Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-2012nr. 104, item 6

6 Erfpacht Staatsbosbeheer

Aan de orde is de behandeling van:

  • - het verslag van een algemeen overleg over erfpacht Staatsbosbeheer ( 29659, nr. 82 ).

De beraadslaging wordt geopend.

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Ik ga een aantal moties indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat natuurbeheer en ontwikkeling essentiële zaken zijn in het publieke domein waar ook internationale verdragsrechterlijke verplichtingen voor gelden;

spreekt uit dat het uitgeven van private aandelen Staatsbosbeheer en privatisering van Staatsbosbeheer niet wenselijk zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 85 (29659).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de economie van Vlieland ernstig wordt bedreigd bij de verkoop van 200 percelen, waardoor deze minder of niet voor verhuur beschikbaar komen;

spreekt uit dat de verkoop van de 200 percelen niet dient te geschieden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 86 (29659).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat bij de verkoop van gronden van Staatsbosbeheer het publieke belang van kwaliteit, doelmatigheid en toegankelijkheid van natuurontwikkeling en natuurbeheer leidend dient te zijn;

constaterende dat Staatsbosbeheer een taakstelling van 100 mln. is opgelegd in de periode 2013–2017 en dat de regering particulieren meer ruimte wil geven om natuur te beheren;

spreekt uit dat bij de verkoop van gronden het publieke belang geborgd moet zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 87 (29659).

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter, en dan nu mijn laatste motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat vanaf 2014 geen eigen bijdrage voor het beheer buiten de ecologische hoofdstructuur wordt verstrekt en Staatsbosbeheer is gevraagd, deze gronden in beginsel te verkopen;

spreekt uit dat verkoop van bestaande natuur onwenselijk is omdat het strijdig is met het publiek belang,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 88 (29659).

De heer De Mos (PVV):

Voorzitter. Ik heb twee moties voorbereid.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Staatbosbeheer overweegt om private investeerders binnen te halen om zo meer financiële armslag te krijgen;

constaterende dat deze overweging van Staatsbosbeheer aansluit bij de PVV-gedachte om de gronden van Staatsbosbeheer uit te geven in aandelen;

overwegende dat een lid van de adviesraad van Staatsbosbeheer zelfs pleit voor een complete privatisering van Staatsbosbeheer in een landgoed bv;

overwegende dat de regering reeds heeft toegezegd, voor de zomer te komen met een notitie waarin de kansen van particulier groen geld, het medenatuureigenaarschap van de burger en grotere betrokkenheid van de bevolking bij natuur worden opgenomen;

verzoekt de regering om de overweging van Staatsbosbeheer om private ondernemers binnen te halen toe te voegen aan de toegezegde notitie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden De Mos en Koopmans. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 89 (29659).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kennisinstituut Triple E stelt dat subsidie natuur juist kwetsbaar maakt en adviseert om de rechten van natuurgebieden ter beheer over te dragen aan coöperaties en verenigingen;

constaterende dat het kennisinstituut stelt dat in ruil voor de plicht om het gebied te verzorgen, de beheerder, onder strikte voorwaarden, het recht krijgt het gebied uit te baten;

overwegende dat het waterleidingbedrijf PWN zo'n overeenkomst heeft gesloten met de provincie Noord-Holland, waarbij de rechten van de duinen zijn overgedragen aan het waterleidingbedrijf, dat in het gebied mag filteren, maar in ruil daarvoor de natuur moet verzorgen;

verzoekt de regering om zo veel mogelijk van zulke contracten aan te gaan en de Kamer hierover te berichten;

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden De Mos en Koopmans. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 90 (29659).

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD):

Voorzitter. Ongeveer zes jaar geleden kwam het debat over de erfpachtgronden van Staatsbosbeheer op de Waddeneilanden hier op de agenda, mede omdat destijds de erfpachtcanons zeer hoog zouden eindigen. De VVD stelde toen voor om de ondergronden, dus de erfpachtgronden onder de huisjes, en een aantal voorzieningen te verkopen om in ieder geval af te zijn van het dilemma van de hoogte van de canon. Het lijkt nu allemaal een goed vervolg te krijgen, behalve een klein onderdeel: wie taxeert? Mijn motie gaat daar met name over. Ik dien haar bij dezen in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de gronden op de Waddeneilanden met een niet-natuurgerelateerde functie door Staatsbosbeheer (SBB) kunnen worden afgestoten c.q. verkocht;

overwegende dat een breed deel van onze samenleving van de Waddeneilanden moet kunnen blijven genieten, daar dit ook in het belang van de economie van de eilanden is;

overwegende dat de verkoop van de erfpachtgronden in handen is van SBB en het Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf (RVOB) en dat voornoemde organisaties een directe relatie hebben met de overheid;

overwegende dat deze positie er niet toe bijdraagt in het beeld van onafhankelijkheid;

verzoekt de regering, bij de verkoop van de erfpachtgronden op de Waddeneilanden onafhankelijke, niet aan de overheid gelieerde taxateurs in te schakelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Snijder-Hazelhoff. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 91 (29659).

