zijn in het verleden enorm samen opgetrokken wat betreft duurzaamheid op de eilanden. Ik begreep van de fractievoorzitters en uit andere berichten dat de energievoorziening op Bonaire nog steeds wordt in- en uitgeschakeld. De vreemdste verhalen doen daarover de ronde. Zou het niet goed zijn als er op de BES-eilanden meer geïnvesteerd werd in duurzame energievoorzieningen en we eens bekijken hoe we dat kunnen realiseren? Dat is namelijk groen en rechtvaardig.

De heer Van Bochove (CDA):

Dat lijkt mij een logische vraag. Wij investeren en moeten ook investeren in de BES-eilanden, ook in duurzaamheid, net als in Nederland. Er liggen ook in Nederland uitdagingen. Ik deel met mevrouw Van Gent dat er op de BES-eilanden een aantal bijzondere uitdagingen ligt gezien de specifieke situatie aldaar. Ik denk dat wij daarover in debatten met de verschillende bewindslieden – ik denk aan die van EL&I en van I en M – boeiende discussies kunnen voeren.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

Die discussies zijn boeiend, maar voor de mensen op de eilanden valt er nauwelijks doorheen te komen. Dat is ook indringend aan de fractievoorzitters duidelijk gemaakt; daar zal ik straks nog op terugkomen. Ik zal een concretere vraag stellen, want ik voel me toch een beetje het bos ingestuurd. Het waait op de eilanden behoorlijk. Dat is trouwens wel lekker fris bij die temperaturen. Ook schijnt de zon nogal veel. Zou het niet volstrekt logisch zijn om juist in die energiebronnen meer te investeren waardoor de hoge energielasten waarmee de eilandbewoners nu geconfronteerd worden, naar beneden kunnen?

De heer Van Bochove (CDA):

Als ik zeg dat ik in discussie wil gaan met de verantwoordelijke bewindslieden, dan zeg ik dat niet om weer eens een middag te vullen, maar om tot concrete maatregelen te komen. Dat bedoel ik. Ik begrijp het punt van mevrouw Van Gent wel, maar we moeten dat ordentelijk doen. We gaan niet vandaag even in deze Kamer beslissen dat we er 80 windmolens bij plaatsen. Daar hebben we een bepaalde lijn voor. Ik zeg toe dat ik graag bereid ben om een discussie te voeren die leidt tot concrete actie.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

Dan voer ik een laatste concreet punt op. Is de heer Van Bochove het met mij eens dat de waterzuiveringsinstallatie op Bonaire zo snel mogelijk moet gaan werken?

De heer Van Bochove (CDA):

Mevrouw Van Gent raakt nu langzamerhand de draad van haar eigen verhaal kwijt. Dit onderdeel hebben we al heel vaak besproken. Ik heb ook al heel vaak gezegd dat ik het volstrekt met mevrouw Van Gent eens ben.

Mevrouw Hachchi (D66):

Voorzitter. De wereldtitel van het Nederlandse honkbalteam laat zien dat samenwerking binnen het Koninkrijk tot ongekende resultaten kan leiden. Samenwerking is echter niet vanzelfsprekend. De fractievoorzitters hebben onlangs gezien hoe moeizaam dit soms gaat. Voor de BES-eilanden hebben wij een directe verantwoordelijkheid. Ik zeg tegen de minister: pak die handschoen op; maak duidelijk wie het aanspreekpunt is, stuur de vakministers aan en neem de problemen van de eilanden serieus. De Rijksvertegenwoordiger speelt hierbij een belangrijke rol. Ik vraag de minister of de Rijksvertegenwoordiger voldoende aanwezig en benaderbaar is voor de mensen op de eilanden.

Over Curaçao is al het nodige gezegd. Er zijn veel vragen gesteld. Ook mijn fractie hoort graag van deze minister wat de laatste stand van zaken is.

Aruba en Sint-Maarten staan er positiever voor. Aruba werkt aan de verbetering van bestuur en rechtshandhaving. Over Sint-Maarten is de Raad voor de rechtshandhaving matig positief. Het College voor financieel toezicht heeft ingestemd met de begroting. Het is van belang, deze ontwikkelingen door te zetten.

De voorliggende begroting kent twee belangrijke elementen: de waarborgfunctie en het bevorderen van de autonomie van de eilanden. Maar waar is de aandacht voor het bevorderen van de gemeenschappelijkheid en samenwerking? Ik zal daar wel iets over zeggen, net zoals over goed bestuur en de kansen voor het Koninkrijk als geheel.

Eerst de begroting. Het is onduidelijk wat de middelen, instrumenten en doelen zijn. Hoe meet de minister de resultaten? De budgetten voor de BES-eilanden in de andere begrotingen zijn versnipperd en ongelijksoortig. In de ene begroting gaat het over de BES-eilanden en in de andere over Caraïbisch Nederland. In de derde begroting worden ze niet eens genoemd. Waarom is niet voor een uniforme aanpak gekozen? Hoe is de minister bij dit proces betrokken? Waarom is niet gekozen voor een overzichtsconstructie? Kan de Kamer die alsnog krijgen?

De D66-fractie hamert er iedere keer weer op: het Koninkrijk zijn we samen. In de begroting zie ik geen expliciete aandacht voor de bevordering van de gemeenschappelijkheid en samenwerking. Toch ligt hier een kans voor Nederland. De minister van Buitenlandse Zaken heeft wel een visie op het Koninkrijk. Daarin zitten aanknopingspunten voor samenwerking, bijvoorbeeld op het terrein van handel. Hoe is deze minister betrokken bij de notitie van zijn collega? Sluit hij in de herziene visie, die we voor het eind van het jaar krijgen, aan bij deze notitie?

De toekomst van de eilanden kan alleen gegarandeerd worden door sterke instituties, goed bestuur en effectieve checks-and-balances. Nederland heeft geïnvesteerd in programma's om het bestuur te verbeteren. Vanaf 2012 komt er een einde aan deze samenwerking. Het is dan aan de eilanden zelf om middelen beschikbaar te stellen. Ik vraag de minister of de eilanden dat kunnen en willen. Eerder spraken we over de mogelijkheden voor een Caraïbische rekenkamer, een Caraïbisch planbureau, het versterken van de ombudsman op de eilanden en investeren in het maatschappelijk middenveld. De minister heeft daar nog niet op gereageerd. Graag alsnog een reactie. Ik herhaal: zonder deskundige, betrokken en ambitieuze mensen zijn instituties niet effectief. Het vergroten van de menselijke capaciteit is noodzakelijk. Kan en wil Nederland daar een rol in spelen?

