Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-2009nr. 73, pagina 5751-5754

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 136 van het Reglement van Orde.

Vragen van het lid Wilders aan de minister-president, minister van Algemene Zaken, over de berichten "Rasmussen moet alsnog excuses maken voor cartoons" en "Obama voor EU-lidmaatschap Turkije".

De heer Wilders (PVV):

Voorzitter. De afgelopen dagen ging de westerse politieke elite opnieuw door de knieën voor de islamitische wereld. De NAVO en haar secretaris-generaal, de oud-premier van Denemarken Rasmussen, moesten diep door het stof voor de Turken. Want de Turken wilden de heer Rasmussen niet zo maar helpen benoemen tot de nieuwe secretaris-generaal van de NAVO vanwege de Deense cartooncrisis. Excuses voor de Deense Mohammedcartoons kwamen er gelukkig net niet, maar de heer Rasmussen wil nu wel ineens dolgraag een dialoog met de islam aangaan. Hij zei ook dat hij veel aandacht wil geven aan de religieuze gevoelens van moslims.

Alsof dat niet genoeg is, is de Turken ook beloofd dat een van de plaatsvervangers of assistenten van secretaris-generaal Rasmussen een Turk zal worden. Naar verluidt, zal die zich gaan bezighouden met de verhoudingen tussen de NAVO en de islamitische wereld. Hij wordt een NAVO-bemiddelaar met de islam. Nog meer buigingen richting Gaza, Damascus en Teheran staan op het programma. Men gaat door de knieën vanwege de Turkse druk. Het was een walgelijke vertoning. En premier Balkenende stond erbij, keek ernaar en deed helemaal niets.

De Turkse premier Erdogan, die uiteraard op de NAVO-Top aanwezig was, zei ooit: "Minaretten zijn onze bajonetten, koepels onze helmen, moskeeën onze kazernes en gelovigen onze soldaten." Eerder heeft hij gezegd dat er geen gematigde islam bestaat. Voor deze wolf in schaapskleren, voor deze fundamentalist, is de NAVO afgelopen weekeinde gezwicht. Ik vraag mij af waarom de minister-president daaraan heeft meegewerkt.

Over buigen gesproken. Terwijl hij voor koningin Elisabeth niet meer dan een mager knikje over had, maakte de Amerikaanse president Barrack Hussein Obama vorige week een diepe, nederige buiging voor de koning van Saudi-Arabië, een van de grootste dictators uit het Midden-Oosten. Maar president Obama boog ook voor Turkije en de islam. Gisteren zei Obama in Turkije dat hij diepe waardering heeft voor de islam. Hij zei ook nogmaals dat Turkije wat hem betreft zo snel mogelijk lid moet worden van de Europese Unie. Waar bemoeit die man zich mee.

Ik vraag de minister-president om afstand te nemen van de woorden van president Obama en hier glashelder te verklaren dat het islamitische Turkije nooit en te nimmer lid zal worden van de Europese Unie. Dus ook niet over tien jaar, niet over twintig jaar, niet over honderd jaar. Wees een moedig man, mijnheer de minister-president, en spreek dit nu gewoon een keer uit!

Minister Balkenende:

Voorzitter. Voordat ik inga op de vragen die zijn gesteld, wil ik kort stilstaan bij de droevige gebeurtenis van gisteravond op en rond Kamp Holland. Een laffe raketaanval kostte het leven aan soldaat der eerste klasse Azdin Chadli. Hij was pas twintig jaar oud en net een week geleden in Uruzgan aangekomen. Zeven andere militairen, onder wie twee Afghanen, raakten gewond. Onze gedachten gaan in de eerste plaats uit naar de familie en vrienden van Azdin Chadli. Hun verdriet is bijna niet voor te stellen. Het kabinet leeft intens met hen mee. Wij denken ook aan de gewonden en hun familie. Tot slot denken wij ook aan de Nederlandse mannen en vrouwen in Uruzgan. Zij moeten opnieuw een collega missen en dit verlies verwerken onder moeilijke omstandigheden. Bij die opgave verdienen zij onze onvoorwaardelijke steun.

