Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2005-2006nr. 72, pagina 4528-4531

Vragen van het lid Wilders aan de minister van Buitenlandse Zaken over de terreuraanslagen in Tel Aviv, het feit dat deze aanslagen door de Hamasregering als "geoorloofd" zijn betiteld en de wenselijkheid de Nederlandse (diplomatieke) vertegenwoordiger te Ramallah terug te roepen naar Nederland.

De heer Wilders (Groep Wilders):

Voorzitter. Gisteren liet het islamitisch terrorisme weer van zich horen. Tijdens het joodse paasfeest werden in Israël negen burgers op beestachtige wijze vermoord en tientallen anderen raakten gewond. Een islamitische terrorist uit Jemen heeft zichzelf opgeblazen voor een restaurant bij het busstation in Tel Aviv. Hij droeg ongeveer 4,5 kilo aan explosieve stoffen bij zich. Wie de beelden heeft gezien, kan niet anders dan vervuld raken van walging voor de dader. Hij kan bovendien niet anders dan compassie hebben met de slachtoffers en de nabestaanden.

Deze onmenselijke daad werd met valse trots opgeëist door de Islamitische Jihad. Deze terreurorganisatie kondigde aan dat het ook niet bij deze aanslag zal blijven. Nog eens 70 andere terroristen zouden klaar staan om zichzelf op te blazen in Israël.

Wie nog zo naïef was om te denken dat de Palestijnse regering deze aanslag zou veroordelen, komt bedrogen uit. Het tegendeel is het geval. De in de Palestijnse gebieden regerende Hamas heeft juist met veel begrip op deze aanslag gereageerd. Ook van regeringszijde is dit gebeurd. De Hamasminister Wasfi Kabha noemde de aanslag passend als "een legitiem recht van verzet". Andere Hamaswoordvoerders noemden de aanslag geoorloofd. Dit is bij de beesten af en onacceptabel!

Wie nu nog twijfel heeft over het terroristische gehalte van Hamas, is echt niet goed bij zijn hoofd. Hetzelfde geldt voor diegenen die vinden dat wij banden met Hamas zouden moeten aanknopen voor een dialoog zoals enkele verdwaalde studeerkameronderzoekers van de WRR vorige week nog bepleitten.

Ik ga ervan uit dat minister Bot de terreuraanslag scherp veroordeelt. Israël, maar ook de Verenigde Staten, houden Hamas ook verantwoordelijk voor de aanslagen, omdat de Palestijnse Autoriteit verantwoordelijk is voor het voorkomen van terroristische aanslagen en dit is hier dus niet gebeurd. Getuige de sympathie van de Hamasregering voor de aanslagen is dit niet verbazingwekkend.

De Groep Wilders is van mening dat het tijd wordt dat wij onze betrekkingen met de Palestijnse Autoriteit herzien. Wij zijn van mening dat het ongepast is om diplomatieke betrekkingen te hebben met een terroristische entiteit die terreuraanslagen vergoelijkt. Daarom vraag ik aan de minister van Buitenlandse Zaken om de Nederlandse vertegenwoordiger in de Palestijnse gebieden terug te roepen en de Palestijnse vertegenwoordiger in Nederland uit te wijzen. "Nederland doet geen zaken met terroristen", is de enige boodschap die wij moeten uitdragen.

Minister Bot:

Voorzitter. Ik sluit mij geheel aan bij de veroordeling van deze afschuwelijke terreuraanslag die zo veel slachtoffers heeft gemaakt zoals de heer Wilders die heeft uitgesproken. Ik doe dit in de scherpst mogelijke bewoordingen. Ik betuig mijn deelneming aan de familie van de slachtoffers.

Deze aanslag draagt bij aan een verdere escalatie van geweld en ondermijnt de kansen op een vreedzame oplossing van dit langdurende en langslepende conflict.

Ik ben het ook eens met de heer Wilders als hij zegt dat verklaringen van Hamaswoordvoerders die sterk in de richting wijzen van legitimering van deze terreurdaad, totaal verwerpelijk zijn. Ik vind dit ook volstrekt onaanvaardbaar. Ik denk dat dit eens temeer de juistheid van de beslissing bewijst die de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU vorige week hebben genomen om alle politieke contacten met de Hamasregering, dat wil zeggen met een terroristische regering, een terroristische organisatie, te verbreken en om de directe hulp aan de Palestijnse Autoriteit op te schorten. Ik heb dan ook met instemming kennisgenomen van de krachtige veroordeling die president Abbas heeft uitgesproken over deze daad.

