Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal1996-1997nr. 57, pagina 4179-4180

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van onder meer de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs inzake schoolbegeleiding (regeling schoolbegeleiding) (24683).

(Zie vergadering van 26 februari 1997.)

De voorzitter:

In de vergadering van 20 februari 1997 heeft de regering het amendement-Lambrechts c.s. (stuk nr. 21), en het amendement-Koekkoek (stuk nr. 24) overgenomen.

Voorts deel ik mee, dat de heer Koekkoek zijn amendement op stuk nr. 15 intrekt.

Artikel I, onderdelen A t/m D, en onderdeel E, artikel 113, eerste en tweede lid, worden zonder stemming aangenomen.

In stemming komt het amendement-Koekkoek (stuk nr. 23, I).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van het CDA, het AOV, de Unie 55+, de CD, het GPV, de SGP, de RPF, GroenLinks en het lid Hendriks voor dit amendement hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast, dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 23 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Koekkoek (stuk nr. 25, I).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van het CDA, het AOV, de CD, het GPV, de SGP, de RPF, GroenLinks en het lid Hendriks voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast, dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement het andere op stuk nr. 25 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.

Het derde en vierde lid worden zonder stemming aangenomen.

In stemming komt het amendement-Koekkoek (stuk nr. 11, I).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van het CDA, het AOV, het GPV, de SGP, de RPF en het lid Hendriks voor dit amendement hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast, dat door de verwerping van dit amendement de andere op stuk nr. 11 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

Het vijfde lid wordt zonder stemming aangenomen.

Lid 5a wordt zonder stemming aangenomen.

In stemming komt het amendement-Koekkoek/Van der Vlies (stuk nr. 16, I) tot toevoeging van een nieuw lid.

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van het CDA, het AOV, de Unie 55+, de CD, het GPV, de SGP, de RPF, de SP en het lid Hendriks voor dit amendement hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast, dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 16 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Koekkoek (stuk nr. 13, I).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van het CDA, het AOV, de CD, het GPV, de SGP, de RPF en het lid Hendriks voor dit amendement hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast, dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 13 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.

Het zesde lid wordt zonder stemming aangenomen.

In stemming komt het amendement-Koekkoek (stuk nr. 14, I).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van het CDA, het AOV, de CD, het GPV, de SGP, de RPF, GroenLinks en het lid Hendriks voor dit amendement hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast, dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 14 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.

Het zevende lid wordt zonder stemming aangenomen.

Artikel 113 wordt zonder stemming aangenomen.

Onderdeel E wordt zonder stemming aangenomen.

In stemming komt het amendement-Koekkoek (stuk nr. 22, I) tot invoeging van een nieuw onderdeel.

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van het CDA, het AOV, de CD, het GPV, de SGP, de RPF, GroenLinks en het lid Hendriks voor dit amendement hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast, dat door de verwerping van dit amendement de andere op stuk nr. 22 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Schutte/Stellingwerf (stuk nr. 32, I) tot invoeging van een onderdeel Ea.

De voorzitter:

Ik constateer, dat dit gewijzigde amendement met algemene stemmen is aangenomen.

Ik stel vast, dat door de aanneming van dit gewijzigde amendement de andere op stuk nr. 32 voorkomende amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.

Onderdeel F, zoals het is gewijzigd door de aanneming van het gewijzigde amendement-Schutte/Stellingwerf (stuk nr. 32, II), wordt zonder stemming aangenomen.

Het gewijzigde artikel I wordt zonder stemming aangenomen.

Artikel II, onderdelen A t/m F, wordt zonder stemming aangenomen.

De voorzitter:

VoorzitterIk merk op, dat als gevolg van de aanneming van het gewijzigde amendement-Schutte/Stellingwerf (stuk nr. 32, III) een onderdeel Fa is ingevoegd.

Onderdeel G, zoals het is gewijzigd door de aanneming van het gewijzigde amendement-Schutte/Stellingwerf (stuk nr. 32, IV), wordt zonder stemming aangenomen.

Het gewijzigde artikel II wordt zonder stemming aangenomen.