Tot slot. Binnen het Koninkrijk spreken we vaak over procedures, over processen en over staatkundige verhoudingen, maar het gaat uiteindelijk om mensen. Te vaak hollen we van conflict naar conflict in plaats van dat wij ons bezighouden met de vraag hoe we gezamenlijk het Koninkrijk vormgeven. Betrokkenheid bij het Koninkrijk houdt voor de D66-fractie dan ook in: het uitdragen dat het Koninkrijk waardevol is voor alle partners, nadenken over gemeenschappelijke belangen en doelen en samen een agenda opstellen om deze doelen te realiseren.

De heer Lucassen (PVV):

Mevrouw Hachchi spreekt veel over "samen": samen werken, samen spelen, samen honkballen. Ik vind het allemaal prachtig. Een tijdje geleden had de minister van Justitie op Curaçao een probleem: hij had te veel gevangenen, moordenaars en verkrachters. Hij zei toen tegen Nederland: of jullie nemen hen nu over en betalen ons heel veel geld, of ik zet hen met een enkeltje op het vliegtuig naar Nederland. Is dat de samenwerking waarover mevrouw Hachchi spreekt?

Mevrouw Hachchi (D66):

Volgens mij is dit een retorische vraag. Dat is niet de samenwerking die ik bedoel.

De heer Lucassen (PVV):

Wat vindt mevrouw Hachchi daar dan van?

Mevrouw Hachchi (D66):

Ik denk dat het heel erg belangrijk is dat binnen het Koninkrijk de agenda wordt bepaald. Welke doelen delen wij? Waarin kunnen wij elkaar helpen en versterken? Dat kan ook bij problemen, bijvoorbeeld voor het verbeteren van gevangenissen, rechtspleging en rechtshandhaving. Daar hebben alle landen uiteindelijk baat bij. Het gaat ook om kansen voor economische ontwikkeling, zowel voor de eilanden als voor Nederland. Niet voor niets heb ik verwezen naar de notitie van de collega van deze minister, de minister van Buitenlandse Zaken, die hier wel een beeld bij heeft. Samenwerken kan breder.

De heer Lucassen (PVV):

De bijdragen hebben wij gezien: Nederland stuurt miljarden die kant op terwijl er eigenlijk niets gebeurt op het gebied van deugdelijk bestuur en rechtshandhaving.

Mevrouw Hachchi (D66):

Dat zijn uw woorden.

De heer Lucassen (PVV):

Dat zijn inderdaad mijn woorden. Dat is ook logisch, want degene die voor die miljarden heeft gezorgd, was de heer Pechtold, die nu uw fractievoorzitter is. Dat klopt allemaal wel aardig.

Ik heb een andere vraag, over gemeenschappelijke zaken binnen het Koninkrijk. De eilanden zijn binnen het Statuut de enige die uit het Koninkrijk kunnen stappen, de enige die zelf hun toekomst kunnen bepalen. Vindt u dat Nederland dat recht ook moet hebben?

Mevrouw Hachchi (D66):

De heer Lucassen spreekt heel makkelijk over miljarden die naar de eilanden gaan en zegt dat Nederland alleen maar geeft. Dat is natuurlijk onzin. Op de eilanden is steun nodig voor bijvoorbeeld instituties. De heer Lucassen heeft de mond vol van goed bestuur, maar dat komt er niet vanzelf. Goed bestuur werkt als er instituties zijn die het bestuur controleren: checks-and-balances. Deze groeien niet zomaar uit de grond; daar moet je in investeren. Daarvoor is niet alleen capaciteit, maar ook geld nodig.

De heer Lucassen maakte nog een opmerking over de verdeling in het Statuut. Ik denk dat hij de geschiedenis erop kan naslaan om te zien hoe het Statuut uiteindelijk tot stand is gekomen. Ik denk dat ik hiermee zijn vraag voldoende beantwoord heb.

De heer Lucassen (PVV):

Voorzitter. Wij geven miljarden aan landen om andermans schulden op te lossen, landen waar corruptie en machtsmisbruik eerder regel dan uitzondering zijn, waar machthebbers zichzelf verrijken, waar de pers wordt bedreigd en de rechtspraak onder druk wordt gezet. Ik spreek dan niet over Afghanistan, Irak of Libië, ik spreek dan zelfs niet over Griekenland, nee, ik spreek over ons eigen Koninkrijk. Al jaren waarschuwt de PVV dat het bestuur in onze eigen Caraïbische achtertuin door en door verrot is. Keer op keer, rapport na rapport, krijgt de PVV gelijk.

Dit keer krijgen wij zelfs gelijk van Paul Rosenmöller. De conclusies in zijn rapport over het bestuur op Curaçao liegen er niet om. Op het eiland is sprake van een zwijgcultuur en een cultuur van angst. Curaçao blijkt inmiddels het Sicilië van het Caraïbisch gebied. Als ik zeg dat met de integriteit van ministers op Curaçao nogal wat mis is, dan is dat nogal zacht uitgedrukt. Wij hebben het over omkoping van gedeputeerden, ongebruikelijke transacties voor grote geldbedragen, banden met de maffia, relaties met terreurgroepen uit het Midden-Oosten, een minister die de pers bedreigt, een andere minister die vooral zijn eigen zakelijke belangen behartigt en een minister-president die op tv een straatgevecht voert tegen de president van de centrale bank.

Wat klopt er volgens de minister van het verhaal dat de Curaçaose minister Abdul Nasser El Hakim direct of zijdelings verbonden is met terreurgroep Hezbollah? Is de minister net als wij van mening dat iemand die banden onderhoudt met zo'n terreurgroep niet in het Koninkrijk thuishoort en al helemaal niet als minister? Gaat de minister dit onderzoeken? Komt er een onderzoek naar de vermeende banden met de maffia, de omkopingszaken en de ongebruikelijke transacties?

Volgens het Statuut is de koninkrijksregering verantwoordelijk voor het waarborgen van deugdelijk bestuur en rechtszekerheid op de eilanden. Deze minister is verantwoordelijk voor die zogenaamde waarborgfunctie. Iedere keer wordt gezegd dat het inzetten van de waarborgfunctie een laatste redmiddel is, maar dat is natuurlijk kletskoek. Jaar in jaar uit geeft Nederland honderden miljoenen uit aan de waarborgfunctie; de komende paar jaar zelfs weer een kwart miljard. De meeste partijen willen alleen niet weten wat er met dat geld gebeurt. Het geld verdwijnt echter in een bodemloze put. Miljarden aan schuldsanering, de waarborgfunctie, justitie, detentie; het verdwijnt gewoon.

