Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-2009nr. 73, pagina 5766-5767

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het verslag van een algemeen overleg over het Deltaplan inburgering (31143, nr. 143), te weten:

- de motie-De Krom over stoppen met aanbieden van gescheiden inburgeringscursussen (31143, nr. 43);

- de motie-Karabulut over de uitvoeringskosten van de inburgeringsvoorzieningen (31143, nr. 44);

- de motie-Karabulut over kwaliteitseisen en toezicht voor inburgeringsonderwijs (31143, nr. 45);

- de motie-Fritsma over beëindigen van gescheiden inburgeren (31143, nr. 46);

- de motie-Fritsma over een inburgeringscursus voor burgemeester en wethouders van Utrecht (31143, nr. 47);

- de motie-Van Toorenburg/De Krom over de eigen bijdrage van verplichte inburgeraars (31143, nr. 48);

- de motie-Van Toorenburg over verplicht aanbieden van een taalcursus (31143, nr. 49);

- de motie-Dijsselbloem over de termijn voor de ontheffing van de inburgeringsplicht (31143, nr. 50);

- de motie-Dijsselbloem over gelijkstellen van de vrijstellingstoets en het inburgeringsexamen (31143, nr. 51).

(Zie vergadering van 2 april 2009.)

De voorzitter:

De motie-Karabulut (31143, nr. 44) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Karabulut en De Krom. Naar mij blijkt, wordt de indiening van deze gewijzigde motie voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 53 (31143).

De motie-Dijsselbloem (31143, nr. 50) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat op basis van artikel 31 van de Wet inburgering het college ontheffing verleent van de inburgeringsplicht, indien het college op grond van door de inburgeringsplichtige aantoonbaar geleverde inspanningen tot het oordeel komt dat het voor hem redelijkerwijs niet mogelijk is, het inburgeringsexamen te behalen;

constaterende dat in artikel 5.5 van het Besluit inburgering wordt gesteld dat deze ontheffing niet eerder kan worden verleend dan zes maanden voor het verstrijken van de voor de inburgeringsplichtige geldende termijn, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet;

overwegende dat dit in de praktijk betekent dat in die gevallen waarbij een ontheffing gerechtvaardigd is, deze pas na drie jaar kan worden verleend;

overwegende dat dat in voorkomende gevallen een onnodig en onwenselijk lange termijn van onzekerheid betekent;

verzoekt de regering, de voor de ontheffing van de inburgeringsplicht gestelde termijn van zes maanden uit het Besluit inburgering dusdanig te wijzigen dat de gemeente een inburgeringsplichtige in een eerder stadium kan ontheffen van die inburgeringsplicht,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening van deze gewijzigde motie voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 54 (31143).

Ik stel vast dat wij nu over de gewijzigde moties kunnen stemmen.

Op verzoek van de heer Dijsselbloem stel ik voor, zijn motie (31143, nr. 51) van de agenda af te voeren.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-De Krom (31143, nr. 43).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, de VVD, de PVV en het lid Verdonk voor deze motie hebben gestemd en de aanwezige leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Karabulut/De Krom (31143, nr. 53).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, D66, de PvdD, de VVD, de ChristenUnie en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Karabulut (31143, nr. 45).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks, D66 en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Fritsma (31143, nr. 46).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de VVD, de PVV en het lid Verdonk voor deze motie hebben gestemd en de aanwezige leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Fritsma (31143, nr. 47).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de VVD en de PVV voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Toorenburg/De Krom (31143, nr. 48).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de VVD, de SGP, het CDA, de PVV en het lid Verdonk voor deze motie hebben gestemd en de aanwezige leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Toorenburg (31143, nr. 49).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Dijsselbloem (31143, nr. 54).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, D66, de PvdD, de ChristenUnie en het CDA voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.