Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Vergaderjaar 2010-2011
Kamerstuk 29515 nr. 330

Gepubliceerd op 21 april 2011

Gerelateerde informatie


Toon alle stukken in dossier



29 515 Kabinetsplan aanpak administratieve lasten

Nr. 330 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 april 2011

Het kabinet gaat het Integraal Afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK) structureel toepassen bij de voorbereiding en verantwoording van beleid en regelgeving. Het IAK is een via internet toegankelijk systeem, waarin aan de hand van zeven centrale vragen alle relevante kwaliteitsaspecten zijn opgenomen die bij een voorstel een rol kunnen spelen. Hiermee zet het kabinet een belangrijke stap die bijdraagt aan een efficiënter, effectiever en transparanter ambtelijk en politiek besluitvormingsproces. Dit bevordert ook dat alleen regelgeving tot stand komt die echt nodig en proportioneel is, met zo min mogelijk regeldruk.

Het IAK is aangekondigd in een brief van het vorige kabinet als de Nederlandse invulling van een impact assessment, zoals gehanteerd in een aantal Europese landen1. In het IAK is het aantal kwaliteitseisen dat verplicht moet worden toegepast bij voorbereiding en verantwoording van beleid en regelgeving fors gereduceerd van 110 naar thans 18 eisen. In 2010 is het systeem inhoudelijk en technisch doorontwikkeld en is ervaring opgedaan in proefprojecten bij verschillende ministeries. Deze ervaringen en de adviezen van de Commissie Regeldruk Bedrijven en de Sociaal Economische Raad2 ondersteunen het kabinetsbesluit om het IAK structureel toe te passen.

Concreet betekent het kabinetsbesluit dat nieuwe voorstellen voor beleid en regelgeving, die aan het parlement worden voorgelegd, een adequaat antwoord moeten bevatten op de zeven centrale vragen, die de kwaliteitseisen en de informatie in het IAK structureren. Deze vragen maken onderdeel uit van bestaande toetsen en effectanalyses die verplicht zijn bij de voorbereiding van beleid en regelgeving. De adequate beantwoording van de vragen dient voldoende te blijken uit het voorstel zelf.

De toetsing op de beantwoording van de IAK vragen vindt plaats door het ambtelijk voorportaal waarin het voorstel wordt besproken. Daarnaast worden voorstellen met grote effecten voor de samenleving na 1 september 2011 besproken in de ambtelijke commissie voor effecttoetsing (CET), naar het model van de in sommige landen gebruikelijke Impact Assessment Board3. In de toelichting bij deze brief is het kabinetsstandpunt nader uitgewerkt.

De minister van Veiligheid en Justitie,

I. W. Opstelten

Toelichting op het kabinetsstandpunt

In deze toelichting wordt ingegaan op de volgende onderwerpen:

  • Hoofdstuk 1: toepassing van het IAK

  • Hoofdstuk 2: ontwikkeling van het IAK

  • Hoofdstuk 3: ervaringen met het IAK in de proefprojecten

1. Toepassing van het IAK

Het kabinet gaat het IAK structureel toepassen bij nieuwe voorstellen voor beleid en regelgeving die aan het parlement worden voorgelegd. Dit houdt in dat deze voorstellen voor beleid en regelgeving een adequaat antwoord moeten bevatten op de zeven centrale vragen, die de kwaliteitseisen en de informatie in het IAK structureren.

7 centrale vragen

Probleemanalyse

  • 1. Wat is de aanleiding?

  • 2. Wie zijn betrokken?

  • 3. Wat is het probleem?

  • 4. Wat is het doel?

  • 5. Wat rechtvaardigt overheidsinterventie?

Instrumentkeuze

  • 6. Wat is het beste instrument?

    (gelet op rechtmatigheid, doelmatigheid, uitvoerbaarheid)

Gevolgenbeoordeling

  • 7. Wat zijn de gevolgen voor burgers, bedrijven, overheid en milieu?

