Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201233000-VI nr. 2

33 000 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) voor het jaar 2012

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

INHOUDSOPGAVE

   

blz.

     

A.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

3

     

B.

DE BEGROTINGSTOELICHTING

5

     

1

Leeswijzer

5

     

2

Beleidsagenda

8

     

3

Beleidsartikelen

27

11

Nederlandse rechtsorde

27

12

Rechtspleging en rechtsbijstand

37

13

Rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding

50

14

Jeugd

66

17

Internationale rechtsorde

77

21

Contraterrorisme- en nationaal veiligheidsbeleid

84

23

Veiligheidsregio’s en Politie

94

25

Veiligheid en bestuur

110

29

Inspectie openbare orde en veiligheid

117

     

4

Niet beleidsartikelen

120

91

Apparaatsuitgaven kerndepartement

120

92

Nominaal en onvoorzien

124

93

Geheime uitgaven

125

     

5

De baten-lastendiensten

126

1

Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

126

2

Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB)

140

3

Nederlands Forensisch Instituut (NFI)

145

4

Justitiële Uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit, Screening (Dienst Justis)

151

5

Gemeenschappelijk Dienstencentrum ICT (GDI)

158

6

Korps landelijke politiediensten (KLPD)

165

     

6

De Raad voor de rechtspraak

171

     

7

Overzicht ZBO’s en RWT’s

179

     

8

Bijlage Prognosemodel Justitiële Ketens

182

     

9

Lijst met afkortingen

186

     

10

Trefwoordenlijst

190

     

Internetbijlagen (gepubliceerd op www.rijksbegroting.nl)

 

1.

Verdiepingshoofdstuk

 

2.

Moties en toezeggingen

 

3.

Wetgevingsprogramma

 

4.

Subsidie-overzicht

 

5.

Evaluatie- en onderzoeksoverzicht

 

DEEL A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die deel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begrotingsstaat van het Ministerie van Veiligheid en Justitie voor het jaar 2012 vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor het jaar 2012. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota 2012.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten voor het jaar 2012 vastgesteld. De in de begroting opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze Memorie van Toelichting toegelicht (de zogenaamde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de baten-lastendiensten, Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB), Nederlands Forensisch Instituut (NFI), Justitiële Uitvoeringsdienst, Toetsing, Integriteit, Screening (Justis), Gemeenschappelijk Dienstencentrum ICT (GDI) en Korps landelijke politiediensten (KLPD) voor het jaar 2012 vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze Memorie van Toelichting en wel in de paragraaf inzake de diensten die een baten-lastenstelsel voeren.

Wetsartikel 3

Met ingang van 2002 is het stelsel van de rechtspraak ingrijpend gewijzigd. De belangrijkste wijziging is dat de rechtspraak, mede door de instelling van de Raad voor de rechtspraak en de invoering van het principe van integraal management bij het besturen van de gerechten, verantwoordelijk is geworden voor het eigen beheer. Op grond van de nieuwe bevoegdheidsverdeling is de Minister van Veiligheid en Justitie niet verantwoordelijk voor de doelmatigheid van de rechterlijke organisatie, wel heeft de minister een toezichthoudende verantwoordelijkheid.

Met de vaststelling van dit wetsartikel wordt de positie van de Minister van Veiligheid en Justitie ten opzichte van de rechterlijke organisatie verduidelijkt. Dit betekent voorts dat in deel B naast de toelichting op beleidsartikel 12, waarin de beleidsdoelstelling van de Minister van Veiligheid en Justitie ten aanzien van de rechtspleging wordt toegelicht, een apart hoofdstuk Raad voor de rechtspraak wordt opgenomen, waarin de feitelijke vertaling van de aan de rechterlijke organisatie ter beschikking gestelde bijdrage in concrete beleidsdoelstellingen en prestaties van de Raad en de gerechten voor het jaar 2012 wordt gegeven.

De Minister van Veiligheid en Justitie,

I. W. Opstelten

DEEL B. BEGROTINGSTOELICHTING

HOOFDSTUK 1 LEESWIJZER

Algemeen

Deze leeswijzer gaat kort in op Verantwoord Begroten, de beleidsagenda en de begrotingsartikelen, de wijzigingen in de begrotingsstructuur, de overzichtsconstructies, een aantal specifieke afspraken met het Ministerie van Financiën en de opbouw van de Memorie van Toelichting.

Verantwoord Begroten

Op 20 april 2011 is de Tweede Kamer akkoord gegaan met een aanpassing van de presentatie van de Rijksbegroting onder de naam «Verantwoord Begroten» (31 865, nr. 26). De nieuwe presentatie moet leiden tot meer inzicht in financiële informatie, de rol en verantwoordelijkheid van de minister en laat een duidelijke splitsing tussen apparaat en programma zien. Het merendeel van de veranderingen wordt eerst in de begroting 2013 doorgevoerd. In deze begroting zijn slechts enkele maatregelen verwerkt en wel de volgende:

  • De begroting bevat één centraal artikel (artikel 91) waarop alle apparaatsuitgaven van het kerndepartement zijn opgenomen. Als gevolg hiervan is in artikel 11 en artikel 17 vanaf 2012 een «nulbudget» opgenomen. Bij verdere invoering van Verantwoord Begroten bij begroting 2013 wordt de inhoud van deze artikelen geheralloceerd in de overige beleidsartikelen en de beleidsagenda.

  • De beleidsdoorlichtingen staan niet meer apart vermeld onder de beleidsartikelen maar zijn in een totaaloverzicht opgenomen in de beleidsagenda.

  • De apparaatsuitgaven van de batenlastendiensten worden uitgesplitst in een aantal categorieën.

  • Ten slotte is als bijlage een subsidieoverzicht aan de begroting toegevoegd.

Beleidsagenda en begrotingsartikelen

De beleidsagenda gaat uitgebreid in op de prioriteiten van het kabinet Rutte-Verhagen en op de stand van zaken met betrekking tot de zogeheten 17 hervormingen voor zover deze betrekking hebben op Veiligheid en Justitie. Voor Veiligheid en Justitie betreft het de vorming van de nationale politie en de aanscherping van het strafrecht. De beleidsagenda bevat daarnaast een overzicht van de belangrijkste beleidsmatige mutaties. In de artikelen vindt u de relevante financiële en beleidsinformatie die samenhangt met de voorgenomen programma-uitgaven. Hetzelfde geldt voor de in de beleidsagenda genoemde beleidsdoelstellingen van VenJ. Deze worden in de beleidsagenda veelal weergegeven aan de hand van streefwaarden (bijvoorbeeld het aantal overvallen dat in de komende vier jaar moet dalen tot onder het niveau van 2006). In de artikelen worden deze doelstellingen verder geconcretiseerd; veelal in de vorm van concrete prestatie-indicatoren (zo is in artikel 13 een prestatie-indicator opgenomen voor het aantal overvallen dat in 2014 onder de 1900 moet uitkomen. In 2010 bedroeg het aantal overvallen 2572).

Begrotingsstructuur

De begrotingsstructuur is ten opzichte van vorig jaar aangepast. Dit hangt samen met de departementale herverdeling van beleidsterreinen. Doordat asiel en migratie nu deel uitmaken van de begroting van het Ministerie van BZK is artikel 15 in de begroting van Veiligheid en Justitie komen te vervallen. Uitzondering hierop is het onderdeel Vreemdelingenbewaring, dat wordt uitgevoerd door de Dienst Justitiële Inrichtingen. Dit onderdeel is overgeheveld naar artikel 13 (operationele doelstelling 13.7). Met de overheveling van Politie van het Ministerie van BZK zijn de artikelen 21, 23, 25 en 29 toegevoegd aan de begroting van Veiligheid en Justitie. Aan artikel 21 is het onderdeel Terrorismebestrijding, dat voorheen werd verantwoord op artikel 13 (operationele doelstelling 13.6), toegevoegd. Hiermee is het beleid op het terrein van contraterrorisme- en nationaal veiligheidsbeleid gebundeld in één artikel.

De overzichtsconstructies

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie levert een bijdrage aan twee interdepartementale overzichtsconstructies: «Stedenbeleid» en de «Homogene Groep Internationale Samenwerking» (HGIS). De coördinatie hiervan is in handen van respectievelijk de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Buitenlandse Zaken.

Specifieke afspraken

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie heeft ten aanzien van de begroting (vormvereisten en inhoud) specifieke afspraken gemaakt met het Ministerie van Financiën. Deze punten worden hieronder genoemd.

Meerjarenperspectief

Per beleidsartikel is een meerjarenperspectief opgenomen, waardoor alle begrotingsartikelen steeds een doorkijk hebben naar de toekomst.

Budgetflexibiliteit

In de begroting is de informatie omtrent budgetflexibiliteit opgenomen in de tabellen betreffende de «budgettaire gevolgen van beleid». Concreet betekent dit dat daarin een regel is opgenomen die aangeeft welk deel van het totale budget op een beleidsdoelstelling juridisch verplicht is.

Toelichten programma- en apparaatsuitgaven met volume- en prijsgegevens

In overleg met het Ministerie van Financiën zijn apparaats- en programmauitgaven met volume- en prijsgegevens niet toegelicht indien dit niet zinvol is.

Meetbare gegevens: outcome, output, throughput, input

De beleidsartikelen bevatten prestatiegegevens. Bij voorkeur wordt het beoogde maatschappelijk effect van het beleid vermeld. Het is echter niet altijd mogelijk om een inschatting te maken van het maatschappelijk effect van het beleid (outcome): soms omdat dit methodologisch te ingewikkeld is, soms omdat de relatie tussen het VenJ-beleid en het beoogde maatschappelijke effect niet één-op-één is vast te stellen, soms omdat het eenvoudigweg nog te vroeg is om maatschappelijke effecten vast te kunnen stellen.

Is opname van outcome-indicatoren niet mogelijk, dan wordt volstaan met indicatoren op een lager aggregatieniveau. Het kan gaan om outputgegevens (de concrete producten van het beleid), om throughputgegevens (die inzicht bieden in processen, zoals bijvoorbeeld doorlooptijden) of om inputgegevens. In het laatste geval gaat het om een weergave van de beleidsinspanningen: welke activiteiten worden ondernomen, welke middelen worden ingezet, et cetera. Dit alles om toch een zo maximaal mogelijk inzicht te bieden in de beleidseffecten die met het VenJ-beleid worden beoogd. Door middel van het comply or explain principe wordt dit toegelicht.

Indien in het geheel onmogelijk is om prestatiegegevens op te nemen, wordt de reden daarvan aangegeven en wordt waar mogelijk toegelicht hoe op een meer kwalitatieve wijze inzicht wordt verkregen in de beleidsprestaties (explain).

Beleidsdoorlichtingen

Met betrekking tot de beleidsdoorlichtingen heeft het Ministerie van Veiligheid en Justitie een meerjarige programmering vastgesteld voor de periode van 2012 tot en met 2016 waarin alle operationele doelstellingen zijn opgenomen. Deze programmering is terug te vinden in de beleidsagenda.

Raad voor de rechtspraak

In het wetslichaam is een apart wetsartikel opgenomen voor de Raad voor de rechtspraak. In de Wet op de rechterlijke organisatie is de verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering geattribueerd aan de gerechten en aan de Raad voor de rechtspraak. Per 1 januari 2005 kent de Rechtspraak een bekostigingssystematiek die gebaseerd is op outputfinanciering en is gelijktijdig het baten-lasten stelsel ingevoerd. Het Ministerie van VenJ heeft gekozen voor een «bijdrage-constructie». Dit betekent dat op artikel 12 «Rechtspleging en rechtsbijstand» de bijdrage aan de Raad is opgenomen en de Raad voor de rechtspraak niet in de begrotingsstaat inzake baten/lastendiensten is opgenomen. In de begroting heeft de Raad een apart hoofdstuk (hoofdstuk 6).

Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ)

Als bijlage is opgenomen de uitkomsten van het Prognosemodel Justitiële Ketens. Deze uitkomsten geven de geraamde capaciteitsbehoeften binnen de Justitiële keten in meerjarig perspectief weer.

Opbouw Memorie van Toelichting

De Memorie van Toelichting is als volgt opgebouwd:

  • Artikelsgewijze toelichting bij het wetsvoorstel;

  • Begrotingstoelichting, uitgesplitst in:

    • 1. Beleidsagenda;

    • 2. Beleidsagenda;

    • 3. Beleidsartikelen;

    • 4. Niet-beleidsartikelen;

    • 5. De baten-lastendiensten;

    • 6. Raad voor de rechtspraak;

    • 7. Overzicht ZBO's en RWT's;

    • 8. PMJ-bijlage;

    • 9. Lijst met afkortingen;

    • 10. Trefwoordenlijst.

HOOFDSTUK 2 BELEIDSAGENDA

Een veiliger Nederland, dat is waar wij voor staan. Paal en perk stellen aan criminaliteit, overlast en geweld. En voor een Nederland dat is voorbereid op rampen, terroristische aanslagen en andere crises.

Wij zetten ons in voor een sterke rechtsstaat. Dit als basis voor een samenleving waarin vrijheid en eigen verantwoordelijkheid centraal staan. In zo’n rechtsstaat wordt het zelfoplossend vermogen van burgers bevorderd en hebben burgers en ondernemers het vertrouwen om te ondernemen en zo Nederland welvarender te maken. In een geloofwaardige rechtsstaat wordt consequent en doeltreffend gehandhaafd. En waar de instrumenten van het recht tot toepassing komen, geschiedt dat zorgvuldig en zo spoedig mogelijk.

Om deze ambities niet alleen voor de korte termijn, maar ook voor de langere termijn te verwezenlijken, zijn door dit kabinet ingrijpende veranderingsprocessen in gang gezet. Een aantal zaken moet beter: slimmer, sneller en effectiever. Dit alles past in de grote lijnen van het kabinetsbeleid: een compactere overheid, met gezonde overheidsfinanciën ten behoeve van een meer dynamische en innoverende samenleving.

Het nieuwe Ministerie van Veiligheid en Justitie is een beeld van deze verandering. Het benadrukt dat het openbaar bestuur, de politie en het Openbaar Ministerie samen in Nederland staan voor veiligheid en recht. Het maakt duidelijk dat enkel strafrechtelijke samenwerking tussen de traditionele «partners in crime» niet genoeg is. Het lokale gezag, maar ook anderen, zijn van cruciaal belang voor een geloofwaardige rechtsstaat; nu en in de toekomst.

Belangrijke veranderingen staan voor de politieorganisatie op stapel. Begin 2012 één nationale politie, dat is de ambitie. De positie van de politieagent wordt versterkt; meer daadkracht op straat. Ook bij de gerechten en het OM staan door de herziening van de gerechtelijke kaart grote organisatorische veranderingen op de agenda.

Niet alleen de organisatie, maar ook de werkprocessen worden kritisch tegen het licht gehouden; we gaan sneller berechten en zo nodig straffen, waarbij kwaliteit van de rechtspleging en de toegankelijkheid voorop staan. Informatisering zal in de justitiële ketenprocessen beter worden benut. En de positie van het lokale bestuur wordt verder versterkt als het gaat om de centrale, regisserende rol die het vervult bij het oplossen van veel veiligheids- en openbare ordeproblemen en het daarbij toepassen van het bestuurlijk instrumentarium.

Om Nederland veiliger te maken, zijn landelijke prioriteiten voor de politie vastgesteld1. Dit in nauwe samenwerking met de lokale veiligheidspartners en aansluitend op de problemen die op lokaal niveau met voorrang om een oplossing vragen. Slagkracht voor de professional, de buurt veilig voor bewoner en ondernemer en offensief tegen ondermijnende en georganiseerde criminaliteit zijn de speerpunten binnen deze landelijke prioriteiten. De positie van het slachtoffer is voor ons van bijzondere betekenis. De materiële en immateriële voorzieningen zullen voor hen worden geoptimaliseerd.

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie heeft overal in Nederland een gezicht: de politieman, de officier van Justitie, de reclasseringswerker, de raadsonderzoeker, de rechter en de gevangenbewaarder. Samen werken vele duizenden mensen iedere dag opnieuw, dicht bij de mensen, benaderbaar, waakzaam en dienstbaar aan een veiliger Nederland. De ambitieuze doelstellingen voor deze kabinetsperiode kunnen, dat kan niet genoeg benadrukt worden, alleen gehaald worden in samenwerking met gemeenten, maatschappelijke organisaties, bedrijven en burgers. Zij allen beschikken over mogelijkheden om criminaliteit, overlast en onveiligheid te voorkomen en aan te pakken. Zij hebben daartoe niet alleen de mogelijkheden maar ook een eigen verantwoordelijkheid. Juist omdat veiligheid een eigen verantwoordelijkheid is van ons allemaal, worden ook ouders versterkt aangesproken op het gedrag van hun kinderen, zonodig ook financieel. Het gaat niet alleen om ingrijpen door de overheid. Wij moeten er voor zorgen dat juist burgers en bedrijven de kans krijgen en de ruimte hebben om zelf problemen aan te pakken. Gezamenlijk concrete resultaten boeken voor een veiliger Nederland, daar gaat het om!

I Slagkracht voor onze professionals

[Eén nationale politie: een toekomstbestendige politieorganisatie]

De uitdagingen in het kader van een veiliger Nederland vragen om een toekomstbestendige politieorganisatie; een vereenvoudigde organisatiestructuur, korte lijnen en duidelijke verantwoordelijkheden. Begin 2012, zo is de ambitie, moet één nationale politie een feit zijn. In juni 2011 is het betreffende wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend. Met inachtname van het parlementaire wetgevingsproces staat dit najaar en 2012, zonder onomkeerbaar vooruit te lopen, in het teken van het in de praktijk vormgeven van één politieorganisatie. Daartoe is begin mei 2011 de landelijk kwartiermaker en beoogd korpschef aan de slag gegaan. Het gezag over de politie blijft lokaal belegd: bij de burgemeester en de officier van Justitie. In de lokale driehoek worden afspraken gemaakt over de inzet van de politie. Als basis voor deze afspraken dient onder meer het integraal veiligheidsplan, dat periodiek door de burgemeester wordt opgesteld en door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Het lokaal gezag wordt hierdoor versterkt. Het komen tot één nationale politie is een forse operatie. Voor diegenen die het aangaat, is dit een ingrijpende verandering. De wijkagent, de rechercheur, de dierenagent en vele anderen zullen in de nationale politie hun werk nog beter kunnen doen.

[De rechtspleging kwalitatief hoogwaardig en doelmatig: herziening gerechtelijke kaart]

Net als voor de politieorganisatie het geval is, is ook een organisatorische herstructurering noodzakelijk om de rechterlijke organisatie voor toekomstige uitdagingen goed toe te rusten. 2012 staat in het teken van de inwerkingtreding van de Wet herziening gerechtelijke kaart. September 2011 is dit wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend. Met inachtname van het parlementaire proces en zonder onomkeerbare stappen te zetten, wordt het aantal arrondissementen en rechtbanken teruggebracht van 19 naar 10, het aantal ressorten en gerechtshoven van 5 naar 4. De behandeling van zaken kan zo kwalitatief beter en efficiënter worden georganiseerd. De rechtspraak krijgt meer ruimte om deskundigheid te garanderen, de kwaliteit van de rechtspraak te optimaliseren, in eenheid te opereren en tegelijkertijd – waar nodig – meer maatwerk te leveren.

[Actieprogramma Bureaucratie Politie: minder regels, meer op straat]

Het Actieprogramma «meer blauw, minder regels» is in 2011 gestart. Dit programma brengt de administratieve lasten van politieagenten in deze kabinetsperiode terug met 25% en vergroot het werkplezier en het vakmanschap. In 2012 wordt daartoe landelijk al een administratieve lastenverlichting van 5% behaald. Voor alle diensten bij elkaar opgeteld, leidt dit in 2012 tot een verhoging van het aantal direct inzetbare uren politiewerk van het equivalent van +/- 1 000 fte. In 2013 en 2014 is dat respectievelijk 3 000 en 5 000 fte. Deze uren komen binnen de afgesproken operationele sterkte van 49 500 fte in de vorm van een productiviteitsverhoging extra beschikbaar voor de primaire politietaken.

In 2011 is reeds een aantal belangrijke resultaten behaald: zo zijn de 16 meest gebruikte formulieren in de Basisvoorziening Handhaving vereenvoudigd en gebruikersvriendelijker gemaakt, is de rittenadministratie bij de politie afgeschaft, is in 5 steden een slimmere werkwijze van directe afhandeling ingevoerd, is in 7 korpsen gestart met de Front office back office-werkwijze (Fobo) en is ook het vereenvoudigde proces-verbaal minderjarigen ingevoerd. Veel van deze werkwijzen zullen in 2012 landelijk worden ingevoerd. Een ander initiatief is de overdracht van administratieve taken rond bekeuringen van de politie naar het CJIB. Op het moment dat de nationale politie van start gaat, zal er nog maar één rapportagesysteem voor de politie zijn. De aanrijtijden van de politie worden verkort. Uitgangspunt is daarbij de norm dat de politie in 90% van de spoedeisende zaken binnen 15 minuten ter plaatse is.

[ICT bij de politie op orde]

Om slagvaardig optreden van de politie te kunnen garanderen, moet de ICT op orde zijn. Goed werkende ICT-voorzieningen betekenen een goede informatiepositie, met als doel een effectieve aanpak van criminaliteit. Mede op basis van de aanbevelingen van een aantal kritische rapporten, waaronder die van de Algemene Rekenkamer, is het Aanvalsprogramma Vernieuwing Informatievoorziening Politie 2011–2014 opgesteld. In 2012 zullen de voor de basispolitiezorg en recherche noodzakelijke informatiesystemen worden gestabiliseerd zodat de continuïteit van bedrijfsprocessen gewaarborgd is. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan de vervanging van de ICT-infrastructuur en bijbehorende ICT-organisatie bij de politie.

[Dierenpolitie aan de slag]

Deze kabinetsperiode komen er 500 «animal cops», de dierenpolitie. In de jaren 2011–2014 worden ieder jaar 125 agenten opgeleid en operationeel met een evenredige verdeling over het hele land. De dierenpolitie heeft als primaire taak dierenmishandeling en -verwaarlozing aan te pakken en heeft daartoe de noodzakelijke specialistische kennis. Het landelijk alarmnummer 1-4-4 voor dieren in nood is in oktober 2011 operationeel.

[Meer (aandacht voor) vrijwilligers bij de politie]

Vrijwilligers zijn essentieel voor politie en samenleving. Het aantal vrijwilligers bij de politie loopt terug. Dit is onwenselijk. Wij streven er daarom naar het aantal vrijwilligers bij de politie op te voeren naar 10% van de operationele sterkte in 2015. Dit doen wij door de opleidingen beter toe te snijden op de taakuitvoering, vrijwilligers de kans te bieden zich door te ontwikkelen in het politievak en een landelijk uniform beleid voor de inzet van vrijwilligers te bevorderen.

II Offensief tegen ondermijnende en georganiseerde criminaliteit

[Criminaliteit daadkrachtig aangepakt]

Georganiseerde criminaliteit waarvan de netwerken veelal onttrokken zijn aan het blote oog, zullen in de periode tot 2015 versterkt worden aangepakt door onder meer de inzet van slimmere opsporingsmethodes en door gericht te investeren in innovatie van methoden en technieken; het aantal aangepakte criminele groepen wordt deze kabinetsperiode daarmee verdubbeld (van gemiddeld 20% per jaar (niveau 2009) naar 40% in 2015). De doelstelling is om in 2012 een percentage van 27% te realiseren. Het accent ligt hierbij op mensenhandel, drugscriminaliteit en witwassen (onder andere via vastgoedtransacties).

[Aanpak mensenhandel versterkt]

De aanpak van mensenhandel heeft onverkort prioriteit. Eind 2011 wordt een wetsvoorstel tot verhoging van de wettelijke strafmaxima voor mensenhandel bij de Tweede Kamer ingediend. Inzet is verder een verbeterde opvang van slachtoffers. Doel is het realiseren van een structurele voorziening voor slachtoffers van mensenhandel, waarbij de verschillende soorten slachtoffers (slachtoffers van seksuele uitbuiting of arbeidsuitbuiting) gespecialiseerde opvang krijgen. Mede onder aanvoering van de Task Force aanpak mensenhandel en met behulp van het instrumentarium waarin het wetsvoorstel regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche voorziet, wordt verder fors ingezet op de aanpak van verschillende vormen van mensenhandel, zoals loverboys, mensenhandel via het internet en arbeidsuitbuiting.

[Offensief tegen kinderporno]

De Amsterdamse zedenzaak heeft nog eens indringend duidelijk gemaakt hoe ingrijpend en verwerpelijk dit soort zaken is. Per 1 januari 2012 is er een landelijke stuurploeg kinderporno van OM en politie. Ook is er dan één landelijke organisatie bij zowel het OM als de politie die met de uitvoering van de aanpak van kinderporno is belast. In deze landelijke organisatie wordt voorzien in capaciteit voor informatie- en kennisdeling, voor coördinatie en voor landelijke opsporing. De sterkte van de totale organisatie komt op 150 fte. In de aanpak staan de slachtoffers centraal. Met politie en OM zijn resultaatafspraken gemaakt. Inzet is een stijging van het aantal bij het OM aangeleverde verdachten met 7,5% voor eind 2012. Omdat ook aandacht voor zogenoemde downloadzaken geboden blijft, worden andere afdoeningsvormen ontwikkeld en geïmplementeerd. Aangiften en meldingen behoren een gepaste behandeling te krijgen. Een risico-inschatting van acuut gevaar op misbruik maakt hier deel van uit.

[Daders meer financieel treffen]

Het crimineel vermogen zal geen rustig bezit zijn. Er zal meer worden afgenomen. Dit beperkt zich niet tot het strafrecht. Integendeel. Straf-, civiel- en bestuursrecht vullen elkaar hierin aan. Doelstelling is dat het bedrag van 136 miljoen euro dat in 2010 door de inzet van het strafrecht is afgenomen, zal stijgen naar een bedrag van circa 141 miljoen euro in 2012, 160 miljoen euro in 2014 en 190 miljoen euro na 2018. Het aandeel, door het OM afgenomen crimineel vermogen, zal uiteindelijk ruim 100 miljoen euro zijn. Geïnvesteerd wordt in extra capaciteit bij het OM, politie, bijzondere opsporingsdiensten en andere partners in de strafrechtketen. Zo zijn twee landelijke opsporings- en vervolgingsteams bij de FIOD en de Nationale Recherche actief. De «crimineel vermogen informatiebox» brengt – met inachtneming van de wettelijke privacyregels – informatie bij elkaar om beter zicht te krijgen op crimineel vermogen. Financieel voordeel wordt ook afgenomen door het bevorderen van het betalen van schadevergoeding door de veroordeelde aan de slachtoffers. Bestuursrechtelijk kan financieel voordeel worden afgenomen door naheffingen en terugvorderingen al dan niet met (afroom)boetes.

[Alle mogelijke middelen ingezet: bestuurlijk, fiscaal en strafrechtelijk]

Om de bestuurlijke aanpak van criminaliteit te intensiveren, zijn er door het hele land Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC’s) en een Landelijk Informatie- en Expertisecentrum (LIEC) ingericht. De integrale aanpak van hennepteelt is een ander sprekend voorbeeld van gezamenlijk optrekken. In Noord-Brabant is de Taskforce B5 opgericht om drugsgerelateerde georganiseerde criminaliteit een halt toe te roepen door nauwe samenwerking tussen de vijf grootste Brabantse gemeenten, de politie, het OM, de twee RIEC's, de Belastingdienst en de KMar. Over de eerste resultaten berichtten wij u al bij brief van 26 mei 20113.

[Aanpak cybercrime geïntensiveerd – meer aandacht voor cybersecurity]

Binnen Europa is in geen enkel land het aantal internetaansluitingen verhoudingsgewijs zo hoog als in Nederland. Het internet biedt ongekende mogelijkheden, helaas ook voor criminelen. Cybercrime varieert van het «hacken» van computers, het achterhalen en gebruiken van andermans creditcardgegevens tot aan terroristische activiteiten. Ook vormt cybercrime een bedreiging voor (het vertrouwen in) de financieel-economische infrastructuur. Cybercrime is bij uitstek een vorm van criminaliteit waar het internationale en het lokale heel dicht bij elkaar liggen. Een internationale aanpak is dan ook noodzakelijk om te voorkomen dat cybercrime-netwerken in hun criminele activiteiten ongemoeid blijven. Voor de bestrijding van cybercrime zijn er specifieke, landelijke afspraken tussen OM en politie gemaakt om de komende jaren met cyberspecialisten aan meer én complexere zaken te werken. Het «high tech crime» team bij het KLPD wordt uitgebreid, zodat jaarlijks 20 grote cybercrime-zaken kunnen worden uitgevoerd. De pakkans moet hierdoor worden verhoogd.

Met de oprichting van de Cyber Security Raad (CSR) op 30 juni 2011 is geborgd dat overheid, bedrijfsleven en wetenschap gezamenlijk invulling geven aan de nationale cyber security strategie. De CSR zal in 2012 het kabinet adviseren over diverse prioritaire thema’s, zoals een adequate response capaciteit en het vergroten van het bewustzijn van cyber dreigingen. Door middel van dreigings- en risicoanalyses wordt inzicht verschaft in ontwikkelingen, dreigingen en trends. In januari 2012 wordt het Nationaal Cyber Security Centrum, operationeel en verder uitgebouwd. In dit kader wordt nauw samengewerkt met de Ministeries van Defensie en van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

[Criminele vreemdelingen aangepakt]

Het gezag voor het vreemdelingentoezicht berust bij de Minister voor I&A. De politie speelt een belangrijke rol bij het controleren, identificeren en overdragen van criminele (illegale) vreemdelingen aan de strafrechtketen en aan de vreemdelingenketen ter fine van uitzetting. Ten aanzien van de aanpak van (faciliteerders) illegaliteit en criminele vreemdelingen zijn er door de Minister voor Immigratie en Asiel prestatieafspraken gemaakt met de politie. In 2014 moeten 90% van de geregistreerde identiteitsonderzoeken voldoen aan de afgesproken kwaliteitseisen. In 2012 moet dit percentage 83% bedragen. Verder worden in 2012 de processen van identiteitsvaststelling van verdachten en vreemdelingen in elkaar geschoven. De Minister voor Immigratie en Asiel komt met wetsvoorstel waarin illegaliteit strafbaar wordt gesteld als overtreding. Strafbaarstelling is geen doel op zich, maar één van de instrumenten om illegale migratie en verblijf te ontmoedigen.

