Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-2011nr. 22, pagina 31-57

Aan de orde is de behandeling van:

het wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2011) (32504);

het wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2011) (32505);

het wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2010) (32401).

De voorzitter:

Welkom bij deze bespreking van het Belastingplan 2011 en de overige fiscale maatregelen. Ik heet de staatssecretaris hartelijk welkom. Vandaag vindt een eerste termijn plaats, alleen voor de leden van de Kamer. Morgen zal de staatssecretaris antwoorden. Dan zal er ook sprake zijn van een tweede termijn. Dit laat onverlet dat u vandaag ook al moties kunt indienen, zodat wellicht morgen de tweede termijn niet nodig is. De tweede termijn zal direct aansluitend op de beantwoording van de staatssecretaris plaatsvinden.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De heer Van Vliet (PVV):

Voorzitter. Wij zitten in de plenaire afronding van de behandeling van het Belastingplan 2011. Hierover hebben wij al twee volle dagen een wetgevingsoverleg gevoerd met de staatssecretaris. Ik moet zeggen dat ik positief verrast ben door het optreden van de staatssecretaris in zijn nieuwe hoedanigheid. Ik maak hem complimenten, omdat hij ons als parlementariërs goed door het Belastingplan heeft geloodst. Dat mag wel een keer gezegd worden. Zoals gezegd, hebben wij twee volle dagen gesproken. Wat mij betreft is het dus ook echt een plenaire afronding. Dat compliment aan de staatssecretaris is onder andere concreet geworden door het feit dat ik in eerste instantie vier amendementen op het Belastingplan op het oog had, en daarvan is er nog één over. Ik zou zeggen: staatssecretaris, overtuigt u mij straks en wij zullen zien.

Dat ene amendement dat in mijn geval is blijven staan, betreft de zogenaamde werkkostenregeling in de loonheffing. Wij hebben in eerste termijn van het wetgevingsoverleg allen als parlementariërs gesproken over een mogelijke versimpeling van het Nederlandse belastingstelsel in de toekomst. Het Belastingplan 2011 biedt daarvoor geen gelegenheid, want dit is lopende wetgeving en wij moeten door met het heffen van belastingen vanaf 1 januari. Desalniettemin bestaat er Kamerbreed inzicht dat het eigenlijk veel simpeler zou moeten en kunnen met de Nederlandse belastingen. Juist het amendement op het gebied van de werkkostenregeling laat ik voorlopig staan, omdat naar mijn mening die regeling echt bedoeld was om een eerste aanzet te geven tot versimpeling. Ik sta dus niet achter de uitzonderingen daarop die daarna door allerlei lobbygroepen zijn bedongen en door Financiën zijn overgenomen. Immers, als je wilt beginnen met versimpeling van het belastingstelsel, moet je ook echt ergens beginnen. Ik zou de staatssecretaris dus willen vragen of hij daarop nog wat nauwgezetter zijn visie kan geven. Als hij het met een Kamermeerderheid eens is dat wij moeten gaan praten over versimpeling van het belastingstelsel, waarom staat hij dan tot nu toe zelf achter die uitzonderingen op de werkkostenregeling?

Daarnaast heb ik een heleboel sympathieke voorstellen gehoord van collega-parlementariërs, onder andere van de oppositiepartijen SP en GroenLinks. Als straks de teksten van die amendementen of wellicht moties voorliggen, zal ik daarnaar uiteraard met een open mind kijken, en dan in het belang van de Nederlandse belastingplichtigen kijken hoe de PVV-fractie daarin kan staan.

De heer Bashir (SP):

Ik heb volgens mij de heer Van Vliet goed begrepen toen hij zei dat hij al zijn amendementen heeft ingetrokken, behalve het amendement over de werkkostenregeling. Klopt het dat hij dus ook het amendement over het Koninklijk Huis heeft getrokken?

De heer Van Vliet (PVV):

Een heel helder antwoord: ja. Ik wil graag toelichten waarom. Dat amendement vonden wij een prachtige opening om eindelijk een begin te maken met het afschaffen van subjectieve vrijstellingen in het Nederlandse belastingstelsel. In artikel 33, ten eerste van de Successiewet, waarop de vraag van de heer Bashir betrekking heeft, staat dat het gaat om schenkingen door het staatshoofd of de opvolger van het staathoofd. Die schenkingen aan een derde moeten dan worden gedaan in de hoedanigheid van de positie die het staatshoofd heeft. Onder die conditie is zo'n schenking vrijgesteld bij de ontvangende partij. In dit geval is dat meestal een Nederlandse burger die iets krijgt van Hare Majesteit. Als we een begin willen maken met het schrappen van subjectieve vrijstellingen, onder andere voor leden van één familie op basis van afkomst, zouden schenkingen door het staatshoofd aan derden worden belast door het opheffen van artikel 33 ten eerste van de Successiewet, bij de ontvangende partij, terwijl zo'n schenking dus volgens de wet gedaan moet zijn uit hoofde van de positie van het staatshoofd. Wellicht dus dat een amendement daar niet het juiste middel voor is, zou doorschieten en in wezen de verkeerden met belastingheffing zou treffen.

De heer Bashir (SP):

Ik ben verbaasd hierover. De PVV heeft ontzettend veel kabaal gemaakt over de belasting op schenkingen door en erfenissen van leden van het Koninklijk Huis, maar nu wordt opeens zijn amendement ingetrokken. Volgens mij is er achter de schermen meer gebeurd. Daar wil ik uitleg over. Wat is er gebeurd?

De heer Van Vliet (PVV):

Dat heb ik net al heel erg uitgebreid uitgelegd. Als je de regeling goed bekijkt – ik ben als fiscalist uiteraard altijd bereid om heel nauwkeurig naar wetteksten te kijken – zie je dat ze gaat over schenkingen door leden van het Koninklijk Huis, in dit geval het staatshoofd of haar opvolger. Als je de regeling schrapt, zoals ik inderdaad eerst van plan was, wordt een schenking die de koningin uit hoofde van haar positie als koningin doet aan een derde belast bij die derde. Die derde moet er belasting over betalen. Zo'n maatregel is dus niet helemaal goed doordacht, dat geef ik achteraf grif toe.

De voorzitter:

Heel kort, mijnheer Bashir.

De heer Bashir (SP):

Nu spreekt de heer Van Vliet zichzelf tegen. Hij heeft in het wetgevingsoverleg namelijk nog overduidelijk gezegd dat hij de uitzondering niet wil, omdat het om personen gaat. Hij heeft zelfs nog een interruptie beantwoord door alleen maar te zeggen dat het hier om personen gaat. Hij had het amendement ingediend omdat juist op het moment dat leden van het Koninklijk Huis een schenking doen, mensen daar belasting over betalen. Als wij aan iemand iets schenken, ook al is dat vanuit onze functie als Kamerlid, wordt er gewoon belasting betaald. Dat zou daarom ook moeten gelden voor mensen die een schenking ontvangen van leden van het Koninklijk Huis. Ik begrijp de PVV-fractie dus niet meer.

De heer Van Vliet (PVV):

Ik begrijp het zelf heel goed. De vergelijking die de staatssecretaris maakte tussen personen en instellingen liep inderdaad mank. Daar heb ik hem toen op gewezen. Nogmaals, als je de regeling zou schrappen, moet degene die de schenking ontvangt belasting betalen, terwijl in de wet staat afgebakend dat die schenking alleen maar een schenking uit hoofde van de positie van het staatshoofd betreft. Stel, de koningin is eigenaar van een paleis en schenkt dat aan een grote groep gehandicapte Nederlanders. Als die groep geen vrijheid van belasting geniet, is zo'n schenking eigenlijk niet mogelijk. De PVV wil dus een einde maken aan subjectieve belastingvrijstellingen. Als je het echter op de keper beschouwt, is dit geen subjectieve vrijstelling waaraan we een einde zouden moeten maken. Daar denken we graag in de toekomst over na. Dan zouden we graag ook nader overleggen met collega's van de SP.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Ik heb toch een vraag aan de heer Van Vliet. Een van de dingen die we de afgelopen dagen duidelijk konden vernemen uit de media was dat de VVD zich toch aangesproken voelt tot het behoud van de btw op kunst en cultuur. Nu zegt de heer Van Vliet dat hij alles intrekt en ook hier niet voor gaat. Heeft hij tegen de VVD gezegd: nee, nee, dat gaan we niet doen?

De heer Van Vliet (PVV):

Dat is een interessante vraag van collega Braakhuis, maar als hij vragen heeft over wat de VVD al dan niet wil doen met de btw, kan hij die beter aan mevrouw Neppérus stellen. "Nee, nee, dat gaan we niet doen" zeggen, past de parlementariër van een andere fractie immers niet. De PVV heeft een handtekening gezet onder het gedoogakkoord. Iedereen weet dat politiek een kwestie is van keuzes maken. De PVV heeft tot nu toe gewoon vastgehouden aan die handtekening. Die zijn wij waard.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Ik kan de heer Van Vliet natuurlijk best volgen. Aan de andere kant kan de PVV toch gezamenlijk met de coalitie tot een andere afspraak komen, na alle argumenten gehoord te hebben en gezien het feit dat er een fatsoenlijke dekking tegenoverstaat? Nu zegt de PVV tegen Henk en Ingrid: "Nee, sorry, kunst en cultuur is voortaan alleen voor Willemijn, Charlotte en Willem-Jan."

De heer Van Vliet (PVV):

Wat betreft de gedane voorstellen heeft de heer Braakhuis het over een fatsoenlijke dekking, maar daarover kun je van mening verschillen. Henk en Ingrid hebben nog steeds de keuze om naar een podiumvoorstelling te gaan. Ook al zou de prijs hoger zijn, iedereen heeft nog steeds de keuze. Als je deze dekking inruilt voor andere belastingheffingen waarbij je geen keuze hebt, vind ik dat een inperking van de keuzemogelijkheden van Henk en Ingrid. Als het btw-tarief op de podiumkunsten van 6% naar 19% gaat, kun je dat op twee manieren vertalen: de prijs gaat omhoog of de kosten moeten omlaag. Die keuze laten wij graag aan de sector.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Het zal toch duidelijk zijn dat hiermee ook de niet gesubsidieerde podia verder buiten bereik raken? Ik zal straks een rapport aanleveren waaruit de effecten hiervan blijken, juist voor de groep die de PVV tot haar electoraat rekent. Laat de PVV die mensen nu hangen of denkt zij hen te helpen?

De heer Van Vliet (PVV):

Wij bieden iedere Nederlander de vrijheid om met zijn geld te doen wat hem goeddunkt. Politiek is een kwestie van keuzes maken. Iedereen moet bezuinigen. Wij hebben onze handtekening onder het gedoogakkoord gezet omdat wij de keuzevrijheid optimaal bij de burger willen laten.

De voorzitter:

Mijnheer Bashir, u hebt al drie keer geïnterrumpeerd. Dit wordt uw laatste keer. Kort graag.

De heer Bashir (SP):

Ik wilde doorgaan op de btw en dat is een nieuw onderwerp. Politiek is inderdaad een kwestie van keuzes maken. De PVV kiest er overduidelijk voor de winstbelasting voor grote bedrijven en multinationals te verlagen en dat te bekostigen uit een verhoging van de btw op de podiumkunsten en het afschaffen van de heffingskorting voor groene, sociale en ethische beleggingen. Waarom kiest de PVV niet voor Henk en Ingrid die naar de podiumkunsten willen gaan en wel voor de multinationals die overal in de wereld flink aan het shoppen zijn en zo laag mogelijke tarieven zoeken om zo min mogelijk belasting te betalen?

De heer Van Vliet (PVV):

Henk en Ingrid staan in Nederland vaak op de loonlijst van die multinationals. Zij zijn ervan afhankelijk dat het goed gaat met die multinationals. Wat betreft de podiumkunsten moeten mensen zelf kunnen beslissen waaraan zij hun centen uitgeven, ook als de kostprijs iets hoger wordt dan in het verleden. En dan nog iets over die multinationals. Als er één partij is die wil nadenken over hoe je het ontlopen van vennootschapsbelasting kunt voorkomen, is dat de PVV. De heer Bashir kan mij wat dat betreft absoluut mee aan de hand nemen. Dan gaan we samen gezellig een glas wijn drinken om eens te bespreken wat we daaraan kunnen doen. Het verlagen van het tarief an sich heeft niets te maken met het zoeken naar mogelijkheden om aan betaling van het nominale Vpb-tarief te ontkomen door multinationals.

De heer Bashir (SP):

De banken hebben deze crisis veroorzaakt. Nu de crisis betaalt moet worden, krijgen de multinationals en de banken een belastingverlaging die wordt betaald uit een btw-verhoging voor de podiumkunsten. Ik vind dat onacceptabel. Ik vind dat niet eerlijk richting de mensen die de crisis niet veroorzaakt hebben. Ik begrijp niet waarom de PVV deze keuze maakt.

De voorzitter:

Dat was geen echte vraag, maar misschien wil de heer Van Vliet er toch op reageren.

De heer Van Vliet (PVV):

Ik wil best een korte reactie geven, want ik begrijp de positie van de heer Bashir uiteraard heel goed. Hij koppelt het verlagen van het vennootschapsbelastingtarief rechtstreeks aan de btw op podiumkunsten. Dat causale verband is volstrekt afwezig. Het is onderdeel van een totaalpakket in het kader van het belastingplan. Nederland moet alles bekostigen door het heffen van belastingen. Als je moet bezuinigen, moet je keuzes maken. Wij hebben onze handtekening onder het gedoogakkoord gezet en dit maakt onderdeel uit van het totaalpakket. Als het voor ons een onoverkomelijk punt was geweest, hadden we misschien over iets anders moeten onderhandelen, maar uiteindelijk sta je voor een eindresultaat. En dat zal ik verdedigen.

Dit is een plenaire afronding van een overleg van twee dagen. Ik houd mijn inbreng dus vrij kort. Mijn amendement op de werkkostenregeling blijft staan. Ik vraag de staatssecretaris daar in zijn termijn toch nog wat nauwgezetter op terug te komen in het kader van een toekomstvisie op belastingheffing in Nederland. Die belastingheffing zou namelijk veel simpeler moeten. Ik begreep dat we in de gelegenheid zijn in eerste termijn moties in te dienen. Ik zou dat graag willen doen, want ik zie geen reden om daarmee te wachten.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat per 1 juli 2010 de regeling is vervallen op grond waarvan belastingplichtigen in de vennootschapsbelasting over het fiscale verlies van 2008 een voorlopige teruggave konden krijgen op basis van 80% van het geclaimde verlies;

overwegende dat deze regeling budgettair neutraal is en toch veel ondernemingen in de kredietcrisis een betere liquiditeitspositie heeft bezorgd;

constaterende dat voor veel ondernemingen de gevolgen van de kredietcrisis juist in 2009 tot uiting zijn gekomen;

verzoekt de regering om de genoemde regeling alsnog te verlengen zodat ook voorlopige teruggaven vennootschapsbelasting uit hoofde van verliescompensatie kunnen worden verleend over het jaar 2009,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Vliet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 38(32504).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in de Nederlandse belastingheffing sprake is van het stapelen van belastingen waarbij met name omzetbelasting wordt geheven over een grondslag inclusief andere belasting zoals accijnzen en energiebelasting;

overwegende dat zulks niet altijd door de Europese Unie wordt voorgeschreven;

constaterende dat de Belastingdienst op dit punt geen eigen beleid heeft geformuleerd;

verzoekt de regering om maatregelen te nemen zodat bij toekomstige belastingen het heffen van omzetbelasting over een grondslag inclusief belastingen zo veel mogelijk wordt vermeden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Vliet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 39(32504).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Belastingdienst het eerstelijncontact met belastingplichtigen regelt via een callcenter bekend als de BelastingTelefoon;

overwegende dat uit onderzoek blijkt dat 10% van de belastingplichtigen niet adequaat geholpen kan worden door deze medewerkers op afstand;

constaterende dat in het verleden direct contact tussen belastingplichtigen en de behandelende belastinginspecteur wel mogelijk was;

verzoekt de regering, voorwaarden vast te stellen waaronder belastingplichtigen met een complex of meerjarig dossier niet afhankelijk zijn van de BelastingTelefoon maar rechtstreeks contact kunnen opnemen met de behandelende ambtenaar van de competente eenheid van de Belastingdienst,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Vliet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 40(32504).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,Van Vliet

overwegende dat uit recente jurisprudentie van de Rechtbank Haarlem blijkt dat kosten van luxe afkickklinieken voor drank- en drugsverslaving als specifieke zorgkosten in aftrek gebracht kunnen worden voor zover die kosten niet worden vergoed door de zorgverzekeraar;

overwegende dat op deze wijze alle belastingbetalers opdraaien voor deze kosten;

constaterende dat zulks een volstrekt ongewenste situatie oplevert;

verzoekt de regering om artikel 6.18 van de Wet op de Inkomstenbelasting 2001 zodanig aan te passen dat de kosten van dergelijke afkickklinieken worden toegevoegd aan de aftrekbeperkingen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Vliet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 41(32504).

De heer Braakhuis (GroenLinks):

De heer Van Vliet weet dat wij samen met de SP een amendement zullen indienen in verband met de Edelweissconstructie. Gaat hij daar dan wel in mee?

De heer Van Vliet (PVV):

Voorzitter. Ik kan de heer Braakhuis bijzonder blij maken, want ik vind het een bijzonder sympathiek amendement.

De heer Slob (ChristenUnie):

Ik wil allereerst de heer Van Vliet complimenteren met het intrekken van zijn amendement over het koningshuis. Dat doet mijn oranje hart goed. Er zal morgen in de Kamer nog wel verder over het koningshuis worden gesproken, maar hij geeft hiermee een heel belangrijk statement af namens de PVV.

Ik heb nog een vraag over het maatschappelijk beleggen en de heffingskorting. Het zal met name nogal wat ondernemers in de glastuinbouw vrij hard raken, als dat abrupt wordt stilgezet. Is er bij de PVV ruimte om te kijken of wij misschien een "zachte landing" kunnen realiseren, zodat er geen bedrijven omvallen in een sector die volgens mij ook de fractie van de heer Van Vliet heel dierbaar is?

De heer Van Vliet (PVV):

Ik heb daarop een transparant antwoord aan collega Slob. Ik zou graag de tekst van een eventuele aanpassing willen zien. Daar zal ik dan met een open mind naar kijken. Daarnaast zou ik graag de visie van de staatssecretaris op dat punt vernemen om te kijken in hoeverre de PVV-fractie die zal meewegen. Als er sprake is van een verschuiving in dan wel inbreuk op het gedoogakkoord, zullen wij eventjes met de samenwerkingspartners om de tafel moeten. Ik behoud mij dan ook even voor om niet voor de troepen uit te lopen, maar het klinkt sympathiek.

De heer Slob (ChristenUnie):

Als het goed is, zullen onze amendementen zo dadelijk worden uitgedeeld; die hebben wij pas net voor de start van dit debat kunnen indienen. Ik zal nog een dekkingsmotie indienen. Dan zullen wij het debat verder vervolgen. Dank voor uw positieve houding.

De heer Van Vliet (PVV):

Ik heb nog een slotopmerking over iets wat de heer Slob zojuist zei ten aanzien van het amendement over het koningshuis. Dat is nu inderdaad klare taal. Ik heb dat amendement ingetrokken, maar wel wijzend op de reden waarom, namelijk de ongewenste effecten van het afschaffen van artikel 33, onderdeel 1°, van de Successiewet. Dat betekent natuurlijk niet dat de PVV in de toekomst niet zou willen kijken naar het inperken van andere subjectieve belastingvrijstellingen in het belastingstelsel. Dat wil ik eventjes voor de compleetheid gezegd hebben.

De voorzitter:

De heer Van Vliet wenst de amendementen 32505, nr. 15 en 32504, nr. 26 in te trekken.

De heer Bashir (SP):

Voorzitter. Het nieuwe kabinet heeft het Belastingplan dat door het vorige demissionair kabinet is ingediend aangevuld met een aantal maatregelen die de SP-fractie liever niet gezien had en liever niet genomen zou hebben.

