Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-2012nr. 14, item 4

4 Vragenuur

Vragen van het lid Ormel aan de minister van Buitenlandse Zaken over het bericht dat Syriërs in Nederland bedreigd worden om niet te gaan protesteren tegen het gruwelregime van hun thuisland.

De heer Ormel (CDA):

Voorzitter. De aandacht was de laatste week gericht op Libië, terwijl de situatie in Syrië onverminderd zorgelijk blijft. Syriërs in Nederland vragen terecht aandacht voor de schrijnende situatie in hun moederland en worden nu zelfs in Nederland bedreigd door aanhangers van het Assad-regime. Mensen wordt via de mail en de telefoon verteld dat men weet wie ze zijn en waar hun familie in Syrië zich bevindt. Er is ook sprake van cyberdreiging. De facebookpagina van het Syrische actiecomité Jasmijnplein is gehackt.

Kan de minister onze ambassadeur in Damascus opdracht geven zich te verstaan met vertegenwoordigers van het regime en hen klip-en-klaar duidelijk te maken dat deze bedreigingen moeten ophouden en dat familieleden van Nederlandse staatsburgers afkomstig uit Syrië en woonachtig in Syrië geen haar gekrenkt mag worden?

Kan de minister de AIVD speciale aandacht laten besteden aan de dreigementen vanuit Syrië tegen Nederlandse staatsburgers?

De massademonstraties in Syrië gaan door. Homs wordt belegerd door tanks, militairen deserteren en er zijn meer dan 3000 doden. Het regime schiet op demonstranten om hen te verwonden en arresteert hen vervolgens in ziekenhuizen. Er zijn al 65.000 mensen opgepakt. Niemand weet wat er met hen gebeurt. Er wordt gemarteld in ziekenhuizen, aldus Amnesty International.

De VN heeft per resolutie de president van Jemen opgeroepen te vertrekken. Wat voor Jemen kan, moet ook voor Syrië mogelijk zijn. Wij kennen de tegenwerpingen van Rusland en China, maar wij weten dat China nu een speciale diplomaat in de regio heeft. Wellicht dat bij hen ook het licht gaat schijnen. Wij roepen de minister op te pleiten voor een VN-resolutie inzake het vertrek van Assad.

Minister Rosenthal:

Voorzitter. Allereerst wil ik opmerken dat ook de regering hetgeen er in Syrië gebeurt vanzelfsprekend met klem veroordeelt, afwijst en wat dies meer zij. Het is een ongemeen bruut regime dat daar opereert. De Nederlandse regering heeft al eerder duidelijk gezegd dat Assad moet opstappen. Daar zijn we het met elkaar volledig over eens. Datzelfde geldt voor de berichten omtrent dreigementen aan Syriërs in Nederland; die zijn zeer verontrustend. Vanzelfsprekend moeten Syriërs zich in Nederland volledig vrij kunnen voelen, op het Jasmijnplein in Rotterdam en op alle andere plekken in Nederland. Daarover heb ik vele malen contact gehad met de mensen op het Jasmijnplein en met andere vertegenwoordigers van de Syrische oppositie.

Ik heb naar aanleiding van de berichten meteen contact opgenomen met zowel de minister van Binnenlandse Zaken als de minister van Veiligheid en Justitie. Met die laatste omdat het van belang is dat mensen aangifte doen van bedreigingen die via de mail, de telefoon en facebook tot hen komen. Dan kan het OM besluiten om actie te ondernemen. Ik voeg daaraan toe dat ik in EU-verband navraag doe naar vergelijkbare meldingen buiten Nederland. Dat speelt natuurlijk ook een rol.

Dan kom ik op de ambassadeur in Damascus. Ik wil nog even wachten op bevestiging van de berichten waarover de heer Ormel het heeft, alvorens ik me metterdaad richting de Syrische autoriteiten begeef.

Tot slot. De VN-resolutie is afgewezen door een veto van Rusland en China. Dat neemt niet weg dat de Nederlandse regering onverkort erop aandringt om in de VN stappen te zetten die noodzakelijk zijn om Assad weg te krijgen.

De heer Ormel (CDA):

Verleden week was er een demonstratie in de Verenigde Staten door Syriërs. Daar speelde een bekende Syrische musicus. De musicus ging na afloop naar zijn hotel, waar hij hoorde dat zijn ouders in Syrië direct waren opgepakt en gemarteld. Er zijn foto's waarop vreselijke verwondingen bij zijn ouders te zien zijn. Kunnen wij vragen van Nederlandse staatsburgers van Syrische afkomst dat zij nu maar even aangifte gaan doen terwijl zij weten dat in Syrië hun familieleden dit risico lopen? Kunnen wij dat van hen vragen? Ik begrijp de zorgvuldigheid van de minister, maar ik vraag hem ongeacht of er aangiftes worden gedaan toch via de ambassadeur aan de Syrische autoriteiten te vermelden dat geen haar gekrenkt mag worden van familieleden van hier woonachtige Nederlandse staatsburgers van Syrische afkomst die hier hun grondwettelijke rechten uitoefenen.