III De buurt veilig, voor bewoner en ondernemer

Naast een grote inzet op het voorkomen van criminaliteit, zoals bij de voorkoming van overvallen, blijft een daadkrachtige aanpak van criminaliteit over de hele linie noodzakelijk. De pakkans bij ernstige misdrijven moet substantieel omhoog. De landelijke prioriteiten van de politie 2011–2014 weerspiegelen deze ambitie. Zo moet de pakkans voor delicten met een hoge impact op het slachtoffer – overvallen, straatroof, inbraken en geweld – landelijk met een kwart omhoog. In 2012 gaat de pakkans voor het geheel van deze criminaliteit al omhoog naar 34,5% (in 2009 was de pakkans 30%). Naar gelang de lokale veiligheidssituatie kan het lokaal gezag binnen de algehele trend van een substantiële verhoging van de pakkans, andere accenten binnen deze prioriteiten leggen.

Om de pakkans te verhogen zullen slimmere werkwijzen worden toegepast. Een aantal politiekorpsen is hier reeds mee begonnen; de meest effectieve werkwijzen zullen landelijk worden ingevoerd. Voorbeelden daarvan zijn het meer gebruik maken van «real time» intelligence, camera’s in winkels met een directe alarmknop en directe doorzending van beelden naar de politie. Ook de landelijke uitrol van burgernet en de inzet van social media draagt sterk bij aan de verhoging van de pakkans. In 2012 zijn 325 gemeenten aangesloten, zodat eind 2012 800 000 burgers participeren.

[Overvalcriminaliteit]

In het afgelopen jaar is door publieke en private partijen in de Taskforce Overvallen fors geïnvesteerd in de aanpak van overvallen. Onder meer door het instellen van vaste overvallenteams bij de politie en de inzet op preventie die samen met het bedrijfsleven is gepleegd, is het aantal overvallen per 1 augustus 2011 al 23% gedaald ten opzichte van 1 augustus 2009. Maar nog altijd worden te veel winkeliers en andere ondernemers het slachtoffer van overvalcriminaliteit met grof geweld.

Het aantal overvallen moet in 2014 zijn teruggedrongen tot het niveau van 2006, dus onder de 1 900. Het ophelderingspercentage moet stijgen naar tenminste 40%. Het aantal daders dat wordt bestraft, moet verdubbelen naar minstens 32% en het percentage overvallers dat binnen twee jaar recidiveert, wordt teruggebracht naar 40%. Om de in 2011 ingezette trend voort te zetten, wordt voor 2012 gestreefd naar een daling van het aantal overvallen tot 2 100 en een oplossingspercentage van 32%.

[Aanpak van straatroof]

Het aantal straatroven wordt teruggedrongen van ongeveer 8 700 in 2010 naar ruim 6 000 in 2014 (- 25%) . Voor 2012 en 2013 zal het aantal afnemen met respectievelijk 5% en 10%. De pakkans zal ook hier landelijk met een kwart toenemen.

[Offensief tegen geweld]

Er wordt ingezet op een verdere reductie van het aantal geweldsincidenten. Dit gebeurt met een dadergerichte aanpak, mede op basis van het programma «Aanpak geweld in het semi-publieke domein». Veiligheidshuizen zullen hierbij een belangrijke rol spelen. Daders kunnen erop rekenen dat zij opgespoord, vervolgd en veroordeeld worden. Voor daders van enkelvoudige geweldsdelicten zal de pakkans in 2014 landelijk met 25% vergroot zijn (respectievelijk 5% en 15% in 2012 en 2013).

In 2012 zal daarnaast de huidige aanpak van agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak worden voortgezet; lik-op-stuk en (super-)snelrecht. Daarbij zal bijzondere aandacht uitgaan naar het doen van aangifte, het verhalen van schade op de dader en een intensievere en bredere toepassing van civiel- en bestuursrechtelijke maatregelen.

[Aanpak van inbraken]

Ook voor de aanpak van inbraak van woningen geldt landelijk een verhoging van het oplossingspercentage met 25% in 2014, en respectievelijk in 2012 en 2013, 5% en 15%. Nadruk ligt daarbij op de aanpak van inbraken waarbij tevens sprake is van geweld. Onder meer de inzet van Burgernet is in dit kader van belang. Burgers worden actief aangespoord hieraan mee te doen. Verder is het Keurmerk Veilig Wonen een belangrijk instrument. Door preventieve maatregelen kunnen inbraken in veel gevallen worden voorkomen.

[Criminele jeugdbendes van de straat]

Het aandeel van jeugdbendes in de criminaliteit is aanzienlijk. Veel overlast in buurt en wijk is hen toe te rekenen. De aanpak van deze bendes heeft dan ook hoge prioriteit. Met het OM en de politie is afgesproken dat zij samen met de lokale partners binnen twee jaar ervoor zorgen dat alle 89 criminele jeugdbendes, die nu in beeld zijn, zijn aangepakt. Vanuit het ministerie wordt deze aanpak ondersteund door een landelijk team. Knelpunten in de aanpak op lokaal niveau worden opgelost en «good practices» breed verspreid. Gebruikmaking van interventies als de «patseraanpak», het Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtketen, erkende gedragsinterventies en Prokid wordt gestimuleerd. Er wordt consequent opgetreden; ook tegen eenvoudige verstoringen van de openbare orde en kleinere strafbare feiten. Criminele jeugdbendes worden daarmee over de hele linie aangepakt. De aanpak van de hinderlijke en overlastgevende jeugdbendes wordt door gemeenten eveneens krachtig voortgezet.

Een aantal grote steden kampt met overlast veroorzakende werknemers uit Midden- en Oost Europa (MOE). Om fraude binnen het domein van werk en inkomen te voorkomen zullen de mogelijkheden om bestuursrechtelijk te kunnen ingrijpen sterk worden vergroot. Met het oog op een effectieve handhaving zal ook het strafrechtelijk regime worden aangescherpt. Hiernaast zal het Rijk in 2012 samen met gemeenten gericht en waar nodig met verhoogde inzet van het bestaande instrumentarium, overlast als gevolg van MOE-landers aanpakken.

[Aanscherping van het coffeeshopbeleid]

Overlast en criminaliteit rond coffeeshops moet stoppen. In dat kader wordt een einde gemaakt aan het huidige «open-deur-beleid» van de coffeeshops. Kleinschaligheid en beheersbaarheid staan centraal. In 2012 worden coffeeshops besloten clubs die er enkel nog voor de lokale markt zijn. Om dit te realiseren, krijgen alleen meerderjarige ingezetenen van Nederland toegang tot een coffeeshop op vertoon van een geldig identiteitsbewijs en op basis van lidmaatschap van de desbetreffende coffeeshop. Het lidmaatschap wordt in de vorm van een clubpas verleend. Kleinschaligheid wordt bereikt door maximering van het aantal leden van de coffeeshop. De minimale afstand van coffeeshops tot scholen wordt 350 meter en drugsgebruik op scholen wordt stevig ontmoedigd. Een aanscherping van de gedoogcriteria behorende bij de aanwijzing Opiumwet zal per 1 januari 2012 een feit zijn. In 2012 worden tussen Rijk en coffeeshopgemeenten mede in dit kader afspraken over de handhaving gemaakt.

[Aanpak van wapenbezit]

Er is sprake van een grover gebruik van wapens bij overvallen en straatroof. Met het wetsvoorstel verruiming preventief fouilleren krijgen politie en OM meer mogelijkheden om voortijdig in te grijpen.

Het illegale wapenbezit in ons land wordt onverkort aangepakt. Het project opsporing vuurwapens op internet en het informatiegestuurd handhaven op vuurwapens door politie, KMar en Douane (onder andere met gebruik van ANPR en geprofileerde informatie) zijn hiervan voorbeelden in het kader van de brede aanpak van de overvalcriminaliteit.

Mede naar aanleiding van de onderzoeken naar het schietincident in Alphen aan de Rijn (het strafrechtelijk onderzoek, rijksrechercheonderzoek, IOOV en de Onderzoeksraad voor Veiligheid) – wordt bekeken welke wijzigingen in het stelsel en de uitvoering zullen worden doorgevoerd.

[Eenvoudiger aangifte doen]

Meer aangiften, betekent meer aanknopingspunten om criminaliteit gericht te bestrijden. Het doen van een aangifte is een belangrijk contactmoment van de burger met de politie. Een soepel verlopend aangifteproces is van wezenlijk belang voor het vertrouwen. Burgers en ondernemers moeten thuis, onderweg of op het politiebureau, snel en eenvoudig aangifte kunnen doen. Ook moeten zij tijdig informatie ontvangen over wat er met hun aangifte gebeurt. In 2011 is gestart met een aanpak waarbij de burger via 6 kanalen aangifte of een melding bij de politie kan doen. Met een aangiftevolgsysteem is de aangever zelf in staat de status van zijn aangifte op te vragen. Dit systeem wordt in 2012 intensief beproefd met het oog op een landelijke uitrol. Burgers zullen ook gestimuleerd worden meer 1-1-2 te bellen als zij iets verdachts zien. 90% van alle aanhoudingen vindt immers plaats op aanwijzing van een aangever of een getuige. De politie zet in op het verbeteren van de «heterdaadkracht». Door snel optreden wordt het aantal aangehouden verdachten verhoogd en kunnen zaken snel(ler) worden afgedaan. Doelstelling is dat de heterdaadratio (verhouding tussen wel en niet op heterdaad aangehouden verdachten) in 2014 met 25% is verhoogd. In 2012 moet dit 5% zijn verhoogd en in 2013 met 15%.

[Aanpak van criminaliteit in wijk en buurt: doorontwikkeling van de Veiligheidshuizen]

Voor een veiligere buurt en wijk zijn de Veiligheidshuizen onmisbaar. Hier werken de gemeentebestuurder, de officier van Justitie, de politieagent, de reclasseringsambtenaar op lokaal niveau samen met andere partners om daders – individueel of in groepsverband – aan te pakken. De doorontwikkeling van de samenwerking binnen de Veiligheidshuizen staat voor 2012 centraal en zal zich richten op het slagvaardiger en professioneler maken van de geïntegreerde, dadergerichte aanpak van veelplegers, huiselijk geweldplegers, risicojongeren en ex-gedetineerden. Mijlpalen in 2012 zijn: meer inzicht in maatschappelijk rendement, regionalisering, bestuurlijke afspraken over inzet van participerende organisaties en een goed werkend systeem voor informatie-uitwisseling op casusniveau.

[Aanpak van criminaliteit tegen het bedrijfsleven]

Criminele activiteiten die schadelijk zijn voor ondernemers – en daarmee ondermijnend zijn voor de Nederlandse economie – dienen te worden teruggedrongen. Los van de specifieke aanpak van overvalcriminaliteit en cybercrime, zijn ook de volgende op het bedrijfsleven gerichte acties in gang gezet: georganiseerde winkeldiefstal door mobiele bendes wordt teruggedrongen door informatie van detailhandel en politie te bundelen. Ladingdiefstal en transportcriminaliteit wordt tegengegaan door het slim en actief toepassen van cameratoezicht langs de snelwegen («secure lane»).

Met winkeldieven wordt alsnog afgerekend. Naast een strafrechtelijk traject, is doelstelling om winkeldieven standaard een bedrag van € 151 in rekening te brengen als schadevergoeding voor de tijd die de winkelier aan de aanhouding en afhandeling moet besteden.

Om diefstal, inbraak en vernielingen tegen te gaan worden in samenwerking met het bedrijfsleven extra projecten Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) uitgerold. Afpersing wordt programmatisch aangepakt in samenwerking met politie, OM, de stichting Meld Misdaad Anoniem, VNO-NCW/MKB-Nederland en Koninklijke Horeca Nederland. Daarbij wordt ingezet op het vergroten van de kennis en weerbaarheid bij bedrijven; het vergroten van de meldings- en aangiftebereidheid en de professionalisering van de aanpak door de politie. Om slachtoffers goede ondersteuning te bieden, is een landelijke vertrouwenslijn afpersing ingericht.

[Veiligheidsregio's: meer slagkracht bij crisisbeheersing en rampenbestrijding]

Om burgers beter te beschermen tegen de risico's van branden, rampen en crises is in 2010 de Wet veiligheidsregio's in werking getreden. Een belangrijk onderdeel daarvan is regionale bestuurlijke regie, met als doel een efficiënte en kwalitatief hoogwaardige organisatie van de brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening en crisisbeheersing. Het streven is om de verplichte regionalisering van de brandweer en de oprichting van het Instituut Fysieke Veiligheid begin 2012 wettelijk van kracht te laten zijn waarmee de regionale bestuurlijke regie verder versterkt wordt. In 2012 wordt de wet veiligheidsregio's geëvalueerd, waarbij wordt gekeken naar het functioneren van het stelsel en het presterend vermogen van de veiligheidsregio's. Daarnaast staat het komende jaar de verdere professionalisering van de brandweer hoog op de agenda. De opkomsttijden, de variabele voertuigbezetting alsmede het (landelijke) dekkingsplan zijn daarbinnen belangrijke onderwerpen. Ook wordt – in samenwerking met de betrokkenen – een toekomstvisie op de brandweervrijwilligers opgesteld. De brandweervrijwilligers zijn immers het hart van de brandweerorganisatie. De aanbevelingen van de inspectie OOV alsmede de bevindingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid in de rapportages naar aanleiding van de brand in Moerdijk worden voortvarend opgepakt. Thema’s hierbij zullen zijn: crisiscommunicatie, bovenregionale samenwerking en opschaling.

IV Een geloofwaardige rechtsstaat

[Sneller recht doen, sneller straffen]

Recht dat te lang op zich laat wachten, voelt als onrecht. Juist voor een geloofwaardige rechtsstaat is het van het grootste belang dat justitiabelen snel en doeltreffend hun zaak behandeld krijgen. (Super)snelrecht is een sprekend voorbeeld van sneller recht doen en sneller straffen. Dat geldt voor relatief eenvoudige zaken. Winst is echter ook elders te behalen. 2/3 deel van de standaardzaken dient eind 2014 binnen één maand te zijn afgedaan, waar dat nu soms wel acht of negen maanden is. In het programma Herontwerp Keten Strafrechtelijke Handhaving wordt ketenbreed gewerkt aan permanente verbetering en versnelling van de werkprocessen van politie tot en met rechtspraak. In 2011 zijn ketenpartners in de regio’s Haarlem–Alkmaar, Maastricht–Roermond en Arnhem–Zutphen gestart met het ketenbreed doorlichten en verbeteren van de werkprocessen. Najaar 2011 sluiten hier tenminste nog drie regio’s (regio «Noord», Almelo–Zwolle, Breda–Middelburg) en de Centrale Verwerking OM (CVOM) bij aan. Eind 2012 zijn alle regio’s aangesloten. In 2012 zullen bij de reeds aangesloten regio’s sterke verbeteringen zichtbaar worden. Het streven voor die regio’s is een gemiddelde behandelduur van acht weken in 2/3 deel van de standaardzaken. Dat gemiddelde gaat dan stapsgewijs omlaag van acht naar zes weken naar uiteindelijk vier weken in 2014.

Het OM is in 2011 samen met de politie in vijf regio’s gestart met de ZSM-werkwijze (Zo Selectief, Snel, Simpel, Slim, Samen Mogelijk) waarmee een versnelling in het afdoeningsproces van veelvoorkomende criminaliteit wordt gerealiseerd. De informatie die nodig is voor een afdoeningsbeslissing wordt zo spoedig mogelijk door de betreffende ketenpartners beschikbaar gesteld en op basis daarvan wordt snel een effectieve sanctie opgelegd. Zo worden eenvoudige zaken «aan de voorkant» van de keten uitgefilterd en direct afgedaan zodat ze niet langer beslag meer leggen op de capaciteit in de keten. Doel van deze werkwijze is in bijna alle eenvoudige strafzaken van veel voorkomende criminaliteit zaken gedurende de eerste zes uren respectievelijk drie dagen na aanhouding een eerste en vaak finale beoordeling van de zaak te realiseren. Eind 2012 geldt deze werkwijze landelijk.

De «night courts» gaan in 2012 van start door vergrote beschikbaarheid van officieren van justitie (7 x 16 uur) voor de versnelde afdoening in het kader van de Wet OM-afdoening. Dit is een eerste stap, waarna wordt bezien of aanvullend bijvoorbeeld verruiming van openingstijden van rechtbanken nodig is.

Op een berechting dient met evenveel voortvarendheid een veilige tenuitvoerlegging te volgen. Dit is het doel van het Programma Uitvoeringsketen Strafrechtelijke Beslissingen. Met de tenuitvoerlegging zal sneller gestart worden, veiliger verlopen (ook bij verlof of plaatsing in de zorg) en de ketenpartners zoals gemeenten zullen beter geïnformeerd worden over justitiabelen.

[Zwaardere straffen en meer maatwerk]

Burgers moeten worden beschermd, zeker tegen mensen die van een eerdere veroordeling kennelijk niets hebben geleerd. Duidelijkere grenzen moeten worden gesteld aan daders, die niet laten zien dat ze in het kader van hun straf (willen) leren. Vrijheidsbeneming zal vaker volgen, wanneer een dader een taakstraf of maatregelen niet voltooit of voorwaarden bij voorwaardelijke straffen niet nakomt. Minimumstraffen worden ingevoerd voor criminelen die zich opnieuw schuldig hebben gemaakt aan een zwaar misdrijf. Hierin is geregeld dat criminelen zwaarder worden bestraft als zij binnen tien jaar opnieuw een misdrijf plegen, waarop een langdurige maximum gevangenisstraf staat. De rechter zal in zo’n geval minstens de helft van het strafmaximum opleggen. De nieuwe regeling zal alleen voor volwassenen gelden. Het wetsvoorstel waarin deze regeling is opgenomen, is voor advies aan de Raad van State gezonden. De indiening van het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer vindt later dit jaar plaats.

Daarnaast wordt mogelijk gemaakt dat een onherroepelijk vrijgesproken verdachte voor hetzelfde delict opnieuw wordt vervolgd, wanneer nieuw zeer belastend bewijs opduikt. Niet alleen bij misdrijven waar levenslange gevangenisstraf op staat en die de dood van een ander tot gevolg hebben, maar ook bij doodslag en bij geweld – en zedenzaken met dodelijke afloop. Ook wordt mogelijk gemaakt dat na inwerkingtreding van de wet ook met terugwerkende kracht strafzaken na een vrijspraak kunnen worden herzien. Het wetsvoorstel dat dit mogelijk maakt (Wet herziening ten nadele), is in juni 2011, samen met het wetsvoorstel hervorming herziening ten voordele, bij de Tweede Kamer ingediend.

Ten slotte wordt met de invoering van een adolescentenstrafrecht voorzien in een samenhangend sanctiepakket waarmee jongere en jongvolwassen daders gericht en effectief kunnen worden bestraft. Daarmee komt voor risicojongeren van 15 tot 23 jaar een pedagogische aanpak beschikbaar die zich kenmerkt door duidelijk en consequent optreden. Kansen bieden en investeren in de aanpak van sociale en psychische problemen die leiden tot delictgedrag is belangrijk, maar consequent handhaven wanneer die kansen niet worden gegrepen, evenzeer. Onder meer wordt voorzien in een verhoging van de maximumduur van de jeugddetentie bij 16- en 17-jarigen, aanpassing van de PIJ-maatregel, een verbetering van de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen jeugd- en volwassenenreclassering en een uitbreiding van de toepassing van elektronisch toezicht bij jongeren en jongvolwassenen. Een wetsvoorstel met deze strekking gaat dit najaar in consultatie.

[Sterkere positie slachtoffers]

Het is van belang dat de stem van slachtoffers van misdrijven goed wordt gehoord. Meer recht moet worden gedaan aan hun behoeften en belangen. Het spreekrecht van slachtoffers wordt uitgebreid. Vertegenwoordiging wordt ook toegestaan in die gevallen dat een slachtoffer niet in staat is zelf te spreken. Daarnaast wordt conservatoir beslag ten behoeve van slachtoffers mogelijk gemaakt. Er komt een beslagtitel in het strafrecht om in een vroeg stadium beslag te leggen op middelen van verdachten die onder meer ten goede kunnen komen aan de schadevergoeding en proceskosten van slachtoffers. De twee wetsvoorstellen die dit regelen, zijn in juni 2011 in consultatie gezonden en zullen najaar 2011 bij de Tweede Kamer worden ingediend. Europees wordt samengewerkt om eveneens de positie van slachtoffers – ook Nederlandse – in andere EU-landen te versterken. Een landelijk netwerk slachtofferloketten wordt in 2012 uitgerold door politie en OM in samenwerking met Slachtoffer Hulp Nederland (SHN). Onderzocht wordt of aparte slachtofferzittingen kunnen worden georganiseerd, waarin reeds afgedane strafzaken gezamenlijk worden aangebracht ten behoeve van de schadevergoedingclaims van het slachtoffer. Ten slotte wordt ingezet op casemanagement bij zware gewelds- en zedenzaken en een hernieuwde wijze van voegingsondersteuning, die als structurele voorziening door SHN wordt aangeboden.

[Een toekomstbestendige Tbs]

Een Tbs-maatregel dient zo veilig mogelijk te worden uitgevoerd. Alle risico’s uitsluiten is niet mogelijk, maar er is nog veel ruimte voor verbetering. Bij verlofaanvragen moeten nadrukkelijker de belangen van het slachtoffer worden meegewogen. In het belang van het slachtoffer kunnen nadere eisen worden gesteld aan de uitvoering van het verlof. Jaarlijks weigeren enkele tientallen verdachten hun medewerking aan Pro Justitia-onderzoeken, in de hoop te ontkomen aan de Tbs-maatregel. Het WODC heeft aangetoond dat verdachten hier steeds vaker in slagen. Dat is niet acceptabel. Verbetering kan worden bereikt door gedragsdeskundigen inzage te geven in documenten en rapporten van andere relevante instanties. Zo kunnen zij de rechter een completer beeld geven van de geestestoestand van een verdachte.

Bij zedendelinquenten kan het van belang zijn levenslang toezicht te houden. Alles moet gericht zijn op het voorkomen van herhaling. Terugvalgedrag en dreigende recidive kunnen dan tijdig worden gesignaleerd en daarmee kunnen nieuwe slachtoffers worden voorkomen. Een hiertoe strekkend wetsvoorstel wordt dit najaar in consultatie gezonden.

[Veiligheid en privacy]

Om persoonsgegevens beter te kunnen beschermen, wordt een meldplicht voor datalekken geïnitieerd. Ook wordt het verwerken van persoonsgegevens, zo nodig met doorbreking van een geheimhoudingsplicht, mogelijk gemaakt voor situaties waarin het vitaal belang van een betrokkene of een derde daartoe dringend noodzaakt. Dit zal worden geregeld in het wetsvoorstel maatregelen tot versterking van de naleving van de Wet bescherming persooonsgegevens. De EU-privacyrichtlijn wordt op basis van een voorstel van de Europese Commissie door de Raad en het Europese Parlement herzien, met mogelijk een ingrijpende modernisering van het gegevensbeschermingsrecht tot gevolg. Ook wordt de wet- en regelgeving met betrekking tot privacy binnen het veiligheidsdomein concreet toepasbaar gemaakt.

[Kansspelen: veilig en verantwoord]

Nederlandse burgers die willen deelnemen aan kansspelen moeten dat op een veilige en verantwoorde manier kunnen doen. Daarvoor is een eigentijdse visie ontwikkeld, met als uitgangspunt dat burgers en bedrijven in staat zijn hun eigen verantwoordelijkheid te nemen binnen de gestelde kaders. Van groot belang hierbij is dat kwetsbare groepen, waaronder jong volwassenen, zoveel mogelijk worden beschermd tegen het risico kansspelverslaving te ontwikkelen. Door het stellen van strikte regels (in wet en vergunningen) en goed toezicht op de naleving van die regels moet het spelen veilig en verantwoord zijn. Om dit te bereiken zal het voorstel tot wijziging van de Wet op de kansspelen om kansspelen via internet te reguleren medio 2012 bij de Tweede Kamer worden ingediend. Tevens wordt de inrichting van het loterijstelsel nader vorm gegeven. De uitkomsten van de onderzoeken naar meer marktwerking bij onder andere speelcasino’s en sportprijsvragen zullen in 2012 leiden tot besluitvorming.

[Auteursrecht 20@20]

De manier waarop wij kunst en cultuur bekijken, beluisteren en beleven, is in de digitale wereld in snel tempo veranderd. Daarnaast moet ook vanuit het oogpunt van particulier initiatief en verdiencapaciteit van kunstenaars het auteursrecht creativiteit en innovatie niet afremmen, maar juist bevorderen. Daartoe wordt in 2012 een viertal in 2011 gepresenteerde speerpunten uitgewerkt en waar nodig in wetten omgezet; het vergroten van het vertrouwen in auteursrechtorganisaties door versterking van de toezichtstructuren, het verbeteren van de contractuele positie van de auteurs, instrumenten voor handhaving op internet en afbouw van de thuiskopieregeling en steun voor Europese initiatieven op het terrein van grensoverschrijdende, pan-Europese licenties waardoor een bedrijf in de hele EU kan opereren. Ook zal in Europees verband worden gestreefd naar introductie van een zogeheten fair use exceptie.

[Interlandelijke adoptie]

Om de kwaliteit van het adoptieproces verder te verhogen wordt in 2012 een wetsvoorstel ingediend tot wijziging van de Wet Opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka). Uitgangspunt voor dit wetsvoorstel is hoe de belangen van te adopteren kinderen enerzijds en de wensen van potentiële adoptieouders (inclusief potentiële adoptiefouders van gelijk geslacht), om een gezin te vormen anderzijds een evenwichtige invulling kunnen krijgen en welke taak en rol van de overheid daaruit voortvloeien. Waar deze wensen en belangen met elkaar in strijd zijn, prevaleert altijd het belang van het kind. Bij het wetsvoorstel wordt ook de druk die op het adoptieproces ligt door het afnemende aantal kinderen dat voor interlandelijke adoptie in aanmerking komt, waarbij het aandeel oudere kinderen en kinderen met een handicap («special needs») steeds verder toeneemt, meegenomen.

[Meer ruimte voor ondernemen]

Economische groei en verbetering van het investeringsklimaat zijn voor Nederland – en voor Nederlandse ondernemers en consumenten in het bijzonder – van essentieel belang. Dit vergt maatregelen op het gebied van de juridische infrastructuur, die vooral zijn vastgelegd in het burgerlijk wetboek. Administratieve lasten worden verlaagd door in 2012 in te zetten op snelle vaststelling van de in 2011 verschenen Europese richtlijnvoorstellen voor modernisering van het jaarrekeningrecht en een vrijstelling voor kleine ondernemingen. Rechtsvormen als de versoepelde BV en de personenvennootschap, die in 2012 hun beslag moeten krijgen, maken het starten van een bedrijf goedkoper en eenvoudiger. De aanpassing van de wet collectieve afwikkeling massaschades maakt schadeafwikkeling goedkoper en zal ook in faillissementssituaties een oplossing kunnen bieden. Uitwassen van de zogeheten claimcultuur worden aangepakt, onder andere door eisen te stellen aan claimstichtingen.

Het voorliggende programma is breed en ambitieus. Op deze wijze zetten wij ons deze kabinetsperiode – samen met vele anderen – in voor een veiliger en rechtvaardiger Nederland. Door de gezamenlijke inspanningen van het Rijk, gemeenten, politie en justitie en met de hiervoor genoemde maatregelen om onveiligheid aan te pakken moeten de ervaren overlast en de gevoelens van onveiligheid aan het einde van deze kabinetsperiode met 10% zijn afgenomen ten opzichte van het begin.

Planning beleidsdoorlichtingen VenJ

Onderstaand overzicht geeft aan wanneer de operationele doelstellingen van de VenJ-begroting worden doorgelicht.

Art.

Omschrijving artikel

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

11

Nederlandse Rechtsorde

             
 

• Nationale wetgeving (AD 11)

 

X

         

12

Rechtspleging en rechtsbijstand

             
 

• Adequate toegang tot het rechtsbestel (OD 12.2)

         

X

 
 

• Slagv.& kwalitatieve goede rechtspleging (OD 12.3)

         

X

 

13

Rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding

             
 

• Preventieve maatregelen (OD 13.1)

   

X

       
 

• Opsporing & forensisch onderzoek (OD 13.3)

       

X

   
 

• Handhaving & vervolging (OD 13.3)

       

X

   
 

• Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties (OD 13.4)

           

X

 

• Slachtofferbeleid (OD 13.5)

     

X

     
 

• Terrorismebestrijding (was OD 13.6)

X

           

14

Jeugd

             
 

• Interlandelijke adoptie en internationale kinderontvoering (OD 14.1)

   

X

       
 

• Tenuitvoerlegging jeugdsancties (OD 14.2)

X

           

17

Internationale rechtsorde

             
 

• Internationale rechtsorde (OD 17.1)

 

X

         

21

Nationaal crisis- en veiligheidsbeleid

             
 

• Nationaal crisis- en veiligheidsbeleid (OD: 21.1, 21.2 en 21.3)

       

X

   
 

• Terrorismebestrijding (OD 21.4)

           

X

23

Veiligheidsregio’s en Politie

             
 

• Veiligheidsregio’s en Politie

(OD: 23.1, 23.2, 23.3 en 23.4)

   

X

       

25

Veiligheid en Bestuur

             
 

• Veiligheid (Radicalisering) (OD 25.1)

 

X

         
 

• Veiligheid (ICT) (OD 25.2)

   

X

       

29

Inspectie Openbare Orde en Veiligheid

             
 

• Inspectie Openbare orde en Veiligheid

           

X

Overzichtstabel met belangrijkste beleidsmatige mutaties

Onderstaande tabel bevat de belangrijkste budgettaire mutaties sinds de begroting 2011 (inclusief de eerste suppletoire begroting 2011).

Belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties
x € 1 000
   

Artikel

2011

2012

2013

2014

2015

2016

 

Taakstellingen

             

1a

Taakstelling Rijk, Agentschappen en uitvoerende ZBO's

alle

0

0

– 62 056

– 125 296

– 182 166

– 192 988

1b

Doelmatigheidskorting Rijksdienst 2010

alle

0

– 43 121

– 43 121

– 43 121

– 43 121

– 43 121

1c

Additionele taakstelling

92

0

– 37 400

– 37 600

– 22 400

– 22 900

– 22 900

                 

2

Stijging instroomramingen Rechtspraak

12

25 000

88 000

88 000

88 000

88 000

88 000

3

Raad voor Rechtsbijstand

12

0

0

0

– 50 000

– 50 000

– 50 000

4

Griffierechten

12

0

0

– 77 000

– 77 000

– 77 000

– 77 000

5

Veiliger op straat

13

20 500

20 500

20 900

20 500

20 400

20 400

6

Rechtshandhaving (Pluk-ze)

13

10 000

15 000

20 000

20 000

20 000

20 000

7

Verdubbeling gepakte criminele organisaties

13

14 600

14 800

14 700

15 100

15 200

15 200

8

High Impact Crime

13

10 900

10 700

10 400

10 400

10 400

10 400

9

Kasschuif Europol en Eurojust

13

– 350

– 10 830

– 1 330

610

6 930

4 970

10

Reclassering (minder groepstaakstraffen)

13

– 10 000

– 10 000

– 10 000

– 10 000

– 10 000

– 10 000

11

Straf Forensische zorg

13

5 000

10 000

10 000

10 000

10 000

10 000

12

Capaciteitsbehoefte strafjeugdbescherming

14

– 19 000

– 17 400

– 17 400

– 17 400

– 17 400

– 17 400

13

Nationale politie

23

0

0

– 30 000

– 50 000

– 80 000

– 100 000

14

Intensivering politie

23

300 000

320 000

340 000

360 000

370 000

370 000

15

Kosten evenementen

23

0

– 30 000

– 30 000

– 30 000

– 30 000

– 30 000

16

Politieacademie en cursussen

23

0

– 10 000

– 20 000

– 30 000

– 30 000

– 40 000

17

Politieonderwijs

23

0

0

0

0

– 60 000

– 60 000

18

Meldkamers

23

0

0

0

0

– 10 000

– 10 000

19

Compensatie BTW

23

15 517

15 517

15 517

15 517

15 517

15 517

20

Rentecompensatie vermogensnormering politie

23

502

11 836

10 435

9 131

7 848

6 540

21

Subsidieregeling Maatschappelijke Innovatie Agenda Veiligheid

25

– 20 800

– 14 400

0

0

0

0

22

Toespitsen hoger beroep, cassatie

92

0

0

– 10 000

– 10 000

– 10 000

– 10 000

Beleidsprogramma uitgaven

1a. Taakstelling Rijk, Agentschappen en uitvoerende ZBO's

Zoals aangekondigd in het Regeerakkoord, krijgen alle departementen (inclusief baten-lastendiensten en uitvoerende ZBO’s), bovenop de € 231 miljoen waartoe het demissionaire kabinet Balkenende reeds heeft besloten, een taakstelling van afgerond 1,5% (netto) per jaar in de periode 2013–2015 oplopend tot afgerond 4,5% in 2015 op personeel en materieel.

1b. Doelmatigheidskorting Rijksdienst 2010

De doelmatigheidskorting Rijksdienst is vorig jaar reeds opgelegd door het kabinet Balkenende IV. Deze taakstelling wordt vanaf 2012 verdeeld over de verschillende Justitieonderdelen.

1c. Additionele Taakstelling

Ter dekking van macro tegenvallers heeft het kabinet bij Voorjaarsnota 2011 besloten tot extra ombuigingsmaatregelen. Deze taakstelling is vooralsnog op artikel 92 geparkeerd.

2. Stijging instroomramingen Rechtspraak

De meerjarige instroomramingen laten voor de Rechtspraak een forse toename zien van het aantal zaken. Mede als gevolg van de nasleep van de financiële crisis neemt de capaciteitsbehoefte civiele zaken en de bestuursrechtspraak toe. Dit laatste wordt met name veroorzaakt door het groeiend aantal bijstandzaken en sociale verzekeringszaken. Dekking voor deze toename wordt gevonden in hogere griffieontvangsten naar aanleiding van de per 1 november 2010 in werking getreden «Wet griffierechten burgerlijke zaken» en het versneld per 1 juli 2012 in werking laten treden van de maatregel «kostendekkende griffierechten» uit het Regeerakkoord. De overig benodigde middelen worden gedekt uit de eigen reserves van de rechtspraak zelf (zie ook ontvangstenmutaties).

3. Raad voor Rechtsbijstand

In het Regeerakkoord is een besparing van € 50 miljoen op het budget van de rechtsbijstand opgenomen vanaf 2014. Deze besparing wordt gerealiseerd door het invoeren van de mogelijkheid om zonder tussenkomst van een advocaat een echtscheiding aan te vragen en door aanpassingen en/of niet indexeren van de tarieven van de advocaten in de gesubsidieerde rechtshulp (zie ook ontvangstenmutaties).

4. Griffierechten

In het Regeerakkoord is aangekondigd dat er met ingang van 2013 kostendekkende griffierechten komen, met een structurele opbrengst van € 240 mln. per jaar. Deze bestond uit een instroombeperkend effect bij de Rechtspraak van € 115 mln. en hogere verwachte ontvangsten uit hoofde van griffierechten met € 225 mln. Daarnaast was er € 100 mln. beschikbaar voor compenserende maatregelen. Bij de nadere uitwerking van het voorstel blijkt dat het instroombeperkend effect bij de rechtspraak € 38 mln. lager uitvalt en de ontvangsten structureel € 62 mln. neerwaarts bijgesteld moeten worden doordat de griffierechten voor minder draagkrachtigen niet kostendekkend worden vastgesteld. Hiervoor worden de beschikbare middelen voor compenserende maatregelen (€ 100 mln.) ingezet. De compenserende maatregelen worden in de tarieven verwerkt. Per saldo blijft de maatregel derhalve € 240 mln. opleveren (zie ook ontvangsten mutaties).

5. Veiliger op straat

Door middel van inzet van snelle interventieteams (16 uur per dag, 7 dagen in de week beschikbaar) worden snellere OM-besluiten genomen. De interventieteams bestaan uit professionals die vóór in het proces de daarvoor in aanmerking komende feiten beoordelen, op het gebied van veel voorkomende criminaliteit. Dit leidt tot een forse reductie in de doorloop van de afdoening. Het OM-besluit kan voorzien in een beslissingen als een OM-beschikking, voorgeleiding rechter-commissaris, (super)snelrecht, dagvaarding ten behoeve van themazitting.

Er wordt gestart in vijf arrondissementen waarna vervolgens uitbreiding zal plaatsvinden naar uiteindelijk tien. In het eerste en tweede jaar wordt er in alle arrondissementen en bij de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) een extra investering gevraagd om deze nieuwe manier van werken op te zetten. Daarmee wordt capaciteit vrijgespeeld voor de beoordeling en daarmee de versnelling van de doorlooptijden.

6. Rechtshandhaving (Pluk-ze)

De activiteiten in het kader van het afnemen van met misdrijf verkregen financieel voordeel worden geïntensiveerd, conform afspraken uit het Regeerakkoord.

Hiervoor zijn, onder andere bij het Openbaar Ministerie, vanaf 2011 investeringen nodig. Vooralsnog worden deze middelen geplaatst op artikelonderdeel 13.3.1. De extra opbrengsten worden vanaf 2012 gegenereerd (zie ontvangstenmutaties).

7. Verdubbeling gepakte criminele organisaties

Het aanpakken van meer misdaadgroepen is een belangrijke doelstelling voor de komende jaren. Het streven is het aantal aan te pakken criminele organisaties te verdubbelen in 2015. Dit vraagt om extra personele inzet en investeringen in technische voorzieningen zoals de «crimineel vermogen informatiebox».

8. High impact crime

Bestrijden en vervolgen van misdaden met een groot maatschappelijk effect heeft een hoge prioriteit. Voorbeelden van dergelijke misdaden zijn kinderporno en roofovervallen, maar ook het oplossen van zogenaamde «cold cases». Naast meer inzet van personeel zijn hiervoor ook investeringen in ICT benodigd net als extra middelen om ervoor te zorgen dat slachtoffers beschikken over goede en actuele informatie inzake de voortgang van hun dossier.

9. Kasschuif Europol en Eurojust

De nieuwbouw voor Eurojust heeft vertraging opgelopen. Er was meer tijd benodigd dan aanvankelijk gedacht om aan de eisen en wensen, die aan het pand worden gesteld, tegemoet te komen.Daarnaast is het betalingsritme voor de nieuwbouw anders dan aanvankelijk voorzien. Derhalve is een kasschuif nodig.

10. Reclassering (minder groepstaakstraffen)

Zoals aangekondigd in het Regeerakkoord wordt 90% van de huidige groepstaakstraffen vervangen door individuele taakstraffen. Hierdoor wordt een besparing van € 10 mln. binnen de reclassering gerealiseerd doordat de kosten voor begeleiding van deze groepstaakstraffen vervallen. De begeleiding wordt voortaan verzorgd door de instantie waar de taakstraf wordt vervuld.

11. Straf forensische zorg

De kosten in de forensische zorg nemen toe door groei van de zorgbehoefte. Op grond van de trend in de afgelopen jaren wordt verwacht dat de groei zich met name zal manifesteren in de ambulante (extramurale) zorg. De intramurale zorg zal zich op een meer constant niveau bewegen. Voor de jaren 2012 t/m 2016 is uitgegaan van een autonome groei van 8 % per jaar in de ambulante zorg ten opzichte van de verwachte omvang van de zorg in 2011. Gezien de stijging over 2008-2010 (circa 25%) is dit een licht conservatieve raming van de groei per jaar.

12. Capaciteitsbehoefte strafjeugdbescherming

Voor de raming van de capaciteitsbehoefte binnen de strafjeugdbescherming wordt gebruik gemaakt van de laatste realisatiecijfers en de instroomcijfers van de Raad voor de Kinderbescherming die zich met vertraging vertalen in de cijfers van de jeugdbescherming. Op basis hiervan wordt een overschot in capaciteit verwacht dat wordt vergroot door het stabiliseren van de instroom. Daarnaast is een afname van de verblijfsduur waarneembaar.

13. Nationale politie

De regionale korpsen, het KLPD, de Voorziening tot samenwerking Politie Nederland gaan op in het nog op te richten Korps nationale politie. Op termijn zal ook de Politieacademie onderdeel gaan uitmaken van het Korps nationale politie. Het Korps nationale politie moet leiden tot meer ruimte voor de professional, minder bureaucratie, minder bestuurlijke drukte, een veiliger leefomgeving en een effectievere opsporing. De hiermee gepaard gaande efficiencywinst loopt op van € 30 mln. in 2013 tot € 230 mln. structureel vanaf 2019.

14. Intensivering politie

Op basis van het Regeerakkoord wordt de huidige sterkteafspraak van 48 000 fte verhoogd naar 49 500 fte structureel bij de 25 regionale korpsen en het KLPD. Dit is 3 000 fte meer dan zonder extra middelen mogelijk is. Hiervan worden 500 fte ingezet als animal cops. (zie ook de brief d.d. 14 december 2010, TK 29 628-23). Hiervoor is op de Aanvullende Post van het Rijk een bedrag van € 300 mln. in 2011 tot € 370 mln. in 2015 en verder beschikbaar ten behoeve van de operationele sterkte van de politie.

15. Kosten evenementen

Op basis van het Regeerakkoord worden vanaf 2012 de kosten van politie-inzet doorberekend aan de organisatie van een evenement. Deze maatregel levert echter niet de volledige reeds ingeboekte structurele opbrengst van € 30 mln. vanaf 2012 per jaar op. Het besparingsverlies zal binnen de VenJ-begroting van dekking worden voorzien.

16. Politieacademie en cursussen

De maatregel uit het Regeerakkoord inzake het meer inzetten van politietoezichthouders wordt niet uitgevoerd. De invulling zal plaatsvinden door een stroomlijning van de bekostiging van de politieacademie en voorts door een doelmatiger inkoop van onderwijs en cursussen voor de politie. Zonodig zal aanvullende dekking vanuit de VenJ-begroting plaatsvinden.

17. Politieonderwijs

Aspiranten bij politie ontvangen, conform het Regeerakkoord, niet langer een salaris dan wel bijdrage in hun kosten voor levensonderhoud. Daarnaast wordt de opleidingsduur aan de politieacademie bekort. Vanaf 2015 levert dit een structurele besparing van € 60 mln. op.

18. Meldkamers

De meldkamerorganisatie wordt vernieuwd door opschaling (minder locaties), standaardisatie van werkprocessen en een uniforme regeling van de uitwijkfunctie. Ook wordt een nieuw werkconcept in gevoerd. Deze vernieuwing leidt tot verdere kwaliteitsverbetering en levert een besparing op die oploopt van € 10 mln. in 2015 tot € 50 mln. vanaf 2020.

19. Compensatie BTW

In verband met de inwerkingtreding van de Wet veiligheidsregio’s kunnen de Veiligheidsregio’s voor de wettelijke taken de BTW niet meer compenseren via de deelnemende gemeenten (de zogenaamde Transparantieregeling). Ter compensatie van deze extra kosten wordt een structureel budget toegevoegd aan de VenJ-begroting vanuit het BTW Compensatiefonds. Dit betreft een technische mutatie.

20. Rentecompensatie vermogensnormering politie

In 2009 is in het onderhandelingsakkoord tussen Minister van BZK en het korpsbeheerdersberaad i.o. afgesproken om € 400 mln. eigen vermogen om te zetten in vreemd vermogen. De middelen komen vervolgens weer beschikbaar voor de politiesector. Voor de negatieve gevolgen van deze omzetting van eigen vermogen naar vreemd vermogen wordt door het Ministerie van Financiën rentecompensatie geboden voor een periode van 10 jaar.

21. Subsidieregeling MIA-V

De Maatschappelijke Innovatie Agenda Veiligheid (MIA-V) is een project van de Ministeries van Veiligheid en Justitie, Defensie en Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (ELI). Hiervoor wordt in 2011 € 5,75 mln. overgeheveld naar Defensie. Naar EL&I wordt € 15,1 mln. overgeheveld in 2011 en € 14 mln. in 2012. (Dit is inclusief SBIR-fysieke veiligheid en training & simulatie) De subsidies worden verstrekt aan samenwerkende bedrijven die een product of dienst willen ontwikkelen of doorontwikkelen, waarmee de ambulancesector, de brandweer, politie of andere publieke veiligheidsorganisaties hun dienstverlening kunnen verbeteren.

22. Toespitsen hoger beroep, cassatie

In het Regeerakkoord is aangekondigd dat in de civiele rechtspraak de meervoudige rechtspraak wordt beperkt. Alle civiele kantonzaken worden in hoger beroep enkelvoudig behandeld. Dit levert een besparing op van € 10 mln. per jaar vanaf 2013.

Belangrijkste beleidsmatige ontvangstenmutaties
x € 1 000
   

Artikel

2011

2012

2013

2014

2015

2016

1a

Griffierechten

12

0

0

225 000

225 000

225 000

225 000

1b

Correctie griffierechten

12

0

0

– 62 000

– 62 000

– 62 000

– 62 000

2

Wet griffierechten Rechtspraak

12

25 000

88 000

88 000

88 000

88 000

88 000

3

Pluk ze

13

0

5 000

10 000

20 000

40 000

50 000

4

Opbrengst licenties

13

0

10 000

10 000

10 000

10 000

10 000

Beleidsprogramma ontvangsten

1. Griffierechten

Zie voor de toelichting, punt 4 bij de belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties.

2. Wet griffierechten Rechtspraak

Zie voor de toelichting, punt 4 bij de belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties.

3. Pluk ze

Via additionele investeringen (zie uitgaven) worden vanaf 2012 extra Pluk-ze opbrengsten gegenereerd. In 2012 gaat het op € 5 mln. oplopend naar € 50 mln. in 2016.

4. Opbrengst licenties

In het Regeerakkoord is aangekondigd dat een licentiefee wordt geïntroduceerd voor het verkrijgen van vergunningen voor de exploitatie van internetkansspelen en loterijen. Dit levert vanaf 2012 per jaar € 10 mln. extra ontvangsten op.

HOOFDSTUK 3 BELEIDSARTIKELEN

11 Nederlandse rechtsorde

Algemene doelstelling

Een goed functionerende rechtsorde waarbinnen samenleving en burger tot hun recht komen.

Meerjarenperspectief

Ontwikkelingen in de maatschappij zorgen voor veranderende inzichten en ideeën over een goed functionerende rechtsorde en vergen continue aandacht voor onderhoud en aanpassing van de algemene wetboeken op het terrein van strafrecht en strafvordering, burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht en de Algemene wet bestuursrecht. De belangrijkste thema’s van het wetgevingsprogramma zijn:

  • de bevordering van veiligheid en rechtshandhaving, o.a. door verbetering van de politieorganisatie en aanscherping van het strafrecht;

  • een doelmatig en doeltreffende rechtspleging als voorwaarde voor een goed functionerende rechtsstaat;

  • een juridische infrastructuur die ruimte geeft aan innovatie en ondernemen.

Ook blijft het noodzakelijk om de kwaliteit van wetgeving te bewaken en te bevorderen. Deze taak strekt zich steeds meer uit tot internationale regelgeving die haar weerslag heeft op de nationale rechtsorde.

Omschrijving van de samenhang

Veiligheid en Justitie heeft tot taak om een juridische infrastructuur in stand te houden waarin het rechtsverkeer tussen mensen onderling en tussen overheid en burgers kan floreren. Het recht ordent, biedt structuur en ruimte en beschermt. De wet moet bestendig zijn en gebaseerd zijn op de in de samenleving gedragen rechtsovertuigingen. Dat vergt voortdurende aandacht voor onderhoud, kwaliteit en aanpassing aan nieuwe ontwikkelingen op sociaal, cultureel, economisch en technologisch gebied.

Verantwoordelijkheid

De Minister van Veiligheid en Justitie is verantwoordelijk voor het tot stand brengen van wet- en regelgeving ter uitvoering van de grondwettelijke opdracht het burgerlijk recht, het burgerlijk procesrecht, het strafrecht en het strafprocesrecht in algemene wetboeken en algemene regels van bestuursrecht bij wet vast te leggen. Tevens is deze verantwoordelijk voor het rijksbreed bevorderen van de kwaliteit van wetgeving en de coherentie en consistentie daarvan. Onder deze verantwoordelijkheid valt ook de versterking van de juridische kwaliteit binnen de rijksoverheid.

Externe factoren

Nieuwe sociale, culturele en economische ontwikkelingen hebben hun weerslag op het recht en de wet. Hetzelfde geldt voor zeer uiteenlopende factoren als demografische ontwikkelingen, (terrorisme)dreigingen, de bevolkingsintensiteit en de betekenis daarvan voor economie en milieu.

Meetbare gegevens

De maatschappelijke effecten van het beleid ter bevordering van een goed functionerende rechtsorde lenen zich niet goed voor kwantificering in outcome- en outputindicatoren. Het aantal op te stellen wetten en regels vormt geen doel op zich en directe maatschappelijke effecten van instrumenten om de kwaliteit van wetgeving te versterken zijn moeilijk meetbaar. Op enkele onderdelen zijn echter wel indicaties te geven van de beoogde resultaten, zij het maximaal op het niveau van output. Bij individuele wetsvoorstellen is zo goed mogelijk op kwalitatieve wijze aangegeven wat de beoogde resultaten zijn. De kwaliteit van wetgeving wordt continu getoetst, per wetsvoorstel of ontwerp-AMvB. Dit wordt voor de behandeling in de ministerraad getoetst aan de kwaliteitscriteria zoals verwoord in de «Aanwijzingen voor de regelgeving» en bestaande toetsingskaders. Het effect van de toetsing blijkt uit de adviezen van de Raad van State en het uiteindelijk oordeel van de beide Kamers der Staten-Generaal.

De juridische functie van het Rijk is wel periodiek onderwerp van een visitatie die tot aanbevelingen tot versterking kan leiden (zie onder 11.2.).

Wel kan er enig inzicht gegeven worden in de ontwikkeling van het aantal regels en de ontwikkeling van de administratieve lasten.

Ontwikkeling aantal regels

Eén element van kwalitatief goede wetgeving is het vermijden van onnodige regelgeving. Nu zegt het aantal geldende regelingen op een bepaald moment niets over de vraag of regelgeving wel of niet onnodig is, maar het aantal regelingen is wel medebepalend voor de regeldruk die wordt ervaren.

Figuur: Aantal geldende wetten, AmvB's en ministeriële regelingen per 1 januari 2004–2011 Bron: Basiswettenbestand.

Figuur: Aantal geldende wetten, AmvB's en ministeriële 					 regelingen per 1 januari 2004–2011 Bron: 					 Basiswettenbestand.

Vanaf 2004 tot 2010 is het aantal geldende wetten, AMvB’s en ministeriële regelingen gedaald, maar in 2011 was sprake van een lichte stijging van het aantal wetten, AMvB’s en ministeriële regelingen ten opzichte van 2010. Belangrijke reden hiervoor is de extra regelgeving die nodig was voor het ingaan van de nieuwe staatkundige structuur van het Koninkrijk der Nederlanden per 10 oktober 2010.

Reductie administratieve lasten bedrijven, burgers en professionals.

In het Regeerakkoord (kabinet Rutte-Verhagen) is bepaald dat de administratieve lasten voor bedrijven en burgers omlaag gaan. Daarnaast zal ook regeldruk voor professionals met een publieke taak (onder andere politie, brandweer) en voor de mede-overheden verder worden verminderd.

De administratieve lasten en regeldruk voor bedrijven dienen in 2012 ten opzichte van 2010 met 10% te zijn afgenomen. Voor het Ministerie van Veiligheid en Justitie gaat het dan om de vereenvoudiging van de regelgeving inzake BV’s en de verkorting van de winstaangifte Vennootschapsbelasting.

Na 2012 vindt een jaarlijkse reductie van 5% van de administratieve lasten voor bedrijven en burgers plaats.

Met Prinsjesdag 2011 presenteert het kabinet een kader voor nalevingskosten. Uitgangspunt van dit kader is dat nalevingskosten van nieuwe regelgeving van het kabinet binnen deze kabinetsperiode worden gecompenseerd met reducties in de nalevingskosten van bestaande regelgeving.

In het aanvalsplan op de bureaucratie en versterking van vakmanschap in de basispolitiezorg en de recherche (Minder regels, meer op straat) (Kamerstukken II, 2010–2011, 29 628, nr. 238) heeft de Minister van Veiligheid en Justitie aangekondigd de administratieve lasten van de politie in deze kabinetsperiode met 25% te verminderen en het vakmanschap te versterken. Een nulmeting wordt uitgevoerd en in 2013 zal een tussentijdse meting plaatsvinden van de bereikte reductieresultaten.

De mogelijkheden voor het aanpakken van regeldruk voor professionals die werkzaam zijn bij de brandweer, het openbaar ministerie en de rechterlijke macht zullen worden geïnventariseerd.

Doelstelling AL-bedrijven
 

Beginstand kabinet 14 oktober 2010

Reductie 2011

Reductie 2012

AL bedrijven uit VenJ-regelgeving

1 086 mln. (euro)

– 76,8 mln. (– 7,1%)

– 126,8 mln. (– 11,7%)

Bron: Programma Vermindering Regeldruk Bedrijven

Doelstellingen AL-burgers en politie
 

Beginstand kabinet 14 oktober 2010

Reductie einde kabinetsperiode

AL burgers uit VenJ-regelgeving (in tijd)

4,1 mln. (uren)

– 763 000

AL burgers uit VenJ-regelgeving (in out-of-pocket kosten)

596,8 (euro)

– 641 000

Bron: Programma Vermindering Regeldruk voor burgers, professionals en interbestuurlijk

Bovenstaande reductiecijfers zullen worden bereikt met de huidige in gang gezette en gekwantificeerde maatregelen binnen het VenJ-terrein. Als gevolg van nieuwe gekwantificeerde maatregelen en wijzigingen binnen de bestaande maatregelen kunnen de reductiecijfers wijzigen. Over de voortgang van de administratieve lastenreductie wordt aan de Tweede Kamer gerapporteerd door de betreffende regiegroepen.

Budgettaire gevolgen van beleid x € 1 000
   

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Verplichtingen

17 515

15 992

0

0

0

0

0

                 

Apparaatsuitgaven

18 454

15 992

0

0

0

0

0

                 

11.1 (Nationale) wetgeving

7 820

7 260

0

0

0

0

0

 

11.1.1 Directie Wetgeving

7 820

7 260

0

0

0

0

0

11.2 Wetgevingskwaliteitsbeleid

10 634

8 732

0

0

0

0

0

 

11.2.1 Directie Wetgeving

10 634

8 732

0

0

0

0

0

                 

Ontvangsten

886

0

0

0

0

0

0

In het kader van het rijksbrede begrotingsproject Verantwoord Begroten zijn alle apparaatsuitgaven van het bestuursdepartement van Veiligheid en Justitie overgeheveld naar het artikel apparaatsuitgaven kerndepartement (artikel 91), waardoor op dit artikel een «nulbudget» resteert. Bij verdere invoering van Verantwoord Begroten bij begroting 2013 wordt de inhoud van dit artikel gereallocceerd in de overige beleidsartikelen en de beleidsagenda.

Operationele doelstelling 11.1

Het tot stand brengen van wet- en regelgeving ter uitvoering van de grondwettelijke opdracht het burgerlijk recht, het strafrecht, het burgerlijk- en strafprocesrecht in algemene wetboeken en algemene regels van bestuursrecht bij wet vast te leggen.

Motivering

Een goed functionerende rechtsorde waarbinnen samenleving en burger tot hun recht komen vraagt om nieuwe regelgeving en om aanpassing van bestaande op basis van de actuele behoeften in de samenleving. In onderstaande komen de prioritaire beleidsinstrumenten aan de orde. Daarnaast wordt het wetgevingsinstrument ingezet ter realisering van overige beleidsdoelen van Veiligheid en Justitie. Dit is terug te vinden onder de operationele doelstellingen op de overige beleidsartikelen, behoudens de regelgeving die als prioritaire activiteit van zelfstandige betekenis is.

Bevordering van veiligheid en rechtshandhaving

Instrumenten

De buurt veilig, voor bewoner en ondernemer

Om de veiligheid op straat, bij uitgaansgelegenheden en evenementen te garanderen en te vergroten is een wetsvoorstel opgesteld tot verruiming van de mogelijkheden tot preventief fouilleren, dat naar verwachting in 2012 in werking zal kunnen treden (zie artikel 25.1).

Het wetsvoorstel, waarin een regeling van het adolescentenstrafrecht en de invoering van de strafdienstplicht voor jeugdigen is opgenomen, treedt in 2012 in werking. (zie artikel 14.2). Met het oog op versterking van de gemeentelijke regie van het integraal lokaal veiligheidsbeleid is bij het parlement aanhangig het wetsvoorstel regierol gemeenten. Deze wet treedt naar verwachting in 2012 in werking.(zie artikel 25.1)

Offensief tegen ondermijnende en georganiseerde criminaliteit

Om een effectievere aanpak van terroristische organisaties mogelijk te maken, zal de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme op een aantal onderdelen worden aangescherpt. In 2012 wordt ten aanzien van het wetsvoorstel uitbreiding en verbetering Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (BIBOB) de parlementaire behandeling afgerond en treedt de wet in werking. (zie artikel 13.1)

Slagkracht voor onze professionals

In 2012 treedt wetgeving in werking die de politie (en het OM) meer slagkracht geven. Het gaat hierom een nota van wijziging bij het wetsvoorstel wijziging van de Politiewet voor de totstandkoming van één nationale politie. Tevens is een voorstel voor een invoerings- en aanpassingswet nationale politie ingediend die het noodzakelijke overgangsrecht en aanpassing van andere wetgeving aan de nationale politie bevat (zie ook artikel 23). Daarnaast wordt dan een complex aan lagere regelgeving aangepast aan de nieuwe Politiewet, zoals regels voor beheer, rechtspositie en de toepassing van geweldsmiddelen. (zie artikel 23). De parlementaire behandeling van het wetsvoorstel ANPR, die het mogelijk maakt dat automatische kentekenherkenning bijdraagt aan preventie, opsporing en vervolging van strafbare feiten en aan de handhaving van fiscale verplichtingen, kan in 2012 worden afgerond.

Een doelmatige en doeltreffende rechtspleging

Slagkracht voor de rechtspraak en vermindering kosten

De burger heeft baat bij een sterke rechtsstaat. Daarin past een doelmatige en doeltreffende rechtspleging. In 2012 treedt het wetsvoorstel herziening van de gerechtelijke kaart, dat tot doel heeft een meer gespecialiseerde kwaliteit bij de gerechten en op een indeling die meer gericht is op de burgers, in werking. In 2012 worden de griffierechten verhoogd door inwerkingtreding van het wetsvoorstel verhoging griffierechten(zie artikel 12.2). In 2012 wordt verder gewerkt aan een aantal maatregelen die leiden tot minder hoge kosten voor de gesubsidieerde rechtsbijstand. Mogelijk leidt een studie naar een meer toekomstbestendig stelsel tot een herziening van de Wet op de rechtsbijstand (zie artikel 12).

Juridische beroepen

Het voorstel van wet tot wijziging van de Advocatenwet ter implementatie van aanbevelingen van de Commissie advocatuur (32 382) waarbij het toezicht op de advocatuur wordt geregeld, treedt naar verwachting in 2012 in werking.

Positie slachtoffer

Om slachtoffers een sterkere positie te geven in het strafproces is een wetsvoorstel opgesteld dat uitbreiding regelt van het spreekrecht van slachtoffers en nabestaanden. Naar verwachting zal dit wetsvoorstel dit najaar bij de Tweede Kamer worden ingediend en in 2012 worden afgehandeld (zie artikel 13.2).

Aanscherping strafrecht

In het kader van de aanscherping van het strafrecht zal in de toekomst geen taakstraf meer kunnen worden opgelegd voor ernstige zeden – en geweldsmisdrijven. Het daartoe strekkende wetsvoorstel zal naar verwachting in 2012 in werking treden. Om Nederland veiliger te maken komen er minimumstraffen voor daders die zich binnen tien jaar opnieuw schuldig maken aan een zwaar misdrijf. Burgers moeten beschermd worden, zeker tegen mensen die van een eerdere veroordeling niets geleerd hebben. Daarom zal een daartoe strekkend wetsvoorstel in 2012 in werking kunnen treden. Bij de Eerste Kamer is aanhangig het wetsvoorstel herziening ten nadele. Dit wetsvoorstel maakt terugwerkende kracht mogelijk in verband met het oplossen van cold cases. Ook is de categorie misdrijven waarvan herziening ten nadele mogelijk is, bij de in het Regeerakkoord aangekondigde nota van wijziging uitgebreid met andere ernstige delicten. De nieuwe wettelijke regeling treedt in 2012 in werking.

Stroomlijning executieketen

Teneinde de executieketen beter te stroomlijnen, is een programma centralisering executietaken opgezet. Een wetsvoorstel inzake de overdracht van de verantwoordelijkheid voor de executieketen zal begin 2012 in consultatie worden gezonden (zie artikel 13.3).