Allereerst zou de SP-fractie niet gekozen hebben voor het verlagen van de winstbelasting voor grote bedrijven en multinationals. Het kabinet kiest ervoor om vanaf volgend jaar al de vennootschapsbelasting te verlagen, wat de schatkist 210 mln. gaat kosten. Om de 210 mln. die de grote bedrijven en multinationals minder bij zullen dragen te kunnen bekostigen, moeten anderen uiteraard gaan betalen. Zo wordt de btw voor de podiumkunsten verhoogd met 13%. Kunstenaars vrezen voor vraaguitval en voor hun baan. Bezoekers vrezen dat zij het straks niet meer kunnen betalen. Deze vrees wordt ook onderbouwd door de econometrische analyses van het onafhankelijk onderzoeksbureau APE. Dat heeft becijferd dat elke procent prijsverhoging resulteert in een procent minder bezoekers. Het verhogen van de belasting met 13% op podiumkunsten zal resulteren in 13% minder bezoekers. Ik vraag de staatssecretaris dan ook of hij bij zijn berekening van de opbrengsten van de btw-verhoging rekening heeft gehouden met deze substantiële vraaguitval. Het onderzoeksbureau heeft becijferd dat vanwege de gedragseffecten in totaal rekening moet worden gehouden met een lagere opbrengst van de btw-verhoging ter grootte van 10 mln. De btw-verhoging voor podiumkunsten levert de staatssecretaris dus aanzienlijk minder op en zou zelfs een financieel "gat" in het Belastingplan kunnen slaan. Nog een reden dus om niet te kiezen voor de btw-verhoging voor podiumkunsten.

De heer Van Vliet (PVV):

Ik hoor de heer Bashir spreken over een onderzoek. Zegt dat onderzoek ook iets over een mogelijke verlaging van de kosten aan de kant van de aanbieders van die kunsten?

De heer Bashir (SP):

Ik begrijp die vraag niet. Wat bedoelt u met mogelijke kosten van de aanbieders?

De heer Van Vliet (PVV):

Ik zal mijn vraag preciseren. Het onderzoek koppelt 1% btw aan omzetpercentages en zegt dat dit effect heeft voor degenen die het kaartje moeten kopen omdat ze geconfronteerd worden met een prijsverhoging. Zegt dat onderzoek er ook iets over dat de prijs niet omhoog zou hoeven als de kosten omlaag gaan? Dan blijft de prijs van een kaartje hetzelfde en zou er dus geen sprake zijn van minder omzet.

De heer Bashir (SP):

Het is een heel specifieke vraag. Daarvoor moet ik even naar het onderzoek zelf kijken. Ik heb het onderzoek hier voor mij liggen. Ik zal het aan u, voorzitter, overhandigen met het verzoek om het rond te delen. Dan kan de heer Van Vliet er naar kijken en kan ook de staatssecretaris er een reactie op geven. In tweede termijn kunnen wij er dan eventueel op terugkomen.

De voorzitter:

Ik neem aan dat er geen bezwaar tegen bestaat dat dit stuk ter inzage wordt gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Kamer.

(Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.)

De heer Bashir (SP):

Voorzitter. Voor de volledigheid merk ik op dat het onderzoek weliswaar in opdracht is uitgevoerd maar dat het wel een onafhankelijk onderzoek is. APE is namelijk een gerenommeerd bureau dat onafhankelijk is.

Volgens het kabinet levert de btw-verhoging voor podiumkunsten en verzamelvoorwerpen de schatkist 90 mln. op. Dat is natuurlijk niet genoeg om zijn rechtse hobby, het verlagen van de winstbelasting voor grote bedrijven en multinationals, te kunnen betalen. Het verlagen van de winstbelasting kost namelijk 210 mln. Daarom heeft het kabinet gezocht naar nog eens 120 mln. en heeft het toen gekozen voor het afschaffen van de heffingskorting voor maatschappelijke beleggingen, culturele beleggingen en directe beleggingen in durfkapitaal. Mijn fractie ziet graag dat beleggers gestimuleerd worden om hun geld ook maatschappelijk nuttig te investeren. Naar onze overtuiging geeft de heffingskorting deze stimulans.

Het gevolg van het afschaffen van de heffingskorting is niet alleen dat beleggers straks minder bereid zijn om te investeren in maatschappelijke beleggingen, directe beleggingen in durfkapitaal en culturele beleggingen, maar ook dat projecten die met dit geld gefinancierd worden, minder rendabel worden. Op basis van dit fiscale voordeel worden namelijk rentekortingen verstrekt aan projecten waarin is geïnvesteerd. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld windmolenparken, biologische landbouw en microfinancieringen in ontwikkelingslanden.

Doordat banken en fondsen door de heffingskorting goedkoop geld uit de markt konden halen, waren zij in staat tegen lagere rentes groene en sociale projecten te financieren. Straks kan dat dus niet meer. Het kabinet veroorzaakt met deze maatregel meer leed dan het kabinet voorziet. Volgens mij kost het op de lange termijn ook evenveel als het nu oplevert. Nu krijgen bedrijven namelijk iets meer dan 1% rentekorting doorgespeeld. Als het voorstel van de regering doorgaat, zullen juist deze bedrijven die in deze tijd heel hard nodig zijn, echter een groot deel van de rentekorting verliezen. Volgens de banken betekent dit voor een aantal van deze bedrijven het einde.

Ik heb dan ook een amendement ingediend om de verlaging van de winstbelasting niet door te laten gaan. Als je niet kiest voor het verlagen van de winstbelasting, hoef je namelijk ook de btw-verhoging op podiumkunsten niet door te laten gaan. Tevens kun je de heffingskorting op groene financieringen en sociaalethische beleggingen in stand houden.

Ik ga verder met het koopkrachtpakket. Ook op het punt van de koopkracht maakt de SP andere keuzes dan het kabinet. Zo wil het kabinet de grens van de derde schijf verlengen, hetgeen een voordeel oplevert voor mensen met een hoog inkomen. De SP kiest samen met de PvdA voor solidariteit in deze moeilijke tijden en daarom hebben wij een amendement ingediend om de eerste tariefschijf te verlengen. Van een verlenging van de eerste tariefschijf profiteert iedereen. Ik wijs de regering er wel op dat in de brief die het kabinet vrijdag naar de Kamer heeft gestuurd, over ons amendement allemaal cijfers staan die ik in dit amendement niet kan vinden. Er lijkt mij sprake van een misverstand. Ik verwijs de staatssecretaris daarom naar de toelichting op ons amendement, waarin uitgelegd wordt hoe het precies zit.

In het kader van de constructiebestrijding heb ik mij samen met de heer Braakhuis van de GroenLinks-fractie ingezet om een einde te maken aan een belastingontwijkingsroute in de Successiewet, de zogeheten Edelweissroute. Bij het afwikkelen van erfenissen duiken soms anonieme Zwitserse rekeningen, aandelen en andere vormen van vermogen van ouders op, die heel lang buiten het zicht van de fiscus zijn gehouden. Meestal weten de erfgenamen hier wel van. Als erfgenamen ervoor kiezen om het geheime vermogen buiten het zicht van de fiscus te houden, kunnen zij van een lacune in de wet gebruikmaken om zich als erfgenamen achter de advocaten en notarissen te verschuilen. De nabestaanden hoeven nu namelijk niet te tekenen voor een aangifte van de erfbelasting.

De staatssecretaris heeft in de brief van afgelopen vrijdag meer dan drie pagina's gebruikt om ons amendement te ontraden. De fracties van GroenLinks en de SP hadden in de eerste versie van het amendement echter gekozen voor het schrappen van artikel 72, lid 1. Ik wil allereerst een aantal misverstanden die in de brief voorkomen, uit de wereld helpen. Met de eerste versie van ons amendement werd artikel 72, lid 1, afgeschaft, maar niet heel artikel 72, zoals in de brief wordt gesuggereerd. Een ander misverstand is dat met de eerste versie van ons amendement de plicht om aangifte te doen als alle erfgenamen in het buitenland wonen, zou worden afgeschaft. Dat klopt niet; ons amendement bemoeilijkt het verschuilen achter buitenlandse geheimhoudingsplichten.

Verder ging de staatssecretaris tijdens het wetgevingsoverleg in zijn tweede termijn voorbij aan artikel 39 van de Successiewet. Artikel 39 maakt het namelijk mogelijk om gezamenlijk aangifte te blijven doen. Daar verandert ons amendement niets aan. Ook verandert het amendement niets aan de verantwoordelijkheden en mogelijkheden die door middel van artikel 4:145 en verder van het Burgerlijk Wetboek aan de executeur zijn gegeven.

Wij hebben de genoemde brief echter heel goed gelezen en wij hebben ons amendement inmiddels iets aangepast. Met ons nieuwe amendement blijft het mogelijk dat de executeur aangifte doet, maar de erfgenamen moeten dan allemaal meeondertekenen. Hiermee komen wij volgens mij tegemoet aan het belangrijkste bezwaar van de staatssecretaris. De hoofdelijke aansprakelijkheid van de executeur blijft. Verder is naar onze mening zeker geen sprake van verhoogde administratieve lasten, want erven moeten immers de aangifte van de executeur na controle nog slechts zelf ondertekenen.

Er komt nog een tweede amendement. Met dit amendement wordt beoogd dat wie een deel van de erfenis verzwijgt, ook na de verjaringstermijn van twaalf jaar nog aangesproken kan worden op het verzwegen geld. Dit tweede amendement staat dus los van het eerste. Wij denken dat wij met het eerste amendement al een groot deel van de constructie kunnen aanpakken. Het tweede amendement maakt het volgens mij helemaal dicht.

De belangrijkste vraag die ik de staatssecretaris wil stellen, is of hij het doel van het amendement onderschrijft. De staatssecretaris koos eerst niet voor onze oplossing, maar als hij daarin blijft volharden, wil ik weten wat zijn oplossing is om deze constructie aan te pakken. Het gaat om tientallen miljoenen aan belastinggeld, die nu buiten de belastingheffing blijven. Naar schatting is er alleen al in Zwitserland meer dan 20 mld. zwart Nederlands geld. Met deze oplossing van GroenLinks en de SP doen de kinderen zelf bij het verzwijgen van de nummerrekening een valse aangifte als zij niet alles opgeven. Dit schrikt naar onze mening flink af.

Uiteraard blijven er ondanks dit amendement legio mogelijkheden over om de belasting te ontwijken. De zeer uitgebreide industrie die Nederland kent om de successiebelasting zo laag mogelijk te houden, beschikt vast over nog meer methodes, maar we pakken haar er hiermee één af. Dat is zelfs een heel belangrijke methode.

Alleen al bij de rentekosten voor de schatkist van verlenging van de willekeurige afschrijving gaat het om een zeer groot bedrag van 220 mln. Dat is niet zonder reden, want er is sprake van een flinke kasverschuiving in tijd. Volgens mij wordt dit geld ook niet altijd nuttig ingezet. Dan heb ik het vooral over de constructie waarmee met geleend geld belegd kan worden in schepen met het doel om meer geld terug te krijgen dan de eigen inleg van de belegger. Ik had graag gezien dat zulke constructies onmogelijk zouden worden, temeer omdat het geld elders hard nodig is en er nu overcapaciteit is in de scheepvaart. De staatssecretaris geeft aan dat er geen goede mogelijkheid is om deze constructie aan te pakken. Een uitzondering voor alle zeeschepen gaat inderdaad te ver. Een uitzondering voor investeringen in zeeschepen door particuliere investeerders schiet inderdaad haar doel voorbij en er zijn ook afbakeningsproblemen met een uitzondering voor alle investeringen door investeerders in grote samenwerkingsverbanden. Wel vind ik de reclame-uitingen die beleggers gouden bergen beloven, onvolledig en dus eigenlijk misleidend. Optreden door de AFM is dan ook op zijn plaats. Ik heb daarom samen met de heer Irrgang Kamervragen gesteld om het toezicht door de AFM op reclame-uitingen te verbeteren en de AFM vaker te laten optreden. Het lijkt mij goed om die discussie met de minister van Financiën voort te zetten.

Op het punt van de vergroening had ik een amendement aangekondigd om de verbrandingsbelasting in te voeren. In plaats van dat amendement kom ik bij dezen met een motie. Het lijkt mij namelijk goed om hier uitgebreider bij stil te staan. Een studie zou kunnen bijdragen aan die discussie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de afvalstoffenbelasting sinds de invoering niet meer is geëvalueerd, de prijzen voor afvalverbranding de afgelopen jaren fors zijn gedaald en er nog steeds sprake is van overcapaciteit, waardoor de kosten voor verbranding van afval dusdanig concurreren met hergebruik en recycling dat afval te laagwaardig wordt verwerkt;

van mening dat nuttige toepassing van afval de voorkeur heeft;

constaterende dat recent de Europese norm voor afvalverbrandingsinstallaties met een nuttige toepassing van kracht is geworden;

overwegende dat het heffen van verbrandingsbelasting op in ieder geval afval dat zonder nuttige toepassing wordt verbrand, potentieel een positief effect zal hebben op het hoogwaardig verwerken van afval;

verzoekt de regering, de mogelijkheden van het invoeren van een eventueel naar nuttige toepassing gedifferentieerde verbrandingsbelasting te onderzoeken en daarbij alle aspecten omtrent de stort- en verbrandingsbelasting mee te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Bashir, Braakhuis en Dijkgraaf. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 43(32504).

De heer Van Vliet (PVV):

Tijdens het wetgevingsoverleg heeft de heer Bashir het namens de SP gehad over vereenvoudiging van het toekomstige belastingstelsel. Ik leg hem de vraag voor of dit daar wel in past. De uitvoeringspraktijk van soortgelijke belastingen, zoals de verpakkingenbelasting, is echt een crime, een ramp, voor de belastingplichtigen die de belasting moeten ophoesten. Hoe past dit dan in de vereenvoudiging van ons belastingstelsel?

De heer Bashir (SP):

Voorzitter. Ook naar de mening van de SP moet het belastingstelsel zo eenvoudig mogelijk zijn, zodat iedereen begrijpt waarom en waarvoor hij belasting betaalt. In de huidige wet is het echter mogelijk om een verbrandingsbelasting in te voeren, omdat er nu al een nihiltarief geldt. Als het nihiltarief verandert, kun je de belasting heel eenvoudig invoeren. Er is dus in feite al een belasting op het verbranden van afval, maar dat is een nultarief. Wij vragen niet om het invoeren van die belasting, maar om een discussie daarover in de Kamer. De PVV-fractie is vast wel met mij van mening dat wij zo min mogelijk moeten verbranden en storten en zo veel mogelijk moeten hergebruiken.

De heer Van Vliet (PVV):

Wij moeten ook zo min mogelijk aangiftes opleggen aan belastingplichtigen. Mijn vraag ging over de uitvoeringspraktijk. Er kan wel een nihiltarief zijn, maar als nog nooit iemand de belasting heeft betaald, zijn er ook nog geen aangiftes gedaan. Daar moet straks weer een stuk administratie voor worden opgetuigd. Dat gaat mijns inziens niet goed samen.

De heer Bashir (SP):

In de motie vragen wij in feite om niets anders dan om hier een discussie te voeren. Wij vragen het kabinet, een onderzoek te doen naar de mogelijkheden en daarbij alle aspecten mee te nemen. Ik denk in dit kader aan de Europese aspecten en de grenseffecten, maar ook aan andere zaken zoals de administratieve lasten die dit met zich brengt. Vervolgens kunnen wij in de Kamer een afweging daarover maken. De motie legt nog niets vast. De heer Van Vliet kan nog daar onderuit komen zodra hij in het debat constateert dat de verbrandingsbelasting niet voor de vergroening zorgt die wij willen, maar juist andere effecten heeft.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Ik maak van de gelegenheid gebruik om tegen de heer Van Vliet te zeggen dat het in dezen om vijf belastingplichtigen in heel Nederland gaat. In die zin is dit dus behoorlijk overzichtelijk. Ik heb eigenlijk geen vraag over de motie, omdat ik die medeondertekend heb, maar over de strekking van de motie. Tijdens het wetgevingsoverleg hadden wij bijvoorbeeld een discussie over de monostroom en of daar een vrijstelling voor moet gelden. De heer Omtzigt heeft daar een aantal vragen over gesteld. Is de strekking van de motie zo breed dat alle aspecten waarbij wij nog vraagtekens hebben, goed in kaart worden gebracht, zodat wij een totaalplaatje hebben en het dossier eindelijk goed kunnen sluiten?

De heer Bashir (SP):

Ik interpreteer de vraag van de heer Dijkgraaf dusdanig dat hij dat mening is dat die aspecten meegenomen moeten worden. Hij is immers mede-indiener van de motie. Dan kunnen wij dit alles meteen voorleggen aan de staatssecretaris.

De SP-fractie wil de voorgestelde belastingverhoging op het bezit van een motor tegengaan. Het vorige kabinet wilde de wegenbelasting verhogen in aanloop naar het systeem van de kilometerheffing. Nu dat systeem niet doorgaat, is wel de belastingverhoging op auto's gestopt maar niet die op motoren. Hierdoor gaan motorrijders 6% meer belasting betalen. Dit moeten wij dan ook rechttrekken. De SP-fractie heeft daarom een wijziging van het Belastingplan ingediend om de belastingverhoging voor motorrijders te voorkomen. Juist in de strijd tegen de files en het ruimtetekort is de motor volgens mij een aantrekkelijk alternatief voor de auto. Een forse belastingverhoging past hier dus niet bij.

Ik kom nu op de aftrekbaarheid van het lidmaatschap van een golfclub. Ik heb een amendement ingediend om representatiekosten in de vorm van de kosten van een lidmaatschap van een vrijetijdsvereniging van aftrek uit te sluiten. Ik heb het in dit kader over het lidmaatschap van een golfvereniging. Dit amendement is ingediend naar aanleiding van een rechtszaak waarbij de eigenares van een winkel in tweedehandsdameskleding beweerde dat ze het lidmaatschap voor de golfclub moest kunnen aftrekken. Zij beweerde dat ze het lidmaatschap nodig had om klanten te kunnen werven voor haar tweedehandskledingzaak. De staatssecretaris schrijft in de brief van vrijdag – waar ik zojuist over sprak – dat het amendement overbodig is vanwege de dubbele toets. Deze rechtszaak laat volgens mij juist zien dat de dubbele toets niet werkt. Uit de rechtszaak blijkt namelijk dat de fiscus deze kosten als zakelijk heeft geaccepteerd; de fiscus heeft daar in die zaak in ieder geval geen verweer tegen gevoerd. De eerste toets zijn we daarmee dus voorbij. Dan blijft de tweede toets over, namelijk of de kosten onder een specifieke aftrekbeperking vallen; in casu standsuitgaven. De rechter bepaalde dat dit niet het geval was. De SP wil daarom een specifieke aftrekbeperking voor dit soort zaken, zodat duidelijk is dat deze kosten niet aftrekbaar zijn.

De staatssecretaris haalt in zijn brief het voorbeeld van de voetbalwedstrijd erbij, maar hij snijdt zich mijns inziens daarmee zelf flink in de vingers. Het bijwonen van één voetbalwedstrijd kun je namelijk niet vergelijken met een lidmaatschap. Een lidmaatschap werkt veel breder. Je bent altijd lid, of je nu zakelijke contacten opdoet of niet. Het privékarakter van een lidmaatschap is veel sterker. Het uitsluiten van een lidmaatschap is juist duidelijker. Je gaat golfen of voetballen omdat je dat leuk vindt en op de tweede plaats kun je daar klantencontacten opdoen. Dit is een bijkomend voordeel. Het aangehaalde voorbeeld door de staatssecretaris pleit volgens mij dan ook voor het aannemen van dit amendement.

Tot slot zorgt aannemen van het amendement ervoor dat de onduidelijkheid wordt weggenomen. In een eerdere, soortgelijke zaak had de rechter immers anders besloten.

De voorzitter:

Dank u. U bent keurig binnen de tijd gebleven!

De heer Groot (PvdA):

Voorzitter. Ook ik doe mijn best om binnen de tijd te blijven!

Ik dank de staatssecretaris andermaal voor de uitgebreide antwoorden op de door de Kamer in het wetgevingsoverleg gestelde vragen. Ik dank de staatssecretaris met name omdat hij op al mijn vragen is aangegaan. Dat heeft hij niet bij iedereen gedaan. In mijn geval dus wel, waarvoor dank.

Het Belastingplan dat vandaag voorligt, is aanzienlijk minder beleidsarm geworden dan toen het op Prinsjesdag werd ingediend. Het nieuwe, rechtse kabinet heeft er een duidelijk ideologisch stempel op gezet. Fiscale faciliteiten voor duurzame beleggingen worden gekort. De race naar de bodem bij de winstbelasting wordt voortgezet. De jacht op alles wat te maken heeft met de niet-commerciële kunst is geopend. Vooral op dat laatste kom ik uitgebreid terug.

Er zijn ook positieve punten. Gelukkig is een handreiking gedaan voor vruchtbare samenwerking met de Kamer. De staatssecretaris wil niet alleen bezuinigen, maar ook hervormen. Daarbij zoekt hij aansluiting bij het voorwerk dat al onder de vorige minister van Financiën, Wouter Bos, is gedaan.

Ook mijn fractie ziet de wenselijkheid en zelfs de noodzaak om ons fiscale stelsel te vereenvoudigen en te verbeteren, temeer omdat dit kabinet op tal van terreinen gekozen heeft voor een beleid van culturele en sociaaleconomische kaalslag en verdere stilstand. Hervorming van het belastingstelsel kan een bloeiend plantje worden in een verder kale woestenij.

