Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2005-2006nr. 72, pagina 4525-4528

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 136 van het Reglement van Orde.

Vragen van het lid De Wit aan de minister en staatssecretaris van Economische Zaken over de uitkomsten van het overleg van maandag jongstleden tussen de minister-president en de vertegenwoordiger van Mitsubishi over de toekomst van NedCar te Born.

De heer De Wit (SP):

Voorzitter. Afgelopen donderdag stonden 1500 werknemers van NedCar op het Plein om te demonstreren voor behoud van hun werkgelegenheid bij NedCar. Zij deden een dringend beroep op het kabinet en de Kamer om voor behoud van die werkgelegenheid te zorgen. Samen met de vakbonden en de ondernemingsraad is aan de minister-president en aan de beide hier aanwezige bewindslieden een petitie aangeboden waarin hetzelfde werd gevraagd: een uiterste inspanning voor het behoud van de werkgelegenheid bij NedCar te Born. Mijn eerste vraag aan beide bewindslieden is: wat hebt u met dat indringende beroep gedaan? Welke concrete stappen zijn door u respectievelijk het kabinet gezet om tot behoud van werkgelegenheid te komen?

Gisteren heeft een gesprek plaatsgevonden tussen het kabinet en de heer Masuko van Mitsubishi. Na afloop van dat gesprek is niet erg veel duidelijk geworden omtrent de uitkomst van dat gesprek. De minister-president zei dat het een open en zelfs constructief gesprek was geweest en de heer Masuko zei dat het gesprek bedoeld was om wederzijds de blik te verruimen. Mijn tweede vraag aan beide bewindslieden is: wat is in dat gesprek precies aan de orde gekomen? Welke concrete afspraken zijn gemaakt en welk perspectief kunt u de werknemers in Born op grond van dit gesprek bieden?

NedCar krijgt van Mitsubishi de mogelijkheid om nieuwe partners te zoeken, ook met het oog op behoud van de autoproductie in Born. De bonden hebben een beroep op het kabinet gedaan om actief te helpen bij het zoeken naar een nieuwe partner, naar behoud van werkgelegenheid en naar een mogelijkheid om de fabriek in Born te handhaven. Mijn volgende vraag aan beide bewindslieden is: wat vindt u daarvan? Wat doet u met zo'n verzoek? Of hoeven wij weinig van het kabinet te verwachten, gelet ook op wat de minister van Economische Zaken afgelopen donderdag zei, namelijk dat hij zit te wachten op een plan van Mitsubishi? Op dat plan kunnen wij lang wachten. Kennelijk is het naar de mening van de minister zo dat als Mitsubishi niet met een plan komt, het kabinet ook niets doet. Ik vraag om duidelijkheid op dit punt.

Minister Brinkhorst:

Voorzitter. Laat duidelijk zijn dat het kabinet en zeker de MP en ondergetekende, die direct bij deze problematiek zijn betrokken, de kwestie van werkgelegenheid bij NedCar zeer ter harte gaat. Wanneer wellicht duizend mensen op straat komen te staan doordat er een inkorting zal zijn van de mogelijkheden om te functioneren, is dat een punt van veel zorg. Laat tegelijk duidelijk zijn dat de minister van Economische Zaken en de rest van het kabinet niet kunnen participeren in de ondernemersstructuur van automobielfabrikanten. Dat is de achtergrond van de opmerking die ik heb gemaakt, dat een solide business plan van Mitsubishi Associated betekenis heeft. Ik heb vorig jaar in oktober met de heer Matsuko gesproken, toen ik zelf in Japan was. De tweede vraag wordt door de staatssecretaris beantwoord, want zij was gisteren aanwezig bij het gesprek met de premier en de heer Matsuko. Vanaf het eerste ogenblik heeft het kabinet duidelijk gemaakt dat er buitengewoon veel belang wordt gehecht aan de aanwezigheid van Mitsubishi in Nederland.

