Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-2012nr. 14, item 5

5 Vragenuur

Vragen van het lid Bouwmeester aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de uitzending "Minister van tabak".

Mevrouw Bouwmeester (PvdA):

Voorzitter. De Partij van de Arbeid noemt het beleid van minister Schippers het beleid van vrijheid, blijheid en een heel klein beetje gezondheid. In de uitzending van ZEMBLA, Minister van tabak, werd dit helaas pijnlijk bevestigd. Maatregelen om roken te ontmoedigen, ook bij kinderen, worden gestopt, preventie wordt wegbezuinigd, hulp bij het stoppen met roken wordt wegbezuinigd en in de horeca wordt weer massaal gerookt. Er zijn immers geen handhavers; althans, het zijn er 40 op 17.000 kroegen. Het signaal is dus: rook maar lekker raak. Dit is niet alleen ongezond, maar het veroorzaakt ook een heel hoge ziektelast en hoge ziektekosten. Hoe kan de minister de feiten over de ziektelast en de ziektekosten zo negeren?

ZEMBLA lijkt aangetoond te hebben wie de adviseurs van de minister van Volksgezondheid zijn. Dit zijn de mensen van de tabaksindustrie. De Kamer heeft de minister eerder gevraagd hoe vaak zij die mensen eigenlijk spreekt. De minister heeft gezegd, vrij vertaald: ik ken hen amper. Dit terwijl ambtenaren van het ministerie van Volksgezondheid op werkbezoek gaan in de sigarettenfabriek. Zelfs de ambtenaren van Financiën en EZ gingen mee. Vertegenwoordigers van de sigarettenindustrie zijn kind aan huis bij het ministerie, bij meerdere ministeries zelfs.

Als de tabakslobby geen invloed heeft, kan de minister dan uitleggen hoe het mogelijk is dat een van haar allerbelangrijkste adviesorganen, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, in de uitzending aangaf dat het aantal toevoegingen in sigaretten de laatste jaren toeneemt, terwijl de minister in haar reactie op schriftelijke vragen liet weten hiervoor helemaal geen aanwijzingen te hebben? Dat er geen aanwijzingen voor zijn, is precies wat de tabaksindustrie de Kamer heeft medegedeeld. De minister bevestigt dit en schuift een belangrijk rapport van haar eigen ambtenaren van tafel.

Wij hebben een verdrag ondertekend van de Wereldgezondheidsorganisatie. De tabakslobby mag geen invloed hebben op het beleid, maar heeft het wel. Daaraan moet dus een einde worden gemaakt. Ik heb vier vragen voor de minister. De eerste vraag is: wil de minister laten weten hoe intensief de contacten met de sigarettenindustrie zijn? Wat zijn de aard, omvang, intensiteit en gespreksonderwerpen? De tweede vraag is: wil de minister het altijd openbaar maken als er mensen zijn die met ambtenaren van het ministerie van Volksgezondheid praten, maar een tegengesteld belang hebben, zoals tabak of alcohol?

Mijn derde vraag luidt als volgt. Hoe verhoudt de intensiteit van contacten zich tot het getekende protocol van de Wereldgezondheidsorganisatie? Mijn laatste vraag: wil de minister een protocol opstellen waarin zij aangeeft hoe zij omgaat met de tabaksindustrie, maar ook met andere industrieën die direct, met een winstoogmerk, betrokken zijn bij de verkoop van een product dat direct of potentieel tegen het volksgezondheidsbelang indruist? De minister is namelijk aangenomen voor de volksgezondheid.

De voorzitter:

Mevrouw Bouwmeester, u hebt uw tweede termijn ook al bijna opgebruikt. U hebt zo meteen nog één minuut spreektijd.

Mevrouw Bouwmeester (PvdA):

Dan hoop ik dat de minister al mijn vragen meteen beantwoordt.

Minister Schippers:

Voorzitter. Het debat over het rookbeleid is sterk gepolariseerd. Kort gezegd: tegenstanders vinden dat het nergens meer mag, maar voorstanders vinden dat het overal moet kunnen. De nuance is ver te zoeken. Die nuance was ook ver te zoeken in de uitzending van ZEMBLA.

Dit kabinet zoekt wel de nuance, de middenweg. Enerzijds vindt het kabinet dat roken slecht is en daarom wordt roken ontmoedigd. Werknemers hebben dus recht op een rookvrije werkplek, er worden accijnzen geheven, er staan waarschuwingen op pakjes en er zijn programma's op scholen om jongeren weerbaar te maken. Wij maken ook gebruik van social media. Anderzijds besluiten zeker volwassen mensen zelf over hun levensstijl en dragen zij daar zelf verantwoordelijkheid voor.