Het moet echter gezegd worden dat het kabinet het zichzelf niet gemakkelijk maakt met de hervorming van het fiscale stelsel. De grootste aftrekpost, de hypotheekrente, blijft categorisch buiten beschouwing. Dat trekt het nieuwe fiscale gebouw bij voorbaat scheef. Nog ernstiger is dat hierdoor bij voorbaat al veel van de doelmatigheidswinst verdampt die met zo'n nieuw belastingstelsel te behalen valt.

Collega-Kamerlid Koolmees heeft er in het wetgevingsoverleg al terecht op gewezen dat de hypotheekschuld van 600 mld. die Nederland torst een tijdbom is die alleen kan worden gedemonteerd door te sleutelen aan de fiscaliteit. Op zijn minst zou de perverse prikkel om zo veel mogelijk schuld te maken, moeten veranderen in een prikkel om schulden af te lossen.

Ik begrijp dat het geen zin heeft om de staatssecretaris op te roepen om alsnog de eigen woning in het fiscale stelsel te betrekken. Misschien is een andere weg nog wel begaanbaar. In de eerste termijn van het wetgevingsoverleg typeerde de heer Koolmees Nederland als een schuldensamenleving. Wij leven volgens hem op de pof, uitgelokt door het fiscale stelsel. Ik denk dat dit maar voor een deel waar is. Weliswaar is de rente voor hypotheken en vreemd vermogen aftrekbaar, maar er staat tegenover dat de fiscus tegelijkertijd het sparen in de tweede en de derde pensioenpijler op een geweldige manier subsidieert. Wij hebben aan de ene kant 600 mld. hypotheekschuld. Wij hebben daar aan de andere kant zo'n 1000 mld. aan vaak fiscaal gefaciliteerde besparingen tegenover staan.

Ik meen dat die zaken niet los van elkaar staan. Die zijn eerder te zien als twee zijden van één medaille. Want, waarom zijn de banken in dit land bereid om 100% of meer van de waarde van huizen aflossingsvrij te financieren? Waarom gebeurt dat wel in Nederland en niet in België, Duitsland of Frankrijk? Dat is niet alleen vanwege de hypotheekrenteaftrek, want die houdt na 30 jaar op. Banken kunnen de aflossingsvrije tophypotheken alleen geven omdat zij weten dat het overgrote deel van de Nederlanders straks een heel hoog pensioen krijgt of op een andere manier fiscaal gefaciliteerd vermogen heeft opgebouwd.

Wat wij zien, is dat in het land geweldig veel geld wordt rondgepompt. Steeds meer mensen sluiten tophypotheken af met in feite hun oudedagsvoorziening als onderpand. Alleen de financiële industrie wordt daarvan wijzer. De burger niet. De Belastingdienst is de huilende derde. Aan de ene kant worden immers tientallen miljarden aan hypotheekrente afgetrokken en aan de andere kant tientallen miljarden aan lijfrentes en pensioenpremies.

Kan de staatssecretaris toezeggen dat in de komende startnotitie ten minste aandacht wordt geschonken aan de samenhang tussen fiscaal gedreven sparen aan de ene kant en fiscaal gedreven schulden maken aan de andere kant? Wellicht kan dit interessante nieuwe voorstellen opleveren voor een moderner fiscaal stelsel. Ik geef een voorbeeld. Waarom zouden mensen niet een deel van hun pensioenopbouw mogen beleggen in een eigen huis? Welke rol kunnen onze pensioenfondsen daarin spelen? Graag krijg ik een reactie van de staatssecretaris op dit punt.

Na deze wat theoretische exercitie kom ik op de maatregelen in het Belastingplan zelf. Mijn fractie steunt van harte de inspanningen om fraude- en ontwijkingsconstructies aan te pakken. Die inspanningen kunnen wat de PvdA betreft niet ver genoeg worden opgevoerd. Hoe moeilijk dat is, blijkt uit het amendement van de geachte afgevaardigden Braakhuis en Bashir over de zogenoemde Edelweissroute. Volgens de staatssecretaris zal het amendement meer schade aanrichten dan geld opleveren bij het ophalen van successiebelasting. Ik kan de argumentatie op zichzelf volgen, maar er blijven wel vragen liggen. Erkent de staatssecretaris het bestaan van de Edelweissroute of moeten we dit zien als een mythe? Als deze route bestaat, hoe vaak gebeurt het dan dat executeurs van testamenten hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld? Hoe effectief is deze manier om de route tegen te gaan?

Ik kom toe aan de meest heikele punten van vandaag: de afschaffing van de heffingskorting op durfkapitaal op culturele en duurzame beleggingen en de invoering van het hoge btw-tarief voor podiumkunsten en beeldende kunst. Voor de faciliteiten voor duurzaam en cultureel beleggen houd ik de staatssecretaris nog een laatste keer voor: gooi geen oude schoenen weg voordat je nieuwe hebt! Het gaat hier om regelingen die hun effectiviteit ruimschoots hebben bewezen. De heer Bashir heeft dat ook al uiteengezet. De schade op de lange termijn weegt niet op tegen het budgettaire gewin op de korte termijn, om nog maar te zwijgen over de reputatieschade die de overheid opnieuw lijdt door van de ene op de andere dag faciliteiten te schrappen. Zij schrapt dan in zekerheden die langetermijnbeleggers dachten te hebben. Wie zijn geld in een langjarig deposito heeft belegd, kan niet zomaar switchen. Wat is het antwoord van de staatssecretaris aan deze mensen en aan de Nederlandse Vereniging van Banken?

Eerlijk is eerlijk: ook na het schrappen van de heffingskortingen blijft hier nog iets van een fiscale stimulans bestaan. Dat kan niet worden gezegd van de aanpak van de Nederlandse podiumkunsten en de Nederlandse beeldende kunst. Kaalslag is nog een understatement! Dit is een aanval op drie fronten: ten eerste via bezuiniging op de rijkssubsidies, ten tweede via de bezuiniging op de gemeenten en ten derde via de verhoging van de btw. De staatssecretaris verdedigt dit beleid door te stellen dat hij de kunstsector wil stimuleren om de eigen verdiencapaciteit te vergroten. Dat kan een argument zijn om de subsidies te verminderen, maar het kan geen argument zijn om ook nog de btw te verhogen met 13 procentpunt. Dat heb ik ook al in het wetgevingsoverleg gezegd. Dan doe je immers precies het omgekeerde van het stimuleren van de verdiencapaciteit; je maakt het de kunstsector dan juist moeilijker om zelf meer inkomsten uit de markt te halen.

Bij het wetgevingsoverleg bleek dat ook mevrouw Neppérus van de VVD grote moeite heeft met dit voorstel. Zij maakte er zelfs goede sier mee in NRC Handelsblad. Ik ben er echter nog niet gerust op dat de VVD hier vandaag de rug recht houdt. Ik wil mevrouw Neppérus en het CDA nogmaals voorhouden dat er drie zware argumenten zijn om de btw-maatregel voor de kunsten te schrappen. Het eerste argument heeft mevrouw Neppérus zelf genoemd in de eerste termijn. Het betreft de uitvoering. Toen zij nog bij de Belastingdienst werkte, maakte zij mee dat de vuilniszak onder een ander btw-tarief viel dan het draadje waarmee die zak werd dichtgemaakt. Ik citeer uit het stenografisch verslag: dat soort dingen vraagt altijd om problemen. De Nederlandse Orde van Belastingadviseurs waarschuwt voor nog veel grotere uitvoeringsproblemen in dit geval. Podiumkunst krijgt te maken met een hoog tarief, terwijl bioscopen en amusementsparken het lage tarief houden.

Mevrouw Neppérus (VVD):

De heer Groot citeert mij. Ik heb die opmerking inderdaad gemaakt. Als ik hem zo beluister, kan ik maar tot één conclusie komen, namelijk dat hij naar één btw-tarief wil. Als hij consequent is in zijn redenering is dat het hoge tarief. Kan hij dit uitleggen?

De heer Groot (PvdA):

Ik wil dit graag uitleggen. Mijn partij is gecharmeerd van het idee van een geharmoniseerd btw-tarief en zou graag zien dat die mogelijkheid in ieder geval wordt onderzocht. Ik verwacht dat daarmee veel efficiencyvoordelen kunnen worden behaald. Met een geharmoniseerd hoog tarief haal je veel extra geld op en dan heb je geld om sectoren te compenseren. Dat zal niet een-op-een kunnen, maar als je de kunstsector zo zwaar wilt aanslaan, kan die op een andere manier worden gesteund en daar heb je dan ook de middelen voor. Dat is het verschil, mevrouw Neppérus.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Ik zie al weer de subsidiepot op tafel komen. De heer Groot spreekt over de uitvoerbaarheid en de problemen waar je op stuit bij het afbakenen. Ik wijs daar ook altijd op. Als hij consequent is, houdt hij dus een pleidooi voor één tarief. Hij zegt echter tegelijkertijd dat er ook een laag tarief moet zijn. Ik mis de consequentie.

De heer Groot (PvdA):

Het gaat er nu om dat een sector selectief wordt gestraft. Als je zou spreken over een algemene uniformering van het btw-tarief, heb je alle ruimte om sectoren tegemoet te komen. Je praat dan over een totaal andere context. Het lijkt mij heel helder.

De heer Van Vliet (PVV):

Ik sluit mij aan bij mevrouw Neppérus. Het standaard btw-tarief in Nederland is 19%. In andere landen is het 25% zoals in Denemarken waar men geen laag tarief kent. Als wij doen wat de heer Groot net voorstelt, gaat alles naar 19%. Daar vallen dan ook de podiumkunsten onder. Ik kan dit niet volgen.

De heer Groot (PvdA):

Ik ben bang dat dit dreigt te ontaarden in een eindeloze tennispartij. Ik ben volgens mij heel duidelijk geweest. Als je een geharmoniseerd btw-tarief invoert, haal je veel extra geld op en heb je vervolgens de mogelijkheid om daarmee sectoren tegemoet te komen. Ik noem maar iets: de arbeidskosten in de kunsten kunnen dan omlaag. Als je het breed invoert, kun je ook breed compenseren en houd je nog efficiencywinst over ook. Misschien kun je in dat geval de kunstsector zelfs nog wel extra compenseren.

De voorzitter:

Het lijkt mij niet goed om hier een tennispartij toe te staan. Nog één korte vraag, mijnheer Van Vliet.

De heer Van Vliet (PVV):

Als het btw-tarief voor de podiumkunsten in het voorstel van de PvdA ook naar 19% gaat, blijft de vrijheid van de consument bestaan om zelf te kiezen waaraan hij zijn geld uitgeeft. Het effect is dan toch hetzelfde?

De heer Groot (PvdA):

Ik vervolg mijn betoog. Ik sprak over de uitvoeringsproblemen. Ik zal er een paar noemen die door de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs zijn aangekaart. Wat betekent dit voor acteurs die in de Efteling een act opvoeren? Krijg je dan een toegangskaartje voor de Efteling met deels een laag en deels een hoog btw-tarief? Betekent het voorstel van de staatssecretaris dat het optreden van een volksdansgroep in een cultureel centrum tegen het hoge btw-tarief wordt belast terwijl voor een demonstratie van majorettes in de plaatselijke sporthal een laag btw-tarief geldt? Deze selectieve verhoging van het btw-tarief heeft dit soort consequenties.

De staatssecretaris kan wel zeggen dat vroeger ook een hoog btw-tarief gold voor de podiumkunsten en dat dit toen ook uitvoerbaar was, maar dit lijkt mij een schijnargument. Wij willen het belastingstelsel toch simpeler maken en niet meer zo ingewikkeld als vroeger? De staatssecretaris zal toch moeten toegeven dat de administratieve lastenverzwaring van dit voorstel veel groter is dan hij heeft doen voorkomen? Ik krijg hierop graag een reactie.

Ik heb het dan nog niet eens over de wenselijkheid van deze maatregel. Ouders die hun kinderen meenemen naar een derderangs Hollywoodfilm waar zij les krijgen in geweld op straat, betalen het lage tarief. Als diezelfde ouders hun kinderen meenemen naar het jeugdtheater of naar een balletvoorstelling van de Notenkraker, krijgen zij met het hoge tarief te maken. Dat is blijkbaar cultuurpolitiek anno 2011.

Wij weten allemaal dat deze maatregel bedoeld is om de PVV te helpen aan haar eerste trofee, namelijk een slag toebrengen aan veronderstelde linkse hobby's. Als wij PVV-ideoloog Martin Bosma mogen geloven, dan vindt de linkse hobby van kunstsubsidies zijn wortels in de nationaalsocialistische beweging uit de jaren dertig. Laat ik een andere bron citeren uit die periode. Het Engelse kabinet stelde tijdens de oorlog voor om te bezuinigen op de kunstsubsidies en dat geld te steken in de wapenindustrie.

De voorzitter:

Mijnheer Groot, ik geef de heer Van Vliet even de gelegenheid om te reageren, want u sprak hem aan.

De heer Van Vliet (PVV):

Dank u, voorzitter. Ik voel mij niet echt uitgedaagd, maar ik wil via u aan de heer Groot vragen hoeveel oorlogen hij er nog bij gaat halen, terwijl wij het nu over het Nederlandse Belastingplan 2011 hebben. Zoals ik zojuist in mijn betoog zei, is het een kwestie van keuzes maken, zeker als je in een gedoogvariant zit en er bezuinigingen aan de orde zijn, waaraan iedereen iets moet bijdragen. Ik vind het volstrekt ongepast om dan met oorlogen en ideologieën aan te komen.

De heer Groot (PvdA):

Ik raad de heer Van Vliet aan om het boek te lezen van zijn collega Martin Bosma en daarin de bladzijden 260 en 261 op te slaan. Daar is de ideologische grondslag verwoord van de maatregel die vandaag voorligt.

De heer Van Vliet (PVV):

In het gedoogakkoord staat voor 18 mld. aan ombuigingen. De verhoging van de btw op podiumkunsten van 6% naar 19% maakt daarvan onderdeel uit. Drie partijen hebben daar hun handtekening onder gezet. Ik zie dus niet in wat dat voor PVV-trofee oplevert.

De heer Groot (PvdA):

Het is precies het probleem, dat ook VVD en CDA meewerken aan het binnenhalen van deze wat ik zie als PVV-trofee.

Ik was bezig met het citeren van een andere bron uit die periode, namelijk het Engelse kabinet, dat voorstelde om te bezuinigen op kunstsubsidies en dat geld te steken in de wapenindustrie. Toen zei Winston Churchill: "But then, what are we fighting for?" Dat was dus een reden om de bezuiniging op de kunstsubsidies niet te laten doorgaan.

Ik heb een amendement ingediend om de hoge btw op kunst ongedaan te maken, met als dekking een bescheiden verhoging van de assurantiebelasting. Die dekking deugt, omdat deze spoort met de aanbevelingen van de commissie inzake de continuïteit en vernieuwing van het belastingstelsel. Daarin wordt een nog veel verdergaande verhoging van de assurantiebelasting bepleit. Het heeft mij daarom verbaasd dat de staatssecretaris de aanneming van het amendement ontraadt, met als reden dat het niet aangaat om mensen die verzekeringen afsluiten, op te zadelen met de rekening van de hoge btw. Deze argumentatie miskent het principe dat het aan de politiek is om integrale afwegingen te maken en prioriteiten te stellen. Als ik de staatssecretaris goed begrijp, is de enige mogelijke deugdelijke dekking, het geld bij de kunstsector zelf weg te halen. Maar dat willen wij nu juist niet. Als de staatssecretaris zo doorgaat stelt het recht van amendement straks helemaal niets meer voor.

De verhoging van de btw op kunst is niet zomaar een ongelukkige maatregel. Het is een speerpunt in een ideologische strijd en de voorbode van een anti-cultuurpolitiek. De maatregel is bedoeld om één sector in het hart te treffen. De VVD en het tot nu toe oorverdovend stille CDA zouden daaraan niet mogen meewerken. Voor mijn fractie zal het al dan niet aanvaarden van ons amendement zwaar meewegen bij de beslissing of wij dit belastingplan wel kunnen steunen.

De heer Koolmees (D66):

Voorzitter. Ik ben heel erg verkouden en mijn stem kan af en toe wegvallen. Alvast mijn excuses daarvoor.

Ook ik dank de staatssecretaris voor zijn beantwoording in het wetgevingsoverleg van vorige week. Dat was heel plezierig. In het wetgevingsoverleg van twee weken geleden heb ik uitgebreid stilgestaan bij twee vergeten fiscale dossiers: de fiscale behandeling van het eigen en het vreemd vermogen bij bedrijven en de fiscale behandeling van het eigen huis. Ook de heer Groot refereerde hier zojuist aan. Voor beide onderwerpen geldt dat ons fiscale stelsel het opbouwen van zo veel mogelijk schulden aanmoedigt. Het hebben van schulden wordt in Nederland simpelweg beloond door de Belastingdienst.

Het hebben van schulden is vaak voordeliger dan het aflossen ervan. Ik vind dat wij daarvan afmoeten. Wij moeten van schuld naar meer bezit om een robuustere en een sterke, weerbare economie te worden en wij moeten de verborgen oorzaken van de kredietcrisis echt gaan aanpakken. Ik ben dan ook blij dat de staatssecretaris heeft toegezegd dat hij de fiscale behandeling van vreemd en eigen vermogen meeneemt in zijn startnotitie.

De recente sprinkhaanvoorbeelden rond HEMA en PCM over de zogenaamde overnameholdings moeten wat mij betreft tot het verleden gaan behoren. Bedrijven moeten fiscaal worden gestimuleerd om echte winst te gaan maken. Ik ben blij dat er in het parlement een grote meerderheid is om dit probleem te gaan aanpakken en verwacht een zeer ambitieus plan van aanpak van de staatssecretaris in het voorjaar van 2011. Kan de staatssecretaris bij de uitwerking expliciet aandacht besteden aan de invloed op de investeringen in innovatie, bijvoorbeeld via een innovatiebox? Graag krijg ik morgen een reactie hierop van de staatssecretaris.

Over het tweede dossier, het eigen huis, ben ik teleurgesteld. De fiscale stimulering van hypotheekschulden wordt niet aangepakt. Sterker nog: de staatssecretaris wil er niet eens over nadenken, terwijl alle economen het huidige stelsel onhoudbaar vinden en het IMF en de OECD al jaren oproepen om het te versoberen. Het kabinet kondigt nog eens vier jaar stilstand af. Waarom dit onderwerp nog langer vooruitschuiven? Waarom nog langer verantwoordelijkheid vooruitschuiven? En waarom nog langer schuld vooruitschuiven? Dit is voor D66 niet acceptabel.

Omdat de staatssecretaris de handschoen niet oppakt, doe ik het zelf. Samen met mijn fractiegenoot Verhoeven en de heer Slob van de ChristenUnie kom ik met een initiatiefwetsvoorstel om de subsidie op schuld te verminderen en tegelijkertijd de overdrachtsbelasting af te schaffen. Wij willen onverantwoorde risico's in onze economie niet langer laten voortbestaan. In plaats van een opgeblazen schuld willen wij een solide fundament onder onze huizenmarkt. Daarom stellen wij voor om in de fiscaliteit weer uit te gaan van aflossing van de hypotheekschuld. Dit betekent dat mensen weer vermogen gaan opbouwen, dat banken niet meer kunstmatig worden gesubsidieerd en dat onze economie dynamischer wordt doordat de verhuisbelasting wordt afgeschaft. Daarom vraag ik de staatssecretaris om technische assistentie van zijn ministerie bij ons initiatiefwetsvoorstel.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Op zich is dit een interessant onderwerp om over na te denken. Als de staatssecretaris in zijn reactie alsnog voorstelt om in startnotitie dit onderwerp mee te nemen, zal de heer Koolmees naar ik aanneem zijn initiatiefwetsvoorstel parkeren.

De heer Koolmees (D66):

Tijdens het wetgevingsoverleg hebben wij hierover gesproken en heb ik de staatssecretaris verzocht om dat te doen. Daarop heeft hij heel helder gezegd dat hij dat niet zou gaan doen. Maar als hij morgen komt met het antwoord dat hij dit onderwerp toch in de startnotitie zal meenemen, zal ik mijn voorstel nog eens overwegen.

De heer Van Vliet (PVV):

Dit is een interessant voorstel van de heer Koolmees. Kan zijn voorstel tot het afschaffen van de overdrachtsbelasting, met daaronder een deugdelijke dekking, ook van de rest worden gesepareerd?