Ik deel echter niet de mening van de heer Wilders dat medewerkers van de Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah moeten worden teruggeroepen naar aanleiding van deze aanslag. Ik teken hierbij aan dat deze vertegenwoordiging een belangrijke functie vervult. In de eerste plaats omdat de Europese Unie nog vorige week heeft besloten dat zal worden nagegaan op welke wijze de hulp aan de bevolking kan worden voortgezet en onder welke condities buiten de Palestijnse Autoriteit om. Via deze vertegenwoordiging zullen ook waar mogelijk technische contacten moeten worden onderhouden met ambtelijke medewerkers van de Palestijnse Autoriteit om te bezien of de hulp op de een of andere wijze kan worden verstrekt.

Ramallah draagt voorts zorg voor eerstelijns contacten met president Abbas en zijn kantoor. Door het terugroepen van de medewerkers van de vertegenwoordiging in Ramallah zullen de contacten met de president en andere, meer gematigde krachten binnen de Palestijnse samenleving onmogelijk worden gemaakt.

De Palestijnse vertegenwoordiging in Den Haag heeft geen diplomatieke status en valt formeel niet onder de leiding van de PLO, maar onder de leiding van president Abbas. Het is op dit moment nog niet duidelijk hoe de aansturing van deze missies in de toekomst zal plaatsvinden. Ik vind dat wij hiermee daarom nog even moeten wachten en moeten bezien hoe de situatie zich verder ontwikkelt. Blijft het vertegenwoordigend stelsel vallen onder president Abbas, of gaat dit veranderen? In het kader van de Europese Unie zullen wij daarover afspraken moeten maken. Nogmaals: deze vertegenwoordiging heeft geen diplomatieke status. Ik zou voor dit moment de situatie willen laten zoals die is.

De heer Wilders (Groep Wilders):

Ik dank de minister voor zijn antwoorden. Ik ben blij met zijn krachtige veroordeling van de beestachtige aanslag van gisteren en met zijn distantiëring van de reactie van de Hamasregering, die helaas inderdaad eerder vergoelijkend dan afkeurend was.

Ik vind het wel teleurstellend dat de minister niet meegaat met mijn daaropvolgende suggestie om geen Nederlandse diplomaten actief te laten zijn in een gebied dat bestuurd wordt door een terroristische organisatie die, zoals na gisteren is gebleken, terreuraanslagen feitelijk vergoelijkt. Daarmee zegt Hamas dat terrorisme iets is wat een bepaald doel kan dienen. In Nederland vinden wij juist dat geweld op geen enkele wijze en in geen enkele omstandigheid geoorloofd is. Ik vind dat Nederland, het liefst in Europees verband, een signaal zou moeten geven door te stellen dat wij geen zaken doen met terroristen en daarom deze Nederlandse vertegenwoordigers terughalen. Ik vraag de minister dit nog een keer.

De minister zegt dat het nog niet duidelijk is wat de status wordt van de niet-diplomatieke vertegenwoordiger van de Palestijnse Autoriteit in Nederland. Er is op dit moment een gevecht gaande over de vraag of deze vertegenwoordigers onder het gezag van de president of van de Hamasregering vallen. Is de minister bereid om, als deze vertegenwoordigers onder de verantwoordelijkheid van Hamas komen te vallen, dergelijke Hamasvertegenwoordigers niet in Nederland toe te laten?

Minister Bot:

Ik ben het eens met de heer Wilders over het eerste punt: wij willen geen enkele betrekking hebben met deze organisatie of met een Hamasregering. Dit is ook de lijn die in breed Europees verband is afgesproken en wij houden ons daaraan. Ik heb dit keer op keer krachtig naar voren gebracht en daar blijf ik bij. Toch willen wij onderzoeken op welke wijze eventueel hulp aan de bevolking kan worden voortgezet. Dit is de enige reden waarom wij een Nederlandse vertegenwoordiging in het Palestijnse gebied handhaven.

Ik ben het in beginsel eens met de benadering van de heer Wilders van de status van de niet-diplomatieke vertegenwoordiger. Maar ik wil dit eerst in een Europees kader bezien. Laten wij afwachten wat de status wordt van de vertegenwoordigingen in het buitenland. Blijven die onder president Abbas vallen? Of komen ze te vallen onder de Hamasregering? Als dit laatste het geval wordt, dan vind ik dat er inderdaad sprake is van een nieuwe situatie waarover nader overleg en beraad nodig zijn.

