Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal1999-2000nr. 10, pagina 599-600

Aan de orde zijn de stemmingen over drie moties, ingediend tijdens het debat over de Hoeksche Waard, te weten:

- de motie-Van Wijmen c.s. over alternatieve vestigingslocaties voor tuinders (25180, nr. 104);

- de motie-Van Wijmen over een bedrijfsterrein voor havenafgeleide bedrijvigheid (25180, nr. 105);

- de motie-Duivesteijn over een nationaal landschap Hoeksche Waard (25180, nr. 106).

(Zie vergadering van 6 oktober 1999.)

In stemming komt de motie-Van Wijmen c.s. (25180, nr. 104).

De voorzitter:

Ik constateer, dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Op verzoek van de heer Van Wijmen stel ik voor, eerst te stemmen over de motie-Duivesteijn (25180, nr. 106) en daarna over de motie-Van Wijmen (25180, nr. 105).

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Duivesteijn (25180, nr. 106).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdA, D66, het GPV en de RPF voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Wijmen (25180, nr. 105).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, het CDA en de SGP voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.