De heer Koolmees (D66):

In de vraag van de heer Van Vliet zit de goede voorwaarde om een deugdelijke dekking aan te geven. In Nederland halen wij per jaar 4 tot 5 mld. op met de overdrachtsbelasting. Dat is een groot bedrag waar je een grote hervorming tegenover zult moeten stellen. Ik heb de herziening dan wel versobering van de hypotheekrenteaftrek gekoppeld aan de overdrachtsbelasting door de opbrengst van die herziening te gebruiken voor het afschaffen van de overdrachtbelasting. Naar mijn mening is dat een goed, robuust voorstel met een deugdelijke dekking.

De heer Van Vliet (PVV):

Is de heer Koolmees bereid om na te denken over een andere dekking of een andere hervorming dan hij net noemde?

De heer Koolmees (D66):

Ik vind dat deze twee onderwerpen bij elkaar horen. Zij passen in een hervorming van de gehele woningmarkt, zowel koop als huur. Het past in de visie van D66 om niet het hebben van schulden te stimuleren, maar juist het aflossen ervan. Deze twee onderwerpen zijn dus aan elkaar gekoppeld. Ik zie overigens ook niet zo snel een gemakkelijk onderwerp waarmee je op korte termijn 5 mld. per jaar kunt ophalen. Ik ben uiteraard altijd bereid om na te denken over maatregelen op het gebied van de AOW-leeftijd.

De heer Van Vliet (PVV):

Ik weet er ook nog wel een paar.

De heer Koolmees (D66):

Ik kom nu op de nota's van wijziging. Wij hebben uitvoerig gesproken over de plannen van het nieuwe kabinet. Daar wil ik twee onderwerpen uit lichten, namelijk de btw op kunst en cultuur en de groene beleggingen.

Ik begin met de btw-maatregel. Het btw-tarief voor podiumkunsten wordt 19% in plaats van 6%, een verhoging van 13%. In 1998 verlaagde staatssecretaris Nuis van D66 het btw-tarief naar 6%. In 2008 is dit tarief nog positief geëvalueerd door de Kamer. De Kamer denkt hier nu anders over omdat er miljarden bezuinigd moeten worden, wat op zich begrijpelijk is. Ook in deze sector moet de broekriem worden aangetrokken. De kunst- en cultuursector moet echter wel de tijd krijgen om de eigen broek überhaupt nog op te kunnen houden, want anders is een riem niet eens meer nodig. Kunst en cultuur moeten kunnen werken aan het eigen verdienvermogen.

Door het schrappen van subsidies aan de ene kant en het duurder maken van kaartjes aan de andere kant wordt het heel moeilijk om op eigen benen te gaan staan. De btw-verhoging zorgt ook voor een hoop administratief gedoe. De heer Groot noemde net al voorbeelden, zoals de Efteling. De vraag is wat laag en wat hoog tarief is. Bovendien is het onderscheid tussen bijvoorbeeld bioscopen en theaters onduidelijk. En, last but not least, leidt deze maatregel tot een verarming van Nederlandse samenleving. Kunst en cultuur zijn heel erg belangrijk voor Nederland.

Vorige week stond in de NRC dat de VVD tegen de verhoging van de btw op kunst was. Ik hoop dat de VVD-fractie dit standpunt nu niet verandert, maar ik ben er wel een beetje angstig over. Ik las namelijk net in de NRC dat de VVD de PVV laat beslissen over een hogere btw op kunst. Dat vind ik opmerkelijk. Mevrouw Neppérus heeft immers tijdens het wetgevingsoverleg de mogelijkheid opengelaten om deze btw-verhoging van tafel te halen als wij met goede alternatieven zouden komen. Naar mijn idee hebben wij een aantal goede alternatieven op tafel gelegd. Blijkbaar is echter hier toch de PVV de baas en klopt het dat wij een marionettenkabinet van Wilders hebben.

Ik heb vorige weet een amendement ingediend met het verzoek om de btw-verhoging terug te draaien.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Ik begrijp dat de heer Koolmees steeds zeer bij is met het lezen van de NRC. Als ik zo naar hem luister, hoor ik eigenlijk alleen een pleidooi voor het gaan naar één btw-tarief. Hij heeft het immers over de uitvoerbaarheid. In dat geval zit ik op een motie met die strekking te wachten. Dat is immers wat hij steeds zegt. Ik zal de NRC straks lezen om te zien wat er precies in staat. Ik heb er geen enkele journalist van gesproken de afgelopen twee weken. Ik ga straks rustig lezen. Ik zit dus te wachten op een motie of amendement van de heer Koolmees om in één keer te komen tot een aanzienlijke vereenvoudiging, namelijk één algemeen btw-tarief. Dat mis ik nog, maar misschien komt het nog in de resterende minuten.

De heer Koolmees (D66):

Dat voorstel komt niet in de komende minuten. Ik ben op zich, net als de heer Groot aangaf in zijn inbreng, bereid daarover mee te denken. Ik doe dat wel onder de voorwaarde dat de opbrengsten die daaruit voortvloeien worden gebruikt om bijvoorbeeld de lasten op arbeid te verlagen of de inkomenspositie van mensen te ondersteunen waardoor het makkelijker wordt om een kaartje te kopen. Nu wordt er één onderdeel uitgelicht, namelijk de podiumkunsten. Die worden zwaarder belast, de rest niet. Dat zorgt voor administratief gedoe en voor een onwenselijk effect. Dat maakt dit voorstel lastig. Als mevrouw Neppérus met een voorstel zou komen om het hele btw-tarief omhoog te trekken vanuit het oogpunt van uitvoerbaarheid en transparantie en om vervolgens het geld terug te sluizen naar bijvoorbeeld een verlaging van de belasting op arbeid, ben ik bereid om met haar mee te denken.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Wij kunnen daar op zijn minst over kunnen gaan denken. Het lage btw-tarief is er destijds gekomen voor de echte basislevensbehoeften. Er zijn ook landen die het niet hebben. Als je iets doet met de btw-tarieven waardoor de opbrengst toeneemt, zou je inkomsten uit arbeid minder kunnen belasten. Dat lijkt me een van de mogelijke vereenvoudigingen. Van deze btw op de Efteling zal elke inspecteur immers moe worden.

De heer Koolmees (D66):

Vorige week heb ik een amendement ingediend om de verhoging op de btw terug te draaien. Ik zie dat mijn voorgestelde dekking, namelijk het afschaffen van de rode diesel, niet wordt gesteund door een meerderheid in deze Kamer. Daarom wil ik mijn amendement intrekken. Gelukkig ligt er echter nog wel een amendement samen met de Partij van de Arbeid en GroenLinks op tafel waarbij de btw-verhoging op de kunstsector wordt teruggedraaid, gedekt vanuit een extra verhoging van de assurantiebelasting. De heer Groot heeft hierover gesproken in zijn inbreng. Ik hoop dat dit amendement wel op voldoende steun kan rekenen en ik kijk met veel belangstelling uit naar de reactie hierop van de VVD morgen.

Vervolgens kom ik op de groene heffingen. Het kabinet schaft de heffingskortingen in box 3 voor maatschappelijke beleggingen en beleggingen in durfkapitaal af. Deze regeling heeft een grote impuls aan het groen beleggen in Nederland gegeven. Het huidige voordeel van 2,5% maakt groene beleggingen voor iedereen interessant. Nu zit er al 8 mld. in de pot van groene beleggingen. Die zal dan voor een groot deel niet meer in nieuwe, innovatieve groene projecten kunnen worden gestoken, of verdwijnt naar het buitenland. Dat vinden wij ongewenst. De geachte afgevaardigde prof. dr. Dijkgraaf heeft nog een scriptie rondgestuurd van een van zijn studenten. De conclusie daarvan was dat de sociaal verantwoorde investeerders minder winstgevend zijn en dat er een uitruil is tussen winst en verantwoord ondernemen. Naast een winstoogmerk zijn er natuurlijk ook ideële motieven. Daarom vinden wij dat wij groene en maatschappelijke beleggingen moeten blijven stimuleren. Om deze bezuiniging terug te draaien, hebben GroenLinks, de Partij van de Arbeid en D66 gezamenlijk een amendement ingediend. Dat ligt nog op tafel.

Tot slot kom ik op de heffings- en invorderingsrente. Het kabinet wil in 2012 de heffings- en invorderingsrente verlagen van 2,5% naar 1%. De rente voor te laat of te weinig betaalde belasting wordt dus voor burgers verhoogd en voor de overheid verlaagd. Burgers en bedrijven blijven 2,5% betalen en de overheid gaat 1% betalen. Dat is een ongelijkheid tussen de overheid en de burgers die naar mijn idee niet gerechtvaardigd is. De overheid is namelijk niet minder fout dan een burger als zij te laat betaalt. Ik vind dat de hoogte van de rente gelijk moet zijn bij de heffings- en de invorderingsrente. Geen misverstand: een aantal jaar geleden was er discussie over sparen bij de fiscus; dat vind ik ook onwenselijk. Het moeten dus geen percentages van 3 of 4 zijn, die je normaal gesproken niet op een bankrekening krijgt. Van het gelijktrekken van de heffings- en de invorderingsrente ben ik echter een groot voorstander. Daarom vraag ik de staatssecretaris om voor het Belastingplan 2012, wanneer dit zou moeten ingaan, op zoek te gaan naar een alternatieve dekking. Ik heb hiervoor ook een motie.

De heer Omtzigt (CDA):

Het is natuurlijk goedkoop om de staatssecretaris de alternatieve dekking te vragen. Ik vraag de heer Koolmees dus wat hij zelf als dekking heeft. De heer Koolmees zei dat het geen 3% moet zijn, omdat je dat niet op een spaarrekening krijgt. Als het 2% is, gaat iedereen echter het betalen van belasting uitstellen. Is het, nu de Staat toch de belangrijkste bankier is geworden, niet heel logisch dat er een klein verschil tussen de heffings- en de invorderingsrente is?

De heer Koolmees (D66):

Nee, dat vind ik niet. Volgens mij is het zaak om in de discussie twee dingen uit elkaar te houden. De ene discussie is: moet de fiscus meer of minder betalen dan een bank op zijn spaardeposito's? De andere discussie is: moet iemand, een burger of een bedrijf, die geld verschuldigd is aan de fiscus, minder rentevergoeding krijgen dan de fiscus betaalt aan de burgers en bedrijven als hij laat is met betalen? Dat zijn twee aparte discussies. De ene discussie gaat over: de fiscus niet misbruiken als een spaarinstrument. Daarover ben ik het geheel met de heer Omtzigt eens. De andere discussie gaat over ongelijkheid. Ik vind het ongewenst dat er ongelijkheid bestaat tussen de fiscus aan de ene kant en burgers en bedrijven aan de andere kant.

De heer Omtzigt (CDA):

Ik constateer dat D66 vastloopt in haar eigen redenering. Of je kiest voor het ene en zegt: het moet lager zijn dan de spaarrente. Dan moet je voor mensen die iets aan de fiscus te goed hebben, een hoge rente in rekening brengen, want anders hebben zij geen enkele reden om te betalen. Of je trekt de rentes gelijk, maar dan is het beter dan de spaarrekening. De CDA-fractie kiest voor het eerste, en ik zie dat D66 niet in staat is om een keuze te maken.

De heer Koolmees (D66):

Wij maken een heel heldere keuze. Wij vinden dat de heffings- en invorderingsrente voor burgers en bedrijven enerzijds en voor de fiscus anderzijds hetzelfde moet zijn. Dat is volgens mij een heel heldere keuze. De heer Omtzigt kiest ervoor om juist een verschil te laten bestaan en dus burgers en bedrijven meer te laten betalen. Dat vind ik een ongerechtvaardigd verschil.

Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet voornemens is de heffings- en invorderingsrente te differentiëren en burgers en bedrijven 1% rente zullen ontvangen en 2,5% rente moeten betalen;

overwegende dat dit tot een onwenselijke ongelijkheid leidt tussen overheid en burgers;

verzoekt de regering, een alternatieve dekking te zoeken voor de differentiatie van de heffings- en invorderingsrente en de Kamer hier voor Prinsjesdag 2011 over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Koolmees en Braakhuis. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 44(32504).

De heer Koolmees wenst het amendement32504, nr. 17 in te trekken.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Voorzitter. We zijn de afgelopen weken allemaal erg druk geweest met dit Belastingplan. Het is het eerste Belastingplan van deze staatssecretaris en van mij als woordvoerder financiën. Ik heb het proces en de uitvoerige beantwoording op de vele vragen die ik had over alle plannen als prettig ervaren. Het zal de staatssecretaris niet verbazen dat ik nog steeds een hoop vragen en helaas ook wat vraagtekens heb. Een aantal daarvan zal ik zo meteen proberen te benoemen. Ook heb ik natuurlijk een aantal plannen voor aanpassingen. Niet alleen de staatssecretaris hoopt dat zijn eerste Belastingplan zonder kleerscheuren door de Kamer komt, ook ik hoop dat een aantal waardevolle aanpassingen van onze zijde op goedkeuring kunnen rekenen. Het zijn voorstellen om tot meer gelijkwaardigheid en duurzaamheid te komen, want beide hebben het bij dit kabinet behoorlijk zwaar, dat heb ik al gemerkt. Er is natuurlijk een groot aantal zaken van belang in dit Belastingplan. Wat GroenLinks betreft springen twee voornemens van het nieuwe kabinet er echt uit en niet op een positieve manier.

Allereerst is dit de groenregeling. Als bekend heb ik samen met mijn wel vooruitstrevende collega's van PvdA en D66 een prachtig amendement ingediend waarin wij voorstellen om de maatregel betreffende deze regeling ongedaan te maken. De staatssecretaris heeft inmiddels een brief gestuurd naar de Kamer waarin hij aangeeft dat de rendementen van de beleggingsproducten die onder deze regeling vallen de laatste vijf jaar juist hoger zijn dan die van vieze fondsen. De staatssecretaris had natuurlijk verder moeten kijken dan naar het rendement in de crisisjaren. Een beetje flauw vind ik het wel. De groenfondsen zijn juist langetermijnbeleggingen en hebben daardoor relatief minder last van de crisis, maar stijgen natuurlijk ook veel minder snel in periodes van economisch herstel of hoogconjunctuur. De vergelijking tussen traditionele fondsen en groenfondsen gaat in die zin dus niet op; ze hebben gewoon een andere termijn van rendement. Zo blijkt uit dezelfde cijfers dat in het afgelopen jaar van herstel van beurskoersen, het rendement van het grote algemene beleggingsfonds liefst vijf maal zo hoog was als dat van het groenfonds. Dit ter onderstreping. Precies vanwege dit lage gemiddelde rendement op basis van minder risico's en het stimuleren van duurzame investeringen die van onze economie geen schuldeneconomie maken, is deze heffingskorting er. Dat van dit kabinet weinig te verwachten is wat betreft de aanpak van overkreditering wisten we natuurlijk al.

Wat betreft de groenregeling blijft er dus veel onduidelijkheid. De rest van mijn argumentatie zit in de nu volgende motie en gezien de tijd verwijs ik hiernaar.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er nog steeds veel onduidelijk is over de effecten van het afschaffen van de extra heffingskorting als gevolg van groene, sociaalethische en culturele beleggingen en beleggingen op durfkapitaal;

overwegende dat de door de staatssecretaris aangedragen argumenten lijnrecht ingaan tegen de conclusies van bijvoorbeeld de rapporten van CE-Delft en KPMG;

verzoekt de regering, het afschaffen van deze heffingskorting uit te stellen in afwachting van een aanvullend onderzoek naar de effecten van deze regeling en op basis van deze conclusies volgend jaar alsnog een besluit te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Braakhuis en Groot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 45(32504).

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Voorzitter. Ik kom nu toe aan het tweede heikele punt, de verhoging van de btw voor de kunsten, verzamelobjecten en podiumkunsten. Hierover is al veel gesproken. We hebben het er inmiddels uren over gehad. Ook mijn progressieve collega's hebben er zojuist bij stilgestaan. Wat ik de afgelopen tijd vooral vervelend vond, is dat ik mijn herhaalde vraag over het vraaguitvaleffect op de niet-gesubsidieerde podiumkunsten maar niet beantwoord kreeg. De staatssecretaris refereerde enkel aan de vraaguitval bij gesubsidieerde podiumkunsten, alsof enkel die sector, die overigens al onevenredig getroffen wordt door de enorme bezuinigingen aan de andere kant, het effect zou voelen. Gesubsidieerde podiumkunsten worden toch vooral bezocht door hoge inkomens, is het argument. Laten we iets wat al elitair is, dus juist nog maar wat elitairder maken ... Dat verwacht ik niet van een kabinet dat het ook vaak heeft over gelijkwaardigheid en waarbij een partij gedoogd die het opneemt voor de gewone man. Die wordt nu toch in de steek gelaten. Dat zit ons dwars. Wij willen dat deze vormen van kunst juist voor een zo breed mogelijk publiek toegankelijk blijven. Dat wil de VVD eigenlijk ook. Mevrouw Neppérus gaf in de pers aan dat volgens ons amendement iedere Nederlander gemiddeld eigenlijk maar € 8 extra moet betalen aan assurantiebelasting. Eén kaartje naar Joop van den Ende levert al een korting op van € 9,75 en dan heb je het er dus al uit. Het is nog goedkoper dan een Museumkaart. Volgens mij is het echt meer dan de moeite waard.

Daarnaast kan het toch niet zo zijn dat binnen de coalitie de grootste partij van Nederland meent dat de kunsten wel degelijk hun subsidie en hun 6% kunnen houden, maar dat dit besluit in wezen door de PVV wordt gegijzeld. 16% van het electoraat van Nederland stemt PVV. Eigenlijk heeft de PVV gezegd: met onze 1,5 miljoen Nederlanders blokkeren wij dit.

De heer Van Vliet (PVV):

Ik wijs collega Braakhuis er nogmaals op dat onder het gedoogakkoord waarin dit allemaal staat, drie handtekeningen staan, niet alleen die van de PVV. Ik hoor steeds terug in het betoog dat het een stapeling is van bezuinigingseffecten omdat subsidies worden ingetrokken en het btw-tarief op podiumkunsten omhoog gaat. Ik hoor de heer Braakhuis, net als de heer Bashir, echter ook zeggen dat het vaak zzp'ers betreft. Die krijgen helemaal geen subsidie. Waar is die stapeling dan?

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Ik probeer deze vraag te begrijpen. Aan de ene kant hebben we de subsidies waarop u kort. Aan de andere kant maakt u de kaartjes duurder via deze belastingmaatregel.

De heer Van Vliet (PVV):

Ik hoorde in uw betoog dat die mensen dubbel worden getroffen omdat ze geen subsidie meer krijgen én omdat het btw-tarief omhoog gaat. De PVV zou alleen maar de kunstsector in het hart willen raken. Dat is echt flauwekul, want politiek is een kwestie van keuzes maken en dit is nu onderdeel van een totaalpakket. Iedereen die regeer- of gedoogverantwoordelijkheid draagt moet zulke keuzes maken. Waar is die stapeling nu? Ik hoorde in het betoog dat het zzp'ers betreft die helemaal geen subsidie krijgen. Dan worden ze blijkbaar ook niet getroffen door de 200 mln. die we wegpakken. Waar zit die stapeling? Er is dan toch alleen nog maar het btw-tarief? Zojuist zei ik daar bovendien al over dat je ook naar de kostenkant van de aanbieder van de podiumkunsten kunt kijken.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

U begrijpt net zo goed als ik dat het verlagen van de subsidie met 40% en het verhogen van de btw de podiumkunsten en andere kunstvormen ernstig in de problemen brengt. We hebben voor de deur hier op het Plein al geruime tijd vertegenwoordigers uit de sector staan, die daar dag en nacht waken om ons eraan te herinneren dat dit geen manier van optreden is. Mijn verwijt treft overigens niet alleen de PVV. Mijn verwijt gaat misschien wel richting het CDA en de VVD. Zij laten zich tenslotte gijzelen door wat de PVV mogelijk binnen dit gedoogakkoord heeft nagestreefd, namelijk de aanval openen op kunst en cultuur.

De heer Van Vliet (PVV):

De heer Braakhuis spreekt van het openen van de aanval op de kunstsector, maar volgens mij is het gewoon een kwestie van politieke keuzes maken. Er moet bezuinigd worden en iedereen moet een duit in het zakje doen. Een aanval op de kunst is wat mij betreft niet aan de orde.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Wij dragen de coalitie en de PVV een amendement aan waarin een ander voorstel staat. Dat biedt voldoende dekking en zal de Nederlander nauwelijks raken. Zowel de coalitiepartijen als de gedoogpartij kunnen hun standpunt dus gewoon wijzigen. De bal ligt wat dat betreft wel bij de PVV, want zij blokkeert de zaak!