Deze vragen maken onderdeel uit van bestaande toetsen en effectanalyses die verplicht zijn bij de voorbereiding van beleid en regelgeving. De structuur van de centrale vragen vermindert het risico dat relevante vragen of aspecten niet of niet tijdig onder ogen worden gezien. Bovendien kunnen per vraag of aspect meteen de benodigde kwaliteitseisen en achtergrondinformatie worden geraadpleegd.

Het kabinet vindt dat de antwoorden op de IAK vragen zo herkenbaar en inzichtelijk mogelijk moeten zijn aangegeven in een voorstel. Dit is niet alleen van belang voor het ambtelijke en politieke besluitvormingsproces, maar zeker ook voor een transparante en integrale verantwoording van genomen besluiten. De uitvoerigheid van de beantwoording van de vragen moet wel proportioneel zijn en kan dus per voorstel variëren, bijvoorbeeld afhankelijk van de aard van het voorstel en de omvang en ingrijpendheid van de te verwachten effecten van een voorstel. De beantwoording geschiedt bij voorkeur in samenwerking met relevante betrokkenen, zodat alle aspecten en belangen voldoende in beeld zijn. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een digitaal hulpmiddel om het IAK toe te passen op een concreet beleid- of wetgevingstraject: het Afwegingsdossier.

Toetsing en monitoring

De toetsing op de beantwoording van de IAK vragen in een voorstel vindt plaats door het ambtelijk voorportaal waarin het voorstel wordt besproken. Het betreffende ambtelijke voorportaal maakt hierbij onder meer gebruik van de resultaten van de voorafgaande reguliere verplichte toetsing (bijvoorbeeld de wetgevingstoets en de bedrijfseffectentoets). De samenwerking bij de uitvoering van de verplichte toetsen wordt verbeterd. Dit wordt ondersteund door een digitaal toetsingsloket en een informatie-uitwisselingsysteem.

Vanaf 1 september 2011 worden voorstellen met grote effecten voor de samenleving besproken in de ambtelijke commissie voor effecttoetsing (CET), naar het model van de in sommige landen bestaande Impact Assessment Board. Deze commissie wordt voorgezeten door het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en bestaat uit vertegenwoordigers van de verplichte toetsen en een vertegenwoordiger van de Inspectie der Rijksfinanciën, vanwege de relatie met de RPE4. Ministeries kunnen voorstellen doen voor het werkprogramma van de commissie, dat door de Ministerraad wordt vastgesteld en jaarlijks wordt geactualiseerd. De CET bespreekt de voorstellen in het werkprogramma en maakt hierbij gebruik van de resultaten van de reguliere verplichte toetsing. De adviezen van de commissie worden gevoegd bij de voorstellen die worden aangeboden aan het ambtelijk voorportaal, de onderraad en de Ministerraad.

Het ministerie van Veiligheid en Justitie monitort de rijksbrede toepassing van het IAK, onder meer in het kader van de wetgevingstoetsing. Hierbij zal ook gebruik worden gemaakt van de meta-evaluatie van wetsevaluaties door het clearing house wetsevaluatie5 en van de toetsing van dossiers door Actal3 of andere adviesorganen.

Kennisdeling, opleiding en ondersteuning

Het IAK systeem is te bekijken via internet – www.naarhetiak.nl – , zodat iedereen kennis kan nemen van de eisen, hulpmiddelen en informatie die van nut zijn bij de voorbereiding van beleid en regelgeving en hiervan gebruik kan maken. Om efficiënter en effectiever te werken bij de voorbereiding van beleid en regelgeving wordt via het IAK systeem ook kennis gedeeld, die alleen in te zien is binnen de rijksoverheid. Bijvoorbeeld contactgegevens van medewerkers bij departementen en andere interne informatie, die niet openbaar hoeft te worden gemaakt op grond van de Wet openbaarheid van bestuur.