Om de eerste vraag te beantwoorden is het wel van belang dat ik iets van de achtergrond schets. De automobielindustrie is wereldwijd in een situatie van structurele overcapaciteit. Bij Ford Motors in Amerika, bij General Motors en bij DaimlerChrysler is structurele overcapaciteit, worden verliezen geleden en vallen ontslagen. NedCar is in Nederland een op zichzelf buitengewoon goed functionerend bedrijf, maar het is wel afhankelijk van de aanwezigheid van twee partners. De ene is DaimlerChrysler, die heeft afgehaakt, zodat de samenwerking met Mitsubishi is beëindigd. De andere is Mitsubishi. Het kabinet is er volledig van overtuigd dat Mitsubishi er alles aan doet om een vervolg te vinden voor de Colt.

Wat kan het kabinet eraan doen, is de derde vraag. Wij kunnen ons netwerk beschikbaar stellen voor de contacten van Mitsubishi. Daar wordt aan gewerkt. Ik denk dat het niet verstandig is dat ik hier in de openbaarheid al te veel mededelingen over doe. Het kabinet kan geen investeringen doen in automobielfabrieken, maar het is bezig met een sterktezwakteanalyse, zoals ik heb toegezegd. De Kamer zal deze voor 22 april krijgen. Daarnaast zijn wij aan het bekijken wat de structurele mogelijkheden zijn voor het totale gebied. Die liggen in de sfeer van de automotive industrie, de logistiek en de dienstensector. Het kabinet is voornemens om daar zo concreet mogelijk inhoud aan te geven.

Er is in Limburg een versnellingsagenda opgesteld die op 12 oktober is gepresenteerd, waarin concreet antwoord wordt gegeven op het verzoek dat de Kamer in maart jongstleden heeft gedaan om zo'n visie te ontwikkelen. Onze reactie op de sterktezwakteanalyse zal daarop aansluiten. Wij zijn ook bereid tot een programma voor Zuidoost-Nederland in het kader van Pieken in de Delta. Ik heb aangekondigd dat wij overleg zullen hebben met de provincie Limburg over de realisatie van die agenda. Voor dat programma zijn middelen beschikbaar gesteld.

Samenvattend. Er zijn zaken waar het kabinet zich volledig voor inzet. Het enige wat wij niet kunnen, is participeren in de automobielindustrie.

Staatssecretaris Van Gennip:

Voorzitter. Allereerst hebben wij te maken met een nijpende situatie voor werknemers die hun baan dreigen te verliezen. Dat moeten wij niet uit het oog verliezen in dit debat. Wij hebben het hier over het langdurig behouden in Nederland van hoogwaardige, innovatieve werkgelegenheid. Ik ben op bezoek geweest bij NedCar in het najaar.

De minister-president en ik hebben gisteren een gesprek gevoerd met Masuko, de topman van Mitsubishi. Dat was onderdeel van een reeks van activiteiten die wij hebben ondernomen. Ik heb de heer Masuko vorig jaar met Pasen voor het eerst ontmoet in het kader van dezelfde discussie over de toekomst van NedCar. Toen dreigde wat nu is gebeurd, namelijk dat DaimlerChrysler zich terugtrekt met de productie van de Smart. Daarover was vorig jaar al een discussie. Ik ben zelfs in Duitsland geweest om met DaimlerChrysler te praten, maar het bedrijf verkeert in zwaar weer en heeft besloten met de productie van de Smart te stoppen.

Mitsubishi verkeert zelf ook in zwaar weer, maar heeft al een aantal keer zijn committering aan NedCar laten zien, bijvoorbeeld toen Volvo eruit stapte. Nu DaimlerChrysler eruit stapt, heeft Mitsubishi wederom gezegd dat het wil proberen hier in Nederland te blijven. Dat was gisteren ook de boodschap. Het was zonder meer een open en constructief gesprek, waarin de heer Masuko heef geschetst hoe de situatie bij Mitsubishi en in de automobielindustrie op dit moment is. Hij heeft ook twee dingen gezegd die wijzen op een toekomstperspectief. Ten eerste vindt hij het belangrijk om een fabriek te hebben op de plek waar hij auto's verkoopt. Dat betekent dat hij graag een fabriek in Europa wil. Er is nu één fabriek in Europa en die staat in Limburg. Er is voor hem dus alle reden om door te gaan met die fabriek. Ten tweede heeft hij zijn waardering uitgesproken voor de hoogwaardige productiekwaliteit van NedCar. Als NedCar in staat is om te concurreren op kosten, dan ziet hij een toekomst voor NedCar in Nederland. Dat zijn twee duidelijke winstpunten.