Modernisering Awb

De afgelopen jaren is een proces op gang gekomen dat leidt tot snellere, meer omvattende en meer samenhangende bestuurlijke besluitvorming en bestuursrechtelijke geschilbeslechting. Het Awb-bestuurs(proces)recht zal worden gemoderniseerd:

  • door de Crisis- en herstelwet permanent te maken;

  • door de inwerkingtreding van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht. Deze wet biedt de rechter de mogelijkheid om gebreken te passeren als er niemand is benadeeld, zorgt ervoor dat er meer aandacht zal zijn voor afstemming van belangrijke richtinggevende uitspraken in hoogste instantie en voorziet in verruiming van de mogelijkheid om hoger beroep eenvoudiger af te doen;

  • een regeling met betrekking tot schadevergoeding bij rechtmatige en onrechtmatige overheidsbesluiten;

  • bezien of wetswijziging noodzakelijk is om de regiezitting, waarbij in elke zaak kort na binnenkomst van beroeps- en verweerschrift een zitting plaatsvindt om de gang van zaken en de processuele positie van partijen te bespreken, verder te faciliteren;

  • een regeling voor de terugvordering van staatssteun, en

  • een wijziging van de Awb die moet leiden tot meer kostendekkende griffierechten.

Procesrecht

De komende tijd staan vele veranderingen in het procesrecht op stapel, zowel van Europese als van nationale oorsprong. In 2012:

  • een wetsvoorstel met aanpassingen in de Wet collectieve afwikkeling massaschade, waardoor de werking van deze wet wordt verbeterd. Daarbij wordt voor het instellen van een collectieve actie een representativiteitseis ingevoerd, om te voorkomen dat elke willekeurige stichting zich op kan werpen als belangenbehartiger, ongeacht of deze stichting een daadwerkelijke achterban vertegenwoordigt;

  • het wetsvoorstel, dat het mogelijk maakt om prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad, zodat partijen in massazaken eerder antwoorden op belangrijke rechtsvragen hebben.

In 2012 kan de plenaire behandeling plaatsvinden van een wetsvoorstel dat de aansprakelijkheidspositie van de Nederlandse Bank en de Autoriteit Financiële Markten verder in overeenstemming brengt met de positie van vergelijkbare financiële toezichthouders van andere Europese landen.

Ruimte voor innovatie en ondernemen

Ondernemingsrecht

Het vestigingsklimaat wordt versterkt met de invoering van de versoepelde rechtsvorm van de BV. De afronding van het parlementaire proces zal in 2012 plaatsvinden. De nieuwe BV-vorm is eenvoudiger en goedkoper op te richten en wordt overigens gekenmerkt door meer flexibiliteit.

De beslechting van geschillen in NV’s en BV’s (tussen bestuur en aandeelhouders of tussen aandeelhouders onderling) via het enquêterecht kan beter. Begin 2012 wordt een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer tot wijziging van de toegang tot de procedure en de versterking van processuele waarborgen. In 2012 zal de parlementaire behandeling kunnen worden afgerond van een wetsvoorstel waarin de mogelijkheid is opgenomen om bijzondere maatregelen te treffen bij financiële ondernemingen in problemen. Maatregelen die leiden tot de overdracht van de onderneming aan een private partij en een overname door de Staat indien de financiële instelling systeemrelevant is worden hierin onderscheiden.

Jaarrekeningenrecht

In 2012 zal gestart worden met de implementatie van de richtlijn om de verplichtingen van micro-entiteiten in het kader van de jaarrekening te verlichten. Verder wordt in 2012 onderhandeld over een ontwerp-richtlijn ter vervanging van de twee EU-jaarrekeningrichtlijnen. Daarbij is verlichting van de administratieve lasten van de jaarrekening het uitgangspunt.

Incassokosten

De hoogte van buitengerechtelijke incassokosten wordt bij wet vastgelegd. Schuldeisers en schuldenaren weten hierdoor beter waar zij aan toe zijn. Er komt hiervoor een wettelijke grondslag in Boek 6 BW en een AMvB met een concrete staffel die in 2012 in werking treden. Voor vorderingen op consumenten mag niet ten nadele van de consument van de staffel worden afgeweken.

Consumentenrecht

De inzet van het kabinet bij het consumentenrecht is het vinden van een passend evenwicht tussen een hoog beschermingsniveau voor consumenten en beperkte administratieve lasten voor bedrijven. Beide vormen voor het kabinet het uitgangspunt voor de Nederlandse inbreng bij de discussies in de Europese Unie over een herziening van het wetgevend kader voor consumentenbescherming en de begin 2012 verwachte plannen van de Europese Commissie voor een nieuwe richtlijn over consumentenbescherming bij (pakket)reizen.

Richtlijn betalingsachterstanden

In het Regeerakkoord is vastgelegd dat te late betaling van facturen door de overheid of in het verkeer tussen bedrijven zoveel mogelijk moet worden teruggedrongen. Ook in de onderlinge verhoudingen tussen bedrijven kan een betere betalingsdiscipline bijdragen aan een verbeterde liquiditeitspositie van bedrijven, die juist in deze economisch moeilijke tijden onder druk kan staan. In 2012 vindt de parlementaire behandeling plaats van wettelijke maatregelen die hieraan bijdragen, waaronder verhoging van de rente bij te late betalingen.

Overig

Bescherming van persoonsgegevens

In 2012 wordt een wijziging van de Wet bescherming persoonsgegevens ingediend bij de Tweede Kamer gericht op meer informatiebeveiliging en de bescherming van persoonsgegevens.

Polygamie

In 2012 zullen wetsvoorstellen worden ingediend bij de Tweede Kamer die de erkenning van in het buitenland gesloten polygame huwelijken beperken, onder meer door als weigeringsgrond voor zo’n erkenning op te nemen dat ten tijde van de huwelijkssluiting ten minste een van de echtgenoten zijn gewone verblijfplaats in Nederland had of de Nederlandse nationaliteit bezat.

De overige maatregelen die in 2012 aan de Tweede Kamer zullen worden voorgelegd betreffen een verbod op neef/nichthuwelijken, een verbod op kinderhuwelijken, alsmede het vergemakkelijken van de nietigverklaring van een huwelijk indien sprake is van dwang.

Meetbare gegevens

De maatschappelijke effecten van het beleid ter bevordering van een goed functionerende rechtsorde laten zich niet goed cijfermatig in beeld brengen. Wel worden hieronder ten aanzien van enkele speerpunten, voortgangsindicatoren gegeven voor 2012.

Kwaliteit algemene wetboeken en wetgeving (operationele doelstelling 11.1)

(sub) doelstelling

Indicator/verwijzing

Streefwaarde 2012

Coherentie tussen nationale en Europese rechtsorde

Snelheid implementatie Europese richtlijnen, percentage binnen de Europese normen zoals beschreven in het Scoreboard van de interne markt.

– In 0% van de geldende richtlijnen termijnoverschrijding van meer dan 2 jaar (Nederland: 0%)

– In ten hoogste 1% van de geldende richtlijnen termijnoverschrijding (Nederland nu: 0,5%).

Bron: I-Timer, elektronische Termijnbewakingssysteem implementatie Europese regelgeving

Operationele doelstelling 11.2

Het bevorderen van de kwaliteit van wetten en regels, van de onderlinge samenhang en consistentie van wetgeving en het versterken van de juridische functie van het Rijk.

Motivering

Heldere, uitvoerbare en rechtmatige wetgeving is noodzakelijk voor een rechtsorde die de vrijheid van mensen beschermt en ruimte biedt aan mensen om zich te ontplooien en aan bedrijven om te kunnen ondernemen. Wetgeving draagt hieraan bij door duidelijke regels en kaders te stellen. Hiervoor is vereist dat wet- en regelgeving voldoen aan hoge kwaliteitseisen en dat departementen voldoende juridische kwaliteit leveren. Speerpunten voor 2012 zijn: aandacht voor nut en noodzaak van wetgeving en voor de uitvoerbaarheid ervan; ruimte voor burgers, professionals, bedrijven en mede-overheden en stroomlijning en versnelling van procedures en van het wetgevingsproces zelf.

Instrumenten

Hieronder zijn de beleidsinstrumenten opgenomen die moeten bijdragen aan de kwaliteit van wetgeving en versterking van de juridische functie.

Kwaliteit van wetgeving

In 2012 wordt de bewaking van de wetgevingskwaliteit voortgezet met behulp van de volgende bestaande instrumenten:

  • Toetsing: ontwerpwetgeving wordt getoetst voor behandeling in de ministerraad aan de algemeen aanvaarde kwaliteitscriteria als administratieve en bestuurlijke lasten, uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid, grondrechten en internationaal en Europees recht;

  • Kenniscentrum Wetgeving: het kenniscentrum vormt het permanente forum binnen de rijksoverheid voor de ontwikkeling van nieuwe instrumenten van wetgeving en uitwisseling van kennis en ervaring van betrokkenen bij het wetgevingsproces;

  • Academie voor wetgeving en Academie voor overheidsjuristen: opleiden van nieuwe en zittende wetgevingsjuristen én opleiden van juristen die belast zijn met andere taken;

  • Interdepartementale Commissie voor Constitutionele aangelegenheden en wetgevingsbeleid: de ICCW vormt het ambtelijke voorportaal van de Raad voor de Veiligheid en is tevens het interdepartementale forum voor departementsoverschrijdende juridische zaken, waaronder begrepen het algemeen wetgevingsbeleid;

  • Interdepartementale Commissie Europees recht: draagt bij aan de samenhang van nationaal en Europees recht onder meer door bewaking van voor het nationaal recht relevante ontwikkelingen op Europeesrechtelijk terrein en door Europeesrechtelijke advisering over nationale voorstellen;

  • Vermindering regeldruk: een bijdrage leveren aan het realiseren van de kabinetsdoelstellingen voor het verminderen van regeldruk voor burgers, bedrijven en professionals met een publieke taak. Dit kan door de regeldruk van bestaande regelgeving op het terrein van het Ministerie van Veiligheid en Justitie te verminderen en de stijging van regeldruk door nieuwe regelgeving te voorkomen.

In 2012 worden de volgende nieuwe activiteiten uitgevoerd:

Stroomlijning en versnelling van het wetgevingsproces

Om in het kader van het streven naar een compacte overheid de snelheid en de efficiëntie van het wetgevingsproces te verhogen zet het kabinet in op een betere planning en prioriteitstelling van de voorbereiding van nieuwe wetgeving.

Gebruik van ICT-instrumenten in het wetgevingsproces

Dit programma is gericht op de ontwikkeling van ICT-instrumenten ter ondersteuning van het wetgevingsproces en de kwaliteitsverbetering van wetgeving. Bijvoorbeeld een interdepartementaal wetgevingsvoortgangssysteem, een digitaal toetsloket voor het efficiënt kunnen toetsen van alle voorstellen waarvoor verplichte toetsen moeten worden uitgevoerd en een wetgevingseditor om efficiënter wet- en regelgeving te kunnen maken. In 2012 worden de ontwikkelde instrumenten geïmplementeerd zodat ministeries hiervan gebruik kunnen maken.

Implementatie integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving

In 2011 (TK 29 515, nr. 330) heeft het kabinet besloten dat nieuwe voorstellen voor beleid en wetgeving die aan het parlement worden voorgelegd antwoord moeten geven op de centrale vragen uit het Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK). Dit draagt bij aan een gestructureerd «evidence-based» beleid bij de beslissing tot overheidsinterventie door onder andere wetgeving. Bestaande toetsingsinstrumenten zijn gesaneerd en geïntegreerd in een digitaal systeem dat beleidsmedewerkers en wetgevingsjuristen ondersteunt bij de ontwikkeling en verantwoording van nieuw beleid en nieuwe regelgeving. Dit is onder andere van belang om in onderraden en ministerraad de aandacht te vergroten voor de kwaliteitsaspecten van nieuw beleid en nieuwe wetgeving, waaronder de uitvoerbaarheid. In 2012 wordt de toepassing van het IAK bij de voorbereiding van beleid en wetgeving verder geïmplementeerd.

Vaker consulteren via internet

Op basis van de ervaringen in het rijksbrede experiment internetconsultatie wetgeving is besloten om vaker via internet te consulteren over voorstellen voor wet- en regelgeving. Dit vergroot de transparantie van het wetgevingsproces, versterkt de mogelijkheden voor publieke participatie en draagt bij aan de kwaliteit van voorstellen voor wet- en regelgeving. In 2012 wordt ingezet op het uitvoeren van internetconsultatie waar dat nuttig is, met name bij voorstellen die veel veranderingen aanbrengen in rechten en plichten van burgers, bedrijven en instellingen of die grote consequenties hebben voor de uitvoeringspraktijk.

Juridische functie van het Rijk en uitvoering Compacte Rijksdienst

De directies juridische zaken van de verschillende departementen werken structureel samen om ervoor te zorgen dat de ministeries juridisch «in control» zijn. De Interdepartementale Commissie voor Constitutionele aangelegenheden en wetgevingsbeleid (ICCW) speelt hierbij een centrale rol. In dit kader worden ook verdere mogelijkheden voor shared services verkend en toegepast, bijvoorbeeld voor het beheer van ICT-instrumenten in het wetgevingsproces. In het kader van het programma Compacte Rijksdienst coördineert het Ministerie van Veiligheid en Justitie in 2012 de voorbereiding van de wetgeving die nodig is voor de in dat programma voorziene clustering van de incasso van rijksvorderingen bij het Centraal Justitieel Incasso Bureau.

Implementatie van Europese regelgeving

In 2012 zal het project «Implementatieverbanden» worden afgerond. De verdere standaardisering van transponeringstabellen (verwijzingstabellen voor omzetting van Europese regelgeving in nationale regelgeving), die door dit project wordt gerealiseerd, maakt het mogelijk om deze tabellen ook voor andere doeleinden te gebruiken. Bijvoorbeeld om de relaties tussen nationale en Europese regelgeving inzichtelijker te maken en om mogelijkheden te inventariseren om de snelheid en kwaliteit van (implementatie)regelgeving te verbeteren.

Meetbare gegevens

Voor het bereiken van maatschappelijke effecten op diverse beleidsterreinen is een goede kwaliteit van wetgeving en een sterke juridische functie van het Rijk van groot belang. De directe maatschappelijke effecten van de instrumenten die ingezet worden om de kwaliteit van wetgeving te bevorderen en ter versterking van de juridische functie, zijn echter moeilijk meetbaar. Zoals in bovenstaande is aangegeven, worden diverse inspanningen verricht om de kwaliteit van wetgeving voortdurend te monitoren en te verbeteren.

In onderstaande tabel zijn streefwaarden vermeld voor de belangrijkste beleidsinstrumenten.

Rijksbrede wetgevingskwaliteit (operationele doelstelling 11.2)
 

Indicator

2012

Systematisch monitoren wetgevingskwaliteit en daar algehele beleidslijn t.b.v. wetgevingskwaliteit uit destilleren

Wetsevaluaties worden systematisch bijeengebracht.

In het clearing house wetsevaluatie en daar aan de hand van een analysekader geanalyseerd om informatie te verzamelen over de werking van wetgeving.

In 2012 wordt een eindrapportage opgesteld door het clearing house wetsevaluatie en door de Minister van Veiligheid en Justitie aan het parlement gezonden.

Integrale voorbereiding van beleid en wetgeving en verantwoording van gemaakte keuzes

Toepassing werkwijze van het integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK) en verantwoording van gemaakte keuzes in beleid- en regelgevingsvoorstellen.

Structurele inbedding in beleids- en wetgevingsproces houdt in dat zoveel mogelijk beleidsnota’s en wetsvoorstellen worden voorbereid met behulp van het IAK en dat de gemaakte keuzes expliciet worden verantwoord in de beleidsnota of toelichting bij een wetsvoorstel.

Vaste verandermomenten (VVM)

Toepassing VVM en verantwoording hierover in de toelichting bij een wettelijke regeling.

In 2012 wordt een evaluatieonderzoek uitgevoerd naar de werking van het systeem van VVM en de mate waarin het systeem wordt nageleefd. De resultaten van dit onderzoek worden gerapporteerd aan de Tweede Kamer.

12 Rechtspleging en rechtsbijstand

Algemene doelstelling

Een doeltreffend en doelmatig rechtsbestel.

Meerjarenperspectief

In het Regeerakkoord is opgenomen dat de rechtspraak op civiel en bestuursrechtelijk terrein vanaf 2013 zo veel mogelijk zal worden bekostigd door degenen die daar gebruik van maken. Vanwege de financiële problematiek die zich al in 2012 voordoet, is de ingangsdatum van deze maatregel met een half jaar vervroegd.

De inzet van het kabinet is om te komen tot een beter functionerend rechtsbestel. De versterking van het toezicht op de juridische beroepen is één van de maatregelen die daar aan bijdraagt. De kosten voor het wettelijke toezicht op de juridische beroepen komen met ingang van 2014 ten laste van de beroepsorganisaties van advocaten, gerechtsdeurwaarders en notarissen.

Ook voor de gefinancierde rechtsbijstand moeten in de komende jaren besparingen worden gerealiseerd. Een ander aspect van het rechtsbestel is de schuldsanering voor natuurlijke personen. Deze wordt gekenmerkt door een sterke verbondenheid met de economische conjunctuur. Voor de komende jaren moet rekening worden gehouden met een verdere toename van de schuldenproblematiek. Inzet van het kabinet is en blijft het stimuleren van buitengerechtelijke oplossingen en vooral preventieve maatregelen.

Het kabinet is voornemens een impuls te geven aan innovatie binnen het rechtsbestel, met name aan projecten en toepassingen die de geschiloplossing voor burgers, bedrijven en professionele partijen sneller, goedkoper en beter laten verlopen.

Omschrijving van de samenhang

De zorg voor het gehele rechtsbestel impliceert niet alleen dat het stelsel als samenhangend geheel blijft voortbestaan, maar ook dat de toegankelijkheid ervan is gegarandeerd (12.2) en dat het doeltreffend en doelmatig functioneert (12.3).

Verantwoordelijkheid

De stelselverantwoordelijkheid van de Minister van Veiligheid en Justitie strekt zich voornamelijk uit tot het scheppen van optimale voorwaarden voor het in stand houden en verbeteren van een goed en toegankelijk rechtsbestel ten behoeve van de civiele, bestuurlijke en strafrechtspleging. Dit omvat dus ook het vormgeven, onderhouden en verbeteren van de strafrechtsketen.

De beleidsverantwoordelijkheid ligt op het terrein van de rechtspleging (met inachtneming van de onafhankelijke positie van de rechter en de zelfstandige positie van de Raad voor de rechtspraak), de keteninformatievoorziening en de toegang tot het rechtsbestel. Tot dit laatste wordt ook de beleidsverantwoordelijkheid gerekend voor alternatieve geschillenbeslechting en schuldsanering. De Minister van Veiligheid en Justitie is daarbij verantwoordelijk voor het wettelijke traject van de schuldsaneringsregeling, de faillissementsrechters en de bewindvoerders, terwijl de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verantwoordelijk is voor het daaraan voorafgaande (buitengerechtelijke) minnelijke traject van schuldhulp, uitgevoerd door de gemeenten en gemeentelijke kredietbanken.

Voor de Raad voor Rechtsbijstand, het Bureau Financieel Toezicht (BFT) en het Register beëdigde tolken en vertalers (Rbtv) heeft de minister een sturingsverantwoordelijkheid, hetgeen betekent dat de uitvoering van het beleid is overgedragen aan extern verzelfstandigde taakorganisaties of aan privaatrechtelijke instellingen. Deze verantwoordelijkheid betreft in het bijzonder het in stand houden en conditioneren van productieve werkrelaties tussen het kerndepartement en betreffende organisaties.

De Minister van Veiligheid en Justitie heeft een verantwoordelijkheid voor het wettelijk kader ten aanzien van tolken, vertalers, deskundigen en andere zelfstandige professionals binnen het justitiële domein zoals, advocaten, notarissen en gerechtsdeurwaarders.

Ten aanzien van de Raad voor de rechtspraak en de Hoge Raad heeft de minister een beheersmatige verantwoordelijkheid die zich beperkt tot de financiering, het beheersmatig toezicht houden en het optreden als werkgever (voor de rechterlijke macht). Dit omvat ook de verantwoordelijkheid voor de arbeidsvoorwaarden van rechterlijke ambtenaren.

Dit geldt eveneens ten aanzien van de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) en het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP).

Externe factoren

Het goed functioneren en de inrichting van (de stelsels van) rechtspraak en rechtsbijstand wordt mede beïnvloed door een aantal externe factoren. Dit betreft met name Europese wetgeving en jurisprudentie. Daarnaast wordt het beroep op het rechtsbestel mede beïnvloed door economische, demografische en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen.

Meetbare gegevens

De bevoegdheid van de Minister van Veiligheid en Justitie ten aanzien van het rechtsbestel is beperkt en vooral voorwaardenscheppend. Toch is Veiligheid en Justitie verantwoordelijk voor de doeltreffendheid en doelmatigheid van het rechtsbestel als zodanig. Normen voor een adequaat rechtsbestel laten zich niet in indicatoren vatten, die in één oogopslag de beleidseffectiviteit in beeld brengen. Met behulp van monitoren, trendrapportages, beleidsdoorlichtingen en beleidsevaluaties wordt op kwantitatieve, maar ook op kwalitatieve wijze inzicht verkregen in de effecten van het beleid om de toegang tot de rechtspleging te bevorderen (12.2). Voor de rechtspraak (12.3) kan dit slechts met kwalitatieve indicaties. Daarnaast is bij de operationele doelstellingen een aantal input-, throughput- en outputindicatoren opgenomen die samen inzicht bieden in de effectiviteit van beleidsinstrumenten op de geformuleerde doelstellingen. In 2010 zijn twee rapporten van het WODC aan de Tweede Kamer aangeboden met een beleidsreactie inzake onderscheidenlijk geschillenbeslechting voor burgers en geschillenbeslechting in het midden- en kleinbedrijf (TK 31 753, nr. 19). Deze rapporten bieden inzicht in het gedrag van burgers en bedrijven die worden geconfronteerd met (potentieel) juridische geschillen. De onderzoeken bieden voorts materiaal dat nodig is om beleidsvoorstellen op het terrein van het civiele en bestuursrecht nader te onderbouwen en te ontwikkelen.

Budgettaire gevolgen van beleid x € 1 000
   

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Verplichtingen

983 503

1 521 659

1 569 535

1 482 135

1 387 124

1 394 689

1 403 642

                 

Apparaatuitgaven

32 949

34 362

36 009

32 723

26 205

32 198

32 160

12.3.2 Hoge Raad

32 949

34 362

36 009

32 723

26 205

32 198

32 160

               

Programma-uitgaven

1 403 183

1 487 297

1 533 526

1 449 412

1 360 919

1 362 491

1 371 482

                 

12.2

Adequate toegang tot het rechtsbestel

483 277

526 941

524 712

528 079

453 930

460 117

470 548

Waarvan juridisch verplicht

 

526 941

524 712

430 196

370 158

320 153

220 153

 

12.2.1 Raden voor rechtsbijstand

458 368

496 695

494 816

497 883

433 772

439 964

450 395

 

12.2.2 Overig

24 909

30 246

29 896

30 196

20 158

20 153

20 153

12.3

Slagvaardige en kwalitatief goede rechtspleging

919 906

960 356

1 008 814

921 333

906 989

902 374

900 934

Waarvan juridisch verplicht

 

959 806

941 530

912 641

900 184

894 645

892 243

 

12.3.1 Raad voor de rechtspraak – gerechten

904 692

944 786

993 131

905 874

891 811

887 371

885 973

 

12.3.3 Overige diensten

15 214

15 570

15 683

15 459

15 178

15 003

14 961

                 

Ontvangsten

199 380

244 282

302 882

465 655

465 655

465 655

465 655

Waarvan Griffie-ontvangsten

190 743

236 026

295 026

461 526

461 526

461 526

461 526

Het niet-juridische verplichte deel op dit beleidsartikel is gereserveerd voor bestuurlijk gebonden uitgaven via diverse subsidiebeschikkingen, onder meer voor de Stichting Geschillencommissie Consumentenzaken, de Nederlandse Orde van Advocaten en het Bureau Financieel Toezicht. Daarnaast zijn er middelen gereserveerd voor de gesubsidieerde rechtsbijstand in de vorm van toevoegingen en piketten. Ook zijn er middelen bestemd voor toezicht en onderzoek, bijvoorbeeld op het terrein van rechtspraak, schuldsanering en rechtsbijstand.

Operationele doelstelling 12.2

Burgers en bedrijven hebben toegang tot een passende en effectieve vorm van geschillenbeslechting en/of rechtspleging.

Motivering

Een effectieve toegang tot het rechtsbestel is van belang om burgers en rechtspersonen in staat te stellen hun recht te halen. Daarbij staat het waarborgen van de toegang tot het recht centraal. Voorts is het uitgangspunt dat burgers en bedrijven in eerste instantie proberen zelf en samen een oplossing te vinden voor onderling gerezen geschillen. Burgers en bedrijven hebben baat bij een toegankelijke juridische infrastructuur omdat die de rechtszekerheid biedt die noodzakelijk is voor het functioneren van de economie en het vertrouwen in de rechtsstaat. De toegang is effectief als burgers met een juridisch probleem of geschil snel terecht kunnen voor bijstand bij de meest passende dienstverlener (advocaat, mediator, notaris, gerechtsdeurwaarder, Juridisch Loket). Om de effectiviteit te vergroten wordt in 2012 ingezet op de volgende zaken:

  • het beter laten aansluiten van rechtsbijstand en rechtspraak en het bevorderen van buitengerechtelijke geschiloplossingen;

  • het verbeteren van het maatschappelijke vertrouwen in het notariaat en de advocatuur;

  • het bevorderen van het professioneel handelen van de advocaat, de gerechtsdeurwaarder en de notaris.

Kostendekkende griffierechten

Instrumenten

In het Regeerakkoord is de invoering van een kostendekkend griffiestelsel aangekondigd. Deze maatregel wordt verwezenlijkt door verhoging van de tarieven. Dit verhoogt enerzijds de inkomsten uit griffierechten en vermindert anderzijds de instroom van zaken bij de rechtspraak. Voor 60% van de Nederlandse bevolking komt er een gereduceerd tarief. Zo wordt voorkomen dat het recht op toegang tot de rechter in het gedrang komt. Niet alleen on- en minvermogenden worden gedeeltelijk gecompenseerd voor de hogere griffierechten, maar ook de middeninkomens krijgen compensatie.

Voorts spreekt de maatregel de eigen verantwoordelijkheid van de rechtzoekende aan doordat diegenen die gebruik maken van de rechtspraak hiervoor meer zelf moeten betalen. Door de hogere lasten zal de rechtzoekende een betere afweging maken tussen de gang naar de rechter en een andere wijze van geschiloplossing. Het streven is om het wetsvoorstel in het voorjaar 2012 in de Eerste Kamer te behandelen zodat de wet kostendekkende griffierechten per 1 juli 2012 ingevoerd kan worden.

Rechtsbijstand

Als gevolg van de taakstelling op de rechtsbijstand moet de burger meer eigen verantwoordelijkheid nemen ten aanzien van de procedure waarbij hij betrokken is. De besparing bestaat uit verschillende componenten, zoals de verhoging van de eigen bijdrage bij echtscheiding en de verlaging van de vergoeding voor de verlening van rechtsbijstand met 5% vanaf 1 januari 2012. Ook wordt indexatie van deze vergoeding aangepast.

Hier tegenover staat een lastenverlichting voor de advocatuur. Deze wordt bereikt doordat de Raad voor Rechtsbijstand niet langer alle individuele aanvragen controleert. Ook gaan advocaten zelf hun aanvragen elektronisch bij de Raad voor Rechtsbijstand indienen. Implementatie van de lastenverlichting is in 2011 gestart en zal ultimo 2013 zijn gerealiseerd.

Als laatste maatregel wordt de Raad voor Rechtsbijstand zelf een financiële taakstelling per 2014 opgelegd. In 2011 is onderzocht hoe het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand kan worden vernieuwd om de financiële beheersbaarheid voor de langere termijn te waarborgen. Daarbij is in het bijzonder gekeken naar de mogelijkheden van een leenstelsel, aanbesteding van rechtsbijstand en verbetering van de filterende functie van het Juridisch Loket. In 2012 wordt besloten welke richting gekozen en uitgewerkt wordt.

Raadsman bij politieverhoor

Naar aanleiding van arresten van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en arresten van de Hoge Raad wordt wetgeving voorbereid die de verdachte het recht geeft om voorafgaand aan het eerste politieverhoor, gedurende een half uur, een raadsman te consulteren en in bepaalde gevallen tevens te verzoeken of de raadsman bij het verhoor aanwezig mag zijn. Bij de voorbereiding wordt voortgebouwd op de geldende Aanwijzing rechtsbijstand politieverhoor (Staatscourant 4003, 16 maart 2010). Het wetsvoorstel wordt naar verwachting begin 2012 bij de Tweede Kamer ingediend.

Toezicht juridische beroepen

Het bevorderen van het maatschappelijk vertrouwen in het functioneren van het notariaat door het versterken van het wettelijk toezicht krijgt in 2012 zijn beslag door de wijziging van de Wet op het notarisambt, die een versterking van het toezicht op het notariaat inhoudt en tevens een scheiding aanbrengt tussen toezicht en tuchtrechtspraak. Het uitgangspunt van het versterken van het toezicht op de juridische beroepsbeoefenaren, waarbij naast het financiële toezicht meer aandacht uitgaat naar de integriteit van de beroepsuitoefening, geldt ook voor de gerechtsdeurwaarders en advocaten. Voor beide beroepsgroepen zijn wetswijzigingen in voorbereiding. Voorts wordt ook de bekostiging van het toezicht en de tuchtrechtspraak van de juridische beroepen met een wettelijk geregeld toezicht en tuchtrecht gewijzigd, waarbij uitgangspunt is dat de beroepsorganisaties zelf deze kosten dragen.

Schuldsanering

De Wet schuldsanering natuurlijke personen is onderdeel van de Faillissementswet en wordt gekenmerkt door een sterke verbondenheid met de economische conjunctuur. De verwachting is dat voor 2012 rekening moet worden gehouden met een verdere toename van de schuldenproblematiek. Inzet van het kabinet is een buitengerechtelijke oplossing bij een problematische schuldenlast en een nadruk op preventieve maatregelen. Centraal staat de implementatie van de aanbevelingen uit het quick scan advies van de Raad voor Rechtsbijstand. De Raad heeft als één van de doelstellingen voor 2012 om te trachten de samenwerking tussen het buitengerechtelijke en het wettelijke traject te verbeteren. Schuldenproblematiek is sterk verweven met andere problematiek; soms zijn de schulden oorzaak van probleemgedrag. Ingezet wordt daarom op het beschermingsbewind via de kantonrechter. Een daartoe strekkend wetsvoorstel zal eind 2012 in werking kunnen treden (Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek inzake curatele, onderbewindstelling en mentorschap ten behoeve van meerderjarigen).