De ervaringen in de proefprojecten leren dat toepassing van het IAK tijdig in het beleid- en wetgevingsproces moet geschieden en dat mensen hiertoe voldoende toegerust moeten zijn en ondersteund worden. Het feitelijk ondersteunen van gebruikers geschiedt in de eerste plaats door de ministeries zelf. Daartoe is bij elk ministerie is een IAK-coördinator aangesteld die als eerste aanspreekpunt fungeert binnen het eigen departement. Bij het ministerie van Veiligheid en Justitie is een (tweedelijns) helpdesk beschikbaar. Het IAK is al onderdeel van enkele bestaande cursussen voor nieuwe en zittende medewerkers bij enkele ministeries, maar dit moet worden verbreed naar andere relevante opleidingen. Bij de proefprojecten bleek dat deelnemers behoefte hebben aan procesmatige begeleiding bij het toepassen van het IAK. Dit speelt vooral bij complexe trajecten, met veel betrokkenen binnen en buiten het ministerie, en dan met name in de fase van de probleemanalyse. Bezien wordt of en zo ja, welke deskundigen binnen de rijksoverheid hiervoor ingezet kunnen worden.

2. Ontwikkeling van het IAK

Aanleiding en opzet

De ontwikkeling van het IAK is voortgekomen uit de wens de bestaande eisen voor de kwaliteit van de inhoud en verantwoording van beleid en regelgeving te inventariseren en te stroomlijnen. Daarnaast was de ambitie om te zorgen dat deze eisen, meer dan voorheen, een rol spelen in het beleid- en wetgevingsproces.

In februari 2009 is de eerste versie van het IAK tot stand gekomen op basis van een doorlichting van 110 interdepartementaal destijds geldende toetsen, hulpmiddelen, handleidingen, kabinetsstandpunten en andere instrumenten die in meer of mindere mate werden gebruikt bij voorbereiding van beleid en regelgeving. Het aantal kwaliteitseisen dat verplicht moet worden toegepast bij de voorbereiding van en verantwoording over beleid- en regelgevingvoorstellen is met de komst van het IAK fors gereduceerd. De informatie in het IAK is geordend aan de hand van de fasen in het beleid- en wetgevingsproces: probleemanalyse, instrumentkeuze en gevolgenbeoordeling. Elke fase kent een of meer centrale vragen die in een goede analyse voor een voorstel tot beleid en regelgeving aan bod dienen te komen, overigens zonder dat hiervoor in het IAK een vaste volgorde van beantwoording is voorgeschreven. Deze ordening is in latere versies verder uitgewerkt en verfijnd.

Na het verschijnen van de eerste versie van het IAK ontstond de behoefte om de resultaten van de toepassing van het IAK tussentijds digitaal te kunnen opslaan. Zo zou de analyse op een later moment weer kunnen worden opgepakt en zouden de resultaten kunnen worden hergebruikt. In eerste instantie is een «werkdocument» geïntroduceerd in de vorm van een Word-bestand, waarin per centrale vraag het antwoord kon worden ingevuld. In het kader van het programma Legis voor ICT en wetgeving is het werkdocument in 2010 doorontwikkeld tot het Afwegingsdossier. Hierbij is een iteratief ontwikkelingsproces gehanteerd. Elke nieuwe stap is getest door gebruikers van alle ministeries en zo nodig aangepast. Daarna werd pas een nieuwe stap gezet. Het Afwegingsdossier is een digitaal hulpmiddel om het IAK toe te passen op een concreet beleid- of wetgevingstraject en maakt het mogelijk om digitaal samen te werken en kennis te delen.

Het IAK bevat thans 18 verplichte kwaliteitseisen (zie bijlage 1). Daarnaast zijn nuttige achtergrondinformatie en hulpmiddelen opgenomen die beleidsmakers en wetgevingsjuristen kunnen gebruiken om beleid en regelgeving voor te bereiden. Het IAK is een digitaal, via internet toegankelijk systeem met drie functies:

  • a. Kennisfunctie

    Alle verplicht geldende kwaliteitseisen voor beleid en regelgeving zijn opgenomen en daarnaast veel achtergrondinformatie en hulpmiddelen om beleid- en regelgevingvoorstellen voor te bereiden. Dit maakt de bestaande kennis beter toegankelijk en bevordert kennisdeling binnen de rijksoverheid.