Met controle of ingrijpen moeten wij zogenaamd uiterst terughoudend zijn, maar belastinggeld wordt zonder enige aarzeling overgemaakt aan de regimes op de eilanden. Die regimes trekken zich helemaal niets aan van deugdelijkheid van bestuur en rechtszekerheid voor hun burgers.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

Als er dingen gebeuren die niet deugen, dan ben ik van mening dat die aangepakt moeten worden en dat daarvoor gerechtelijke procedures gestart moeten worden et cetera. Heeft de heer Lucassen bewijzen voor de geuite beschuldigingen? Die vraag betreft ook Hezbollah, want het kan ook de politieke tak van Hezbollah zijn. Begrijp me goed, ik praat niks goed. Wij hebben eerder notities gelezen en ik heb zelf ook al vragen gesteld over vermeende vormen van corruptie op de eilanden. Daar moeten wij niet stiekem over doen, maar ik vind wel dat wij mensen niet schuldig moeten verklaren terwijl er nog helemaal geen procedure heeft plaatsgevonden. Misschien heeft de heer Lucassen meer informatie dan ik, maar dan wil ik die informatie graag van hem krijgen. Zijn er al uitspraken over gedaan door rechters of anderen?

De heer Lucassen (PVV):

Ik neem aan dat mevrouw Van Gent het memo heeft gelezen dat door de veiligheidsdienst is aangeleverd. Daarin wordt gesproken over banden tussen de Curaçaose minister en Hezbollah. Mevrouw Van Gent geeft aan dat het allemaal wel goed is als het om de politieke tak van Hezbollah gaat, maar ik wil van de minister weten of hij die mening misschien deelt; of hij zegt: ik vind het prima als de Curaçaose minister alleen maar contact onderhoudt met de politieke tak van Hezbollah. Ik wil van de minister weten of hij het gaat onderzoeken en of het zo is.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

Ik praat helemaal niks goed, het gaat mij alleen om het volgende. Als er sprake is van strafbare feiten, ben ik er sterk voorstander van die aangepakt worden en dat de geijkte procedures daarop worden losgelaten. Is de heer Lucassen van mening dat dit onvoldoende gebeurt? Ik wil niet naïef zijn, maar is er bewijslast voor de voorbeelden die hij noemt, zijn er mensen veroordeeld et cetera? Als dat namelijk niet het geval is, vind ik het lastig om erover te discussiëren. Wij hebben eerder een document van een collega van de heer Lucassen, de heer Brinkman, gekregen. Dat was een notitie over allerlei corruptiegevallen en schandalen op de eilanden. Toen het vervolgens werd uitgezocht, bleek dat in de meeste gevallen gewoon strafrechtelijke procedures waren gestart. Dat is ook heel goed, maar dan moeten wij niet suggereren dat er nooit iets gebeurt als er dingen aan de hand zijn die niet door de beugel kunnen. Mijn concrete vraag aan de heer Lucassen luidt daarom als volgt. Heeft hij bewijzen en, zo ja, wil hij die met ons delen?

De heer Lucassen (PVV):

Mevrouw Van Gent begint terecht over het onderzoek naar corruptie dat de PVV al eerder, in 2008, heeft uitgevoerd. Daarmee zijn een hoop zaken aan het licht gekomen. In dat onderzoek werd zelfs de huidige premier van Curaçao, de heer Schotte, al genoemd. Wat dat betreft waren wij onze tijd al ver vooruit. Inmiddels leeft gelukkig ook bij andere fracties in het parlement de opvatting dat er iets moet gebeuren voor deugdelijk bestuur en de aanpak van corruptie. Ik hoop dat mevrouw Van Gent het rapport van de commissie-Rosenmöller goed tot zich heeft genomen, goed door heeft gelezen. Ik hoop dat zij ook in het rapport heeft gelezen dat er een cultuur van angst, een zwijgcultuur, bestaat.

In het rapport staat dat er veel te veel invloed van de politiek is op bijvoorbeeld het OM. De PVV wil een breed, grondig, intensief, onafhankelijk onderzoek naar dergelijke gevallen van vermeende corruptie. Dat moet er komen. Wij dienen daar motie op motie voor in, al sinds 2008, maar niemand steunt ze, ook de partij van mevrouw Van Gent niet. Zij wil de bewijzen helemaal niet zien, mochten ze er zijn.

De voorzitter:

Dit is de vierde keer, mevrouw Van Gent.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

Ik krijg geen antwoord op mijn vraag. Het bleek dat in de meeste gevallen die in het rapport van de heer Brinkman werden geconstateerd, al actie was ondernomen. Verder heb ik de heer Lucassen gevraagd of hij over bewijs beschikt dat hij met ons wil delen. Het is toch niet zo moeilijk om die vraag te beantwoorden?

De heer Lucassen (PVV):

Zoals ik al heb aangegeven, pleiten wij juist voor een onderzoek naar die feiten. Wij willen dat de onderste steen boven komt. Zelfs de heer Rosenmöller, voormalig fractievoorzitter van GroenLinks, mijnheer multiculti himself, zegt dat de onderste steen boven moet komen en dat er iets moet gebeuren op de eilanden.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

De heer Lucassen (PVV):

Voorzitter. Ook voor de regering lijkt nu gelukkig eindelijk de grens bereikt. Het ingrijpen op Curaçao is eigenlijk al begonnen met het onderzoek door een onafhankelijke commissie, de commissie-Rosenmöller, die heeft vastgesteld dat de onderste steen boven moet komen. Nu moet de minister nog doorpakken. Hoe gaat hij dat doen? Wat gaat er gebeuren en wanneer gaat het gebeuren? Dat is zeker relevant nu blijkt dat Curaçao absoluut niet bereid is om zich iets van het rapport aan te trekken. Het wordt als wc-papier gebruikt. Nederland moet zich er niet mee bemoeien, zeggen de regering en zelfs het parlement van Curaçao. De gevolmachtigd minister van Curaçao zei het in de krant nog duidelijker: Nederland moet oppassen met het witte, wijzende vingertje. Duidelijk, maar Curaçao is niet vies van de witte eurootjes, en waarschijnlijk soms ook niet van de zwarte. Als Curaçao Nederland zo zat is, moet het land gewoon zo snel mogelijk het Koninkrijk uit. In het Papiaments vallen grote en holle woorden over autonomie en onafhankelijkheid, maar in de achterkamertjes wordt gewoon weer in het Nederlands gesmeekt om meer Nederlands belastinggeld. Wanneer houden ze op Curaçao nu eens op met bedelen en maken ze hun grote woorden waar? Nederland mag natuurlijk niet doorgaan met het overmaken van geld naar Curaçao, zeker niet in de huidige situatie. Daarom vraag ik de minister om de geldkraan onmiddellijk dicht te draaien. Natuurlijk overweeg ik op dit punt ook een motie.