De heer Ormel (CDA):

De CDA-fractie vindt dat de aanslag in Tel Aviv afgrijselijk is geweest en dat de reactie van Hamas beschamend was. Wij begrijpen de antwoorden van de minister, maar vragen hem aan de heer Solana, de vertegenwoordiger van de EU, en aan de vertegenwoordigers van het Kwartet te vragen, een zeer krachtig signaal aan Hamas te geven. Wij kunnen dit niet maar zo door laten gaan.

Minister Bot:

Ik dacht dat individuele vertegenwoordigers van het Kwartet, met name de Verenigde Staten, al een buitengewoon krachtige verklaring hebben afgelegd. Ik heb gehoord dat de heer Solana dit ook gedaan heeft, maar ik heb zijn verklaring nog niet bij de hand. Mocht hij nog geen verklaring hebben afgegeven, dan ben ik ervan overtuigd dat dit snel zal gebeuren. Ik zal u uiteraard daarvan op de hoogte stellen.

De heer Van Baalen (VVD):

De minister heeft het gehad over de vraag waar Buitenlandse Zaken binnen de Palestijnse Autoriteit onder valt. Formeel is dat president Abbas, maar veel belangrijker lijkt mij de vraag wie daadwerkelijk dit ministerie aanstuurt. Wie is er daadwerkelijk verantwoordelijk? Ik vind dat u niet alleen de formele lijn moet volgen, maar dat u ook moet bezien of de Hamasminister van Buitenlandse Zaken invloed heeft op zijn ministerie van Buitenlandse Zaken.

Minister Bot:

Uiteraard worden al deze dingen in de vierkantsvergelijking betrokken. Het gaat erom, wie er feitelijk aan de touwtjes trekt.

De heer Van der Staaij (SGP):

Ook de SGP-fractie heeft met grote afschuw kennisgenomen van de aanslagen. De houding van Hamas heeft meer te maken met dynamiet dan met dynamiek. Daarom steunen wij van harte de lijn om daarmee geen contacten aan te knopen. Maakt de minister het echter niet te ingewikkeld door een en ander te laten afhangen van de vraag wie de Palestijnse afgezant vertegenwoordigt, namelijk het kabinet of de president? Waarom zou Nederland niet een duidelijke politieke daad stellen door te zeggen: voor zo'n Palestijnse vertegenwoordiger is hier geen plaats?

In hoeverre kunnen wij een bijdrage leveren aan de versterking van Israël, dat zich in toenemende mate geconfronteerd ziet met een soort terreuras van Palestijnse zijde, maar ook van Iran en Syrië?

Minister Bot:

Ik heb uiteengezet waarom ik van mening ben dat de tijd daarvoor nog niet rijp is.

De vertegenwoordiger heeft geen diplomatieke status. In de tweede plaats gaan wij ervan uit dat hij onder president Abbas valt. Het is belangrijk voor het voortzetten van de hulp aan de bevolking dat wij met de vertegenwoordiger contact houden. Onder geen enkele voorwaarde erkennen of accepteren wij de terroristische organisatie Hamas, noch de regering. Het is dan op zichzelf genomen nuttig dat er toch contacten mogelijk blijven met de administratieve staf. Als wij zo'n beslissing nemen, vind ik het beter dat wij daarover in het verband van de Europese Unie met elkaar contact hebben om te bezien hoe wij met de situatie zullen omgaan. Op het ogenblik is immers niet duidelijk waaraan die vertegenwoordiging is opgehangen. Ik heb heel goed geluisterd naar wat hier vandaag is gezegd. Van verschillende kanten is opgemerkt dat wij moeten bezien wie er uiteindelijk aan de touwtjes trekt. Dat bepaalt zowel het dynamiet als de dynamiek. In het licht daarvan moeten wij bezien wat wij gaan doen, maar wij moeten niet overhaast te werk gaan.

De heer Nawijn (Groep Nawijn):

Ik vind het antwoord van de minister toch wel erg formeel. Aan de ene kant zegt hij dat wij contact moeten houden met de ambtenaren. Ik denk echter dat ook op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook de ministers verantwoordelijk zijn voor de ambtenaren. De minister zegt ook dat wij de contacten met de bevolking moeten onderhouden. Welnu, naar ik meen heeft 70% van de bevolking deze Hamasregering in het zadel geholpen, die nu zo'n verschrikkelijke aanslag goedpraat als in Tel Aviv heeft plaatsgevonden. Ik dring er bij de minister op aan om ook dat in ogenschouw te nemen, want wat moeten wij met een land dat zelf kiest voor een terroristenregering en wat moeten wij met die bevolking? Dan weet ik nog wel bevolkingen in deze wereld die onze steun harder nodig hebben.