Juist omdat dit onderwerp zo veel emoties en harde oordelen over elkaar losmaakt, heb ik afstand gehouden tot de industrie. Ik zeg niet dat ik nooit met de industrie gesproken heb, maar ik heb wel afstand gehouden. Ik heb dat niet gedaan omdat de industrie iets illegaals doet, want roken is legaal, het is een legale industrie, die industrie betaalt belasting en houdt zich aan de wet. Ik heb dat wel gedaan omdat ik mijn standpunt op basis van liberale principes vormgeef en uitdraag. Ik heb dus een heel ander belang dan de industrie. Daarom heb ik veel vaker tegenstanders van mijn standpunt gesproken dan wie dan ook die bij dit dossier betrokken is. Er zijn weinig politieke punten die zo transparant in het regeer- en gedoogakkoord tot stand zijn gekomen. Het was het standpunt van de fractie en mijn partij, het was onderdeel van het verkiezingsprogramma en het is terechtgekomen in het gedoog- en regeerakkoord.

Mevrouw Bouwmeester vroeg specifiek naar de FCTC. Dat protocol volgen wij. In de FCTC staat dat overheden transparant moeten zijn over contacten met de tabaksindustrie. Er staat niet dat overheden helemaal geen contacten met de tabaksindustrie mogen hebben, maar dat zij transparant moeten zijn. Ik wil ook transparant zijn en tegemoetkomen aan de vraag van mevrouw Bouwmeester. Zij vroeg: kunt u eens inventariseren welke contacten er binnen het ministerie en met ambtenaren zijn? Ik zal daarover een lijst sturen. Ik zal die lijst aanvullen met andere organisaties met een ander standpunt, die ook bij mijn ministerie binnenkomen. Dat is juist goed; het is goed dat mijn ambtenaren met voorstanders en tegenstanders spreken en hun argumenten horen. Het is ook goed dat zij de tabaksindustrie in gesprekken op hun verantwoordelijkheid kunnen wijzen en verzoeken kunnen doen aan die industrie. Ik zal een lijst sturen over deze contacten.

Mevrouw Bouwmeester vroeg hetzelfde over alcohol. Mijn ambtenaren hebben ook contact met anti-alcoholorganisaties en alcoholproducenten. Daarvoor geldt hetzelfde. Dat zijn namelijk geen onewaygesprekken, maar gesprekken waarin ambtenaren de alcoholindustrie bijvoorbeeld op haar verplichtingen wijzen. Zij geven ook aan wat wij van de alcoholindustrie verwachten.

De voorzitter:

Er is nog tijd voor een slotopmerking van mevrouw Bouwmeester.

Mevrouw Bouwmeester (PvdA):

Ik ben blij met de toezegging van de minister dat alles openbaar wordt: de contacten met de alcoholindustrie, maar ook zeker die met de tabaksindustrie. Dat is een beginnetje, maar wij zijn er zeker nog niet helemaal. Ik heb ook gevraagd of er een protocol kan komen met regels voor de vraag wanneer men met dergelijke mensen in contact mag treden.

Tot slot heb ik nog de volgende hartenkreet. De minister zegt dat er heel veel emoties een rol spelen in het rookdebat, maar eigenlijk voel ik plaatsvervangende schaamte. De eigen ambtenaren van de minister, de ambtenaren van het RIVM die wetenschappelijk onderzoek doen, zet zij namelijk weg met de uitspraak: ja, die ambtenaren hebben emotie. De minister zegt dat zij de rapporten die zij uitbrengen niet kent, maar zij vertelt wel in de Kamer over de rapporten van de tabaksindustrie. Daarom roep ik de minister ertoe op, op te komen voor de feiten die haar eigen ambtenaren onderzoeken.

Minister Schippers:

Het RIVM verzamelt informatie over ingrediënten van sigaretten. Daar doen wij helemaal niet geheimzinnig over. Het desbetreffende rapport wordt namelijk op de website van het RIVM publiek gemaakt. Het gaat dus helemaal niet om geheime informatie.

Wij hebben een integer ambtenarenapparaat. De ambtenaren moeten spreken met veel mensen, die vaak tegenstrijdige belangen hebben. Het is goed dat de ambtenaren, alles afwegende, tot adviezen aan mij komen. Uiteindelijk debatteren wij hier over besluitvorming: over roken, over alcohol en van alles en nog wat. Ik hoef daarvoor geen protocol op te stellen. Voor mij zijn mijn ambtenaren integer, of ze nu praten met iemand van de alcoholindustrie, met een snoepfabrikant of met iemand die al die dingen wil verbieden. Uiteindelijk maken wij hier zeer transparant alle afwegingen.