De voorzitter:

Ik dank de minister-president voor deze woorden. Ik wijs de leden erop dat wij aan het begin van de regeling van werkzaamheden ook zullen stilstaan bij het overlijden van deze soldaat.

Minister Balkenende:

Ik zal nu ingaan op de vragen van de heer Wilders. Ik zal ook enige algemene opmerkingen maken over de nieuwe secretaris-generaal van de NAVO. Daarmee loop ik vooruit op de reguliere brief die de minister van Buitenlandse Zaken aan de Kamer zal sturen over de top.

Er was tijdens de NAVO-top brede steun voor de kandidatuur van de heer Rasmussen. Uiteindelijk bleek consensus mogelijk. Ik heb de kandidatuur van de heer Rasmussen voluit gesteund. Daarmee ben ik al voorafgaand aan de top on record gegaan. Ik heb het gemeld tijdens mijn persconferentie op vrijdag. Onze steun was gebaseerd op onze ervaringen met de heer Rasmussen. Hij heeft bijvoorbeeld ten tijde van het Deense EU-voorzitterschap zijn kwaliteiten laten zien.

Tijdens de NAVO-vergadering heeft Turkije aanvankelijk vooral procedurele bezwaren geuit. Besluitvorming was nog niet nodig, omdat de termijn van de huidige secretaris-generaal pas op 1 juli aanstaande afloopt. Tegelijkertijd werd uit informele contacten en uit uitspraken in de media duidelijk dat Turkije vraagtekens plaatste bij zijn kandidatuur, omdat er als gevolg van de Deense cartooncrisis in de moslimwereld gevoeligheden zouden zijn. De heer Rasmussen heeft deze bezwaren tijdens de NAVO-vergadering kunnen wegnemen. Reeds op vrijdagavond hield hij een betekenisvol pleidooi en schetste hij hoe hij de invulling van de functie ziet. Ook zei hij dat hij zich sterk zou maken voor de betrekkingen met de moslimwereld. Hij heeft gesteld dat hij met een oog voor culturele en religieuze gevoeligheden zal optreden. Dat was voor Turkije een belangrijke handreiking. Vooral wat premier Rasmussen heeft gezegd tijdens het besloten diner op vrijdagavond vond ik indrukwekkend. Daarin vond hij een goede balans tussen de waarden die wij binnen de NAVO hoogachten en de noodzaak van outreach.

Ik heb zelf op vrijdagavond geholpen om misverstanden bij president Gül en Turkije weg te nemen om de benoeming van Rasmussen mogelijk te maken. Ook tijdens de G20-top in Londen heb ik hierover al gesproken met premier Erdogan, samen met president Obama, bondskanselier Merkel en premier Zapatero. Ook dit gesprek stond in het teken van steun voor zijn kandidatuur.

Ik kom op de vraag van de heer Wilders over eventuele excuses. Hij zei dat deze excuses nog net niet zijn aangeboden. Ik kan over dit punt niet duidelijker zijn dan premier Rasmussen zelf. Hij heeft gisteren zelf gesteld dat hij geen excuses gaat aanbieden. Daarop baseer ik mij. Er is dan ook geen sprake van dat Rasmussen een deal heeft gemaakt om zijn excuses aan te bieden, om zo secretaris-generaal van de NAVO te kunnen worden. Speculaties daarover in de media zijn onjuist.

De heer Wilders heeft gesproken over de uitspraken van president Obama. De heer Wilders weet dat de Verenigde Staten reeds vele jaren het Turkse lidmaatschap van de Europese Unie steunen. Dat is niets nieuws. De Verenigde Staten zien Turkije als een belangrijke strategische partner. Maar de Verenigde Staten gaan niet over het toetredingsproces tot de Europese Unie. Daarover gaan de EU-landen zelf. Voor de goede orde meld ik dat hierover tijdens het weekend door de EU geen nieuwe afspraken zijn gemaakt. Er zijn geen deals gesloten tijdens de bijeenkomst van de regeringsleiders waarbij ik aanwezig was. Ik kan mij voorstellen dat het idee is ontstaan om een assistent-secretaris-generaal aan te stellen die zich bezig zou moeten houden met de moslimwereld. Ik kan mij dat voorstellen op grond van de contacten die wij hebben met de islamitische wereld. Dat is echter een zaak die zijn nader beslag zal krijgen. Dit behoorde niet tot de formele besluitvorming. Ten aanzien van president Obama heb ik gezegd wat ik heb gezegd. Het is een zaak van de Europese landen zelf.