De maffiamethodes, de bedreigingen door het kabinet-Schotte, zijn niet alleen voor intern gebruik. Dezelfde tactiek werd gebruikt om Nederland op te zadelen met gevangen die men niet meer in de gevangenis op Curaçao wilde opsluiten; ik zei het net al in mijn interruptiedebat met mevrouw Hachchi. Die gevangenis is trouwens grotendeels betaald met Nederlands belastinggeld. De minister van Justitie van Curaçao dreigde de moordenaars en verkrachters met een enkeltje op het vliegtuig naar Nederland te zetten. Dat is geen loos dreigement, want dat hebben ze jarenlang gedaan: hun uitschot met een geldbedrag op het vliegtuig naar Nederland en succes ermee. Nederland ging door de knieën. De gevangenen werden overgenomen en zelfs, bijna als vernedering van Nederland, werd nog een onkostenvergoeding geëist. Die werd ook betaald, honderdduizenden euro's.

Maar hoe zit het dan met de schade die in Nederland wordt aangericht door Antilliaanse bendes? Hoe zit het met het Antilliaanse geboefte waar de Nederlandse gevangenen al tjokvol mee zitten? De PVV is blij dat er na jaren inzet nu eindelijk een wet voor personenverkeer komt, waarbij Antilliaanse criminelen Nederland niet meer binnenkomen en waarbij ze eindelijk Nederland uitgezet gaan worden. We wachten met smart op het voorstel van de regering, zodat we eindelijk de Nederlandse kunnen verlossen van de terreur van Antilliaanse rovers en drugscriminelen.

De heer Van Dam (PvdA):

Voordat ik mijn vraag stel, moet me eerst iets van het hart. De heer Lucassen kan wel klagen dat zijn partij al jaren wijst op corruptie op Curaçao, maar misschien is het probleem ook wel dat zijn partij al jaren doet wat de heer Lucassen nu ook doet. Hij vermengt de terechte zorgen over de regering van Curaçao steeds weer met zijn anti-Antilliaanse agenda, tegen de Antillen, tegen Curaçao en tegen de bevolking van -Curaçao. Dat is precies waarom een groot deel van de Kamer daar de afgelopen jaren niet zo veel mee te maken heeft willen hebben. Het gaat de PVV helemaal niet om de terechte zorg over de corruptie op Curaçao; die zorgen gaan de bevolking van Curaçao aan.

Zolang de PVV zich echt blijft opstellen als een vijand van de Antillianen, wil inderdaad bijna niemand daarbij horen en dat is dan terecht. Ik herinner in dat verband nog maar even aan de uitspraken in het vorige debat van Hero Brinkman, die zei dat de Antillianen niet te vertrouwen waren en die meer van dat soort schandelijke opmerkingen maakte. Laat ik een vraag stellen. De heer Lucassen zegt heel stoer dat de minister de geldkraan moet dichtdraaien. De Kamer heeft budgetrecht. Als de heer Lucassen dat wil, moet hij een amendement indienen. Waar is zijn amendement?

De heer Lucassen (PVV):

Een paar dingen. Ten eerste begint de heer Van Dam over mijn collega Hero Brinkman, die er niet is en zich niet kan verdedigen, maar voor wie ik het nu graag opneem. Ik heb het vorige debat namelijk ook even teruggekeken. De heer Brinkman heeft in dat debat de heer Van Dam heel duidelijk uitgelegd dat hij daarmee het bestuur bedoelde en niet de bevolking van Curaçao. Het is dus heel zwak dat de heer Van Dam dat nu op deze manier naar voren brengt. Hij stond er namelijk zelf bij en heeft het als afgedaan beschouwd.

Ten tweede neem ik aan dat de heer Van Dam mij niet heeft horen zeggen dat ik Antilliaanse en Curaçaose studenten of dameskappers het land wil uitzetten. Ik heb het over criminelen. De lijn van de PVV is om criminelen het land uit te zetten en terug te sturen naar waar zij horen. Het heeft dus helemaal niets te maken met de Curaçaose of de Antilliaanse bevolking. Wij waren immers de eerste partij die het opnam voor de Antilliaanse bevolking. Terwijl wij het hadden over de corruptie en over het deugdelijk bestuur, stond de heer Van Dam aan de zijlijn. Toen wij vroegen om een onderzoek naar corruptie, ging de partij van de heer Van Dam daar niet in mee; hij wilde dat allemaal niet weten.

Over de betalingen die moeten worden stopgezet, hebben we al heel veel moties ingediend die niet zijn gesteund door de PvdA. Dat maakt echter niet uit, want er komt nog een motie om daarmee te stoppen.

De heer Van Dam (PvdA):

Ik wil nog iets zeggen over het eerste punt; de opmerking van de heer Brinkman, die ik mij heel goed herinner, zal ik laten liggen.

De heer Lucassen (PVV):

Het is terecht dat u dat laat liggen.

De heer Van Dam (PvdA):

Ik herinner mij die opmerking heel goed.

De heer Lucassen (PVV):

Ik herinner mij die ook heel goed.

De voorzitter:

Heren, via de voorzitter.

De heer Van Dam (PvdA):

Voorzitter. Ik zal er nog eentje bij leggen als de heer Lucassen zo graag een voorbeeld wil van de manier waarop hij en zijn partij mensen op hun afkomst beoordelen en niet op hun gedrag. De partij van de heer Lucassen heeft in de Kamer, ook in dat debat en bij monde van de heer Brinkman, voorgesteld dat mensen die in Nederland geboren worden met een Nederlands paspoort, een extra straf moeten kunnen krijgen als ze over de schreef gaan, als een van de ouders toevallig op Curaçao of op Aruba is geboren. Daarmee worden mensen op hun afkomst beoordeeld, en dat is wat de PVV steeds doet. Zolang de PVV dat doet, wil ik er niet bij horen.

Ik kom terug op het geld. De heer Lucassen kan stoere woorden spreken over een motie. Als hij het meent, moet hij nu een amendement indienen om de begroting te wijzigen. Die mogelijkheid heeft hij als Kamerlid; hij heeft het budgetrecht. Doe het dan. Waarom is dat amendement er niet?

De heer Lucassen (PVV):

Ten aanzien van wat eerder is gezegd over het uitzetten van criminelen, moge het duidelijk zijn dat mensen met een dubbel paspoort of criminelen uit een ander land teruggaan naar het land waar ze vandaan komen. Punt. Duidelijker dan dit kan ik het niet zeggen.