  • b. Ordeningsfunctie

    De kwaliteitseisen en de achtergrondinformatie zijn geordend aan de hand van zeven logisch op elkaar voortbouwende vragen die aan de orde zijn bij ieder voorstel tot beleid of regelgeving. Deze structuur maakt het mogelijk om in samenwerking met relevante partijen alle informatie die nodig is om te komen tot een voorstel stapsgewijs te verzamelen en af te wegen.

  • c. Rapportagefunctie

    De informatie die met behulp van het IAK is verzameld kan worden benut voor documenten in het beleid- en wetgevingsproces. Het gaat dan zowel om documenten in het kader van het voorbereidingsproces (bijvoorbeeld informatie voor de verplichte toetsen), als om documenten voor de verantwoording van gemaakte keuzes (beleidsnota’s of memories van toelichting). Dit bevordert een verantwoorde besluitvorming.

Beheer en doorontwikkeling

Het IAK is een dynamisch instrument dat ook in de toekomst goed beheerd moet worden om te waarborgen dat het een goed en actueel overzicht blijft van alle verplichte en niet-verplichte kwaliteitseisen voor beleid en regelgeving. Uit de proefprojecten bleek dat men vooral deze kennisfunctie een belangrijke meerwaarde van het IAK vindt. Het kabinet vindt het van groot belang om het overzicht actueel en inhoudelijk kwalitatief goed te houden7. Tegelijkertijd moet voorkomen worden dat onnodig nieuwe verplichte kwaliteitseisen worden vastgesteld. Daarom beslist de Ministerraad of nieuwe kwaliteitseisen (bijvoorbeeld verplichte effecttoetsen, maar ook beleidsstandpunten van het kabinet) als verplicht worden opgenomen in het IAK of dat bestaande verplichte kwaliteitseisen worden geschrapt.

De instandhouding van de technische infrastructuur voor het IAK systeem zal plaatsvinden onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Veiligheid en Justitie als centrale beheerder van het IAK. Het gaat dan onder meer om het oplossen van storingen en het onderhoud van technische voorzieningen als hardware en netwerken. Het IAK maakt onderdeel uit van een meer omvattende infrastructuur. Deze bestaat onder meer uit het Basiswettenbestand, het Digitaal Loket Officiële Publicaties en een aantal systemen dat, in opdracht van het programma Legis voor ICT en wetgeving, in 2011 wordt opgeleverd, zoals de Kennisbank, het Wetgevingsvoortgangssysteem en het systeem ter ondersteuning van Vaste Verandermomenten (VVM).

Voor een effectieve en efficiënte toepassing in het beleid- en wetgevingsproces is het van belang dat het IAK gebruiksvriendelijk is en aansluit op nieuwe ontwikkelingen en wensen van gebruikers. Uit de proefprojecten kwamen diverse suggesties voor verbetering van de functionaliteit van het IAK naar voren. Zo is er een sterke behoefte om meer te kunnen doen met de catalogus van beleidsinstrumenten om instrumenten beter te kunnen afwegen. Verder willen sommige ministeries de mogelijkheid krijgen om interne pagina’s aan het IAK toe te voegen voor departementale informatie over de ontwikkeling van beleid en regelgeving. Mede afhankelijk van de beschikbare financiële middelen na 2011 moet worden bezien in hoeverre verbeteringen in de opzet en functionaliteit van het IAK mogelijk zijn.

3. Ervaringen met het IAK in de proefprojecten

Het besluit van het kabinet om het IAK structureel toe te passen is mede gebaseerd op de hierna beschreven ervaringen die medewerkers bij de ministeries in 2010 hebben opgedaan in proefprojecten bij concrete beleid- en wetgevingstrajecten binnen de rijksoverheid. Er zijn 22 proefprojecten uitgevoerd bij verschillende ministeries, waarvan 18 lopende trajecten en 4 reeds afgeronde trajecten.