De heer Wilders (PVV):

Voorzitter. Ik ben erg teleurgesteld in de antwoorden van de minister-president. Het is nog veel erger dan ik dacht: er zijn geen officiële afspraken gemaakt, maar het is in achterkamertjes gebeurd. Ik begrijp van de minister-president dat de heer Rasmussen een handreiking heeft gedaan tijdens een besloten diner en dat ook de komst van de nieuwe assistent-secretaris-generaal geen officieel besluit is, maar dat de minister-president zich dat kan voorstellen. Zo gaat dat dus. De Turkse premier dreigt "als je niet snel iets doet, kun je het vergeten, mijnheer Rasmussen" en deze minister-president, net als al die andere leiders in Europa, gaat door de knieën. Ik heb daar geen woorden voor, voorzitter.

Ten slotte het punt Turkije. Ik ben ook erg teleurgesteld dat de minister-president niet gewoon in de Kamer zegt wat de meerderheid van de Nederlandse bevolking, en volgens mij ook een groot deel van de CDA-achterban, vindt, namelijk dat het islamitische Turkije nooit en te nimmer lid mag worden van de Europese Unie. Ik heb de minister-president dat gevraagd, maar hij heeft daar geen antwoord op gegeven. Ik vraag hem nog één keer: wees heel helder en zeg dat wat u betreft, Turkije nooit en te nimmer lid mag worden van de Europese Unie. Daar is het veel mensen om te doen. De minister-president zegt terecht dat president Obama er niet over gaat. Heeft de minister-president echter president Obama gebeld om te zeggen dat deze zich er niet mee moet bemoeien? Ik zal de minister-president helpen, het is "mind your own business" in het Engels. Het allerbelangrijkste is echter dat Turkije nooit lid mag worden van de Europese Unie.

Minister Balkenende:

Voorzitter. De heer Wilders gebruikt als altijd grote woorden. Hij heeft het over "door de knieën gaan". Wat was echter de situatie bij deze NAVO-Top? Er leek bijna een blokkade te komen van de heer Rasmussen door Turkije. Maar wie is er uiteindelijk secretaris-generaal geworden? Precies de kandidaat die ook Nederland wilde! Dat heeft niets te maken met door de knieën gaan, dat heeft te maken met vasthouden aan de kandidaat van wie wij vinden dat hij de beste papieren bezit.

Ten aanzien van Turkije gaat het om fair play. De onderhandelingen met Turkije zijn ingezet. Er is steeds gezegd, ik zal de letterlijke formulering gebruiken, dat het een openeindeproces is, waarvan de uitkomst niet op voorhand kan worden gegarandeerd. Meer dan dat valt er niet over te zeggen. Iedereen weet dat het een moeilijk proces is. Ik hecht eraan om de besluitvorming die destijds is geaccordeerd en die ook eenieder bekend is, te honoreren. Iedereen weet dat het een lastig proces is. Voor het overige herhaal ik mijn woorden – het is ook zeer bekend – dat het aan de lidstaten van de Europese Unie is om hierover te besluiten en niet aan de president van Amerika.

De heer Van Baalen (VVD):

Voorzitter. Ik heb nog een vraag voor de heer Wilders, als dat mag.

De voorzitter:

Dat mag.

De heer Van Baalen (VVD):

Misschien zal hij deze vraag willen beantwoorden. "In geen duizend jaar zal Turkije lid van de Europese Unie kunnen worden. Iedereen die anders vindt, is slap." "Iedereen die een plaatsje aan de keukentafel van het kabinet wil hebben en die zegt: Turkije, daar valt over te praten, die is laf." Wie liegt, mijnheer Wilders, u of De Telegraaf van afgelopen zondag?