De heer Van Dam (PvdA):

Voor de feitelijkheid voeg ik er het volgende aan toe. Het gaat om Nederlanders die in Nederland geboren worden en waarvan de PVV heeft voorgesteld dat ze als extra straf naar Curaçao gestuurd kunnen worden omdat hun vader of moeder op Curaçao geboren is. Dat is pure discriminatie van mensen op basis van hun afkomst. Dat heeft niets te maken met mensen met een dubbel paspoort, niks te maken met mensen uit een ander land. Het gaat om Nederlanders die in Nederland zijn geboren. De PVV zegt over hen: als de afkomst van hun vader of hun moeder ons niet aanstaat, willen wij ze een extra straf geven, namelijk een verbanning naar een eiland waar ze niet geboren zijn en waar ze niet gewoond hebben. Dat is pure discriminatie, niets meer en niets minder.

De heer Lucassen (PVV):

Ik kan niet anders zeggen dan dat het totale onzin is; totale onzin. De PVV heeft gezegd dat Antilliaanse criminelen die hiernaartoe zijn gekomen en die hier de wet overtreden, terug naar het land moeten waar ze vandaan komen. Of dat nou Aruba, Curaçao of Sint-Maarten is. Meer kan ik er niet over zeggen. Dat is het.

Mevrouw Hachchi (D66):

Wat de uitspraken van de heer Brinkman in het vorige debat betreft, moet ik collega Van Dam toch bijvallen. Mijn letterlijke vraag aan de heer Brinkman naar aanleiding van de corruptie en de fraude was of hij geloofde dat mensen kunnen veranderen. Zijn letterlijke antwoord was: ja, maar Antillianen niet. Daar doelde de heer Van Dam op; daar ging het toen om.

Ik sluit mij dan ook helemaal aan bij de constatering van de heer Van Dam. Mijn vraag gaat over het feit …

De heer Lucassen (PVV):

Voorzitter.

De voorzitter:

Wacht u eerst even de vraag af.

Mevrouw Hachchi (D66):

De heer Lucassen zegt in zijn verweer dat het hem om de bevolking gaat en om goed bestuur. Ik zou graag van hem horen hoe de PVV dit ziet, om goed bestuur op de eilanden te krijgen.

De heer Lucassen (PVV):

Ten eerste kom ik nogmaals terug op wat de heer Brinkman heeft gezegd en mevrouw Hachchi was daar ook bij. De heer Brinkman – die zich hier niet kan verdedigen, maar dat doe ik met alle plezier – heeft in dat debat aan mevrouw Hachchi en de heer Van Dam uitgelegd wat de strekking van zijn woorden was. Zij stonden daar allebei bij en zij hebben dat geaccepteerd, want het ging over de bestuurders op de Antillen. Zo heeft hij het bedoeld en zo heeft hij het uitgelegd.

De voorzitter:

Graag via de voorzitter.

De heer Lucassen (PVV):

Voorzitter. Neem mij niet kwalijk. Dan – ik parafraseer even wat mevrouw Hachchi vroeg – de vraag wat de PVV wil bereiken voor de bevolking van de Antillen en wat wij willen bijdragen aan deugdelijk bestuur daar. Laten wij beginnen met een stappenplan om de corruptie aan te pakken. Ik neem aan dat mevrouw Hachchi het met mij eens is. Ik kan mij niet voorstellen dat zij niet met mij eens is dat er iets moet worden gedaan aan de corruptie op de eilanden. Toch worden iedere keer als de PVV daartoe voorstellen doet of daarover moties indient, die voorstellen of moties niet gesteund door D66. Dus als er een partij is die niet bezig is met het belang van de bevolking op Curaçao of op de Antillen, dan is het wel de partij van mevrouw Hachchi.

Mevrouw Hachchi (D66):

Dat is heel gemakkelijk, want het gaat natuurlijk om de voorstellen die de PVV doet. Er zijn meerdere voorstellen voor echt goed bestuur en om de corruptie fundamenteel goed aan te pakken. Misschien kan de heer Lucassen het voorstel van de PVV toelichten, want dat is volgens mij niet voor iedereen duidelijk.

De heer Lucassen (PVV):

Voorzitter.

De voorzitter:

Dat was de laatste keer.

De heer Lucassen (PVV):

Laten wij bij de basis beginnen en laten wij eerst eens zorgen dat wij de corruptie aanpakken, want de corruptie staat een deugdelijk bestuur in de weg. Ik denk, ik hoop, dat wij het daarover eens zijn. Dit is misschien het enige kleine puntje waarin mevrouw Hachchi en ik elkaar kunnen vinden: corruptie is een bedreiging voor deugdelijk bestuur op de eilanden. Als wij die corruptie aanpakken, moet daar een grondig onafhankelijk onderzoek naar worden gedaan. Wij stellen dat voor, maar andere partijen steunen het niet. Wij doen ons best, andere partijen willen de waarheid niet weten. Meer kan ik er niet over zeggen.

De voorzitter:

Vervolgt u uw eigen betoog?

De heer Lucassen (PVV):

Voorzitter. Op Curaçao wordt het anti-Nederlandse sentiment flink opgestookt en zelfs het standbeeld van Peter Stuyvesant moest eraan geloven. Zij vonden hem niet inspirerend genoeg voor de plaatselijke jeugd. Eigenlijk zou op Curaçao een gigantisch groot standbeeld moeten komen ter ere van de Nederlandse belastingbetaler als eeuwige dank voor het betalen van al die schulden. Waarschijnlijk zal dat er niet komen, maar misschien kunnen wij het anders oplossen. Om het standbeeld van Stuyvesant en andere grote Nederlanders te redden van de vuilnisbelt, stel ik voor het te ruilen tegen het standbeeld Santa Claus dat nu op het Rotterdamse Eendrachtsplein staat. De Kerstman als symbool voor de relatie van Nederland met Curaçao.

De haat tegen de makamba's gaat helaas veel verder dan straatnamen en standbeelden. Op internet wordt zelfs opgeroepen tot een echte oorlog tegen de verraders, oorlog tegen de Nederlanders. Kan de minister de veiligheid van Nederlanders op Curaçao garanderen, van Nederlandse toeristen, maar ook van Nederlanders die daar werken, gestationeerd zijn of stage lopen? Of lopen zij de kans doelwit te worden van nieuwe rassenrellen zoals in 2008? Is het niet verstandig om Curaçao voorlopig niet als vakantiebestemming te kiezen, en dat geldt ook voor Hare Majesteit de Koningin?