Meetbare gegevens

Zoals aangegeven onder de kopjes verantwoordelijkheid en prestatiegegevens bij de algemene doelstelling is de verantwoordelijkheid van de minister voor een effectieve toegang tot het rechtsbestel beperkt tot het scheppen van optimale voorwaarden. Derhalve zijn geen outcome-indicatoren opgenomen, maar wordt volstaan met input-, throughput- en outputindicatoren. In onderstaande tabellen worden gegevens gepresenteerd die samen inzicht bieden in de effectiviteit van de ingezette beleidsinstrumenten. Daarnaast geven evaluatieonderzoeken naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid kwantitatief en kwalitatief inzicht in de beleidseffecten. Bijvoorbeeld de twee rapporten van het WODC inzake onderscheidenlijk geschillenbeslechting voor burgers en geschillenbeslechting in het midden- en kleinbedrijf (TK 31 753, nr. 19) en de jaarlijkse monitors en trendrapportages bij dit beleidsartikel (onder meer programma Rechtsbijstand en Geschiloplossing, WSNP, gesubsidieerde rechtsbijstand).

A. Alternatieve geschillenbeslechting

Mediation
 

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Slagingspercentage mediations binnen het justitiële domein

57

60

60

60

60

60

60

Verwijzing door de rechter

4 311

4 500

3 440

3 470

3 510

3 550

3 590

Verwijzing door het Juridisch Loket

1 924

2 250

2 250

2 250

2 250

2 250

2 250

Afgegeven mediation toevoegingen

7 330

7 300

7 300

7 300

7 300

7 300

7 300

Bron: Raad voor Rechtsbijstand en Raad voor de rechtspraak

Toelichting

De doorverwijzingsvoorzieningen bij het Juridisch Loket en bij de rechtspraak zijn effectief en blijven nodig om ervoor te zorgen dat partijen hun verantwoordelijkheid voor de oplossing van hun conflict ook op zich nemen, al dan niet met behulp van een mediator. De prognose voor het aantal doorverwijzingen door de rechter is naar beneden bijgesteld. De verwachting is dat het slagingspercentage van mediation stabiel rond de 60% zal blijven.

Geschillencommissies

Steeds meer mensen vinden hun weg naar de Geschillencommissie (SGC) waardoor zij op een eenvoudige, snelle en goedkope manier hun recht te weten vinden in geschillen met een leverancier of dienstverlener.

B. Rechtsbijstand

Zie ook monitor gesubsidieerde rechtsbijstand 2010.

Rechtsbijstand
 

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Programmauitgaven

             
               

Strafzaken (ambtshalve)

             

Aantal afgegeven toevoegingen

98 125

98 126

99 350

99 306

94 707

95 723

96 929

Uitgaven (mln.)

€ 111,7

€ 118,8

€ 113,3

€ 114,4

€ 103,4

€ 104,5

€ 105,8

               

Strafzaken (regulier)

             

Aantal afgegeven toevoegingen

52 652

50 063

52 797

51 780

46 129

47 830

48 905

Uitgaven (mln.)

€ 38,8

€ 37,1

€ 36,9

€ 36,5

€ 30,8

€ 32,0

€ 32,7

               

Civiele zaken

             

Aantal afgegeven toevoegingen

244 203

238 388

249 590

250 193

216 801

220 267

224 898

Uitgaven (mln.)

€ 197,7

€ 204,6

€ 201,7

€ 204,3

€ 167,8

€ 170,4

€ 174,0

               

Inverzekeringstellingen

             

Aantal toevoegingen

100 360

119 476

133 531

132 169

130 894

131 411

133 103

Uitgaven (mln.)

€ 27,7

€ 31,7

€ 33,4

€ 33,4

€ 31,3

€ 31,4

€ 31,8

               

Lichte adviestoevoeging

             

Aantal afgegeven toevoegingen

10 660

9 160

9 160

9 160

7 660

7 460

7 460

Uitgaven (mln.)

€ 2,6

€ 2,2

€ 2,1

€ 2,1

€ 1,7

€ 1,6

€ 1,6

               

Asiel

             

Instroom asielzoekers in AC

15 150

15 000

15 000

15 000

15 000

15 000

15 000

Aantal afgegeven toevoegingen

29 201

29 105

29 105

29 105

29 105

29 105

29 105

Uitgaven (mln.)

€ 41,2

€ 42,7

€ 46,4

€ 45,1

€ 39,8

€ 40,1

€ 43,3

               

Het Juridisch Loket

             

Aantal klantencontacten

777 955

785 657

801 062

816 467

831 872

847 277

847 277

Uitgaven (mln.)

€ 23,1

€ 23,2

€ 23,9

€ 23,9

€ 24,0

€ 24,4

€ 24,6

               

Uitvoeringslasten Rechtsbijstand

             

Raad voor Rechtsbijstand

€ 30,2

€ 29,0

€ 29,9

€ 29,9

€ 27,2

€ 27,6

€ 28,5

               

Totaal uitgaven (mln.)

€ 473,0

€ 489,4

€ 487,4

€ 489,6

€ 426,0

€ 432,1

€ 442,4

Bron: Raad voor Rechtsbijstand

Algemeen

De aantallen werkelijk afgegeven toevoegingen opgenomen in deze begroting voor 2010 wijken af van het Jaarverslag van de Raad voor Rechtsbijstand. Dit heeft te maken met het feit dat de Rechtsbijstand gefinancierd wordt op basis van het aantal toevoegingen afgegeven in de periode september 2009 tot en met augustus 2010. Voor de prijzen geldt als uitgangspunt de gemiddelde prijs van de afgehandelde declaraties, rekening houdend met de indexering voor 2010. Vanaf 2012 vertonen de prijzen een daling in verband met aanpassing van het tarief voor de gesubsidieerde advocatuur met 5 %. In deze begroting is de taakstelling van € 50 mln. per 2014 verwerkt.

Ambtshalve straftoevoegingen

De ambtshalve straftoevoegingen vertonen een daling vanaf 2014 op basis van de uitkomsten van de zogenoemde PMJ-ramingen (Prognosemodel Justitiële Ketens).

Reguliere straftoevoegingen

De PMJ-ramingen gaan voor reguliere straftoevoegingen uit van eerst een stabiel beeld en vanaf 2014 is de verwachting dat een daling zal optreden.

Civiele toevoegingen

De PMJ-ramingen geven het beeld van een toename voor de korte termijn (tot en met 2013) en daarna weer een afname. De in te voeren maatregelen uit het Programma Taakstelling rechtsbijstand en geschiloplossing leiden tot minder afgegeven toevoegingen. Deze afname zal zich naar verwachting vooral na 2013 aftekenen.

Inverzekeringstellingen

Gelet op de verwachting dat het aantal consulten door advocaten voorafgaand aan het verhoor (als gevolg van arrest Salduz door het Europese Hof voor de Rechten van de mens en de fundamentele vrijheden) zal stijgen, leidt dit tot een structurele toename van het aantal toevoegingen.

Lichte adviestoevoegingen

Per 1 juli 2009 is de eigen bijdrage voor de lichte adviestoevoegingen verhoogd. Dit heeft geleid tot een afname van het aantal toevoegingen. De verwachting is dat voor 2012 en de volgende jaren het aantal gelijk blijft en na 2014 verder daalt.

Asiel

Voor 2010 is een instroom van 15 150 asielzoekers gerealiseerd en voor de jaren daarna wordt een instroom van 15 000 verwacht. Op deze cijfers zijn de aantallen afgegeven toevoegingen begroot. De invoering van de nieuwe asielprocedure per 1 juli 2010 leidt tot meer inzet van toegevoegde raadslieden aan het begin van de procedure en dit heeft dus een prijsverhogend effect. Daarnaast worden ook de advocaatkosten bij de aanmeldcentra en de kosten voor tolken en vertalers meegenomen.

Het Juridisch Loket

Voor de komende jaren is een verdere toename van de inzet van het Juridisch Loket voorzien in het kader van het Programma Rechtsbijstand en Geschiloplossing (Diagnose en Triage). Door het intensiveren van de contacten met de burgers in verband met geschiloplossing en uitbreiding van de adviesmogelijkheden worden meer geschillen buiten de advocaat en de rechter beslecht. De omvang van de organisatie zal licht toenemen in verband met de uitbreiding van taken.

Raad voor Rechtsbijstand

Medio 2010 is het formele traject van centralisatie tot één Raad afgerond. Veel processen en activiteiten worden geüniformeerd en gestroomlijnd zodat een eenvormig beleid ontstaat ten aanzien van het afgeven van toevoegingen en het verwerken van de declaraties. Ook op het gebied van automatisering en digitalisering worden deze stappen gezet.Dit alles naast het ontwikkelen van kwaliteitssystemen om ervoor te zorgen dat in de komende jaren de rechtmatigheid en doelmatigheid van de gefinancierde rechtsbijstand geborgd zijn. Dit omvormingsproces zal de efficiency verhogen en een administratieve lastenverlichting betekenen voor de advocatuur.

inkomenscategorie

verzamelinkomen tot1

eigen bijdrage1

aandeel in totaal inkomensafhankelijke toevoegingen 2

alleenstaande

niet-alleenstaande

A

€ 17 300

€ 24 200

€ 101

80%

B

€ 17 900

€ 25 000

€ 159

2%

C

€ 18 900

€ 26 300

€ 274

3%

D

€ 20 700

€ 29 300

€ 482

6%

E

€ 24 600

€ 34 700

€ 757

9%

       

100%

X Noot
1

per 1-1-2011

X Noot
2

bron: Monitor rechtsbijstand 2010

C. Juridische beroepsgroepen

In 2010 heeft een samenvoeging plaatsgevonden van de verschillende trendonderzoeken voor de juridische beroepen en de verwerking van gegevens van het CBS, de Raad voor de rechtspraak, rechtsbijstandverzekeraars, de Raad voor Rechtsbijstand en andere instanties. Dit heeft geleid tot de ontwikkeling van een nieuwe monitor rechtsbestel die relevante beleidsindicatoren oplevert die in totaliteit inzicht geven in de meerjarige trends en kwantitatieve ontwikkelingen in de onderscheiden beroepsgroepen en samenhangende verbanden en ontwikkelingen in het rechtsbestel.

Om een beeld te kunnen schetsen van de ontwikkelingen in het (maatschappelijk) functioneren van het rechtsbestel op het gebied van civiel en bestuursrecht is behoefte aan beleidsinformatie over de ontwikkelingen in het stelsel van geschilbeslechting in de afgelopen jaren. Er bestaan, onder andere bij het WODC, verschillende monitoren en trendrapportages die informatie geven over de juridische beroepsgroepen, rechtspraak en geschilbeslechting. Doel van de nieuwe «Monitor Rechtsbestel» is de informatie van verschillende monitoren en ander relevant onderzoek te bundelen in één – tweejaarlijks te verschijnen – rapport. De Monitor zal zich vooral richten op het weergeven van trends of nieuwe ontwikkelingen op het terrein van de toegankelijkheid en kwaliteit van procedures en juridische dienstverleners in het rechtsbestel. In 2007 is een eerste rapport van het WODC verschenen, «Geschilprocedures en rechtspraak in cijfers 2005», waarin gegevens over de jaren 2000–2005 zijn gepresenteerd. De huidige monitor bouwt hierop voort en wordt uitgebreid met gegevens die in voorgaande jaren werden verzameld voor de Trendrapportages van de juridische beroepsgroepen (advocatuur, notariaat, gerechtsdeurwaarders).

D. Schuldsanering

Het aantal schuldsaneringprocedures is in 2010 met 25% toegenomen. Ook nu (2011) stijgt het aantal schuldsaneringprocedures nog steeds. De verwachting is dat ook voor 2012 rekening moet worden gehouden met een verdere toename van de schuldenproblematiek. Het is aannemelijk dat als gevolg van de economische recessie er meer mensen een beroep doen op de schuldhulp- en schuldsaneringsregelingen. Dat het effect van de recessie zich nu nog steeds laat zien in meer schuldhulp- en schuldsaneringszaken komt doordat er sprake is van een vertragend effect voordat men in werkelijke schuldenproblematiek belandt. Inzet is en blijft buitengerechtelijke oplossing bij een problematische schuldenlast. Voor nadere analyses wordt verwezen naar de Monitor Wet schuldsanering natuurlijke personen, Zesde Meting (Tk 32 123 VI, nr. 125). De Zevende monitor is medio 2011 gereed.

Operationele doelstelling 12.3

Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel.

Motivering

In 2012 wordt, net als in de afgelopen jaren, ingezet op een doelmatig functionerend rechtsbestel. Dit wordt bereikt door samenwerking in de keten, het rechtsbestel als geheel. Efficiënt en doelmatig werken binnen het rechtsbestel ter bevordering van de kwaliteit komt de komende jaren tot uiting in de herziening van de gerechtelijke kaart, het streven naar betere digitale toegankelijkheid en het bevorderen van het gebruik van moderne technologie. Deze stappen zijn ook nodig tegen de achtergrond van een stijgende instroom bij de rechtspraak.

Herziening gerechtelijke kaart

Instrumenten

In het verlengde van de parlementaire goedkeuring van het voorstel tot herziening van de gerechtelijke kaart (TK 29 279, nrs. 85, 90, 97 en 100) staat het jaar 2012 in het teken van de verdere voorbereidingen voor de implementatie van de nieuwe gerechtelijke kaart en de beoogde inwerkingtreding van de Wet herziening gerechtelijke kaart. Deze herziening is een belangrijke voorwaarde om de grote uitdagingen (zoals de verkorting van doorlooptijden en versnelling in strafzaken) bij een stijgende instroom van rechtszaken, de taakstelling op de rechtspraak door middel van kostendekkende griffierechten en innovatie van civiel- en bestuursrechtelijke procedures waar de rechtspraak zich voor gesteld ziet aan te kunnen gaan. Door terugbrenging van het aantal arrondissementen en rechtbanken van negentien naar tien en het aantal ressorten en gerechtshoven van vijf naar vier ontstaan meer mogelijkheden om de behandeling van zaken binnen één gerecht beter te organiseren. De rechtspraak krijgt zo meer ruimte om deskundigheden op te bouwen op specialistische terreinen. Bij de voorbereidingen worden geen onomkeerbare stappen gezet.

Innovatie rechtsbestel

Parallel aan het kostendekkend maken van de griffierechten, wordt een innovatieprogramma voor het griffiestelsel ontwikkeld. Doel van dit programma is om gerechtelijke procedures sneller, effectiever en goedkoper te maken voor burgers en bedrijven. In september 2011 is een innovatieagenda naar de Tweede Kamer gestuurd waarin de activiteiten en te bereiken resultaten voor 2012 zijn opgenomen. Voorts heeft innovatie binnen het rechtsbestel ook betrekking op het bevorderen van het gebruik van moderne technologie in het rechtsbestel. De volgende thema's hebben prioriteit: het wegnemen van wettelijke belemmeringen voor een digitaal toegankelijk rechtsbestel, het bevorderen van videoconferentie in het strafrecht, het digitaal strafdossier, het elektronische procederen in het civiele recht, het digitaal toegankelijk maken van registers en het op Europees niveau bevorderen van European e-Justice.

Visie toekomst forensisch onderzoek

In zijn brief aan de Tweede Kamer van 26 juni 2009 heeft de Minister van Veiligheid en Justitie zijn visie gegeven op de toekomst van het forensisch onderzoek (TK 31 700 VI, nr. 150). Het NFI blijft een centrale rol spelen. Echter, er moet worden ingespeeld op de behoefte bij politie, OM, rechtspraak en verdediging aan verbreding van het aanbod aan forensische dienstverlening. Om te bezien wat de effecten zijn als naast het NFI particuliere instituten worden ingeschakeld, is in 2011 een experiment voor de inschakeling van particuliere instituten en een WODC-onderzoek naar kwaliteit en beschikbaarheid van forensisch onderzoek uitgevoerd. Tevens is een veldverkenning uitgevoerd van de mogelijkheden van marktwerking in het forensisch onderzoek. De uitkomst hiervan dient als basis voor een nieuwe inrichting en financiering van het forensisch onderzoek. Mogelijke beleidsmaatregelen op dit gebied krijgen in 2012 hun beslag.

Versnelling doorlooptijden keten strafrechtelijke handhaving

In 2012 wordt verder uitvoering gegeven aan lopende initiatieven om deze kabinetsperiode te komen tot een zodanige versnelling van de doorlooptijden in de strafrechtketen dat ten minste tweederde van de zogenaamde standaardzaken binnen een maand eindigt met een strafbeschikking of een eindvonnis in eerste aanleg. Politie en Openbaar Ministerie (OM) beproeven daartoe in regionale pilots verschillende werkvormen om te komen tot een snelle selectie en afdoening van eenvoudige strafzaken «aan de voorkant» (het zogeheten ZSM-traject). In 2012 moet op basis van de ontwikkelde best practices invoering van een landelijk uniforme werkwijze plaatsvinden. Daarnaast is een meerjarig traject gestart gericht op ketenbrede verbetering en versnelling van de interne werkprocessen, van politie tot en met de Rechtspraak, door de professionals op de werkvloer zelf. Hierbij wordt geïnvesteerd in eigen mensen en gebruik gemaakt van hun kennis en kunde. In 2012 moeten in alle regio’s verbetertrajecten lopen voor de aanpak van processen in standaardzaken.

Verkorten RAIO-opleiding

Volgens het Regeerakkoord wordt met ingang van 2016 € 10 mln. structureel bezuinigd op de RAIO-opleiding. Gelet op deze taakstelling hebben de Raad voor de rechtspraak en het College van procureurs-generaal op 31 januari 2011 besloten de RAIO-opeiding te verkorten door afschaffing van de buitenstage. Voorts is besloten het aantal plaatsen voor deelname aan de RAIO-opleiding te beperken van 60 tot 25 studenten per jaar. Deze aanvullende maatregel wordt verantwoord geacht tegen de achtergrond van de teruglopende vraag naar strafvorderlijke interventies en rechtspraak en dat er als gevolg hiervan de komende jaren sprake zal zijn van een beperktere vervangingsvraag dan voorgaande jaren. In 2012 zullen de eerste effecten zich manifesteren van genoemde besparingsmaatregelen. Rechtspraak en het OM zullen de opbrengsten hiervan eerst aanwenden voor investeringen in de modernisering en kwaliteitsverbetering van de initiële opleiding.

Meetbare gegevens

Zoals aangegeven onder de kopjes verantwoordelijkheid en prestatiegegevens bij de algemene doelstelling is de verantwoordelijkheid van de minister voor de samenhang, slagvaardigheid en doelmatigheid van het rechtsbestel, beperkt tot het scheppen van optimale voorwaarden. Daarom wordt volstaan met input-, throughput- en outputindicatoren. Wel wordt met evaluatieonderzoeken naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid ook op kwalitatieve wijze inzicht verkregen in de beleidseffecten. Zo is in twee rapporten van het WODC inzake geschillenbeslechting voor burgers en geschillenbeslechting in het midden- en kleinbedrijf (TK 31 753, nr. 19) geconstateerd dat er geen echte barrières zijn in de toegang tot het recht. Burgers weten de informatie en hulp te vinden die ze voor het oplossen van geschillen nodig hebben. Ze geven de ontvangen rechtshulp en het rechtsbestel als zodanig hoge scores. Ook ondernemingen uit het MKB zijn in hun algemene oordeel positief over het functioneren van de dienstverleners waarop zij een beroep hebben gedaan.

Een aantal jaren geleden is de Raad voor de rechtspraak begonnen met het publiceren van kengetallen over het functioneren van de gerechten in de vorm van afzonderlijke analyses per gerecht. Uit een evaluatie kwam naar voren dat er bij de rechtspraak zelf, maar ook bij het ministerie behoefte is aan een rechtspraakbrede vergelijkende analyse. Voor informatie over de waardering van of het vertrouwen in de rechtspraak en de kwaliteitsindicatoren die de rechtspraak hanteert wordt dan ook verwezen naar het jaarplan en het jaarverslag met als bijlage de publicatie kengetallen gerechten van de Raad voor de rechtspraak die elk jaar aan de Staten-Generaal worden gestuurd.

Prijsafspraken

In het Besluit Financiering Rechtspraak 2005 is bepaald dat de prijzen voor de Rechtspraak voor een periode van drie jaar worden vastgesteld en opgenomen in de Justitiebegroting (nu begroting Veiligheid en Justitie). Vorig jaar is een akkoord bereikt over de prijzen voor de periode 2011–2013.

Instroom, financiering en productieafspraken

Belangrijke indicatoren voor het functioneren van de rechtspraak zijn de verwachte instroomontwikkelingen in relatie tot de financiering van de rechtspraak. Conform de Wet op de rechterlijke organisatie dient de Raad voor de rechtspraak jaarlijks zijn begroting in bij de Minister van Justitie (nu Minister van Veiligheid en Justitie). Deze begroting is in belangrijke mate gebaseerd op de verwachte instroomontwikkeling en de vastgestelde productgroepprijzen. Om de instroomontwikkelingen zo goed mogelijk in te kunnen schatten zijn voor de afzonderlijke sectoren (ketenbrede) prognosemodellen ontwikkeld die jaarlijks op basis van onder andere de meest recente macro-economische ontwikkelingen en gerealiseerde instroom worden geactualiseerd. Die uitkomsten laten evenals voorgaande jaren een stijging zien.

De totale instroomverwachting zoals de Raad in zijn begroting heeft opgenomen is in onderstaande tabel opgenomen.

Instroomontwikkeling
 

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Instroom totaal

1 975 184

1 933 225

1 972 662

2 060 972

2 166 331

2 276 557

2 390 478

Jaarlijkse mutatie

0,7%

– 1,2%

2,0%

4,5%

5,1%

5,1%

5,0%

Bron: Raad voor de rechtspraak

vanaf 2011 worden akten en verklaringen bij kanton niet meer meegeteld als product; indien dit wel het geval zou zijn, zou de mutatie in 2011 + 4,1% bedragen.

Toelichting

De omvang en duur van de instroomstijging als gevolg van de economische recessie is uiterst moeilijk te voorspellen. Deze onzekerheid heeft ertoe geleid dat de ingediende begroting van de Raad, in overleg met de Raad, maar beperkt is gehonoreerd. Daarbij is vooralsnog uitgegaan van een gelijkblijvende instroom vanaf het jaar 2012. Daarnaast is bij de instroomverwachting waarop het begrotingsvoorstel van de Raad is gebaseerd nog geen rekening gehouden met het instroombeperkende effect dat de maatregel kostendekkende griffierechten met zich meebrengt.

Bijdrage Raad
 

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Bijdrage begroting 2011

919 819

922 611

916 012

910 125

896 463

896 551

896 551

Mutatie

 

32 330

80 920

3 049

– 4 851

– 9 380

– 10 779

Bijdrage begroting 2012

 

954 941

996 932

913 174

891 612

887 171

885 772

Bron: Raad voor de rechtspraak

Toelichting

Met deze bijdrage is de volgende productieafspraak met de Raad voor de rechtspraak gemaakt:

Productie
 

2010

20111

2012

2013

2014

2015

2016

Productie totaal

1 959 617

1 877 907

1 914 702

1 836 193

1 792 256

1 782 884

1 780 221

Jaarlijkse mutatie

1,3%

– 4,2%

2,0%

– 4,1%

– 2,4%

– 0,5%

– 0,1%

Bron: Raad voor de rechtspraak

X Noot
1

Vanaf 2011 worden akten en verklaringen bij kanton niet meer meegeteld als product; indien dit wel het geval zou zijn, zou de mutatie in 2011 + 1,3 % bedragen.

Toelichting

Het verschil met de instroomverwachting is met name in de latere jaren aanzienlijk. Omdat de omvang en duur van de instroomstijging als gevolg van de economische recessie uiterst moeilijk te voorspellen is, is vooralsnog uitgegaan van een gelijkblijvende instroom vanaf het jaar 2012. Daarnaast is bij de productieafspraak rekening gehouden het de instroombeperkende effect van de kostendekkende griffierechten. Het is van belang de ontwikkelingen nauwkeurig te volgen, zodat indien nodig en mogelijk alsnog aanvullende maatregelen getroffen kunnen worden.

Ontwikkeling Hoge Raad
 

2010

2011 1

2012

2013

2014

2015

2016

Straf

             

Instroom

3 685

3 600

3 600

3 600

3 600

3 600

3 600

Uitstroom

3 681

3 750

3 750

3 100

3 100

3 100

3 100

               

Civiel

             

Instroom

653

650

660

625

625

625

625

Uitstroom

627

635

625

525

525

525

525

               

Fiscaal

             

Instroom

1 031

1 000

1 000

1 000

1 000

1 000

1 000

Uitstroom

1 083

1 000

1 000

900

900

900

900

               

Totaal

             

Instroom

5 369

5 250

5 260

5 225

5 225

5 225

5 225

Uistroom

5 391

5 385

5 375

4 525

4 525

4 525

4 525

Bron: Hoge Raad

X Noot
1

Vanaf 2011 worden akten en verklaringen bij kanton niet meer meegeteld als product; indien dit wel het geval zou zijn, zou de mutatie in 2011 + 1,3 % bedragen.

Toelichting

Het streven van de Hoge Raad is erop gericht de jaarlijkse instroom van zaken af te doen. Op de instroom van zaken heeft de Hoge Raad echter geen invloed. Bij de inschatting van de uitstroom van zaken in de strafsector is rekening gehouden met de stijging van het percentage niet-peken (zaken met rechtsmiddelen) ten opzichte van de peken (zaken zonder rechtsmiddelen). Als het percentage niet-peken stijgt leidt dit tot een hogere belasting voor raad en parket in de strafsector. Naar verwachting treden in 2012 de wetten aangaande selectie van zaken en het stellen van prejudiciële vragen in werking. Op dit moment is nog niet vast te stellen wat de effecten van deze in te voeren wetten zijn. Bij het opstellen van de cijfers is geen rekening gehouden met enig effect van de nieuwe wetgeving.

13 Rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding

Algemene doelstelling

Het bestrijden van criminaliteit door een doelmatige en effectieve preventie, rechtshandhaving en sanctietoepassing.

Meerjarenperspectief

Er zijn successen geboekt met het terugdringen van veel vormen van criminaliteit, maar veel burgers voelen zich nog steeds onveilig. De veiligheidssituatie in de buurt, voor burgers en ondernemers, kan en moet beter. Burgers en bedrijven worden gestimuleerd om zelf preventieve maatregelen te nemen. Agressie tegen overheidsdienaren en hulpverleners wordt niet geaccepteerd. Geweld, overvallen, agressie en intimidatie worden de komende jaren harder aangepakt. De aanpak van (vaak grensoverschrijdende) georganiseerde misdaad en financieel- economische criminaliteit wordt sterk geïntensiveerd. Deze vormen van criminaliteit hebben een ontwrichtende en ondermijnende werking op de integriteit van de samenleving en uiteindelijk op het vertrouwen in de rechtsstaat. Niet alleen de criminele organisaties maar ook de onderliggende criminogene factoren worden bestreden, door middel van een geïntegreerde aanpak waarbij de overheid als één front optreedt: er wordt een mix van preventieve, strafrechtelijke, fiscale en bestuurlijke maatregelen ingezet. Innovatie en slimmer werken (inzet technologie) zijn daarbij essentieel in reactie op nieuwe ontwikkelingen in de criminaliteit, bijvoorbeeld op het gebied van internet en cybercrime.

Omschrijving van de samenhang

De bijdragen van Veiligheid en Justitie aan rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding liggen op de beleidsterreinen preventie (13.1), opsporing en handhaving van straf- en ordeningswetgeving (13.3), ten uitvoerlegging van strafrechtelijke sancties en maatregelen (13.4) en slachtofferzorg (13.5).

Verantwoordelijkheid

Op het terrein van preventie, opsporing, vervolging, de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties en maatregelen en slachtofferzorg, is de Minister van Veiligheid en Justitie beleidsverantwoordelijk én verantwoordelijk voor de uitvoering van beleid. Op het gebied van corruptiebestrijding en ordeningswetgeving is deze verantwoordelijkheid beperkt tot de strafrechtelijke handhaving van deze wetgeving. Voorts ligt de verantwoordelijkheid van de Minister van Veiligheid en Justitie bij het functioneren van de politieorganisatie en het leveren van politiezorg. De verantwoordelijkheid voor de bijzondere opsporingsdiensten ligt bij de betreffende vakdepartementen (de Ministers van Financiën, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, en Infrastructuur en Milieu). De Minister van Veiligheid en Justitie bepaalt het landelijke opsporings- en vervolgingsbeleid.

Aan de verantwoordelijkheid van de minister voor de strafrechtelijke handhaving wordt uitvoering gegeven door het stimuleren van de professionaliteit en de effectiviteit van de rechtshandhaving. Dit gebeurt door het ontwikkelen van instrumenten en het bevorderen van het gebruik daarvan door andere ministeries, overheden en bestuursorganen in de niet-strafrechtelijke handhaving.

Externe factoren

Over de externe factoren die de mate van criminaliteit beïnvloeden bestaan diverse criminologische theorieën. Door het WODC is bezien op welke maatschappelijk problemen deze theorieën zich richten. Daarbij is een aantal omgevingsfactoren onderscheiden, die criminaliteit in positieve of negatieve zin kunnen beïnvloeden:

  • demografische factoren;

  • sociaal-economische factoren;

  • maatschappelijke factoren;

  • en natuurlijk ook internationale ontwikkelingen op dit terrein.

Meetbare gegevens

De ontwikkelingen en samenhangen in de criminaliteit en de rechtshandhaving worden periodiek en systematisch in kaart gebracht en zoveel mogelijk geduid door beleidsdoorlichtingen/-evaluaties en door middel van de jaarlijkse publicatiereeks «Criminaliteit en rechtshandhaving» (C&R). Door in deze publicatiereeks de informatie over de verschillende onderdelen met elkaar in verband te brengen, wordt de samenhang in de strafrechtketen kwantitatief in beeld gebracht (outcome).