Artikel III wordt zonder stemming aangenomen.

Artikel IV, zoals het is gewijzigd door de aanneming van het gewijzigde amendement-Schutte/Stellingwerf (stuk nr. 32, V), wordt zonder stemming aangenomen.

Artikel V, artikelen A1 t/m B2, wordt zonder stemming aangenomen.

Artikel B3, zoals het is gewijzigd door de aanneming van het gewijzigde amendement-Schutte/Stellingwerf (stuk nr. 32, VI), wordt zonder stemming aangenomen.

De voorzitter:

Ik merk op, dat de amendementen-Stellingwerf (stuk nrs. 19 en 20) en de amendementen-Van der Vlies (stuk nrs. 17 en 18) zijn vervallen.

De artikelen B4 t/m B7 worden zonder stemming aangenomen.

Het gewijzigde artikel V wordt zonder stemming aangenomen.

In stemming komt het amendement-Koekkoek (stuk nr. 31).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van het CDA, het AOV, de Unie 55+, de CD, het GPV, de SGP, de RPF, GroenLinks, de SP en het lid Hendriks voor dit amendement hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Artikel VI wordt zonder stemming aangenomen.

Artikel VII en de beweegreden worden zonder stemming aangenomen.

De voorzitter:

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen vooraf.

De heer Koekkoek (CDA):

Mijnheer de voorzitter! De CDA-fractie heeft de volgende afweging gemaakt. Aan de wetsvoorstellen die nu in stemming zijn, zitten bepaalde nadelen, namelijk in de eerste plaats de verdeling van de Wet op de onderwijsverzorging over verschillende wetten, in de tweede plaats dat wederom in de regeling schoolbegeleiding geen toetsing door de Onderwijsraad aan de financiële gelijkstelling kan plaatsvinden en in de derde plaats dat er geen regeling is voor nieuwe landelijke diensten naar richting.

Wij zien ook positieve elementen. Door de behandeling van het wetsvoorstel is er een procedureregeling gekomen voor het op overeenstemming gericht overleg en het advies vragen aan de Onderwijsraad. Er is ook een verbetering gekomen voor de bestaande landelijke diensten naar richting. In een derde ronde is de vraag aan de orde geweest of nieuwe landelijke diensten naar richting mogelijk zijn. In die heropening heeft de staatssecretaris niet weersproken dat de rechter de wet zal kunnen toetsen aan artikel 26 van het BuPo-verdrag, dat gelijke behandeling bewerkstelligt.

Alles afwegende vindt de CDA-fractie dat het verantwoord is om voor de regeling schoolbegeleiding te stemmen.

De heer Van der Vlies (SGP):

Mijnheer de voorzitter! Ik leg een stemverklaring af mede namens de fracties van GPV en RPF. De fracties van GPV, RPF en SGP kiezen ten principale voor richtinggebonden schoolbegeleiding. Deze moet mogelijk zijn en blijven naast de regionale diensten. Het wetsvoorstel zoals het er nu ligt, garandeert dat voor de bestaande landelijke schoolbegeleidingsdiensten naar richting. De vrijheid van onderwijs impliceert voor onze fracties dat schoolbesturen in vrijheid moeten kunnen kiezen voor een schoolbegeleidingsdienst. Deze vrijheid had in het wetsvoorstel beter tot uitdrukking kunnen komen, gelet op het verworpen zijn van enkele daartoe strekkende amendementen uit onze fracties.

Toch zijn er gedurende het debat verbeteringen ontstaan, bijvoorbeeld voor nieuwe scholen die via een federatief verband met een reeds bestaande school kunnen kiezen voor een schoolbegeleidingsdienst waarbij laatstgenoemde school al is aangesloten. De overige knelpunten, nieuwe scholen, nieuwe landelijke diensten eventueel, kunnen zo nodig aan de rechter worden voorgelegd.

Het geheel overziende hebben de genoemde fracties onvoldoende reden om zich tegen het wetsvoorstel uit te spreken. Wij zullen dus vóór stemmen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fractie van de CD tegen het wetsvoorstel hebben gestemd en die van de overige fracties ervoor, zodat het is aangenomen.