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Als je malaria wilt bestrijden, doe je dat niet door de mug uit te nodigen. Dat geldt ook voor de tabaksindustrie en de tabakslobby. Ik heb een vraag over de maatregelen die de minister heeft genomen. De medicijnen tegen rookverslaving zijn uit het pakket en het ministerie stopt met de massamediale campagne tegen roken, terwijl de minister de BOB-campagne tegen alcohol in het verkeer wel handhaaft. Zij voert wel screening op darmkanker in, terwijl de andere maatregelen effectiever zijn. Kan de minister dat uitleggen? Of is de conclusie toch dat zij haar hoofd laat hangen naar de tabakslobby?

Minister Schippers:

Als je roken wilt uitroeien, moet je het verbieden en illegaal maken. Dat doen wij niet. De tabaksindustrie is een legale industrie die belasting betaalt en luistert naar wet- en regelgeving. Dat staat overigens los van de maatregelen die het kabinet heeft genomen. Niets is zo lucratief als stoppen met roken. Het is lucratief voor je gezondheid en voor je portemonnee. Waarom moeten alle mensen die niet roken, meebetalen aan die medicijnen, terwijl degene die stopt met roken, dat makkelijk terugverdient? Met massamediale campagnes zijn wij om een andere reden gestopt. Dit is zo'n vreselijk ongerichte manier van informatieverstrekking! Wij handhaven de informatieverstrekking op scholen wel; alle lespakketten blijven in stand. Ook de informatieverstrekking op pakjes blijft in stand. Daarnaast zetten wij social media in om jongeren voor te lichten. Dat is namelijk veel gerichter en veel goedkoper.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Voorzitter. Ik snap op zich best dat de minister en haar ambtenaren gesprekken voeren met de tabaksindustrie, maar het lijkt me tegelijkertijd logisch dat ze veel meer gesprekken voeren met tegenstanders, want die zijn veel groter in getale. Maar ik vind het niet normaal dat er ook bezoeken worden gebracht aan sigarettenfabrieken. Ik zie de noodzaak daarvan absoluut niet in. Graag krijg ik daarop een reactie van de minister.

Verder heeft mevrouw Bouwmeester daarnet aangegeven dat er een protocol moet komen met nadere regels, om duidelijk te maken dat er echt geen sprake is van invloed van de tabaksindustrie. Ik wil dat de minister daarover een duidelijker toezegging doet dan ze nu heeft gedaan, want anders erkent zij dat de tabaksindustrie wel degelijk invloed heeft op haar ideeën.

Minister Schippers:

Maar ik zou niet weten wat er in zo'n protocol moet staan! Er moet wellicht in staan dat ambtenaren integer moeten zijn, maar dat is nu ook al zo. Ambtenaren moeten stevig in hun schoenen staan en zich niet door een gesprekje met een industrie een kant op laten leiden. Zoals mevrouw Voortman al terecht opmerkte, is het aantal gesprekken met mensen die erg tegen roken zijn en eigenlijk vinden dat we veel verder moeten gaan, veel groter in getale. Sterker nog, wij hebben subsidierelaties met een aantal van die organisaties. Wij spreken die organisaties al heel vaak vanuit de subsidierelatie. Wij geven die subsidie om deze organisaties hun werk te laten doen.

De voorzitter:

Dank u wel.

Minister Schippers:

Mag ik nog heel even?

De voorzitter:

Heel kort. Eén zin.

Minister Schippers:

Ik vind niet dat wij een werkbezoek aan een snoepfabriek, een alcoholfabriek of een sigarettenfabriek moeten verbieden. Ambtenaren moeten goed kennis op kunnen doen en wij moeten erop vertrouwen dat zij daarmee zorgvuldig mee omgaan. Dat geldt hier, maar ook op alle andere dossiers die van belang zijn.

Mevrouw Dijkstra (D66):

Voorzitter. De minister heeft aangegeven dat zij niet in de massamediale campagnes gelooft, maar dat zij jongeren op scholen wel blijft voorlichten. Wat kunnen wij het komende jaar van de minister verwachten op het gebied van antirookbeleid?

Minister Schippers:

Het enige wat ik heb gewijzigd, is de regelgeving voor de kleine cafés die geen werknemers in dienst hadden die moeten worden beschermd tegen roken. In de praktijk stond iedereen, inclusief de kastelein, daar buiten het café te roken omdat de overheid het zo had bepaald. Dat heb ik gewijzigd, ook op basis van het regeer- en gedoogakkoord.

Hetzelfde geldt voor medicijnen om te stoppen met roken; die kan men zelf betalen. Maar al het andere, inclusief het aantal controleurs, is exact hetzelfde als bij het vorige kabinet. Sterker nog, ik heb het aantal boetes verdubbeld. Ik heb ook aangegeven dat er extra maatregelen komen, als de naleving in de rest van de horeca zo slecht blijft. Wij hebben hier geen wetten voor de flauwekul. Wij hebben wetten en die handhaven wij.

De voorzitter:

Ik dank de minister en heet de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie welkom.