Minister Bot:

Ik ben het er niet helemaal mee eens dat onder de huidige omstandigheden ambtenaren en ministers min of meer een verlengstuk zijn van elkaar. Wij willen bezien om welke soort hulpverlening het gaat. Wij hebben gezegd dat er sprake is van noodhulp en humanitaire hulp. Wij zullen nagaan of de voorziening in eerste levensbehoeften, zoals water en elektriciteit, kunnen worden gecontinueerd. Daarvoor zijn de bewuste contacten nodig. Andere vormen van hulp, zoals budgethulp en ondersteuning van het apparaat vallen hier niet onder. Als wij hulp willen kunnen blijven geven, is er een vorm van contact nodig. Dat is een EU-breed standpunt. Ik denk dat wij, gelet op de huidige situatie, op dit moment moeten proberen een en ander via de geschetste lijn voort te zetten. U hebt gelijk dat 70% van de bevolking deze regering in het zadel heeft geholpen, maar wij moeten bedenken dat deze verkiezingsuitslag een uiting was van gevoelens tegen het zittende regime en de corruptie. Mensen wilden af van de corruptie. Dat zij nu van de regen in de drup zijn gekomen, is een tweede probleem. Dat ben ik met u eens. Toch vind ik niet dat wij daarom de net geschetste hulp en steun moeten ontzeggen aan de bevolking. Ik vind niet dat wij die mensen extra moeten straffen voor het feit dat zij een dergelijke regering hebben gekregen, al hebben zij die zelf gekozen. Ik denk niet dat de bevolking die regering gekozen heeft om daarmee het terrorisme in de hand te werken. Ik denk eerder dat zij tegen corruptie zijn. Het is een situatie die zich ontwikkelt. Wij moeten even afwachten op welke wijze die hulp ter beschikking gesteld kan worden en of dat werkt. Op de tweede plaats wil ik afwachten hoe wij daar verder in de Europese Unie mee omgaan.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Voor de D66-fractie is het onacceptabel dat er zelfmoordaanslagen worden gepleegd, om welke reden dan ook. Nu heeft de minister aangegeven dat er een signaal is afgegeven op Europees niveau. Dat signaal kan alleen krachtig genoeg zijn als concrete maatregelen volgen. Mijn vraag aan de minister is: welke stappen worden ondernomen om dat signaal zo krachtig mogelijk te maken?

Minister Bot:

Ik heb al gezegd dat wij om te beginnen alle hulp aan de regering hebben opgeschort, sterker nog, wij zijn er zelfs mee opgehouden. Dat is een heel drastische maatregel. In feite wordt dit regime financieel geïsoleerd. Concreet betekent het dat de helft van het bedrag dat wij normaal ter beschikking stelden, bevroren is en niet meer naar de Palestijnse Autoriteit gaat. Dat is een stevige maatregel en een stevig signaal.

Op de tweede plaats hebben wij drie eisen gesteld: erkenning, afzweren van geweld en het erkennen van gemaakte afspraken uit het verleden. Wij hebben ook gezegd dat wij, zolang daar niet aan voldaan is, niet bereid zijn om met Hamas contacten aan te gaan. Ik denk dat wij op het ogenblik stevige signalen afgeven over wat wij willen en hoe wij dat willen. Ik acht dat op dit moment sterk genoeg. Tezelfdertijd onderzoeken wij hoe wij de bevolking enigszins kunnen sparen door met bepaalde noodvoorzieningen door te gaan. Ik vind het gerechtvaardigd om dat voort te zetten en daarom hebben wij onze mensen in Ramallah nog wel nodig, net zo goed als het verstandig is om nog even af te wachten hoe de zaken hier in Den Haag verlopen. Het contact loopt immers naar twee kanten.

De heer Koenders (PvdA):

Voorzitter. Ik zou het feit willen onderstrepen dat ook de fractie van de PvdA de aanslag van de Islamitische Jihad in Tel Aviv ten sterkste afwijst. Dat spreekt voor zich. Het is onacceptabel om op deze manier vergelding te plegen, zelfs als je kijkt naar de moorden op Palestijnen van vorige week. Ik acht het ook ernstig dat Hamas inmiddels gezegd heeft, dit type aanslag verdedigbaar te vinden. Dat is een slechte ontwikkeling. Het is mijns inziens juist de taak van de Hamasregering om dit soort groepen onder controle te brengen.