Minister Rosenthal:

De Nederlandse ambassadeur in Damascus heeft natuurlijk contact met de Syrische autoriteiten. Hij zit daar juist ook, in tegenstelling tot wat sommigen in de Kamer weleens bepleiten, om die contacten te hebben en om druk uit te oefenen. Ik ben natuurlijk bereid om met onze ambassadeur in Damascus door te nemen wat er op dit moment aan feitelijke berichten ligt en of we die dreigementen kunnen beschouwen als meer dan van hearsay. Zodra ik weet dat er enigerlei zekerheid is dat wij de Syrische autoriteiten daarop kunnen bevragen en wat dies meer zij, zal dat niet nagelaten worden. Ik voeg eraan toe, en daarmee kom ik tegemoet aan wat de heer Ormel vraagt, dat ik bereid ben om de ambassadeur in elk geval te zeggen dat het volstrekt duidelijk moet zijn voor de Syrische autoriteiten dat Syriërs in den vreemde, ook in Nederland, natuurlijk geen haar gekrenkt mag worden door wie dan ook, ook niet door Syriërs. Dat zeg ik toe.

De heer Ormel (CDA):

Het moet verder gaan. Niet alleen Syriërs hier mogen niet bedreigd worden, maar ook hun familieleden die in Syrië wonen mag geen haar gekrenkt worden als hier Nederlandse staatsburgers van Syrische afkomst demonstreren. Dat moet toch kunnen? Ik roep de minister op om aan de ambassadeur te vertellen, ongeacht of er aangifte is gedaan, dat hij aan de vertegenwoordigers van het Assad-regime – ik noem hen niet eens autoriteiten meer – klip-en-klaar duidelijk moet maken dat wij vinden dat die mensen geen haar gekrenkt mag worden, ook de familieleden niet.

Minister Rosenthal:

Ik wil die toezegging natuurlijk doen. Daar is ook helemaal geen probleem mee, zij het dat we natuurlijk te maken hebben met de akelige mogelijkheid dat de ambassadeur in Damascus van de Syrische autoriteiten de mededeling krijgt dat hij over hypothetische zaken spreekt. Daar moeten we rekening mee houden; daar moet de heer Ormel zich van bewust zijn.

De heer De Roon (PVV):

Het Syrische gruwelbewind strekt zijn tentakels uit tot in Nederland. Vanochtend kregen we het bericht dat Turkse jongeren willen gaan rellen in Amsterdam met de Koşerden. Het geweld in de islamitische landen krijgt dus een gewelddadige en criminele weerspiegeling in ons land. Erkent de minister dat er een verband is met de massa-immigratie in ons land en dat dit alles eens te meer een reden is om de massa-immigratie krachtig tegen te gaan, zoals de PVV al jaren bepleit?

Minister Rosenthal:

Ik zie het verband met de massa-immigratie naar Nederland niet. Dat is het antwoord.

De heer Van Bommel (SP):

Ik heb over het hacken van websites en Facebookpagina's van het Jasmijnplein eerder schriftelijke vragen gesteld. Ik verwacht dat de minister deze per omgaande kan beantwoorden, nu hij toch meer aandacht voor deze zaak heeft. Ik vraag hem ook aandacht te besteden aan dreigementen die in Nederland worden geuit en uitgevoerd, zoals onlangs bij het Arabisch filmfestival in Rotterdam. Afgelopen weekend zou er een conferentie van Syriërs zijn in de regio Den Haag. Deze is afgezegd wegens dreigementen aan de organisatie. Ik vraag de minister wat hij concreet gaat of laat doen om initiatieven van Syriërs in Nederland preventief te beschermen. Als hij gaat zitten wachten op aangiften, is het kwaad al geschied.

Minister Rosenthal:

De heer Van Bommel weet dat ik de situatie van de Syriërs in Nederland zeer serieus neem; dat is hem bekend. Er wordt aandacht aan besteed. De vragen worden zo spoedig mogelijk beantwoord; ik hoop per omgaande. Daarover hoeft geen enkele twijfel te bestaan. De heer Van Bommel vraagt naar een preventieve actie. Laat ik het erop houden dat ik de signalen die nu in toenemende mate worden afgegeven, buitengewoon serieus neem. Op mijn manier zal ik mij verstaan met degenen die eventueel preventief actie kunnen en zullen ondernemen. Ik kan daarover verder niet in details treden; dat begrijpt de heer Van Bommel ook.