Vervolgens was de vraag wat het kabinet concreet kan doen. De minister heeft net al toegelicht dat wij niets kunnen doen in de onderneming zelf, maar wel daarbuiten. Wij zijn al een aantal jaren bezig in de regio via Pieken in de Delta, de Versnellingsagenda en de verhuizing van TNO Automotive naar het zuiden. Dat helpt allemaal om de economische structuur in de regio te versterken. In dit concrete geval hebben de bonden een beroep op het kabinet gedaan om te zoeken naar een partner. Vorige week heeft Mitsubishi het NedCarmanagement na vragen van de bonden en het management de ruimte gegeven om te zoeken naar een nieuwe partner.

Het probleem waar NedCar voor staat, is de productiecapaciteit. Een productie van 70.000 à 80.000 Colts is aanzienlijk minder dan een productie van 110.000 nu, inclusief Smarts. Het zoeken naar een partner is dus van groot belang. Wij doen er ook alles aan om dat te ondersteunen. Ik vind het belangrijk dat Mitsubishi en NedCar het voortouw nemen. De onderneming moet het willen. Als wij kunnen helpen met welke expertise, ervaring of contacten ook, dan zullen wij dat doen. En dat zullen wij blijven doen. Tijdens handelsmissies of anderszins doen wij ook altijd ons best voor individuele bedrijven in ons land. Dat hoort absoluut bij mijn taakopvatting. Het zoeken naar een partner is echter beter als er enige rust en terughoudendheid is. Zoeken in de openbaarheid zal niet altijd tot succes leiden.

De heer De Wit (SP):

Wij hebben zojuist op teletekst kunnen lezen dat het gesprek tussen de heer Masuko en de vakbonden tot niets heeft geleid. Wij hebben op dit moment dus te maken met een buitengewoon ernstige situatie. De vakbonden en de ondernemingsraad beraden zich op acties. Dat kan van alles en nog wat zijn; daar hoeven wij hier niet over te speculeren. Het heeft er echter alle schijn van dat er niets gebeurt. De minister van Economische Zaken zegt dat het slecht gaat in de auto-industrie. Naast de negatieve berichten over NedCar zijn er echter ook positieve berichten: juist in Europa is de verkoop van auto's met 4% gestegen ten opzichte van vorig jaar.

Mitsubishi wil in Born blijven, maar wil graag de ruimte hebben om met anderen te gaan samenwerken. NedCar doet een dringend beroep op dit kabinet, ook via de bonden, om die mogelijkheid te benutten. Het kabinet moet gebruik maken van het gat dat er nu valt. Wat doet het kabinet nu? Moeten wij op grond van de uitlatingen van de minister van Economische Zaken zeggen dat Mitsubishi maar het voortouw moet nemen? Of dwingt de ernst van de situatie ons om het initiatief te nemen en samen met NedCar, de vakbonden en Mitsubishi te zoeken naar nieuwe mogelijkheden? Dat zou ik een veel betere instelling vinden van het kabinet. De opvattingen van het kabinet over het stimuleren van de regio zijn natuurlijk buitengewoon belangrijk, maar nu moeten er stappen gezet worden om dat bedrijf overeind te houden in het belang van de werkgelegenheid. Wat zal er vandaag en morgen concreet gebeuren?