De heer Bashir heeft het rapport van Ape al aan de Griffie gegeven. Dit bureau heeft uitgerekend dat de vraaguitval, die ons toch wel positief wordt voorgespiegeld door de coalitie en de staatssecretaris, een stuk ernstiger is dan ons gepresenteerd wordt. Ik heb daarom naast het overhandigde kopietje ook een ingebonden versie, omdat ik wil dat de staatssecretaris het echt heel goed leest. Deze versie nodigt daar misschien iets meer toe uit. Laten wij gewoon heel eerlijk zijn. Niet alleen is de uitval groter, maar daardoor ontstaat ook een eerste gaatje in de berekeningen die de staatssecretaris hierop heeft losgelaten en is de bezuiniging die hij hierop denkt te realiseren vermoedelijk een stuk lager dan gecalculeerd. Dat lijkt mij voor hem geen goed nieuws, want het is toch al moeilijk om die 18 mld. te realiseren.

Eerder heb ik al aangegeven grote bedenkingen te hebben bij het verder verlagen van de vennootschapsbelasting. Dit kabinet maakt van Nederland een belastingparadijs voor multinationals, waardoor geen baan naar Nederland komt, maar wel brievenbussen. Wij zouden ervoor kiezen arbeid goedkoper te maken voor deze bedrijven, zodat ze meer goedkoper personeel kunnen aannemen in plaats van winst uit te keren aan aandeelhouders. De staatssecretaris bevoordeelt nu de aandeelhouder, maar de andere stakeholders – de samenleving, de werknemers – laat hij in de kou staan. Deze belastingverlaging is des te pijnlijker, gezien het voornemen om volgend jaar voor veel alleenstaande ouders de belasting fors te verhogen, vooral voor degenen met een laag inkomen. Wij willen dat iedereen erbij hoort, want ook dit gaat tenslotte over gelijkwaardigheid. Daarom dienen wij de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet voornemens is de alleenstaandeouderkorting en de aanvullende alleenstaandeouderkorting af te schaffen voor ouders met kinderen vanaf 12 jaar;

overwegende dat dit alleenstaande ouders netto tot wel € 199 per maand kan kosten en dat dergelijke inkomenseffecten onwenselijk zijn;

overwegende dat de noodzaak van een alleenstaandeouderkorting ook al blijkt uit het feit dat 17% van de alleenstaande ouders de aanvullende alleenstaandeouderkorting niet kan verzilveren;

overwegende dat juist deze ouders zeker in de jaren wanneer hun kinderen jonger zijn ook nog eens zwaar getroffen worden door bezuinigingen op kinderopvang;

verzoekt de regering, alvorens zij daadwerkelijk dit voorstel aan de Kamer zal voorleggen te komen met een gedetailleerde studie van de koopkrachteffecten hiervan voor alleenstaande ouders en hierbij minstens tien modelgezinnen te presenteren met inkomens van op het sociaal minimum tot tweemaal modaal,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Braakhuis en Groot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 46(32504).

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Voorzitter. Wat de werkkostenregeling en de positie daarin van de bedrijfsfiets betreft, is mijn fractie gecharmeerd van de oplossing die de staatssecretaris aandraagt in zijn beantwoording van vrijdag. Het gaat ons hierbij om de mogelijkheid om de belastingvrije reiskosten van € 0,19 per kilometer in te zetten voor de aanschaf van de bedrijfsfiets. Dat levert toch nog een paar vragen op. Wat zijn de administratieve lasten voortkomende uit deze manier van financiering? Is de staatssecretaris bereid om werkgevers en werknemers over deze financieringsmogelijkheid aanvullend te informeren? Zo ja, hoe gaat hij dat doen?

Ik ga nog kort in op de btw-verlaging voor de bouw. Wij hebben begrepen dat het volledige verbouwingsproces in aanmerking komt voor verlaagde btw behalve de architecten. Is de staatssecretaris bereid om te onderzoeken of dit toch mogelijk is? Het is immers vreemd om de architecten uit te zonderen, temeer daar bijvoorbeeld bij een dakkapel het architectenwerk toch al gauw 15% van de kosten uitmaakt. Het doel van de staatssecretaris is om drempelverlagend te werken, wanneer het gaat om activiteiten in de bouw. Het advies van GroenLinks is om ook de architecten erbij te trekken, want nu houdt hij die drempel in stand.Braakhuis

Samen met D66 en de PvdA hebben wij eerder een amendement ingediend om de rode diesel af te schaffen. Hoewel het CDA is gedraaid op dit dossier, willen wij dat nog steeds, CDA-typefouten of niet. De argumenten zijn genoegzaam bekend; vandaar deze motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er voor rode diesel nog altijd een verlaagde accijns geldt die ervoor zorgt dat rode diesel ongeveer 16 cent per liter goedkoper is dan blanke ofwel "gewone" diesel;

overwegende dat er onder economen brede overeenstemming is dat deze belastingkorting niet van deze tijd is en deze de maatschappij nauwelijks iets oplevert terwijl er wel een budgettaire derving mee gemoeid is van 265 mln.;

overwegende dat ook onderzoeksbureau Ecorys recent aangaf dat de rode diesel veel oneigenlijk gebruikt wordt en dat uitfasering in vijf jaar verstandig is;

verzoekt de regering, te komen met een plan om ervoor te zorgen dat in 2016 de verlaagde accijns op rode diesel gefaseerd is afgebouwd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Braakhuis, Koolmees en Groot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 47(32504).

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Voorzitter. Dan kom ik bij mijn laatste twee moties. Allereerst de enorme energiebelastingkorting voor de grootste vervuilers. Wij hebben het daar de afgelopen weken ook al over gehad. Op basis van de toezeggingen van de staatssecretaris heb ik hierover een motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het tarief voor de energiebelasting op elektriciteit in de allerhoogste schijf ruim 220 keer lager is dan dat in de allerlaagste schijf;

overwegende dat hierdoor de meest vervuilende industrie relatief het minst voor haar gebruikte elektriciteit betaalt;

overwegende dat daarnaast dit kleine beetje energiebelasting in het kader van het Convenant Benchmarking Energie-efficiency is teruggegeven aan de energie-intensieve industrie en dat het energiebesparingstempo in de energie-intensieve industrie sinds het sluiten van het convenant niet toe- maar afgenomen is;

overwegende dat ook de staatssecretaris van Financiën eerder heeft aangegeven dit in EU-verband te willen adresseren;

verzoekt de regering, bij de behandeling van de Voorjaarsnota te komen met een overzicht van de hoogste tariefschijven in de energiebelasting van de EU-15 landen en op basis hiervan te komen met voorstellen om van het Nederlandse tarief een sterkere prikkel tot energie-efficiëntie te doen uitgaan, bijvoorbeeld door het bovenste tarief stapsgewijs op te trekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Braakhuis en Koolmees. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 48(32504).

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Voorzitter. Dan heb ik nog iets waarvan ik moet bekennen dat ik er pas deze week achterkwam. Vandaar dat ik het hier voor het eerst adresseer. Bij gebrek aan tweede termijn, hoewel die er nu overigens wel blijkt te zijn, dien ik er alvast een motie over in. Ik ben natuurlijk erg benieuwd naar de reactie van de staatssecretaris. Het betreft namelijk een kans om wat extra bronnen aan te boren ten aanzien van brommers en tweetaktscooters. Vervuilende dingen. Dramatisch voor de luchtkwaliteit in steden door de enorme fijnstofuitstoot. Het milieu wordt ook nogal gehinderd door de CO2-uitstoot en het lawaai dat die dingen maken. Ze dragen economisch niets bij. Er zijn tegenwoordig goede alternatieven. Ik noem de elektrische scooter. Ik dien hierover dan ook een motie in, waarbij de staatssecretaris zou kunnen overwegen om dezelfde rationale te volgen als die welke voor auto's geldt: een bpm die eigenlijk reflecteert wat de maatschappelijke kosten zijn van het hebben van een auto. Als wij dat bij tweetakt doen dan komen wij uit boven de 100% per brommer. En dat staat me nu al enorm aan.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat scooters, snor- en bromfietsen zich mogen verheugen in een grote populariteit;

overwegende dat brom- en snorfietsen voor veel mensen een bron van geluidsoverlast zijn en een bijdrage leveren aan ongezonde lucht in de stad, vooral ook voor andere gebruikers van fietspaden;

overwegende dat brom- en snorfietsen vaak als hinderlijk worden ervaren en bovengemiddeld vaak betrokken zijn bij verkeersongelukken;

constaterende dat in tegenstelling tot vervuilende auto's voor tweetaktbrommers en snorfietsen geen wegen- of aanschafbelasting wordt betaald;Braakhuis

overwegende dat volgens het TNO-rapport "De effecten van brommers op de luchtkwaliteit in de gemeente Amsterdam" van januari 2009 viertaktbrom- en snorfietsen stiller en een factor tien schoner zijn dan versies met tweetaktmotor en dat er inmiddels goede elektrische alternatieven voorhanden zijn;

verzoekt de regering, ook voor tweetaktbrom- en snorfietsen een aanschafbelasting in te voeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Braakhuis en Koolmees. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 49(32504).

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Voorzitter. Ik rond af. De heer Bashir is al uitgebreid ingegaan op de Edelweissconstructie. Hij heeft duidelijk gemaakt dat wij het amendement hebben aangepast, in die zin dat wij niet alleen de erven laten tekenen maar ook de executeur-testamentair zelf. Wij hebben er bovendien een amendement aan toegevoegd waarin wij wat betreft de termijn van twaalf jaar zeggen dat er eigenlijk geen sprake kan zijn van verjaring. Ook na twaalf jaar dienen de erven en de executeur-testamentair alsnog aangifte te doen. Ik constateer dat de staatssecretaris in zijn brief de meeste vragen heeft beloond met een half kantje A4 en onze vraag over deze constructie met twee kantjes. Dat duidt op grote aandacht en dat is een enorme aansporing om het helemaal sluitend te maken. Dat denken wij met de twee wijzigingen in het amendement te hebben gedaan. Wij rekenen er eigenlijk op dat deze staatssecretaris Charlotte en Roderick hun belasting gelijkwaardig aan de gewone man laat betalen.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Voorzitter. Wij hebben al ruim twee dagen over belastingen gepraat, maar het gaat dan ook om dé grootste inkomstenbron voor de begroting. Daarom lijkt het mij terecht dat dit onderwerp waarbij je letterlijk over miljarden spreekt, in deze Kamer veel aandacht krijgt.

Voor de VVD-fractie is de vraag hoe wij kunnen komen tot meer uitvoerbare belastingwetgeving en minder belastingen steeds het kernthema. In ruim anderhalf uur luisteren, hoorde ik alweer nieuwe belastingen langskomen. De vraag is hoe je dit realiseert en allerlei dubbele zaken vermijdt. Je moet ook bekijken of het met de btw niet simpeler kan. Daarop ga ik straks dieper in. Alleen door te werken aan een versimpeling, kun je met minder ambtenaren toe.

Ik ben zes jaar weggeweest uit de wereld van de belastingen, want ik heb bewust voor een andere portefeuille gekozen – daarvoor hield ik mij een tijdlang bezig met de luchtvaart – maar ik ben verbaasd over hetgeen er allemaal is bijgekomen. Mijn mond viel open toen ik mij weer aan de studie zette.

Ik ben blij dat de staatssecretaris heeft toegezegd dat hij met een notitie komt. Gelukkig heeft hij ons ook steeds van schriftelijke antwoorden voorzien, want dat werkt prettig. Het lijkt mij dat wij aan de hand van de notitie eens rustig over alle zaken kunnen praten.

Ik ga eerst even in op het groen beleggen. Een stukje van de faciliteit blijft bestaan, maar er wordt wel een hakbijl ingezet. Dat lijkt mij de waarheid. Ik zeg niet dat wij het moeten behouden, maar ik wil wel bekijken of je het op de een of andere manier zacht kunt laten landen. Bijvoorbeeld de heer Slob is daarmee bezig geweest. Het moet wel op een financieel degelijke manier gebeuren, want daarmee wil ik niet meteen om de oren worden gemept door de minister van Financiën en deze staatssecretaris. Wij hebben nog tot de stemmingen van donderdagmiddag 14.00 uur de tijd, om te bekijken of je de landing op de een of andere manier wat zachter kunt maken. Daar is de VVD-fractie voorstander van. Ik heb begrepen dat dit voor alle drie de ondertekenende partijen van het gedoogakkoord geldt. Ik zeg erbij dat het een degelijke dekking moet hebben, want ik kom oorspronkelijk van het ministerie van Financiën. Daar kan ik niet omheen.

Ik ga verder met het punt van de btw-heffing op podiumkunsten. Dat punt is al een aantal malen aangekaart. Ik zeg eerlijk dat de dekking in een van de amendementen, het amendement van de heer Groot over assurantiebelasting, de VVD-fractie aansprak en aanspreekt. Daar ben ik eerlijk in. Ik laat in het midden of het de wetgeving gemakkelijker uitvoerbaar maakt, maar op zich sprak het mij en mijn fractie aan.

Ik ben alleen tegen een probleem aangelopen, want dat gebeurt wel eens in een coalitie. Er hebben wel meer partijen, behalve de SP, in een coalitie gezeten, al heette GroenLinks destijds anders. Veel partijen weten dat je dan wel eens afspraken wilt maken, maar dat je geen overeenstemming kunt bereiken. Dat geldt ook voor het alternatief, waarvan de dekking overigens financieel aan de voorwaarden voldeed. Dat is jammer, maar het is de werkelijkheid. Ik kan dan wel twee dagen blijven zoeken, maar laat ik maar gewoon eerlijk zijn: de alternatieve dekking is niet aanvaard door de partners. Daarmee houdt het dus gewoon op, want het regeren van het land gaat voor.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Het is vervelend om te merken dat het regeren van het land hiervan afhangt. Mevrouw Neppérus, ik constateer dat u de kans heeft laten lopen om uw coalitiepartners te overtuigen om mee te gaan, omdat er een fatsoenlijke dekking tegenover staat.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Ik heb het geprobeerd, maar het kan wel eens gebeuren dat je tegen plafonds aan loopt. Dat stel ik vast. Ik ben zo eerlijk om dat hier te zeggen.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

In mijn ogen betekent dit dat de PVV in haar eentje u tot dit besluit brengt.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Ik stel vast dat er drie partijen betrokken zijn bij het gedoogakkoord. Ik merk ook op dat ik van de zijde van het bedrijfsleven en organisaties, behalve die in de theaterwereld, geen enkel enthousiasme heb vernomen. Nogmaals, ik had dit graag anders gezien, maar het is u bekend dat er een gedoogakkoord is, want er is inmiddels een regeringsverklaring. Dat gedoogakkoord is door drie partijen ondertekend en wij zullen er met elkaar uit moeten komen. Dat is niet gelukt. Dat zeg ik gewoon eerlijk, hoe jammer ik dat ook vind.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Dit betekent dat het gedoogakkoord de PVV continu de kans biedt om de voet dwars te zetten en te zeggen: ho, het staat hier. Dan zeggen de VVD en het CDA: ja verdorie, we kunnen er niets aan doen.

Mevrouw Neppérus (VVD):

De VVD en het CDA zullen af en toe ook tegen de PVV kunnen zeggen: jullie willen dat wel, maar wij niet. Je doet het met z'n drieën. Dan moet je daar ook met z'n drieën de consequenties uit trekken.

De heer Bashir (SP):

Ik constateer dat mevrouw Neppérus heel veel mensen in het land blij heeft gemaakt met een dode mus, want in feite gaat zij de btw-verhoging steunen. Kan de VVD-fractie geen zelfstandige afweging maken? Of moet zij zich steeds verantwoorden bij de PVV?

Mevrouw Neppérus (VVD):

De partij van de heer Bashir heeft nooit geregeerd. Anders zou hij weten dat je in een coalitie, in een gedoogakkoord of in al dat soort varianten gewoon daaraan vastzit. Ik maak graag eigen afwegingen, maar het akkoord zal de werkelijkheid moeten zijn. Dat is er.

De heer Bashir (SP):

Ik constateer dat er sprake is van een akkoord, maar dat akkoord is op het punt van de btw-verhoging niet helemaal dichtgetimmerd. U zou kunnen zeggen dat die btw-verhoging niet wordt ingevoerd, bijvoorbeeld via dekking uit een andere pot, zoals de assurantiebelasting of het niet doorvoeren van de verlaging van de winstbelasting voor multinationals. Ik constateer hier dat de VVD-fractie zich in feite verantwoordt bij de PVV en dat de PVV eigenlijk dicteert wat de VVD-fractie moet doen.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Ik geloof dat de SP her en der in gemeenten wel in een college zit. Ook daar leer je vanzelf dat je gezamenlijk moet optrekken en dat je af en toe moet slikken. Dat is gewoon de werkelijkheid; het is niet anders.

De heer Groot (PvdA):

Mag ik dan constateren dat uw heel gloedvolle betoog over het algemene btw-tarief min of meer een soort dekmantel was om de vluchtroute in te leiden? U had het zojuist immers over het algemene btw-tarief, waarover wij wel zouden kunnen praten. In feite wilt u dit echter gewoon niet.

Mevrouw Neppérus (VVD):

De heer Groot begon hier vandaag over het algemene btw-tarief en de uitvoerbaarheid daarvan. Daarop heb ik gereageerd. Het was niet mijn persoontje. De heer Groot citeerde mij op één punt inzake de uitvoerbaarheid. Toen ging hij zelf in op het algemene tarief. Dat heeft ook het debat geholpen. Als de heer Groot mij daarbij helpt, ben ik hem altijd dankbaar, maar hij heeft hierover gesproken. Ik heb gezegd: als wij daarover verder kunnen praten, doen wij dat graag.

De voorzitter:

Mevrouw Neppérus, vervolgt u uw betoog.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Goed, voorzitter. Over het groene gas is vooral door de noordelijke regio's gesproken: kan daaraan steun worden verleend? Dat klinkt sympathiek, maar de staatssecretaris heeft gezegd – het staat ook in het Belastingplan – dat er toch een hele studie komt die moet aangeven hoe zuinig rijden het beste kan worden gestimuleerd. Daar hoort dit prima bij. Wat de VVD-fractie betreft, mogen daarbij ook motor- en bromfietsen worden betrokken. Bij de behandeling van de milieubegroting heb ik wel eens gezegd dat het mij altijd verbaast dat de normen op dat punt internationaal nog altijd redelijk mild zijn.

De heer Koolmees (D66):

Sorry, ik dacht nog even na over de btw-verhoging voor de kunsten. Ik kom daarop terug. De assurantiebelasting is niet acceptabel als dekking. We hebben zojuist een discussie gevoerd over het Edelweissamendement van de heren Bashir en Braakhuis. Ook daar komt een dekking uit voort. Is het voor de VVD en misschien ook voor de PVV bespreekbaar om de btw-verhoging voor de kunsten terug te draaien via een dekking vanuit de Edelweissroute?

Mevrouw Neppérus (VVD):

Over de Edelweissroute wil ik eerst het antwoord van de staatssecretaris horen, want los van de lengte van de antwoorden – daar zijn ook al vragen over gesteld – raak ik steeds meer in verwarring. Er is een eerste amendement en er is een tweede amendement. Wellicht kunnen wij de komende dagen bekijken wat die amendementen precies inhouden. Dan wil ik eerst de reactie van de staatssecretaris horen, want hij was tot nu toe zeer afwijzend. Ik kan nu dus direct vragen om een reactie daarop, want ik raak steeds meer in verwarring over die Edelweiss. Het is zo'n mooi bloempje!

De heer Koolmees (D66):

Er is nog een opening om dit donderdag bij de stemmingen te regelen. Dan kan misschien de btw-verhoging op de kunsten worden teruggedraaid en wellicht de Edelweissroute gebruikt worden als een soort zachte landing, zodat wij geen hakbijl in de cultuursector gebruiken. Mevrouw Neppérus formuleerde het zelf zo.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Ik wacht eerst het antwoord van de staatssecretaris af op de Edelweissroute. Die constructie, dat bloempje, laten wij nog even staan. Ik wil rustig de antwoorden aanhoren en met mijn collega's van het gedoogakkoord hierover praten. Dat lijkt mij het beste.

Ik kom nu op de beleggingsfaciliteit voor het mkb, de amendement-mix. Die geeft al jaren verwarring in de Kamer. Dit alles klinkt sympathiek, maar het zou onuitvoerbaar zijn. In principe ben ik altijd voor uitvoerbare regels, dus wil ik geen onuitvoerbare regels op mijn geweten hebben. Wellicht kan de staatssecretaris hier toch nog een keer op ingaan en daarbij kijken naar het buitenland. Daar zouden immers wel zulke dingen zijn.