De heer Koopmans (CDA):

Voorzitter. Ik heb net twee moties van collega De Mos gesteund omdat ze verstandig zijn, maar ook omdat ik lid ben van de actiegroep "Stuur De Mos niet in het bos".

Voor een ander punt dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de pachtnormen 2012 op 1 juli 2012 in werking zijn getreden;

constaterende dat de pachtnormen 2012 voor agrarische bedrijfsgebouwen zijn berekend via een nieuwe systematiek;

constaterende dat de pachtprijzen voor agrarische bedrijfsgebouwen onvoorzien afwijken van de normen van voorgaande jaren en dat dit niet te verklaren hoge pachtnormen voor boeren oplevert;

verzoekt de regering, de pachtprijzensystematiek te evalueren in samenhang met de evaluatie van het pachtrecht;

verzoekt de regering voorts, totdat de evaluatie is afgerond de pachtnormen 2011 voor agrarische bedrijfsgebouwen te laten gelden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Koopmans. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 92 (29659).

De heer Van Gerven (SP):

Ik zou graag van de heer Koopmans weten wat de financiële consequenties zijn als zijn motie wordt uitgevoerd. Kan hij duiden om wat voor bedragen dat gaat, zodat wij een beeld kunnen krijgen van waarover we het hebben?

De heer Koopmans (CDA):

De financiële consequenties voor de boeren zijn enorm: het gaat over vele, vele duizenden euro's voor bedrijfsgebouwen. Omdat dit onverklaarbaar is in het licht van de pachtnormen van 2011, zegt de CDA-fractie: niet doen. Als u mij vraagt naar de mogelijke gevolgen voor de rijksoverheid: ik ga ervan uit dat dit niet veel kan zijn, want ik kan mij niet voorstellen dat de dienst Domeinen al in de begroting voor 2011 rekening heeft gehouden met deze onvoorziene hoge stijgingen.

De heer Van Gerven (SP):

Dit is een nieuw punt, waarover wij in het algemeen overleg niet van gedachten hebben gewisseld. Ik denk dat wij de vraag wat de financiële consequenties van het voorstel van de heer Koopmans zouden kunnen zijn, moeten doorgeleiden naar de staatssecretaris.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Voorzitter. Ik heb zelf geen moties, maar ik wil de staatssecretaris wel om een reactie vragen op de ingediende moties, in relatie tot een eerder door de Kamer aangenomen motie, waarin stond dat wij grond niet met substantieel verlies zouden gaan verkopen. Ik vraag hem, de moties ook in dat licht te beoordelen.

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Voorzitter. Ik heb één motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het grote maatschappelijke belang van de drinkwatervoorziening vraagt om een duurzame toegang tot grond en voldoende zekerheid voor langetermijninvesteringen;

constaterende dat het natuurbeheer bij drinkwaterbedrijven in goede handen is;

verzoekt de regering, voor gronden die namens de Staat worden uitgegeven aan drinkwaterbedrijven, zoals dat gebeurt door Staatsbosbeheer, een langetermijnerfpachtcontract op te stellen voor minstens 50 jaar met een opzegtermijn van 10 jaar;

verzoekt de regering tevens, te regelen dat bij het vaststellen van de erfpachtcanon alle gebieden die drinkwaterbedrijven pachten en als natuurgebied beheren, als "natuurgrond" worden gewaardeerd op een vergelijkbare wijze als bij andere natuurbeheerders,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Jacobi. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 93 (29659).

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Staatssecretaris Bleker:

Voorzitter. Ik dank u voor het respijt dat u mij gaf om mij voor te bereiden op de beantwoording. In de motie op stuk nr. 85 van de heer Van Gerven wordt uitgesproken dat het uitgeven van private aandelen Staatsbosbeheer en de privatisering van Staatsbosbeheer niet wenselijk zijn. Dat is een algemene uitspraak. In die algemeenheid ontraad ik de aanneming van deze motie.

In de motie-Van Gerven op stuk nr. 86 wordt uitgesproken dat de verkoop van de 200 percelen niet dient te geschieden. De aanneming van die motie ontraad ik evenzeer. Wel of niet verkopen kan op Vlieland goed worden overgelaten aan de erfpachters. Bovendien is de verkoop in gang gezet op verzoek van de Kamer. Ik ontraad dus de aanneming van deze motie.

In de motie-Van Gerven op stuk nr. 87 wordt uitgesproken dat bij de verkoop van gronden het publieke belang geborgd moet zijn. Die motie zie ik als ondersteuning van staand beleid, met dien verstande dat het natuurlijk wel aan de overdragende partijen is – in dit geval Staatsbosbeheer – om daarover goede afspraken te maken in het contract met de toekomstige eigenaren.