De minister heeft al eerder gezegd dat het Statuut voor het Koninkrijk een gevangenis is, alleen is Nederland niet de bewaker – zoals de minister zegt – maar de gevangene. Wij zitten gevangen in de cel die wij zelf hebben gebouwd en volgens het huidige Statuut kunnen alleen de eilanden beslissen om uit het Statuut te stappen en om de banden met Nederland te verbreken. Dat moet veranderen. Die weeffout, een populair woord de laatste tijd, in het Statuut moet worden hersteld. Ook Nederland moet het recht krijgen om te bepalen met welke landen het de banden wil aanhouden of verbreken. Ik vraag de regering dan ook, te komen met een voorstel om dit te regelen. Het is hoog tijd om uit die gevangenis te breken. Nederland moet het recht hebben om zijn eigen toekomst te bepalen, net als de eilanden. Wat de PVV betreft is dat natuurlijk een zonnige toekomst zonder die corrupte eilanden.

De heer Van Dam (PvdA):

Na dit stevige betoog van de PVV aan het adres van de minister brandt mij een vraag op de lippen. Heeft de minister het afgelopen jaar adequaat gehandeld in de ogen van de PVV?

De heer Lucassen (PVV):

Een paar jaar geleden heeft de PVV een motie ingediend met het verzoek om een grondig onderzoek naar de deugdelijkheid van het bestuur en de mate van corruptie op Curaçao onder andere. Het heeft even geduurd, twee jaar, maar deze minister heeft die motie uitgevoerd. Wat ons betreft, heeft hij adequaat gehandeld. Nu is het alleen zaak om door te pakken.

De heer Van Dam (PvdA):

Dus de conclusie is: de PVV is tevreden over hoe het het afgelopen jaar is gegaan.

De heer Lucassen (PVV):

De conclusie is dat deze minister de eerste stap heeft gezet om in te grijpen op Curaçao, wat wij allemaal willen, de PVV al iets langer dan de PvdA. Wat dat betreft, is de minister op de goede weg. Wij willen alleen weten hoe de minister die goede weg gaat voortzetten.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

Voorzitter. De staatkundige verhoudingen binnen het Koninkrijk zijn sinds 10–10-'10 wezenlijk veranderd. Dat weten wij natuurlijk allemaal. Je zou kunnen zeggen dat de huwelijkse voorwaarden herschreven zijn. Alleen in een goed huwelijk kun je elkaar de waarheid vertellen. Nederland, Curaçao, Aruba, Sint-Maarten en Caribisch Nederland hebben ook een goed huwelijk in mijn ogen; daar ben ik van overtuigd. Laten wij reëel zijn: was sich liebt, das neckt sich.

De problemen zijn groot, de mondiale economische crisis gaat ook de Antillen niet voorbij. Door de dalende koopkracht vragen burgers zich af wat zij er allemaal mee opgeschoten zijn. De nieuwe verhoudingen roepen onvoorziene problemen op, die pragmatisch moeten worden opgelost. Het spreekwoordelijke staatkundige gebouw is zich aan het zetten. Dat vraagt om flexibiliteit, een gezonde dosis pragmatisme en bovenal de wil om er samen uit te komen. Het vraagt ook om een wederzijdse erkenning van en respect voor elkaars positie. De Antilliaanse schuldenlast is – laten wij dat niet vergeten – door Nederland gesaneerd. Wij moeten voorkomen dat die schulden weer zo hoog kunnen oplopen en dat vergt begrotingsdiscipline. Dat vergt integer transparant openbaar bestuur waarin de burger zichzelf herkent. Alles wat daar niet op lijkt, moet door de rijksregering worden weggesneden. In een tijd waarin een gevoel van lotsverbondenheid en onderlinge solidariteit voorop moet staan, gaan politici, bestuurders en burgers rollend over straat. Op Curaçao spelen integriteitskwesties in het openbaar bestuur, op Bonaire en Saba dreigt letterlijk het licht uit te gaan. Op Sint-Maarten vormt criminaliteit nog steeds een belangrijke bedreiging. Het testosteron vliegt heen-en-weer over zee. Ik zou toch meer de lijn willen kiezen: het hoofd koel houden en het hart warm, maar zonder naïef te zijn.

Nederland heeft een bijzondere verantwoordelijkheid gekregen voor Bonaire, Sint-Eustatius en Saba. De vraag is of wij het in ons gestelde vertrouwen niet beschamen. De onderstand is nog steeds maar een fractie van de Nederlandse sociale zekerheid. De gemeentelijke budgetten zijn te laag begroot, waardoor tekorten dreigen. Alles moet worden ingevlogen, vaak via Sint-Maarten, waar op alles een belachelijk hoge belasting wordt geheven. De gezondheidszorg voor Caribisch Nederland lijkt te zijn verslechterd. Ultiem voorbeeld hoe het niet moet is natuurlijk de levering van een traumahelikopter zonder enige medische voorziening. Nou ja, een brancard kon er nog net af. De vraag is natuurlijk wel hoe het kabinet dit gaat oplossen.

Bureaucratie, arrogantie en taalproblemen; dat is in een zin voor veel BES-burgers wat de band met Nederland heeft opgeleverd. BES-burgers voelen zich tweederangsburgers. Daaraan moet direct hartstochtelijk en met volle inzet gewerkt worden, te beginnen met het versterken van de koopkracht, het investeren in duurzame en gegarandeerde energievoorzieningen en het stimuleren van een nieuwe bestuursstijl. Wat zijn de ambities van dit kabinet om 100% duurzame energie op te wekken? De uitgangspositie is immers ideaal: altijd zon en veel wind.

De levensstandaard van Caribisch Nederland is niet te vergelijken met de onze door lage uitkeringen, hoge kosten van levensonderhoud en soms onnavolgbare belastingpolitiek. Socialezekerheidsvoorzieningen moeten vergelijkbaar zijn. Een eigen distributiecentrum voor de BES maakt een einde aan de absurde in- en uitvoerheffingen van Sint-Maarten. De afschaffing van de vastgoedbelasting is eigenlijk alleen maar goed voor de BES-bevolking die toch al niets te klagen heeft.

Het BES-bestuur moet ook het bestuur van de BES-burger worden. De Rijksvertegenwoordiger is er dus voor de BES-burger. De vraag is wel aan de minister wat die Rijksvertegenwoordiger eigenlijk doet. Is hij niet degene die juist de voet tussen de deur moet houden en voor de BES-burgers ook richting Nederland moet opkomen? Ik merk daar te weinig van. Daarom zou het goed zijn dat zijn of haar aanstelling zo transparant mogelijk wordt geregeld.