Wij hebben ook een nota van wijziging gekregen over de situatie van partners bij echtscheiding. Dit onderwerp kwam vrij recent op in de kranten en dit sprak mijn partij, de VVD, aan. Mensen die al apart gaan wonen, vooruitlopend op het officieel aanvragen van een scheiding, komen in een lastige positie met betrekking tot de hypotheekrenteaftrek. Ik ben zeer blij dat de staatssecretaris daar zeer alert op heeft gereageerd met, naar ik meen, de vierde nota van wijziging. Dit was mijn bijdrage.

De heer Bashir (SP):

Bij het laatste grote debat over het regeerakkoord heeft de premier een handreiking gedaan aan de Kamer; aan de oppositie. Van die handreiking heeft de oppositie gebruikgemaakt om heel veel voorstellen in te dienen. Die voorstellen zijn goed en bovendien gedekt. Welke voorstellen zal de VVD steunen? Ik denk in dit verband bijvoorbeeld aan het amendement over het uitsluiten van de aftrekbaarheid van het lidmaatschap van een golfclub, aan de Edelweissroute of aan het verlengen van de eerste schijf in plaats van de derde schijf.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Wij zullen altijd eerst inhoudelijk bekijken of een amendement van de SP ons aanspreekt, bijvoorbeeld om schijven te verlengen en winst zwaarder te belasten. Wij gunnen de SP het recht om die standpunten te hebben, maar wij zullen die niet steunen. Ik zei al dat wij op zoek zijn naar de zachte landing voor het groen beleggen. Dit is door veel oppositiepartijen genoemd. Daar kan wellicht toch iets gebeuren, mits daar financieel een optie voor kan worden gevonden. Op dit moment zijn de techneuten daarmee bezig. Voor wat de Edelweissconstructie betreft, wacht ik het antwoord van de staatssecretaris af. Ik laat de stem van de VVD-fractie van dat antwoord afhangen. De SP heeft het volste recht om de wereld naar haar kleur te willen veranderen. Ik zal die punten echter niet steunen. Over de podiumkunsten heb ik al gesproken.

De voorzitter:

Mijnheer Bashir, hebt u nog een nieuwe vraag, een nieuwe invalshoek?

De heer Bashir (SP):

De oppositie heeft echt constructief nagedacht. De ingediende voorstellen zijn namelijk niet loos, zoals vorige keer bij het Belastingplan. Toen heeft de VVD-fractie namelijk heel veel amendementen zonder dekking ingediend. Onze amendementen zijn allemaal goed gedekt. Omdat er dekking tegenover staat, slaan wij geen financieel gat in de begroting. Ik wijs nog eens op het amendement over het niet door laten gaan van de stijging van de belasting op motoren. De VVD-fractie was daar tot nu toe een grote voorstander van. Steunt de VVD-fractie dit nu ook?

Mevrouw Neppérus (VVD):

Ik krijg zo langzamerhand het gevoel dat de heer Bashir het debat van twee dagen lang wil overdoen.

De voorzitter:

Dat kan de heer Bashir wel willen, maar dat laat ik niet toe.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Hij is daar nu echter mee bezig. Ik wil zijn amendementen wel allemaal bespreken. Dat ze voortdurend vervangen worden, maakt het nog eens lekker ingewikkeld. Ik zou echter liever eerst bekijken hoe wij schonere motoren kunnen krijgen. Laten wij dit geheel meenemen, ook de uitstoot, in het verhaal dat in het voorjaar komt. De VVD betrekt daar namelijk niet alleen de auto bij, maar ook motorfietsen en bromfietsen. Dan kunnen wij het gehele pakket bekijken.

De voorzitter:

Mijnheer Bashir, wij laten het hierbij.

De heer Slob (ChristenUnie):

Ik heb nog een vraag ter opheldering aan mevrouw Neppérus. Komt zij nog met amendementen? Ik vraag dit omdat zij zelf in de afgelopen periode een aantal keren heeft gezegd dat zij eigenlijk van die verschrikkelijke verpakkingsbelasting af wilde. In de media las ik dat mevrouw Neppérus iets wilde doen aan de stapeling in het kader van de energiebelasting. Ik heb nog geen amendement op dat vlak gezien. Vandaar mijn belangstellende vraag of er nog iets komt en hoe het er uitziet.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Ik was niet van plan, een amendement in te dienen. Ik wacht met smart op de studie die de staatssecretaris heeft toegezegd. Ik hoop dat het de heer Slob aanspreekt dat in deze studie dit soort dingen meegenomen worden. Wij kunnen dan af van die 25 onuitvoerbare belastingen, allemaal ingevoerd door het vorige kabinet, gesteund door de ChristenUnie. Die maakte er zelfs deel van uit. Ik hoop het van harte. Wij gaan dat doen bij die studie.

De heer Slob (ChristenUnie):

Volgens mij zijn er de afgelopen jaren heel goede slagen gemaakt, met name bij de vergroening van het belastingstelsel. Er is ook goed gekeken naar de gezinnen, maar dat terzijde. De staatssecretaris heeft gezegd dat wij niet te veel moeten verwachten van die studie. Hij heeft immers geen zak met geld. Het verhelpen van de dingen waar mevrouw Neppérus de afgelopen jaren zo tegen heeft geageerd – vrij recent, in de eerste termijn, noemde zij de verpakkingenbelasting nog "verschrikkelijk" – kosten geld. De kans is dus heel erg groot dat wij straks toch niets kunnen doen.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Als wij eerst eens zouden werken aan minder belasting en al die dingen zouden terugdraaien met al die extra heffingen die er zijn gekomen in de afgelopen jaren, kunnen wij andere belastingen verlagen en dubbele heffingen verminderen. Het stelsel is helemaal volgelopen met heffingen waar het bedrijfsleven helemaal dol van wordt. De belastingambtenaren die een en ander moeten uitvoeren, weten dat dit nauwelijks of niet kan. Dat vind ik treurig. Ik hoop dat de heer Slob van harte wil meewerken, dit nu eens te veranderen.

De heer Groot (PvdA):

Mag ik afleiden uit het feit dat mevrouw Neppérus geen amendementen heeft ingediend, dat ook van de zachte landing van duurzame beleggingen niks terechtkomt? Zij was geïnteresseerd in een zachte landing voor dit soort beleggingen. Ik begrijp echter dat zij zelf geen voorstellen doet om die zachte landing te bewerkstelligen.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Wij kunnen het allemaal heel ingewikkeld maken door met eigen amendementen te komen. Ik wacht de ontwikkelingen rond het amendement van de heer Slob gewoon af. Ik houd hierover contact met de heer Slob. Als wij wellicht tot één amendement kunnen komen, al dan niet in aangepaste vorm, in plaats van allemaal losse amendementen, gun ik de heer Slob van harte de eer. Zo ben ik. Zo is de VVD. Hij is met het idee gekomen. Er is wel dekking nodig. Als het echter lukt, komt de eer toe aan de heer Slob. Zo werkt het.

De heer Groot (PvdA):

De realiteit is dat wij er steeds tegen aanlopen dat de VVD aan een gedoogakkoord is gebonden. Het is dan ook handig als mevrouw Neppérus een voorstel doet. Dan weten wij tenminste wat haalbaar is en wat niet.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Ik hoop dat de heer Groot goed heeft geluisterd. De heer Omtzigt komt nog. De heer Van Vliet heeft echter helder over dit onderwerp gesproken. Als de dekking van het amendement rondkomt, legt hij het met een gevoel van sympathie aan zijn fractie voor. Dat is de situatie. Ik wacht het even af. Wij hebben nog tot donderdag, 14.00 uur. Ik geef toe, de klok tikt door. Laten wij echter niet allemaal met eigen amendementen komen als er amendementen van anderen liggen. Het amendement moet overigens nog ingediend worden. Althans, een uur geleden was het nog niet ingediend. Inmiddels wellicht wel. Dan bekijken wij het gewoon rustig. Wij hebben daarvoor nog even de tijd, ook om verder te praten en om te luisteren naar de reactie van de staatssecretaris. Ik wacht het amendement gewoon af. O, ik begrijp van de heer Slob dat het er inmiddels is. Ik bekijk het gewoon. Dat lijkt mij het handigste.

De voorzitter:

Nee, mijnheer Groot, de tijd tikt door. Er is straks nog een debat. Ik wil het hierbij laten.

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. Allereerst dank aan de staatssecretaris en aan zijn ambtenaren voor de uitgebreide beantwoording van vragen over een groot aantal onderwerpen.

Het Belastingplan is, zoals mijn collega, mevrouw Neppérus van de VVD, al zei, de grootste operatie en draait om het meeste geld. Het gaat erom de scholen te financieren, een stuk van de zorg te financieren en om straks al die dingen te kunnen betalen die staan in de begrotingen die nog gaan komen.

Ik dank de staatssecretaris in het bijzonder voor de toegezegde startbrief, die de Kamer voor 1 april zal bereiken. Ik houd van de ambitie die de staatssecretaris uitstraalt, namelijk dat ook nog een hoop zaken kunnen worden gedaan die niet precies in het regeerakkoord staan. Voor de CDA-fractie is de vereenvoudiging van het loonbegrip en het zo terugdringen van de administratievelastendruk van groot belang. Het feit dat wij nog steeds loonstrookjes hebben die meerdere A4'tjes beslaan, is een grote ergernis voor ons. Het loonstrookje kan inzichtelijk en helder gemaakt worden. Dat scheelt rotzooi aan administratie van de Belastingdienst en rotzooi bij de administratie van de werkgevers, en het levert begrijpelijkheid op voor de mensen. De startbrief wordt wel een startboek, maar het zij zo.

Ons standpunt over de btw op kunsten staat helder in het regeerakkoord. Het CDA vindt dat het 6%-tarief bestemd is voor de essentiële levensbehoeften. Kunst is belangrijk, maar behoort daar niet toe. Daarom, mede vanwege de budgettaire druk, gaan wij akkoord met een btw van 19% op podiumkunsten en kunstvoorwerpen.

Voor de assurantiebelasting hebben wij een nota van wijziging gezien. Om een tijdelijk gat te dekken wordt definitief een belasting verhoogd.

De heer Groot (PvdA):

De heer Omtzigt spreekt over essentiële levensbehoeften. Dan zou hij het bezoek aan de bioscoop en het attractiepark toch ook onder het hoge tarief moeten brengen? Kan hij uitleggen waarom een moeilijk uitvoerbare maatregel in dit geval zo selectief wordt genomen?

De heer Omtzigt (CDA):

Die vraag knip ik in twee stukken. In tegenstelling tot de Partij van de Arbeid zijn wij niet voor het bedenken van zo veel mogelijk belastingverhogingen. Daar zijn wij zeer terughoudend in. Dit regeerakkoord verhoogt de lasten minder dan een aantal tegenbegrotingen van de linkerkant. Ik zie de heer Koolmees van D66 lachen. D66 kiest er bewust voor om vlees uit te zonderen van de essentiële levensbehoeften, want vlees gaat van het 6%-tarief naar het 19%-tarief. De gehaktbal gaat bij D66 dus naar het 19%-tarief en de operavoorstelling niet. Dat is de keuze van D66; dat kan ik me bij de heer Koolmees voorstellen. De CDA-fractie heeft, met het oog op het nemen van moeilijke maatregelen, ingestemd met deze maatregel.

De heer Koolmees (D66):

Ik werd een beetje uitgedaagd, dus ik wil graag reageren.

De voorzitter:

Daarom verzoek ik de sprekers om de anderen vooral niet uit te dagen.

De heer Koolmees (D66):

De heer Omtzigt heeft dat echter al gedaan, dus ik zal toch even reageren. Vorige week kwam de doorrekening van het regeerakkoord door het Centraal Planbureau beschikbaar. De heer Omtzigt gaf net aan dat de lasten niet heel erg worden verzwaard. In de doorrekening stond echter dat de lasten de komende periode met 12,5 mld. worden verzwaard. Hoe verhoudt zich dat tot de opmerking van de heer Omtzigt?

De heer Omtzigt (CDA):

De lasten worden minder verzwaard dan wanneer er een regering van een andere signatuur gezeten had.

De heer Koolmees (D66):

Dat waag ik te betwijfelen. Het verkiezingsprogramma van D66 bevat een lagere lastenstijging dan die in het programma dat het CDA heeft uitonderhandeld.

De heer Omtzigt (CDA):

De verkiezingsprogramma's van een aantal collega's en vooral de amendementen van de heren Bashir en Koolmees bevatten ook belastingverhogingen. De heer Bashir stelt bijvoorbeeld een aantal verhogingen binnen het Belastingplan voor. Dat is prima, maar dan moet de heer Koolmees mij niet zeggen dat als zijn partij het voor het zeggen had, de belasting verlaagd zou worden. Noem mij één amendement dat de lasten voor burgers of bedrijven verlaagt; het gaat dus niet om een verschuiving, maar om een verlaging.

De heer Koolmees (D66):

Mijn amendement om de rode diesel af te schaffen leidde per saldo tot een belastingverlaging. Verder constateer ik dat de heer Omtzigt grote woorden gebruikt over de lastenverlichting van dit kabinet. Per saldo verzwaart dit kabinet de lasten echter veel meer dan D66 gedaan zou hebben volgens het verkiezingsprogramma. De heer Omtzigt kan die bewering dus niet waarmaken.

De heer Omtzigt (CDA):

Ik sta perplex. Het afschaffen van de rode diesel betekent dat de prijs van diesel voor de landbouwsector met € 0,13 per liter wordt verhoogd. Als de heer Koolmees dat een belastingverlaging noemt, wil ik nog heel veel belastingverhogingen van D66 krijgen. Wat hij voorstelt, is gewoon een belastingverhoging. Ik vind het prima dat hij dit als het wegnemen van een korting beschouwt, maar het betekent dat de burgers en bedrijven meer belasting moeten betalen. Daar kiezen wij niet voor.

De voorzitter:

Ik wil voorkomen dat wij nu alsnog een soort tennisspel krijgen. Ik heb immers net gezegd dat ik deze zaal daarvoor niet geschikt vind.

De heer Bashir (SP):

De heer Omtzigt zei net dat de SP amendementen heeft ingediend om de belasting te verhogen. Kan hij aangeven om welke amendementen het gaat? Ik heb namelijk geen enkel amendement ingediend om de belasting te verhogen.

De heer Omtzigt (CDA):

De SP stelt voor om het 52%-tarief in de inkomstenbelasting eerder in te laten gaan dan het nu ingaat. Dat is volgens mij een belastingverhoging.

De heer Bashir (SP):

Ik maak hiertegen bezwaar, want ik heb daarover geen amendement ingediend. Ik weet niet waarover de heer Omtzigt het nu heeft. Kan hij duidelijk maken op welk amendement hij doelt? Ik constateer dat in de kabinetsplannen een belastingverhoging voor de podiumkunsten en voor gezinnen wordt voorgesteld. Als je groen spaart, kun je straks geen beroep doen op de heffingskorting en betaal je dus meer belasting. Het kabinet gebruikt het geld voor verlaging van de belasting van multinationals. Ik stel vast dat de heer Omtzigt dit steunt en dat de VVD hierin leidend is, zoals eerder is geconstateerd in een rapport van zijn eigen partij.

De heer Omtzigt (CDA):

Wij hebben een aantal forse vereenvoudigingen doorgevoerd in de belastingen van werkgevers. Dit betekent onder andere minder subsidies en een lager algemeen belastingtarief. Die uitruil hoort bij de vereenvoudiging van belastingen waarover iedereen in de Kamer spreekt, maar als ze wordt doorgevoerd, loopt men weg. Wij lopen daar niet voor weg. Wij vinden het goed dat het Nederlandse bedrijfsleven zijn best zal en blijft doen om banen te creëren. Het valt mij op dat Nederland beter door de crisis komt dan een aantal omliggende landen. Kijk naar Engeland en zie wat er gebeurt als een socialistische regering jarenlang te weinig belasting heft en welke draconische maatregelen nu nodig zijn. Hier moet wat worden rechtgezet, maar ik ben trots op de manier waarop Nederland door de crisis komt en op het feit dat wij niet de belasting verhogen voor bedrijven waar de banen gecreëerd moeten worden.

De heer Bashir (SP):

Ik stel vast dat de heer Omtzigt zegt dat ik amendementen heb ingediend om de belasting te verhogen, maar dat hij niet kan zeggen om welk amendementen het gaat. Ik zou het waarderen als hij nu zegt dat ik die amendementen niet heb ingediend.

De heer Omtzigt (CDA):

Ik zal in tweede termijn alle amendementen van de heer Bashir langslopen en heel goed zoeken welk amendement ook maar enige vorm van belastingverlaging bevat.

De voorzitter:

Goed, dat zal dan morgen plaatsvinden.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Tijdens een eerdere behandeling van het Belastingplan hebben wij erop gewezen dat het schrappen van de korting op rode diesel 250 mln. oplevert. Toen ik aan de heer Omtzigt vroeg of hij die maatregel zou steunen, antwoordde hij dat het om een typefout zou gaan in het programma van het CDA. Welke typefouten staan daar nog meer in? Dan kunnen wij daarmee alvast rekening houden. Of is dit iets wat de heer Omtzigt vindt? Of is het CDA gekeerd?

De heer Omtzigt (CDA):

Ik sta hier namens de CDA-fractie, laat daarover geen enkel misverstand zijn. In de doorrekening van ons verkiezingsprogramma die bij het CPB lag, staat die typefout. Dit was een eenmalige typefout en ik wil het daarbij laten. Dit is een herhaling van het antwoord dat ik ook in het wetgevingsoverleg heb gegeven.

Wij hebben een nota van wijziging ontvangen over de assurantiebelasting. Ik begrijp dat de invoering van die wijziging in overleg met de sector iets is uitgesteld, maar waarom moet die verhoging permanent zijn? Waarom zou je niet na twee of drie jaar kunnen zeggen als er extra gefinancierd is, dat die verhoging weer met 2% in plaats van met 2,2% omhoog gaat? Ik krijg hierop graag een reactie.

Ik sluit mij nu al aan bij de opmerkingen die de heer Slob zal maken over de groenfinanciering. Wij zouden het heel prettig vinden als het alternatief dat is uitgewerkt en dat zorgt voor een fatsoenlijke overgang, in samenwerking met LTO en de Nederlandse Vereniging van Banken kan worden vormgegeven. Ik vraag de staatssecretaris om met een positieve blik naar de opmerkingen van de jarige heer Slob te kijken.

Ik kom op een aantal kleine onderwerpen. In de eerste plaats: de geefwet. Ik krijg graag de toezegging dat in de geefwet ook wordt bepaald dat verenigingen en dorpshuizen expliciet gebruik kunnen maken van die wet. Verder vraag ik de staatssecretaris om na te gaan hoe de grote bedrijven die nu weer winst gaan maken, ook wat meer kunnen geven. Ik verwijs naar de Angelsaksische landen. Hoe zal hij dit in de fiscaliteit bevorderen zonder de zaken excessief op te tuigen?

Daarbij moet naar mijn mening ook serieus worden bezien hoe een SBBI-register kan worden opgezet naar analogie van het ANBI-register. Ik krijg graag een reactie op die door de Kamer aangenomen motie die ook door de VVD is gesteund. Graag zien wij die notitie zo spoedig mogelijk tegemoet. Het is de samenleving die bepaalt wat zij wil doen, en niet zozeer een minister of een gesubsidieerde instelling. Wat dat betreft is dit centrumrechtse kabinet anders.

Ik dank de staatssecretaris dat hij maaltijden, waar zij echt niet ontweken kunnen worden, vrijstelt van de werkkostenregeling. Ik heb ook een vraag over het verblijf. Wie als brandweerman op de kazerne dient te slapen, wie als arts in opleiding geacht wordt in het ziekenhuis te slapen en wie op een schip zit en er niet af kan omdat het een beetje ver van huis ligt, kan oplopen tegen het feit dat er sprake is van een verstrekking waarover 80% belasting moet worden betaald. Dat is niet mijn favoriete belastingtarief. Is dit de bedoeling en kan er iets op gevonden worden?

Dan kom ik op de evaluatie van de werkkostenregeling. De staatssecretaris had moeite om een of twee bedrijven te noemen die overgaan op de nieuwe werkkostenregeling. Ook wij krijgen signalen dat hierop nog niet heel positief kan worden gereageerd. De CDA-fractie vraagt de staatssecretaris om binnen een jaar met een kleine tussenevaluatie te komen. Wij hoeven geen groot rapport, maar een tussenevaluatie van twee of drie kantjes: hoe wordt de regeling gebruikt en waar zitten de knelpunten? Dan kunnen wij op dat moment voorsorteren en besluiten om over drie jaar definitief over te gaan naar het nieuwe stelsel of – alles overwogen hebbende – om bij het oude stelsel te blijven.