Minister Brinkhorst:

Voorzitter. Het is natuurlijk een volstrekte parodie op de werkelijkheid dat dit kabinet niets zou doen. De staatssecretaris heeft net als ik hebben al vanaf verleden jaar met Mitsubishi contact. De centrale vraag die de heer De Wit beantwoord wil zien, is wat het kabinet doet. Welnu, het kabinet is in de sfeer van het faciliteren – ik heb gesproken over het netwerken, de totale regionale structuur, Pieken in de Delta – in alle opzichten bereid om ook gezamenlijk met Mitsubishi hieraan te werken. Daar mag geen twijfel over bestaan, maar het kabinet gaat niet in de plaats van Mitsubishi investeren in de auto-industrie in Nederland. In het verleden hebben wij daar de nodige ervaring mee opgedaan en mede daarom hebben wij op dit moment ook een modern industriebeleid. Op dit moment vragen NedCar noch Mitsubishi dat ook niet van het kabinet. De faciliterende rol waarover ik sprak, is wel uitermate essentieel. De contacten die plaatsvinden, kunnen overigens ook niet altijd in het openbaar plaatsvinden.

De heer Verhagen (CDA):

Voorzitter. Het is op zich buitengewoon positief dat Mitsubishi zelf heeft aangegeven een duidelijke toekomst voor het bedrijf te zien. Tegelijkertijd is het duidelijk dat als men de werkgelegenheid wil behouden er wel een andere partner voor NedCar moet komen. De minister heeft gezegd dat ook Mitsubishi die mogelijkheid openlaat, maar daartoe ook het initiatief zou moeten nemen. Hij heeft daarbij aangegeven dat er ook financieel – bijvoorbeeld in het kader van Pieken in de Delta of het Fonds Economische Structuurversterking – mogelijkheden zijn om dit te faciliteren. Wat is dan mooier dan een totaalpakketje maken van wat er zoal mogelijk is in het kader van het FES en Pieken in de Delta en van wat er al ligt, bijvoorbeeld door TNO Automotive, door samenwerking tussen de universiteiten van Aken en Maastricht, dus van wat er zoal geboden kan worden in de sfeer van scholing en kennis ten behoeve van een toekomstige partner? Een andere partner zal er toch eerder in stappen als duidelijk is wat de totale ondersteuning van kennisinstellingen en van de overheid en van Mitsubishi zelf is? Daar zou de minister naar mijn mening wel faciliterend in kunnen optreden door dat totaalplaatje in kaart te brengen, zodat ook Mitsubishi in samenwerking met de overheid gemakkelijker de boer op kan gaan om een andere partner te zoeken.

Minister Brinkhorst:

Voorzitter. Wat de heer Verhagen zei, doet het kabinet ook precies. Op 4 april heb ik u die sterktezwakteanalyse aangeboden. Dat was niet alleen een analyse maar ook een schets van het totaalpakket. Het gaat goed in de automotive-industrie, er is kwaliteit in de automotive-industrie. Het kabinet doet er ook alles aan om in de omgeving van Eindhoven een heel sterke cluster tot stand te laten komen. Wij werken samen met de bedrijven aldaar en dat betekent vanzelfsprekend dat al die mogelijkheden zullen worden onderzocht. Alleen, het antwoord op de vraag of het kabinet gaat participeren in een nieuwe automobielindustrie in Nederland, is en blijft neen. Dat was overigens niet de vraag van de heer Verhagen, maar ik wil het wel gezegd hebben, opdat daarover helderheid bestaat. Voor het overige kan ik de vragen van de heer Verhagen zonder meer positief beantwoorden.

De heer Bos (PvdA):

Voorzitter. Vorige week spraken de minister-president en anderen ontroerende woorden over de diepe verbondenheid die zij voelden met de toekomst van NedCar, de sympathie voor de werknemers, het belang van de industrie en zeiden zij dat zij al het mogelijke zouden doen om het tij te doen keren. Als hetgeen wij nu hebben gehoord daar de invulling van is, dan is dat op dit moment domweg niet genoeg. Er is meer mogelijk en er moet ook meer gebeuren omdat wij allen weten dat er anders iets veel rampzaligers dreigt. Het perspectief van stakingen is slecht voor de werknemers, slecht voor de toekomst van de fabriek en slecht voor de regio. Er is behoefte aan een openbaar, duidelijk en vertrouwenwekkend signaal van dit kabinet dat het al het mogelijke doet om dat tij te keren.