De motie-Van Gerven op stuk nr. 88 ontraad ik eveneens. Dat de verkoop van bestaande natuur onwenselijk zou zijn omdat die strijdig is met het publieke belang, is al eerder aan de orde geweest. Het kabinetsbeleid is erop gericht om de verkoop in ieder geval mogelijk te maken. Soms kan verkoop ook heel efficiënt zijn en goed voor de natuur, dus ik ontraad de aanneming van die motie.

In de motie op stuk nr. 89 van de heren De Mos en Koopmans wordt de regering verzocht om de overweging van Staatsbosbeheer om private ondernemers binnen te halen, toe te voegen aan de toegezegde notitie. Dat zie ik als ondersteuning van beleid, zonder overigens in algemene zin voor een complete privatisering of een complete verkoop te pleiten. In principe willen we dit middel serieus bezien en we nemen het mee in de notitie. Ik laat het oordeel over deze motie over aan de Kamer.

In de motie-De Mos/Koopmans op stuk nr. 90 wordt de regering verzocht om zo veel mogelijk van zulke contracten aan te gaan en de Kamer hierover te berichten. Dat betreft de drinkwaterbedrijven. Ik zie dit als ondersteuning van staand beleid, met de kanttekening dat een particulier ook in staat moet zijn om zulke gebieden te beheren. Soms kan een professionele natuurbeheerder dus noodzakelijk zijn. In beginsel is de motie echter ondersteuning van staand beleid. Ik laat het oordeel daarover over aan de Kamer.

In de motie-Snijder-Hazelhoff op stuk nr. 91 wordt de regering verzocht om bij de verkoop van de erfpachtgronden op de Waddeneilanden onafhankelijke, niet aan de overheid gelieerde taxateurs in te schakelen. Dat vinden wij een goed plan. Ik laat het oordeel over deze motie dus over aan de Kamer.

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Ik heb een vraag over de motie op stuk nr. 91 van collega Snijder. Is dat niet gewoon een motie van wantrouwen tegen de overheidsdienaren?

Staatssecretaris Bleker:

Nee.

De heer Van Gerven (SP):

Zou de staatssecretaris dat willen toelichten, want ik beschouw het wel als zodanig.

Staatssecretaris Bleker:

Nee, zo wordt het niet opgevat. De rijksinstantie heeft een wettelijke taak om de eindtoets te doen en wordt nu om praktische redenen ook ingeschakeld om de taxatie te doen, maar dat is geen wet van Meden en Perzen. Ook mijn collega van Financiën die hier verantwoordelijk voor is, ziet hier op geen enkele wijze een diskwalificerende motie in tegenover de dienst die nu de taxaties doet.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Dank voor het antwoord, maar het blijft een bijzondere situatie, omdat eerst het RVOB aan zet was en er nu een aparte taxateur komt, terwijl het RVOB dat daarna weer moet toetsen. Is dat niet een recept voor conflicten als het RVOB toch tot een andere uitkomst zou komen dan de taxateur?

Staatssecretaris Bleker:

Het markeert wel de formele verantwoordelijkheden en het benadrukt heel erg de scheiding van verantwoordelijkheden. De taxatie vindt plaats door een derde, de formele toets onder verantwoordelijkheid en ten behoeve van de overheid vindt plaats door het RVOB, zoals in de wet voorzien.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Dus de eindverantwoordelijkheid blijft bij het RVOB?

Staatssecretaris Bleker:

Jazeker. Ik weet niet hoe het bij u gaat, maar als mijn taxateur zegt dat hij mijn huis voor de helft van de prijs kan verkopen, dan doe ik het toch niet, omdat ik vind dat het meer waard is. Uiteindelijk is het aan het Rijk, via het RVOB, om te bepalen wat de reële waarde is.

In zijn motie op stuk nr. 92 verzoekt de heer Koopmans de regering om de pachtnormen 2011 voor agrarische bedrijfsgebouwen te laten gelden totdat de evaluatie is afgerond. De pachtnormen zijn geëvalueerd door de commissie-Van Hall. De nieuwe systematiek is daarmee in lijn. De Tweede Kamer is per brief van 7 juni over de systematiek geïnformeerd, overigens niet over concrete normen. Ik ontraad de motie. Ik zie er geen aanleiding in om dit te doen.

Motie nr. 93 van mevrouw Jacobi zie ik als ondersteuning van beleid. Drinkwaterbedrijven zijn goede beheerders. Daarbij hoort wel in aanmerking te worden genomen dat natuurgronden ook als zodanig moeten worden gewaardeerd, waar ook in de motie om wordt gevraagd, natuurlijk met uitzondering van gronden onder bedrijfsgebouwen. Dat ligt namelijk een slag anders. Deze motie zie ik als ondersteuning van beleid, dus het oordeel erover laat ik aan de Kamer.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Dan zijn wij daarmee aan het eind gekomen van dit VAO. De stemming over de moties zal morgenochtend plaatsvinden. Ik dank de staatssecretaris voor de antwoorden.