Wij hebben een amendement ingediend, om de staatssecretaris niet toe te staan nog drie jaar gegevens uit te vragen bij werkgevers als de administratie van de Belastingdienst niet klopt. Het is zaak dat de Belastingdienst en UWV nu eindelijk, mede naar aanleiding van de motie-Weekers van een jaar of zes geleden, de zaak op orde te krijgen. Ik heb nog een paar moties-Weekers, waarvan ik dankbaar gebruik zal maken. Ik heb ze allemaal laten uitprinten. Als werkgevers elke maand de gegevens aanleveren, in meer dan 150 velden per werknemer, kan de staatssecretaris niet aan het eind van het jaar nog een keer een uitvraag laten plaatsvinden.

Kan de staatssecretaris overwegen om het zogenaamde Alternext-model op een vereenvoudigde manier in te voeren? Wij zouden dit heel prettig vinden. Het werkt in Frankrijk en het werkt in het Verenigd Koninkrijk. Het mkb krijgt op dit moment geen of te weinig financiering via de banken. Zoals de heer Koolmees al schetste, zou het prettig zijn als ook het bedrijfsleven meer eigen vermogen heeft en wat minder vreemd vermogen. Daarin voorziet dit model. Wil de staatssecretaris nog eens goed bezien of het mogelijk is om dit in te voeren en het in ieder geval in de wet te laten staan?

Wat de afvalstoffen betreft zou de staatssecretaris de toezegging kunnen doen dat de monostromen wel degelijk gebruikt gaan worden als het gevaarlijk, niet-verbrandbaar afval betreft. Het geldt dus niet voor alle soorten afvalstromen, maar voor gevaarlijk, niet-verbrandbaar afval. Dit moet zo nu en dan als monostroom worden aangewezen en niet maar even snel worden geëxporteerd.

De staatssecretaris beziet of hij het groene gas verder wil stimuleren. Hij wil vergroening en verduurzaming. Kan hij dan bezien of niet een mrb-vrijstelling nodig is, maar of er bijvoorbeeld iets in de sfeer van de bpm kan worden gedaan?

Wij hebben drie keer naar de tegenbewijsregeling gevraagd, maar geen antwoorden op schriftelijke vragen gekregen. Ik verwijs de staatssecretaris naar het amendement van oud-collega Remkes. Wat vindt de staatssecretaris van dat amendement op de belastingwet? Hij heeft daar zelf voor gestemd. Zou het mogelijk zijn, nu zich problemen voordoen, om toch nog eens te bezien of onze oud-collega Remkes gelijk had?

Er ligt nog een motie-Omtzigt/Weekers over accijns op historische vliegtuigen. Zou de uitvoering daarvan ter hand genomen kunnen worden?

Tot slot kom ik op het voorbeeld van de trouwtaks. De staatssecretaris werkt dit niet uit en dat spijt ons zeer. Ik ga ervan uit dat de uitwerking voor zijn antwoord in eerste termijn schriftelijk bij de Kamer ligt. Anders zal ik extra termijnen aanvragen. Ik wil het volgende voorbeeld uitgewerkt hebben. Een man is alleenstaand vader. Hij heeft een inkomen van € 30.000 en een kind van 10 jaar. Een vrouw is alleenstaand moeder. Zij heeft een inkomen van € 25.000 en ook een kind van 10 jaar. Als deze twee mensen samen in een woning gaan wonen, maar niet gaan trouwen, hebben zij volgens onze berekeningen duizenden en duizenden euro's belastingvoordeel, die zij verliezen op het moment dat zij gaan trouwen. Dat kan niet de bedoeling zijn, want het betekent dat hun buren, die met een eigen tweeling van tien jaar wonen en dezelfde banen hebben, een totaal ander bestedingspatroon kunnen onderhouden dan degenen die uit voormalige relaties kinderen hebben. Het lijkt mij niet gewenst om, waar het volgens mij om gelijke gevallen gaat, namelijk twee mensen die samen met twee kinderen van dezelfde leeftijd in een woning wonen, deze mensen fiscaal op een totaal andere manier te behandelen. Dat zou A-gezinnen en B-gezinnen opleveren. Wil de staatssecretaris dit voorbeeld uitwerken en de verschillen zichtbaar maken, inclusief de toeslagen voor kinderopvang? Kan hij aangeven hoe hij deze verschillen wil wegwerken? Of vindt hij die verschillende behandeling te rechtvaardigen? Belastingheffing zal voor alles maatschappelijk draagvlak moeten hebben. Wij vinden dat er te weinig naar het draagkrachtprincipe wordt gekeken. Dat moet in ere worden hersteld. In ieder geval moet dat in dit soort situaties gebeuren.

De heer Groot (PvdA):

Ik zag een eenvoudig amendement circuleren. Is de heer Omtzigt van plan dat in te dienen? Dat is mij niet helemaal duidelijk.

De heer Omtzigt (CDA):

Ik daag de staatssecretaris uit om een veel beter antwoord te geven dan hij in zijn brief heeft gedaan en om ons aan te wijzen welke zaken wel mogelijk zijn om dat kapitaal van het mkb te versterken. Ik hoop een helder antwoord van hem te ontvangen.

De heer Bashir (SP):

De heer Omtzigt had bij de behandeling van de Successiewet een motie ingediend die door de Kamer is aangenomen. Die motie ging over de mogelijkheid om je bij de gemeente laagdrempelig als partner te laten registreren. Die motie is niet uitgevoerd. Wat moet ik daaruit concluderen?

De heer Omtzigt (CDA):

De motie is in zoverre uitgevoerd dat je bij de meeste gemeenten partnerschap laagdrempelig kunt registeren. Er is echter geen duidelijke campagne geweest. De mensen hebben tot eind volgend jaar de tijd om zich als partners te laten registreren. Dat geldt voor het hele jaar en het hoeft dus niet voor 1 januari. Naar aanleiding van deze goede vraag van de heer Bashir is mijn vraag aan de staatssecretaris hoe hij ervoor gaat zorgen dat deze motie, die mede is ondersteund door het Kamerlid Weekers, perfect wordt uitgevoerd.

De heer Bashir (SP):

Gratis trouwen bestond al toen de motie werd aangenomen. Wat bedoelt de indiener van de motie dan nu, achteraf? Als er een regeling bestaat en je dient een motie in om iets mogelijk te maken, dan wil je daarmee volgens mij een aanvulling geven, zoals laagdrempelig registreren. Dat voorstel is nog niet uitgevoerd.

De heer Omtzigt (CDA):

De laagdrempelige registratie was bedoeld voor de categorie die niet per se wilde trouwen en was ook om ervoor te zorgen dat mensen op de hoogte waren van de verandering. De heer Bashir brengt nu een valide punt op. Ik heb nog niet voldoende informatie over dit punt gezien. Het kan zijn dat de staatssecretaris ervoor kiest de mensen die nu fiscaal partners zijn maar niet getrouwd zijn, daarvoor te waarschuwen. Hij kan het ook op de website van de Belastingdienst laten zetten. Dat laat ik aan hem over.

De heer Slob (ChristenUnie):

Voorzitter. Wat is er mooier voor een Kamerlid dan op de dag van zijn verjaardag deel te nemen aan het debat over het Belastingplan! Ik maak dat vandaag mee. Het is sowieso een heel bijzonder Belastingplan, omdat het nog grotendeels werk is van het vorige kabinet. Men zal zich kunnen voorstellen dat wij daardoor een aantal goede maatregelen in het Belastingplan herkennen. Laat ik er kortheidshalve één noemen: de verdere stimulering van het ondernemerschap met name voor het midden- en kleinbedrijf, de motor van onze economie.

Ik moet helaas nog een maar plaatsen. Het kabinet, dat inmiddels een aantal weken geleden is aangetreden, heeft ook weer een aantal wijzigingen in het Belastingplan doorgevoerd. Die geven een klein doorkijkje in het denken van dit kabinet; ik zou haast zeggen het ontbreken van nadenken. Wij hebben wat vragen bij de logica ervan, met name vanuit het idee dat dit kabinet uitdraagt dat de samenleving meer aan zet zou moeten zijn. Vandaar dat er terecht wel heel veel over particulier initiatief wordt gesproken. Dan is het toch wat vreemd – ik heb het in het wetgevingsoverleg al gezegd – dat een aantal maatregelen in dit Belastingplan juist dat particuliere initiatief beperkt. Ik denk bijvoorbeeld aan de groene investeringen, maar ook aan de giften en de kunsten. Als de overheid meer aan de samenleving wil overlaten, zal zij een visie moeten hebben op de wijze waarop dat kan worden gerealiseerd. Kan de staatssecretaris mij uitleggen hoe hij en het kabinet een grotere rol voor de samenleving rijmen met het fiscaal beperken van het particulier initiatief? Is hierover nagedacht – ik heb de indruk dat dit niet het geval is – of is hier gewoon botweg het rode bezuinigingspotlood gebruikt?

Wij hebben in het wetgevingsoverleg gesproken over de aftrek van giften. De staatssecretaris zal te zijner tijd komen met een verdere uitwerking van wat de "geefwet" genoemd gaat worden. Wat is precies de logica achter de voorgenomen maatregelen? Ik lees namelijk in de financiële paragraaf dat de staatssecretaris ook nog 40 mln. moet bezuinigen. Het is absoluut onduidelijk waar die bezuiniging gaat neerdalen. Het lijkt mij van belang dat wij daar tijdig zicht op krijgen. Ik vraag hem de Kamer daar op tijd over te informeren.

Er is tijdens het wetgevingsoverleg uitgebreid gesproken over een eenvoudiger en robuuster belastingstelsel. Daar is de ChristenUnie voorstander van. Ik merkte wel dat de staatssecretaris ietwat terughoudend was wat betreft de ambitie die daarbij geformuleerd mag worden. Ik begrijp dat wel. Zijn positie is nu een andere dan die in de vorige periode. Hij draagt hier nu de eerste verantwoordelijkheid. Hij was ook eerlijk: hij zei dat hij geen zak met geld had. Dat was de vorige keer toen het belastingstelsel redelijk rigoureus werd gewijzigd wel het geval. Dan kan je makkelijker besluiten nemen dan wanneer je geen geld hebt. Dat is volgens mij ook een van de problemen voor bijvoorbeeld de VVD-fractie, wat betreft haar wensen om bepaalde belastingen af te schaffen. Dat gaat gewoon niet als je daar geen financiële middelen voor hebt.

Ik beloof de staatssecretaris bij dezen dat wij actief met hem zullen meedenken over fiscale middelen die geld opleveren om wel middelen beschikbaar te krijgen. Wij zouden eens kunnen kijken naar de doorwerkbonus. Daar heeft hij in het verleden een aantal aardige dingen over gezegd. Er kan uiteraard ook worden gekeken naar de hervorming van de woningmarkt en de hypotheekrenteaftrek. De heer Koolmees heeft al aangekondigd dat de fracties van D66 en ChristenUnie samen – dat is een redelijk opmerkelijke combinatie, die overigens bij dit onderwerp goed mogelijk is – een initiatiefwetsvoorstel maken om toch de nodige hervormingen te laten plaatsvinden. De opbrengsten daarvan – dat gaat om groot geld – willen wij heel graag gebruiken om de overdrachtsbelasting te schrappen, die met namen starters op de woningmarkt vaak dwarszit. Het zou mooi zijn als wij hier slagen in kunnen maken. De staatssecretaris was terughoudend. De coalitiefracties zitten natuurlijk lastig vanwege het coalitieakkoord. Mogelijk moeten wij een geschikt moment zoeken in de Kamer om dit voorstel in stemming te brengen – het is bekend dat de verschillen soms heel klein zijn – om toch de Eerste Kamer te bereiken, die juist vandaag zo'n fantastisch goede uitspraak heeft gedaan over het hervormen van de woningmarkt. Die uitspraak was een motie van mijn partijgenoot de heer De Boer.

Wij denken dus met de staatssecretaris mee. In dat meedenken geef ik hem nog één ding mee. De ChristenUnie pleit al jaren voor een defiscalisering in box 3 van vorderingen en schulden die zijn ontstaan krachtens het erfrecht. De ambtsvoorganger van de staatssecretaris heeft eerder al gezegd dat hij dat zou gaan regelen, maar dat is toch aan een nieuw kabinet overgelaten. Ik vraag de staatssecretaris dit op te pakken en mee te nemen. Volgens mij kunnen wij hier wel iets mee met elkaar.

Ik heb nog één punt wat betreft het hervormen en herzien van het belastingstelsel, namelijk de draagkracht van gezinnen. Dat is, zo formuleer ik kortheidshalve, voor mijn fractie een punt van zorg. Die zorg betreft ook de wijze waarop het kabinet daar in de wijzigingen in het belastingstelsel en ook in andere wetgeving mee omgaat. Wij denken dat dit een aandachtspunt moet zijn bij de herziening van het belastingstelsel. Daarom dien ik een motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinet heeft aangekondigd met een visie te komen op het toekomstig fiscaal stelsel;

van mening dat het van belang is hierbij ook inzicht te krijgen in de effecten van de voorstellen op de draagkracht van gezinnen;

verzoekt de regering, de draagkracht op gezinsniveau mee te nemen in haar visie op het toekomstig fiscaal stelsel,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Slob. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 50(32504).

De heer Slob (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik kom nu bij een aantal amendementen dat wij hebben ingediend. Het eerste betreft de afschaffing van de heffingskorting voor maatschappelijke beleggingen. Daar is door velen over gesproken. Dit voorstel ligt ons als een steen op de maag. Wij hebben het zelf niet verzonnen. De wijze waarop het er nu ligt, is wat ons betreft niet acceptabel. Dit gaat echt veel te snel. Het is een rabiate afschaffing die bedrijven die rekening hebben gehouden met deze fiscale mogelijkheden in de problemen brengt. Wij weten dat er met name in de glastuinbouw zelfs grote risico's zijn dat bedrijven gaan omvallen. Dat kan niet de bedoeling zijn.

Het minste wat wij kunnen doen, is zorgen voor wat wij dan maar "een zachte landing" noemen. Dat doen wij ook bij andere regelingen wel. Dat wil zeggen dat wij ervoor zorgen dat wij het wat voorzichtiger afbouwen. Mijn fractie is in dat opzicht reëel geweest. Wij hebben gekeken in de hoek waar dit soort beleggingen thuishoren; het zijn groene beleggingen. Wij hebben gekeken naar de MIA, de EIA en de Vamil, zij het niet met het oogmerk om daarin onverantwoorde dingen te doen. Ik denk dat de staatssecretaris tijdens het wetgevingsoverleg terecht heeft gezegd dat je dit niet zomaar even in een week kunt regelen. Als je die lijsten gaat aanpassen, moet je dat immers heel voorzichtig doen. Ook als je aan de percentageknoppen gaat draaien, moet je je goed rekenschap geven van de consequenties. Uiteindelijk hebben wij amendementen ingediend – het moesten er twee zijn – waarin wij zeggen: bouw het rustig af. De dekking heb ik verpakt in een motie die complementair is aan deze amendementen.

Die motie luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinet de heffingskorting op maatschappelijke beleggingen en durfkapitaal met ingang van 1 januari 2011 wil afschaffen;

constaterende dat dit grote financiële gevolgen kan hebben voor met name ondernemers die via groenfinanciering een rentekorting hebben op hun lening;

van mening dat het ongewenst is dat ondernemers rechtstreeks in de financiële problemen raken door een dergelijke plotselinge wijziging van het overheidsbeleid en dat een geleidelijke afbouw van de heffingskorting daarom gewenst is;

constaterende dat de afgelopen jaren een forse onderuitputting van de beschikbare middelen voor de EIA, MIA en Vamil heeft plaatsgevonden en dat de verwachting reëel is dat dit de komende jaren niet anders zal zijn;

spreekt uit dat de regering de ruimte krijgt om de beschikbare middelen voor de EIA, MIA en Vamil in de jaren 2010 en/of 2011, 2012 en 2013 te verlagen met het bedrag dat nodig is voor de dekking van de amendemen-ten 32504, nr. 42 en 32505, nr. 20, die zien op de geleidelijke afbouw van de heffingskorting,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Slob. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 51(32504).

De heer Slob (ChristenUnie):

Dit raakt de betrouwbaarheid van de overheid, vinden wij, in aanmerking nemend dat het redelijk is dat er een geleidelijke afbouw is. Ik speculeer niet heel direct op onderuitputting, al gaan wij er wel van uit dat die er is. Ik geef de staatssecretaris echter de ruimte om de regelingen iets te korten met het bedrag dat nodig is. Dat is dus financieel deugdelijk, denk ik. Ik ga ervan uit dat het zelfs niet is uit te sluiten dat misschien al met de onderuitputting van 2010 het volledige bedrag kan worden gevonden. Dat zal moeten blijken. In ieder geval is dit een mogelijkheid – wij denken dat die reëel is – om dit heel vervelende probleem, dat wij niet zelf hebben gezocht maar dat op ons bordje is terechtgekomen, op een redelijke manier op te lossen.

Ik zeg erbij dat het voor ons een hard punt is dat wij hier goed uitkomen, ook als het gaat om onze uiteindelijke beoordeling van het Belastingplan. Het kan niet zo zijn dat wij als overheid onbetrouwbaar zijn en bedrijven laten omvallen op de voorgestelde wijze. Dat is ook niet de bedoeling van de staatssecretaris, denk ik.

Wij hebben een amendement ingediend over de werkkostenregeling. Kort samengevat komt het hierop neer dat wij het heel vreemd vinden dat de kosten voor telewerken straks niet meer onder de vrijstelling van de werkkostenregeling vallen – dat wordt geschrapt – maar dat bijvoorbeeld de reiskostenvergoeding wel daaronder blijft vallen. Als je dus maandelijks bijvoorbeeld 1500 km rijdt om bij je kantoor te komen, valt dat er wel onder, maar wil je thuis een thuiswerkplek inrichten, dan is het opeens niet aan de orde. Dat vinden wij heel vreemd. Ik vind dit ook vreemd in het perspectief van het regeerakkoord. Mijn partij hoeft dit niet ter hand te nemen, maar ik heb het wel goed gelezen, zoals men zal begrijpen. Daarin spreekt het kabinet juist uit dat het het telewerken wil intensiveren en dat het allerlei belemmeringen om thuis te werken en te telewerken wil tegengaan. Dan komt er toch zo'n voorstel in het Belastingplan. Dat kan niet.

De staatssecretaris heeft in het wetgevingsoverleg gemeld dat er vanuit de Arbowet geld beschikbaar is voor telewerkplaatsen. Ik heb dit echt nergens kunnen terugvinden. Misschien kan de staatssecretaris dit nog aanwijzen. Wij hebben het niet kunnen vinden, hoe groot het bedrag ook is. Voor de zekerheid heb ik een amendement ingediend – het gaat om 9 mln. – dat uiteraard deugdelijk is gedekt, om te voorkomen dat dit wat ik maar zal noemen "onzalige plan" doorgang zal vinden. Zeker gezien het infrastructuurbeleid van dit kabinet, zullen de files alleen maar groter worden. Daaraan moeten wij niet nog meer auto's toevoegen als dat niet echt nodig is.Slob

Dan is er een amendement met betrekking tot de doorschuif van de ab-claim; "ab" staat voor "aanmerkelijk belang". Er is met ingang van 1 januari 2010 een aantal maatregelen genomen ten aanzien van de doorschuif van de aanmerkelijkbelangaandelen. Als aandelen in een bv met beleggingsvermogen geërfd worden door de achterblijvende echtgenoot is het niet meer mogelijk om de ab-claim op dit beleggingsvermogen door te schuiven. De langstlevende echtgenoot wordt dan direct met de ab-heffing geconfronteerd. Om die te kunnen betalen, zal er vaak vermogen uit de bv moeten worden vrijgemaakt.

Mijn fractie wil de doorschuif van de ab-claim op het beleggingsvermogen ook toe blijven staan als de aandelen na het overlijden overgaan op de langstlevende echtgenoot. Je moet het een weduwe – daar zal het vaak om gaan, maar het kan natuurlijk ook een weduwnaar zijn – niet aan willen doen dat er snel geld vrij moet worden gemaakt uit de bv om zowel de ab-heffing als het successierecht te voldoen, ook al omdat er vaak sprake is van vermogen dat niet gemakkelijk te gelde kan worden gemaakt omdat het bijvoorbeeld vastzit in onroerend goed. Je kunt dan niet meer spreken van "ongestoord voortleven" wat toch een uitgangspunt is van het erfrecht. Kortom, vandaar het amendement voor een integrale doorschuif van de ab-claim naar de langstlevende echtgenoot.

De dekking voor dit amendement wordt gevonden door het beleggingsvermogen van het ondernemingsvermogen in een bv te verlagen van 5% naar 3% om in aanmerking te komen voor de bedrijfsopvolgingsregeling. Ik krijg graag een reactie van de staatssecretaris op dit amendement.