Inhoudelijk zijn proefprojecten uitgevoerd voor een breed scala aan beleidsterreinen en wetgevingstrajecten. Het betrof zowel brede dossiers, waarbij zowel beleid, wetgeving als uitvoering een belangrijke rol speelden, als wetgevingstrajecten die tot doel hadden één specifiek aspect te regelen. Voor de lopende trajecten is aangesloten bij de normale «cyclus» van voorbereiding van beleid en wetgeving. Dit betekent dat het IAK is getest bij trajecten die zich in verschillende fasen (probleemanalyse, instrumentkeuze en gevolgenbeoordeling) bevonden. Voor de reeds afgeronde trajecten is het IAK alsnog doorlopen en meer terugkijkend (ex post) getest.

In de proefprojecten is ook getest of het IAK zonder hulp van buitenaf door een dossierhouder kan worden gebruikt. Alle medewerkers, die bij de proefprojecten betrokken waren, hebben aangegeven dat het gebruiksgemak tijdens de proefperiode aanzienlijk is verbeterd, maar de meeste medewerkers hebben aangegeven dat, voordat dossierhouders geheel zelfstandig het IAK kunnen toepassen, er in ieder geval nog een periode gebruikersondersteuning beschikbaar zou moeten zijn.

De evaluatie van ervaringen in de proefprojecten was noodzakelijkerwijs kwalitatief van aard. De proefprojecten zijn weliswaar een goede rijksbrede dwarsdoorsnede van beleid- en wetgevingstrajecten bij de rijksoverheid, maar het aantal proefprojecten was niet groot genoeg om representatieve kwantitatieve uitspraken te kunnen doen. Op basis van de evaluatieresultaten kan ook geen uitspraak worden gedaan over de vraag of toepassing van het IAK bij lopende beleid- en wetgevingstrajecten heeft geleid tot een kwalitatief beter voorstel en een betere verantwoording. Dit was niet het doel van de proefprojecten en bovendien waren de betreffende beleid- en wetgevingstrajecten nog niet afgerond op het moment van de evaluatie.

De ervaringen laten zien dat het IAK zeker kansen biedt. Tegelijkertijd hebben de ervaringen ook aandachtspunten opgeleverd, waarmee rekening moet worden gehouden bij de verdere toepassing en ontwikkeling van het IAK:

• Het IAK biedt overzicht

Bijna alle betrokken medewerkers waarderen het integrale overzicht dat het IAK biedt van de te nemen stappen, de te beantwoorden vragen en de verplichte effecttoetsen. Ze geven aan dat binnen de ministeries de verschillende te nemen stappen vaak wel bekend zijn, maar dat een samenhangend eenduidig en digitaal overzicht, zoals het IAK biedt, veelal ontbreekt. Enkele departementen hadden via hun departementale Intranet al een deel van de verplichte toetsen inzichtelijk gemaakt voor hun medewerkers, maar vaak is binnen de ministeries sprake van versnippering van informatie of van modellen voor startnotities die ingaan op slechts een deel van de te stellen vragen. Het complete beeld ontbreekt dan. Aangegeven wordt dat vooral voor minder ervaren collega’s een integraal overzicht behulpzaam kan zijn. Maar ook de meeste, meer geroutineerde medewerkers vinden dat het IAK een compleet en eenvoudig raadpleegbaar overzicht biedt. Volgens de medewerkers vermindert het IAK het risico op het onterecht overslaan van een bepaalde vraag of toets, met name in de fase van gevolgenbeoordeling. Ook geven medewerkers aan dat in de praktijk vaak onduidelijkheid bestaat wanneer een bepaalde toets verplicht is of niet. Het IAK verschaft hierover nu helderheid.