De heer Wilders (PVV):

Ik ben blij dat de heer Van Baalen mij deze vraag stelt. Turkije is precies de reden dat de VVD mij een aantal jaar geleden uit de partij heeft geschopt. De mensen thuis weten gelukkig ook dat wat de heer Van Baalen nu roept, zware ketelmuziek is. Ik zal echter helder zijn in mijn antwoord aan de heer Van Baalen. Voor de Partij voor de Vrijheid is het nooit acceptabel, nooit en te nimmer, in geen duizend jaar. Hij kan er krantjes bijhalen van zijn plaatselijke groenteboer, maar ik zal hem zeggen: nooit en te nimmer wordt Turkije lid van de Europese Unie.

De voorzitter:

U brengt mij in de war met die kranten! Mijnheer Van Baalen, u kunt hier niet op repliceren. Het mag maar één keer.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. Het is weer opvallend om te zien, in het bijzijn van de minister-president, dat wij met de Europese verkiezingen op komst, nog 58 dagen tot 4 juni, zo meteen weer campagne moeten gaan voeren niet over de 27 landen die nu de Unie vormen, maar over het 28ste land dat daar eventueel bijkomt.

De voorzitter:

Wat is uw vraag?

De heer Pechtold (D66):

Ik dank de premier voor de helderheid omtrent Rasmussen. Er zijn geen excuses aangeboden, zij zullen er ook niet komen en dat hoort ook niet op een continent waarop is afgesproken dat wij de vrijheid van meningsuiting als een van de centrale waarden hebben. Ik heb een vraag over Turkije, want ik voel dat dat 28ste land de komende weken boven ons hoofd blijft hangen. De minister-president ziet toch ook dat Turkije met 70 miljoen inwoners nu toenadering zoekt, niet alleen binnen de NAVO om mee te helpen bij gevaarlijke vredesmissies, maar ook binnen Europa om Europa te versterken en dat dit een goede kans moet krijgen en dat de vaagheid die ik toch een beetje proefde in zijn antwoord niet goed is?

De voorzitter:

Dank u wel.

De heer Pechtold (D66):

De minister-president ziet toch ook dat Turkije de kans moet krijgen om lid te worden van Europa volgens het afgesproken pad?

Minister Balkenende:

De vraag is volkomen helder. Allereerst speelt Turkije een belangrijke rol in de NAVO. Het is een belangrijk land, ook als bruggenhoofd naar de islamitische wereld. In die zin is het heel goed dat er binnen de NAVO wordt gesproken over een dialoog tussen culturen, religies en beschavingen. Dat is gewoon heel erg goed. Als de heer Rasmussen zich daarvoor wil inzetten, is dat uitstekend.

Dan kom ik op de situatie in Europa. In 2004 is er een begin gemaakt met de start van de besprekingen, de onderhandelingen. Er is een perspectief voor Turkije, maar geen garantie. Zo is het destijds ook precies verwoord. Het gaat om een openeindeproces, waarvan de uitkomst niet op voorhand kan worden gegarandeerd. Iedereen weet dat het moeilijke onderhandelingen zijn en dat er in Europa verschillend over deze kwestie wordt gedacht. Er is sprake van faire onderhandelingen. Er zijn geen garanties. De een heeft het over een lidmaatschap, de ander over een partenariaat. Wat het wordt, zal de toekomst leren, maar ik hecht eraan dat wij op een normale manier met dit land omgaan.

Mevrouw Verdonk (Verdonk):

Er zijn nu mondelinge vragen gesteld over de heer Rasmussen. Ik heb echter al antwoorden gekregen van de minister van Buitenlandse Zaken op mijn schriftelijke vragen daarover. Wat wij hier doen is dus wederom overbodig. De opmerkingen van president Obama over Turkije kun je een beetje vergelijken met het uitnodigen van een gast voor andermans feestje. Ik ben dan ook blij dat u daar afstand van neemt. In de kabinetsperiode waarin u premier bent, is het toch uitgesloten dat Turkije lid wordt van de EU?