Ik heb ook nog enkele opmerkingen over de cumprefs. Als de uitgegeven cumprefs niet direct van de eerste ouder naar de beoogde opvolger gaan bij vererving maar naar de langstlevende echtgenoot, kan deze echtgenoot geen gebruikmaken van de doorschuif van de ab-claim en moet er dus afgerekend worden, waardoor de reële bedrijfsopvolging alsnog in gevaar komt, terwijl je dat juist wilt zeker stellen met de cumprefs. Ik heb dan ook twee amendementen ingediend die regelen dat de langstlevende echtgenoot die de cumprefs krijgt door het overlijden van de echtgenoot, geen ab-claim moet afrekenen in zowel de inkomstenbelasting als de successiewet. Ook hier krijg ik graag een reactie op.

Mevrouw de voorzitter, ik geef toe dat dit een vrij technisch betoog is, maar het behandelde raakt mensen wel midden in hun bestaan. Zeker als er een ernstige situatie als een overlijden heeft plaatsgevonden, lijkt ons dat niet wenselijk.

Ik zie de heer Braakhuis van GroenLinks al bij de interruptiemicrofoon staan. Mijn allerlaatste opmerking raakt aan een punt dat zijn fractie heeft ingebracht, maar dan via schriftelijke vragen, namelijk de leer-werkplekken voor jongeren. Het kabinet onderkent dat leer-werkplekken essentieel zijn voor de beroepsbegeleidende leerweg. Het probleem is dat kleine ondernemers niet profiteren van een afdrachtvermindering, terwijl zij juist een grote bijdrage leveren aan het begeleiden van jongeren in het beroepsonderwijs. Ik heb dit punt in het wetgevingsoverleg al aan de orde gesteld. De staatssecretaris ziet geen echte reden om deze situatie te veranderen, zoals ook blijkt uit antwoorden op vragen van de heer Klaver. In die antwoorden zijn wel de mogelijkheden op een rij gezet. Ik stel voor om dit nu niet verder hier uit te discussiëren, maar om een geschikt moment te zoeken om dit nog eens op te pakken. Dat lijkt me van belang voor onze kenniseconomie. Daarom bij deze alvast geagendeerd. Ik verwacht steun van GroenLinks voor dat debat.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Dat gaat misschien wel lukken.

Betekent de motie van de heer Slob om de EIA, MIA en VAMIL af te schaffen in de loop van een aantal jaren, dat hij de banken graag helpt en dat het slechts wat jammer is als dat ten koste gaat van de natuur?

De heer Slob (ChristenUnie):

Ik geef toe, wat ik doe is constructief meedenken in een situatie waarin je iets ziet gebeuren wat je absoluut niet wilt. Ik probeer te voorkomen dat door het voorstel van het kabinet op dit moment er grote schade ontstaat waarvoor wij geen verantwoordelijkheid kunnen nemen en waarvoor we ook de coalitie willen behoeden. Vandaar dat wij ons hebben ingezet voor een zachte landing. Ik heb zelf niet verzonnen om de groene beleggingen zo om zeep te helpen als het kabinet dat doet. Het minste wat je echter kunt doen als je het wel afschaft, is zorgen dat het geleidelijk gebeurt. De vermindering van de bedragen voor de EIA, MIA en VAMIL is zeer beperkt. Ik ben ervan overtuigd dat het geen enkel probleem moet zijn om straks als de onderuitputting weer bekend is, daaruit te putten. Ik kijk even naar de EZ-begroting van 2009. Daarin was 275 mln. geraamd voor de EIA. Uiteindelijk was de realisatie 88 mln. Dat geld heeft deze staatssecretaris die toen nog Kamerlid was, direct voor een deel gebruikt om zijn woningbouwplannen mee te financieren. Voor 2010 is het budget op 298 mln. geraamd. Ik sluit niet uit dat de onderuitputting van deze regelingen, die we aan het einde van het jaar zullen weten, gewoon de zachte landing kan financieren. Dat is het minste wat je kunt doen. Daar heb ik mijn nek voor uitgestoken, overigens met veel steun van LTO, die erg blij is dat wij deze inspanningen, die het afgelopen weekend vele uren hebben gekost, hebben verricht.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Is de heer Slob zich ervan bewust dat de specialisten hebben gezegd dat het eigenlijk prima regelingen zijn, die door grote onbekendheid tot onderuitputting leiden? Is het daarom niet waardevoller om juist te proberen deze regelingen te behouden in plaats van de bal voor het doel van het kabinet te leggen en te zeggen: schaf maar af die handel?

De heer Slob (ChristenUnie):

De heer Braakhuis moet de zaken niet omdraaien. Wij hebben niet voorgesteld een en ander af te schaffen. Hij heeft de discussie hier in de Kamer tussen wat ik maar even de "coalitiepartijen" noem – VVD, CDA en PVV – gevolgd. Dat geldt ook voor de kunst en de podiumkunsten. Daar speelt een vergelijkbare discussie. Ik kan natuurlijk een dekking voorstellen die niet aan dit onderwerp raakt en dan weet ik op voorhand dat die wordt weggeschoten. Zoiets zou wel gemakkelijk zijn en het voor de bühne goed doen, maar ik neem de verantwoordelijkheid voor een deel op mijn schouders om een zachte landing te realiseren als ik toch mogelijkheden zie om te voorkomen dat bedrijven hierdoor hard worden geraakt. Ik wil die mogelijkheid niet voorbij laten gaan, omdat ik niet door zo'n beeld geraakt wil worden. Zo bedrijft de ChristenUnie geen politiek. Vandaar dat wij meedenken met de ondernemers. Ik hoop dat de coalitiepartijen en het kabinet deze handreiking niet zomaar naast zich neerleggen. Ik heb aangegeven dat het voor ons een zwaar punt is bij de uiteindelijke beoordeling van dit belastingplan als zij dat wel doen. Wij vinden de verantwoordelijkheid ten opzichte van de ondernemers vrij groot.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Dat betekent dus eigenlijk dat de ChristenUnie-fractie moties en amendementen die deze regeling proberen te behouden, warm zal steunen.

De heer Slob (ChristenUnie):

Als de dekking die achter die motie schuilgaat of in die amendementen verpakt is, onze steun kan krijgen, zullen we dat zeker steunen. Zo doen we dat altijd. Het maakt dan niet uit bij wie de moties of amendementen vandaan komen. Zo kent men ons in de Kamer en ik hoop dat de heer Braakhuis ons ook steeds meer zo zal leren kennen.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Voorzitter. Ik ben blij dat de PVV-fractie dat verkeerde voorstel over het Koninklijk Huis heeft ingetrokken. Mijn dank daarvoor. Ik wil de kersverse staatssecretaris zeer danken voor en complimenteren met zijn heldere beantwoording van de vragen tijdens de wetgevingsoverleggen. Dat maakt het mogelijk om tijdens dit debat naar de diepte af te steken.

Laat ik allereerst benoemen dat mijn fractie verheugd is met de aankondiging van de staatssecretaris dat hij begin volgend jaar met een startnotitie komt waarin hij de mogelijkheden beschrijft om het belastingstelsel te benoemen en te vereenvoudigen. Wij vinden dat hard nodig. Daarom hebben we aangegeven welke thema's we graag uitgewerkt zien in die nota. Daar wil ik het nog wel even over hebben, want daar zijn we nog niet zo tevreden over. Die thema's zijn het belasten van consumptie ten gunste van belasten op inkomen, de woningmarkt en een leefvormneutralere inkomstenbelasting.

Ik ben blij met de toezegging dat de staatssecretaris serieus kijkt naar de mogelijkheden van grondslagverbreding in de sfeer van de btw. Kan hij toezeggen dat hij daarbij ook het scenario uitwerkt zoals ik geschetst heb, namelijk een verhoging van de btw in ruil voor lagere belastingen op inkomen? Daardoor zouden we verschillende dingen met elkaar kunnen combineren. Zo maken consumenten bewustere keuzes in hun koopgedrag en kunnen we tegelijkertijd de economie stimuleren.

Ik vind het bijzonder jammer dat de staatssecretaris de toekomstige fiscale behandeling van het eigen huis buiten die notitie houdt. Ik snap zijn aarzelingen natuurlijk wel, gezien de gemaakte afspraken. Ik respecteer die ook volkomen. Toch denk ik dat wij in deze tijd de moed moeten hebben om in ieder geval na te denken over wat we gaan doen ná deze periode. Het zou toch wel erg jammer zijn om dat nadenken stop te zetten. Veel dingen kunnen gecombineerd worden. Dat is complex. De staatssecretaris heeft gezegd dat er al allerlei onderzoeken liggen. Als je tegelijkertijd de hypotheekrenteaftrek, het eigen woningforfait en de overdrachtsbelasting wil gebruiken voor het verlagen van andere belastingtarieven – dat staat bij ons voorop, niet de bezuinigings- of de dekkingsmaatregel, maar de herziening van het systeem – en daarnaast koopkrachteffecten en leefvormneutralere belastingen wilt bekijken, is dat een heel complexe operatie. Gun dit land de tijd om daar goed over na te denken. Ik wil de staatssecretaris nogmaals uitdagen daarvoor de handen op elkaar te krijgen. Wat mij betreft gaat dat met de toezegging gepaard dat het geen consequenties hoeft te hebben voor deze periode, zodat we die discussie neutraal met elkaar kunnen voeren. Die discussie moeten we echter wel kunnen voeren.

Ik kom bij mijn derde punt, het leefvormneutraler belasten. Ik heb zelf in het wetgevingsoverleg het voorbeeld aangehaald van de appels. Een eenheid die dat met zijn tweeën deed, had veel meer belastingvoordeel dan iemand die dat alleen deed. De heer Omtzigt heeft ook een prachtig voorbeeld aangehaald van een situatie die tot een volstrekt onvergelijkbare belastingheffing leidde, terwijl dezelfde mensen daar wonen. Ik durf ook nog de stelling aan dat de Kamer jarenlang in een Babylonische spraakverwarring heeft verkeerd, aangezien de motie-Koşer Kaya eigenlijk hetzelfde verwoordde dat ik naar voren heb gebracht. Dan heb je D66 en de SGP bij elkaar. Als je die bij elkaar kunt brengen in deze discussie, ben je volgens mij een heel eind. En dat kan. Ik lees voor uit haar motie: overwegende dat de ene regeling nadelig uitpakt voor samenwonenden zonder kinderen, de andere voor traditionele gezinnen en weer andere voor alleenstaanden; verzoekt de regering, te onderzoeken wat er moet gebeuren om het belastingstelsel leefvormneutraal te maken en wat hier de consequenties van zijn. Dat is in feite mijn vraag. Volgens mij leeft die vraag Kamerbreed, dus vraag ik de staatssecretaris die handschoen op te pakken. Laat de staatssecretaris dan geen wig drijven tussen de SGP en andere fracties. Ik snap de gevoelens die opkomen, als wij met dit soort termen komen: wat is hier aan de hand? Maar wij willen er heel bewust goed naar kijken.

Er zijn ook mogelijkheden. De staatssecretaris heeft aangegeven: als je dat doet, gaat dat altijd ten koste van het arbeidsaanbod. Wij snappen best dat het een belangrijk punt is, zeker als wij naar meerderheden in de Kamer kijken. Maar als wij de literatuur lezen, snappen wij ook dat er wel degelijk opties zijn. Als spraakmakende auteurs zoals Stevens met opties komen, zowel binnen het huidige fiscale stelsel als binnen een splitsingsstelsel als binnen een vlaktaks en noem maar op, vind ik dat wij er serieus naar moeten kijken. Het is toch nogal wat, zo zeg ik tegen mijn collega's, als neutrale wetenschappers constateren dat ons belastingsysteem in feite in strijd is met de rechten van de mens. Ik heb een artikel uitgedeeld van een niet-SGP'er in het Weekblad Fiscaal Recht. Dat is wel de conclusie van mensen die naar dat belastingsysteem kijken. Dat is ook de conclusie van rechtsgeleerden in Duitsland en andere landen. Dus laten wij gewoon die uitdaging met elkaar aangaan: aan de ene kant het systeem leefvormneutraler maken en aan de andere kant het arbeidsaanbod niet meer remmen dan nodig is. Volgens mij zijn er zelfs opties waarbij dat helemaal niet geremd hoeft te worden.

Afhankelijk van hoe de staatssecretaris hierop antwoordt, maar misschien ook wel onafhankelijk daarvan – ik weet het nog niet precies – daag ik mijn collega's uit om hierover een hoorzitting of rondetafelgesprek te beleggen, waarbij wij met elkaar die discussie aangaan in het kader van die notitie. Dat hoeft niet alleen over leefvormneutraliteit te gaan, maar kan gaan over al die pijlers waarover wij het hebben gehad. Laten wij ook die experts van buiten daarbij betrekken en dan tot een politieke afweging komen wat bij ons past. Ik zie allerlei knikkende hoofden, dus laten wij dat maar gewoon oppakken. Dat ligt niet aan de staatssecretaris. Hij zal het best vinden of niet. Maar goed, daar gaat hij helemaal niet over, dus dat kunnen wij zelf doen.

Tijdens het wetgevingsoverleg hebben wij een stevig debat gehad over de korting op het maatschappelijk beleggen. Ik verweet de staatssecretaris min of meer dat hij met anekdotisch bewijs kwam en daarom heb ik maar een scriptie in de strijd gegooid van een van mijn studenten; dank voor de reactie daarop. Ik was blij met die reactie, omdat die een overzicht gaf van de verschillende studies die er zijn. Dat heeft mij overtuigd van het langetermijneffect. Ik ben bereid om te kijken wat die effecten zijn. Ik had de scriptie niet ingediend omdat ik gelijk moest en zou krijgen, maar meer om te zeggen: onderbouw dat en kom tot een afgewogen standpunt op basis van het bewijs dat er ligt. Volgens mij zegt het bewijs dat het gat, als het er al is, kleiner wordt, dat er wel een verschil is en dat er dus wel een reden is. Maar het is dan een kwestie van smaak in hoeverre je dat via de belastingen subsidieert.

Een overblijvend belangrijk punt – ik haak toch aan bij de heer Slob en de heer Omtzigt – is het overgangsrecht: kun je het als overheid maken om zomaar de stekker hieruit te trekken, terwijl mensen langetermijnverplichtingen zijn aangegaan? Mijn antwoord is: nee, dat kun je niet maken, al is het alleen al vanwege de effectiviteit van toekomstig overheidsbeleid. Ik daag de staatssecretaris uit om daar nog eens goed naar te kijken, ook richting morgen. Mijn sympathieën gaan overigens ook uit naar voorstellen die daar wat aan doen. Is het ook niet heel verstandig dat wij heel goed monitoren wat hier gebeurt? Wij maken nu een inschatting. Dat is en blijft een inschatting, want niemand weet precies wat er de komende maanden gaat gebeuren. Is de staatssecretaris bereid om, als die bezuiniging doorgaat, goed te monitoren wat er plaatsvindt?

Dan de accijns op tabak. Ik heb een amendement ingediend dat ertoe strekt de accijnsverhoging anders in te richten, namelijk een hogere accijns op shag en een lagere accijns op sigaretten, teneinde het verschil tussen beide kleiner te maken. De staatssecretaris heeft een aantal antwoorden gestuurd waaruit blijkt dat Duitsland in ieder geval niet het probleem is. Dus in die zin hebben we het probleem verkleind. België is nog wel een probleem waarbij sprake is van grote effecten. Wat is nu precies de afweging van de staatssecretaris tussen de interne effecten hier in Nederland en de externe effecten? Het blijft een afweging en iedereen doet het naar mijn idee een beetje op gevoel zonder dat het goed wordt onderbouwd. Ik snap wel dat je niet alles kunt onderbouwen maar wat is nu het afwegingskader van de staatssecretaris? Ik vraag dat ook met het oog op de toekomst. In het wetgevingsoverleg heeft de staatssecretaris gezegd dat als dat verschil kleiner wordt in het buitenland, wij in Nederland ook wat kunnen doen. Ik vraag om een meer precieze formulering van de toezegging die hij op dit punt wil doen.

In de schriftelijke beantwoording staat al iets over de burgemeesterswoning. Ik verzoek de staatssecretaris om in overleg te treden met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hierover. Volgens mij moet het kabinet met één mond spreken. Hier hebben wij nu een typisch voorbeeld waarbij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een ander geluid laat horen dan de staatssecretaris van Financiën. Dus mijn verzoek aan de staatssecretaris is om met BZK in overleg te treden en met één standpunt naar buiten te komen. Ik overweeg ook om hierover een motie in te dienen. De functie van burgemeester is een heel aparte. De staatssecretaris heeft de predikanten aangehaald. Welnu, dat is een mooi voorbeeld, zeker als ik de vragen stel. Ambtenaren zijn creatief wat dat betreft. De burgemeesters zijn echter toch wel een bijzonder geval, omdat ze minder keuze hebben wat betreft hun eigen woning en omdat ze een deel van hun woning moeten inrichten voor ontvangsten en overleg in die woning zelf, waardoor dat deel van die woning hun niet toe te rekenen valt.

Zo-even is het onderzoeksrapport van APE rondgedeeld. Ik heb niet zo heel veel tijd gehad om het door te nemen, maar ik heb toch geprobeerd zo veel mogelijk ervan tot mij te nemen. Wat mij opvalt is dat APE met een elasticiteit komt van min 1,1. Verder valt het mij op dat het de resultaten van vorig onderzoek wel in de literatuurlijst heeft opgenomen maar dat het niet vermeldt wat er toen uitkwam. Dat verbaast mij overigens niet als ik die twee vergelijk. Het onderzoek van 2008 van hetzelfde instituut en van dezelfde auteurs kwam uit op min 0,31, nog geen een derde van het effect dat in het voorliggende rapport vermeld wordt. Daarbij moet dan bedacht worden dat naar mijn indruk de huidige studie op minder goede data, minder eenheden is gebaseerd dan de vorige studie. Men heeft nu maar observaties voor vier jaar en slechts voor maximaal veertien instellingen. Je kunt in de studie helemaal niet achterhalen hoeveel observaties er in totaal zijn maar het zijn er maximaal veertien voor vier jaar; dat zijn 56 observaties. De staatssecretaris weet volgens mij ook wel dat dit een probleem kan zijn en dat je je dan af moet vragen of die resultaten überhaupt wel betrouwbaar zijn. Dus ik hoor graag het oordeel van de staatssecretaris over de betrouwbaarheid van de studie in vergelijking met de studie van de vorige keer van dezelfde auteurs en ook in vergelijking met de bredere literatuur. Ik denk namelijk dat dit een zware overschatting is van het werkelijke effect.

De heer Omtzigt (CDA):

Ik vind het buitengewoon interessant. Ik zou ook graag overzichten en vergelijkingen zien, maar aangezien wij de staatssecretaris binnen 24 uur aan het woord laten, kan ik mij voorstellen dat dat niet lukt. Misschien kan hij een e-mailtje sturen naar de auteurs met het verzoek een korte uitleg te geven waaruit het verschil verklaard kan worden. Dan zouden wij een interessante vergelijking hebben. Ik vind het inderdaad opvallend dat hetzelfde bureau tot totaal verschillende schattingen komt bij twee totaal verschillende opdrachtgevers voor dezelfde vraag.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Het is misschien goed om te vermelden dat het ministerie de vorige opdrachtgever was.

Ik vraag de staatssecretaris wat feiten zijn en wat fictie is. Wij kunnen diep in de techniek duiken, maar dat lijkt mij niet zo nodig. In feite geeft de nieuwe studie meer restricties. Als je de tekst leest, is bijvoorbeeld de min 1,09 tegenover de plus 1,09, de eigen prijselasticiteit versus de substituten, gewoon een aanname van de auteurs. Er was namelijk onvoldoende spreiding in de prijsontwikkeling. Zij hebben maar vier observaties voor de prijs van substituten, maar in de studie uit 2008 was die aanname niet nodig, omdat zij veel meer observaties hadden. Daaruit blijkt dat de twee elasticiteiten volstrekt ongelijk zijn. Dit lijkt mij wel te helpen in de discussie over de verhoging van de btw.

De algemene beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:

Voordat ik de vergadering schors, feliciteer ik de heer Slob van harte met zijn verjaardag. Ik neem aan dat ik dit namens alle aanwezigen doe. Mijnheer Slob, ik kan mij voorstellen dat er een leukere plek is om uw verjaardag te vieren, maar dit is wel een belangwekkend onderwerp.

De heer Van Vliet (PVV):

Het is toch de 32ste verjaardag van de heer Slob?

De voorzitter:

Ik dank de leden voor hun inbreng in eerste termijn en de staatssecretaris voor zijn aanwezigheid. Morgen volgen het antwoord van de staatssecretaris in eerste termijn en een korte tweede termijn, waarin eventueel moties ingediend kunnen worden.

De vergadering wordt van 19.25 uur tot 20.15 uur geschorst.

Voorzitter: Verbeet