Daarnaast wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de jaarlijkse resultaten van de Integrale Veiligheidsmonitor (IVM). Deze monitor betreft een jaarlijks integraal onderzoek dat vanaf 2009 de sociale veiligheid in Nederland op landelijk, regionaal en lokaal niveau in kaart brengt. Naast departementen en politiekorpsen, meten ook veel gemeenten hun veiligheidscijfer volgens deze monitor. De IVM levert onder meer belangrijke informatie voor het meten van outcome-doelstellingen. Tot slot zijn onderstaande prestatie-indicatoren een indicatie van de effectiviteit van het beleid.

 

Nulwaarde

Doel

 
 

2011

2014

2015

de pakkans (het ophelderingspercentage)1

23%

40%

aantal daders dat werkelijk wordt bestraft2

16%

> 32%

 
X Noot
1

Bron: Landelijk Overvallen Registratie Systeem (LORS).

Waarmee de pakkans voor het totale segment van zware misdrijven met 25% omhoog gaat.

X Noot
2

Bron: Openbaar Ministerie-COMPAS/GPS

Budgettaire gevolgen van beleid x € 1 000
   

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Verplichtingen

3 071 967

3 118 186

3 087 921

3 071 041

3 025 110

2 982 104

2 974 256

                 

Waarvan garanties1

300

560

692

818

945

1 071

1 198

                 

Apparaatsuitgaven2

   

576 603

565 695

556 211

547 574

546 343

13.3.1 Rechtshandhaving

   

8 000

8 000

8 000

8 000

8 000

13.3.2 Openbaar Ministerie

   

568 603

557 695

548 211

539 574

538 343

                 

Programma-uitgaven

2 910 089

3 119 186

2 510 318

2 505 346

2 468 899

2 434 530

2 427 913

                 

13.1

Preventieve maatregelen

27 793

33 646

33 186

33 357

31 373

29 696

29 145

Waarvan juridisch verplicht

 

33 646

33 186

33 357

31 373

29 696

29 145

 

13.1.1 Dienst Justis

9 501

14 185

10 230

9 919

9 599

9 382

9 343

 

13.1.2 Overig

18 292

19 461

22 956

23 438

21 774

20 314

19 802

13.3

Handhaving en vervolging

811 137

837 247

278 169

284 408

287 573

281 467

279 644

Waarvan juridisch verplicht

 

817 410

264 023

261 117

260 678

251 871

249 342

 

13.3.1 Rechtshandhaving

129 084

121 093

116 276

122 956

120 814

110 535

108 862

 

13.3.2 Openbaar Ministerie

615 642

642 518

87 855

90 055

96 855

101 855

101 855

 

13.3.3 NFI

66 411

73 636

74 038

71 397

69 904

69 077

68 927

13.4

Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties

2 000 713

2 050 836

2 001 147

1 988 664

1 955 044

1 931 271

1 927 379

Waarvan juridisch verplicht

 

2 042 609

1 982 749

1 953 889

1 904 540

1 865 074

1 861 278

 

13.4.1 DJI-gevangeniswezen-regulier

1 035 610

1 043 413

991 802

989 128

965 195

950 465

947 976

 

13.4.2 DJI-Forensische zorg

672 255

712 015

717 742

699 546

687 840

678 206

676 635

 

13.4.3 Reclassering

241 569

260 273

278 830

288 762

291 473

292 199

292 391

 

13.4.5 CJIB

43 978

27 981

5 553

4 156

3 596

3 565

3 559

 

13.4.6 Overig

7 301

7 154

7 220

7 072

6 940

6 836

6 818

13.5

Slachtofferzorg

33 072

48 452

46 758

45 873

45 296

44 807

44 855

Waarvan juridisch verplicht

 

48 452

46 758

45 873

45 296

44 807

44 855

 

13.5.1 Slachtofferhulpbeleid

17 384

24 133

22 619

22 417

22 442

22 342

22 441

 

13.5.2 Schadefonds Geweldsmisdrijven (SGM)

15 688

24 319

24 139

23 456

22 854

22 465

22 414

13.6

Terrorismebestrijding

37 374

0

0

0

0

0

0

Waarvan juridisch verplicht

             
 

13.6.1 NCTb

37 374

0

0

0

0

0

0

13.7

Vreemdelingenbewaring en uitzetten

 

149 005

151 058

153 044

149 613

147 289

146 890

Waarvan juridisch verplicht

 

149 005

149 548

149 983

145 124

141 397

141 014

 

13.7.1 Vreemdelingenbewaring

 

113 645

114 523

117 054

114 417

112 746

112 470

 

13.7.2 Uitzetcentra

 

35 360

36 535

35 990

35 196

34 543

34 420

                 

Ontvangsten

842 826

938 063

1 042 047

1 089 361

1 085 361

1 049 261

1 061 261

Waarvan Boeten & Transacties

746 106

859 705

971 324

1 008 138

993 638

937 038

939 038

Waarvan Pluk ze

33 885

30 820

35 820

45 820

55 820

75 820

85 820

Het niet-juridisch verplichte deel op dit beleidsartikel is bestuurlijk gereserveerd voor onder meer strafrechtelijke handhaving door het Openbaar Ministerie en systeemvernieuwing van het CJIB. Daarnaast is een gedeelte complementair noodzakelijk of anderszins bestuurlijk gebonden. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om projecten als Meld Misdaad Anoniem, Veiligheidshuizen, Regionale Arrondissementale Justitiële Beraden en bestrijding voetbalvandalisme. Indien de middelen niet besteedbaar zijn, heeft dit consequenties voor de capaciteit bij het OM en het CJIB. Voor wat betreft het programma Veiligheid begint bij Voorkomen (VbbV) zijn er plannen opgesteld waardoor steeds meer geld bestuurlijk gebonden is.

X Noot
1

Dit bedrag betreft het geschatte potentiële risico (4,6%) op de daadwerkelijk uit te keren bedragen als gevolg van afgegeven garanties aan faillissementscuratoren.

X Noot
2

Indicatief.

Operationele doelstelling 13.1

Het voorkomen en verder terugdringen van criminaliteit en het effectief bestrijden van huiselijk geweld

Motivering

Een effectieve en efficiënte rechtshandhaving is het meest gebaat bij een combinatie van preventie en repressie. Bij preventie van criminaliteit heeft niet alleen de rijksoverheid verantwoordelijkheden, maar de samenleving als geheel.

Het tegengaan van expressief geweld

Instrumenten

In 2011 is het programma «Geweld in het (semi-)publieke domein» afgerond. De integrale aanpak wordt in 2012 geborgd en in samenwerking met de politie actief verspreid. De risicofactoren voor geweld (o.a. alcohol, wapens, geweldsbeelden) worden teruggedrongen door:

  • de invoering van alcohol- en drugsregistratie bij geweld;

  • het aanmerken van middelengebruik als strafverzwarende omstandigheid en het opleggen van bijzondere voorwaarden die ingrijpen op het middelengebruik om geweldsrecidive te voorkomen;

  • het voeren van een bewustwordingscampagne om het wettelijk verbod op stiletto’s, vlinder- en valmessen te begeleiden;

  • het verbeteren van de controle op internet bij de verkoop van leeftijdsgebonden goederen (o.a. alcohol, tabak, films, wapens, games).

De aanpak van criminaliteit gericht tegen bedrijven

De volgende lopende maatregelen worden in 2012 voortgezet:

  • het terugdringen van overvallen onder regie van Taskforce Overvallen;

  • het tegengaan van winkeldiefstal door het stimuleren van beveiligingsmaatregelen zoals ongeüniformeerde beveiligers en het tegengaan van geprepareerde tassen;

  • het trainen van managers om diefstal door eigen personeel sneller tegen te gaan;

  • de aanpak van rondtrekkende bendes en transportcriminaliteit;

  • de aanpak van afpersing door het vergroten van aangiftebereidheid en betere hulpverlening voor slachtoffers;

  • de aanpak van koperdiefstal onder meer door het anoniem aanbieden van koper te verminderen en gestolen koper beter op te sporen.

De aanpak van huiselijk geweld

In 2012 wordt ingezet op een rijksbrede aanpak van geweld in huiselijke kring: huiselijk geweld, eergerelateerd geweld, kindermishandeling, vrouwelijke genitale verminking en ouderenmishandeling. VenJ stelt de volgende prioriteiten in 2012:

  • De afronding van het wetgevingstraject verplichte meldcode, samen met het Ministerie van VWS;

  • De doorontwikkeling van de databank effectieve interventies. In 2012 wordt gewerkt aan het verder vullen van de databank;

  • De uitvoering van de effectevaluatie Wet tijdelijk huisverbod, die in 2011 is gestart en in 2013 afgerond zal zijn;

  • De ontwikkeling van een stevige daderaanpak voor geweld in huiselijke kring in strafrechtelijk kader.

BIBOB

Het doel van de Wet bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur (Wet BIBOB) is te voorkomen dat de overheid ongewild criminele activiteiten faciliteert. De Wet BIBOB wordt onder meer uitgebreid met de mogelijkheid om vastgoedtransacties te toetsen om te voorkomen dat de overheid panden koopt van criminelen.

Na de parlementaire behandeling zal de gewijzigde wet in 2012 in werking treden. Om te voorkomen dat de overheid in verband met de handel in verdovende middelen ongewild overlast en criminaliteit faciliteert, wordt de inzet van de Wet BIBOB bij coffeeshops geïntensiveerd. Bij een advies met de conclusie «ernstig gevaar» kan de gemeente de vergunning intrekken.

Verklaring Omtrent het Gedrag

Het toepassen van de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) wordt geïntensiveerd om te voorkomen dat personen die ongeschikt zijn om een functie uit te oefenen, vanuit een afhankelijkheidsrelatie anderen schade kunnen berokkenen. Dit betekent dat de continue screening zoals deze in 2011 voor taxichauffeurs is ingevoerd, ook gaat gelden voor medewerkers in de kinderopvang en mogelijk andere begroepsgroepen. Ook worden vanaf medio 2012 relevante justitiële gegevens uit het buitenland betrokken bij de beoordeling van een VOG-aanvraag van personen die met kinderen werken. Daarnaast wordt het mogelijk om een VOG-aanvraag rechtstreeks elektronisch in te dienen in plaats van via de burgemeester. Dit scheelt de burger tijd en geld.

Kansspelen

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie wil ervoor zorgen dat Nederlandse burgers op een veilige en verantwoorde manier kunnen deelnemen aan kansspelen. Kwetsbare groepen, waaronder jong volwassenen, dienen zoveel mogelijk te worden beschermd tegen het risico kansspelverslaving te ontwikkelen. Ook moet misbruik in de vorm van fraude, witwassen en illegaal aanbod bestreden worden. Dit wordt bereikt door het stellen van strikte regels (in wetten en vergunningen) en goed toezicht op de naleving van die regels.

Naar verwachting wordt in 2012 de Kansspelautoriteit ingesteld. Voorts wordt in 2012 een voorstel tot wijziging van de Wet op de kansspelen bij de Tweede Kamer ingediend om kansspelen via internet te reguleren. In een later stadium wordt het loterijstelsel herzien en zo mogelijk meer marktwerking ingevoerd bij andere spelvormen (zoals speelcasino’s).

Meetbare gegevens

De hieronder opgenomen tabellen laten zien welke bijdrage de dienst Justis levert aan het beschermen van de integriteit van kwetsbare groepen en de publieke sector.

Integriteit: aantal aangevraagde en geweigerde VOG’s
 

2007

2008

2009

2010

2011

2012

Aantal aangevraagde VOG’s

384 724

474 751

454 027

500 000

500 000

520 000

Waarvan geweigerd in de beschikkingsfase op basis van antecedenten

3 195

2 951

4 063

3 000

3 000

3 000

Bron: Justis

Integriteit: aantal BIBOB adviezen en BIBOB adviezen ernstig gevaar
 

2007

2008

2009

2010

2011

2012

Aantal adviezen

197

265

300

350

300

300

Waarvan ernstige mate van gevaar

113

100

92

Nog niet bekend

Nog niet bekend

Bron: Justis

Toelichting

Zowel bij BIBOB als bij VOG is er sprake van beschikkingen op basis van aanvragen. Het aantal aanvragen dat ontvangen wordt, is niet door het Ministerie van Veiligheid en Justitie te beïnvloeden.

Nu het Programma Aanpak Geweld is beëindigd, worden de onderliggende subdoelstellingen niet langer gemonitored. Dit betekent dat de in de voorgaande begrotingen opgenomen indicatoren zijn komen te vervallen. Het gaat hierbij om:

  • Alcohol gerelateerd geweld;

  • Wapen gerelateerd geweld;

  • Naleving leeftijdsgrenzen Kijkwijzer en PEGI;

  • Daling criminaliteit tegen ondernemingen;

  • Percentage gemeenten dat bekend is met de integrale aanpak zoals neergezet in het Programma Aanpak Geweld;

  • Een vijftal subdoelen met betrekking tot de integrale aanpak zoals neergezet in het Programma Aanpak Geweld.

Deze indicatoren worden vervangen door één nieuwe indicator, namelijk Aanpak van expressief geweld.

Aanpak van expressief geweld

Voor de aanpak van geweld is het oogmerk het geweldsniveau in 2012 op zijn minst te stabiliseren op het niveau van de Integrale Veiligheidsmonitor 2010: 5,5%. Daarmee worden de bereikte resultaten van de afgelopen jaren bestendigd.

Operationele doelstelling 13.3

Het bestrijden van criminaliteit door een effectief en doelmatig instrumentarium van opsporing en vervolging.

Motivering

Opsporing en vervolging zijn een logisch en noodzakelijk vervolg op preventie. Waar preventie faalt, zal repressief optreden tegen criminaliteit volgen. De objectieve veiligheid en het veiligheidsgevoel van de burger moeten worden verhoogd, zodat burgers veilig door het leven kunnen gaan. Aandacht gaat uit naar vormen van criminaliteit die een zware impact hebben op de veiligheid van de burger, door een hardere aanpak van criminaliteit en gewelddadige vermogenscriminaliteit.

Om de sluipende bedreiging van de integriteit van het financieel-economische stelsel tegen te gaan en de mogelijke ondermijning van het functioneren van de rechtstaat is een intensivering van de aanpak van de georganiseerde criminaliteit nodig. Vele lokale, zichtbare criminaliteit is het gevolg van het werk van «niet zichtbare criminele organisaties». Vanwege het ondermijnende karakter van de georganiseerde criminaliteit moeten drempels worden opgeworpen. Denk bijvoorbeeld aan het mogelijk maken van BIBOB-toetsing bij vastgoedtransacties, aan meer fraudebestendige regelgeving en aan samenwerking met energiebedrijven bij de bestrijding van hennepteelt.

Gewelddadige vermogenscriminaliteit

Instrumenten

Beleidsdoelstelling van het programma «Gewelddadige Vermogenscriminaliteit» is om in 2014, in samenwerking met alle relevante partners, het aantal overvallen in de komende vier jaar in elk geval onder het niveau van 2006 te brengen. Ook moet het aantal daders dat werkelijk wordt bestraft in die tijd verdubbelen naar minstens 32%. Daartoe moet het ophelderingspercentage stijgen naar ten minste 40%. Door middel van intensief toezicht en nazorg wordt beoogd het percentage overvallers dat binnen twee jaar recidiveert terug te brengen naar 40%. In aansluiting hierop hebben de private partijen in de Taskforce Overvallen (Detailhandel Nederland, Koninklijke Horeca Nederland, VNO-NCW, MKB-Nederland, Transport en Logistiek Nederland) zich gecommitteerd aan een verhoging van het percentage bedrijven dat preventieve maatregelen tegen overvallen neemt, tot ten minste 85% in 2014. Voor het jaar 2012 is het streven het aantal overvallen terug te dringen tot maximaal 2200.

Om overvallen te voorkomen komen er preventieve maatregelen. Hoewel bedrijfsleven en burger in de eerste plaats zelf verantwoordelijk zijn, wordt vanwege de aanjagende en stimulerende rol van de overheid in 2012 weer een week van de veiligheid georganiseerd. De overheid sluit hierop aan met een Donkere Dagen Offensief waarin de publieke partijen extra aandacht besteden aan het delict overvallen. In 2012 worden er vijftien extra «Keurmerk Veilig Ondernemen»-projecten gestart, met een accent op overvallen. Om ervoor te zorgen dat de winkeliers zich bewust zijn van de risico’s van een overval en ook weten wat zij moeten doen om een overval te voorkomen worden er in 2012 vierentwintig regionale voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd voor de winkeliers.

In de vijf regiokorpsen met de grootste problemen richt de politie «High Impact Crime Teams» (HIC-teams) in; Bij de overige korpsen komen aparte teams die zich specifiek richten op de volgende problematiek. De heterdaadkracht wordt verbeterd, de expertise in de organisatie geborgd, de sturing op de prioriteit verbeterd en de doelgroep (veelal bekende meerplegers) gevolgd. Ook wordt de informatiehuishouding beter afgestemd op de operationele realiteit. Bij de parketten worden contactofficieren voor overvallen aangesteld, worden HIC-teams ingericht en wordt een landelijk officier overvallen aangesteld. Om recidive te beperken wordt -met OM en reclassering- het toezicht en controle geïntensiveerd (door inzet van «probation officers» en elektronisch toezicht).

Offensief tegen ondermijnende en financieel-economische criminaliteit

Eind 2014 is een verdubbeling te zien in de aantallen aangepakte criminele samenwerkingsverbanden. Het zwaartepunt komt te liggen in de jaren 2013 en 2014. Het streven is om in 2012 een percentage van 27% te realiseren7. Daarbij ligt het accent op mensenhandel en -smokkel, drugscriminaliteit en witwassen. Grensoverschrijdende aspecten van deze vormen van criminaliteit maken intensieve internationale samenwerking nodig. Door een focus op die criminele samenwerkingsverbanden met de hoogste criminele winsten en het meeste gebruik van geweld, intimidatie en corruptie, wordt de maatschappelijke impact van de aanpak vergroot. Daarnaast ligt de focus ook op de aanpak van facilitators van georganiseerde en financieel-economische criminaliteit. Daarbij wordt zoveel mogelijk de geïntegreerde aanpak toegepast, een combinatie van preventieve, bestuurlijke, fiscale en strafrechtelijke maatregelen. Deze aanpak zal in elk geval op de thema’s georganiseerde hennepteelt, vastgoedfraude en mensenhandel worden toegepast. De opgedane ervaringen van deze geïntegreerde aanpak met projecten als Emergo, een gebiedsgerichte aanpak van georganiseerde misdaad in het centrum van Amsterdam en de aanpak van de georganiseerde misdaad in de 5 grote Brabantse steden worden breder toegepast.

Uiteenlopende vormen van fraude brengen bedrijfsleven, overheid en burgers schade toe en ondermijnen de samenleving. De bestrijding van fraude vindt plaats door een combinatie van preventie en een gerichte inzet van opsporing en vervolging. Hierover worden afspraken gemaakt met actoren uit bedrijfsleven en het openbaar bestuur.

Afnemen crimineel vermogen

In 2012 wordt meer geïnvesteerd in het strafrechtelijk afnemen van crimineel vermogen als onderdeel van het rijksbreed afnemen van financieel voordeel via het bestuursrecht, strafrecht of het vergoeden van schade van slachtoffers. De doelstelling is dat met een investering oplopend tot € 20 miljoen het door het Openbaar Ministerie afgenomen crimineel vermogen oploopt naar circa € 100 miljoen vanaf 2016 en volgende jaren. Ten opzichte van de oorspronkelijke begrotingskaders betekent dat een toename van het jaarlijks afgenomen vermogen met ongeveer € 60 miljoen.

Voor 2012 betekent dit dat € 15 miljoen extra wordt geïnvesteerd en dat € 49 miljoen aan opbrengsten wordt verwacht. In 2012 werken twee gespecialiseerde teams aan de aanpak van criminele dienstverleners.

In het kader van de versterkte aanpak van criminele samenwerkingsverbanden (CSV’s) wordt binnen de bestaande operationele sterkte de financiële expertise bij de politie in 2012 vergroot. In de landelijke prioriteiten van de politie is bepaald dat in ieder strafrechtelijk onderzoek vanaf het begin financieel wordt gerechercheerd, zowel met het oog op waarheidsvinding als op afnemen van crimineel vermogen en/of een schadevergoeding voor slachtoffers.

Aanpak cybercrime

De aanpak van cybercrime is onderdeel van het bredere thema cyber security, zie art. 21.1. Doelstelling bij de aanpak van cybercrime is om te komen tot een verdrievoudiging van het aantal grote internationale zaken door het Team High Tech Crime tot 20 per jaar in 2015. Deze groei zal de komende jaren geleidelijk worden opgebouwd. In 2012 wordt het aantrekken van extra kennis en expertise voortgezet om het fundament te leggen waar in de volgende jaren op kan worden voortgebouwd. In 2012 zullen er ongeveer 8–10 zaken kunnen worden gedraaid. Naast versterking van de landelijke diensten zal in 2012 de versterking van de capaciteit bij de korpsen verder vorm krijgen door binnen de bestaande formatieve sterkte te heralloceren waardoor specialisten kunnen worden opgeleid en aangetrokken zoals informatiespecialisten, digitale experts en tactische rechercheurs. Een aantal projecten zoals het digitaal bedrijvenloket en het project versterking van de intake van cybercrimezaken in de Noordwestelijke politieregio’s zullen worden geëvalueerd en waar mogelijk verbreed naar de gehele politie. Ook wordt de internationale samenwerking versterkt: met buitenlandse statelijke en niet statelijke partijen zal worden samengewerkt aangezien de aanpak van cybercriminaliteit in haar aard grenzeloos is. Dit zal gebeuren middels een publiek private samenwerking bij de aanpak van botnets, via Joint Investigation teams en via bi- en multilaterale samenwerking.

Aanpak kinderporno

Bij de aanpak van kinderporno gaat de aandacht uit naar de aanpak, productie en verspreiding daarvan. Daarnaast worden slachtoffers achterhaald en waar mogelijk uit een misbruiksituatie ontzet. Om misbruik via internet een aan te kunnen pakken, wordt binnen de politieorganisatie de zedenportefeuille verder versterkt. De huidige werkvoorraad bij politie moet afnemen door 25% meer productie (aan OM aan te leveren zaken). Dit wordt gerealiseerd door een nationale inrichting van de aanpak van kinderporno (nationaal team, centrale aansturing en weging) met meer focus op opsporing en vervolging van producenten en verspreiders van kinderporno, maar ook door de inzet van meer capaciteit (75 fte extra). De eerste resultaten van deze productievergroting, die in 2011 wordt ingezet, moeten in 2012 zichtbaar worden.

Versterking bestrijding (zware) milieucriminaliteit

In 2012 wordt de uitvoering van het programma Versterking strafrechtelijke milieuhandhaving gecontinueerd. Dit programma is gericht op de versterking van de samenwerking en de informatie-uitwisseling tussen de bij de opsporing van (zware) milieucriminaliteit betrokken organisaties, politie en OM en BOD’en. Ook richt het programma zich op het verbeteren en borgen van de kwaliteit en capaciteit van met name politie en OM. Projecten in 2012 die het zicht op (zware) milieucriminaliteit en de aanpak daarvan moeten vergroten zijn de ontwikkeling van een milieucriminaliteitsbeeld door het OM (december 2012 gereed) en de uitvoering van een proeftuin aanpak internationale milieucriminaliteit. Een absolute randvoorwaarde voor de daadwerkelijke versterking van de strafrechtelijke milieuhandhaving is de totstandbrenging van een landelijk netwerk robuuste Regionale uitvoeringsdiensten (RUD’s).

Meetbare gegevens

De hieronder opgenomen tabellen laten zien welke (meetbare) doelstellingen er zijn opgenomen in het regeerakkoord. Daarnaast wordt inzichtelijk gemaakt welke bijdrage het Openbaar Ministerie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU NL) en het Centraal Informatiepunt Onderzoek en Telecommunicatie (CIOT) leveren aan de opsporing en vervolging van criminaliteit.

 

Nulwaarde

 

Doel

 
   

2012

2014

2015

Gewelddadige vermogenscriminaliteit

       

aantal overvallen1

 2 572

2 100

< 1 900 (niveau 2006)

 

Pakkans overvallen, straatroof, inbraken en geweld 2

30%

34,5%

37,5%

 

Aantal straatroof overvallen3

8 700

8 265

Ruim 6 000

 

Oplossingspercentage straatroof3

25%

30%

   

Oplossingspercentage woninginbraken5

11%

12%

14%

 

Pakkans daders enkelvoudige geweldsdelicten6

n.n.b

5%

25%

 

percentage overvallers dat binnen twee jaar recidiveert7

54% 

40%

 

percentage bedrijven dat preventieve maatregelen tegen overvallen neemt8

73% 

>85%

 
         

ondermijnende en financieel-economische criminaliteit

       

aantal aangepakte criminele samenwerkings-

verbanden (csv’s)9

20% 

27%

40%

 
         

Afnemen crimineel vermogen

       

crimineel vermogen dat langs strafrechtelijke weg wordt afgepakt (Plukze)10

€ 30,8 mln.

€ 35,8 mln.

€ 55,8 mln.

€ 75,8 mln.

         

Aanpak cybercrime

       

aantal grote internationale zaken dat wordt opgepakt door het Team High Tech Crime11

5

8–10

 

20

         

Aanpak kinderporno

       

aan OM aan te leveren zaken12

480 

516

600

 
X Noot
1

Bron: Landelijk Overvallen en Ramkraken Systeem. Het jaar 2010 wordt als nulwaarde gehanteerd.

X Noot
2

Het jaar 2009 wordt als nulwaarde gehanteerd.

X Noot
3

Het jaar 2011 wordt als nulwaarde gehanteerd.

X Noot
5

Het jaar 2010 wordt als nulwaarde gehanteerd.

X Noot
6

De startpositie moet nog worden bepaald, hierover zijn nog geen cijfers bekend.

X Noot
7

Bron: Fijnaut c.s., 2010. Het jaar 2010 wordt als nulwaarde gehanteerd. Begin 2012 wordt (cf methodiek Fijnaut) onderzoek gedaan naar recidive van overvallers (binnen 2 jaar) op basis van de gegevens van 2011.

X Noot
8

Bron: Monitor Criminaliteit Bedrijfsleven 2009. Het jaar 2009 wordt als nulwaarde gehanteerd.

X Noot
9

Eind 2009 wordt als nulsituatie gehanteerd. De genoemde percentages gelden nadrukkelijk als globale streefwaarden. Criminele samenwerkingsverbanden zijn namelijk vaak fluïde werkverbanden die in een bepaalde periode actief zijn en geen vaste groepen die kunnen worden uitgedrukt in mathematische rekeneenheden.

X Noot
10

Bron: OM. Het jaar 2011 wordt als nulwaarde gehanteerd.

X Noot
11

Bron: KLPD. Het jaar 2010 wordt als nulwaarde gehanteerd.

X Noot
12

Bron: Jaarbericht OM 2010. Het jaar 2010 wordt als nulwaarde gehanteerd.

Financial Intelligence Unit Nederland (FIU NL)

Prestatiegegevens1
 

Realisatie 2010

2011*

2012

2013

2014

2015

2016

Aantal ongebruikelijke transacties (OT)2

183 400

190 800

191 900

193 000

194 200

195 300

196 400

Aantal verdachte transacties (VT)

29 800

32 900

31 700

30 400

29 100

27 800

26 500

Doormeldpercentage3

13%

13%

13%

13%

13%

13%

13%

Bron: FIU Net

X Noot
1

De prognose OT en VT is gebaseerd op de historische aantallen zoals deze zijn geregistreerd (OT) en doorgemeld (VT) vanaf 2004 tot en met 2010 en is berekend door middel van een regressie-analyse op de historische waarden.

X Noot
2

Door de dynamische context is met name het aantal OT’s erg lastig te voorspellen.

X Noot
3

Het doormeldpercentage is een momentopname en wordt bepaald door voor een bepaalde registratieperiode het aantal transacties met de status «doorgemeld» te delen op het totale aantal geregistreerde transacties. Het doormeldpercentage is eind mei 2011 gepeild voor de afgelopen vijf jaar en is doorgetrokken voor de periode tot en met 2016.

Toelichting

De FIU-Nederland voorziet voor de komende jaren de volgende mogelijke veranderingen die van (grote) invloed kunnen zijn op het aantal OT’s (en dientengevolge ook op het aantal VT’s) en die ertoe kunnen leiden dat de realisatiecijfers uiteindelijk afwijken van de prognose:

  • Het toepassen van de «all crimes» benadering in de meldplicht, met als gevolg het verplicht melden van alle transacties verbonden aan financiële criminaliteit, inclusief alle fraudedelicten;

  • Het onder de meldplicht brengen van nieuwe meldergroepen, zoals (faillissements)curatoren, taxateurs van veilinghuizen (inclusief de veiling van emissierechten) en andere bij AMvB aan te wijzen dienstverleners, en

  • Het toepassen van verscherpt toezicht als gevolg van een verruiming van de toezichthoudende taken binnen de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren terrorisme (WWFT)

Productie en prestaties arrondissementsparketten
 

Realisatie 2010

Begroting 2011

2012

2013

2014

2015

2016

Rechtbankzaken (afdoeningen)

209 900

220 900

196 900

188 800

188 100

187 300

187 000

Overdracht aan buitenland

100

200

200

200

200

200

200

Onvoorwaardelijk sepot

23 900

22 100

19 690

18 880

18 810

18 730

18 700

Transactie, strafbeschikking en voorwaardelijk sepot

55 000

61 900

55 100

52 900

52 700

52 400

52 400

Voegen (ter berechting of ad info)

5 200

4 200

3 810

3 520

3 490

3 570

3 500

dagvaardingen

125 700

132 500

118 100

113 300

112 900

112 400

112 200

wv Meervoudige kamer (inclusief economisch en militair)

14 800

14 700

14 700

14 700

14 700

14 700

14 700

wv Politierechter (inclusief economisch en militair)

99 900

105 900

92 800

88 400

88 000

87 600

87 400

wv Kinderrechter

11 100

11 900

10 600

10 200

10 200

10 100

10 100

Interventiepercentage (%)

87%

90%

90%

90%

90%

90%

90%

doorlooptijd (% afdoening < 180 dagen na 1e verhoor

51%

53%

55%

60%

65%

70%

70%

Doorloopsnelheid jeugd binnen 3 maanden afgedaan OM (%)

81%

80%

80%

80%

80%

80%

80%

               

Kantonzaken (afdoeningen)

216 000

190 500

164 600

136 900

136 500

138 900

140 200

Sepot, transacties, strafbeschikkingen, voegen en overdracht buitenland

45 800

38 100

32 900

27 400

27 300

27 800

28 000

Dagvaardingen

170 200

152 400

131 700

109 500

109 200

111 100

112 200

               

Mulderzaken (afdoeningen)

             

Uitstroom beroepen Openbaar Ministerie

321 200

341 600

346 300

355 200

365 700

373 500

373 900

Bron: Openbaar Ministerie

Productie en prestatie Ressortparketten
 

Realisatie 2010

Begroting 2011

2012

2013

2014

2015

2016

Uitstroom

             

Rechtbankappellen

16 100

15 200

15 200

15 200

13 500

13 000

12 900

Kantongerechtsappellen

4 400

5 200

5 200

5 200

4 500

3 700

3 700

Klachten artikel 12 Sv

2 500

2 500

2 500

2 500

2 500

2 500

2 500

Mulderberoepen

2 300

2 100

2 100

2 100

2 200

2 200

2 300

Bron: Openbaar Ministerie

Toelichting

De cijfers zijn voor zover mogelijk gebaseerd op de instroomraming van het Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ). In deze tabel is dit enigszins aangepast bij kantonzaken vanwege de scherpe daling in 2012. In de jaren 2012 en 2013 is een vertraging van een half jaar ingebouwd.