In dat licht lag er het afgelopen weekend een heel concreet voorstel op tafel, namelijk om een bemiddelaar aan te wijzen die namens de regering gaat zoeken naar andere geïnteresseerden die op de een of andere manier een rol kunnen spelen bij de toekomst van NedCar. Er werd niet gevraagd om zakken met geld, er werd niet het onmogelijke gevraagd, er werd alleen maar gevraagd om een bemiddelaar. Dat voorstel is door de minister van Economische Zaken afgewezen met als argument dat dit niet de taak van de politiek is, terwijl juist deze minister en zijn staatssecretaris niets anders doen dan stad en land afreizen, vooral buiten de grens, om het Nederlandse bedrijfsleven aan partners te helpen en om de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven overal te verkopen. Zo hoort dat ook, want dat is tevens hun verantwoordelijkheid. Wij vragen het kabinet om in Limburg datgene voor ons bedrijfsleven te doen wat het onder andere in China, India en Oost-Europa doet. Het lijkt ons goed om het concrete voorstel voor het aanwijzen van een bemiddelaar nu op te pakken. Dit kost het kabinet immers niets en dat geeft betrokkenen het vertrouwen dat het serieus begaan is met hun zaak.

Minister Brinkhorst:

De heer Bos suggereert dat dit probleem kan worden opgelost door een bemiddelaar aan te wijzen. NedCar en Mitsubishi willen in dit proces de leiding behouden. Naar mijn oordeel is dat terecht, want dat betekent dat zij als verantwoordelijk bedrijf hun eigen bedrijfsstrategie willen voortzetten. De staatssecretaris heeft al opgemerkt dat onder andere het perspectief na 2010 belangrijk is. De heer Verhagen heeft zojuist de verantwoordelijkheid, de grenzen en de positieve aspecten daarvan op een goede manier weergegeven. Ik spreek met kracht tegen dat het kabinet zijn verantwoordelijkheid op dit punt niet neemt.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

De GroenLinksfractie waardeert de inspanningen van het kabinet, maar zij vraagt zich af of daarmee voldoende wordt gedaan. Het is uiteraard van groot belang dat het kabinet zich inspant om bijvoorbeeld een andere partner te zoeken om het bedrijf te continueren. Daarnaast is het belangrijk dat de toekomst van werknemers van het bedrijf en in de regio zeker kan worden gesteld. In aanvulling op de woorden van de heer Verhagen, verzoek ik het kabinet om de Kamer op 1 mei aanstaande een plan voor de arbeid in de regio toe te zenden met concrete voorstellen over onder andere het gebruik van structuurfondsen, op het punt van de nota Pieken in de Delta en andere beleidsmaatregelen op het terrein van sociale innovatie, het creëren van nieuwe bedrijvigheid, werkgelegenheid en scholing in de regio.

Minister Brinkhorst:

Ik heb de Kamer toegezegd dat wij haar voor 22 april aanstaande zullen informeren over alle mogelijkheden die er zijn, overeenkomstig de opmerkingen van de heer Verhagen. Mevrouw Halsema kan daaraan de titel Plan van arbeid geven. Het is inderdaad belangrijk dat er alternatieven zijn voor degenen die als gevolg van de slechte economische situatie hun functie bij NedCar niet langer kunnen vervullen. Voor de overheid is het echter onmogelijk om te garanderen dat elke arbeidsplaats behouden blijft. Daarvoor is participatie nodig en ook moet de structuur in alle opzichten zo goed mogelijk worden gehandhaafd. Als mevrouw Halsema zich in een dergelijk plan van aanpak kan vinden, maak ik daartegen geen bezwaar.