Nu is mij vandaag opgevallen – meer dan tot nu toe mijn collega's hier in de Kamer hebben opgemerkt – dat juist vanuit Israël een tamelijk gematigde reactie is gekomen. Zij hebben eigenlijk gezegd: wij moeten toch zorgen dat wij nu niet olie op het vuur gooien. Het valt mij op dat hier nu al heel snel conclusies worden getrokken of dat er vooruit wordt gelopen op conclusies inzake de zogenaamde diplomatieke betrekkingen tussen de Palestijnse Autoriteit en Nederland. Ik wil erop wijzen dat het hier ook een vertegenwoordiging betreft van de PLO en dat wij met een regime als Sudan – dat verantwoordelijk is voor ongeveer anderhalf miljoen doden – nog steeds diplomatieke betrekkingen onderhouden. Ik vraag de regering dus of het, met dezelfde afweging die wij maken ten aanzien van terrorisme, wel verstandig is om nu al te praten over het eventueel niet meer aanvaardbaar vinden van banden in de vorm van diplomatieke relaties met de president, maar ook met anderen daar.

Ten tweede wil ik de regering vragen of zij in het kader van de Europese Unie zo spoedig mogelijk het Kwartet bijeen wil roepen, want dat is pas voor begin mei gepland. Ik kan mij voorstellen dat men, nu deze vraag leidt tot een enorm schisma tussen meer landen in het Midden-Oosten en Europa en de Verenigde Staten, gematigde Arabische landen aanspreekt op hun verantwoordelijkheid tegenover Hamas. Is de minister bereid, zich in te zetten voor een eerdere vergadering van het Kwartet over Hamas? Er bestaat een gevaar dat de Palestijnse bevolking verder wordt geïsoleerd. Deze bevolking is wel arm, maar heeft ook een democratische keuze gemaakt. Wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot noodhulp?

Minister Bot:

Dat is de politiek die de EU voert ten aanzien van het regime daar. Ik heb getracht uiteen te zetten dat wij oog hebben voor de delicate situatie. Wij hebben geen banden met een terroristische organisatie zolang deze niet aan bepaalde eisen voldoet. Aan de andere kant zijn wij van mening dat wij met de bevolking administratieve en technische contacten moet kunnen onderhouden. Dat doen wij ook. Ik vind ook dat wij niet te snel moeten reageren en heel zorgvuldig moeten afwegen wat er gebeurt. Dat doen wij voortdurend als ministers van Buitenlandse Zaken in Europees verband.

Ik weet heel zeker dat het Kwartet na de recente gebeurtenis snel opnieuw bijeen zal komen om de situatie te evalueren, maar ik zal er ook contact over opnemen met de heer Solana. Ik geloof dat de situatie van de Palestijnse bevolking op dit moment duidelijk is. Ik zou er graag meer over willen zeggen, maar dat vereist een uitvoeriger verhandeling in een algemeen overleg.

Mevrouw Karimi (GroenLinks):

Ook mijn fractie heeft met afschuw kennisgenomen van de aanslag die levens van onschuldige burgers heeft gekost en veroordeelt deze sterk. Het is afschuwelijk om te zien dat een gewapende tiener daar een boodschap van dood en verderf heeft verspreid. Hamas heeft de kans laten liggen om hier afstand van te nemen, sterker nog, deze organisatie heeft deze aanslagen verdedigd. Heeft de minister nog kanalen richting Hamas om toch de boodschap dat dit onacceptabel is duidelijk over te brengen? Of zijn die kanalen nu zo gesloten dat er geen gesprek mogelijk is en dat deze boodschap niet kan worden overgebracht?

Israël heeft tot nu toe heel erg kalm gereageerd in de richting van de Palestijnse regering. Ziet de minister kansen om er in contacten met Israël op aan te dringen dat deze kalmte de lijn wordt en dat er niet wordt teruggeslagen in de richting van de Palestijnse bevolking?

Minister Bot:

De boodschap aan Hamas moet worden gegeven via de gebruikelijke kanalen, dus via Solana en het Kwartet. Het moet niet via een direct contact. Dat is niet mogelijk, want daarmee zouden wij de essentie van het Nederlandse en Europese beleid met betrekking tot Hamas doorbreken. Ik denk overigens dat de boodschap heel duidelijk is doorgekomen. Contacten moeten verlopen via de gezamenlijke kanalen, namelijk Solana en het Kwartet. Ik zal gaarne contact opnemen met mijn Israëlische collega om te vragen hoe de regering de situatie op dit moment evalueert en wat zij van plan is te doen. Ik zal daarbij ook deze boodschap overbrengen.