Er moet een einde komen aan de externe consultantscultuur. Ik hoorde van mijn fractievoorzitter welke idiote bedragen er uitbetaald worden voor minimale rapportjes. De kosten drukken onverantwoordelijk zwaar op de kleine BES-begrotingen.

Na een jaar komen wij tot de conclusie dat de gefragmenteerde kabinetsaanpak de slagkracht aantast. Een minister moet de verantwoordelijkheid dragen voor de koninkrijksrelaties en Caribisch Nederland. Graag krijg ik een reactie op deze punten.

Het wordt tijd dat wij eensgezind doortastendheid tonen aan deze en aan de andere kant van de oceaan. De keuze voor de nieuwe staatkundige verhoudingen is een goede geweest, want die kwam in belangrijke mate tegemoet aan de wensen van de bevolking. Problemen vragen om een oplossing. De hartstocht die sommigen nu voelen om te ruziën, moet nu gevoed worden om oplossingen te vinden. Bevlogenheid en betrokkenheid, daar gaat het nu om. Laten wij daarom een voorbeeld nemen aan het Nederlands-Curaçaose honkbalteam, dat het wereldkampioenschap heeft gewonnen. Wij willen het nog steeds samen doen.

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Voorzitter. 10–10-'10 is gepaard gegaan met ingrijpende wijzigingen in ons Koninkrijk. Er is nog een lange weg te gaan. Behalve de inhoudelijke inzet dient er ook geïnvesteerd te worden in de onderlinge verhoudingen. Wij vormen immers samen het Koninkrijk. De ChristenUnie-fractie staat voor deze investering. Cruciaal voor ons is de vraag of de autonome landen goed op weg zijn. Vanzelfsprekend dragen zij hiervoor de primaire verantwoordelijkheid. Zij staan nog voor een aantal uitdagingen. Wat is de stand van zaken met betrekking tot de realisatie van de verbeterplannen over de korpspolitie en de gevangenis? Wat is de stand van zaken met betrekking tot het samenwerkingsprogramma Institutionele Versterking en Bestuurskracht?

Afgelopen zomer werd ik wederom geconfronteerd met ernstige misstanden van incest, kindermisbruik en kindermishandeling. Ook Nederland heeft te kampen met deze misstanden. De bescherming van fundamentele kinderrechten moet binnen het Koninkrijk gewaarborgd zijn. Is de minister bereid om in samenspraak met de andere autonome landen in het Koninkrijk dit onderwerp op de agenda te zetten van de rijksministerraad? Op welke manier kunnen de autonome landen van elkaar leren en hierin gezamenlijk optrekken?

De minister schrijft in de begroting dat het SEI nog geëvalueerd moet worden. Is de minister, indien er sprake blijft van een onderbesteding van SEI-gelden, bereid om de overgebleven financiën of een deel ervan aan te wenden voor kennisontwikkeling, technische ondersteuning en versterking van een aantal vrijwilligersorganisaties in de autonome landen? Ik ontvang graag een toezegging.

De uitdagingen op het gebied van economie en financiën zijn voor de nieuwe landen groot. De economische ontwikkeling ligt helaas achter op die van de regio. Het investeringsklimaat is duidelijk aan verbetering toe. Het is echter niet alleen kommer en kwel. Zelf was ik bijvoorbeeld onder de indruk van de plannen met betrekking tot het havengebied in Sint-Maarten: een prachtige plek voor toeristen. Maar ook op Curaçao zijn ontwikkelingen gaande voor het aanboren van nieuwe markten zoals de opwekking van groene energie. Ook het IMF constateert dat er flinke hordes zijn genomen en dat er nog een heleboel in de planning staat. Dat biedt perspectief. Als mediator tussen het bedrijfsleven en de autonome landen is er een belangrijke rol weggelegd voor Nederland volgens artikel 37, lid 2, b en d van het Statuut. Het aankomende congres op initiatief van InterExpo is daar een voorbeeld van. Zitten er meer van dergelijke initiatieven in de pijplijn? Ziet de minister binnen de Belastingregeling voor het Koninkrijk concrete mogelijkheden voor een stimulans in de economische ontwikkeling?

Voor Sint-Maarten lag er met 10–10-'10 misschien wel de grootste uitdaging. Sint-Maarten moest zijn overheidsapparaat van onderop opbouwen. Het IMF geeft aan dat het voorzieningenniveau nog altijd nog niet op het niveau is van voor 10–10-'10. Dit heb ik afgelopen zomer ook zelf kunnen constateren. Sint-Maarten heeft destijds aangegeven dit proces met vertrouwen tegemoet te zien. Wel vroeg men om ruimte en tijd om de nodige veranderingen te bewerkstelligen. Heeft Sint-Maarten in de optiek van de minister voldoende capaciteit om het land verder op te bouwen? Dit is cruciaal om te kunnen toegroeien naar een volwaardig en volwassen landsbestuur. Hoe staat het met de rol van Nederland? Vindt de minister dat er meer ondersteuning nodig is?

Tijdens mijn bezoek aan Sint-Maarten werd mij duidelijk dat er onvoldoende vooruitgang is geboekt met betrekking tot de aanpak van de georganiseerde misdaad. Toen ik daar was, ben ik zelfs geconfronteerd met een aantal liquidaties. Deelt de minister deze analyse? Daarnaast blijft illegaliteit een groot probleem. Hoe verhoudt zich dit tot de consensusrijkswetten politie en rechtshandhaving? Is er al sprake van een kwalitatief volwaardig en professioneel politiekorps dat daadwerkelijk aansluit bij de werkelijkheid waarmee Sint-Maarten kampt?

Aruba maakt een positieve ontwikkeling door, maar ziet zich ook geplaatst voor een aantal uitdagingen en kansen. In hoeverre is Aruba gevorderd met plannen om de zaken financieel op orde te stellen? Ik denk aan de overheidsfinanciën en aan de pensioenen. Daarnaast heeft Aruba signalen afgegeven dat men wellicht ook wil deelnemen aan de vijf consensusrijkswetten. Wat is daarvan de stand van zaken?

Er is al het een en ander gezegd over Curaçao. Ook ik vraag de minister naar aanleiding van het initiatief dat de ministerraad heeft genomen, om een brief te sturen over de stand van zaken tot nu toe.