• Het IAK stelt de goede vragen

Uit de proefprojecten blijkt dat de medewerkers de in het IAK gestelde vragen als nuttigen relevant ervaren, omdat hiermee het kritisch nadenken wordt gestimuleerd. Het nog eens goed beschouwen en het expliciet maken van de probleemanalyse kan tot nieuwe inzichten leiden over de onderbouwing van een aanpak. Ook de vraag om alle betrokkenen met hun rol in kaart te brengen, vonden de medewerkers nuttig om goed na te gaan of de juiste actoren betrokken waren en hoe zij zich onderling verhielden. De vraag naar concretisering van het operationele doel leidde er vaak toe dat nog eens goed werd nagedacht over concrete en afrekenbare doelen in een complex dossier. Bijna alle in het IAK gestelde vragen komen meestal ook binnen de eigen organisatie aan de orde, bijvoorbeeld via interne toetsingskaders of startnotities. In die zin sluit het IAK vrij nauw aan bij de bestaande praktijk. Volgens de medewerkers die bij de proefprojecten waren betrokken, bestrijken veel van de bestaande toetsingskaders en modellen voor startnotities echter vaak maar een deel van de centrale vragen uit het IAK. Er wordt vooral aandacht besteed aan de probleemstelling en de instrumentkeuze. De vraag «is er noodzaak tot overheidsinterventie» komt volgens de medewerkers aan de proefprojecten in de bestaande praktijk niet altijd aan de orde. Zeker als er een politieke wens ligt tot overheidsingrijpen blijft deze vraag achterwege. Een andere reden hiervoor is, volgens de betrokken medewerkers, dat deze vraag wel impliciet mee wordt genomen bij de discussie, maar in veel gevallen niet expliciet wordt benoemd of beantwoord. Het IAK blijkt hier een nuttige functie te vervullen omdat deze vraag is opgenomen als een van de centrale vragen.

Sommige medewerkers ondervonden tijdens de proefprojecten een zekere duplicering in de IAK vragen: na de beschrijving van de aanleiding volgt een beschrijving van het probleem, en later wordt nog gevraagd of overheidsinterventie noodzakelijk is. Ook bij proefprojecten waarover al eerder over het dossier was gecommuniceerd, bijvoorbeeld richting Tweede Kamer, werd het beantwoorden van de IAK vragen gezien als overbodig.

• Het IAK geeft structuur

De medewerkers die bij de proefprojecten waren betrokken zien het IAK als een instrument waarmee structuur kan worden aangebracht in het te doorlopen beleid- en wetgevingstraject. Het doorlopen van alle stappen geeft de kans om alle aspecten in een goede volgorde aan bod te laten komen en de juiste actoren te betrekken. Tevens kunnen de uitkomsten op een overzichtelijke en gestructureerde wijze in het IAK Afwegingsdossier worden vastgelegd. Wel constateerden medewerkers dat het uitgebreid schriftelijk vastleggen van de antwoorden op deze vragen in een afwegingsdossier veel tijd kost.

Bij proefprojecten met een grotere complexiteit heeft de structuur van het IAK vooral nut bij het samenwerken met een grotere groep collega’s. Alle medewerkers van een proefproject, vaak afkomstig uit diverse onderdelen van de departementale organisatie, weten aan de hand van het Afwegingsdossier in welke fase het project verkeert en wat hen te doen staat. Het IAK zorgt bij complexe projecten dus voor een structuur om samen te werken. Degenen die door de betreffende dossierhouder zijn gemachtigd kunnen daarbij ook zelfstandig achter een eigen computer het ingevulde Afwegingsdossier bezien en verder aanvullen.