Vanwege de verwachte verdere implementatie van de OM-afdoening is er sprake van een teruglopende in- en uitstroom.

Centraal Informatiepunt Onderzoek en Telecommunicatie

Prestatiegegevens
 

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Aantal aanbieders

153

160

180

200

200

200

200

Aantal vragen

2 592 320

3 200 000

3 200 000

3 200 000

3 200 000

3 200 000

3 200 000

Hit-rate (%)1

93%

96%

97%

97%

97%

97%

97%

Bron: Centraal Informatiepunt Onderzoek en Telecommunicatie

X Noot
1

Hit-rate is het aantal hits gedeeld door het aantal vragen maal 100%. De hit-rate wordt bepaald door het aantal aangesloten aanbieders, de kwaliteit van de vragen en de kwaliteit van de aangeleverde gegevens. Een hit op een vraag kan een of meerdere antwoorden bevatten.

Toelichting

Tijdens onderzoek naar criminele activiteiten, bij de opsporing van verdachten en ten behoeve van de bescherming van de nationale veiligheid vergaren de (Bijzondere) Opsporing- en Inlichtingendiensten op een snelle, efficiënte, veilige, gestructureerde en volume onafhankelijke wijze gegevens die noodzakelijk zijn voor het opsporingsproces. Deze aanpak heeft geleid tot een aanzienlijke verlaging van de administratieve lasten bij zowel de overheid als bij het bedrijfsleven. De ondersteuning zal de komende jaren toenemen door meer aanbieders van telefoon en internet benaderbaar te maken. Het aantal vragen en de bijbehorende «hit-rate» zijn hierbij graadmeters voor het belang en de doelmatigheid en effectiviteit van dit opsporingsinstrument.

Operationele doelstelling 13.4

Het bestrijden van criminaliteit met een effectieve en doelmatige tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties en maatregelen

Motivering

Voor een veiliger Nederland is niet alleen strenger straffen belangrijk. Het verbeteren van de uitvoering van de sanctietoepassing door een persoonsgerichte aanpak is ook nodig. Ter versterking van de rechtstaat wordt ingezet op het bekorten van de doorlooptijden in de hele strafrechtketen. Daarnaast zal ook in 2012 de aandacht gericht zijn op het verder terugdringen van maatschappelijke overlast als gevolg van criminaliteit veroorzaakt door recidivisten. Het terugdringen van recidive blijft een prioriteit.

Programma stroomlijning executieketen

Instrumenten

Naast het sneller opsporen, vervolgen en berechten zet het Ministerie van Veiligheid en Justitie met politie, OM, DJI, reclassering en CJIB in het programma Stroomlijning Executieketen ook in op:

  • het sneller ten uitvoerleggen van rechterlijke beslissingen;

  • een veiliger verloop en afloop van straffen door betere informatie-uitwisseling in de keten;

  • betere informatievoorziening aan slachtoffers en burgemeesters van gemeenten waar risicovolle justitiabelen (bijvoorbeeld ernstige gewelds- en zedendelinquenten) terugkeren na ommekomst van hun straf.

In 2012 wordt hieraan gewerkt door:

  • betere strategische sturing door de ketenpartners op de gezamenlijke prestatie van de keten.

  • scherpere verantwoordelijkheidsverdeling tussen ketenorganisaties en een versterkte regierol van het departement:

    • De verantwoordelijkheid voor de fase van executie komt te liggen bij het departement (i.p.v. gedeeld met het OM);

    • De nieuwe verantwoordelijkheidsverdeling vergt wijziging van het Wetboek van Strafvordering. Deze wijziging is in 2014 gereed;

    • Ter verheldering van de verantwoordelijkheden in het operationele ketenproces in de toekomstige tien gerechtelijke regio’s wordt een handboek ketenwerkprocessen opgesteld en geïmplementeerd.

Ruimere toepassing justitiële voorwaarden

Met de Wijziging van het Wetboek van Strafrecht inzake de regeling van de voorwaardelijke veroordeling en de regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling, is vanaf 2012 sprake van meer voorwaardelijke veroordelingen met bijzondere voorwaarden. Dit leidt naar verwachting tot een toename van de reclasseringsproducten advies en toezicht van respectievelijk 3 en 6%. De wet bevat drie op zorg gerichte voorwaarden, te weten ambulante behandeling, klinische behandeling en begeleid wonen of maatschappelijke opvang. Deze op zorg gerichte voorwaarden krijgen een kwaliteitsimpuls door een gerichte inkoop van zorg op basis waarvan veroordeelden in zorg kunnen worden geplaatst. Daarnaast biedt de wetswijziging voorwaardelijke sancties de mogelijkheid om sneller en consequenter te reageren op overtreding van de voorwaarden.

Tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en nazorg

De veranderingen binnen het gevangeniswezen richten zich op de invoering van een persoonsgerichte aanpak van gedetineerden. Om de recidive onder ex-gedetineerden te verminderen en overlast tegen te gaan, wordt ingezet op de re-integratie van ex-gedetineerden in de maatschappij. Hierbij is meer accent komen te liggen op de eigen verantwoordelijkheid van de gedetineerden. Dit betekent allereerst een goede screening bij binnenkomst als basis voor het detentie- en re-integratieplan voor alle gedetineerden. Bij de invulling hiervan wordt gekeken naar: de criminogene factoren, het gedrag van de gedetineerde, recidive, de motivatie en de zorgbehoefte. Er wordt alleen in gedetineerden geïnvesteerd, zoals door het aanbieden van gedragsinterventies, scholing en terugkeeractiviteiten, als kans op succes aanwezig is en als de motivatie en/of houding van de gedetineerde hiertoe aanleiding geeft.

Op deze manier wordt ook de vrijblijvendheid in het aanbod van activiteiten beperkt en wordt efficiënter omgegaan met de beschikbare middelen.Ook het aanbod van nazorg is minder vrijblijvend en wordt niet oneindig aangeboden.

Om gedetineerden voor te bereiden op hun terugkeer naar de maatschappij is samenwerking tussen het gevangeniswezen, gemeenten en maatschappelijke partners zoals woningbouwcorporaties, UWV werkbedrijf, schuldhulpverleners en zorginstellingen essentieel. Deze regionale samenwerking wordt in 2012 bevorderd door:

  • de informatie-uitwisseling via het Digitaal Platform Aansluiting Nazorg (DPAN) sneller en meer betrouwbaar en volledig te laten verlopen: voor 80% van de gedetineerde burgers wordt in beeld gebracht wat de noodzakelijke basisvoorzieningen zijn;

  • te stimuleren dat de organisatie en coördinatie van nazorg in regionale samenwerkingsverbanden, via de Veiligheidshuizen, wordt vormgegeven.

Eind 2012, begin 2013 zullen de effecten van al deze inspanningen in het gevangeniswezen en de justitiële en gemeentelijke inspanningen op het gebied van nazorg geëvalueerd zijn en bekend worden.

Ontwikkeling recidive

Meetbare gegevens

In de periode van 2002–2010 diende onder meer de 2-jaars recidive met 7,7% te dalen. Belangrijkste bevinding inzake ex-gedetineerden is dat de gecorrigeerde 2-jaars recidive tussen 2002 en 2007 met 6,6%-punt is afgenomen, van 55,9% naar 49,3%. De inspanningen van het huidige kabinet kunnen uiteraard nog niet zichtbaar zijn in de recente recidivecijfers. Wel zetten de dalende recidivecijfers het kabinet aan stevig te blijven investeren in recidivebestrijding, zoals dat de afgelopen jaren is ingezet. (Bron: Recidivemonitor WODC).

Forensische zorg

Tijdige, passende en kwalitatief hoogwaardige forensische zorg draagt bij aan de vermindering van recidive. Met de beoogde inwerkingtreding van de wet forensische zorg (in 2012) wordt de stelselwijziging binnen de forensische zorg een feit. Eén van de aanleidingen voor de stelselwijziging was een tekort aan behandelcapaciteit voor justitiabelen met dikwijls complexe stoornissen en meervoudige problematiek. Het traject om de concrete zorgverlening aan een verdachte/veroordeelde te realiseren start met een indicatiestelling waarin de forensische zorgbehoefte en het noodzakelijke beveiligingsniveau wordt bepaald. Op basis hiervan wordt een justitiabele geplaatst bij een zorginstelling. In 2012 zal het forensisch zorgstelsel in zijn geheel werkend zijn. Het uiteindelijke doel is het leveren van een bijdrage aan de recidivevermindering. In samenwerking met het WODC wordt daarom in 2012 een recidivemonitor forensische zorg opgezet.Het aantal beschikbare zorgplaatsen in en ten behoeve van het gevangeniswezen is opgenomen in de paragraaf baten-lastendiensten van DJI.

Eind 2011 komen er prestatie-indicatoren opgesteld voor de forensisch psychiatrische centra (FPC’s). Daarmee komt er meer zicht op goede en slechte behandelmethoden. Met deze inzichten kan de kwaliteit van de Tbs-behandeling in 2012 en volgende jaren worden verbeterd. Onder andere de behandelduur en de snelheid waarmee verlof wordt aangevraagd zullen als prestatie-indicator worden gebruikt. Hierdoor zal de vergelijkbaarheid tussen FPC’s toenemen, en daarmee op termijn ook de kwaliteit.

Justitiële voorwaarden

Het beleid is erop gericht een toename te bewerkstelligen van trajecten met bijzondere voorwaarden. Onderstaande tabel geeft de ramingen weer.

Justitiële voorwaarden
 

2009

2010

2011

2012

Aantal kandidaten voorwaardelijke invrijheidstelling

500

1 070

1 300

1 380

Aantal verslaafden dat onder justitiële voorwaarden in zorg wordt geplaatst

4 264

5 000

6 000

6 000

Bron: Impactanalyse voorwaardelijke invrijheidstelling 2007 en 2009 en Recidivebrief 2008, TK 24 587, nr. 299

Toelichting

Beide reeksen dragen bij aan de doelstelling om een toename te bewerkstelligen van trajecten met bijzondere voorwaarden.

Nazorg
 

2009

2010

2011

2012

Percentage screeningen en informatieoverdracht aan gemeenten1

80

90

100

100

Percentage dekking gemeentelijke contactpersonen

90

95

100

100

Percentage regionale afspraken nazorg

 

75

75

75

X Noot
1

Bij gedetineerden die korter dan twee weken verblijven, worden alleen naam, adres, woonplaats, datum van binnenkomst en verwachte ontslagdatum doorgegeven.

Toelichting

Bij het percentage regionale afspraken nazorg: in 2010 en 2011 is het proces van regionalisering gevolgd. Uit een rapportage van de VNG (eindrapport van de implementatieadviseur nazorg, april 2011) komt naar voren dat circa 75% van de centrumgemeenten afspraken over nazorg in regionaal verband, via de Veiligheidshuizen, vorm geeft.

Het bijdragen aan de beperking van de schade van slachtoffers door een effectieve slachtofferzorg.

Operationele doelstelling 13.5

Motivering

In de rechtsstaat zijn de rechten van slachtoffers stevig verankerd. Hun – door het misdrijf – geschokte vertrouwen in de rechtsorde moet worden hersteld en vervolgschade (secundaire victimisatie) moet zo veel mogelijk beperkt blijven. Slachtoffers willen de geschonden norm herbevestigd zien. Daarvoor is nodig dat organisaties in de strafrechtsketen slachtoffers erkennen en als volwaardig procesdeelnemer bejegenen. Daarnaast is van belang dat slachtoffers adequaat worden ondersteund bij het uitoefenen van hun rechten in het strafproces en dat het uitvoeringsproces daarop is ingericht.

Verdere versterking positie slachtoffers

Instrumenten

In 2012 zal het spreekrecht verder worden uitgebreid. Zo zal het aantal nabestaanden dat ter zitting mag spreken worden uitgebreid en wordt ook vertegenwoordiging toegestaan voor slachtoffers die niet zelf in staat zijn om te spreken. De mogelijkheid van conservatoir beslag ten behoeve van slachtoffers wordt in 2012 verder organisatorisch ingebed, zodat bij inwerkingtreding van het wetsvoorstel de organisaties in de keten hierop voorbereid zijn. In dit wetsvoorstel wordt, zoals in het Regeerakkoord aangekondigd, bepaald dat beslag kan worden gelegd op goederen van verdachten, vooruitlopend op een door de rechter opgelegde schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer.

Uitbreiding overige diensten

Onder voorbehoud van positieve evaluatie in 2011 zullen in 2012 het casemanagement bij zware gewelds- en zedenzaken en de hernieuwde wijze van voegingsondersteuning als structurele voorziening voor slachtoffers door SHN worden aangeboden.

Meetbare gegevens

De hieronder opgenomen tabellen laten zien welke bijdrage het Schadefonds Geweldsmisdrijven (SGM) en Slachtofferhulp Nederland (SHN) leveren aan de beperking van de schade van slachtoffers.

Aantal uitkeringen uit SGM
 

2008

2009

2010

2011

2012

Aantal positieve beslissingen SGM

4 459

5 459

5 266

5 000 1

5 500 2

Bron: Jaarverslagen SGM (2008–2010)

X Noot
1

Gebaseerd op voorlopige cijfers

X Noot
2

Concept-kaderbrief SGM 2012

Aantal slachtoffer-dadergesprekken
 

2008

2009

2010

2011

2012

Aantal slachtoffer-dadergesprekken

904

1 050

1 077

1 200 1

1 200

Bron: Jaarverslagen Slachtoffer in Beeld (2008–2010)

X Noot
1

Gebaseerd op voorlopige cijfers

Aantal slachtoffers dat ondersteuning ontvangt van SHN
 

2010

2011

2012

Juridische ondersteuning

43 374

43 850 1

44 000 2

Emotionele ondersteuning

34 420

35 7001

36 0002

Praktische ondersteuning

35 478

37 6501

38 0002

Bron: Jaarverslag Slachtofferhulp Nederland (2010)

X Noot
1

Gebaseerd op voorlopige cijfers

X Noot
2

Raming

Toelichting

Juridische ondersteuning bestaat uit de diensten «verhalen schade», «begeleiding in strafproces», «schriftelijke slachtofferverklaring/spreekrecht» en «kwaliteitscontrole voegen».

Praktische ondersteuning bestaat uit de diensten «doorverwijzingen» en «overige praktische ondersteuning».

Bovenstaande tabellen tonen dat het aantal slachtoffers dat door SGM wordt geholpen naar verwachting in 2012 stijgt. Hieruit kan worden afgeleid dat men het SGM steeds beter weet te vinden. Dit wordt bevestigd in onderzoeken die hebben plaatsgevonden naar de bekendheid van het SGM en naar het belang dat slachtoffers hechten aan de erkenning die blijkt uit een schadevergoeding.

Operationele doelstelling 13.7

Vreemdelingenbewaring: het in detentie houden van personen die niet of niet meer rechtmatig in Nederland verblijven met het oog op het al dan niet gedwongen verlaten van Nederland.

Motivering

Vreemdelingen die niet rechtmatig in Nederland verblijven zijn maatschappelijk, sociaal en economisch bijzonder kwetsbaar. Bovendien vormen zij een belasting voor (gemeentelijke) overheden. Illegaal verblijf van vreemdelingen in Nederland moet daarom voorkomen worden. Niet-Nederlanders die geen verblijfsvergunning hebben verkregen dienen terug te keren naar het land van herkomst of te vertrekken naar een ander geschikt land. Voorafgaand aan een voorgenomen onvrijwillige terugkeer kunnen zij in bewaring worden genomen. Vreemdelingenbewaring wordt uitgevoerd door de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). De Minister voor Immigratie en Asiel is verantwoordelijk voor het vreemdelingenbeleid. De Minister van Veiligheid en Justitie is verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van vreemdelingenbewaring als onderdeel van het vreemdelingenbeleid.

Instrumenten

De Dienst Justitiële Inrichtingen draagt zorg voor de vreemdelingenbewaring. De capaciteit voor vreemdelingenbewaring (inclusief uitzetcentra) is voldoende om vreemdelingen in bewaring te stellen en te houden indien dit aangewezen is.

Meetbare gegevens

De hieronder opgenomen tabel geeft de hoeveelheid middelen en capaciteit weer voor de vreemdelingenbewaring (incl. uitzetcentra). Deze capaciteit is voldoende om vreemdelingen in bewaring te stellen en te houden. Voor een volledig overzicht van de beschikbare capaciteit voor vreemdelingenbewaring wordt verwezen naar de baten-lastenparagraaf van DJI.

Overzicht capaciteit vreemdelingenbewaring en uitzetcentra
 

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Stand ontwerpbegroting 2012

2 381

2 081

2 081

2 081

2 081

2 081

2 081

Verdeeld naar:

             

Direct inzetbare capaciteit:

             

– vrijheidsbeneming (art. 6 Vw)

195

168

168

168

168

168

168

– vreemdelingenbewaring (art. 59 Vw)

1 568

1 357

1 162

1 357

1 357

1 357

1 357

– in bewaring gestelden op politiebureaus

2

5

5

5

5

5

5

– uitzetcentra

486

421

421

421

421

421

421

Reservecapaciteit

130

130

325

130

130

130

130

               

Bezettingsgraad ( in %)1

75,0

91,3

91,3

91,3

91,3

91,3

91,3

X Noot
1

betreft direct inzetbare capaciteit exclusief in bewaring gestelden politiebureaus en uitzetcentra.

14 Jeugd

Algemene doelstelling

Het beschermen van jeugdigen tegen aantasting van een goede opvoedings- en leefsituatie en het bestrijden van jeugdcriminaliteit.

Meerjarenperspectief

De fundamentele herziening van het stelsel van jeugdzorg heeft de komende jaren ook grote betekenis voor jeugdzorg in gedwongen kader. De taken van de jeugdreclassering en de jeugdbescherming komen onder verantwoordelijkheid van de gemeenten. Veiligheid en Justitie zet zich, gezien de bijzondere aard van deze taken, in voor een zorgvuldige overdracht van deze taken aan het einde van het traject van decentralisatie van de jeugdzorg.

Op het terrein van interlandelijke adoptie worden beleid en wetgeving in 2012 nader bezien in verband met de druk op het adoptieproces door verschillende factoren. Zo wordt voor de komende jaren een verdere afname voorzien van het aantal kinderen dat voor interlandelijke adoptie in aanmerking komt. Daar staat tegenover dat het aandeel oudere kinderen en kinderen met een handicap («special needs») steeds verder toeneemt. Naar verwachting zal de illegale opname van kinderen toenemen, mede als gevolg van de globalisering.

Wat betreft internationale kinderontvoering blijft de inzet om de duur van de teruggeleidingsprocedure bij inkomende zaken te verkorten.

Het aanpakken van grensoverschrijdend gedrag van risicojongeren is één van de speerpunten van het kabinet Rutte-Verhagen. De aanpak van criminele jeugdgroepen vormt hierbij een belangrijke prioriteit (TK 2010–2011, 28 684, nr. 319). Criminele jeugdbendes vragen om een directe en doortastende dadergerichte aanpak die de jongere perspectief biedt en die recht doet aan het publiek belang, aan het slachtoffer en het gevoel van maatschappelijke vergelding. De komende twee jaar worden alle criminele jeugdgroepen aangepakt. Ook de maatregelen in het kader van het adolescentenstrafrecht zullen vanaf 2012 bijdragen aan het effectief optreden tegen jeugdcriminaliteit.

Omschrijving van de samenhang

Kinderen hebben recht op een gezonde en evenwichtige ontwikkeling en groei naar zelfstandigheid. Dit recht is opgenomen in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) dat door Nederland is ondertekend. Het Rijk is voorwaardenscheppend ten behoeve van dit recht van kinderen. Het justitieel jeugdbeleid bestaat uit het beleid inzake de bescherming van jeugdigen, waaronder interlandelijke adoptie en internationale kinderontvoering.

Verantwoordelijkheid

De Minister van Veiligheid en Justitie is eerstverantwoordelijk voor de effectieve aanpak van jeugdcriminaliteit, het beleid inzake jeugdbescherming en het zorgvuldig uitvoeren van de vastgestelde verdragen inzake internationale kinderontvoering, interlandelijke adoptie en internationale kinderbescherming

Verschillende departementen en organisaties zijn verantwoordelijk voor de preventie van jeugdcriminaliteit. Het kabinet stimuleert dat deze organisaties gezamenlijk in een zo vroeg mogelijk stadium bedreigende situaties voor jeugdigen signaleren en passende maatregelen treffen. Zo wordt de druk op de jeugdstrafrechtketen tot een minimum beperkt.

Ook voor de bestrijding van jeugdcriminaliteit wordt door vele organisatie samengewerkt, zoals politie, Halt, het Openbaar Ministerie, de Bureaus Jeugdzorg, de Raad voor de Kinderbescherming, de Dienst Justitiële Inrichtingen en de Zittende Magistratuur. De Minister van Veiligheid en Justitie stuurt door middel van regelgeving, kaderstelling en financiering.

Naast de Minister van Veiligheid en Justitie zijn ook de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport verantwoordelijk voor vraagstukken rond jeugd.

De Minister van VWS is verantwoordelijk voor het algemene jeugdbeleid en de jeugdzorg.

De Minister van OCW is primair verantwoordelijk voor de organisatie van het onderwijs en het tegengaan van voortijdig schoolverlaten.

Externe factoren

Veiligheid en Justitie heeft geen invloed op het aantal kinderen dat voor interlandelijke adoptie in aanmerking komt. Veiligheid en Justitie heeft evenmin invloed op het aantal kinderontvoeringen.

De omvang van jeugdcriminaliteit en de benodigde jeugdbescherming is deels afhankelijk van ontwikkelingen in de samenleving die niet direct door Veiligheid en Justitie zijn te beïnvloeden, zoals sociale problemen en demografische veranderingen.

Meetbare gegevens

De resultaten op het gebied van jeugdbescherming,

interlandelijke adoptie, internationale kinderontvoering en jeugdcriminaliteit worden door verschillende factoren beïnvloed. Voor een deel vallen deze ook buiten de directe beïnvloedingssfeer van de Minister van Veiligheid en Justitie. Hierdoor is het niet eenvoudig om precies te meten c.q. inzichtelijk te maken in hoeverre het beleid van Veiligheid en Justitie bijdraagt aan de realisatie van de maatschappelijk effecten (outcome) die met dit artikel worden beoogd. Desalniettemin worden onder de operationele doelstellingen enkele meetbare gegevens opgenomen die inzicht bieden in de inspanningen van Veiligheid en Justitie.

Voor de beide operationele doelstellingen geldt dat naast de (kwantitatieve) prestatiegegevens door middel van evaluatieonderzoek periodiek en indien nodig onderwerpspecifiek, op kwalitatieve en kwantitatieve wijze informatie wordt verkregen over de beleidseffecten.

Maatschappelijk effect: jeugdbendes

Binnen 2 jaar (2011–2013) dienen de 89 criminele jeugdbendes, die eind 2010 met de shortlistmethodiek in beeld zijn gebracht30, te worden aangepakt. De uitkomsten van deze shortlistmethodiek worden gepubliceerd in het landelijk beeld jeugdbendes (www.beke.nl/www.wegwijzerjeugdenveiligheid.nl). In deze rapportage wordt jaarlijks het aantal problematische groepen per politieregio weergegeven. Onder verantwoordelijkheid van de lokale driehoek (politie, OM en lokaal bestuur) wordt per criminele jeugdbende een plan van aanpak opgesteld, waaraan zij gezamenlijk uitvoering geven.

Budgettaire gevolgen van beleid x € 1 000
   

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Verplichtingen

419 600

908 965

889 779

874 551

857 666

849 954

849 179

                 

Apparaatsuitgaven

   

170 970

169 459

167 747

165 886

165 857

14.1.1 RvdK – civiele maatregelen

   

88 354

87 378

85 827

84 594

84 599

14.2.2 RvdK – strafzaken

   

82 616

82 081

81 920

81 292

81 258

                 

Programma-uitgaven

445 169

908 965

718 809

705 092

689 919

684 068

683 322

                 

14.1

Uitvoering jeugdbescherming

6 721

412 665

305 705

292 225

279 132

277 502

277 500

Waarvan juridisch verplicht

 

405 028

301 193

287 623

275 098

273 336

273 334

 

14.1.1 RvdK – civiele maatregelen

4 798

90 347

0

0

0

0

0

 

14.1.2 Landelijk bureau Inning Onderhoudsbijdrage

0

3 526

3 538

3 538

3 538

3 538

3 538

 

14.1.3 Bureaus jeugdzorg -voogdij en OTS

0

313 523

294 529

281 122

267 595

265 978

265 978

 

14.1.4 Overig

1 923

5 269

7 638

7 565

7 999

7 986

7 984

14.2

Tenuitvoerlegging justitiële sancties jeugd

438 448

466 314

388 537

388 382

386 396

382 374

381 604

Waarvan juridisch verplicht

 

456 526

376 990

374 560

370 601

364 748

364 002

 

14.2.1 DJI – jeugd

253 982

259 138

272 052

272 031

270 983

266 879

266 180

 

14.2.2 RvdK – strafzaken

98 264

86 712

0

0

0

0

0

 

14.2.3 HALT

12 986

12 337

12 776

13 106

13 116

13 114

13 114

 

14.2.4 Bureaus jeugdzorg – jeugdreclassering

60 194

65 602

68 204

65 167

64 955

64 661

64 461

 

14.2.5 DJJ – overig

13 022

42 525

35 505

38 078

37 342

37 720

37 849

14.3

Voogdij AMV's

0

29 986

24 567

24 485

24 391

24 192

24 218

Waarvan juridisch verplicht

 

29 986

24 567

24 485

24 391

24 192

24 218

 

14.3.1 NIDOS – opvang

0

29 986

24 567

24 485

24 391

24 192

24 218

                 

Ontvangsten

8 048

12 188

2 800

2 800

2 800

2 800

2 800

Het niet-juridische verplichte deel van het budget op dit beleidsartikel is gereserveerd voor onder andere de aanpak van jeugdcriminaliteit en de verbetering van de kwaliteit van de Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI's). Ook de bekostiging van de particuliere justitiële jeugd- en Tbs-inrichtingen alsmede de inkoop van forensische zorg in het strafrechtelijk kader zijn onder het verplichte deel inbegrepen.

* De garanties betreffen het geschatte potentiële risico (0%) op het daadwerkelijk uit te keren bedrag inzake de afgegeven hypothecaire garanties voor de particuliere jeugdinrichtingen.

!!!geen nootverwijzing aanwezig!!!

Operationele doelstelling 14.1

Effectieve bescherming van jeugdigen tegen voor hun opvoeding en ontwikkeling bedreigende situaties met inzet van juridische dwangmiddelen en een zorgvuldige toepassing van regelingen betreffende internationale kinderontvoering, interlandelijke adoptie en internationale kinderbeschermingszaken.

Motivering

Het welzijn van een kind verdient bescherming, rekening houdend met de rechten en plichten van zijn of haar ouders en anderen die wettelijk verantwoordelijk zijn voor het kind. Een kind moet zich kunnen ontwikkelen tot een volwaardig lid van de maatschappij dat zijn verantwoordelijkheid binnen de gemeenschap volledig kan dragen. Er is een aanbod van voorzieningen om ouders en kinderen bij te staan. Soms is het echter nodig om de oorspronkelijke opvoedingscontext te doorbreken. Het gaat dan bijvoorbeeld om hulpverlening in het kader van een maatregel van jeugdbescherming. Daarnaast speelt het belang van het kind een rol bij onderwerpen als kinderalimentatie en draagmoederschap. De Minister van Veiligheid en Justitie is verantwoordelijk voor het zorgvuldig uitvoeren van wetgeving en de verschillende verdragen met betrekking tot de bescherming van jeugdigen.

Om te voldoen aan het Haags Adoptieverdrag en het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind wordt gewaarborgd dat ouders door de Stichting Adoptie Voorziening adequate voorlichting krijgen, wordt gezinsonderzoek uitgevoerd door de Raad voor de Kinderbescherming om de geschiktheid van de aspirant-adoptiefouders te onderzoeken en wordt toezicht gehouden op de vergunninghouders die verantwoordelijk zijn voor de adoptiebemiddeling. De Centrale autoriteit voor interlandelijke adoptie verleent en verlengt de vergunningen van deze vergunninghouders, conform de uitgangspunten van het Kwaliteitskader vergunninghouders, welke voor de Inspectie Jeugdzorg dient als toetsingskader. De Centrale autoriteit voor internationale kinderontvoering richt zich op de bescherming van jeugdigen in het kader van internationale kinderontvoering, onder meer door het geven van voorlichting.

Interlandelijke Adoptie

Instrumenten

  • Om de kwaliteit van het adoptieproces verder te verhogen wordt in 2012 een wetsvoorstel ingediend tot wijziging van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie. Daarbij worden het toezicht op en de controle van het voldoen aan de kwaliteitseisen door de vergunningshouders (dat wordt uitgeoefend door de Inspectie Jeugdzorg) versterkt. Daarnaast wordt ingezet op een verantwoorde herziening van de deelbemiddelingsprocedure, op maatregelen om illegale adopties tegen te gaan, op verruiming van de leeftijdsgrenzen tot een maximale leeftijd van 48 jaar voor de aspirant-adoptiefouders en 8 jaar voor het adoptiekind, met een maximaal leeftijdsverschil van 40 jaar en een verlenging van de bewaartermijn van de dossiers van 30 naar 100 jaar. Hiertoe wordt de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka) gewijzigd, waarmee uitvoering wordt gegeven aan de kabinetsreactie op het rapport van de Commissie Kalsbeek.