Minister Balkenende:

Het lijkt mij dat dit ook qua timing helemaal niet lukt. Toen wij al in 2005 begonnen met de besprekingen wist iedereen dat het een langdurig proces zou worden. Er zijn ook de nodige problemen, bijvoorbeeld met de vestiging van christelijke kerken in Turkije. De gevoeligheden over dit punt zijn bekend en zo zijn er meer onderwerpen. Er zijn de nodige lastige kwesties. Laten wij daar niet voor weglopen. Er zijn echter onderhandelingen gaande, die nog een tijd gaan duren. Zoals ik het nu kan inschatten, is in deze kabinetsperiode van lidmaatschap zeker geen sprake.

De heer Dibi (GroenLinks):

Wat president Obama over de toetreding van Turkije heeft gezegd, is helemaal niet nieuw, want ex-president Bush zei precies hetzelfde. Toetreding is ook niet een zaak van de VS. Hij heeft echter wel iets anders gezegd wat heel belangrijk is, namelijk dat Amerika onder zijn leiderschap niet in oorlog is met de islam en dat ook nooit zal zijn. Het is heel belangrijk om dit moment te grijpen om te zeggen dat het voor GroenLinks een verademing is dat de Verenigde Staten onder leiding van president Obama afscheid hebben genomen van de politiek van verdeeldheid, van preventieve oorlogen, van onschuldige slachtoffers en van kernwapens. Mijn vraag aan de heer Wilders is: wanneer stapt u af van uw politiek van wantrouwen en haat en stapt u over naar de politiek van hoop? Daar hebben mensen namelijk behoefte aan.

De heer Wilders (PVV):

Wij zullen nooit overstappen naar de politiek van GroenLinksachtige hoop, want daar wordt het land alleen maar slechter van. Wij zullen daar dus nooit in meegaan. Wij hebben echter een probleem met de islamitische ideologie. Helaas is de islamitische ideologie er een van haat en geweld. Die staat tegenover de ideologie van ons, onze westerse ideologie, die is gebaseerd op christendom, humanisme en jodendom, en die het tegenovergestelde daarvan is. Wij zijn dus niet degenen die op oorlog uit zijn; helaas is het de islam die ons de les wil lezen en die ons wil overheersen. Daar zullen wij ons, in het belang van onze vrijheid, altijd tegen verzetten.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

President Obama wil graag dat Turkije lid wordt van de EU. Hij gaat daar niet over. Als het daar dan toch over gaat, is de minister-president dan bereid om in de contacten met de president van Amerika ook de Armeense genocide aan de orde te stellen en hem daarop te wijzen, zoals de Kamer de toetreding van Turkije heeft gekoppeld aan het erkennen van die genocide?

Minister Balkenende:

De heer Voordewind stipt een belangrijk thema aan, waarover ook veelvuldig in de Kamer is gesproken. Onze opvattingen over die kwestie en over de wijze waarop wij met deze zaak moeten omgaan, zijn bekend. De positie van Nederland is bekend. Wij zullen in onze contacten onze positie nogmaals naar voren brengen.

Laat ik nog één opmerking maken tegen de heer Wilders. Hij zegt dat de islamitische ideologie er een is van haat en geweld. Ik loop niet voorbij aan het feit dat er groeperingen zijn die de islam misbruiken voor terrorisme, maar president Yudhoyono, bijvoorbeeld, is gewoon een overtuigde moslim. Moet ik nu deze regeringsleider, die zo'n belangrijke rol speelt in dat deel van de wereld, het etiket opplakken dat hij wordt gekenmerkt door haat en geweld? Zo kan ik er hele groepen aan toevoegen. Wat zeggen wij over de mensen in Nederland, die van goede wil zijn? Ik ben het volstrekt eens met de heer Wilders dat degenen die de islam misbruiken voor terrorisme, behoren te worden aangepakt. Laten wij echter oppassen dat wij niet op deze manier met elkaar omgaan. Het gaat uiteindelijk om de vraag hoe je de dialoog kunt bevorderen, hoe je ervoor kunt zorgen dat wij samen vormgeven aan deze wereld en hoe wij datgene wat fout is radicaal kunnen aanpakken. Dat is een andere boodschap dan de boodschap die zo-even is verwoord door de heer Wilders.