Hoewel betrokkenen aangeven dat de hoofdvragen van het IAK in principe bij elk dossier aan de orde moeten komen, werd aangegeven dat het volledig doorlopen van het IAK niet altijd nodig en wenselijk is. Soms is al politiek al gekozen voor een oplossingsrichting en hierop terugkomen kan dan lastig zijn. Het in een dergelijk geval alsnog (re)construeren van aanleiding en probleemstelling via het IAK ervaart men dan als gekunsteld en overbodig. Dit ervaart men ook bij kleine technische maatregelen of maatregelen die nodig zijn door uitspraken van de Hoge Raad of het Europese Hof van Justitie. Toepassing van het IAK moet dan ook niet leiden tot onnodig en overbodig werk. Veel medewerkers geven daarom aan prijs te stellen op flexibiliteit bij het doorlopen van het IAK en proportionaliteit bij de beantwoording van de IAK vragen, afhankelijk van het concrete voorstel. Zij hebben ervaren dat het IAK en het Afwegingsdossier voldoende ruimte bieden om op elk moment van de volgorde af te wijken of stappen over te slaan.

Samenvattend

Uit de proefprojecten blijkt dat medewerkers, die hierbij betrokken waren, het IAK een handig hulpmiddel vinden voor het doorlopen van de relevante vragen, het afwegen van alle belangen en het zoeken naar de meest geschikte instrumenten. Gewaardeerd wordt dat het IAK een compleet en digitaal overzicht biedt aan de hand van zeven centrale vragen. Men ervaart het IAK als een handzame checklist om na te gaan of alle belangrijke aspecten aan de orde zijn gekomen in een beleid- en wetgevingstraject. Het systeem maakt het gemakkelijk om de achterliggende toetsen en toelichtingen te raadplegen. Wel vindt men het van belang om onnodig en overbodig werk te voorkomen door het IAK flexibel te kunnen doorlopen en de IAK vragen te beantwoorden op een wijze die past bij het concrete voorstel.

De medewerkers die betrokken waren bij de proefprojecten zijn positief over het Afwegingsdossier als hulpmiddel om afwegingen en toelichtende informatie voor concrete beleid- en wetgevingstrajecten digitaal op te slaan. Dit maakt het gemakkelijker dan tot nu toe om later in het traject informatie terug te vinden, te delen met anderen en opnieuw te gebruiken. Om open samen te kunnen werken en vooral ook gevoelige informatie te kunnen delen vindt men het van groot belang dat deze digitale dossiers alleen kunnen worden ingezien door dossierhouders en de door hem of haar gemachtigden.

De instrumentencatalogus biedt, volgens de medewerkers, de kans om buiten het eigen beleidsveld gelegen instrumenten te overwegen. Vaak bestaat de neiging om vooral te grijpen naar bekende op het eigen terrein gelegen instrumenten, maar in het IAK is gemakkelijk nadere informatie te raadplegen over andere beschikbare instrumenten. Wel missen nogal wat medewerkers een weging van de genoemde instrumenten, bijvoorbeeld op basis van uitvoerbaarheid, zwaarte of te verwachten effecten. Dergelijke informatie zou het afwegingsproces kunnen vergemakkelijken.

Op basis van deze, maar ook de toekomstige ervaringen met het IAK worden, mede afhankelijk van de beschikbare financiële middelen na 2011, verdere verbeteringen in de toepassing, opzet en functionaliteit van het IAK aangebracht.

Bijlage 1 Overzicht verplichte kwaliteitseisen IAK

Hieronder staan de huidige 18 verplicht geldende interdepartementale afspraken over rijksbrede onderwerpen met betrekking tot kwaliteitsaspecten van beleid en wetgeving.

  • 1. Eisen aan gebruik van het beleidsinstrument certificering (kabinetsstandpunt Certificatie en accreditatie in het kader van het overheidsbeleid)

  • 2. Eisen ten aanzien van het gebruik van het beleidsinstrument gedogen (kabinetsstandpunt Grenzen aan Gedogen)

  • 3. Eisen aan doorberekening van handhavingskosten (Maat houden; doorberekening van toelatings- en handhavingskosten)

  • 4. Eisen aan vormgeving van interbestuurlijke verhoudingen (Beoordelingskader interbestuurlijke verhoudingen)

  • 5. Eisen aan veiligheid en rampenbestrijding op grond van het kabinetsstandpunt over het rapport van de Commissie onderzoek vuurwerkramp Enschede en de rijksinspecties.