  • Implementatie van de (tijdelijke) Regeling tegemoetkoming kosten van adoptie zoals opgenomen in de Wobka. De regeling vervangt de mogelijkheid van aftrek wegens buitengewone uitgaven (Wet inkomstenbelasting 2001). De regeling komt tegemoet aan de motie Van der Vlies (Tweede Kamer, 2007/08, 31 200, nr. 50) en een aanbeveling van de Commissie Kalsbeek om financiële drempels voor aspirant-adoptiefouders te verlagen.

  • In 2012 doet de Inspectie jeugdzorg onderzoek naar de adoptieprocedures van buitenlandse kinderen met een handicap («special needs kinderen»).

Internationale kinderontvoering

  • Inzet in 2012 is de duur van de teruggeleidingsprocedure bij inkomende zaken tot 18 weken te continueren.

  • Per 2012 wordt gewerkt onder de nieuwe constellatie dat de procesvertegenwoordigende taken van de Centrale autoriteit zijn overgedragen aan de advocatuur.

Internationale bescherming van kinderen

  • Sinds 1 mei 2011 is in Nederland het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 van kracht.

  • In 2012 wordt de implementatie van dit verdrag bij de betreffende organisaties geëffectueerd, waardoor effectiever kan worden ingezet op internationale bescherming van kinderen.

Kinder- en jeugdbescherming

  • In de bestuursaspraken 2011–2015 is vastgelegd hoe de decentralisatie van de jeugdzorg, en meer specifiek de jeugdbescherming en de jeugdreclassering, vormgegeven wordt. In 2012 worden deze afspraken in overleg met de medeoverheden uitgewerkt. Het betreft hier bijvoorbeeld de randvoorwaarden voor intergemeentelijke samenwerking en de kwaliteitseisen die aan uitvoerende instellingen van jeugdzorg gesteld gaan worden.

  • De opdracht aan gemeenten wordt neergelegd in een nieuw wettelijk kader, dat enerzijds recht doet aan gemeentelijke beleidsvrijheid en anderzijds jeugdigen en hun opvoeders de nodige ondersteuning garandeert die nodig is. In 2012 wordt het desbetreffende wetsvoorstel voorbereid en in consultatie gebracht.

  • In 2011 wordt de kinderbeschermingswetgeving aangepast. Eind 2011 worden de consequenties daarvan in een ex ante evaluatieonderzoek in kaart gebracht. In 2012 start de implementatie van de gewijzigde wetgeving plaats bij de Raad voor de Kinderbescherming, de rechterlijke macht en de Bureaus Jeugdzorg.

  • Om ervoor te zorgen dat de juiste kinderbeschermingsmaatregel daadwerkelijk kan worden ingezet en adequaat kan worden uitgevoerd, worden in 2012 methoden voor een adequate en effectieve jeugdbescherming verder ontwikkeld en geborgd, en wordt gewerkt aan professionalisering van de jeugdbescherming, arbeidsmarktbeleid, risicomanagement en een aanpak van de regeldruk in de jeugdbeschermingsketen.

  • Verschillende maatregelen in het Regeerakkoord beïnvloeden de positie van kwetsbare groepen, zoals de stelselherziening jeugdzorg, passend onderwijs en werken naar vermogen. De Staatssecretarissen van VWS, VenJ en SZW en de Ministers van OCW en BZK hebben daarom afgesproken deze maatregelen in nauwe afstemming uit te werken en te volgen.

Interlandelijke adoptie

Meetbare gegevens

In 2008 zijn 1 861 verzoeken om beginseltoestemming ingediend, 1 047 verleend en 767 kinderen opgenomen. In 2009 zijn 1 770 verzoeken om beginseltoestemming ingediend, 946 verleend en 682 kinderen opgenomen. In 2010 zijn 1 620 verzoeken ingediend, 959 verleend en 705 kinderen opgenomen.

Op de doorlooptijden van de adoptieprocedure kan worden gestuurd tot het moment dat het dossier naar de vergunninghouder gaat. Daarna bepaalt de keuze voor een land het vervolg van de procedure en wachttijden. In het belang van de aspirant-adoptiefouders duurt de doorlooptijd vanaf het starten van de voorlichting tot aan het krijgen van de beginseltoestemming niet langer dan noodzakelijk. De doorlooptijd bestaat uit de voorlichtingsperiode van twaalf tot veertien weken die in een aantal jaarlijkse cycli plaatsvindt, gevolgd door het gezinsonderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming dat, conform de normen van de Raad, binnen 90 dagen na aanvang ervan dient te zijn afgerond.(De Raad streeft er vanaf 2010 naar om 75% van de onderzoeken binnen die normtijd te realiseren). Daarna neemt de Centrale autoriteit binnen twee weken een beslissing over het al dan niet toekennen van een beginseltoestemming.

Doorlooptijden gezinsonderzoek1
 

2009

2010

2011

2012

2013

2014

Percentage zaken dat binnen de norm voor de doorlooptijd van gezinsonderzoek moet worden gerealiseerd

60

75

75

75

75

75

X Noot
1

Bron: Raad voor de Kinderbescherming. De norm van 90 dagen doorlooptijd is vastgelegd in het Kwaliteitskader 2009 van de Raad voor de Kinderbescherming en voorheen in de Normen 2000. (binnen de Raad geldt de werkafspraak dat bij de categorie ASAA zaken, waar deze onderzoeken onder vallen, vanaf 2010 75% van de aangeboden zaken binnen de termijn wordt afgedaan.

Internationale kinderontvoering

De implementatie van de verkorting van de teruggeleidingsprocedure is in 2011 afgerond. Door de verkorting van de teruggeleidingsprocedure bij inkomende zaken van internationale kinderontvoering wordt de doorlooptijd verkort tot in beginsel gemiddeld 18 weken: zes weken intake door de Centrale autoriteit, eventueel met mediation, zes weken teruggeleidingsprocedure bij de rechtbank Den Haag (eventueel met mediation) en in geval van hoger beroep zes weken procedure bij het gerechtshof Den Haag. De termijn van intake bij de Centrale autoriteit kan meer tijd in beslag nemen dan zes weken doordat bijvoorbeeld de buitenlandse centrale autoriteit niet de benodigde gegevens opstuurt of doordat het adres van de ontvoerende ouder en het kind niet bekend is en moet worden achterhaald.

Jeugdbescherming
 

20101

2011

2012

2013

2014

2015

Totaal OTS

33 118

37 772

37 217

34 945

33 157

32 418

Voorlopige voogdij

136

210

212

212

212

212

Overige Voogdij

6 696

6 726

6 825

6 825

6 604

6 342

             

Gemiddelde duur OTS in jaren

2,9

2,9

2,9

2,9

2,9

2,9

X Noot
1

Bron: bureaus jeugdzorg.

Toelichting

Het aantal ondertoezichtstellingen zal tijdelijk stijgen als gevolg van de vernieuwing van de Kinderbeschermingswetgeving en zal daarna weer afvlakken.

Operationele doelstelling 14.2

Bestrijden van jeugdcriminaliteit door het terugdringen van grensoverschrijdend, crimineel gedrag van risicojongeren, individueel en in groepen.

Motivering

Jeugdcriminaliteit ondermijnt de veiligheid en de veiligheidsgevoelens in de samenleving en moet stevig worden aangepakt. In de aanpak is een samenhangend pakket van maatregelen ondergebracht. Speerpunten zijn de aanpak van criminele jeugdbendes, een dadergerichte aanpak en consequent handhaven. Ook de maatregelen in het kader van het adolescentenstrafrecht dragen bij aan een effectieve aanpak van jeugdcriminaliteit.

Terugdringen van grensoverschrijdend gedrag gaat uit van de dadergerichte aanpak. In het kader van deze aanpak richt de keten zich ook op kinderen onder de 12 jaar die in aanraking komen met de politie. Dit is een belangrijke doelgroep, omdat de kans op gedragsverandering het grootst is wanneer de reactie zo vroeg mogelijk plaatsvindt. Consequent handhaven heeft betrekking op het optreden in de keten in geval een jongere zich niet aan de opgelegde voorwaarden houdt. Een snelle en consequente reactie op het niet naleven van voorwaarden draagt bij aan het voorkomen van recidive.

Het terugdringen van jeugdcriminaliteit gebeurt ook in de justitiële jeugdinrichtingen (JJI), waar daders van vaak ernstige delicten worden voorbereid op een terugkeer naar de samenleving. De JJI’s zijn gericht op verdere verbetering van de kwaliteit en effectiviteit van begeleiding en behandeling.

Programma «Jeugdcriminaliteit»

Instrumenten

Aanpak criminele jeugdbendes

Uit wetenschappelijk onderzoek naar jeugdcriminaliteit is gebleken dat 75% van de gepleegde jeugdcriminaliteit in Nederland voortkomt vanuit een jeugdbende of groepsdynamische processen. Criminele jeugdbendes vormen de zwaarste categorie jeugdbendes en plegen ernstige delicten. Om deze bendes aan te pakken is een actieprogramma geformeerd. In 2012 is een kennisdatabank operationeel (onder de vlag van het CCV) waarvan ketenpartners gebruik kunnen maken. Er is een landelijk platform van regionale regisseurs ingericht, waarin samengewerkt wordt aan:

  • De monitoring van criminele jeugdbendes.

  • Uitwisselen van «goede praktijk» en knelpunten in de uitvoering.

  • Het vergroten van de pakkans.

Dadergerichte aanpak

De effectiviteit van sancties neemt toe wanneer deze aansluit op de problematiek van de jongere. Inmiddels zijn verschillende interventies (voorlopig) erkend door de Erkenningscommissie Gedragsinterventies Justitie. De dadergerichte aanpak wordt bevorderd door:

  • De inzet van het landelijk instrumentarium jeugdstrafrechtketen om zeer doelgericht informatie te verzamelen over de jongere, zodat met een passende interventie kan worden gereageerd. In september 2011 wordt naar aanleiding van pilots en de evaluatie besloten of het instrumentarium landelijk kan worden toegepast. Indien hiertoe wordt besloten wordt het instrumentarium in 2012 landelijk uitgerold.

  • De landelijke implementatie van een volledig palet aan erkende gedragsinterventies, zodat op alle criminogene factoren passende en kwalitatief goede interventies worden ingezet. In 2012 worden evaluatieonderzoeken van erkende interventies uitgevoerd.

Het is tevens van belang om bij 12-minners vroegtijdig signalen waar te nemen en te voorkomen dat zij een criminele carrière ontwikkelen. Daarom wordt – in het kader van de verbeterde aanpak van 12-minners – ingezet op:

  • Vroegtijdige signalering van risico’s bij kinderen op basis van gegevens in de politieregistratie. In pilots is ervaring opgedaan met het gebruik van de gevalideerde methodiek Pro-Kid33. Gesignaleerde risicokinderen worden doorverwezen naar Bureau jeugdzorg. Op basis van de ervaringen uit de pilot-projecten wordt Pro-Kid in 2012, bij gebleken succes, landelijk uitgerold.

Consequent handhaven

Indien een jongere zich niet houdt aan opgelegde werkstraf en/of de bij vonnis opgelegde voorwaarden, dient vanuit de jeugdstrafrechtketen een snelle en consequente reactie te volgen. Dit draagt er toe bij dat jongeren zich daadwerkelijk houden aan de opgelegde voorwaarden en daarmee aan het voorkomen van recidive. Met het oog op consequent handhaven is aansluiting van Veiligheid en Justitie op zorg en onderwijs van belang.

  • In 2012 wordt het toezichtssysteem aangepast nadat het op uitvoerbaarheid is uitgetest. Doel is een vereenvoudigd en geordend model van toezicht.

  • Verbeteringen van de registratie van 12-minners met delictgedrag. In 2012 wordt middels een 1-meting getoetst of de verbeteringen zijn doorgevoerd en worden per politieregio verbeterpunten gemonitord. Verbetering van de registratie is de basis voor risicosignalering door Pro-Kid en een sluitende aanpak van 12-min verdachten.

Adolescententenstrafrecht

In 2012 zullen in het kader van het adolescentenstrafrecht34 concrete stappen worden gezet om een samenhangende aanpak van minderjarigen en jongvolwassenen te realiseren. In 2012 wordt hiertoe een wetsvoorstel ingediend:

  • Voor de doelgroep van 15 t/m 23 jaar komt het volledige sanctiepakket uit het jeugd- en volwassen strafrecht ter beschikking;

  • De maximum duur van de jeugddetentie voor 16- en 17-jarigen gaat van twee naar vier jaar;

  • Het wordt mogelijk om een PIJ-maatregel om te zetten in een Tbs-maatregel wanneer bij afloop van de PIJ-maatregel nog een groot risico op ernstige recidive aanwezig is;

  • Bij overtreden van voorwaarden en mislukte taakstraffen wordt strakker en consequenter opgetreden;

  • De samenwerking en informatie-uitwisseling van jeugd- en volwassenenreclassering worden in 2012 verbeterd;

  • Het toezicht op jeugdigen door de jeugdreclassering wordt aangescherpt, onder meer door meer toepassing van elektronisch toezicht.

Justitiële Jeugdinrichtingen

De afgelopen jaren is een groot aantal maatregelen afgerond om in de JJI’s de kwaliteit en veiligheid te verbeteren. De gezamenlijke inspecties hebben in 2010 in hun eindrapport over de JJI’s geconcludeerd dat deze maatregelen succesvol zijn geweest. Als gevolg van de sterk dalende strafrechtelijke instroom en de overgang van civielrechtelijk geplaatste jeugdigen naar de gesloten jeugdzorg, is eind 2010 besloten tot een forse capaciteitsreductie. In 2011 is daarmee gestart. In 2012 wordt het capaciteitsplan verder geïmplementeerd.

2012 staat voor de JJI’s voorts in het teken van borging van gerealiseerde kwaliteitsverbeteringen:

  • Implementatie van vastgestelde visies op ouderparticipatie, seksualiteit, middelengebruik en psychiatrische zorg voor jongeren met een PIJ-maatregel;

  • Uitwisselen van expertise met de instellingen voor gesloten jeugdzorg;

  • Het borgen van de kwaliteit van het onderwijs in de JJI’s door het sluiten van samenwerkingsconvenanten met middelbaar onderwijs en werkgevers in de regio.

Doorontwikkeling Veiligheidshuizen

Het kabinet geeft een impuls aan de doorontwikkeling van Veiligheidshuizen om de samenwerking daarbinnen door te zetten en te optimaliseren. Via de samenwerking in Veiligheidshuizen kan ernstige overlast en criminaliteit effectief en slagvaardig worden aangepakt. Het programma «Doorontwikkeling Veiligheidshuizen» richt zich op het stimuleren en ondersteunen van de Veiligheidshuizen en deelnemende organisaties in het vormgeven en verbeteren van de integrale, probleemgerichte aanpak rond risicogroepen met complexe problematiek. Knelpunten in beleid en regelgeving die belemmerend werken voor de samenwerking, worden opgelost.

De inspanningen van het programma richten zich in 2012 op:

  • Stimuleren van regionale samenwerking, door ontwikkeling van samenwerkings- en besturingmodellen. Ook wordt een toekomstbestendig bekostigingsmodel ontwikkeld, dat vanaf 2013 in werking zal treden.

  • Inzicht in effectiviteit en maatschappelijk rendement: om (meer) zicht te hebben op de effectiviteit van de interventies en het maatschappelijk rendement van de samenwerking wordt een rendementsanalyse ontwikkeld.

  • Professionalisering: er wordt een opleidings- en trainingsprogramma en een landelijk kennis- en expertiseplatform ontwikkeld. Dit draagt bij aan het ontsluiten van best practices, het ontdekken van nieuwe werkwijzen en het versterken van ketenregie.

  • Informatiemanagement: doorontwikkeling en implementatie van het Generiek Casusoverleg ondersteunend Systeem (GCOS) en een werkwijze voor gegevensuitwisseling.

Meetbare gegevens

De belangrijkste (outcome) indicator voor beoogde beleidseffecten vormt de aanpak van de nu bekende 89 criminele jeugdbendes in Nederland. Aanvullend worden onder meer indicatoren gehanteerd die inzicht geven in de bekendheid van de verschillende instrumenten en in de kwaliteit van de registratie van 12-minners. Deze indicatoren bieden in gezamenlijkheid zicht op de effecten van verschillende in te zetten beleidsinstrumenten ter bestrijding van de jeugdcriminaliteit en het voorkomen van recidive.

Dadergerichte aanpak

Er zijn momenteel geen exacte gegevens over de bekendheid van de instrumenten om een dadergerichte aanpak te realiseren, maar wel signalen dat die bekendheid nog onvoldoende is. Doelstelling voor 2012 is dat 90% van de managers, afkomstig van de Raad voor de Kinderbescherming, het Openbaar Ministerie (jeugd), de politie (jeugd), bureau Halt, Justitiële Jeugdinrichtingen en Bureaus Jeugdzorg bekend zijn met het Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtketen, Prokid en de erkende gedragsinterventies.

Consequent handhaven

In 2012 zal een nul-meting plaatsvinden naar het handhavingsniveau binnen de jeugdstrafrechtketen. Op basis hiervan zal een concrete doelstelling worden geformuleerd.

Voor een verbeterde registratie van 12-min verdachten heeft de politie in 2011 een verbetertraject uitgevoerd. Met ingang van 2011 wordt systematisch gemeten welk percentage 12-min verdachten correct geregistreerd is. Het streven in 2012 is dat er in 90% van de gevallen sprake is van correcte registratie (0-meting 2011: 70%).

Verbeteringen JJI’s

Alle justitiële jeugdinrichtingen zijn gecertificeerd volgens de kwaliteitsstandaard van HKZ (Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector).

Doorlooptijden

Doorlooptijden Jeugdstrafrechtsketen
 

Percentage binnen de norm voor doorlooptijden

 

Realisatie 2007

Realisatie 2008

Realisatie 2009

Realisatie

2010

Doel 2011

Doel 2012

Eerste verhoor

           

Halt verwijzing (7 dgn)

67

72

75

76

80

80

Ontvangst PV (1 mnd)

73

74

78

80

80

80

Start Halt-afdoening (2 mnd – m.i.v. 2010 35 dagen)

63

72

74

60

80

80

Afdoening OM (3 mnd)

77

79

79

81

80

80

Vonnis ZM (6 mnd)

57

54

62

62

80

80

             

Melding Raad

           

Afronding taakstraf (160 dgn)

80

81

80

84

80

80

Rapport Basisonderzoek (40 dgn)

60

63

65

72

80

80

Bron: factsheets doorlooptBron: Factsheets doorlooptijden jeugdstrafrechtketen (PaG)

Toelichting

Korte doorlooptijden dragen bij aan de vermindering van recidive daar de interventie snel volgt op het delict. In 2001 is de landelijke richtlijn voor doorlooptijden vastgesteld (Kalsbeeknorm). Het hanteren van deze 80%-norm laat ruimte voor complexe jeugdstrafrechtzaken die mogelijk een langere doorlooptijd vergen.

Bereik nazorgtraject
 

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Percentage jongeren dat nazorg krijgt aangeboden

100

100

100

100

100

100

Percentage jongeren waarvoor een trajectberaad is gehouden

95

97

100

100

100

100

Toelichting

Goede nazorg is het sluitstuk van een strafrechtelijke interventie. Een geslaagde terugkeer in de samenleving vermindert de kans op terugval in het criminele gedrag. Naar aanleiding van diverse maatregelen is op dit moment voor alle jongeren die een JJI verlaten zorg gegarandeerd.

Operationele doelstelling 14.3

Voorzien in de voogdij van alleenstaande minderjarige vreemdelingen.

Motivering

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie is verantwoordelijk

voor een adequate voogdijvoorziening van alleenstaande minderjarige vreemdelingen.

Instrumenten

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie subsidieert de stichting NIDOS.

Wat de opvang van alleenstaande minderjarige vreemdelingen betreft wordt verwezen naar artikel 10 van de begroting van de Minister voor Immigratie en Asiel.

Prestatiegegevens

Prestatiegegevens Nidos (voogdij)

Realisatie 2009

Realisatie 2010

Verm. Uitkomst 2011

2012

2013

2014

2015

Aantal jongeren onder voogdij aan het begin van het jaar

2 495

2 964

2 911

2 775

2 630

2 570

2 430

Aantal instroom jongeren onder voogdij

1 426

1 254

950

1 060

1 060

1 060

1 060

Aantal uitstroom jongeren onder voogdij

967

1 285

1 125

1 205

1 120

1 120

1 100

Gemiddelde bezetting voogdij

2 669

2 952

2 850

2 703

2 600

2 540

2 490

Gemiddelde bezetting opvang door Nidos

1 717

1 808

2 234

2 108

2 028

1 981

1 942

Gemiddelde prijs voogdij per jongere

5 228

5 258

5 838

5 984

6 134

6 287

6 444

Gemiddelde prijs verzorging jongere in Nidosopvang

5 083

5 384

4 809

4 929

5 052

5 179

5 308

Gemiddelde prijs opvang per jongere (inclusief voogdij)

10 311

10 643

10 647

10 913

11 186

11 466

11 752

Toelichting

Toename aantal «uitstroom» 2010 (1 285) t.o.v. 2009 (967)

Het grote verschil wordt volledig verklaard doordat er in 2010 veel meer Nidos pupillen meerderjarig werden dan in 2009; respectievelijk 1010 ten opzichte van 631.

Toename begeleidingskosten 2011 t.o.v. 2010 (€ 5 838 t.o.v. € 5 258)

In 2010 heeft het «Onderzoek herijking financieringssystematiek» plaatsgevonden. Dit heeft eind 2010 geleid tot het besluit dat de caseloadnorm per 1 januari 2011 verlaagd werd.

Daling verzorgingskosten jongeren in Nidos opvang 2011 (€ 4 809) t.o.v. 2010 (€ 5 384)

De belangrijkste verklaring voor deze daling is dat met ingang van 2011 ruim 60% van de Nidos pupillen kon worden aangemeld voor de Zorgverzekering. De zorgkosten komen voor die pupillen vanaf die datum dan niet meer ten laste van Nidos maar ten laste van de zorgverzekering.

17 Internationale rechtsorde

Algemene doelstelling

Bevorderen van de ontwikkeling van de Europese en de internationale rechtsorde.

Meerjarenperspectief

De komende jaren richt Veiligheid en Justitie zich onder meer gericht op het creëren van een Europese rechtsruimte waar burgers en bedrijven worden beschermd tegen corruptie en criminaliteit en gefaciliteerd op het gebied van het burgerlijk en het handelsrecht (te denken valt bijvoorbeeld aan grensoverschrijdende aspecten van huwelijksvermogensrecht en contractenrecht). Actief optreden in bilaterale, regionale, Europese en internationale verbanden is eveneens nodig ter bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme, voor de beheersing van grensoverschrijdende crises, voor de verbetering van gegevensuitwisseling en -bescherming, voor de verhoging van de veiligheid van onze digitale infrastructuur (cyber security) en voor de bevordering van de veiligheid, rechtsstatelijkheid en stabiliteit (onder meer door deelname aan vredesmissies) in andere landen.

Europese en internationale regels reiken steeds verder. Waar dit effectief en efficiënt kan, moet beleids- en wetgevingscapaciteit pro-actief worden ingezet op het beïnvloeden van Europees en internationaal beleid, waarbij een scherp oog wordt gehouden op nationale belangen en beleidsruimte. Ter beïnvloeding van het beleid en uitvoering zal Nederland vaker coalities met gelijkgestemde EU-lidstaten moeten vormen.

Omschrijving van de samenhang

Onze rechtsstaat en onze veiligheid zijn nauw verbonden met de Europese en internationale rechtsorde. Op alle beleidsterreinen van Veiligheid en Justitie zijn internationale raakvlakken, zoals ook zichtbaar in de andere beleidsartikelen van deze begroting. In dit artikel zijn speerpunten in samenhang als de prioritaire Europese en internationale opgave van Veiligheid en Justitie gepresenteerd.

In het bijzonder wordt in dit artikel ook aandacht besteed aan de activiteiten van Veiligheid en Justitie in Europees en internationaal verband die de reikwijdte van de andere begrotingsartikelen overstijgen, zoals de noodzakelijke inspanningen gericht op het bevorderen van het goed functioneren van Europese en de internationale instituties en van de rechtsstatelijkheid, veiligheid en stabiliteit elders in de wereld.

Verantwoordelijkheid

De Minister van Veiligheid en Justitie is samen met de Ministers van Buitenlandse Zaken, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en voor Immigratie en Asiel, verantwoordelijk voor het beleid ten aanzien van de Europese en internationale ruimte van vrijheid, veiligheid en recht. Deze verantwoordelijkheid stoelt op artikel 90 van de Grondwet, dat bepaalt dat de regering de ontwikkeling van de internationale rechtsorde bevordert. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft hierin een coördinerende taak

Externe factoren

De ontwikkeling van de Europese en internationale rechtsorde krijgt gestalte in onderhandeling in de EU en met de lidstaten, in de interactie met internationale organisaties, zoals de Raad van Europa en de Verenigde Naties, en tussen staten onderling.

Meetbare gegevens

De bijdrage van Nederland aan de ontwikkeling van de Europese en de internationale rechtsorde laat zich, mede door de afhankelijkheid van andere landen en internationale organisaties, moeilijk in meetbare prestatie-indicatoren uitdrukken. Op afzonderlijke beleidstrajecten wordt de Nederlandse input echter zo concreet mogelijk gemaakt. Zo wordt de inzet van Veiligheid en Justitie in de EU per wetgevingsvoorstel concreet gemaakt in met name BNC-fiches en wordt over de resultaten van onderhandelingen aan de Kamers verantwoording afgelegd. Mede vanwege de lastige effectmeting laat Veiligheid en Justitie periodiek de internationale functie evalueren. Op basis van dergelijk evaluatieonderzoek, tracht Veiligheid en Justitie de effectiviteit van deze functie te waarborgen.

Budgettaire gevolgen van beleid x € 1 000
   

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Verplichtingen

2 359

1 704

0

0

0

0

0

                 

Apparaatsuitgaven

2 415

1 704

0

0

0

0

0

                 

17.1 Internationale regelgeving

2 415

1 704

0

0

0

0

0

 

17.1.1 Directie Wetgeving

2 415

1 704

0

0

0

0

0

                 

Ontvangsten

87

0

0

0

0

0

0

In het kader van Verantwoord Begroten zijn alle apparaatsuitgaven van het bestuursdepartement van Veiligheid en Justitie overgeheveld naar het artikel Apparaatsuitgaven kerndepartement (artikel 91), waardoor op dit artikel een «nulbudget» resteert. Bij verdere invoering van Verantwoord Begroten bij begroting 2013 wordt de inhoud van dit artikel gerealloceerd in de overige beleidsartikelen en de beleidsagenda.

Operationele doelstelling 17.1

Bijdragen aan een Europese en internationale ruimte van vrijheid, veiligheid en recht

Motivering

Veiligheid en Justitie staat voor een veilige en rechtvaardige samenleving. Om dat te bereiken moeten we ook Europees en internationaal actief zijn.

Bij de bevordering van veiligheid, recht en vrijheid voor Nederlandse burgers en bedrijven werkt Nederland nauw samen met vele partners: andere landen, de EU en haar agentschappen, NGO’s en internationale organisaties, zoals VN, NAVO, OESO, Raad van Europa en Benelux. Naast bijdragen aan Europese en internationale regels en afspraken betreft dit operationele samenwerking, kennisuitwisseling, rechtsstaatopbouw – onder andere via niet-operationele politiesamenwerking – en deelname aan vredesmissies.

In 2012 en volgende jaren zet Veiligheid en Justitie in Europees en internationaal verband in op:

  • versterken van de Europese rechtsruimte voor burgers en bedrijven op het terrein van het burgerlijk recht en het handelsrecht;

  • vergroten van de cyber security;

  • terrorismebestrijding en crisisbeheersing;

  • criminaliteitsbestrijding;

  • grensoverschrijdende samenwerking met de buurlanden;

  • bestrijding van georganiseerde criminaliteit;

  • strafrechtelijke handhaving internationaal en humanitair recht;

  • aanpak van piraterij;

  • gegevensbescherming en -uitwisseling;

  • mensenrechten;

  • de versterking van het internationale juridische instrumentarium voor strafrechtelijke samenwerking m.b.t. internationale misdrijven;

  • rechtsstaatopbouw en civiele missies.

Op al deze gebieden beogen de activiteiten van Veiligheid en Justitie bij te dragen aan een veiliger samenleving, zowel dicht bij huis als internationaal, en in de EU aan het wegnemen van obstakels voor de interne markt en het vrij verkeer van personen. Zo worden recht en veiligheid dichter bij de burger gebracht.

Uitvoering Stockholm-programma

Instrumenten

In 2010 is een Europees meerjarenprogramma vastgesteld (2010–2014) dat de strategische hoofdlijnen omvat voor wetgeving en operationele maatregelen in het kader van de Europese ruimte van vrijheid, veiligheid en justitie. Op basis van dit Stockholm-programma heeft de Europese Commissie een actieplan opgesteld. Er vinden in Brussel onderhandelingen plaats over tal van ontwerprichtlijnen en verordeningen die in het Stockholm-programma en actieplan van de Europese Commissie zijn opgenomen. Afhankelijk van de voortgang van deze onderhandelingen en de totstandkoming van de betreffende richtlijnen, zal in 2012 de benodigde implementatiewetgeving moeten worden opgesteld en in procedure moeten worden gebracht. De Kamer wordt jaarlijks geïnformeerd over de stand van zaken rond de implementatie van het actieplan ter uitvoering van het Stockholm-programma. Enkele richtlijnen die hieruit voortgekomen zijn:

  • een richtlijn over het recht op informatie van personen die zijn aangehouden

  • een richtlijn inzake de toegang tot een raadsman in strafprocedures

  • een richtlijn inzake de bestrijding van cybercrime

  • een richtlijn inzake het strafrechtelijk Europees beschermingsbevel

  • richtlijn inzake het Europees onderzoeksbevel

  • een richtlijn betreffend het gebruik van persoonsgegevens van passagiers voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terroristische misdrijven en zware criminaliteit.

De Commissie heeft aangekondigd een voorstel te doen voor een nieuw algemeen wetgevingskader voor gegevensbescherming. Hierin worden opgenomen: de «Richtlijn inzake bescherming van personen ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens en het vrije verkeer van zulke gegevens» (1995) en het «Kaderbesluit bescherming van gegevens die verwerkt worden in het kader van politiële en justitiële samenwerking in strafzaken» (2008), worden opgenomen.

De Commissie heeft aangekondigd een voorstel te doen voor een nieuw algemeen wetgevingskader voor gegevensbescherming. Hierin worden opgenomen: de «Richtlijn inzake bescherming van personen ten aanzien van de