Dit is niet de begroting waarbij wij het moeten hebben over de BES-eilanden. Ook ik wil daarover toch een aantal vragen stellen. Ik heb de minister de notitie "Een in Nederland aanvaardbaar voorzieningenniveau", met daarin al mijn bevindingen en alles wat ik op de eilanden heb gesignaleerd, overhandigd. In deze notitie doe ik een aantal voorstellen. Graag hoor ik van de minister wat hij daarmee gaat doen en of hij deze voorstellen heeft voorgelegd aan de vakministers. Daarnaast wil ik van hem de toezegging dat ik voor de behandeling van de begroting van Binnenlandse Zaken een reactie van hem krijg over de bestuurlijke inrichting van de BES-eilanden. Daarover heb ik namelijk een aantal vragen gesteld in de notitie.

Tot slot vraag ik de minister in hoeverre de WolBES vertaald zal worden in het Papiaments en in het Engels. Daaraan hebben de mensen op dit moment wel behoefte.

De heer Van der Staaij (SGP):

Voorzitter. Koninkrijksrelaties, een jaar na 10–10-‘10. Dan hebben we het over een jaar ervaringen met een nieuwe start in de verhoudingen binnen het Koninkrijk. Zelf had ik het voorrecht om vorige week deel te nemen aan de fractievoorzittersreis naar dit gebied. Het was een boeiende en indrukwekkende reis.

Er is op alle eilanden veel werk aan de winkel. Dat is men zich bewust. De opgaven in het gebied zijn groot: armoedebestrijding, verbetering van het onderwijs, versterking van de economie, werk maken van goed bestuur, rechtshandhaving en ga zo maar door.

De eilanden zijn geen eenheidsworst. Er zijn grote verschillen. Het is te merken dat Aruba al veel langer een zelfstandige status heeft dan Curaçao en dat de zorgen over bereikbaarheid van de gezondheidszorg op Saba weer anders zijn dan die op Bonaire. Dat onderstreept de noodzaak van flexibiliteit. Juist daaraan ontbreekt het nogal eens op de BES-eilanden, zo hoorden wij van veel kanten. Het kost de bevolking moeite om de snelle en grote veranderingen te verwerken. Maar we hoorden ook de klacht dat het aan de bestuurlijke kant wel erg moeizaam gaat om snel in te spelen op concrete problemen, dat er heel wat vliegende ambtenaren, dikke rapporten en dure consultants nodig zijn voordat maatwerk wordt geleverd. Kan hierin een verbeterslag gemaakt worden?

Er sluimert een jaar na 10–10-‘10 veel onvrede: over te weinig haast met het oplossen van dagelijkse problemen in de gezondheidszorg en over te veel haast met het realiseren van opdringerige Nederlandse wensen op het terrein van euthanasie, abortus en homohuwelijk. Er leeft onvrede over een tekortschietende salariëring van leerkrachten, over hoge prijzen voor dagelijkse levensbehoeften, over een ingewikkeld systeem van invoerrechten dat prijzen opdrijft. Het is zaak, breed gedeelde zorgen op het gebied van de levensstandaard en de zorg serieus te nemen en snel werk te maken van oplossingen. Ik vraag de minister om hierin, juist in deze transitieperiode, een actieve rol te vervullen, en de vakministers, zijn collega’s, hierover voortdurend en indringend lastig te vallen.

De relaties met de zelfstandige landen zijn natuurlijk een ander verhaal. Daar is vaak geen wens tot een actievere rol van Nederland en van het Koninkrijk, maar juist vaak een wens tot meer terughoudendheid. Dat proefden we zeker op Sint-Maarten en Curaçao. Curaçao en Sint-Maarten zullen in 2012 de opbouw van hun landen grotendeels afronden. "Ze staan daarbij voor belangrijke uitdagingen, onder andere op het gebied van rechtshandhaving en financieel beheer", zo heet het vriendelijk in de stukken. Zelfstandigheid als land binnen het Koninkrijk betekent ook een principiële keuze voor zelfstandigheid op financieel gebied. Zelfstandigheid en financiële onafhankelijkheid moeten daarbij naast elkaar bestaan. Ze zijn niet los verkrijgbaar.

Tegelijkertijd hebben deze landen bewust gekozen voor een voortzetting van de Koninkrijksrelatie. Dat vraagt om een actieve bemoeienis met onderwerpen zoals deugdelijkheid en integriteit van het bestuur. Ook daarin is het land allereerst zelf aan zet – denk aan het rapport van de commissie-Rosenmöller – maar uiteindelijk ligt hier ook een duidelijke rijksverantwoordelijkheid. Hoe kan verder gestimuleerd worden dat de zelfstandige landen in het Caraïbische deel van het Koninkrijk ook elkaar stimuleren in het versterken van integer en deugdelijk bestuur?

Op Aruba werden we aangesproken op het uitblijven van de beloofde regeling voor het oplossen van geschillen tussen de landen van het Koninkrijk. Hoe staat het daarmee? Klopt het dat de beloofde versterking van de politiecapaciteit op Sint-Maarten vanuit Nederland nog niet is waargemaakt? Wat is hier het perspectief?

Het is bepaald niet allemaal rozengeur en maneschijn op de eilanden. Een overdosis optimisme creëert alleen maar teleurstellingen. Maar het is ook niet allemaal somberheid troef. Een overdosis pessimisme remt verbeteringen.

Verfrissend en bemoedigend vond ik het om op Aruba te horen hoe constructief wordt nagedacht over de toekomstige relaties binnen het Koninkrijk en hoe actief met Gasunie, Schiphol etc. wordt gewerkt aan veelbelovende projecten. Veel discussies over de onderlinge relaties gingen en gaan aan over wetten en structuren. Het zou een goed teken zijn als de dialoog en de samenwerking in de toekomst vooral ook over de inhoud kunnen gaan. In een goede relatie komt de liefde van twee kanten. Dan sla je elkaar niet met wetsartikelen om de oren, maar leeft de wens om met elkaar de handen uit de mouwen te steken en te werken aan de toekomst. Daar zien wij naar uit.

De algemene beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:

De planning is dat deze begrotingsbehandeling morgenochtend om 11.15 uur wordt voortgezet met het antwoord van de regering. Het AO met de minister van Financiën is nog gaande en de Eerste Kamer vergadert ook nog. Ik wil eerst maar eens een uur schorsen. Dat geeft u de gelegenheid om te eten. Over een uur beginnen we met het VAO Europese schuldencrisis. Smakelijke maaltijd!

De vergadering wordt van 18.35 uur tot 19.35 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik deel u mee dat het debat in de Eerste Kamer nog gaande is en dat we dus nog even moeten wachten op de minister-president. Ik ga ervan uit dat hij tegen een uur of acht hier is en dat wij dan het debat kunnen beginnen, want anders moeten we hier elke keer om het kwartier schorsen.

De vergadering wordt van 19.36 uur tot 21.00 uur geschorst.