  • 6. Eisen aan keuze van sanctiestelsels (Kabinetsnota over de uitgangspunten bij de keuze van een sanctiestelsel)

  • 7. Eisen aan inrichting van experimenten met nieuwe wetgeving («Het proberen waard» Eindrapport van het interdepartementaal wetgevingsberaad inzake experimenteerbepalingen)

  • 8. Eisen ten aanzien van het verrichten van marktactiviteiten door de overheid (Aanwijzingen inzake het verrichten van marktactiviteiten door organisaties binnen de rijksdienst)

  • 9. Eisen ten aanzien van inhoud en totstandkoming van regelgeving (Aanwijzingen voor de regelgeving)

  • 10. Eisen aan de inhoud en totstandkoming van convenanten (Aanwijzingen voor convenanten)

  • 11. Eisen ten aanzien van administratieve lasten voor bedrijven (Meten is weten: Handleiding voor het definiëren en meten van administratieve lasten voor het bedrijfsleven)

  • 12. Eisen ten aanzien van administratieve lasten voor burgers (Standaardkostenmodel voor administratieve lasten burgers)

  • 13. Eisen Actal toets inzake administratieve lasten voor burgers en bedrijven

  • 14. Eisen ten aanzien van inzichtelijk maken van bedrijfseffecten (Bedrijfseffectentoets (BET))

  • 15. Eisen ten aanzien van inzichtelijk maken van milieueffecten (Milieueffectentoets (MET))

  • 16. Eisen ten aanzien van inzichtelijk maken van gevolgen voor de uitvoering en de handhaving (Uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidstoets (U&H toets))

  • 17. Eisen ten aanzien van vaste inwerkingtredingdata en minimale invoeringstermijnen voor wet- en regelgeving (Vaste VeranderMomenten)

  • 18. Eisen ten aanzien van de uitvoering en verantwoording van rijkssubsidies en subsidies aan Zelfstandige Bestuursorganen (Aanwijzingen voor Subsidieverstrekking)


X Noot
1

Kamerstukken II, 2009–2010, 31 731, nr. 6.

X Noot
2

Advies Commissie Regeldruk Bedrijven over de aanpak van regeldruk, 9 januari 2011, Advies Sociaal Economische Raad: «Overheid en markt: het resultaat telt! Voorbereiding bepalend voor succes», februari 2010.

X Noot
3

Kamerstukken II, 2010–2011, 29 515, nr. 327 en bijlage.

X Noot
4

Het onderdeel «onderzoek naar doelmatigheid en doeltreffendheid (RPE) van de Rijksbegrotingvoorschriften».

X Noot
5

Kamerstukken II, 2007–2008, 31 731, nr. 1.

X Noot
7

Zo zijn onlangs de door de SER voorgestelde vragen voor effectanalyse voor ordeningsvoorstellen in het IAK opgenomen. Daarnaast verkent het kabinet op dit moment in welke situaties het wenselijk is een uitgebreide maatschappelijke kosten-batenanalyse uit te voeren, naast de situaties waarin dit reeds gebruikelijk is, en welke vorm dan het beste toegepast kan worden. (Zie kabinetsreactie op het SER-advies: «Overheid en markt: het resultaat telt! Voorbereiding bepalend voor succes.» Kamerstukken II, 2010–2011, 24 036, nr. 380).


SnelzoekenInfo

Snelzoeken
U kunt dit veld gebruiken om te zoeken op
–een vrije zoekterm voor het zoeken op tekst (bijvoorbeeld "milieu")
–een betekenisvolle zoekterm voor het zoeken naar specifieke publicaties (bijvoorbeeld dossiernummer '32123' of 'trb 2009 16').
U kunt termen combineren door EN te zetten tussen de termen (blg 32123 EN milieu).
U kunt zoeken op letterlijke tekst door '' om de term te zetten. ('appellabele toezeggingen').

Voor meer mogelijkheden en uitleg verwijzen wij u naar de help-pagina's van Officiële bekendmakingen op overheid.nl